CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 21.11.2024

Raadsavond 21 november 2024, gemeente Hoogeveen14.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 21 november 2024

1.

Plenaire besluitvormende vergadering (Raadzaal)

1.1 Opening De voorzitter: Beste mensen, van harte welkom, raadsleden, collegeleden, mensen op de publieke tribune of eenieder die nu of later via de techniek met ons verbonden is bij de vergadering van de gemeenteraad van Hoogeveen van 21 november 2024. Voordat ik de vergadering open, vraag ik u een moment ter overdenking. Dank u wel. Ik open de vergadering onder vermelding van afwezigheid van de heer Meesters, mevrouw Blenkers en wethouder Wind. 1.2 Vaststelling agenda De voorzitter: Ik stel voor om door te gaan naar agendapunt 1.2, het vaststellen van de agenda. De heer Van Eck, gaat uw gang. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. De brandweer rukt gelukkig altijd heel snel uit. Sneller dan dat wij hier in de raad beslissingen nemen. Maar vandaag zijn wij ook snel, als het aan de meerderheid van de raad ligt. Wij willen het voorstel doen om agendapunt 2.3, het debat over de locatie voor een nieuwe brandweerkazerne, om dat van debat direct door te zetten naar besluiten. De voorzitter: Is dat het enige verzoek wat u ons voorlegt vandaag, of zouden we misschien nog meer kunnen verwachten? De heer Van Eck: Het is bijna december, dus ik wil nog wat doen. Agendapunt 3.3, Gemrap 2 en begrotingswijziging 3, ook daarvoor is gepolst, blijkt geen behoefte te zijn aan het debat binnen de fracties, dus dat mag ook naar besluiten. De voorzitter: Dank u wel.

Voor de rest gaat alles hier heel spontaan, laat daar geen twijfel over bestaan. Bedankt voor het verzoek. Het lijkt me goed dat we daarover gaan stemmen, in één keer. Wat mij betreft wel, zeker. Akkoord. Dan worden dat de nieuwe agendapunten 1.5 en 1.6. Dan gaan we nu nog stemmen over het vaststellen van deze agenda. Gaat uw gang. Daarmee is de agenda vastgesteld. 1.3 Mondelinge vragen De voorzitter: Bij 1.3 is de mogelijkheid voor mondelinge vragen. Die zijn niet aan de orde. 1.4 Wijziging verordening individuele inkomenstoeslag en studietoeslag De voorzitter: Komen we bij agendapunt 1.4: de wijziging verordening individuele inkomenstoeslag en studietoeslag. Iemand daarover een stemverklaring misschien? Dat is niet het geval. Gaan we over tot stemming. Unaniem, met 29 stemmen voor heeft u dat aangenomen.

1.5 Nieuwbouw brandweerkazerne Griendtsveenweg – locatiekeuze De voorzitter: Komen we bij het nieuwe agendapunt 1.5, dat betreft de nieuwbouw van de brandweerkazerne Griendtsveenweg, dat betreft de locatiekeuze. Het raadsvoorstel dat voorligt, heeft iemand daar behoefte aan een stemverklaring? De heer Feenstra, gaat uw gang. De heer Feenstra-Paas: Voorzitter, dank u wel. Het CDA heeft behoefte om hier een stemverklaring af te leggen. Kijk wij zijn voor de nieuwbouw, dus of er een nieuwe brandweerkazerne moet komen, is voor ons overduidelijk. Over de locatie zijn we het ook eens, maar we vinden wel dat de financiële paragraaf wel ruimte laat voor heel veel mogelijkheden, dus we gaan ervan uit dat we hier vandaag alleen een besluit nemen over de nieuwbouw en de plaats waar dat zal plaatsvinden, maar dat we nog wel separaat een voorstel gaan krijgen over de financiering ervan. De voorzitter: Dank u wel. Anderen behoefte aan een stemverklaring? Niet het geval. Het waren een aantal terechte aannames, overigens. Kunnen we overgaan tot stemming. Dank u wel. Dat is toch een bijzondere en mooie mijlpaal, fijn dat het unaniem is. Akkoord. 1.6 GemRap II en begrotingswijziging 3 2024 De voorzitter: Komen we bij agendapunt 1.6, de GemRap II en de begrotingswijziging 3 2024. Behoefte aan een stemverklaring? De heer Prakken. De heer Prakken: Dank u, voorzitter.

Ja, een stemverklaring bij dit punt. We hadden deze week, het zijn trouwens 226 woorden, het duurt een kleine twee minuten, dus een waarschuwing vooraf. We hadden deze week auditcommissie en voor zover de bespreking daar over de GemRap ging, was de OZB reserve best een groot onderwerp. Daar kwamen enkele grapjes naar voren, daar deed ik trouwens zelf ook aan mee. Een paar voorbeelden: kunnen we het resultaat niet wat naar beneden bijstellen, zodat er minder in de OZB-reserve komt? Ja, van die meevaller zijn we direct 25 procent kwijt. Misschien moeten we het resultaat grotendeels in de bestemmingsreserve stoppen, zodat het niet via de OZB-reserve wordt uitgegeven. Grapjes, maar de meeste grapjes bevatten een kern van waarheid en die kern van waarheid is dat er verkeerde prikkels zijn voor het opstellen en wijzigen van de begroting. Als, in ieder geval voor mij … De heer Van der Heide: Voorzitter, een punt van orde. We hebben afgesproken dat de stemverklaringen kort en krachtig zouden zijn en dit wordt een beetje een persoonlijk verhaal. Ik zou voorstellen aan de heer Prakken om het kort te houden. De voorzitter: Kort en bondig is altijd goed. De heer Prakken: Ja, 226 woorden. De voorzitter: Dat is de vraag of dat kort en bondig is, maar probeer het wat te beperken tot de kern, zou ik zeggen.

Ik snap dat het ook niet het kleinste onderdeel is als het gaat om de financiën maar probeer het beknopt te houden. De heer Prakken: Wat wij hierbij willen verklaren, is dat er bijvoorbeeld geen 100 procent meevallers meer zijn, maar slechts 75 procent meevallers en omdat die OZB lekker doorgroeit en tegenvallers worden door het ravijnjaar niet of die blijven volledig ongedempt. Het onderstreept, wat ons betreft, het gebrek aan logica, om

niet te zeggen absurditeit, van de manier waarop de OZB-reserve functioneert. Zonder enige rem blijft deze groeien, terwijl het nut steeds twijfelachtiger wordt. Voor ons blijft de OZB-reserve een bron van ergernis. Daarom stemmen wij tegen deze begrotingswijziging. De voorzitter: Dank u wel. De heer Otten, CDA. De heer Otten: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag een verklaring afleggen over pagina 26, daar staat een verhaal in over de uitvoering van het baggerplan. Daar hebben we een voordeel van 202.000 euro en ik begrijp dat niet helemaal. Ik zie in het buitengebied en in Hoogeveen dat de gemeente aan onderhoud van sloten helemaal niets tot zeer weinig doet. En hier staat dan in: wij hebben geen beleid. Nou, het beleid was volgens mij, en wij moeten in overleg met het waterschap, volgens mij hoe is het helemaal niet zo ingewikkeld om met het waterschap in overleg te gaan, want het waterschap doet de schouw sloten, de gemeente doet de keur sloten en de gemeente doet zijn eigen sloten. Zo simpel en zo kort door de bocht is het. In het verleden was het altijd zo dat de gemeente de bermsloten van de wegen in het buitengebied om het jaar helemaal schoonmaakte om de drooglegging van de weg te garanderen. Er is nu al drie jaar niets aan gebeurd. Sloten groeien dicht, duikers gaan dicht en ik lees hier dat het pas in 2026 rond is.

Maar, voorzitter, in 1998 hebben we 100 millimeter regen gehad, in ‘99 ook. En dan zegt iedereen: oei, oei, waar moet dat water heen? De fijne haarvaten van ons bepaalde systeem worden op deze manier enorm … De voorzitter: Ik voel een punt van orde aankomen. Dat was al een tijdje trouwens. De heer Otten: Ik voel hem ook aankomen, mijnheer Van der Heide. De heer Van der Heide: Nou ja, als ik de heer Prakken er, zeg maar, via de voorzitter op wijs, dan ben ik nu ook consequent om ook de heer Otten daarop te wijzen dat het kort en bondig moet zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik volg de consequentie en vraag de heer Otten om het beknopt te houden. De heer Otten: We hebben allemaal de mond vol over klimaatadaptie. Dat vind ik hartstikke goed om ons aan te passen aan klimaat. Maar we laten hier ernstige steken vallen op dit gebied en dat krijg je vroeg of laat weer terug. Dus ik zou het college willen aanraden en oproepen: ga er nu kortstondig mee aan de slag. Ik wil daar best achter de schermen nog eens een keer een tip over geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Het is wel goed om, los van de inhoud van de verhalen met elkaar vast te houden aan het uitgangspunt dat zo'n stemverklaring eigenlijk in een paar zinnen een nadere duiding moet zijn van het stemgedrag dat ergens voor of tegen is en als dat het uitgangspunt is, dan constateer ik ook dat dat vandaag aan enige erosie onderhevig is, zullen we maar zeggen. Maar dat houden we dan in het vervolg weer mooi vast. U heeft beiden wel kunnen zeggen wat u wilde zeggen om tot besluitvorming over te gaan, mag ik hopen? Anderen nog de behoefte, na dit verhaal, om nog het gebruik te maken van een stemverklaring? Is niet het geval. Dank u wel. Dan gaan we over tot stemming. Voor een enkeling op de valreep, maar ik ga ervan uit dat deze uitslag juist is, met 26 stemmen voor aangenomen. De heer Prakken. De heer Prakken: Een puntje van orde, eigen wel. Ik heb bewondering voor de vasthoudendheid van de heer Van der Heide om ons op een korte verklaring te wijzen, maar ik wil er ook op wijzen, er stonden twee debatten van de avond op het programma en die zijn allebei doorgeschoven. Dus enige clementie had wellicht ook gemogen. Dat wilde ik even kwijt.

De voorzitter: Daar wil ik toch nog iets van zeggen. Het is niet de heer Van der Heide die bepaalt of het dan wel of niet beknopt moet of niet. Dat is nog altijd uw voorzitter. Dus dat was ook mijn reactie op het punt van orde. Dus als daar commentaar op is, dan zou ik zeggen: moet u ook vooral bij mij zijn. Mijn advies zou zijn: vasthouden aan dat uitgangspunt dat een stemverklaring heel kort gaat over waarom voor of waarom tegen en als er meer gedeeld moet worden of meer op de inhoud, dan is het verstandiger om bij het vaststellen van de agenda’s van vanavond dan tegen dat voorstel te zijn om naar besluiten te gaan, want dan had u aan moeten geven dat u behoefte had aan debat, dan had het daar ingebracht kunnen worden. Dan hadden anderen daar ook nog op kunnen reageren. Die mogelijkheid is er bij de stemverklaring ook niet. Nou, daar wou ik het voor nu bij laten. 1.7 Vaststellen besluitenlijst 14 november 2024 De voorzitter: Ik wil graag verdergaan naar het vaststellen van de besluitenlijst van 14 november 2024. Zijn daar op- of aanmerkingen op? Dat is niet het geval, dan stemmen we daarover. Unaniem is dat aangenomen. 1.8 Sluiting besluitvormende vergadering De voorzitter: Dan rest mij nog één agendapunt, dat is de sluiting van het besluitvormende deel.

We gaan zo meteen verder met het laatste onderdeel dat overgebleven was onder het oorspronkelijke agendapunt vijf, maar nu naar voren is gekomen, volgens mij onder leiding van de heer Vos. Dank u wel. 2.3 Initiatiefvoorstel invoering Pilot bijverdienpremie De voorzitter: Zo, welkom allemaal bij het debat over initiatiefvoorstel invoering pilot bijverdienpremie. Het is een bijzondere avond vandaag, want ik heb vernomen dat dit nog maar een keer eerder is voorgekomen, twee keer zelfs, hoor ik hier. Nou, twee keer eerder voorgekomen, in ieder geval niet vaak. Ik heb het zelf nog niet meegemaakt. Maar voor het eerst is er nu een initiatiefvoorstel in deze periode vanuit de raad zelf. Dus dan denk ik dat dat wel enige uitleg vergt, want we zijn natuurlijk heel erg gewend met het standaard debat hier dat we eerst zelf wat gaan zeggen, dat we dan naar het college gaan en zo. Maar dit keer komt het initiatiefvoorstel vanuit de VVD, vanuit de raad vanuit de heer Klok. Dus we gaan het even anders doen. Het is, denk ik, even belangrijk om dat uit te leggen. Dit is wel bekend dat je initiatiefvoorstellen kan doen. Dat doen ze landelijk dan ook vaak en in de Tweede Kamer ga je dan in vak K zitten. We hebben hier geen vak K natuurlijk, we hebben wel een plek waar de wethouders daar zitten.

Maar ik vind het ook zo zielig om de wethouders van hun stoelen af te sturen dus we hebben van tevoren even bepaald dat het wel handig is dat de heer Klok straks vanaf het spreekgestoelte hierachter gaat zitten of staan en daar zijn verhaal gaat vertellen. We beginnen dat hij zijn uitleg kan geven van het initiatiefvoorstel. Dan stel ik voor dat alle partijen er een voor een op kunnen reageren. Het is dan ook mogelijk om dan gelijk ook vragen naar de heer Klok te geven en hij noteert ze en zal ze daarna, nadat alle partijen klaar zijn, beantwoorden. Daarna, jullie kunnen natuurlijk ook debatpunten inbrengen, dus als er daarna nog debatpunten zijn, dan gaan we daarna met elkaar allemaal daarmee in discussie en voor de rest blijft het gewoon hetzelfde. Dus met twee rondes. Ik wil gelijk beginnen de heer Klok uitnodigen om achter het spreekgestoelte plaats te nemen. Goed zo. Gaat uw gang. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter, en bedankt voor de heldere uitleg. Afgelopen raadsperiode is er al veel gebeurd om inwoners zo veel mogelijk mee te laten doen in de maatschappij. Dat dit thema leeft bij elke partij, dat zie je door de diverse moties, amendementen en beleidsstukken terug. Zo ook dit voorstel, dit initiatiefvoorstel. Ik heb mij ook laten vertellen dat dit de tweede keer ooit is in Hoogeveen dat een

initiatiefvoorstel wordt ingediend. Dit voorstel gaat concreet over de bijverdienpremie. Door dit voorstel kan iemand die in de bijstand zit gaan werken en tegelijkertijd hier financieel wat extra's aan overhouden. Ons voorstel is concreet dat iemand 30 procent van zijn loon kan behouden tot een maximum van 200 euro per maand. Veel inwoners vroegen mij de afgelopen dagen: maar iemand die nu werkt in de bijstand, die houdt hier toch wel wat aan over? En elke keer moest ik daarop zeggen: het is helaas echt zo, er is geen financieel voordeel als je gaat werken terwijl je in de bijstand zit. Dat voelt voor veel inwoners uit de bijstand als werken loont niet. Wat dit voorstel doet op korte termijn, is dat het een financiële prikkel geeft aan inwoners in de bijstand om te gaan werken. Op de lange termijn heeft het veel meer positieve effecten dan alleen een financiële prikkel. Op lange termijn voor inwoners: de zelfredzaamheid wordt aanzienlijk vergroot. In Amsterdam bijvoorbeeld stroomden mensen vanuit de bijverdienpremie meer dan twee keer zo vaak uit de bijstand dan mensen die geen bijverdienpremie ontvingen. Oftewel: dit voorstel helpt inwoners daadwerkelijk uit de bijstand. Dit heeft een groot positief effect op de zelfredzaamheid van deze inwoners. Daarnaast helpt het inwoners tegen eenzaamheid.

De sociale kring van inwoners die werken, is stukken groter dan mensen die niet werken. Tot slot: inwoners die werken ervaren zowel betere mentale als fysieke gezondheid. Op lange termijn ook voor ondernemers. De o zo arbeidsmarkt wordt wat minder krap en de arbeidsmarkt is krap. Kijk maar eens naar de discussies die we alleen al deze periode gevoerd hebben over arbeidsmigratie. Dat, terwijl er bij onze eigen inwoners nog zoveel potentie is. Daar ben ik van overtuigd. En ook op de lange termijn voor de gemeente. Op de lange termijn is de besparing voor de gemeente. Uitkeringskosten gaan omlaag, maar bijvoorbeeld ook kosten voor andere sociale voorzieningen zoals re-integratie en werktrajecten. Natuurlijk, begrijp me niet verkeerd. Op korte termijn kost dit wat geld, maar dat is kleingeld als we de positieve effecten op lange termijn kunnen behalen, want om deze effecten te halen, is er wel aandacht nodig. Aandacht van onder andere ambtenaren van voor deze inwoners in de bijstand. Dit is de hoofdreden waarom we het eerst als een pilot doen. Een klein succes is de beste aanjager voor later grotere successen. Oftewel, voorzitter, met deze kleine investering kunnen we uiteindelijk grote successen behalen. Financieel heeft het een voordeel, het is goed voor ondernemers, maar als belangrijkste: deze inwoners worden zelfredzamer, gezonder en gelukkiger.

Dat zal bij ons als gemeente altijd centraal moeten staan. De inwoner, zelfredzaam, gezond en gelukkig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klok. Wie kan ik het woord geven? Ja, mevrouw Hooijer, Gemeentebelangen Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, voorzitter, dank u wel. Het is weer eens wat anders dan een collegevoorstel, een initiatiefvoorstel. Wat Gemeentebelangen betreft, sluit dit inderdaad wel aan bij een motie die wij zelf op 30 mei hebben ingediend, dan ging het over vrijwilligerswerk voor mensen die in de bijstand zitten. Dat willen we graag dat ze uiteindelijk weer aan het werk komen. Maar wat vooral voor ons ook belangrijk is, en dat blijkt ook hieruit, dat werk moet lonen, want als Gemeentebelangen vinden we dat iemand die thuis zit en een uitkering heeft en daar van alles bijkrijgt, dat het uiteindelijk niet meer mag zijn dan iemand die werkt. Het meedoen in het arbeidsproces en allerlei andere voordelen, die de heer Klok noemt, dat onderstreept alleen maar het belang hiervan. We kunnen ons ook voorstellen dat als financieel je er niet op vooruitgaat, dat het dan heel gemakkelijk is om thuis op de bank te blijven zitten.

En wat nog erger is, dat mensen soms bang zijn om aan het werk te gaan omdat er allerlei maatregelen, regels zijn die heel ingewikkeld zijn en eigenlijk dus door het falen van de overheid uit Den Haag dat het mensen bijna onmogelijk wordt gemaakt om aan het werk te gaan, omdat ze daardoor missen financieel nog onder de bijstand komen. Dat mag zeker niet de bedoeling zijn. Dus wij kunnen dit ondersteunen. We hebben natuurlijk wel wat vragen, maar ook eigenlijk meer het idee om het er met elkaar over te hebben van ja, moet je het met 25 doen, een evaluatie, zou dat niet wat eerder moeten? Maar het belangrijkste zijn eigenlijk wel de financiën. Normaal zou je zeggen, zou ik

het college willen vragen: goh, kunnen we niet bij het rijk kunnen aankloppen of is het samenwerking binnen de arbeidsmarktregio Drenthe, is dat een mogelijkheid om daar nog geld vandaan te krijgen? Wat we vooral belangrijk vinden, dat het niet iets is van wie het eerst komt, wie het eerst maalt, maar dat je wel iets krijgt van een criteria en selectie, want de vraag moet je je stellen: om welke mensen gaat het ons vooral? Wie willen we bereiken. We zagen wat staan uit Amsterdam of anderen van dat het dan alleenstaande ouders zouden moeten zijn waar extra aandacht voor is met kinderen onder de 18. Maar is dat zo? Vinden we dat het belangrijkste, dat we die mensen bereiken? En dan een procedure van dat ze zich kunnen aanmelden en dat je dan uiteindelijk, als er heel veel mensen zijn, dat je dan eventueel een loting hebt. Wat vooral belangrijk is, waar je ook voor kiest, dat de communicatie heel goed is naar al die bijstandsgerechtigden van wat zijn hun mogelijkheden en waarom worden ze wel of niet uitgekozen. Dus wat ons betreft is communicatie altijd het belangrijkste. Als we dan kijken naar Amsterdam of Tilburg, ik denk dat we ons met geen van beiden kunnen vergelijken. Hoogeveen is gewoon Hoogeveen en ik denk dat we dat gewoon, wat ons betreft, dit gewoon gaan moeten proberen. De voorzitter: Dan dank ik u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Meer van GroenLinks.

De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. In de kern zijn we blij met dit voorstel en vinden we het ook een goed voorstel en een goed initiatief om op zijn minst over verder te praten. Tegelijkertijd hebben we er, net zoals net de collega van Gemeentebelangen al aangaf, best wel wat vragen over die we ook hier gezamenlijk wel willen bespreken. Een van die vragen sluit daar ook bij aan. Want waar komt nu dat aantal van die 25 vandaan? Ik hoor de heer Klok zeggen van je moet beginnen met kleine succesjes, maar als je dit percentueel omrekent naar het aantal bijstandsgerechtigden in Hoogeveen, is dit misschien dan maar wel een heel klein succesje. Dus dat zou misschien wel iets meer kunnen zijn. En wat doe je in zo'n geval met de 26 ste of de 27ste die zich aanmeldt? Laat je die dan maximaal twee jaar wachten? En is een dusdanig klein percentage nou voldoende input voor een goede evaluatie aan het eind van de looptijd? Dus krijg je dan ook de informatie die je wilt? Ook ten aanzien van de selectiecriteria hebben we wel wat opmerkingen, want we lazen de reactie van het college: wie het eerst komt, wie het eerst maalt.

Dan denk ik van ja, dat klinkt toch een beetje als een gemiste kans, want waarom kijk je niet vooraf naar een aantal criteria die je zou kunnen verzinnen, bijvoorbeeld een soort van afspiegelingsprincipe naar aanleiding van leeftijdscohorten of anderszins man-vrouw percentages. Je kunt daar gezinssamenstelling bij betrekken als je dat wilt. Dus dat zou, wat ons betreft, echt wel een tandje dieper mogen en breder mogen, zodat je ook wat meer kaders krijgt die helpen om ook uiteindelijk die evaluatie op een goede manier te doen. Een andere vraag die we erbij hebben is: wat gebeurt er nu als er gedurende de looptijd van deze pilot plekken vrijkomen, worden die dan opnieuw ingevuld? Of moet je, als je belangstelling hebt, echt wachten tot die twee jaar voorbij is, voordat je in kunt stromen? En niet onbelangrijk: vanwaar de keuze om twee keer per jaar tot uitbetaling over te gaan? Want een inkomensprikkel, zou ik me ook voor kunnen stellen, juist ter verlichting van de maandelijkse lasten. Dus daar zou ik ook graag een antwoord op willen hebben wat daar de overweging bij is geweest.

En misschien wel de belangrijkste voor mij nu is: wat doet deze regeling uiteindelijk met landelijke regelingen, wat gebeurt met de huurtoeslag, wat gebeurt er met de zorgtoeslag en wat gebeurt er met de lokale of regionale regelingen, zoals de bijzondere bijstand? Kunnen ze daar nog gebruik van maken, kunnen ze nog gebruikmaken van sporten cultuurfonds? Kortom, dat zijn voor ons wel de gaten in de nota waar we nog wel graag antwoorden op willen hebben. Maar nogmaals, complimenten voor het initiatief en volgens mij is dit in ieder geval een goede start om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Schonewille.

Mevrouw Schonewille: Ja, voorzitter, dank u wel. We zijn natuurlijk de Partij van de Arbeid. Het zal dan ook zeker niet vreemd zijn dat de meeste voorstellen die gaan over mensen weer aan het werk helpen, weer laten re-integreren in het arbeidsproces, dat we die zullen steunen, omdat we weten hoe waardevol werk kan zijn. Zeker niet alleen in financiële zin, maar juist ook bijvoorbeeld voor talentontwikkeling, sociale contacten, groeien in kwaliteiten, minder stress vanwege zekerheid. Maar, voorzitter, voor ons zit juist in dat reintegreren en weer aan het werk helpen, daar zit voor ons nou net de crux. Een bijverdienpremie an sich gaat er onzes inziens niet ineens voor zorgen dat mensen die vaak al langere tijd thuiszitten, vanwege allerlei oorzaken, weer aan het werk gaan of aan het werk kunnen. Mensen willen soms graag, maar kunnen dan vanwege problemen in hun leven bijvoorbeeld niet. Daar is echt passende begeleiding essentieel voor. Dat missen we, wat ons betreft, echt in dit voorstel. We zien bijvoorbeeld dat de VVD zich wil richten op alleenstaanden, maar ook daarover wordt niet aangegeven hoe dat dan verder vorm te geven. Dit financiële voordeel zorgt er niet ineens voor dat je weer kan werken.

Daar maakt de VVD wat ons betreft wel een denkfout en we zien graag hoe zij daar de begeleiding in willen vlechten, want wat ons betreft is dat echt nodig en kunnen niet alle werkgevers ineens de juiste begeleiding bieden. Daar zijn immers deskundigen voor. Daarnaast zien we nog wel wat losse eindjes. We denken zelf dat de termijn van dit voorstel eigenlijk redelijk onhaalbaar is. Ik ken het sociaal domein een beetje en de processen die daarin spelen en ik weet dat het echt een heel lange tijd kan duren om van een pilot, die dan vervolgens succesvol moet zijn, naar daadwerkelijke inbedding in je processen te gaan. Ik verwacht dat twee jaar daar vrij kort voor is, als je ook nog echt goed wil evalueren en dat de tijd wil geven om tot een goed resultaat te komen. Die evaluatie kan wat ons betreft dan ook zeker niet in acht maanden en daar zouden we ook graag op willen amenderen. Voorzitter, wat ons betreft zijn er dus een aantal punten waarop we dit voorstel echt beter zouden kunnen maken, zodat dit echt gaat lonen. Dan hebben we nog een paar vragen. We zouden er een stuk of twintig kunnen stellen, maar in dit geval zullen we ons beperken tot vier. Dat lijkt ons slim. Evaluatie. In de brief van het college van de wensen en bedenkingen staat al het een en ander over de evaluatie en de haalbaarheid daarin.

Ik weet niet of ik een vraag mag stellen aan de wethouder, maar ik zou in dit geval graag aan de wethouder willen vragen: wat is de daadwerkelijke haalbaarheid van zo'n evaluatie en kan hij daar een toelichting op geven? Daarnaast ben ik benieuwd hoe dit proces verder tot stand gekomen is en in hoeverre andere belanghebbenden hierin betrokken zijn. Dus heeft de VVD bijvoorbeeld mensen uit de bijstand hierover gesproken. Hoe kijken zij daartegen? Is hierover advies gekomen van bijvoorbeeld de sociale adviesraad? Dan een punt begeleiding. Nou ja, ik ben benieuwd wat maakt dat er niets in het voorstel staat en wat de VVD daar eventueel zelf aan mogelijkheden voor ziet. En de doelgroep, daar ging het al even over, in dit geval heb ik niet specifiek vragen over die 25 personen, maar wel in de zin van: welke criteria stellen we daar dan met elkaar aan? Want wij zouden graag een brede afspiegeling zien. Als je je alleen richt op alleenstaanden, dan vinden we dat eigenlijk jammer, want we zouden ook graag zien wat doet zo'n pilot voor mensen met bijvoorbeeld kinderen en een gezin? Nou, dat. Dan sluiten we daarmee af. De voorzitter: Dank u wel. Even voor de goede orde, ik denk, als er echt een heel prangende vraag is naar de wethouder, wat echt ervoor nodig is, dan wil ik daar wel even de ruimte voor geven, maar natuurlijk omdat de vergaderorde wel zo is, dan wil ik wel natuurlijk.

Het belangrijkste is natuurlijk wel dat de vragen naar de heer Klok komen. Maar als u een enkele vraag heeft, wil ik dat wel toelaten. Ja. Mevrouw Schonewille: Dank u wel, voorzitter. In dit geval zou ik de vraag wel graag willen stellen aan de wethouder, omdat dat maakt of we moeten amenderen, ja of nee.

De voorzitter: Oké, dan laat ik dat toe en dan doen we dat anders. Ik zit te kijken wat handig is. We gaan eerst wel eventjes iedereen af en dan komen we daarna even bij de wethouder voordat we daarna bij de heer Klok gaan komen. Dat stel ik even voor. Dan gaan we naar de heer Prakken, D66. De heer Prakken: Dank u wel, voorzitter. Het is al een paar keer gezegd en ook van de kant van D66 steunen we natuurlijk het idee wat achter het voorstel ligt. Verder vooral vragen. Ik begin bij dat budget, die snap ik niet helemaal, maar misschien kan dat uitgelegd worden. Budget 60.000, 25 personen keer 2400 dat is 60.000. Ja, het college heeft daar al iets over gezegd, maar die 2400 is 30 procent. Vervolgens heb je een besparing op de uitkeringen, dus die besparing is volgens mij veel groter. Dus ik snap dat budget eigenlijk niet. Dat is een. Twee is, ja, er wordt verwezen naar Amsterdam, maar in hoeverre is Amsterdam vergelijkbaar? Nou, Amsterdam is denk ik niet vergelijkbaar, maar qua samenstelling, dat is natuurlijk wel van belang en vooral qua begeleiding in Amsterdam en begeleiding in Hoogeveen. Ik meen begrepen te hebben dat er in Hoogeveen al best veel aan begeleiding gedaan wordt. En ja, als dat al het geval is, dan zullen de cijfers misschien iets minder goed zijn dan in Amsterdam. Dus misschien moeten we de hoop niet al te hoog hebben.

Maar de basis van het voorstel is zeker goed. Wat heb ik verder nog? Eens met GroenLinks, maandelijks uitbetalen om die prikkel te vergroten. Ik hoor eigenlijk wel graag het oordeel van het college over die 25. Het klinkt heel laag. Ik zou al een mooi succesje vinden, ook al is het een succesje ten opzichte van het totale aantal. Maar ja, ik hoor graag wat het college daarvan vindt. Dat was het tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Baalman, SP. De heer Baalman: Dank u wel, voorzitter. Ja, op zichzelf vinden wij het een heel mooi voorstel, we zijn het daar ook op zichzelf wel mee eens. We zien alleen wel wat beren op de weg en ik hoop dat die binnenkort worden afgeschoten. Want ik zie wel, net als GroenLinks zegt, best wel wat dingen met de lokale premies en dat soort dingen. Ik zie ook voor heel veel mensen die daarmee gaan werken, die hebben natuurlijk een lange termijn in de bijstand gezeten en die komen straks ineens met een heel grote administratieve last. Als ik kijk naar de UWV voor mensen die in de WIA zitten, die hebben net zo'n soort regeling, dat kan ook. Alleen als je de administratie erbij bekijkt, dan ben je bijna langer aan de administratie bezig dan je extra bij kan verdienen. Dus ik denk dat daar ook wel een aandachtspuntje zit om dat mee op te nemen.

Verder denk ik: als alle vragen en antwoorden goed beantwoord en uitgelegd worden, dan denk ik dat dit een heel mooi voorstel is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Kleine, Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Dit klinkt gewoon als een heel goed voorstel. Heel veel is al gezegd door voorgaande sprekers. Het valt me ook op dat er heel veel gevraagd wordt. Dus ik wens de heer Klok en in dit geval ook de wethouder, heel veel succes nu bij het beantwoorden van al die vragen. De voorzitter: Dank u wel. Dan naar het CDA, de heer De Weerd. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. We zijn als CDA-fractie erg positief gestemd over dit voorliggende initiatiefvoorstel en we willen eigenlijk ook wel de complimenten hierbij uitspreken aan de VVD-fractie voor eigenlijk het politieke werk wat hier gedaan wordt. Dus het dergelijk raadsinstrument als initiatiefvoorstel, weet de VVD hier op een goede manier in te zetten. Als we kijken naar de inhoud, zijn we echt ook wel te spreken over het voorstel. We denken ook dat het goed is om een extra financiële prikkel in het leven te roepen, bijvoorbeeld in de vorm van de bijverdienpremie in de bijstand. Hiermee zorgen we er dan ook

inderdaad voor, dit is ook al gezegd door andere partijen, dat werken gaat lonen of in ieder geval meer gaat lonen. Voorzitter, wij als CDA-fractie hebben we dan ook het voornemen om het voorliggend initiatiefvoorstel te steunen. We hebben geen punten voor debat. Wel heb ik nog een vraag aan de heer Klok, dat heeft ermee te maken, dat richt zich vooral op de randvoorwaarden. Hoe zorgen we er nou voor dat die randvoorwaarden zo goed zijn dat die pilot ook echt gaat werken in Hoogeveen? Heeft u daar al over nagedacht? Tot zover onze bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel. Alle egards voor deze initiatiefnemers. Op zich is dit een heel goed idee. Er zitten wel wat hiaten. Dat horen we hier al inmiddels wel een beetje en dat geeft ook helemaal niets, want je begint ergens aan en gaandeweg ontdek je dat dit misschien een verbetering is of dat eigenlijk overbodig is en uiteindelijk kom je tot een goed plan. Dus wij staan hier wel positief tegenover. Want ja, er zijn nog te veel die toch altijd in de bijstand blijven en waar eigenlijk ook niet echt meer aandacht aan gegeven wordt, omdat ze, om wat voor reden dan ook en inderdaad, er zijn er ook die zullen hun hele leven misschien niet meer, omdat ze gewoon op bepaalde punten niet kunnen. Dat daar moet je ook oog voor hebben.

Maar dat neemt niet weg dat wel een beetje inspanning te leveren om daar wat aan te doen en dit zou een soort verleidingsactie kunnen zijn die soms toch denk ik wel heel positief kan uitwerken dus wij steunen dit uiteindelijk, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel. Last but not least? Wie is er nog niet geweest dan? Volgens mij iedereen al. Ik heb geteld, ik denk, ik ga als laatste. Dat vind ik ook wel eens een keer leuk. De voorzitter: Wilt u soms twee keer? Mevrouw Pullen-Muis: Nee, maar in ieder geval, ik mag nu als laatste. Nog even een reactie op de unieke situatie van de twee initiatiefvoorstellen. Ik heb ooit in 2012 met de ChristenUnie ook een voorstel gedaan vanuit de raad, maar dat ging over het vrijwilligersfonds, dus het is lang geleden. Dat dat geheugen hier niet meer aanwezig is, zegt natuurlijk genoeg. Dat terzijde. Maar dat was namens de ChristenUnie. Een initiatief dus wat we vanavond gaat bespreken over de bijverdienpremie in de bijstand. Voor ons wel verrassend, want in onze beeldvorming is de VVD op voorhand niet zo'n sociale partij, dus in die zin laten we ons gelukkig verrassen in de raad. Dus dat is een positieve opmerking. Wie wil niet wat bijverdienen in de bijstand, en dat is meteen ook best lastig. Dat zei u ook, mijnheer Klok.

Vooraf willen we stellen dat dit voorstel de financiële prikkel benadrukt. Het gaat onvoldoende in op de situatie van de mensen in de bijstand die we vanuit Werkplein moeten begeleiden. Oog hebben voor de kwetsbare situatie van bijstandsgerechtigden, lijkt ons op voorhand zeer belangrijk. Want er kunnen veel mentale, fysieke en sociale problematieken schuilgaan aan het bestand van ongeveer 1100 mensen hier in Hoogeveen. En we vragen ons wel af of de VVD goed zicht heeft op de leef-en denkwereld. Dus daar wil ik wel graag een reactie op. We gaan daarom nu verder ook naar de inhoud van het voorstel en kijken vooral naar de argumenten voor de bijverdienpremie. Maar we wilden eerst beginnen met een meer algemene en belangrijke vraag: wat is de visie van de VVD op het stimuleren van mensen in de bijstand? Dan gaan we dieper in op het voorstel. U spreekt van positieve effecten in sommige gemeenten. Amsterdam noemde u net, maar in Tilburg is men daarmee gestopt, omdat er meerdere drempels waren om uit de bijstand te komen. Wij zien ook dat het de VVD dus vooral gaat om de financiële prikkel en daarom hebben we een debatpunt. Het zetje in de rug is nu alleen een financiële prikkel. Vindt de VVD de huidige prikkels in de bijstand en de andere minimaregeling onvoldoende? Dus het is ook een vraag, maar

laten we daar met elkaar het gesprek over voeren. Dan, u wilt een pilot van twee jaar en stelt dat de ambtelijke capaciteit dit zou kunnen oppakken. U zei net aandacht. Dat is natuurlijk ook een prima woord, maar ik zie geen berekening van de ambtelijke capaciteit bij dit voorstel. Dat is ook een opmerking van het college en is volgens ons niet verwerkt in het voorstel, maar ik kan het ook verkeerd zien en misschien heb ik het niet goed gelezen. Ik laat me daar graag over informeren. Wij vinden dus, en dat is ons debatpunt, wij vinden de financiële dekking van het initiatiefvoorstel onvoldoende en overwegen hiervoor een amendement. D66 maakte daar ook al een opmerking over. Dan als derde. De ChristenUnie vroeg zich af waarom u een tussenevaluatie al na acht maanden wil. Het lijkt ons beter om dat na één jaar te doen, er zijn ook andere partijen die daar al opmerkingen over gemaakt hebben. En wat als het niet of nauwelijks gebruikt wordt? Dat kan natuurlijk ook. Gaat de regeling dan stoppen? Dus wij willen graag daar ook de antwoorden op. Dan, als dit voorstel wordt aangenomen, hebben we te maken met de arbeidsmarktregio Drenthe. Dat noemt u ook in dit voorstel.

Wat zijn uw wensen om dit breder onder de aandacht te brengen, of moet dit ook bij de andere gemeenten in Drenthe worden ingezet als pilot? Dus wij vragen eigenlijk ook aan deze debattafel of die regeling ook moet worden verkend binnen de arbeidsmarktregio. Dan hebben we de reactie gelezen van het college, ik moest wel even zoeken wat dan precies de aanpassingen waren, trouwens. Maar goed, we hebben dat gelezen en u hebt ook de reactie van het college verwerkt in het voorstel. We zijn het er ook wel mee eens om dat voorlopig in twee jaar voor te nemen. Dan hebben we nog een punt. We zijn het ook wel eens met beperkt tot 25 personen. Het kan ook meevallen of tegenvallen, maar gezien dat het een pilot is, laten we dat als taakstelling houden. Maar we kunnen daar, denk ik, ook wel het debat nog even over voeren als dat nodig is. Eerst de resultaten maar eens afwachten als het wordt aangenomen hier in de raad. We missen de criteria voor het kiezen van 25 personen. Andere collega's hebben hier ook al opmerkingen over gemaakt. We zien ook wel dat hier een verbetering aan moet worden gegeven, want nu staat er: wie eerst komt, eerst gebruikt. Ja, dat kan ook als een soort ongelijkheid worden gezien.

Dus wat zijn nou de criteria die u wilt voorstellen daarin of wat we daarin met elkaar verder kunnen vormgeven? Is dan het criterium alleenstaand met kinderen onder de 18 wel voldoende? Dus zouden er meer criteria bij komen? Kortom, we zijn er nog niet uit. We snappen de positieve inzet van de VVD, waarderen we ook. We wachten ook het debat af om ons definitieve standpunt te bepalen en misschien heeft de VVD na deze avond nog wat huiswerk te doen. Dat wachten we nog even af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we dus eerst even naar het college gaan, naar wethouder Westendorp. Die gaat even antwoord geven op de prangende vragen, twee vragen die er waren. Dan gaan we daarna naar u toe, mijnheer Klok. Ja. Gaat uw gang. Wethouder Westendorp: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, ik zal heel kort antwoorden op twee vragen die door het college zijn gesteld. Volgens mij gaat de ene vraag over de evaluatie. Misschien goed om te begrijpen, het college heeft gereageerd op het eerste voorstel dat is ingediend en u hebt vanavond ter bespreking het aangepaste voorstel. Een aantal suggesties, wensen en bedenkingen zijn overgenomen, een aantal ook niet en een van de dingen die is overgenomen is de looptijd is veranderd naar twee jaar.

Daarmee zou je kunnen zeggen van, wat is dan een goed evaluatiemoment? Nou, als het college naar het voorstel kijkt, dan zou je kunnen zeggen: je moet beginnen, opstarten, mensen verder helpen en een goed moment om dan te kijken of het succesvol is, is denk ik na een jaar, omdat je ook even bezig bent met het opstarten. Als het college vraagt wat dan een goed moment zou zijn om te evalueren, dan denken wij, als je start op, neem, kwartaal twee van 2025, dan pak je een jaar later de evaluatie vast, kwartaal twee van 2026. De andere vraag, heel kort, ging over de selectie van 25 personen. Dat is natuurlijk gewoon ook een keuze van de initiatiefnemer. We zien het ook als een beleidsexperiment, zo heeft de initiatiefnemer het ook volgens mij aan u gepresenteerd. Het college heeft natuurlijk wel twijfels of je met 25 een goede afspiegeling krijgt van de inwoners die dan in de

bijstand zitten, specifiek de doelgroep, maar volgens mij is het wel zo dat dit gewoon een gekozen getal is door de initiatiefnemer. Daarmee heeft het college ook gezegd, om de uitvoerbaarheid te vergroten, dan neem je in principe eerst komt eerst maalt, om dan ook van start te kunnen, maar dat is aan u in uw beraadslaging. Vandaar dit antwoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Klok voor het beantwoorden van al die vragen die gesteld zijn. Dus ja, misschien eerst beginnen met de vraag, u mag natuurlijk zelf kiezen, maar misschien het nummer 25, om daarmee te beginnen. Gaat uw gang. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk beginnen met de heer Kleine, die het gewoon een heel goed voorstel vindt. Dank daarvoor. Dan gaan we over naar de 25. Even kijken over naar de 25. Waarom 25? Nou ja, in mijn eerste initiatiefvoorstel had ik het getal 50 genomen. Dat vond ik zelf een … Ik dacht, dan valt er een wat beter gedegen onderzoek naar te doen. Dan hebben we een wat bredere, we hebben meer mensen. Dat is ongeveer tussen de 5 en 10 procent van die bijstandspopulatie en laten we zeggen dat niet iedereen in de bijstand aanspraak maakt op deze … Die dit zou kunnen, die bijverdienpremie zou kunnen doen. Dus ik denk, dan hebben we ongeveer tussen de 10 en 20 procent waarbij we die pilot doen.

Vanuit de ambtenaren werd geadviseerd om het getal 25 te doen, omdat dit beter behapbaar zou zijn voor de ambtenaren. Daarin ben ik meegegaan, omdat, dat gaf ik net ook in mijn stukje toe wat ik toelichtte, we moeten eerst een klein succes maken om het later een groot succes te laten worden. Vanuit die optiek is het getal 25 geworden. Dus dat ook nog even richting de wethouder. Dat was ook gelijk de eerste vraag van Gemeentebelangen. Daarna kwam nog een vraag over de evaluatie. Waarom staat er eigenlijk acht maand in? Die acht maand is, hij start nu op 1 maart, dus dat zou dan nog net voor het einde van het jaar daarna, zal die dan geëvalueerd worden en dat leek ons verstandig, omdat je dan in het nieuwe jaar komt. Dan kun je dat ook meenemen in de overweging van de kadernota, waar het dan ook in zou moeten landen, als die pilot wel een succes wordt en dan moet dat bedrag daar ook in komen. Dus vandaar dat we daarvoor hebben gekozen. Even kijken, dan een andere vraag van Gemeentebelangen, de vraag van waarom wie het komt, wie het eerst maalt? Waarom is daarvoor gekozen? Ja, ook in het eerste voorstel, dat was wie het eerst komt, wie het eerst maalt, dat is naar aanleiding van de brief van het college gekomen.

Eerst was het voorstel dat het college daarover moest beslissen, maar dat voel natuurlijk wel wrang dat dat het gemeentebestuur van Hoogeveen keuzes moet gaan maken tussen mensen. Dus ja, daar kwamen we een beetje mee in de knoei. Dus is er toch voor gekozen, wie het eerst komt, wie het eerst maalt. En stel je voor, we evalueren na acht maanden, die hele bijverdienpremie zit vol. Dan kunnen we daar ook met elkaar in de raad over hebben, is die 25 nog steeds het juiste aantal of zou je het misschien iets kunnen oprekken? Maar in ieder geval, daarom is gekozen voor wie het eerst komt, wie het eerst maalt. En ik denk eerlijk gezegd ook dat het verstandigste is, want je wilt ook een pilot gebruiken om te kijken voor welke doelgroep die het meest effectief is. Dus voordat je aan de voorkant al, voordat wij als raad al doelgroepen gaan selecteren, is het wellicht beter om te kijken van voor welke doelgroep werkt het nou het beste? Iemand refereerde ook al aan Amsterdam. Ik weet zo even niet meer welke partij. In Amsterdam werkt het juist voor die ene doelgroep beter, maar in andere gemeentes zag je ook weer andere ontwikkelingen. Dus mijn advies zou ook zijn, laten we niet te veel kaderen in dit geval, maar laten we kijken voor welke doelgroep het in Hoogeveen het beste werkt. Dus dat betreft dat.

Dan de vraag van GroenLinks over wat als er iemand uitvalt? Het initiatiefvoorstel is geschreven voor maximaal 25 mensen. Dus als het dan 24 wordt, we hebben 25 mensen, iemand valt uit, maar mooier nog, waarvoor het eigenlijk is: iemand kan volledig naar werk, iemand komt uit die bijstand, dan is die plek vrij voor iemand anders. Dus het is niet zo er zijn een tot met 25 plekken beschikbaar, maar er zijn maximaal 25 plekken beschikbaar. Dus als nummer 23 uitstapt, dan kan nummer 26 erbij. Dan de vraag ook van GroenLinks over waarom twee keer per jaar uitbetaling? Ja, daar kan ik eigenlijk heel kort zijn: wetgeving. Dat kan niet anders,

maar dat heeft wel te maken met uw volgende vraag, want uw volgende vraag is: wat doet dit met landelijke regelingen zoals het sport- en cultuurfonds? Die worden wel behouden, dus die houdt iemand in de bijstand allemaal. Maar dat heeft wel weer te maken met die wetgeving waarom twee keer per jaar uitbetalen. Ik kan het allemaal technisch naar u toe laten komen, maar om dat hier allemaal te moeten uitleggen, dat zou een hele avond kosten en het was juist zo fijn dat het een keer een korte avond zou worden hier. Dan ga ik over naar de PvdA. Als ik wat heb gemist, dan hoor ik het graag straks, maar ik doe het even wat ik heb opgeschreven. Dan de Partij van de Arbeid. De bijverdienpremie, is dit nou puur alleen een financiële prikkel of is het meer dan dat? Dat probeerde ik dus ook mee te geven in de bijdrage. In eerste instantie voelt het puur als een financiële prikkel. Maar wat we wel proberen te doen, is daar iemand misschien wel mee uit te dagen en misschien en niet alleen degene die in de bijstand zit, maar juist ook iemand die hier werkt op het gemeentehuis, om juist nou een keer met die bijverdienpremie onder de arm naar iemand toe te gaan die die ambtenaar kansrijk acht voor deze voor deze bijverdienpremie om hierin mee te anticiperen. Dus het is niet … Ja, in eerste instantie lijkt het gewoon een heel platte financiële prikkel, maar dat is het absoluut niet.

Het vraagt ook zeker veel aandacht van ambtenaren. En juist dat samenspel, dat zou juist tot het mooiste en grootste resultaat komen, ben ik van overtuigd. Dan nog een vraag over de termijn, of eigenlijk meer een opmerking over de termijn, dat dat een beetje onhoudbaar is. Twee jaar pilot en dan moet het nog helemaal zich gaan inbedden hier in het gemeentehuis. Ik ben het ermee eens dat het soms stroperig kan zijn op het gemeentehuis en hier alles, om dat te laten inbedden, maar Amsterdam is het wel gelukt in twee jaar en ik hoop dat we nog wel wat sneller en daadkrachtiger zijn dan de gemeente Amsterdam. Dus dat is ook een mooie uitdaging voor het college om dat dan in twee jaar rond te krijgen, zou ik zeggen. Dan over het proces. Wie hebben jullie erbij betrokken? Wij zijn onder andere, maar niet alleen, met de stichting cliëntenraad in gesprek gegaan en hebben daar de bijverdienpremie ook besproken. En heb je dan ook mensen in de bijstand gesproken? Ja, die waren er ook bij en het leuke was, dat is natuurlijk alweer een aantal maanden geleden, was nog voor de zomervakantie en vorige week trof ik die persoon hier op het gemeentehuis en die zei: nou, heb je het er al door en toen zei ik van nou, ik ga volgende week een debat doen en toen zei ze tegen mij: ik ben, inmiddels zit ik niet meer in die doelgroep, maar wat had ik er graag gebruik van mogen maken.

Dus ook uit de praktijk, dat was ook een leuke motivatie om het vandaag nog een stapje extra te doen. Dus dat met betrekking tot het proces. We hebben dat breed uitgevraagd in de gemeente, verschillende organisaties, verschillende inwoners. Dan heb ik hier ook 25, maar die zie ik bij elke partij, maar dan ben ik al op teruggekomen. Dus volgens mij waren dat de vragen van de PvdA. Dan de vraag van D'66 over het budget. Die 60.000 euro, waarom moet de gemeente Hoogeveen 60.000 euro opnemen in de begroting of in de kadernota, terwijl, je krijgt er veel meer voor terug? Dat is het kromme van deze regeling, want de afdracht die die inwoner moet betalen, die gaat niet naar de gemeente, maar naar het rijk. Dus een heel lang verhaal probeer ik heel kort te maken, maar anders wordt het heel technisch. De overheid, de rijksoverheid die betaalt op 1 januari een x-bedrag aan de gemeente voor zoveel mensen in de bijstand, daar zit een heel lastige formule achter, ik begrijp hem nog steeds niet. Dus die gaat naar de inwoner toe, dus de rijksoverheid betaalt dat aan de gemeente, de gemeente betaalt dan, van dat hele potje, betaalt die elke inwoner apart en gedurende dat jaar als die inwoner werkt, gaat die afdracht weer naar de rijksoverheid.

Oftewel, die 200 euro komt uit de begroting van Hoogeveen en die afdracht gaat naar de rijksoverheid en die afdracht naar de rijksoverheid, gaat niet meer naar de gemeente. Ik hoop dat het een beetje duidelijk is, maar ik heb er ook een poosje over moeten doen. Maar goed, beantwoord, zou ik zeggen. De voorzitter: Anders hebben jullie het er straks nog maar even over. De heer Klok: Dan heb ik nog één vraag openstaan van het CDA. Wat zijn nou de randvoorwaarden om dit tot een succes te maken? Ik geloof dat dat echt is aandacht. Aandacht van ambtenaren, aandacht, ik denk ook van

ons, zeker van … Ja, gewoon van de mensen hier op het gemeentehuis. Weet je, we moeten er aandacht voor hebben om met die mensen hier iets voor de inwoners in de bijstand, om daar samen een succes van te maken, want dat stopt niet alleen bij die financiële prikkel. Dat wil ik ook nogmaals gezegd hebben. Het gaat ook om aandacht voor die mensen in de bijstand en die financiële prikkel is een middel om het doel te behalen om die mensen volledig naar werk te mogen kunnen krijgen of in ieder geval deels te kunnen laten werken. Dus randvoorwaarde, met uitroepteken, aandacht. Volgens mij heb ik ook gelijk de vraag van de SGP hiermee gehad, met de opmerkingen, anders hoor ik het vast straks, ben ik van overtuigd van de heer Brand van Rijn. Dan de ChristenUnie. Ja, de ChristenUnie trapt af met: wij kennen de VVD als niet zo'n sociale partij. Nou ja, wij zien werken maar als een sociaal iets, dus dat komt goed. Dan kregen we ook nog de vraag: hebben jullie wel goed zicht op de leef- en denkwereld van deze inwoners, als ik het goed heb verstaan. Dat is natuurlijk een lastige vraag, die is, denk ik, voor iedereen lastig te beantwoorden. Het is ook een beetje subjectief, want wat is goed zicht? Ik weet niet of ik daar goed zicht op heb, maar wat ik wel kan zeggen: ik heb zoveel als mogelijk mijn best gedaan om hier zo goed mogelijk zicht op te krijgen.

Dat heb ik onder andere gedaan door met die stichting cliëntenraad in gesprek te gaan, ook om met ondernemers in gesprek te gaan. Ook heel veel uren met ambtenaren hier op het gemeentehuis gesproken. Ik heb het hier met de griffie over gehad, met het college, de heer Westendorp heb ik een aantal gesprekken hierover gehad en ik geloof dat mijn zicht hierdoor een stuk kwalitatiever en beter is geworden dan dat het in eerste instantie was. Daar dank ik ook al die partijen voor. Dus dat wat betreft het zicht. Dan onze visie op hoe wij mensen in de bijstand moeten stimuleren naar werk, als ik het zo goed heb omschreven. Onze visie is … Er is een mooi voorbeeld in Pekela afgelopen drie jaar geweest. Daar hebben ze ook een soort pilot gedaan, of eigenlijk heeft één ambtenaar daar gezegd: weet je wat we gaan doen? We gaan met die mensen aan tafel zitten en we gaan kijken wat wel kan in plaats van wat niet kan. Dat heeft een besparing van 3,5 miljoen euro opgeleverd in drie jaar. Maar ja, dat zijn maar euro's, alleen wat er wel is gebeurd, die bijstandspopulatie is met meer dan 50 procent verminderd. Dus wij hebben het vaak hier heel plat over een granieten bestand, maar ik ben ervan overtuigd dat die bijstand populaties in al die gemeentes niet heel veel van elkaar verschillen. Maar dat laat nog maar eens zien wat de mogelijkheden zijn van onze bijstandspopulatie.

Ik zou het artikel met de ChristenUnie delen, dan kunt u daar kennis van nemen. Dan heb ik ook de financiële prikkel van de ChristenUnie. Volgens mij is dat ook een beetje waar ik net aan refereerde. De financiële prikkel is een middel om tot een doel te komen, maar niet het enige middel om naar dat doel te komen. Dan over de ambtelijke bijstand, daar is de ChristenUnie wellicht aan het nadenken om een amendement over te schrijven. Waarom staat dat niet in het raadsvoorstel? Het college is daar in de brief op teruggekomen, omdat de pilot 25 mensen betreft, kan dat met, als het 25 mensen zijn, kan het door de huidige workload, kan het er daar nog bij. Dus als ik goed, kijk ik ook even naar het college, mar volgens mij is het zo omschreven, ongeveer, dus dat leggen we dan maar in de politiek uit als een ja. De voorzitter: De heer Westendorp graag een reactie. Wethouder Westendorp: Voorzitter, voordat ons als college woorden in de mond worden gelegd, ik denk dat het wel goed is om even nogmaals te benadrukken: het college heeft gereageerd op een initiatiefvoorstel voor één jaar. De heer Klok zegt nu in zijn voorstel: het wordt twee jaar en er kunnen mensen bij en dan kunnen mensen af.

Dus het college zegt: nou, voor één jaar zouden we een beetje mee kunnen denken, mee kunnen werken, maar als u twee jaar zegt, dan ben ik ook wel consequent, dan zegt het college heel duidelijk: dan moet u ook de capaciteit erbij leveren. De voorzitter: Oké. De heer Klok.

De heer Klok: Dan ga ik mij nog eens even beraden op de brief en dan komen we daarbij op terug. In ieder geval dank voor de bijdrage, college. Dan de tussenevaluatie, daar ben ik ook op teruggekomen. Waarom naar acht maand in plaats van naar een jaar? Dan mis ik dan wel … Die 25 personen kwam ook bij de ChristenUnie terug. En wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dus volgens mij heb ik eigenlijk, in mijn optiek, alle vragen gehad, maar ik ben er ongetwijfeld een, twee of drie vergeten, dus ik dan hoor ik het graag. De voorzitter: Volgens mij bij mevrouw Pullen, dus ga ik eerst naar mevrouw Pullen toe. Mevrouw Pullen-Muis: Ja ik heb drie verduidelijkende vragen, zo zeg je dat, hè? Mijnheer Klok spreekt over dat hij het gesprek heeft gevoerd met de cliëntenraad. Ik ben wel benieuwd naar wat hun reactie naar u was, toen u dat gesprek heeft gevoerd, over dit plan. Het tweede is: u zegt, u heeft het gesprek gevoerd met … Tenminste, u vertelt iets over de situatie in Pekela waarin ze het gesprek voeren, waarmee u eigenlijk aangeeft dat u dat in die gemeente, dat weet ik ook, in die gemeente gewoon het goede gesprek, laat ik maar even, gewoon ook actief vanuit de ambtenaren, zeg maar, het gesprek is gevoerd, zodat mensen zo gestimuleerd worden om naar werk te gaan.

Dus dat was niet per se omdat het om die bijverdienpremie ging, maar dat ging om het gesprek met de mensen, volgens mij. Dus daar wil ik nog een reactie op. En om nog even te reageren op de ambtelijke capaciteit, in de brief van het college wordt gesproken over 0,2 fte. Daar staat een bedrag achter, het gaat over één jaar. Als ik over twee jaar spreek, dan moeten we spreken over 0,4 fte. Dus ik wil dat wel even doorrekenen met u, maar dan zou het om een amendement moeten gaan als dat, zeg maar, wel voor de financiële berekening zou dat er wel in moeten staan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klok. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Zal ik bij de laatste beginnen. 0,2 fte blijft 0,2 fte, alleen dan is het in het eerste jaar 0,2 fte en het tweede jaar 0,2 fte. Als dat in het voorstel moet, dan moet dat in het voorstel, simpel zat, en dan moet dat erin en dan zullen we dat anders zelf amenderen, maar dan kom ik daar bij u op terug. Dat is geen enkel probleem. Dan de eerste vraag, wat was de reactie van de cliëntenraad? De cliëntenraad was positief over dit voorstel. En waar ik ook naar verwees, naar die ene persoon hier op het gemeentehuis, die zat ook bij dat gesprek en die baalde ervan dat het eigenlijk nu pas was, want ze had er zelf graag gebruik van willen maken. Dat was ook wel een beetje de sfeer op die avond dat wij daar toen zaten.

Er is ook nog wel gerefereerd aan het persbericht, dat zal ik nog even doorsturen, dan kunt u daar ook de reactie lezen van de cliëntenraad, maar die was positief. Dan de tweede vraag, over Pekela, waarin u eigenlijk zegt ja, maar daar in het verhaal van Pekela was juist dat ze daar met elkaar het gesprek aangingen. Dat klopt. Dat was ook één deel, dat was ook één middel om het doel te behalen was het gesprek, maar een ander middel was, wat ze in Pekela deden, is bijvoorbeeld dat ze een fiets of soms zelfs een brommer gaven, zodat die mensen van plek A naar plek B kunnen. Dus vaak heb je meerdere middelen nodig om tot een doel te komen. En ik ben ervan overtuigd dat de bijverdienpremie een belangrijk of een goed middel is om tot dat doel te komen. Ik zeg ook niet dat het zaligmakend is, geen een middel is zaligmakend, maar het is wel een belangrijk middel om tot dat doel te komen. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we nog naar wat aanvullende vragen bij de heer Van der Meer, GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. In ieder geval twee aanvullende vragen nog, want ik hoorde bij de inleiding van de heer Klok ook duidelijk meer dan alleen maar een materiële prikkel, want het zou ook goed zijn tegen verdringing van eenzaamheid en het zou ook op het ondernemersklimaat nog wat kunnen doen.

Ik zou dat toch wel een extra aanbeveling vinden om dat dan ook op zijn minst mee te nemen in de toelichting,

dat dat ook een van de drijfveren achter dit plan is. En een tweede waar ik toch nog wat tegenaan hik is die 30 procent met een maximum van 200 euro. Ik weet niet precies uit mijn hoofd wat de bijstandsuitkering van een alleenstaande is, maar als dat 800 euro is, 30 procent is 240, dan weet je op voorhand al dat je gekort wordt. Dus is het dan niet verstandiger om gewoon een maximum bedrag op te nemen? Want je zit al boven dat maximum van die 200 euro met 30 procent, daar zit je altijd boven. Dus mijn voorstel zou zijn, neem dan gewoon een maximum, dan heb je geen enkele discussie en heb je gewoon een vastgesteld bedrag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klok. De heer Klok: Dank u wel. Uw eerste vraag, als dat in de toelichting van eenzaamheid, als dat stukje erin moet, nodig ik uit om dat ook te amenderen, dan kunnen wij daar als raad over beslissen. Maar zeker is dat een belangrijk punt. Laat dat vooropstaan. Eenzaamheid, om dat te verminderen, zelfredzaamheid, gezondheid, dat zijn natuurlijk waar wij hier voor zijn als gemeente, voor onze inwoners. Dat staat buiten kijf.

Tweede vraag, die 30 procent en die maximum van 200 euro, ik weet niet of ik de vraag eenmaal goed heb begrepen, maar het werkt in ieder geval zo: als iemand in de bijstand bij gaat verdienen en die verdient in dit geval 300 euro bij in een maand, dan krijgt diegene uit de bijstand, die krijgt 100 euro als bijverdienpremie. Is het 600 euro, dan krijgt hij 200 euro, is het 1000 euro, dan krijgt hij ook 200 euro, omdat dat dat maximum is. Dus het is 30 procent van het verdiende bedrag, tot een maximum van 200 euro. Nu is het zo, in de bijstand is het nu ongeveer 1250 euro, dus daar kan iemand maximaal tot 1450 euro bijverdienen. En natuurlijk, de bijstand is afhankelijk van de situatie van diegene, maar ja, in dit rekenvoorbeeld zit dat zo. Dus ik weet niet precies wat u bedoelde met de vraag, maar wellicht heb ik hem iets verhelderd. De heer Van der Meer: Hij is wel iets verhelderd, dank u wel, voorzitter, maar blijft mijn punt dat die 30 procent dus een andere uitkomst zou geven dan die 200 euro en kun je daarom dan niet beter zeggen van joh, het is altijd maximaal die 200 euro? Daar maak je het een stuk overzichtelijker van en eenvoudiger van, hoef je niet te rekenen. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Dat is een overweging die we kunnen maken als gemeenteraad, maar het is wel gebruikelijk dat er een percentage in staat, laat dat vooropstaan.

Ik wil daar prima nog even samen met u over nadenken en over sparren, maar ik heb eigenlijk nergens gezien dat er alleen een maximum staat en het een aantal gemeentes zijn ons wel voorgegaan hierin, dus het is wellicht wel goed om daar even gezamenlijk over na te denken wat hierin verstandig is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog twee aanvullende vragen. De eerste gaat nog even over dat proces met betrekking tot de cliëntenraad. Allereerst hartstikke fijn dat natuurlijk de VVD daar contact mee gezocht heeft om ook hen daar goed bij te betrekken en hun blik wat te verbreden daarin. Maar ik had eigenlijk wel graag gezien dat daar wat meer stukken rondom dat proces zouden zijn, omdat, in dit geval kan je natuurlijk relatief makkelijk zeggen: ik heb één iemand gesproken die vond dat het een goed idee was. Er zal ongetwijfeld ook iemand te vinden zijn die zegt: maar ik heb iets meer nodig dan alleen dit. Dus iets van processtukken had ik daarbij helpend gevonden, ik weet niet of die er zijn, maar daar zou mijn vraag dan in zitten. En vraag twee is, ik hoor de heer Klok zeggen: inderdaad, deze bijverdienpremie is een middel om tot een goed gesprek te komen. Ook de ambtenaar kan dan met dit onder de arm naar de mens toe om daarover het gesprek te voeren.

Nou, ik zie ondertussen de ambtenaar met een soort koffer over straat wandelen, maar

ik denk niet dat dat per se dan direct helpt om daadwerkelijk ook aan het werk te gaan. Dus ik ben benieuwd hoe de heer Klok dat voor zich ziet. Gaat de ambtenaar dan één gesprek voeren, noemen dat die bijverdienpremie er is en dan hopen dat de desbetreffende persoon aan het werk gaat? Of is daar nog iets meer voor nodig? En past dat dan volgens de heer Klok binnen de huidige regelingen die daar al voor zijn, of moeten we daar toch nog iets extra's voor gaan doen? De voorzitter: Mijnheer Klok. De heer Klok: Dank u wel. Straks gaan we het de hele avond hebben over het gesprek met de cliëntenraad in Hoogeveen. Maar om dat te vermijden, maar ze zijn onder andere geciteerd in de media. Dus het is niet zo dat ik dat hier zomaar zeg, maar het citaat is gewoon in de media te lezen, dus wat dat betreft is het openbaar. Er zijn meer gesprekken gevoerd dan dat. Hadden we dat proces beter moeten beschrijven? Wellicht wel, goede tip voor de volgende die hier mag staan, zou ik zeggen. Tweede, moet dan de ambtenaar met een koffer over straat en dan één gesprek en dan aan het werk? Dat verwacht ik zeer zeker niet. Al heb ik ook wel verhalen gehoord op het gemeentehuis van wij verwachten eigenlijk dat die 25 plekken, dat die zo gevuld zijn, omdat inwoners zich vanzelf wel gaan melden. Nou ja, dat zou natuurlijk helemaal geweldig zijn. Maar het zal een soort middenweg zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14913342/2