Transcript raadsvergadering 25 mei 2023
Tekst van het document
ondersteunen. Is iets niet duidelijk, dan kan er een vraag gesteld worden en kunnen wij ze helpen. Dus en dan kunnen we dat ook uitleggen en ik vind het wel jammer, dat het soms moet en dat het niet eenvoudiger kan. Maar ja, we hebben vele verordeningen en we hebben vele regels en wetten. Ja, dat is voor ons wel ja, wat problematisch denk ik dan als wij dat allemaal moeten gaan aanpassen. Dus ik zou willen bepleiten, dat daar waar het nu zeg maar, geen vragen oproept in de samenleving, wij hebben ze in ieder geval niet, wij krijgen ze ook niet ja, dat we ons geen werk, geen werk naar ons toe halen wat in principe niet nodig is. En als er onduidelijkheden zijn, dan doe ik graag de oproep aan ondernemers, kom bij ons om duidelijkheid te krijgen. We helpen u graag. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, u wil erop reageren. Mevrouw Rutgers: Nou ja, snap het wel. En we moeten niet aan de slag gaan met iets als er geen issue mee is. Maar als wij als raad al issues mee hebben om dat stuk te doorgronden, kun je je afvragen of het duidelijk genoeg is. En ik was eerlijk gezegd ook wel verbaasd over ja, op sommige punten misschien de achterhaaldheid van het stuk hè. Want bij artikel 2.3, dan gaat het over de verhuur van beelddragers. Nou ja, al googelend kom ik er dan achter, dat daar meer mee wordt bedoeld dan een videotheek.
Maar dan denk ik ja, verhuur van beelddragers, hebben we dat hier nog? Weet je wel. Ja, misschien wordt ermee bedoeld de bibliotheek. Schrijf dan gewoon op, de bibliotheek. Want ja, dat is toch nodeloos complex. Dus dan denk ik: Is er gewoon überhaupt niet naar de actualisatie gekeken? Nou, nee dus. Maar ja, ik las het als raadslid, ik moet het beoordelen of het een goed voorstel is. Dan denk ik ja, volgens mij is het niet geactualiseerd. Nou, dat is dus ook zo en ik heb dat, die slag gemist zeg maar. De voorzitter: Gaan even snel naar de heer Sieders, want die weet volgens mij wat dat is. De heer Sieders: Nee, het gaat er mij voornamelijk om, dat, mevrouw Rutgers geeft nu aan, dat wij hier op dit moment geen verhuurders van beelddragers hebben. Maar volgens mij maken wij verordeningen niet alleen voor wat er op dit moment aanwezig is, maar wat er kan zijn. De voorzitter: Mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Ja, voorzitter. Ik weet niet of het nog mag, maar ik heb een vraag aan de wethouder. Want normaal gesproken heb je bij een verordening ook altijd een toelichting waarin er duiding wordt gegeven van de artikelen en die ontbreekt nu. Zouden eigenlijk graag van het college willen weten, waarom er geen toelichting op deze verordening is. De voorzitter: De heer Zwiers. De heer Zwiers: Er is hooguit een begrippenlijst in dit geval.
Maar ja, ik heb geen weet van, dat er een toelichting is. Dat zou ik moeten navragen, maar ik heb hem in ieder geval niet gezien en volgens mij is die hier ook niet bij aanwezig. Maar dat wil ik wel graag voor u nakijken om dat te bevestigen. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Ik zou graag een duit in het zakje willen doen in de bespreking die u heeft. De verordeningen die wij maken, die worden uitvoerig juridisch getoetst. Dus als u met mekaar op pad gaat om te kijken of u de verordening talig kan veranderen, dan ga ik u ook verzekeren, dan heeft u een blik ambtenaren erbij nodig om dat op een goede manier te doen. Dat is meer werk dan u zo denkt. En we treden ook een
gebied in waar we ook niet allemaal nu expert op zijn. Dus ik vind prima als u daartoe besluit om dat te doen, maar u moet er ook rekening mee houden, dat daar ook een rekening achter vandaan komt. Omdat er echt veel werk in zit. En ik wil u dat toch maar meegeven. Dat is minder vrijblijvend dan het nu lijkt in de discussie. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn, zijn we eigenlijk bij u aangekomen. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter. Ik wou op mijnheer Sieders en mijnheer Meesters nog een keer reageren van, het is een beetje vreemde manier van denken als je zegt van ach, er zijn nog geen klachten binnengekomen. We wachten gewoon eerst af totdat het zeg maar echt voor de dag en dan gaan we eens een keer aan het werk. Dat, regeren is vooruitzien. Je moet gewoon zorgen, dat je je stukken op orde hebt, dat iedereen het kan begrijpen. Hoe vaak hebben we het al niet over SMART gehad hier in de gemeenteraad? Nou, ik vind daar behoort, dit soort stukken horen daar ook wel bij. Mag best even en ik begrijp, dat het juridisch allemaal kloppen moet. Maar er moet toch wel enige vorm zijn en ik ja, niet om, maar ik vond het een vreemde reactie van het college om te zeggen ja, we hebben ambtelijke organisatie en als de mensen het niet snappen, kunnen ze het hier wel even bij ons uitleg komen vragen. Nou ja, ik geloof niet, dat je daarvoor dit soort stukken moet hebben.
Dat moet gewoon voor iedereen klip en klaar zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ja, een vraag aan de heer Van Rijn. Hoeveel budget wil hij maximaal vrijmaken om de ambtenaren aan het werk te zetten en de, dit op te lappen? Maar daar zit natuurlijk een hele bak werk aan wat door de ambtenaren gedaan moet worden, dat kost geld. Want ze kunnen op dat moment geen ander werk doen, terwijl het werk eigenlijk al tegen de klippen oploopt. En ik vind, dat u daarin gewoon te kort door de bocht gaat. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat vind ik eigenlijk nog wel een beetje een beetje moeilijke opmerking. Want kijk ja, die wet, die wet is eigenlijk niet helemaal goed. Maar we hebben nu geen geld om er wat aan te verbeteren, dus laten we maar zo doorgaan. Dat kan toch niet? Oké, je kunt zeggen oké, we hebben nu budget, zoveel. We kunnen, tien procent kunnen we nu effe een beetje verbeteren. Volgend jaar hebben we weer wat budget, kunnen we weer tien procent verbeteren. Maar dan doe je ieder geval alvast wat. En laat dit niet zomaar heengaan alsof het ja, het stelt toch eigenlijk niks voor. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ja, voorzitter. De heer Van Rijn maakt één duidelijke fout in wat hij zegt. Want hij stelt, dat wat er nu ligt, niet goed is.
Dit is juist goed, dit is juist geborgd, dat alles wettelijk ondubbelzinnig uitgelegd kan worden. Daarom is het soms ook zo'n lastige tekst en wat mij betreft stop ik ook verder met deze discussie. Maar het gaat erom, dat dingen juridisch kloppend zijn. Want dat is waarop straks een ondernemer of een andere belanghebbende zijn recht heeft om iets wel te doen of niet mag doen. Daar gaat het om in een verordening. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik heb niet gezegd, dat deze wet is niet goed. Ik heb een voorbeeld van als een wat niet goed. Dat is het eerste. En het tweede is, wij hebben al nu vanavond al diverse onvolkomenheden,
moeilijkheden gevonden hiero in … Ik heb het ook steeds, sommige dingen kon ik ook echt niet begrijpen. Moest je gewoon echt van, wat staat hier? Wat bedoelen ze nou eigenlijk? Nou, ik vind dat daar toch wel een beetje aandacht voor mag zijn, dat we dat een beetje gaan verbeteren. Dat kan stapsgewijs, dat hoeft niet in één keer nu binnen veertien dagen effetjes hier klaar te hebben. Want dat is natuurlijk onmogelijk. Wij vragen geen onmogelijkheden, maar wel dat er aandacht voor is en dat er nou, stapje bij stapje verbeteringen in aangebracht worden. De voorzitter: De heer Zwiers. De heer Zwiers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, staat u mij toe te zeggen, dat de discussie nu wel erg verbreed wordt over het typeren van verordeningen en of ze wel of niet leesbaar zijn. Maar wat wel belangrijk is, mevrouw Koekoek stelde net een vraag van of er een toelichting is. Bij de oude verordening was er inderdaad een toelichting en wij zullen ervoor zorgen, dat ook de toelichting bij deze verordening komt. Misschien helpt dat ook om nog beter te kunnen duiden. Dat betekent, dat dat wij die ook zullen actualiseren dan. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Zwiers: En vragen stellen kan altijd, ook aan ons, technisch. De voorzitter: Helemaal goed. De heer Sieders. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter.
Ik wil heel even reageren op de woorden van de heer Van Rijn, dat wij dus geen klachten hebben gehad, dat het dan allemaal wel goed was. Ik wilde bij even duiden, dat eigenlijk wat de wethouder aangeeft en ben ik blij om van als inwoners vragen hebben, dan kunnen ze terecht bij de ambtelijke organisatie. Maar wij zijn ook een partij als Gemeentebelangen en we merken dat vaak als bepaalde dingen niet duidelijk zijn of onduidelijk, dat een van ons eerst al bij ons aankloppen. Bij leden van de raad om het aan te geven, dat iets niet duidelijk is. Dat hebben we over deze verordening eerder nog niet gehad. En op die manier bedoelde ik het, dat het in die mate dus niet verontrustend is en ik ben blij dat het juridisch wel juist is. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Ja, mevrouw Rutgers vraagt inderdaad om een reactie om dit te vereenvoudigen. Nou, wat de SP betreft hoeft het niet. Kijk, wij begrijpen wel wat erin staat. Begrijpen ook heus wel, dat het best wel een pittige tekst is. Dat je soms even twee keer moet kijken van goh, wat staat hier nou precies? Maar inderdaad, als we dit allemaal gaan veranderen moeten ook we ons af gaan vragen, wat halen we onszelf ermee op de hals? Dus we laten het gewoon wat de SP betreft, voor wat het is. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Nou, wij gaan het even bespreken in de fractie sowieso.
Maar ik wil nog wel op wijzen, dat we als raad hebben gevraagd aan het college om de verordening aan te passen. Dat, als ik nu lees en hoor, dat alleen de winkeltijden aspect uit de verordening is aangepast en er niet gekeken is naar de rest van de tekst, vind ik dat teleurstellend. En dan kun je zeggen, onze opdracht was niet scherp genoeg of is de interpretatie van onze opdracht niet scherp genoeg geweest? Maar het verbaasde mij in ieder geval, dat die verordening niet helemaal is, onder loep is genomen. Nou, ik heb jullie reacties gehoord en we gaan het in de fractie
bespreken. En we zullen ook zeker indien we een amendement willen indienen, contact zoeken met de wethouder. Komen we nog even op terug. De voorzitter: Oké. Nou, helemaal goed. Dan denk ik dat dit punt wel voldoende behandeld is nu met de toezegging. Dan zijn we bij de laatste punt aangekomen. Misschien in verband van de tijd, nou, ligt er natuurlijk even aan hoeveel erover gesproken moet worden. Maar het kan natuurlijk zo breed zoals u zelf wil. Gaan we over de inclusiviteit praten. De, ja, daar gaat u, heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u, voorzitter. Ja, gaat voor ons in dit optiek voornamelijk over artikel nou, het gaat over artikel 12 over de ramadan, die is toegevoegd. Zijn we als Gemeentebelangen wel ook blij mee, dat het, dat we hiermee dus ook rekening houden met de mensen die zich aan de ramadan houden. Wij ja, vinden het daarin ook een goed artikel. Alleen wij hebben wel ook rondgevraagd ook in onze achterban met, bij mensen die zich aan de ramadan houden van, hoe kijken jullie er tegenaan? En wat vinden jullie daarvan? En daarnaast hebben we ook gekeken naar de mensen die niet aan de ramadan houden, wat vinden jullie van dit artikel? En één ding in het bijzonder wat opviel is, dat eigenlijk de vraag was: Waar koop je het brood en gebak voor de ramadan? De ene zegt, dat haal ik in een speciale zaak en de ander zegt, dat haal ik bij de desbetreffende supermarkt.
Dus daarin vonden wij al wel, dat het wat lastiger was. Want ja, wie is dan iets wat je speciaal bestemd voor de ramadan? Wij denken daarin om die verwarring ook weg te halen en ook inclusie, dat op moment dat we zeggen een winkel kan open en we hebben het over koepelwinkels, dat we dan niet speciaal de winkels zijn die zich echt richten op de ramadan, maar wel dus de winkels die zich dus op dat brood en gebak lezen. Dus ons voorstel zou ook zijn, het amendement hebben we ook in de maak, is om puur de tekst aan te pakken in even kijken hoor, ik lees hem even voor. De in artikel 2, eerste lid van de wet, wat verboden voor zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen gelden gedurende rammen dan vanaf 2 uur voor soms ondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van winkels waar brood en gebak wordt verkocht. Komma mits in die winkels dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de periode van Ramadan. En het is in hetzelfde punt twee, dat in artikel 2.2 van de wet vervatte verboden voor zowel deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen geldend gedurende de ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak. Dat is ons voorstel en we vragen ons af, hoe de rest er tegenaan kijkt? De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Meesters, ChristenUnie.
De heer Meesters: Ja, ik hoor hier eigenlijk meer een technische vraag in. Want waarom staat dat er op deze manier in opgenomen? En ja, wat ons betreft, mooi dat er aan de mensen van de ramadan gedacht worden. Maar inderdaad, de uitleg daarvan ja, dat denk ik niet, dat u daar bij ons als raad bij moet zijn, maar bij het college. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, ik begrijp die wijziging ook niet helemaal goed. Misschien dat je ietsjes meer kan toelichten, het waarom dit zo gewijzigd moet worden. De voorzitter: De heer Sieders met een nadere toelichting. De heer Sieders: Ja, uiteindelijk hebben we het college gevraagd. College heeft gezegd, dit is een artikel zoals die vaak wordt opgenomen in verordeningen. Dat nemen wij ook hier over en er was behoefte binnen Hoogeveen heeft het college aangeven, om dit artikel op te nemen. Nou, wij hebben dan als raad gekeken,
kloppen de kaders ook zoals wij ze voor ons zien? Wij hebben daarnaast dus inderdaad een raadpleging gedaan binnen onze eigen achterban. Dus de afspiegeling van onze samenleving zit gedeeltelijk natuurlijk ook hopelijk in onze achterban en daarin komen wij tot dit punt. Nou, en waarom we, waar we dan tegenaan lopen is van, dit artikel is eigenlijk toegevoegd juist voor inclusie, dat we ook deze groep echt betrekken binnen hun geloof. Nou, daar staan wij ook daarin achter. Alleen op het punt, dat je dus daarin in het artikel aangeeft, dat het stuk wat we dus uit willen halen is, dat de tekst ‘dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de ramadan houden’ en wij vinden het raar, dat de winkel dan alleen maar open zou mogen zijn, winkels die zich richten op mensen die zich uitsluitend aan de ramadan houden. Want, wat ik ook aangeef, bij onze achterban hebben we gevraagd: Waar haal je dan je brood? Is dat uitsluitend in die winkel hè die dat puur aanbiedt of haal je ook bij wijze van spreken brood bij de gewone bakker, bij de gewone supermarkt? Om geen merken te noemen daarin. Nou, en die geeft daarin aan van nou, wij halen dat breder weg. Dus wij komen dan daarin met een voorstel om dat stukje tekst eruit halen. Wordt het er inclusieve van? Daar is iedereen bij gebaat op dit punt, lijkt ons.
De voorzitter: De heer Van Rijn, is het zo duidelijker voor u? De heer Van Rijn: Ja, dank voor deze uitleg. Het is alleszins gerechtvaardigd om het zo te wijzigen, ja. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koekoek, CDA. Mevrouw Koekoek: Voorzitter, ik zit toch eigenlijk meer te kauwen op wat vanuit Gemeentebelangen wordt voorgesteld. Ik snap het denk ik wel en het zit vooral denk ik in enerzijds in de handhaafbaarheid van deze regel. En ook een beetje van, zo komt het bij mij over, soort poortwachtersfunctie bij de winkel, hou je je wel of niet aan de ramadan? Maar op dit moment kan ik het voorgesteld amendement nog niet echt op zijn merites beoordelen. Dus wij zullen het gewoon beoordelen als u het toestuurt naar ons. Dan kunnen we ons gemak even technisch naar dit amendement kijken, want het is voor nu nog even te onduidelijk voor ons. De voorzitter: De heer Klok, VVD. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij kunnen het amendement prima beoordelen. Dit zorgt voor meer vrijheid, meer inclusie, dus ja, wij zullen voorstemmen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Dekker. De heer Dekker: Wij hebben wel de gewoonte dit soort dingen even in onze hele fractie te bespreken, dus wij komen er volgende keer op terug. De voorzitter: De heer Kleine, Forum voor Democratie. De heer Kleine: Ja, dank u wel, voorzitter.
Is er nog ruimte aan een vraag aan het college? De voorzitter: Als het u verduidelijking geeft, wil ik dat wel toelaten. De heer Kleine: Ja, ik vroeg me dan af, waar dan specifiek brood en gebak dan vandaan komt? De ramadanners, die vasten toch dertig dagen, die eten toch niet elke avond brood en gebak? Dus op, van waar, waarom staat dit er zo op deze manier? Dit is gericht op bakkers. Ik snap en ze sluiten af met een Suikerfeest. Maar dit is toch niet, waar komt dit vandaan?
De voorzitter: De heer Zwiers. De heer Zwiers: Misschien om te duiden … Ik zou haast zeggen, het is een technische vraag. Maar dat ga ik niet zeggen. Nee, maar het is natuurlijk zo, dat in de ramadan er natuurlijk wel gegeten wordt. Dat doen ze op tijden dat het mag en dat is na zonsondergang. De voorzitter: Is het zo voldoende beantwoord, de heer Kleine? Helemaal goed. Zijn er nog andere partijen die de behoefte hebben om hierop te reageren? Ja, mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Wij kijken uit naar het amendement van de heer Sieders. Alleen al de teksten die hij heeft voorgedragen, geeft al aan hoe onleesbaar het stuk is. En wat mevrouw Koekoek ook al aangaf van ja, ga je dan inderdaad bij wat in de volksmond de Turk heet, op de stoep staan om te kijken of iemand wel degelijk aan de ramadan meedoet of niet, om te bekijken of die daar gebak en brood mag kopen? Kortom, hier mag nog wel wat aan gesleuteld worden. Dus we kijken uit naar het amendement. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, korte reactie. Daar sluit ik me bij aan, dus we zien het tegemoet. Het klinkt op het eerste oog helemaal niet verkeerd dus, maar we lezen hem graag en ik heb het er graag over met mijn fractie. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: En datzelfde geldt voor de SP. Dank u, voorzitter.
De voorzitter: Zijn er nog andere partijen die de behoefte op dit reageren? Nee, ik zie het niet. De heer Sieders nog. De heer Sieders: Ik ben daarin blij met de reacties. We zullen het rondsturen en ik ben van overtuigd, dat het wel goed komt dan. 2.4 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Nou, dank u wel. Dan zijn we eigenlijk aan het einde van dit debat gekomen. Zijn een aantal amendementen, gaan er nog ingediend worden, maar die wachten we af en kijken ernaar uit. Ik wil eigenlijk iedereen graag bedanken voor het kijken.