Transcript raadsvergadering 2 juni 2022
Tekst van het document
De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine, Forum voor Democratie. De heer Kleine: Ja, we hadden over twee documenten een vraag. De eerste is over bijlage 2 ontwerpbegroting 2023 RUD Drenthe. Op pagina 11 staat iets over dat klimaatakkoord van Parijs over die bizarre klimaatopwarming die we met z’n allen tegemoet gaan. En er wordt dan gesproken dat per 1 januari 2023 elk kantoorgebouw minimaal energielabel C zou moeten hebben. En een eerste vraag is of die tekst eigenlijk wel klopt? En tweede is in hoeverre wordt het dan in de praktijk daar of qua begroting of qua uitvoering, hoe is daar in de cijfers rekening mee gehouden? Dus dat was eigenlijk eentje. En een vraag over mandaat, dat zal meer inhoudelijk zijn. Dat zal hier niet in deze setting gewenst zijn lijkt me, of mogen we ook gewoon vragen? De RUD, ik zal het wel duiden: bevoegde gezagen kunnen RUD Drenthe extra opdragen om deze taak op zich te nemen en hiervoor RUD Drenthe te mandateren. Dat is even de vraag wat daar concreet mee bedoeld wordt. De voorzitter: U bedoelt het zo voorleggen aan het college om daar antwoord op te geven? De heer Kleine: Ja, en een laatste dat was het document PV ontwerp meerjarenbegroting 2023-2026 Publiek Vervoer. Ja, dat is een beetje semantisch. Er wordt gesproken over Europese staatssteun.
Is het dan steun vanuit de EU aan landen of wordt hier bedoeld Europese staatssteun als ware dus de EU dus een staat is? Maar dat is meer een semantische vraag. En tweede is, daar voortbordurend op, dat er dus geld ter beschikking wordt gesteld, en er staat bij dat afzonderlijke deelnemers van Publiek Vervoer zijn verplicht om over 2020 en 2021 een opgave te doen. Graag zouden we die dan ook willen. Nou ja, dat is het dan, dus hoe hoog is die bijdrage, en op basis waarvan? Dus wat zijn de afspraken om überhaupt voor zo’n bijdrage in aanmerking te komen? Dat was het. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, voorzitter. Ik wou even een punt van orde maken, want ik hoor een aantal technische vragen voorbijkomen en de afspraak is dat we die vooraf aan de raadsvergadering stellen aan de betreffende wethouder zodat die ofwel schriftelijke ofwel mondeling beantwoord kunnen worden, en dat die niet op dit moment gesteld worden. Dus dat wou ik toch even meegeven voor de toekomstige vergaderingen. De voorzitter: Ja, zo leren we mekaar allemaal natuurlijk inderdaad. Het is soms even wennen hoe je dat zet. Ja, als de wethouder straks de vraag niet kan beantwoorden kan hij het schriftelijk doen, maar dat is het risico van dit soort vragen.
Maar het klopt, zo min mogelijk technische vragen die gaan voorafgaand aan het debat, en dan komen de politieke vraagstukken hier aan de orde. Maar goed, het is ook leren met elkaar. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden in deze. Ook wij hebben onze gedeeltelijke zorgen over de GKB, maar wel de opmerkingen bij dat de GKB natuurlijk al jaren zorgen wekt binnen de raad. Daarnaast is het wat voor ons ligt zijn de GR’en, en wel aansluitend bij de heer Feenstra van het CDA, wij hebben daar ook nog steeds vaker het idee wat je als raad wil dat je daar weinig mee bereikt. En ook als we kijken bij de risico’s van onze zienswijze die niet geaccepteerd worden, en dan hebben we het bijvoorbeeld over een risico van 146.000 euro, of 142.000 bedoel ik, bij de GGD. Dat zijn forse bedragen, en wat ons betreft zullen we daar inderdaad ook anders mee om moeten gaan dan dat we het nu doen. Klein voorbeeld, de GR’en markt daar gaan wij om input te geven aan de GR’en, maar dat gaan wij als 10 aparte partijen heen, en we gaan er 10 meningen verkondigen aan die bestuurders, en die bestuurders moeten maar kijken wat de juiste mening is. Ik denk dat het sterker zal zijn dat wij als raad met één mening als Hoogeveen al bij een GR
zijn zodat die bestuurder weet wat de richting van Hoogeveen zal zijn voor die GR. Want nu moeten ze maar filteren wat voor hen het idee is wat van Hoogeveen nu de meest gedragen mening is. Dus daarin denken we dat we elkaar ooit gaan vinden. Daarnaast alles wat voorligt kunnen we ons wel vinden in wat het college ons aandraagt, dus waar wel en waar niet de zienswijze in te dienen. En wil vinden wij het zorgelijk, nou wat ik net ook al aangaf, dat wanneer onze zienswijzen niet gehoord worden wij wel behoorlijk risico’s weer nemen. En daarnaast toch een beetje een technische vraag over de besluitvorming van de vervreemding, is mijn vraag: komt dat voor in de begroting nog die we zelf vaststellen voor onszelf, of zijn we daar dan weer te laat mee? Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Rijn nog. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Wij hadden eigenlijk de moed al opgegeven. Geen grip op GR’en. En dat wil niet zeggen dat het ons niet interesseert of zo. Maar de jaren door gezien hebbende, er worden zienswijzen ingediend. Ja, eigenlijk wordt er nooit iets mee gedaan totdat ik dat verhaal van mijnheer Feenstra hoor en denk: hé, hij heeft toch nog andere plannen. Misschien komt er nog een keer een mogelijkheid dat we er toch wel iets meer grip op gaan krijgen. Want ik snap je hebt die wettelijke verplichting GR’en.
Nou, dan snap je de Veiligheidsregio’s, de GGD. Dat zijn gewoon taken, die moeten gewoon gebeuren, en, ja die kosten geld. Ook daar heb je loonstijging enzovoort, dat begrijpt iedereen. Maar zoals die GKB, die is in het leven geroepen juist om de schuldproblematiek op te lossen en alles. En nu zal die ter ziele gaan en dat zou zo maar te koste gaan … Ik heb dat goed gehoord van de Partij van de Arbeid, het zou zo maar ten koste gaan van al die mensen. Ja, maar wat kunnen wij er hierin aan veranderen op dit moment? Ja, afwachten waar komt het bestuur mee, welke voorstellen komen. En als je dan een andere zienswijze gaat indienen moet je maar hopen dat al die andere … Je bent gewoon lijdend voorwerp zowat aan het worden bij die GR’en. Je hebt er maar geen grip op. Dus ja, wij vinden het een heel moeilijk verhaal. Ik zie ook de voorstellen van het CDA tegemoet. Dat lijkt ons echt wel een punt eens even: oké, kunnen we misschien toch een duidelijk signaal mee afgeven. En verder, voorzitter, van ons hoefde de zienswijze zoals het college voorstelt niet, maar ze zitten erin en wij zullen toch gewoon met dit raadsvoorstel voor zijn. Stemmen, moet voor zijn, ja. Oké, het begint een beetje laten worden geloof ik, hé? Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Ja, en we hebben al bij eerdere agendapunten gehoord dat u heel vroeg begint, want dan rijdt u al langs de PLUS in Elim dus dan, ja, dan worden het lange dagen. Ik ga even naar het college. Er zitten een aantal vragen in. Sommigen waren te technisch, dat hebben we ook nog aan u vastgesteld, maar tegelijkertijd worden er ook zienswijzen in zijn algemeenheid nog over gepraat en zeker nog een stuk over de algemene discussie over grip op de GR’en. Ik vat het maar even samen waar de heer Feenstra over begon en waar anderen op gereageerd hebben. Ik begin bij de heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Even het pleidooi van de heer Feenstra om eens een keer met mekaar goed erover te praten. Dat is mij uit het hart gegrepen en het college is ook bezig met het maken van een Nota verbonden partijen. Dat moet ook in deze raad worden vastgesteld. Dat gaat ook met elkaar de mogelijkheid geven om meer de discussies die u aansnijdt ook met elkaar aan te snijden. En dat zijn best complexe onderwerpen. En veel wat wij als college kunnen doen is u echt helpen om wel grip te krijgen op GR’en door als college ook verantwoordelijk gehouden te worden voor de GR’en, en dat u ook het college aanspreekt op het bestuur van de GR’en. En dan zal u er vanzelf achter komen dat de poolstok van een individueel bestuurslid ook niet altijd even groot is.
En soms is het ook zo dat een GR is gewoon bij wet gegeven, en dan is het helemaal niet de bedoeling dat u daar invloed op heeft. Dan heeft u het gewoon te nemen in uw begroting. Nou, dat gesprek met elkaar hoe we dat doen en hoe je de collectiviteit kan organiseren, wat ook
vanuit Gemeentebelangen naar voren wordt gebracht: hoe kan je ook massa maken, en kan je daar ook niet als raad met elkaar in optrekken, maar misschien ook als raden met elkaar optrekken als je echt ook iets wilt van een GR? En dat betekent ook weer iets voor de colleges die dan een keer moeten samenwerken met de colleges van andere gemeenten. Nou, die discussies doen we echt niet op een achternamiddag. Er komt een Nota verbonden partijen, en zullen we in aanloop daar naartoe zo met elkaar ook nog dit soort onderwerpen tot in extenso bespreken. Dan had ik één vraag gedetecteerd van Forum voor Democratie voor Publiek Vervoer. Maar helaas voorzitter, heb ik die gemist, omdat ik met mijn collega bezig was om een andere vraag van u voor te bereiden. Wat was de vraag? Weet u dat, voorzitter of anders? De voorzitter: Ja, het ging over de opgave 2021, maar misschien dat de heer Kleine nog, hoewel het een technische vraag was wat hem een terechte opmerking opleverde … De heer Reneman: Ja, ik kijk of ik hem kan helpen, voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer Kleine. De heer Kleine: Ik pak het er even bij. Even een wedervraag, voorzitter. Welke vraag had de wethouder nu gemist? De heer Reneman: De vraag over Publiek Vervoer, voorzitter. De heer Kleine: O ja. Ja, dat is pagina 13.
Er wordt gesproken … De heer Reneman: Pagina 13 waarvan, voorzitter? De heer Kleine: Van ontwerp meerjarenbegroting 2023 – 2026, Publiek Vervoer, voorzitter. Ja, er wordt gesproken over Europese staatssteun, dus de eerste vraag was semantisch: wordt er dan bedoeld dat de EU als staat wordt gezien die steun geeft? Dus de gelden vanuit de EU als zijnde opzichzelfstaande staat of wordt er bedoeld: EU geef geld aan landen? Dat is het idee. Het tweede is, de afzonderlijke deelnemers van Publiek Vervoer zijn verplicht om over 2020 en 2021 een opgave te doen. Die zouden we dan graag willen. En aanvullend die vraag daarop: wat zijn dan de voorwaarden om überhaupt in aanmerking te komen voor die vergoedingen? De voorzitter: Dank u wel. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, ik kan twee, maar dat van die opgave kan ik niet 1-2-3 duiden, voorzitter. Als het gaat om… De voorzitter: Misschien daar schriftelijk op terugkomen, ja. De heer Reneman: Ja, daar komen we schriftelijk op terug. Dus we zullen even nagaan wat u daar precies vraagt. Maar als het gaat om staatssteun. In de COVID-tijd hebben wij ons Publiek Vervoer gesteund met staatssteun. Publiek Vervoer is privaatrechtelijk vervoer, en dat zou eigenlijk niet mogen van Europa. Daar hebben we regels over. Europa heeft zijn regels daaromtrent opgeschort, en dat ziet u daar terug in die tekst.
Dat is ons toegestaan gedurende die vreemde coronatijd. Dat is de uitleg van de tekst, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Zwiers.
De heer Reneman: En ik ga kijken hoe ik de opgave waar u naar vraagt of ik dat schriftelijk aan u kan geven. Via de voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Zwiers. De heer Zwiers: Dank u, voorzitter. Allereerst maar even een Stark. Ten opzichte van Stark hebben wij om te beginnen geen enkele onwil om in te kopen bij Stark. Ergo, wij doen dat graag bij Stark, maar er moet wel ook iets in te kopen vallen. Ja, als het gaat om bepaalde zaken daar heeft u ook als raad ons een bezuiniging meegegeven onder andere, als het gaat om re-integratie. Ja, dat betekent dat wij op basis van bijvoorbeeld de re-integratie uiteraard dan minder inkopen. Dus dat is gewoon uitvoering van hetgeen de raad ons heeft opgedragen. Dat is één. En twee, er zijn ook situaties waarin Stark ook niet kan leveren, en dat lijkt mij ook dan helder dat je dan ook geen diensten kunt afnemen. Dat heeft ook te maken met de verminderde instroom bijvoorbeeld bij Stark. De instroom in de WSW is niet meer, dus dat betekent ook dat er navenant andere oplossingen moeten worden gezocht soms. Hoe gaat het dan verder? Wij hebben vandaag een bestuursvergadering gehad waarin wij ook gekeken hebben naar de toekomst van Stark.
Hoe moet dat nu dan in de toekomst? Daar wordt in de komende tijd in dit jaar, en waarschijnlijk ook nog wel volgend jaar, gekeken hoe de toekomst van Stark eruit zou moeten komen te zien met de gegevens die we hebben en met het voorland wat we zien wat zouden we dan moeten gaan doen? Nou, daar zouden nog wel eens aanpassingen zich voor kunnen doen in de situatie van Stark. Maar dat moet allemaal nog besproken worden. Ik had ook één vraag, en die begrip ik niet helemaal, de bijdrage naar nul. Volgens mij kwam die van het CDA. De voorzitter: ‘…’. De heer De Weerd: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat gaat erom dat wij als gemeente nog een bijdrage leveren gemeente Hoogeveen exploitatietekort van 1,4 miljoen euro, en die loopt door tot 2026 naar 1,6 miljoen euro. En wij zouden graag horen van het college wat binnen uw macht ligt om die bijdrage eigenlijk zo laag mogelijk te krijgen zodat we als gemeente daar niet een groot risico inlopen, zeg maar? Dus dat vragen wij ons af om dat naar nul te brengen of zo laag mogelijk. Is daarmee uw vraag verduidelijkt? De heer Zwiers: Ja, dat is helder. Het is nu eenmaal niet opportuun op dit moment om te denken dat opbrengsten en kosten bij Stark in evenwicht zijn te brengen, en daarvoor hebben wij aan de onderkant een participatiebijdrage te doen. En die bijdrage die hangt af van de bedrijfsvoering van Stark.
Dus door met elkaar scherp te zijn ook vanuit het bestuur maar ook vanuit de directie, en ik heb het idee dat de directie daar heel erg goed mee bezig is bij Stark, om te zorgen dat die bedrijfsvoering steeds geoptimaliseerd wordt. En ik denk ook dat het bestuur daarin ook haar best doet. Als dat genoeg is en als dat niet nog beter kan, is steeds ook weer onderwerp van gesprek. Dus daarvoor hebben we ook de vergadering om toe te zien op kwartaalrapportages, maar ook op de jaarresultaten, maar ook op de begroting om te kijken aan welke knoppen kunnen we draaien. Nou, dat is natuurlijk een stukje bedrijfsvoering, dat ligt niet bij u hier als raad, het ligt vooral ook bij Stark. En daar zien wij vanuit het bestuur op toe. De voorzitter: Dank u wel. En de GKB? De heer Zwiers: Dan de GKB. Vooropgesteld, ik begrijp de zorg dat niet helemaal helder is hoe dat nu precies zal verlopen bij de GKB, en het is ook een gedeelde zorg. Ik denk dat het belangrijk is dat u als raad geïnformeerd bent en beter geïnformeerd wordt nog om te zien wat dat proces nu precies inhoudt richting vervreemding, en wat ook die term vervreemding inhoudt. Ik zou u willen voorstellen om u per brief daarover te informeren, wat die processtappen dan zouden zijn zoals wij ze nu voorzien, en ook op welk moment u als
raad in beeld komt om ergens iets van te vinden of ergens mee in te moeten stemmen. Die momenten die zullen wij in beeld brengen voor u zodat dat in ieder geval duidelijk is. Dan even terug, waarom doen wij dit nu? In het verleden heeft de GKB bijzonder slechte resultaten laten zien, daar heeft u het college ook op aangesproken in het verleden. Het college is ook daarmee aan de slag gegaan, en dat betekende dat de bestuurders hebben gekeken naar hoe zit dat nu precies met die GKB, wat kunnen wij doen om te zorgen dat de tweedelijns schuldhulp betaalbaar blijft? Met die opdracht zijn we aan het werk gaan. En we hebben u al in een eerder stadium geïnformeerd ook over de resultaten van het GKB en wat de consequente afwijkingen zijn ten opzichte van de begroting en welke kosten dat met zich meebrengt voor ons als raad. Daarnaast is er ook nog sprake van een valse onrechtmatigheid. Ook daar bent u van op de hoogte gebracht dat die onrechtmatigheid ervoor zorgt dat wij op deze manier de GR in ieder geval niet kunnen blijven uitvoeren, en dat het enige wat wij kunnen doen op dit moment is onderzoeken hoe wij de activiteiten op een andere manier kunnen organiseren. En vervreemding is daarbij zorgvuldig uit de bus gekomen als één van de resultaten van het onderzoek. En die onderzoeken die zijn ook bekend.
De voorzitter: Ik zie mevrouw Koekkoek nog even wat aanvullende vragen heeft over dit punt, denk ik. Willen stellen? Ja, gaat uw gang. Mevrouw Koekoek: Ja klopt. Bij ons heerst wat onduidelijkheid over de onrechtmatigheid waar de wethouder op doelt. De heer Zwiers: Een onrechtmatigheid houdt in, dat is ook wat de heer Klok zei bij Stark, als je minder dan 80 procent als GR-partners afneemt dan moet je je eigen werk aanbesteden. Dus dat betekent eigenlijk dat ondanks dat wij eigenaar van de GR zijn wij onze diensten zouden moeten aanbesteden op de markt, en dan zou de GKB daaraan mee kunnen doen. Dus dat is een van de zaken die ook speelt, en daar zullen we een oplossing voor moeten vinden. Ik heb niet per definitie de zorg dat een commerciële partij het niet net zo goed kan of beter kan. Het hangt ook af van de afspraken die we daarin maken hoe wij, als wij bijvoorbeeld een dienstverleningsovereenkomst sluiten met een commerciële partij, monitoren en de controle uitvoeren. Dat gebeurt volgens mij dagelijks. Ook de GKB heeft dienstverleningsovereenkomsten met partijen en kan in die zin ook gezien worden als een commerciële partij. Betekent dat andere gemeenten ons ook toevertrouwen dat wij dit doen als GKB, dat wij de diensten verlenen. Dus verder kan ik u in ieder geval nog aangeven dat er voordat er ook stappen worden gezet we nu bezig zijn met een impactanalyse.
Een impactanalyse om te kijken naar wat voor effecten heeft die vervreemding op de dienstverlening, en welke financiële effecten heeft dat. En we hebben ook steeds gezegd, en ik heb u daar ook al eerder over geïnformeerd, wij vinden het belangrijk dat de dienstverlening aan de mensen die dat nodig hebben verzorgd blijft en goed blijft van kwaliteit. Dat is steeds het uitgangspunt. Het uitgangspunt, dat hebben we ook niet verlaten. Betekent dat er onzekerheid zit in de begroting? Daarvoor is ook die impactanalyse nodig. En die onzekerheid die wordt inderdaad ook wel gevoed doordat wij niet precies weten welke invloed de aankondiging heeft dat we gaan vervreemden op de resultaten van de GKB. Vooralsnog zeggen wij, omdat de contracten gewoon doorlopen, dat zou op zich niet een probleem hoeven zijn. Dus we streven er ook naar om te zorgen voor een stabiel resultaat, het liefst naar nul. Of dat mogelijk is, dat is nog maar de vraag. Maar we zijn bijzonder gereserveerd en ik snap ook de zorg over wat gaat het dan uiteindelijk kosten, die GKB. Dat kunnen we nu nog niet zeggen, maar daar zijn we wel mee aan het onderzoeken. De voorzitter: Dank u wel. Ja, misschien dan zo nog even een tweede ronde. Ik weet niet of mevrouw Koekkoek hier direct een wedervraag over heeft? Mevrouw Koekoek: Over het eerste deel van de beantwoording van de wethouder nog even een vraag.
De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Koekoek: U stelt dat wij per brief worden geïnformeerd over de processtappen. Op welk termijn kunnen we die brief verwachten? De heer Zwiers: Nou, ik wil u toezeggen, want de stappen gaan niet zo snel, maar binnen twee weken zou ik graag willen dat u die brief hebt. De voorzitter: Dank u wel. Dan de RUD? De heer Zwiers, de RUD? De heer Zwiers: Ik word nog even toegefluisterd dat het wel wat snel is, want we hebben nog iets met Pinksteren en dergelijke, dus vergeef me als dat nog een paar dagen later wordt. Dus ik vraag wat rek. De voorzitter: We hebben hier vaak rekken en preciezen, maar volgens mij overrekt u de werkelijkheid? De heer Zwiers: Ja. Goed. De voorzitter: De RUD, de heer Zwiers … De heer Zwiers: De RUD. Ja, de VVD vroeg zich af … Die had vragen in ieder geval over het ziekteverzuim, en dat dat het erg hoog is, en er waren meer partijen die daar iets van vonden. Ja, daar wordt al een aantal jaren over gesproken, volgens mij over het hoge ziekteverzuim. Het is dan ook een steeds terugkerende opmerking als het gaat om de GR’en, RUD. En ik denk dat in dit geval, en zo hebben we die vraag natuurlijk ook als ABleden wel gesteld, dat het deels beïnvloedbaar is en dat het deels niet beïnvloedbare ziekte is. En dan gaat u mij natuurlijk vragen wat dan precies dat deel is en dat deel wat nog beïnvloedbaar is.
Ja, dat kan ik zo uit het hoofd niet opdreunen in ieder geval. Maar ik denk ook dat, en daar ziet ook het AB op toe, er echt wel druk zit om dat ziekteverzuim naar beneden te krijgen, en dat heeft onze aandacht. Alleen, u mag er ook vanuit gaan dat als het hele AB daar elk jaar weer vragen over stelt en het lukt maar niet om die 9 1/2 procent naar 6 procent te krijgen dat er wel iets aan de hand is. En dan kunnen we niet in details treden, dat kan niet in deze situatie, maar ik denk wel dat het maximale gedaan wordt om te zorgen, en daar ben ik ook wel van overtuigd, om dat ziekteverzuim naar beneden te krijgen. Ik denk ook dat dat een stuk bedrijfsvoering is waar wij wel aandacht voor moeten blijven houden vanuit het AB, en dat zullen we ook zeker doen. Dan werd ook nog een vraag gesteld over de productiviteit. Ja, dat is ook wel wat een technische vraag, want dan gaat het erom hoe kom je dan aan de 1300 uur en welke correctie pas je dan toe op de – wat is het – 2088 uur waar je vanuit rekent normaliter? Ja, dat is lastig. Die 1300 uur is al eigenlijk vanaf het begin de norm geweest, maar wat altijd zo is geweest hoeft niet altijd zo te blijven. En ik denk ook wel dat we daar best een keer een kritische vraag over zouden kunnen stellen.
En of we dat nu moeten doen, dat weet ik niet, maar ik ben het wel met de VVD eens dat je productiviteitsnorm wanneer je uren verkoopt dat die wel ertoe doet. Dus ik ben wel bereid om ook als AB-lid die vraag nog eens even een keer in te brengen: kunnen we nog eens met elkaar het gesprek voeren over productiviteit. Ja, Forum, de heer Kleine, had nog een vraag over de mandatering. Het is zo dat de gemeente een autonome verantwoordelijkheid heeft die wij kunnen mandateren richting de RUD. Dat kan de provincie ook, en daarnaast heeft de RUD bij wet een aantal taken toegewezen gekregen die ze uitvoeren. En als u mij nu gaat vragen wat al die taken zijn zeg ik: dat is een technische vraag. De voorzitter: U kunt u altijd indienen.
De heer Zwiers: En dan mag u de hele dienstcatalogus wat mij betreft hebben, en dan kunnen we wel een kruisje bijzetten, maar ik denk niet dat dat de bedoeling is. De voorzitter: Ik stel voor dat als dat het geval is dat je inderdaad u en de heer Kleine dat aan de wethouder stelt, hetzij mondeling hetzij schriftelijk, dan kan hij er ook antwoord op geven. Blijft alleen nog de vraag van de energielabeling. Daar wordt nog schriftelijk op terug gekomen, dus over energielabel C van de gebouwen? De heer Zwiers: Ja, dat vind ik ook een absoluut technische vraag. Ik zou niet weten hoe ik daar antwoord op zou moeten geven. De voorzitter: Nee, maar goed. Dat kan dan schriftelijk. De heer Zwiers: Dat mag schriftelijk, en dat moet zelf schriftelijk als u daarom verzoekt, dus. De voorzitter: De vraag is gesteld, dus ik neem aan dat dat … De heer Kleine: Voorzitter, prima. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat de heer Zwiers … Er is nog een GGD-vraag, maar volgens mij zit het meer in de hoek van een opmerking van wij overwegen nog. Als ik kijk naar de Partij van de Arbeid die had de inbreng, of we het allemaal met die zienswijze eens zijn omdat we een aantal inhoudelijke voorstellen waar nu een zienswijze tegen ingediend wordt wel inhoudelijk belangrijk vinden. Daar beraden we ons nog over. Dat was een beetje de stelling.
Er is dus één voorstel waar nog over beraad wordt, en er is nog het verhaal van het CDA over de zienswijze rond de GKB. Dat speelt ook nog waar sommige al op gereageerd hebben, maar waarvan werd gezegd: we wachten af of het CDA daar met een voorstel komt. En de rest heb ik gehoord zijn de zienswijzen zoals die hier staan niet ter discussie. Mevrouw Schonewille? Mevrouw Schonewille: Voorzitter, zou ik nog een verduidelijkende vraag aan het college mogen stellen? Het kan heel kort. De voorzitter: Ja dat kan inderdaad een hele snelle ronde, maar niet meer dan zeg maar zo uitgebreid als in de eerste termijn. Mevrouw Schonewille: Het kan ongeveer in dertig seconden. Ik hoor namelijk wethouder Reneman praten over de Nota verbonden partijen. Nu heb ik niet geheel ontoevallig de vergadering van vorig jaar over dezelfde onderwerpen eens bekeken en daar had wethouder Reneman het ook over diezelfde Nota die eraan zou komen, dus ik vraag me af wanneer komt die Nota dan en kunnen we een toezegging krijgen over wanneer het voorligt? De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Daarvoor moet u bij de voorzitter zijn. Die heeft dat nog in zijn portefeuille. De voorzitter: Het zal misschien in het nieuwe college veranderen, zullen we dan moeten afwachten, maar dan komt het misschien wel weer terug bij degene die net het woord voerde. Je weet het maar nooit.
Maar nee, dit is gewoon blijven liggen vanwege andere werkzaamheden, en het is gewoon niet opgepakt. Dat is het hele simpele en korte antwoord. Het had er inderdaad kunnen liggen, maar het is door andere werkzaamheden en keuzes die daarin gemaakt zijn blijven liggen.
Mevrouw Schonewille: Dan een hele korte wedervraag nog, als u mij toestaat voorzitter. Kunnen we dan verwachten dat dat in het komende jaar wel gaat gebeuren zodat we niet volgend jaar nogmaals hetzelfde antwoord krijgen, zeg maar? De voorzitter: Het antwoord is ja. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, voorzitter. Ik heb eigenlijk nog geen antwoord gekregen op de vraag over toekomst van de GKB over de besluitvorming tot vervreemding. Als dat voor onze begrotingsvaststelling is of daarna? De voorzitter: Oké. Die vraag wordt nog even gesteld. De heer Zwiers. De heer Zwiers: Nou ja, als we nu binnen twee weken een antwoord geven dan ga ik ervanuit dat u op die vraag dan ook gelijk antwoord hebt, want ik durf nu niet te zeggen of dat allemaal wel of niet lukt, maar ik ga ervanuit … Kijk, even schetsend, er moet op een gegeven moment door het bestuur met alle input die er is gekregen ook van een OR moet het pad afgelopen worden naar de verschillende colleges en raden. Als ik nu voor mij zie waar we nu staan op dit moment dan heb ik sterk mijn twijfels of dat nog voor de Begrotingsvergadering lukt. Maar goed daarom heb ik ook even dat teruggenomen door te zeggen ik zou graag u even mee willen nemen in een brief waarin wij duidelijk maken welke stappen er moeten worden gezet en wanneer wij ongeveer die stappen voorzien. Want dat zal ik er dan ook bij aantekenen.
Maar ik kan u niet een definitieve uitspraak geven of het wel of niet voor de Begrotingsvergadering lukt. De voorzitter: Maar daar wordt wel tijd … De heer Zwiers: Maar ik ga ervanuit dat dat op dit moment niet het geval is. De voorzitter: Oké. Kijk even of er anderen zijn die nog even kort willen reageren. De heer Klok. Sorry, dat is in zijn algemeenheid, dus kan ook op de RUD. De heer Klok: Ja, wij als VVD willen toch voorstellen om een zienswijze in te dienen bij RUD, want ik hoor wat het college zegt dat je heel erg gedetailleerd gaat, maar ik vind het echt absurd dat er een ziekteverzuimpercentage is van 91/2 procent en dat de norm van 7 procent waarschijnlijk niet wordt gehaald, dat dat dan wordt aangekondigd. Dat geeft mij absoluut geen berustend gevoel. En wat mij ook niet een berustend gevoel geeft is dat hier al meerdere jaren over wordt gepraat. Mijn eerste gedachte is: hoe is het mogelijk dat hier al meerdere jaren over wordt gepraat maar het ziekteverzuimpercentage alleen maar hoger wordt? En ik hoor ook wat meerdere mensen tegen mij hebben gezegd: gaan niet te ver in detail. Maar ik vind het echt extreem zorgelijk. Volgens mij is dit geen gezonde bedrijfsvoering als er een ziekteverzuim is van net geen 10 procent. De voorzitter: Nou, de wethouder heeft net al een paar opmerkingen overgemaakt.
Ik constateer dat de VVD op dat punt nog zich beraden om daar een zienswijze op in te dienen. Ik heb dus nu nog een intern beraad van de Partij van de Arbeid over of zij akkoord gaan met de zienswijze van de VVD, en of die wel in deze vorm voorgesteld moet worden. Nou, dat horen we dan. Er ligt nog een aankondiging van een zienswijze van de RUD van de kant van de VVD, en een zienswijze richting de GKB aan de kant van het CDA waar ook al meerderen hebben aangegeven daar ook zeer serieus naar te willen kijken. Dus ik zou zeggen betrek ook elkaar daarin als dat aan de orde is. Dat geldt ook voor andere voorstellen. Daarmee kan het wel naar de besluitvorming, maar we weten dat op een aantal GR’en zoals door mij net genoemd nog nadere voorstellen kunnen volgen.
4.5 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Daarmee wil ik dit debat afronden. En daarmee zijn we ook gekomen aan het einde van deze vergadering. Voordat de hamer valt wil ik nog even verzoeken dat de fractievoorzitters nog even in deze ruimte blijven zitten voor de invulling van de agenda van 16 juni, die van over twee weken. Daar heeft u al een stuk van gekregen en die wil ik we nu even met u doorspreken, dus ik sluit de vergadering. Ik vraag de fractievoorzitters nog even te blijven zitten.