Transcript Raadsavond 11 januari 2022
Tekst van het document
kunnen realiseren. Je hebt heel concreet, als het gaat om de SWW, dan gaat het om het uitgangspunt, collega Tabak zei dat al, dat we willen naar streven om de preventie en voor voorliggende voorzieningen, algemeen voorliggende voorzieningen, om die zo gericht mogelijk in te zetten. Dus daar waar het meeste effect heeft. En we hebben ingeschat dat op de taken die de SWW uitvoert dat daar, als je dat heel gericht doet, dat dat leidt tot een besparing van 250.000 euro. En we hebben aangegeven aan welke taakvelden je dan moet denken. En dat bedrag is ingeboekt, om het maar zo te zeggen, met potlood dan, vanaf 2023. Dus dat betekent dat we dit jaar, 2022, nog hebben om te kijken of dat lukt. En dan gaan we langs de lijnen van de inhoud kijken hoe ver we kunnen komen. Maar dan gaat het in twee stappen: eerst is aan u als raad de vraag, vinden wij het verstandig om dit gesprek met de SWW te voeren om te kijken of je met gerichtere algemene voorzieningen en gerichter inzetten van preventie een besparing kunt realiseren? Dat is eerst, dat is de vraag op inhoud aan u als raad. En vervolgens is het aan ons om in gesprek met de SWW duidelijk te maken wat dat dan aan besparing zou kunnen opleveren. Dus het is duidelijk een tweetrapsraket waar we dit komende jaar ook nog voor hebben. En daar ook de ruimte voor zouden willen nemen. De voorzitter: Oké, wethouder Reneman nog als aanvulling.
De heer Reneman: Ja, maar meer in zijn algemeenheid geldt natuurlijk dat alle taxaties die we gemaakt hebben van besparingen, the proof of the pudding is in the eating, dat moet ook nog maar blijken of dat zo is. Het kan ook zijn dat het meer is, want we hebben zo realistisch mogelijk ingeschat. Maar het kan ook zijn dat als u vindt dat een bepaalde besparing of een bepaalde weg niet moet worden behandeld, ja, dan kan besparing niet worden ingeboekt in de begroting. En dan daalt het opgehaalde bedrag en dan wordt het probleem voor de begroting natuurlijk groter. Als het gaat om SWW, die 250.000 euro is niet uit de lucht komen vallen. We hebben echt wel nagedacht over wat er eventueel mogelijk zou kunnen zijn. En we hebben wel vertrouwen dat er 250.000 euro aan besparingen mogelijk is. Maar we zijn daar … natuurlijk moeten we in gesprek gaan met de SWW en het moet nader worden uitgewerkt. Dus het is niet extreem onzeker maar het is ook niet heel erg zeker. Daartussen zit het. De voorzitter: Oké dank u wel. Dan wou ik even voorstellen: ik heb degene die een handje op hebben gestoken, ik zie dat de heer Bisschop het nu ook heeft gedaan, die schrijf ik er ook weer bij. Ik heb de heer Scheffers, mevrouw Rutgers, mevrouw Van Hien, de heer Scho… of sorry, mevrouw Schonewille, de heer Giethoorn, mevrouw Bouius en de heer Bisschop.
Ik wou nu eerst even voorstellen om even vijf minuten even een plaspauze, strek je benenpauze, even in te voeren. Omdat we dan eventjes weer verder kunnen omdat we toch al ruim een uur zo bezig zijn. Ik zie nog een vinger van mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen: Ja, ik had die ene vraag nog over integrale werken, over die doelstelling, is daar nog een reactie op? Dat die doelstelling anders geformuleerd wordt, kan worden in bijlage huppelepup. Dat gaat over integraal we… De voorzitter: 2.1 B6. Mevrouw Pullen: Ja. Integraal werken, ja. Dat is mijn ene korte vraag. De voorzitter: Wethouder Reneman. De heer Reneman: Voorzitter, ja, kijk die formulering en dubbele ontkenning is natuurlijk altijd lastig maar wat hier wel wordt bedoeld is niet te zeggen dat het doelmatig is. Je ziet dat er wel heel veel doelmatigheidswinst te behalen is op het moment dat je integraal gaat werken, dus dan de gedachte is om integraler te gaan
werken en daarmee doelmatiger te worden, maar meteen al uit te sluiten dat het, de manier waarop het nu georganiseerd is niet in zichzelf ondoelmatig is. Vandaar dat je hier die dubbele ontkenning tegenkomt. Ik denk dat het wel precies is zoals het er staat, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen: Ja, maar er zit altijd een spanning op, bij die dubbele ontkenningen, dus vandaar. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u allen. Hierbij schors ik even vijf minuten, zeg maar twintig over komen wij weer. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, twintig over acht, we zijn weer aanwezig. Ik hoop dat iedereen even van de pauze gebruik heeft kunnen maken. We hebben hier net even een vleermuis uit de gemeente, uit de raadzaal kunnen verwijderen die de hele avond al om ons hoofd heen vloog, zeg maar. Dus we hebben ook even het nuttige met het aangename kunnen combineren. Het tweede deel van de informerende ronde en ik wil als eerste het woord geven aan de heer Scheffers van D66 om zijn vraag te kunnen stellen. De heer Scheffers: Dank je voorzitter. Ik hoop dat ik verstaanbaar ben. De voorzitter: Prima. De heer Scheffers: Oké. Ik wil in eerste instantie het college bedanken voor de zeer uitgebreide stukken die ze gestuurd hebben, ze hebben me de afgelopen dagen aardig van de straat weten te houden. Ik heb het aardig moeten doorlezen, veel werk. Ik heb een aantal of twee kleine punten eigenlijk.
Het eerste gaat even over de jeugdhulp. Dus, waar hebben we in het verleden, hebben wij als raad een aantal punten ingediend, ik heb ook gezien dat de meesten overgenomen zijn of in ieder geval verwerkt zijn. Maar ik heb één punt, dat gaat eventjes over het aansturen van de jeugdhulp. In die zin, laten we zeggen het aanvragen van de jeugdhulp. We hebben er wel eens over gezegd dat juist die toegang heel moeilijk te reguleren is. We hebben de POH’s, hebben de eigen toegang van de gemeente, we hebben ouders die zelfstandig een regeling zoeken, nou, noem maar op. Maar in het stuk staat, of tenminste in de prestatie werd er door de heer Van Houten werd op een gegeven moment aangegeven dat daar toch wel een stukje regulering inkomt. Dus mijn vraag is: hoe wil men dat gaan organiseren? En ik weet ook dat bijvoorbeeld een aantal huisartsen die hebben geen POH, die willen ook geen POH. Dus mijn vraag is: hoe wil men dat gaan organiseren? En de tweede vraag is eigenlijk een wat meer algemene vraag. Dat is: er is heel vol overleg geweest met heel veel organisaties en met heel veel mensen die op één of andere manier ingesproken hebben of in ieder geval een visie erover gegeven hebben. Heeft het college het gevoel dat er voldoende, ja, informatie opgehaald is, dat er voldoende hierdoor toch voldoende draagvlak gekweekt is, nou noem maar op.
Of er eigenlijk, ja, heel veel overleg is gevoerd, voldoende om dit stuk goed naar buiten te brengen. Dat waren mijn twee punten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scheffers. Kijk ik, wethouder Ten Kate. De heer Ten Kate: Ja, laat ik beginnen met dat eerste punt. Ja, op zich een terechte vraag, van hoe kun je de toegang onder controle houden, om het maar zo te zeggen. Dat kan niet met één maatregel. We hebben onze eigen gemeentelijke toegang, daar hebben we, nou, redelijk eigen grip op, om het maar zo te zeggen. Al is het daar ook wel van belang, ook in de eigen toegang, dat daar waar je bijvoorbeeld aanvragen om voorzieningen afwijst en mensen gaan naar de rechter en dat gebeurt, of naar de commissie bezwaarschriften, dat je dat dan goed hebt geborgd in je juridische documenten die daarachter liggen. Dat is de stap die we met de verordeningen willen doen, of al hebben gedaan. En daar gaat u binnenkort ook wat gesprekken over voeren.
We hebben daarbij nog even goed naar laten kijken: sluit die verordening nou helemaal aan bij de visie en de gedachtegang die ook uitgaat van normalisatie en zelfredzaamheid en noem het allemaal maar op. Sluit dat nou goed aan? En we denken dat we op een aantal punten daar de zaak nog iets strakker kunnen formuleren zodat we ook daar waar we afwijzen, dat doen we niet zomaar maar beargumenteerd, dat we dat ook overeind kunnen houden. En er zijn, gebeurd nou eenmaal met enige regelmaat dat ‘…’ ouders of inwoners de gang naar de commissie bezwaarschriften en daarna naar de rechter maken. Langs de lijn van de huisarts moeten we iets anders doen en daar zetten we in op de POH maar zetten we ook in op gewoon regelmatige gesprekken met huisartsen als het gaat over: hoeveel verwijzingen zie je nu, wat voor een typen problematiek verwijs je door en kan het ook anders, zeg maar? Dus daar moet je ook dat kanaal inzetten. Dat zijn denk ik wel de twee belangrijksten. Dus zelf sturen, langs de lijnen van de huisarts toch vooral POH en dat gesprek aangaan over wat je ziet en dan de juridische kant borgen met de verordening die daar uiteindelijk ondersteunend aan moet liggen, aan is.
En misschien nog even vanuit mijn kant, maar ik weet niet welke van de andere collega’s daar nog iets over willen zeggen, uw vraag over: heeft u nou het gevoel dat u voldoende, nou, input heeft gekregen, zal ik maar zeggen? We hebben zeker als het gaat om maatschappelijke organisaties, cliënten-adviesraden en noem maar op, denken dat we wel zo ongeveer het hele veld, het veld dat actief is op het sociaal domein in Hoogeveen, nou, in de gelegenheid hebben gesteld. En vele daarvan hebben ook gereageerd, dus ik zou daar wel, nou ja, bevestigend op willen beantwoorden dat we het gevoel hebben gehad dat we dat toch heel breed hebben opgehaald. Maar ik zie een vinger bij mijn collega Tabak dus zij wil vast op dit punt aanvullen. De voorzitter: Wethouder Tabak, gaat uw gang. Mevrouw Tabak: Ja, dat wil ik zeker. Ja, ik denk dat wat belangrijk is, is dat iedereen die heeft willen meepraten, of je nou een organisatie bent of gewoon een inwoner, die heeft daarvoor de kans gehad. We hebben breed uitgevraagd, we hebben ook daar waar er bijvoorbeeld veel deelnemers waren, hebben we extra avonden ingezet. Dus iedereen heeft kunnen deelnemen en heeft zijn inbreng kunnen geven.
En tijdens die bijeenkomst, ik heb er veel bijgewoond, was eigenlijk ook altijd na afloop wederzijdse waardering zowel van onze ambtenaren voor de input die geleverd is maar ook vanuit de mensen die de betrokkenen, de participanten, die vonden het heel fijn om zo eens met z’n allen om de tafel te zitten. En ook de uitwisseling die onderling, dus tussen de deelnemers onderling op gang kwam, was heel waardevol en het heeft er ook toe geleid dat we hebben gezegd: dit moeten we eigenlijk vaker doen. Dus laten we dat nou gewoon één keer per jaar oppakken. Het is goed om van elkaar te weten wat we nou doen en waar we mee bezig zijn. Of dat nu ook leidt tot meer draagvlak, ja, dat is ook een beetje een discussie waarbij participatie niet altijd leidt tot meer draagvlak, omdat inbreng, iedereen heeft zo zijn eigen inbreng en dat staat of valt met wat zie jij nou terug van jouw inbreng in het uiteindelijke stuk. En daar zitten natuurlijk, dat is niet een-op-een terug te leiden op je inbreng. Want ergens moeten we ook natuurlijk een bestuurlijke afweging, een politieke afweging maken. Dus we kunnen niet iedereen zijn zin geven en dat zie je nog wel eens in participatietrajecten spaak lopen.
Maar ik moet zeggen dat, dat ik dat niet vrees voor dit participatietraject omdat iedereen er heel constructief inzat en bij echt de meeste deelnemers ook wel het besef was dat er iets moest gebeuren omdat de gemeente in financieel zwaar weer zit. Dus ik vond het in ieder geval heel zinnige en nuttige sessies. De voorzitter: Oké, dan kijk ik nog even, ik zie nog twee andere wethouders die hun hand opsteken. Wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Ja, heel kort nog even ter aanvulling. We hebben een nota participatie, die is natuurlijk vrij uitgebreid en ik twijfel er ook niet aan dat de heer Scheffers dat heeft gelezen. Maar dat is een mooie ook
voor volgordelijke verslaglegging van wat er allemaal is gebeurd. En tot slot, ja kijk, zoals het nu is georganiseerd vinden heel veel mensen, of vinden een aantal mensen, een aantal groepen, het ook niet goed. Dus we proberen het beter te doen, dus als je het hebt over het draagvlak, ja, dan vertrek je niet vanuit een situatie waar hij niet goed is, maar ook niet vanuit een situatie waar alles goed is. Er is altijd wel iets waar mensen zeg maar toch verbetering willen en dat hangt ook heel veel samen met welke doelgroep ben je in gesprek. En, nou ja, dat zal dus nooit leiden tot maximaal draagvlak bij iedereen, zoals wethouder Tabak ook al aangaf. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja, heel kort nog even een ander zichtpunt op de participatie en wat dat heeft opgeleverd. Wij merken sowieso als college heel veel begrip in de Hoogeveense samenleving voor de situatie waarin het gemeentebestuur zich verkeerd. Dus er is altijd wel begrip voor de moeilijke financiële omstandigheden die er zijn. En wat de participatie in elk geval één ding heeft opgeleverd is dat iedereen bezig is om zijn schouders eronder te zetten om daar wat aan te doen. Dat heeft het sowieso opgeleverd. Of dan altijd meteen datgene eruit komt waar iedereen tevreden over is, is echt vers twee.
Maar er is niemand die niet doordrongen is van het feit dat dit moet gebeuren en dat we deze stappen moeten zetten. En dat is niet draagvlak voor misschien bepaalde oplossingen maar wel draagvlak voor de richting die we opgaan als gemeentebestuur. En ik denk dat dat, ja, dat je zonder meer kan stellen, dat dat geslaagd is. Maar toch maar ter nuancering, dat vinden we sowieso in de Hoogeveense samenleving bij veel mensen. Mensen snappen echt wel dat we dit moeten doen. De voorzitter: Oké dank u wel. Dan kijk ik nog even naar mevrouw Rutgers, want het systeem viel even uit en u had uw hand opgestoken. Dus even de vraag of u nog vragen had. Mevrouw Rutgers: Ja, had ik. Nou, we hebben eerder vragen gesteld over of het sociaal domein niet eigenlijk een heel groot wicked problem is. Dat werd volgens mij wel erkend en tegelijkertijd toen gezegd: nou, laten we nou eerst dit project afronden voor we het sociaal domein ook echt als een wicked problem gaan aanvliegen. Tegelijkertijd zie je nu dat de, nou, financiële doelstelling die de raad heeft gesteld, dat die niet gehaald gaat worden en dat tegelijkertijd er ook al wel enkele ideeën in staan die neigen richting wicked problem-aanpak, bijvoorbeeld de opmerking over hoe kunnen we nou de demografie van Hoogeveen beïnvloeden.
Dus ik vroeg me af: is daar nog weer opnieuw naar gekeken of we niet dit probleem breder moeten aanvliegen en met niet voor de hand liggende gesprekspartners? Dat was één vraag. Mijn andere vraag heeft toch te maken met de term paradigmashift. Eerder werd gezegd: ja, dat is een term die niet iedereen kent dus dat is hier misschien niet de juiste term om te gaan gebruiken. Toen werd het herontwerp, nou, voor mijn gevoel is dat een afzwakking van wat we bedoeld hadden en nu is het nog verder teruggebracht naar doorgaan op de ingezette koers want die was eigenlijk zo slecht nog niet. Ik kan het toch niet helemaal rijmen met het gevoel dat wij overhielden aan de presentatie tijdens het traject van schone lei waarin, nou, het grootste deel van de raad volgens mij zwaar teleurgesteld de Tamboer uitging met het idee: het moet nu echt helemaal anders. Dus ik ben benieuwd, ja, enerzijds of u als college snapt dat die degradatie in terminologie toch wat ongemak oplevert en, nou, hoe u daar op reageert. Want ik kan het voor mezelf niet met elkaar rijmen dat wij het hebben over een paradigmashift en dat het nu afgezwakt is naar de ingezette koers was nog zo slecht niet. Nou, dat waren even voor nu mijn twee vragen. De voorzitter: Oké, dank u wel mevrouw Rutgers. Dan kijk ik even naar wethouder Reneman en daarna naar wethouder Tabak.
De heer Reneman: Ja, even iets over die terminologie en dat het afzwakken is. Want in zekere zin is het wel afzwakken van de koerswijziging die hier steeds voorstaat, als je van paradigmashift naar herontwerp gaat naar versterken van de route die we nu met elkaar lopen, dan veronderstelt dat een minder radicale koerswijziging dan waarbij het begon in de Tamboer. Maar wij hebben hem als visie betrokken bij ons herontwerp en dat hebben we niet voor niets gedaan. En de uitgangspunten die in de Tamboer werden gewisseld zijn ook de uitgangspunten in het herontwerp en in het programmaplan. En waar we achter kwamen is dat een heel groot deel van het werk in het sociaal domein al volgens die uitgangspunten gebeurde en dat was natuurlijk de vooronderstelling in de Tamboer, dat dat niet zo was. Maar dat blijkt voor een belangrijk deel wel al zo te zijn. Ja, dan … Wat moet je dan doen? Als het schip al een beetje op koers ligt, terwijl je veronderstelt dat hij de verkeerde kant op gaat, of moet je nou gewoon dan maar erkennen dat de koers van het schip eigenlijk wel goed is en dat je geen radicale koerswijziging hoeft door te voeren maar dat je het gewoon moet voortzetten. En wij stellen voor aan de raad om in deze lijn en in deze strategische werkelijkheid te gaan stappen en het op die manier te gaan beschouwen.
Dus dat je een sociaal domein hebt wat behoorlijk goed op orde is, waar natuurlijk altijd dingen aan verbeteren moeten. En, nou, wethouder Ten Kate heeft ook al gezegd: je moet scherp blijven zeilen aan de wind. Het blijft een wicked problem, daar zal ik zo nog wat over zeggen, dus dat betekent ook dat je altijd je beste inzet moet hebben en goed om je heen moet kijken ook hoe het anders kan en onverdachte en onverwachte mededenkers zijn denk ik altijd welkom. Alleen een radicale oplossing, een radicale wending, wij denken dat wij jullie moeten adviseren om dat niet te doen en deze weg voort te zetten. En dat denk ik dat het met zo’n wicked problem ook is, als je een wicked problem-benadering doet dan komt het sociaal domein weer onder een apart vergrootglas te staan terwijl we eigenlijk ook voorstellen om het sociaal domein te beschouwen als een onderdeel van het gemeentelijk werk als elk ander gemeentelijk werk. En dat betekent dat er altijd te leren valt, dat er onderhandelingen moeten plaatsvinden met het Rijk over de manier waarop we wettelijk toe worden gerust, we moeten met andere gemeenten spreken ook in de manier waarop we inkopen. Maar dat zijn allemaal dingen die op de normale weg voortgaan, zoals we dat nu ook doen.
En dat is eigenlijk wat we voorstellen, dus de reflectie die ik daarop heb, of die wij daarop hebben moet ik eigenlijk zeggen, is: ja, het klopt dat die radicale wending waar het mee begon en het gevoel dat daar was, nou, u kan best gerust zijn, dat was al voor een belangrijk deel. De voorzitter: Oké, wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, het is natuurlijk ook niet zo dat dat zomaar ineens is ontstaan. We zijn een jaar onderweg en we hebben het sociale domein vanuit verschillende invalshoeken bekeken. We zijn begonnen met een Quick scan, een nulmeting, we hebben de veronderstelling dat we veel meer uitgaan van dat dat de binnenkwam hebben we, noem maar even, gedebunked. We hebben van verschillende hoeken gekeken naar dat probleem. Vervolgens zijn we ook naar de raad gegaan helemaal aan het begin van het traject en hebben we gesproken over de leidende principes. Daaruit hebben we ook gewoon heel duidelijk begrepen dat de raad het belangrijk vindt dat er in Hoogeveen echt gewoon zorg is voor iedereen die dat nodig heeft en dat jullie ook belangrijk vinden dat mensen, ja, goed kunnen omzien naar dat vangnet, dat we dat ruimhartig ook hebben. Jullie hebben ook eerder al besparingen weggetikt omdat jullie die niet verantwoord vonden of sociaal vonden. Dus dat moesten we meenemen. En we zijn in gesprek gegaan met het veld.
En dan vervolgens is de conclusie: hé, maar eigenlijk is alles wat je wil in het sociaal domein, wat ook geadviseerd wordt, daar hebben we ook naar gekeken, wat zijn nou de landelijke ontwikkelingen, wat doen andere gemeenten, wat zijn dan de shifts binnen die andere gemeenten? Die stellen eigenlijk voor wat wij al deden, namelijk zorgen voor een stevig fundament want dat helpt je uiteindelijk in het verder uitrollen van die drie wetten. Dus het is niet ineens dat die paradigmashift van tafel is, nee, we zijn langzamerhand door het proces erachter gekomen dat er van een paradigmashift, dus een andere manier van kijken of denken over het sociaal
domein, leidt tot een andere manier van werken, leidt tot een besparing van acht miljoen, dat dat echt niet realistisch is. En ik kan me ook zo voorstellen dat je destijds in de Tamboer, zo’n presentatie, dat kan natuurlijk heel veel inspiratie hebben gegeven maar dan moet je gaan uitwerken. Nou, in de uitwerking hebben we geconcludeerd: het is niet mogelijk. En Movisie was dat ook met ons eens en ook de spelers zeg maar die het uitvoeren, daar staan we met z’n allen eigenlijk hetzelfde in. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Van Hien van Lijst Van Hien. Had u nog een aanvulling, mevrouw Rutgers? Mevrouw Rutgers: Nou, ja, want ik bedoelde eigenlijk vooral de presentatie die de gemeente gaf in de Tamboer en niet zozeer de inspirerende presentatie. Maar met name de presentatie van de gemeente riep heel veel vraagtekens op omdat daar een blik vijf jaar naar voren of in de toekomst werd gepresenteerd waarvan de raadsleden zoiets hadden van, ja hallo, volgens mij hebben wij al lang besloten dat dit al de werkelijkheid had moeten zijn. Dus daar zat de wrevel en daarmee dus ook de moeilijkheid: ja, het moet radicaal anders want als jullie voor ogen hebben dat dit over vijf jaar pas gerealiseerd is en wij dachten dat dit al de werkelijkheid was gezien de besluiten die er in het verleden genomen zijn, nou, dan zit er nogal een discrepantie.
En dan willen wij hier dus echt een paradigmashift. En at was dus niet gebaseerd op het verhaal van Movisie maar naar aanleiding van het verhaal van de gemeentemensen die daar waren. De voorzitter: Wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja, dank voor deze aanvulling want dat verheldert natuurlijk wel enorm. Ja, ik heb die presentatie zelf niet tegen het licht gehouden en we hebben ook niet geanalyseerd wat daar nou precies naar voren is gebracht. Maar wij zijn wel echt tot de slotsom gekomen dat het veel minder radicaal anders moest in die tijd dan dat het moest maar dat het schip wel moet keren. Het is een beetje een genuanceerd verhaal. Maar ik denk dat we wel kunnen constateren dat de gemeente Hoogeveen maar vooral ook de mensen die gewoon het werk doen, dus niet de mensen die beleid maken, maar de mensen die gewoon het werk doen, al veel verder waren dan werd voorondersteld, pak hem beet anderhalf jaar geleden in de Tamboer. Ik denk dat dat een, ja, dat je dat gewoon gerust zo kan zeggen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik nu wel naar mevrouw Van Hien van Lijst van Hien. Mevrouw Van Hien: Oké, ja, dank u wel voorzitter. Ik ben verstaanbaar? De voorzitter: Prima. Mevrouw Van Hien: Oké, hartstikke goed. Dank u wel.
Nou, mijn vragen gaan eigenlijk over bijlage 8, dat zijn die voorstellen tot besparing, het is net al even ter sprake gekomen door de vragen die mevrouw Pullen, meen ik, had over de SWW. Nou, wethouder Tabak gaf aan dat we daarvoor nog in gesprek moeten gaan met de SWW en dat er nu eigenlijk nog niet concreet te zeggen is of het eventueel haalbaar is. Wethouder Ten Kate gaf daarop aan dat het wordt uitgezocht en dat we als raad daar ook nog iets over te zeggen hebben. En wethouder Reneman die gaf aan dat de taxaties zijn gedaan op basis van reële verwachtingen. Ik neem aan dat al deze opmerkingen gingen dus net met name over SWW maar ik neem aan dat al deze opmerkingen ook gelden voor alle andere onderdelen van deze bijlage van deze besparingen. En wat ik me dan afvraag: is bij deze besparingen ook goed gekeken naar de maatschappelijke effecten van deze besparingen? Dat is mijn eerste vraag. En dan staat er in dat overzicht, laat maar zeggen, staat er een column helemaal rechts, uiterst rechts, daar staat: is het passend en verstandig? Nou, uiteraard staat daar ja in want dit zijn de voorstellen die
gedaan worden. Maar dat passend en verstandig, slaat dat dan op, ja, op alle aspecten en alle effecten van deze besparingen? Dat zijn de eerste vragen die ik had over de bijlage 8. En de andere vraag daarbij is ook: op een gegeven moment staat er ergens bij de risico’s bij bepaalde besparingen dat het kan zijn dat er onvoldoende vrijwilligers zijn. En net gaf wethouder Tabak ook even aan op de vraag van de heer Van Rijn meende ik dat daar ook, nou ja, gekeken wordt naar oplossingen. Stel dat daar, nou ja, dat ze daar tegenaan lopen. Maar stel dat er inderdaad blijkt dat er niet voldoende vrijwilligers zijn. Waar wordt de oplossing dan in gezocht? Worden de besparingen dan aangepast of wordt er gekeken naar een andere oplossing in combinatie met de professionals, laat maar zeggen? Dus, ik hoop de vragen duidelijk zijn. De voorzitter: Ja. Dan kijk ik even naar wethouder Reneman. Hij knikte al bij uw eerste vraag van geldt dat voor alles, maar dat had u waarschijnlijk net even niet gezien. Maar ik geef wethouder Reneman even het woord. De heer Reneman: Ja, nee, ik gaf al wat non-verbale communicatie. De voorstellen die we doen, die passen in de principes van het herontwerp en dat betekent dat ze hand in hand een verbetering van het maatschappelijk effect brengen en een besparing.
Dus deze zijn verstandig omdat ze passen in het herontwerp en daarmee ook een beter maatschappelijk effect hebben, deze maatregelen, dan dat als we ze niet zouden doen. Dan over de exogene, wat ze zijn eigenlijk exogene variabelen, van hoeveel vrijwilligers heb je nou? Hoeveel professionals zijn er? Is de kosten van thuiszorgorganisaties, als die lonen enorm stijgen, wat doet dat dan? Dat zijn allemaal zaken die je niet goed in een herontwerp mee kan nemen. Je moet ervan uitgaan dat de sociale basis zoals die in Hoogeveen is, dat die nog een enige tijd zal bestaan en sterker nog, we gaan die ook toekomstbestendiger maken door die te versterken. Dan hoop je dat die ook een lange tijd kan voldragen. Maar er ontstaat natuurlijk wel een nieuwe werkelijkheid als die vrijwilligheid of de, de kerken staan ook onder druk, als die organisaties onder druk komen te staan en niet meer de bijdrage kunnen leveren die ze nu leveren. Ja, dan ontstaat er toch wel weer nieuwe werkelijkheid en dan moet je je afvragen wat je dan doet. We hebben niet een plan paraat over hoe we er daarmee omgaan, met dat soort exogene variabelen. Alleen de leidende principes die we hebben vastgelegd die worden wel het kader waarbinnen je dat kan afwegen. Dus je, of je … Ja, ik kan niet helderder zeggen dan dat, voorzitter. De voorzitter: Oké, ik kijk even naar mevrouw Van Hien.
Duidelijk zo? Mevrouw Van Hien: Nou, dus als ik goed begrijp, de heer Reneman goed begrijp, wordt er op dat moment waarop die laatste opmerking maken wordt er pas op dat moment gekeken, in die nieuwe werkelijkheid, als die dan ontstaan zou zijn met andere factoren, wordt er dan pas gekeken: hoe gaan we daarmee om? Dus dat zou ook invloed kunnen hebben op de besparing. De heer Reneman: Ja, zeker. Nou goed, dat is moeilijk te zeggen. Maar laat ik een ander voorbeeld nemen wat het gewoon helderder gemaakt. Die lonen bij een deel van de zorgorganisaties die nemen flink toe. En dat betekent dat de uitgaven ook flink toenemen. Wij gaan normaal uit van normale inflatie, normale stijging van lonen, maar als die met tien procent in twee jaar gaan stijgen, dan ontstaat er wel een nieuwe werkelijkheid ook voor het sociaal domein. En dan moet je er weer opnieuw naar kijken ook van wat betekent dit dan eigenlijk? Dat zijn zulke grootse bewegingen. Nou, hetzelfde geldt als de hoeveelheid vrijwilligers substantieel minder kunnen bijdragen en mantelzorgers substantieel meer onder druk komen te staan waardoor ze gewoon niet meer de bijdrage kunnen leveren die we verwachten, dan ontstaat er wel een soort nieuwe werkelijkheid. Maar dan moet je dat opnieuw bekijken. Ik denk alleen dat als je goed kijkt naar de principes die we voorstellen dat u die vaststelt, die blijven overeind staan.
Want dit soort dingen zitten toch meer in van hoe kom je daar dan?
Mevrouw Van Hien: Ja, oké. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan had ik nog op papier staan mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoop dat mijn verbinding een beetje redelijk blijft. In ieder geval vooraf nog even kort zou ik graag complimenten willen geven voor de realistische kijk die we net in de presentatie hoorden wat betreft de bezuiniging en de besparingen, dat daar de bodem nu echt wel bereikt is. Dus ik vind het fijn dat daar nu op die manier over gedacht wordt. We hebben naar aanleiding van het stuk best wel nu een aantal detailvragen, die zullen we nu niet allemaal stellen hoor, we zullen het bij eentje houden. Die vraag gaat namelijk over het volgende. In het stuk staat meerdere keer geschreven over de samenwerking op verschillende beleidsterreinen, dus wanneer er een multiprobleemgezin is bijvoorbeeld die op meerdere beleidsterreinen hulp nodig heeft, dat daar beter samengewerkt moet worden. En datzelfde geldt ook voor het één gezin één plan stuk. Nou is dat natuurlijk iets wat eigenlijk al jaren gezegd wordt maar wat eigenlijk ook al jaren niet echt goed lukt. Dus we zijn wel benieuwd: wat is daar dan nu anders in? Hoe gaat dat dan nu wel lukken? Want we zijn denk ik allemaal wel van mening dat het en efficiënt is en prettig werkt voor de inwoner, maar ik ben wel benieuwd hoe daartegen aangekeken wordt.
De voorzitter: Ja, ik geef dat door en ik zou zeggen: stel uw detailvragen, zet ze op de mail richting wethouder en degene die het gepresenteerd heeft zodat u dan altijd nog die antwoorden kan krijgen. Ik kijk even voor de beantwoording richting, misschien wethouder Ten Kate rondom de jeugd, één gezin één plan, van wat is daar nu anders in. Of misschien vanuit de ambtelijke ondersteuning dat daar iemand antwoord op kan geven. De heer Ten Kate: Ik kan er niet gelijk wat over zeggen. Collega Tabak wel, zie ik. De voorzitter: Ja, ik zie het. Wethouder Tabak, gaat uw gang. Mevrouw Tabak: Ja, dit is iets wat we ook eigenlijk al langer doen. Het is echt niet zo dat dat het niet lukt maar we denken wel, dat is ook een vraag die we hebben teruggelegd in de sociale wijkteams en die bevestigen dat ook, dat daar nog wel winst te behalen valt. Dus het is niet zo dat het niet gebeurt en dat het niet lukt, nee, er valt nog wel winst te behalen. Aan de andere kant moet je dat probleem ook niet groter maken dan dat het is. Want er zijn niet heel veel multiprobleemgezinnen in Hoogeveen. Er is wel meer stapeling van maatwerkvoorzieningen. Nou ja, daar gaan we nu gewoon goed naar kijken en dat doen we door bijvoorbeeld in de teams beter samen te werken.
En we hebben recentelijk daar, die ontwikkeling loopt al een tijdje, hebben we recentelijk ook gezegd: het is goed dat de voorzitters van de teams ook bijvoorbeeld meer doorzettingsmacht krijgen en een duidelijke regierol kunnen nemen. Nou, dat hebben we al ingezet. Maar het is gewoon wel een belangrijke factor van het herontwerp of van hoe je het sociaal domein wil uitvoeren en daarom staat dat er ook hier nu weer vermeld. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Giethoorn van Gemeentebelangen. De heer Giethoorn: Ja, dank u voorzitter. Ik was even benieuwd. Er werd in de presentatie had volgens mij mijnheer, had de heer Overgoor die had het er al over, over de inrichting van steunpunten in wijkcentra. Zou hij daar nog iets concreter in kunnen zijn? Hebben we het dan over alle wijkcentra of wordt het gecentraliseerd? Dus even een vraag of daar iets meer duidelijkheid over kan komen. De voorzitter: Ik kijk even, ik zie ook al het handje zeg maar reeds van wethouder Tabak.
Mevrouw Tabak: Ja, daar kan ik kort over zijn. Want er loopt natuurlijk ook nog steeds een traject dat we moeten bezuinigen op de wijk- buurt- en dorpshuizen en ik kan me voorstellen dat jullie denken: hè, hoe kan dat nou? Jullie willen stut- en steunvoorzieningen in de wijk, ja, maar dat wil niet zeggen dat we dat gaan doen in alle wijkcentra want de inhoud is leidend en niet de stenen. Dus we kijken daar waar … We hebben nu bijvoorbeeld vijf sociale wijkteams, we kijken daar waar we het meest effectief kunnen zijn met die stut- en steunvoorzieningen, daar gaan we het inzetten. Maar we gaan het niet inzetten om de wijkcentra overeind te houden. De inhoud gaat voorop. De heer Giethoorn: Duidelijk, dank u. De voorzitter: Oké, u ook bedankt. Mevrouw Bouius, CDA. Oh, sorry, wethouder Reneman zag ik nog voor een aanvulling. De heer Reneman: Ja, nog even naar mevrouw Schonewille over de multiprobleemgezinnen. Wethouder Tabak zei al dat het gebeurt al maar het kan beter. Kijk en één van de pijlers van het herontwerp is samenwerking en meer het versterken van die samenwerking. En bij multiprobleemgezinnen verwacht je daar gewoon ook rendement van. Omdat daar samenwerking natuurlijk extra rendeert. Dus het is niet zozeer dat er iets anders gebeurt of dat er een magische stok is of iets dergelijks.
Nee, in dit geval wordt de samenwerking die er is, die proberen we steeds te versterken en dan verwacht je een effect op de manier waarop er omgegaan wordt met multiprobleemgezinnen. Dus ik dacht dat dat misschien nog iets meer helpt bij de duiding van wat gebeurt er nu eigenlijk anders. De voorzitter: Oké, dank u wel voor die aanvulling. Mevrouw Bouius, CDA. Mevrouw Bouius: Ja, dank u wel wethouder. Ach, wethouder, voorzitter. Inderdaad zijn er al heel veel vragen gesteld. Ben ik te horen? De voorzitter: U bent prima te horen. Mevrouw Bouius: Oké, want ik had ook nog toch nog een vraagje. In het plan staat ook communicatie, dat de inwoners moeten duidelijk zijn waar je terecht kunt als je ondersteuning en hulp nodig hebt. En dat is denk ik wel één van de hele belangrijke dingen die moeten gebeuren, want je hoort nu wel vaak dat ze niet weten waar ze heen moeten. We hebben van de zomer met de cliëntenraad gesproken en die hadden daar wel een heel mooi voorbeeld van. Dus ik wou eigenlijk als advies meegeven: praat daar ook mee met de mensen die het gebruiken moeten, hoe je ze het beste dat kunt doen. Of hoe, kan de wethouder al iets zeggen van hoe ze dat gedacht hadden om zoiets te maken? De voorzitter: Ik kijk even, ik zie al wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Nou, ik denk een terechte opmerking. Ook een goed advies wat mevrouw Bouius ons meegeeft.
Naast dat de cliëntenraad natuurlijk zeg maar ook advies geeft op wat voorligt hebben we ook geprobeerd om juist de contacten met de cliëntenraad zeg maar verder zeg maar aan te halen, de verbinding aan te halen. En we hebben ergens ook met elkaar een afspraak gemaakt en daar past dit denk ik prima in, om in een armoedeconferentie, die al eens eerder is geweest, maar om een gezamenlijke armoedeconferentie te organiseren waarbij ook de cliëntenraad zeg maar medeorganisator wil zijn. Om dat onderwerp daarin ook mee te nemen. En dat moet ook niet te lang duren, we hebben eigenlijk gezegd: mits het allemaal kan qua corona, om dat in het, nog voor de zomer te organiseren. Nou, dit onderdeel past daar eigenlijk prima in, zou
ik zeggen. Dus ik zou me ook daar naartoe willen brengen als dat, nou ja, een goed antwoord op uw vraag is. Of uw reactie. Mevrouw Bouius: Ja, daar ben ik zeer tevreden mee. En ik had dan nog een vraag eigenlijk over de mantelzorgers. Daar heb ik al eens een keer eerder met wethouder Tabak over gesproken. Daar staat altijd bij: we moeten ze koesteren en waarderen, maar ook wat net gezegd werd, de vrijwilligers en de mantelzorgers, alles wordt steeds minder en moeilijker te rijmen. En toen dacht ik: ja, dan moet je soms ook een stap vooruit zijn. En toen dacht ik om een maatschappelijke stage bijvoorbeeld van de scholen dat die eens een middag assisteren tijdens de mantelzorger. Dan ontlast je toch de mantelzorger iets, die kan er dan wel bij zijn en een jongere maak je weer bewust van wat er allemaal leeft in de maatschappij. En zo ga je dan net even een stap verder, dat je voorbereid bent op iets wat toch gaat komen, want die mantelzorg wordt natuurlijk steeds problematischer. Dat je dan toch nog weer iets kunnen bieden. Dus eigenlijk oké, geen vraag maar ook een opmerking en advies of een idee. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even. Wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, dank u wel voor de suggestie. En dat kunnen we natuurlijk gewoon meenemen in onze gesprekken met de partijen zelf. Dat kunt u ook zelf doen, dit idee onder de aandacht brengen.
Het vraagt wel inzet van bijvoorbeeld scholen dus en van de mantelzorgondersteuningspunten. Maar wellicht is het een goed idee, ik kan daar niet zelf over oordelen want ik weet niet wat het betekent voor de mantelzorger. Maar we kunnen het eens opperen. De voorzitter: Oké, ik zie nog wethouder Zwiers nog voor een aanvulling. De heer Zwiers: Ja maar dan, ik kom toch nog even terug op het vorige punt. Want we hebben bijvoorbeeld, om toch maar even iets te duiden, het voorgaande punt, we hebben de voorzieningenwijzer. En daarin worden al heel veel zaken genoemd waar je eigenlijk terecht kunt. Maar die voorzieningenwijzer moet ook gevonden worden, natuurlijk. Dus ja, dat betekent iets, dat is een goed instrument. Maar als het instrument zelf niet gevonden wordt, dan hebben we ons doel nog niet bereikt. Maar het is wel een voorbeeld wat wel steeds meer gevonden wordt en wat we ook heel actief aanbieden, die voorzieningenwijzer. Mevrouw Bouius: Oké, nou ik heb … De voorzitter: Wethouder Tabak nog even als aanvulling nog. Mevrouw Tabak: Ja, die voorzieningenwijzer, die werkt als een tierelier. Mensen besparen echt honderden euro’s per jaar en dat toen de coöperaties voor ons. Dus dat is echt een heel goed instrument. Ik dacht, net schoot mij nog te binnen: we hebben recent een budget binnengehaald vanuit VWS voor een mantelzorgproject.
Daar zijn we nu mee bezig trouwens om dat uit te rollen met bedrijven in Hoogeveen om de mantelzorgers op de werkvloer te ondersteunen. Dus dat u weet dat we hiermee bezig zijn, alleen niet met scholen, we gaan het eerst het bedrijfsleven doen. Want heel veel mantelzorgers die werken natuurlijk ook gewoon. Mevrouw Bouius: Ja. Nou, maar even over het vinden van bepaalde dingen. Mag ik nog even, voorzitter? De voorzitter: Ja, heeft u dan een vraag? Want ik heb nog een aantal mensen die nog ook hun hand hebben opgestoken, maar …
Mevrouw Bouius: Dan geef de volgende maar de beurt, dan kom ik wel een keertje. De voorzitter: Is goed. Dan ga ik door de heer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Ik zit eigenlijk met hetzelfde gevoel als mevrouw Rutgers van D66 over de presentatie Tamboer. Die is daarnet ook al aangekaart, van hoe we daar eigenlijk de afdronk vanuit zeg maar de medewerkers van de organisatie dat richting ons brachten toen. En ook in combinatie eigenlijk met de metastudie die door het RKC is gedaan op het gebied van jeugdhulp. Daar kwamen wel een aantal belangrijke adviezen naar voren, in die metastudie, die is op 23 december aan ons gepresenteerd. Mijn vraag is … En die punten, die waren: één, het versterken van het voorveld en het beperken van de jeugdhulp. Dus niet het beperken van de hulp richting de mensen maar meer in het productaanbod en in de aanbieders. En, ja, de openeinderegeling werd daar ook genoemd als aandachtspunt. En wat is er vanuit het college met die aandachtspunten gedaan? En daarna heb ik nog wel even een opmerking trouwens, voorzitter. De voorzitter: Oké, ik kijk even. Wethouder Ten Kate. De heer Ten Kate: Ja, als het gaat om de metastudie en wat daarmee is gedaan, ook wij hebben die nog maar vrij kort ontvangen en we hebben u ook al laten weten dat we daar een reactie op zullen geven.
Maar dat doen we pas als we alle drie de onderdelen van de metastudie van de rekenkamer hebben ontvangen. Laatste onderdeel van de participatie komt, nou, eind deze maand. En dan gaan we daar reactie op geven. Als ik er even zo heel snel door de oogharen heen kijk, maar dan loop ik een klein beetje vooruit op de reactie, staan daar natuurlijk heel veel herkenbare dingen al in waar we ook mee bezig zijn al. Maar veel verder kan ik daar nu nog niks van zeggen. Ook wij moeten de metastudie en dat is best veel pagina’s, kan ik me nog herinneren, nog wel even goed doornemen om nog even te kijken: zitten daar nu nog dingen in waar we nog wat mee kunnen in de verdere uitwerking van het herontwerp en van de uitvoeringsagenda? Kortom: ook wij zullen nog met belangstelling naar kijken of er nog elementen inzitten waar we nog wat mee verder mee kunnen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Nou had u nog een opmerking. De heer Bisschop: Ja, nou goed, binnen dat kader van het versterken van het voorveld. Dat is toch ook altijd wel een punt wat wij aangedragen hebben in het sociale domein als VVD. Zou ik toch wel het college mee willen geven: toon eens lef. Toon eens lef om bijvoorbeeld de subsidie voor SWW te verhogen en in de voorwaarden dan mee te geven dat ze dat moeten gebruiken voor inzet van het voorveld en dat ze daar ook het regie zullen hebben op de geïndiceerde bedragen.
En ja, volgens ons vanuit toch wel ook wel bekende werkwijzen zouden we daar toch ook best wel een veelvoud aan uitgaven terug kunnen verdienen. Dus dat zou ik graag willen meegeven. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even naar de heer Oosterlaak van de SP. De heer Oosterlaak: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Nog even over de mantelzorgers die … We weten dat een groot deel van de mantelzorgers aangeeft dat ze overbelast zijn. En er was net een goede suggestie denk ik om ook te kijken vanuit het onderwijs van wat daar op het gebied van stages aan gedaan zou kunnen worden, of in gesprek met het bedrijfsleven. Maar we zijn ook een beetje op zoek naar: waar zit die overbelasting eigenlijk in en op welk vlak zou daar iets aan gedaan kunnen worden? En eigenlijk ben ik ook een, ja, denk ik haast van dat het ook erin zit van dat zaken als de thuiszorg, dat die daar ook een rol in zou kunnen spelen om dat op te vangen. En ik denk ook eigenlijk dat het noodzakelijk is. Want als je een mantelzorg over de kop werkt, daar zit ook helemaal niemand op te wachten. Dus de vraag is eventjes:
hebben we wat meer inzicht in de overbelasting van mantelzorgers en hoe daarmee om te gaan. Dat had ik nog een vraag, dat was over de Wmo-ondersteuningspunten. Dat is ook al door de Gemeentebelangen en het CDA min of meer aangekaart. Ja, we weten ook van dat in Hollandscheveld, dat daar een heel goed initiatief is. En dat is eigenlijk op dorpsniveau. Dus je zou haast denken: als dat daar werkt van op welke schaal moeten we dan kijken als we meer van dat soort punten willen? Van waar moet je dan aan denken? Van de opmerking was net van we hebben vijf teams en we gaan er goed naar kijken, maar goed, de vraag is dan even van, kan ook meegenomen worden van dat dat zo fijnmazig mogelijk zou kunnen zijn? En ik wou ook even een opmerking maken, namelijk dat wij heel blij zijn met de realistische kijk van het college en dat de presentaties in de Tamboer, ook van, hoe heet die club, van Movisie, dat dat, ja, wat ons betreft een mooi verhaal was. Maar dat het, ja, blijkt dat we daar eigenlijk toch niet zo gek veel aan hadden. En we zijn blij dat dat nu gewoon op grond van wat er werkelijk aan de hand is, dat we nu aan het kijken zijn van hoe gaan we hiermee verder. Oké, bedankt. De voorzitter: De heer Oosterlaak, u ook bedankt. En dan kijk ik even richting de wethouders.
De vraag van … wethouder Tabak, de inzicht in de overbelasting en die steunpunten, op welke schaal is dat nu haalbaar of heeft u daar bepaalde gedachten over? Mevrouw Tabak: Ja, laat ik maar bij die laatste beginnen. De schaal doet er wel toe. De sociale cohesie hangt samen met de schaal waarin je dat kan uitrollen, dus Hollandscheveld is bijvoorbeeld dat is een dorp, daar kan zo’n project wat er nu loopt, dat kan daar goed werken omdat je daar een perfecte schaal voor hebt en je hebt mensen die dat willen dragen, er zijn voldoende vrijwilligers. Maar dat wil niet zeggen dat dat format ook zo te kopiëren is op een wijk in Hoogeveen. Bovendien zijn de financiële uitkomsten van het project, zijn nu nog niet duidelijk. Dus we kijken daar met belangstelling naar, het is ook een pilot, het is ook om van te leren. Dus dat wat we kunnen gebruiken, dat gaan we natuurlijk inzetten op meerdere fronten. Maar elke wijk, elk dorp, elke buurt, vraagt echt wel om een eigen aanpak en om maatwerk. Dus je kan niet zomaar een format kopiëren en overal neerzetten, want het gaat namelijk om mensen. En de Hollandschevelder is geen Hoogeveener en iemand uit Krakeel is anders dan iemand uit Elim. Dus daar moeten we gewoon goed naar kijken en maatwerk is het antwoord. Dan die overbelasting van mantelzorgers. Er ligt wel een interessant rapport vanuit het ministerie over mantelzorg.
Volgens mij is dat ongeveer een jaar geleden verschenen. En daarin wordt wel goed geschetst wat die overbelasting nu is van mantelzorgers. En dat is niet iets wat de laatste tijd speelt, dat is eigenlijk wat altijd speelt al bij mantelzorgers want het is gewoon zwaar om een familielid te hebben of om een ouder te hebben of een partner te hebben waar je voor moet zorgen. De grootste zorgpunten liggen eigenlijk wel bij jonge mantelzorgers die bijvoorbeeld voor een ouder moeten zorgen. En hoe kan je die overbelasting nu tegengaan? Ik denk dat wat wij nu hebben, we hebben ondersteuning voor mantelzorgers, de SWW wil ook soort van inhoudelijke, nou, keuzes is niet het goede woord, maar trainingen gaan aanbieden voor mantelzorgers. Dat zijn allemaal belangrijke instrumenten om wat te ontzien. We hebben natuurlijk ook de respijtzorg als het echt niet meer gaat dan is er natuurlijk altijd een oplossing. En op een gegeven moment moet er ook gewoon, als je zorgt hebt voor iemand met dementie en je loopt tegen de klippen op, ja, dan moet je gewoon ook naar de casemanager om te kijken of er een zwaardere indicatie moet komen. Dus het is een complex probleem dat wij als gemeente niet zo één twee drie kunnen oplossen. En daar waar mensen, huishoudelijke hulp is ook niet zeg maar het kip met het gouden ei voor de mantelzorgers, want mantelzorg dan ben je 24 uur per dag, zeven dagen per week.
En de huishoudelijke hulp komt maar twee of drie uurtjes in de week. Dus daar gaat het dan niet om, het gaat wel om het hebben van een luisterend oor, waardering voor de mantelzorger, oog hebben voor, nou ja, als je het hebt over jonge mantelzorgers, dat scholen een oogje in het zeil houden maar ook werkgevers een oogje in het zeil houden. Nou ja en daarvoor zetten we nu een
aantal verschillende dingen uit, onder andere dat project met het bedrijfsleven. Maar we hebben natuurlijk ook Mantelzorg-Vitaal vanuit de SWW die daar met ervaringsdeskundigen en vrijwilligers heel actief bij is. De voorzitter: Prima, dank u wel wethouder Tabak. Dan kom ik bij de heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ook ik heb mij al deze stukken zo’n beetje aan het doorworstelen geweest en gaandeweg kreeg ik wel bewondering voor het vele werk wat hier in verzet is geworden. Het is ook even niet niks om dat hele sociale domein zeg maar te doorspitten, zou ik zowat zeggen. En dan ook de goede dingen daar proberen uit te halen wat ingezet moet worden. Dus onze waardering daarvoor. Maar toch blijft er bij de fractie van de SGP een heel ongemakkelijk ding over. Het is vanavond iets benoemd, mevrouw Rutgers noemde het en mijnheer Bisschop benoemde dat ook. Het gaat met name over die paradigmashift. Dat is tot stand gekomen toen wij in de zomer met de schone lei bezig waren. Ik heb daar in die vergaderingen meerdere keren gevraagd: is dit wel realistisch? Klopt dit wel, deze paradigma… ? Is het niet te … ? Nee, het is diverse keren vanuit de organisatie bevestigd dat het echt pessimistisch realistisch was. En nu horen wij hetzelfde of dit college zeggen: let op, het is niet realistisch, het is niet haalbaar.
Ja, dan vraag ik mij af: waar moeten wij nog vanuit kunnen gaan? Konden wij er toen vanuit gaan? Kunnen wij er nu wel vanuit gaan? U begrijpt de ongemakkelijkheid die wij hierin hebben. En terwijl, ja, de schone lei was wel de opdracht aan dit college. Dat was wel het werkbriefje waar zij zich aan te houden hebben. Dus ik zou dat toch echt graag echt een hele goede uitleg bij willen hebben: wat is nou in één keer de omslag dat dit nu niet gehaald kan worden en toen bevestigd was dat het heel pessimistisch en realistisch is? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. En dan kijk ik voor de beantwoording naar de heer Reneman. De heer Reneman: Ja, om te beginnen: er wordt natuurlijk wel bespaard op het sociaal domein. En dat is ter grootte van drie miljoen, dat is na schone lei is dat zo. Waar komt dat bedrag van die 8 miljoen vandaan? Dat hebben we nog wel kunnen achterhalen. In de tijd dat de raad bezig was met schone lei en de informateurs, lag er een claimbrief vanuit de Drentse gemeente naar de ministeries. En daarin hebben de Drentse gemeenten aangegeven dat ze grote tekorten hadden op het sociaal domein. Daar komt die acht miljoen vandaan, uit schone lei, die is daar ontstaan. Daar is ook gewoon een klap op gegeven door de informateur, van dat is dan de taakstelling.
Daar zat dus niet een analyse bij zoals de analyse is die er nu gemaakt is en niet zo doorwrocht als dat nu gedaan is. Het verschil met waar de raad en ik denk ook de ambtelijke organisatie anderhalf tot twee jaar geleden zat en nu, is dat het helemaal doorgekamd is. Dus het is niet ineens dat het anders gaat, nee, we hebben er heel zorgvuldig naar gekeken en we hebben heel precies gekeken of het op een andere manier zou moeten en hoe het nu gaat. Dus die nul situatie in kaart brengen is ook een hele belangrijke stap geweest. Dus het is ook niet ineens, nee, er is heel veel water onder de Maas teruggegaan voordat dit oordeel bij u is voorgelegd. En ik denk ook dat u aan de stukken kan aflezen dat we ook echt alles tegen het licht hebben gehouden. En ja, wij weten niet meer dan wat wij nu hebben en dat is wat er ligt en daar baseren wij ons op. Dat is niet alleen wat ons betreft maar dat is wel realistisch, wat we nu neerleggen. Dat is wel wat het is. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik nog een aanvulling van wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ja en ik wil nog even zeggen: er is tussen die Tamboeravond en nu, bij die Tamboeravond waar wij niet bij waren maar in die tussenliggende periode is natuurlijk ook wel wat gebeurd. Als ik even kijk naar de Wmo is er een soort van instrumentarium ontwikkeld om beter in kaart te krijgen van hoe het gaat met het verloop van de cliënten.
Dus we hebben veel beter zicht op de financiën. Er is … Herindicaties bij huishoudelijke hulp hebben plaatsgevonden, zijn tal van besparingen en bezuinigingen doorgevoerd. Er is echt
de afgelopen anderhalf jaar als een malle gewerkt in dat sociaal domein. En dat heeft u ook kunnen zien in de presentatie van Hilda hoeveel daar al is, ja, bespaard zeg maar. Dus er is echt heel wat gebeurd. En dat maakt ook dat we nu in een andere realiteit zitten dan jullie anderhalf twee jaar geleden zaten. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Van Rijn: Voorzitter, mag ik daar nog even wat aan toevoegen? Kijk, wat er nu gebeurt, is daar heb ik mijn waardering ook over uit gesproken, daar laat ik het bij. Het zat mij even de ongemakkelijkheid van toen en nu de informatie. En ja, welke informatie kan ik nu vanuit gaan? Dat is gewoon even mijn vraag. De voorzitter: Wethouder Reneman. De heer Reneman: Het korte antwoord is: wat wij u nu hebben voorgelegd. En ons advies is ook om dat te doen, om daarvan uit te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Pullen van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen: Dank u wel voorzitter. Ik heb even geluisterd naar de reactie van de heer Van Rijn en ik hoor hem met name zeggen dat het om de organisatie gaat in de zomer van 2019 en het college en de ambtelijke organisatie. Maar ik denk dat en daar kunnen we best de volgende keer nog eens even over doorspreken in het debat, maar ik denk dat het ook belangrijk is dat alle verschillende politieke partijen daar natuurlijk ook een eigen rol in hebben gespeeld.
En kijk, er is heel veel werk gedaan denk ik na die zomer en ook onze waardering daarvoor. Maar ik denk dat ook voor de volledigheid zou ik dat willen aanvullen nog. Dus laten we ook zelf in de spiegels kijken. De voorzitter: Dank u wel voor die aanvulling. Dan kijk ik verder nog even rond. De vragen zijn allemaal gesteld. En zoals het college … Ja, wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja, als u gaat afsluiten zou ik nog heel even wat willen zeggen voordat u afsluit, voorzitter. De voorzitter: Nou, gaat uw gang. De heer Reneman: Ja, nou, ik denk dat ik namens het college spreek dat ik dankbaar ben voor de woorden die u heeft gesproken over het monnikenwerk dat verzet is. Want het is ook echt een enorme tocht geweest. Wij zijn ook echt begonnen om voor u acht miljoen euro aan besparingen te realiseren. U mag van mij aannemen dat we niet één twee drie tot de slotsom zijn gekomen dat dat maar drie miljoen kan zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat we u ook wel op het goede pad nu zetten en op de juiste weg. Eén praktisch ding nog, voorzitter. Degenen die zich bij mij melden voor de nadere toelichting op dat memo over inkomsten en uitgaven, zou u zo vriendelijk willen zijn om daarbij meteen ook uw vragen aan mij te mailen, dan kunnen we dat goed voorbereiden. Ik had nog even een huishoudelijke mededeling, voorzitter. En dank allemaal. 4.
Sluiting informerende ronde en vergadering
De voorzitter: Ja. Oké dank u wel. Nou, zoals wethouder Reneman al aangaf: degene die gebruik wil maken van zijn aanbod, stuur een mailtje met daarin de vraag. Daarnaast is het, zoals het college al aangaf, komt erna 18 januari nog een aanpassing nadat ook het advies van de adviesraad in het college is behandeld waarbij ook inzichtelijk wordt gemaakt van wat dan de wijzigingen zijn. Nou, dat komt dan net voor het debat op de 20 e
waar u met elkaar over in debat kunt en op 3 februari over kunt besluiten. Ik dank u allen hartelijk voor uw aanwezigheid, betrokkenheid en uw vragen. Ik sluit hierbij de vergadering en wens u allen nog een fijne avond.