Transcript raadsvergadering 25 april 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 25 april 2023
Opening De voorzitter: Ik wil zo gaan beginnen want het is half acht. Als iedereen een plek heeft. Van harte welkom bij dit rondetafelgesprek en in het bijzonder welkom aan onze gasten die deelnemen aan het rondetafelgesprek, onze raadsleden die daar aan de rechterkant van mij zitten, aan de linkerkant voor u, publieke tribune en ook de kijkers thuis want het wordt live uitgezonden. Er zullen waarschijnlijk ook een aantal raadsleden nog vanuit huis mee kijken maar dat gaan we straks wel merken als ze op het scherm verschijnen. Rondetafelgesprek Schuldhulpverlening De voorzitter: Dit rondetafelgesprek, dat is u allen wel bekend, die is georganiseerd door CDA, Partij van de Arbeid en GroenLinks omdat voor de zomervakantie het college het nieuwe plan schuldhulpverlening naar de raad zal sturen om vast te stellen. En vanavond willen we vooral met elkaar gaan kijken: wat is nou schuldhulpverlening in relatie tot het nieuwe beleid ook wat vastgesteld wordt. Daar zal de heer Janssen ons in meenemen. Vervolgens zal de heer Bargeman namens, moet ik even goed spieken, Schuldhulpmaatje, Loket Geldzaken, Humanitas, Thuisadministratie een presentatie geven.
En het is ook vooral het doel om vanavond met elkaar in gesprek te gaan: wat zijn jullie ervaringen, wat zijn jullie knelpunten, wat willen jullie ons als raad ook meegeven ter voorbereiding op het nieuwe plan schuldhulpverlening? En dan kijk ik nog even naar de andere initiatiefnemers van deze rondetafelgesprek of zij nog aanvullingen hebben. Nee, nou na de presentatie dan willen we vooral van start gaan met het rondetafelgesprek en dan rond kwart over negen richting een afronding gaan. Ik stel voor dat we na afloop van de presentaties pas de vragen doen en niet tussendoor zodat in een keer de presentaties gedaan kunnen worden. Mochten mensen op de tribune een vraag hebben, steek dan uw hand op en dan komt er iemand met een loopmicrofoon naar u toe. Dan nog even wat mededelingen van huishoudelijke aard met name ook voor de raadsleden dat als ze technische vragen hebben dat ze die gewoon schriftelijk kunnen stellen en niet vanavond ter plekke. Omdat het een rondetafelgesprek is, is het geen ruimte voor politiek debat of politieke discussie, dat mogen jullie doen straks bij het plan schuldhulpverlening. Dat betekent ook geen discussie met de wethouder, ik zie hem daar zitten, van harte welkom ook. Nou, het is in die zin wel een formele vergadering dat we ook eigenlijk in die zin dezelfde spelregels hebben als bij een raadsvergadering.
Mocht u voor het eerst het woord nemen is het misschien wel handig dat u even uw naam zegt en uw organisatie, dan bevordert dat ook een beetje, dan weten we wie hier aan tafel zitten. Tot slot nog even, ik heb vanavond twee petten op, ik mag voorzitter zijn maar ik ben ook initiatiefnemer en raadslid van het CDA, maar er was geen voorzitter vanuit het presidium beschikbaar dus vandaar mijn twee petten maar ik zal er heel prudent mee omgaan. Ik stel voor dat we gaan beginnen en dat we beginnen met een presentatie van de heer Janssen, ambtenaar hier bij de gemeente. De heer Janssen: Staat hij aan? Ja, heel goed. Mijn naam Peter Janssen, ik werk dus als beleidsadviseur schuldhulpverlening voor de gemeente. En nou ja, aan mij de eer inderdaad om jullie kort mee te nemen in de ontwikkeling van de schuldhulpverlening. Presentatie ook op het scherm zou kunnen krijgen. Ja, heel fijn. Ja, zoals gezegd, ik ga u kort meenemen eigenlijk in de huidige stand van zaken met betrekking tot de schuldhulpverlening Hoogeveen en daarbij ook een korte vooruitblik eigenlijk op, nou ja, richting de beleidsnota. Ik heb ervoor tien minuten dus ik zal mij proberen ook dat kort tijdsbestek mij daar doorheen te werken. Ik wilde eerst even kort stilstaan toch ook bij de landelijke ontwikkelingen die ook natuurlijk zijn
doorwerking hebben lokaal gezien. In de eerste plaats is, hebben we twee jaar geleden te maken gehad met een wetswijziging van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening waardoor wij als gemeente sindsdien ook verantwoordelijk zijn voor schuldhulpverlening richting ondernemers en ook een andere belangrijke pijler verantwoordelijk zijn voor de vroeg signalering waarbij we signalen van betalingsachterstanden van bijvoorbeeld energiebedrijven opvangen en daarop moeten ook op moeten acteren. Andere belangrijke ontwikkeling die u niet ontgaan zal zijn ook en die ook in Hoogeveen doorwerkt is de inflatie en energiearmoede die, nou ja, gewoon we zien dat die gewoon invloed heeft op de huishoudens en de mate waarin zij de problemen ervaren. En het landelijk beeld eigenlijk wat we zien in ieder geval tot vorig jaar, tot aan 2020, is dat er eigenlijk een lichte afname is van het totaal aantal huishoudens dat te maken heeft met problematische schulden. In 2018 was dit nog 8,3 procent en vorig jaar was dit 7,4 procent.
En de laatste ontwikkeling die ik ook nog even wilde vermelden en waar we waarschijnlijk als gemeente dus ook de doorwerking van gaan ondervinden is de wijziging van de WSNP, de wettelijke schuldsanering en de belangrijke wijziging die daarbij ingegaan is of ingaat is dat het traject daar wat een nieuwe wettelijke termijn heeft van 36 maanden terug zal gaan naar achttien maanden. En dan kijkend naar de lokale situatie, we zien daar dat we een totaal aantal huishoudens met schuldenproblematiek in Hoogeveen 6,9 procent is, dat zit dus iets onder het landelijk gemiddelde maar ook niet enorm. Wat daarbij opvallend is, is dat van die mensen die schuldenproblematiek ervaren slechts 15,9 procent behoort tot de doelgroep met lage inkomens, oftewel we kunnen constateren dat het hebben van een laag inkomen niet gelijk leidt tot schuldenproblematiek, maar dat schuldenproblematiek een breder probleem is wat, nou ja, veel mensen kan raken. Wat we daarbij zien van de mensen die in beeld komen met schulden dat de gemiddelde, ja, inwoner die zich meldt een schuld heeft van grofweg 37.000 euro. Bij ondernemers ligt dat al aanzienlijk hoger en moeten we denken aan een gemiddelde schuld dan 100.000 euro. En tot slot iets om op te merken met betrekking tot de lokale situatie is dat de totale trajecten die we sinds 2018 zeg maar hebben gemeten richting GKB, dat daar een afname in zichtbaar is.
In 2018 was dit nog zo'n 140 inwoners die we doorzetten voor een professioneel traject en het afgelopen jaar, in 2022, waren dit zo’n zeventig. Ik heb ook een kaartje aan de presentatie toegevoegd om inzicht te geven in de risiconiveaus van huishoudens binnen de gemeente. Het gaat hierbij om het financieel risico waarbij u kunt zien de laatste drie staatjes die in het rood staan die geven een risiconiveau van acht tot tien aan waarbij we kunnen zien dat grofweg zo’n 10.000 huishoudens binnen de gemeente, nou ja, een aanzienlijk financieel risico lopen. Tegelijkertijd zien we dat dus nog niet terug in het percentage huishoudens dat problematische schulden ondervindt, want zoals aangeven dat, nou ja, dat ligt iets onder het landelijk gemiddelde maar tegelijkertijd kunnen we dus zien dat er wel een aanzienlijk deel van de huishoudens in Hoogeveen, nou ja, risico loopt om schulden te ontwikkelen. Wilde ik graag even aangeven hoe de, nou ja, hoe de op dit moment de schuldhulpverlening eigenlijk is ingeregeld. Schuldhulpverlening doen we als gemeente natuurlijk niet alleen maar met een groot aantal partners zowel in het vrijwillig kader als ook GKB en het welzijnswerk. Op dit moment betekent dat ook dat we nog verschillende ingangen hebben eigenlijk voor inwoners om aanspraak te maken op die hulp, hetzij vrijwillig, hetzij professioneel.
En als wij het dan hebben over professionele hulpverlening dan hebben we het ook wel over de schulddienstverlening, dus als de problematiek zo ernstig is dat een professioneel traject nodig is dan zetten we dat dus door richting de, ja, richting de GKB op dit moment. We gaan daarbij ook uit van een integrale benadering richting de inwoners, dat betekent dat we staren ons niet blind louter op de financiële problematiek, maar ook kijken we naar wat er verder nog zou kunnen spelen in het huishouden om, nou ja, het aanbod vanuit de gemeente daar goed op aan te laten sluiten. Goed om te benoemen ook dat we te maken hebben met verschillende doelgroepen. Het zijn zowel jongeren als laaggeletterden die veel in ... Sorry. Ja, heeft ook, ja. Excuus. We hebben een aantal verschillende doelgroepen in Hoogeveen die veel aandacht vragen, dat zijn bijvoorbeeld de jongeren die we veel in beeld zien komen die blootgesteld worden aan, nou, veel verschillende verleidingen tegenwoordig ook, waardoor men een geldprobleem kan ontwikkelen. En daarnaast ook laaggeletterden en mensen met lage digitale
vaardigheden die we vaak in beeld hebben. Nou, zoals aangegeven is de gemeente dus sinds 2001 verantwoordelijk voor de vroeg signalering ook, daar geven we ook uitvoering aan en op die manier krijgen we dus vroegtijdig inwoners in beeld. Dat kan zowel zijn met enkelvoudig als met meervoudige signalen. Bij enkelvoudig signalen reageren we erop met een brief en bij meervoudige gaan we daar eigenlijk actiever op af. Andere belangrijke pijler op dit moment is preventie binnen de schuldhulpverlening en daar geven we uitvoering aan door zowel educatie te geven op scholen als ook via de VoorzieningenWijzer en Geldfit. We hadden ook alvast een klein tipje van de sluier wellicht met betrekking tot de beleidsnota, het perspectief wat daarin terugkomt is eigenlijk dat wat ik eigenlijk al eerder aangaf dat eenieder eigenlijk in de schulden kan raken, dus ook mensen uit het middeninkomens kunnen door een soort life event, scheiding, werkloosheid, ook in de schulden raken. Schulden staan vaak ook niet op zichzelf maar gaan gepaard met, nou ja, problematiek bijvoorbeeld ook als verslaving of andere problematiek. En we houden daarbij als gemeente dus oog voor, nou ja, de persoonlijke omstandigheden waar eenieder zich in vindt.
We gaan wel uit als gemeente van eigen kracht van de inwoners ondanks de problematiek die er kan heersen, wat betekent: we kijken naar wat iemand zelf kan of wat sociale omgeving voor iemand kan oppakken en passen de, nou ja, de aanpak eigenlijk daarop aan. En tot slot gaan we uit van de, nou ja, toch ook goede samenwerking met de ketenpartners om inwoners een goed aanbod te komen. Waarom ligt de focus richting de toekomst? Waar we richting de toekomst voor willen gaan is een laagdrempelige centrale toegang. Volgens de inwoners zoals ik eerder aangaf is het nu nog, zijn er nu nog diverse ingangen eigenlijk mogelijk richting de schuldhulpverlening, richting de financiële dienstverlening en dat willen we meer gaan centreren eigenlijk binnen het Loket Geldzaken zodat het laagdrempelig en makkelijk vindbaar is voor inwoners om op dit gebied hulp te krijgen, of tenminste makkelijker dan dat op dit moment het geval is. En daarom willen we ook insteken op het versterken van de lokale samenwerking om deze verder vorm te geven. Een ander focuspunt is het koppelen van een maatje tijdens het gehele traject eigenlijk van de schuldhulpverlening waarbij iemand, ja, bij traject bij de GKB een vrijwilliger aan zich gekoppeld kan krijgen en dat ook tijdens het nazorgtraject daar nog met vragen terecht kan.
En tot slot ligt ook met het oog op het herontwerp sociaal domein de aandacht binnen de schuldhulpverlening ook op vroeg signalering en preventie om zoveel mogelijk te voorkomen dat inwoners aanspraak hoeven te maken op, ja, schulddienstverlening, zoals bijvoorbeeld bij de GKB. Tot slot, de reden natuurlijk dat jullie vanavond allemaal er zijn, omdat de beleidsnota besproken dient te worden in de gemeenteraad later, een korte blik op de stand van zaken daarmee. De beleidsnota is mede tot stand gekomen ook echt in gesprek met een aantal lokale partners waarmee we de speerpunten hebben vormgegeven. De beleidsnota is al voor advies geweest bij de patiëntenraad sociale zekerheid en zijn nu druk bezig om die input ook te verwerken zodat deze zo spoedig mogelijk voor besluitvorming richting college kan en dus richting u als raad ook volgende maand. En tot slot, om daarbij op te merken dat we ook al bezig zijn met het verwerken van die speerpunten eigenlijk richting punten voor de uitvoering samen met een aantal lokale partners om, nou ja, om deze eigenlijk ook in de praktijk vorm te geven. En de vragen deden we achteraf. De voorzitter: Ja, dat klopt. Dank je wel voor de presentatie. Voor de goede orde, de presentaties worden nadien nog toegevoegd dus dan hoeft u niet uitgebreid mee te pennen, dat komt bij de agenda in iBabs te staan.
Levert dit nog, ze staan er al, hoor ik, dus dat is helemaal mooi. Levert dit alvast wat vragen op? Anders gaan we door naar de heer Bargeman. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, vroeg signalering, preventie, heel belangrijk natuurlijk maar hoe gaan we dat inzetten en hoe kunnen we daar echt goede resultaten mee halen? De voorzitter: Daar zit je, zou jij die vraag kunnen beantwoorden? Of is dat nog te vroeg?
De heer Janssen: Vroeg signalering zetten we op dit moment dus al op in als gemeente, zijn er waarbij we zoals ik aangaf een enkelvoudig signaal van betalingsachterstand sturen wij een brief en bij meervoudige signalen gaan we er actiever op af, proberen we echt actief contact te krijgen met de inwoner. Tegelijkertijd zijn we ook samen met SWW aan het kijken hoe we die aanpak zeg maar als er inderdaad meervoudige signalen zijn nog sterker eigenlijk kunnen verbeteren door huisbezoeken daar ook bij uit te voeren. En op het gebied van preventie, ja, zoals ik aangaf, dat doen we eigenlijk al door middel van die zeg maar VoorzieningenWijzer waarbij we inwoners wijzen op waar ze vanuit hun positie recht op hebben, welke ondersteuningsmiddelen, welke toeslagen et cetera en educatie op scholen bijvoorbeeld. Ja, dat zijn twee onderdelen, zowel vroeg signalering als preventie waar we wel steeds kritisch aan het kijken zijn ook hoe we die nog verder kunnen verbeteren maken we zetten er ook al actief op in. De voorzitter: Het moet niet te technisch worden, hè, de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel voorzitter. Nee, het ging met name met preventie.
Ik ga het misschien een beetje gechargeerd maar er is niet zeg maar een cursus om te voorkomen om in schulden te komen, dat zou natuurlijk heleboel mensen helpen, die hebben er niet zoveel kijk op en als ze zo'n soort cursus geboden werd en je zegt: oké, kijk eens, hoe ga je met geld om en dat zijn de gevolgen als je het niet doet, enzovoort enzovoort. Dat zou een heleboel mensen natuurlijk enorm kunnen helpen, dat was even naar opzoek. De voorzitter: Suggestie denk ik vanuit de heer Van Rijn, ja. Ga ik even door naar de heer Walda want die stak ook zijn vinger op. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter. Schaamte is een van de woorden die werd gebruikt, hè, ook net ook in de presentatie, dat speelt natuurlijk ook een hele grote rol bij mensen met geldproblemen. In hoeverre wordt schaamte rekening mee gehouden bij het wegnemen van drempels? De voorzitter: Wilt u die beantwoorden? De heer Janssen: Ik ga mijn best doen. Nou ja kijk, we houden er in ieder geval rekening mee als bij de consulenten en de gesprekken met de inwoners zelf dat het een belangrijke factor is en er is ook voor in de zin van dat we weten dat het een belemmering is voor mensen om zich te melden, vandaar ook dat we kritisch kijken naar wat nog weer mogelijke vindplaatsen zouden kunnen zijn voor inwoners met schulden.
Het blijft wel een heel gevraag: hoe kunnen we die inwoners bereiken die daarmee zitten, dat is helaas een vraag die bij alle gemeenten blijft spelen maar we hebben er oog voor. De voorzitter: Dankjewel. Ik denk ook straks een mooie vraag ook om straks aan de deelnemers nog verder te kunnen stellen. Ik zou graag door willen gaan dan naar de presentatie van de heer Bargeman. De heer Bargeman: Ja, schuldhulpverlening voor vrijwilligers staat er maar vrijwilligers heeft ook een beetje een bijzondere klank omdat, kom daar zo dadelijk nog wel een keer op terug want het is wat mij betreft wel tussen aanhalingstekens, gezien het feit wat die vrijwilligers allemaal doen. Ik spreek hier namens als voorzitter van het Loket Geldzaken, ook namens Schuldhulpmaatje en de Thuisadministratie van Humanitas. Waarom, omdat wij bijna alle drie, we zijn geen concurrenten van elkaar, maar we doen het wel allemaal samen met z’n drieën. Loket Geldzaken is ook gevormd door Schuldhulpmaatje, Thuisadministratie, SWW en het Leger des Heils, dus daarin zitten we ook weer bij elkaar aan boord om het zo maar te zeggen. Er is ook veel operationele afstemming, u moet zich voorstellen als iemand bij het Loket Geldzaken komt en hij moet doorverwezen worden omdat er veel meer aan de hand is wat niet in een half uur kan worden afgedaan dan
gaat hij de ene keer naar Schuldhulpmaatje en de volgende keer gaat hij naar de Thuisadministratie, dus zo worden de achterliggende voorzieningen gebruikt om uiteindelijk tot een betere schuldhulpverlening te komen. Thuisadministratie heeft, nou, dat is allemaal 38 tot 28 tot dertig maatjes, constante aantal hulpvragers, er komen erbij, er gaan er weer af. Even over dat certificeren, bij Schuldhulpmaatje is het zo dat de mensen drie zaterdagen, volle zaterdagen, training krijgen, daar zijn jaarlijkse e-trainingen om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen. Als er iets is over cultuur, mensen met een andere cultuur, hoe ga je daarmee om? Dat soort dingen worden dan met alle maatjes doorgenomen. Bij alle organisaties zijn ook intervisies op maatjesavonden, maar er zijn ook intervisies tussen maatjes en hun coördinatoren. Ik begeef me nu op glad ijs maar ik ga het toch doen, wat hier heel erg van belang is, is wat is nou de waardebepaling van schuldhulpverlening? We hebben daar vanuit Schuldhulpmaatje hebben we daar een onderzoek naar gedaan, landelijk zijn daar wel meerdere onderzoeken geweest, maar die hebben nog niet tot een goed publicabel resultaat kunnen leiden.
We hebben de maatjes van ons gevraagd welke activiteiten ze gedurende het traject van hulpverlening doen en zijn tot de ontdekking gekomen dat de maatjes 35 procent van hun tijd besteden aan budgetbeheer, vijftig procent van hun tijd besteden aan maatschappelijk werk, dan moet u dus denken aan coaching: pas nou op voor dit of pas nou op voor dat. En vijftien nog weer andere dingen. We hebben dat ook op waarde gezet voor die dertig maatjes en dat zal bij Thuisadministratie ongeveer van dezelfde orde zijn en dan kwamen wij op 220.000 euro aan maatschappelijke waarde die wij vanuit Schuldhulpmaatje dus dan mag je wat mij betreft ook maal twee doen, wat de waarde is van wat wij als vrijwilligers en wat onze maatjes doen. Stichting Loket Geldzaken, ik zei het al, is een samenwerkingsverband van vier organisaties. We hebben de afgelopen tijd hadden we twee loketten elke ochtend in de week maar het is zodanig druk sinds oktober november vorig jaar dat we een tweetal ochtenden zelfs met drie loketten open zijn om kleinere vragen van mensen, om die zo goed mogelijk te beantwoorden. Dat kunt u ook zien, het waren er tot en met november vorig jaar 1345, 1345 gesprekken en dat doen dus twee zeker drie mensen op een ochtend, het maximale wat we op een dag hebben gehad is zeven of achttien, Maaike, orde van grootte.
En de langere trajecten, ik zei het net al, gaan naar Thuisadministratie of naar Schuldhulpmaatje of naar de gemeente wanneer er een zodanige schuld is dat wij als vrijwilligers dat niet meer zelf kunnen bedruipen, behappen. Dat zal nog meer het geval zijn denk ik wanneer zo dadelijk drie jaar naar achttien maanden gaat met het GKB-traject. Aansluitend bij wat Peter liet zien over waar komen die vragen dan vandaan heb ik een willekeurige maat genomen van het loket. 25 procent kwam uit centrum, zeventien procent kwam uit De Weide, negen procent uit de dorpen, twaalf procent uit Krakeel, twaalf uit Wolfsbos en 25 procent uit Zuid. Dan hebt u een beeld, maar dat komt denk ik redelijk overeen met het beeld wat Peter liet zien over de stippeltjes in Hoogeveen. Als je kijkt naar waar komen de mensen dan voor, die komen voor 34 procent voor voorzieningen van de ‘…’, die komen voor zes procent voor toeslagen, zeven procent voor energie en om er nog een te noemen, uitkeringsinstanties waar ze problemen mee hebben 21 procent. En dan is er nog een rest, die zijn allemaal kleinere zaken. Oh, nog even terug. Ik weet niet of dat kan, ja, ga ik weer te ver terug, sorry. Wij verstrekken bij het Loket Geldzaken ook microkredieten. Moet u niet aan grote bedragen denken, maar bedragen tot zo’n achthonderd euro.
En het komt nogal eens voor dat maatschappelijk werkers of ook anderszins, we hebben nu wat regelmatig ook jongeren beneden de 28 die ineens in de problemen komen en met een bedrag van achthonderd dan net even geholpen zijn zodat ze niet in incassobureaus terechtkomen. Dat is een revolving budget dat zoveel mogelijk natuurlijk terug moet komen. Nou, laatst hebben we er een paar afgeschreven want, ja, als mensen dan ook nog niet kunnen aflossen maar omdat ze de gevangenis ingaan, dan zullen we dat af moeten boeken dus ons vermogen gaat wat dat betreft elke keer een klein beetje naar beneden. Maar we melden ons wel op het moment dat we echt op nul uitkomen. We hebben een keer van de Rabobank een mooi bedrag van 10.000 euro gehad en daar kunnen we dus een tijdje mee doen, maar het eind is wel een keer in zicht. Nou, hier hoef ik niet zoveel over te zeggen omdat de meeste dingen ook door Peter al zijn aangegeven. Life event misschien nog iets extra's in de pech. Er zijn natuurlijk een heleboel dingen die aan de orde zijn, maar achttien jaar is ook
een, dat is een ding wat belangrijk is en waar nogal wat jongeren over struikelen, om het zo maar te zeggen. Scheiding en ziekte zijn natuurlijk andere problemen waar mensen ineens tot de ontdekking komen: hé, ik heb wel heel weinig betrokken gevoel bij het financiële reilen en zeilen van mijn gezin en nou weet ik niet eens wat mijn partner allemaal nog gedaan heeft en uit gestukt heeft. Nou, dat zijn dingen die regelmatig voorkomen dat je dan ineens voor moeilijke beslissingen komt. De missie van ons alle drie, u kent wel de theorie van de stress dat als je stress hebt dan is er een hersenhelft en vooral de hersenhelft die vraagt zich af, die zich afvraagt: kan ik het me allemaal wel permitteren, die gaat, die wordt letterlijk kleiner. En dat betekent dus letterlijk dat mensen domme dingen gaan doen, domme uitgaven gaan spenderen om het zo maar te zeggen. Dat zijn dingen waar wij binnen en waar onze maatjes regelmatig mee te maken hebben en dat kan ook te maken hebben met de afspraken die je moet maken en dan zijn we even niet thuis en allemaal dat soort dingen. Vergroten van de zelfredzaamheid zit hem wat ons betreft vooral in die nazorg.
Nazorg kunt u op twee manieren zien, als we zelf in de Thuisadministratie of Schuldhulpmaatje een iemand hebben begeleid en hij heeft de schulden onder controle of zelfs helemaal afgelost, dan nog is het van belang dat die niet meteen losgelaten wordt maar even ruimte krijgt voor een half jaar om nog weer eens even te bellen en dat soort dingen. Andere nazorg is het GKB-traject waar Peter het ook over had. We hebben een pilot hebben we gehad twee jaar geleden waar mensen drie vier maanden van tevoren voordat de drie jaar om zijn worden beetgepakt en een half jaar worden meegenomen als ze al zelfstandig zijn om heel langzaam te leren dat ze het weer zelf kunnen zeg maar. Die pilot is goed afgelopen, dat is een behoorlijk resultaat gehad, Kees kan daar nog het een en ander over vertellen. Maar, ja, we moeten zo snel mogelijk wat ons betreft besluiten om daar verder vervolg aan te geven. Binnen het Loket Geldzaken hebben we ook die goed opgeleide vrijwilligers die hebben we ook vooral gesprekstechnieken gehad om uit te vinden als iemand bij het Loket komt, nou, je hebt gezien dat zijn er wel veel die komen, dan is het wel van belang om te kijken wat zit er achter de vraag die men stelt, zit daar niet nog veel meer achter en daar proberen we dan achter te komen.
En natuurlijk is het zo in alle gevallen wanneer wij het zelf niet kunnen, dan gaan we doorzetten naar of de gemeente of naar maatschappelijk werk. Er is in Hogeveen een veelheid aan samenwerkingsverbanden, vooral samenwerkend onder de naam SomSom, vraag me nu even niet om dat uitleggen want dan ben ik vijf minuten verder en dat mag niet van de voorzitter, maar daar komen heel veel, daar komen onze drie stichtingen komen daar samen maar ook de Voedselbank, Stichting Leergeld, Stichting ONE, VoorzieningenWijzer, u hebt ze hier allemaal aan tafel zitten, komen langs en ook mensen van de gemeente zijn daarbij aanwijzing. Wat ons bezwaar is, wat we hopen dat in de nota, in de beleidsnota en zeker ook in de uitvoeringsnota beter geregeld gaat worden, is dat we niet alleen met elkaar praten, maar dat we veel meer gaan samenwerken, meer samenwerken dan we tot nu toe doen. We zijn vanuit die drie organisaties ook bezig met die nieuwe contacten, Peter had het al over: wat zijn nou vindplaatsen? Nou, we zijn nu in gesprek met de bibliotheek want dat is een vindplaats wat ons betreft waar heel veel laaggeletterden en computer niet zo vaardige mensen bij elkaar komen, daar zijn we mee in gesprek om te kijken, maar dat zouden we dan ook door willen zetten naar SomSom op het moment dat dat aan de orde is.
En smederijen weten ook heel veel van wat er in Hoogeveen speelt, in welke straat en als je het over preventie hebt dan zou je ook daarmee preventief nog wel het een en ander kunnen doen. Samenwerking met de gemeente, moet ik weer even kijken, ja, de AVS, de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp hebben in samenwerking met de gemeente een landelijk traject gedaan. Daar is een computerprogramma uit voortgekomen waardoor we zonder dat we de wet privacy … Zeg je? AVG, ja sorry, de AVG geweld aan doen wel dingen kunnen uitwisselen zodat in ieder geval maatschappelijk werk ook kan zien: hé, er is al iemand van schuldhulpverlening bij aanwezig of andersom, maar dat geldt ook naar de gemeente toe en daar zijn we dus nu mee in ontwikkeling om daar beter met elkaar de dingen uit te wisselen zodanig dat men weet van, hé, daar moeten we extra aandacht aan besteden. Wat moet beter? Wat ons betreft moet de samenwerking beter, betere besluitvorming, regievorming, om het zo maar te zeggen, zodat we veel meer nog die samenwerking zo kunnen vormgeven maar ook daarmee al die vindplaatsen beter in het oog krijgen maar ook
die paar honderd mensen die we nog zouden willen helpen die we nu nog niet kunnen vinden dat we die dan ook kunnen helpen. In de krant stond laatst iets over het toeslagenbeleid, er zijn natuurlijk ook voldoende mensen die niet komen om bepaalde toeslagen subsidies waar ze wel recht op hebben, die zien we ook niet. Dus al met al ook van belang om daar die samenwerking nog verder vorm te geven. In de uitvoeringsnota hopen we ook dat we uiteindelijk, ja, binnen ons clubje zeggen we dat, maar we zeggen dat ook wel naar de gemeente toe, het zou mooi zijn als het Loket Geldzaken omgebouwd zou kunnen worden samen met de gemeente en professionals tot een soort triage organisatie waarbij sociale raadslieden de intake doen en kijken: heeft iemand alleen financiële hulp nodig of heeft hij ook hele andere problematiek en hoe kunnen we die persoon zodanig ondersteunen met professionele hulp en met vrijwilligershulp zodat die zo snel mogelijk weer goed mee kan doen met de samenleving? Ben er bijna voorzitter. Die uitvoering, hè, de gemeente doet nu vooral het GKB-traject, wij met z’n drieën doen een heel stuk in de uitvoering en ik hoop dat het duidelijk is geworden dat we met zo'n tachtig maatjes heel veel mensen proberen te bedienen. En over de nazorg heb ik het gehad dus wat mij betreft heb ik alles wel zo'n beetje gezegd. Hartelijk dank voor uw aandacht.
De voorzitter: U ook dank voor uw bijdrage en presentatie. Wat mij betreft mag u gewoon weer plaatsnemen, dan kunnen we als er nog dringende vragen zijn aan de heer Bargeman anders gewoon beginnen met … Ja, ik zie aan mijn rechterzijde de heer, even spieken, Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter. Even wat verhelderende vragen, een getal wat ik even snel, niet zo snel kon noteren, wat was nou de totale waarde van alle hulpverleners van de vanuit de organisatie? De voorzitter: Oh, moet ik het zelf doen, uw microfoon … De heer Bargeman: 220.000 euro voor alleen Schuldhulpmaatje, dus dat mag je nog een keer voor de Thuisadministratie Humanitas nog een keer zo’n zelfde bedrag want die hebben ongeveer hetzelfde aantal maatjes en dezelfde aantal cliënten. Mevrouw Van der Zande: En dan hebben we Loket Geldzaken dus nog niet meegerekend, hè, dat groepje van die achttien vrijwilligers die zich wat dat betreft vorig jaar er zo ongelooflijk veel gesprekken hebben gevoerd, wat daar allemaal uit komt, daar hebben we de waardebepaling nog niet van gedaan. De voorzitter: Nog een aanvullende vraag, de heer Walda? De heer Walda: Ja, ik heb nog twee vragen als het mag, voorzitter. Er werd op een gegeven moment ook aangegeven, hè, de wat langere trajecten die worden doorgezet.
Wat is uw definitie van langere trajecten? En in uw eerste, een van de eerste sheets gaf u een overzicht van het aantal hulpvragers en was ik benieuwd of daar ook overlap in zit, dus dat een persoon dus gebruik maakt van twee organisaties? De voorzitter: Ja, aan u het woord mijnheer Bargeman. De heer Bargeman: Die laatste vraag, ik heb al aangegeven dat wij zodanig samenwerken en dat betekent dus dat dat, die overlap komt niet voor. En de tweede vraag, de eerste vraag was, ja, langer is wat ons betreft als wij in onze termijn niet zien dat we onze hulpvragen zodanig kunnen helpen dat de GKB niet nodig heeft. Dus als iemand 10.000 euro schuld heeft dan denken we: nou, dat moeten we wel kunnen regelen. Als iemand 40.000 euro schuld heeft dan denken we: dat gaat niet lukken, we gaan wel het eerste gesprek aan en dan gaan we meestal snel ook naar de gemeente toe om het GKB-traject in te zetten.
Mevrouw Van der Zande: Misschien een aanvulling daarop van de Loket Geldzaken, zo is een langer traject als het niet in een uur anderhalf uur opgelost kan worden, dan is het een, dan wordt de aanvrager ‘…’ de hulpvrager doorverwezen naar of Schuldhulpmaatje of naar Humanitas Thuisadministratie. De heer Bargeman: Ja, dat is de andere definitie. Mevrouw Van der Zande: Dat is de andere definitie. De voorzitter: Ik zie daar nog een microfoon branden, als u aan het woord bent geweest, wilt u dan de microfoon uit anders gaat het systeem in de war lopen. Maar zou u uw naam even willen zeggen, dan ... Mevrouw Van der Vinne: Ja, mijn naam is Ria van der Vinne en ik ben coördinator Schuldhulpmaatje. Ik wil even een kleine aanvulling geven, wij bij Schuldhulpmaatje is het namelijk zo: als wij, als onze maatjes kunnen berekenen dat een hulpvrager niet binnen drie jaar de schuld op kan lossen, dus op basis van beschikbare financiële ruimte, dan wordt zo'n hulpvraag doorverwezen naar de professionele schuldhulpverlening. Dus onze maatjes gaan kijken: is dat binnen drie jaar te verhelpen, dan blijf, dan gaan onze maatjes daar zelf mee aan de slag en is een professionele schuldhulpverlening niet nodig dus bespaart dat de maatschappij weer heel veel geld. De voorzitter: Ik ga eerst even naar de heer Brand van Rijn. Oh, dat is misschien wel handig inderdaad, Ronald Klok van de VVD.
De heer Klok: Ja, dank u wel voorzitter, dan hoef ik het zelf niet meer te doen. Ja, ik begreep daarnet van de drie jaar alleen volgens mij werd net in de presentatie verteld dat dat naar achttien maanden gaat, klopt dat? Mevrouw Van der Vinne: Ja, dan, die achttien maanden dat is dan waarschijnlijk de professionele schuldenhulp, hè, de WSNP, dat is wat anders dan wat onze maatjes doen want dan zijn ze nog niet bij in de WSNP, dan zitten ze nog niet in de professionele schuldhulpverlening en kan de hulpvrager onder begeleiding van een schuldhulpmaatje of ondersteuning kunnen ze het zelf oplossen. De voorzitter: Dank u wel, nog even een aanvulling vanuit de heer Bargeman. De heer Bargeman: Ja, ik denk wel dat de achttien maanden als die ingaat per 1 januari 2024, dat dat wel effect zal hebben op de tijd waar mevrouw Van der Vinne het net over had omdat, hè, een hulpvrager dan misschien beter af is met de snelle schuldsanering bij de GKB dan bij een lang traject bij een vrijwilligersorganisatie. Daar hebben we het nog niet zozeer over gehad dus dat moet, dan moeten we bestuurlijk en operationeel gewoon eerst nog eens even goed met elkaar bespreken zeg maar. De voorzitter: Ga eerst even naar de heer Van Rijn, aan u het woord. De heer Van Rijn: Dank u wel, ja, had even een vraag aan mijnheer Bargeman over die triage want dat ging eigenlijk even een beetje te snel.
Is dat nou iets wat al bestaat of zeg je: nee, dat willen we juist gaan oppakken en dan willen we juist sneller de beslissingen kunnen nemen in zo’n triage? Kunt u daar nog even iets meer duiding aan geven? Dank u wel. De heer Bargeman: Ja, je hoort het mijn buurman ook zeggen, Peter zei ook: er zijn nu meerdere meldpunten. Wat je in Zwolle bijvoorbeeld ziet is dat ze echt één meldpunt hebben waar die triage ook heel met die raadslieden ook plaatsvindt. Daarna kan Thuisadministratie, Schuldhulpmaatje, iedereen worden ingezet waar
dat aan de orde is maar dan heb je wel één ingang en dan is er één raadslid die ook verantwoordelijk is voordat dat traject helemaal wordt afgelopen. Dus dat is, daar zitten we eigenlijk al vier jaar naar te kijken als vrijwilligers: daar zouden we wel heel graag naartoe willen. Ja. En dan komt ook het maatschappelijk werk tot zijn recht en iedereen kan dan meedoen zeg maar. De voorzitter: Dan ga ik even door naar de heer Verstegen van de ChristenUnie. De heer Verstegen: Ja, dank u voorzitter. Het klinkt wel heel mooi, dat triage, alleen het is wel een hele andere manier van werken. U hebt nu achttien mensen bij geldloket zitten die dat werk eigenlijk doen, toch? Zo begrijp ik het althans. Dan komen er dus een professionele laag voor de vrijwilligers. Heb ik dat goed, of … De heer Bargeman: Wat u ziet is dat die Loket Geldzaken die probeert alle vragen te beantwoorden, alleen de vragen waar een groter schuldtraject achter zit, die gaan door naar Thuisadministratie of Schuldhulpmaatje of als het heel ernstig is naar de gemeente naar de GKB. Dus daar is het een soort voorportaal om de eerste gesprekken mee te voeren. Maar bij triage krijgt iedereen een gesprek waarbij duidelijk gaat worden wat alle problemen zijn. En vaak is het niet één probleem, het zijn vaak twee of drie of meer problemen tegelijkertijd en dan is het van belang dat een professional daar goed naar kijkt.
Dat is ten minste zoals wij ernaar kijken. Mevrouw Van der Zande: Mag ik misschien even aanvullen? Ja, Maaike Van der Zande, ik ben coördinator van de Thuisadministratie maar ook tijdelijk coördinator van Loket Geldzaken, omdat onze coördinator een betaalde baan kreeg bij Loket Geldzaken, ja, dan zit je zonder, dus dat moet, proces moet wel doorgaan. Ik weet niet, u had het zonet over schaamte, hè, dat dat een van de belangrijke punten is van schaamte, hè, dat mensen maar door blijven modderen en wat dan ook. En wat wij juist met het Loket proberen is laagdrempelig dat mensen binnen kunnen lopen en dat je minder last hebt van die schaamte. Onze vrijwilligers van het Loket zijn wat dat betreft goed getraind maar als je inderdaad met de triage functie gaat beginnen, ja, dan komen er ook andere dingen om de hoek kijken en dan zullen we de vrijwilligers daar ook meer moeten scholen en wat dan ook. Dat is dus het proces waar we straks voor staan. Maar nu is het eerst met name het belang: er is een vindplaats, mensen lopen binnen en dan kun je met je problemen, je ellende kun je naar een luisterend oor, hè, en dan die weten de weg waar je naartoe verwezen moet worden.
We zijn met de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp ooit begonnen met een samenwerking te kijken van de gemeente, SWW en de vrijwilligersorganisaties en ons doel is eigenlijk dat een inwoner als je ergens komt, dat die met één klik direct op de goede plek is, waar die plek dan ook moge zijn. Nou, dat is eigenlijk de uitdaging waar wij ons voor gesteld zien en dat we dat proberen te bereiken. De voorzitter: Dank u wel. Ik, we hebben heleboel gasten uit, oh, de heer Verstegen nog een aanvullende vraag? De heer Verstegen: Ja, ik zit eigenlijk een beetje met de gedachte: ik zou die inloop naar het Geld Loket, dat klinkt mooi, maar als ik schulden zou hebben zou ik naar iemand gaan die ik vertrouw. Misschien heb ik dan wat meer met het Leger des Heils of met Humanitas waar ik dan toevallig contact heb en daar breng ik het als eerste ter sprake en dat is dan misschien een van de vijf poorten waar ik binnen kan komen maar dan kom ik wel binnen. Mevrouw Van der Zande: Klopt, maar dat zie je dus ook, je hebt het Loket is, daar komen mensen maar mensen met problemen rechts melden zich ook rechtstreeks aan bijvoorbeeld bij Schuldhulpmaatje of bij Humanitas.
De heer Verstegen: En blijft dat als daar één toegangspoort moet komen? Mevrouw Van der Zande: Ja. De heer Verstegen: Dat blijft. Mevrouw Van der Zande: Ja, het doel is dat iemand geholpen wordt, dat is het enige wat het doel en daarmee proberen wij, ja, we hebben dus de organisaties, hè, dus en alles en dat Loket Geldzaken voor de mensen die bijvoorbeeld niet iemand kennen bij Schuldhulpmaatje of bij de Thuisadministratie en die ergens met de problemen naartoe moeten gaan, die misschien zeggen: ja, gemeente, ja. Je weet niet wat voor ervaringen iemand van de gemeente hebben en wat voor ervaringen iemand met de gemeente heeft gehad. Dus dat er dan ergens een laagdrempelig plekje is waar men naartoe kan gaan. Dus het is niet zo dat op het moment dat het Loket breder wordt dat de aanmeldingen bij Schuldhulpmaatje, Thuisadministratie, Leger des Heils of waar dan ook, dat dat niet meer mogelijk zal zijn. De voorzitter: Ik wil ook richting onze andere gasten kijken die aanwezig zijn of die vragen hebben of opmerkingen richting ons mee willen geven. Ik heb zelf nog wel eentje als woordvoerder, ja, de raadsleden zitten aan deze kant van de tafel en het is een woordvoerder per fractie, maar. Nou vooruit, voor deze keer dan, daarna … Mevrouw Jansen.
Mevrouw Jansen: Ik zit hier als publiek omdat ik in het werkveld zit, maar ik had ook een vraag ten opzichte van de ervaren toegankelijkheid. Is het ook zo dat mensen misschien een lagere drempel ervaren door naar de vrijwillige hulporganisaties toe te gaan dan ten opzichte van de gemeente of welzijnswerk is een vraag. En twee, mevrouw Van der Zande gaf daar min of meer al een antwoord op, als we gaan naar een gezamenlijke triage, denkt u dan niet dat die drempel enorm hoger gaat liggen voor mensen? De voorzitter: Voor wie is deze vraag, mevrouw Jansen? De heer Bargeman: Nou, ik denk dat die drempel niet hoger wordt maar dat heeft mevrouw Van der Zande eigenlijk denk ik net proberen te zeggen, doordat nog steeds het Leger des Heils daar kan iemand binnenkomen en dan gaat het Leger des Heils met een warme overdracht naar dat triageloket en dan komt het toch nog goed, om het zo maar te zeggen. Ik denk dat het dan zo moet gaan want uiteindelijk willen we dan wel, maar we zijn eigenlijk met de uitvoeringsnota al bezig terwijl de beleidsnota nog moet worden goedgekeurd door de raad. Maar wij zitten, wij vinden die uitvoeringsnota ook veel belangrijker, nee, mag ik niet zeggen, maar ook belangrijk juist voor ons werk.
Maar ik denk dat het dan zo zou moeten gaan, dat weliswaar overal elders nog wel mensen zich melden die netjes met een warme hand meegenomen moeten worden naar die organisatie die al die aspecten goed kan bekijken. De voorzitter: Is dat voldoende antwoord op uw vraag, mevrouw Jansen? Oké, dan zet ik even mijn andere pet op als woordvoerder. Mevrouw Koekoek: Ik heb ook nog wel een vraag en dat is een vraag, ja, dat laat ik maar even wie dat wil beantwoorden, want we hebben schuldhulpverlening in dit land en in onze gemeente omdat de mensen helaas schulden hebben en liever hebben we natuurlijk dat mensen geen schulden hebben. En de grote vraag die ik altijd heb: waar komen die schulden nou vandaan? Ligt dat aan ons systeem dat we zo ingewikkeld hebben gemaakt of zijn mensen nou gewoon op de verkeerde plek geboren of … Nou ja, dat is een beetje
misschien een hele grote vraag maar is wel een vraag die mij bezighoudt met dit thema. En ik weet niet wie die handschoen op wil pakken om hem te beantwoorden. Wil u, ja, microfoon en uw naam graag. Mevrouw Van Dijken: Mijn naam is Evelieke Van Dijken en ik ben van de VoorzieningenWijzer, een heel praktische tool in feite. Ja, waar komen de schulden vandaan, ik, volgens mij is het bewezen dat de Overheid de grootste schuldveroorzaker is. Toeslagenstelsel bijvoorbeeld, hè, dat is altijd een achteraf check en er gebeuren zoveel dingen in een jaar en mensen zijn zo, ja, men moet het allemaal zelf doen en men weet het niet. Dus in feite, het kan iedereen die met toeslagen te maken heeft en in een keer een baan krijgt die kan in de schulden raken. Al dan niet een paar duizend euro per jaar, dat is niet terug te betalen. De voorzitter: Ja, dank u wel. En ik zag nog iemand die wilde reageren. Mevrouw Hoekstra van Stichting Leergeld, dat kan ik wel lezen. Mevrouw Hoekstra: Ja, wat ik ook wel merk is dus dat bijvoorbeeld mensen die vanuit de bijstand gaan werken en dan iets boven hun uitkering verdienen dat die dan ook in de problemen komen door juist die toeslagen. De voorzitter: De zo genoemde armoedeval bedoelt u dan. Mevrouw Hoekstra: Ja, dat is de armoedeval en dat is gewoon heel naar en eigenlijk kun je dat als gemeente misschien wel helemaal niet zo goed oplossen, dus.
Ja en wat we dan natuurlijk bij Leergeld vooral heel veel tegenkomen dat zijn mensen met de bekende multiproblematiek, hè, dus ziekte, scheiding, maar ook lage opleiding, dat is toch wel iets wat heel erg iedere keer er is. Maar vooral ziekte ook, dat ik denk: nou, hoe kan dat toch dat als je ziek bent dat je dan eigenlijk zo ook in de financiële ellende komt, dat vind ik wel een aandachtspuntje, maar goed, het is niet makkelijk op te lossen. De voorzitter: En wie zou aandacht moeten hebben voor het feit dat mensen ziek worden? Nou ja, om de ‘…’ Mevrouw Hoekstra: Ze moeten zelf ook aan de bel trekken natuurlijk maar het vertrouwen is niet al te groot, hè, het is gewoon, het is al een wonder dat mensen van Leergeld bij de mensen over de drempel mogen komen. Dus ja. De voorzitter: Dank u wel. Dan, even kijken, Schuldhulpmaatje, de heer Raven. De heer Raven: Kees Raven, bestuurslid bij Schuldhulpmaatje maar ook maatje en vanuit die hoedanigheid wil ik ook even iets van zeggen, omdat het beslist niet zo is dat het veroorzaken van de schuld aan de kant van de gemeente ligt of op wat voor gebied dan ook. Heel veel verschillende dingen komen wij wat dat betreft in het veld tegen.
Wat je wel vast kan stellen en ik denk dat dat een heel groot punt van aandacht moet zijn, Peter Janssen heeft dat in zijn betoog ook gezegd, is natuurlijk een hele kern van mensen die in de probleem raken, het niet kunnen oplossen omdat ze, nou, de ambtelijke taal niet begrijpen, dat ze geen digitale vaardigheden hebben of zelfs de taal misschien moeilijk spreken. Ik denk dat wij als vrijwilligers daar een enorme bijdrage aan kunnen leveren maar dan is het wel een kwestie van samenwerking, dat we elkaar die bal toespelen want ik kom als maatje echt bij mensen dat ik en ik heb mijn volle verstand dan bij elkaar en dan zie ik briefwisselingen waar zelfs ik een rode kleur van krijg, ook met de gemeente, is heel moeilijk uit te komen. Als je dat iets zou kunnen vereenvoudigen, als daar iets over gezegd gaat worden, dan denk dat je een hele grote stap voorwaarts maakt.
De voorzitter: Ja, aanvullend nog? Mevrouw Van der Zande: Ja graag, want we vergeten een hele belangrijke groep en dat zijn de ouderen. En wij krijgen steeds vaker te maken van mensen die, ja, ouderen moeten langdurig thuis blijven wonen en als dan de mentale toestand minder wordt, slechter wordt, ze hebben geen vangnet, geen mantelzorg of wat dan ook en dan zie je dat ze in de schulden raken. Ook een heel belangrijk punt dat mensen niet meer, ja, niet meer meekomen, digitale problematiek komt er nog eens een keertje bij en wat dan ook. Dus met name die ouderen die, hè, waarvan wij vinden dat ze zo lang mogelijk thuis moeten blijven, ja, op het moment dat ze hun financiën niet meer goed zelf kunnen regelen komen de schulden om de hoek kijken met alle ellende van dien. Dus ook met name die ouderen is een hele belangrijke groep. De voorzitter: Levert dat nog reacties op bij de raadsleden? Dat is helder en herkenbaar. Zijn er nog andere thema's die besproken willen worden? Mevrouw Schonewille? Oh sorry, ik zie iemand over het hoofd, de heer Bouwmeester. De heer Bouwmeester: Oké, Bert Bouwmeester cliëntenraad sociale zekerheid van Hoogeveen. Wat mij in ieder geval in het betoog van Bargeman toch behoorlijke aanspreekt is dat we veel meer als vrijwilligersorganisaties moeten samenwerken.
Het gaat er niet om dat je een poort hebt triage, we moeten mensen naar die poort toe kunnen begeleiden vanuit verschillende organisaties. En dan mis ik op bepaalde gedeelten wel, want alle organisaties weten niet exact wat hun corebusiness is. De meesten die denken: nou, ik ga mijn client op een goed mogelijke manier helpen, niet wetende dat een andere organisatie het eventueel beter zou kunnen. En dan gaat het niet om dat je op elkaars, ja, corebusiness gaat concurreren maar je moet wel veel meer gaan samenwerken en we moeten ernaartoe vind ik dat alle vrijwilligersorganisaties van elkaar weten wat ze doen en hoe ze het doen. Daarbij heb je de kerken nodig, daarbij heb je in de buurtvereniging nodig. Dat zijn allemaal poorten waar mensen laagdrempelig binnen kunnen komen. Over het algemeen die kennen ook vaak hun eigen mensen wel en weten wel waar eventueel een probleem zit en die kunnen eventueel doorverwijzen. En die kunnen dan doorverwijzen naar, wat Bargeman noemt, een triage, ja, plek, loket, waar hij ook komt te zitten. Ik zou hem in ieder geval niet in een overheidsinstantie doen als er ooit een loket komt. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Bouwmeester: Ja, maar dan mis ik er nog een want we hebben het dan over ouderen die komen vaak wel in buurthuizen, hè, die hebben wel de kaartclubs en al het andere spul.
Als je daar goede brochures neerhangt: bij eventueel schulden kun je daar en daarnaartoe, hè, en het eerste aanspreekpunt. Maar ik zou ook de scholen voor de jongeren niet willen het vergeten, het voortgezet onderwijs, het mbo-onderwijs, zorg dat je daar in ieder geval aanspreekpunten hebt voor deze jonge mensen die te maken krijgen met verleiding, met mobiele telefoons, wat allemaal een stuk duurder wordt dan af en toe gedacht is en die komen in de schulden. Als u op die school daar al een stukje preventie kunt organiseren dan ben je al een stap verder want wij komen er vaak achter: als die schuld er is dan komen ze naar ons toe en je kunt beter de voorlichting hebben wat doen we voordat je ergens aan begint. De voorzitter: Dank u wel. Dat riep volgens mijn reactie op bij de heer Brand van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, aan mijnheer Bouwmeester, ik begrijp het dat u zegt: kijk, als wij een goede samenwerking hebben en vooral ook net wat u zegt van, nou, dit is iemand die kan je beter nog even doorsturen naar die want die hebben daar wat meer mee in de mars, enzovoorts enzovoort. Maar hoe
komen we nou uiteindelijk tot die samenwerking? Want mijnheer Bargeman heeft het er ook al over gehad en we moesten eigenlijk een beetje meer samenwerken, niet zoveel samen praten, meer samenwerken. Wat is nou de oplossing om al die mensen in het werk, die instellingen te gaan samenwerken? Daar zou ik wel graag vanavond een antwoord op willen hebben, ja. Dank u wel. De voorzitter: Ik pas hem eerst denk ik maar even door naar de heer Bouwmeester en dan ga ik ook even door naar de heer Bargeman om daar even op te reageren. Eerst de heer Bouwmeester. De heer Bouwmeester: Nou, we hebben daar al als gemeente diverse jaren pogingen toegedaan in diverse conferenties om de vrijwilligersorganisaties op een lijn te krijgen. Met een bepaalde insteek en dat is over het algemeen door bepaalde instellingen hebben we dat gepoogd te doen. Maar je moet van tevoren een bepaalde doelstelling hebben en die moet je goed kenbaar maken bij de instanties die je uitnodigt wat de bedoeling is. Wij zitten niet te wachten op een workshop dat we een casus op gaan lossen, wij zitten te wachten: hoe geven we die samenwerking gestalte. Dat is een doel dus zo'n conferentie moet die gemeente organiseren. Dan is er nog een punt, hoe komen wij tot een goede samenwerking, hoe weten wij van elkaar wat we kunnen doen? De voorzitter: Dank u wel.
De heer Bargeman, wilt u daar nog op reageren? De heer Bargeman: Nou ja, wat je, iedereen heeft gezien dat de drie organisaties eigenlijk elkaar kennen als op de broekzak, hè. Dat zou je verder willen brengen en ik denk dat daar uiteindelijk toch regie voor nodig is. En de meest voor de hand liggende partij daarbij denk ik toch zou de gemeente zijn. De voorzitter: Is dat voldoende antwoord op uw vraag, de heer Van Rijn of wilt u nog? Ja, dan ga ik even door naar uw buurvrouw, mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb een meer denk ik vraag van een beetje praktische aard en ik weet nog niet zo goed aan wie ik hem wil stellen dus degene die hem wil beantwoorden moet dat vooral doen. Ik ben eigenlijk wel heel nieuwsgierig, waar lopen mensen nou gewoon tegenaan in de gemeente Hoogeveen ten aanzien van armoede en schuldhulp? Dus wat zijn de dingen waarvan ze zeggen: nou dat, daar heb ik als client echt last van, dat kan beter, dat moet anders, dat mis ik. Nou ja, een beetje op die wijze. De voorzitter: Wie wil de handschoen oppakken om die vraag te beantwoorden? Ik zie al twee vingers, de heer Bouwmeester en de buurvrouw van mijnheer Bouwmeester, begin bij de … Ja, ik zie uw naam, bij mevrouw Van Dijken begin ik dan maar even. Mevrouw Van Dijken: Dank u wel. Heel veel mensen lopen tegen gewoon, wat al genoemd is, taalgebruik aan. En diagonaal.
Als ik bijvoorbeeld een, nou, ik noem even een voorbeeld, kwijtschelding gemeentelijke heffingen, dat is een formulier waarbij men bij het Loket Geldzaken als men alleen met een telefoon aan komt zetten, daar is men anderhalf uur mee bezig om alle formulieren te verzamelen. Kijk waar ze terechtkomen, hoe komt het op het telefoontje, hoe komt het bij de printer? Nou, daar lopen de meeste mensen denk ik tegenaan. Ik weet niet of ik dat zo goed verwoord heb Maaike, maar hebben wij ook vanuit de VoorzieningenWijzer, wij kijken naar wat kunnen mensen aanvragen, niet waar men recht op heeft maar wat zou men kunnen aanvragen. Dan kom ik al niet eens meer toe aan een meest eenvoudige minimaregeling want mijn tijd is al op. De mensen zitten al tot hier, dus dan gaat het naar het Loket Geldzaken gelukkig. En dan moeten we afwachten of men daar ook naartoe gaat. Maar dan hopen we dat de 1300 euro van de
energietoeslag, dat men dan de moeite neemt, want als je alles toch moet gaan kijken: is men geweest, wordt ook een beetje lastig. Maar in feite het taalgebruik en het vinden van formulieren, heel groot probleem. De voorzitter: Mijnheer Bouwmeester, u wilde daar ook nog op reageren. Wat zijn volgens u de problemen waar ze tegenaan lopen? De heer Bouwmeester: Waar we, tenminste, wij zitten voor de groep van bijstand uitkeringsgerechtigden in Hoogeveen, de meeste die hebben een, ja, een stuk wantrouwen, laat ik het maar zo zeggen, richting het gemeentelijk apparaat. Niet tegen de mensen, maar in het kader van de Overheid op dit moment, dat zij zeggen: ik ben afhankelijk in het kader van mijn uitkering van de gemeente. Daarnaast, als ik wat extra's zou willen dan komen ze al, maar je krijgt dit al, je krijgt dat al en dan wordt er onvoldoende in mijn optiek als ik dan doorvraag met die mensen die dan bij mij komen, nou, hoe heb je dat aangepakt en wat is het antwoord? Dan wordt er onvoldoende geluisterd, er wordt onvoldoende dieper op de materie van de persoon even ingegaan. Er wordt vaak met een bepaald oordeel al naar de client gekeken en dat vind ik jammer en dat oordeel is vaak ervan uit en de client ervaart het als een stuk wantrouwen richting hem, niet dat het een vertrouwensbasis is die verder uitgewerkt kan worden.
En volgens mij moeten we daarnaartoe, we moeten dat wantrouwen weer weghalen, we moeten zorgen dat de cliënten weer vertrouwen in hebben dat er naar hen geluisterd wordt en dat er ook progressie daarin bereikt wordt. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik zit ook even te kijken of naar de buitenste ring of men daar nog op wil reageren op de vraag van mevrouw Schonewille, knelpunten die mensen ervaren vanuit, die te maken krijgt met de schulden. Vanuit jullie ervaringen nog aanvullingen? Ja. De heer Te Velde: Mijn naam is Wiebe te Velde van Diaconaal Platform Hoogeveen. Ik zou de vraag wat willen verlengen, waar lopen wij als hulporganisaties tegenaan in de zin van mensen die tegen problematiek aanlopen dat er een kleine hulp nodig is in materiële zin, hè? Dus ik heb het niet zo om schulden af te lossen zo maar bijvoorbeeld bij ons inloop uur komen mensen die bijvoorbeeld, ja, een woning toegewezen gekregen hebben maar niet de mogelijkheid hebben om die woning in te richten. Nou ja, dan komen ze bij ons op het inloop uur waar wij samen met Stichting ONE een goede samenwerken hebben en waar wij vanuit ons noodfonds bij ons Schuldhulpmaatje die problemen oplossen. We hebben daar ook gesprekken over gehad met de gemeente om te kijken: nou, kunnen we daar ook samen in optrekken want uiteindelijk wordt het nu door de gezamenlijke kerken en door Stichting ONE opgelost.
Ja en dat is iets waarvan ik denk: we doen dit al jaren en al jaren kloppen we aan bij de gemeente, maar ja, daar voelen we steeds een afwijzend beleid van en dan inderdaad een hoop formulieren die dan eerst maar eens ingevuld moeten worden, ja, waardoor de bomen het bos niet kunt zien. En als het wel eventueel kan, dan wil men alleen maar een betaling aan de rechthebbende doen, dus niet aan de, zoals wij, de hulpverleningsinstantie. Nou en we weten allemaal dat als je op bepaald moment bepaalde hulp wilt verlenen aan die mensen dan zal dat snel en adequaat moeten gebeuren. Mensen die bij ons op maandag bij het inloop uur geweest zijn, nou, over het algemeen is in dezelfde week nog de zaak afgehandeld en geregeld. Nou ja, dat vergt gewoon dat je gewoon adequaat en snel die mensen helpt en, ja, daar is de gemeente gewoon niet op berekend en kijkt men een andere kant op. De voorzitter: Ja, dank u wel. En ik geloof dat dat ook … Kunt u de microfoon dan aandoen. De heer Marissen: Geert Marissen. De coördinator van het inloop uur en ik zijn bij de afdeling bijstand geweest om eens te praten: kunnen jullie wat, kunnen jullie ons ook helpen? Was een heel positief gesprek. Wij hadden zoiets van, ja, nou, we kunnen daar wat mee. Nou is het zo dat er een aanvraag geweest is van iemand die een zelfstandig gaat wonen vanuit Interwonen bij het Leger de Heils. Ja en die is wat voor de vloer
nodig, helemaal niet zo’n hoog bedrag. Dat is ingediend bij de afdeling bijstand, bijzondere bijstand. En wat doen die? Die wijzen het af. En waarom wijzen ze het af, vanwege het feit dat ze zeggen: ja, je weet dat je zelfstandig gaat wonen, je had moeten sparen en daarom wijzen we het af. Nou, daar kan ik niet bij, dat snap ik gewoon niet. Die man heeft een bijstandsuitkering, ja, kan niets overhouden denk ik en het wordt afgewezen. Nou, dan denk ik bij mijzelf: ja, dat is dan de eerste aanvraag die afgewezen wordt, moeten we dan in het vervolg al die formulieren, wat jij ook zegt, gaan invullen met de kans dat er een afwijzing komt. We zijn net in conclaaf hoor, met de afdeling bijzondere bijstand. Nog niet zo lang. De voorzitter: Oké, dit gaat natuurlijk niet echt over bijzondere bijstand vanavond maar over echt over schuldhulpverlening. Maar het is een voorbeeld om aan te geven waar u tegenaan loopt, ja. De heer Marissen: Ik denk dat ik een beetje vreemde eend in de bijt ben hier en vanwege het feit stichting ‘…’ geeft kortdurende hulp in de vorm van goederen, ja? En we doen niet aan schuldhulpverlening. Dat heb ik ook al gezegd in de aanmelding, ik zeg nou, ik weet niet of ik hier wel op de plaats ben maar men drong zo aan dus vandaar dat ik hier nu zit. De voorzitter: Nee, u heeft wel heel veel ervaring met mensen die in de problemen zitten en die ervaring is waardevol.
De heer Marissen: Ik heb geen ervaring met schuldhulpverlening. De voorzitter: En dan zie ik de heer, ik zit even te twijfelen naar wie ik zal gaan, want de heer Walda stond … Dan mag u eerst van mij, ja, de heer Bouwmeester. De heer Bouwmeester: Het verhaal van hem betuigt weer waar de cliënten mee te maken krijgen en dat is dus een stuk wantrouwen wat dus opgebouwd wordt. Er zit geen vertrouwen in, in de gemeente. Dus ze vragen hem de eerste keer wel aan, de volgende keer zeggen ze laat maar en ik zie wel via een andere weg, dan maar in de schuld. De voorzitter: Ja, dat is de drempel waar u op reageerde richting mevrouw Schonewille, ja. De heer, ja, dit roept wel reacties op, de heer Bargeman nog even en dan ga ik echt naar de heer Walda. De heer Bargeman: Ik denk wat ‘…’ zegt dat dat echt een mooi voorbeeld zou kunnen zijn voor de effectiviteit van de herinrichting van het sociaal domein binnen de gemeente, want daar zou je over de loketten heen moeten kijken naar zo’n situatie, volgens mij. De voorzitter: Ja klopt. De heer Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel, voorzitter. Even een vraag van een andere orde. Mijnheer Bouwmeester had, u was net aan het woord en u vertelde iets over concurrentie en dat triggerde mij best wel. Waar ziet u concurrentie, ik hoop toch niet in het gebied voor de GKB en voor de gemeente.
Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mijnheer Bouwmeester, wilt u daarop reageren? De heer Bouwmeester: Altijd. Nou, ik zie het niet als concurrentie, maar het neigt naartoe. Elk vrijwilligersorganisatie heeft een bepaald idee en iedere vrijwilligersorganisatie wil zijn mensen zo goed mogelijk weghelpen. Daar zit geen concurrentie, dus we gaan elkaar niet bestrijden op middelen of wat dan ook. Het gaat erom dat ik graag wil wat ook Bargeman wil, dat we samenwerken met elkaar en elkaar dan ook
de gunst gunnen om cliënten over te dragen. Het moet niet zo zijn dat je denkt: nee, ik ga er zelf eerst een half jaar mee modderen bij wijze van spreken en dan leg ik hem bij een ander neer. Als je op dat moment de inschatting kunt maken, je komt er niet helemaal uit, maar volgens mij ben je bij die even op dit moment in een beter traject, moet je hem door kunnen verwijzen maar dan moeten we wel van elkaar weten waar de corebusiness exact ligt, wat we kunnen doen. En daar ontbreekt het ook. En dat zie ik niet als concurrentie, ik zie dat als een verhalen van het samenwerken op zich. De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren, de heer Walda? De heer Walda: Nee, dank u wel voorzitter, dat is een helder verhaal. Ik weet daarin voldoende, dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik door naar de heer Baalman want die heeft zijn vinger ook al opgestoken. De heer Baalman: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, mijn collega zit thuis te kijken die heeft een handje al een hele poos opgestoken achter u, dus hij appte mij of ik de vraag wou stellen. Het gaat in dit geval om jongeren. Volgens het Bureau Krediet Registratie groeien schulden bij jongeren.
De vragen zijn: is de schuldenproblematiek bij jongeren inzichtelijk, zo niet, hoe maken we die dan inzichtelijk? En op preventief gebied, wat kunnen we nog verder inzetten om schulden bij jongeren te voorkomen? En dan mag ik, laat ik aan degene over wie er wat van zeggen wil. De voorzitter: Ja, ja goede vraag ook, het was ook een beetje mijn vraag dus als ik hier aanvullend even een vraag mag stellen dat was ook: in de presentatie werd gesproken over de grens van 28 jaar dat ineens in de problemen zouden komen, de jongeren. Dus daar ben ik ook wel benieuwd naar, dus ik weet alleen niet wie die vragen van de heer Baalman en van mij zou kunnen … Mevrouw Van Dijken van de VoorzieningenWijzer. Mevrouw Van Dijken: Ja, het is zo fijn dat wij vanuit het maatschappelijk werk werken dus je krijgt van een heleboel dingen krijg je een hoop mee. Ik weet dat er tegenwoordig bij het maatschappelijk werk een aantal uren beschikbaar zijn voor echt het jongerenwerk, de jongeren die thuis zijn, die eigenlijk, ‘…’ vul me aan als ik het fout heb maar die, ja, niet in beeld zijn. Die worden bezocht, die worden, ja, geprobeerd boven tafel te krijgen. Dus daar is op dit moment ik denk sinds een aantal maanden is daar vanuit het maatschappelijk werk echt oog voor. De voorzitter: Ik zag nog iemand een handje op… Ja, de heer Janssen.