Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 21.11.2024
Tekst van het document
Sommige inwoners zullen zich actief melden als ze hiervan horen, want het is natuurlijk zo dat het ook de doelgroep betreft van mensen die parttime willen werken. Het is niet alleen de mensen die fulltime willen werken, maar ook parttime willen werken. Dus bijvoorbeeld een alleenstaande ouder die nog zestien uur in de week extra kan werken, dan is dit zeker een mooie extra die je per maand erbij krijgt. Dus weet je, dat gaat hand in hand en dat moeten we ook zien hoe dat uitwerkt. Dus vandaar ook de pilotversie. Dus dat zou ook een soort samenspel worden tussen college, raad, ambtenaren, maar uiteindelijk ook met die inwoner in de bijstand. De voorzitter: Dank u wel. Eerst gaan we naar de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel. De pilot is bedoeld om mensen naar werk te helpen. Dat is goed. Mijnheer Van der Meer die vroeg van als er iemand uitvalt, nou, dan heb ik gehoord, dan schuift er automatisch weer iemand in. Maar wat zou het toch mooi zijn als er gewoon iemand na een jaar al gewoon een vaste baan daardoor zou kunnen krijgen en die gewoon in vaste loondienst is, die doet dus niet meer mee aan de pilot.
Zou er hier niet iets van moeten opgenomen worden dat er dan automatisch ook weer anderen gaan meedoen, maar als dat na een jaar is, dan doet hij een jaar mee, maar als het nou net bijvoorbeeld na anderhalf jaar alsnog iets tegen die twee jaar, dan moet die eigenlijk voor twee maanden met die pilot meedraaien. Zou er niet iets opgenomen moeten worden zo van nou, in zulke gevallen, als wij er vier of vijf al naar werk geholpen hebben, dan zou die pilot ook automatisch voor vier personen nog wat langer door kunnen schuiven. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Ik moet hem even laten bezinken, maar ik denk dat ik hem heb. Volgens mij heeft de vraag een beetje twee delen. Eerste deel is: als iemand uitstroomt naar werk, dan komt dat plekje weer vrij. Dus dat eerste deel en het tweede deel is, dan moet ik even nadenken, dat was … Kunt u me nog één keer helpen? De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Nou, kijk, als het na een jaar zou zijn en er stroomt weer een nieuwe bij in, die kan natuurlijk een heel jaar, maar als er nog een beetje aan het einde van de periode zou zijn, dan heeft het eigenlijk voor
drie maanden instromen met zo'n pilot weinig zin. Zou daar niet iets voor opgenomen worden, dat ze gewoon allemaal gewoon die, als ze instromen, die twee jaar gaan volmaken? De heer Klok: Ja, bedankt, mijnheer Van Rijn. Ik heb hem weer. Ja, dat is, denk ik, een goed moment om het met elkaar bij de evaluatie over te hebben: hoe gaan we dit vervolgen? Dat is dus nu nog eind volgend jaar, dus rond deze periode volgend jaar en ik denk dat het dan een goed moment is om ook te kijken van ja, mensen die nu in de bijverdienpremie zitten, wanneer gaan we daar duidelijkheid over schaffen of dit een vervolg krijgt of niet? Wellicht hoeven we dan nog geen beslissing te nemen, dat is wel erg vroeg, wellicht, maar in die evaluatie, in dat moment kunnen we wellicht wel zeggen: nou, we gaan over een half jaar of over negen maanden beloven wij onze inwoners die gebruikmaken van de bijverdienpremie duidelijkheid over de bijverdienpremie. Dat zou zomaar een voorstel kunnen zijn. De voorzitter: Dan gaan we eerst naar de heer De Weerd en daarna de heer Prakken, want die zie ik ook al een hele tijd met zijn hand omhoog. De heer De Weerd. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Kijk, ik ga het niet hebben over de randvoorwaarden, daar heeft de heer Klok een duidelijk antwoord op gegeven, aandacht. Maar ik heb nog wel iets anders wat me triggert, want ik ben met mijn hoofd nu heel erg in Pekela.
Ik hoor daar eigenlijk een beetje, het gouden ei is daar uitgevonden ik hoor van …. Kijk, wij steunen het voorstel zoals het hier ligt en dan kunnen we het met elkaar hebben over van 26, 25, 24. Over de maanden kunnen we discussiëren en al dat soort technische dingen, maar ik denk dan met elkaar: in Pekela zijn er 700 mensen in de uitkering, als daar 50 procent uitgestroomd is, dan zijn 350 mensen gewoon lekker aan het werk. De gemeente bespaart dan 3,5 miljoen. Is het niet gewoon veel interessanter, dit is een hartstikke mooi voorstel, daar gaan we ook CDA helemaal mee instemmen, maar kunnen we ook niet misschien als raad, misschien ook een oproep aan de VVD, van goh, jullie zijn nu zo mooi met zo'n initiatiefvoorstel bezig, kunnen we niet een werkbezoek aan Pekela brengen en dan gaan we, dat de VVD met een voorstel komt of dat wij het CDA. Hoe kijkt de VVD daar naar? Kunnen we dan niet gewoon wat meer grotere slagen maken? Dank u wel. De voorzitter: Het werkbezoek. Nou, de heer Klok. De heer Klok: Een werkbezoek naar Pekela. Ik weet niet of dan de hele raad in de handen staat te klappen voor mij. Maar goed, dat gaan we meemaken. Maar de succesformule van Pekela is eigenlijk niets anders dan aandacht. En wat ik ook probeer te doen, of wat we proberen te doen met dit voorstel, is dat dit ook een middel is om juist meer aandacht naar die inwoner toe te brengen.
Dus ik geloof dat de formule van Pekela, daar zit dit ook een beetje in. Zij gebruiken een ander gereedschap daarvoor, in dit geval in Pekela een scooter of een fiets, daarmee gaan zij, met die scooter of fiets, gaan zij met die Pekelaars aan tafel zitten en zeggen van nou, we hebben je een fiets of een scooter te bieden zodat je naar werk kunt. En de gemeente Hoogeveen heeft straks iets: we hebben je 200 euro per maand te bieden en daarmee kun je zo'n gesprek openen. Dan heb je voor de korte termijn gelijk een financiële prikkel, maar voor de lange termijn haal je er zoveel meer uit. Dus ik ben er van overtuigd dat dit niet zoveel verschilt van de Pekela methode. Maar een werkbezoek naar Pekela, prima. De voorzitter: De heer Westendorp zit heel erg hoog met zijn hand, die wil ook naar Pekela toe, of niet? Wethouder Westendorp: Nou, ik hoef niet per se naar Pekela. Ik wil een suggestie wil doen aan de heer De Weerd of misschien aan de raad, aanstaande maandagavond hebben we weer een informatieavond sociaal domein, specifiek over de participatiewet, waar we ook een toelichting zullen krijgen over onze inwoners die
op dit moment in een bijstandssituatie verkeren. Dus wellicht dat u die vraag daar nog een keer kan herhalen, zodat we een beter beeld krijgen van de vergelijking Hoogeveen en Pekela. Dat was mijn suggestie, voorzitter. De voorzitter: Een goede tip. Nou, de heer Prakken. De heer Prakken: Dank u, voorzitter. Ik kom nog een keer terug op dat budget, hoor, want wij horen Pekela, daar was ik ook eventjes met mijn gedachten bij, miljoenenbesparing en ik stel een vraag over het budget en bij ons bespaart het niets en kost het alleen maar geld. Dus ik snap daar helemaal niets van. Ik hoef ook nu geen uitleg, maar ik hoor wel graag dat die uitleg, misschien ook het verschil met Pekela, als we dan toch met Pekela bezig zijn, dat die uitleg op papier naar ons toe komt. Wellicht in samenwerking met college- en/of organisatie. De heer Klok: Als ik daar heel snel op mag reageren. Ik kan hem een keer heel kort snel proberen te doen. Het rijk, dat bepaalt het bedrag wat ze volgend jaar betalen aan uitkeringen. Dus ik zeg een datum, maar 1 december bepalen ze dat voor het volgende jaar. Dus toen had Pekela 700 mensen, zoals de heer De Weerd zei, ik weet niet precies het getal, maar 1 januari hadden ze 700 mensen in de bijstand. 31 december hebben ze nog maar 500 mensen in de bijstand en dat verschil die van 700 naar 500, dat is de besparing die Pekela doet.
Maar dat kun je niet zo in de begroting zetten, want je weet niet wanneer die mensen gaan uitstromen en weet je, als al die mensen van de bijverdienpremie op 25 december, rare datum trouwens, 24 december uitstromen naar werk, dan is de besparing nihil, maar zal dat allemaal begin van het jaar gebeuren, dan is die besparing best wel fors. Maar die besparing gaat dan weer niet mee naar het volgende jaar, want dan wordt het opnieuw vastgesteld. Dus vandaar voor Pekela houdt het nu ook wel een keer op met die besparing omdat de inwoners in de bijstand, die populatie is nu zo laag, daar valt niet zoveel meer van af te halen. Dus ik hoop dat het zo wat duidelijk is geworden. De voorzitter: Is het zo duidelijk. Mevrouw Pullen, nog de aanvulling op die andere vraag. Mevrouw Pullen-Muis: Nou, ik hoor mijnheer Prakken zeggen over dat er nog wat technisch goed op papier wordt uitgelegd. Ik denk ook wel dat wij wel behoefte hebben na deze avond, dat allerlei amendementen misschien toegezegd, misschien ook nog wijzigingsvoorstellen die vanuit de VVD komen, maar dat wij ook wel een begeleidende brief nog of een toelichting weer krijgen op het nieuwe aangepaste voorstel, als het college hier nog op wil reageren, maar in ieder geval de route moet zijn: de VVD gaat nu de balans opmaken, die heeft huiswerk, denk ik, straks.
We zijn nog niet helemaal klaar, maar ik denk, laat ik dat maar vast nu zeggen. Het college zal daarop moeten reageren. Nou, en dan denk ik dat we dan een goede keuze kunnen maken. Pas dan. De voorzitter: Kan de VVD dat toezeggen of een reactie er in ieder geval op geven? De heer Klok: Huiswerk van mevrouw Pullen is altijd goed. Natuurlijk hebben we huiswerk en we nemen mee wat we vandaag hebben gehoord. Ik zal ook met het college, in dit geval de heer Westendorp, in contact treden. Ik zal ook nog een keer aansluiten bij ambtenaren wat we vanavond hebben opgehaald. En dan kom ik bij u terug op de lijn. Laten we dat afspreken in ieder geval voor volgende week donderdag, deze tijd. De voorzitter: Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Maar dan begrijp ik dus dat u het voorstel … We zijn nog niet helemaal klaar, maar wel voor een deel misschien gaat aanpassen, dat dan het college daarop gaat reageren, dat wij daar ook kennis
van krijgen. Want dat is nu ook wat onduidelijk, want ik moest ook zoeken in de documenten wat de wijzigingen waren. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Dat is de eerste keer dat ik het hoor, maar dat kan natuurlijk. U had zich ook van tevoren even bij me kunnen melden. Had ik u graag willen helpen om u een beetje wegwijs te maken en dan had ik u de documenten kunnen laten zien. Dus wellicht is dat een gemiste kans en helaas dat dat dan nu na het debat moet. Maar mijn voorstel zou zijn: laat ik met de wethouder in contact treden. Dan komen wij daar in gezamenlijkheid voor donderdag rond deze tijd op terug. Hopelijk kan dat wel eerder, maar dat zien we nog wel even. Ik ga niet over de agenda van de heer Westendorp. De voorzitter: Ik zat even naar de heer Westendorp te kijken, maar. Wethouder Westendorp: Die gaat wel over zijn eigen agenda, voorzitter. Maar ik snap het verzoek wat de heer Klok doet en ik zal natuurlijk mijn uiterste best doen om daaraan mee te werken. De voorzitter: Mooi om te horen. Nou, mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Volgens mij zitten we bijna aan de afronding en ik zou blij zijn als we inderdaad nog het een en ander op papier krijgen. In tegenstelling tot mevrouw Pullen hebben wij dat niet echt nodig om mee te gaan in het voorstel wat er gaat komen. Ik vind het wel heel mooi dat Pekela aan de orde kwam.
Wij zaten vanavond met de fractie bij elkaar en ik liet het Lisa net al zien, ik had al staan Pekela. Er ligt hier iets anders voor, maar zoals het daar gegaan is, ik zei al, Hoogeveen is geen Amsterdam of Amsterdam is geen Hoogeveen en Tilburg ook niet. Dus wat in Pekela werkt, wil niet zeggen dat het hier werkt, maar ik denk wel dat dat heel veel tijd kost en heel veel goede mensen. Voor een vervolg zou het heel goed zijn om daar misschien eens in te gaan duiken. Maar vooralsnog vinden wij dit voorstel, laten we daar eens mee beginnen. We zien het graag op papier tegemoet. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere vragen nog voor de … Ja, ik zie mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ik had nog een debatpunt in ingebracht over … De voorzitter: Dan kunt u dat gelijk doen. Helemaal goed, gaat uw gang. Mevrouw Pulle-Muis: Dat ging over het punt dat de arbeidsmarktregio Drenthe natuurlijk samenwerkt en de arbeidsmarktregio, dat zijn wij dan, als dit zeg maar door zou gaan dan is dit de enige gemeente binnen de arbeidsmarktregio. Misschien is het dan wel goed om te gaan verkennen in hoeverre dat ook gewoon breder kan worden uitgezet als het wordt aangenomen. Dus dat wou ik gewoon vragen of dat ook het belang van de raad is om dat … En ook van de VVD natuurlijk, dus dat. De voorzitter: Heeft iemand de behoefte om hierop te reageren? Ja. De heer De Weerd.
De heer De Weerd: Nou, voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het gewoon goed is dat je als pilot ergens moet beginnen en dat je zegt van goh, we gaan het in Hoogeveen doen en dan gaan we na een jaar of acht maanden het evalueren en dan kunnen we kijken of het werkt of niet werkt en dan kunnen die andere gemeentes de arbeidsmarktregio daar hun les uit trekken en eventueel aansluiten. Dat is, denk ik, het meest logische wat er in mij opkomt. Dank u wel.
De voorzitter: Ja, mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ik had het er bij mijn bijdrage over gehad om juist die arbeidsregio of arbeidsmarktregio Drenthe erbij te betrekken om te kijken of daar wat financiële mogelijkheden zijn voor ons om de pilot op te zetten. En als dat dan lukt, kunnen zij dan daarna dan verder daarin mee. De voorzitter: Nog andere reacties misschien. Ja. De heer Klok. De heer Klok: Ons lijkt het ook verstandig om na acht maanden in ieder geval die evaluatie te plannen. Als er niets valt te evalueren, dan valt er niets te evalueren, maar dan heb je hem in ieder geval wel staan met elkaar en dan kun je je in ieder geval daar met elkaar aan vasthouden. Ja. We kunnen het ook na één jaar doen, maar wellicht is valt er na acht maanden wat zinnigs te zeggen en dan kunnen we dat weloverwogen meenemen in die kadernota die dan volgt in het voorjaar. Dus mijn voorstel zou zijn: we laten die acht maanden staan, als er niets valt te evalueren, kunnen we ook eerlijk met elkaar zijn, dan valt er niets te evalueren en doen we het op het later moment. De voorzitter: Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Dank u wel, voorzitter. Ik zit toch nog even met die evaluatie, want ik hoor de heer Klok nu ook acht maanden nog een aantal keer zeggen.
Zoals jullie weten zijn wij voorstander van een jaar, juist ook omdat er twee uitbetalingsmomenten in het jaar zijn, niet per vier maanden. Dus ik zou ook graag twee uitbetalingsmomenten willen zien voordat je dan een evaluatie gaat doen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe de rest van de raad erover denkt. Want ik hoor van de heer Klok vooral die acht maanden terug, dat is prima, dat mag de heer Klok vinden, maar ik ben benieuwd hoe de rest van de raad erover denkt, zodat we daar ons verder op kunnen beraden. De voorzitter: Oké, dan is dat gelijk natuurlijk het tweede debatpunt over de evaluatie voor de vergaderorde. Nou, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ik heb gezegd een jaar, dat lijkt me belangrijk om dat te doen. Ik bedoel, dan heb je de klok rond. De voorzitter: U voelde zich niet aangesproken, nee. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik sluit daar wel bij, want volgens mij was dat ook het advies wat de wethouder net meegaf om toch dat jaar te pakken als evaluatiemoment. Dus van Q2 ’25 tot Q2 ’26 lijkt me een prima periode en dan hebben we inderdaad die twee betaalmomenten ook gehad. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Er moet een keer geëvalueerd worden, dat is gewoon heel duidelijk, want je wil graag weten waar je mee bezig bent en hoe het loopt.
Maar ik vind toch het argument van de heer Klok om het na acht maanden, want uiteindelijk, als er wel wat te evalueren valt en daar blijkt uit dat het goed gaat, dan wil je wel graag ook dat de financiën voor het vervolg goed geregeld zijn. Dat kan in de kadernota, maar je kunt ook zeggen: dan doen we dat een keertje GemRap weer tussendoor. Maar ik zou het ook verstandiger vinden om dat in de kadernota dan mee te nemen. En als je het na een jaar doet, dan komt dat een beetje in de klem. Dus wij vinden dit eigenlijk best wel een goed idee.
De voorzitter: Mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: We hebben het toch over een pilot van twee jaar, dus ik neem aan, een evaluatie is niet de eindevaluatie, dus ik zie dit als na acht maanden als een tussenevaluatie. Ik zie dat niet als verkeerd, dus wat mij betreft kan ik me wel vinden in acht maanden. De voorzitter: Wil de heer Klok hier nog op reageren? De heer Klok: Nee. De voorzitter: Dat is dan mooi. Zijn er nog misschien andere partijen die daarop wil … Ja, de heer Kleine, Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. We nemen dit punt nog even mee in de fractievergadering om te kijken of wij ja meegaan met of de acht maanden of dan een jaar. De voorzitter: Helemaal goed, staat genoteerd. Wij zullen even overleggen, ja. Goed. Ik denk dat dit debatpunt ook wel voldoende nu behandeld. Is er nog een ander debatpunt? Waar de andere partijen de behoefte over hebben om dat nu te bespreken? Is, denk ik, ook heel veel ook in de vraag al gedeeltelijk beantwoord. Ik zie iedereen hier knikken. Nou, we hebben gehoord wat de punten waren van de andere partijen. Dat heeft u ook gehoord. Ook de toezegging dat u nog met de wethouder in conclaaf gaat. Misschien mogelijk amendementen die er nog gaan komen. Wat dingen die toegezonden, heen en weer, gaan worden. Dus daar kijken we naar uit en dan hopen we dat we over twee weken erover kunnen gaan stemmen.
2.4 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Ik wil iedereen bedanken, ook de mensen thuis. Dit is het einde van de vergadering. Wel thuis allemaal.