Transcript Raadsavond 1 juli 2021
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 1 juli 2021
1.
Plenaire besluitvormende vergadering (Raadzaal) 1.1 Opening Voorzitter: Dames en heren, het is 19:30 uur, ik open de vergadering van de raad. Allen hartelijk welkom. Geldt natuurlijk ook voor degenen die meeluisteren en meekijken via allerlei kanalen en ook via de lokale omroep. Hartelijk welkom hier vanavond en wij beginnen deze vergadering zoals we alle vergaderingen beginnen: met even een moment van stilte. Dank u wel. Deel ik u mede dat met kennisgeving afwezig zijn: de heer Otten en mevrouw Blenkers, die zullen vanavond niet aanwezig zijn. En we hebben ook het heuglijke feit te vieren dat vandaag de heer Warrink, het raadslid voor de ChristenUnie zijn verjaardag viert, dus wij gaan hem van harte feliciteren daarmee. Ja en er wordt natuurlijk al gekeken van ... Want de traditie zegt dat we dan hem gaan toezingen. Nou hebben we de regels er heel erg strikt op nageslagen en ja het kan, maar ik zou u willen voorstellen dat in deze periode nog even voorzichtigheid betrachtend, we dat nu toch nog maar even niet doen. Hoewel we op 1,5 m zitten, we hebben geen geteste toegang, dus laten we de voorzichtigheid maar even betrachten. Ik heb met de heer Warrink net al even overlegd, zodat de teleurstelling niet meteen zo frontaal zou komen, maar dat hij er alvast aan kan wennen. Maar in gedachten zingen we hem lang zal ze leven toe en wij wensen hem nog heel veel goeie jaren.
En we hopen dat hij vanavond nog enige tijd heeft om zijn verjaardag ook nog in huiselijke kring te kunnen vieren. Daar gaan we ons best voor doen, dat in ieder gevoel nu. Nogmaals van harte proficiat namens ons allen. 1.2 Vaststelling agenda Voorzitter: Dan is aan de orde de vaststelling van de agenda. Kunnen we de agenda zal vaststellen? Dat is het geval. Dan is de agenda zo vastgesteld. 1.3 Mondelinge vragen Voorzitter: Dan 1.3 Mondelinge vragen. Die zijn niet gesteld, dus dat zal ook niet ter behandeling voorliggen. 1.4 Zienswijzen begroting SWO en vka jaarrekening SWO Voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 1.4 Zienswijzen begroting SWO en voor kennisgeving aannemen de jaarrekening van de SWO. Voorstel is om geen zienswijze op de begroting in te dienen en kennis te nemen van de jaarrekening. Is ook al in debat de vorige keer geweest. Ligt ter besluitvorming voor en er is een motie aangekondigd van steun door een drietal partijen. Een motie die gaat over de verdelingssystematiek van de SWO, ingediend door VVD, SGP en Gemeentebelangen. We zullen eerst de indieners vragen om een toelichting te geven op deze motie, dan vervolgens het college om een reactie vragen op deze motie en dan ook degenen die nog niet tot de indieners horen en vragen om daarna een reactie te geven. Ik geef eerst het woord aan de fractie van de VVD, de heer Bisschop.
De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Ik krijg hem zelf niet in mijn iBabs, maar ik zie hem ook niet op het scherm staan, maar de motie die heeft de strekking dat wij net als eigenlijk vier jaar geleden in 2017 graag een onderzoek willen naar de SWO en de kostenverdeling binnen de SWO en dat we met dit onderzoek eigenlijk ook richting het nieuwe college het college in haar kracht wil zetten om een goed besluit rondom de herijking die dan volgend jaar ook gaat plaatsvinden, om die daarin ook kracht bij te zetten. Dus daarom hebben wij deze motie ingediend, om daarbij ook gewoon het college te verzoeken dat
onderzoek ook dit jaar te laten plaatsvinden het liefst. Voorzitter: Dank u wel, kijk ik naar de fractie van de SGP. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja dank u wel voorzitter. Ja we hebben deze motie mede ingediend, omdat wij ook wel van mening zijn dat er hier altijd wat scherp op gelet moet worden. En als wij met dit soort zaken bezig gaan, gaan we altijd even terug naar de basis: waarom zijn we die samenwerking eigenlijk aangegaan? Want wat was het doel als je ... In de motie wordt het ook benoemd, de samenwerking tussen die beide, dat de doelstelling ... Dat er besparing van kosten zouden zijn. Ze hadden er een mooie formule bij: een plus een zou drie zijn. Nou ja, daar zien we tot nog toe niet veel van terecht komen. Dus ja, wij vinden ook dat nu ook dit goed onderzocht moet worden, zodat wij ... En misschien wel die hele systematiek van verdeling helemaal overnieuw gedaan worden. Dat weten we nog niet. Dus daar willen we graag onderzoek voor hebben. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de fractie van Gemeentebelangen. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja dank u wel voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de vorige sprekers hierover. Ook vooral om de raad hier aan zet te krijgen, lijkt ons dit een goede motie. Voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik voor een reactie van de kant van het college naar wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja voorzitter.
We hebben hierover gesproken bij de kaderbrief. Toen heb ik verteld dat in de systematiek die u met elkaar heeft afgesproken u volgend jaar een evaluatie uitvoert en dat zal het college voor u voorbereiden tegen die tijd. U vindt het een belangrijk onderwerp, daarom wil u het ook elke vier jaar tegen het licht houden. U vindt het ook belangrijk dat er onderzoek gedaan wordt, daarom dat u ook elke vier jaar een onderzoek heeft gevraagd toen u de samenwerking bent aangegaan. Dit heb ik nog een keer herhaald bij de begroting van SWO, toen we het er weer over hadden. En nou is het verzoek om dat onderzoek naar voren te halen of iets dergelijks. Ik begrijp niet waarom, want in de systematiek komt het volgend jaar. Als u er wat mee wil bij een begroting zal dat de begroting 2023 moeten zijn, dus dan is volgend jaar echt prima op tijd. Ik wil u erop wijzen dat ook de financiële functie die we aan het versterken druk doende ook nog is met andere zaken. Ik zou dit overbodig vinden en onnodig om het naar voren te halen. Voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de fracties die niet direct tot ... Ik zie de heer Scheffers, D66, gaat uw gang. De heer Scheffers: Ja voorzitter, vorige keer heeft de wethouder het al gezegd en hij zegt het nu eigenlijk weer. Deze motie is voor ons simpelweg overbodig.
Ik denk ook dat we een toezegging hebben van de wethouder, dus wij zullen deze motie niet ondersteunen. Maar ik wil nog even een kleine andere opmerking maken en dat is naar de richting van de SGP. De SGP zegt dat ze ... Laten we zeggen dat met de samenwerking van de SWO, dat daar een bezuiniging zou moeten plaatsvinden en dat volgens de SGP deze bezuiniging niet heeft plaatsgevonden. De simpele vraag aan de SGP is in dit geval: waar baseren zij dit op? En ik heb daar namelijk geen enkel argument gevonden waar ze dat op baseren. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Hien, de Lijst Van Hien. Mevrouw Van Hien: Dank u wel voorzitter. Nou de wethouder Reneman bevestigd eigenlijk wat hij de vorige keer ook al heeft aangegeven. Volgend jaar gaan we het opnieuw bekijken, dus de toezegging van de wethouder is voor mij voldoende en wij gaan hier niet voor stemmen.
Voorzitter: De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Dank u wel voorzitter. Nou ik sluit me eigenlijk aan de vorige sprekers. Ik wil alleen even de opmerking erbij maken dat met deze opmerkingen die er gemaakt zijn door de indieners, dat de insinuatie kan ontstaan dat er een oneerlijke verdeling is en dat de SWO niet goed functioneert en daar willen wij ons van distantiëren. Dat vinden wij niet een juiste manier van praten over de SWO. Voorzitter: Dank u wel mevrouw Oosting, Partij van de Arbeid. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel voorzitter. Mag ik nog een aanvullende vraag aan de wethouder stellen? Voorzitter: Ja, als u dat meteen even meeneemt, ja. Mevrouw Oosting: De wethouder geeft aan dat die toezegging is gedaan, dat het volgend jaar onderzocht c.q. geëvalueerd wordt. Maar de wethouder zei ook iets over dat hebben wij met elkaar afgesproken. En nou zou ik graag even willen weten: hebben we dat mondeling met elkaar afgesproken of is dat opgenomen in een of ander raadsbesluit of in een cyclus die we met elkaar voor besluitvorming hebben voorgelegd? Voorzitter: Ja, gaan we zo even vragen aan de heer Reneman. Maar eerst de heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Ja voorzitter, dank u wel. Ook CDA zal de motie niet steunen.
Voorzitter, wij moeten ons realiseren dat wij een jaar na dato en toch heel wat veroorzaakt hebben als raad, en dat hebben we als CDA zeker ook, in Hoogeveen. En dat onze ambtelijke organisatie daar ook heel veel mee te stellen heeft. Wij merken ook dat daar veel druk is en zelfs onrust. Het nieuwe college is ook bezig te reorganiseren, dus wij zouden echt ook willen oproepen: laten we onze rust bewaren, rustig wachten totdat dit onderzoek volgend jaar binnenkomt. Ik sluit me aan bij collega Scheffers: de kosten zijn niet gedaald, nee de vragen die wij de SWO stellen zijn ook gestegen, dus het is logisch dat er ook wat meer kosten en vastzitten. Wij zijn als CDA groot voorstander van de kosten naar beneden brengen, maar wel vanuit de redenen die geldig zijn, namelijk dat we minder beroep doen op de SWO. Voorzitter: Dan mevrouw Van den Oord, SP. Mevrouw Van den Oord: Wij sluiten ons aan bij de vorige sprekers. Naar onze mening is deze motie voorbarig. Het traject zoals afgesproken en ook het overleg wat we met de fractievoorzitters van De Wolden hierover gaan hebben, nog dit najaar als het goed heb, lijkt ons een beter traject dan nu te blijven hameren op het moet goedkoper zonder dat er een goede onderbouwing voor is. De SWO wordt op dit moment voldoende belast en ook financieel al bezuinigd, dus vinden wij die motie op dit moment niet van toepassing. Voorzitter: Dank u wel.
Voor de beantwoording van vragen even die mevrouw Oosting stelde, de heer Reneman. De heer Reneman: Ja. Toen in 2015 de SWO is opgericht is een verdeelsystematiek afgesproken met elkaar. En er is ook afgesproken dat die na twee jaar zou worden geëvalueerd. Dat is gebeurd. En bij die evaluatie hebben jullie allemaal weer afgesproken om het na vier jaar weer te evalueren. En dan is het eerst gewezen moment volgend jaar. Dus dat is wat jullie met elkaar hebben afgesproken en ook eerder gedaan. Dus ik heb niet echt een toezegging gedaan, ik vertel gewoon wat jullie vier jaar geleden al met elkaar hadden afgesproken om te gaan doen en elk college wat volgend jaar aantreedt zal dat dan ook
gewoon doen. Hoeft niet echt toegezegd te worden, hoeft geen motie voor ingediend worden, dat gebeurt gewoon. Voorzitter: Oké, dan kijk ik nog even naar mevrouw Oosting, want die had nog niet aangegeven of ... Tenminste ze wilde eerst die vraag beantwoord hebben. Dan ga ik weer naar de indieners terug. Mevrouw Oosting, gaat uw gang. Mevrouw Oosting: Ja dank u wel voorzitter. Ja het antwoord van de wethouder is helder en heel duidelijk. Wij begrijpen de intentie van deze motie van de VVD en ik hoor ook in de reactie van collega-fracties dat we het gaan hebben over de belasting en de kwaliteit die vervolgens geleverd wordt door de ambtelijke organisatie, maar volgens mij gaat deze motie daar niet over. Die gaat erover dat we kijken: is die verdeling correct? Dat we dat volgend jaar gaan evalueren prima, maar wij begrijpen de gedachtegang van de motie waarom het naar voren gehaald zou moeten worden en wij delen die mening, dus de Partij van de Arbeid zal de motie steunen. Voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer even terug naar de indieners. De heer Bisschop. De heer Bisschop: Ja ik kan ... Dank u wel voorzitter. Ik kan mevrouw Oosting ontzettend goed volgen en dat is ook absoluut de bedoeling van deze motie. Ik wil wel even reageren op ChristenUnie.
Dat wij insinueren met deze motie dat de SWO niet goed functioneert is voor zijn eigen rekening, absoluut staat dat niet in de motie en dat is een conclusie die niet waar is. Ten aanzien van de SP dat deze motie zou insinueren dat wij zeggen dat het goedkoper moet is niet waar. Wij vragen alleen maar om een onderzoek om de validiteit van de kostenverdeling neer te leggen. Dat is een bestuurlijk iets, dat heeft niets met het functioneren of kwaliteit van de SWO te maken. Wij onderschrijven ook het statement van de SP vorige keer dat wij ontzettend veel respect hebben voor de mensen hierbinnen huis die ontzettend veel werk voor ons allemaal verrichten. Wij vragen steeds meer informatie, wij krijgen steeds meer informatie en goede informatie en er wordt op een hele constructieve manier met de raad samengewerkt. Dus integendeel, dat soort zaken stellen we hier met deze motie absoluut niet aan de orde. Dat wil ik wel even heel erg duidelijk gezegd hebben. Voorzitter: Dank u wel. De SGP, de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, ik sluit mij bij die woorden van mijnheer Bisschop aan, ook over dat het niet goed functioneert van SWO, want dat heb ik de vorige keer in het debat juist gezegd dat het juist de goede kant opgaat. En ik snap mijnheer Scheffers van de D66 niet.
Hij heeft het over bezuinigingen, ik heb geen woord bezuiniging in mijn mond genomen, dus ik weet echt compleet niet waar hij het over heeft. Dank u wel. Voorzitter: Ga ik even naar de heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel voorzitter. Alle vorige sprekers begrijpen we ten volle. Het is alleen zo, ook met de herijking van volgend jaar, maar de motie roept namelijk wel op tot iets extra's. Dat heeft te maken met dat er twee jaar terug of vorig jaar misschien wat minder naar de raad is toegegaan, en dat advies naar de raad wat we kunnen doen. Dat wil ik even toevoegen, dat deze motie wel verder gaat dan alleen de herijking die volgend jaar op stapel staat. Dus misschien moeten we het er even over hebben als we daar nog wat over kunnen doen met de andere partijen. Voorzitter: Met andere woorden: u vraagt even om een schorsing om dat overleg te hebben? De heer Sieders: Inderdaad.
Voorzitter: Kijk ik even naar u ... Ik zie ... Dan ga ik zo even met u overleggen hoe lang u daarvoor nodig hebt. Ik zie dat in ieder geval de heer Scheffers nog een reactie heeft en ik zie de heer Reneman ook nog, dus even in die volgorde. De heer Scheffers. De heer Scheffers: Ja voorzitter, ik wil nog even reageren op de bewoording van de SGP. Hij heeft op een gegeven moment in zijn betoog gezegd een plus een is drie. Wie zegt mij, en waar baseert hij dat op, dat dat niet gehaald is? Hij kan dat niet staven, dat is het enige wat ik daarover wil zeggen. Het is best mogelijk dat het kan, dat een plus een drie is in dit geval, maar hij kan het niet aantonen dat dat niet gehaald is. Voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ja ik vraag een verduidelijking aan de heer Sieders over wat hij nou precies bedoelt met dat ... Want ik heb de motie gelezen als het naar voren halen in de tijd van de evaluatie en dan zouden wij het SWO-bestuur een verzoek doen om dat te doen. Maar ik begrijp dat hij nu iets anders stipuleert, namelijk het verzoek om advies van het college over de herverdelingssystematiek. Maar dat zou dan echt een toezegging zijn van dit college, dan zou ik ... Die toezegging zou ik kunnen doen, dat in het herijkingstraject, dat ze dat volgen, dat er absoluut ook een advies van het college bijkomt. Maar dat is ...
Het is een beetje raar om dat te doen, want we hebben nog helemaal niet gehad over hoe die evaluatiesystematiek eruit zou zien. En of daar een advies van onderdeel zou kunnen uitmaken, dat lijkt mij op zich evident, want het college zal u adviseren over wat u daarmee moet doen. Dus daar wou ik toch even verduidelijking over hebben. Voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Ja het is inderdaad wel ter verduidelijking op dat stuk. We hebben nu SWO inderdaad naar voren gehaald, maar er zijn meerdere partijen die daar wat anders over denken, dus ik zou graag een schorsing willen om te kijken van hoe kunnen we ook dat de motie verder gaat dan wat we voor volgend jaar voor de herijking hebben afgesproken, of wat de vorige herijkingen zijn gebeurd, als we daar wat mee kunnen doen nu om de motie misschien aan te passen. Maar daar wou ik graag een schorsing voor. Voorzitter: Oké, kunt u een inschatting maken mijnheer Sieders? De heer Sieders: Een minuut of vijf. Voorzitter: Ja, dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. Dames en heren, als u de plaatsen weer gaat innemen, dan heropen ik de vergadering en ik kijk wie van de ... De heer ... O andere kant. De heer Reneman, gaat uw gang.
De heer Reneman: Voorzitter, ik heb even overleg gehad met de motie-indieners en het blijkt dat als we met elkaar even praten over wat we verstaan onder een evaluatie, dat en de wensen van degenen die tegen de motie hebben verklaard en de wensen die van de mensen die de motie hebben ingediend bij elkaar komen. Een evaluatie is gebaseerd op goed onderzoek en zal altijd een advies aan de gemeenteraad bevatten. En dat is, als u dat wil als een toezegging, dan zou ik dat doen. Ik zal dat bij het SWO-bestuur aanhangig maken, zodat volgend jaar de evaluatie dan zo kan plaatsvinden. Voor mij was het een redelijke vanzelfsprekendheid. Evaluaties zonder onderzoek bestaan voor mij niet, maar als deze toezegging iedereen tevreden houdt, dan wordt die gedaan. Voorzitter: Oké, dan is dat wat de wethouder namens het college heeft geantwoord. En welke consequenties gaat dat hebben voor de motie? Wil ik formeel toch nog even vragen aan de heer Bisschop.
De heer Bisschop: De consequentie voor de motie is dat wij hem intrekken, onze partijen. Voorzitter: Oké, dat wordt gedeeld ook door de andere indieners? Dat is het geval. Dan is de motie bij deze met deze toezegging van de agenda gehaald en is wel het voorstel nog aan de orde. Voorstel om kennis te nemen van de jaarrekening en de begroting van de SWO en geen zienswijze op de begroting in te dienen. U gaat daarmee akkoord? Dat is het geval. 1.5 Besluit bekrachtiging geheimhouding Voorzitter: Dan is aan de orde agendapunt 1.5 Besluit bekrachtiging geheimhouding. U gaat daarmee akkoord? Dat is het geval. 1.6 Vaststelling besluitenlijst 17 juni 2021 Voorzitter: Dan agendapunt 1.6. Hebben we een tweetal besluitenlijsten. Eerste van 17 juni. Gaat u ermee akkoord? Dat is het geval. En dan als laatste de besluitenlijst van 22 juni. U gaat daarmee akkoord? Ja. 1.7 Sluiting besluitvormende ronde Voorzitter: Dan sluit ik het besluitvormende deel en moeten we even een changement hier uitvoeren en dan beginnen we over een paar minuten met de debatronde. Ik sluit het besluitvormende deel. 2.
Debatronde (Raadzaal) 2.1 Opening debatronde De voorzitter: Dames en heren, zou iedereen zijn of haar plek willen innemen? Dan open ik hierbij de debatronde. 2.2 Spreekrecht 2.3 Rapport DTZ van rekenkamercommissie (+10 minuten toelichting onderzoekers) De voorzitter: Rapport van de rekenkamercommissie de Dutch TechZone met het voorstel om kennis te nemen van het gezamenlijke RKC-rapport; het college opdracht te geven de aanbevelingen voor de raad gezamenlijk met de raad op te pakken en hier het voortouw in te nemen; en de aanbevelingen voor de raad als volgt te behandelen: aanbeveling 1, 2 en 3 overnemen. Voordat er eventueel een debat over plaatsvindt krijgen we eerst nog even een toelichting, ook deels van de onderzoekers die digitaal met ons aanwezig zijn, maar ook even vanuit de rekenkamercommissie. Dus ik ga als eerste vragen aan de heer Teeuw om even naar het spreekgestoelte ... En daarna komt ook de heer Waarsing om het een en ander nog eventjes daarvoor toe te lichten. Gaat uw gang mijnheer Teeuw. De heer Teeuw: Ja, dank u wel voorzitter. Dank u dat ik in deze toch bijzondere setting weer hierbij mag zijn. Allereerst, ik ga maar een paar zinnen aan u vertellen. Dank aan Robert Waarsing van ons die als primaathouder het onderzoek begeleid heeft en aan de mensen van het onderzoeksbureau TwynstraGudde die het onderzoek gedaan hebben.
Vooral dank aan de drie colleges van Coevorden, Emmen en Hoogeveen voor een gezamenlijke en positieve reactie. Alleen al het feit dat er een gezamenlijke reactie gegeven wordt is tamelijk uitzonderlijk op dit soort onderzoeken, net zoals het uitzonderlijk is om het met zijn drieën te doen. Maar die gezamenlijke reactie belooft wat ons betreft veel goeds voor de toekomst. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Waarsing.
De heer Waarsing: Ja, dank u wel voorzitter. Ik ga het bijna net zo kort houden. Het is voor het eerst dat inderdaad Emmen, Coevorden en Hoogeveen, althans hun rekenkamers gezamenlijk een onderzoek doen. Dit onderwerp dat leent zich daar ook uitstekend voor. Bovendien bespaart het kosten en dat spreekt ons aan, maar jullie wellicht ook. Dus wellicht volgen er meer gezamenlijke onderzoeken als het onderwerpen betreft die gemeenschappelijk zijn, dat leek ons wel een goed idee gelet op de ervaring die we nu hebben en die eigenlijk ... Die ervaringen zijn eigenlijk prima. Rekenkamer van de gemeente Hardenberg heeft gemeend niet te willen deelnemen aan dit onderzoek. Zij vonden het onderzoek niet actueel. Deze keuze hebben wij gelet op hun zelfstandigheid uiteraard gerespecteerd. De belangrijkste conclusie van dit onderzoek naar de Dutch TechZone is dat de gemeenteraden voor wat betreft de kaderstelling positie hadden moeten krijgen om hem te kunnen nemen en hem hadden moeten nemen om hem te kunnen krijgen. Verder kun je stellen dat de successen van Dutch TechZone, want die zijn er zeker, zich niet gemakkelijk laten meten in concrete resultaten, maar meer een zachte, kwalitatieve resultaten. Maar goed ik loop een klein beetje het gras voor de voeten van Lai van Beek weg te maaien. Maar zij zal straks verder de toelichting op het rapport doen.
Maar in ieder geval bedankt voor het in behandeling nemen van dit stuk. Ik wens jullie veel succes. Voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even naar digitaal, mevrouw Van Beek als het goed is bent u degene die ons de presentatie gaat toelichten? We wachten even tot wij hier geluid ... Dat wij u hier kunnen verstaan. Mevrouw Van Beek: Ben ik nog gedempt? Voorzitter: Nee nou bent u verstaanbaar. Mevrouw Van Beek: Oké, dat is mooi. Wij hebben een PowerPoint presentatie voorbereid. Ik weet niet of jullie die ook op het scherm hebben? Ja, super, want aan de hand daarvan hebben wij het voorbereid. In ieder geval hartelijk dank en ik zal ons kort even introduceren. Wij zijn Lai van Beek en Carmen Hendriks en wij zijn twee leden van onderzoeksteam van TwynstraGudde. Dat team bestaat naast ons ook uit de heer Roel Lauwerier, dat is ook de projectleider geweest van het onderzoek, en Thijs Boertien. Misschien goed om naar de volgende slag te gaan als dat kan. Ja. Vanavond zullen we kort eerst eventjes het proces van het onderzoek nog aan jullie toelichten, dus wat was het doel en de scope. Hoe hebben we het aangepakt en aan welke normen hebben we getoetst? Vervolgens zullen we de bevindingen kort toelichten, waarna we vervolgens naar de conclusies en aanbevelingen gaan. En daarna is eventueel nog ruimte voor vragen.
Als we dan kijken naar het onderzoeksproces, dan kunnen we naar de volgende slide. Doel van het onderzoek is natuurlijk het informeren van de raden en dan kijken we onder andere naar welke doelstellingen er zijn geweest en hoe die doelen ook zijn behaald en of die zijn behaald en bereikt. Daarnaast kijken we ook natuurlijk naar de mate waarin de raden geïnformeerd zijn geweest over Dutch TechZone en welke mogelijkheden er tot kaderstelling en controle zijn geweest. Als we kijken naar onze onderzoeksscope dan is de scope 2017 tot december 2020. Dat is ook echt het moment waarop wij zijn gestart met het uitvoeren van het onderzoek. Zoals net al toegelicht is door de heer Waarsing heeft Hardenberg besloten om niet te participeren in het onderzoek en dat heeft eigenlijk ertoe geleid dat wij bijvoorbeeld wel hebben gesproken met ambtenaren vanuit Hoogeveen, Emmen en Coevorden, maar niet met Hardenberg en dat we ook bijvoorbeeld geen raadsessie hebben gehouden met Hardenberg zoals we dat wel hebben gedaan met de andere drie gemeenteraden. Daarnaast is misschien nog goed om te vermelden dat wij de resultaten van de bedrijvenregeling hebben meegenomen, maar de regeling zelf niet hebben geëvalueerd.
De bedrijvenregeling valt onder de provincie en wordt uitgevoerd door SNN en wij hebben afgesproken dat wel kijken naar de resultaten omdat die aanvankelijk wel behoorde tot het plan Vollebregt, de grondlegger eigenlijk van DTZ. Maar omdat die dus niet onder het programma DTZ valt wat we hebben geëvalueerd hebben we alleen gekeken naar de resultaten. Als we dan kijken naar onze
aanpak: in december heeft het startgesprek plaatsgevonden, vervolgens zijn wij gestart met een documentenstudie, we hebben vervolgens in de derde stap met verschillende partijen gesproken, dat zijn ambtenaren van de gemeente, bestuurders, maar ook leden vanuit de program board, bedrijven, onderwijsinstellingen. En daarnaast hebben we ook gesproken met verschillende bedrijven- en ondernemersverenigingen om ook echt een goed beeld te krijgen hoe zij ervaren hoe DTZ presteert en wat het doet. Daarnaast hebben we ook drie sessies gehouden met de gemeenteraden en dat heeft uiteindelijk geleid dat wij al deze bevindingen van die verschillende stappen hebben uitgewerkt in de rapportage. Als we dan kijken: we hebben verschillende onderzoeksvragen gehad en deze onderzoeksvragen die vertalen we altijd in een normenkader. Een normenkader helpt om goed te kunnen toetsen of er aan verschillende normen wel, niet of gedeeltelijk is voldaan. De onderzoeksvragen die centreerden zich eigenlijk op de ambities en doelstellingen, op de doelrealisatie, stukje doelmatigheid en ook de rol van de raad. Als we dan kijken naar onze bevindingen, die hebben we dus eigenlijk een beetje geplot in het normenkader en de eerste twee normen die hebben eigenlijk strekking op de ambities en de doelstellingen. We zien dat aan de eerste norm is voldaan en aan de tweede niet. Ik zal dat even kort toelichten.
De eerste norm is eigenlijk dat de vastgestelde doelstellingen in lijn zijn met de bevindingen van de Commissie Vollebregt. Even voor achtergrond: de Commissie Vollebregt is eigenlijk de commissie geweest die in 2016 een strategische visie heeft geschreven voor de regio, die in die tijd eigenlijk kampte met krimp, mede onder andere ook omdat Philips wegging uit de regio. En de Commissie Vollebregt heeft een plan geschreven hoe de economische structuur verbeterd kon worden. Dat kon aan de hand van vijf verschillende speerpunten en aan de hand daarvan, van dat plan, is er uiteindelijk een samenwerkingsovereenkomst gesloten waar de verschillende gemeenten aan deelnamen, het Rijk en ook de provincie. En dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat er in 2017 een uitvoeringsplan is gekomen, dat had de strekking 2017-2021. En daar werden dan eigenlijk de verschillende doelen voor de komende vier jaar vastgelegd voor DTZ. Als we kijken naar de vastgestelde doelstellingen dan zien we dat die in lijn zijn met het advies van de Commissie Vollebregt. Zo zien we bijvoorbeeld dat er vast is gehouden aan de vijf verschillende speerpunten. Die zien we ook echt terugkomen aan het uitvoeringsprogramma.
En ook als we kijken naar het doel, dus echt die economische structuurversterking, ook aan de hand van innovatie, dan zien we dat het uitvoeringsplan echt in de lijn ligt van wat de Commissie Vollebregt heeft gesteld. Als we echter kijken naar of deze doelen ook echt concreet en eigenlijk SMART geformuleerd zijn, dan moeten wij tot de conclusie komen dat dat grotendeels niet is gedaan. We zien enkele concrete dingen benoemd. Dus bijvoorbeeld het uitwerken van de bedrijvenregeling, maar verder zien we ook dat veel acties eigenlijk zitten op het meer verkennen van verschillende mogelijkheden. Als we vervolgens kijken naar de uitvoering dan zien we qua doelrealisatie dat eigenlijk de ambities zoals die in 2017 zijn vastgesteld, dat die niet zijn gerealiseerd en dat er eigenlijk ook niet een koers is dat die op weg zijn om gerealiseerd te worden. Dat behoeft natuurlijk een toelichting. We zien eigenlijk dat dus in 2017, dat uitvoeringsplan dat bestaat eigenlijk uit vijf verschillende speerpunten. Die speerpunten die zitten op bedrijvigheid, die zitten op het onderwijs, maar ook bijvoorbeeld op wonen en werken. En als we kijken dan zien we eigenlijk bijvoorbeeld van die laatste pijler die ik noemde dat DTZ daar geen uitvoering aan heeft gegeven.
Uit het onderzoek is eigenlijk gebleken dat die speerpuntenstructuur zoals ik in het begin noemde, dat die eigenlijk in 2018 is losgelaten en dat kwam eigenlijk mede doordat ook het budget wat er was, dat dat niet toereikend was om echt als een soort uitvoeringsorganisatie al die verschillende pijlers te kunnen uitvoeren. Waar destijds eigenlijk voor Vollebregt eruit ging van echt vele miljoenen, zien we eigenlijk dat er voor het programma DTZ uiteindelijk dat het uitgaan van een bijdrage van € 1 per persoon, dus dat is een stuk minder om de verschillende doelen te kunnen realiseren. En mede aan de hand daarvan is eigenlijk eind 2018 besloten om af te stappen van die speerpuntenstructuur en in te zetten op hetgeen waar echt de kracht eigenlijk lag van DTZ en dat is eigenlijk vooral het samenbrengen en verbinden van verschillende partijen en als een soort vliegwiel te kunnen opereren voor beginnende initiatieven om zich verder uit te vouwen. Dat heeft er ook mee te maken, of tenminste dat heeft ook relatie tot eigenlijk die een na laatste norm, dus er is ook geen schema voorhanden geweest wat eigenlijk op een gestructureerde manier heeft gezegd: aan deze pijler is zoverre voldaan, of is niet voldaan. Dus die twee normen daar is dus niet aan voldaan, dus die hebben wij
rood gekleurd. Als je kijkt naar de groene normen waar wel aan is voldaan, is dat we zien dat er eigenlijk dankzij DTZ een samenwerking tot stand is gekomen tussen overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen en dat die samenwerking echt een constructieve bijdrage heeft geleverd aan bijvoorbeeld het feit dat mensen elkaar door DTZ goed kunnen vinden, dat er verschillende initiatieven zijn ontstaan die ook echt hebben geleid tot versterking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. En ook bijvoorbeeld als een belangrijk resultaat wordt genoemd dat DTZ in grote mate ook heeft bijgedragen aan het binnenhalen van de Regio Deal. En ook echt uit gesprekken bleek met onder andere ondernemers dat zij erg enthousiast zijn over DTZ en veel voorbeelden konden geven hoe DTZ hun verder heeft geholpen. Als we kijken naar die derde norm, dus de samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen heeft een positieve invloed op de werkgelegenheid, dan hebben we daarbij wel dus de resultaten van de bedrijvenregeling bekeken. Daarin zien we dat er eigenlijk daarmee 473 verwachte arbeidsplaatsen worden gerealiseerd, dus dat is zeker een positieve invloed geweest op de werkgelegenheid. Echter zien we dat het doel van 700 niet wordt behaald met de bedrijvenregeling.
Voor wat betreft het programma DTZ is, ja, doordat het wat meer een impliciete rol heeft, dus meer die verbindingsrol is lastig vast te stellen hoeveel concrete arbeidsplaatsen daar daadwerkelijk uit kunnen vloeien. En daarbij valt ook te zeggen dat het eigenlijk nu net pas is begonnen, dus dat je daar nog echt de concrete cijfers met betrekking tot de werkgelegenheid nog niet goed kan meten. Als we dan vervolgens doorgaan naar de volgende slide, doelmatigheid, dan zien we dat vooraf eigenlijk het benodigde budget voor de realisatie van de ambities en doelstellingen van DTZ wel duidelijk is gespecificeerd. Het was weliswaar een stuk minder dan werd beoogd in Vollebregt, maar er is wel een duidelijke raming vooraf gekomen. Als we kijken of het vooraf gestelde budget voldoende is voor de realisatie van de ambities en doelstellingen, dan zou je kunnen zeggen dat als je kijkt naar, ten opzichte wat Vollebregt wilde en wat er aanvankelijk in het uitvoeringsprogramma stond ten aanzien van de vier pijlers, dat dat niet voldoende is geweest. Maar als je kijkt naar die vernieuwde focus die eigenlijk eind 2018 is ontstaan, dan zien we dat het budget zich prima leent voor echt die verbindende en initiërende rol die DTZ succesvol weet in te vullen.
Als we dan vervolgens kijken naar de rol van de raden, dan zien we als we kijken naar de eerste rol: de raden krijgen de informatie die nodig is voor het uitvoeren van hun controlerende en kaderstellende rol, dan hebben we die rol eigenlijk gedeeltelijk behaald ingevuld. We zien dat eigenlijk alle drie de raden informatie krijgen over de lopende projecten en ontwikkelingen rondom de bedrijvenregeling via de P&Ccyclus, dus de jaarstukken. Daarbij wordt informatie over programma en de bedrijven op één hoop gegooid, dus dat is soms onoverzichtelijk om te zien wat nou precies tot DTZ behoort qua geld en wat tot de bedrijvenregeling behoort. Dat is iets wat we ook in de verschillende raadsessies te horen hebben gekregen. Als we kijken naar Hoogeveen specifiek dan zien we dat de raad van Hoogeveen ook informatie heeft gekregen over informatiememo's, maar desondanks zien we wel dat de raden ervaren dat zij op dit moment onvoldoende zijn om hun kaderstellende en controlerende rol in te kunnen vullen. Uit de sessies bleek eigenlijk dat er een beperkt zicht was op de doelen die ten grondslag lagen aan DTZ en de resultaten die met DTZ worden bereikt. Ook is het onderscheid tussen het programma DTZ en de bedrijvenregeling niet helder voor alle raden.
Als we kijken naar die tweede norm dan zien we dat in principe alle drie de raden de benodigde informatie hebben gehad om aan de voorkant een beeld te kunnen vormen van DTZ, voorheen Vierkant voor Werk. Dat het rapport van Vollebregt ook echt is besproken in de informatieavond, ook in Hoogeveen, en dat er ook nog een presentatie over is gegeven en dat de drie raden via de P&C-cyclus worden geïnformeerd. Als we kijken naar die laatste rol: de raden zijn betrokken geweest bij het opstellen en het uitvoeren van de ambities, doelstellingen en kaders rondom DTZ, dan zien we dat de raden via de raadsbesluiten de financiële kaders hebben vastgesteld in 2016 en 2017. Als we meer kijken op de inhoud, dan zien we eigenlijk dat de raden in mindere mate betrokken zijn geweest. De raden hebben daarom aan de voorkant hun budgetrecht benut om ook expliciet over de doelstelling, de inhoud en de rol van DTZ besluiten te nemen. En eigenlijk zien we dat voor alle drie de raden wel geldt dat ook gedurende het programma dat zij onvoldoende bekend zijn met de verschillende doelstellingen en ambities die ten grondslag liggen en in welke mate eigenlijk de verschillende doelen worden behaald. En daarom is er eigenlijk ook in de verschillende sessies gepleit voor een actievere vorm van
informatievoorziening. Er is weliswaar in Hoogeveen geprobeerd om een informatieavond te houden die daar ook wel meer informatie over had kunnen geven, maar die is wegens corona niet doorgegaan. Als we dan vervolgens gaan naar de conclusies, dan hebben we eigenlijk vier conclusies getrokken. Eerste conclusie is eigenlijk dat we zien dat die focus en het doel van DTZ in de loop der tijd is veranderd, dus eigenlijk die shift die in 2018 heeft plaatsgevonden, waar meer echt is ingezet op die initiërende en versterkende rol, die partijen samenbrengt en dat die verandering eigenlijk ook is ingegeven door het beperktere budget dat is vastgesteld. We zien ook dat de raden eigenlijk onvoldoende gestuurd hebben op de ontwikkeling van DTZ en dat komt ook doordat de raden onvoldoende zijn meegenomen hierin door de colleges. Doordat de raden onvoldoende zijn meegenomen hebben zij eigenlijk een onvoldoende beeld bij wat DTZ precies doet, kost en oplevert. Als we kijken naar de doelrealisatie dan zien we dat we daar eigenlijk vanuit twee perspectieven naar kunnen kijken. Als we echt kijken vanuit de rol van de Commissie Vollebregt met die verschillende pijlerstructuur, dan kunnen we zeggen dat oorspronkelijke doelen onvoldoende zijn uitgewerkt en dat de doelrealisatie niet goed is vast te stellen. En dat veel ook niet is gedaan.
Als we echter meer kijken vanuit de bril met de aangepaste rollen en doelen, dan kunnen we wel zien dat het gelukt is om een samenwerking tussen de drie O's eigenlijk op te bouwen waardoor ook echt een infrastructuur nu staat tussen partijen die elkaar voorheen niet goed kenden, elkaar niet goed wisten te vinden en dat we ook zien dat daar ook wel echt concrete initiatieven en subsidies uit zijn gevloeid. Als we dan gaan naar de aanbevelingen dan hebben we er eigenlijk drie. Eerste aanbeveling dat is eigenlijk het besluitvormingsmoment over de voortzetting van het programma DTZ, die vindt dit jaar plaats. Wij willen aanbevelen om als raden dit natuurlijke moment aan te grijpen om kaders te stellen. Dit kunnen kaders zijn ook van hoe het verstrekte budget kan worden aangewend en dan kan je denken aan het duidelijk maken welke doelen te raden belangrijk vinden voor DTZ, hoe erop gestuurd wordt en op welke wijze de raden daarover geïnformeerd willen worden. Daarnaast is het ook belangrijk om te erkennen dat er een gemeenschappelijk belang is dat de raden hebben bij DTZ, namelijk de samenwerking tussen ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen. En in onze ogen is het dan ook aanbevelingswaardig als de raden elkaar ter afstemming opzoeken, zodat ze ook echt tot een gemeenschappelijke kaderstelling kunnen komen.
De tweede aanbeveling drie strekt eigenlijk op de informatiepositie. Geef als raad duidelijk aan hoe je over DTZ geïnformeerd wil worden en hoe de doorrealisatie inzichtelijk kan worden gemaakt voor de raden. Nu hebben we wel net besproken dat eigenlijk DTZ zich niet goed leent voor echt het hanteren van SMART doelstellingen, juist vanwege die verbindende rol, maar daardoor zou je er bijvoorbeeld wel voor kunnen kiezen om te sturen op het proces, bijvoorbeeld door eigenlijk periodiek te vragen om meer inzicht te krijgen in de stand van zaken van de samenwerking, welke initiatieven er van de grond zijn gekomen, of welke knelpunten er zijn geweest. Om zo toch duidelijk een beeld te krijgen steeds van wat de vooruitgang is en wat er gerealiseerd wordt. Daarnaast zou ook nog kunnen dat misschien gekozen wordt voor wat meer een categorisering van de resultaten. Als we de informatie nu zien dan zien we dat dat eigenlijk één grote hoop is van verschillende initiatieven die er zijn en je zou kunnen kiezen om dat wat meer te structureren door bijvoorbeeld initiatieven wat te ordenen op dingen die moeten bijdragen aan de werkgelegenheid, dingen die meer onder onderwijs te categoriseren zijn et cetera.
Daarnaast is eigenlijk ook in de sessies door de verschillende raden aangegeven dat zij graag door middel van informatiebijeenkomsten geïnformeerd zouden worden en dat ze het ook prettig zouden vinden als daar bijvoorbeeld ook bedrijven en onderwijsinstellingen aansluiten, zodat ze ook van hen kunnen horen hoe zij DTZ ervaren en welke meerwaarde DTZ brengt. En wij willen daarom ook aanbevelen om als raden deze wens ook uit te spreken richting het college en dergelijke bijeenkomsten te laten organiseren. En tot slot: zorg voor meer inzichtelijkheid in de financiële stromen. Daar kan je aan denken aan bijvoorbeeld meer inzichtelijkheid tussen de budgetten voor DTZ als programma en die van de bedrijvenregeling, zodat ook duidelijk wordt voor de raden welk budget waarnaartoe gaat en daarnaast ook onderscheid te maken tussen de budgetten van DTZ en de Regio Deal. Dat was onze presentatie. Voorzitter: Hartelijk dank voor uw toelichting en de verdieping op de aanbevelingen zoals die ook in het raadsvoorstel staan om dat gezamenlijk met het college samen met de raad op te pakken. Ik kijk even
rond. De heer Warrink ChristenUnie en daarna kom ik bij de heer Van der Sleen van Gemeentebelangen. De heer Warrink: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb straks nog wel een opmerking richting het college, maar dat kan wel even wachten. Eerst even onze hartelijke dank namens de ChristenUnie mag ik die uitspreken aan de rekenkamercommissie voor dit toch verhelderende onderzoek en ook allen die daarbij betrokken zijn geweest. Dank voor die inbreng. Wij hebben één vraag. Er werd gezegd dat de RKC van Hardenberg geen behoefte had om mee te doen in dit onderzoek, die vonden het niet actueel. Dat betreuren wij ten zeerste om een aantal redenen. Als Hardenberg wel had meegedaan dan hadden we ook informatie over de vier gemeente gehad, die hebben we nu niet. Hardenberg is de enige gemeente buiten Drenthe, heeft wat dat betreft toch een bijzondere positie. De vraag die ik waarschijnlijk aan de heer Teeuw van de RKC richt is: waarom is toch niet getracht om informatie vanuit Hardenberg op te halen zodat het rapport completer zou zijn geweest? Dank u wel. Voorzitter: Ik kijk even naar de heer Teeuw. Even overleg. De heer Teeuw: Even kijken wie het woord ... Wie het gaat zeggen. Ja, dank u wel voor deze vraag. Wij vinden het jammer, maar de rekenkamercommissie van Hardenberg hecht net zoals die van Hoogeveen aan haar onafhankelijkheid en we kunnen ze niet dwingen.
We hadden wel kunnen zeggen dan gaan we tóch onderzoeken, maar dan komen we op hun terrein en dat is ook weer niet netjes. Dus we hebben het op deze manier gedaan, maar ik denk wel dat de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek ... Eigenlijk lift Hardenberg gratis mee kan je bijna zeggen. Voorzitter: Cadeau mooi inpakken en als presentje meesturen naar Hardenberg. De heer Van der Sleen, Gemeentebelangen en daarna kom ik bij de heer Van Rijn van de SGP. De heer Van der Sleen: Er werd al even aangehaald dat het niet echt SMART was en die term is hier al eens vaker gevallen, maar we staan achter het rapport en ook achter de aanbevelingen. En eigenlijk had ik een vraag over de arbeidsplaatsen, daar vond ik nogal een heel groot gat tussen zitten. De doelstelling was 700 arbeidsplaatsen te realiseren in 2021. Volgens het onderzoek, ik zie er dan even niet goed maar ... Het was in ieder geval 473, maar de kom ik even later in de zin dat ambtenaren, of dat vastgesteld is dat er maar 83 of 84 zijn gerealiseerd. Hoe verklaren jullie dat verschil? Dat de ene partij dit zegt en de ander zo, met zo'n groot verschil in arbeidsplaatsen. Mevrouw Van Beek: Zal ik daarop reageren? Voorzitter: Ja. Mevrouw Van Beek: Ben ik verstaanbaar? Voorzitter: Ja hoor. Mevrouw Van Beek: Ja misschien is ... Of Carmen, wil jij daarop reageren? Kan Carmen Hendriks daarop reageren? Anders doe ik het.
Mevrouw Hendriks: Ja, ik kreeg mijn microfoon even niet ... Voorzitter: Mevrouw Hendriks gaat uw gang. Mevrouw Hendriks: Ja. Het verschil zit eigenlijk primair in twee grote aspecten, dat is aan de ene kant het budget, dat is in grote delen in 2017 eigenlijk al aangewend voor een groot aantal aanvragen, waardoor er
voor latere jaren minder budget beschikbaar was. En daarnaast waren er aan het begin van de regeling mogelijkheden om twee soorten budgetten eigenlijk aan te vragen voor hetzelfde bedrijf, dus dat was een subsidie voor innovatie en een subsidie voor arbeidsplaatsen, waardoor de arbeidsplaatsen eigenlijk dubbel werden geteld bijna. En dit is pas later gestopt eigenlijk, waardoor wellicht die doelen wat anders waren in het begin. En daarnaast het grote verschil tussen die twee: er wordt een verschil gerapporteerd eigenlijk tussen de verwachte arbeidsplaatsen en de arbeidsplaatsen die daadwerkelijk zijn vastgesteld. De 473 arbeidsplaatsen worden verwacht maar zijn nog niet door SNN daadwerkelijk vastgesteld middels bijvoorbeeld accountantsrapportages of meldingen door de bedrijven zelf die dat moeten aangeven. Omdat onder andere de bedrijven drie jaar de tijd hebben om hun trajecten uit te voeren waardoor voor een groot aantal projecten nog niet vast te stellen is hoeveel arbeidsplaatsen er daadwerkelijk worden gerealiseerd. Voorzitter: De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja dank u wel voorzitter. Ook wij danken de rekenkamers voor dit werk. Ik had eerst even een vraag over de titel. Ja niemand zal het euvel duiden dat de SGP wel aanspreekt natuurlijk: het beste moet nog komen.
Maar in dit verband zouden wij graag toch de vraag erbij willen stellen: is dit niet als een soort Fata Morgana, want ja je kunt natuurlijk wel mooi zo’n titel gebruiken, maar als dat elk jaar maar opschuift en er worden geen resultaten behaald dan heb je daar niks aan. Een tweede vraag: wat ons niet duidelijk is, die Commissie Vollebregt, die heeft dat samenwerkingsplan geschreven, was dat in opdracht van deze raden die hierin participeren? Voorzitter: Ik kijk even, de heer Waarsing, de verklaring voor de titel en de opdracht. De heer Waarsing: Ja. De verklaring voor de titel is, en dat is ook wat Carmen net uitlegde, dat heel veel projecten, heel veel aanvragen, heel veel subsidies zijn aangevraagd, maar dat de resultaten daarvan nog zichtbaar moeten worden. Dus vandaar the best is yet to come hè. De resultaten moeten nog zichtbaar worden. Dat is ook de verklaring voor de titel van dit rapport. Dus met andere woorden: we zijn goed op weg, maar de resultaten die laten nog op zich wachten. Dat als aan de voorwaarden van de subsidies wordt voldaan wel. Tweede vraag, kunt u die nog even herhalen? De heer Van Rijn: Ja, het is zo. Wij lezen dus dat die Commissie Vollebregt, die het samenwerkingsplan geschreven heeft.
Is dat in opdracht van de rijksoverheid of is dat gewoon de deelnemende gemeentes in de DTZ die hem opdracht daarvoor gegeven hebben? De heer Waarsing: Naar mijn idee was het een gezamenlijke opdracht van provincies en gemeenten en Economische Zaken. Ja. Voorzitter: Dank u wel de heer Waarsing. Dan kijk ik verder rond. De heer Steenbergen. De heer Steenbergen: Ja dank u voorzitter. Ook de VVD staat achter de conclusies uit dit rapport. Het was ook een mooi rapport, waarvoor dank. Maar vooral even over de positie van de raad waar we in moeten komen is dan de vraag van ... Voornamelijk richting de begroting zouden we daar graag de resultaten op de rij zien van er is ooit daar eens gezegd: wij leveren een euro in en er komen er maar drie of vier uit. Dus wat dat betreft zou dat een keer onderstreept kunnen worden of dat ook werkelijk zo is. Bedoelt u dat een beetje om de positie van de raad. Daarnaast zijn er natuurlijk doelen die je als Hoogeveen kan gaan stellen. Je kan ook aangeven van in welke richting moeten we voornamelijk zoeken. We doen mee aan veel regio's en als die regio ... Nou de ene regio zou dan toch ... Alle regio's zouden een rendement moeten hebben, dus dat rendement willen we dan ook wel graag zien. Dat betekent ook dat je dan misschien wel een bepaald doel hebt. In welke bedrijfstak kunnen we, zouden we het beste met Dutch TechZone aan de gang
kunnen? Is dat een beetje wat u bedoelt met de raad ook in de positie zetten richting de begroting? De voorzitter: Ik kijk even, de heer Waarsing. De heer Waarsing: Wat wij met de raad in positie brengen bedoelen is dat de raad inderdaad aangeeft van welke doelen zij voor ogen hebben en daarover in gesprek gaan met elkaar, maar ook met het college. Dus de raden samen en het college samen, dat is wat wij bedoelen. Wat hij niet bedoelen is om exact te bepalen wat je voor die ene euro, dat je er drie euro voor terugkrijgt. Die kosten zijn met name bedoeld voor zeg maar het programmabureau en daarvan kun je niet zeggen dat er een multiplier op zit. Dat is met name een faciliterende organisatie die verbindt, organiseert, et cetera. Dus dat rendement kunnen we er niet aan koppelen. Dus mijn stelling is: jullie zelf in positie brengen door de positie te nemen en dan krijg je hem en dan kun je meepraten over wat je ermee beoogd, beoogd met DTZ en welke doelen je zou willen bereiken. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik verder. De heer Prakken, D66. De heer Prakken: Ja. Ik had mij afgevraagd zal ik toch nog een bijdrage leveren. Dat is eigenlijk niet nodig want het rapport is heel helder en wij kunnen dit uitstekend gebruiken bij de vraag of we het moeten verlengen of niet. Maar toch een opmerking en dat is een beetje voortbordurend op wat Gemeentebelangen zei.
Die realisatie tegenover verwachting, dat er nog maar 84 gerealiseerd zijn. Ja dat het drie jaar mag duren voordat dat ... Dat het bedrijf er drie jaar over mag doen. Het gros van de aanvragen, het gros van de aantallen ook, dat zit in het eerste jaar 2017. Dus in 2020 zou het gerealiseerd moeten zijn. Ja, dan zitten we net op het punt van is het wel of niet gelukt. En dan is 15 miljoen tegenover 84, nou ja we hopen dat het er meer zijn, maar ik ben zeer benieuwd naar de uiteindelijke realisatie daarvan. Dat is geen vraag eigenlijk aan de rekenkamercommissies, maar meer een vraag gewoon voor de toekomst bij verlenging of niet. De voorzitter: Oké, nou het triggert wel, want ik zie dat de heer Zwiers, wethouder Zwiers daar wel even op wil reageren. De heer Zwiers: Ja kijk die bedrijvenregeling, die is verdeeld in een aantal tranches en die tranches begonnen in 2017 en die eindigen in 2021. De bedrijvenregeling loopt dus ook heden ten dage nog en de laatste ronde van toekenning heeft plaatsgevonden in 2020, in juni. Dus dat betekent dat we nog wel een periode te gaan hebben. Daarnaast moet er ook nog een accountscontrole worden uitgevoerd om alles af te ronden. Dus ja je kunt nog niet met zekerheid stellen van hoe het zich allemaal ontwikkeld.
Ander punt wat ik daar nog bij wil aantekenen is dat het niet alleen gaat om het, en daar kon je ook punten voor scoren in de bedrijvenregeling, om nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, maar het ging ook om behoud van arbeidsplaatsen. Dat is later in de regeling ook nog aangepast om het nog iets complexer te maken zeg maar. Dus dat is toch wel belangrijk om dat te onderkennen. En een ander punt is nog dat in de waardering van de projecten die door bedrijven zijn aangevraagd kun je ook voldoende punten halen met maar een beperkt aantal uitbreidingen in arbeidsplaatsen. Dus het gaat niet alleen om de uitbreiding van arbeidsplaatsen, het gaat vooral om het fundament onder de bedrijvigheid naar de toekomst. En dat heeft soms met arbeidsplaatsen te maken, maar dat is niet alleen het meetpunt waarop we koersen wanneer het gaat om een stabiele en goed gefundeerde economie. De voorzitter: Ja, de heer Prakken. De heer Prakken: Ja, kleine reactie. Natuurlijk het loopt over drie jaar, maar dat zijn geen drie gelijke jaren. Eerste jaar verwacht 311, tweede jaar verwacht 90, derde jaar verwacht 72. Dus vanuit dat eerste jaar zou het toch iets meer verwachten dan verwacht? Vandaar denk ik ook de titel het beste moet nog komen om
te kijken wat daar uit naar voren komt. De voorzitter: Wat betreft ... Verder geen vragen. De heer Warrink nog een. De heer Warrink: Ja, ik neem aan dat de vragenronde aan het college dat die gelijk aansluitend is aan wat we nu gehad hebben? Ik heb nog een vraag aan de wethouder. De voorzitter: Nou stelt u die vraag aan de wethouder. De heer Warrink: Nou graag een opmerking. Bij de aanbevelingen een en twee is nadrukkelijk sprake van afstemming tussen raden, het met elkaar in gesprek gaan, er wordt ook gesproken over informatiebijeenkomsten. De ChristenUnie wil graag de suggestie meegeven om in het najaar te starten eerst maar eens met de informatiebijeenkomst voor alle vier de raden. Wij denken dat dat een goed startpunt is om dan ook te kijken van hoe gaan we het traject verder inzetten, hoe houden wij de informatie en hoe houden wij de regie, enzovoort, enzovoort. En als dat nodig is dan willen we dat nog wel een keer in een motie verwoorden, maar dit lijkt ons eigenlijk voldoende. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Ja ik denk dat dat een prima idee is, om dat te doen, vooral om te kijken naar daar waar je kaders kunt stellen om dat proces. Want dat is wat de rekenkamer ook eigenlijk heeft geconcludeerd, om dat nu allemaal al SMART te maken, dat is toch wat ingewikkeld.
En daarnaast weet ik ook niet of het de bedoeling is dat we voor een totaalbedrag van zo'n € 280.000 over vier gemeenten verdeeld en wat vooral besteed wordt aan het programmabureau, aan huur van locatie en dergelijke, of je daar de bijeenkomst op moeten richten. Gelukkig niet hoor ik u eigenlijk ook zeggen. En daar ben ik ook blij om dat dat in ieder geval uw conclusie is. Maar ik ben er natuurlijk een voorstander van om meer dan in het verleden, beter dan in het verleden samen met u naar die doelen te kijken. En ook naar de meetbaarheid in kwalitatieve zin dan waarschijnlijk. De voorzitter: Oké, dan sluit ik ... Ja, de heer Warrink. De heer Warrink: Ja, ik herhaal nog even: wij willen het graag in het najaar zien, dus niet in 2022. Maar juist als het gaat om de toekomst van DTZ, van gaan we verder en wat geven de kaders mee. Dus in de loop van dit jaar nog, niet volgend jaar. De heer Zwiers: Ja, dat is ook eigenlijk wel het beste moment wat u schetst, want ja dan praat je ook in het kader van de verlenging van het programma DTZ. Overigens is dat niet, en dat wil ik ook wel duidelijk stellen, de verlenging van de bedrijvenregeling, want die eindigt echt en daar zijn ook geen middelen meer voor. Dus het gaat alleen maar om het programma van DTZ dan. De voorzitter: Oké, dank u wel.
Dat sluit ook wel aan bij aanbeveling twee: het college opdracht geven de aanbevelingen voor de raad gezamenlijk met de raad op te pakken en het voortouw in te nemen. Nou, dat heeft u net al aangegeven. Ik zie mevrouw Bisschop achterin, of? Mevrouw Bisschop: Ja, voor mij nog even een verduidelijkende vraag, want we hebben het net gehad over die arbeidsplaatsen, maar dan hebben we het toch over de bedrijvenregeling en toch niet over Dutch TechZone waar we nu binnenkort een besluit over gaan nemen? De voorzitter: Wethouder Zwiers.
De heer Zwiers: Dat klopt helemaal, want de bedrijvenregeling, daarin zijn op de arbeidsplaatsen afgesproken, of in ieder geval daar is een norm voor bedacht, en later ook weer bijgesteld vanwege het bedrag. En duidelijk is ook dat in de regeling, in de voorwaarden van die regeling, ook voorzien werd in het behouden van arbeidsplaatsen. Dus dat wil ik toch ook nog wel even vermelden, dat het niet alleen gaat om het uitbreiden maar ook om het behouden van arbeidsplaatsen. En er was een aparte regeling, de APR, Arbeidsplaatsenregeling, en er was een investeringsregeling. En er was ook een renteregeling aanvankelijk, maar die is later opgeheven. En in beide, dat is ook net in de presentatie geduid, werd gesproken over een score op het aantal arbeidsplaatsen. De voorzitter: Oké, dank u wel nog weer voor die verhelderende toelichting. Dan kijk ik even rond en vraag ik even aan de fracties ... Want een achttal fracties hadden al aangegeven na de toelichting en de mogelijkheid tot het stellen van vragen, dat ze verder geen debatpunten hebben. Dus ik kijk nu nog even rond of dat misschien nu dan wel het geval is, of iedereen kan zich wel vinden in het voorstel zoals dat ligt. Dan betekent dat, dat dat dan 26 augustus zo wordt besloten. Kan iedereen zich daar zo in vinden? Ja.
2.4 Schorsing debatronde De voorzitter: Dan wou ik de heer Teeuw, de heer Waarsing, mevrouw Van Beek en mevrouw Hendriks bedanken voor de toelichting. Hopelijk meerdere rapporten zo samen. En schors ik de vergadering tot 20:50 uur. 3.
Pauze
4.
Debatronde (Raadzaal) 4.1 Heropening debatronde De voorzitter: Dames en heren, hierbij open ik de debatronde. 4.2 Spreekrecht 4.3 Uitgangspuntennotitie Transitievisie warmte Hoogeveen De voorzitter: Centraal staat de notitie Uitgangspunten Transitievisie warmte in Hoogeveen en het voorstel dat betreft uiteindelijk twee besluiten. Dat is enerzijds die notitie met uitgangspunten vaststellen en anderzijds vaststellen dat de waterstofwijk Erflanden het eerste wijkuitvoeringsplan is wat voorgelegd zal gaan worden. Na het debat van vandaag zal er op 26 augustus een besluit worden genomen. De voorliggende notitie bevat uitgangspunten waarop Hoogeveen de transitievisie warmte zal baseren en dat is een document dat elke gemeente in 2021 moet hebben vastgesteld. In dat document zal ook een tijdspad staan waarop de verschillende wijken en dorpen van het gas af zullen gaan. Dat komt dus later aan de orde. De notitie die voorligt gaat meer in op de rol van de gemeente, draagvlak, haalbaarheid en de doorlooptijd. Daarnaast worden een aantal inhoudelijke uitgangspunten vastgesteld, die worden dan weer verwerkt in die transitievisie. Dat even vooraf. Ik kijk even rond wie als eerste een voorlopig standpunt en punten voor debat zou willen aangeven. Ik zag al de heer Strolenberg, gaat uw gang. De heer Strolenberg: Ja, punt voor debat.
Wij zouden als VVD graag willen debatteren over de transitie betaalbaar houden voor iedereen, wat als uitgangspunt staat geformuleerd in de notitie. De voorzitter: Oké. De zaal is opeens heel groot, dat ben ik niet meer gewend. De heer Kroezen hoorde ik in mijn oor gefluisterd worden. CDA, gaat uw gang.
De heer Kroezen: Bedankt voorzitter. Ik heb een wat langere inleiding dan de heer Strolenberg, dus ik heb een klein verhaaltje gemaakt. Voor ons ligt het raadsvoorstel over de uitgangspunten van de transitiewarmte van de gemeente Hoogeveen. In de raad hebben we al eens een periode gehad waarin we het gebruik van moeilijke woorden zoveel mogelijk moesten vermijden. Transitievisie is ook zo’n moeilijk, abstract begrip en ik vroeg me ook af kan dat anders worden omschreven? Ik denk het wel. De overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen voor de verwarming van de huizen in de gemeente Hoogeveen en dan in het bijzonder: welke richting gaat het op? Al jaren is discussie in Nederland gaande dat we van het aardgas af moeten. In de jaren 60 en 70 stapte Nederland over van kolen en turf naar aardgas. Een grote overgang. Een heel fijnmazig netwerk van gasleidingen is destijds in Nederland aangelegd voor de Nederlandse samenleving waren die jaren ook een kostbare investering. Dan iets over de duurzame warmtebronnen: waar moeten we hierbij aan denken? En dan moet ik weer een aantal moeilijke woorden gebruiken en ik doe het toch maar eventjes straks. Groen gas ... De voorzitter: De heer Kroezen, ik onderbreek u heel even hoor, want de bedoeling is eigenlijk dat u een voorlopig standpunt en punten voor debat aangeeft. En die hoor ik nog niet. De heer Kroezen: Nee, komt er zo aan.
We hebben dus verschillende vormen van warmtebronnen, het is moeilijk om daar iets van te maken, maar in ieder geval de ene warmtebron is mooier dan de ander en ik denk dat we gewoon goed moeten onderzoeken welke warmtebronnen het beste zijn: onderzoekt alles, maar behoud het goede. Dat doen heel veel partijen denk ik. Het beste komt nog, zo zou je het ook kunnen zeggen. We hebben een voorlopig standpunt, maar we hebben wel nog even een vraag aan de wethouder. Ook in het raadsvoorstel wordt genoemd de wijkuitvoeringsplan van de Erflanden. Wanneer kunnen we dat verwachten in de raad? En we hebben nog een debatpunt. Dat gaat vooral over communicatie. Er moeten op wijk- en dorpsniveau uitvoeringsplannen worden gemaakt. Graag zou het CDA daar een eenvoudig maar duidelijk communicatieplan aan willen koppelen en gericht naar de mensen toe gaan en informeren in de wijk: hoe doen we dat? En we zouden dat graag meer geborgd willen zien in de uitgangspunten zoals die staan in het raadsvoorstel. Dus dat zouden we graag willen inbrengen: hoe kunnen we zorgen dat de informatie, de combinatie naar de inwoners toe, beter geborgd gaat worden in de visie voor de warmtetransitie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat laatste staat op zich vrij uitvoerig in de notitie, maar misschien kan de wethouder daar straks nog verder iets over zeggen ook. Ik kijk nog even wie nog graag het woord wil.
De heer Meesters. De heer Meesters: Dank u wel voorzitter. Ja onze fractie is enthousiast over de lijn die hier uitgezet wordt om te komen tot een concrete visie en we zijn ook blij dat in lijn met onze bijdrage onlangs over de RES er ook duidelijk aandacht is voor inwoners met weinig financiële middelen om de woning te verduurzamen. De verdere uitwerking die zien we dan ook gewoon met belangstelling tegemoet. We vinden dat er goede uitgangspunten zijn voor het wijkuitvoeringsplan Erflanden om in overleg met de bewoners te kijken op welke wijze de transitie naar waterstof vorm moet krijgen. We hebben daarom ook geen punten voor het debat en we hebben vertrouwen in de ingezette lijn. Dus we houden het simpel een kort. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar Gemeentebelangen. De heer Giethoorn: Ja dank u voorzitter. Allereerst zou ik willen zeggen groene avond Hoogeveen, in plaats van groene morgen Hoogeveen. Wij zijn ook wel enthousiast over deze transitie warmte voor Hoogeveen. De uitgangspunten die zijn wat ons betreft helder. Samen met inwoners een goede lijn uitstippelen in de route richting aardgasvrij Hoogeveen. En met deze visie als leidraad moet dat gaan lukken. Een vraag alvast voor de wethouder: we hebben nergens groene waterstof als alternatief gezien. Misschien dat hij daar nog even een antwoord op heeft.