Transcript raadsvergadering 20 april 2023
Tekst van het document
Ik vind het zelf als liefhebber van financiën altijd aardig om te zien hoe dat dan in een vergelijkbaarheid plaatsvindt. We doen dat ook. We zeggen bijvoorbeeld, die belastingcapaciteit, hebben we het net over, vergelijken met het landelijk gemiddelde. Het is nog interessanter om je gewoon echt te vergelijken met gemeentes die een vergelijkbaar karakter hebben. Neem bijvoorbeeld gemeentes in de nabije omgeving. Daar zou je zelf een benchmark van kunnen maken. Je kunt ze gewoon uitvragen. Vele branches doen dat, die gewoon onderling dat uitwisselen. Zodat je weet van, wat is het verschil met die andere gemeente? Dan ben ik heel reëel, die benchmarken is natuurlijk op zichzelf nietszeggend. Het gaat om de uitleg van de verschillen. Waarom doen we dat? Dan komen we bij een hele oude discussie rondom het voorzieningenniveau in relatie tot en dat soort dingen. Dan hebben we denk ik het goede onderwerp te pakken. Ik was benieuwd of de collega’s zo’n benchmark ook zouden appreciëren, heet dat zo mooi.
De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ik snap dat, want het is natuurlijk helemaal niet iets wat je zegt van, dat is een wet van Meden en Perzen, maar je kunt wat vergelijken. Zeggen, hoe staan wij ten opzichte van andere gemeentes daarin? Maar de moeilijkheid zit er wel in dat je een gemeente moet hebben die bijvoorbeeld van dezelfde aantal inwoners, van dezelfde grote van sociaal minima en van dezelfde grote van industrieterrein, noem maar op. Dan kan het ook niet zo wezen dat je zo’n zelfde gemeente bijvoorbeeld in Brabant hebt staan, want dan is het ook weer geen goed vergelijk. Dan moet je eentje in Drenthe hebben. Dan ben ik bang dat we alleen bij Hoogeveen uitkomen weer. Heeft de heer Kreuze zelf een idee van, dat en dat en die gemeente zouden we kunnen vergelijken? De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Dank u wel, voorzitter. Op zich heeft de heer Van Rijn gelijk. Toch is het in heel veel branches gebruikelijk om te zeggen van, waar sta ik ten opzichte van mijn collega-bedrijven? Die hebben ook andere personeelssamenstelling en andere inkoopkanalen, weet ik wat allemaal. Het gaat om de analyse. Het gaat om, waar zit het verschil en hoe komt dat? Kun je dat uitleggen? Ik zou zeggen, er zijn een paar gemeentes hieromheen die enigszins vergelijkbaar zijn. Kijk, wij hebben geen Wildlands, met Emmen vergelijken is best lastig.
Nu heeft Emmen ook een solvabiliteit van 9,3 procent. Dat is wel een heel groot verschil. Uitleg klaar. Dat is een simpele. Maar ik kan me voorstellen dat je pakt een Drachten, een Hardenberg, een Steenwijk, gemeentes die in de nabije omgeving liggen. Dan kun je eens reflecteren op, waar zitten die verschillen? Nogmaals, dat is puur ter informatie aan de raad. Ik denk ook, dat is mijn persoonlijke opvatting, dat dat niet zo gek veel moeite kosten als je dat met zijn allen even doet. Dat is een kwestie van spreadsheets uitwisselen. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil eigenlijk eerst even naar de heer Van Dijk gaan, want die stond net als eerste zijn hand op. Dan gaan we naar de heer Bauer en dan naar de heer Van der Meer. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. De ChristenUnie ondersteunt de wens van mijnheer Kreuze wel. Wat dichterbij. De voorzitter: Iets dichterbij graag. De heer Van Dijk: Wij ondersteunen die wens wel. Als ik me niet vergis, heeft de wethouder een aantal jaren van zijn werkzame leven ook aan dit onderwerp gespendeerd. Die kan hier vast wel wat zinnige dingen over zeggen. Wat ons betreft hoeft dat dan ook niet op het niveau van stoeptegels of klimrekken. Maar hoog over moet daar vast iets van te maken zijn. De voorzitter: De heer Bauer, Partij van de Arbeid. De heer Bauer: Dank u wel, voorzitter.
Mijn vraag kwam eigenlijk heel erg overeen met die van de heer Van Rijn, maar vervolgens hoor ik de heer Kreuze dan komen met voorbeelden zoals Drachten, Steenwijk en Hardenberg. Het lijkt mij dat er nog best wel verschillen zitten in grootte, hoeveel mensen, sociaal maatschappelijke structuur. We kunnen nog wel even doorgaan. Als we gaan benchmarken op die manier, ben ik inderdaad met de heer Van Rijn eens, dan komen we eigenlijk gewoon bij Hoogeveen uit. Gaan we met onszelf benchmarken. De voorzitter: Eerst de heer Kreuze. Wilt u daarop reageren?
De heer Kreuze: Ja, voorzitter, dat is natuurlijk niet wat ik bedoel, want benchmarken kun je niet met jezelf. Hooguit in de jaren. Dat is natuurlijk best interessant, dat doen we ook. Wij kijken hoe we in de jaren ons ontwikkelen. Dat is ook een benchmark. We benchmarken met onszelf. Dat is één. Maar twee is, natuurlijk zijn er geen ... Geen gemeente is gelijk, geen mens is gelijk. Dat is helder. Maar het is wel zo dat als je het op rationiveau doet, dan is dat helemaal niet ongebruikelijk. Ik heb ook in mijn technische vragen gesteld, pak gewoon het document van een niet nader te noemen accountantskantoor. Die zet al die gemeentes op een rij. Daar zie je ontzettend de verschillen in. Dat is interessant om te weten, waar komt dat door? Waarom doen wij het beter of minder dan ons gemiddelde in onze omvangcategorie? We zitten in de categorie 50.000 tot 100.000 inwoners. Maar dat vind ik eigenlijk wat grof. Ik had graag een verfijndere benadering gehad. Daarom koos ik voor een aantal gemeentes in de buurt. Ik weet wel dat daar bezwaren aan zitten, maar ik vind het aardig als de raadsleden daar iets van kunnen vinden, of misschien zelfs alleen de auditcommissie. Ik wil daar ook geen heel groot verhaal van maken.
De voorzitter: Ik zag net nog even de heer Sieders zijn hand opsteken bij de heer Bauer, maar was het als reactie op de heer Bauer of wilt u los van hem wat reageren? Want dan ga ik eerst even de heer Van der Meer van GroenLinks en daarna mevrouw Rutgers en dan daarna kom ik bij u. De heer Sieders: Ik wilde los reageren. De voorzitter: Helemaal goed. Dan de heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Het idee van de benchmark is op zich best een aardig idee. Wat het wel bij me oproept is van, los van een analyse, maar wat doe je dan vervolgens met een benchmark? Wat levert dat dan vervolgens op? Als die analyse beperkt blijft tot een analyse zonder verdere acties, dan zie ik niet zozeer een meerwaarde van een grote benchmark. Of dat dan in de raad moet of in de auditcommissie, dat laat ik even in het midden, maar dat roept wel af dat je er ook iets mee doet. Daar ben ik dan wel benieuwd naar, tot hoeveel actie zal dat gaan leiden? Hoewel het op zich interessant is om te zien hoe andere gemeentes met cijfers omgaan, met getallen omgaan en waar vergelijking of juist niet de vergelijking ligt. De voorzitter: De heer Kreuze met een reactie. De heer Kreuze: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het met de heer Van der Meer helemaal eens.
Dat is natuurlijk het leuke van dit verhaal om dan te kijken van, wat gaan we ermee doen? Wellicht herinnert u zich nog dat ik bij de jaarrekening, inmiddels vele gemeentes zijn daarmee begonnen, opriep om dat te doen voor de zogenaamde Monitor Brede Welvaart, waar we ook naar, uit mijn hoofd, 78 van dat soort ratio's kijken. Dan gaat het erom, waarom hebben wij in Hoogeveen zo'n enorm hoog ziektecijfer ten opzichte van de andere gemeentes? We zijn 355ste van 368 gemeentes op de ranglijst van ziektepercentages. Dat is natuurlijk wel interessant. Waar komt dat door? We hebben daar toen klein debatje over gehoord met de heer Tuit. Daar moeten we het denk ik als raad over hebben. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer wil nog even reageren hierop? De heer Van der Meer: Ja, een korte reactie, want dat zijn juist de cijfers waarvan ik denk van, maar hoeveel invloed heb je daar dan op als raad en hoeveel tijd moet je daar dan aan besteden? Hoewel het interessant misschien is om te weten. Ziekteverzuim vertaalt zich uiteindelijk ook in geld. Dat snap ik allemaal. Maar ik zou zeker niet uit willen gaan van 78 ratio’s of zo, want dan slaan we de plank volgens mij ook weer mis.
De voorzitter: Eerst even de heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, daar moeten we niet heel lang over discussiëren. Ik zou zeggen, laten we daar maandagavond over verder praten, dan hebben we daar een informatieavond over. Hoe wordt er gewerkt met brede welvaart? Dat is bedacht door slimme mensen. Slimmer dan wij allen, gok ik. Ik ben heel benieuwd wat we daarmee kunnen. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, wilde u hier nog reageren? Anders wil ik even graag eerst naar de wethouder gaan. Mevrouw Rutgers: Ja, wilde ik wel. De voorzitter: Dan gaan we naar u toe. Mevrouw Rutgers: Want volgens mij gaat sowieso het gesprek nu alle kanten op, want nu gaat het opeens over een gesprek over brede welvaart wat nog plaats gaat vinden. Dit ging over een benchmark, gooide u op. Moeten we niet een benchmark doen? Dat vind ik op zich geen verkeerd idee. Maar meestal doe je dat inderdaad, zoals de heer Van der Meer ook al aangaf, op het moment dat je iets met die cijfers zou willen. Ik kan me voorstellen dat we dat doen op het moment dat we een nieuwe notitie financiële kengetallen zouden willen opstellen. Dat je dan gaat benchmarken van, hoe staan we er eigenlijk voor ten opzichte van andere gemeenten, zodat je daar iets mee gaat doen met die informatie. Nu is de notitie na veel discussie eindelijk klaar.
Dan willen we nog gaan benchmarken, waarbij het inderdaad maar de vraag is van, wat gaan we dan doen met die data? Het lijkt mij niet een zinnig moment om die benchmark uit te gaan voeren De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Het is mijn bedoeling ook dat die benchmark gebruikt wordt bij de eerste de beste afweging. Dan praat je over de Kadernota of straks bij de begroting. Het is niet mijn bedoeling om nu voor te stellen dat er bij wijze spreken van de week nog een benchmark komt. Die benchmark dient een doel, namelijk afwegingen te maken in het kader van Kadernota’s en begrotingen. Dan moet hij wat mij betreft er zijn. In alle eerlijkheid, ik zal ook een bekentenis doen, het scheelt me gewoon werk, want anders doe ik het altijd zelf. Nu probeer ik dat bij de ambtelijke staf neer te leggen. De voorzitter: Ik kom zo bij u, de heer Sieders. Ik ga eerst even naar de heer Reneman, want die ... De heer Reneman: In deze discussie, ik vind toch dat de benchmark gaat een beetje voorbij aan wat de bedoeling is van de signaleringswaarden. De signaleringswaarden zijn er voor de raad en voor het college om vast te stellen van, wat is voor Hogeveen een robuust en een financiële situatie? Dat is eigenlijk gewoon een beetje indifferent over hoe anderen dat doen.
Het was wel goed om bij die signaleringswaarden een beetje om je heen te kijken van, onze boven gestelde, de provincie, gebruikt wel deze normen, maar hoe doen andere gemeenten dat eigenlijk? Lopen we daar niet te veel mee uit de pas? Dat bleek niet zo te zijn, als je die normen overneemt. Het is altijd goed om een gesprek te hebben over hoe het met de financiële situatie van de gemeente gaat en dat te vergelijken met andere gemeenten. Dat gesprek kan in de auditcommissie plaatsvinden. Er zijn ik weet niet wat voor mogelijkheden om daarvan accountantsgetallen erbij te halen, maar ik vind het geen goed idee om te benchmarken op het moment dat we onze stoplichten laten zien. Die zijn van ons. Wij bepalen zelf of het rood is of groen. Dan geven we daar een oordeel over, over hoe het er voorstaat. Dat je dat kan verdiepen of dat je over een jaar of vijf eens een keer kijkt, als je die stoplichten tegen het licht
houdt of dat er anderen bij moeten, hoe andere gemeenten dat doen, dat snap ik wel. Maar ik zie niet zo één, twee, drie in hoe dit echt helpt bij die signaleringswaarden. De voorzitter: We gaan even kort naar de heer Kreuze voor de beantwoording, want ik zie dat de heer Sieders heel erg te popelen staat om ook te reageren. Maar eerst nog eventjes snel naar de heer Kreuze. Niet te lang graag. De heer Kreuze: Bedankt, voorzitter. Ik doe eigenlijk even een constatering. Ons college doet wel aan benchmarking bij het bepalen van de normwaarden of de signaleringswaarden, want dan hebben we gekeken van, wat gebeurt er om ons heen? Dan is het wel interessant. Dan is het wel jammer dat dan dat bij een volgende afweging door de raad niet kan, zullen we maar zeggen. De voorzitter: De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Wat ik eigenlijk al wel aangeef, volgens mij is de notitie eigenlijk bijna een benchmark, want we worden vergeleken met den lande met alle cijfers wat erin voor doet. Daarnaast wil ik ook wel erbij vernoemen dat ik denk dat het momenteel beter is om ons te gaan richten bijvoorbeeld op die houdbaarheidstest. Het ambtelijke apparaat heeft het al zwaar, als je kijkt over de invullingen van de capaciteit. Moeten we dan hun daar nog extra taken op dit moment op die manier opleggen? Ik vraag me af of dat verstandig is.
Dat was mijn reactie op dit stuk. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere partijen die hier behoefte op hebben te reageren? Anders gaan we denk ik naar het volgende punt toe, want dit is denk ik wel duidelijk uitgekristalliseerd. Dan gaan we naar de SGP de vraag of het debatpunt over het verlagen van de schuldenlast. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dat heb ik dan even een derde scenario genoemd. Inderdaad mijnheer Kreuze, ik heb ook eventjes stiekem bij andere gemeentes gekeken, hoe staan die ervoor? Want het is niet allemaal te vergelijken, maar je kunt toch wel een beter beeld hebben. Hebben wij er met zijn allen ook wel aan gedacht dat dat ook een mogelijkheid zou zijn, om je je weerstandsvermogen per saldo hoger te krijgen? Je hoeft niet zo enorm in je algemene reserve. We zijn ook geen bank tenslotte. Ik zie daar heel veel voordeel. Alleen ik kan nu niet de cijfers op tafel leggen en zeggen, als ze dat zo doen dan werkt dat zo uit. Daar hopen we dan binnenkort even een doorrekening van te krijgen. Ik heb het wel bij andere gemeentes gezien, die hebben dan een weerstandsvermogen van acht. Die hebben een investeringscapaciteit meer als dat wij hebben. Als we dat gewoon eventjes, dan denk ik, dat zou voor ons ook een goede manier zien. Alleen je moet in het begin wel even de lange adem hebben om dat gaat in te zetten.
Kan dat? Willen we dat? Dat leg ik gewoon even hier op tafel. De voorzitter: Wilt u dat puur op tafel leggen of nog een reactie van het college misschien ervan of niet? Dan gaan we straks in debat. Ga ik eerst naar mevrouw Rutgers van D66. Mevrouw Rutgers: Ik snap de timing niet zo goed van het opwerpen van nog een nieuw mogelijk scenario, want zoals ik net ook al zei, dit stuk is natuurlijk in de auditcommissie al uitvoerig besproken. Daar heeft u dat scenariootje niet gelanceerd. Als u dat wel had gedaan, dan hadden we er over kunnen praten, had de wethouder ernaar kunnen kijken, ambtenaren kunnen meekijken, de accountant had kunnen meekijken. Nu, op het moment dat het stuk af is, komt u nog, als niet zijnde een expert, met een nieuw scenariootje. Ik snap dat niet zo goed. Moeten we daar niet gewoon niet op ingaan nu, want het lijkt me zoveel tijd vragen, terwijl het gewoon niet het moment is.
De voorzitter: Nog even kort de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Soms krijg je inzichten wat later. Het is zoals het is. Ik zit daar gewoon met die scenario's te rekeningen en denk, zijn er nog andere mogelijkheden? Dat ga ik even onderzoeken bij andere gemeenten. Dan denk ik, zo, die doen dat wel op zo'n soort manier. Waarom zouden wij dat niet doen? Ik wil alleen, want dit komt straks in de Kaderbrief, gewoon eigenlijk voordat er de Kaderbrief is zeggen, is dit ook een mogelijkheid voor ons? Dit is een praatstuk vanavond. Waarom zouden we niet over een derde scenario kunnen spreken? Ik zie de moeilijkheid er eigenlijk niet zo van. Mevrouw Rutgers: Ik wel, want er is natuurlijk niemand die er zich daarop heeft kunnen voorbereiden. Dat is een beetje rare timing om dat nu opeens op te gooien en dan hebben we het weer tien minuten over. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Daar heb je een goed punt. Ik had gehoopt dat ik wel een doorrekening kon krijgen. Dan had ik dat hier op tafel kunnen leggen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kramer van de VVD. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. Dat was mijn punt eigenlijk ook een beetje. We kunnen hier wel een debat gaan voeren over iets wat nog in het luchtledige is en wat niemand weet waar het over gaat en waar het op uitkomt.
Ik ben wel even benieuwd naar de doorrekening die dan zal gaan komen. Dan kunnen we daar ook denk ik misschien niet verder over praten, maar dan kunnen we wel naar kijken wat we ervan vinden. De voorzitter: Ik zie de heer Bauer nog, PvdA. De heer Bauer: Dank, voorzitter. Het begint een beetje te voelen als schoppen tegen een dood paard. Maar inderdaad, als we hierover in debat gaan of in gesprek gaan, dan zijn we aan het spreken over iets waarvan we eigenlijk geen idee hebben waar we het over hebben, want we hebben de berekening niet. Ik zou heel graag mijn mening willen geven erover, ik sta er ook open voor om die doorberekening door te nemen, maar hij is er nog niet. Ik kan u mijn mening ook niet geven. De voorzitter: Misschien wil de heer Reneman hier nog op reageren. De heer Reneman: Heel kort, voorzitter. Maar de heer Van Rijn is steeds op zoek naar een manier om de stoplichten anders te organiseren. Wat hij dan probeert te doen, is dan zegt hij van, laten we kijken of we minder schuld doen. Het stoplicht gaat eerder op rood met schuld, maar dan kunnen we misschien een ander stoplicht wat langer op groen zetten. Dat is eigenlijk wat hij bedoelt met een scenario. Dat vind ik onverstandig. Volgens mij is het de kracht van de methodiek dat we er normen neerleggen per groep waarmee we de financiële houdbaarheid beoordelen.
Dat we die elk afzonderlijk op een goede manier beoordelen, maar in combinatie beoordelen over hoe de houdbaarheid is. Op zich zijn die scenario's niet relevant voor hoe je de stoplichten vaststelt. Het enige wat je doet, je gaat op zoek naar een andere mix. Als je goed sec kijkt naar de schuld en je zou zeggen, ik ga hem rood zetten als de schuld laag is, dat is gewoon niet juist. Hij kan robuust dan weer hoger zijn. Dan kan de andere parameter ook weer hoger zijn. Ik vind het gewoon een onverstandige weg om op die manier er nog mee bezig te zijn. U kan er nu niet over praten, omdat u niet precies weet wat het is. Maar ik zou u ook willen aanbevelen om het er gewoon niet over te
hebben überhaupt, maar gewoon de normeringen zoals die nu zijn op deze manier straks in de Kadernota vast te stellen. De voorzitter: De heer Van Rijn, heeft u nog behoefte om erop te reageren of ... De heer Van Rijn: Ik begrijp deze reactie niet, want ik vind gewoon als er andere mogelijkheden zijn en die ook goed zijn dan moet je dat gewoon eventjes helder in beeld kunnen brengen. Dat je zegt van, deze keuze hebben we, die keuze hebben we, die keuze. Lijkt mij eigenlijk een beetje dat die meteen al nu onderuit geschoffeld moet worden en zeggen van, dat is niks, dat lijkt mij een beetje te ver gezocht. We gaan gewoon even kijken hoe we dan misschien toch even met een berekening erbij er gaan uitkomen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Kreuze, met een reactie. De heer Kreuze: Ik hoor dat de heer Van Rijn er al uit is. Dan is mijn reactie wat te laat, zal maar zeggen. Maar ik kan me voorstellen dat we bij de Kadernota, als we toch de balansposities daarin mee hebben, dat we daarin ook rekening houden met het rentebeleid, liquiditeitsprognoses. Dat we daarin even kijken, in de auditcommissie van, wat betekent het nu als je heel zwaar gaat aflossen? Want dat heeft nogal wat implicaties op je begroting. Dat kunnen we denk ik redelijk op een bierviltje doen. Dan is de heer Van Rijn misschien gerustgesteld dat die route wel heel zwaar wordt.
Dan ben ik ook wel benieuwd hoe dat uitpakt. Nogmaals, dan hebben we de cijfers. Dan hoeven we niet apart nog gaan rekenen nu. Die Kadernota is dichtbij. Doen we even in de auditcommissie met specialisten, zal maar zeggen, of liefhebbers. De voorzitter: De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ik kan me aansluiten bij de woorden van de heer Kreuze. Het scenario wat de heer Van Rijn ook voorspiegelt dat houdt alleen maar in dat we ons verder gaan beperken op onze investeringen die noodzakelijk zijn, naar ons idee. Maar om het even in de auditcommissie uit te werken, vind ik het prima. Maar ik denk inderdaad dat het een zeer negatief effect heeft op de continuïteit van onze gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie hier veel knikkende gezichten. Ik zie wel de heer Van Rijn die nog even wil reageren. De heer Van Rijn: Voorzitter, met zo'n voorstel kan ik ook goed leven, want dan hebben we het er toch maar even met elkaar over. Dan hebben we er allemaal even beeld bij van, wat voor gevolgen heeft het als we het wel zouden doen en wat voor gevolgen als we het niet ... Prima voorstel. Ik kan er goed mee leven. De voorzitter: Helemaal goed. Dan spreken we af dat het in de auditcommissie besproken gaat worden. Dan gaan we naar de punt drie toe. Gaat over de belastingcapaciteit naar honderd procent. Zowel Gemeentebelangen als de VVD had hier een punt van gemaakt.
Maar ik zie dat de heer Sieders hier graag op wil inhaken. De heer Sieders. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad signaleringwaardes. Volgende stuk gaat waarschijnlijk, waarnaar gaan we over? Naar streefwaardes. Maar signaleringswaardes zijn natuurlijk ook waar je dan naartoe zou willen gaan, want anders hoef je het niet te signaleren. Als wij het stuk doornemen en inderdaad pakken wij pagina 4 erbij, zien wij dat wij momenteel ten opzichte van, ook al is het in die mate begroot, maar een van de dingen wat we meestal goed kunnen begroten is toch wel de ozb-opbrengsten de rioolheffingsopbrengsten. Dat in verhouding tot de woonlasten landelijk gemiddeld, dat zijn redelijk stabiele
cijfers daarin. Die prognoses ook. Daarin zie je dat er een verschil in zit van bijna honderd euro. Onze vraag is, willen wij een signaleringswaarde hebben die voor onze inwoners honderd euro hoger ligt dan wat we nu aan belastingdruk hebben bij onze inwoners. Wij hebben als Gemeentebelangen het streven om een goede gemeente te zijn tegen eerlijke kosten. We denken wel dat een signaleringswaarde van honderd procent te hoog is in deze. De voorzitter: Dan wil ik eigenlijk eerst nog even naar de heer Kramer gaan, dit punt ook had ingediend, of er nog een aanvulling was. Dan kom ik zo bij u, heer Kreuze. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. In principe is het gewoon hetzelfde punt. We hebben hetzelfde verhaal. Dank de heer Sieders. De voorzitter: Helemaal goed. Heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, mijn reactie is tweeledig. De wethouders zei net, we komen realisatie technisch in de buurt van de honderd procent. Dat is maar een kleine stap. Dat zien we dan wel als de jaarrekening er is of als de voorlopige cijfers in de Kadernota worden genoemd. We zijn als CDA over het algemeen kritisch op deze verhogingen geweest, net als de VVD en Gemeentebelangen nu op tafel leggen. Dat is mooi dat we daar wat medestand samen in hebben. Alleen we moeten vaak wel indexeren. Die indexatie is op dit moment vrij fors.
Dan kom je al aardig in de buurt denk ik bij die honderd procent, tenzij niet ... Dat hangt er een beetje van af welke consumentenindex je hanteert, zullen we maar zeggen. Mijn tweede punt hier in de afweging is, ik heb voorgesteld om die gezondheidstest te doen. Daar zitten een ratio zeven in, namelijk de nettolasten per inwoner. Dan kijk je inderdaad, wat betekent dat in de portemonnee? Dat zou ik graag meewegen, wat de heer Sieders ook doet. Dat kunnen we nu niet doen. Ik ben niet op voorhand voor honderd procent als streefwaarde, maar als signaleringswaarde kan ik er prima mee leven. Want immers, ik kan wel best een poosje een stoplicht op oranje zien De voorzitter: De heer Sieders voor de reactie. De heer Sieders: Ik snap wat de heer Kreuze hier benoemd. Ik wil er wel bij benoemen dat inderdaad er een indexering komt op ozb-lasten, maar die komen ook in alle andere gemeentes. Die 904 euro die landelijk gemiddeld is, die wordt ook nog weer geïndexeerd. Dat komt overeen. Dit is puur het feit wat we er nu onder saldo zitten. Dan is de vraag van, willen we kijken naar de belastingcapaciteit ten opzichte van deze gemeentes of willen we kijken naar de belastingcapaciteit die wijzelf hebben binnen ons gemeente met onze eigen cijfers daaraan? De voorzitter: De heer Kreuze voor de reactie.
De heer Kreuze: Mag ik de heer Sieders dan vragen wat hij daarmee van plan is? Gaat hij dan toch een soort ... We amenderen dit natuurlijk niet meer, maar hoe gaan we dit dan verder brengen? Ik ben natuurlijk ook uitermate blij dat er twee coalitiepartijen zijn die dit nu op tafel leggen. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Zoals de wethouder heeft aangegeven, dit is een discussiestuk. Ik ga ervanuit dat het college deze discussie ook oppakt en ook straks naar de Kaderbrief meeneemt. Als wij met zijn allen hier al aangeven van die honderd procent, zoals die hier benoemd staat, vinden wij wel wat hoog en we vinden allemaal dat
Gemeentebelangen en VVD daar toch een punt hebben dat we misschien even op een andere manier ernaar moeten kijken, niet met het landelijke vergelijken, maar vooral met onze eigen historie, dat het college dat dan oppakt. Dat is eigenlijk de doelstelling van dit gesprek, discussie, debat. De voorzitter: We komen zo bij u, heer Kramer. We gaan eerst even naar het college, want de heer Reneman ... De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Voor het college is dit de lastigste parameter. Dat is niet vanwege de discussie die er is over het verhogen van de ozb, maar dat gaat erover hoe je hiernaar moet kijken in termen van financiële houdbaarheid. Wij hebben hem op groen gezet als je honderd procent raakt. Dat doet de provincie niet. Die zet hem dan op rood. Hoe zit dat, dat als een gemeente in de problemen komt en de belastingcapaciteit zit onder de honderd procent? Dan zegt de provincie, maar dan kan je altijd nog de belastingen verhogen gemeente, daar zit nog geld. Dat maakt dat je een robuustere financiële situatie hebt. Wij hebben gezegd vanuit het college, dat vinden we eigenlijk een raar uitgangspunt. Wij zouden zeggen, als je het geld op je rekening hebt, als je het kan toevoegen aan je begroting, dan is het robuuster. Maar voor beide redeneringen is iets te zeggen. Of het rood of groen is, vanuit financiële houdbaarheid kan je verdedigen beide kanten.
Ik heb zelf nog weleens gedacht van, misschien zou je in de Kadernota deze parameter niet mee moeten geven met oranje, rood of groen, maar die gewoon blanco presenteren zo van, we staan er zo voor ten opzichte van de belastingcapaciteit. Op die manier neem je hem wel mee in de beoordeling van hoe de financiële houdbaarheid is, maar vanuit echt ... Maar dat moet ook echt heel strak even de zakelijke hele financiële Houdbaarheidsredenering volgen. Want je ziet gewoon, als hij lager is dan honderd procent en we zitten in de financiële problemen, kan gewoon de ozb nog omhoog. Of als hij op honderd procent zit, dan zeg je, we hebben nu de maximale houdbaarheid gehaald in de ozb. Je kan daarbij twee kanten op redeneren. Dat zou iets kunnen zijn wat misschien deze kwestie zou kunnen slechten voor de raad. De voorzitter: Dank u wel. Eerst de heer Sieders, graag een reactie. De heer Sieders: Dank u, voorzitter. Ik wil niet te veel oude koeien uit de sloot halen, maar Gemeentebelangen heeft een aantal jaar terug niet voor niks gekozen om niet de belastingcapaciteit naar honderd procent helemaal toe te brengen. Dat zal voor ons nu ook niet zijn. Het zal ons eerder een groene waarde zijn als er niet verhoogd wordt. Inderdaad, we weten wel dat de provincie andere streefwaardes heeft. De voorzitter: De heer Van Dijk, voor de reactie. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter.
Het is bij zo'n gesprek altijd de vraag wie met de bokaal ozb-ridder naar huis gaat. Maar vooralsnog is de strijd wat onbeslist, volgens mij. Het echte punt hier op tafel is natuurlijk of je naar deze parameter kijkt als signalerings- of als streefwaarde? Als het een signaleringswaarde is, dan is het heel plat dat je weet, is er nog enige ruimte aan de inkomstenkant. Niet echt een reden om ons nu heel druk om te maken. Zeg je, het is een signaleringswaarde, we willen naar groen, in dit geval honderd procent, dan betekent dat iets voor het ozb-tarief waar we zo mee willen gaan rekenen. Dat is zo'n politiek onderwerp, dat gaan we echt niet nu beklinken. Dat komt wel bij een Kadernota en een begroting. Wat mij betreft, maar dat zou mijn voorstel zijn, laten we deze even buiten de discussie, want het is eigenlijk de minst interessante parameter. De voorzitter: De heer Kreuze.
De heer Kreuze: Voorzitter, ik sluit me bij de heer Van Dijk aan. Ik zei al, ik kan leven met een oranje stoplicht. Als de heer Reneman hem wit wil laten, dan zien we toch het verschil. Ik zie daar niet heel veel toegevoerde waarde in. Ik wil even zeggen dat natuurlijk refereert hij aan de provincie, maar als je kijkt naar de artikel 12status die in Vlissingen was, daar heeft het Rijk gelijk gezegd, u kunt wel, geloof ik, naar 120 procent belastingen. Dan hebben we nog steeds geen groene stoplichten. Ik zou het lekker gewoon zo houden. Ik dank ook de heren Kramer en Sieders voor hun betoog. Wat mij betreft gaan zij voorop in het ridderpak. De voorzitter: De heer Van der Meer en daarna gaan we eindelijk naar de heer Kramer, als hij zijn vraag inmiddels nog heeft. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Heel kort. Dank u wel, voorzitter. Ik sluit ook aan bij de woorden van de heer Dijkstra. Waarbij ik wel wil opgemerkt hebben dat het hier weldegelijk over een streefwaarde gaat, zoals hij hier nu staat en niet over een signaleringswaarde. Ik hoor de begrippen door elkaar heen genoemd worden op dit onderwerp, maar het gaat hier echt over de streefwaarde. Daar moeten we dan nog maar eens over discussiëren. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. In principe willen wij die bokaal ook wel winnen, ik denk net zoals Gemeentebelangen.
Wij willen gewoon dat die ozb, dat daar echt wel kritisch naar gekeken wordt. Dat is in onze ogen deze belastingcapaciteit. Wij vinden dat die kleuren voor die belastingcapaciteit nog weleens wat anders kan. Maar goed, daar komen we wel mee met een soort van amendement. Daar neem ik jullie wel in mee. De voorzitter: Dat zien we dan. De heer Reneman voor de reactie. De heer Reneman: Ik zou de degene die iets willen doen met deze parameter willen voorstellen om een motie te maken. Een motie vreemd, waarin het college wordt opgeroepen om in de Kadernota op een bepaalde manier om te gaan met deze parameter. Dat kan tussen nu en de Kadernota. Dan kan de raad daar ook gewoon over stemmen. Dan is het maar helder ook. Dan kan het college dat gewoon overnemen. De voorzitter: De heer Kramer nog even voor de reactie. De heer Kramer: Dan wordt het een motie vreemd, voorzitter. De voorzitter: Helemaal goed. Dan even naar de heer Sieders. De heer Sieders: Motie vreemd mag voor mij aan de ene kant. De andere kant, als de wethouder de toezegging wil doen dat we geen kleurtjes daaraan hangen en we hem blanco laten en puur ter vergelijk erin laten staan, dan is het voor mij ook voldoende, want dan is daar gewoon voor ons het dwingende karakter of het streefkarakter eraf. De voorzitter: Dan is de heer kruisje nog even en dan gaan we naar u toe, heer Reneman.
De heer Kreuze: Wat mij betreft reageert de wethouder eerst even op de heer Sieders. De voorzitter: Dan is dat helemaal prima.
De heer Reneman: Ik zou die toezegging wel willen doen, maar ik merk dat het een beetje verdeeld in de raad ligt. Kijk, ik heb net uitgelegd vanuit het college zou het niet zo heel veel uitmaken. Het college kan prima leven met wit doen, maar dan zouden andere leden van de raad daar niet veel bezwaar tegen moeten hebben. Dat is dan eigenlijk een beetje mijn vraag. Als dat zo is, dan kan ik die toezegging wel doen. Anders ga ik toch vragen om een motie, mijnheer Sieders. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ik had het al even eerder gevraagd, maar ik vond het zelfs ook wel een goed idee om die gewoon wit te laten zijn. Dan is het gewoon een waarnemingswaarde en dat is het dan. De voorzitter: De heer Bauer. De heer Bauer: Voorzitter, voor ons ook geen probleem om het wit te maken. De voorzitter: De heer Baalman, SP. De heer Baalman: Wij willen hem ook graag wit houden. Dan is dat gewoon duidelijk dat hij daar staat. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: We willen ze graag allemaal wit houden. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ik vermoed dat wij ook kunnen leven met wit, maar ik zou dat wel graag eerst even in de fractie willen bespreken. De voorzitter: Dan de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar sluit ik me graag bij aan. We kunnen er op zich mee leven.
Gaan er zeker niet voor, maar ik wil het wel ook in de fractie even bespreken. De voorzitter: De heer Kleine. De heer Kleine: We kunnen nog niet direct een besluit nemen over deze keuze. We willen graag naar intern beraad hierop terugkomen. De voorzitter: Ik voel dat er een motie aan gaat komen. We hadden eigenlijk als vierde punt natuurlijk nog ... Ik zie de heer Reneman eerst. De heer Reneman: Als de hazen zo lopen, dan durft het college wel een toezegging aan. Want ik wil u niet schofferen dat u intern beraad nodig heeft, maar ik zie hoe nu hazen lopen en dan als wij een toezegging doen, is dit ook maar duidelijk ook. Dan hoeven we ook niet nog een ronde te doen met een motie. De voorzitter: Mevrouw Rutgers.
Mevrouw Rutgers: Dit is het volgende ideetje wat hier gelanceerd wordt, nadat dit stuk uitvoerig in de auditcommissie is besproken. Om op een losse flodder nu zomaar een toezegging te doen snap ik wel, alleen dat ontneemt ons de kans om dit nog even te bespreken. Ik ben daar niet een voorstander van. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ik bestrijd dat dit een losse flodder is, want exact deze kwestie is in de auditcommissie besproken. Ook met de financiële redeneringen die ik net hier in de openbaarheid heb gedaan. Ook het dilemma van wat het college hiermee had. Dit is echt geen losse flodder. Hier is langer over nagedacht. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Maar wel wordt het hier nu weer ter tafel gebracht, terwijl we hebben het hier al over gehad, alleen als het hier nu in dit stuk niet verwerkt is en de oproep ter tafel is opeens om het toch te verwerken, dan wil ik dat graag opnieuw bespreken. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Het stuk was een discussiestuk. Het stuk is ook niet geamendeerd naar aanleiding van de discussies die er zijn geweest in de auditcommissie. Het was een discussiestuk. We hebben er discussies over gehad. Daar hebben we ook verteld, ik vanuit het college ook verteld van hoe we met bepaalde dingen om wilden gaan. In het stuk staat het woord streefwaarden.
We hebben toen gezegd, we willen verder met signaleringswaarden. Er zijn nog wel een aantal andere dingen die we uit die discussie hebben meegenomen, waaronder dit punt. Ik vind het volkomen legitiem dat het hier ter tafel is gekomen. Ik vind het ook geen losse flodder. Ik vind het ook prima te verwerken nu, eerlijk gezegd. De voorzitter: De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Eigenlijk aansluitend bij de woorden van de wethouder over de auditcommissie. U heeft inderdaad aangegeven, het is een goed stuk. Er staan alleen wel bepaalde cijfers in met een politieke lading. Dat is iets waar je over kan discussiëren met elkaar en ook op voet daarvan gooi ik dit in de discussie met hoe wij ertegenaan kijken. Dan komt of straks de motie eruit of een wit blank iets. Daar komt het op neer op dit moment. De voorzitter: Dan de heer Van Dijk, ChristenUnie. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ik zie om me heen, buiten deze debattafel, wat afhakende gezichten. Mijn voorstel zou zijn om voort te gaan naar het volgende debatpunt. De voorzitter: Dan kijk ik nog even naar de heer Bauer, om die de kans te geven te reageren of is uw punt inmiddels ... De heer Bauer: De heer Sieders heeft me de woorden uit de mond gehaald. De voorzitter: Helemaal goed. Dan gaan we door naar het allerlaatste punt over de signaleringswaarden en streefwaarden van de ChristenUnie.
De heer Van Dijk, ik geef u het podium.
De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Wij hebben aangenomen dat we die vooral over signaleringswaarden hebben. Laat ik dat even vooropstellen. Mevrouw Rutgers: Even technisch issue hoor. Het is een condensatormicrofoon, maar een richtmicrofoon. U moet echt er recht in praten, anders doet hij het niet. De heer Van Dijk: Sorry. Goede. De voorzitter: De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Wij hebben hier even aangenomen, bij deze notitie, want het loopt wat door elkaar heen, dat het hier gaat om signaleringswaarden. Wanneer ben je gezond? Wanneer niet? Laat ik het zo maar even zeggen. Ik zat in de zomer van 2020 in een steunfractie bij de ChristenUnie. Ik heb hem gezien hoe rigoureus hier bezuinigd moest worden. Dat was geen feest. Ook al was ik toen zelf geen raadslid, ik zag wel wat voor ontzettend pijnlijke keuzes daar gemaakt moeten worden. Dat heeft de ChristenUnie als fractie toch altijd in het achterhoofd als het gaat over financiën. Om het dan maar even zo te zeggen, nooit weer zo rigoureus bezuinigen. Dat is dan ons streven. Als je het hier dan hebt over streefwaarden of signaleringswaarden, dan valt daar wel iets over te zeggen, wat ons betreft. Het risico bij signaleringswaarden is dat je al een aantal jaren een paar cijfertjes op oranje of op rood hebt staan. Dan is het een beetje net als je thuis een rommel op de eettafel hebt liggen.
De eerste dag denk je, moet ik even opruimen. Een week later misschien ook nog. Maar daarna zie je het op een gegeven moment niet meer. Voor je het weet is het normaal dat we allerlei oranje en rode kengetal hebben. Dat is anders. Het is niet hard, maar het is anders als je zegt, dit zijn streefwaardes. We zijn pas klaar als alles op groen of in ieder geval oranje staat. Met dat in het achterhoofd is de ChristenUnie er eigenlijk wel voor om het niet te hebben over signaleringswaardes, maar echt over streefwaardes. Dat rijtje kengetallen wat hier staat, dat we daarvan zeggen, daar willen we naartoe. Om de discussie even makkelijk te maken, wat ons betreft houden we belastingcapaciteit hier even buiten, voor het gemak, en hebben we het even over de andere waardes. Ik ben even benieuwd hoe de rest hier in deze discussie in staat. De voorzitter: Eerst naar de heer Sieders, Gemeentebelangen. Die stak als eerste zijn hand op. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft kunnen we het eerst prima houden bij de signaleringswaardes. Misschien als toevoeging wat er nu al benoemd is, is het kijken naar het verleden voor de toekomst misschien verstandig om ook te kijken naar het verloop van deze cijfers. Dat we dat in de gaten houden.
Want we kunnen natuurlijk wel straks de waardes hartstikke positief in het groen hebben, maar als ze jaar na jaar kelderen met tien procent, dan weet je ook dat je ergens naartoe gaat. Ik denk dat dat misschien ook een leren van het verleden is waar we naar moeten kijken. Qua streefwaardes, ik denk dat deze signaleringswaardes eerst genoeg houvast bieden. Het is natuurlijk wel aan de raad, hoe ga je hiermee om? Maar ik ga er wel vanuit dat de raad capabel genoeg is om de juiste keuze te maken aan de hand van deze signaleringswaardes. Voor ons is dit eerst voldoende, zoals het er nu voorstaat. De voorzitter: De heer kleine, heeft u behoefte om hierop te reageren of op het initiële punt, want dan ga ik zo even naar u toe. De heer Kleine: Op het initiële punt. De voorzitter: Dan ga ik eerst even naar de heer Bauer toe, van Partij van de Arbeid.
De heer Bauer: Dank, voorzitter. Ik hoor een sympathiek punt komen en ik hoor ... Sorry. De voorzitter: Iets dichterbij. De heer Bauer: Nooit meer zo bezuinigen, dat is de insteek, dat willen we nooit weer. Tegelijkertijd gaan we kijken wellicht toch streefwaardes. Maar streefwaardes, dan zeg je juist, we gaan alles op alles zetten om dat punt te halen. Dan gaan we terug naar bezuinigen. Dat zou je dan zeggen, want streefwaardes dan zeg je, we moeten daar komen en daarbuiten dat moeten we dan laten wezen en dan gaan we terug naar bezuinigen. Terwijl we daar net vanaf zijn. Hoogeveen is net weer een beetje vrijheid, blijheid, om het zo maar te zeggen. Niet helemaal, maar ... De wethouder wordt boos op me. Ik laat het erbuiten. Maar als we het echt gaan hebben over streefwaardes, dan gaan we dingen weer op slot gooien. Ik denk echt niet dat Hoogeveen daar op dit moment aan toe is. De voorzitter: De heer Van Dijk, met een reactie. De heer Van Dijk: Dank voorzitter. Ik snap uw punt wel hoor, mijnheer Bauer. Als wij zouden zeggen, in 2024 moet alles op groen, dan wordt het inderdaad weer bezuinigen. Daar zitten wij ook absoluut niet op te wachten. Wat hier uitmaakt is volgens mij wat voor periode je stelt. Signaleringswaardes, dan kun je gewoon zeggen, dat doen we vanaf morgen.
Terwijl streefwaardes, daar hoort ook meer iets bij die zegt, in bijvoorbeeld 2030 willen we daar of daar zijn. Wanneer je dat als doelstelling stelt, maakt volgens mij uit of het nu tot bezuinigingen leidt. Althans, dat is mijn kijk hierop. De voorzitter: De heer Sieders had daar een reactie op. De heer Sieders: Ik wilde er nog wel bij opmerken, als we het hebben over de termijnvisie en dat we dingen alvast proberen vast te stellen voor 2030 en ook in ... Dan denk ik helemaal dat we het over signaleringswaardes moeten hebben en niet over streefwaardes, want dan ga je over je eigen graf heen regeren. Dat moet je op dat punt volgens mij niet willen. De voorzitter: De heer Kreuze. Ik heb u ook inderdaad gezien hoor, heer Van Rijn, maar eerst eventjes over dit punt. De heer Kreuze: Voorzitter, ik vind de beeldspraak van heer Van Dijk altijd heel prettig. Ik ben ook blij dat mijn vrouw op dit tijdstip niet meer luistert, want ik vind die rommel op de eetkamer altijd prettig, want dan zie ik elke dag dit moet nog gebeuren. Dat is ook eigenlijk met die signaleringwaardes. Je moet ze eigenlijk bijna elke dag, elke maand zien er moet nog iets gebeuren. Even op die historie, wij wisten natuurlijk ook dat wij, ik heb het hier nog naast mij liggen, 2018 3,3 miljoen verlies 2019 9 miljoen en dan nog een keer 5,5 miljoen. Wij waren er allemaal bij.
Maar het gaat erom, hoe grijp je in, in de jeugdzorg waar het zo uit de klauwen loopt? Dan heb je niet over waardes en signaleren. Dat ging allemaal volgens mij best. Maar het gaat erom, hoe ga je aan de slag met een pijnpunt? Dat kan alleen maar als je de hele afweging hebt. Dan sluit ik bij mijnheer Bauer aan, u moet wel de hele afweging hebben voordat ik zeg, dit is een goede streefwaarde. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Van Dijk zegt, we konden er beter streefwaarden van maken. Er zit natuurlijk een goede gedachte aan de ene kant wel achter. We hebben ook de bezwaren gehoord, wat dat ook zou mee kunnen brengen. Maar uiteindelijk is het dan, die streefwaarden zijn dat die
scenario één, scenario twee of gaat de raad gewoon zeggen van, we gaan nu gewoon echt vaste bedragen zetten en daar gaan we een besluit over nemen, dit worden de streefwaarden? Hoe moet ik het zien, want zoiets zal het wel moeten worden. Ik ga niet zomaar zeggen van, dit houden we maar voorlopig even aan. Als je over streefwaarden, dan is het echt vast die richting moet je op. Hoe lang even bij de beschouwing, maar dat dat zijn streefwaardes. De voorzitter: De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Inderdaad hoor, het is echt dat je met elkaar een soort richting uitspreekt dat je zegt, in de ideale situatie gaan we daarnaartoe. We hebben gelukkig nog allerlei momenten in het jaar, in de P&C-cyclus dat we daar van af kunnen wijken, omdat de situatie anders is. Alleen wat het mooie hier volgens mij aan zou zijn, althans wat de ChristenUnie betreft, is dat we het met elkaar zoveel mogelijk over eens kunnen worden dat we zeggen, dit of dit is een goede financiële situatie voor de gemeente. Dan hou je echt wel op allerlei momenten in het jaar ruimte om daarvan af te wijken als dat moet, maar dat je daar wel met elkaar een soort gemeenschappelijke ambitie hebt, zal ik maar zeggen. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Met andere woorden zijn het streefwaarden die als signaleringwaarden gebruikt gaan worden, want je kunt telkens weer ze gaan wijzigen.
Laten het dan maar gewoon signaleringswaarden blijven. Dan kun je beter gewoon dezelfde manier mee werken. De voorzitter: De heer Kleine. De heer Kleine: Dank u, voorzitter. Het punt is eigenlijk al een beetje gemaakt door de heer Bauer van de PvdA, op één punt na. Ik had eigenlijk twee reacties. Ik hoorde ook de heer Kreuze over rommel op tafel. Ik snap best wel dat daar wat irritaties over zijn. Maar het belangrijkste punt is, wat ik eruit opmaak, is dat het beste argument wat ik nu tegen bezuinigen heb gehoord, is dat het niet leuk is en dat het naar is en zo. In die zomer van 2020 zat ik niet in de fractie van de ChristenUnie. Maar ik kan me voorstellen dat er niet bezuinigd werd om het treiteren van de bevolking van Hoogeveen, onze inwoners van Hoogeveen, maar omdat er op dat moment geen geld meer is. Om dezelfde reden dat de heer Van Dijk waarschijnlijk niet elke dag uit eten gaat, ga je eerst een keer keuze afwegen van, waar geven we nu geld aan uit en zullen we dat nu blijven doen? Ik vind het idee van dat bezuinigen naar is en dat het ... Maar de enige andere optie, want dat dacht ik dat het punt van de heer Bauer dan zou maken, is als je je streefgetal wil halen en bezuinigen vind je stom, dan ga je meer collecteren bij je inwoners van Hoogeveen.
Die fout, die optie dan aan boord hebben, omdat je hem uitsluit, omdat je bezuinigen stom vindt, zo run je dan niet, want dat is volgens mij ook wat hier een beetje gebeurt, we moeten de gemeente runnen als een bedrijf, dat vind ik wel een beetje een beperkte blik die je dan hebt. De voorzitter: De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Het is wat ons betreft niet zozeer een kwestie van leuk en niet leuk, bezuinigen. Ik weet nog een paar dingen die geschrapt zijn in de gekleurde map. Het kindpakket, om maar iets te noemen. Dat was geen feest. Wat ons betreft was die regeling, als het kon natuurlijk, blijven bestaan. Wat hierachter zit, eigenlijk ben ik wel blij dat u dit punt even opwerpt, is eigenlijk of je zegt, we gaan voor een stevige reserve. Want volgens mij leven we in een hartstikke onvoorspelbare wereld. Kan er zomaar weer een crisis als Oekraïne of corona uitbreken, waarin de gemeentefinanciën een flinke deuk krijgen. Dan is het mooi
als je een appeltje hebt voor de dorst en niet helemaal langs de rand van de afgrond gaat lopen van wat kan nog wel en net niet. Juist om te voorkomen dat je regelingen later moet schrappen, waarvan je eigenlijk zegt, dat hadden we niet moeten doen. Dan maar iets minder investeren. De voorzitter: De heer Kleine, wilt u hier een reactie op geven? De heer Kleine: Ja. Dat laatste komt bij mij dan een beetje tegengesteld binnen, maar ik snap best wel dat je zegt, ik wil wat reserves houden voor als het een keer wat minder wordt, door welke crisis dan ook, inflatie of ... Er kan van alles op afkomen. Dat snap ik wel. Maar het gaat er maar om hoe je dan tot die reserve komt. Als dat per definitie betekent niet bezuinigen, maar dan maar meer ophalen bij de burgers, of je dat dan als een ozb-ridder wil beschrijven of niet, maar je drukt het dan wel naar één kant toe. Dat is volgens mij een heel beperkte visie. Volgens mij zou het juist dan veel gezonder zijn, jongens, waar gaat die 180 miljoen heen? De voorzitter: De heer Van Dijk, ChristenUnie. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Het gaat er ook niet zozeer om dat we nooit meer moeten bezuinigen. Er zijn misschien best wel dingen waar we op kunnen bezuinigen. Die optie hou ik ook wel open.
Alleen waar het hem juist in zit, is dat we niet opeens voor een situatie komen te staan dat we moeten bezuinigen op dingen waarvan we dat eigenlijk niet willen, maar het nodig is omdat de bankrekening anders op rood gaat. Als we daar nu door voorzichtig financieel beleid dat kunnen voorkomen dat we weer zo'n punt bereiken, want dat was het in de zomer van 2020, dan is de ChristenUnie daar echt wel voor. Maar het is niet dat we uit principe tegen bezuinigen zijn. De voorzitter: Dan is het punt denk ik voldoende opgehelderd. De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank, voorzitter. Ik had eigenlijk een kleine opmerking over de crisissen die net benoemd zijn. Dat zijn volgens mij net de crisissen die de gemeente niet heel veel geld hebben gekost en alleen soms ons uit het slob hebben gehaald. De voorzitter: Zijn er voor de rest nog reacties van andere partijen? Ik zie zo denk ik niet. Dan zijn we denk ik aan het einde gekomen van dit debat eigenlijk. Het punt van de heer Van Rijn gaat nog besproken worden in de auditcommissie. We wachten de motie af. 4.4 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Ik wil graag iedereen bedanken voor het debat en de mensen thuis ook bedanken voor vandaag. Dit was het. Dank u wel.