CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 14.11.2024

Raadsavond 14 november 2024, gemeente Hoogeveen14.536 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ik wou wel even inhaken op een vraag die de heer Klok heeft gesteld ten aanzien van het oud papier. Dat ging over een minimum garantievergoeding. Toen zei u: daar is voor gekozen want dat is eigenlijk overal wel gangbaar. Heb ik met een aantal vrijwilligers gesproken, die hebben hun eigen onderzoek gedaan. Die zeiden: er zijn ook heel veel gemeenten waar dat bedrag wel degelijk hoger ligt. Dus die balen wel een beetje ervan dat het dan op vijftig euro is gezet. Sterker nog, het is al sinds 2011 vijftig euro. De kosten van de inhuur van kraakwagens et cetera zijn wel allemaal gestegen, maar die prijs is nooit geïndexeerd. Waarom is dat? De voorzitter: De heer Marissen. De heer Marissen: De vergoeding die wordt toegekend voor de inzameling van oud papier en karton voor de assistentie door vrijwilligersorganisaties, volgens mij gaat u, wat de wethouder al aangaf, daarover als Raad en gaan wij daar niet over. Dus nogmaals, ik kan daar van alles over zeggen, je kan elk willekeurig bedrag wat je bedenkt kan je daarvoor toekennen. Is het zo dat er gemeenten zijn die een hogere vergoeding toekennen? Jazeker zijn die er. Zijn er ook gemeenten die een lagere vergoeding toekennen. Ook dat is een vergoeding van vijftig euro per ton zeer gangbaar in de inzameling van oud papier en karton met behulp van vrijwilligersorganisaties.

Ik heb niet gezegd: het gebeurt overal, ik heb gezegd: het is zeer gangbaar. De voorzitter: Ik zie de heer Prakken met een handje. Is dat een aanvullende vraag op dit onderwerp? Dan stelt u hem maar. De heer Prakken: Ja, en heel concreet. Er is op vragen van VVD, mijn buurman hier, gezegd dat de vrijwilligersorganisaties die gaan er op achteruit want het gemiddelde ligt hoger dan die vijftig euro. Nu is mijn vraag: hoeveel is dat gemiddelde eigenlijk? De voorzitter: De heer Marissen.

De heer Marissen: Dat gemiddelde varieert sterk en dat is, wat ik al zei, voornamelijk afhankelijk van de marktprijs oud papier en karton. En wij hebben de afgelopen jaren meegemaakt dat die marktprijs papier en karton zelfs negatief geweest is. Wij hebben ook perioden gekend dat de marktprijs oud papier en karton rond de 170 euro per ton schommelde. Nou, u kunt zich voorstellen wat de impact daarvan is op de opbrengsten c.q. de kosten. Dus wat is het gemiddelde de afgelopen jaren? Wij hebben- En dan doe ik het even uit mijn hoofd. Een jaar of 4, 5 geleden kwam niemand aan de minimum garantieprijs, dus was het gemiddelde wat uitgekeerd is aan de vrijwilligersorganisaties 50 euro per ton, omdat de gemeente bij iedereen moest aanvullen. Volgens mij was het jaar daarna, toen heeft echt de marktprijs oud papier en karton is als een raket omhooggeschoten. Toen hebben we inderdaad te maken gehad met tarieven van rond de 170, 175 euro per ton. Toen waren er nog steeds vrijwilligersorganisaties die niet aan die minimum garantieprijs kwamen. Dus die nog steeds 50 euro per ton kregen. Er waren ook vrijwilligersorganisaties die rond die 50 euro per ton zaten, en er waren ook vrijwillige organisatie die daar fors boven zaten. Afhankelijk van het gebied waar men inzamelde en hoeveel tonnen men per uur kon verzamelen. En daardoor kreeg je dus enorme verschillen.

En om die verschillen eigenlijk te nivelleren, is het voorstel om een vaste vergoeding te gaan toekennen. De voorzitter: Dank u wel op dit moment voor het uitgebreid beantwoorden. Ik ga even terug naar mevrouw Blenkers, of ze nog meer vragen had te stellen namens de Partij van de Arbeid. Mevrouw Blenkers: Dank u wel. Ik zag in de presentatie een kopje intensiveren communicatie, dat is hartstikke mooi. Dan heb ik wel een vraagje over de communicatie vooraf. De vrijwilligers die schrokken best wel van de berichten over de oud papier en zij zijn helemaal niet meegenomen in gesprek. Er is één overleg geweest met een viertal OR’en van scholen op eigen aanvraag heb ik begrepen, maar er zijn zo ongelooflijk veel vrijwilligers die ook een gekoppeld overleg hebben gehad naar aanleiding van het krantenartikel. Die zijn nooit benaderd. En ik vraag me af waarom dat is. De voorzitter: Die gaat naar de heer Westendorp, denk ik, voor de beantwoording. De heer Westendorp: Nee, dat klopt. Wij hebben dat niet goed gedaan. Mevrouw Blenkers: En dan heb ik nog een derde vraag. Jullie vertelden dat jullie nu een heel gunstig contract hebben met Attero en dat het nieuwe contract zeker weten een stuk duurder wordt.

Is er dan ook een alternatief voor Attero of zijn we verplicht om met hen in zee te gaan? Want als dat zo is, dan maakt ze dat toch tot een monopolist? De heer Marissen: Nee, we zijn zeker niet verplicht om met Attero in zee te gaan. Sterker nog, er zal een Europese aanbesteding moeten plaatsvinden op het moment dat het huidige contract afloopt. Als we echter om ons heen kijken, en dat is niet specifiek Attero maar dat geldt voor alle verwerkers van restafval in Nederland, de tarieven zijn over het algemeen een stuk hoger dan het tarief wat wij op dit moment contractueel met onze huidige verwerker Attero hebben vastgelegd. En ik heb volgens mij niet gezegd dat tarief zeker weten naar boven gaat. Ik heb gezegd: het is zeer realistisch dat het tarief met minimaal vijftig procent gaat stijgen. De voorzitter: Gaan we verder met de heer van Rijn, SGP. De heer van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Het gaat ook even over die inzameling van die verpakkingsplastics, zal ik ze dan ook maar noemen. Want we willen toch wel een langjarig beleid hier, dat ook bestendig blijft. Maar er is een behoorlijke opmars van bioplastics en dat is natuurlijk een hele goeie opmars omdat dat gewoon veel

minder vergiftigd is. Dus ik vroeg me af: moeten wij dan op den duur niet ook al een bak voor bioplastics hebben? Want volgensmij kan dat niet bij elkaar in maar dan moet je dat later alsnog weer scheiden want dat is een heel ander materiaal als uit olieproduct. De voorzitter: De heer Marissen. De heer Marissen: De scheidingsinstallaties voor ingezameld PMD-materiaal die zijn op dit moment zodanig dat er al een enorme scheiding van het ingezamelde PMD-materiaal plaatsvindt. Dus het is niet zo dat er maar één soort PMD is. Wat er in de PMD-container terechtkomt, dat wordt in minimaal tien maar waarschijnlijk meerdere fracties nog uit elkaar gehaald en per soort gescheiden. Dus ik kan me niet voorstellen, maar ik ben geen techneut moet ik u eerlijkheidshalve bekennen, maar ik heb de scheiding installatie wel van binnen gezien, ik kan me niet voorstellen dat de bioplastics daar niet separaat uitgehaald kunnen worden. De voorzitter: Heeft u nog meer vragen, de heer van Rijn, of is dat het? Dan gaan we verder met de heer van Dijk van de ChristenUnie. De heer van Dijk: Dank, voorzitter. Ik heb drie vragen. De eerste is, wij in dit beleid, conform de wens van de Raad, werken we met een aantal ledigingen en werken we niet met kilo’s als het gaat om inzameling. Stel, we zouden toch kiezen voor kilo's. Wat zou dat financieel kosten c.q.

opleveren? De voorzitter: Kunt u dat over de duim regelen? De heer Marissen: Nee, ik kan daar geen antwoord op geven. Want daar zullen sowieso de voertuigen op aangepast moeten worden. En ik kan ook niet inschatten op dit moment wat dat voor impact zou hebben. Dus dan moet ik er echt een slag naar slaan, en dat lijkt me niet goed. De heer van Dijk: Dan de tweede vraag, die gaat over luiers. Op wat voor termijn verwacht u dat daar eigenlijk fatsoenlijke recycling van mogelijk is? En ik was dan eigenlijk ook wel benieuwd, want ik heb er zelf dagelijks één in handen, wat je daar nou eigenlijk precies van kan maken? De heer Marissen: Er is op dit moment is er één verwerkingsinstallatie voor luiermateriaal in Nederland. Die staat in Weurt, bij Nijmegen. Dat is de installatie van ARN. Maar die heeft een zeer beperkte capaciteit, dus daar kan lang niet al het luier- en incontinentiemateriaal in Nederland naartoe. Wanneer een grootschalige verwerkingscapaciteit beschikbaar is, is eigenlijk een beetje een kip en het ei-verhaal. Want er zijn genoeg partijen die daar in willen stappen, die daar ook in willen investeren. Maar die willen dan uiteraard wel graag de zekerheid hebben dat ze ook voldoende materiaal aangeleverd krijgen. Dus die zitten eigenlijk te wachten op een UPV, kom ik weer, de uitgebreide producenten verantwoordelijkheid.

Dat via die producenten de noodzaak wordt gecreëerd, de onontkomelijkheid wordt gecreëerd om dat materiaal ook apart te verwerken. Andersom werkt het net zo: voor wat betreft de inzamelaars van het materiaal, die zitten eigenlijk te wachten op die verwerkingscapaciteit. Dus het is een kip en het ei-verhaal. Wat zit er voor nuttigs in wat gebruikt kan worden? Er zit bijvoorbeeld een enorme hoeveelheid cellulose in die teruggewonnen kan worden. En u kunt zich ook voorstellen dat wat er in het luier materiaal zit, dat dat prima gebruikt kan worden om te vergisten en vervolgens biogas mee te maken. De voorzitter: Heeft u nog meer vragen? U mag er nog eentje stellen.

De heer van Dijk: Kijk, dan gaan we voor de laatste. Bij de handhaving wordt voor de toekomst ook ingezet op slimme handhaving. Ik zag dat de VVD daar ook al een technische vraag over had gesteld, maar wat mij nog niet helemaal duidelijk was na lezen van het antwoord is wat voor soort techniek we dan aan moeten denken? Wat daar op termijn ingezet zou kunnen worden, hoe dat er in de praktijk uit zou zien. De heer Marissen: Wat ik al even aangaf, in de scheidingsinstallatie voor PMD, daar zitten ook infraroodcamera's in die op die manier verschillende soorten verpakkingen die over die installatie heen gaan kunnen onderscheiden. Dergelijke technologie, waarmee dus ook de kwaliteit van bepaalde grondstoffen beoordeeld kan worden, zou u aan moeten denken. Als ik precies zou weten hoe die technologie in de toekomst en allemaal uit zou zien, dan was ik Koopman. Want dat is het nou juist: die technologie is nog volop in ontwikkeling. Dus die mogelijkheden die komen er, wij zien dat dagelijks om ons heen wat AI kan. Dus dat gaat naar de toekomst toe, gaat dat meer worden We willen dat graag blijven monitoren, blijven onderzoeken en toepassen in de toekomst waar dat mogelijk is. Hoe het precies gaat wat het precies gaat zijn is op dit moment nog niet tot in detail te beschrijven. De voorzitter: Gaan verder met de heer Sieders van Gemeentebelangen.

De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik had toch nog wat vragen over de OPK, over de inzameling daarvan. We kunnen lezen dat er nu gemiddeld 132 euro en 50 cent wordt vergoed per ton, als ik het goed heb. Mijn vraag is ook: dat zijn wat we krijgen maar wat zijn de kosten gemiddeld die Area heeft per ton voor OPK of voor het ophalen? De heer Marissen: Dat eerste, die 132 euro per ton, moet ik wel even nuanceren. Dat is wel wat we op dit moment ontvangen maar dat is niet de marktprijs OPK. Ook de verwerking van OPK is Europees aanbesteed en daar zit een minimum garantieprijs in van 132 euro. Dus dat is wat we op dit moment krijgen. Dat is dus niet een-op-een gelijk met de marktprijs OPK. Dat even als eerste nuance. Wat zijn de kosten die Area maakt om OPK in te zamelen? Volgens mij was dat ook al een technische vraag van de VVD. Die hebben we niet een-opeen paraat. Waarom niet? Omdat de opbrengst van het OPK door Area direct verrekend wordt met de opbrengsten van het OPK. Dus we zien alleen het verschil en daar waar de gemeente bij moet passen om die 50 euro per ton voor de vrijwilligersorganisaties te kunnen uitkeren. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Toch even aanvullend hierop: het lijkt mij, aangezien wij ook aandeelhouders zijn van Area, dat wij toch best wel inzichtelijk kunnen krijgen wat die kosten nou zijn.

Want uiteindelijk zijn we ook de partijen die op dit moment gewoon bijpassen als het te weinig is. Dus om de rekensom bij Area op te vragen, volgens mij is dat- De vraag die leg ik nu even dan bij de ambtelijke organisatie neer want ik snapte niet waarom we hier geen antwoord op hebben gekregen. Want volgens mij is dat gewoon op te vragen. Is dat op te vragen of niet? De heer Marissen: Het antwoord op die vraag is ja. Ik geef alleen aan hoe het op dit moment in de begroting zit en op dit moment staat het dus niet gespecificeerd in de begroting. Maar is het op te vragen? Ja. De voorzitter: Ik stel voor dat u dat die vraag stelt in voorbereiding aan debatten aan de wethouder. De heer Sieders: Prima. Dan heb ik een andere vraag, dat gaat over de vaste vergoeding van de vrijwilligersorganisaties. Die is gebaseerd op de hoeveelheid oud papier en karton op dit moment. Als ik uw

verhaal hoor is het dus ook zo dat op het moment dat je in het binnengebied zit en een uurtje karton ophaalt, of auto papier en karton, kan het maar zo zijn dat je vier ton ophaalt en dat je als je in het buitengebied zit en je gaat vier uur ophalen dat je misschien maar een ton hebt. Klopt dat? En de andere vraag is: in welke mate is dat dan eerlijk? Want eigenlijk vragen van vrijwilligers dus om vier uur te werken voor bijvoorbeeld maar vijftig euro en een ander voor een uurtje krijgen ze tweehonderd euro. Klopt die verhouding of zou dat kunnen kloppen? De voorzitter: Volgens mij heeft u daar al wat over gezegd. De heer Marissen: Zoals u het stelt is correct. Wat de wethouder ook al heeft aangegeven: een keuze voor een andere beloningssystematiek is aan de Raad. De voorzitter: Nog meer vragen, de heer Sieders? Op dit moment? Anders kijk ik even deDe heer Sieders: Een hele kleine vraag en dat gaat inderdaad over de egalisatievoorziening. Want u gaf aan: tien procent is voldoende. Dat zal die zes ton zijn. Waarom is die op dit moment dan zo hoog? De heer Marissen: Omdat we gelukkig de afgelopen jaren weinig tegenvallers gehad hebben en wel een paar meevallers gehad hebben. Daarom is hij op dit moment zo hoog. En daar hebben we op dit moment, hebben we daar voordeel van. Overigens die tien procent van de uitvoeringskosten, dat is niet mijn expertise.

Maar onze financiële adviseurs hebben aangegeven dat dat in principe een niveau is voor een egalisatievoorziening, wat voldoende zou moeten zijn om eventuele tegenvallers op te vangen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de fracties die nog niet geweest zijn. Dat zijn Forum voor Democratie en GroenLinks. Geen vragen van die kant. Dan kijk ik even in algemeenheid rond of er nog aanvullende vragen te stellen zijn. Ik zie een paar handjes en dan laten we maar weer beginnen met de heer de Weerd. De heer De Weerd: Voorzitter, dank u wel. Het voordeel van dat er heel veel vragen zijn gesteld, dat ik er nog maar een eentje over heb. Die is eigenlijk gewoon heel technisch. Straks moeten de inwoners betalen voor het ledigen van de grijze container. Vraag is gewoon: wat gaat mensen daarvan merken in de portemonnee? Wat kost dat? De heer Marissen: Uitgangspunt is dat als mensen hun scheidingsgedrag niet wijzigen, dat de afvalstoffenheffing niet hoger wordt. Ook niet lager overigens. Als men beter gaat scheiden, kan men voor zichzelf een lagere afvalstoffenheffing realiseren. Hoeveel die afvalstoffenheffing lager is, dat hangt van het scheiding gedrag van de inwoners zelf af. Als ze minder goed gaan scheiden dan dat ze op dit moment, dan wordt de afvalstoffenheffing hoger. De voorzitter: De heer Prakken.

De heer Prakken: Over evaluatie: er staat alleen een eindevaluatie in het programma als ik het goed heb. Is dat bewust, dat dat niet gekozen is voor een tussentijdse evaluatie? De heer Marissen: Ook dat was volgens mij al een technische vraag die al gesteld is. Via de reguliere planning en Control-cyclus wordt de gemeenteraad op vaste momenten al geïnformeerd over het verloop en de effecten van de maatregelen en daar kunnen ten alle tijden aanvullende vragen over gesteld worden. In de

planning zoals hij is voorgesteld, is voorgesteld om echt aan het eind van het traject een eindevaluatie te doen. De voorzitter: De heer Klok, VVD. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter van der Heide. Ik hoor- Ik heb een opmerking, een vraag wellicht. Ik hoor veel over het oud-papier karton en over de vergoeding daarvan. Wellicht is het mogelijk om op korte termijn in ieder geval voor het debat nog een keer met de klankbordgroep samen te komen en dat nog een keer tegen elkaar aan te houden. Maar dan kijk ik ook even hier om ons heen. Maar ik hoor veel vragen en wazigheid dat we dat nog niet als klankbordgroep dan nog een keer terugkoppelen richting de gemeenteraad. Maar dat is een ideetje. Dat is niet de vraag. De vraag is met betrekking tot de luiers en de ja-ja sticker want voor de luiersDe voorzitter: Is er wat in de in de pijplijn? De heer Klok: In de pijplijn, ja. Zo laat is het nog niet. Maar- Even kijken. Voor- In ieder geval- Even serieus. Voor de luiers is het idee vanuit- Is het idee in het voorstel: we willen gelijk met die luiers-inzameling starten, want het kan nog niet, wordt het nog niet goed verwerkt maar dan zijn we in ieder geval daarvoor klaar. En voor de ja-ja sticker zie ik het juist andersom: we wachten tot het landelijk klaar is en dan gaan we met die jaja sticker aan de gang.

Waarom is dus bij de ja-ja sticker voor die variant gekozen en voor die luiersticker voor de andere variant? De heer Marissen: Omdat voor wat betreft de luiers, die maken nog een substantieel onderdeel uit van de hoeveelheid restafval in het ongescheiden restafval wat wordt aangeboden en dat is bij de ja-ja sticker is dat niet het geval. Dat is het antwoord. De voorzitter: De heer van Dijk, ChristenUnie. De heer van Dijk: Dank, voorzitter. Bij het grof-huishoudelijk afval schrijft het college, zeggen we dan, dat het leveren van puin en grond bij commerciële inzamelaars goedkoper is. Dat herken ik ook privé, zal ik maar zeggen. Ik begrijp alleen niet zo goed waarom dat is. Kunt u daar wat over vertellen? De heer Marissen: Ja. Als dat rechtstreeks bij de commerciële inzamelaars wordt aangeleverd, dan hoeft er geen tussentijds op- en overslag op de milieustraat plaats te vinden en transport van de milieustraat naar de uiteindelijke verwerker toe. Wat precies dezelfde partij is als waar inwoners het rechtstreeks naartoe kunnen brengen. Dus wij hebben daar logistieke kosten van die we ergens kwijt zullen moeten en die we niet hebben als het rechtstreeks naar de eindverwerking gebracht wordt. De voorzitter: Dat mag, ja. De heer van Dijk. De heer van Dijk: Dank. Toch nog even over de Afvalcoach. Daar was het al even eerder over gegaan.

Op zich begrijp ik dat dat iets doet, om inwoners daar wat over voor te lichten. Maar tegelijkertijd denk ik: hoe hoeveel mensen zitten hier op te wachten, dat ze koffie gaan drinken met een Afvalcoach? De heer Marissen: Ze hoeven wat mij betreft geen koffie te drinken met de Afvalcoach, maar ik denk dat als mensen betalen moeten voor de hoeveelheid ongescheiden restafval die ze aanbieden en ze kunnen tips en tricks krijgen om die hoeveelheid naar beneden te brengen, wat direct een financieel voordeel voor hunzelf betekent, ik denk dat daar heel veel mensen best wel behoefte aan hebben.

De heer van Dijk: Mag ik daar een vervolgvraag op stellen? De voorzitter: Zeker. De heer van Dijk: Wat is de gedachte hoe zo'n Afvalcoach bij inwoners terechtkomt? De heer Marissen: Dat zou op verschillende manieren kunnen. Dat kan, wat ik al aangaf, middels een informatiestand op een op een Pulledag, om maar eens wat te noemen. Dat kan zijn op verzoek van een inwoner, dat kan zijn op het moment dat een inwoner een aanvraag doet voor een extra container. Er kunnen verschillende aanleidingen zijn om- Dat kan zijn op het moment dat er geconstateerd wordt dat in een bepaalde grondstoffencontainer een boel vervuiling wordt aangetroffen, er kunnen verschillende aanleidingen voor zijn. De voorzitter: De heer Sieders heeft hier nog een aanvullende vraag op. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. In het huidige beleid hebben wij volgens mij al vijfhonderd uur opgenomen voor de Afvalcoach. In welke mate is aangetoond dat dit dan nu te weinig is? De heer Marissen: Met het huidige beleid durf ik niet te beweren dat het te weinig is. Alleen als- Er zijn een aantal beleidsmaatregelen voorgesteld waardoor het beleid ingrijpend wijzigt en waardoor het een direct financieel belang van de inwoners wordt om de hoeveelheid ongescheiden restafval te verminderen. Dus wij kunnen ons zeer goed voorstellen dat er een extra beroep op de Afvalcoach wordt gedaan en dat willen we graag faciliteren.

De voorzitter: Dankuwel. Ik zie nog een handje van de heer Prakken. Of had u nog een aavullend- De heer van Dijk nog even een aanvullend op het onderwerp wat hij heeft aangeroerd. De heer van Dijk: Dank. Ik had nog een laatste vraag graag eigenlijk over iets anders. De voorzitter: Dan gaan we eens naar de heer Prakken. De heer Prakken: Ik heb twee vragen. Mag die meteen achter elkaar stellen? Ben ik die nu kwijt? Nee, die ben ik niet kwijt. Die Afvalcoach, wordt die individueel ingezet of wordt er ook aan gedacht om dat in combinatie met buurtbijeenkomsten te doen? Dat is vraag één. De heer Marissen: Wat ik al aangaf, er kunnen verschillende aanleidingen zijn om de Afvalcoach in te zetten, dus er zijn ook verschillende mogelijkheden om hem vervolgens in te zetten. De heer Prakken: De tweedeDe heer Marissen: Hem of haar overigens. Het kan ookDe heer Prakken: De tweede is eigenlijk een politieke vraag, die is voor de wethouder. Al die categorieën, Gemeentebelangen die had het er ook al even over, en ik kan me bij veel categorieën wat voorstellen. Maar grote gezinnen, ik kan me niet herinneren dat we daar een speciaal ondersteunend beleid voor hebben. De voorzitter: De heer Westendorp.

De heer Westendorp: Voorzitter, dan herhaal ik mijn antwoord. Dat lijkt mij overbodig maar ik wil nog wel een keer doen als u dat op prijs stelt. De voorzitter: Kennelijk heeft de heer Prakken daar behoefte aan. De heer Westendorp: Wij continueren een ingezet beleid hiermee. En dat heeft de gemeenteraad uiteindelijk vastgesteld, om dat zo te doen. Daar blijven wij bij. De voorzitter: De heer van Dijk. Ik denk dat we dat zo'n beetje aan de laatste vraag toe zijn. Dus dan mag u hem stellen. De heer van Dijk: Dan hoop ik niet dat ik hetzelfde antwoord van de wethouder riskeer. Maar ik heb ook een vraag over de aanvullende maatregelen, in dit geval de ouderen. Dan schrijft het college dat sommige ouderen minder mobiel zijn en dat ze soms niet de vaste tijd hebben voor het scheiden van huishoudelijk afval. Dat begrijp ik niet helemaal omdat in principe iedereen een kliko heeft. En als ik wat minder mobiel zou zijn zou ik liever denk ik drie keer een lichte container aan de weg zetten dan één keer een hele zware. Maar wellicht heb ik het dan niet goed begrepen, dus ik ben wel even benieuwd hoe dat zit. De heer Marissen: Wat wij daar, en dat is even bij wijze van voorbeeld, bij voor ogen hebben. Wij hebben onder andere voorgesteld om verzamelcontainers voor incontinentiemateriaal op centrale locaties neer te zetten.

Wij zouden ons voor kunnen stellen dat er een bepaald verzorgingscomplex is waar ouderen wonen die minder mobiel zijn, die wel te maken hebben met incontinentieproblematiek die dat heel graag separaat zouden willen aanbieden om te voorkomen dat hun heffing voor restafval onevenredig hoog wordt, maar die niet de mogelijkheden hebben om dat afval naar die verzamel container toe te brengen. Op dat moment zou je erover na kunnen denken om daar een maatwerk oplossing voor in te voeren. De voorzitter: Op het moment dat je zegt: we zijn aan de laatste vraag toe dan komt er altijd nog weer een nabrandertje. En dat is dit keer de heer Sieders. De heer Sieders: Sorry. Dank u wel, voorzitter. Voor mij de nabrander meer in het feit dat ik een beetje aan het eind van de avond verwarring bij mezelf zie want ik hoor de wethouder het nu hebben over: we continueren beleid. En ik dacht juist dat we bezig waren om beleid te herzien, een nieuw beleid te schrijven. Even mijn vraag: wat is nu de bedoeling van het beleid dat voorligt? Is dat we alles- Dat we het herzien naar de maatstaf van nu of dat we gewoon het beleid gaan continueren hoe het altijd was? De voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Dank u wel, voorzitter. Kijk, dit is één van de onderwerpen die wordt voorgesteld in het nieuwe beleid. En het is aan u om uiteindelijk daar een besluit over te nemen.

Ik leg alleen maar uit hoe we tot deze overweging voor deze specifieke aanvullende maatregel hebben gekomen. We hebben eigenlijk gekozen voor de lijn die afgelopen jaren u heeft ingezet. Uiteraard, dit is het moment om aan te geven als gemeenteraad hoe u het beleid wil inrichten. Dus die keuze is aan u. Ik leg alleen maar uit hoe onze motivering tot stand is gekomen omdat wij dat een passende maatregel vinden voor Hoogeveen. Maar als u daar anders over denkt, u bent uiteindelijk het besluitvormend orgaan. De voorzitter: Ik ga afronden deze informatieronde. Ik bedank de ambtenaren Marissen en Tichelaar voor de geweldige back-up. Geen een keer het woord gehad geloof ik, dus dan hebben we het goed gedaan. En ik wou

de heer Westendorp nog even afsluitend het woord geven omdat het zijn onderwerp is. Dus voordat ik sluit nog even het woord aan de heer Westendorp. De heer Westendorp: Voorzitter, heel kort. Dank u wel. Ik hoop dat de presentatie informerend is geweest, maar ik merk ook dat het een onderwerp is die u ook aan het hart gaat. Want u stelt nog heel veel vragen, we hebben met dit onderwerp elke dag te maken en ik vind het mooi om ook te merken dat u nu al bezig bent met toekomstig beleid, het vormgeven van toekomt beleid dat u uzelf niet alleen ziet als raadgevend orgaan, maar ook als gebruiker slash persoon die uiteindelijk aan de slag moet met het afval-inzamelbeleid. En dat proef ik terug. Ik kijk uit, wat dat betreft, naar het debat. Op 4 december zal dat plaatsvinden. Dank u wel, voorzitter. 2.4 Sluiting informerende ronde en vergadering De voorzitter: Dat gezegd hebbende sluit ik hiermee de vergadering en dit debat. O nee, deze informatieronde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14914785/2