Verslag gemeenteraad 8 april 2021
Tekst van het document
Mevrouw Rutgers: Nou, we hebben afgesproken hoeveel er in het sociaal domein bezuinigd moet gaan worden, en dat hebben we vastgelegd voor de komende jaren. En daar hebben we een hele lijst over doorgeakkerd, afgelopen zomer ook van, waar zit nou nog wel ruimte, waar niet? Welke moeilijke knopen hakken we nou wel door en welke niet? Meerkostenregeling was een knoop die we uiteindelijk wel hebben doorgehakt, dat we daar iets mee gingen doen, namelijk niet meer uitvoeren. Nu lees ik in de reactie van het college op het advies van de ASDH, dat dat niet doorgaat, en het is wel een post van dik 4 ton. Dus daar wordt niet de mening van de raad over gevraagd, maar wel over het gat wat er nu ontstaat in onze bezuinigingsopgave. Dus dat verbaasde mij een beetje. En er was nog zo’n post, maar die heb ik even niet scherp in beeld op dit moment. Maar ik las er nog ergens één waarvan ik dacht, hé, daar worden wij niet om gevraagd terwijl het college een besluit neemt om iets wat wij besloten hebben niet uit te gaan voeren. Mevrouw Van Hien: En u wilt … De voorzitter: Dank u, mevrouw Rutgers.
Mevrouw Van Hien: Weten hoe we ertegenover staan? Mevrouw Rutgers: Ja. Mevrouw Van Hien: Oké. De voorzitter: Ja. En dat nemen we straks mee in het debat, na de reactie van het college straks. Dit was het, voldoende voor de inbreng van mevrouw Rutgers. Mevrouw Van den Oord, u hebt nog een handje. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, klopt, ik wil eigenlijk even aan mevrouw Rutgers vragen of het klopt dat ik uit haar inleidend betoog opmaak dat zij van mening is dat datgene wat we met de Schone lei in consensus zouden hebben vastgelegd, dat we daar ons aan vast moeten houden? Of zegt u, het verbaast mij alleen maar dat er nu alweer van afgeweken wordt aan de collegekant? Mevrouw Rutgers: Nee. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u, voorzitter. Eigenlijk het eerste. We hebben met zijn allen met veel pijn en moeite afspraken gemaakt, en daar is al aan getornd bij de begrotingsbehandeling. We kunnen daar wel weer aan tornen, maar niet zonder dat daar dekking voor gevonden is. En ik hoor nu een aantal partijen met voorstellen komen waar nog geen dekking voor is. En dan denk ik, ja, dat is volgens mij precies de glijdende schaal die we de afgelopen jaren hebben bewandeld, en die moeten we niet meer op. De voorzitter: Dank u, mevrouw Rutgers. Verder niet meer. Dan gaan wij door met de partij GroenLinks, mevrouw Van Hien.
Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er zijn een aantal partijen die gezegd hebben dat ze ook moeite met het raadsvoorstel, en op zich doet ons dat deugd. Ja, want taakstelling op sociaaldomein, de fractie van GroenLinks vindt dat altijd een moeilijk en lastig iets. We staan voor flinke opgaves, we moeten flink bezuinigen, maar op dit vlak bezuinigen, ja, daar hebben we wel even buikpijn van. Waar we wel blij mee zijn is dat we een college hebben die kritische kijkt naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van deze opdracht. Zo houden we elkaar scherp en op de juiste route, en toetsingscriteria worden goed benoemd en dat schept duidelijkheid. Ook zijn we blij op zich met het feit dat de adviezen van de adviesraden ter harte zijn genomen en dat dit er zelfs toe heeft geleid dat een aantal bezuinigingen niet doorgaan of worden uitgesteld. Dit heeft de PvdA als debatvraag straks nog aan de orde gesteld. Als we kijken naar het voorstel dat er ligt, dan kan GroenLinks vrij makkelijk instemmen met die bezuinigingsmaatregelen die vooral te maken hebben met effectiever en efficiënter werken. En waar de betrokken personen niet direct hinder van zullen hebben. Voor het instellen van een tilliften pool, dat is een goed idee, levert wat op, er wordt efficiënter aangepakt, en dat is dus een verbetering en dat is wat we willen bereiken en waar we naar op zoek zijn.
Net zoals een aantal andere partijen heeft de fractie van GroenLinks echter wel veel moeite met de bezuinigingen op het gebied van inkomen. Wat betreft de Participatie, namelijk het aanpassen van de individuele inkomenstoeslag, ChristenUnie noemde hem net al en de PvdA ook, en het verhogen van het draagkrachtpercentage in de bijzondere bijstand. En wederom worden mensen getroffen die al zo weinig kunnen missen. En daarnaast, GroenLinks is het ook volmondig eens met de adviesraad sociaal domein, dat visie ontbreekt. Nu zijn de bezuinigingen puur gefocust op euro’s, en een onderliggende visie ontbreekt. En zonder visie zijn deze bezuinigingen geen onderdeel van een groter geheel, en zijn ze ook amper uit te leggen. Nou, op zich hebben
we begrip voor de knip die het college heeft gemaakt tussen de bezuinigingen voor 2021 nu, en een herontwerp van het sociaal domein, de visie later. En dat klinkt ook logisch, maar het brengt me eigenlijk bij de volgende vraag, en dat zit in dezelfde lijn als de vraag van het CDA, hoe zorgen we ervoor dat de nu voorgenomen maatregelen ook aansluiten op de toekomstige visie? Dus dat is een vraag voor het college maar ook een vraag voor de raad voor het debat. Want terugdraaien gaat namelijk niet. Moeten we nu al niet in ons hoofd rekening houden met de gemeente die we willen zijn? Dan heb ik nog een paar andere punten, zoals de taakstelling Participatie op het gebied van Inkomen, ik noemde net al, GroenLinks heeft hier veel moeite mee. Het verlagen van de individuele inkomenstoeslag en het verhogen van percentage draagkracht in de bijzondere bijstand. Dat kan een dubbele belasting betekenen voor een bepaalde groep mensen, en dat ligt GroenLinks zwaar op de maag. De vraag is hierbij eigenlijk, bij het verlagen van de individuele inkomenstoeslag, heeft het college ook overwogen om niet direct naar bijvoorbeeld de 75 procent verlaging te gaan, maar dit, ja, in etappes te doen, dus geleidelijk aan? We weten dat we dan nog verder afstaan van de taakstelling, maar dit doet wel erg zeer.
Zou gefaseerd afbouwen nog een optie zijn? En dus een vraag voor het college, of dat overwogen is? Maar ook de vraag die ik neerleg bij de raad, vinden we het verantwoord om deze bezuinigingen op deze manier uit te voeren en staan we open voor een alternatief? En eigenlijk sluit deze vraag ook aan op de debatvraag van de SP, als ik goed heb geluisterd. Dan even over de taakstelling in de Jeugdwet. Maatregel 2 is, het bespoedigen van doorstroom en uitstroom en het verkorten van de behandelen begeleidingsduur. En het college geeft aan dat het niet de bedoeling is om een wachtlijst te creëren, maar dat dit kan ontstaan door een andere manier van werken wat op den duur minder wachtlijsten tot gevolg heeft, en dat is een overgangsfase. GroenLinks kan zich op zich hierin vinden maar we hebben wel de vraag, is er ook een inschatting gemaakt hoeveel tijd deze transformatie in beslag zou kunnen nemen? Dus wanneer zou het effectief zijn? En is of wordt ook nader bepaald wat een acceptabele duur voor een wachtlijst is? Ook dit is een vraag voor het college. En GroenLinks wil benadrukken dat de druk op kind en ouders niet moet worden verhoogd. Je zou kunnen denken aan het instellen van een maximale duur tussen intake en duidelijkheid over een soort behandeling.
En we moeten er rekening mee houden dat hoe langer de wachttijd is, hoe groter de kans is op achteruitgang bij het kind, of hoe groter dat kan zijn. En tenslotte een vraag over de brief van de cliëntenraad. De reactie van de cliëntenraad is erg negatief, en GroenLinks snapt de emotie wel. Maar we schrokken toch wat van de heftigheid. En nu heeft de cliëntenraad erover dat ze contact opschorten met het college. Het college echter stelt in respons op de brief van de cliëntenraad, dat ze in contact blijven. En de vraag aan de wethouder of aan het college is, wat is nu de stand van zaken? Vindt er nog wel of geen vervolgcontact plaats? Dat was het voor nu eerst, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mevrouw Van Hien. Ik zie een verduidelijkende vraag bij mijnheer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Even een verduidelijkende vraag over de wachtlijst van de opmerking die mevrouw Van Hien net maakte. Acceptabele duur, houdt dat dan ook in dat u voor wachtlijsten bent? Mevrouw Van Hien: Nee, op zich niet. De voorzitter: Mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: O, sorry. Sorry, voorzitter. Nee, in eerste instantie natuurlijk niet want ik vind niet dat de kinderen in nood eigenlijk, het gaat om de Jeugdzorg hè, dat ze op een wachtlijst zouden moeten komen te staan, maar het kan het gevolg zijn als wij deze bezuinigingen doorvoeren.
En een acceptabele duur, dat is iets wat je zelf natuurlijk, ja, in kan stellen. Van, stel dat we niet anders kunnen en we gaan voor een wachtlijst, of
we kunnen er niet aan ontkomen, wat, je kunt natuurlijk voor jezelf wel instellen wat je acceptabel vindt aan wachtlijst. En daar zijn we zelf natuurlijk bij. De voorzitter: Dank u, mevrouw Van Hien. Is voldoende, mijnheer Bisschop? Prima. Ik stel voor dat we nu … Mijnheer Van Rijn, SGP, als laatste uw inbreng graag. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, bezuinigen is altijd een moeilijk punt, maar als je op sociaal domein moet bezuinigen dan is het haast nog wel dubbel moeilijker. Omdat ja, je gaat mensen raken, en dat wil je liever niet. Maar ja, dit raadsvoorstel wat nu voorligt, hoe vervelend dat het ook is, het is wel een opdracht die het college uitvoert vanuit Schone lei. Ook al … De VVD haalde het ook al aan, kijk, in Schone lei stond eigenlijk nog veel andere getallen, en ja, dat zou ook een van onze debatpunten zijn van, hoe kan het als wij daar vragen dat wat wij daar in de zomer zeg maar met elkaar bespreken en we vragen, is het realistisch, is het haalbaar, en dat we dan gewoon de stellige verzekering krijgen dat dat realistisch is en haalbaar, maar nu blijkt dus dat niet te zijn. Dat is echt een debatpunt waar we even met elkaar over willen hebben. Want dat betekent dus dat onze informatievoorziening toen niet goed was, en dat vind ik een beetje een lastig punt.
Ja, de adviesraad en de cliëntenraad, alle twee hebben ze behoorlijke, zeg maar, adviezen gegeven of opmerkingen geplaatst, net hoe je het noemen wil. En mevrouw Van Hien haalde het ook al aan over die cliëntenraad, dat dat ook behoorlijk negatief was. En dat het college weer aangeeft dat ze wel in gesprek zijn. Maar goed, ik begrijp daar wel uit, er wringt daar iets nog. En dat zouden wij graag goed willen hebben, want die zijn er niet voor niks. Mevrouw Oosting heeft dat ook al aangehaald, die zijn bij wijze van spreken gewoon nodig als we met zulk soort acties bezig zijn. Dus ja, daar zouden wij ook graag zeg maar ook wel echt aandacht aan willen geven, als wij met dit soort bezuinigingen bezig zijn. Ja, de D66 haalt ook de paradigmashift aan, en die vraag hebben wij ook dus die ga ik niet meer overnieuw stellen. Ik had ook nog dezelfde vraag als Roelof Bisschop van de VVD, die zegt, hoe kan het nou als er op 3 december gezegd wordt, het is haalbaar, en nu is het opeens niet meer zo. Dus dat vinden wij ook een beetje vreemd, daar moet ook zeg maar verduidelijking over komen van, wat is er in de tussentijd gebeurd? 3 december en nu, het gaat over om drieënhalf, vier maanden, dus dat is wel heel kort.
Ja, ook wij zitten hier ook echt moeilijk met dit raadsbesluit maar eigenlijk is er geen ontkomen aan om hier gewoon voor te kunnen zijn want het is gewoon eigenlijk een opdracht die wij aan dit college gegeven hebben. Ja, we kunnen het proberen te verzachten, maar dan vind ik wel, daarom was mijn vraag ook eventjes aan het CDA, als er een amendement komt, waar halen we de dekking van? Want dat zou natuurlijk wel mooi zijn als je zegt van, oké, we kunnen het ergens anders, net zoals de SP wilde, buiten het sociaal domein uit de begroting halen. Oké, nou dan vind ik dat hele goede initiatieven, die zullen wij ook echt steunen. Ja, ik denk dat ik het hierbij laat, voorzitter. En o ja, nog één puntje, ik kan mij ook echt heel goed vinden in het debatpunt van de heer Koekoek. Om echt te praten van, zijn we nou met al die bezuinigingen ‘…’, hoelang zijn we al aan het bezuinigen en wat zijn nou eigenlijk de resultaten die we behaald hebben? Dat zijn er maar heel weinig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Rijn. Ik zie een verduidelijkende vraag bij mevrouw Van den Oord van de SP. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, ik wilde mijnheer Van Rijn even vragen of hij zich net als ik kan herinneren dat doen wij zo druk bezig waren om met de informateurs te kijken naar de financiële positieverbetering, dat er door hen ook op gewezen is dat een aantal zaken en posten gebaseerd zijn op aannames. En dat er ook door hen gezegd is dat wij dus als raad ook gevoelig moeten zijn, dat er balans moet zijn tussen de noodzakelijke bezuinigingen en de maatschappelijke impact. Kunt u zich dat herinneren? De heer Van Rijn: Ja, die laatste …
De voorzitter: Mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Maar die … O, sorry, voorzitter, ja, dat is een beetje vreemd. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Rijn: Dat je … Ik zit face to face met mevrouw Van den Oord. Maar, ja, die laatste wel maar die eerst dat het aannames zijn, dat kan ik mij niet herinneren, dat staat me echt niet bij. Maar goed, dat is ook weer een tijdje geleden. De voorzitter: Niet erg, mijnheer Van Rijn, er zijn er meer die zich iets niet kunnen herinneren, dat maakt niet uit. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Uw partijgenoot. De voorzitter: Ik ben hier onafhankelijk voorzitter. Ik zag nog een handje volgens mij. O, mevrouw Pullen van de ChristenUnie, gaat uw gang. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de heer Van Rijn, of ik hem goed begrepen heb. Hij constateert dat wij de lijn moeten volgen ten aanzien van de Schone lei, met alle opgaven die daarin ook van het financieel kader zijn aangereikt. Terwijl de SGP en het CDA en GemeenteBelangen in december dus daar al een wijziging heeft aan kunnen brengen. Heb ik dat goed begrepen, dat wij dus nu weer het college moeten blijven volgen? De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, gaat uw gang. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat is goed. Kijk, in het debat krijgen wij ook nog deze vraag dus ‘…’ … De heer Bisschop: Voorzitter, dit is een debatvraag volgens mij.
De heer Van Rijn: Ja, ja, maar het is wel zo, in de Schone lei was altijd gezegd, als daar verschuivingen binnen de begrotingen mogelijk waren, dan kon dat. Die vrijheid hadden wij altijd. En dat hebben wij gewoon waargenomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Rijn. Mevrouw Pullen-Muis: Voorzitter? De voorzitter: Zijn de rest van handjes, gaan die nu over dat het een debat begint te worden? Mevrouw Pullen-Muis: Nee. De voorzitter: Want dan sluit ik het af en dan geef ik de wethouder even het woord. Mevrouw Pullen-Muis: Nee. Mag ik nog even reageren? De voorzitter: Ja, mevrouw Pullen.
Mevrouw Pullen-Muis: Ja, de heer Bisschop zegt dat dit een debat, dus ik probeer gewoon een verduidelijking te krijgen van de heer Van Rijn, en dat antwoord heb ik gekregen. De voorzitter: Prima, mevrouw pullen. Ik zie nog een handje bij mevrouw Oosting. Nu niet meer. Oké. En bij mevrouw Van den Oord nog. Die gaat nu uit. Dank u. Dan stel ik voor dat in de eerste termijn nu ieder zijn inbreng heeft gehad, er zijn een aantal vragen gesteld. Het is een heel breed onderwerp, dus het is ook logisch dat het gaat om financiën, maar het gaat zeer zeker om de maatschappelijke impact en om de keuzes die er door het college zijn gemaakt en om de keuzes rondom de begroting zijn gemaakt. Dus dat hier veel over gezegd wordt, dat was van tevoren wel duidelijk. Ik weet ook dat het onderwerp nogal verspreid ligt binnen het college. Ik kijk in eerste instantie even naar de heer Reneman om een eerste reactie te willen geven op datgene wat is ingebracht. En ik weet niet of er nog meer collegeleden willen reageren? De heer Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Reneman. De heer Reneman: Na mij zal zeker de heer Zwiers ook reageren omdat natuurlijk een belangrijk deel van de inbreng ook gaat over zijn portefeuille. En daarna zal de heer Zwiers kijken wie van ons college nog verder aan bod komt.
Mevrouw Rutgers: Voorzitter, mag ik even een punt van orde doen? De voorzitter: Punt van orde gaat altijd weer voor. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, volgens mij hadden we in het presidium afgesproken om te proberen om na drie kwartier af en toe eens even pauze te houden. Nou, we zitten alweer een tijdje stil, dus misschien eerst even pauze en dan een reactie van het college? De voorzitter: Ik kijk even rond, als iedereen dat graag wil is dat voor mij geen probleem. Ik had voor mezelf in gedachte van, we wachten de reactie van het college even af. Maar aangezien daar ook meerdere wethouders waarschijnlijk aan het woord, en normaal gesproken duurt dat misschien wel even. Maar wat dat betreft, ik kijk even rond, als het voor de wethouders ook geen probleem is om straks te reageren, gaan we eerst even pauzeren. Maar ik zie nog een aantal handjes bij mevrouw Bouius en bij de heer Koekoek. Mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Ja, nou, ik verbaas me een beetje over, u vraagt om een reactie van het college maar waarop dan precies? Ik wil niet het college de mond snoeren maar we hebben nog geen debat gehad en nu komt er al een reactie van het college. Dus waar komt dan die reactie op? De voorzitter: Ik heb reactie gevraagd op de vragen die gesteld zijn in de eerste inbreng, ook ter verduidelijking, en misschien helpt dat om het debat beter te kunnen voeren. De heer Koekoek: Oké.
De voorzitter: Dus die ruimte die wil ik graag geven aan het college. Mevrouw Bouius? Of zijn de handjes nu … Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, ik had ook een vraag want ik zou wel graag eerst een antwoord van de wethouders willen hebben en dan pauze, want dan kunnen we als fractie eventjes terugkoppelen over dat antwoord.
De voorzitter: Mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, ik zit er precies dezelfde manier in als mevrouw Bouius. De voorzitter: Mag ik dat laatste voorstel toch doen, als de wethouders het enigszins kunnen beperken? En kunnen we dat allemaal nog even volhouden? Ja? Dan geef ik het woord aan mijnheer Reneman. De heer Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wat u allemaal ook merkt is dat het onderwerp van gesprek dat we hebben, en bezuinigen in het sociaal domein, dat gaat niet meer met makkelijke keuzes. Dat is gewoon niet meer mogelijk. En er is altijd pijn, linksom, rechtsom. Het is ook niet zo dat de begroting van Hoogeveen in de afgelopen jaren, dat daar niet bezuinigd is. En het is ook niet zo dat er niet bezuinigd is op het sociaal domein. Jullie hebben in de afgelopen jaren als raad ook al veel bezuinigd en we hebben ook dat in presentaties aan jullie laten zien. En die bezuinigingen die doen … Die hebben ook effect in de zin van dat er minder uitgegeven wordt, en dat gaat om miljoenen elk jaar minder. En nou ligt een voorstel voor om weer een miljoen te bezuinigen. Dat voorstel dat volgt rechtstreeks uit Schone lei. En Schone lei, het was niet zo dat u in de zomer slecht bent geïnformeerd, in Schone lei stond dat een miljoen haalbaar moest zijn in 2021, en dat vindt ook het college. Dat hebben we gevonden en dat voorstel ligt ook voor.
Bij de begrotingsbehandeling heeft het college niet gezegd dat een taakstelling van anderhalf miljoen haalbaar was. Er is een heel gesprek geweest binnen het college, wat te doen met die half miljoen extra, en dat waren wij allemaal, inclusief onze voorzitter. En wij waren er niet zeker van dat die taakstelling van een extra half miljoen haalbaar was. Sterker nog, wij hebben daarvan gezegd dat die moeilijk haalbaar was. En wij hebben daarbij de formulering gebruikt dat het geen taakstelling maar een doelstelling zou zijn. Dus wij hebben ook nooit afgevaardigd of afgezegen dat wij dachten dat die half miljoen wel haalbaar was. Het is ook niet zo dat wij na drie, vier maanden ineens achter onze oren krabben en denken van, ja, ja, we waren toch wel heel erg optimistisch, dat is niet zo. Wij waren vanaf acquit pessimistisch. Maar wij wisten ook niet zeker of je dat niet zou kunnen doen. Gegeven de hoeveelheid geld die er omgaat in de Jeugd, is het moeilijk voorstelbaar dat het niet haalbaar zou zijn, maar het blijkt onhaalbaar. Vanuit het college is die miljoen ook hard, dus wij zullen ook altijd aan de gemeenteraad vragen, als je dat miljoen niet opbrengt en Schone lei daarmee amendeert, dan moet er ook een alternatief voor komen. En ik zeg u al, dat wordt heel moeilijk. Dat alternatief zit niet in het sociaal domein want dat heeft het college voor u gedaan.
En wat belangrijk is om u te realiseren, u wil dan ingrijpen in het lopende jaar 2021. En dat was ook voor de taakstelling die wij hadden op te brengen vanaf 1 januari, een van de belangrijkste beperkingen waarom het zo moeilijk is om dat geld te halen. Dat is ook een reden waarom we niet per definitie pessimistisch zijn over taakstellingen in de toekomst. Maar voor nu is het moeilijk om in de lopende begroting in te grijpen, en ik denk zelfs onhaalbaar. En het gevoel dat u heeft dat u met de rug tegen de muur gezet wordt, dat heeft het college ook dan. Maar we staan met zijn allen met de rug tegen de muur, en ik merk aan een aantal van u dat u zoekt naar een nooduitgang, maar die is er niet. Als u zegt, wij gaan de taakstelling nog verder afschalen, dan zullen wij vanuit het college eendrachtig Schone lei, de opdracht die wij van u hebben gekregen, toch van u gaan vragen om die voor 2021 verder in te vullen. En wij denken dat dat niet mogelijk is. Er wordt niet met potjes gewerkt of iets dergelijks, het voorstel wat u voor u heeft, gaat gewoon in op het afschalen van de taakstelling van 1,5 naar 1 miljoen, punt. Wat we wel hebben willen zeggen is dat binnen de begroting van het sociaal domein, er ook voordelen aan zitten te komen. Natuurlijk gaan die naar de algemene reserve, die worden niet een op een doorvertaald naar het sociaal domein.
En natuurlijk worden die via de algemene reserve verrekend met alle voor- en nadelen die er zijn. Daar komen wij bij de Gem-Rap bij u op terug, en daarna bij de Jaarrekening over 2021. Dus wij werken conform Schone lei, wij romen alle voordelen af, die gaan allemaal naar de algemene reserve en die verrekenen we vervolgens met de nadelen die er zijn. Dus wij handelen conform Schone lei, zowel in de omvang van het bedrag, namelijk 1
miljoen, als in de manier waarop we met voordelen omgaan. Het enige wat we wel tegen u wilden zeggen is, dat het niet kommer en kwel was, wat ik net ook al zei. Wij hebben heel hard moeten werken met elkaar om dat miljoen op tafel te krijgen. En ik wil ook echt dat u zich ervan doordrongen bent dat wij heel hard hebben overwogen, en wij hebben heel zorgvuldige kaders neergelegd waarmee we afgewogen hebben wat verstandig is en wat niet verstandig is. En u heeft ook voor een deel dat afwegingsproces meegekregen, omdat wij u al in een eerder stadium betrokken hebben bij onze afwegingen en u heeft ook gezien dat een aantal voorstellingen is afgevallen. Dat geeft ons ook de zekerheid dat we nu niet met maatregelen aankomen waar we later spijt van krijgen omdat we in het herontwerp andere keuzes maken. Het afwegingsproces dat wij hebben gedaan is zeer zorgvuldig geweest en is buitengewoon gebalanceerd. En ik denk dat u met een gerust hart deze bezuinigingen zou kunnen aanvaarden, en niet dat we dan over een jaar weer met een heel ander idee over het sociaal domein te werk gaan. Een aantal van u heeft ook gevraagd van, hoe staat het eigenlijk met het herontwerp van het sociaal domein? Nou, wij zijn al met u, zijn wij al het gesprek aangegaan over het herontwerp van het sociaal domein. De komende maand gaan we met het veld in gesprek over het herontwerp van het sociaal domein.
En wij hopen voor de zomer met u met een visie te komen op het sociaal domein, die geënt is uit principes die we opgehaald hebben bij u, bij het veld en bij onze eigen experts. Dus dan komen we daar voor de zomer met u ook nog over te spreken. Een aantal van u vraagt, heeft ook gevraagd van, bepaalde punten wel en andere punten niet, om een raadsbesluit vragen. Nou, wij hebben daar in het college wel ook over gesproken. En, ja, wat ons betreft moet u als raad echt wel besluiten om niet door te gaan met die 1,5 miljoen maar met 1 miljoen. Wij vinden dat belangrijk dat u dat doet, en dat met open ogen doet. En per onderwerp zitten er ook allerlei deelbesluiten die u als raad moet nemen. Maar dan begreep ik dat in de meerkostenregeling, dat daarbij door de cliëntenraad of door de adviesraad sociaal domein, een van die twee, op gereageerd is. Maar die meerkostenregeling zit nu niet in pakket, daar hoeft u dus ook geen besluit over te nemen, en daarom vragen we u ook niet om daar een besluit over te nemen. Ik wou nog iets zeggen over de dynamiek in het college. U moet er volledig op vertrouwen dat wij in alles gezamenlijk optrekken en dat wij ook op 8 oktober niet begonnen zijn met een blanco idee. Wij zijn allemaal ervaren wethouders, wij hebben allemaal onze taxaties gemaakt over die bezuinigingen, en we hebben niet onwetend tegen iets haalbaar gezegd of uitvoerbaar.
Het enige wat wij gezegd hebben is, 1 miljoen is uitvoerbaar. Daar zat de Schone lei onder, een half miljoen is een moeilijk uitvoerbaar, is moeilijk haalbaar en die kunnen we niet aanvaarden als een taakstelling maar die kunnen we alleen maar zien als een doelstelling. Voorzitter, het lijkt me goed als nu Jan Zwiers ingaat op de vragen en opmerkingen en kanttekeningen die geplaatst zijn bij zijn portefeuille. De voorzitter: Dank u, mijnheer Reneman. De heer Zwiers wil graag reageren. Ik ben me echt wel bewust dat we hier nu wel al even zitten, en ook die afspraken hebben we gemaakt. Maar als voorzitter zoek ik echt even naar een natuurlijk moment om dat even te kunnen pauzeren. En dan hoop ik ook dat de heer Zwiers zich kan beperken tot even de belangrijke dingen om ons mee te geven voor het debat. Mijnheer Zwiers, aan u het woord. De heer Zwiers: Dank je wel, voorzitter. Ben ik goed te verstaan? Ik denk het wel hè. Ja, voor mij een drietal punten, om ze maar even zeg maar kort te benoemen. De individuele inkomenstoeslag, de reintegratievoorziening en de brief van de cliëntenraad, dat zijn eigenlijk in hoofdlijnen de zaken waar vragen over gesteld zijn. En ik wil u eigenlijk eerst even meenemen in een aantal waarnemingen, zonder dat ik wil oordelen over goed of fout of impact van regelingen, want die zullen er ongetwijfeld wel zijn.
Als we kijken naar die individuele inkomenstoeslag, dan realiseren we ons dat 75 procent teruggang, dat dat inderdaad die 100.000 euro op zou kunnen leveren. Hoe zit dat dan in bijvoorbeeld een gemeente die vergelijkbaar is met onze? Een gemeente waarin ook veel, nou ja, sociale problematiek is. Een gemeente waar het gemiddeld
inkomen laag is, waar we veel uitkeringsgerechtigden hebben. Ja, dan kijk je eens een keer naar bijvoorbeeld een gemeente Almelo, en ja, daar is, daar wordt gerekend met bijstandsnorm van 101 procent en vijf jaar, waarin je een laag inkomen moet hebben. En daar zijn de bedragen respectievelijk 115, 185 euro. Ik neem hem mee in die waarneming omdat ik denk dat het waardevol is om dat te vergelijken. Ik zie ook dat als we kijken naar bijvoorbeeld plattelandsgemeenten, dat we daar een andere waarneming doen. Maar daar is het aantal uitkeringsgerechtigden op de duizend inwoners ook aanzienlijk lager. Dus ik denk dat dat iets is wat u zich moet realiseren. Het geld wat wij nodig hebben in Hoogeveen om inkomensvoorzieningen op te bouwen, dat is beperkt als het gaat om het aantal mensen waarover we dat moeten verdelen. Dus dat is ook de reden geweest dat we gezegd hebben, ja, we moeten daar misschien wel heel kritisch in zijn. En vanuit die overweging hebben wij ook gezegd dat deze bezuiniging, deze verlaging, dat die in ieder geval aan u op deze manier moet worden aangeboden. En dan is het natuurlijk de politiek die daarover gaat, maar wel met de restricties wat mij betreft ook zoals wethouder Reneman ook heeft aangegeven zopas.
Als het gaat om die reintegratievoorziening, daar moeten we in ieder geval van constateren, en zo staat die ook in het voorstel, dat die in eerste instantie incidenteel alleen voor 2021 wordt ingezet. En ik weet niet of u dat ook opgevallen is maar dat staat onderaan bladzijde 7 van het voorstel. Dus dat wilde ik jullie in ieder geval meegeven. En of daar effecten van te verwachten zijn, dat is de vraag. Dat kan. Het is niet uit te sluiten, maar wij denken, we hebben het opgenomen en wij denken dat dit ook een mogelijkheid is om de bezuiniging te realiseren. Ja, ik wil daar ook op dit moment niet veel meer over zeggen want dat is gewoon wat het is. We hebben die miljoen te halen, dit zijn de knoppen waar we aan kunnen draaien voor de Participatie, en veel meer is er ook niet. Er waren nog wat vragen over de brief van de cliëntenraad. Laat ik beginnen te zeggen dat, er werd al even over de toon gesproken, ik denk dat we daar goed uit zijn gekomen. Was dat niet het geval geweest, laat ik maar heel hardop zeggen, dan was de cliëntenraad bij mij ook niet meer welkom geweest. Want zo simpel is het. Op deze manier met elkaar in gesprek gaan heeft ook niet zoveel zin. Maar de cliëntenraad is gewoon op bezoek geweest. En dat sier ze en dat is ook prettig. We hebben niet met de volledige cliëntenraad gesproken maar wel met het dagelijks bestuur van de cliëntenraad.
En we hebben daar ook een afspraak over gemaakt, dat we ook met elkaar in gesprek blijven maar dat de toon daarin wel een andere zal zijn dan in de brief. En ik denk dat dat ook verstandig is, en ik denk dat dat ook realistisch is. Met wel ook van mijn kant alle begrip voor de mensen die, nou ja, die de bezuinigingen treffen, en dat zijn wel de minima. Dus daar heb ik ook begrip voor, ik heb ook begrip voor emoties, die emoties die mogen er ook best een keer zijn. Maar op een gegeven moment moet je ook weer tot bezinning komen en zul je met elkaar weer het constructieve gesprek moeten kunnen voeren. En ik denk dat dat best kan, in ieder geval met het dagelijks bestuur. En we hebben ook afgesproken dat we elkaar vaker zullen zien, en niet alleen maar bij gevraagde adviezen. Dus dat is even wat ik toe te voegen heb, voorzitter. De voorzitter: Dank u, wethouders Zwiers. Ik kom nu toch aardig wat in gewetensnood met betrekking tot de pauze. Ik zie namelijk ook dat mevrouw Tabak haar handje heeft opgestoken, en ook de heer Ten Kate is ondertussen in beeld gekomen, dus die wil ook nog iets zeggen. En ik kreeg hier in deze zaal door dat ook de burgemeester nog twee tot drie minuten, waarschijnlijk vier minuten nodig heeft.
Dus als u daar geen bezwaar tegen heeft, ik kijk even naar de wethouders en naar de burgemeester, kunt u dit bewaren tot over tien minuten? Dat wij dan hier met jullie starten. En vervolgens, of een kwartier, en vervolgens daarna het debat kunnen gaan doen. Is dat afgesproken? Dan gaan we even de vergadering schorsen voor vijftien minuten, en beginnen we daarna weer. Tot straks. De voorzitter: Welkom terug. Ik hoop dat u allen voldoende tijd heeft gehad, ik zie nog niet alle camera’s weer aangaan. Maar toch zo langzamerhand is iedereen weer bij de les. We proberen natuurlijk een redelijke eindtijd te halen, dat ligt in zijn geheel aan u en aan het debat wat gevoerd wordt. We hebben een aantal
punten opgeschreven maar we gaan eerst verder met de beantwoording van het college. En dan kijk ik eerst even naar mevrouw Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zie dat dit pakket aan maatregelen, dat dat pijn doet bij iedereen. En ik voel die worsteling ook en deze worsteling hebben wij ook doorgemaakt. Maar onze opdracht was conform Schone lei, zoek een miljoen bezuinigingen voor nu, en deze opdracht is nog verzwaard op 3 december met een half miljoen als doelstelling voor de Jeugd. En daarmee zijn wij aan de slag gegaan. En voor wat betreft de Wmo was onze conclusie al vrij snel, nou deze citroen is echt uitgeknepen en de schil is door de shredder gegaan, dat is waar we nu staan als het gaat om de Wmo. Een aantal van u heeft ook gevraagd van, ja, wat hebben jullie nou eigenlijk precies gedaan aan bezuinigingen de afgelopen jaren? Nou, er is al heel veel gedaan aan bezuinigingen. Als je kijkt naar de Wmo is er al 2,5 miljoen euro bezuinigd. En dat is gebeurd door herindicatie van huishoudelijke hulp, door meer inzet van voorliggende voorzieningen, door kritische indicatie van Wmo-begeleiding, door versobering van de meerkostenregeling, door afbakening van Wmo en Wlz, en door scherper toezicht en nog meer maatregelen. Dus daar is echt al heel veel gedaan in twee jaar tijd. Dat even ‘…’ is.
Verder wil ik nog graag even ingaan op de rol van de adviesraad en als het gaat om mijn portefeuille, dan heb ik vooral te maken met de adviesraad sociaal domein. We hebben de adviesraad betrokken bij dit pakket, toen hebben we rijp en groen wat we hadden geïnventariseerd voorgelegd. En op basis van het advies, onder andere het advies voor de sociaal adviesraad, hebben wij ook gewoon gezegd van, nou ja, jullie hebben gelijk op een aantal onderdelen bijvoorbeeld het bezuinigen op Mantelzorg-Vitaal, de adviesraad heeft ons ervan overtuigd dat het niet verstandig was om die te laten staan, omdat je vroeg of laat daar meer kosten gaat krijgen als je daarop gaat bezuinigen. Mevrouw Pullen die haalde dat ook al even naar voren. Dus die adviesraad, en voor wat betreft de adviesraad sociaal domein, zitten zij echt wel … Er zijn, die hebben een andere werkwijze dan de adviesraad, cliëntenraad. We krijgen heel goed onderbouwde adviezen en er wordt serieus werk van gemaakt, en we hebben hele goede gesprekken op de inhoud. En dat resulteert dus in dat je soms gaat bijschaven aan de hand van wat zo’n adviesraad inbrengt. En die werkwijze, ik spreek even voor mezelf maar ik weet dat wethouder Ten Kate, die zit in hetzelfde overleg, dat vinden wij erg prettig en wij hopen ook zo de komende tijd met de adviesraad door te kunnen gaan. Er is een vraag gesteld over de tilliften pool.
Er werd gesteld dat dat in 2015 blijkbaar al het idee was. Nou, dat is ons niet bekend. Er is wel in die tijd iemand geweest die heeft gezegd, zou dit een idee kunnen zijn? Vervolgens is daar een verkenning over gedaan, en nou ja, dat heeft toen niet geresulteerd in uitvoeringen, dat gaan we nu dus wel uitvoeren. Als het gaat om de meerkostenregeling, deze stond dus in het eerste stuk dat naar de adviesraad ging. Maar dat was abusievelijk want die meerkostenregeling, het nog verder versoberen van die meerkostenregeling, is nu niet een bezuinigingsmaatregel omdat die nu niet uitvoerbaar is. Dan hadden we die namelijk in oktober al moeten aanvinken als bezuiniging. Dus die is gewoon nu niet uitvoerbaar. Willen jullie hem voor het volgende jaar inboeken, dan moeten we in oktober besluiten om deze verder te versoberen. Maar voor nu was het dus geen bezuinigingsmaatregel. Tenslotte wil ik graag nog wat zeggen over de paradigmashift, dat wij hebben gedoogd tot herontwerp. Die paradigmashift is nodig, want als je geen geld hebt kan je ook geen beleid uitvoeren. Maar de paradigmashift is niet, en dat wil ik echt natuurlijk hier benadrukken, is geen kip met gouden eieren. Net zomin als een kerntakendiscussie. Want ook met een paradigmashift, ook met een kerntakendiscussie, zal je linksom of rechtsom hele pijnlijke keuzes moeten maken.
Dus die voorkom je niet door dit soort thema’s naar boven te halen als een antwoord op de problemen want het is geen antwoord. Het is ook geen verzachten van pijn hè. Een pijnlijke maatregel blijft voor degene die het treft pijnlijk, ook al doe je hem vanuit een inhoudelijke visie, of je doet hem vanuit een financiële visie, de pijn voor de betrokkenen is hetzelfde. Dus dat is wel iets wat we even goed tussen de oren moeten hebben in ons verwachtingspatroon. De paradigmashift veronderstelt dat er tal van keuzes te maken zijn in het sociaal domein straks, maar dat is natuurlijk ook niet waar, jullie voelen nu ook al aan, en met dit pakket, dat daar niet
zo heel veel mogelijkheden meer inzitten. Want we zitten nu al op pijnlijke maatregelen. En langer in de tijd hebben we wel meer mogelijkheden, maar ook dat zullen pijnlijke maatregelen zijn. Dus onder de vlag van die paradigmashift zul je ook pijnlijke keuzes moeten maken. Waarom dan, doen we dan die paradigmashift? Waarom vinden we dat belangrijk? Nou, omdat het beleid niet langer past bij de middelen die beschikbaar zijn, en bij de realiteit, of de Hoogeveense realiteit van de dag. En ik vond wat de heer Sieders zei, vond ik wel een mooie tekst, die zei van, ja, we kunnen niet langer … We kunnen niet, welke gemeente willen we zijn. Je moet eigenlijk toe van, welke gemeente wil je zijn naar een, welke gemeente kan je nog zijn? Dat is wat je gaat doen in die paradigmashift. Wat past nu nog binnen de middelen die wij hebben en wat kunnen we dan nog doen? En dat herontwerp doen we natuurlijk niet alleen voor onszelf, de professionals in de uitvoering moeten ook weten waar zij aan toe zijn en wat wij van hen verwachten in deze omstandigheden. En dat is de fase waar wij nu ook mee bezig zijn, gesprekken met het veld, straks ook gesprekken het burgers en vrijwilligers, en tenslotte zal dat resulteren in een visiedocument. Maar nogmaals, dat visiedocument en de financiële vertaling daarbij, is geen kip met gouden eieren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mevrouw Tabak.
Voordat ik met de heer Ten Kate verderga, ik zie dat het handje van mevrouw Oosting nog steeds op is en ook voor de pauze al op was. Dus ik weet niet of u een bepaalde reactie had, mevrouw Oosting? Mevrouw Oosting: Ja, voorzitter, ik weet niet wat de bedoeling is maar ik had nog een vraag aan de wethouders, of is dat de bedoeling dat we dat aan het eind doen? De voorzitter: Dat was de bedoeling. Dus dan ga ik eerst verder met de heer Ten Kate en dan komen we daarna bij u terug. Mijnheer Ten Kate, aan u het woord. De heer Ten Kate: Dank u wel, voorzitter. Vanuit de portefeuille Jeugdzorg, lijkt me goed om nog een paar punten mee te geven voor het debat. Wethouder Reneman heeft net al het een en ander gezegd over het debat wat we in december in de raadzaal met elkaar hadden over die extra taakstelling/doelstelling van een half miljoen op Jeugd. De woorden die hij zij wil ik nogmaals onderstrepen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik toen in de raadzaal heb gezegd dat als het gaat om de kosten van de Jeugdzorg, dat toch ook een beetje het karakter heeft van een olietanker die probeert de bocht om te krijgen maar dat het moeilijk is om olietankers haakse bochten te laten maken, die woorden kan ik me nog goed herinneren. En de kwalificatie die we daar inderdaad aan gegeven hebben, is die van moeilijk haalbaar.
En daar hoort ook bij, is ook goed om dat nog wel even te beseffen, dat er ook in de Jeugdzorg de afgelopen jaren al de nodige bezuinigingen en maatregelen zijn doorgevoerd. En die hebben ook al behoorlijk effect gehad, en die kun je niet nog een keer inboeken. En dat aan de andere kant een aantal maatregelen, dat je die wel kunt nemen. Die hebben jullie ook in het amendement wat is ingediend, en ook in een motie die onlangs is aangenomen door de raad, ook benoemd. Alleen een belangrijk deel daarvan, het kost ook gewoon wat meer tijd. En dat is natuurlijk net het lastige aan de taakstelling waar het nu over hebben, die valt in de jaarschijf ’20, ’21. Dus de besturingsmogelijkheden zijn daar beperkt en hebben we toen ook al aangegeven. Ik wil nog iets zeggen, dat is nog niet gebeurd, over die 860.000 euro meevaller rondom de compensatieregeling voogdij. Ik doe daar expres even de beeldende accolades bij omdat je daar wel vanuit verschillende optieken naar kunt kijken. Het is geen meevaller in de zin van dat die ons overkomen is. Het gaat over kinderen die onder voogdij vallen en in Hoogeveen in een instelling zitten, en waardoor volgens de huidige regels de lasten in Hoogeveen terechtkomen. We hebben meer dan gemiddeld daar de kosten van.
En daar is niet voor niks een regeling voor in het leven geroepen, en die moet je actief aanvragen, die moet je beargumenteren waarom dat zo is. En dat is vorig jaar gebeurd waardoor we deze inkomsten hebben. Dat zullen we ook komend jaar doen. En de wetgever heeft ook gezien
dat dat een beetje scheef zit en met ingang van 2022 wordt ook de wet gewijzigd waardoor die lasten ook op een andere manier terechtkomen, en terechtkomen niet meer in de gemeente waar het kind in een voogdijinstelling zit maar in de gemeente van herkomst. En dat zal dan vanaf 2022 ook tot lagere lasten leiden. Dus je kunt er een beetje over discussiëren of dit een meevaller is, en zowel een meevaller aan de inkomstenkant of aan de lastenkant, zit er een beetje tussenin. En dat is ook een van de redenen geweest om hem in te boeken, althans het voorstel te doen zoals we nu gedaan hebben. Maar ik wil ook nog iets zeggen over paradigmashift en visieontwikkeling. Als het gaat om de bezuinigingen, maar ik zou eigenlijk voor Jeugd liever willen spreken van maatregelen die we daar nemen, denk ik dat die volledig in lijn zijn met ook eerdere beleidsdocumenten die de raad heeft vastgesteld als het gaat om Jeugd en de visie die daarachter zit. En dan kun je voor Jeugd ook het woord paradigmashift wel aanhangen. Dus dit is niet een incidentele maatregel die we ad hoc nemen, maar die echt wel past in de lange lijn rondom in de visie. En die, deze punten, dat gaat dan eigenlijk om terugdringen instroom, bevorderen doorstroom en uitstroom, heeft u ook zelf in de amendementen en in de moties benoemd, dus die passen daar denk ik ook juist heel erg goed in.
Nog één vraag denk ik, voorzitter, omwille van de tijd maak ik het ook niet langer, de fractie van GroenLinks heeft nog ingebracht het punt van de wachtlijsten. Ik denk dat daar een beetje sprake is van een misverstand. In het aanvankelijk pakket wat we hadden voorgesteld aan de adviesraad sociaal domein, zat ook een maatregel, althans dat we die zouden overwegen, om wachtlijsten in te voeren. Adviesraad heeft daar negatief op geadviseerd. En wij hadden ook al zelf, voordat we met de adviesraad in gesprek gingen, waren we tot de conclusie gekomen dat die om allerlei redenen nu niet wenselijk is. En dat is ook in het gesprek met de adviesraad goed besproken. De adviesraad had abusievelijk opgevat dat de doorstroom, waar mevrouw Van Hien het over heeft, ook tot wachtlijsten zou leiden, dat is niet het geval. Is ook zo besproken met de adviesraad. En sterker nog, op de iets langere termijn leidt het tot juist een verkorting van de wachtlijsten. Dus het is niet zo, zoals mevrouw Van Hien zegt, eerst langer, dan weer korter. Nee, het heeft geen effect en op de korte termijn, op de lange termijn juist korter. Ik denk, voorzitter, dat dat voor nu voldoende is. De voorzitter: Dank u, mijnheer Ten Kate. Dan geef ik als laatste van het college het woord nog even aan de burgemeester.
Ik kan me herinneren dat er ook iets over de rol van de burgemeester bij een van de raadsleden werd gevraagd. Gaat uw gang. De heer Loohuis: Ja, dat is even een reactie op de heer Bisschop want hij was degene die die vragen ook stelde, en daarbij haak ik maar even aan in wat de heer Reneman net al in de eerste termijn als wethouder namens het college zei, dat is dat er gewoon geen licht zit in de opdracht die wij als college voeren. Namelijk, binnen de kaders die de raad vaststelt, met ons werk bezig te zijn en dat ook vooral gezamenlijk te doen, en daarin kennen wij geen individuele uitschieters naar binnen en beneden en boven. Maar dat betekent dat het voor ons allemaal gezamenlijk, dat geldt voor de wethouders maar voor de voorzitter, verantwoording voelen om een invulling te geven aan die kaders en daar ook de raad over te informeren. En op eerdere tijdstippen dan we gewend waren, namelijk in het begin van dit soort processen en ook de raad meenemen in die processen, dat is een belangrijke taakstelling van het college en ook van uw voorzitter. En dat betekent ook dat de raad natuurlijk in de vrijheid heeft om die kaders te bediscussiëren, dat gebeurt nu ook op onderdelen, en dat is de vrijheid van de raad.
En het college heeft dan weer de taak om nadrukkelijk, en dat ziet u ook in de reacties gebeuren, om natuurlijk aan te geven dat als er over de kaders wordt gesproken, dat die kaders ook wel heel helder en duidelijk moeten zijn. Want hoe helderder en duidelijker ze zijn, hoe beter ook de opdracht invulling gegeven kan worden, en dat is dan weer een taak van de raad. Dat wou ik er nog even aan toevoegen, voorzitter.
De voorzitter: Dank u, burgemeester Loohuis. Ik had beloofd voor een aanvullende vraag even terug te gaan naar mevrouw Oosting Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat is eventjes over de opmerking die wethouders Zwiers maakte, dat die aangaf van, ja, ik wil u de waarneming meegeven. En nou heb ik niet verstaan om welke gemeente het ging maar dat is feitelijk ook niet relevant. Maar ik heb het volgens mij wel goed gehoord dat die aangaf van, ja, daar wordt 101 procent van de bijstandsnorm gehanteerd. Ja, toen dacht ik van, oké, maar wat is nu dan de boodschap van de wethouder, wat wil hij meegeven? Want ik bedoel, een waarneming van 101 procent, dat roept bij mij alleen maar op van, dat het in die gemeente dan nog triester dan triest is gesteld. En als aanvullende vraag, heeft de wethouder dan ook gekeken wat het gemiddelde in Nederland is? Want we hebben natuurlijk ook heel veel gemeentes met 110 procent van de bijstandsnorm, 120 procent, we hebben zelfs gemeentes met 130 procent. Dus hoeveel procent van de gemeentes zit op de bijstandsnorm van 101 procent? De voorzitter: Wethouder Zwiers, zou u daar kort op kunnen reageren? De heer Zwiers: Ja, dat kan, voorzitter. Het is zo dat ik natuurlijk niet elke ‘…’ heb onderzocht, ik heb naar de omliggende gemeenten gekeken.
En ik heb net gezegd dat er onderscheid valt te maken tussen gemeenten met meer of minder sociale problematiek. En ik heb het vergeleken met de gemeente Almelo, even voor de helderheid, daar heb ik naar gekeken. En ik heb ook gezegd dat er uitschieters zijn naar de andere kant, maar dat zijn veelal ook plattelandsgemeenten, moet ik zeggen, als het gaat om de omliggende gemeenten. Dat kunt u zelf ook nakijken uiteraard, maar dat is mijn waarneming. En die waarneming wilde ik met u delen. Daar hoeft u verder niks mee, misschien kunt u er ook helemaal niks mee, dat moet u zelf natuurlijk bepalen, maar het is wel mijn waarneming. En dat zegt ook iets over, ja, het is aan u om te kijken van, goh, hebben wij in de afgelopen jaren boven onze stand geleefd, op onze stand geleefd of onder onze stand geleefd in dat verhaal? En dat is geheel aan u om daar zeg maar een mening over te vormen. Volgens mij is daar ook de debatronde straks voor bedoeld. De voorzitter: Dank u, mijnheer Zwiers. Om te voorkomen dat het een hele lange vragenronde wordt, ik zie nog twee handjes, en die twee zou ik even kort het woord willen geven. Als eerst mijnheer Sieders van GemeenteBelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had een korte aanvullende vraag aan de heer Ten Kate, over die maatregel voogdij waarin wordt aangegeven dat we dat actief moeten aanvragen en dat dat vorig jaar is gebeurd.
Kan ik daaruit concluderen, of de vraag is eigenlijk, had het in de jaren daarvoor ook moeten gebeuren, is dat gedaan en zijn wij misschien daardoor gewoon echt geld misgelopen? Dat was de vraag. De voorzitter: Mijnheer Ten Kate. De heer Ten Kate: Ik wil niet op mijn geweten hebben dat ik uitspraken doe waar ik later weer spijt van heb, ik weet het gewoon niet dus dat moet ik echt even navragen voor de zekerheid. Dat kan ik u laten weten voor het volgende debat. De voorzitter: Dank u. Het is natuurlijk een onbevredigend antwoord maar dat komt later. Dan mijnheer Bisschop.
De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik had even twee dingen, we hebben de band even teruggeluisterd over de taakstelling, doelstelling, wat wethouder Reneman eigenlijk zei. En wethouder Reneman heeft aangegeven richting voor zeg maar het besluit wat genomen werd in zijn advies, als de taakstelling verhogen op half miljoen en wordt gebruikt om naar sparen toe te brengen, is het geen risico en is het haalbaar. Als er een andere bestemming aan wordt gekoppeld, zoals het verlagen van de ozb-verhoging, dan wordt die weer teruggezet naar de begroting en dan is het wel een risico. Zo is het letterlijk gezegd door de wethouder. Dus taakstelling, doelstelling is voor mij dan even heel erg onduidelijk. Volgens mij zijn wij kaderstellend en in een amendement hebben we die taakstelling neergelegd. En de tweede opmerking die ik eigenlijk nog wil maken is ten aanzien van wat de voorzitter van het college vertelde, volgens mij was de taakstelling heel helder en duidelijk in die amendement van CDA, SGP en GemeenteBelangen. Dat was het. De voorzitter: En u wilde nog iets van de wethouder weten? De heer Bisschop: Ik wou van de wethouder weten van hoe die dan de uitleg taakstelling, doelstelling ziet? De voorzitter: Wethouder Reneman neem ik aan? De heer Bisschop: Ja. De voorzitter: Aan u het woord.
Is de wethouder nog aanwezig? Of toevallig even niet in de buurt van … Anders komen we er zonder meer in het debat nog even op terug denk ik. Zullen we dat maar gaan doen, dus nemen we deze opmerking van doelstelling 8 … Ik zie in één keer … De heer Reneman: Ja, ik ben er. De voorzitter: Mijnheer Reneman is aanwezig. U hebt ook de opmerking van de heer Bisschop meegekregen, en kunt u daarop reageren? De heer Reneman: Zeker, maar mijn microfoontje stond uit, ik denk dat dat de magie is van de voorzitter, voorzitter. De voorzitter: Nee, de voorzitter komt nergens aan, mijnheer Reneman. De heer Reneman: O, oké, dan had ik u weer buitengewoon machtiger ingeschat dan u werkelijk bent. Nee, ik herinner me dit precies ook en de heer Bisschop verwoordt ook precies waar het begrotingsrisico in gelegen had als die 5 ton gebruikt was om die in te zetten voor, nou ja, verdere verlaging van de ozb-verhoging, dat is ook precies wat er gebeurd is. Wij herinneren het ons zo dat wij die taakstelling als moeilijk uitvoerbaar hebben geclassificeerd, en dat wij een poging wilde wagen om het te kijken of het haalbaar zou zijn. Maar wij wilden ons daar niet op vastleggen, vandaar die frasering van doelstelling, taakstelling. Maar ik denk dat die in zijn aard en in zijn uitleg ook wel duidelijk is nu. De voorzitter: Prima. Mijnheer Reneman, bedankt.
Ja, ik had daarnet aangegeven nog een tweetal mensen met … Maar ik zie de heer Peter Koekoek een handje, is dit een aanvulling op of kan dit wachten tot in het debat waarin het onderwerp waarschijnlijk nog weer aan de orde komt? Mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Nee, dit is een aanvulling op, want er worden nu dingen gezegd die gewoon niet kloppen. Er wordt gezegd dat die 5 ton extra bezuiniging op Jeugd, is gestopt in een verlaging van de ozb-verhoging. Dat is gewoon niet gebeurd, dus dat wil ik even rechtzetten.
De voorzitter: Dank u voor deze toelichting. Dan stel ik voor … De heer Reneman: Voorzitter? Voorzitter? Wat de heer Koekoek zegt, klopt. De voorzitter: Met ondersteuning van de wethouder Reneman, dat dus de 5 ton niet is gebruikt om de ozb te verlagen. Heb ik dat zo goed verwoord? Mijnheer Ten Kate. Ja. De heer Ten Kate: Ja, ik denk, we hadden even snel appcontact, ik heb inmiddels een antwoord op de vraag van de heer Sieders of wij eerder in aanmerking hadden kunnen komen voor de compensatieregeling ‘…’, en het antwoord is nee. Wij kwamen daar niet eerder dan over het jaar 2020 voor in aanmerking. 2019 denk ik, of in ieder geval niet eerder dan we het aangevraagd hebben. De voorzitter: Prima. Mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik verstaanbaar ben want ik hoor het zelf galmen. De voorzitter: Volgens mij gaat het nog prima. Mevrouw Oosting: Oké. Ja, ik heb de opmerking van de heer Koekoek gehoord, ik neem aan … Gaat het wel of niet goed? Niet. Mevrouw Rutgers: Nee, er zit echt een enorme galm op. De voorzitter: Ik word mij hier aan linker- en rechterzijde gezegd dat het hier niet wegkomt, maar gaat u nog maar een keer proberen, mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, ik probeer het opnieuw. Als het niet goed gaat, dan graag even direct aangeven.
Ik hoor de heer Koekoek zojuist de opmerking maken over de afstorting in de algemene reserve van het geld wat is aangewend voor de ozb, dat dat niet klopt. En ik hoor vervolgens de wethouder zeggen dat de heer Koekoek daar gelijk in heeft. Ja, dan hebben we nu dus wel een punt voorliggen, wat mij betreft, want die dacht namelijk dat die motie werd ingediend, door CDA, GemeenteBelangen en met ondersteuning van het SGP, waar Partij van de Arbeid en de VVD zich uit terugtrokken hebben. Diezelfde middag werd door wethouder Reneman aangegeven dat op het moment dat de taakstelling op de Jeugdzorg zou worden aangenomen, dat dat geld zou worden aangewend voor de verlaging van de ozb. Dus ik vind dit wel oprecht bijzonder, en ik zou daar ook graag duidelijkheid over willen en ik hoor ook graag van mijn collega Bisschop van de VVD hoe die daarin zit? De voorzitter: Het is … Ik had het wel opgeschreven, het aanspreken van de drie partijen op deze stap, als debatpunt, want volgens mij was dat ook door u ingediend. Dus we zouden ook kunnen beslissen om meteen het debat, om daarmee te beginnen, met dat punt als debatpunt het gaan doen, zodat we dan ook vervolgens de andere onderwerpen want ik denk dat we hier anders wel even discussie krijgen. Of u wilt gewoon nadere … Ik zie u nu echt letterlijk zwaaien, mevrouw Oosting, gaat uw gang.
Mevrouw Oosting: Nou, dat klopt, voorzitter, want ik vind dat namelijk nogal iets, dat een wethouder nu in deze raadsvergadering volstrekt iets anders zegt dan op de middag voordat de motie werd ingediend. Dus ik wil daar … Dat is een belangrijk punt, ook die voorligt in deze vergadering, en wordt nu door dezelfde wethouder van twee verschillende antwoorden voorzien en daar moet eerst duidelijkheid over zijn.
De voorzitter: Het lijkt mij toe dat daar prima duidelijkheid over kan komen. Dan stel ik toch voor om de heer Reneman daar even het woord over te geven. De heer Reneman: De amendementenreeks die uiteindelijk aangenomen is, het uiteindelijke amendement waarmee de ozb-verhoging is verlaagd, is een amendement dat op het eind van de avond tot stand is gekomen. Daarin is die half miljoen naar aanleiding van het debat in de gemeenteraad niet in meegenomen. Dat was die middag niet bekend dat dat zou gebeuren. Dus ik heb u oprecht goed voorgelicht, en daarna is oprecht een ander besluit genomen. De voorzitter: Ik stel voor om het even goed mee te nemen in het debat. Ik zie de heer, er was nog een vraag van de heer Oosting, van mevrouw Oosting aan de heer Bisschop. Dus die geef ik daar even de ruimte voor. De heer Bisschop: Goed, kijk in eerste instantie, zoals de Reneman zei van, is dat niet zo gebeurd, in tweede instantie is er een ander besluit in genomen, dat wil wel helder en duidelijk hebben. Want ik steun daar mevrouw Oosting ook in, dat het verhaal van de drie partijen uiteindelijk geresulteerd heeft in het totaalvoorstel om de ozb te verlagen. En ik vind het wel heel schokkend en heel timide van die partijen om nu te zeggen, jongens, dat was niet zo. Dan loop je weg voor je verantwoordelijkheid als partij die je toen hebt genomen.
En dan loop je ook weg voor de verantwoordelijkheid om een sociaal goed beleid neer te kunnen zetten, en dat, dat stuit me nu op dit moment alweer tegen de borst, enorm. De voorzitter: Ik constateer naar aanleiding van deze discussie, dat het debat ondertussen is begonnen. En dat het onderwerp hierin is, hoe, op welke wijze de half miljoen toen is vastgesteld en wat de gevolgen zijn voor het raadsvoorstel zoals het nu voorligt? Wie kan ik daarover het woord geven dan? De heer Koekoek, heeft in ieder geval het handje. Mijnheer Koekoek, aan u het woord. De heer Koekoek: Ja, voorzitter, ik kan het precies voorrekenen, en dat heb ik ook op 3 december gedaan. En ook toen werd er gezegd, ja, maar wij vinden toch dat u dat geld in die ozb-verlaging stopt. Maar dat is gewoon gebaseerd op cijfers, kan ik gewoon aangeven dat dat niet waar is. Wij hebben in de vergadering van 3 december twee voorstellen gedaan die het allebei gered hebben. Het ene voorstel was om minder te gaan sparen omdat er een fout zat in de begroting die toen voorlag, dat is ook gewoon onbekend. Dat minder sparen leverde 1,7 miljoen op. Daarnaast hebben we een voorstel gedaan om minder extra te gaan investeren. Er stonden extra investeringen in Schone lei ter waarde van 50 miljoen maar liefst, dat leverde een winst op door het schrappen van die investeringen van 6 miljoen, in totaal dus 7,7 miljoen.
De ozb-verlaging die wij hebben voorgesteld koste maar 5,2 miljoen. Dus alleen al met die twee voorstellen hielden wij nog 2,5 miljoen over. Dus die hele taakstelling op Jeugd hadden we gewoon niet nodig om de ozb omlaag te krijgen. Dat heb ik u ook 3 december voorgerekend, daar is niks in veranderd. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. Ik geef de andere partijen die hierop werden aangesproken nu ook even de ruimte. Mijnheer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Op dit punt kan ik niks anders doen dan mij aansluiten bij de woorden van de heer Koekoek. Het is die avond meerdere keren uitgelegd. We zijn niet voor niks gaan zitten met wethouder, ambtenaar, om te kijken, is dit doorgerekend, klopt dit op deze manier? Ambtenaren hebben aangegeven, of de wethouder, sorry, heeft ook aangegeven, die 0,5 taakstelling willen we ons best voor doen maar wij vinden hem heel moeilijk dus we willen niet dat die wordt meegenomen voor de ozb-verlaging. Wij hebben ons daar geschikt, dat hebben wij ook verteld, het verhaal is niet mooier en niet lelijker dan dat. Het is gewoon zoals het toen is verteld, zo staat het nu nog.
De voorzitter: Dank u, mijnheer Sieders. De heer Van Rijn, ook wilt u hier nog iets op aansluiten. Daarna stel ik wel voor om uiteindelijk weer terug te komen bij het raadsvoorstel dat er voorligt. Mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mevrouw Oosting en de heer Bisschop van de VVD, die komen er telkens op terug als zou dat amendement van die Jeugdzorg, die taakstelling, dat zou gebruikt zijn voor de ozb-verlaging. Nou, niets is minder waar. De heer Koekoek heeft het net nog weer helemaal voorgerekend, die ozb-verlaging is alleen maar tot stand gekomen uit het financieel domein, heeft niks met het sociaal domein te maken. Punt twee is, ja, maar dan zeggen ze, ja maar dat geld wat eventueel met die taakstelling zou gehaald worden, dat moet dan in de algemene reserve gestort worden. Dus zij zijn met geld wat sociaal domein in de taakstelling gehaald wordt, zijn ze de algemene reserve daarmee aan het opplussen om daarmee aan die 18 procent solvabiliteit te komen, om dat daar in orde te maken. Nou, niks is minder waar maar die hele taakstelling is alleen maar bedoeld geweest, en nu snappen wij ook waarom het nu niet kan, maar die is alleen maar bedoeld geweest als een soort stok achter de deur, let op jongens, er moet wat gebeuren daar met Jeugdzorg.
Wij willen de zorg niet minder hebben, er moet gewoon volledige aandacht, maar het kan financieel wel anders, dat is alleen de doelstelling geweest van die amendement voor die taakstelling. En dan even op antwoord van de vragen de Partij van de Arbeid, de ChristenUnie en, o ja, de VVD, hoe wij er nou tegenaan kijken. Dat wij zeg maar die amendementen gesteund hebben, dat die ozb-verlaging is geweest. Nou, ik ben er heel blij mee dat we dat zo hebben voor elkaar kunnen krijgen. Mijnheer Bisschop, wat dacht u als deze ondernemers die nu in de corona vooral in de horeca, het zo moeilijk hebben, die behoorlijke panden hebben, die behoorlijke ozb moeten betalen, als dit erbij was zou dit net de druppel kunnen zijn die de emmer deed overlopen, dat zij … Mevrouw Rutgers: Voorzitter? De heer Van Rijn: Failliet zouden gaan. Dus wij zijn heel blij … Mevrouw Rutgers: Voorzitter, punt van de orde, dit heeft niets meer met het raadsvoorstel te maken. De voorzitter: Dat ben ik met u eens, mevrouw Rutgers, dus zou u willen afronden, mijnheer Van Rijn? De heer Van Rijn: Er wordt mij gevraagd, er wordt ons gevraagd waarom wij, of hoe wij ertegenaan kijken, hoe wij ertegen daarvoor. Nou, zo kijk ik ertegenaan, heel goed dat wij dat toen gedaan hebben. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Graag gedaan, mijnheer Van Rijn.