CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 19.06.2024

Raadsavond 19 juni 2024, gemeente Hoogeveen17.528 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De voorzitter: Dank u wel. Ga ik door naar wethouder Bisschop. Wethouder Bisschop: Dank u wel, voorzitter. U doet dit wel in een mooie volgorde, op locoburgemeester, volgens mij. Hier wel. De voorzitter: Helaas niets verdiend, maar wel correct. Wethouder Bisschop: Allereerst zou ik graag met een bedankje willen beginnen namens het college, want D66 gaf ons de complimenten over de inspanning die we op de lobbydossiers hebben gedaan. De snelbus Hoogeveen-Emmen en de flessenhals bij Meppel. Het spoor, daar zijn we er nog niet. We willen ook de frequentieverhoging voor elkaar krijgen op zo’n kort mogelijke termijn, dat is onze ambitie. We zullen ook met onze coalitiepartners regio Zwolle, provincie Drenthe en provincie Groningen, zullen we dat ook gewoon voortzetten. Ik heb twee punten genoteerd, maar eigenlijk zijn dat 2024 zaken. Een is de Carstensdijk. Er werd een vraag gesteld over een betonfietspad. Dat is niet op de jaarrekening 2023, maar ik wil er wel even iets over vertellen, hoor. We zijn druk bezig met de voorbereidingen voor het betonfietspad. Het is ook een lang fietspad, dus het vergt veel voorbereiding. We gaan ook het tracé wat veranderen. Niet dat we langs de weg allemaal bochten gaan maken, maar gewoon, we gaan aan een kans een fietspad maken, dus dat houdt in dat er gewoon wat meer werkzaamheden worden verricht dan van tevoren is verwacht.

Daarnaast willen we ook nog een goede participatie met de omgeving opzetten, dus het kost wat meer tijd. We hopen dat we dat dit jaar kunnen afronden. Anders wordt het het eerste kwartaal 2025. Dan de VVD, die had het over de tarieven binnensport. De VVD is in 2023 begonnen over de tarieven buitensport. Nou, laten we dan in ieder geval dan alle tarieven van de binnensport en buitensport maar eens even bekijken. Nou, dat is ook een 2024 zaak. Wij hebben, ‘…’ hebben wij opdracht gegeven om de tarieven van zowel de binnensport als buitensport te onderzoeken. Het conceptrapport is net klaar, dus het moet nog beoordeeld worden vanuit de organisatie. Wij hopen u vlak voor de vakantie of iets na de vakantie daarop op terug te komen, richting u. Wij zijn als college natuurlijk erop uit om richting de sportvereniging redelijke tarieven in rekening te brengen. Dat was de beantwoording, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Kom ik bij de heer Reneman. Wethouder Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal in mijn bijdrage eerst iets in het algemeen zeggen, dan de losse punten doen en dan richting de debatpunten sturen die u heeft geformuleerd. In zijn algemeenheid,

het college is behoorlijk tevreden over het afgelopen jaar en is ook behoorlijk tevreden over wat de jaarrekening en het jaarverslag laat zien. De neiging is natuurlijk om in te zoomen op de dingen die misschien niet zijn doorgegaan. Maar wat het college betreft, hebben we heel veel ambitie neergelegd met de begroting in het vorige jaar en is ook ontzettend veel gerealiseerd. Ik durf ook wel best de stelling aan dat het glas wel meer dan halfvol is. Want het is echt wel dat meer dan de helft is gedaan. Misschien dat niet iedereen tevreden is met wat we gedaan hebben, maar we hebben wel heel veel gedaan met wat we met elkaar hebben afgesproken. En het feit dat we heel veel geld overhouden, voor een aantal van u is dat dan ook een uitdrukking van dat er veel dingen hebben gelegen, maar wij houden gewoon veel geld over omdat we veel incidentele middelen overhouden uit het gemeentefonds. Daar zit die vooral. Hij zit hem niet vooral in het feit dat we dingen hebben begroot die we vervolgens niet gedaan hebben. En ik ga dan ook nu door naar de kwestie van de investeringen en het doorschuiven van geld. Want hier moet wel echt gerelativeerd worden. Voor een heel belangrijk deel, als je kijkt naar de investeringen, is het doorschuiven van de investeringen, heeft niets te maken met personeelstekort. Dat heeft te maken met het feit dat de brandweerkazerne langer op zich laat wachten.

Dat heeft te maken met wat wethouder Tuit al zei, het sparen binnen het IHP. Het heeft ook te maken met weersomstandigheden, zoals de heer Wind ook al aangaf. Het heeft weinig te maken met personeelsgebrek. Ook als je kijkt naar welke gelden we uit het vorige jaar willen overhevelen na dit jaar, ook daar is weinig personeelstekort debet aan. Het gaat om de energietoeslag van 2,7 miljoen. Nou, die energietoeslag is niet bij gebrek aan personeel, maar is gewoon omdat we de energietoeslag hebben gefinancierd gekregen in het vorig jaar en die hebben ook nog gewoon dit jaar uit te voeren en dat zullen we ook doen. Het heeft ook te maken met vastgoed, dus een andere grote post die we doorschuiven en dat heeft ermee te maken dat we in het vorige begrotingsjaar dachten van oh, dat is een goed idee om dit soort investeringen te doen. En toen gingen onze mensen eens een keertje kijken en die zeiden: nou, dat is nu nog niet nodig en als we het drie jaar later doen, dan kunnen we efficiencywinst boeken. Ook dat heeft weinig te maken met personeelstekort. Zeg ik nou dat we niet kampen met personeelstekorten? Dat is natuurlijk niet waar. Net zoals alle andere organisaties hebben we wel te maken met personeelstekorten en dat is ook een nijpende kwestie. Dat is ook iets wat permanent ook de aandacht heeft van het SWO bestuur en van de directie van de SWO.

En wat is nou de reactie van de SWO op grote personeelstekorten? Om te beginnen heel veel inhuur. Daar heeft u hiervoor in uw raad al een keer een zienswijze over ingediend. Nou, u kan dat heel kritisch volgen, dat moet u ook zeker blijven doen. Maar dat is een van de eerste reacties die er komt op het moment dat er zoveel personeelstekort is en we toch gewoon onze ambities overeind willen houden. Een aantal van u vraagt zich ook af van ja, moeten we niet, gegeven de personeelstekorten, herprioriteren in de investeringen? Nou, ik zou dat echt niet doen nu voor de kadernota van 2026. Wat ik ook liet zien in wat ik al eerder heb aangegeven, de manier waarop wij onze begrotingsonderdelen tot stand laten komen en ook in de kadernota is: er ligt eerst een plan onder, dat plan is getoetst op uitvoerbaarheid en de optelsom van wat we in de kadernota presenteren voor de begroting van 2025, dat moet nog alleszins uitvoerbaar zijn. Dus we hoeven nog niet met elkaar diep te gaan duiken op wat gaan we nou wel of niet doen in de investeringen. Komt dat moment eraan? Ja, dat komt er zeker wel aan. Omdat de ambities die we op aan het tellen zijn over de jaren die komen, en dan heb ik het niet over 2025, maar 2026 en verder, dat is wel echt heel veel. Daar moeten we ook met elkaar goed naar kijken. Dat vindt u ook terug in de kadernota.

Is het nog wel iets wat de gemeente moet doen of zijn het derden die we die investeringen moeten laten doen? Moeten we niet op een andere manier gaan kijken naar de manier waarop we investeren? En we moeten misschien ook kritischer worden over investeringen die we een aantal jaren achter ons aanslepen. Als een investering drie, vier jaar doorgeschoven wordt, dan moet er misschien ook gewoon een keer een voorstel komen om die investering af te voeren. Ook daarover zijn we aan het nadenken, over hoe we dat kunnen doen, samen met de gemeenteraad. Een aantal van u wil ook graag in gesprek over wat is een … Zouden we niet op personeelscapaciteit kunnen begroten of met personeelscapaciteit rekening kunnen houden met onze

ambities? Dat vinden we echt wel een interessante gedachte en we stellen ook wel voor dat het SWO bestuur en de gemeenteraad daar met u ook een keer een gesprek over start. Het is nog niet makkelijk. U moet zich voorstellen: als je stuurt op personeelscapaciteit, stel dat we met elkaar net een plan van aanpak rond armoedebestrijding hebben vastgesteld en drie mensen die vertrekken, gaan we dan de armoedebestrijding niet meer doen of vinden we dat dan toch gewoon prioriteit of moeten we dan toch eigenlijk gewoon met elkaar zeggen: nee, dat houden we dan toch wel vol? Is eigenlijk wel personeelsverloop, is dat wel een reden om de prioriteiten bij te stellen? Dus het is nog niet gezegd dat dat tot iets leidt, maar het is wel verstandig om dat een keer onder ogen te zien, want het is wel waar dat de schaarste aan middelen zitten niet meer zozeer op geld, maar die zitten in toenemende mate gewoon op personeel. Dus wij gaan daar graag het gesprek met u over aan. Even kijken of we daarmee alles over het thema capaciteit en investeringen hebben besproken. De SWO directie komt elk halfjaar ook naar de gemeenteraad van Hoogeveen. Dan moet u ook de SWO directie doorvragen op wat er allemaal gebeurt op het gebied van personeelsmanagement en zo. En er gebeurt ook echt heel veel op dit moment. Het heeft prioriteit van het bestuur en ook van het college en van de directie.

Nou heb ik me niet helemaal aan de eigen orde gehouden, voorzitter, want ik ben toch begonnen aan een van de hoofdpunten voor het debat en ik had de losse punten. Maar die doe ik dan toch op het eind, als u het goed vindt, voorzitter. Excuses. Ik had een goed idee maar ja. Dan de kostendekkendheid. In zijn algemeenheid: er zijn onderdelen in de begroting waar de kostendekkendheid … Je moet streven naar 100 procent kostendekkendheid of in elk geval mag de kostendekkendheid niet hoger zijn dan 100 procent. Dat heeft alles bijvoorbeeld te maken met leges. Nou zijn er onderdelen in de begroting die door tariefstelling door het rijk nooit op 100 procent uit kunnen komen. Dat zit bijvoorbeeld bij paspoorten. Daar moeten we altijd geld bijleggen. Dat is wat het is. Maar de raad van Hoogeveen en het college van Hoogeveen heeft in het verleden ook kostendekkendheid redeneringen toegepast op allerlei andere begrotingsonderdelen, waaronder: zijn de sportaccomodatietarieven wel kostendekkend of zijn de grafrechten wel kostendekkend? Als het gaat om die grafrechten, wij zijn met de raad in gesprek over hoe willen we ons grafbeleid hebben? Welke kostenstructuur hoort daarbij? En dan wordt dat doorvertaald naar de begroting en het is maar de vraag of daar in de toekomst kostendekkendheid nog wel een onderwerp van gesprek is.

Misschien wil u wel gewoon tarieven hebben die onze inwoners kunnen dragen, die een deel van de kosten kunnen dragen en die komt dan gewoon in de begroting en daarmee is de kous af. Dan hoeven we het niet meer te hebben over de kostendekkendheid en iets soortgelijks geldt bij sportaccommodaties. Daar speelt nu ook een onderzoek naar: wat zijn redelijke tarieven om te vragen? Als dat redelijke tarieven zijn om te vragen, dan moeten we dat ook gewoon vragen en daarmee is de kous af. Kostendekkendheid komt wel weer op een andere plek terug, dat heeft te maken met dat we gaan nadenken over kostprijsdekkende huren. Dat betekent dat als wij in onze interne verrekening een pandje verhuren aan iemand of aan een organisatie, dat we dan wel een kostprijsdekkende huur doorrekenen. Maar de kostprijsdekkendheid komt dan terug in de interne systematiek en niet meer op deze manier. Het is ook echt wel de vraag of er op die onderdelen waar je niet verplicht bent om die kostendekkendheid op 100 procent of lager te houden, of je daar ook wel moet sturen op die kostendekkendheid, of dat je niet gewoon inhoudelijk gesprek daarover moet hebben. Dan kom ik toe aan het amendement van het CDA, als het mag. Voorzitter. Misschien kan het geprojecteerd worden? Dat lukt niet? Dan is het misschien voor anderen moeilijk te volgen. Hij staat in iBabs. Maar ik denk voor mensen die aan het meekijken zijn.

Ik probeer te denken aan mensen die buiten deze raad zitten. De voorzitter: De mensen die met ons meekijken, kunnen het sowieso online vinden. Wethouder Reneman: Het amendement van het CDA komt er kort en goed op neer. Het CDA stelt voor om een deel van de gelden die we over hebben gehouden in het vorige jaar, om die te reserveren voor het dempen van de OZB in de jaren daarna. Als ik het wel heb, maar ik ga nu anders praten voor de indieners,

voorzitter, dus ik reageer op een amendement wat de indieners nog niet hebben kunnen toelichten. Gaat dat wel goed eigenlijk, voorzitter. De voorzitter: Ja, volgens mij gaat het heel goed, want men heeft natuurlijk wel iets van de bedoeling verteld, mijnheer Otten. De heer Otten: Nou, u mag er alles van zeggen, als u maar geen gekke dingen zegt. Dus ik vind het prima. Wethouder Reneman: Dank, voorzitter. Dan ga ik voort. Het is op zich een amendement wat een beetje een gekunstelde vorm heeft. Want normaliter is het zo dat wij beslissen binnen deze gemeenteraad over de OZB, feitelijk bij de begroting, maar daar doen we een voorschot op bij de kadernota. Dus volgende week ligt een voorstel van het college over wat is de tarifering voor de OZB, wat als uitgangspunt gaat gelden voor de begroting. Wat het CDA probeert te doen is, kijk terug naar het afgelopen jaar en probeer daarmee een potje te maken om de discussie, die straks gaat plaatsvinden over de OZB, om daar alvast een potje voor te hebben. Maar dat potje hebben we al, dat heet namelijk de algemene reserve. Dus de discussie over de OZB hoogte en of je de gelden die je hebt overgehouden uit het verleden, die kan je prima voeren, zonder dat je zo'n reserve hoeft in te voeren. Het is niet onuitvoerbaar, het is echt aan de raad om reserves in te stellen met een bestemming.

Het is alleen vrij omslachtig, een beetje gekunsteld en het ontslaat ook de raad niet van de noodzaak om het elke keer bij de begroting, en ook weer bij de kadernota, te hebben over de hoogte van de OZB. Want ook in de reserve moet je steeds een bestemming vinden en die bestemming ligt in de vastlegging van de hoogte van de OZB. Dus die discussie over de OZB blijft elke keer weer terugkomen. Tot slot, en daarom vind ik het ook wel onverstandig, maar dat grijpt terug op een discussie die we eerder gehad hebben, het is niet zo dat de uitkomsten van de jaarrekeningen een goede maatgeving zijn voor het bepalen van de hoogte van de OZB. Het bepalen van de hoogte van de OZB, ligt hem in wat jij in je meerjarenbeeld structureel aan evenwicht hebt in je begroting. Wat heb jij nodig van de samenleving om wat je wil te realiseren, gegeven ook wat je krijgt van anderen en dan met name het gemeentefonds. Wat is het structurele evenwicht? Dat moet bepalen welke OZB je gaat vragen. Misschien ook nog wel goed om mee te geven dat, altijd als je de OZB niet indexeert, maar op nul neerstelt, dan maak je de gemeente armer. Want de OZB moet eigenlijk gewoon meestijgen met de kostenindexatie. Vandaar dat u dat ook terugvindt bij de kadernota. Dan nog een paar losse punten, voorzitter. De SGP die vroeg naar een percentage in de tekst. Ja, daar ga ik echt elk antwoord op verschuldigd blijven.

Dat lijkt me een technische vraag. Dan vroeg u naar de subsidies. In bijlage A van de jaarrekening vindt u een overzicht van subsidies en ook bij de begroting is steeds nu een overzicht van de subsidies gegeven. Dus die is hier toen ook al toegestuurd. Het CDA vraagt nog naar een publieksvriendelijke versie van de jaarrekening. Daar is ook in het verleden wel naar gekeken, ook om de begroting publieksvriendelijker te maken, en het is onze ervaring, en ik heb het hier echt over onze ervaring als onze medewerkers, maar ook mij, ook in het verleden, je ziet toch dat mensen daar niet zo heel erg in geïnteresseerd zijn. Dus dan ga je toch relatief veel moeite je getroosten voor iets wat eigenlijk in het verkeer, en de jaarrekening gaat echt over het verkeer tussen de raad en het college, wat daarin relevant is. Maar als daar goede voorbeelden van zijn, dan willen we daar zeker nog wel naar kijken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Ik hoor aan de zijde van het college evenveel antwoorden, op zijn minst, als vragen die er in de eerste ronde zijn gesteld. Daarmee zijn, volgens mij, ook alle vragen wel aan bod gekomen. Dus als u niet tegenstribbelt, zou ik zeggen, dan gaan we door naar de debatpunten zoals we die met elkaar voor de schorsing geformuleerd hebben. Dat is voor u akkoord, zie ik.

Dan wou ik maar gewoon beginnen bij het eerste punt zoals we dat met elkaar opgeschreven hadden. De discussie rondom capaciteit, betrokkenheid, out-of-the-box, de rol van college en raad en kunnen en willen en prioriteren van de

verschillende dingen. Ik heb daar een aantal partijen bijstaan die daar eigenlijk aanstichter van zijn, zou ik bijna willen zeggen. Ik kijk eerst maar even naar de fractie van Gemeentebelangen. Mevrouw Hooijer-Everts: Ik had eigenlijk een voorbeeld van in Hollandscheveld, maar we doen het natuurlijk al veel meer, want we vinden participatie heel belangrijk, en in het kader van smederijen is er ook wel eens dat dat men in een straat wil opknappen en dat dan ook met behulp van de inwoners doet. Dus mijn vraag was eigenlijk meer van, zouden we niet meer inwoners of betrokkenen van clubs kunnen betrekken, zonder dat het alleen maar is om participatie, maar om, als het dan gaat om capaciteit, om op die manier op te lossen. Maar ik hoor eigenlijk al veel meer anderen ook met andere ideeën aandragen. Dus misschien moeten we een comité gaan oprichten die zich daarmee bezig gaat houden. De voorzitter: Anderen die willen reageren. De heer Otten. De heer Otten: Nou, voor comités ben ik direct nog niet warm te maken, als ik eerlijk moet wezen, want ik heb het idee dat deze discussie eigenlijk dadelijk gevoerd moet worden bij de kadernota. Want dan kunnen we misschien concrete voorstellen doen om die ruimte te zoeken, die we dan zouden willen.

Dat kan natuurlijk op het gebied zijn van sport, zoals in Hollandscheveld, maar ik denk bijvoorbeeld ook aan capaciteitstekort op ruimtelijke ordening en omgevingsvergunningen. Kun je dat niet meer aan de aan de bedrijven n de markt overlaten, dat je alleen nog maar controleert wat er binnenkomt? Dat hij daar de ruimte probeert te zoeken. Dus ik heb het idee dat deze discussie meer zou moeten gaan tijdens de kadernota. Ook al snap ik wel wat u bedoelt en we hebben er ook wel ideeën over. Misschien kunnen we een keer samen in comité. De voorzitter: Mevrouw Hooijer, gaat uw gang. Mevrouw Hooijer-Everts: Ik weet dat er vrijdag toevallig een dag is waar veel raadsleden elkaar misschien gaan zien. Dus misschien kan dat onder het genot van een heerlijk kopje koffie. De heer Otten: Voorzitter, ik weet vrijdag een bijzondere locatie daarvoor De voorzitter: Heel goed. Ik voel een eerste connectie aankomen en het is inderdaad wel zo dat we proberen vandaag vooral ook de discussie te voeren op wat is er nou geweest, zeg maar, in ’23? En wat minder op: wat is vooruit? Daar krijgt u volgende week en later daarop ook echt voldoende ruimte voor. Wie nog meer? Misschien vanuit de hoek van GroenLinks of VVD nog naar aanleiding van de inbreng in het begin. De heer Van der Meer. Op uitnodiging werkt, zie ik, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja.

Als je uitgedaagd wordt, dan kun je bijna niet anders. Nou ja, ik ben in eerste instantie wel tevreden met het antwoord van de wethouder als het gaat om de capaciteit. Ik vind daar ook nog wel enige tegenstrijdigheid in zitten. Aan de ene kant wordt gezegd van personeel is eigenlijk geen issue, daar hoeven we het eigenlijk niet over te hebben. En dan vervolgens in een bijzin volgt al heel snel van ja, personeelskrapte is natuurlijk wel een punt. Dus het is een beetje de vraag van wat is het nu wel of wat is het nu niet? En als er die krapte is in personeel, wat op zich helemaal niet verwonderlijk is en wat al jaren een gegeven is en waar je in de totale arbeidsmarkt gewoon last van hebt op dit moment, dan kom ik wel op mijn punt, ook van de inbreng, van vraagt dat dan inderdaad niet om af en toe ook maar eens stil te staan bij wat doen we dan wel? En voor een deel hoort daar ook wel de opmerking bij, en die ondersteun ik wel, die de wethouder maakt in de zin van ja, als je ziet dat iets al drie, vier jaar op een lijst staat, durven we dan ook als raad het gesprek aan om te zeggen van joh, nu stoppen we ermee, we voeren dit af en op het moment dat het zich aandient, dan pakken we het vanzelf weer op.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kom eerst even bij de heer Klok en dan bij de heer Reneman. De heer Klok: Dank u wel. Ik kan mij aansluiten bij wat er gezegd is en ook over dat we in de jaarrekening terug moeten kijken. Maar er werd ook al … De heer Van der Meer zei ook al in zijn bijdrage, dit is alweer de derde jaarrekening van deze periode. Wat ons opvalt, is dat er een terugkerend patroon is van dat we eigenlijk nu voor het derde jaar op rij horen dat er toch wel een capaciteitsprobleem is. We gaan straks in de kadernota vooruitkijken, maar het is heel belangrijk om te zien waar dan drie keer de oorzaak heeft gelegen van dat capaciteitstekort, zodat we erover na kunnen denken: hoe kunnen we dat oplossen? Vandaar dat wij dat vandaag al debatpunt hebben aangedragen en daarom vinden wij het ook belangrijk om juist nu daarnaar terug te kijken en juist nu erachter te komen waar dan de kern van dit probleem lag, om straks bij de kadernota vooruit te kunnen blikken. Vrijdag denken wij mee. Dank u wel. De voorzitter: Goed zo. Ik maak even een tussenstap bij de heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ik wou dit toch even terugtrekken, inderdaad, naar de jaarrekening en in die mate dat we natuurlijk de jaarrekening, kijken we naartoe naar hoe de begroting is opgesteld en ik kan mij goed heugen dat wij, toen de begroting is vastgesteld, dat we de discussie ook hebben gehad over welke investeringen gaan we nou de komende jaren wel of niet in de begroting doen? Het college heeft toen ook aangegeven dat dat best wel ingewikkeld is, omdat wij niet kunnen zien dat … Niet elke ambtenaar kan op hetzelfde stukje investeringen het beleid schrijven en dat het dus veel verdere afweging vraagt van de SWO daarin en dat we niet als raad maar kunnen zeggen: ja, we willen liever eerst die en die doen, want niet elke ambtenaar kan hetzelfde stukje stof bepalen. Dus ik denk dat de discussie ook veel verder gaat, als je hierin door wil gaan en ik denk dat we daarbij weg moeten blijven. Of we zouden een advies aan de SWO moeten vragen wat hun knelpunten zijn en wat zij aanraden, aan ons, om wel of niet te laten liggen. Dat zal nog wel kunnen, maar niet van tevoren bepalen wat ze moeten gaan doen, want daar los je hun probleem niet mee op. De voorzitter: Regeren is vooruitzien, maar ook wel ingewikkeld. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Ja, wat de FvD betreft, gaat het niet per se om een capaciteitsprobleem.

Ik denk, een capaciteitsprobleem wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er binnen bepaalde kaders wordt gehandeld en gedacht door het leiderschap binnen die organisaties. Dus dat capaciteitsprobleem is geen issue wanneer je leiderschap hebt binnen die organisaties die ook dus buiten die kaders durven na te denken en daar ook besluiten over durven te maken. Dan is het, naar onze mening heeft het geen verschil of je nou nog meer mensen op die plek hebt zitten, of nog meer geld aan iets uitgeeft. Het gaat er gewoon om dat er een bepaalde mentaliteit meekomt en dat je bepaalde doelen stelt en die ook gewoon haalt. Dat is dus gewoon een kwestie van leiderschap. De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik voor een … Ik ga eerst naar de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik hoor u ook net zeggen ja, dat raakt meer 2024. Maar we bespreken vanavond de jaarrekening en aan de jaarrekening van ‘23 zit ook de begroting van ‘23 achter, want dat is uiteindelijk de uitvoering van die begroting. De VVD haalde het net ook al aan, die verschillen die we zien, dat lijkt gewoon een terugkerend patroon. Vandaar ook mijn opmerking: moet er misschien toch iets andere systematiek over het begroten plaatsvinden, zodat wij, zeg maar, de werkelijkheid meer benaderen als die grote verschillen die wij nu zien in de jaarrekening ‘23 ten opzichte van 2023 de begroting.

De voorzitter: Dank u wel, correct. We hebben het inderdaad over begroot en nu gerealiseerd en het verschil daartussen. En we kijken volgende week ook vooruit van hoe gaan we het in de komende jaren doen. Lang verwacht, maar toch gekomen, een korte reflectie van de heer Reneman. Wethouder Reneman: Ja, even in reactie op de heer Van der Meer. Want u heeft gelijk, het is een soort dubbelloops die wordt afgevuurd. Aan de ene kant wordt gezegd: let op, want als je goed kijkt naar de investeringen wat doorgeschoven wordt, dat heeft te weinig te maken met personeelsgebrek. Ook als je kijkt naar wat we aan gelden doorschuiven van het vorig jaar, dat heeft ook weinig te maken met personeelsgebrek. Maar heb ik ook gezegd, tegelijkertijd, als je de begroting leest, als je zegt van, dan schuif je geen geld door en dat heeft ook niks te maken met de investeringen. Maar als je zegt: plan XYZ is niet gelukt vanwege personeelsgebrek, dan lees je personeelsgebrek. Maar dan moeten we ook precies zijn, want u legt dan allen ook makkelijk de relatie naar het geld dat wordt doorgeschoven in de investering. Ik zeg, dat moet u dan eigenlijk niet doen en u legt ook de relatie naar gelden die doorgeschoven worden en ik zeg ook, dat moet u eigenlijk niet doen.

U moet wel kijken naar: waar heeft het college gedacht van dat gaan we in de begroting opnemen? Want dat plan gaan we realiseren of die stap gaan we zetten en dan wordt er opgeschreven: dat hebben we nog niet gerealiseerd vanwege personeelsgebrek en dus hebben we echt wel te maken met personeelsgebrek en dat raakt ook ons in de realisatie van onze ambities. Alleen net niet op die twee punten die er dan uitgelicht worden en ook niet op het rekeningresultaat in totaal. Want het rekeningresultaat in totaal, heeft vooral te maken, nogmaals, met incidentele voordelen die we krijgen uit het gemeentefonds. Dat wou ik nog even specificeren, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen handen of reacties. Het is wel goed om te constateren dat het een onderwerp is dat ook echt nog wel vaker terugkomt, heb ik net al aangegeven. Het is ook goed om dat in de periodieke gesprekken met het bestuur en directie van SWO te bespreken over waar staan we met personeelscapaciteit in relatie tot de ambities die er zijn en het krijgt ongetwijfeld ook een vervolg in uw debat over kadernota en later ook de begroting. Nou, dat gezegd hebbende, kunnen we dit punt, volgens mij, afronden en zou ik door willen gaan naar het tweede debatpunt van vanavond, ingebracht aan de zijde van de VVD, namelijk de stand van de reserves in relatie tot de kostendekkendheid.

Het is al even in het gesprekje net aan de orde gekomen, maar ik kijk even naar de heer Klok. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. We wachten het onderzoek, waar net aan gerefereerd werd door het college, af en hopelijk komt hij voor de zomer. En hopelijk vinden wij systematiek wat voor binnensporten duidelijker is … Of eigenlijk ook voor buitensporten et cetera, eigenlijk alle sporten. Dan kunnen we daar een manier in vinden, zodat deze sportverenigingen beter kunnen begroten en dat ze ook minder in die zin afhankelijk worden vanuit de gemeente. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U volgt het op de voet. Een schijnbeweging van de heer Dekker, was dat. Verder niemand? Akkoord. Dan kunnen we dat, volgens mij, afronden. Dan kom ik bij het derde debatpunt, het aangekondigde amendement van het CDA over het reservefonds in relatie tot de onroerendzaakbelasting. Ik begreep dat we inmiddels ook technisch zover zijn dat we hem ook op het scherm zouden kunnen laten zien. We worden op onze wenken bediend, fantastisch, dank je wel, Paul. Ik geef eerst het woord aan het CDA, de heer Otten. De heer Otten: Dank u wel, voorzitter. Het CDA zit natuurlijk … Wij zitten altijd al behoorlijk op de lasten van onze inwoners.

We krijgen steeds meer … Wij horen heel veel mensen zeggen: tjonge, jonge, jonge, wat wordt het allemaal duur, wat wordt het allemaal duur en wordt die gemeente ook allemaal duur. Wij snappen best dat je moet indexeren om het structureel in de been te houden op lange termijn. Maar ondanks dat

indexeren, vinden we wel dat de winst van het jaar daarvoor ook wel gedeeltelijk weer terug mag naar de inwoners. Dus wij blijven ook indexeren. Het is niet zo dat wij niet blijven indexeren, zoals de wethouder dat net suggereerde, maar wij en de grote aantallen, de bedragen die je dan terug wil storten of terug wil geven, kun je best over discussiëren. En als er 3 miljoen in die reserve moet of 2 miljoen, dat is allemaal, staan we allemaal wel open voor. Maar de gedachte is daarachter van: we indexeren OZB met drie procent en we geven die vijf ton terug als een korting uit de reserve OZB en dan is het natuurlijk hartstikke makkelijk om te zeggen: kun je gewoon uit de algemene reserve doen. Vind ik wel een beetje kort door de bocht, want het is natuurlijk wel zo: we reserveren en laten ook zien aan de inwoners dat wij dat geld van hen dan daar ook voor laten staan. En moet de OZB een keer extreem omhoog of meer omhoog, om wat voor reden dan ook, dan heb je het ook om te dempen. Wij komen niet maar zo ook op deze gedachte, je ziet het meer in den lande. In de waterschapwereld, waar ik ook een beetje actief ben, zie je het heel veel. Daar wordt heel veel met een algemeen egalisatiereserve gewerkt, in de waterketen en in het waterschap, in de begroting.

Bijvoorbeeld bij het waterschap ‘…’ dit jaar in de begroting zouden de tarieven zes procent omhoog en nu blijven ze onder de vier procent. Dat is nog genoeg, misschien nog wat te veel, maar dat heb ik daar wel eens gezegd, maar dan kun je dat toch een beetje in de hand houden en dan heb je er een potje voor en dat potje is gewoon, we hebben potjes zat, dus wat dat aangaat, kan er ook gerust een potje reserve OZB komen. Misschien vind je dat wat omslachtig, maar dat is maar één regeltje vaak in de jaarrekening. Dus volgens mij valt het best een beetje mee. Ik hoop dat de collega-raadsleden hierin mee willen denken en misschien kunnen we dan samen met de wethouder voor de besluiten volgende keer, tot een voorstel komen wat hier aan deze gedachte, die we hierover hebben, voeding kunt geven en dat we dat in de begroting klaar kunnen maken voor de volgende jaren, dat we daar structuur in krijgen. Dat is wat ik ervan zeggen wil. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag als eerst de vinger van de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter. Dat is niet voor niets. Het staat er niet bij, maar wij zijn mede-indiener van dit amendement. Want ook wij vinden dat je dat niet aan inwoners kunt uitleggen, als je gewoon structureel jaar op jaar zulke overschotten hebt op je begroting en dan nog de OZB, al zou het maar gewoon de indexatie zijn van twee, drie procent, daar alsnog bij doet.

Dat kunnen wij niet uitleggen, want uiteindelijk, we hebben een goedgevulde algemene reserve. De kengetallen, ik heb het genoemd vanavond, die staan echt heel goed. Meer ambities om te investeren met dat geld, kunnen we ook niet uitvoeren, want we kunnen volgend jaar wel de ambitie hebben voor 40 miljoen investeringen, maar als daar ook nog maar een vijfde gedeelte, dus dan hebben we dat geld ook niet direct nodig. Dus wij vinden ook, het zou gewoon ten opzichte van onze inwoners heel goed zijn dat we gewoon inzichtelijk maken: de indexatie wordt wel uitgevoerd, maar let op, we hebben de afgelopen jaren een behoorlijk overschot gehad, zoveel procent van het overschot dat is gereserveerd. Dus bij de volgende begroting wordt gewoon keurig netjes de OZB dan iets in mindering gebracht. Het is gewoon een heel, laten we zeggen, gewoon goed gebaar hoe je met je inwoners omgaat en niet altijd inwoners gebruikt automatisch om maar zoveel mogelijk geld daarvandaan te krijgen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Ik kom eerst bij de heer Van Eck. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn enthousiast volger van het Twitter dan wel het X-account van mevrouw Koekoek en wij werden vanmorgen verrast door haar aankondiging van dit amendement. We dachten: oeps, hebben wij dan iets heel belangrijks over het hoofd gezien? Dus snel in de mail kijken van de raad.

Oh, nou, niet echt over het hoofd gezien, een uur daarvoor was dit amendement gedeeld, ingediend door maar liefst twee personen uit één fractie. Dus ik heb in allerijl geprobeerd spoedoverleg met de fractie te

regelen. Helaas is dat niet gelukt. Wij gaan hier nog naar kijken, dus we kunnen nu nog geen inhoudelijke reactie geven. De voorzitter: Dank u wel. Ik kom bij de heer Sieders. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Nou, hij kwam voor ons ook relatief laat, dus we hebben ook gezegd dat we hem morgen ook nog in de fractie moeten bespreken. Dus sommige dingen die ik nu zeg, is een klein beetje voor mijn beurt in die wijze. Maar het zal niet vreemd zijn dat wij niet ten opzichte van elk amendement, wat welke partij ook indient, direct afwijzend tegenover staan. Ik zie hier wel een x-aantal punten in, toen ik hem las, dat ik dacht van ja, dat vind ik nog wel zeer kort kortzichtig. De heer Otten geeft al aan, we willen best wel, als er andere input bijkomt, dingen aanpassen. Nou ja, we nemen hem morgen mee naar de fractie. Er zijn wel een aantal punten, hoe die nu staat, het is echt maar voor één jaar, voor het volgende jaar. Alleen een demping voor een jaartje, ik denk: nou, misschien moet je het iets verder uitspreiden. Maar we zullen het morgen bespreken in de fractie, we zullen daarna terugkomen met hoe we ertegenaan kijken. Misschien dat we tot elkaar kunnen komen met zijn allen. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van Gemeentebelangen hing aan uw lippen. De heer Vos. De heer Vos: Ja, bij ons gaat het overleg wat sneller.

Wij vinden dit een heel goed amendement en wij zouden zelfs mede-indiener willen worden, graag. De voorzitter: U neigt al naar iets van stemverklaringen. Volledigheidshalve zeg ik er maar bij dat er ook voor fractievergaderingen nog voldoende ruimte is, want het wordt pas ingebracht op 11 juli. De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. We begrijpen op zich de redenatie van dit amendement, maar het lijkt ons echt verstandig om de tariefstelling van het OZB, zo gezegd, wat integraler af te wegen bij een begroting tegen de algemene reserve. Dat zeggen we, omdat de algemene reserve nu fors is, ook onbedoeld groter wordt. Maar we hebben ook een concept kadernota in iBabs staan, waarin de meters bij de voorgestelde investeringen allemaal in het rood gaan uitslaan over een paar jaar. Dan kunnen we nu al een beetje uittekenen wat er gaat gebeuren en dat is dat we in deze raadszaal de discussie gaan voeren over of we niet de algemene reserve moeten aanspreken om die investeringen te financieren. Dat moment gaat ongetwijfeld komen en dat is, wat ons betreft, ook een logisch moment om met elkaar laten bespreken wat we met die OZB moeten gaan doen. Dus wij zullen dit amendement niet steunen. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik sluit een beetje aan bij de reactie van de PvdA in de zin van: hij is vrij laat binnengekomen.

Ik heb echt geen tijd gehad om hier ook maar enig overleg over te hebben. Dus ik ga hem eerst terugnemen naar de fractie en we gaan hem bestuderen. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Wij hadden wel overleg gevoerd en wij sluiten ons in grote lijnen aan bij de ChristenUnie. We vinden het nu niet het moment voor dit voorstel en we zijn inhoudelijk ook niet voorstander. Dus ondanks of nou het goede moment is of niet, zijn we tegen. De voorzitter: De heer Klok.

De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Ook nog een nabrander. Wij vonden hem ook erg laat, maar er waren ook heel veel punten in dit amendement en wij hadden … Eerlijk gezegd kregen we nog meer vragen terug bij ons in de groepsapp, omdat het daarin even moest omdat het zo rijkelijk laat was. Dus wij nemen ook nog geen besluit wat betreft dit amendement. Wel willen wij als fractie meegeven dat we überhaupt blij zijn dat we op de provincieladder een plekje zijn gezakt wat betreft gemeentelijke lasten. En dat is, denk ik, ook iets wat wij moeten koesteren, dat het relatief gezien nu ook ten opzichte van andere gemeentes ook wel wat lager wordt. Maar u kunt ons altijd zien strijden voor lagere gemeentelijke lasten als dat op een juiste manier kan. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt voor uw bijdrage. Kijk ik nog even naar het CDA of er behoefte is om te reageren. De heer Otten. De heer Otten: Het lijkt mij goed dat we vrijdag gezellig met elkaar op pad gaan en het er eens even goed over gaan hebben. Dat lijkt me beter dan hard vast te houden. Wij moeten samen proberen bij elkaar te komen, want ik zie kansen en dat zijn kansen voor onze inwoners en die moeten we nooit laten liggen. De voorzitter: Ik voel een tamelijk zakelijk raadsuitje aankomen. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter.

Wat ik eigenlijk nog in deze discussie niet gehoord heb: OZB is natuurlijk bedoeld om je begroting sluitend te maken. En als je keer op keer overschot hebt, dan is het een logisch iets dat je zegt: die OZB hebben we niet nodig om onze begroting sluitend te maken. Dat kan best naar beneden bijgesteld worden. Daar willen wij gewoon een beetje structuur in aanbrengen. Dat is gewoon het enige wat we vragen en het is niet eenmalig, ik hoorde net iets, maar dat is echt structureel. Dank u wel. De voorzitter: Of die stellingname juist is, laat ik maar even in het midden. Maar ik ga even naar de heer Reneman. Ik zag zijn vinger. Wethouder Reneman: Ja, nog twee dingen. Een, het is goed dat u met elkaar praat over de OZB, maar doe dat in het kader van de begroting, want daar is hij voor bedoeld om de begroting sluitend te maken, wat de heer Brand van Rijn zelf zegt ook. De koppeling die wordt gelegd tussen de incidentele voordelen die we hebben, die vrijvallen bij de jaarrekeningen in de OZB, die moet u niet doen. U moet de koppeling leggen bij het structurele evenwicht in de begroting. Ten slotte nog iets even over de egalisatiereserve die bij waterschappen plaatsvindt. Wij hebben ook egalisatiereserves in onze begroting, die zit bijvoorbeeld bij de rioolheffing.

Daarmee proberen we ook de effecten van kostenstijgingen te dempen als, op het moment dat je bepaalde investeringen moet nemen, en dat kan bij een waterschap ook, want dat is gewoon een investeringsbegroting à la onze eigen rioolheffingsbegroting. Maar wij hebben een ander soort begroting en u moet dat niet zomaar een, twee, drie vertalen naar onze begroting. Ik wil nog een keer benadrukt hebben: het is aan de raad om reserves te maken, maar ik denk dat de discussie die u wil hebben over de OZB, die kan u elke keer weer voeren bij de kadernota, elke keer als het zich voordoet en ook nog een keer bij de begroting. Daar heeft u deze bestemmingsreserve niet voor nodig en ook alle argumenten die er zijn om gelden op deze manier te herbestemmen, in een kadernota bijvoorbeeld, die kunnen dan plaatsvinden. U heeft dit vehikel daarvoor niet nodig. Dat is mijn laatste woord, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw opinie, namens het gehele college. Ik kijk even rond. Volgens mij is er voldoende gewisseld op dit punt. Dan komt dat vast in een nader overleg tussen uw partijen wel terug. Al zeg ik er ook maar bij dat ik u en ons vrijdag ook een vooral gezellig uitje gun. Daarmee hebben we volgens mij de debatpunten gehad.

4.3 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Rest mij nog één punt te gaan voor de vergadering van vanavond, dat is de sluiting, maar niet nadat ik u eerst een groot compliment heb gegeven, want ik vind het fantastisch dat niemand de systematiek achter de volgorde heeft weten te raden. Eigenlijk te laat, maar daar ik dan zo meteen nog wel op, want het is wel een compliment waard dat er in uw raad, gezamenlijk zoals we hier met elkaar zitten, het niet opvalt dat de volgorde blijkbaar coalitie en oppositie afwisselend van elkaar in zoveel mogelijke vorm is. Dus hartstikke goed. Eén raad, één mooie avond en ik wens u nog een fijn vervolg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14963536/2