Verslag gemeenteraad 22 juni 2021
Tekst van het document
Of heb ik dat mis? De heer Brouwer: Dat kan inderdaad wel, alleen je hebt natuurlijk geen garantie dat die bestemmingsplanwijziging daadwerkelijk plaatsvindt, dus dat is een risico wat je daarbij loopt. Dus dat zal ook afhangen van de woonwagenbewoners zelf of ze dat willen, dus ook daarin zou het maatwerk zijn. De voorzitter: Voldoende? U sloot in ieder geval af met een vraag, of heb ik het mis, dat is in ieder geval een vraag. Gaan we naar de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, ik heb uit die presentatie begreep ik eventjes iets niet, het gaat over het uitvoeringsprogramma en daar staat de betrokken partijen en gaat het over corporaties en huurdersorganisaties. Moet ik zo voorstellen dat de huurders van woonwagens zich georganiseerd hebben? Want er staat niet verhuurdersorganisaties, er staat huurdersorganisatie of heb ik het verkeerd? De voorzitter: De heer Brouwer. De heer Brouwer: Ja, de prestatieafspraken maken we altijd met de woningcorporaties en de huurdersorganisaties, dus iedere corporatie heeft een eigen huurdersorganisatie die opkomt voor de belangen van de huurders, voor alle huurders en die tekenen mee met de prestatieafspraken, dat is ook zo vastgelegd in de wet. Dus daarom staat er in dit geval dat de huurdersorganisaties daarbij betrokken zijn. De voorzitter: Dank u. Heer Van Rijn, u gaf aan ik heb een viertal vragen, volgens mij komen we dan aan vraag vier.
De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, die vraag vier hoef ik niet meer te stellen, want die was al rede gesteld. Dank u wel. De voorzitter: Fijn om te horen. Ik zag de heer Scheffers en daarna ga ik naar mevrouw Bouius. De heer Scheffers: Ja, voorzitter, ik heb nog even een vraag en dat gaat over de verstening van de locaties waar de wethouder al over sprak. Ik heb begrepen dat dat nou niet ideaal is dat de huidige woonwagenlocaties
versteend worden op de één of andere manier. De vraag is van mij: hoe wilt u dat tegengaan? Je ziet op dit moment, ik noem het maar enorme, uitgebreide woonwagens, die eigenlijk niet te vergelijken zijn met een woning, dus echt helemaal versteend. De vraag is dus van mij hoe wilt u dat tegengaan? Of wilt u dat tegengaan moet eigenlijk de eerste vraag zijn en de tweede vraag is dan hoe wilt u dat doen? Mevrouw Tabak: Nou, volgens mij hebben we een misverstand hier. Er was indertijd van het uitsterfbeleid, zo noem ik het maar even, want dat was het, hè. De tijd waarin er geen nieuwe standplaatsen werden gecreëerd, dat kan je zien als een uitsterfbeleid, is er een tijd geweest dat de corporaties zeiden van wij gaan woonwagens ontwikkelen voor de huurgroep en daar zetten we geen woonwagens op, maar versteende woningen in de vorm van een woonwagen en dat bedoelen we met verstening. En daarvan zegt de doelgroep, woonwagenbewoners zelf, dat is toch geen woonwagen, wij willen gewoon een woonwagen. Dat is wat wij bedoelen met versteende locaties en ik denk dat u iets anders bedoelt.
U bedoelt waarschijnlijk op de grote of de omvang van de wagens die er nu zijn? De heer Scheffers: Nou, het tweede, dat is inderdaad zou, maar voor mij is ook de eerste vraag hoe wilt u die verstening die u bedoelt tegengaan? Kunt u die tegengaan? Mevrouw Tabak: Nou ja, wij moeten prestatieafspraken maken met de corporaties dat dat gaat om huurstandplaatsen met daarop huurwagens en dat moeten we gewoon afspreken, want dat heeft ook alles weer te maken met de betaalbaarheid waar corporaties naar zoeken en de onrendabele top die voor een wagen natuurlijk weer lager is dan voor een versteende variant, maar volgens mij is het wettelijk kader duidelijk over de corporaties. De heer Scheffers: Dat is voor mij nu heel duidelijk geworden. De voorzitter: Fijn dat het heel duidelijk is, heer Scheffers. We gaan eerst naar mevrouw Bouius en dan komen we bij mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: ‘…’ worden. Ga … De voorzitter: U heeft toestemming om aanvullende vragen eerst te gaan stellen, mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Dank u wel, mevrouw Muis. Ik had een aanvullende vraag even op de vraag van meneer Scheffers. Mevrouw Tabak zegt dat de corporaties daar gaan over de verstening van die woningen, als ik het zo mag noemen.
Is dat nog de laatste jaren vaak voortgekomen dat de corporaties die opdracht gaven om versteende woonwagens, ik weet niet of ik het goed uitdruk, maar om die te gaan bouwen? Mevrouw Tabak: Ik hoor net uit betrouwbare bron dat De Vos van Steenwijklaan de laatste locatie is geweest die zo is ingericht. Maar wanneer is dat dan geweest, Kees, weet je dat zo? De heer Brouwer: Dat durf ik niet te zeggen. Mevrouw Tabak: Maar misschien, ik kijk even naar daarachter, jullie zeggen tot 2007? Zeven jaar geleden? Mevrouw De Weerd: Ja, ongeveer zeven jaar geleden. De voorzitter: Voldoende, mevrouw Van Hien? Mevrouw Bouius.
Mevrouw Bouius: Ja, dank u wel, voorzitter. In begin van de presentatie heb ik iets gezien, er stond 102 standplaatsen en toen daaronder 99 huur en 74 koop. Tenminste, als ik het goed heb opgeschreven, maar die kan ik dus niet helemaal plaatsen, want als ik dat bij elkaar optelt dan klopt die 102 niet. De voorzitter: De heer Brouwer, zou u deze rekensom willen uitrekenen? De heer Brouwer: Ja, dat zijn 99 huurstandplaatsen en het getal wat daaronder stond, die 74, geloof ik even uit mijn hoofd, dat gaat over de wagens. Dus 99 huurstandplaatsen, 3 koopstandplaatsen en dan zijn daar 74 koopwagens staan er in totaal, ja. De voorzitter: Het lijkt erop dat het toch allemaal niet zo eenvoudig is met dit beleid, wat dat betreft. Zijn er nog vragen naar aanleiding van de presentatie, gericht aan het college of aan de heer Brouwer? Niet. Dan kan ik me ook herinneren in een ver verleden in een reglement van orde dat er altijd nog even wordt teruggegaan naar de inspreker of alles goed begrepen was en ik vind eigenlijk ook dat alles anders is vanavond, vind ik dat wij nog wel even een mooie, als eind wel even de vraag van wat vond u van deze vragenronde en denkt u dat de raadsleden u goed hebben begrepen? Mevrouw De Weerd. Mevrouw De Weerd: Ja, er was even wat misverstand over de verstening, maar voor de rest is het denk ik wel allemaal duidelijk geworden.
Die verstening vond plaats omdat er inderdaad eigen wagens op stonden in een vrij slechte staat en mensen dus de keus werd gelaten om te blijven wonen zoals ze wonen. Daar heeft één iemand voor gekozen. Als je erlangs rijdt dan ziet u dat ook en die andere mensen hebben er toch voor gekozen om dan maar in een stenen huis te gaan wonen. En ze staan er ongeveer zeven jaar, helemaal exact weet ik het niet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Weerd. Het vervolg van het proces is dat er een debat over zal plaatsvinden op 26 augustus en het besluiten zal gaan op 9 september. 1.4 Sluiting informerende ronde en vergadering De voorzitter: Dan zijn wij aan het einde gekomen van dit informerende blok en sluit ik deze vergadering. Ik dank u allen.