CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Raadsavond 16 februari 2023

Raadsavond 16 februari 2023, gemeente Hoogeveen25.357 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ja, dat hebben ze dus aangegeven. Dus een van mijn vragen was: is het dan niet verstandiger, is het dan niet beter dat je die dan ook … Het heeft niet direct op deze nieuwe investering, maar dat we een totaalbeeld krijgen, oké, dit zijn de kapitaallasten straks. Maar straks, er liggen ook nog even wat … De heer …: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? Want ik hoor nu allemaal technische vragen voorbijkomen die volgens mij voorafgaand aan een debatronde horen plaats te vinden en die worden nu gesteld. Volgens mij is dat niet de bedoeling. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik wil gewoon … De voorzitter: Volgens mij licht hij even iets toe om te komen tot een debatpunt. Daar wacht ik op. De heer Van Rijn: Exact. De voorzitter: Anders dan ga ik u echt onderbreken. De heer Van Rijn: Exact, dat heeft u goed begrepen, want ik wil gewoon graag even in een debatpunt zeggen, is het niet beter om ook … Dat we een totaalbeeld krijgen in een financiële plaatje: dit zijn de oude kapitaallasten die nog op de huidige sportaccommodaties drukken. Dit gaan we dus even … Dus uiteindelijk de totale … Dat is gewoon, even met elkaar bespreken: is dat niet beter, dan zetten we dat in het vervolg erbij. Dat is gewoon even mijn … De voorzitter: Ja, u wilt het totaal van de kapitaallasten betrekken bij het geheel om een beslissing te kunnen nemen. Zo begrijp ik het?

De heer Van Rijn: Ja, dat je daar even zicht op hebt. De voorzitter: En wilt u dan een antwoord van college eerst of dan direct … De heer Van Rijn: Nee, want dat antwoord van het college dat heb ik. De voorzitter: Ja, oké, maar aanvullend. Oké, dat was uw bijdrage? De heer Van Rijn: Nee, nog één punt, want in het beslisdocument zegt het college, want wij willen graag die financiering anders. Het college wil hier een investering van maken, meteen lange termijn schulden. Wij zouden dat graag anders willen hebben, dus daar heb ik ook vragen over gesteld. Maar dan zegt het college: echter als de investeringen gefinancierd worden uit het woningbouwplan, dan worden de investeringslasten direct genomen en gaat het ten koste van het resultaat in het woningbouwplan. Nou, dat woningbouwplan, daar zijn we inmiddels uit, dat is een foutje hier, daar moet staan ‘…’ met de grondexploitatie gaat dat resultaat naar beneden. Maar het college zegt een eindje verder: ja, nee maar dat kan niet, want zo’n investering voor de sport die moet geactiveerd worden in de … De voorzitter: Ik onderbreek u, maar ik begrijp dus dat u suggereert dat het resultaat voor een deel ook bij de … Van de woningbouw, zeg maar, bij anderen een andere bestemming krijgt, bij de ‘…’. Zo zegt u dat? Is dat de suggestie die u doet? De heer Van Rijn: Nee, ik wil dat gewoon als debatpunt inbrengen.

Kunnen we ook naar deze vorm van de financiering kijken, want het college noemt het investering. Maar je kunt het ook zeggen: het zijn ontwikkelingskosten, want het geeft ook in het beslisdocument, in de eerste zinnen aan van: let op, als wij geen woningbouw zouden … De voorzitter: Mijnheer Brand, ik denk dat voor iedereen uw punt wel duidelijk is. De heer Van der Heide: Helemaal niet. De voorzitter: Helemaal niet. Oké, nou, dan gaan we even kijken wat … De heer Van Rijn: Het college geeft aan: als er geen woningbouw plaats zou vinden, dan was die verplaatsing van de sport ‘…’, dat is gewoon heel simpel, hè? Dus met andere woorden: was er geen woningbouw, dan hoefde die niet verplaatst te worden. Dus wij, onze stelling is: noem het nou niet investeringskosten, die verplaatsing, maar noem dat ontwikkelingskosten. Dan hoef je ze niet, dan kan het in één keer gewoon op die gronden kan het gewoon verrekend worden. Nou, dat wil ik gewoon als debatpunt. Hoe kijken hier de andere fracties tegenaan als we die kant van financiering gaan doen. De voorzitter: Ik hoor ook wel dat u eigenlijk eerst het antwoord van het college daarop wil. En is het nu wat duidelijker voor mijnheer Van der Heide, want die gaf aan dat hij het niet begreep. Maar nu is het wel duidelijk. De heer Van der Heide: Ja, ik snap het nu en volgens mij hebben wij dezelfde vraag in onze fractie gesteld.

De voorzitter: Goed, dan heb ik volgens mij … Ja, iedereen heeft een bijdrage kunnen leveren. Ik stel vast dat er een aantal vragen voor de wethouder zijn over de verlichting, van de VVD en mede gesteund door Forum voor Democratie. D66 vroeg nog iets over het proces, dat het echt ook een of we nu echt ook wel in het

proces al een rol hebben gehad, ja of nee. En de vraag aan de raad was of we de werkwijze van het college ondersteunen. Dat heb ik zo op zo’n manier opgeschreven. Mevrouw …: Nee, dat was niet wat ik vroeg, maar ik neem aan het college het wel heeft begrepen, want ik heb daar contact over gehad met de wethouder. Dus ik denk dat die wel weet wat ik graag wil horen. De voorzitter: Ja, en dan wachten we even de antwoorden van de wethouder af ten opzichte van de vragen van de SGP. Ik ga even kijken nu naar mijnheer Bisschop van het college. Dank u wel. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik beginnen met dank te zeggen voor het proces dat we samen met de verenigingen hebben doorlopen in dit verhaal. Een aantal van u hebben dat ook geduid van ik denk dat we daar ook binnen die samenwerking, he, ons motto in de colleges verbinden en verbeteren, dat dit echt wel ook wel een proces is geweest waar we met zijn allen trots op kunnen zijn. De verenigingen trots op kunnen zijn, dat ze daarin heel goed hebben meegedacht en wij als college dat we daar aan de andere kant ook goed hebben kunnen luisteren naar wat de wensen zijn, dat we niet altijd alle wensen kunnen inwilligen, dat is ook duidelijk.

Dat is ook duidelijk bij de vraag naar verlichting die de VVD, volgens mijn administratie PvdA ook heeft aangegeven en, even kijken of ik er dan nog eentje vergeten ben, in ieder geval een aantal partijen hebben aangegeven iets over de verlichting te willen weten. Waarom het pupillenveld niet de verlichting krijgt die het verdient. Nou, er staan op het ouwe trainingsveld staan de verlichtingsmasten. Dat zijn met oude lampen en ik denk in de huidige energiesituatie is het niet handig. Maar op de trainingsvelden en het pupillenvelden is geen trainingsveld, geven wij als gemeente zorgen we dat daar verlichting is op de voetbalvelden, op de speelvelden, doen we dat niet. Dat doen we bij geen enkele vereniging. Dus alle verenigingen op voetbalvelden, dus waar gewoon wekelijks op gevoetbald wordt, dus niet getraind wordt, daar is de vereniging verantwoordelijk voor de verlichting. We hebben nu met de kunstgrasvelden natuurlijk een heel andere situatie, want op de kunstgrasvelden wordt er gewoon getraind en daar verzorgen wij dus ook de verlichting. Dus dat is het grote verschil in het verhaal. Het pupillenveld niet. Wij zijn wel in gesprek geweest met Elim en we hebben ook aangegeven met Elim samen van wat de mogelijkheden zijn voor de club om vanuit subsidiepotjes daar iets te kunnen betekenen.

Die gesprekken, die zullen we zeker nog wel voeren om te kijken van goh, Elim, wat kun je doen vanuit eigen middelen dan en samen met eventueel subsidie om die verlichting toch mogelijk te maken. Dat is in ieder geval het uitgangspunt dat we nu hebben liggen. Dat is verlichting. Nou heb ik hier een aantal vragen, dat is van D66, over wat maakt dat dit niet is meegenomen? Dat gaat over het financiële deel. Over kapitaallasten, van de SGP, de activeringsvraag, ik denk dat we daar ook nog even een toelichting op moeten geven. Maar die bal pass ik graag even door, om in sporttermen te beginnen. Of dat nou een korfbal of een voetbal is, naar de heer Reneman. De voorzitter: Dank u wel dat u dat aangeeft. Mijnheer Reneman, ja, ik zie u. Dan kunt u de antwoorden geven op de vragen van de SGP en D66 met name. De heer Reneman: Dat zal ik doen, mevrouw de voorzitter. Ja, de vraag van mevrouw Rutgers is eigenlijk van u heeft nu van ons een raadsvoorstel voorgeschoteld gekregen waarin u een investeringsbesluit wordt gevraagd te nemen. Normaliter doen we dat niet zo tussendoor, normaliter doen we investeringsbesluiten bij de kadernota. Dan krijgt u alle investeringsbesluiten die u in het jaar dat komt, zult nemen. Dan heeft u een integraal overzicht. Dus het klopt dat dat de juiste manier van werken is. Daar staat tegenover dat het kan gebeuren dat het verstandig is om dingen te versnellen.

Dat doet zich nu ook voor, hè. Want we weten dat de bouwkosten langzaam maar zeker stijgen, dan zal dat voor dit project ook steeds nadeliger zijn. Dat is een belangrijke reden om dit sneller voor te rijden. Het kan ook, hè, en er is ook behoefte aan woningen, dus daar zit ook al iets van tijdsdruk op en in dit geval is het ook nog belangrijk om te realiseren dat er ook nog

inkomsten tegenover staan. Dus als je je afvraagt van hoe groot is nou de inbreuk op ons budgetrecht? Dat is niet zo heel groot, omdat als je die zeven ton uitgeeft, daar staan ook weer inkomsten tegenover. Dus het gaat de speelruimte van de raad in de integrale afweging ook weer niet heel erg raken. Nou, dat waren voor ons de overwegingen om het toch nu voor te rijden en het vooruit te laten lopen op de kaderbrief en wij adviseren ook om dat besluit ook gewoon nu zelfstandig te nemen, want dan kunnen we verder. Dan kom ik bij de drie vragen die ik heb opgeschreven van de heer Van Rijn. Kijk, de heer Van Rijn die vraagt zich af: zijn er aktes? Nou, dat zijn de aktes waarin wij hebben gezocht naar om terug te gaan hoe wij aan deze gronden zijn gekomen. Dus die aktes, die zijn er, want daarin hebben we gekeken. We hebben op een gegeven moment wel opgehouden met kijken want ja, hoe belangrijk is dit nou voor het stuk dat voorligt? Die gronden zijn van ons, dat is zeker, anders zouden we dit ook niet bij u voorrijden. En op een gegeven ogenblik houdt de informatiebehoefte van een raadslid versus wat is eigenlijk noodzakelijk nog voor de besluitvorming, daar zit ook een einde aan. Dat geldt ook een beetje voor de vragen die hierna komen. Dat zeg ik een beetje met een bezwaard gemoed, want ik heb ook de heer Van Rijn ook al een paar keer gesproken hierover.

We hebben ook technische vragen erover beantwoord. Op een goed moment is het ook een beetje voorbij, hè, dan hebben we genoeg erover gesproken en het kan zijn dat het goed is om dit soort zaken ook nog een keer met u te bespreken, maar dit zijn heel financieel technische zaken, die raken enorm de rechtmatigheid van het besluit wat er nu voorligt en u bent allemaal eens over de doelmatigheid, inclusief de heer Van Rijn. Maar goed, als een raadslid vragen stelt, dan ga ik ze beantwoorden. Is het verstandig om de kapitaallasten, zoals die nu zijn, mee te nemen in het voorstel, zodat u een goed overzicht heeft? Ja, dat is zo, maar bij afgeboekte zaken zijn er geen kapitaallasten en nemen we ze ook weer niet mee. En het maakt voor het voorstel niet zo heel veel uit. Maar in de plussen en de minnen voor de integrale kwestie zou het wel goed zijn geweest om daar wat over te zeggen. Dan de kwestie van moeten we nou activeren versus kan je in één keer afschrijven. Dit is voor de kijkers thuis best een moeilijke aangelegenheid. Maar ik ga ook niet proberen om dat uit te leggen. Maar wat wij doen, wij moeten sportvoorzieningen activeren. Die moeten wij zelf in onze begroting opnemen. De kapitaallasten die dat met zich meebrengt, maar minstens zo belangrijk de onderhoudslasten die dat met zich meebrengt, die moeten wij in onze begroting hebben.

Dat kunnen we niet in één klap doen in de grex, je kan namelijk dat onderhoud niet afkopen, dat is namelijk voor zolang dat gebouw er staat en die kapitaallasten, die zijn ook voor een heel lange tijd en op een gegeven blik moet die grex ophouden. Dus je kan dat er niet inbrengen. Dat mag wel, het is alleen heel ongewenst. Het maakt dat je het heel moeilijk hebt. Dus wat wij doen is de manier waarop het moet, wat ons betreft, en mijn advies aan de raad is om u zich daar gewoon bij neer te leggen. Dat is mijn advies. De voorzitter: Dat is uw reactie op de vragen van met name de SGP dan, denk ik. Ik mag concluderen, denk ik, op basis van het antwoord en dan kijk ik even naar mijnheer Van Rijn, dat het volgens mij ook duidelijk is dat de vragen die u technisch ook gesteld hebt, daar zijn op een gegeven moment allemaal antwoorden op gekomen, dat als u straks, richting besluitvorming, als u dan, volgens mij, nog het nader wilt bespreken, dat de heer Reneman daar zeker toe bereid is. Maar ik denk dat het voor nu misschien dan wel goed is om dit punt af te ronden.

Mag ik dat zo concluderen? De heer Van Rijn: Nou, voorzitter, ik ben blij dat hij in ieder geval even uitleg gegeven heeft dat als we dit soort besluiten nemen en er zitten nog oude kapitaallasten op, dat die dan gewoon eventjes is op een zijbriefje of een kanttekening daarbij te hebben, zodat als wij de besluiten, want het gaat wel ergens over. Want als dit zo doorgaat, dan is toch de totale schuldenlast van die sportaccommodaties zowat 1,2 miljoen. De voorzitter: Mijnheer Van Rijn.

De heer Van Rijn: Ja, nee, maar dat is even iets anders als 718. De voorzitter: Ik vroeg of u akkoord kon zijn met de antwoorden en met het proces wat ik net voorstelde, of u daarmee met mijnheer Reneman even verder nog zou kunnen spreken als we echt het besluit ga nemen over veertien dagen of drie weken moet ik zeggen, trouwens. De heer Van Rijn: Zeker, maar ik mag hem graag wel eens een keer spreken, dat is helemaal niet ... De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan wil ik de vraag stellen: zijn de andere vragen allemaal voldoende beantwoord die door het college zijn … Behalve het debatpunt nog van D66, want dan wil ik daarmee, zeg maar, de debatronde af gaan ronden, want volgens mij is er nog een debatpunt en dat is dat D66 vraagt of de raad het ermee eens is … Wacht, ik wil even mijn zin afmaken, mijnheer Van Rijn. Of de Raad het ermee eens is dat, zeg maar, die investering naar voren wordt gehaald en niet met de integrale afweging, zo heb ik het begrepen. Klopt dat, mevrouw Rutgers? Mevrouw Rutgers: Ja, dat klopt dat we dus eigenlijk hiermee instemmen, dat we afwijken van onze eigen afspraken. De voorzitter: Precies. Nou, wie wil daarop reageren vanuit de raad? Mijnheer Van der Heide en mijnheer Pomper zie ik. De heer Van der Heide: Ja, ik wil daar wel op reageren, want de beantwoording van de wethouder op dat punt is hartstikke helder.

En als je ook even het totaal bekijkt, de optelsommen, de aftreksom, dan lopen we financieel gezien geen enkel risico en ik denk dat dat ook verstandig is om ook het woningbouwprogramma flink de vaart erin te zetten, want er wordt … We hebben al moeite genoeg om aan de gang te komen met de woningbouwprogramma, dus laten we vooral in deze in deze praktisch handelen en ermee aan de slag gaan. En ik zou zeggen proces en protocol. Maar ga ook vooral terug naar je rol. Daar zijn we voor, we zijn er voor onze inwoners om dit soort zaken goed en snel voor elkaar te krijgen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Heide. Mijnheer Pomper. De heer Pomper: Ja, eigenlijk aansluitend op de mijnheer Van der Heide. Kijk, ik begrijp mevrouw Rutgers wel. Kijk, we hebben inderdaad het een en ander afgesproken erover, maar soms moet je ook inderdaad kijken van wat is nou ook echt wijsheid in deze. Gelukkig hebben we daar ook een debat over en mogen we er ook nog wat van gaan vinden. Dat is al meer dan voldoende om te zeggen van ja, dan moeten we even over die regels die we onszelf hebben opgelegd, heenstappen om iets te gaan bereiken wat ook ten goede komt van het dorp en de omgeving en uiteindelijk onze gemeente. De voorzitter: Ik mag concluderen dat u dus, zeg maar, nu wel begrip hebt voor deze dit plan. Anderen? Mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, ook ik begreep die vraag heel goed.

Maar soms is snelheid geboden en dan moet je dan afwijken van je protocol. Dus ik vond het een heel mooie opwerking van de heer Van der Heide en ja, want anders gaat het proces, zeg maar, onnodig vertraagd worden en dat is onwenselijk. Dus ja, wel scherp opbouwen, maar soms moet je mogelijkheden hebben om er iets vanaf te wijken.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Rijn. Ik zag de vinger van mijnheer Kreuze en mijnheer Vos. Mijnheer Kreuze heeft het al een paar keer gedaan. De heer Kreuze: Ken ik het systeem. Voorzitter, ja, scherp van D66 en ik zei al, de kadernota is vroeg, maar het is te overzien, wat ons betreft. Sterker nog, we hadden mogen willen dat we in 2020 zulke overzichtelijke financiële problemen hadden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kreuze. Dan mijnheer Vos van Forum voor Democratie. De heer Vos: Dank u, voorzitter. Ja, voor ons ook: nood breekt wet. De voorzitter: Kort maar krachtig. Willen er nog anderen reageren? Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Nou, ik heb niet echt veel toevoegingen. Ik sluit me aan bij de heer Van der Heide. Ik denk dat die het juist omschreven heeft. Dus we snappen het punt wel, maar we zien ook de noodzaak in van snelheid. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Dekker. De heer Dekker: Wij sluiten ons ook aan, vooral bij wat de heer Van der Heide zegt. De voorzitter: Ik zie nog een hand van mijnheer Meesters. De heer Meesters: Ja, als iedereen dan wat erover zegt, dan zal ik ook niet achterblijven.

Maar ik hou het kort: ik vind het goed dat de D66 dit punt naar voren brengt, want uiteindelijk is het natuurlijk wel we maken een afspraak met elkaar en we wijken er vanaf dus hoe gaan we daarmee om? Aan de andere kant, de beantwoording van de wethouder en de reactie van de heer Van der Heide, die zijn wat mij betreft ook voldoende en behoeft wat mij betreft geen verder debat. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meesters. Ik kijk naar mevrouw Rutgers, want ik verwacht dat u, nou, gehoord hebbend wat er nu gezegd is, dat u daar een soort conclusie aan kunt verbinden voor uzelf. Mevrouw Rutgers: Dat klopt helemaal. Ik wilde vooral ervoor zorgen dat de raad zich realiseert dat we afwijken van onze eigen afspraken. Nou, dat realiseert iedereen zich terdege, heb ik begrepen, en daarmee is het voor ons voldoende. De voorzitter: Oké. Dan begrijp ik dus dat dit debatpunt is afgerond en dat we, volgens mij, over kunnen gaan tot het afronden van het debat. Volgens … Mijnheer Van Rijn heeft nog een pen in de lucht. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik had nog twee debatpunten die ik hier wilde bespreken.

Nou, het ene heeft het college aangegeven dat het beter is over die kapitaallasten en daar overwegen wij dus een motie over in te dienen, dat als wij dit soort besluiten krijgen en zouden er nog oude kapitaallasten in dat gebied wat er betrekt, dat die dan gewoon even in een kantlijn wordt meegenomen bij het raadsbesluit, zodat we er beter zicht op hebben. Het andere is, dat is die … De voorzitter: Voor mijn begrip en ik denk ook voor de volgorde handig, begrijp ik dat u een soort amendement gaat aankondigen waarin u over de oude kapitalisten? De heer Van Rijn: Nee, ik wil gewoon een motie.

De voorzitter: Een motie, oké. De heer Van Rijn: Waar we het college oproepen: college, let erop, als we dit soort besluiten, doe gewoon even in de kantlijn die oude kapitaallasten en de schulden die daar nog op drukken, want dit blijft wel voortduren, ook al doen we een nieuwe investering. Dat is gewoon even dat we er zicht op hebben. Meer niet. De voorzitter: Kan ik vragen aan de rest van uw raad hoe u daar tegen aankijkt? Ja, ze zitten daar allemaal lawaai te maken, dus vandaar. Ik zag de hand van mijnheer Pomper als eerste en dan mijnheer Kramer en dan mijnheer Kreuze. De heer Pomper: Ja, we wachten de motie wel af. De voorzitter: Dan mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ja, ik volg de woorden van de wethouder, ik leg het even naast mij neer. De voorzitter: Oké, en dan mijnheer Kreuze. De heer Kreuze: Wij zien de motie graag tegemoet. De voorzitter: Oké, nou, dat is het? Dan gaan we naar het laatste debatpunt van u. Wilt u die kort toelichten? De heer Van Rijn: Ja, dat gaat namelijk over dat anders financieren in plaats van dat je zegt, ik gaat het een investering noemen, ga je het ontwikkelingskosten noemen en dan wordt gewoon de hele schuldenlast ten laste gelegd van de gronduitgifte. Mevrouw Rutgers: Even een punt van orde. Volgens mij was net al afgesproken dat de heer Van Rijn even een kop koffie met de heer Reneman zou gaan drinken. De voorzitter: Dat was een ander punt.

De heer …: Beste mensen, ik vraag … De voorzitter: Wacht even, ik wil even de orde handhaven, als het kan. Mevrouw Rutgers die roept dat het al toegezegd is en mijnheer Reneman wil nu reageren. Mijnheer Reneman, wilt u een aanvulling geven? Mevrouw Rutgers: Hij wil geen koffie meer. De heer Reneman: Voorzitter, ik heb de heer Van Rijn al een paar keer uitgelegd hoe dit zit. We hebben ook schriftelijke vragen hierover beantwoord. Wat het college betreft is de informatievoorziening aan de raad hier up to date en volledig en het college sluit hiermee de informatie uitwisseling over dit onderwerp. Met liefde over elk ander onderwerp wil ik met wie dan ook een kop koffie drinken en ik betaal het ook nog, het maakt mij echt niet uit. Maar soms moeten dingen gewoon een punt krijgen. De voorzitter: U roept de raad dus nu op of in ieder geval via uw appel om hier ook een punt te zetten. Mag ik dat concluderen? Kunnen wij daarmee instemmen met elkaar of is dat te snel door de bocht? Ik zie knikkende hoofden, behalve de vinger van mijnheer Van Rijn. Gaat uw gang, nog even kort.

De heer Van Rijn: Voorzitter, ik breng hier gewoon een debat … Ik wil gewoon vragen aan de andere fracties: hoe zien jullie daar tegenaan als het op zo’n manier ‘…’. De voorzitter: Goed, dat is helder. Ik zag dan mijnheer Meesters, dan mijnheer Kreuze en dan mevrouw Rutgers en dan ronden we het echt af, dit punt. Gaat uw gang, mijnheer Meesters. De heer Meesters: Voorzitter, ja, investeren of inderdaad in de grex inbrengen. Volgens mij heeft de wethouder daar net een helder antwoord op gegeven. Een grondexploitatie is vaak voor een bepaalde tijd om de ontwikkeling mogelijk te maken, maar inderdaad de aanleg van verlichting en dat soort zaken, dat gaat veel langere tijd over, dus wat mij betreft is dit geen discussie. Volgens mij wordt hier door de gemeente op de rechtmatige manier met de financiële middelen omgegaan en ik heb verder geen behoefte om hier lang over door te bomen en ik vind het eigenlijk jammer dat de heer Van Rijn zo lang aanhoudt op dit onderwerp, want ik heb hier wat moeite mee, met dit gedram. De voorzitter: Oké, helder. Dank u wel, mijnheer Meesters. Dan mijnheer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, het CDA raadt gewoon aan om bij het BBV te blijven en dan is alles duidelijk. De voorzitter: En de reactie van mevrouw Rutgers.

Mevrouw Rutgers: Nou, ik wilde eigenlijk als eerste en ik dacht: misschien kunnen we even stemmen of iedereen het eens is met reactie van het college, dan hoeven we niet het hele rondje te doen. Dat was ook mooi geweest. Maar niks meer dus, nee. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het voor nu wel duidelijk is dat we dit afkunnen ronden en dat het onderwerp naar besluitvorming kan over drie weken, moet ik zeggen. 4. Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Ik dank u voor uw bijdrage, allemaal, en ik sluit hierbij de vergadering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12457990/2