Transcript Raadsavond 3 februari 2022
Tekst van het document
Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel voorzitter. Een aantal dingen zijn al gezegd, dus ik hoef ik niet te herhalen. Bij het eerste wachten we enerzijds op het bericht van het college naar aanleiding van de RKC. Innovatiefonds vinden we interessant nog steeds, dus dat gaan we graag met de VVD verkennen. Niet meer bezuinigen op het
sociaal domein. Helemaal uitsluiten kan je dat niet en er ligt ook nog een opgave, dus daar moeten we eerst maar eens naar kijken. We hebben dus als een aantal keer gezegd: dit is een complex maatschappelijk probleem en daar is nog in onze optiek nog wel naar te kijken. En niet dat dat direct financiële misschien voordelen oplevert, maar niet geschoten is altijd mis. Bezuinigingen niet afwentelen op andere domeinen. Dat is de afspraak en daar willen we ons graag aan houden, want bepaalde voorzieningen willen we zeker overeind houden in Hoogeveen. Denk aan de Tamboer, Scala, het zwembad, noem maar op. Uitgaven en inkomsten in balans, daar wordt nu aan gewerkt met dit plan. Eigen P&C-cyclus, dat weet ik niet zo heel goed. Ongetwijfeld ja, alleen zopas werd de koppeling gelegd tussen het eerdere punt een evaluatie van het programmaplan en monitoren van het uitvoeringsplan. Dit is denk ik vooral het monitoren van het uitvoeringsplan, maar dus niet zozeer evaluatie van het programmaplan, want een P&C-cyclus is wat mij betreft gaat dat ook vaak over de financiële kant van wat je bedacht had. Maar dat kan een interpretatie zijn. Maar in ieder geval zou ik ook wel het programmaplan als zodanig willen evalueren na twee, drie jaar, of misschien twee keer, dat kunnen we nog afstemmen. Dus het zou kunnen dat ik daar nog wel een amendement voor ga indienen. Dat was het denk ik.
De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Van Hien, Lijst van Hien. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Het eerste punt, herintroduceren van budgetplafonds. Mevrouw Schonewille had er natuurlijk wel een heel mooi praktijkverhaal bij. Ik ben nog wel benieuwd waar dat dan eventueel mogelijk zou zijn, want het is volgens mij een vraag van de VVD, maar ik wacht ook wel heel graag de bevindingen van de RKC af, of tenminste, wat er met de RKC gedaan wordt, met het rapport. Even kijken hoor. Niet meer bezuinigen op sociaal domein, daar gaat mijn voorkeur ook naar uit. Het is moeilijk om dat nu van tevoren al vast te leggen, wat de discussie net ook al was met de Gemeentebelangen. Alleen je kan wel een voorkeur uitspreken dat je echt vindt dat dat niet meer kan, ook met name dat deze besparing van die 5,1 miljoen er ook nog ligt, dus het wil gewoon niet. Dus als je dan die keus moet maken, zorg er dan voor dat er daar niet meer op bezuinigd wordt. Even kijken hoor. En het laatste punt wat ik nog aan wil halen is P&Ccyclus. Van voorstel van het CDA was het geloof ik hè? Daar, ja daar zijn wij ook voorstander van en dat het mogelijk en haalbaar is dan zijn we daar wel mee eens. Zover voorzitter. De voorzitter: Sorry, dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter.
Ik loop even die punten af, maar ik geef dan even een algemene samenvatting en dan geef ik ook meteen even het standpunt van de SGP aan op, want dat hebben we vanavond nog niet zo heel veel standpunten gehoord, maar laat ik er dan wel eentje geven. De voorzitter: Laat ik zo zeggen, dat standpunt dat hadden we de vorige debatronde. Dat was toen het eerste termijn. De heer Van Rijn: Oké. Maar na het debat gevoeld hebbende, conclusies getrokken hebbende, zijn wij tot een ander standpunt gekomen. De voorzitter: Verras ons. De heer Van Rijn: Oké. Herintroductie budgetplafonds. Ik denk dat dat, en dat geeft trouwens in de metastudie van de RKC ook aan, het college komt daarop terug, maar ik denk dat we daar wel heel voorzichtig en beheerst naar kijken moeten. Inrichting incidenteel werkbudget, daar is de SGP niet direct een voorstander van, mits, net zoiets als de VVD zegt, dat we daar iets innovatiefs mee kunnen doen waar we ook echt grip op
hebben. Want anders ben ik bang dat dit werkbudget gewoon verdwijnt in de algemene werkbudget en dat er dan niet echt zicht is op is dat dat voordeel gehad heeft. Niet meer bezuinigen op het SD, sociaal domein. Ja, SD is eigenlijk een beetje een raar woord, maar goed. Nee, dat zouden wij ook niet meer willen, maar wel op de goede manier innovatiever, efficiënter om daardoor minder kosten te maken uiteraard altijd. Bezuinigingen niet afwentelen op andere domein. Dat is een beetje een vreemde stelling, want ja, als er op andere domeinen nog wel wat zou bezuinigd kunnen worden of omgebogen kunnen worden, laten we dat woord ook nog even gebruiken, dan moet je dat natuurlijk niet nalaten. Door bezuinigen inwoners in sociaal isolement, ja daar moeten we altijd voor waken natuurlijk, dat kan niet. Inkomsten en uitgaven in balans, we redden het niet en ik neem aan dat dat doelt op het gemeentefonds. We hebben die gezien, de verdeling en de inkomsten en hoe dat een beetje gaat in de gemeentefonds. Ja, wij blijven het raar vinden dat we elke keer in de jaarrekening altijd informatie gekregen hebben van ja, het is niet in balans met wat wij binnen, dus wij hebben zoveel tekort op het sociale domein. Dat is niet iets wat de raad verzonnen heeft, dat is gewoon de informatie die wij gekregen hebben. En het staat ook in de jaarrekening, u kunt het zelf allemaal even nog nalezen.
Eigen P&C-cyclus voor het sociaal domein. Ja, dat vinden wij een heel goed punt. Daar sluiten wij ook echt bij de CDA aan, dat vinden wij ook heel nuttig en nodig zelfs. Ja ‘…’ De voorzitter: Wacht even hoor. Een interruptie van de heer Bisschop, VVD. De heer Van Rijn: Oké. De heer Bisschop: Mijnheer Van Rijn, u had het over de tekorten en de budgetten, gemeentefonds en dat wij niet goed geïnformeerd zijn als raad. Maar wat wilt u daar nu mee zeggen in de huidige constellatie en dat we dit nu weten. Wat is dan uw insteek daarmee? De heer Van Rijn: Dat wij het wel heel, ja ik moet dat natuurlijk wel heel voorzichtig zeggen, dat wij het dus wel heel onprofessioneel is dat wij dus eerst die informatie krijgen en dat was dus augustus 2020 en nu zijn we nog geen anderhalf jaar verder en het is 180 graden gedraaid. Want het lag daar ‘…’ dat was al ‘…’ beetje in balans, daar hadden we nooit zo veel zicht op, enzovoort. Allemaal dat soort. En als u het me even toestaat voorzitter, wil ik nog even op een opmerking van mevrouw Van den Oord van de SP ingaan, want daar schrok ik van. Zij zegt gewoon hier in de raadsvergadering: ja, we zijn op het verkeerde been gezet door de informateurs. Nou daar schrok ik van, want juist toen er gezegd werd: de informateur had hier, we hebben dat van de week nog nagestuurd gekregen dat overzicht waar dat vandaan zou komen die acht miljoen.
Toen heb ik dus gezegd: ja maar dat gaat niet goed. We kunnen niet iemand die zichzelf nu niet verweren kan, die kunnen we niet zomaar even dat in de schoenen schuiven. Dus ik heb even persoonlijk contact met mevrouw Korthuis, want die ging namelijk over de financiën en ik zou zeggen, ik zou graag van u toch willen weten: hoe is dat nou precies tot stand … Nou zegt ze, ik kan het je gewoon zeggen, ik heb alleen maar informatie uit jullie organisatie gekregen, ik heb er zelf niet wat bij verzonnen. Dus ja, dat zit ons wel zo dwars dat wij toen vreselijk veel werk hebben verricht. We hebben een besluit gemaakt en nu blijkt: eigenlijk heb je het allemaal voor niks gedaan, want het is niet te halen. Dus het een en het ander overziende voorzitter … De voorzitter: Ja een momentje, mevrouw Van den Oord … Mevrouw Van den Oord wou daar op reageren en ik wou even aan u vragen of u met uw samenvatting zo straks zou kunnen beginnen. De heer Van Rijn: Ja. De voorzitter: Maar ik geef ik eerst mevrouw Van den Oord het woord.
Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, nee het is niet mevrouw Zuid, het is gewoon Van den Oord natuurlijk, maar mijnheer Van Rijn in zijn emotie die versprak zich. Ik wil die emotie even temperen, want het feit dat ik het heb over op het verkeerde been zetten, daarmee insinueer ik niet nadrukkelijk dat dit door de informateurs bewust gedaan is, maar dat dat kwam door de op dat moment voorhanden zijnde informatie die vanuit het ambtelijk apparaat geleverd werd. Volgens mij heb ik dat ook al ergens anders al een keer op die manier benoemd. Dus we zijn op het verkeerde been gezet is feitelijk het geval, maar daarmee wijs ik geen, of zeker niet met een beschuldigende vinger en fraudeleus naar mevrouw Korthuis of iets dergelijks. De heer Van Rijn: Mevrouw Van den Oord, dat vind ik nou heel fijn dat u zo even toegelicht hebt, want ik had echt de veronderstelling dat u wel hun daar een beetje dat in de schoenen wilde schuiven. Dus bij dezen mijn dank voor uw toelichting. Voorzitter, eventjes alles overziend. Het spijt de SGP ten volle dat wij hier niet voor kunnen zijn.
Wij gaan niet een raadsbesluit voor zijn, ondanks dat het hele traject wat er ingeze… wat er op socia… dat vinden we prachtig, maar we gaan niet een raadsbesluit dat wij zo een gat van 5,1 miljoen, ja zowat twee miljoen in de begroting dan te krijgen, terwijl er eigenlijk de opdracht lag om het zo te doen en nu wel te horen krijgen: ja, luister eens, we gaan het wel goed doen en het komt allemaal wel goed en zo. Dat vinden wij gewoon tekort. Dat is ook niet terecht. We moeten zeggen: dit gat is nu gekomen, die richting geven wij aan om dat te gaan op te lossen, we gaan natuurlijk met zijn allen over spreken, maar dat is nu niet aan de orde. Dus ja, het spijt ons, de SGP zal niet voor dit raadsbesluit zijn. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor uw standpunt. Er is nog een vraag van de heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had nog een kleine vraag voor de heer Van Rijn. Ik hoor net de heer Van Rijn zeggen dat alles voor niks is geweest. Ik heb dan eigenlijk een vraag: weet de heer Van Rijn nog wel wat de totale opgave was waar wij voor stonden als raad toen Schone lei voorlag? De heer Van Rijn: Jazeker, ik heb het hier voor me liggen. Maar we gaan even van uit wat we in Schone lei vastgesteld hebben. Dat is dus gewoon die acht miljoen hè.
En dan kun je wel zeggen: ja, we zijn nu aan de drieënhalf of zo zijn we gekomen, of op net, oké, en je kunt zeggen: dat is niet helemaal voor niks geweest. Maar als we toch zien wat voor zure besluiten we hebben moeten nemen om daar wel aan te komen, dan denk ik: dan vind ik dat, dat was eigenlijk mijn opmerking dat we dat maar voor niks gedaan. Een heleboel energie in gestopt … De voorzitter: Maar de conclusie even ten aanzien van, sorry dat ik dan even onderbreek. De vraag van de heer Sieders was: heeft u dat inzicht? U heeft de lijst voor u, u heeft dat inzicht. Ik heb hier nog even een andere interruptie van mevrouw Schonewille van Partij van de Arbeid. En ik wou daarna ook nog door, want ik heb nog op lijstje nog twee partijen staan, de SP en de ChristenUnie ten aanzien van dit onderdeel. En daarna nog het college. Ik heb u net genoemd mevrouw Pullen. Achterin het bos is het soms wat … Ja, daarom. Daarom. De afstand is af en toe groot, dat … Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Gaat uw gang. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel voorzitter. Ik was eigenlijk wel heel benieuwd wat mijnheer Van Rijn dan wel graag wil. Want ik hoor hem zeggen: ik wil niet verder bezuinigen op het sociaal domein, maar we hebben ook een gat, ik stem niet in met dit plan. Hoe ziet hij het dan wel voor zich? De voorzitter: De heer Van Rijn.
De heer Van Rijn: Mevrouw Schonewille, dat heb ik feitelijk gezegd. Ik heb dus aangegeven als het college nu kan aangeven van dat gat van vijf miljoen denken wij zo en zo op te, of in te gaan vullen, dat moet gerepareerd
worden zodat de begroting zoals wij die in Schone lei vaststelden weer enigszins weer op orde gaat komen. Prima. En dan ben, zijn we er ook nog van oké, als dat dan bij de kadernota precies uit moet gewerkt, prima, maar dan weten we nu wel de richting. Kijk, dat is eigenlijk, want het hele plan wat nu voorligt, dat vinden wij heel mooi, maar wij gaan dat niet goedkeuren met een gat in de begroting van 5,1. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Van den Oord voor haar bijdrage. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Het is alweer laat, dus ik zal het proberen kort te houden. Wat betreft herintroduceren van de budgetplafonds, mevrouw Schonewille heeft daar … De voorzitter: Momentje hoor. Kan het in de rest in de … Ik weet dat het laat is en het zijn de laatste eindjes, maar ik wil toch wel even recht doen ook aan de laatste partijen dat die ook hun inbreng volwaardig kunnen doen. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Dank u voorzitter. Wat betreft de budgetplafonds had mevrouw Schonewille het niet beter kunnen verwoorden met haar voorbeeld waarom de SP dus niet voor het herinvoeren van budgetplafonds zal zijn. Niet meer bezuinigen op het sociaal domein, de roep ook van de adviesraad die omarmt de SP volledig.
Voordat mijnheer Bisschop gaat roepen: en hoe denkt u dat dan financieel te dekken? Ten eerste geeft het RKC heel duidelijk aan: financiële rijkskaders zijn niet dwingend. De raad heeft beleidsruimte ten aanzien van keuzes voor inkomsten en uitgaven. Ik wil ook nog eventjes aanhalen, en dat vind ik toch echt belangrijk om dat nu even te benoemen: het feit dat we in Hoogeveen in de financiële problemen zitten is enerzijds een bezuiniging op de budgetten voor het sociaal domein na de participatie van de drie d’s naar de gemeente. Dus we moeten het met minder geld doen terwijl er alleen maar meer problemen zich inmiddels in de afgelopen zeven jaar hebben ontwikkelend binnen het sociaal domein. Daarnaast heeft de SP meerdere malen aangegeven de afgelopen jaren dat Hoogeveen op te grote voet leefde en we schrokken zelfs van de gevolgen daarvan. Wij kunnen dus niet leven ermee dat dat dan over de ruggen van juist de zwakkeren in de samenleving de begroting dekkend gemaakt moet worden. Zijn wij ons bewust van de noodzaak het budget, of de begroting dekkend te krijgen? Ja, maar dan willen we dus heel hard onderstrepen dat we dan vinden dat dat moet worden gezocht binnen andere domeinen. De voorzitter: Mevrouw Van den Oord, ik heb een interruptie van de heer Van Rijn. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Is goed. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel.
Ja mevrouw Van den Oord, ik hoor u spreken over dat de SP al lang aangegeven had dat SGP een te, op te grote voet leeft. Kunt u daar even iets uitleg geven, wat bedoelt u daarmee? Wat was er te grote voet, want dit snap ik niet helemaal goed. De voorzitter: Hij bedoelde de uitleg, hij vertaalde het naar zijn partij waarom de SGP op te grote voet leefde. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja. De voorzitter: Maar hij bedoelde waarop de gemeente op te grote voet leefde. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, ja. Ja. De heer Van Rijn: Dat …
Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nou ja, ik moet dan de eer geven aan mijn voorgangster die hier in de raad gezeten heeft, die heel vaak heeft aangegeven als we financieel, of het nou was over de jaarrekening of over de begroting, dat er uitgaven werden gedaan die dus naderhand ook bleken met incidenteel geld achteraf gedekt zijn, waardoor het een hele tijd leek goed te gaan en dat men dus allerlei plannen had waarmee eigenlijk de financiële basis in Hoogeveen toch wel ernstig verzwakt is. En daar komen dan bij de uitgaven op het sociaal domein, dus in totaal zitten wij en heel veel gemeenten in Nederland inmiddels in de financiële problemen. Maar om dan dat gat maar weer opgevuld te gaan krijgen door juist weer bij de zwakkeren in de samenleving die echt afhankelijk zijn van allerlei regelingen, sociale regelingen om enigszins te kunnen participeren in de samenleving, daar kan ik geen goed woord voor over hebben. Dus u kunt zich voorstellen dat wij zeggen, ik ben het helemaal eens, we willen de Dolfijn behouden, we willen de Tamboer behouden, de bibliotheek, ga zo maar door, maar als er op een gegeven moment keuzes gemaakt moeten worden, hetzij OZB-verhoging, hetzij aanpassen van de kaders, uiteraard na overleg met de wethouder, wat de mogelijkheden zijn, we willen ook geen niet in de problemen komen met de provincie omdat wij onze begroting niet meer rondkrijgen.
Maar ik vind toch dat wij heel serieus moeten kijken van luisteren we nu eindelijk een keer naar de adviesraad en houden we op met die bezuinigingen te zoeken binnen het sociaal domein. Nou ja goed, bezuinigingen inwoners in een sociaal isolement, dat is al vaker gekomen. Mijnheer Bisschop zegt: dat valt onder uitvoering. Daar ben ik het voor een deel wel mee eens, maar het is wel goed dat het hier opnieuw benoemd wordt, ook door de cliëntenraad, dat door een stapeling van bezuinigingen, het wegvallen van regelingen die we inmiddels geschrapt hebben, mensen dus weer terugvallen naar de armoedegrens, waarvan we allemaal zeggen dat we het niet willen, en dat ze dus daardoor in een sociaal isolement komen. Inkomsten en uitgaven in balans, natuurlijk zouden wij dat ook heel graag willen zien, maar niet coûte que coûte. Over de P&C-cyclus, daar kan ik me ook bij aansluiten dat dat een goede zaak is. Daarmee, voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Pullen van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel voorzitter. We zijn een beetje aan het eind van de thema financiën en je zou bijna vergeten waar we het vanavond over hebben. Wij hebben bij de ChristenUnie landelijk kregen wij een bingokaart van het sociaal domein. Daar staan allerlei begrippen op, dus dat vond ik wel grappig om dat even te laten zien, want daar gaat het in feite om hè.
Al die dingen die we daarin doen, in gezin, in planmaatwerk, gezin centraal, PGB, nou dat zijn een paar woorden, keuzevrijheid, ik ga ze niet allemaal oplezen. We hoeven hier geen bingo te doen. De voorzitter: Ik wou zeggen, u heeft hem ondertussen niet ingevuld? Want dan … Mevrouw Pullen-Muis: Ik heb wel, ik heb het gedaan en er is ‘…’ van gemaakt. De voorzitter: Maar we hebben geen bingo gehoord, dat … Mevrouw Pullen-Muis: Nee daarom, maar toen ben ik er op een gegeven moment mee gestopt. De heer …: Als ze bingo doet, moet ze zingen. Mevrouw Pullen-Muis: Gaan we niet doen. Maar goed, even nu naar de serieuze kant van toch het sociaal domein. Ik zal even kort reageren als afsluiting voor wat betreft onze fractie. Budgetplafonds, wat ons betreft heeft Partij van de Arbeid dat prima verwoord. Denk ook dat de wachtlijsten dan gaan groeien, dus dat is denk ik niet een belangrijk, niet iets wat we moeten doen. Ten aanzien van inrichting incidenteel werkbudget lijkt
ons belangrijk om dat gewoon mee te nemen en daar onderzoek naar te doen. Dan sla ik ook net zoals het CDA even het laatste, het financiële eruit, over. De P&C-cyclus, daar hebben we vanavond al heel veel over gezegd. Voor de schulden en armoede, dat heeft niet zozeer echt een soort belangrijke voorkeer. Wat ons betreft moeten we dat wel meenemen ook bij de armoedeconferentie en bij de financiële controle. Maar goed, laten we daarin leren met elkaar. En dan naar de financiële verhaal, de 5,2 miljoen. Wij hebben vorige week ook, of twee weken terug ook wel gezegd al dat voor ons de grens op dat punt bereikt is. En die 5,2 miljoen, zeker, daar moeten we een oplossing voor zoeken. Vanuit de ChristenUnie zitten we daarin ook te kijken: hoe kun je daarin toch ook de druk op het Rijk weer opvoeren. Ik denk dat dat wel vaker gedaan is, maar dat moeten we blijven doen denk ik. En natuurlijk zijn er ook de voorzieningen zoals die allemaal genoemd zijn rond de bibliotheek en Scala, noem ik er maar even twee, ook heel belangrijk. Maar wat ons betreft is ook de OZB zeker bespreekbaar en bezuinigingen op andere domeinen.
Dus wat ons betreft is dat een integrale afweging, maar wij staan wel achter het fei… achter onze stelling dat de begrenzing van het sociaal domein voor die 5,2 miljoen zeker bereikt is, zeker na de tien, bijna tien miljoen die we de afgelopen twee, drie jaar al bezuinigd hebben. En volgens mij was dat toen met de notitie Samen Redzaam, waar onder andere het CDA aan meegewerkt, dat daar zelf ook bezuinigingen werden bedacht rond de OZB van 28 procent en verder. Dus laten we gewoon daarin alsjeblieft rond de kadernota met straks de nieuwe raad daar een redelijke en serieuze afweging in maken en dat vooral ook integraal met elkaar doen met de nieuwe raad die er dan zit. De voorzitter: Dank u wel voor deze woorden. En dan kijk ik nog eventjes naar wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja voorzitter, dank u wel. Er zijn een paar dingen waarvan ik denk dat het college de raad kan helpen. Ik, het college vindt het idee van een P&C-cyclus zoals die hier wordt genoemd voor het sociaal domein echt een heel goed idee, maar dan wel ook in de invulling die er door D66 aan wordt gegeven, namelijk dat je een keer in de vier jaar de principes die je neerlegt, dat je die evalueert, en dat je ook een goed gesprek hebt met de gemeenteraad over welke beleidsindicatoren je dan gebruikt in je uitvoeringsprogramma om die ook te meten.
Ik breng even in herinnering dat er een motie is aangenomen door de raad om te onderzoeken naar meer beleidsindicatoren. Misschien weet u dat ik vanuit het college daar ook steeds een beetje in verzet kom, omdat ik de raad wil duwen naar beleidsindicatoren die je vaststelt per beleidsterrein, zodat je aparte beleidscycli hebt. En eigenlijk is dit een voorstel wat daar precies op aansluit. Dus ik zou graag met de initiatiefnemers die hieraan zitten te denken graag in gesprek gaan om dat gewoon nader uit te vullen. En dan kunnen we misschien vanuit het college ook wel met een goede invulling komen, maar dat kunnen we dan ook prima verbinden met de gesprekken die we voeren rond de beleidsindicatoren. Dus ik denk dat we hier een prima pad hebben en dat dat ook wel naar een uitkomst gaan leiden. Dan de efficiencykorting waar het CDA om vraagt. Wij hebben uitdrukkelijk in het herontwerp gesproken over een mogelijke efficiencykorting op het sociaal domein om de druk op de ketel te maken. Daar is toen door het college van besloten om dat niet daar te doen, want, en dat vind ik nog steeds een hele goede redenering, wij gingen uit van een herontwerp op inhoud en dat zou leiden tot bepaalde besparingen in de uitgaven. Dus, en een efficiencykorting is natuurlijk eigenlijk gewoon een vrij botte bijl waarbij je geen inhoudelijke afwegingen maakt.
Maar wat hebben we wel gezegd? We hebben gezegd: maar de discussie over een efficiencykorting moeten we wel voeren voor de begroting als geheel. Dus die moet terugkomen in de kadernota. Dus het zal expliciet ook een onderdeel moeten zijn van de gesprekken die u voert in de kader, in het kader van de kadernota om de begroting sluitend te krijgen. Maar dan moet het een efficiencykorting zijn die je niet alleen laat landen in het sociaal domein, maar dat is een efficiencykorting die je als brede oproep moet doen en dat je daar ook een bedrag aan hangt. Dus ik denk dat in het kader van het mandje dat we u zullen presenteren voor de kadernota komt de efficiencykorting zeker ook als een van de opties voor u op tafel. Ja dan de
discussie die er is rond het werkbudget. Wij hebben natuurlijk de ambtelijke organisatie stevig aan de tand gevoeld over welke uitvoeringskosten zij denken te moeten maken bij de uitvoering van het herontwerp. Daar is het werkbudget van die 350.000 euro uitgekomen. Dat staat niet open voor reallocatie. Dus ik heb daar een procesvoorstel voor: laat nou ons gewoon eens op pad gaan en bij het eerstvolgende uitvoeringsprogramma kunt u ook gewoon evalueren of dat innovatief genoeg is voor u, of dat u daar andere stappen voor wil zitten. Dus laten we eerst even kijken welke stappen er worden gezet en of dat innovatief genoeg is, voordat u gaat realloceren binnen het werkbudget dan wel daar geld aan gaat toevoegen. Misschien is dat geld helemaal niet nodig en is het innoverend vermogen van het herontwerp zoals het nu is in de uitvoeringsprogramma al meer dan goed, dan genoeg. Dus is zou een procesvoorstel daarvoor willen doen, voorzitter. De voorzitter: Ja, er komt even een vraag van de heer Bisschop van de VVD. De heer Bisschop: Even een, dank u wel voorzitter, even een verduidelijkende vraag.
Is dit een toezegging dat u in ieder geval ook gaat kijken naar kunnen we iets innovatiefs in dat werkbudget meenemen? De heer Reneman: Ja maar voorzitter, ik vind de formulering iets innovatiefs en we moeten iets innovatiefs doen en we hebben een innovatiefonds nodig, die is voor deze eenvoudige wethouder echt te weinig concreet. Want volgens mij moet u zelf een oordeel vellen over of het innovatief genoeg gaat op het moment dat het uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld en uitgevoerd. Daar bent u zelf bij. Dus als u vindt dat dat meer innovatie nodig heeft, of dat u toch vindt dat er meer externen moeten worden ingevlogen omdat u dit ongestructureerde probleem onvoldoende innovatief of onvoldoende creatief vindt aangevlogen, kan u dat op dat moment beoordelen. Als u dat nu doet van tevoren, dan is het wel een beetje geld reserveren voor iets wat ook nog niet echt een bestemming heeft. Dus ik blijf bij mijn procesvoorstel, om dat gewoon even rustig af te wachten en het werkbudget zo vast te stellen zodat het college en de ambtelijke organisatie ook gewoon met de uitvoering van het herontwerp aan de slag kan. Dat waren mijn punten, voorzitter. De voorzitter: Oké. Wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, ik wou nog even wat zeggen over die budgetplafonds.
Binnen het sociaal domein, vooral binnen de Wmo heb je te maken met open einderegeling, en dat maakt het eigenlijk niet mogelijk om met budgetplafonds te werken. Na indicatie heb je gewoon acht weken om een beschikking af te geven en anders kan je gewoon in gebreke worden gesteld. Je kan wel budgetplafonds instellen, maar dan kan dat alleen op de niet-wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld een meerkostenregeling. Maar die discussie en die keuze is aan u. En overigens, bij de jeugd is een omzetbegrenzing en dan krijg je toch aan het einde van het jaar weer de discussie als dat plafond is bereikt of je moet weer een andere aanbieder inzetten. Dus budgetplafond is geen ei van Columbus. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even rond en dan kan ik toch ook wel constateren dat … O, de heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, ja ik heb nog twee organisatorische vraagjes aan het einde van deze avond. Ik lette vanavond op en ik dacht: misschien kan de wethouder Reneman daar even op reageren. Want hij gaf aan dat de termijn om amendementen in te dienen eigenlijk voorbij was, omdat de organisatie er ordentelijk op moet reageren. Moeten we dan de besluitvorming uitstellen, of wat is de gedachte daarbij? En mijn tweede vraag is: wij moeten dus vijf punten vaststellen volgens het voorstel, raadsvoorstel.
En bij punt 2 staat: het programmaplan Herontwerp Sociaal Domein 2022-2025 vast te stellen om binnen de kaders voor Schone lei te komen. Daar heb ik bij gezet: is dat niet een vrij onzinnige vaststelling?
De voorzitter: Wethouder Reneman. De heer Reneman: Dat laatste moet u even toelichten. Waarom vindt u het onzinnig? De heer Kreuze: Omdat aan alle kanten is aangege… Voorzitter? Sorry. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Kreuze: Omdat aan alle kanten is aangegeven dat het binnen Schone lei komen dus niet haalbaar is. Dus ik, waarom heeft dat die bijzin dan zo veel lading in wat ik ga vaststellen? Want ik ga dus als raad denk ik nooit vaststellen om binnen de kaders van Schone lei te komen. U betoogt in uw stuk niet anders. Dus dan kan ik hem niet vaststellen, want ik ga niet binnen die kaders komen. De voorzitter: Dus uw suggestie zou eigenlijk zijn van om dat laatste zinnetje van in de kaders van Schone lei, waarmee aan wordt gegeven: die taakstelling wordt niet gehaald, door dat zinnetje weg te halen kunt u wel mee leven om dan te zeggen: dan stem ik in met het programmaplan. De heer Reneman: Nou maar voorzitter, het is meer zinnig dan onzinnig, want doordat wij een miljoen in 2021 en nu twee miljoen voorstellen, komen we met drie miljoen beter binnen Schone lei met dit herontwerp dan dat we hiervoor zouden doen. Dus het is niet onzinnig, maar het is ook weer niet overdreven zinnig, voorzitter. Misschien kan u leven met de ambiguïteit van zo’n zin als die. Ja dan de kwestie van of, ja u moet zelf weten of u het uitstelt of niet.
Ik vind het prima als u het uitstelt als u nog amendementen in beraad heeft. U moet daar zelf over gaan. Ik wil u er echt op wijzen dat wij hebben met elkaar afgesproken dat het mooi zou zijn als amendementen nu gepresenteerd zouden worden, zodat we daar ook goed met elkaar over kunnen praten. Maar we weten ook hoe politiek gaat en het is echt uw eigen, ook uw eigen voorrecht om dat zo te doen. U kan op het allerlaatste moment nog een amendement indienen en daar kan u op het allerlaatste moment nog alle aandacht van het college op vragen. En we zullen ambtenaren uit hun bed bellen als dat nodig is, dat zullen we allemaal doen, maar we zijn er niet blij mee. De voorzitter: Dan zal ik op dit punt even ingrijpen voordat de heer Kreuze straks over als de ochtendgloren van de volgende dag al aanbreekt weer belt. Ik zit even, want hij zegt iets over bij punt 2, het programmaplan. Daar staat alleen maar: het programmaplan Herontwerp Sociaal Domein 2022-2025 vast te stellen, punt. Daar staat verder geen zin meer over in de gedachte, of in de kader of in het lijn van de Schone lei. De heer Kreuze: Voorzitter, dan heb ik denk ik de oude versie uitgeprint en bij mij, want het college is dus voorzienig daarin geweest. Fantastisch. De voorzitter: Printen is ook nog niet echt innovatief hè. 4.
Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Dan komen we hierbij aan het eind van deze avond en ik kan toch wel constateren dat toch iedereen zich wel weer thuis voelt in deze raadszaal. Van acht, half acht tot bijna half twaalf. Ik wil toch wel iedereen bedanken dat we toch ten aanzien van dit onderdeel ruim tweeënhalf uur ruimte en aandacht hebt gegeven aan dit complex maatschappelijk debat. Drieënhalf uur al bijna. Nou, drieënhalf uur bijna alweer. Ik wou nog zeggen: veel wijsheid en allen let op en goed thuis, want nou moet iedereen wel weer op pad ‘…’ dat digitaal wat makkelijker was. Dus ik wil u allen bedanken voor deze avond en sluit deze vergadering.