Transcript Raadsavond 11 januari 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 11 januari 2022
1.
Informerende ronde
1.1 Opening informerende ronde De voorzitter: Welkom dames en heren. Welkom in deze informerende ronde. Wij waren hier vanuit het gemeentehuis een beetje in verwarring omdat de klok in de toren die sloeg twee minuten geleden al aan dat het zeven uur zou zijn. Dus die loopt iets sneller dan de normale tijd. Maar welkom allemaal op deze informerende ronde over het Herontwerp Sociaal Domein. Vandaag een groot onderwerp met veel stukken en voordat u de gelegenheid heeft om over al die onderdelen vragen te kunnen stellen wil ik eerst even het woord geven aan wethouder Reneman. Daarna nog aan de andere collegeleden en daarna zal mevrouw Teijema een presentatie geven en is er dan voldoende gelegenheid tot het stellen van vragen. Dus bij deze … 1.2 Spreekrecht De voorzitter: Van het spreekrecht recht is geen gebruik gemaakt dus bij deze geef ik gelijk het woord aan wethouder Reneman. De heer Reneman is op zoek naar zijn microfoon. Ik kan proberen om het al lip lezend te vertalen. Een minuutje zegt hij. 1.3 Herontwerp Sociaal Domein De heer Reneman: Ja hij doet het volgens mij. De voorzitter: Kijk. Gaat uw gang. De heer Reneman: Dank u wel voorzitter. We hebben een heel proces met elkaar afgelopen de afgelopen, ik denk meer dan een jaar.
Zoals jullie kunnen zien aan de hoeveelheid stukken heeft het ook wel de nodige voet in de aarde gehad om jullie ook in positie te brengen om een goed besluit te kunnen nemen over het Herontwerp Sociaal Domein. Het begon met een opdracht die in de zomer van vorig jaar werd geformuleerd in schone lei. Die kon je eigenlijk in twee dubbel-doelstellingen werden eigenlijk neergelegd. Een: verbeter de zorg in het sociaal domein, zorg voor dat het effectiever wordt maar bespaar ook geld. Daar werd een taakstelling van ongeveer acht miljoen aangehangen. Een ander onderdeel van de doelstelling was om de rijksinkomsten en de gemeentelijke uitgaven meer met elkaar in evenwicht te brengen. Ik zal zo in mijn inleiding ook even ingaan op de financiële kant hiervan, wat het betekent voor de begroting waar we nu staan. Mijn collega’s zullen ingaan op de inhoud. Ik begin met het geld omdat het herontwerp een hele inhoudelijke doelstelling heeft. Het herontwerp gaat er eigenlijk vanuit dat we de dingen op een betere manier willen doen en dan volgt daar als het ware besparing uit, dat was ook een beetje de gedachte die jullie hadden toen jullie schone lei opstelden. Financieel is het zo, het heeft wel de nodige voet in de aarde gehad, we hebben onderzocht of de rijksinkomsten en de gemeentelijke uitgaven wel in balans waren of niet.
Het idee was met de zomer met schone lei dat er ongeveer acht miljoen haalbaar zou zijn en een van de vooronderstellingen was dat we van het Rijk veel minder geld kregen dan dat we in Hoogeveen uitgaven. Nou is het heel moeilijk om te onderzoeken hoeveel geld je van het Rijk krijgt voor een bepaald beleidsterrein als dat allemaal in het gemeentefonds gaat. Maar met een ingewikkelde methode hebben we toch geprobeerd om daar onderzoek naar te doen. Met alle mitsen en maren zouden wij kunnen constateren dat voor zover er sprake is van een
disbalans, we denken dat het behoorlijk in balans is. Zeker met de jeugdgelden die nu naar Hoogeveen toekomen. Maar als het al uit balans is, is het zeker geen acht miljoen euro verschil. Ook niet nog zeven miljoen euro want die moeten we nog halen. Dat maakt dat een van de vooronderstellingen die achter de besparingsdoelstelling van schone lei zat, ook wat ons betreft niet waar blijkt. Waar brengt ons dit nu toe? In 2021 hebben we een voorstel gedaan met ongeveer een miljoen euro aan besparingen. Daarvan heeft u negen ton overgehouden. In het huidige voorstel ligt nog een komma negen miljoen aan besparingen. Dat betekent dat we iets meer dan vijf miljoen euro in de begroting nog moeten zoeken. Daar is ook tijd voor. Want pas in de begroting van 2023 moeten daar besluiten over genomen worden. Bij de kaderbrief in het voorjaar van 2022 kan die daar richtinggevende uitspraken over doen. Wij hebben nu de ambtelijke organisatie ook opdracht gegeven tot een aantal onderzoeken om dat ook voor u voor te bereiden. Zodat er een pakket aan maatregelen genomen kan worden door de nieuwe raad om het begrotingstekort wat er nu ligt ook in te vullen. Ik denk dat we als het college daar vol vertrouwen in zijn dat dat ook gaat lukken. Iets nog over het, zoals gezegd, het heeft heel veel voeten in de aarde om het sociaal domein in zijn totaliteit tegen het licht te houden.
Daar zijn ontzettend veel mensen en partijen bij betrokken geweest. 47 organisaties hebben we mee gesproken. Die zijn ook intensief betrokken geweest bij de voorstellen die we hebben gedaan. We hebben met onze eigen medewerkers intensief gesproken. We hebben ook Movisie bereid gevonden om ons werk daarbij kritisch tegen het licht te houden om te kijken of we wel op het goeie pad zijn. Ik denk dat nu het mooie moment is om het aan wethouder Tabak over te geven om iets meer te vertellen over de inhoud. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder Reneman. Dan gaan we door naar wethouder Tabak. Mevrouw Prins-Vosmeijer: Voorzitter mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Ja mevrouw Prins gaat uw gang. Mevrouw Prins-Vosmeijer: We zijn het met digitaal vergaderen eigenlijk een beetje gewend dat iedereen de camera uitzet, op het moment dat er wat is dat we hem aanzetten. Het zou wel een stukje rust geven denk ik. De voorzitter: Prima dank u wel voor de suggestie. Bij deze even het verzoek aan iedereen die niet aan het woord is om even de camera uit te doen. Dan wachten we nog even op wethouder Tabak.
Ik hoor net dat die niet … De heer Bisschop: Voorzitter mogen we ook reageren op, want ik had het handje opgestoken, reageren op wat mijnheer Reneman net zei? De voorzitter: Nee ik zei van dat ik eerst even het college aan het woord liet en dan de presentatie en dan volop gelegenheid voor het stellen van vragen. De heer Bisschop: Oké. De voorzitter: Ja? De heer Bisschop: Ja. De voorzitter: Wethouder Tabak is er niet dan kijk ik even naar wethouder Reneman. Wie is dan de volgende in lijn? Is dat dan …
De heer Reneman: Voorzitter. Wij kunnen natuurlijk nooit zonder wethouder Tabak. Maar laat ik dan even een paar dingen zeggen waarvan ik denk dat zij die ook zou zeggen en daarna geef ik het woord over aan wethouder Zwiers. Voor wat betreft de inhoud zijn we tot de slotsom gekomen dat veel van wat in Hoogeveen gebeurde eigenlijk al op de juiste lijn zat. Daarmee bedoelen we dat op de juiste manier werd gewerkt en dat dat verder versterkt moet worden. Dus dat de weg die ingeslagen was, dat dat eigenlijk wel de goeie weg was en dat we gewoon op die weg voort moesten gaan en op punten moesten versterken. Daar speelt een belangrijke rol bij dat de sociale basis in Hoogeveen heel sterk is. Er zijn vrijwilligersnetwerken, mantelzorgers, maatschappelijke organisaties maar ook professionals. Dat is eigenlijk wel een heel goed uitgewerkt netwerk en daar kan ontzettend veel worden opgelost in die sociale basis. Men was al heel erg bezig om die sociale basis te versterken en wij willen dat ook nog verder doen en daar is een belangrijk onderdeel bij het versterken van de samenwerking in die sociale basis. Er zitten dus ook in het herontwerp voorstellen om niet alleen inhoudelijk op een andere manier te gaan werken maar ook om de samenwerking tussen de partijen te bevorderen en te versterken. Wij denken dat dat heel goed is.
Dat betekent ook dat in de manier waarop we praten over het sociaal domein, was eerst een paradigmawisseling, toen zijn we gaan praten over een herontwerp. Maar eigenlijk wat we doen is de koers die al een aantal jaar geleden is ingezet gewoon doorzetten maar nu nog beter doen. Ik kan niet een twee drie voorbeelden daarvan geven in de Wmo, dat zou wethouder Tabak ongetwijfeld gedaan hebben. Maar dit is wel de algemene aftrap die zij zou hebben gegeven. Dus ik geef nu het woord aan de heer Zwiers voorzitter, als dat mag. De voorzitter: Ja zeker wel. De heer Zwiers, gaat uw gang. De heer Zwiers: Dank je wel voorzitter. Om toch even, het gaat in dit geval natuurlijk over het onderdeel participatie. Ik wou het graag even een beetje opknippen in twee delen. Het ene deel is eigenlijk participatie maar ook armoedebeleid en schuldenproblematiek valt in datzelfde spectrum. Allereerst even naar de Participatiewet, het participatiebeleid. Daar zit toch werk en inkomen onder natuurlijk en daar hebben we natuurlijk al in de minimaregeling allerlei dingen gedaan in het verleden. Daar heeft u als raad ook zich meerdere malen over gebogen. Dat betekent ook dat in de voorstellen in het plan dat we hebben dat er nog een aantal dingen verder moeten uitwerken. Daar gaat het met name ook over een stukje efficiency, wat levert het nu feitelijk op, de inspanningen die we doen.
Dat gaat bijvoorbeeld om re-integratie maar we kijken ook bijvoorbeeld naar de arbeidsmarkt regio Drenthe: hoe kunnen we daar meer inzet op plegen in gezamenlijkheid? Dat is ook onderdeel van de zaken die we verder zouden willen onderzoeken. We verwachten daar ook nog wel iets uit te kunnen halen, dat is niet op geld gezet zozeer. Waar we wel ook specifiek naar gekeken hebben is de schuldenproblematiek. We willen toch graag meer aan de voorkant gaan zitten. We willen ook beter samenwerken met de vrijwilligersorganisaties en de professionals die daar al mee bezig zijn en dan gaat het bijvoorbeeld over Humanitas, SchuldHulpMaatje maar ook over de tweedelijns schuldhulp. Het gaat ook over de kerken en het gaat dus ook over de vroegsignalering. Het gaat daarbij ook vooral over informatie-uitwisseling: hoe kunnen we dat beter delen, wel de AVG in acht nemend. Hoe kunnen we dat beter delen zodat we geen dubbelingen krijgen? We denken dat we daar nog een aantal bedragen in kunnen besparen. Maar dat moet natuurlijk nog wel uitgewerkt worden en dat moet nog wel ingevuld worden. Ik denk dat juist die samenwerking vanuit die sociale basis waar ook collega Reneman net op doelde en waar mevrouw Tabak, collega Tabak ook waarschijnlijk straks nog wel iets over gaat zeggen want ze is inmiddels aanwezig zie ik. Die sociale basis moeten we daar vooral voor inzetten en dat kan beter.
Dat is ook in het belang van al die vrijwilligers en professionals die met ons samenwerken. Die versteviging die kun je inzetten door en beter te communiceren maar ook door betere systemen op te tuigen waardoor je ook beter kunt communiceren, beter kunt delen. Dus er zullen ook wat investeringen gedaan moeten worden in bijvoorbeeld ICT. Dat zijn een aantal praktische zaken die we willen oppakken en die uiteindelijk tot een
bezuiniging, nee tot een besparing gaan leiden. Die het ook efficiënter maken, hebben we door. Wij verwachten dat we meer en beter dingen kunnen doen met minder middelen. Dus dat betekent ook dat we het doel wat we niet uit oog moeten verliezen en dat is onze inwoners helpen dat we dat niet uit het oog gaan verliezen. Daar wil ik het graag bij laten voorzitter. De voorzitter: Oké dank u wel. Welkom wethouder Tabak. Kom ik nog eventjes terug bij u of zegt u ga eerst even naar wethouder Ten Kate en dan kom ik daarna weer aan het woord? Het is aan u even wat u … Mevrouw Tabak: Nee hoor ik vlieg wel in want ik zat helemaal klaar maar ik werd niet binnen gelaten. Dus ik moest even weer helemaal opnieuw opstarten en toen lukte het wel. Maar er was even paniek hier aan mijn kant. De voorzitter: Ja, welkom. Mevrouw Tabak: Bedankt. Jullie hebben waarschijnlijk net gehoord wat de financiële kaders zijn van het herontwerp. Als je inhoudelijk kijkt naar het herontwerp, wat gewoon belangrijk is aan, of wat eigenlijk de hoofdmoot is aan het Herontwerp Sociaal Domein is dat we in gaan zetten op de sociale basis. Dat doen we omdat we hebben gezien dat in Hogeveen, ik noem het maar sociaal kapitaal, echt volop aanwezig is. Daarmee bedoelen we het fundament van vrijwilligersorganisaties, van professionals, van maatschappelijke organisaties, van allerlei kerkgenootschappen.
Dus kortom: er is gewoon in Hoogeveen een heel sterk noaberschap-gevoel. Dat is heel belangrijk als het gaat om sociale basis te vormen in je gemeente om zo mensen op te vangen die gewoon even wat ondersteuning nodig hebben. Het zij in een informeel circuit, het zij professioneel. Dat is eigenlijk waar het hele herontwerp op stoelt. Wat we moeten doen is die sociale basis versterken, faciliteren, de samenwerking verbeteren en het resultaat van een goed functionerende sociale basis is dat iedereen ondersteuning kan vinden, laagdrempelig en dichtbij de mensen, dus in de wijken et cetera. Dus koesteren wat we hebben, versterken daar waar er hiaten zijn want die zijn er ook en beter samenwerken om die sociale basis te versterken. Het doel is om dat mensen krijgen wat ze nodig hebben, laagdrempelig, dichtbij en dan hebben we het over professioneel maar ook over vrijwilligersinzet. Wat ik ook nog wel belangrijk vind om te melden is dat het hele herontwerp, dat hele proces dat we hebben doorlopen met zijn allen, het heeft ongeveer een jaar geduurd, we hebben echt wel heel uitgebreid aangevlogen en ook wel diep door geëxerceerd. Wat belangrijk is, is dat dat hele proces, al het herontwerp zelf is. Er ligt nu een eindproduct, namelijk een bundeling van documenten. Maar het hele proces dat we hebben gevoerd de afgelopen maanden, dat is minstens zo belangrijk.
Want we hebben dat gedaan met onze eigen organisatie. We hebben wel gebruik gemaakt van expertise van buitenaf maar we hebben het met onze eigen organisatie gemaakt samen met alle spelers in dat maatschappelijke veld. Dat betekent dus straks voor de uitvoering dat de mensen die nu geschreven hebben ook aan zet zijn bij die uitvoering. Dus iedereen voelt zich betrokken ook bij wat er nu ligt en ik denk dat dat een hele belangrijke winst is. Heel veel gemeenten zetten namelijk hun herontwerp of een nieuwe beleidsnota of sociale agenda buiten de deur en daar vliegen ze een extern adviesbureau voor in. Dat hebben wij niet gedaan en ik denk dat dat heel goed is geweest en dat we daar straks in de uitvoering ook profijt van hebben. Ik wil nog wat zeggen over de Wmo. Wat je ziet bij de Wmo, daar zal straks in de presentatie Hilde ook nog wel op ingaan, is dat: we hebben echt al heel veel gedaan. De Wmo is gewoon deels een open einderegeling en daardoor is, ik heb wel eens gezegd de Wmo-kosten zijn volatieler dan de Bitcoin, het fluctueert enorm. Dat hebben we het afgelopen jaar ook geconstateerd: dat was eigenlijk bijna maandelijks dat we totaal andere cijfers hadden. Dus de ene keer kwam in het college, dan zei ik fel: het lijkt wel of dat we een enorm tekort hebben.
Een maand later bleek ineens dat we een overschot hadden, zo nauwkeurig zijn we dat aan het monitoren en dan zie je dus dat er een enorme fluctuatie in zit.
Maar dat we over het algemeen als we kijken naar die grotere lijnen, we aardig grip hebben op hoeveel cliënten erin komen, hoeveel cliënten eruit stromen. Dus dat is wel belangrijk omdat daar, dat is gewoon echt heel erg op ingezet de afgelopen tijd. Wat verder belangrijk is voor de Wmo is dat in het nieuwe kabinetsakkoord staat dat het abonnementstarief eraf gaat. Dat is mooi maar het betekent nog niet direct dat wij ook nu een inkomensafhankelijk tarief kunnen gaan instellen. We moeten echt even wachten hoe het kabinet dit voor zich gaat zien. Dus volgens mij gaat Hilde er zo meteen nog verder op in en dan kunnen we er nog verder over doorpraten. Dan is denk ik nu het woord aan Werner. De voorzitter: Dank u wel voor de bijdrage dan ga ik door naar wethouder Ten Kate. De heer Ten Kate: Dank u wel voorzitter. Goed denk ik om nog wat accenten vanuit het onderdeel jeugd te zetten. U weet dat we het afgelopen jaar al heel veel gedaan hebben op het doorlichten en kijken hoe we met de jeugd strakker aan de wind kunnen zijn, om er dichter bovenop te zitten. Het inzicht wat het herontwerp heeft opgeleverd is dat we eigenlijk kunnen voortbouwen op de lijn die we daar al hebben ingezet. Het is misschien ook wel opgevallen dat de titel van het document dat voorligt is herontwerp maar kent ook een ondertitel, namelijk: samen verder bouwen op een evenwichtig fundament.
Dat komt wel daaruit voort. We zijn begonnen dit traject met: we gaan het sociaal domein herontwerpen. Maar gaandeweg kwamen we steeds meer tot de conclusie dat het veel meer is: niet een radicaal andere aanpak maar meer verder uitbouwen van de lijnen die we al hebben ingezet. Dat geldt zeker ook voor jeugd. Wat is dan die lijn? Dat zijn bekende kreten die u ook als raad al in de eerdere gesprekken en ook in de motie en amendement wat u heeft vastgelegd ook al tot uitdrukking heeft gebracht. Dat gaat dan om normaliseren, het gaat om een nauwe samenwerking met het onderwijs, gaat over het inzetten op preventie maar dan vooral heel gericht inzetten daarop. Op meer voorliggende voorzieningen in plaats van maatwerkvoorzieningen. We kennen ook goeie voorbeelden al: de POH-jeugd is veel genoemd, ook pilots als het inzetten van een jeugdhulpprofessional op school zijn zaken waarvan we echt denken dat we daar stappen mee kunnen maken nog verder. U krijgt binnenkort een voorstel om, dat ligt al bij u, de verordening aan te passen om dat ook meer in lijn te brengen met de lijn die we al hebben ingezet en die ook in het herontwerp terugkomt. We hebben nog wel het nodige te doen, onder andere richting de zorgaanbieders om daar strakker te gaan monitoren en sturen op onder andere de duur van behandeling en het effect daarvan.
Dus kort samengevat: voor jeugd is het eigenlijk veel meer een paraplu, het herontwerp, over dat wat afgelopen jaren al met elkaar is besproken en wat u als raad als richting heeft aangegeven. Er komt nog wel nadrukkelijk bij, collega Reneman begon er ook al over, dat dit alles wel het inzicht heeft opgeleverd, en dat geldt ook voor jeugd, dat zeker met de extra middelen die we van het Rijk hebben gehad voor dit jaar en ook volgens het regeerakkoord komende periode zullen krijgen, dat inkomsten en uitgaven voor zo goed en zo kwaad dat allemaal te becijferen valt, redelijk met elkaar in balans lijken te zijn. Dat ontslaat ons niet van de verplichting en van de opgave om dat scherp aan de wind te blijven zeilen om dat ook te blijven doen. Dus het blijft zowel aan de inkomstenkant inzetten op de middelen die we nu hebben maar ook aan de uitgavenkant moeten we blijven doen wat we de afgelopen periode hebben gedaan. Misschien dan nog een paar opmerkingen nog over: u heeft ook in de stukken kunnen zien dat we heel veel besparingen op het vlak van jeugd de afgelopen periode ook al wel gerealiseerd hebben. Dat betekent dus ook dat de stap die je nu nog kunt maken al niet zo heel groot meer is. Maar het blijft nog wel een opgave.
Ook, dan trek ik hem even naar het landelijke, dat het Rijk weliswaar heeft extra middelen ter beschikking gesteld maar zijn ook afspraken gemaakt tussen Rijk en VNG dat er een hervormingsagenda gaat opgesteld worden. Die zitten wel redelijk in lijn met wat we hier hebben gedaan maar ook het Rijk zal dingen moeten doen, Kortom, er is nog wel heel veel te doen, ook op het vlak van jeugd, ook landelijk. Dan rond ik af met nog een procesopmerking nog. U ziet met de stukken zit een raadsvoorstel, dat is nog een concept. Dat is goed om te zeggen omdat wij als college het raadsvoorstel nog niet hebben vastgesteld. We zijn van plan, als
dat lukt, om dat aanstaande dinsdag te doen, misschien wordt het een week later maar we proberen dat zo snel mogelijk te doen. Dat heeft ermee te maken dat we de adviezen van de cliëntenadviesraad en de Adviesraad Sociaal Domein pas net een aantal dagen binnen hebben. Daar willen we serieus naar kijken en het kan zijn dat het document op onderdelen, misschien ook het raadsvoorstel, naar aanleiding van het advies dat we daar nog een enkele aanpassing zullen doen. Dus vandaar dat we in het proces voor gekozen hebben om wel alle stukken die er nu liggen met u te delen, daar ook nu vanavond met u het gesprek over aan te gaan. Maar ik moet even zeggen dat het raadsvoorstel wat nu met de stukken ligt, moeten we even beschouwen als een concept. Daar gaan wij in het college van, wij hopen dinsdag en als ik dat niet goed zeg dan gaat Hilda Teijema, de projectleider, mij daar straks nog wel op corrigeren. Maar we proberen daar zo snel als mogelijk dat om te zetten in een definitieve versie. Leek me goed voorzitter om dat laatste ook nog even te noemen. De voorzitter: Dank u wel wethouder Ten Kate. Inderdaad goed om even te noemen dat de verwerking van de adviezen van de adviesraad nog even in het college besproken moeten worden en de effecten daarvan dan later nog richting ons, richting de raad komen. Dank u wel daarvoor.
Dan wou ik doorgaan naar de presentatie van mevrouw Teijema, gelegenheid geven voor het geven van een presentatie. Zoals ik al zei daarna is er volop gelegenheid voor het stellen van vragen richting de projectleider, richting de wethouders en eventueel ook de andere ambtenaren die ook aanwezig zijn als het over een specifiek onderdeel gaat. Als eerste, mevrouw Teijema, aan u het woord. Mevrouw Teijema: Ik heb ook geluid, dank u wel. Ik probeer jullie mee te nemen in het proces vooral, hoe we gekomen zijn tot het programmaplan. De wethouders hebben al diverse zaken aangestipt maar ik wil jullie nog even meenemen vooral in het proces. Even kijken, hij doet het. Dit is het programma. Daar neem ik jullie gewoon in mee. Het college is al aan het woord geweest. De basis voor dit herontwerp, voor het opstellen van het programmaplan was op weg naar een schone lei. Dat hebben jullie als gemeenteraad vastgesteld. Daarin stonden een paar aannames en doelstellingen waarbij in ieder geval deze drie voor het herontwerp de basis zijn geweest: we geven meer geld uit dan dat we ontvangen, de paradigmashift en een besparing van acht miljoen. Dus dit is de basis geweest voor de opdracht die uiteindelijk aan het college is meegegeven. Het college heeft dit vertaald in een opdracht voor een plan van aanpak om te komen tot dat programmaplan.
Eigenlijk wat wij hadden als doel is een breed gedragen aanpak waarbij uiteindelijk een programmaplan en een uitvoeringsprogramma daaraan wordt gekoppeld, waarbij de kaders van de schone lei de basis zijn. Maar vooral ook het opstellen van een ambitie en leidende principes en het stroomlijnen van het proces. Dus dit was de opdracht die uiteindelijk het college daarvan heeft gemaakt. Met als resultaat van die opdracht een programmaplan met daarbij behorend een uitvoeringsagenda waar we ons de komende jaren op gaan focussen en ook inzicht geven in inkomsten en uitgaven van het sociaal domein. We hebben de opdracht in een aantal fases onderverdeeld: fase een was de fase van het informeren, het analyseren en het participeren. We hebben ook, bij de opdracht was een breed gedragen aanpak, daar hoort het woord participatie natuurlijk bij. Dit hebben we vertaald in: we hebben gesprekken gehad met inwoners, we hebben die 47 organisaties waarbij en nog wat meer mensen bij aanwezig waren, dus de sessie met de partners hebben we gehad. We hebben met de organisatie een sessie gehad. Eerder, dat was al bijna een jaar geleden, hebben we ook sessies met de raad gehad. Al die informatie heeft ook geleid tot een ambitie en leidende principes. We hebben het huidig werkveld in beeld gebracht, dat zat bij de nota van participatie.
Een van de opdrachten was de trends en ontwikkelingen in beeld te brengen en ook een nul-situatie: hoe is het nu? Het resultaat van deze fase is een nota van participatie geweest. Die nota van participatie bestond uit een aantal elementen: dat was het rapport van een nul-situatie en de trends en ontwikkelingen. Daar heeft het Trendbureau Drenthe CMO STAMM daar voor ons die opdracht voor uitgevoerd. U kunt zich voorstellen dat we uit die sessies heel veel informatie hebben opgehaald. Gelukkig was daar een mooie rode draad uit te halen en die hebben we ook in
de nota van participatie opgenomen. Uiteindelijk de nota van participatie stond ook een voorzet voor de ambitie en de leidende principes. Deze nota van participatie hebben we ter inzage gelegd, we hebben het vooral ook teruggelegd bij de mensen waar we de sessies mee hebben gehad om te vragen: is de rode draad die erin staat, klopt dat? Stemt dat overeen met wat jullie ook hebben ingebracht? Ook om de samenleving de kans te geven: de ambitie en de leidende principes, hoe kijken we daar tegenaan? We hebben daar vijf reacties op mogen ontvangen. We hebben deze reacties uiteindelijk ook meegenomen bij het opstellen van het programmaplan. Fase een was een hele mooie fase, fase twee, daar moesten we echt met elkaar ook aan de slag. We hebben daar het programmaplan de basis voorgelegd en die basis hebben we uitgewerkt in een aantal thema’s. Dus we zijn niet gaan denken vanuit domeinen maar gekeken met elkaar welke thema’s zitten er in alle domeinen en hoe kun je dat op een goeie manier neerzetten? We hebben het uiteindelijk in vijf thema’s verwerkt: de sociale basis, daar heeft Janita Tabak net al heel wat moois over gezegd. De maatwerkvoorzieningen als vangnet, een gemeentelijke toegang, dat kwam ook heel veel uit de sessies naar voren. Enkelvoudig waar het kan, integraal waar nodig, monitoring en sturing een belangrijk element en ook juist die samenwerking efficiënt en effectief.
Dat was ook een behoefte die heel erg naar voren kwam vanuit de partners. Die thema’s hebben we niet alleen gevuld, daar hebben we juist gekeken: hoe kunnen we die thema’s op een breed gedragen manier gaan invullen? We hebben daarvan expertise vanuit Movisie voor gekregen, die heeft ons geholpen om die thema’s verder inhoud te geven. Maar daarbij hebben we ook gebruik gemaakt van diverse partners uit het veld en de Adviesraad Sociaal Domein en de cliëntenraad zijn daar ook bij betrokken geweest. Het resultaat van de tweede fase was het ontwerpprogrammaplan. Ook die hebben we weer gewoon ter inzage gelegd dus kon iedereen meekijken met wat we hebben opgehaald, hoe we dat hebben verwerkt. Voor vier weken kon iedereen daar op reageren en daarnaast de adviesraad en de cliëntenraad hebben daar een informele rol dus die hebben we officieel om advies gevraagd. Vanuit de samenleving zijn er twee reacties gekomen. Daarnaast hadden we toch nog wel wat ambtelijke aanpassingen want je begint ergens aan en altijd zie je nog iets wat nog net iets beter of nog iets mooier kan. Op dit moment zijn we nog bezig met het verwerken van de adviezen van de adviesraad en cliëntraad. Die hebben jullie ondertussen al wel per mail mogen ontvangen. We zijn daar op dit moment druk mee bezig om daar van een mooie reactie te voorzien.
Het programmaplan staat natuurlijk heel veel in maar we hebben geprobeerd om het in deze poster samen te vatten. Belangrijkste daarin zijn de drie opgaves. We hebben dus niet gekeken naar programmaplan alleen financieel, alleen op inhoud of op samenwerking. Maar we hebben juist die drie opgaves, dus inhoud, samenwerking en financieel, hebben we met elkaar bekeken. We hebben gekeken hoe kan die balans tussen die drie opgaves ontstaan? Hoe staan ze met elkaar in verbinding? Uiteindelijk komen we echt wel achter, ze kunnen niet zonder elkaar. De ambitie, die is al redelijk vaak volgens mij voorbij gekomen: iedereen doet mee. Hopelijk komen de leidende principes ook bekend voor en de thema’s hebben we het net over gehad. Wat hier staat is eigenlijk verwerkt in dit mooie plaatje. Dus hier komt de sociale basis, de maatwerkvoorziening zit aan deze kant, de toegang, dat is de verbinding ertussen, de monitoring en sturing en de samenwerking. Dus in dit plaatje is de thema’s uit het programmaplan verwerkt. Hierna nemen we jullie mee met drie voorbeelden uit de praktijk en de komende drie sheets gaat Arthur Overgoor jullie meenemen bij de Wmo. Peter Janssen vertelt iets over de participatie en Wilbert van Houten neemt jullie mee naar jeugd. Dan kom ik nog even terug. Arthur.
De heer Overgoor: Op het gebied van de Wmo hebben wij in het kader van het herontwerp een aantal transformatievoorstellen opgesteld die passen in het kader van het herontwerp. Ik zal een van die voorstellen even nader toelichten. Een van de dingen waarvan wij denken dat ze een bijdrage leveren aan de ambitie die we hebben, is het inrichten van ondersteuningspunten in de wijk. Dan ondersteuningspunten voor mensen die nu een lichte begeleiding krijgen in het kader van de Wmo. Voor wie doen we dat? Wat ik al zei, dat gaat om inwoners met een indicatie voor lichte begeleiding, niet alle inwoners met een indicatie voor lichte
begeleiding maar een deel daarvan. Die waarvoor een ondersteuningspunt een oplossing kan bieden. Wat gaan we dan doen? We gaan in wijkcentra ondersteuningspunten inrichten die ondersteunen bij bijvoorbeeld thuisadministratie, bij het opbouwen van een sociaal netwerk, het voorzien in zelfzorg, dus dat mensen goed voor zichzelf zorgen, die er ook op letten. Waar mensen ook leren om om te gaan met hun beperking. Dat soort steunpunten bestaan uit professionele krachten aangevuld met vrijwilligers. Om onze Wmo-consulenten in staat te stellen een houvast te bieden om te bepalen of iemand al dan niet gebruik kan maken van zo een ondersteuningspunt. Daarvoor moeten we een normenkader opstellen voor Wmo-begeleiding. Dus dat is een voorwaarde om dit verder in te vullen. Wat is de relatie dan met het programmaplan? Met dit voorstel werken we aan van maatwerkvoorzieningen toewerken naar gebruik van voorliggende voorzieningen. Dus meer gebruik maken van de sociale basis. Voor de rest werken we hierin mee aan normaliseren, mensen moeten gewoon zoveel mogelijk normaal gebruik maken van de bestaande voorzieningen of zoveel mogelijk normaal participeren in de samenleving. Wij denken dat dat met zo een steunpunt, dat dat een stap op weg is naar normalisatie. Wij verwachten dat we hiermee een bezuiniging op de zorgkosten zouden kunnen realiseren van om en nabij de drie ton met ingang van 2025.
Dus dat is een van de voorbeelden op het gebied van de Wmo. De heer Janssen: Dan kan je door naar de volgende sheet denk ik. Vanuit de hoek van participatie en schuldhulpverlening ook een voorbeeld van een van de acties die in het kader van het herontwerp uitgevoerd zal worden. Het voorbeeld wat ik graag kort wil toelichten dat is het uitbreiden en intensiveren van de bestaande samenwerking met de vrijwilligersorganisaties en schuldhulpverleners. Hopen we daarmee te bedienen als gemeente, dat zijn de inwoners met financiële vraagstukken en schuldhulpproblematiek, ofwel uitgelegd in bewoners die we normaal gesproken ook bedienen binnen de schuldhulpverlening. Wat gaan we daarvoor precies doen om die samenwerking te verbeteren? We gaan daarvoor een ICT-systeem implementeren, de vrijwilligersorganisaties in Hoogeveen en de gemeente gaan samen gebruik maken van een nieuw ICT-systeem dat zal dit jaar in gebruik worden genomen. Het ICT-systeem zal overzicht bieden met betrekking tot waar inwoners die hulp ontvangen van een van die organisaties waar zij zich bevinden, op welke stap zij staan in het traject. Dit zal ook inzichtelijk zijn voor de andere organisaties en het zal de samenwerking tussen gemeenten en ook onderling tussen de vrijwilligersorganisaties efficiënter moet laat verlopen.
Daarnaast gaan we ons richten op het organiseren van de instroom, we gaan in gesprek met de vrijwilligersorganisaties, we zullen verschillende sessies daarover voeren en gaan we gesprek aan over wat de verschillende vindplaatsen zijn voor inwoners met schulden in de gemeente, bij welke organisaties komt men allemaal binnen. Hoe zouden we dat zoveel mogelijk kunnen centreren naar een locatie? Als laatste gaan wij ook een periodiek overleg invoeren. Op dit moment is er geen vast overlegmoment tussen de gemeentelijke organisaties maar om inderdaad die samenwerking nog intensiever te maken en ook efficiënter willen we daar als gemeente het initiatief voor nemen om periodiek ook met elkaar gewoon in overleg te treden. Om even in te gaan op de relatie met het programmaplan: de reactie heeft eigenlijk de relatie met drie van de thema’s. In de eerste plaats met de sociale basis van de betreffende vrijwilligersorganisaties en het versterken van het voorliggend veld. De tweede plaats de maatwerkvoorzieningen want we denken: als het gaat om maatwerkvoorziening binnen schuldhulpverlening denken we het aantal trajecten te kunnen laten afnemen door efficiënter samen te werken. Als laatste natuurlijk samenwerking want het gaat over het zo efficiënt mogelijk inrichten van de keten.
Daarmee hopen we uiteindelijk tot een besparing te kunnen komen van veertigduizend euro in 2025 door inderdaad het aantal trajecten professionele schuldhulpverlening te laten dalen. De heer Van Houten: Goed dan neem ik even het stokje over met een voorbeeld op het gebied van de jeugdhulp. Ik ga even toelichting geven op een middel om bepaalde doelen die we hebben gesteld te bereiken. Dat is het opstellen van een nieuwe verordening en beleidsregels. Komt volgende week donderdag ook aan de
orde. Voor wie is dit? Dat is eigenlijk voor alle inwoners met een hulpvraag bij de toegang. Dus inwoners die een hulpvraag doen op het gebied van jeugdhulp. Wat gaan we doen aan de hand van die nieuwe verordeningen en beleidsregels? Dat is het scherper sturen en toetsen bij nieuwe en bestaande aanvragen. We willen meer sturen op verwijzingen naar derden. Er staat ook bij, niet zijnde de GI’s, dat zijn de gecertificeerde instellingen. Dat zijn verwijzingen die onder andere ook via de rechtbank gaan dus daar hebben wij eigenlijk geen invloed op, dat is een rechtelijke uitspraak en daar hebben we dan in dit geval als gemeente gevolgen aan te geven. Daarmee willen we ook invloed hebben op de duur van de inzet om te kijken: wat is het doel dat we willen bereiken en welke inzet past daarbij? Ook het meer inzetten op de eigen kracht en de omgevingskracht. Dus eerst kijken wat kan iemand zelf, wat kan er vanuit de omgeving en pas van daaruit kijken eventueel naar een voorliggende voorziening en pas maatwerk. Niet omdat we geen maatwerk willen verstrekken maar we willen eerst kijken naar de duurzame oplossing als iemand dat zelf kan of in combinatie met de omgeving. Heb je een oplossing die duurzamer is voor de lange termijn en dat hopen we op die manier te bereiken. Dus duurzame oplossingen werkt ook bij aan het normaliseren.
Ook inzetten op de eigen regie, dus niet de regie overnemen maar proberen de regie daar te laten waar die hoort. Dat is dan eigenlijk de relatie met het programmaplan, ambitie en de leidende principes. Met de inzet van de nieuwe verordening en de beleidsregels schatten wij in dat we een besparing kunnen realiseren in 2025 van tweehonderdduizend euro. Mevrouw Teijema: Dan pak ik het van hier weer over. We hebben het nu gehad over inhoud, wat voorbeelden van hoe het programmaplan ermee omgaat. Maar we hebben natuurlijk ook een belangrijk onderdeel daarvan is toch ook de financiën. Hier nog even kort de opdracht uit de schone lei en eigenlijk een en drie gaan over financiën. Dus daar gaan we nu even verder op in. We geven meer geld uit dan we ontvangen. We hebben al eerder met jullie een memo gedeeld met de gemeenteraad over de inzicht, inkomsten en uitgaven binnen het sociaal domein. De conclusie van die memo is dat de inkomst en uitgaven redelijk in balans zijn met elkaar. Er staat hier ook een disclaimer bij. Wat dat betreft is een benaderingsmethode van deze berekening want het gemeentefonds dat zijn in principe algemene middelen en de raad heeft zelf veel vrijheid hoe je die middelen wil toedelen aan de verschillende posten.
Dus er is niet een standaard methode maar tot een paar jaar geleden was het nog wel gelabeld dus daarvan is onder andere gebruik gemaakt en op die manier konden we toch nog wat inzicht daarin krijgen. Dan de opdracht uit de schone lei was ook de besparing van acht miljoen. Uiteindelijk werd die nog zelfs opgeplust met een half miljoen tijdens de programmabegroting voor 2020 voor jeugd. Dat was een van de opdrachten om die acht miljoen te bezuinigen. Daarvan is al bijna een miljoen ingevuld en die half miljoen is niet realiseerbaar geacht en toentertijd ook afgeslagen. Wat we nog moesten zoeken was een bezuiniging van zeven miljoen. Het programmaplan, ook net al aangegeven in dat overzicht, de drie opgaves: inhoud, samenwerking en financieel. Als je die drie zaken met elkaar verbindt dan kom je niet tot die zeven miljoen. We hebben daar echt wel gekeken: hoe kunnen we daarin balans vinden? We hebben bekeken hoe we nog verder kunnen bezuinigen. Maar waarbij wel deze drie, de samenhang tussen deze drie opgaves het uitgangspunt is. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een besparing van een komma negen miljoen die wij denken te kunnen realiseren als we uitvoering geven aan dit programmaplan. Wat blijft dan nog over? Vijf komma een miljoen. Hier staat nog even uitgelegd waarom we eigenlijk niet uit het sociaal domein kunnen halen.
Volgens mij heeft wethouder Reneman daar is hij in zijn inleiding ook al op ingegaan. De bodem is bereikt, de inkomsten en de uitgaven zijn in balans, die drie opgaves wil je juist met elkaar verbinden. We hebben een sociale status in Hoogeveen die toch wel wat bijzonder is. Elke besparing zou voor de korte termijn zijn en op de lange termijn nog waarschijnlijk meer geld gaan kosten. We hebben ook gekeken: als jullie toch die zeven miljoen willen besparen, welke keuzes zijn daarin? Bij de aanbiedingsbrief die vorige week is verstuurd naar jullie, de brief bij de gemeenteraad, daar zat een bijlage drie bij. Daar stond een hele lijst met allemaal besparingen in het sociaal domein die nog wel mogelijk zijn maar die dan niks meer te
maken hebben met het programmaplan op zichzelf. Het programmaplan is breed gedragen, is een mooie kapstok met een werkwijze erin, een goeie basis. Die lijst die staat daar helemaal buiten. Hier nog kort het overzicht, de acht en een half miljoen komt hier naar voren. De bijna een miljoen ingevuld, de half miljoen is afgeslagen, de zeven miljoen resteert. Ik ga er even heel snel doorheen maar de presentatie wordt vast nog wel gedeeld. Dit is de invullen van het programmaplan, die een komma negen miljoen. Dus blijft er nog over die vijf komma een miljoen. Het resultaat van de opdracht waar we mee begonnen zijn in deze presentatie: breed gedragen aanpak, domein overstijgend. We zijn dus niet gaan kijken per domein maar we hebben echt gewoon die thema’s gezamenlijk sociaal breed opgepakt. We hebben een hele mooie kapstok liggen, een hele mooie basis voor de werkwijze voor de komende jaren met een ambitie en leidende principes, de opgaves. Allemaal hangt het met elkaar samen. Ook de uitvoeringsagenda, dat is natuurlijk ook, die staat hier nog niet bij maar dat is natuurlijk ook een hele belangrijke. Want daarin geven we juist invulling voor de komende jaren hoe we deze kapstok, dit programmaplan kunnen gaan toepassen. Twee van de drie kaders vanuit schone lei zijn hiermee eigenlijk ingevuld: transformatie herontwerp, daar hebben we het ook al over gehad.
De inkomst en uitgaven zijn in balans. Alleen de acht miljoen is nog niet bereikt. In de aanbiedingsbrief van de gemeenteraad staat het ook al aangegeven. Het voorzieningenniveau, we moeten gewoon kijken hoe we dat gat misschien nog kunnen dichten. Dan zou je kunnen kijken naar het voorzieningenniveau, de extra structurele middelen van het gemeentefonds zou je kunnen kijken wat daar nog mee mogelijk is. Natuurlijk het onderzoeken of de inkomsten verhoogd kunnen worden. Dat valt buiten deze opdracht en zoals wethouder Reneman ook al heeft aangegeven, daar komen ze nog met voorstellen voor. Hier nog kort de planning, daar heeft wethouder Ten Kate ook al wat over aangegeven. Achttien januari is er definitieve besluitvorming in het college over programmaplan, dan zijn de adviezen van de adviesraad en de cliëntenraad dan ook meegenomen en verwerkt. Twintig januari is dan een debat in de gemeenteraad en drie februari besluitvorming in de gemeenteraad. Dat was mijn presentatie. De voorzitter: Dank u wel voor de presentatie en zoals u al aangaf, presentatie nagezonden. Graag het verzoek om dan even via de griffie, zodat de griffie kan zorgdragen dat het bij iedereen bij elke raadslid terecht komt. De handjes komen al omhoog en als eerste wil graag even mevrouw Prins van Gemeentebelangen. Mevrouw Prins-Vosmeijer: Dank u wel voorzitter.
Dank voor de heldere uitleg van eenieder in dit verhaal. Voor mij duidelijk. Ik heb nog wel een vraag: besparingen worden berekend, zoveel ton, drie ton vanaf 2025, veertigduizend vanaf 2025. De vraag is waarom pas vanaf 2025? Ik snap dat sommige dingen tijd nodig hebben om op te zetten maar we zitten nu net in 2022. Misschien kan iemand daar even een uitleg over geven. De voorzitter: Dan kijk ik even mevrouw Teijema aan of de heer Van Houten. Ik zie al wethouder Reneman. De heer Reneman: Voorzitter dank u wel. We spreken in het herontwerp steeds over besparingen en dat doen we omdat we niet spreken over bezuinigingen. Dat heeft ermee te maken dat we denken dat door een andere manier van werken je geld minder hoeft uit te geven. Die andere manier van werken dat implementeren daarvan dat heeft steeds tijd nodig. Vandaar dat het steeds reeksen zijn die zo snel als ze kunnen en zo snel als dat realistisch ingeschat kan worden, opklimmen tot 2025. Dat is de reden. Het zijn dus geen snelle bezuinigingen, dat zijn echt besparingen om dat op een andere manier gewerkt wordt. Stel je zou een snelle bezuiniging doen, zou je bijvoorbeeld voor een minimabijdrage als je die gewoon verlaagt kan je het boem invoeren en dan is het gebeurd. Maar dit is echt een andere manier van werken. Daarom hebben we hier steeds die tijdsreeksen.
Mevrouw Prins-Vosmeijer: Kan wel zijn dat sommige onderwerpen wel eerder kan ingaan al?
De heer Reneman: Als dat zo is dan staat het in die tijdsreeksen, dan is dat de inschatting. Mevrouw Prins-Vosmeijer: Oké dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Reneman. Hij geeft aan: het is in balans de uitgaven en de inkomsten. Daar is een analyse opgemaakt. Die analyse die heb ik ook even naast de jaarrekeningen gelegd, daar kom ik niet helemaal uit. Omdat die bedragen dan ook niet overeenkomen met elkaar. Ik snap dat het, want in het gemeentefonds in 2019 bijvoorbeeld hebben we totaal 113 miljoen staan. Als ik dit nu nakijk dan zitten we op 103 miljoen. Maar ik zou toch wel even heel graag inzage willen hebben: hoe is dat dan doorgerekend? Op welke manier? De heer Reneman: Ik denk dat beste wat we daarmee kunnen doen is als daar behoefte is bij anderen ook, om daar een aparte bijeenkomst over te organiseren samen met degene die deze analyse heeft uitgevoerd. Ik denk dat dat het slimste is. Dus ik weet niet als anderen daar ook behoefte aan hebben dan organiseren we dat gewoon voorzitter. De voorzitter: Oké dan kijk ik even rond. Goed, de heer Scheffers, als de rest dat ook vindt, even de camera aan en steek even je handje op dan zijn er al twee die dat doen, drie, vier, vijf. Dan komen al die handjes.
De heer Reneman: Voorzitter ik zou willen voorstellen en vragen aan de raadsleden om zich even te melden bij mij vanavond nog, even mailtje sturen dan gaan we dat regelen. De voorzitter: Oké dank u wel. Is daarmee uw vraag beantwoord de heer Bisschop? De heer Bisschop: Ja hoor dank u wel. De voorzitter: De heer Van Rijn, de SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk wel vier of vijf vragen en ze betreffen allerlei doelgroepen in deze. Dus ik weet niet, kan ik die achter elkaar of gewoon vraag voor vraag? Wat is de bedoeling? De voorzitter: Stelt u ze maar achter elkaar. De heer Van Rijn: Oké. Ik had even een vraag: er wordt veel over ambitie gesproken in dit herontwerp maar heeft dit herontwerp ook een duidelijke visie en daarbij een prioritering wat wij eerst gaan inzetten of doen gaan we van alles een beetje doen en is er een vaste duidelijke vooraf afgesproken structuur in de werkwijze? Dat is mijn eerste vraag. De voorzitter: Ja. De heer Van Rijn: Het tweede, wat bedoelt u nu precies met maatwerkvoorziening en is daar ook een structurele werkwijze bij? Wie gaat die steunpunten bezetten? Is dat onze eigen organisatie of wordt dat een andere organisatie? Wat voor gevolgen heeft de nu gaande tweedeling in de maatschappij voor dit herontwerp? Ik neem aan dat daar toch wel gevolgen voor zijn.
We zien dus in dit herontwerp een verschuiving en toename naar vrijwilligers en mantelzorgers. Is er in deze plannen ook een rekening mee
gehouden dat daar onderhand wel een plafond van hun kunnen is bereikt en wat voor gevolgen heeft dit dan voor dit herontwerp. Dan had ik nog een algemene vraag: op 27 december was er in het nieuws dat huisartsen vrezen voor de praktijkondersteuners bij de huisartsen onbetaalbaar zijn. Met name Zilveren Kruis heeft hier wat over gezegd, ik kan niet het hele stuk nu doen maar wat voor gevolgen heeft dit of kunnen wij hier dan uitleg over krijgen dat dit voor Hoogeveen niet van toepassing is? Dan nog een vraag voor de wethouder … De voorzitter: Ik kom nu al op, dit waren toch vijf die u al heeft gesteld? De heer Van Rijn: Oké dan waren het er zes. Het is een hele korte vraag: hij heeft ooit aangegeven met jeugdzorg is het een hele zware olietanker en dat is moeilijk om die van koers te doen veranderen. Maar ik hoorde hem wel zeggen nu net dat de uitgaven en de inkomsten in balans zijn. Dus mijn vraag: is die olietanker nu eindelijk op koers? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Oké. Ik zie al een handje van wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ik denk dat ik een paar van deze vragen kan behandelen. Dat is in de eerste plaats de vragen over de praktijkondersteuners bij de huisartsen. Zilveren Kruis heeft inmiddels laten weten, dat is ook voor iedereen te lezen op de website, dat de bekostiging van de POH’s gaat veranderen.
De huisartsen waren bang dat dit gevolgen had omdat de POH’s niet alleen cliënttaken doen maar ook daar omheen allerlei andere zaken die minder cliëntgebonden zijn. Ze waren bang dat dat niet vergoed werd. Zilveren Kruis heeft laten weten dat het geen bezuiniging is en dat de huisartsen nog steeds de taken van de POH, ook de niet cliëntgebonden taken, zal financieren. Dus er is geen aanleiding om te denken nu dat deze andere manier van financiering gevolgen heeft voor ons als gemeente als het gaat om bijvoorbeeld toename van de Wmo. Uw andere vraag was: eigenlijk zien we nu in het herontwerp een verschuiving naar vrijwilligers en mantelzorgers. Dat is niet helemaal wat we bedoelen met sociale basis. Wat je ziet is dat we die sociale basis en de inzet die er nu al is van vrijwilligers en mantelzorgers, dat we die erkennen. In eerdere bezuinigingsrondes zijn echt wel verenigingen en instellingen geweest die zijn gekort. Dat doen we dus nu bewust niet omdat we erkennen dat we dat netwerk en die inzet van die vrijwilligers en die sociale structuur, dat sociale kapitaal dat er is, dat we dat gewoon keihard nodig hebben. Dus wat we doen is daar waar het kan gaan we helpen om de gaten die er zijn in dat netwerk te dichten. Bijvoorbeeld, we hebben destijds ooit de dagontmoeting voor de GGZ is wegbezuinigd.
We hebben gezegd daarom zou je eigenlijk weer op moeten investeren omdat je nu voor de GGZ dure maatwerkvoorzieningen in gaat zetten omdat je geen voorliggende voorziening hebt. Dus het is niet zo dat we meer neer gaan leggen bij vrijwilligers en mantelzorgers, nee. We erkennen hun inzet, we koesteren dat, we faciliteren dat en we koppelen het ook met professionele inzet zodat die basis stevig wordt. U had ook een vraag over maatwerkvoorzieningen. Daaruit begreep ik een beetje dat u zei: wat zijn precies maatwerkvoorzieningen? Daar waar je geen algemene voorziening of geen voorliggende voorziening hebt, zoals bijvoorbeeld een dagontmoeting, een inloop-ontmoeting in de wijk. Als je dat niet hebt dan moet je dus maatwerkvoorzieningen inzetten. Bijvoorbeeld dagbesteding en dat zijn altijd duurdere voorzieningen dan algemene voorzieningen. Dus als we zeggen, we gaan in een wijk professionals en vrijwilligers mensen helpen met administratie, met financiële zaken, dan doen we dat omdat we niet willen dat we bijvoorbeeld Wmobegeleiding licht, een maatwerkvoorziening waarin één-op-één iemand wordt geholpen. Dan hoeven we dat niet in te zetten. Natuurlijk zijn er altijd mensen die dat wel nodig hebben maar voor die mensen kunnen we dat wel inzetten. Maar er zijn ook heleboel mensen die prima geholpen zijn met de inzet van bijvoorbeeld een Humanitas of een andere organisatie.
Omdat vrijwilligers soms net zo professioneel of dan betaalde krachten. Niet professioneler zijn, dat bedoel ik eigenlijk niet. Net zo goed waardevol zijn en vanuit de ervaring net zo deskundig zijn, dat is wat ik bedoel. U had ook nog een vraag, mijnheer Van Rijn over de tweedeling in de
samenleving. Dat vind ik een hele complexe vraag, daar zou ik echt uren over kunnen praten en over willen praten. Maar we hebben het herontwerp niet gemaakt vanuit het oogpunt om de tweedeling in de samenleving tegen te gaan, nee, het herontwerp is bedoeld om ervoor te zorgen dat iedereen hulp en ondersteuning nodig heeft dat ook krijgt en dat we dat met zijn allen gaan regelen. Als je dat goed regelt dan helpt dat natuurlijk wel tegen gevoelens van onvrede in zo een samenleving. Dus misschien is dat een van de druppels op de gloeiende plaat die kunnen helpen. Voor, even kijken, u hebt verder ook over de ambitie, er zijn veel ambities. Wij verwoorden eigenlijk maar één ambitie en dat is de visie die wij hebben, dus dat is de koers waar we op zeilen. Als u zegt, wat zijn nu de prioriteiten? Daarvoor moet u kijken naar het programmaplan want het herontwerp zelf dat is beleidstaal, dat gaat over kaders, ambities, opgaven. Dat is een beetje een ander abstractieniveau dan het uitvoeringsplan. Het uitvoeringsprogramma gaat meer over: wat gaan we dan nu concreet doen? Dus daar kunt u zien waar de focus zit. Ik hoop dat ik zo uw vragen heb beantwoord. De voorzitter: Ik zie ook nog een handje van wethouder Zwiers voor een aanvulling en ik zie ook wethouder Ten Kate. De heer Zwiers: Ik wil graag nog even iets aanvullen voorzitter als dat mag op het vrijwilligerswerk.
Ik denk dat ook in de presentatie tot uitdrukking kwam dat wij juist efficiënter willen gaan samenwerken. Ik denk ook dat dat meer plezier geeft als je elkaar vaker opzoekt en beter begrijpt. Dat is ook waar we in willen investeren in die relatie met die vrijwilligersorganisaties. De vrijwilligersorganisaties vragen daar ook zelf om overigens en die vragen dat eigenlijk van ons als gemeente. Ik denk dat dat ook goeie vragen zijn want laten we ook helder zijn: het gaat nog lang niet altijd even goed. Dus we hebben daar nog wel iets te winnen met elkaar ook in belang van de motivatie van de vrijwilligers. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik nog even naar wethouder Ten Kate. De heer Ten Kate: Ja, even mijn geluid uitzetten. Nog een kleine aanvulling op die prioritering waar collega Tabak net ook al iets over zei. In de uitvoeringsagenda die ook bij de stukken zit ziet u ook een tabel wanneer we met een bepaalde acties beginnen en wanneer en hoeveel tijd we nou denken nodig te hebben om die uit te voeren. En u zult zien dat we met sommige al begonnen zijn en sommige beginnen in de loop van de jaren, van dit jaar en sommige lopen ook nog een tijdje door. Dus u ziet ook in de kolommetjes heel concreet waar we eerst en laatst mee aan de gang gaan. En u vroeg nog even naar de beeldspraak van de olietanker, hè, die ik wel eens gebruikt heb voor jeugd.
Het is wel goed om voortdurend te blijven beseffen dat we, als het gaat om de financiën voor jeugd, een strikt onderscheid maken tussen de inkomsten en de uitgaven. Aan de uitgavenkant blijft het met alle maatregelen die we doen wel een olietanker die geen haakse bochten kan maken. Dat blijft zo. En u zult ook in het uitvoeringsplan zien dat we heel veel dingen nog te doen hebben en dat kost ook tijd. Aan de inkomstenkant is er afgelopen jaar wel wat gebeurt, hebben we flinke smak geld van het Rijk er extra bij gekregen en dat lijkt ook met het regeerakkoord structureel te worden. Dus dat helpt wel enorm en dat is, nou, echt een slok op een borrel. En als je die twee tegen elkaar afzet, maar dat is dan dat punt van zijn inkomsten en uitgaven nu met elkaar in balans, dan zie je dat door die extra boost die we van het, in geld, die we van het Rijk hebben gehad, dat dat wel heel snel dichterbij is gekomen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Pullen van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen: Dank u wel voorzitter. Ik heb een paar vragen, maar drie denk ik, gewoon heel kort recht gezegd. In eerste instantie hoorde ik de heer Ten Kate zeggen dat het, ja, de brief zeg maar die in het raadsvoorstel die hier staat dat dat echt nog zo’n conceptfase is en dat de adviezen van de beide raden nog
moeten worden verwerkt. Ik stel het op prijs, ik wil dat vragen, of dan ook voor de raad inzichtelijk wordt gemaakt als we het document weer opnieuw en definitief krijgen of dat ook dan ook duidelijk wordt wat er veranderd is of gewijzigd, dus dat is één. Als tweede vraag is: wij zien in de stukken dat de SWW nogal een belangrijke positie heeft en nog, ja, ook zelfs, ik lees zelfs een soort herijking van de SWW. Dus ik wou eigenlijk daar wat op doorgaan, in de zin van wat nou de positie, wat is nou die andere positie van SWW bij dit herontwerp sociaal domein? En daar moet ik nog even kijken naar mijn voorbereiding. Dan is er een bijlage 6, dat gaat over integraal werken. En dat is agendapunt 2.1 B6. En daar staat in de conclusies, dat begint eigenlijk en dat vond ik een beetje dubbelzinnig, dus ik wou vragen om daar eens kritisch naar te kijken, daar staat: de bestaande ordening en rolverdeling in het sociaal domein is niet ondoelmatig. Ik lees dat als een dubbele ontkenning dus dan zou ik eigenlijk willen zeggen: is doelmatig. Ik wil eigenlijk graag eens weten of daarop even nog op dat punt in dit document wordt gekeken. En dan heb ik nog één punt, dat heeft nog met SWW te maken. Daar moet ik, ik zit een beetje op een onhandige positie thuis, even zien. Even uit mijn hoofd: de door… Ja, ik heb hem al. De financiële vertaling programmaplan.
Daar wordt ook over SWW gesproken, dat daar een, nou ja, het bedrag op sociaal breed van 250.000 wordt geraamd. En dat heeft overigens met die herijking te maken, maar er wordt ook gezegd: nou ja, er moet een eerste verkenning gedaan worden op die preventieve activiteiten, of dat wel realiseerbaar is. En dat gaat met name ook in op Mantelzorg-Vitaal, Jong Hoogeveen en de Smederijen. Dus daar zitten nog wat risico’s aan, dus ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig van, ja, hoe definitief is dit voorstel? Uiteindelijk gaan we daar als raad over, dat weet ik, maar ik wou daar wel even een reactie op. Tot zover. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even naar wethouder Reneman en dan kom ik daarna bij wethouder Tabak. Ja, het geluid van de … De heer Reneman: Dank u wel voorzitter. U heeft magische invloeden op mijn microfoon. Het gaat even over het raadsvoorstel wat voorligt en het verzoek van mevrouw Pullen om dan de verschillen duidelijk te maken. Dat zal sowieso zijn, want wij maken een collegereactie op de adviezen van de cliëntenraad en de adviesraad. En daarin kan u precies zien wat we meenemen en wat niet. U kan er vooralsnog van uitgaan dat het raadsvoorstel niet wezenlijk zal veranderen. Maar misschien dat we dan zeggen dat we op deze manier ‘…’ op die manier daarmee omgaan. Maar dat spoorboekje zit in de reacties van het college. De voorzitter: Oké.
Dan komen we bij de vragen over de positie van de SWW en de financiële vertaling. En over de tekst in de bijlage 2.1.6B. Ik zag net mevrouw Tabak, wethouder Tabak, maar … Of moet ik toch weer bij wethouder Reneman zijn? De heer Reneman: Als niemand het weet, dan zal ik het wel zeggen. De voorzitter: Of het is dat wethouder Tabak net … De heer Reneman: Wethouder Ten Kate, wilt u wat zeggen? De heer Ten Kate: Ja, maar even een poging doen. Ik zag in de gauwigheid dat het verlaten tekentje bij collega Tabak, dus dan denk ik dat er ergens op de lijn iets niet goed is gegaan waardoor zij ons even verlaten heeft. De voorzitter: Ah, kijk, daar is ze weer. De heer Ten Kate: Daar is ze weer, o, dan laat ik eerst collega Tabak het woord over de SWW.
Mevrouw Tabak: Nou, het is echt om te huilen hier, ik werd er gewoon uitgefloept. Even kijken, de vragen van mevrouw Pullen. Wat betekent die positie van de SWW? Nou, de SWW is gewoon een hele belangrijke kernspeler als het gaat om het vormgeven van die sociale basis. De SWW doet het welzijnswerk, het maatschappelijk werk, dat zijn allemaal die voorliggende voorzieningen. Maar de SWW is ook een hele belangrijke spin in het web als het gaat om vrijwilligerswerk. En bovendien is de SWW geen commerciële partij, de SWW wordt volledig gefinancierd door de gemeente, dus wij zien de SWW echt als een partner. Dus daar is geen perverse prikkel om cliënten extra, zeg maar, binnen de deuren te houden. Wij kunnen juist de SWW heel goed inzetten om bijvoorbeeld snel zorg weer af te schalen, om zorg ook informeel te houden, et cetera. Dus dat is de positie van de SWW, de SWW is echt een partner van ons en heeft ook meegedacht bij het herontwerp. Dan ziet u staan in de financiële vertaling een mogelijke bezuiniging van 250.000 euro op de SWW. En dat heeft te maken met dat één van de leidende ambities is ook dat inzet moet ergens toe leiden. Dus we willen geen niet effectieve interventies doen. Maar als je nou kijkt naar SWW dan gaat dat natuurlijk heel erg over preventie.
En dan kan je afvragen: ja, wat is nou precies wat je doet wat niet efficiënt is en zijn er ook gewoon zaken die we, waar we mee zouden kunnen stoppen? En dat is iets wat waar wij nu op dit moment geen antwoord op hebben. En u ziet wel ook in de uitwerking dat je kan denken bijvoorbeeld aan het jongerenwerk, aan Mantelzorg-Vitaal, et cetera. Nou, dat zouden opties kunnen zijn. Maar die zijn nog niet ingevuld. En wethouder Ten Kate en ik gaan de komende maanden ook met de SWW in gesprek of er die 250.000 euro bezuinigd kan worden of bespaard kan worden, moet ik zeggen, zonder dat dat al te veel gaat drukken op het herontwerp. Maar daar kunnen we nu dus nog geen uitsluitsel over geven, dus hoe hard die 250.000 is, ja, dat kan ik nu eigenlijk ook niks zinnigs over zeggen. Uiteindelijk is het de raad die bepaalt of die, ja, zeg maar of wij de ruimte hebben om daar ook bij terug te komen om te vertellen wat nou wel haalbaar is en wat niet haalbaar is en waar nog eventueel ruimte zit. Dus daar hebben we tijd voor nodig en we moeten gewoon afspreken dat we met die invulling bij u terugkomen. Mevrouw Pullen: Voorzitter? De voorzitter: Ja, sorry, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen: Mag ik daar nog even een aanvullende vraag over stellen? Want dan is het weer wat handiger ook omdat we dit zo nu bespreken.
Begrijp ik dan dat als in die financiële doorvertaling van die, bijvoorbeeld die 250.000 ten aanzien van de SWW, dat als wij als raad zeggen: nou, dat is niet haalbaar, of niet realistisch, dan heeft dat dus consequenties voor het bedrag van het totale programma plannen en dan wordt het geen 1,9 miljoen maar 250.000 minder. Moet ik het zo begrijpen? Mevrouw Tabak: Ja, want wij moeten, wij willen gewoon echt even serieus kijken met de SWW of we die 250.000 euro kunnen invullen. En het is nu te prematuur om te zeggen: dat gaan we halen of niet. De voorzitter: Oké. Wethouder Reneman nog als aanvulling en ik zag ook wethouder Ten Kate nog. De heer Reneman: Misschien wethouder Ten Kate eerst even, voorzitter. Misschien is dat handiger. De voorzitter: Wethouder Ten Kate, gaat uw gang. De heer Ten Kate: Ja, dit onderdeel raakt ook een aantal elementen van jeugd en ik hecht daar wel aan om even goed te duiden hoe we deze besparing, want dat is het, en ook andere moeten zien. Wij spreken voortdurend over besparingen en niet over bezuinigingen en dat doen we omdat inhoud en financiën, daar begonnen we ook mee, samengaan. Dus we denken dat we met een aantal inhoudelijke stappen besparingen