Transcript raadsvergadering 25 april 2023
Tekst van het document
De heer Janssen: Ja, wat ik in de presentatie ook al aangaf dat we ook aandacht hebben voor wat dat betreft voor educatie op scholen. We zijn op dit moment aan het kijken wat het beste lespakket zou zijn wat daarop aansluit, waarbij we ook geconstateerd hebben en uit verschillende onderzoeken naar voren komt dat het dan wel moet gaan ook om vormen van structureel onderwijs en niet om, nou ja, incidenteel een keer eens iets over geld vertellen want dat heeft doorgaans niet zo’n grote impact. De voorzitter: De heer Baalman, is dat voldoende voor u of heeft u nog aanvullend? De heer Baalman: Nee hoor, is voor mij voldoende dit. De voorzitter: Dan wilde ik zelf nog even aanvullende vragen stellen. Mevrouw Koekoek: Dan ga ik naar de heer Klok want er wordt gesproken over preventie en onderwijspakketten maar we weten ook met z’n allen denk ik dat dat een groot deel van de problemen bij
jongeren voorkomt bij verslaving, bepaalde reclames en dergelijke, wordt daar ook ingezet om dat tegen te gaan bij onze gemeente? Aan de heer Janssen. De heer Janssen: Sorry, ik begrijp de vraag niet helemaal, het tegengaan van de reclames? Mevrouw Koekoek: Nou, we weten ook dat je kunt heel veel oplossen met educatie maar je hebt ook, iemand in de zaal noemde het verleidingen, de verleidingen waar jongeren bloot aan staan, dat is met gokreclames en andere vormen van verleidingen. Wordt daar ook op ingezet door de gemeente om dat tegen te gaan? De heer Janssen: Nee, daar wordt op dit moment geen specifieke aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar de heer Klok, VVD. De heer Klok: Ja, dank je wel. Eigenlijk een beetje in het verlengde daarvan maar iets verder naar de voorkant. Maar het gaat mij wel over het voorkomen is altijd beter dan genezen, dat werd het ook gezegd. En nou ja, in de eerste plaats is dat beter voor de financiën op het gemeentehuis, maar belangrijker nog voor de inwoners zelf, geen schulden, werd net al gezegd, minder stress dus een betere gezondheid. Oftewel, we moeten aan de voorkant zitten dus maar, voor mij dan bij jongeren op school, bij ouderen wellicht in het buurthuis werd net ook al een paar keer aangekaart.
Maar dan eigenlijk is mijn vraag: hoe kun je nou zien dat iemand schulden gaat krijgen en hoe kunnen wij daar als gemeente daar handen en voeten aan geven om die, om dat te signaleren en, nou ja, daarna nog om dat ook aan te pakken. En eigenlijk is die vraag voor iemand die het antwoord weet. De voorzitter: Ja, dan gaan we kijken wie erop wil reageren, op deze vraag hoe we dat kunnen voorkomen en kunnen zien. Ja. Mevrouw Van der Zande: Nou ja, in feite is daar die wet vroeg signalering voor bedoeld. Daar komen de signalen bij de gemeente binnen van huurachterstand, achterstand in het betalen van de zorgpremie en dat soort dingen. In mijn beleving, maar goed, ik heb die wet niet gemaakt natuurlijk, maar is de bedoeling dat vroeg signaleren, hè, dat als iemand een achterstand huurachterstand krijgt, hè, ik weet van de woningcorporatie die zegt zodra er een maand huurachterstand is staan wij al op de stoep, want als mensen weinig geld hebben en ze gaan een jaar of een maand betalen ze niet en ze hebben straks twee maanden achterstand, nou, dan bij drie wordt het waarschijnlijk helemaal een groot probleem, zit je helemaal in die schulden ellende. Dus in mijn beleving wil je snel zien waar de mogelijke problemen komen, dan zul je toch die wet vroeg signalering goed moeten gaan toepassen. De voorzitter: En daar wil aansluitend de heer Bargeman nog op reageren.
De heer Bargeman: Nou ja, wat je ook ziet is dat Domesta doet dat in grote mate zeg maar, op het moment dat Domesta ziet dat de huur niet betaald wordt gaan ze naar mevrouw Van Dijken en haar collega's en sturen de VoorzieningenWijzer erop af zodat je daar een goed beeld krijgt: is dat nou een eenmalig iets dat er net even iets is of is dat eigenlijk structureel? En dan zou je, dan kun je dus andere dingen doen. Dus dat zou de gemeente denk ik in met die wet preventief en vroeg signalering ook kunnen doen, maar dat betekent dat je daar meer geld en middelen en menskracht aan moet wijden, zeg maar. De voorzitter: Ja, uw vraag roept behoorlijk wat reacties op, de heer Klok, dus die ga ik even eerst doen en dan kom ik bij u terug. Mevrouw Hoekstra.
Mevrouw Hoekstra: Ja, dan heb je met de VoorzieningenWijzer heb je de nog niet zozeer de jongeren met hun mobieltjes en hun gokkerij in beeld en dat is natuurlijk heel lastig. En wij hebben volgens mij in ons advies ook gezegd: nou ja, misschien is het goed om bijvoorbeeld op het Alfa-College want ik vermoed dat daar de meeste ellende gaat plaatsvinden, dat je op het Alfa-College iemand hebt bij wie je altijd terechtkunt wanneer je financiële problemen hebt, een soort inloop persoon waar je gewoon terecht kunt. Dat zou toch echt het allerbeste zijn denk ik want die kinderen die hebben er wel problemen mee, maar ze weten vaak niet waar ze naartoe moeten, ze zitten met die schaamte, dat soort dingen. Ik denk dat dat een hele goede plek zou zijn voor zo'n, ja, raadsman of wat dan ook, een loket voor al uw ellende, noem maar op. De voorzitter: Oké. De heer Feijen wil ook nog reageren op de vraag van de heer Klok. De heer Feijen: Ja, dat is eigenlijk aanvullend op de vorige spreekster, van we moeten ook niet onderschatten dat de jeugd ook zelf best actief is op internet, hè, dus ze kunnen gokken op internet maar ze kunnen ook zoeken op internet.
Dus ook de VoorzieningenWijzer heeft een portal online, dat is ook in de lucht voor Hoogeveen, dat geldt voor mij en daar kunnen ook de jongeren maar iedereen maar ook met name jongeren kunnen daar heel goed uit de voeten om te kijken: kan ik mijn problemen zelf oplossen, dus kan ik regelingen gebruiken waar ik nog geen gebruik van maak. Maar daar kunnen ze ook aanmelden voor een individueel gesprek. Dus dat is denk wel iets wat ook meegenomen kan worden. De voorzitter: De heer Klok, wilt u daar nog op reageren? De heer Klok: Nou, volgens mij zijn het wel heldere antwoorden, maar gaat het tenminste als ik het goed interpreteer zeggen, zijn eigenlijk alle antwoorden die zeggen: er ligt nog een grote uitdaging qua communicatie wat de gemeente natuurlijk moet doen en dan wellicht, als ik het zo goed interpreteer, met name richting de jongeren maar ik hoor ook wel dat die problematiek ook bij de ouderen ligt maar dat daar ook dat communicatiestuk van belang is. Maar dat is wel zeg maar voer om over na te denken hoe we dat dan als gemeente zeg maar dat zou mijn uitnodiging dan zijn richting deze groep, hoe kunnen wij daar als gemeente, hoeft u dan nu niet te beantwoorden, maar hoe kunnen wij daar als gemeente concreet mee bezig gaan om, ja, die communicatie nog helderder en duidelijker te maken richting bepaalde bevolkingsgroepen, om dat vorm te geven.
Want ik, voor mijn gevoel is het nu nog veel van hetzelfde zeg maar, niet specifiek gericht op doelgroepen. Maar ja, dat is mijn eigen interpretatie. De voorzitter: Ja, is ook een mooi punt dat u wellicht mee kunt nemen bij het plan. Mevrouw Van Dijken, u wilde nog reageren of had ik dat mis? Mevrouw Van Dijken: Ja, ik wou nog even een opmerking maken dat er tegenwoordig een preventiemedewerker is vanuit het SWW in samenwerking met de gemeente over de vroeg signalering. Dus dat wordt heel mooi opgepakt en onderlangs, ik hou altijd beleidsnota's vind ik vreselijk mooi geschreven maar als je het hebt over samenwerking en doen wat we allemaal doen, je eigen netwerk is zo ontzettend belangrijk. Collega Ben en ik, wij komen allebei uit, nou ja, vrijwillige schuldhulpverlening, ik kom uit Schuldhulpmaatje, je bouwt een document op met twee kantjes en daar staat alles op wat de gemeente heeft. Daar staat het Mini Maatje op, daar staat zoveel op, er is zoveel, maar je moet zelf ook even moeite doen om het als professional te vinden. Rechtstreekse verbinding met ‘…’ hier: oh, ik heb een jongere, waar kan die terecht? Nou, ga naar het Diaconaal Platform. En zo ga je heel Hoogeveen eigenlijk rond maar je moet wel investeren in je eigen netwerk, ook als professionals.
De voorzitter: Ja, het is ook van belang natuurlijk dat onze inwoners jullie weten te vinden. Zijn er nog vragen bij raadsleden? Oh mevrouw, ik weet uw naam niet meer. Mevrouw Van der Vinne: Ik kan nog wel even een aanvulling geven op het vinden van ouderen want mijnheer Bouwmeester had het dan over dat de ouderen die komen wel in buurthuizen, maar de meeste ouderen die zich melden bij ons Schuldhulpmaatje komen niet in buurthuizen, dat zijn eenzame mensen die niet meer in buurthuizen komen. Minder mobiel, zeker minder mobiel en eigenlijk bijna hulpbehoevend zijn en in de problemen komen en dan op een of andere manier toch een keer met ons in aanraking komen. En ik vind dat wel zorgelijk dat dat steeds meer en vaker voorkomt. En hoe vinden we die mensen? De heer Bouwmeester: Heel simpel, neem de verzorgingstehuizen en de andere instellingen ook gewoon mee. Mevrouw Van der Vinne: Ja, maar er zijn geen mensen die in instellingen … De heer Bouwmeester: Nee nee, maar je hebt over het algemeen, ja, als ik naar buurtwerkers kijk die in de buurten werken vanuit de SWW, die weten over het algemeen toch heel goed bepaalde mensen en doelgroepen te vinden en die hebben, ja, het is een gebrek aan een netwerk wat bij de ouderen op dat moment niet meer actief is en daar loop je tegenaan. Dus je moet bepaalde dingen activeren, ja, daar zal in geïnvesteerd moeten worden.
Alleen, ja, als een dementerend ouder tussen haakjes dan maar, hè, die komt er niet meer aan toe. Mevrouw Van der Vinne: Nee en ik heb het niet over dementerende ouderen, hoor. De heer Bouwmeester: Nee, maar als je in eenzaamheid weg, ja, dan wordt het netwerk dat is er niet meer, dat droogt op. De voorzitter: Ik wil even doorgaan naar de heer Verstegen van de ChristenUnie, die staat ook al een tijdje met zijn vinger omhoog. De heer Verstegen: Ja, dank u voorzitter. Ik heb inmiddels twee opmerkingen, eerst even over jongeren. Heel mooi om op scholen bezig te gaan met voorlichting, is echt nodig. Alleen de jongeren die met achttien jaar in problemen komen die zijn vaak ook denk ik de jongeren die met zestien jaar van school zijn of misschien wel eerder. Dus die allerlei baantjes hebben en wel geld hebben zolang ze thuis wonen en dan opeens niet meer beschermd zijn in hun netwerk met achttien jaar echt in problemen komen, is mijn indruk. Graag uw reactie daarop. Zal ik de tweede vraag gelijk ook stellen, want dat is een hele andere. De voorzitter: Dan gaan we eerst deze vraag doen, wie wil de eerste vraag van de heer Verstegen beantwoorden over de jongeren? De heer Bargeman: Nou, ik kan me herinneren dat we twee jaar geleden, sorry, dat we twee jaar geleden vanuit Schuldhulpmaatje voorlichtingsbijeenkomsten hebben gehouden, meerdere bij mbo Alfa-College.
Niemand had financiële problemen totdat je in de koffietijd tegen elkaar zei: ja, ik heb wel drieduizend euro schuld maar dat ga ik hier toch niet bij mijn andere collegegenoten melden, hè. Dus ook daar zit die schaamte, ze zijn er maar daar zit weer ook weer die schaamte. De voorzitter: En uw tweede vraag, de heer Verstegen?
De heer Verstegen: Ja en ik denk dat ze dan bij de achttien jaar zichtbaar worden als je niet meer bescherming hebt van je ouders die nog even de rekening kunnen inzien en dat soort dingen. Met achttien jaar gaat dat niet meer. De andere was het ouderenwerk. Ik vind de opmerkingen heel zinvol om te investeren in ouderennetwerken. Ik ben zelf ook voorzitter van het seniorenplatform en dan merk ik dat heel veel oude netwerken vanuit kerken, ouderenbonden zeer zwak staan en dus al dat soort netwerken zwakken af en we moeten echt zoeken naar nieuwe netwerken voor ouderen, dus ik vind dat heel belangrijk. U bent uitgenodigd bij Schuldhulp… bij seniorenplatform binnenkort, dus dan kunnen we daar nog over doorpraten. De voorzitter: Oké, deze oproep wordt denk ik wel ter harte genomen. Ik ga even naar de heer Van Rijn, die had ook nog een vraag. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel. Nou voorzitter, het is niet zozeer een vraag, misschien een oproep hè. Hartverwarmend om vanavond te horen dat er zoveel aandacht is voor mensen in die schuldenproblematiek hebben, dat die geholpen moeten worden, de vrijwilligers echt, dat doet je gewoon goed. Ik hoor ook wel een beetje: ja, de samenwerking moet nog beter, we willen het geen concurrentie noemen, maar goed. Daarom mijn oproep: laten we er competitie vermaken met z’n allen, dat we gewoon even wat een duitje erbij doen dat die schuldhulp betreft.
Nou, dat is toch ook heel positief zou ik zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de oproep. Mevrouw …: Wat wordt de prijs? De voorzitter: Dat is altijd leuk om te weten. De heer Van Rijn: Dat gaat we regelen. De voorzitter: Oké, dan ga ik even door naar de heer Baalman want die wilde ook nog wat inbrengen. De heer Baalman: Ja, ik had een vraagje over de ouderen. Heel veel ouderen die hebben natuurlijk ook al thuishulp, vooral de mensen die wat minder mobiel zijn. Wordt daar ook al op ingespeeld, op de mensen die dus al achter de deur komen om te kijken: goh, doen we daar eens een stuk voorlichting aan. De voorzitter: Dit, ja, wilt u daarop reageren? Wilt u ook uw naam nog even noemen. De heer Timmer: Mijn naam is Jan Timmer, Humanitas. Veel thuishulpers, andere instanties die al over de vloer komen weten Humanitas en Schuldhulpmaatje al heel goed te vinden. En daar zouden we dus heel veel kunnen doen.
Er wordt dus niet alleen via Loket Geldzaken mensen toegewezen maar ook en vooral via die, dat soort instanties, de thuishulp die het soms en dan heb je weer zo'n vrijwilliger die het soms zelf gedaan heeft maar zich langzaam maar zeker begint te realiseren dat ze daar toch niet voor is opgeleid en die dan bij ons terechtkomt en wij zorgen er dan voor dat er eens in de zoveel tijd iemand een kopje koffie komt drinken om de boel even op een rijtje te zetten en af te handelen. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik heb inmiddels ook begrepen dat er binnenkort een werksessie gepland staat voor ouderen dus dan zou dit soort thema's ook mooi meegenomen kunnen worden. De heer Raven van het Schuldhulpmaatje. De heer Raven: Dank u wel. Ja, we brengen elkaar natuurlijk op ideeën en de vraag, iedere vraag is natuurlijk belangrijk, maar we zoeken eigenlijk bronnen waarin we helemaal aan de voorkant van het traject de mensen
ontdekken die problemen hebben. En een ding is dan nog niet genoemd vanavond, in praktische zin heb ik daar zelf een paar keer gebruik van gemaakt, maar dat zouden we breder uit kunnen zetten. We hebben het binnen ons bestuur er ook wel eens over gehad, eigenlijk zouden de ondernemersorganisatie die allemaal werknemers hebben, die vaak signalen krijgen dat er iets misgaat, in de praktijk hebben we een aantal voorbeelden van waardoor die mensen ons gebeld hebben en die we doorzetten, die zouden we eigenlijk misschien een goede voorlichting moeten geven bijvoorbeeld vanuit de gemeente ook, dat er hulp is als zij werknemers tegenkomen die dreigen in de problemen te komen. De voorzitter: Ik zie dat naast mij heel erg druk meegeschreven wordt, aan het schrijven dus wellicht wordt deze suggestie meegenomen. Mevrouw Hoekstra. Mevrouw Hoekstra: Wij hebben een paar jaar geleden echt ik weet wel niet hoeveel sessies met ondernemers gehad en dat project is ergens beland, maar ik weet niet, ik heb niet het gevoel dat er veel uit voort is gekomen. Het waren echt bijzonder interessante gesprekken juist met die ondernemers die inderdaad gewoon de problematiek best wel herkennen en ook graag wat wilden doen. Maar ik heb het idee dat het een beetje verzand is.
Mevrouw Van der Zande: Klopt, want we hebben ook gezegd: we hebben een werknemer met financiële problemen, ja, die productiviteit wordt daardoor niet bepaald bevorderd. En we dachten juist van, nou, als je het snel kunt signaleren, hè, dat is, dan kun je het helpen. Voor de werkgever is het gewoon wat dat betreft dus goed want de werknemer wordt er productiever. En de sociale ellende van degene die met de financiële stress zit. We hebben inderdaad daar veel gesprekken over gehad en, ja, ja, geen idee, ze waren opeens weg en ze zijn niet meer aangehaakt, dus. De voorzitter: U wilt daarop reageren, mevrouw Hoekstra? Mevrouw Hoekstra: De ondernemers die verzonken in de ambtelijke ellende en op een gegeven moment, ja, was het klaar. De voorzitter: Nou, wie weet wordt het weer opgepakt. De heer Raven, wilt u nog op reageren? De heer Raven: In het verlengde dan een opmerking ervan, ze moeten niet verzanden in de ambtelijke ellende, ze moeten zich bij onze organisaties vervoegen die er, waarbij ze de aanmelding doen of de persoon activeren om zich bij ons aan te melden. Dan gaan we samen de ambtelijke, ja, neem het woordje maar even over, maar ik vind bedoel het niet onvriendelijk, de ambtelijke ellende wel tegemoet.
Mevrouw Hoekstra: Ja, maar ze waren er dus, hè, en we zouden daar iets op maken en iedereen was daarmee bezig en ik weet niet wat er is gebeurd maar het project is verzand in niks en dat was echt heel erg jammer want eigenlijk haakt iedereen dan af terwijl de problematiek werd gewoon herkend. De heer Raven: Maar dan moeten we toch de moed hebben om door te gaan, het traject is begaanbaar en die ene teleurstelling, daar moeten we dan maar overheen stappen. De voorzitter: Dat is een mooie oproep van u, want deze oproep zal ongetwijfeld dan wel ambtelijk dan wel via de politieke lijnen opgepikt worden. De heer Klok, wilt u hierop reageren of wilt u een nieuw onderwerp? Dan krijgt u eerst het woord.
De heer Klok: Ja, dan zal ik eigenlijk daar eigenlijk gelijk daarop ook wel een suggestie willen doen want ik denk dat het inderdaad zeer interessant is. Volgens mij hebben we een hele grote werkgever in de gemeente Hoogeveen en daar zitten wij nu op het gemeentehuis, dus volgens mij kunnen we daar ook prima daar een signaleringsfunctie bij gebruiken en kijken of dat ook daadwerkelijk in de praktijk werkt. Dank u wel. De voorzitter: Ja, ook dank. Ja weer, dat roept toch nog weer reactie op. De heer Bargeman. De heer Bargeman: Ja, bij de gemeente zijn we wel eens geweest, daar waren er toen andere mensen op andere posities. We zijn bij de secretaris wel eens geweest om onze hulp aan te bieden, maar de gemeente loste dat op dat moment nog wel zelf op. Nou veranderen tijden, dus dat kan nu ook weer anders zijn. En ik heb zelf de ervaring met een werkgever in Buitenvaart die twee keer gezegd heeft tegen zijn werknemer: ik wil wel wat schulden van jou tijdelijk overnemen, maar dan wil ik dat Schuldhulpmaatje je begeleidt. En dat zou juist de mooie aanvulling zijn. De voorzitter: Ja, dank je wel. De heer Te Velde van Diaconaal Platform wil ook nog reageren.
De heer Te Velde: Ja, in het kader van de vroeg signalering heb ik nog niet te horen noemen de huisartsen, die zou natuurlijk heel goed in overleg met patiënt, hè, want je hebt natuurlijk met de AVG te maken, maar goed, aan de andere kant als de patiënt zegt: nou, ik vind het prima dat mijn naam doorgegeven wordt voor de specifieke situatie waarin ik verkeer, ja, dan zou dat misschien ook een goede mogelijkheid zijn. Dus ik weet niet wat de gemeente ook een bepaald beleid heeft naar die huisartsen toe om hun voor te lichten om daar een stuk ook vroeg signalering te doen. De voorzitter: Mijnheer Janssen, wilt u daar nog op reageren? De heer Janssen: Ja, huisartsen zijn inderdaad in beeld als mogelijke vindplaats van schulden. Wij hebben op dit moment geen concrete afspraken daar nog mee, maar dat, nou ja, zoals gezegd dat kan dus richting de toekomst wel vorm krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik eerst nog even naar mevrouw Schonewille, want die heeft ook een prangende vraag. Mevrouw Schonewille: Nou, prangend valt mee, maar we hebben het vanavond al een aantal keer over vroeg signalering gehad, over preventie en het woord nazorg had u ook al ergens en daar zou ik eigenlijk graag nog even op in willen zoomen.
Wat ik uit ervaring wel weet van allerlei mensen die ik ken is dat ze na een traject in de WSNP of met de GKB of, nou ja, echt die schulddienstverleningstrajecten, dat vooral daar de moeilijkheid begint, hè. Je komt uit zo'n traject en dan. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig hoe die nazorg hier nu gewoon geregeld is en wat daar eventueel nog aan verbeterd kan worden. De voorzitter: Aan wie wilt u deze vraag stellen, want ik zie al wel iemand al buigen naar de microfoon hoor, anders geef ik hem toch het woord aan de heer Bargeman, maar. Mevrouw Schonewille: Geef iemand het woord. De voorzitter: Nou, dan de heer Bargeman. De heer Bargeman: Ja, we hebben dus die pilot gedraaid bij Schuldhulpmaatje met de GKB. En daar hebben we tien mensen begeleid een aantal maanden voordat die drie jaar voorbij waren tot minimaal een half jaar of
misschien nog wel wat langer, Kees, daarna juist om die val weer te voorkomen. Die pilot is geslaagd, dus we moeten afspraken maken met de gemeente om die nazorg voort te zetten. Maar dat is tot nu toe nog even blijven liggen, zeg maar. Mevrouw Van der Zande: Mag ik daar een aanvulling op geven? Wij hebben als Humanitas in De Wolden een project gestart LEFO, langdurig eenvoudige financiële ondersteuningen met, hè, in overleg met de gemeente. Dat mensen die uit een, ze hebben daar geen GKB, het was sociaal punt en dat is nou wat anders. En maar er zijn ook mensen die niet in staat zijn om zelf hun eigen financiën te doen, die geen schulden meer hebben maar die toch wel hulp moeten hebben. Dus wij zijn inderdaad dat project daar gestart en dat loopt al een poosje en dat loopt goed. En dat kan dus, er is geen schuld, er is geen schuldenproblematiek meer maar de mensen zullen het, die kunnen het niet alleen. En dat zijn niet alleen de oude maar het zijn ook dus jongeren, hè, en die je daarmee een stuk geruststelling kunt geven. En binnen De Wolden loopt dat goed. We hebben als Humanitas zijn we namelijk in, we zitten hier in Hoogeveen maar we zitten ook in de gemeente De Wolden, dus we zitten met twee gemeentes en, ja, de gemeentes verschillen op bepaalde onderdelen toch wel van elkaar.
Maar dat LEFO-project werkt heel goed en dat is een pure preventie, want je zorgt ervoor dat die mensen terwijl ze het zelf niet kunnen toch niet meer in de problematiek, in de schulden terechtkomen. De voorzitter: We hebben ook GKB aan tafel zitten, ik weet niet of die de behoefte heeft om te reageren. Ja? Mevrouw Vermaas: Toevallig wel net. Ik wil even reageren op de behoefte aan nazorg en het feit dat de WSNP-termijn vanaf 1 januari 2024 naar achttien maanden gaat en de MSNP waarschijnlijk vanaf 1 juli daarop ook volgt. Is de nazorg en de begeleiding tijdens het traject nog belangrijker geworden omdat het traject nu, ja, gehalveerd wordt en de kans dat een inwoner na die achttien maanden weer uit beeld verdwijnt maar, ja, nog niet het gedrag heeft aangepast of zijn, ja, waar de problemen door zijn ontstaan, is opgelost. Ja, dan is de kans op recidive nog groter. Dus ja, nazorg wordt eigenlijk door deze verandering van wet nog belangrijker. De voorzitter: Ja, de heer Raven, Schuldhulp. De heer Raven: Ja, aanvullend daarop, want het spreekt me aan omdat ik zelf geparticipeerd heb in dat samenwerkingstraject met de GKB, die pilot waar Bargeman het over had en ikzelf iemand begeleid heb die het prima kon maar het nog even niet aandorst. Die was zo gewend aan die begeleiding en in een tijd van een maand of vier vijf er langzaam losgelaten totdat ze zelf zei: en ik kan het weer.
Die heb je dus ook. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Zit even te kijken, zijn er nog meer vragen over nazorg, want dan probeer ik ze weer even te gaan bundelen. De heer Baalman heeft vragen over nazorg. Nou, dat komt hartstikke mooi uit, aan u het woord. De heer Baalman: Ja, ik vind het heel mooi dat de GKB hier aan tafel zit hoor, want dat is ideaal natuurlijk, want mijn vraag is daar echt specifiek op. Mensen die nu drie jaar bij jullie hebben gewerkt, gelopen, jullie hebben ze keurig geholpen, zeg maar, het traject is straks afgelopen. Die mensen weten vaak nu niet eens meer: wat voor huur betaal ik, wat voor zorgbelasting betaal ik, wat moet ik allemaal betalen, want dat is allemaal overgenomen. Zou het niet goed zijn om bijvoorbeeld twee maanden van tevoren daar een maatje aan te koppelen en waarom gebeurt dat nu niet? De voorzitter: Oké, wilt u daarop reageren mevrouw?
Mevrouw Vermaas: Ja. Dat is een heel goed idee om daar een maatje aan te koppelen en dat is volgens mij precies de pilot die een paar jaar geleden is uitgevoerd, dat volgens mij een half jaar voor het aflopen van het traject een maatje aan gekoppeld is en ja, dat is succesvol gebleken en dat willen we ook graag vervolgen. Die regie ligt op dit moment bij de gemeente, dus die plannen zijn er, of tenminste de ideeën zijn er, die liggen op tafel. En ja, dat is niet alleen aan de GKB, wij willen wel. De voorzitter: Ik pas hem ook even door naar de gemeente. De heer Janssen reageert er nog even op. De heer Janssen: Nee, dat is ook precies waar we met betrekking tot de vertaling van het beleid richting de uitvoering ook het gesprek over voeren met andere ketenpartners en met de GKB om te kijken hoe we daar beter invulling aan geven. De voorzitter: Aanvullend nog, de heer Baalman? De heer Baalman: Ja, aanvullend. Er zitten natuurlijk hier aan tafel een aantal hele goede vrijwilligersorganisaties die dit soort dingen heel snel op zouden kunnen pakken en dat hoeft helemaal niet via de gemeenten te lopen denk ik.
Ik denk als jullie twee maanden van tevoren aangeven: hé, deze mensen die hebben nog wat begeleiding nodig, is een eenvoudig briefje van mogen we jullie gegevens doorgeven aan, dan is dat heel snel op te lossen denk ik, dat hoeft niet via een ambtelijke organisatie te lopen, ik denk dat dat gewoon heel snel kan. De voorzitter: Dat is een oproep denk ik van u aan de GKB. Wilt u erop reageren, of? Mevrouw Vermaas: Ja, ik wil er wel op reageren. De GKB biedt dat ook aan, aan de inwoners zelf, dat gebeurt ook wel. Wij hebben, in principe kan iedereen in budgetbeheer blijven na een schuldhulpverleningstraject, het wordt niet vanuit de GKB direct beëindigd, er wordt samen in overleg met de inwoner wordt bekeken van in hoeverre ben je zelfredzaam, kunnen we in stappen stoppen met het budgetbeheer of, nou ja, sommige mensen willen ook graag in budgetbeheer blijven, dus die optie is er ook. En daar waar een vrijwilliger al betrokken is zijn die vaak ook aan het eind van het traject nog wel betrokken. Maar inderdaad, het zou misschien beter, of groter nog, in zijn, in een vaste routine uitgevoerd kunnen worden. De voorzitter: Aanvullende wil mevrouw Van der Zande hier nog op reageren.
Mevrouw Van der Zande: Graag, want dat is de praktijk dus dat in De Wolden gebeurt, hè, dat er gekeken wordt van na zoveel tijd: nou, hoe kan iemand het zelf doen, niet doen, hoe lang kan die het doen, moet hij toch gewoon, hè, op een hele, ja, lage manier op een hele rustig begeleid worden al dan niet … Dat wordt er bekeken en dat werkt gewoon goed en dat kan gewoon heel snel dus dat is niet moeilijk te realiseren lijk me. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Nog een vraag, de heer Baalman. De heer Baalman: Ja, nog steeds een aanvullende. Kijkt onze gemeente ook bij De Wolden even aan, even buurten om te kijken hoe loopt het daar of als onze vrijwilligersorganisaties zeggen: daar loopt het goed, dan moeten we dit voorbeeld toch heel snel over gaan nemen. De voorzitter: Oké, ik zit ook even naar de klok te kijken, we hebben tot half tien. Ik zit nog even te kijken zijn er nog wat dringende vragen die gesteld moeten worden dan nu het moment om dat even aan te geven dan
kunnen we richtingen een afronding. Kijk ik richting de raadsleden. Ik heb zelf nog een vraag maar … Opmerking, een opmerking mevrouw Schonewille? Mevrouw Schonewille: Nee, mijn vraag zou zo meteen nog zijn: wat willen de mensen hieraan tafel ons nog meegeven richting ... De voorzitter: Die vraag staat op mijn lijstje, ja. Mevrouw Schonewille: Maar ik ga ervan uit dat u dat … De voorzitter: Ja. Maar er zijn geen vragen meer. Mevrouw Koekoek: Dan heb ik nog als het nog mag nog een vraag over jongeren hoe we jongeren kunnen stimuleren om toch voortijdig hulp te vragen, want dat lijkt me ook een te… Ja, mevrouw Van der Zande. Mevrouw Van der Zande: Nou, wij binnen Humanitas wordt, is dit probleem van de jongeren natuurlijk heel, wordt ook bekeken. We hebben een aparte training ervoor en we hebben hier in onze afdeling sinds kort twee goedgeschoolde vrijwilligers die met name gericht zijn op de jongerenproblematiek. Jongeren moet je op een andere manier benaderen, hè, onder andere het whatsappen is gewoon een manier om dat te doen. Het is een landelijk programma, ze kunnen via websites en wat dan ook kunnen ze ons gaan benaderen. Dus dat is een manier en dat loopt.
We hebben nu twee goed getrainde vrijwilligers ervoor die, wat dat betreft het zijn geen opa's en oma's maar dat zijn toch moeders met kinderen pakweg die leeftijd die toch beter die taal spreken dan, ja, de opa's en de oma’s. Maar het wordt gewoon volle kracht gezet en je hebt gewoon andere communicatiemiddelen nodig, hè, dat jongere brein is nog lang niet zo ontwikkeld als volwassen brein met alles dus die moet je op een hele andere manier benaderen. En dat is met name denk ik belangrijk, ook belangrijk als vanuit de gemeente jongeren benaderd gaat worden, hè, pak die whatsapp, pak de andere social mediakanalen. Ga probeer op die manier bij de jongeren te komen maar met foldertjes of ergens iemand, hè, in een school zeggen: nou, dat is het loket, dat is de kamer van, hè, van iemand die daar zit daar kan je naartoe, dat werkt gewoon niet. Benader ze gewoon op de manier zoals het hun, ja, zoals zij met mensen omgaan en dan denk ik dat je, dan hopen we, dat je ze goed gaat benaderen en ook vindt. De voorzitter: Oké, u wilt nog aanvullend reageren? Mevrouw Van der Vinne: Ja en van Schuldhulpmaatje hebben we ook een aantal maatjes die extra cursus gehad voor jongeren dus daar ligt het probleem niet, dus we kunnen ze begeleiden op maat. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat iemand uit het publiek wil reageren achter de griffier.
Wilt u ook uw naam even zeggen? De heer Brouwer: Henk Brouwer, Voedselbank Hoogeveen. Ik hoor het zo aan vanavond en ik denk: het is ontzettend goed dat we zo met elkaar bezig zijn. Sommigen zeggen al die organisaties zijn wat zelf bezig, ik denk inderdaad misschien zijn we inderdaad te veel protectionistisch bezig, onze organisatie die telt. Ik hoor adviezen over de mbo-school om daar voorlichting te geven, ik denk dat we dan te laat zijn. We zouden al naar de lagere school moeten, we leven in een totaal andere cultuur dan waar ik opgegroeid ben. We kopen wat we zien, of we willen kopen wat we zien en we sparen niet meer en ik denk dat het al op de lagere school begint. Ik werk met mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een uitkering, mensen met schuldenproblematiek. En mijn probleem is dat op het moment dat ze een brief van de gemeente krijgen,
ook al hebben ze hem nog niet gelezen want meestal nemen ze hem mee en alsjeblieft Henk, jij mag hem openen, is er angst voor de gemeente. En mijn voorstel zou zijn zeker als het gaat over de gemeente dat je de gemeenteambtenaren een cursus geeft in plaats van de letter van de wet te leven naar de geest van de wet, dat mensen, ook dat de ambtenaren dat ze naast de mensen gaan staan. En ik maak te vaak mee dat ze overal hun financiële gegevens moeten inleveren en dan wil die weer drie maanden bankafschriften en dan wil die weer drie maanden bankafschriften, dat ze het eigenlijk niet meer durven. Dat is het grootste probleem denk ik, dat ze de durf niet hebben om naar de gemeente te stappen omdat ze bang zijn dat de gemeente hun afstraft. Als we hier als gemeente praten over: we willen de schuldproblematiek aanpassen of aanpakken dan zouden we daar iets aan moeten doen. Hoe, dat weet ik niet, dat laat ik aan de raad over, daarvoor is de raadzaal gesteld. De voorzitter: Ja, daar mogen wij binnenkort denk ik ons hoofd over gaan buigen. U bent me wel net voor want ik wilde de oproep doen aan al onze gasten: hebt u nog een laatste oproep die jullie ons mee willen geven ter voorbereiding straks op het plan schuldhulpverlening die wij voor de zomer gaan vaststellen? Nog dringende oproepen. Ja, Diaconaal Platform.
De heer Te Velde: Nou, de oproep zou het volgende zijn, kijk, we hebben volgens mij was het 9 december vorig jaar, zijn bijna vijf maanden verder, waarin we al een oproep gedaan hebben aan de gemeente om samen te werken met bijvoorbeeld onze organisatie, met Stichting ONE. Heb vertrouwen in onze organisatie en wij vragen echt niet om veel geld maar we vragen wel om samenwerking dat we er niet alleen voor staan want dat staan we nu wel als kerken en als Stichting ONE en dat vind ik gewoon erg jammer. En dan denk ik: ja, dan krijgen we weer het verzoek van jongens, ja, of het verzoek, ja, er zullen formulieren ingevuld moet worden. Maar dan, ik vind het meer wegkijken van de gemeente. Ik vind het echt kwalijk dat na zoveel jaren nog steeds niet de gemeente bereid is om op die manier met ons samen te werken en dan vind ik het echt een stukje, ja, wantrouwen, kan het niet anders benoemen. Dank. De voorzitter: Dank u wel voor deze oproep om meer samen te werken. Nog meer mensen die, ja, u. De heer …: We hebben vanavond veel complimenten gehoord over vrijwilligers en over de beroepsgroepen die hier rond de tafel zitten. Er zijn heel veel vrijwilligers in Hoogeveen, heel veel instanties in Hoogeveen.
Ik zou een oproep willen doen aan de gemeente om ze te gaan gebruiken, ja? En ze niet zelf telkens het wiel te laten uitvinden maar gebruik ze, zet ze in je kaders, gebruik ze gewoon continu omdat ze heel veel werk voor jullie uit handen kunnen nemen en heel veel in preventiesfeer, vooral in preventiesfeer, kunnen doen. Het voorkomen van schulden, dat soort zaken door inderdaad die contacten die de vrijwilligers heel goed kunnen onderhouden met allerlei mensen. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog behoefte? Ja, mevrouw Van Dijken van de VoorzieningenWijzer. Mevrouw Van Dijken: Ja, ik wou toch ook iedereen oproepen om te kijken wat is de AVG-wetgeving tegenwoordig? Het kan zo'n enorme belemmering zijn voor een hele hoop dingen. Als wij vragen aan de gemeente, wij vragen meestal, nou ja, ik zeg het weer, onderlangs ga je via de receptie dan is het, oh, dan naar die afdeling, dan naar die afdeling. De een mag het wel geven, de ander mag het niet geven. Gebruik de AVG functioneel en daarin ook eigenlijk bij elke nieuwe aanvraag voor een bijstandsuitkering, waarom gaat niet rechtstreeks de gegevens naar de VoorzieningenWijzer bijvoorbeeld? Wij zijn ook een organisatie die, nou ja, Erik, achthonderd euro besparen we gemiddeld per gesprek. Dus we komen ook iets brengen en daarna ook brengen van Schuldhulpmaatje, gaat u daarnaartoe, schuldhulpverlening. Maar omzeil een beetje die AVG.
De voorzitter: Die oproep snap ik, de AVG is af en toe een bottleneck. Maar ik zie dat Mini Maatje wil reageren en een oproep wil doen aan ons. Aan u het woord. Mevrouw Bansema: Ik ben Paula Bansema van het Mini Maatje. Wat mij erg opvallend is dat vanavond heel veel gesproken wordt onder andere over de grote groeperingen zoals Humanitas, Leger des Heils en dat soort stichtingen c.q. verenigingen. Wat wij, wat Hoogeveen niet mag vergeten zijn ook de kleinere stichtingen die heel veel kunnen betekenen en daar hoor ik eigenlijk niks over en dat vind ik eigenlijk zeer jammer. We hebben niet zo lang geleden een conferentie gehad, een armoedeconferentie, daarin werd juist gesproken over samenwerking, dat hebben we vanavond ook kunnen horen, dat dat eigenlijk wel een noodzaak is om met elkaar samen te werken. Maar dan is de vraag: hoe komt die samenwerking tot stand? Ik denk in eerste instantie dat sowieso dat men eerst moet gaan inventariseren wat voor verenigingen, stichtingen, kerken, ‘…’ wat voor instanties ook die er zijn in Hoogeveen die wat doen voor de medemens. Laten we dat dus eens gaan inventariseren en maak daarvan, van die inventarisatie, maak daar dan een wegwijzer van zodat je dus mensen kan wegwijzen waar je naartoe kan gaan en waar je dus eventueel hulp kan halen.
Maar niet alleen dat, ik wil dat ook nog wel benadrukken nog een keertje wat vanavond ook wel ter sprake is gekomen, dat de gemeente toch wel een hele andere pet moet gaan dragen naar de samenleving toe en niet alleen kijken uit het wettelijke en protocollen maar ook uit menselijke overweging en persoonlijk naar de individuen. Dat is heel belangrijk want als je dat niet doet dan blijft een wantrouwen houden. En vertrouwen, ik, hè, dat wordt hier heel weinig over gezegd maar vertrouwen is wel het eerste waar je mee moet beginnen om de mensen te kunnen benaderen om ze te kunnen helpen en zolang er vertrouwen niet is of niet wordt geschapen door de gemeente en met de gemeente alleen eigenlijk een beetje, ja, zichzelf vastzet aan regels en protocollen, ja, wat moeten dan de mensen die dus dan in de schulden zitten, wat moeten die dan? Op een gegeven moment is voor deze mensen totaal geen uitzicht. Dus daar wil ik dus wel even mijn kanttekening bij zetten. De voorzitter: Ja, dank u wel voor deze afsluiting. Ik zie verder geen handjes meer omhooggaan. Toch nog van mijnheer Bargeman. Heel kort. De heer Bargeman: Nou ja, anders dan … Wantrouwen en vertrouwen komt regelmatig over tafel. Wat bij denk bij al die tachtig maatjes wel opvalt is dat de mensen die eenmaal in gesprek zijn zoveel vertrouwen hebben dat alles op tafel komt.
Soms duurt het even een weekje dat je vertrouwen moet winnen, maar eigenlijk komt heel snel dat vertrouwen waardoor juist ook de maatjes mensen echt kunnen helpen. Dus dan is er geen AVG, speelt er niks, dan gaat gewoon alles op tafel. Misschien toch nog positieve … De voorzitter: Ja, dank u wel. Nog een handje uit het publiek. Echt als laatste, want we moeten gaan afronden. Mevrouw Jongsma: Dit is de laatste tip. Ik ben Debby Jongsma, Stichting Welzijnswerk accountmanagement. Ik hoor iedereen eigenlijk hetzelfde zeggen, we willen er zijn voor die inwoner van Hoogeveen, dit is wat we aanbieden, laten we het zus gaan doen en laten we het zo gaan doen. Wat ik heel erg mis is regie, wie gaat regie pakken in dit hele stuk? Dus dat zou ik echt als tip meegeven en een stuk coördinatie erin, dan krijg je die samenwerking denk ik ook meer rond. De voorzitter: Dank u wel. Sluiting De voorzitter: Nou, dan gaan we, zijn we inderdaad klaar met dit rondetafelgesprek. We hebben heel veel gehoord en ik neem aan dat iedere fractie dat ook mee zal nemen als voorbereiding op het plan
schuldhulpverlening. En volgens de planning zou die op 25 mei in het debat komen hier aan deze tafel en op 8 juni zal dan het besluit genomen worden. Bij deze wil ik ook de gasten uitnodigen, mocht u dan gebruik willen maken van het spreekrecht, schroom dan niet om ons dan nog de laatste input mee te geven. Dat loopt allemaal via de griffie, dat is u denk ik ook wel bekend. Ik wil voor nu iedereen bedanken die hier een bijdrage heeft geleverd, die tijd heeft opgeofferd om ons van allerlei input te voorzien. Ja, hiermee wil ik hem de ronde tafel dan ook afsluiten. Beneden is nog gelegenheid om na te praten onder het genot van een hapje en een drankje. Ik wens iedereen een fijne avond en hopelijk tot ziens.