CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 2 juni 2022

Raadsavond 2 juni 2022, gemeente Hoogeveen26.597 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

vacatures dat open staat is hoger dan ooit. Hierdoor is de organisatie met 2,4 miljoen lager uitgevallen als het gaat om de personeelskosten. Dat is echt uitzonderlijk en zorgwekkend wat ons betreft. En op korte termijn is daarvoor de inhuur van externe mensen een oplossing, maar wat doet dat met het collectieve geheugen van de organisatie? Dat is voor ons echt een aandachtspunt. Hetzelfde geldt voor het uitstellen van vakantie door het personeel waardoor er steeds meer vakantiedagen worden opgebouwd. Daarmee verschuiven we het probleem door naar de toekomst. Dus wat ons betreft, we hebben vertrouwen in de voorgestelde aanpak van de SWO in de begroting om iets te doen aan het personeelstekort, maar we willen wel graag hierover blijven worden geïnformeerd. Verder is er ook wat ons betreft een punt van aandacht het ziekteverzuimpercentage en ook de digitale beveiliging waarover in de begroting wordt gesproken. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, wij hebben bij de Partij van de Arbeid uiteraard ook de stukken gezien en gelezen. En eigenlijk de heer Van Rijn zei het net al op de eerste indruk denk je: dit stemt ons wel positief. We hebben namelijk een positief resultaat. Maar ga je de stukken dan lezen daar maken we ons daar toch wel zorgen over.

Dat is al eerder aangehaald door andere partijen, maar we maken ons met name zorgen omdat het resultaat grotendeels behaald is doordat vacatures niet zijn ingevuld. En we vragen ons af wat dat betekent voor de uitvoering van onze dienstverlening waarin het, ondanks de inzet van de medewerkers die dat echt goed gedaan hebben, maar wel al flink piept en kraakt, aldus ook de ombudsman in hun rapport. Daarnaast zien we ook dat het positieve resultaat een uitwerking is van de coronagelden die we gekregen hebben in de afgelopen jaren waarmee het resultaat dus ook meer bijna toeval dan wijsheid lijkt te zijn, dus dat baart ons wel zorgen. Als we kijken naar de begroting en de andere stukken die daar ook bij zitten lezen we wel in de stukken terug dat de focus intern ook komt te liggen op het verminderen van de ervaren werkdruk en het vergroten van het werkplezier. Wat ons betreft is dat echt een belangrijke taak, eigenlijk noodzakelijk ook om een goede werkgever te zijn. Maar ook daar hebben we wel de zorg: hoe ga je dat doen als je te weinig personeel hebt eigenlijk? Dus we vinden het goed dat daar een focus op komt te liggen in de komende jaren. En daarnaast zijn we ook blij om eigenlijk opnieuw te lezen dat er weer groei en aandacht is voor het verbeteren van de IT in Hoogeveen en in De Wolden bij de SWO.

Dat moet nu maar eens echt goed opgelost worden, want daar zijn al jarenlang problemen wat eigenlijk niet kan in deze huidige maatschappij. En daarnaast zijn we eigenlijk ook wel nieuwsgierig naar de onderzoeksresultaten die in de komende jaren zullen komen over het verdeelmodel. Maar goed, dat zullen we volgend jaar ongetwijfeld bespreken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kramer. De heer Kramer: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik kan me eigenlijk aansluiten bij de woorden van SGP en PvdA en ChristenUnie. Ook wij hebben de jaarrekening gezien, en ook wij zien er dan een voordelig resultaat, maar met name bij de pijnpunt personeel. En we vinden het echt wel zorgelijk dat er winst behaald wordt door het minder inzetten van ons personeel. En daarnaast natuurlijk met de Tozo-middelen vanuit corona die naar ons toekomen, dus eigenlijk zijn het incidentele kosten of gelden die terugkomen en niet structureel. Dus dat is echt gewoon een winstwaarschuwing. En dan kijk ik naar de begroting van de SWO. Wij zullen geen zienswijze indienen, maar we hebben wel drie punten die onze aandacht heeft en dat is natuurlijk het verdeelpercentage waar we als VVD natuurlijk al jaren wel kritisch op zijn.

We hebben begrepen vorig jaar van de wethouder dat daar onderzoek naar gedaan wordt en dat er dit jaar ook een antwoord op komt, dus we zijn benieuwd of de wethouder kan aangeven of het onderzoek was afgerond en wanneer er een antwoord op komt. Daarnaast de jaarrekening hebben we al kort over gezegd over personeel. En wij vinden het echt wel een probleem gaan worden, niet alleen het invullen van vacatures wat moeilijk is maar ook het behouden van

het personeel binnen de eigen organisatie. En als VVD komen we daar ook later op terug om daar wat dieper op in te gaan om te kijken hoe het werkplezier binnen de SWO behouden blijft zodat de mensen de kwalitatieve ambtenaren ook in onze eigen organisatie blijven. En daarnaast als derde punt, is ook eigenlijk een vraag voor de wethouder, de SWO zal geen onroerende goederen exploiteren, en toch zien we dat in de begroting een centrale hoofdhuisvesting in de SWO is opgenomen. Dus we willen graag even weten hoe de wethouder hiernaar kijkt en waarom het in de begroting is opgenomen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel. Ja, ook wij hebben kennisgenomen van de stukken en gaan wel met het voorstel van het college mee om geen zienswijze in te dienen. Wij hebben ook geen punten voor debat. We delen wel de zorgen die geuit zijn op allerlei aspecten, maar aangezien beide gemeenten nog maar onlangs een nieuwe gemeentesecretaris hebben, kunnen aannemen, willen wij die graag het vertrouwen schenken om die aandachtspunten mee te nemen. En ik kan me dan ook niet voorstellen dat de geuite zorgen voor hen als verrassing komen, dus wij kijken uit naar de samenwerking en geven hun graag het vertrouwen om hiermee aan de slag te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Oord. O, sorry die was al geweest. Herstel.

De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij van Gemeentebelangen kunnen ons aansluiten bij de meeste worden van hiervoor. En het resultaat lijkt mooi, maar als het voornamelijk komt door onderuitputting en enkele gelden, ja, dat maakt ook somber, want de onderuitputting heeft natuurlijk ook wel zijn kaalslag op de SWO, op de mensen die meer moeten werken. Daarin zijn we wel weer blij met de antwoorden vanuit het college op de vragen die door andere partijen zijn gesteld waar nu een heleboel wordt verduidelijkt, ook over bijvoorbeeld de reserveopbouw waarvan 1,8 miljoen voor taken die ze nog niet hebben uitgevoerd en die ze nog wel willen uitvoeren. Ook de beantwoording over de onderuitputting als het structureel blijkt te zijn dat ze daar echt mee bezig willen gaan. Dus wat ons betreft zijn we het hiermee eens dat er geen zienswijze eerst wordt ingevoerd, en zullen we dit verder opvolgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de eerste ronde van dit debat gehad. We gaan zo even naar de beantwoording van de kant van het college. Dan geef ik zo wethouder Reneman nog even het woord voor. Constateren we even dat er los van een aantal directe debatpunten door het CDA ingediend zijn als het gaat over het verschil, 4 miljoen in de rekening en 31/2 miljoen uitzetting begroting, die discussie.

Er zijn ook wat zorgen en vragen door dezen en gene ook over geuit. Die koppelen we daar dan ook meteen alvast. Dan een heel concreet voorstel om een debatpunt voor het CDA om maximaal eigen vermogen te begrenzen. Een voorbeeld van 5 procent is genoemd. En ook even kijken wat moeten we nu met de afkeurende verklaring van de accountant, en hoe gaan we daar als raad mee om. Daarnaast zijn er vragen die daar ook verband mee houden als het gaat over de onderuitputting, het personeel, alles wat daarbij uit voortkomt als het gaat ziekteverzuim, ik noem het even als voorbeeld. En ook gaan zorgen dat ook de inzet die in de begroting staat over IT en ook echt daadwerkelijk wordt aangepakt, en de onderzoeken die daarover lopen. Het verdeelpercentage is nog even genoemd als kort onderzoek nog even. Daar moet de wethouder ook even op reageren. En daarmee zijn dus heel veel zorgen nog hier op tafel gekomen, dus het lijkt me goed dat de wethouder daar ook op reageert, dat even meegeeft en dan denk ik dat we dan weer kijken naar de drie debatpunten en check van het CDA, want die zijn overgebleven. En als er nog aanvullingen zijn hoor ik dan op dat moment nog wel. Maar laten we eerst het woord geven aan de heer Reneman.

De heer Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal zo de vragen doornemen en daarna zal ik de vrijheid nemen om ook even op de debatpunten die de heer Kreuze naar voren heeft gebracht te reageren zodat hij het mee kan nemen in de volgende ronde. Ja, het is nooit goed voor een wethouder financiën, want je zou zeggen een wethouder financiën is blij als er geld over is. Nou ja, dat is ook weer niet zo. Als je te veel geld overhoudt is dat echt wel een probleem, en dat is in dit geval ook zo. En hoe komt het dat we geld overhouden? Dat komt omdat er te weinig personeel aan het werk is en personeel ook op andere dingen werd ingezet dan dat de reguliere taken waren. We komen uit een uitzonderlijke periode. We zitten op dit moment as we speak ook in een bijzondere periode waar veel personeel bezig is met het huisvesten van Oekraïners, en die zijn nog niet bezig met hun reguliere taken, en dat leidt allemaal tot onderuitputting. En voor het bestuur van het SWO was het wel een probleem. Het is in de COVID-jaren vaker gebeurd dat we geld over hadden en doorschoven naar een volgend jaar, omdat door COVID worden dingen uitgesteld, die kunnen dan niet worden gedaan, maar die blijven natuurlijk wel noodzakelijk om te doen. Dus we hebben een solvabiliteitsafspraak van 3 procent.

Daar wilden wij aan vasthouden, maar uitzonderlijke omstandigheden van COVID maakt dat je geld gewoon doorschuift naar een volgend jaar zodat je die taken die bleven liggen maar wel moeten gebeuren nog steeds kan doen. En dat was eigenlijk ook dit jaar het geval. Dus ik zal altijd zeggen het was een verstandig besluit om dat geld door te schuiven. Daar staat tegenover dat als er zoveel onderuitputting is en er te weinig personeel is dan is het al moeilijk om de taken die je al afgesproken hebt in een lopend jaar te doen, en daar bovenop nog het geld te hebben dat je doorschuift. Nou, dat was ook voor het SWO-bestuur de reden om goed te kijken naar de uitzettingen die er waren in de huidige begroting en alleen maar de onvermijdelijke uitzettingen, die, te accepteren. Er zit nog een extra personeelslid voor verzekeringen of een aantal andere zaken die echt overduidelijk noodzakelijk waren, maar we zijn wel terughoudend geworden met de uitzettingen binnen de SWO gegeven het feit dat er zoveel onderuitputting is en er al zoveel geld is doorgeschoven. Per saldo levert dat iets op wat op de lange termijn gewoon onhaalbaar is, en het moet gewoon niet zo zijn. We moeten gewoon een personeelsbestand hebben dat het volle seizoen aan het werk kan gaan. En er wordt heel hard aan gewerkt om mensen aan te nemen, maar als het nu niet lukt het enige wat je kan doen is taken schrappen.

Het enige wat je kan doen is met elkaar in gesprek gaan en zeggen dat en dat doen we niet meer. We kunnen niet mensen blijven vragen om hun vakantiedagen niet op te nemen, we kunnen niet blijven vragen aan mensen om over te werken, dat kan gewoon niet. Uitzonderlijke omstandigheden leiden tot uitzonderlijke maatregelen. COVID is uitzonderlijk, de Oekraïne-crisis is uitzonderlijk, maar op een gegeven moment houdt het ook op, hé. Op een gegeven moment moet het weer een beetje normaal worden. Nou, mevrouw Van den Oord komt met het idee om een bonus te geven. Ik heb net even aan de gemeentesecretaris gevraagd, het zou uniek zijn als dat gebeurt. We hebben in Hoogeveen een bonussysteem, maar dat is gekoppeld aan bepaalde prestaties, dus mensen krijgen bonussen. Er is Bewust Belonen, dus ik zou daar niet verder aan willen tornen en niet iets generiek zullen doen. Dat is meer iets voor de cao-onderhandelingen vind ik. Ik hoop dat ik de vraag van de heer Kleine hier heb beantwoord met: waar is het geld van overgebleven op deze manier. Of nog niet? De heer Kleine: Nee, dit gaat meer om de opvatting … Of ik begrijp het echt niet goed, hoor, maar dat hier wordt gesproken over een positief resultaat van 4 miljoen en dan wordt die 1,8 een beetje op ingehouden geloof ik. En zo komen we bij die 2.2 uit. De heer Reneman: Ja.

De heer Kleine: Maar dat is toch … Want als je puur kijkt naar deze toko die leidt dan 58,5 miljoen kost dit. De bijdrage van de gemeente Hoogeveen is een miljoen meer dan vorig jaar. Men begroot 61, het resultaat is min 58,5 miljoen, en dan wordt er gesproken over een positief resultaat. Dat snap ik niet helemaal.

De heer Reneman: Ik ben het met u eens dat het positief resultaat een beetje moeilijk te begrijpen kan zijn, maar een positief resultaat is in dit geval gewoon: is over. En met een negatief resultaat is: het is te kort. De heer Kleine: Maar zou dat dan ook niet als inleidende tekst in zo’n jaarrekening moeten staan? De voorzitter: Even voor de orde. Dit wordt een gesprek tussen … Misschien dat het even goed is om het even via de voorzitter, want dat is de normale gang van zaken, leg ik maar even uit. Dat even als het kan, anders krijgen we een debat of een vragenronde tussendoor. Maar stel uw vraag even en dan kan de wethouder even antwoord geven, dus gaat uw gang. De heer Kleine: Dan zou mijn vraag zijn, voorzitter: zou het dan niet zo moeten zijn dat je in de inleidende tekst dan zet: ten opzichte van de begroting hebben we een positief resultaat gehaald van 2 miljoen. Het totale verlies was 58 ½ miljoen, vraagteken. De heer Reneman: Ja voorzitter. Ik zou het moeilijk vinden om de kosten die wij kwijt zijn aan de SWO te zien als een verlies. De heer Kleine: Voorzitter, daar heb ik ook over nagedacht. Wij spreken de jaarrekening in technisch, dus puur resultaat technisch lijkt me de vraag wel terecht, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Kleine. De heer Reneman.

De heer Reneman: Ja, voorzitter stel dat we geen SWO-organisatie zouden hebben en dit geen externe kosten zouden zijn voor de gemeente dan zou je je personeel als een verlies beschouwen, en daar pas ik eigenlijk voor eerlijk gezegd, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. De heer Reneman: De heer Kleine vroeg zich ook af, of nee, GroenLinks vroeg zich af hoe staat het met die taskforce? De kwestie rond inkoop is best complex, want een deel van de problemen is een A des … Onrechtmatigheid is gewoon een wetmatigheid van het doorlopen van contracten die van jaar op jaar vasthouden, en dat betekent het zat eraan te komen dat deze onrechtmatigheid aan zat te komen. Dat was gewoon voorspelt ook. Het is door de organisatie ook naar voren gebracht van luister eens als wij van die contracten af zouden willen dan zou dat heel veel geld kosten, en in die zin gaat dan doelmatigheid in dit soort gevallen boven de onrechtmatigheid. Maar het is natuurlijk onacceptabel dat we als gemeente zo ver buiten de regels vallen steeds. Nou, dan moet je je ook afvragen hoe komt het dat we zover zijn gekomen en je moet je ook afvragen hoe komen we hier weer van af. Nou, een taskforce kan helpen om te helpen om er zo snel mogelijk vanaf te komen.

Je moet natuurlijk voorkomen dat er nieuwe onrechtmatigheden komen, dus je moet je inkoopbeleid echt op een beter niveau krijgen, en daar zit dan de kneep. Het inkoopbeleid is heel erg gedecentraliseerd geweest binnen de SWO met als gevolg dat je er weinig grip op kreeg, en dat als enkele medewerkers een fout maakt of niet goed opletten of niet goed geïnformeerd waren krijg je dat je toch inkoopproblemen krijgt. Nou, er ligt een voorstel bij het SWO-bestuur om dit gewoon te centraliseren, de inkoop, maar dat is een organisatorische ingreep en die moet ook nog plaatsvinden zodat we meer grip krijgen op die inkoopprocessen. Feitelijk is het zo dat als we vasthouden aan de gedachte dat er geen nieuwe onrechtmatigheden bijkomen bij inkoop of dat het beperkt blijft tot her en der een uitglijertje, dat gaat langzaam maar zeker omdat de contacten opnieuw weer aanbesteed moeten worden, gaat die onrechtmatigheid er vanzelf uit. Dus dat raken we vanzelf weer kwijt. De heer Van Rijn maakt zich ook zorgen

over dat we het geld over hebben. Wat is de status van wat als een accountant zegt dat het onrechtmatig is? Het is gewoon niet goed. Wij als gemeentebestuur horen ons gewoon aan de regels te houden. En ook onze organisatie hoort zich volgens de regels te gedragen en ook volgens de regels van de aanbestedingen en inkoop. Wij horen dat zelf niet te willen. Nu is het zo nog dat de accountant de rechtmatigheid van de begroting beoordeelt. Straks is het SWO-bestuur dat zelf de rechtmatigheid moet verklaren, maar dan zal ook het SWO-bestuur zeggen: nou, we hebben onrechtmatigheden geconstateerd en dat is niet goed, dat moeten we niet hebben. We willen de onrechtmatigheden zo gering mogelijk hebben. Leidt dat ergens toe? Nee, niet. Maar het is niet zoals het is, niet zoals het zou moeten zijn. De heer Van Dijk die zegt we zouden graag op de hoogte gehouden willen worden over de manier waarop de zaak zich ontwikkelt ook met het personeel, het personeelstekort en het werkplezier. Zeker zullen we dat doen. We zullen permanent met de raad van Hoogeveen in gesprek blijven over hoe de organisatie zich ontwikkelt, hoe we sinds schone lei en van eiland naar weiland afspraken hebben gemaakt over hoe we verder gaan met de organisatieverandering en dan zullen we u op gezette tijden over berichten. Mevrouw Schonewille maakt zich ook zorgen over het resultaat.

Het piept en het kraakt, dat hebben we allemaal. Ja, en mevrouw Schonewille vraagt zich ook af, maar daar heb ik eigenlijk al antwoord op geven: wat doen we nu als dat niet zo goed lukt met meer personeel? Dan moeten we mekaar praten over wat we wel en wat we niet doen. Het is echt niet anders. Het is overigens heel moeilijk om dat gesprek op tafel te krijgen, omdat de onderuitputting of het gebrek aan personeel niet rationeel verspreid is over de organisatie. Dus ja, het is bijvoorbeeld onaanvaardbaar dat we geen paspoorten meer zouden kunnen uitreiken. Dan moeten er gewoon andere keuzes gemaakt worden, maar dat is wel wat het is. Even kijken of ik nu de punten van de heer Kreuze heb meegekregen. Ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt we hebben 4 miljoen en ook die uitzettingen die nu wel in de begroting zitten, dat zijn onvermijdelijke uitzettingen op een klein onderdeel na. Er zijn een paar dingen die echt noodzakelijk zijn. Die solvabiliteit, wat mij betreft is het uitzonderlijk dat we het zo doen. We moeten vasthouden aan de solvabiliteit van 3 procent. Het is niet aanvaardbaar dat we zoveel werk van jaar op jaar doorschuiven. Dat is echt niet aanvaardbaar. Ja, en doelmatigheid boven rechtmatigheid. Ik vind in de gevallen waar we voor staan vind ik het absoluut te verdedigen dat de doelmatigheid boven de regelmatigheid gaat.

De voorzitter: Ik kijk nog even naar mijn eigen lijstje, de heer Reneman. Ik zag nog even over de verdeelsystematiek en het onderzoek daarna waar de VVD nog naar gevraagd heeft. De heer Reneman: Voorzitter, dank u wel voor uw verslaglegging. Wij komen na de zomer met de resultaten van het onderzoek ook bij de gemeenteraad te spreken, en het is een extern onderzoek. De voorzitter: En ik had nog eentje in mijn administratie staan, heer Reneman, ook van de VVD. Dat ging over het onroerend goed. De heer Reneman: Vastgoed. Ja, bij de start van SWO is afgesproken dat vastgoed komt voor rekening van de gemeente waarop het vastgoed staat. Op zich is dat een prima afspraak als je van start gaat, maar gaandeweg wordt dat steeds lastiger. Bijvoorbeeld de werf van De Wolden die is verkocht, vervolgens is de werf van De Wolden is naar Hoogeveen toegekomen, dat was een huurcontract. Dat huurcontract zou worden opgezegd. Toen kwam op tafel om die locatie te kopen, en dan krijg je een beetje de rare situatie dat Hoogeveen moet opdraaien voor het feit dat de werf in De Wolden verkocht is, dus je zal met elkaar toch een aantal dingen gemeenschappelijk moeten doen. En met veel kapitaalgoederen doen we dat al, zoals ICT-investeringen die we hebben, licenties en zo, die delen we al met elkaar. En volgend jaar komen we met elkaar echt te spreken.

En als de verdeelsystematiek met u wordt besproken gaan we ook een keer hierover praten of dit nog wel de goede manier van werken is met elkaar.

De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dat betekent dat een aantal vragen en reacties op de zorgen die er geweest zijn. Ik kijk even of daar nog nadere vragen over nodig zijn. Voor u ook een beperkt … De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Nou, mag dan nog even een nieuwe vraag gesteld worden aan de wethouder? De voorzitter: Nou, laten we het zo zeggen, zijn betoog heeft geleid tot gedachten bij u die leidt tot nog een vraag? De heer Van Rijn: Ja, nou. Kijk, we hebben op het moment wel heel wat cijfertjes door te worstelen en ik was dus ook in de jaarstukken van de gemeente Hoogeveen bezig en ik weet even niet meer het juiste bedrag, ik weet ook niet waar het voor bedoeld, maar de gemeente Hoogeveen heeft nog een lening aan de SWO van 3 miljoen en nog iets. En waarom nu niet even nieuwe incidenteel een plus hebben daar niet meteen van de SWO een stukje gaat aflossen of die 2,6 meteen aflossen? Dan kom je er een keer vanaf, want jaar op jaar zie ik dat in de jaarrekening staan, en het is eigenlijk geen verandering in. De voorzitter: In een reactie van de heer Reneman, kan dat? De heer Reneman: Nou, ik word nu wel redelijk overvraagd, voorzitter. Ik vermoed, maar ik ben nu aan het speculeren, als ik die vraag schriftelijk mag beantwoorden denk ik dat ik een zekerder antwoord kan geven dan wat ik nu ga bedenken. De voorzitter: Ja, ik zie de heer Van Rijn knikken dat dat mag.

Dus dan gaan we die vraag nog schriftelijk beantwoorden. Ik kijk even, want ik had net samengevat een aantal zorgen vragen. Die zijn inmiddels in ieder geval behandeld van de kant van het college. Er waren heel drie expliciete punten ingebracht voor het debat aan de kant van het CDA, waar ook weer een aantal van die zorgen vragen weer aan gekoppeld waren. Daar komen geen nieuwe bij naar aanleiding van de beantwoording? Ik kijk even rond. Dat is niet het geval. Dan kijk ik even naar het CDA. Die hadden toch ook een aantal reacties zijn geweest op de drie debatpunten als zodanig nog zou blijven staan. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, wij danken de wethouder voor zijn toelichting en hebben de collega’s van de raad gevraagd wat ze daarvan vinden, dus dat blijft gewoon staan. De voorzitter: Oké. We hebben drie onderwerpen die aangegeven zijn voor het debat. En het eerste dat ik dan inbreng is, ik noemde het net eventjes, de situatie die ook door meerdere partijen is aangeven: er is 4 miljoen over en in rekeningen wordt 31/2 miljoen uitgezet in de begroting, wat vindt de raad daarvan. Wethouder heeft dat toegelicht. In ieder geval met redenen omkleed waarom dat op die manier gebeurd is of plaatsvindt, en de heer Kreuze brengt dit in. Wie wil daarop reageren? De heer Van Rijn.

De heer Van Rijn: Nou, ik zou graag aan mijnheer Kreuze van het CDA willen vragen wat voor voorstel zou hij hebben om het dan niet te doen, die 3,5 miljoen stijging in de begroting? De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, ik heb niet zo heel veel over die begroting te zeggen. We hebben de vraag voor of we daar een zienswijze op willen indienen. En de interessante vraag is natuurlijk dat de wethouder gezegd heeft eerst alles is onvermijdelijk. Later was alles op een paar na onvermijdelijk. Dus dan moeten we ons nog verdiepen in

wat dan die paar is, zeg maar. Zijn, meervoud. Dus daar kan ik nu geen antwoord op geven wat dat precies betreft, die onvermijdelijkheden, want die staan niet in de stukken. De voorzitter: Anderen reageren op dit punt dat ingebracht wordt? Ja. Even kijken. De heer Sieders zie ik, ja. De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, wij vinden over het algemeen die 3 procent dat we ons daar wel aan zouden moeten gaan houden, dus de woorden van de wethouder dat we daar naartoe willen. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Het was even tussen ons. De heer Sieders: Oké. Maar waar wij wel tegenaan lopen is het stuwmeer, en wat we nu horen aan mensen die extra moeten werken waarvan wij nu eigenlijk kunnen lezen in de beantwoording van een paar vragen dat dat niet is uitbetaald. En eigenlijk is dat gewoon een schuld die je hebt aan je personeel. Als je daarvan zeggen ik doe alles terug naar de gemeentes en er komt een moment dat het wel uitbetaald moet worden hebben we als gemeente opeens weer een probleem. Dus hoe moeten we dat stuk, of willen we dat stuk dan opvangen? En hoe zouden we dat dan willen opvangen? Want die uren staan gewoon voor een X bedrag, en het lijkt me toch handig dat je al een voorziening voor treft of iets dergelijks. En dat is nu nog niet gebeurd, wat ik nu kan zien. De voorzitter: De heer Kreuze.

De heer Kreuze: Volgens mij is dat gewoon een schuld van 2,6 miljoen, dus dat is wel voorzien. Dat zit nu in de balans. De voorzitter: Anderen? Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, eigenlijk even een verduidelijkende vraag, want de heer Sieders zei net al die 3 procent die ooit vastgesteld is, maar ik hoorde mijnheer Kreuze net zeggen dat we zouden moeten nadenken om dat eventueel af te kaderen op 5 procent. En ik ben eigenlijk wel benieuwd wat … De voorzitter: Nou, dat is het tweede debatpunt wat de heer Kreuze bedoelde. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Maar goed, hij werd er net ingekopt, dus ik denk ik haak er meteen op in, maar ik hou me eventjes voor het volgende punt. De voorzitter: We komen er zo nog even op terug. Even bij dit punt weer even. Ik noem maar even steeds weer het verschil 4 miljoen, 31/2 miljoen plus min, rekening, begroting. Geen behoefte? Er is ook geen verdere doorzetting van. Dan kan de heer Kreuze dat meenemen in zijn overweging dat voor de rest er geen extra aandacht voor hoeft te zijn na beantwoording van het college. Dat is wat ik dan even concludeer. Dan komen we snel bij de 5 procent. Dan zijn we precies … Dan heeft hij het alvast gehad, ja. Dan is dat alvast gezegd. Maar dat ging om het … Het reservepotje doorschuiven en dan te maximaliseren, en eigen – hoe moet ik het dan noemen – 5 procent. Nou ja, vermogen.

De heer Kreuze: Ja, voorzitter als ik die vraag me beantwoorden? De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Kreuze: Ik ging iets te vroeg, sorry. Kijk, die 5 procent is natuurlijk ook uit de lucht gegrepen,3 procent dus ook, maar een overlopend postje, zullen we maar zeggen. Kijk, in principe is dit een organisatie die uitvoerend voor ons is. Die heeft eigenlijk geen balanspositie nodig. Daar gaat geld in, daar gaat geld uit, en daar worden diensten voor verleend, door ons zelf bestuurd. En dat vermogen daar opbouwen, ja, is dat nodig? Dat vraag ik me af. In de beantwoording staat dat het komt omdat we nog taken hebben uit te voeren. Nou, misschien kan het college daar schriftelijk nog informatie over verschaffen wat dan precies die taken zijn en voor welk bedrag, dan weten we wat beter waar we het over hebben. Maar ik zou zeggen: dat geld gaat gewoon terug naar de gemeentes. Wij krijgen daar onze 71 procent van, en als er dan taken aan de orde zijn die nog moeten worden uitgevoerd dan komt men gewoon bij ons. Waarom? Dan kunnen wij straks als wij die begroting van de gemeente Hoogeveen behandelen ook die 1,8 miljoen keer 71 procent kunnen we ook gewoon meenemen. En dat is mijn punt over integrale afweging is niet meer mogelijk. Ik probeer daar een stukje van terug te halen. De voorzitter: Dat is de inbreng. Mevrouw Van Oord.

Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, ik ben toch meer geneigd om mee te gaan met de woorden van de wethouder dat het een zeer uitzonderlijke situatie betreft waar we vorig jaar natuurlijk en ook het jaar daarvoor hebben meegemaakt in de gemeente, want ik kan me niet herinneren dat we eerder zoveel overhielden. Eerder nog, er moest elke keer bij, afgezien van de eerste start van het jaar nadat de Samenwerkingsorganisatie van de grond gekomen is. Dus ik voel de noodzaak op dit moment niet zo van waarom dan van drie naar 5 procent op te trekken. Ik geef er meteen ruiterlijk bij aan dat ik boekhoud technisch met dit soort zaken het doorschuiven naar een begroting, en terughalen et cetera, dat dat niet helemaal mijn ding is, maar ik begrijp wel dat u zegt in feite willen we weer meer zeggenschap hebben over het geld wat extra overgebleven is nu op de balans. Of heb ik dat verkeerd begrepen? De voorzitter: Die vraag stelt u aan de heer Kreuze? De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja dat heeft u juist begrepen. Het is namelijk 1,3 miljoen. En ik heb hier wel eens een raadsvergadering gehad dat we het over 10, 20 duizend euro hebben. Zoals een oranje map met 624 euro besproken, dus dan heb ik 1,3 miljoen best hoog. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter. Wij vinden het een heel goed voorstel van het CDA.

Inderdaad, dan hebben wij gewoon veel meer grip op dat geld en is het later weer nodig. Kunnen ze gewoon weer bij ons komen vragen, en dan kunnen we beslissen we doen het of we doen het niet. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Deels begrijpen we de visie van de SGP en van het CDA daarin ook wel. Ook wij denken als er geld overblijft dan is het mooi als het terugvloeit in onze eigen organisatie, want we hebben inderdaad, zoals de heer Kreuze aangeeft, nog aardig wat uitdagingen te doen wat we dat geld ook hartstikke goed voor kunnen gebruiken. Als ik de wethouder zo hoor dan geeft de wethouder eigenlijk ook wel aan: het geld wat er nu is, wordt doorgeschoven. Dat zijn wel echt noodzakelijke taken die echt moeten gebeuren, en dit is eigenlijk bittere noodzaak dat het nu zo voorligt en zou ook echt alleen maar voor korte periode moeten zijn en niet langer dan nodig. Dus enerzijds zegt ons dat dat is mooi daar kunnen we ons wel in vinden. Anderzijds biedt dat ook nog wel een klein beetje onduidelijkheid, want

hoe lang is dan strikt noodzakelijk? En zoals de heer Kreuze ook aangaf: wat is dan strikt noodzakelijk? Dus op zich zou het wel prettig zijn, zoals de heer Kreuze ook gevraagd heeft, om daar iets meer duidelijkheid over te krijgen van de wethouder. De voorzitter: Oké. Kunnen we zo even naar kijken. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, natuurlijk ik begrijp die zorgen. Die taken moeten uit, maar als je geen mensen hebt kun je geen taken uitvoeren. Dus wat heeft dat voor zin om dat geld daar bij de SWO geparkeerd te laten staan? En heb je wel … Dan is dat geld teruggekomen en zouden er wel mensen en die ze ook nog … Gaat er altijd ook weer even een vraag komen om budget lijkt mij, dus zo moeilijk is dat allemaal niet. De voorzitter: Anderen hier nog over? Ja, de heer Van Dijk en daarna de heer Sieders. De heer Van Dijk: Dank voor het woord, voorzitter. Wij hebben eigenlijk wel begrip voor het standpunt van het CDA om wel iets aan de handhaving te doen voor wat betreft de afgesproken maximale solvabiliteit. Tegelijkertijd zien wij ook dat de SWO echt een lastig jaar achter de rug heeft met echt uitzonderlijke situaties. En wat dat betreft zou ons voorstel dan ook zijn om het handhaven van die maximale solvabiliteit nog even een jaartje uit te stellen om te zien hoe komend jaar zich verder zal gaan uitpakken. De voorzitter: De heer Sieders.

De heer Sieders: Ja, het enige aandachtspunt wat ik hiervoor wil vragen is dat wij nog steeds zitten met een verdeelsleutel. En op het moment dat wij dus in het huidige boekjaar geld willen naar onze gezamenlijk zetten, en jaren daarop dat bijvoorbeeld de verdeelsleutel 2 procent wijst en er zal uitbetaling vinden ga je daar behoorlijk op achteruit. Als we het hebben over een bedrag van 623 euro hebben het over bedragen volgens mij van bijna 80 duizend euro af en toe. Ja, dat is dan wel even winst of verlies die je kan nemen, en dat is gewoon een punt ter aandacht. Dat terzijde. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Ja, wij sluiten ons aan bij de woorden eigenlijk van de ChristenUnie. We hebben de wethouder ook gehoord en wij vinden het wel belangrijk dat ernaar gekeken wordt wat we met de gelden gaan doen. Het is gewoon meer geld. Dus een onderzoek naar de noodzaak van de werkzaamheden vinden we echt wel belangrijk, maar op dit moment vinden we ook de situatie waar we in zitten en waardoor eigenlijk die reserve is ontstaan ook belangrijk dat daar rekening mee gehouden wordt. De voorzitter: De heer Reneman meldt zich even. De heer Reneman: Ja, voorzitter. De heer Kreuze schetst de situatie zoals die zou moeten zijn, maar zoals een aantal van u dat ook voelt, we zitten in de omstandigheid dat het een normale gang der dingen is.

En u moet zich voorstellen dat toen de jaarrekening kwam … De lijst ziet u trouwens ook zelf in de jaarrekening van de zaken die doorgeschoven zijn en de onderbouwing daarvan. Dat staat gewoon in de jaarrekening. Ik wil met liefde nog een keer daar nog een keer expliciet nog een brief aan wijden, maar voor het geval u weer met een kluitje in het riet stuur, maar je moet het op pagina 22 en 23 lezen. Ik kan ook gewoon zeggen het staat gewoon in de jaarrekening. Maar was er niet zoveel onderuitputting geweest dan was het een goed besluit geweest om deze zaken door te schuiven. Toen er zo ontzettend veel onderuitputting kwam dan is de vraag: wat doen we dan met de claims die er ook liggen? Er lagen vanuit de ambtelijke organisatie nog veel meer

claims aan uitzettingen. Die zijn allemaal afgewezen. Gegeven het feit dat we het werk hebben doorgeschoven en er dan nog zo ontzettend veel onderuitputting is kan het niet zo zijn dat we er een extra taakverzwaring erbij nemen. Dus hebben we bij de uitzetting in de begroting een hoofdzakelijk onvermijdelijke en een aantal – kan u in de begroting lezen, heer Kreuze – zaken waarvan we denken die zijn erg belangrijk, om die toch te honoreren, op te nemen in de begroting. Dat is voorzichtig. Als je zegt ik wil best meer risico aangaan, dan kunnen we best zeggen: nou, dan schuiven we dat geld alsnog niet door, dan halen we dat terug, er is zoveel onderuitputting. Maar vergis je niet, dat zet ook weer stress en druk op de ambtelijke organisatie. Dus in de balansvoering hierin vind ik het absoluut verstandig om het te doen zoals het nu voorgesteld wordt door het SWO-bestuur, maar wel moeten we terug naar de situatie zoals de heer Kreuze schetst. Dit is een uitzonderlijke situatie, en die uitzonderlijkheid moeten we wel voor ogen houden. Dit is niet waarin we met z’n allen een beetje gaan bewegen en dat dit de normale gang der dingen wordt. Nee, de situatie zoals de heer Kreuze schetst, dat is de norm. De voorzitter: En dan zou de norm ook meegenomen kunnen worden naar het SWO-bestuur natuurlijk, om dat zo … Ja. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ja.

Pagina 22 en 23 zie ik geen opstelling, dus dat moeten we na de vergadering even doen. En voorzitter, misschien dan een vraag aan de wethouder. Is het dan mogelijk dat wij het moment dat wij de begroting van de gemeente Hoogeveen bespreken en dit lukt niet om dit uit te nutten dat we dan een begrotingswijziging bij de SWO doorvoeren dat het bedrag alsnog ten goede komt aan de begroting van Hoogeveen, en dat we in de begrotingsbehandeling 2023 van onze geliefde gemeente 1,3 miljoen extra hebben? De voorzitter: Ja, ik zie de heer Reneman denken, want het is een vraag aan hem. Maar, de heer Reneman. De heer Reneman: Nou, we kunnen dat meenemen aan het SWO-bestuur. Wat u in zekere zin doet is dat u de genormaliseerde situatie, net wat u zegt, die naar ik hoop volgend jaar zich zal voordoen, dus bij de jaarrekening over dit jaar en de begroting voor volgend jaar van de SWO, dat we dan in normaal water zijn. U haalt het in zekere zin naar voren. U zegt: nou, kunnen we dat niet gewoon eerder doen? Ik vind dat niet te overwegen. Ik denk dat er rust en regelmaat, als het gaat om de P&C cyclus, hier ook belangrijk is, dus ik zou dat niet verstandig vinden. Ik vind het wel goed om de scherpte die u aanbrengt in dit debat ook vast te houden met elkaar, want dat is wel zoals het is. En ook nog even iets uit het SWO-bestuur.

Het SWO-bestuur heeft het ook als zo besproken, als een uitzonderlijke situatie. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter dank u wel. Schrap dat hier een debat over houden. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Ja, wij horen wat u zegt, maar dat betekent dus dat als wij dat aan de gemeente Hoogeveenkant tekortkomen dat we stilstaand water in de SWO hebben staan. Daar ben ik wel een beetje ongelukkig mee. De voorzitter: Ik constateer dat we over dit punt … In ieder geval u heeft de meningen gevraagd van uw collega’s hierover dat dat wel helder is geworden. Ik constateer dat … Ik weet niet of daar nog een plan of een zienswijze op in te dienen of niet, maar ik constateer in ieder geval dat een meerderheid hier aan tafel zegt: ja, de zorgen zijn er, en de woorden van de wethouder worden alleen onderschreven. We moeten de scherpte erin houden, maar het gaat nu op dit moment een stap te ver omdat nu te doen. Dat is wat ik hoor. Even kort door de bocht, misschien voor sommige, maar dat is wel het meest heldere in de samenvatting, denk ik. Ja?

Dan was er één debatpunt over, de afkeurende verklaring van de accountant. Nou, daar zijn ook al meerdere reacties op geweest, dus ik kijk even naar de heer Kreuze of dat voldoende was of dat er nog rondje gedaan moet worden? De heer Kreuze: Nou, voorzitter, ja, ik wil toch wel graag daar een heel klein rondje over houden. We zullen het niet lang maken, maar het is wel zo dat de wethouder eigenlijk zegt wederom in de bijzondere situatie waarin wij verkeren - het lijkt wel een mondkapjesdebat - is het zo dat wij dat mogen toestaan. Ik had nog wel een vraag tussendoor aan de wethouder om dan te zeggen: ja, er vloeit geen bloed uit dat die accountant dat afkeurt. Maar er is natuurlijk wel een wet, en het gaat over aanbesteden. En het kan niet zo zijn dat het u ontgaan is dat er best wel klachten zo nu en dan komen over het aanbesteden van orders door de gemeente Hoogeveen. Lopen we op dat punt dan geen risico nu dat wij daar de wet niet handhaven? De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, ik ben niet juridisch zeer onderlegd als het gaat om inkoop en aanbestedingsprocedures, maar volgens mij is dat niet het geval. Maar toch nog even iets ten principale. Kijk, de wetgever heeft bedoeld om het rechtmatigheidsoordeel te laten aan de politiek, aan u. En u bent in de gelegenheid om te zeggen: nou, wij vinden in dit geval doelmatigheid belangrijk dan de rechtmatigheid.

Die afweging die kan u maken. En wij doen dat voor u op het moment dat wij denken dat dat verstandig is om te doen. U kan het zelf beslissen om dat anders te doen, maar dan moet u wel aan ons vragen om de portemonnee te trekken, want dan zullen we een aantal contracten moeten openbreken en toef. Ik heb niet eens het idee hoeveel geld dat gaat kosten, maar het gaat flink in de papieren lopen. Dat kan u doen. Ik zou u in deze balans tussen doelmatigheid en rechtmatigheid adviseren om in dit geval te kiezen voor de doelmatigheid. Het is niet voor niets dat de wetgever dat bij de politiek heeft gelegd omdat het ook gewoon een belangenafweging is. En die regels die zijn ervoor om andere partijen in de gelegenheid te stellen om op een level playingfield te komen, en andere partijen hebben altijd de mogelijkheid op het moment dat ze dat level playingfield niet hebben om daar protest tegen aan te tekenen. Dus dat risico kan erin zitten. Nu is het wel zo dat de contracten waar dit over gaat, dat zijn bijvoorbeeld contacten met ICT-bedrijven en dat soort zaken, langlopende contracten, dat is niet bepaald de markt die heel open is. Vaak moet je gewoon blij zijn dat er iemand is die het doet. Nou goed, dat gezegd hebbende, ik denk dat het meevalt met de risico’s. Ik kan het niet uitsluiten, maar het is wel echt aan u om dat oordeel te wegen tussen rechtmatigheid en doelmatigheid.

De voorzitter: De heer Kreuze, u had een tussentijdse vraag? De heer Kreuze: O nee, ik wil de korte route kiezen. De voorzitter: Nee, het was een tussentijdse vraag en een tussentijd antwoord. De heer Kreuze: O sorry. De voorzitter: Nee, maar gaat uw gang. De heer Kreuze: Ja, de reactie op de reactie van de wethouder. Wij constateren dat doelmatigheid boven rechtmatigheid gaat, oftewel de portemonnee was even belangrijker dan de wet. Dat kan. En ik snap ook dat hij die bal weer terugkaatst naar de politiek, maar wij besturen hier mede. Het bestuur zit links achter mij, dus ik vind toch echt dat het bestuur daar de verantwoordelijkheid voor draagt. En wij zullen ons beraden op dit

onderwerp voor de besluitvorming. En wellicht komen we daar nog op terug, en wellicht niet. Bedankt in ieder geval vanuit het college voor het betoog. De voorzitter: Misschien nog wel even vragen, u wilde een rondje nog doen, maar betekent dit dat het rondje niet meer gedaan hoeft te worden? De heer Kreuze: Ik kreeg de indruk dat daar niet zoveel animo voor was, maar misschien moet u dat nog inventariseren. De voorzitter: Ik zie mensen knikken. Is er grote animo voor? Dat is niet het geval. Maar dat was uw inschatting? Dat gebeurt wel vaker natuurlijk, de juiste en een goede. Dan constateer ik dat wij het debat over de jaarrekening en de begroting van de SWO gehad hebben. Het kan doorgaan naar besluitvorming. Het blijft ook staan dat er geen zienswijze van uw kant wordt gebracht. Mocht dat wel zo zijn dan gaat het natuurlijk in de amendering bij de besluitvormende ronde over twee weken, maar die afweging kunt u nog maken. Dan sluit ik de debatronde over de jaarrekening af. 4.4 Jaarrekening en Begrotingen RUD, Stark, GKB, Recreatieschap, VRD, GGD, Publiek Vervoer en RUD De voorzitter: En dan gaan wij verder met een hele reeks van GR’en, de jaarrekeningen. En daar moeten we even weer een aantal nieuwe woordvoerders aan tafel krijgen, dus we gaan even weer wat mensen wisselen.

Dames en heren, we gaan verder met de jaarrekening maar voordat ik dat doe … Dames en heren, even de aandacht. Het gaat even om de vorm waar we de discussie … De heer Van Rijn, en de heer Kleine? Ja, dank u wel. Er is een verzoek in ieder geval van één fractie, die hebben gezegd: ja, we zitten even op onze hand want we willen graag meerdere inbrengen voor verschillende GR’en nemen. En dan zouden we een hele grote tafel maken. Kan dat per GR even aangekondigd worden zodat de goede woordvoerder dan aan tafel komt te zitten? Dat is wat het voorstel is, anders dan moeten we gewoon één grote debattafel maken. Dat kan ook moet ik zeggen, hoor. Dan is het misschien handiger dat iedereen gewoon aan het debat deelneemt, zal ik maar zeggen. Ik weet niet of dat bezwaar heeft. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Nou, het is toch niet de bedoeling dat we elke GR apart gaan behandelen? Het is een verzamelvoorstel, dus dan lijkt het me niet zo handig wat u nu voorstelt. De voorzitter: Nee, dat is ook zo. Alleen het kan zijn en dat is wel waar ik toe wil oproepen, we gaan niet inhoudelijk over de GR’en behandelen, dus we gaan niet de inhoudelijke werkzaamheden … Hier gaat het echt heel nadrukkelijk: wil je een zienswijze indienen of niet. Dat is het centrale thema. Maar dat kan natuurlijk per GR verschillen dat bij de ene GR en bij de andere niet of wel of geen zienswijze ingediend wordt.

Maar we wilden eigenlijk dat even. En schijnbaar is er een fractie die dat heeft. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Nou, het lijkt me prima wat u aangeeft dat we zelf benoemen over welke GR we kort iets willen zeggen, maar het lijkt me niet de bedoeling zoals mevrouw Rutgers van D66 hier aangeeft dat we inderdaad alle GR’en los van elkaar bespreken, want het is inderdaad één raadsvoorstel. En ik kan me heel goed voorstellen dat je als fractie zegt er zijn één of twee of misschien drie GR’en waar we kort toch wel iets over willen toelichten. Wat mij betreft prima. En ik vind het prima als er dan toch een kort changement moet komen van woordvoerder. Wat mij betreft akkoord, maar het lijkt me niet dat we alle GR’en apart van elkaar gaan bespreken. De voorzitter: Helder. De heer Sieders.

De heer Sieders: Ja, eigenlijk aansluitend. Voor nu akkoord, maar de volgende keer alsjeblieft gewoon bij het vaststellen van de agenda dan de boel alvast opsplitsen. Want het wordt nu wel ingewikkelder gemaakt dan wat het nu is. De voorzitter: Ik stel het volgende voor. Het is één voorstel en we zullen het ook als één voorstel behandelen. En we zullen inderdaad kijken of er GR’en zijn die daar uitgelicht moeten worden. En dan zullen we het rondje maken en dan kan er bij dit voorstel 1 of 2, 3 woordvoerders per fractie zijn. Dus we gaan gewoon het rondje doen en dan zien we wie ergens iets over wil zeggen. Dat is mijn voorstel. Dat gaan we zo doen. Ik kijk even. De heer Klok, u wilt beginnen. Dat is goed. Gaat uw gang. De heer Klok: Ja, dank u wel voorzitter. Graag willen wij als VVD inzoomen op twee gemeenschappelijke regelingen. In eerste instantie gaat het om Stark. Wanneer wij als VVD naar Stark kijken zien wij een succesvolle gemeenschappelijke regeling. Echter, hoe kijkt het college hiernaar? De trend is dat wij als gemeente Hoogeveen steeds minder bij Stark inkopen. Dit heeft de volgende consequenties. Ten eerste, een hogere afdracht voor Hoogeveen naar Stark. Dit omdat wie meer afneemt gekort wordt op de … Sorry. Dit omdat wie meer afneemt gekort wordt op de afdracht. Ten tweede, Stark die tegen de gestelde grens aangroeit.

Dit omdat Stark maximaal 20 procent van haar omzet buiten de drie deelnemende gemeentes mag verwerven, dus ze mogen maar 20 procent commercieel doen, maximaal. Waarom neemt onze gemeente steeds minder af? Eigenlijk is de vraag waarom nemen onze gemeente steeds minder af, is dat uit onwil? De tweede gemeenschappelijke regeling waar we op in willen zoomen is de RUD. We zien een productiviteitsnorm van 1300 uur per jaar, per fte. Wij vinden dit erg laag begroot. Naast de lagere productiviteit wordt een ziekteverzuimnorm van 7 procent begroot. In diezelfde tekst wordt aangegeven dat 7 procent wel een norm is die waarschijnlijk niet wordt gehaald. Het huidige ziekteverzuimpercentage zit op 9 1 /2 procent. Mij is meegegeven om niet te veel in te zoomen op de GR’en. Daarom willen wij als debatpunt inbrengen bij de RUD: wat is de juiste kaderstelling voor de productiviteit bij de RUD? De voorzitter: En dat is nodig om te bepalen of u wel of geen zienswijze op die onderdelen indient, want dat is de vraag die er meteen achteraankomt? De heer Klok: Ja. De voorzitter: Ja. Oké. Dan kijken naar anderen. Ja, de heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank voor het woord, voorzitter.

Het raadsvoorstel dat voorligt bestaat eruit om kennis te nemen van de ingediende jaarrekeningen en tegelijkertijd het voorstel om wel of niet een zienswijze in te dienen bij de zeven verschillende GR’en waar Hoogeveen aan deelneemt. Wat ons betreft gaan we mee in het voorstel van het college. Wel zou ik namens de ChristenUnie wat extra aandacht willen vragen voor de begroting van de Gemeentelijke Kredietbank, ook wel de GKB. Het lijkt erop dat eind 2023 de dienstverlening van de GKB gaat stoppen. Daar moeten we nog een definitief besluit overnemen, maar dat is hoe het er nu voorstaat. Dat maakt ook dat de GKB een begroting heeft gemaakt die tot 2023 loopt en daarna niet verder gaat, en, best uitzonderlijk, een negatief bedrag in de begroting heeft staan. Op het moment dat de GKB gestaakt zal worden, in december ’23, en het personeel wat tot dan toe werkzaam is bij de GKB, als die allemaal een andere plek zullen moeten gaan vinden zal het lastig zijn voor de GKB om al het personeel binnenboord te houden. En dat roept de vraag op: is het realistisch hoe de GKB tot nu toe heeft begroot, en zullen we uiteindelijk als Hoogeveen niet met een sterk negatief bedrag uiteindelijk worden geconfronteerd aan het eind van de looptijd? Tegelijkertijd zien wij als ChristenUnie ook onvoldoende mogelijkheden om daar

op dit moment bij te sturen, en daarom kiezen wij ervoor om mee te gaan in het voorstel van het college om geen zienswijze in te dienen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ook voor ons is de GKB zal een punt van gesprek zijn. Wij hebben vorige week een toelichting gehad op de begroting waar duidelijk is toegelicht dat er een tekort is en dat inderdaad in de huidige situatie het volstrekt ook arbitrair is, rekening houdend met het feit dat er een plan tot afbouw is en tot afstoot. Dat geeft ook wel een aantal zorgpunten met zich mee los van de begrotingstechnische zorgpunten. En dat is met name er liggen een aantal open zaken, met name ook het OR-advies wat nog afgewacht wordt. Dat kan alle kanten opgaan. Wat gebeurt er op het moment dat er een negatief advies wordt uitgebracht, en wat betekent dat ook voor de doorlooptijd van de plannen met name? En stel, en dat is een aanname, maar een OR geeft een negatief advies en je zult naar de Ondernemingskamer moeten dan is dat een behoorlijk lange procedure. Hoewel je in de bodemprocedure al iets kunt doen, maar dat vertraagt ook de rest van de plannen volgens mij.

En dan is mijn grootste punt van zorg wat gebeurt er nu op 1-1-2024 met al die dossiers van de GKB, en zijn er in dat kader ook nog andere opties denkbaar en bespreekbaar dan de vervreemding die is aangekondigd? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook bij de Partij van de Arbeid willen we graag twee GR’en, zoals afgekort, bij de kop pakken. Allereerst de GGD. Zij vragen om een extra bijdrage. Enerzijds omdat ze verplicht een strikt noodzakelijke slag op digitaal vlak moeten maken, en anderzijds ook vanwege een aantal beleidselementen die ze graag willen veranderen of toevoegen. Dat vinden wij dan direct eigenlijk ook wel een lastig punt. Een aantal van die beleidsmatige veranderingen die de GGD wil doorvoeren juichen wij namelijk echt van harte toe. Dat gaat bijvoorbeeld over het verleggen van de focus naar meer preventie. Voorkomen is namelijk altijd beter dan genezen, dus daar zijn we op zich heel erg voorstander van. Maar ondanks dat we ons dus wel kunnen vinden in die visie en dat we liever gisteren nog op die manier aan het werk waren gegaan dan morgen of vandaag realiseren we ons ook wel dat de portemonnee van Hoogeveen nog steeds niet altijd uitpuilt van de eurobiljetten, en dat we ook wel zuinig moeten zijn op waar we ons geld aan uitgeven.

Het al dan niet indienen van een zienswijze hierop is voor ons dan ook nog wel een bespreekpunt omdat we dit echt wel ingewikkeld vinden. Ook willen we kort de GKB nog aanstippen. Daar is net al door een aantal mensen wat over gezegd. Nu staat in het voorstel om nog geen zienswijze in te dienen, omdat eerst het onderzoek over de toekomst afgewacht zal moeten worden. Maar over die toekomst maken we ons oprecht echt wel grote zorgen. Stel je bent iemand die momenteel in de schulden zit. Je geeft met moeite ’s ochtends je kinderen een boterham mee naar school. Je weet niet of je je rekeningen nog kunt betalen en er is ook al iemand bij je geweest, die zegt: joh, misschien moet je over een paar maanden je huis wel uit. Je besluit om vervolgens, en het kost echt heel veel moed, om aan te kloppen bij de gemeente voor schuldhulpverlening.

Als je op dat moment doorverwezen wordt naar een commerciële partij die vooral een eigen gewin centraal heeft staan, wat betekent dat dan voor jouw zorgen en ook voor jouw schulden? Worden die opgelost of heeft die partij er misschien baat bij om je iets wat langer in die ellende te laten zitten? Met andere woorden, de Partij van de Arbeid wil nu, ook al is het eigenlijk vandaag helemaal niet aan de orde, maar willen we echt wel blijven benadrukken dat goede gedegen schuldhulpverlening waarbij de mens en het zo snel mogelijk oplossen van die schuldenproblematiek centraal staat, van essentieel belang is en ook blijft. En wij vinden dan ook dat bij dat onderzoek over hoe ziet de toekomst van de GKB eruit dít het belangrijkste punt zou moeten zijn. Hoe

zorgen we voor goede schuldhulpverlening voor de mensen, en zorgen dat die centraal staat in plaats van de financiën daarin? De voorzitter: Dank u wel. De heer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Voorzitter, wij hebben eigenlijk drie lagen. Een, willen we graag over de Gemeentelijke Kredietbank iets vragen. Daar zal Femke Koekoek iets over zeggen, en over Stark zal Arnold De Weerd iets over zeggen, maar vanuit het CDA zit ik ook wel met een andere issue en dat gaat over goed bestuur. Gaat dit eigenlijk wel goed zoals wij als gemeenten met de Gemeenschappelijke Regelingen omgaan? Ik heb wel met enige verbijstering de markt die we gehad hebben met de verschillende organisaties die hieronder vallen hebben gehad omdat ik denk: wie is hier eigenlijk precies verantwoordelijk, klopt deze aansturing wel? De wethouders hebben een positie in het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling, maar die wethouder krijgt een nieuwe opdracht of wordt niet herbenoemd in de raad en krijgen allerlei mutaties in het bestuur. In iedere code voor goed bestuur is er continuïteit gewaarborgd. Dus als een Raad van Commissarissen die heeft een schema van aftreden om te voorkomen dat er een enorme drainage van kennis uit zo’n Raad van Toezicht of een Raad van Commissarissen vloeit. Hier gaat dat met de politieke willekeur.

En als ik dan ook nog kijk hoe we als raden dit controleren en hoe wij in een format geduwd worden van zienswijzen en dat al dan niet goedkeuren, dan vraag ik me af: functioneert eigenlijk deze democratie wel? En ik zou eigenlijk heel graag aan het college willen vragen of er een visie is vanuit het college een goed bestuur vanuit deze organisaties gedaan worden, want ik zie ook hele gekke dingen. Laat ik even als voorbeeld noemen, en die werd ook door de GGD … Nee, over RUD, die zeggen we hebben een hoog ziekteverzuim, kunnen wij niet een extra dotatie krijgen, want dat ziekteverzuim is voor 9 procent. Ik zal eerlijk zeggen iedere organisatie met een ziekteverzuim van 9 procent heeft bij mij echt een hele andere vraag: gaat het hier eigenlijk wel goed? Want wat gebeurt er hier aan leiding geven dat er zo’n hoog ziekteverzuim is? Zelfs de zorg die buitengewoon in de knel zit komt niet met dit soort percentages aan. En dan vind ik het van de gekke dat wij een zienswijze moeten indienen dat wij zeggen: nee, dat vinden wij niet goed. Ik vind, persoonlijk, dat het bestuur van de GGD dan op dat moment moet zeggen: beste directeur bestuurder, zo gaan wij niet terug naar de raad. Weet je, dat moet echt beter zijn onderbouwd en beter zijn gemotiveerd.

Dus kan er niet een keer echt op een wat hoger abstractieniveau gesproken worden: is dit model nog wel toekomstbestendig? Toen we dit model bedacht hebben vanuit die regeling kan ik me voorstellen van dat moet toen net hebben gekund, maar dit zijn miljoenen organisaties geworden, daar gaat heel veel geld om en eigenlijk allemaal belastinggeld. Nou, dus weet je, als wij als CDA een zienswijze in willen dienen dan vind ik het bijna nog belangrijker om met de andere gemeentes te overleggen of wij misschien samen iets kunnen indienen, want dan heeft het veel meer impact dan dat wij in Hoogeveen een zienswijze doen, want dan zijn wij één van de zoveel. Dus ik heb echt behoefte dat we een keer nadenken: kan dit niet beter, kunnen we niet de ontwikkeling die op goed bestuur, governance, zijn gekomen of we dat ook niet op Gemeenschappelijke Regelingen moeten toedienen? Nou, daar maar even voor zover, want het argument in de zienswijzen van de gemeente Hoogeveen is: we hebben geen geld. Nou weet je, dat wordt steeds moeilijker als je straks 10 miljoen in de jaarrekening gaat vertellen, dus ik zou graag ook dat we daar wat inhoudelijker over kunnen praten met elkaar. Nou, dat maar even vooraf. Dus ik zou Arnold willen vragen of hij iets wil zeggen over Stark. De voorzitter: Ja, de heer Van de Weerd. De heer De Weerd: De Weerd. Sorry, voorzitter. Dank u wel, voorzitter.

Ja, ik had vanmiddag een maidenspeech eigenlijk voorbereid en nu hoor ik de heer Klok eigenlijk datgene zeggen wat wij echt als CDA ook vinden als het gaat om Stark. En nou, ik zal jullie die hele speech onthouden, want het is ook al bijna tien

voor tien, maar ik heb toch wel even twee vragen die wij als CDA ook wel richting de portefeuillehouder mede willen indienen: wat gaat het college doen om meer gemeentelijke bijdrage om te zorgen dat we hier op nul euro komt eigenlijk, dat het langzaamaan weer in de zwarte positieve cijfers komen? En de tweede vraag is: herkent uw college ook het signaal van het bestuur van Stark dat het aantal gegunde gemeentelijke opdrachten sterk aan het teruglopen is, en wat wenst uw college hieraan te doen? Tot zover. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog verder in de fractie. Mevrouw Koekkoek. Mevrouw Koekoek: Ja, voorzitter, dank voor het woord. Ook ik had een uitgebreide speech voorbereid, maar ik zal me beperken. Allereerst wil ik aansluiten bij de woorden van de Partij van de Arbeid over de Gemeentelijke Kredietbank. Die kwam wat mij betreft ook uit mijn hart. Voorzitter, ik beperk mij even tot het voorstel van het college. Zij stellen voor om geen zienswijze in te dienen omdat we dan zouden vooruitlopen op de besluitvorming over de toekomst van de GKB. En de toekomst gaat dan concreet over het vervreemden van de GKB oftewel de dienstverlening afstoten aan de markt. En voorzitter, dat vond ik redelijk een merkwaardige zin.

Het komt over als we bij het kruisje moeten tekenen, want tijdens de bijeenkomst over de P & C stukken vorige week werd medegedeeld dat de raad alleen een rol heeft bij de liquidatie van de GKB. Maar dan heeft de vervreemding inmiddels al plaatsgevonden, terwijl er een principiële keuze is gemaakt, namelijk de dienstverlening waarin inwoners aan de markt over te laten. Een principiële keuze die ook een maatschappelijk effect heeft en daarmee ook een politieke keuze is. Het komt over alsof alleen maar de centen tellen en niet de mensen. Wij hebben hier ook al technische vragen over gesteld, maar de beantwoording moet nog volgen. Voorzitter, wij zijn dus voornemens om toch een zienswijze in te dienen. Wij willen dan ook met een amendement komen die min of meer de strekking heeft dat het bestuur alternatieven moet onderzoeken voordat de dienstverlening daadwerkelijk op de markt wordt gezet, en dat de raad ook vooraf betrokken wordt bij de uitkomsten van de impactanalyse, en dan op het moment dat de raad is geconsulteerd en een definitief besluit neemt over de toekomst van de GKB. En wij horen graag de mening van de andere fracties daarover. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of het CDA … Dat was de inbreng van het CDA. De heer Oosterlaak. De heer Oosterlaak: Ja dank u wel, mijnheer de voorzitter. Wij kunnen ons aansluiten bij het raadsvoorstel.

We zijn van plan om daarmee in te stemmen. Wel wil ik inderdaad graag ook over de GKB iets zeggen. Ja, er is al een hoop gezegd en daar kunnen wij ons in vinden. En ook wat ons betreft de wenselijkheid van de vervreemding van de GKB, dat is voor ons een open vraag. En stap voor stap zijn we deze kant op geduwd, eigenlijk in de voorgaande jaren leek het haast op een soort van sterfhuisconstructie van dat er steeds keuzes werden gemaakt die ertoe gingen leiden dat het volume van de GKB steeds verder afnam, en we nu in deze situatie verzeild zijn geraakt. Maar goed, keuzes zijn er ook om af en toe terug te draaien, dus wij zien eigenlijk uit naar een dergelijk onderzoek om te kijken kunnen wij nog steeds de GKB op wat voor manier dan ook in de benen gehouden ten bate van de mensen die in de schulden terecht gekomen zijn of dreigen te komen? Dat was het even. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook wij delen de zorgen rondom de Gemeentelijke Kredietbank en kunnen ons vinden in de woorden van de PvdA en het CDA daarover. Dus wij zien graag het amendement van het CDA tegemoet om te kijken of wij ons daarbij kunnen aansluiten. De rest van het raadsvoorstel kunnen wij ons op dit moment in vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605936/2