Transcript raadsvergadering 20 januari 2022
Tekst van het document
En daar waar SWW een belangrijke taak heeft in het voorliggende veld, moeten ze dat wat onze fractie betreft, blijven doen. Dus ons debat is… punt is: we pleiten voor een goede bezinning op de taken van SWW en vragen aan het college om dit onderzoek samen met SWW zorgvuldig te doen in de aanloop naar de kadernoten en passend bij de leidende principes in het programmaplan. Dan afrondend. Ons voorlopig standpunt is dat hier volgens ons een goede basis ligt voor de toekomst van iets wat al heel lang of al langer in gang is gezet voor het half 2019 en met schone lei. En we zijn dus wel, in principe zijn we positief over de eerste vier punten in het raadsvoorstel, maar de vijfde vinden we nog wel spannend. Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik naar mevrouw Schonewille van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Zoals we allemaal weten ligt vanavond het herontwerp sociaal domein voor. Iets waar we bij de Partij van de Arbeid met veel kritische nieuwsgierigheid naar hebben uitgekeken. Ondanks dat we blij zijn dat er iets voorligt, is het herontwerp echter niet helemaal wat we ervan verwacht hadden. Bij de Partij van de Arbeid waren de verwachtingen namelijk dat er een echt herontwerp zou voorliggen, waarbij we flinke aanpassingen in het sociaal domein zouden doen, vooral gericht op verbetering wat betreft de inhoud. We zijn het dan ook eens met wat de adviesraad daarover zegt. Er blijkt eigenlijk meer een soort doorontwikkeling te liggen met een groot aantal punten die in 2015 al ingevoerd hadden moeten zijn. De Partij van de Arbeid is echter wel content met dat er nu een plan voorligt wat vooral geschreven is met veel input vanuit het veld. Daarvoor dan ook onze complimenten. Er ligt wat ons betreft een plan voor die op inhoud passend is bij een lijn die we ook wel graag zien, namelijk meer eigen regie en eigen kracht daar waar dat kan en meer normaliseren. Echter vinden we het plan wel grotendeels gedreven vanuit financiën. Wat ons betreft zou er eigenlijk eerst een visie voor moeten liggen en zijn de financiën daaropvolgend.
In dit geval is dat vooral omgekeerd. We krijgen bij de Partij van de Arbeid dan ook wel buikpijn van de bezuinigingen die daarmee gepaard zijn. Ja, er zijn bezuinigingen die vooral een verbetering zijn in de zorg, maar er zijn wat ons betreft ook echt wel gewoon pure bezuinigingen die haaks staan op het plan. De bezuinigingen op de SWW en daarmee bijvoorbeeld ook Mantelzorg-Vitaal. Overal in het plan hebben we het over laagdrempelig, eigen kracht, meer vanuit het netwerk. Kortom, versterken van preventie in het voorliggende veld. Ook RKC noemt dat het versterken van het voorveld van essentieel belang is. En dan willen we toch bezuinigen op iets wat daarbij hoort of wat daarvoor eigenlijk noodzakelijk is. Niettemin blijft er natuurlijk een tekort. We kunnen niet de besparing halen die we eerder gesteld hebben. De Partij van de Arbeid wil daarbij wel benadrukken dat het college gesteld heeft dat meer dan dit echt niet bezuinigd kan worden. Dat dat niet verantwoord zou zijn. Daarin hebben we wat ons betreft dan ook een toezegging gehoord. Enerzijds vinden we dat fijn, want wij vinden ook dat er niet meer bezuinigd kan worden. Anderzijds rijst bij ons dan ook wel de vraag in hoeverre de bezuinigingen behorende bij dit stuk dan wel verantwoord zou zijn.
En in hoeverre zijn de plannen dan eigenlijk ook uitvoerbaar? Een voorlopig standpunt is voor ons, net als voor andere partijen, dan ook nog niet geheel duidelijk. Een hele hoop debatpunten zijn eigenlijk al genoemd door partijen die hiervoor aan het woord zijn geweest. Wat ons betreft is het belangrijkste debatpunt dan ook, is de rest van de gemeente … Dat er forsere uitgaven zijn dan inkomsten? Dat was het wat ons betreft voor nu. De voorzitter: Zou u uw debatpunt nog even kunnen herhalen? Op dat moment begon even de lijn … was er wat ruis op de lijn waardoor wij het niet goed konden volgen. Mevrouw Schonewille: Nou, ik heb expres mijn hotspot al aangezet, omdat de Wi-Fi al wat minder bleek te zijn vandaag. Maar het debatpunt is vooral: is de rest van de gemeenteraad het met ons eens dat de bezuinigingen binnen het sociaal domein maar eens klaar moeten zijn? Zeker nu blijkt dat er niet veel forsere uitgaven zijn dan inkomsten. Was het zo wel goed te verstaan? De voorzitter: Ja hoor, prima. Dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel voorzitter. Onze bijdrage focust zich op het programmaplan. Dus niet op alle vijf punten zoals u hebt gevraagd. En we focussen ook nog dan vooral op de aanvliegroute en de totstandkoming van dat programmaplan.
Zoals de PvdA net ook al zei, de raad heeft in het verleden al gepoogd om kaderstellend te zijn en een aantal dingen hadden eigenlijk ook al ingevoerd moeten worden. Er zijn kaders meegegeven, bijvoorbeeld over integraal adviseren en we hebben het ook al wel eens gehad over
met minder organisaties werken. Het doel was en is wat ons betreft een goed en efficiënt georganiseerd sociaal domein zodat inwoners weten waar ze hulp kunnen vragen en ze hierover met zo weinig mogelijk verschillende hulpverleners en organisaties in gesprek moeten en dat er maatwerk geboden kan worden. Maar ook dat er een beroep gedaan wordt op inwoners om hun eigen netwerk en bronnen in te zetten om hulp te organiseren. Kortom, wat ons betreft een sociaal, sociaal domein. Uiteraard, dit alles wel met de gedachte dat door efficiëntere, integraler werken er ook minder geld nodig is. Dat er nog steeds niet optimaal wordt samengewerkt, zoals bijna twee jaar geleden een grote deceptie voor de hele raad tijdens de bijeenkomst in de Tamboer, en we lezen dat dit nu nog steeds niet goed geregeld is. Dat staat in de quick scan. De raad heeft vervolgens opdracht gegeven tot een paradigmashift. En dat is natuurlijk een niet alledaags woord voor sommigen. Maar we bedoelen daarmee de dingen radicaal anders doen en organiseren. En dan wat ons betreft niet primair vanwege de financiën, maar ook dus om zaken efficiënter en voor de inwoners duidelijker en beter in te richten.
Het college gaf tijdens de informerende ronde al aan dat de opvatting van deze opdracht verschoven is van paradigmashift naar herontwerp en nu eigenlijk nog wat verder is afgezwakt naar doorgaan op de bestaande koers, want die was eigenlijk zo slecht nog niet. Wij vragen ons dan wel af: is dat wel de paradigmashift die wij voor ogen hebben en gaan we met dit voorstel wel echt dingen totaal anders organiseren? Tegelijkertijd zijn we wel heel blij met deze doorlichting. Alle informatie die is opgehaald. Dat er zoveel mensen bij betrokken zijn. Dat er echt sprake is van participatie. Dat het voorliggende plan op een aantal punten ook breed gedragen is en er veel uitgangspunten in zijn verwerkt die door de raad en anderen zijn aangedragen. Toch bekruipt ons wel een beetje het gevoel of dit niet is: wij van WC-eend adviseren WCeend. Want alle input die is opgehaald, is opgehaald bij belanghebbenden en betrokken organisaties uit het sociaal domein. En ja, het lijkt mij heel erg lastig, nou niet alleen mij, dat staat ook denk ik wel in veranderliteratuur, dat het heel lastig is om als ja, interne of als betrokkene met een frisse blik te kijken naar het domein waarin je werkt en vanuit een helikopterview te zien hoe alles anders en beter georganiseerd kan worden.
Wij vragen ons af, ja, kan dat niet met minder lagen en organisaties? En zo ja, hoe kan dat dan integraler en overzichtelijker worden? We hebben dan ook eerder al aangegeven van, moet het sociaal domein niet echt als wicked problem beschouwd worden? En dat betekent dat je niet alleen met organisaties en experts uit het sociaal domein zelf gaat proberen om dit hele complexe probleem en vraagstuk op te lossen, maar juist ook met professionals uit andere domeinen? Er is toen voor gekozen om dat niet te doen en nu we deze, dit programmaplan lezen, snappen we eigenlijk nog steeds niet zo goed waarom niet. In het plan staat ook al een punt aangegeven wat je mee zou kunnen nemen in dit wicked problem, namelijk de demografie van Hoogeveen. Hoe zou je daar invloed op kunnen uitoefenen zodat in de toekomst er een positief effect is op het gebruik van alle voorzieningen in het sociaal domein? Dus dat lijkt ons wel verstandig om dat te gaan onderzoeken. De acht miljoen bezuinigingen uit schone lei, daarvan zegt het college, het blijkt dat dat niet haalbaar is en er moet dan meer wellicht buiten het sociaal domein gekeken worden als we die bezuiniging wel willen halen. Maar daar zijn wij niet voor. De opdracht is om binnen het sociaal domein te reorganiseren en te besparen en niet om te bezuinigen op andere zaken of meer te sleutelen aan de OZB.
Vooralsnog willen wij daar wel aan vasthouden. Als raad moeten we natuurlijk goed de vinger aan de pols houden of de doelstellingen goed bereikt worden en met dit herontwerp of doorontwikkeling. Ondanks dat het misschien geen paradigmashift is, ligt er wel in dat opzicht een grote opdracht ook straks voor de nieuwe raad. Maar zij kan dat natuurlijk goed overzien en pas goed oppakken als er ook een uitvoeringsplan ligt. Dus daar zijn we wel heel benieuwd naar. Ons voorlopig standpunt. Ja, net als veel andere partijen hangt dat nog een beetje in de lucht en we zijn heel benieuwd naar het debat, naar een reactie van het college en pas daarna kunnen wij ons beraden op ons standpunt. Onze debatpunten gaan over… Het zijn er vier. Voldoet dit plan aan ons beeld van een paradigmashift? Hoe kijken we aan tegen het niet halen van de financiële opdracht? Vinden andere partijen ook dat de paradigmashift in het sociaal domein aangevlogen zou moeten worden als wicked problem? En hoe zien we voor ons dat we vinger aan de pols gaan houden als raad? En we zijn daarnaast als
laatste ook wel nieuwsgierig naar het plan van de VVD over het innovatiefonds. Dat voorstel is natuurlijk eerder al wel eens in de raad behandeld, maar daar was volgens mij toen geen meerderheid voor. En misschien kwam het te vroeg. Dus we zijn heel benieuwd naar misschien een aangepast voorstel over dat innovatiefonds. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel en dan kijk ik als laatste in de rij van de fracties naar het CDA. En dan kijk ik even… De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, dank u wel voorzitter. Half 11 en we hebben een heel belangrijk onderwerp op de agenda. Dat voelt wel een beetje typisch. Maar goed, daar hebben we het vast nog wel even over als we straks wat verder zijn in deze avond. Herontwerp sociaal domein. Op naar een betere samenwerking met de samenleving. Dat sprak ons aan. En gelukkig geldt dat gedeelte van het spreekwoord: Samen kom je verder, wel in dezen. Voorzitter, het CDA had hier hoge verwachtingen van en is toch al wat teleurgesteld over de uitkomst. Zoals de cliëntenraad zegt: ‘Mooie woorden, maar de concretisering ontbreekt.’ We zijn erg positief over de voorgenomen samenwerking met alle maatschappelijke instellingen en vrijwilligers. Ook een Wmo dicht bij de mensen met stut- en steunpunten spreekt ons aan. Zeker omdat wij de samenleving naast de markt en de overheid hoog hebben. Daar hebben al meerdere wat over gezegd.
We zouden echter ook wel hopen dat de gemeente ook echt fysiek weer naar de mensen toe kan. Dat is natuurlijk met corona ook lastig, maar sowieso hopen we daarop. Ik heb drie punten in de … voorafgaande even aan ons voorlopig standpunt. Ik heb vier debatpunten en vier vragen aan het college. Positief, voorzitter. Dat is mijn eerste woord. We komen verder. Positief dat we op dit moment zeggen: Oké, eigenlijk kan er niet meer bezuinigd worden op het sociaal domein. Het college lijkt klaar met het herontwerpen, maar het is nu zaak om te door ontwikkelen. Ik heb dat woord al een paar keer meer gehoord. Fijn, dat stond ook in ons betoog. Sluiten we op aan. En daar wij, zien we bij de ene wet, zullen we maar zeggen of het ene beleidsterrein, al wat verdere stappen als bij het andere. We hopen dat die een been bijtrekt. Het tweede woord is: we hadden meer verwachtingen. We hadden meer verwachtingen over het herontwerp. Het paradigmashift-woord is al gevallen, maar we hebben veel beleid, maar toch wat te weinig herontwerp gezien. Het is een doorzetting van al veel ingezet beleid met schaaf- en oppoetspunten. Inmiddels zijn we met herontwerpen en eigenlijk de bezuinigingen daar voorafgaande aan al zo’n vier jaar bezig. En als ik op mijn bord kijk, dan hebben wij ook zo’n 6,5 miljoen al bezuinigd. Ik ben wel benieuwd naar de andere getallen die hier genoemd zijn.
De jaarrekening 2020 gaf overigens nog geen meevallers aan en ook de financiële monitor van november ‘21 geeft nog weer tegenvallers in dit domein. Dus, we kunnen wel heel lang discussiëren over die rijksbegroting om daarbinnen te blijven, maar je ziet wel dat we uiteindelijk onze gewone begroting ook niet halen. Daar zijn we dus teleurgesteld over en het lijkt toch wel een gebrek aan durf misschien zelfs. Niet alleen om efficiënt te werken, maar ook omdat we echt iets willen doen aan de armoedeval of de oplopende schulden. Want die voor … dat voorkomend zeg maar en ook de mindere druk vanuit ouders bij kinderen leggen, dat zal allemaal wel hoofddoel raken wat ons betreft namelijk hoe komen we ervan af dat we één op de zeven kinderen in de jeugdhulp hebben zitten? En zeker hoe komen we ervan af dat ze uit huis geplaatst moeten worden? Ieder is daar één te veel. Het derde woord is het hogere streefgetal, of het hogere streefbedrag, sorry, is al genoemd hé, dus die acht miljoen die in schone lei zeg maar aan de orde was. Ja, ik kan wel zeggen dat daar vaak vragen over gesteld zijn, maar goed, daar hebben we nu niks meer aan. Ondanks dat we collectief hebben afgesproken, is dit bedrag niet haalbaar, is het eigenlijk dit kader door dit college als achterhaald bestempeld. En ja, dat is dus het kader binnen de rijksbijdrage blijven. Toe maar muisje. Ja, de muis werkt mee.
En hoe lossen we nou dat tekort van vijf miljoen op? Want dat is natuurlijk het gevolg van dit stuk als je blijft vasthouden aan dat meer jaren begrotingsmodel wat we zo zeg maar toentertijd hebben geprezen. Dan moet die vijf miljoen ergens wegkomen. Vijf miljoen is overigens maar 40 procent OZB-verhoging. U snapt, daar zijn
we natuurlijk sowieso niet voor. En ook sluiting van zwembad, bibliotheek of Tamboer en als het om voorzieningen gaat. Het ligt niet op onze weg. Gelukkig is die commissie van ‘…’ landelijk aan de slag gegaan, die arbitrage en die hebben ontdekt dat de gemeentes echt te weinig geld kregen ten opzichte van de uitgaven. Maar we zien wel in de analyse van het regeerakkoord, dat staat hier naast mij, dat we toch richting 2025 langzaam die kraan dicht… verder dichtgedraaid zien worden. Dus dat betekent door ontwikkelen moet. Oké, dat waren even inleidende woorden. Dan ga ik naar de conclusies. Voorafgaande daaraan nog even dat dankwoord, wat de anderen ook gedaan hebben. Adviesraad, cliëntenraad. Goede stukken om te lezen. Rekenkamer, bedankt voor het metaonderzoek. En we blijven bezorgd over dat sociaal domein over dat door ontwikkelen moet en eigenlijk hebben we voor alle debatpunten aan wel het grote debatpunt wat ons betreft, dat is die kwestie van, zoals het ook in de beleidsstukken staat hé, dat is eigenlijk als ik even spiek vraag … onderdeel vier. Het programmaplan gebruikmaken als basis voor beleidscursussen de komende jaren in het sociaal domein. Hoeveel ruimte zit daarin? Wat kunnen we daarmee? Dat herontwerp sociaal domein is een basisstuk om verder te blijven ontwikkelen met college, raad, burgers, adviesraad, cliëntenraad.
En die vernieuwingen zouden we daarin willen zoeken en ook doorvoeren. Om effectiviteit en efficiency in dat sociaal domein te bewerkstelligen. Ook in die volgorde graag. Dus het is meer een vertrekpunt, dan dat we nu een besluit nemen of een stip zetten of een punt zetten moet ik zeggen. En hoe kun je dat nou gaan doen zeg maar? Daar komt hij weer. Daar zou je toch zeg maar op een of andere manier een bepaalde werkwijze met de raad voor in willen stellen. Dat is ons voorafgaande discussiepunt. Het lijkt me goed om daarmee te beginnen. Hoe willen we dat als raad doen? Dan voorlopig standpunt. Punt één zeggen we inspraak is goed, mooi dat er geluisterd wordt, dus dat is akkoord. Punt twee. Inmiddels is in die bijlage twee duidelijk geworden dat het kader van de rijksbijdrage moeilijk te gebruiken is, laat ik het zo maar zeggen. We hebben gisteravond daar uitgebreid over gediscussieerd. Met dank aan de financiële mensen van de gemeente. Maar mijn conclusie en die van meerderen was ook wel dat dat kader gewoon niet duidelijk te gebruiken is. Overigens pagina 33 van de jaarrekening 2019 staat het wel keihard in, dus dat verwondert ons dan wel. We beraden ons bij punt twee op dat standpunt. We gaan naar drie.
Akkoord, maar dat is ook logisch dat we … we hadden het liever eerder gehad, maar die kadernota staat gepland op 16 mei en dan zouden we heel graag de batenkant goed in zicht hebben, beste college. Want dat is denk ik wel wat rust geeft. Punt vier heb ik al gezegd. Dat is eigenlijk een vertrekpunt, daar willen we het graag over hebben. Punt 5 is die implementatiekosten, 350.000 euro, daar houden we echt, de kaarten nog even voor de borst daar moeten we ons op beraden, want wij vragen ons, en die vragen hebben we ook in de technische vragen wel gesteld, heel erg af van moeten we nu formatie uitbreiden. Punten voor debat voorzitter. Vier punten. Punt … Oh, ik heb ze a genoemd. Punt a is: vinden de … zijn de fracties het met ons eens dat Hoogeveen een jaarlijkse P&C-cyclus voor het sociaal domein moet starten? En b-vraagje daarin zeg maar is: zou daar dan ook niet een zogenaamde schulden- en armoedemonitor moeten zitten? Een fenomeen wat we elders zien werken. Want daarin zitten natuurlijk veel oorzaken van onze ellende zeg maar, als het zo genoemd mag worden. B, of de tweede is: moet Hoogeveen verder terugdringen van de marktwerking in schuldhulpverlening en jeugdwerk nastreven? Daar zouden wij ook graag de raad over horen. Drie. Het herontwerp schiet wat ons betreft op het vlak van de armoedeval eigenlijk tekort.
Vindt de rest van de raad dat ook? En, ja wij zijn er zelf druk mee bezig en wij verwijzen dan ook naar de website nieuwsociaalhoogeveen.nl. En vier, jeugd. Hoogeveen heeft een steeds beter partnership met de huisartsen, de grootste doorverwijzers volgens het CMO trendbureauonderzoek. En een steeds beter partnership met de huisartsen en daarom zou het goed zijn om van deze belangrijke groep doorverwijzers transparant te maken hoe hun rol in het kader van jeugdwerk verloopt over de jaren of in de tijd. En gemeenten en huisartsen zouden wat ons betreft een monitor voor hun samenwerking moeten opzetten en de raad zou dan wat ons betreft geanonimiseerd natuurlijk daarover geïnformeerd kunnen worden. Wij denken dat via die huisartsenverwijzing er echt verbeteringen zichtbaar zijn en dat wordt ook bevestigd, de praktijkondersteuners worden overal geprezen. Vier, vragen aan het college. Even omschakelen. Bij de
bespreking van die bijlage 2, noemden we gister al gisteren, bleek dat het kader binnen de rijksbegroting blijven niet goed toegepast kan worden. Bent u, college, van mening dat er kwalitatief en kwantitatief een nieuwe kaderstelling voor het sociaal domein zou moeten komen? En wat zou dan daar de goede gelegenheid voor zijn? Twee is, we kregen uit het werkveld van die genoemde en geroemde vrijwilligersorganisaties, het advies om te werken met een integratieteam met vergaand mandaat om schotten te doorbreken zoals dat in het jargon heet en integrale maatwerkoplossing af te dwingen. Een soort aanjaag- of doorbrekersteam. Hoe ziet het college dit? Ik kan dat niet vinden in het plan, dus misschien is het nog een suggestie. Drie, vindt het college ook dat het de eerste prioriteit van de participatiewet zou moeten zijn dat iedere Hoogevener voorzien wordt van een goede startkwalificatie? En zo ja, wat betekent dit voor herontwerp? En vraag vier aan het college is: is volgens het college in het herontwerp voldoende aandacht besteed aan, vergeef me het jargon, nuggers en werkende armen? Dat thema zeg maar, houdt ons erg bezig en we zijn ook benieuwd wat het college daarvan vindt. Voorzitter, dat was het betoog van het CDA en fijn dat u alle partijen en ons ook daar die gelegenheid voor gaf. Want het is natuurlijk niet zomaar iets waar we het over hebben.
We zijn daar al jaren mee bezig. Ik denk wel dat ik toe ben aan een punt van orde zo, over hoe we dit nu verder gaan doen. Ik weet niet of het college dit nog beraad moet hebben, schorsing. En vooral ook, als we dit in debat gaan doen, wij hebben er nu vier bij gedaan, dan kom ik toch op 22 debatpunten. Er kunnen er een paar gebundeld worden. Maar ik denk dat we ons even moeten beraden voorzitter. Dat was wat ik van mijn kant wilde zeggen. De heer Scheffers: Voorzitter, mag ik misschien iets voorstellen? De voorzitter: Ja, nou, ik wou net zeggen de heer Kreuze heeft goed meegeschreven. Ook hier hebben wij geconstateerd dat er 22 debatpunten binnen zijn gekomen die we moeten behandelen. We hebben ook vanuit hier hebben we de chat gevolgd. Maar ik geef u even het woord de heer Scheffers. Gaat uw gang. De heer Scheffers: Als u de chat gevolgd heeft, dan weet u al welke richting ik eigenlijk wil gaan. Wij vinden het heel plezierig als het college eerst de vragen die er liggen beantwoord. En wat ons betreft zou er dan een knip moeten komen, alle debatpunten verzamelen en een volgend moment gaan plannen om het debat verder te zetten. Want ik denk, het is nu half 11, dat langzamerhand de ogen beginnen toe te vallen en er niet een echt goed debat meer krijgen. De voorzitter: Nee, een terecht punt. De heer Scheffers: Dus mijn voorstel is … Ja.
De voorzitter: Wat u zegt, we hebben net een reglement van orde vastgesteld. Wat we eigenlijk zeiden, we gaan door tot kwart voor twaalf en dat we dan met elkaar gaan bepalen wanneer we de volgende dag weer verder door gaan. Maar ook wij hebben hier al even gekeken wat de mogelijkheden zijn en we zouden kunnen zeggen: morgenavond gaan we verder, we kunnen woensdag 26 januari kunnen we verder. Maar er is ook ruimte donderdag 3 februari tijdens de reguliere raadsvergadering. Voorstel vanuit even de voorzitterskant zeg maar zou dan zijn om het debat 3 februari voort te zetten. Qua beantwoording van het college om dan nu wel het college de gelegenheid te geven om te beantwoorden. Maar daarbij wil ik wel even vragen richting het college of ze dan nog eventjes, want ik heb zelf ook mee zitten schrijven, iedereen hier, het zijn best wel wat vragen, of ze dan eventjes nog vijf minuten schorsen, zodat ze dan even goed alle vragen kunnen uitwerken en dan even terugkomen met de beantwoording. Of dat ze nu direct vanuit het college de beantwoording willen doen. Maar ik zie al… Mevrouw Van den Oord: Mag ik heel even, voorzitter, puntje van orde nog?
De voorzitter: Ja. Mevrouw Van den Oord: Ik hoorde u bij de data die mogelijk als alternatief voor voortzetting van dit debat genoemd werden 26 januari noemen, maar volgens mijn agenda staat daar nog steeds een overleg met de fractievoorzitters van De Wolden gepland. Dus die datum zou dan sowieso niet door kunnen gaan. De voorzitter: Die is al geannuleerd mevrouw Van den Oord. Vandaar dat we ook van de gelegenheid gebruik maakten om dat gat wat er viel gelijk weer op te vullen. Mevrouw van den Oord: Oké. Dank u, wist ik nog niet. De voorzitter: Maar in reacties zijn dat de meesten voor 3 februari zijn. Dan wou ik nu het woord geven aan wethouder Reneman. Ja, u heeft geen geluid. Ik moet even kijken naar rechts. Graag het verzoek om de heer Reneman ook een stem te geven. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Dank u wel. Wij kunnen als college meteen door. Wij zijn actief, via de app hebben wij overleg gehad, dus wat ons betreft kunnen we meteen door. De voorzitter: Nou, dan zou ik zeggen: gaat uw gang. De heer Reneman: Ja, dank u wel voorzitter. De heer Bisschop: Nog één punt van orde. Er zijn ook heel veel vragen aan het college gesteld. Ook in het tijdsbestek. Misschien is het goed om de vragen die gesteld zijn, dat die dan op een schriftelijke manier aan ons worden uitgelegd zodat we dat 3 februari dan direct dan mee kunnen nemen.
De heer Reneman: De voorzitter wilde dat nu mondeling doen. Dan worden ze deels aan de beraadslagingen … De heer Bisschop: Oké. De heer Reneman: … en dan hoeven we minder te schrijven. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Ik zal de aftrap maken met een rondje langs het college. Ik zou eerst even in willen gaan op het gevoel dat een aantal van u heeft dat het herontwerp financieel gedreven is. Dat is feitelijk niet juist. En dat is voor een wethouder financiën ook best wel lastig om dat mee te maken. Wij hebben schone lei geïnterpreteerd als een paradigmawisseling waarbij het mogelijk zou moeten zijn om op een andere manier te werken, waardoor je geld bespaart in het sociaal domein. En eigenlijk was de ambitie van schone lei om op een betere manier te leveren en toch minder geld kwijt te zijn. En eigenlijk hebben we dat in het proces zijn we daar ook toe overgegaan. Dus de inhoud is eerst gekomen. Als u even naar uw stukkenstroom kijkt, dan kunt u ook terugzien dat we het herontwerp in de participatie hebben gedaan zonder de financiële gevolgen. Omdat we eerst de inhoud hadden vastgesteld en toen over zijn gegaan op het ramen van de effecten die dat zou kunnen hebben op de begroting. Dat stond gewoon open. Dus het was niet zo dat we begonnen met geld en dus inhoud. Nee.
We hebben eerst gekeken hoe we op een betere manier met het sociaal domein zouden kunnen omgaan om vervolgens te ramen hoeveel dat zou besparen. En het is ook echt zo dat de visie en inhoud hier eerst gingen en daarna het geld. En ja, ik ben voorzitter van ons clubje sociaal domein en ik ben ook wethouder financiën en ik ben echt gewend om eerst geld neer te zetten en dan de
inhoud te doen, maar hier hebben we het omgedraaid. Omdat wij dachten dat dat de correcte uitvoering zou zijn van wat u in schone lei had opgeschreven. Ik denk ook dat wij hier vol achter kunnen staan dat dit de goede werkwijze is voor het sociaal domein in deze fase. Dan iets over het verleden. En ik wil om te beginnen zeggen dat, wij waren er niet bij hoe u kwam tot acht miljoen euro. En u vraagt aan ons om dat voor u duidelijk te maken. Maar u was er zelf bij en dat is vooral een vraag aan uzelf. Wij hebben wel een aantal dingen kunnen reconstrueren over hoe het gegaan is in de zomer van 2020 en waar die acht miljoen vandaan kwam. Die was overigens niet uit de lucht gegrepen, maar die was niet gebaseerd op een analyse van als we nou op een andere manier met het sociaal domein omgaan, wat zijn dan de geraamde besparingen? Dat was meer gebaseerd op een taxatie van wat er aan geld binnenkwam en aan geld uitging en wat je richting het rijk zou moeten claimen om als extra inkomsten te hebben. Daar zat dus ook een hele claim achtige onderbouwing onder. Als het gaat om die ontwikkeling van het sociaal domein, dan is het zeker zo dat de bezuinigingen die in het verleden zijn ingezet, die hebben ervoor gezorgd dat rijksinkomsten en -uitgaven naar elkaar toe zijn gegroeid. En wij stellen inderdaad ook voor om het sociaal domein te gaan behandelen als elk ander domein.
Dus niet meer erop te vertrouwen dat je door hele grote wisselingen in het sociaal domein op hele grote veranderingen in het sociaal domein grote hoeveelheden geld kan besparen. Dat wil overigens niet zeggen dat er op het sociaal domein niks staat te gebeuren. Want de verbetering en ook het invoeren van andere grondslagen voor het sociaal domein dat zal de komende jaren nog steeds heel veel aandacht van ons vragen. Dan de rekenkamer. De rekenkamer is bezig met het maken van een metastudie. Er zijn twee onderdelen zijn nu klaar. Participatie komt er nog aan. Ook een overkoepelende poort komt er ook nog aan. Zij hebben een brief gestuurd aan de gemeenteraad waarin ze de gemeenteraad voor een aantal dingen waarschuwen. Wij stellen de raad voor om hiermee om te gaan zoals met elk rekenkamerrapport om te gaan. En dat betekent dat we rustig verteren wat de rekenkamer heeft gezegd en dat we daarna een bestuurlijke reactie vanuit het college daarop schrijven. En in die bestuurlijke reactie zullen we aangeven waar we denken dat de conclusies en adviezen van de rekenkamer het herontwerp raken en waar ze het uitvoeringsprogramma raken. En dan kunnen we het er weer met elkaar over hebben. En zoals dat altijd gaat met rekenkamerrapporten. Wij hebben dus ook nog niet een heel stellige mening over wat de rekenkamer nu naar voren heeft gebracht.
We willen dat echt in de samenhang beschouwen en dat zullen we ook even rustig verteren. Dan de kwestie van het werkbudget. Een aantal van u vraagt daarnaar. Om te beginnen is het zo dat op dit moment er niets kan worden opgelost binnen de huidige ambtelijke bezetting. Het is nu al moeilijk om de dingen die we doen om dat te doen met de huidige ambtelijke bezetting. Daar maken we allemaal, elk moment van de dag hebben we daarmee te maken. Dus alles wat we extra doen, dat vraagt ook gewoon om extra geld. En in dit geval moeten er ook nadere onderzoeken gedaan worden, moet er ook ingekocht worden om die lasten naar beneden te brengen. Dat soort zaken. Maar ik zou willen voorstellen om in het uitvoeringsprogramma en in de monitorencyclus die daarin wordt voorgesteld, gewoon de besteding van dit werkbudget mee te nemen. Dan kan die gewoon de verantwoording over de besteding van het werkbudget volgen. En daarmee is dat niet een blanco cheque, maar dan wordt daar gewoon netjes verantwoording voor afgelegd de komende jaren. De … Of … We hebben … Mevrouw Van Hien vraagt, ja die vijf miljoen, is dat nou verontrustend? Nee, niet echt. De huidige meer jaren beeld laat zien dat we echt helemaal geen radicale stappen hoeven te zetten in Hoogeveen om een gat van vijf miljoen euro in te lopen. Daarover gesproken.
Een aantal fracties zegt moeite te hebben met het besluit om de consequentie, om de financiële consequenties van het herontwerp nu te nemen. Dat zult u wel moeten doen. Want zoals het er nu voor staat, hebben we in de begroting acht miljoen euro opgenomen voor besparingen op het sociaal domein die we niet gaan halen. En in de brief die wij gekregen hebben van de provincie heeft de provincie, wat ons betreft ook terecht, erop gewezen dat zij nog een keer gaan kijken naar hoe in het herontwerp die acht miljoen wordt onderbouwd. En wat wij eigenlijk zeggen als college is dat we daar geen vertrouwen in hebben. En dat betekent dus dat we nu met een structureel tekort zitten. En u zult dat bij de aanstaande kader brief of kadernoot, dan moet u dat
nemen. U moet daar iets mee. U kan niet het herontwerp aannemen en dan zeggen: nou ja, die acht miljoen gaan we alsnog vinden. Want dat wordt het niet. Als u het herontwerp aanneemt, dan zegt u daarmee ook dat u een gat in de begroting schiet van vijf miljoen euro. En die consequentie zou u dan ook moeten nemen. D66 zegt nog van ja, wij zijn er voor om die vijf miljoen euro te zoeken in het sociaal domein en niet ergens anders. Wij adviseren als college om dat niet te doen. Want dan ga je bij lijsten, we hebben een lijst gemaakt van mogelijke bezuinigingen die ook zouden kunnen, maar die gaan ontegenzeggelijk leiden tot minder goede dienstverlening aan Hoogeveen. En die gaan ook leiden tot maatschappelijke effecten die negatief zijn. En wij denken dat je het moet uitsmeren over de hele begroting. Als je die vijf miljoen zou willen zoeken. Eens kijken of ik dan het overgrote deel heb gehad, voorzitter. Ik doe even mijn leesbril op. Er is nog een vraag van het CDA, van moet je nou op zoek gaan naar een ander kader voor het sociaal domein, van … Kijk, ik zelf denk dat we de nieuwe systematiek van de verdeling van de gelden in het gemeentefonds moeten afwachten. En ook aan de hand van die nieuwe systematiek moeten nagaan van wat een redelijke hoeveelheid geld is die we uitgeven aan het sociaal domein. Maar ik denk ook dat we die gedachte een beetje los moeten laten.
En dat het ook een politieke vraag is, van hoeveel je van je begroting kwijt wilt zijn aan het sociaal domein. En dat is een politieke vraag die keer op keer in elke begroting weer opnieuw gesteld moet worden. En dat is dan eigenlijk een beetje aan u. En als we dan toch bezig zijn met het verscherpen van de kaderstelling, dan zou ik willen voorstellen dat we een onderscheid maken tussen die taken in het sociaal domein die u zelf kan uitvoeren en taken die uw medebewind uitvoert. Dus de taak die u in opdracht van het rijk uitvoert. Dat zijn twee heel verschillende zaken. Ja, voorzitter, ik zou het daarbij willen laten. Ik zou het woord willen geven aan wethouder Tabak, als dat mag. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, dank u wel, voorzitter. Er zijn nog een aantal inhoudelijke vragen gesteld. Nou, een aantal, behoorlijk wat inhoudelijke vragen gesteld. Sommige hebben ook wat overlap. Dus ik ga er een beetje diagonaal doorheen en dan hoop ik een heleboel al af te vangen. En ik wou maar beginnen met de opmerkingen en de vragen die gesteld zijn over Mantelzorg-Vitaal. Kijk, het is natuurlijk heel duidelijk dat mantelzorgers een hele belangrijke taak vervullen in onze samenleving. En de taken die mantelzorgers vervullen dat is ook gewoon niet uit te drukken in geld. Dat vertegenwoordigt vele miljoenen aan zorgkosten.
Dat is helemaal geen vraagstuk. En als gemeente hebben wij ook de taak, en die pakken wij ook die taak, om de mantelzorgers te ondersteunen en te waarderen. En dat doen we op verschillende manieren. Dus in de eerste instantie financieren we het programma Mantelzorg-Vitaal. Dat is ook waar de inspreker aan refereerde in dat programma, investeren we 151.000 euro en dat doen we via de SWW. En dat is ook het programma dat nu mogelijkerwijs, maar daar kom ik zo meteen op, in de besparing zit van de SWW. Maar we doen nog meer. Dit is niet het enige wat we doen. We financieren ook de dag van de mantelzorg. We financieren de mantelzorgconsulenten, daar gaat een bedrag in om van drie ton. We bieden respijtzorg in de vorm van Wmo-maatwerk voorzieningen. Maar ook in de vorm van dag ontmoeting en dagbesteding van de zorgbehoevenden. En we zijn net begonnen met het programma ‘werken aan mantelzorg’ waarin we met werkgevers werken aan hoe je mantelzorgers op de werkvloer kan ontlasten. Dus we doen veel meer aan mantelzorg, of het ontlasten van mantelzorg, dan alleen Mantelzorg-Vitaal. Vervolgens ontstaat er een discussie over: wat is nou preventief en wat is nou voorliggend? We hebben in het programmaplan, zeggen we dat we willen … De voorzitter: Ik zie nu dat wethouder Tabak even stilstaat. En nu eruit is. Ah, kijk, dan hebben we altijd nog een achtervang.
Dan stappen we eerst even over naar wethouder Zwiers. Die denkt: mij niet gezien. Wethouder Zwiers, gaat uw gang.
De heer Zwiers: Voorzitter, ik wil zeker niet voor mijn beurt praten. Dus ik weet niet of we eerst even geduld willen hebben voordat wethouder Tabak weer in beeld is. Of … De voorzitter: Oh, ik wil wel even wachten hoor. De heer Zwiers: Dan kan ze namelijk haar verhaal afmaken. Ja, goed. De voorzitter: Ze is nog niet binnen, maar dan. Dan wachten we even tot we weer verbinding hebben met Kampen. De heer Zwiers: Ze probeert weer in te loggen, geeft ze aan. De heer Van Rijn: Voorzitter, mag ik hier dan een vraag stellen, omdat we nu toch even wachten moeten? Mevrouw Tabak: Ja, volgens mij ben ik er weer. De voorzitter: Dan kan wethouder Tabak weer verder. Mevrouw Tabak: Ja, ik weet even niet wanneer ik uitgevallen ben. Want ik was nog druk aan het praten en toen zag ik dat de verbinding verbroken was. Dus kunt u mij misschien even helpen, voorzitter? De voorzitter: U was bezig over het onderdeel Mantelzorg-Vitaal. Mevrouw Rutgers: Voorzitter, het ging over het verschil tussen preventief en voorliggend. Dat ging mevrouw Tabak net uitleggen en toen … Mevrouw Tabak: Hallo, hallo. Ben ik er? De voorzitter: Ja, u bent er. Mevrouw Tabak: Nee, ik ben er niet. Ik sta net en toen … De voorzitter: Ja, mevrouw Rutgers gaf net aan, u wou het verschil gaan aangeven tussen het preventieve en het voorliggend. Nou, er blijft volgens mij een hapering op de lijn.
Mevrouw Tabak: Ja, ik weet niet of ik te horen ben voorzitter, maar ik hoor u heel erg met veel storing en volgens mij hebben jullie nog meegekregen dat het ging om het verschil tussen preventief en voorliggend. Klopt dat? De voorzitter: Dat klopt. Als u eens probeert om de camera uit te zetten. Misschien helpt dat voor de verbinding. Nee, volgens mij. Hoort u ons nog mevrouw Tabak? Mevrouw Tabak: Ik hoor jullie soms en soms niet. Maar nu hoor ik, haha. Volgens mij was ik gebleven bij het verschil tussen preventie en voorliggend. De voorzitter: Dat klopt. Mevrouw Tabak: Ja. Nou ja, ik ga het gewoon weer proberen. Heel vervelend, maar we hebben het maar mee te doen.
De voorzitter: Ja, u kunt het eventueel proberen even met de camera uit. Misschien dat dat qua geluid dan tot de verbetering leidt. Mevrouw Tabak: Ga ik doen. Voorliggend is iets anders dan preventief. En dat is niet omdat wij met dedain praten over Mantelzorg-Vitaal. Dat is gewoon hoe het is. Een voorliggende voorziening is een voorziening die we kunnen inzetten, om duurdere maatwerkvoorzieningen te voorkomen. Dat is Mantelzorg-Vitaal niet. Want het is niet zo, dat we tegen overbelaste mantelzorgers kunnen zeggen dat ze geen maatwerkvoorzieningen kunnen krijgen, omdat ze gewoon ook een uitje kunnen gaan doen met Mantelzorg-Vitaal. Dus dat is gewoon een verschil. Dat is gewoon een verschil in hoe je de verschillende activiteiten noemt. We hebben gezegd: we zetten in op voorliggende voorzieningen. En daar waar preventie niet direct leidt tot het voorkomen van inzet van duurdere zorg, dat willen we beperken. En dat is de reden dat Mantelzorg-Vitaal op het lijstje staat bij de SWW. En dat geldt niet alleen voor Mantelzorg-Vitaal, maar dat geldt voor heel veel meer preventieve activiteiten. We hebben de SWW gevraagd: is het mogelijk om nog te besparen op de organisatie of op jullie activiteitenprogramma? En kunnen we dat dan doen binnen het herontwerp, binnen de doelstellingen en de ambities die we hebben geschetst? En daaruit is gebleken van, ja, dat is realistisch.
Nou, dan kunt u denken hieraan, maar ik moet erbij zeggen, wij zijn nog met de SWW in gesprek over wat zijn nou de maatschappelijke effecten van die besparing van 250.000 euro? Hoe matcht dat met wat we willen in het programmaplan? Dus dat is nog helemaal niet een lijstje dat tot op details is ingevuld. Kortom, we weten niet om hoeveel besparing het gaat voor Mantelzorg-Vitaal. Of Mantelzorg-Vitaal er überhaupt inzit. Dat gesprek moeten wethouder Ten Kate en ik nog voeren met de SWW. En we hebben ook al aangegeven in de informatieronde dat we daarbij terugkomen, met dat lijstje, bij de raad. Dus als de raad zegt, op dat moment, wij vinden deze bezuiniging of deze besparing niet verantwoord, of dat vinden wij juist in tegenspraak met het programmaplan, dan kan de raad daar op dat moment een andere keuze in maken. En ik heb nu gehoord dat de raad al zegt bij voorkeur niet bezuinigen op Mantelzorg-Vitaal. Maar dan weet ik dus niet of die besparing van 250.000 euro nog te halen is. Dus dat is nu een beetje nog een schimmig gebied, omdat we daar nog mee bezig zijn. Dat waren de SWW en Mantelzorg-Vitaal. Dan zijn er nog een aantal vragen gesteld waar ik nu even doorheen ga. Mevrouw Van Hien vraagt: Is het uitvoeringsprogramma al compleet? Nee. Het uitvoeringsprogramma is een dynamisch document. En jaarlijks wordt dat document herijkt en daar komen we mee terug naar de raad.
Mevrouw van Hien heeft ook gevraagd: ‘Zijn we te voorbarig geweest met sommige bezuinigingen?’ Ja en nee, zou je kunnen zeggen. Want als je kijkt naar de inloopvoorzieningen voor de GGZ, die is destijds bezuinigd en wegbezuinigd, en die gaan we nu repareren. Ik moet wel zeggen dat doordat we nu hem weer gaan inzetten, kunnen we het wel beter organiseren. Dus er heeft ook een voordeel om het zo te hebben gedaan. Mevrouw van Hien heeft ook gevraagd of de kwaliteit van de dienstverlening of we daarin terugzien dat er bezuinigd is op het sociaal domein. Als ik kijk naar de Wmo en ik kijk naar de afgelopen cliënten ervaringsonderzoeken van 2019 en 2020, dan zien we eigenlijk dat de kwaliteit van de dienstverlening door de cliënten niet is afgenomen. Het is eigenlijk een beetje gelijk gebleven. Even kijken. Dan gemeentebelang. Mevrouw Hooijer vraagt zich af: ‘Gaat dat nou wel allemaal lukken zoals hier op papier staat?’ Ik ben daar zelf van overtuigd. Waarom? Omdat we dit herontwerp hebben gemaakt met onze eigen organisatie. We hebben geen extern bureau aangetrokken die het voor ons geschreven heeft. We hebben het gedaan met onze eigen mensen. Maar we hebben dat in samenspraak gedaan met onze partners in het veld. Dat betekent dus dat onze eigen mensen, maar ook de mensen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, zich betrokken voelen bij dit programmaplan.
En dat is belangrijk voor de slagingskans. De VVD vroeg naar de rol van de SWW. En ik begrijp niet zo heel goed wat de VVD bedoelt, want volgens mij in dit programmaplan zeggen we dat de SWW een hele belangrijke rol heeft in het faciliteren van het voorliggende veld. Maar de SWW doet geen indicaties. De indicaties houden we juist bij de indicatieorganen, zoals het CIZ. Maar ook bij ons als gemeente, omdat wij wel zelf regie willen blijven voeren welke maatwerkvoorzieningen we inzetten. En hoe we dus de cliënten indiceren. Ook zegt de VVD van,
ja, budgetplafonds zet die in waar mogelijk. Dat is best wel ingewikkeld, want we hebben dat natuurlijk geprobeerd op de Wmo-begeleiding. We kwamen erachter dat onder ander door corona dat plafond al heel snel bereikt was en dan kom je in een tijdsperiode te zitten dat cliënten dan lang zouden moeten wachten. We hadden bijvoorbeeld nu in oktober het plafond al berei… De heer Reneman: De wethouder valt weer even weg, voorzitter. De voorzitter: Ja. Dat had ik ook al in de gaten. Ik kijk nog even. Ze is er nog niet. De heer Reneman: Ze probeert er nog steeds in te komen, voorzitter. Ik denk dat dat wel gaat lukken. De heer Bisschop: Voorzitter, mag ik even iets vragen? De voorzitter: Wilt u mij iets vragen of? De heer Bisschop: Ja. Mevrouw Tabak gaf net aan in haar betoog dat ze iets niet begreep van de VVD. Mogen we daar dan direct even op reageren? Of wordt dat … kijk, een tweede termijn is er nu niet. Om iets te verduidelijken richting de wethouder. De voorzitter: Ja, zolang zij er nog niet in is, kunt u het wel verduidelijken, maar komt het bij haar niet over. De heer Bisschop: Nee, maar ik bedoel nu straks even. De voorzitter: Even kijken. Mevrouw Tabak: Kan iemand even de camera aanzetten? Iemand moet even de camera aanzetten. De voorzitter: Ja. Mevrouw Tabak: Ben ik te horen? De voorzitter: Ja, hoor. Mevrouw Tabak: Oh, oké. Mijn microfoon staat uit namelijk. Ja, heel raar.
De voorzitter: Oké. Nee. Maar voordat u even … de heer Bisschop wou even van, even iets verduidelijken ten aanzien van de rol van de SWW, hé, de beantwoording die u gaf, van dat u niet precies wist van wat bedoelt de VVD ermee. Dat wil de heer Bisschop even verduidelijken aan u. Mevrouw Tabak: Graag. De heer Bisschop: Ja. Ik had in mijn bijdrage, dank u wel voorzitter trouwens, aangegeven dat in de bijdrage staat over de ontwikkelingskansen om een aantal maatwerkvoorzieningen om te buigen naar het voorliggende voorzieningen en dat SWW had aangegeven, dat hebt u zelf geschreven in het herontwerp, denkt hier een rol in te kunnen spelen. Dus eigenlijk in het omturnen van eigenlijk maatwerk naar zeg maar de voorliggende voorzieningen. En dat zien wij ook. Dus dat was meer de rol van SWW binnen dat kader. Hoe het college daar invulling aan wil geven.
Mevrouw Tabak: Die rol van de SWW in dat kader, dat is precies waar het programmaplan over gaat. Wij willen dat voorliggende veld, die voorliggende voorzieningen, daar willen we eigenlijk een soort dekkende basis van maken. En de SWW heeft daarin een rol als het gaat om regie in samenspraak met de gemeente, maar ook faciliterend. Ze doen al heel veel in dat voorliggende veld. Want het voorliggende veld bestaat voor een heel groot deel uit welzijnswerk en maatschappelijk werk en dat is de SWW. En daarom hebben we ook dat partnership met de SWW en daarom heeft ook de SWW aan tafel gezeten toen we het herontwerp hebben vormgegeven. Dus de SWW heeft daarin een hele belangrijke rol. Maar het gaat dus niet over indicaties, want die doen we zelf. De budgetplafonds, daar was ik net bezig toen ik eruit viel. Dat is echt moeilijk om dat in te stellen. We hebben gezien met de Wmo-begeleiding dat we in oktober al aan het plafond zaten. Ja, dan moet je dus mensen nog drie maanden laten wachten totdat het loket weer opengaat. Dat is te lang. Dan loop je risico op een dwangsom, maar dan gaan mensen ook echt in de knel komen. En dus, ja, wij hebben geconstateerd dat dat gewoon niet werkt en dat die besparing die voorzien was daarop ook niet haalbaar is gebleken. U zegt ook mijnheer Bisschop: stop dat open house systeem.
In het programmaplan of in het uitvoeringsplan staat dat wij de inkoopprocessen gaan herijken en daarbij is dit een hele belangrijke. We hebben onlangs de inkoop van huishoudelijke hulp gedaan. Daarbij hebben we wel gezegd, we gaan het aantal aanbieders niet beperken. Dat komt omdat er helemaal niet zo heel veel aanbieders zijn op het gebied van huishoudelijke hulp en als je dat wel zou gaan doen, dan krijg je een shift van de medewerkers, hé, die worden dan van de ene organisatie naar de ander geschoven. Of mensen raken hun hulp die ze soms al tientallen jaren hebben kwijt. Dus daarvan hebben we gezegd dat gaan we niet doen. Maar als we kijken naar begeleiding, Wmo-begeleiding, daar zijn veel meer aanbieders. Daar kunnen we zeker iets doen in het beperken van de aanbieding. Waarbij natuurlijk… staat. Maar dat staat in het uitvoeringsprogramma dat we dat meenemen bij de herijking van het inkoopproces. De ChristenUnie. Regie houden op het voorliggend veld bepleit u. Dat is eigenlijk wat ik net ook heb aangegeven. Dat doen we. Dat doen we door een partnership te hebben met de SWW. De SWW is ook de spin in het web als het gaat om vrijwilligers. De SWW voert een heleboel zaken uit ten aanzien van vrijwilligers om die te ondersteunen. Het steunpunt, de vrijwilligersacademie, subsidie, de informele zorg, de maatjesprojecten, het matchen van vraag en aanbod.
Daar gebeurt enorm veel als het gaat om vrijwilligerswerk. Vinden we ook heel belangrijk. Daar toornen we ook echt niet aan. Even kijken. De mantelzorg en preventieve activiteiten hebben we het over gehad. Dan mevrouw Rutgers, D66, zegt ja, eigenlijk teleurgesteld dat de paradigmashift niet heeft plaatsgevonden. Ik denk niet dat de paradigmashift dat je die moet zien als een doelstelling op zichzelf. Het is niet de bedoeling om een paradigmashift te doen. Een paradigmashift moet natuurlijk leiden tot iets. En dat was onze zoektocht, hé. Is er een ei van Columbus dat we ergens kunnen vinden? Dat leidt tot minder kosten en betere kwaliteit. Dat ei hebben we niet gevonden. En dan is de vraag, mevrouw Rutgers, is het dan een wicked problem? Ja, door iets een wicked problem te noemen, heb je nog steeds niet de acht miljoen gevonden of de kwaliteit van de uitvoering geborgd. En het sociaal domein is gewoon heel complex. Maar wat het vooral is, is de uitvoering van de drie wettelijke taken. De decentralisaties. En wat we hebben gedaan in een van de eerste stappen is, gekeken wat gebeurt er nou in de landen in het sociaal domein? We hebben gekeken naar de studies van het sociaal cultureel planbureau. We hebben gekeken naar de studies van AEF en de WRR en ook zij definiëren het sociaal domein niet als een wicked problem.
Zij zeggen wel, er zijn een aantal uitdagingen die heel erg ingewikkeld zijn. Met name de WRR heeft als het gaat om houdbare zorg, daar nogal een doemscenario geschetst. Maar daarbij ook een heel, ja, een hele caseload aan oplossingen en aanbevelingen voor het rijk maar ook voor gemeenten. En daar waar wij daar iets mee konden, hebben we ze ook toegepast in het herontwerp. En als je ook kijkt naar wat doen nou andere gemeenten in Nederland? Is er nou een gemeente die het zo radicaal anders doet? Nee. Dat is eigenlijk niet zo. Iedereen heeft in hoofdlijnen zo’n beetje dezelfde structuur. En daar waar je kijkt naar de details kan het bijvoorbeeld verschillen. Als we bijvoorbeeld kijken dat 83 procent van de gemeenten werken met een wijkteam of een sociaal wijkteam dan zitten daar onderling wel verschillen in. De een heeft bijvoorbeeld een
team voor complexe zorg, dat hebben wij in Hoogeveen, en de ander heeft een breed toegankelijk team. Dus daar zitten wel onderling kleine verschillen in, maar in hoofdlijnen gaat het sociaal domein over ervoor zorgen dat niemand tussen wal en schip valt, zorgen dat je je control en je monitoring goed op orde hebt. Dat soort zaken. Daarin zie je geen grote verschillen in, onder verschillende gemeenten. Dat is wat landelijke onderzoekers ook laten zien. Het CDA heeft gevraagd: kunnen we niet gaan werken met een integratieteam? Wij hebben het afgelopen jaar gezegd dat we de sociale wijkteams dat we daarin een doorontwikkeling nodig hebben. Wat we vooral nodig hadden, was dat de voorzitters van de wijkteams, dat we die tot regievoerder moesten maken. En dat die regievoerder ook de verantwoordelijkheid had over een casus of over een cliënt en ook doorzettingsmacht kreeg. Dat zou je kunnen zien als een integratieteam. Want die sociale wijkteams, dat zijn integrale teams met verschillende disciplines waarbij regie wordt gevoerd op samenwerking, op tijd opschalen, maar ook op tijd weer afschalen. Dat zit dus volop in ontwikkeling. We hebben daar geen apart team voor nodig. Dat doen we in de wijkteams zelf. En volgens mij ben ik nu door zo’n beetje alle vragen heen en dan geef ik het woord aan mijn collega de heer Ten Kate.
De voorzitter: Oké, dan moet wethouder Zwiers nog even wachten. Wethouder Ten Kate gaat uw gang. De heer Ten Kate: Ja, we wijken even af van de afgesproken volgorde, maar mevrouw Tabak was misschien een beetje van de leg door de instabiele Wi-Fi. Maar geen probleem. Ik zit bekabeld op de glasvezel, maar ik kan het kort houden, want er is niet zo heel veel gevraagd over jeugdzorg. Dat is op zichzelf ook wel logisch misschien, want we hebben de afgelopen anderhalf jaar veel gesproken al over jeugdzorg. U heeft daar ook amendementen en moties al over ingediend. En het herontwerp, het document dat nu voorligt, is in zekere zin ook een paraplu daaroverheen waar veel ook in terugkomt en in het uitvoeringsprogramma ook wordt uitgewerkt. Er is één specifieke vraag gesteld door de ChristenUnie en dat is van, ja, wat kunnen we nu doen aan de mentale crisis die de jeugd op dit moment wel treft en ook gegeven het feit dat de jeugd hulpketen al behoorlijk vol zit. Ja, kijk, we hopen natuurlijk met elkaar dat corona weer snel, nou in ieder geval, zodanig is beheerst dat de jeugd elkaar weer kan ontmoeten en ook allerlei sociale contacten kan onthouden, want daar zit natuurlijk wel in de kern de directe aanleiding van deze mentale crisis. Voor de rest wil ik twee dingen noemen.
Het kabinet heeft veel geld ter beschikking gesteld, zowel aan scholen maar ook aan gemeenten vanuit het nationaal programma onderwijs. We zijn op dit moment bezig om samen met de scholen te kijken wat we daar kunnen doen. En daar zitten veel ideeën in die vooral gaan over het sociaal welbevinden van onze jeugdigen. Scholen komen daar met voorstellen en wij zullen daar ook proberen invulling aan te geven. Dat gaan we binnenkort, gaan we daar als college ook een besluit over nemen. Dus dat is een soort extra impuls met die impuls geldig van het rijk om daar wat te doen met name op dit vlak. En vorig jaar heeft staatssecretaris Blokhuis ook extra gelden ter beschikking gesteld voor het oplossen van de wachtlijsten in de J-GGZ. Een deel van die gelden hebben we ook voor dat doel in de regio ingezet om in ieder geval kinderen die die hulp nodig hebben, om dat wat vlotter te trekken. Het blijft wel lastig, maar heeft onze aandacht. Eén ding tot slot voorzitter, als het gaat om jeugd, zou ik nog iets willen zeggen. De heer Kreuze heeft aangekondigd dat hij debat wil voeren over de toegangen langs de huisartsen en doet een suggestie om dat in samenspraak met de huisartsen te monitoren. Daar gaan we het nog wel over hebben in het debat, volgende week of over twee weken.
Maar wat ik wel vast wil meegeven, is dat de samenwerking met de huisartsen op zich steeds beter verloopt, maar huisartsen logischerwijs wel zoiets hebben van ja, wij zijn wel primair verantwoordelijk voor de zorg die wij in de wachtkamer of in de spreekkamer leveren. Dus we moeten wel heel erg goed uitkijken met elkaar dat we niet op de stoel van de huisartsen gaan zitten. Dus ik wil maar zeggen, dat vereist wel een zorgvuldig proces waarbij we de huisartsen in hun rol laten en wij ook in onze rol moeten blijven. Maar daar gaan we nog over debatteren met elkaar over anderhalve week ofzo. Ik denk dat ik het daarbij zou kunnen laten als het gaat om jeugd.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik als laatste in die rij naar wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik wil toch nog even een aantal algemene zaken benoemen. En daarbij eerst even nog weer terugkomend ook op de opmerkingen die wethouder Reneman heeft gemaakt ten aanzien van het financieel gedreven zijn of niet in dit plan. En ik wil daar toch over kwijt dat onze opdracht die was feitelijk financieel gedreven vanuit schone lei, hé. Acht miljoen bezuinigen. Daar heeft u als raad ons mee op pad gestuurd, om te onderzoeken of dat mogelijk is. We hebben ons juist niet laten verleiden, om dat financieel in te steken. En als het goed is heeft u dat ook kunnen lezen en de heer Reneman verwees daar al naar. En ik wil dat toch nog eens extra benadrukken. Dat dat ook, dat wij dat zo gevoeld hebben als college, dat we niet financieel gedreven aan het werk zijn gegaan, maar juist vanuit een opgaaf en vanuit ook ambities en vanuit principes. Dat wil ik toch wel graag nog even extra benadrukken. Er werd een vraag gesteld over: is de dienstverlening verminderd? Dat hebben wij bijvoorbeeld bij participatie- en schuldhulp niet kunnen waarnemen. In ieder geval niet bij schuldhulp, want we hebben in ieder geval ook niet meer aanvragen gekregen. We hebben wel veel meer werk moeten doen in het domein van participatie.
Want we hebben allerlei coronamaatregelen moeten doorvoeren en uitvoeren. En dat hebben we met liefde gedaan natuurlijk, maar de dienstverlening is denk ik, en we hebben daar in ieder geval weinig kritiek op gekregen, toch wel vrij soepel gebleven. En u weet ook en dat heeft u ook kunnen constateren dat er op de inkomensregelingen geen bezuinigingsvoorstellen hier liggen. Wat we verder doen als het gaat om armoedebeleid, is goed kijken naar hoe wij de preventie bij schuldhulp kunnen verbeteren. Dat doen wij doordat we ook nu in een proces zitten samen met allerlei vrijwilligersorganisaties, waaronder de genoemde SchuldHulpMaatjes, Humanitas en dergelijke. Dat doen wij door samen daar uitvoeringsbeleid op te ontwikkelen. En ik ben ook, ik zit daar nu zelf wat meer bovenop moet ik zeggen. Maar wij willen daar op heel korte termijn ook mee naar buiten komen. En we willen daar ook eigenlijk met elkaar ook een soort convenant op tekenen dat wij met elkaar dat beleid ook gaan uitvoeren. En dan heb je het eigenlijk al heel snel over die verbinding waar ook in dit programmaplan naar verwezen wordt en ik ben ervan overtuigd dat dat geld op gaat leveren. Heel praktisch. We willen ook samen met de cliëntenraad onder andere een armoedeconferentie organiseren.
Dat zijn, daar liggen ook heel veel mogelijkheden wat mij betreft dat daar waar CDA op doelde, om nog eens goed te kijken naar die armoedeval. En wat kunnen we daar dan met elkaar in betekenen? Het is ook niet zo dat we nu al een plan hebben liggen waar ook geen regel of geen verbetering meer in door te voeren valt. Nee. We zullen met elkaar werkenderwijs ook weer nieuwe dingen tegenkomen waarvan we zeggen: nou dat is ook echt iets voor Hoogeveen. En dat kunnen we ook toepassen. Dus wat mij betreft is het zo dat doordat we beter gaan samenwerken de regie nemen ook in de schuldhulp dat we daar echt nog geld kunnen besparen. En dat zijn geen bezuinigingen zoals mevrouw van der Hort het noemde. Het zijn echt besparingen, want we hebben nog steeds de sociale basis als uitgangspunt en de samenwerking als uitgangspunt en dus ook het verbeteren van de dienstverlening als uitgangspunt. En dat geldt zeker voor dat deel van schuldhulp. Voorzitter, ik denk dat ik van mijn kant uit wel zo alles gezegd heb. Meer vragen waren er volgens mij ook niet als het gaat om participatie en schuldhulp. Ik blader nog even door. Er was nog wel een opmerking over het inzetten op startkwalificaties vanuit de kant van het CDA. Daar hebben wij veel aandacht voor op dit moment. Dat zal u misschien ook niet bevreemden, want er zijn veel mensen aan het werk op dit moment.
De aantallen in de bijstand nemen nog steeds af. Maar dat betekent ook dat de mensen die nu nog in een uitkeringssituatie zitten, waaronder ook bijvoorbeeld jongeren, dat van 100 jongeren die we op dit moment begeleiden, maar 25 procent een startkwalificatie heeft. Dat is erg weinig. En dat kost ook heel veel tijd en heel veel energie. Dat proberen we natuurlijk wel te geven, maar dat gaat niet vanzelf. Dat zijn echt wel langdurige trajecten om mensen vanuit de bank, dat komt het CDA bekend voor, want daar schrijven ze zelf over op hun site, via zeg maar eerst het burgerschap weer toch aan de praat te krijgen en naar vrijwilligerswerk toe begeleiden en vervolgens wellicht naar een baan. Maar dat zijn hele intensieve, langdurige trajecten. Ik heb ook wel wat
kritiek gehoord in de zin van, ja we hadden wel meer verwacht. Daar wil ik tot slot nog één opmerking over maken. In het hele participatieproject hebben wij uitgedaagd, hebben we veel gevraagd, hebben wij ruimte gegeven om met allerlei ideeën te komen. En er zijn ideeën gekomen, maar om nou te zeggen dat er heel veel verheffende en grote majeure wijzigingen zijn aangedragen, ook bij ons, dat kan ik ook niet zeggen. En dat komt niet uit het veld. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Het komt niet uit het veld, het komt niet van de professionals, maar het komt ook niet vanuit de raad. En ja, dat is ook wat het is. Daar zullen we het met elkaar mee moeten doen. Wat nogmaals niet zegt dat we geen verbeteringen in de toekomst nog verder door kunnen voeren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Oké, dank aan alle collegeleden voor de beantwoording. Ik kijk even rond want ik zag een handje van de heer Alting van Gemeentebelangen. Dus ik was even benieuwd van heeft u een vraag? Zo ja, dan moet u uw geluid even aanzetten. Het kan ook zijn dat het handje per ongeluk opgestoken is. Nee, ik zie wel de heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, ja ik had een vraag in het kader van breed inzake een integratie doorbreek- of aanjaagteam. En ik had een vraag inzake nuggers of werkende armen. Die heb ik allebei nog niet beantwoord gezien.
Of ik ben ook even uitgevallen geweest, maar dat weet ik niet. Misschien kunnen de wethouders even checken of ze dat nog kunnen doen. De voorzitter: Dan kijk ik even richting de wethouders. Wethouder Reneman. De heer Reneman: We hadden afgesproken dat de wethouder Tabak even op die doorbreekteams zou ingaan. Maar dan zou het wel fijn zijn als wethouder Tabak verbinding kan maken met deze vergadering voorzitter. De voorzitter: Ja, dat begrijp ik helemaal. En zij zit er nu … De heer Zwiers: De nuggers en we hebben nog de werkende armen. Dat ligt meer op mijn pad, voorzitter, denk ik. De voorzitter: Ja. De heer Zwiers: Maar dan zou ik wel graag nog even de vraag herhaald willen hebben van de heer Kreuze. De voorzitter: Ja, als de heer Kreuze de vraag nog even specifiek kan herhalen voor de heer Zwiers. De heer Kreuze: Geen probleem. Ik ben nog superfit. Is volgens het college in het herontwerp voldoende aandacht besteed aan nuggers en werkende armen? De heer Zwiers: Ja, maar vraagt u dat ook in het kader van de armoedeval? Want dat heb ik u wel horen zeggen. Is er genoeg aandacht voor de armoedeval? Dat zal in dit kader ook wel naar orde zijn, die vraag. Ja, ik denk dat dat nog een hele algemene vraag is, als je het over de armoedeval hebt. Daar is altijd aandacht voor. Of we daar nu nog weer extra aandacht voor moeten hebben, dat weet ik niet.