CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 14.11.2024

Raadsavond 14 november 2024, gemeente Hoogeveen14.536 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE VERGADERING RAADSAVOND VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 14 november 2024 1.

Plenaire besluitvormende vergadering (Raadzaal) 1.1 Opening De voorzitter: Beste mensen. Van harte welkom bij de vergadering van de gemeenteraad van Hoogeveen, donderdag 14 november 2024. Dit zijn reeks van vergaderingen bijeen zou ik bijna willen zeggen. Iedere week, hartstikke goed. Voordat we beginnen een moment ter overdenking. Dank u wel. Ik open de vergadering. Onder mededeling van afwezigheid van de heer Kamer, mevrouw Schoonwille, de heer van der Meer en de heer Kleine komt iets later begreep ik net. 1.2 Vaststelling agenda De voorzitter: Daar gaan we dan vanuit en komen we bij 1.2. Dat is het vaststellen van de agenda. Mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Voorzitter, ik zou graag een wijziging willen voorstellen ten aanzien van twee agendapunten. Er staan twee punten voor debat vanavond geagendeerd: Begraafplaatsenbeleid en de Grondexploitaties Noord D. Wij zouden graag beide onderwerpen direct naar besluiten willen doen. Ten aanzien van begraven is er een zorgvuldig proces doorgelopen met de Raad. Wij zien geen aanleiding verder om nog een politiek debat hierover te voeren. En hetzelfde geldt voor de Grondexploitaties. De voorzitter: Dank voor uw verzoek. Iemand verder iets te melden? Niet het geval. Dan gaan we over het verzoek stemmen. Mevrouw Koekoek: Eén voor één? De voorzitter: Wat mij betreft doen we allebei tegelijk.

Als die variant ook klaarstaat, had ik niet aan gedacht. Eensgezind akkoord. Dank u wel. Dan gaan we de agenda zelf nog vaststellen. Succes. De voorzitter: Ook daarin bent u eensgezind. 28 stemmen voor en daarmee hebben we de agenda vastgesteld. 1.3 Mondelinge vragen De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 1.3, dat zijn de mondelinge vragen. Zijn niet aangemeld, ook nu niet het geval. Daarmee gehad. 1.4 Mededelingen/vragen verbonden partijen De voorzitter: 1.4, de mededelingen vragen verbonden partijen. Vanuit de kant van het college? Niet. De kant van de Raad, ook niet. Dank u wel.

1.5 Actualisatie benoeming leden auditcommissie De voorzitter: Dan komen we bij 1.5, de actualisatie benoeming leden van de auditcommissie. U zou het kunnen lezen. Actualisatie daarvan. Iemand daar nog iets over te zeggen? Niet het geval. Dan gaan we over tot stemming. Ook unaniem akkoord, dank u wel. 1.6 Benoeming dhr. B. van Rijn tot lid van het presidium De voorzitter: Dan kom ik bij 1.6. De benoeming van de heer B. van Rijn tot lid van het presidium. Zo ben je bijna de hoofdmoot van vandaag, besluitvormende vergadering. Iemand daar iets van te zeggen? Niet het geval. Dan gaan we meteen door naar de stemming. U blijft eensgezind ook. 1.6 akkoord. Van harte. 1.7 Aanwijzing dhr. G.R. Bekendam als plaatsvervangend griffier De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 1.7: De aanwijzing van de heer G.R. Bekendam als plaatsvervangend griffier. En daarover gaan we eerst stemmen. Dank u wel. Unaniem akkoord. Daarmee de eerste horde genomen. En dan is inderdaad het afleggen van de eed stap twee en zal ik dat vanaf hier doen, dat is best wel mooi. Toch een belangrijk moment, Gerlo. We zijn al een tijdje bekend met jou, maar deze rol is natuurlijk hartstikke mooi. Er hoort natuurlijk wel een belangrijke tekst bij die zo dadelijk van jou wel een antwoord behoeft. Maar volgens mij komt dat goed qua tekst.

Hij gaat als volgt: ik zweer dat ik, om tot plaatsvervangend griffier aangewezen te worden, rechtstreeks nog middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als plaatsvervangend griffier naar eer en geweten zal vervullen. De heer Bekendam: Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De voorzitter: Hartelijk gefeliciteerd. 1.8 Afsluiten grondexploitaties Noord B, Schutlanden, Buitenvaart II en Stationsgebied D De voorzitter: Mooi, daarmee hebben we agendapunt 1.7 gehad. Komen we bij het nieuwe agendapuntpunt 1.8. Dat is het afsluiten van de grondexploitaties Noord B, Schutlanden, Buitenvaart twee en Stationsgebied D. Iemand daar behoefte aan stemverklaring? Niet het geval. Dan gaan we over tot stemming. Unaniem akkoord. 1.9 Begraafplaatsenbeleid De voorzitter: Dan gaan we door naar het nieuwe agendapunt, 1.9. Dat betreft het Begraafplaatsenbeleid. Behoefte aan stemverklaring? De heer van Rijn. De heer van Rijn: Dank u wel, voorzitter. De SGP zal tegen dit begraafbeleid stemmen.

We hebben er twee argumenten bij: iemand is geboren in de gemeente Hoogeveen, is opgegroeid, naar school gegaan, altijd aan het maatschappelijk debat deelgenomen, bijdragen. Hij moet begraven worden en daar zijn kosten aan verbonden, daar hoor je niemand over. Maar dat die dan vervolgens via zijn familie nog gevraagd worden om bij te dragen aan zijn graf, dat vinden wij inhumaan. En het volgende argument dat we hierbij aandragen is: er zijn mensen die kunnen dat verlengen van grafrechten echt niet betalen. Maar dit beleid is wel zo hard: gij zult

betalen of dan vervallen de grafrechten en dan bent u de graven van uw dierbaren kwijt en worden de graven geruimd. Hier kunnen wij beslist geen instemming mee doen. Vandaag zullen wij tegenstemmen. Dank u wel. De voorzitter: De fractie van Gemeentebelangen, de heer van der Sleen. De heer van der Sleen: Dank u voorzitter. Ik zou graag van de gelegenheid gebruik willen maken om positief te beginnen, maar ook om positief te eindigen. Allereerst de complimenten voor de ambtenaren en de bijbehorende organisatie, inclusief de verantwoordelijk wethouder. Deze uitwerkingsnotitie voor het nieuwe begraafbeleid voldoet helemaal aan onze verwachtingen als Gemeentebelangen. De Raad is meegenomen en ingediende moties en opmerkingen zijn verwerkt in het voor ons liggende raadsvoorstel. Met drie kernwoorden wil ik dan ook graag weer positief eindigen en het nieuwe voorstel benoemen als rechtvaardig, respectvol en sociaal. En we hebben geen punten voor het debat. Misschien nog een kleine persoonlijke noot: in 2010 kwam ik binnen in het bestuur van Gemeentebelangen. Ik had toen net niet meegemaakt dat het oude Begraafbeleid werd vastgesteld maar ik vond er veel gaten in zitten en het was eigenlijk een persoonlijke missie. Ik denk: als ik ooit nog eens raadslid wordt, dan ga ik me daar volop starten. Nou missie completed, zeg maar. De voorzitter: Met dank voor de persoonlijke inzet.

Mevrouw Blenkers, gaat uw gang. Mevrouw Blenkers: Dank u wel. In een periode van rouw komen er ontzettend veel zaken op je af. Er zijn zoveel dingen om te regelen en om bij stil te staan. Hoe fijn is het dan om mensen om je heen te hebben staan die met je meeleven, met je meedenken. En hoe fijn is het dan ook wanneer je in een gemeente woont die ook naast je staat en met je meedenkt. Heldere regelgeving en duidelijke afspraken helpen hierbij en dat is ook precies waar het geactualiseerde Begraafbeleid voor staat. Heldere, duidelijke regels en afspraken met oog voor evenwicht tussen de emotionele waarde en de zakelijke kant van begraafplaatsen. Onze dank gaat uit naar de ambtenaren die veel vragen, opmerkingen en nog meer vragen om de oren hebben gekregen, die ons meenamen op rondleidingen over begraafplaatsen en die ons heel veel uitleg en informatie verschaften. Wij kijken terug op een lang, maar uiterst zorgvuldig proces, waarin een veel ruimte was om mee te denken, mee te praten. Resultaat mag er zijn: een Begraafbeleid met daarin oog voor elkaar. Hier stemmen we graag mee in. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos nog. De heer Vos: Dank u voorzitter. Wij zullen ook instemmen en met de complimenten aan de heer van der Sleen De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we overgaan tot stemming. Eén stem tegen, zevenentwintig voor. Akkoord.

1.10 Vaststellen besluitenlijsten 10, 24 oktober en 7 november De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 1.10: vaststellen van het besluitenlijsten van 10 en 24 oktober en 7 november jongstleden. Wat mij betreft kan dat in één keer. Ik zie geen bezwaarmakers. Iemand iets op te merken? Niet het geval. Dan gaan over tot stemming. Unaniem akkoord. Waarvoor dank. 1.11 Sluiting besluitvormende vergadering De voorzitter: Er rest mij nog één agendapunt met een persoonlijk record van twaalf minuten. De sluiting.

2.

Informerende ronde (Raadzaal) 2.1 Opening informerende ronde De voorzitter: Goedenavond. Om de vaart er maar in te houden open ik bij deze het informerende blok. Het informerende blok gaat over het afval-inzamelbeleid. En ik heet dan ook welkom aan onze kijkers en luisteraars via radio Hoogeveen, publiek op de tribune en natuurlijk onze raadsleden en collegeleden die aanwezig zijn. Vanavond staat informatie aan de Raad over het beleidsplan 2025-2030 afval-inzamelbeleid op de agenda en deze informatieronde is een vervolg op de vaststelling door de Raad in januari van dit jaar van de uitgangspuntennotitie en wel de kaderstelling nieuw afval-inzamelbeleid. Op hoofdlijnen komt in dit beleidsplan de volgende beleidspunten aan de orde: de financiële prikkel, de service-instrumenten en de communicatie. En let op: daarnaast wordt ook gevraagd bij de besluitvorming in te stemmen met de financiële strategie zoals in hoofdstuk acht van het afval-inzamelbeleidsplan is opgenomen. Dit tweede besluitpunt is geformuleerd om daar extra nadruk op te leggen en het inzetten van de voorziening reiniging om eenmalige kosten te dekken die is opgenomen in de financiële strategie.

De doelstelling vanavond is om u als Raad, maar ook als het publiek, te informeren over hetgeen het beleidsplan 2025-2030 beoogt te bereiken, zodat u in voldoende mate bent voorbereid om het debat te voeren op 4 december en de besluitvorming te doen op 19 december. Er zit een aantal stukken bij, die ga ik verder niet benoemen. Maar wel even de technische vraag van Gemeentebelangen, Partij van de Arbeid en VVD, die zijn beantwoord door het college. De opzet van de informatieronde is als volgt: de bestuurlijke aftrap zal zo meteen door wethouder Westendorp worden gegeven. Daarna volgt een presentatie van de ambtenaar de heer Tichelaar en de heer Marissen en afgesproken is dat zij de presentatie eerst doen en dat daarna de vragen komen. 2.2 Spreekrecht De voorzitter: En daarom wou ik nu het woord geven aan de heer Westendorp voor de verdere inleiding. Gaat uw gang. De heer Westendorp: Dank u wel, voorzitter. En inderdaad, zoals u al heeft aangegeven, is het een informerende ronde. Het college wil u graag meenemen hoe de uitgangspunten die eerder door u zijn vastgesteld zijn uitgewerkt en in het nieuwe beleidsplan zijn voorgesteld. Dat gaan we doen aan de hand van een presentatie. De collega's Tichelaar en Marissen zullen straks naar voren komen en het is handig dat ze vanaf het spreekgestoelte presenteren, dat is denk ik beter.

Maar voor u ligt inderdaad toch ook wel een nieuwe koers, die willen we ingaan op weg naar uiteindelijk nog meer afvalscheiding door onze inwoners. Want uiteindelijk staan die inwoners ook centraal in dit afvalplan. Graag geven we u dus de presentatie mee. Er zijn een heel aantal technische vragen gesteld al. Die hebben we deels al beantwoord, maar mochten er vragen zijn dan zullen die ongetwijfeld ook door het college of door de betrokkene collega's worden beantwoord. Tot zover mijn inleiding, voorzitter. 2.3 Afval(inzamel)beleid De voorzitter: Dank u wel. Dan wou ik de heer Tichelaar en heer Marissen vragen om naar voren te komen, aangezien zich ook geen insprekers hebben gemeld vandaag, om te starten. En voor de duidelijkheid nog even, zoals gezegd: graag na afloop de vragen dus bewaar ze even tot afloop van de presentatie. De heer Marissen: Ben ik voor iedereen nu goed te verstaan? Helemaal goed. Wij willen u vanavond graag meenemen door de hoofdpunten van het afval-inzamelbeleidsplan. Even kijken of het- Het werkt. Daar zit

collega Jaron Tichelaar, vanavond mijn helpdesk op het moment dat de vragen heel erg gedetailleerd en inhoudelijk gaan worden. Mijn naam is Arco Marissen en wij zijn gezamenlijk beleidsadviseur Grondstoffen en Afval voor de Samenwerkingsorganisatie de Wolden Hoogeveen. Allereerst: waarom eigenlijk een nieuw afvalinzamelbeleidsplan? De redenen daarvoor staan op de sheet, zal ik straks nog even één voor één bij langslopen. Maar die vinden eigenlijk hun oorsprong in een tweetal documenten. Te weten het rapport Schone Lei voor Hoogeveen en het verslag van een onderzoek dat door de Rekenkamercommissie is uitgevoerd en waaruit ook een aantal aanbevelingen zijn gekomen. Wat zijn dan inhoudelijk die redenen voor dat nieuwe inzamel-beleidsplan? Na het vorige inzamel-beleidsplan of het vorige afval-beleidsplan eigenlijk, had een looptijd tot 2015 en dat ligt inmiddels al geruime tijd achter ons dus het werd wel weer tijd voor een nieuw geïntegreerd inzamel-beleidsplan. Daarnaast blijkt uit de grondstoffenmonitor van Markerein, dat is het ambtelijke samenwerkingsverband van de Drentse gemeenten op het gebied van afval, dat het huidige restafval in de gemeente Hoogeveen nog voor 67 procent uit grondstoffen bestaat. Dus daar is best nog wel een verbetering te realiseren.

Ten derde zit er in de nabije toekomst een substantiële kostenstijging op ons af te komen en die wordt door een drietal factoren veroorzaakt. Gemeente Hoogeveen heeft op dit moment een buitengewoon financieel gunstige overeenkomst voor de verwerking van restafval met Attero in Wijster. Die overeenkomst is inmiddels al tweemaal verlengd en die loopt af in 2027 en kent dan geen verlengingsopties meer. Als we kijken naar de huidige ontwikkeling in de markt, dan is het helemaal niet ondenkbaar dat het huidige verwerkingstarief met vijftig procent of meer zelfs gaat stijgen. En dat heeft een substantiële impact op de kosten die de gemeente Hoogeveen dan heeft. Daarnaast de ontwikkeling van de verbrandingsbelasting, of eigenlijk beter de afvalstoffenbelasting, dat is een belasting die door het Rijk wordt geheven op alle afvalstoffen die worden gestort en verbrand, die is in de afgelopen tien jaar verdrievoudigd. Die zal een stijgende lijn blijven doorzetten omdat met name de Rijksoverheid het storten en verbranden van restafval fors wil ontmoedigen door middel van deze financiële belasting. En we worden nog geconfronteerd met een CO2-heffing. Die CO2-heffing is er op dit moment al voor afvalstoffen die verbrand worden. Echter, er is momenteel nog sprake van dispensatierechten waardoor die op dit moment nog niet in rekening wordt gebracht.

Echter, dat gaat met ingang van 2026 veranderen en de verwachting is dat in 2030 de CO2-heffing circa 45 euro per aangeleverde ton restafval gaat bedragen. Als ik u nu vertel dat het huidige verwerkingstarief voor ons restafval al ruim 40 euro bedraagt, kunt u een klein rekensommetje maken wat dat voor impact heeft. Willen wij deze situatie het hoofd kunnen bieden dan is een samenhangend pakket aan maatregelen daarvoor noodzakelijk. Dus je zult maatregelen moeten treffen die op elkaar inhaken en niet ad-hoc op verschillende onderdelen gaan sturen, want dat biedt niet het gewenste effect uiteindelijk. Welk proces hebben wij doorlopen om hier te komen? Allereerst hebben wij, en dat is inmiddels ruim anderhalf jaar geleden, een themabijeenkomst gehad bij Attero in Wijster waar wij onder andere een prestatie hebben gegeven, waar ook door de verwerker van de meeste afvalstoffen in gemeente Hoogeveen, Attero een presentatie heeft gegeven, waar de NVRD, de brancheorganisatie, een presentatie heeft gegeven om de raadsleden op het vereiste kennisniveau, voor zover dat nog niet aanwezig was, te brengen om de actuele stand van de ontwikkelingen te schetsen en om te kijken hoe we daar in de toekomst mee omgaan. Maar ook om te zien hoe andere gemeenten in Nederland daarmee omgaan.

Daarnaast hebben wij een inwonersraadpleging gehouden met een groot aantal vragen en waar we gelukkig ruime respons op hebben gehad. Die beide vormen van input hebben geleid tot een uitgangspuntennotitie die begin dit jaar is vastgesteld, zoals al door de voorzitter werd aangegeven. Wij hebben vervolgens die uitgangspuntennotitie uitgewerkt in conceptbeleid. We hebben een uitvoerbaarheidscheck uitgevoerd bij Area, want we kunnen van alles bedenken maar uiteindelijk zal het ook in de praktijk gebracht moeten kunnen worden. En dat heeft geleid tot de uitwerking van het beleidsplan zoals het nu voor u ligt. Waarin onder andere ook een tweetal moties die de Raad in het verleden al had aangenomen betreffende de ja-ja sticker en maatschappelijk afval zijn opgenomen. We hebben enige tijd geleden het eerste concept van het afvalbeleidsplan ook besproken

met de klankbordgroep die vanuit de Raad is samengesteld. En vanavond is de eerste informerende ronde in de gemeenteraad. Welke ambities zijn vastgesteld in dat afvalbeleidsplan? Allereerst: afval is een tak van sport waar je eigenlijk niemand nooit over hoort totdat het misgaat. En het is wel een belangrijk contact van de gemeente met haar inwoners. Dus een eerste vereiste is gewoon een excellente uitvoering van de dienstverlening. Er mag gewoon niks misgaan. Er is niks vervelender dan wanneer je container aan de straat staat, je wilt hem 's avonds weer binnenhalen en je komt tot de conclusie: hij zit nog vol. Dat zal iedereen van u wellicht herkennen, maar dat willen we niet meemaken. De reductie van de hoeveelheid ongescheiden restafval: ik gaf al aan, twee derde van wat er in het restafval zit bevat nog waardevolle grondstoffen. Dus die willen we eruit hebben. De optimalisatie van de voorzieningen voor afvalscheiding: wil je die grondstoffen eruit halen, dan zul je wel de middelen moeten hebben om dat ook mogelijk te maken. En laatst but zeker not least: de verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen. Want je kan de grondstoffen eruit halen maar als die vervolgens zodanig vervuild zijn dat er nog weinig tot niets mee aan te vangen is, schiet het nog niet heel erg op. Dus je wil ook de kwaliteit van de grondstoffen op een goed niveau krijgen.

Hoe willen we dat dan gaan bereiken? Moet ik allereerst even weer over de afvaldriehoek hebben. Afvalbeleid-stoel is gestoeld op een drietal poten: te weten kosten, milieu en service. En die drie kan je niet los van elkaar zien. Als je als aan één van de knoppen draait, heeft dat minimaal invloed op één van de andere onderdelen van de afvaldriehoek. En wat is dan het instrumentarium wat in dit afval-inzamelbeleidsplan wordt ingezet om uiteindelijk het gewenste doel te bereiken? Dat is, hebben we niet zelf bedacht, inmiddels ruimschoots aangetoond ook in andere gemeenten dat daarin een aantal maatregelen genomen kunnen worden. Onder andere een financiële prikkel. En dat is eigenlijk de eerste stap die gezet moet worden om inderdaad die gewenste reductie van het ongescheiden restafval te realiseren. Daarna, om nog een verdere reductie te realiseren, kan je sturen op een service prikkel. En die wordt in dit model uitgelegd als eigenlijk het ontmoedigen van het aanbieden van restafval. Wij hebben hem iets anders vertaald. Wij hebben gedacht: we willen niet het aanbieden van restafval ontmoedigen, maar juist het aanbieden van grondstoffen vereenvoudigen. Dus dat is een iets andere insteek, uiteindelijk met hetzelfde effect.

Waar komt dan het beleid op hoofdlijnen op neer? Dat werd net door de voorzitter al even aangegeven: het invoeren van een positieve financiële prikkel met de nadruk op positief. En waarom positief? Eigenlijk is het uitgangspunt dat als het scheidingsverdrag niet wijzigt, dat de hoogte van de afvalstoffenheffing voor een inwoner ook niet wijzigt bij gelijkblijvende omstandigheden. Dus ik laat daar wel even de stijging van de verwerkingskosten buiten beschouwing want daar hebben we geen invloed op. De positieve prikkel die er dan ineens is: het is als inwoners een beter scheidingsgedrag gaan vertonen, dat ze voor zichzelf een lagere afvalstoffenheffing kunnen realiseren. Optimalisatie van de service en de voorzieningen voor de inzameling van grondstoffen. Wat ik al aangaf, als men- Als de wens is dat de hoeveelheid restafval ongescheiden restafval gaat verminderen zul je faciliteiten moeten bieden om het aanbieden van grondstoffen mogelijk te maken. En uiteindelijk het intensiveren van de communicatie. Dat is zeker niet de minst belangrijke omdat wij gewoon eigenlijk dagelijks meemaken dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over hoe het dan moet, en wat er dan precies moet en waarom het dan precies moet. Dus dat is iets dat we ook zeker in dit beleidsplan meegenomen hebben. Pardon.

De invoering van de positieve financiële prikkel: hoe ziet die er dan uit? Voorgesteld wordt om een variabel tarief in te voeren gebaseerd op de volume-frequentie aanbieding van restafval. En dat klinkt heel ingewikkeld, maar het is niet zo heel erg moeilijk. Een minicontainer heeft een volume van 240 liter. Of, in de gemeente Hoogeveen zijn er ook nog enkelen van 270 liter. Hoe vaker je die- Iedere keer dat je restafval aanbiedt via die minicontainer wordt er een bedrag in rekening gebracht. Als je niet aanbiedt, wordt er ook niks in rekening gebracht. Hetzelfde geldt voor aanbieding van een zak restafval in een verzamelcontainer. Iedere storting die daarin wordt gedaan, wordt geregistreerd, wordt een tarief voor in rekening gebracht. Uiteraard het één in verhouding tot het ander, want een inworptrommel van een restafval-container, van een verzamelcontainer, is een stuk kleiner dan een 270 liter minicontainer. Dat mag duidelijk zijn. Wat ik al aangaf:

het is een positieve prikkel, dus beter dan gemiddeld scheiden moet lonen voor de inwoner. Voorgesteld wordt om de maximale besparing vooraf terug te geven aan de inwoner. En waar komt dat op neer? Als het wordt ingevoerd, wordt voorgesteld om in eerste instantie alleen het vaste deel van de afvalstoffenheffing in rekening te brengen. Dus geen enkele aanslag op te leggen voor het aanbieden van restafval. Dat wordt pas achteraf in rekening gebracht. Je zou het ook andersom kunnen doen: dus in eerste instantie het volledige bedrag in rekening brengen en later een teruggave gaan doen. Wat je dan eigenlijk doet is de inwoner de kosten die misschien wel, misschien niet gaan ontstaan laten voorfinancieren door de inwoners. Daarvan zeggen wij: dat is misschien niet zo'n heel goed idee. En wat in het afvalbeleidsplan wordt benoemd dat er maatwerk moet kunnen worden toegepast in specifieke situaties. Dan denken wij met name aan sociale minima: mensen die te maken hebben met medisch afval die daar uiteraard zelf niet voor gekozen hebben, ouderen die wellicht beperkt zijn in het aanbieden van gescheiden grondstoffen en eventueel grote gezinnen die vanzelfsprekend meer afval produceren dan het gemiddelde huishouden in de gemeente Hoogeveen. Het tweede onderdeel van het plan: optimalisatie van de service en voorzieningen op de inzameling van grondstoffen.

Waar bestaat dat uit? Voorgesteld wordt om bronscheiding in de huidige vorm te handhaven. Dus alle fracties die op dit moment al gescheiden worden ingezameld aan de bron, om dat zo te laten. Voorgesteld wordt tevens een winterregime bij de inzameling van gft in te voeren. Wat houdt dat in? Op dit moment wordt iedere veertien dagen gft-afval ingezameld. In de winterperiode is dat niet heel erg noodzakelijk. De meeste gft-containers zitten dan niet heel erg vol. Voorgesteld wordt om die frequentie te wijzigen naar één keer per vier weken en op die manier gewoon een logistieke besparing te realiseren. Invoeren van gfe-zuilen. Gfe staat in dit geval voor etensresten. Dit is met name voor de hoogbouw waar over het algemeen geen sprake is van een tuin. Dus geen ‘t’ maar wel etensresten. Die krijgen op die manier de mogelijkheid om hun etensresten gescheiden in te zamelen, niet in het restafval te doen. Om gebruik te kunnen maken van zo’n gfe-zuil zul je het gfe-afval eerst moeten verzamelen. Daarvoor wordt voorgesteld om de inwoners van de hoogbouw een keukenemmertje gratis te verstrekken waarin ze inderdaad hun etensresten kunnen verzamelen om het vervolgens bijvoorbeeld dagelijks in de zuil te werpen. Voorgesteld wordt om een toegangscontrole op de verzamelcontainers voor PMD in te stellen. Die wordt gekoppeld aan de milieupas.

Bewoners van de hoogbouw kunnen dan gebruik maken van die verzamelcontainers PMD. Voor bewoners van de laagbouw is het niet noodzakelijk, die hebben immers een minicontainer daarvoor. Door het te koppelen aan een milieupas maakt het onmogelijk dat er misbruik gemaakt wordt van een vrij toegankelijke PMD container waar mensen die misschien wat minder op hebben met dit plan hun restafval in gaan storten zodat je te maken krijgt met de inhoud van de container waar je vervolgens weer niks mee kan. Even kijken, waar was ik. PMD-minicontainers voor gemeenschappelijk gebruik: in Hoogeveen kennen wij een zogenaamde zakkenroute bij de hoogbouw. Dat betekent dat PMD wordt ingezameld met transparante plastic zakken met een achterlader met een chauffeur en een belader daarop. In de buitengebieden is dat nog niet het geval, terwijl ook daar best wel verzamelcomplexen zijn waar PMD, waar we dat graag gescheiden willen inzamelen. Om daar een zakkenroute te gaan introduceren voert wat ver. Dus voorgesteld wordt om daar een aantal minicontainers voor gemeenschappelijk gebruik voor te gaan inzetten en dat werkt in principe op dezelfde manier als de PMD container bij u thuis. Een gebiedsdekkende inzameling voor het oud papier en het karton. Daar staat achter: een vaste vergoeding vrijwilligersorganisaties. En daar zal ik even wat langer bij stilstaan.

De huidige situatie is zo dat vrijwilligersorganisaties assisteren bij de inzameling van oud papier en karton en assisteren in die vorm dat zij de beladers leveren die achter op de voertuigen staan. Daarvoor krijgen ze een vergoeding en die vergoeding is gebaseerd op de hoeveelheid oud papier en karton die ze inzamelen. Daar worden- In eerste instantie worden daar de inzamelkosten op in mindering gebracht en het bedrag wat resteert wordt uitgekeerd aan de vrijwillige organisatie die assisteert. Dat gaat goed, zolang de marktprijs oud papier en karton op een acceptabel niveau is. Alleen als er iets bijna net zo veranderlijk is als het weer, dan is het de marktprijs van oud papier en karton. Want die fluctueert nogal sterk. Dat betekent dat als die vrij laag

is, dat vrijwel geen enkele vrijwilligersorganisatie aan het minimaal vereiste bedrag komt. En daarvoor heeft de gemeenteraad een minimum garantieprijs van vijftig euro per ingezamelde ton vastgesteld. Ook dat klinkt heel aannemelijk, maar dan nog kunnen er grote verschillen ontstaan. In de praktijk kan het voorkomen dat de ene vereniging fors boven die vijftig euro per ton uitkomt, terwijl een andere vrijwilligersorganisatie substantieel daaronder zit. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met het gebied waar wordt ingezameld. In een stedelijk gebied wordt per uur veel meer papier en karton ingezameld dan wanneer je in het buitengebied gaat inzamelen. Het voertuig en de chauffeur kost in een stedelijk gebied per uur net zoveel als in het buitengebied. Dus de kosten zijn gelijk, de hoeveelheid die wordt ingezameld is verschillend. Dat kan dus betekenen dat de ene vereniging met hetzelfde op papier en karton daar fors boven zit en de ander er fors beneden zit zodat het door de gemeente gecompenseerd moet worden, maar dat er nog steeds een verschil resteert. Daarvan hebben wij voorgesteld in het plan: geef iedereen dezelfde vaste vergoeding zodat iedereen precies weet waar hij aan toe is. De verdeling wordt eerlijker, de calculatiemethodiek wordt een stuk transparanter, eenvoudiger, en de afrekenmethodiek idem dito.

En een gebiedsdekkende inzameling van OPK moet ik ook nog even op terugkomen. Op dit moment is er nog geen sprake van een gebiedsdekkende inzameling van oud papier en karton. Met name in het buitengebied zijn er nog zogenaamde witte vlekken waar op dit moment geen oud papier en karton wordt ingezameld. Onderdeel van het plan is om ook die huisaan-huis te laten inzamelen door Area. En verzamel containers voor luier- en incontinentiemateriaal. Dat is een van de stromen die gemiddeld gezien nog behoorlijk veel voorkomt in het restafval. Inmiddels is verwerking van luier- en incontinentiemateriaal op beperkte schaal al mogelijk, en dat is zeer beperkte schaal. Er is veel meer aanbod dan dat de verwerkingscapaciteit is, maar het biedt absoluut perspectief naar de toekomst toe. Mede in het licht van een UPV, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die eraan zit te komen. Wij hebben voorgesteld in het beleidsplan om nu al de inzamel-logistiek voor die stroom voor te bereiden. Biedt enerzijds inwoners de gelegenheid om de hoeveelheid ongescheiden restafval van naar beneden te brengen. Op moment dat er dan wel voldoende verwerkingscapaciteit beschikbaar komt, en de verwachting is toch dat dat binnen afzienbare tijd, en dan denk ik aan enkele jaren, dat dat gerealiseerd zal zijn.

Dan heeft gemeente Hoogeveen de inzamellogistiek al op orde en kan die stroom direct naar de verwerker toe. Intensiveren van de communicatie, het derde onderdeel van het afval-inzamelbeleid. Zoals u wellicht en hopelijk allemaal weet communiceren wij provinciaal gezien door middel van het programma Drenthe geeft door, en dat is met name communicatie over het waarom van afvalscheiding. Dat doen we als alle Drentse gemeenten gezamenlijk omdat het uiteraard in Assen niet anders is dan in Hoogeveen of in Emmen. De redenen voor afvalscheiding zijn overal gelijk. Uiteraard wordt voorgesteld om het maatregelenpakket, zoals het nu in het afval-inzamelbeleidsplan staat, om daar een uitgebreide communicatiecampagne voor op te gaan starten. Zodat inwoners ook weten: wat zit er op ons af te komen, hoe moeten we daarmee omgaan, hoe kunnen we daarmee omgaan, hoe kunnen we het voor onszelf zo goed mogelijk doen, uiteindelijk voor onszelf de grootst mogelijke besparing realiseren? We bieden daarvoor in die communicatiecampagne een uitgebreide handleiding. Alternatieve afzetkanalen, die zijn er ook. Heel veel materialen kunnen bijvoorbeeld naar de kringloop of naar bedrijven. Ik noem dan bijvoorbeeld hier in de regio een Bork waar gebruikte bouwmaterialen naartoe kunnen.

Ik noem ook een Zuidema waar puin en grond naartoe gebracht kan worden en wat gewoon voor de inwoners financieel een stuk aantrekkelijker is dan wanneer ze het naar de gemeente zouden brengen. De Afvalcoach. Wat ik al zei, afvalscheiding, daar bestaat best nog wel een hoop onduidelijkheid over en best nog wel een behoorlijke informatiebehoefte. Wij willen de Afvalcoach, die op dit moment vijfhonderd uur per jaar wordt ingezet, fulltime in gaan zetten zodat mensen echt inhoudelijk individueel gecoacht kunnen worden op hun afvalscheidingsgedrag. Dat die ook ingezet kan worden bij vragen van inwoners, dat hij ingezet kan worden op het moment dat er een markt is, dat we een stand neer kunnen zetten waarop de Afvalcoach uitleg gaat geven, maar dat hij ook eventueel ingezet kan worden bij controle-doeleinden om te kijken of we die kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen op een

hoger niveau kunnen krijgen. Toegankelijke voorlichting. We kunnen alles in mooie volzinnen gaan opschrijven maar dat is niet voor iedereen altijd even helemaal duidelijk. Denk dan met name aan mensen met een migratieachtergrond maar ook laaggeletterden, die we in de gemeente Hoogeveen ook hebben. Dus we willen daar de communicatie over afvalscheiding, alles wat daarmee samenhangt, op een zo toegankelijk mogelijke manier naar buiten toe gaan brengen. En als laatste, zeker niet onbelangrijk: educatie. Dat is in de praktijk ruimschoots gebleken: als er op school heel veel aandacht wordt besteed aan afvalscheiding en alles wat daarmee samenhangt, dan zijn het vaak de kinderen die de ouders daarin opvoeden. Dus dat is zeker een heel belangrijk onderdeel van het plan. Niet geheel onbelangrijk; de financiën. Zoals zo vaak gaat ook in dit plan de kosten voor de baten uit. Er zal eerst geïnvesteerd moeten worden voordat je de vruchten van de maatregelen kunt plukken. Wat houden die kosten dan in? Dat is op voorhand natuurlijk nooit helemaal tot in detail in te schatten, maar zoals het plan nu voorligt zijn er eenmalige kosten van 213 duizend euro begroot en jaarlijkse kosten van 580 duizend euro begroot. En dat zijn de out-of-pocket kosten, dus de externe kosten. De kosten voor de interne organisatie komen daar nog bij.

Dus ik had het zojuist over een communicatiecampagne, die zitten hier dus nog niet bij in. De organisatie van het berekenen van de variabele heffing zit hier nog niet bij in. Dus dat is wel even een kanttekening die gemaakt moet worden. Wat zit hier dan wel bij in? Onder andere de extra kosten voor inzameling die gemaakt moet worden, denk bijvoorbeeld aan luierafval. Daar zul je een auto voor moeten rijden, dat kost geld. De voorzieningen, ik noemde al even de gfe-zuilen, en de organisatie die nodig is om het een en ander te gaan optuigen. We willen daarvoor de egalisatievoorziening gaan benutten. Op dit moment heeft de egalisatievoorziening, en dat is de stand per eind 2023, daar zit een bedrag in van 1,8 miljoen en dat wordt fors hoger ingeschat dan dat eigenlijk nodig is. Want uitgangspunt is dat eigenlijk ongeveer tien procent van de operationele kosten van afvalinzameling, operationele kosten bedragen ruim 6 miljoen, een acceptabel niveau zou zijn om eventuele mee- en tegenvallers door middel van die egalisatievoorziening op te vangen. Dus daar zit eigenlijk een surplus in die egalisatievoorziening. We willen daarnaast de huidige begrotingsmethodiek handhaven. Dat wil zeggen dat we niet op een andere manier gaan begroten.

Dus we gaan in de begroting niet scherper aan de wind varen, we gaan ook niet extra marge daarin nemen, we handhaven de manier waarop er op dit moment ook begroot wordt. En dat moet dan uiteindelijk, als het volledige maatregelenpakket in werking is getreden, moet dat leiden tot een stabiele afvalstoffenheffing. Ik heb al aangegeven: de kosten gaan de komende jaren fors stijgen. Wij beogen om de afvalstoffenheffing op minimaal hetzelfde niveau te houden en indien mogelijk wellicht iets te laten dalen. Uitgangspunt in Schone Lei, waar ik de presentatie mee begon, was dat de afvalstoffenheffing onder het Drents gemiddelde zou moeten zijn. Dat is zeker meegenomen in de financiële gevolgen van dit voorgestelde plan. Een deel daarvan is reeds ingevuld. We hebben twee jaar geleden maatregelen op de milieustraat ingevoerd. Dus dat is met name de hoeveelheid vrij te brengen afval aldaar. Dat heeft erin geresulteerd dat we de afgelopen jaren de afvalstoffenheffing niet hebben hoeven laten stijgen, ondanks het feit dat de kosten wel ieder jaar toenemen. Denk aan lonen, denk aan brandstoffen enzovoort. Dus de inflatie is niet tot uitdrukking gekomen in de afvalstoffenheffing. En als het pakket wordt ingevoerd zien wij ondanks stijgende kosten ook geen stijging van de afvalstoffenheffing in de toekomst. Nogmaals, even afhankelijk van de resultaten die gerealiseerd worden.

Misschien zelfs wel een kleine daling. Maar dat heeft er wel mee te maken: wordt het volledige pakket ingevoerd of gaan we daar onderdelen uithalen? Door het volledige pakket in te voeren zou de taakstelling die dus in Schone Lei is gesteld- Nogmaals, een deel is al ingevoerd met de maatregelen van enkele jaren geleden, het andere deel kan ingevuld worden door dit pakket aan maatregelen. Wat is de tijdsplanning voor de invoering van de maatregelen? Eind 2024, daar zijn we nu, is voorzien voor besluitvorming. 2025 wordt uitgetrokken voor de voorbereiding van de maatregelen; dus het aanschaffen, het plaatsen van de hardware, het invoeren van procedures om de werkwijze te laten plaatsvinden, communicatiecampagne enzovoort enzovoort. Vanaf 1 januari 2026 treden dan de maatregelen in werking. Gedurende de jaren 2027-2029 wordt gemonitord: verloopt het allemaal zoals het bedacht is en moet er

eventueel bijgestuurd worden? In 2030 vindt dan een evaluatie plaats. En daarmee kom ik aan de laatste sheet. Daar staat alleen een vraagteken op. Maar voordat ik het woord teruggeef aan de voorzitter, wil ik graag nog één ding met u delen. Begin vorig jaar is in de gemeente Emmen de variabele afvalstoffenheffing ingevoerd op restafval. De resultaten die daarmee bereikt zijn, wil ik u niet onthouden. En dat is geen garantie, maar het is wel een indicatie wat er mogelijk is met een soortgelijk afval-inzamelbeleid. In Emmen bedroeg het afvalscheidingspercentage 65 procent. Dat is door het maatregelenpakket wat daar is ingevoerd toegenomen tot 72 procent. Dat is zeven procent punt, oftewel tien procent van wat het oorspronkelijk was. Een stijging van tien procent van het afvalscheidingspercentage. De hoeveelheid ongescheiden restafval in de gemeente Emmen was 175 kilo per inwoner op jaarbasis. Die is teruggebracht tot 119 kilo per inwoner op jaarbasis. Even ter vergelijking: het gemiddelde in Drenthe bedraagt 145 kilo per inwoner op jaarbasis. Dus er is een forse reductie gerealiseerd en dat ligt ook fors beneden het Drents gemiddelde. Dat wilde ik u niet onthouden. Nogmaals geen garantie, maar wel een indicatie. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Marissen. We gaan eerst naar de heer De Weerd, die had als eerste de hand over van CDA. Stel uw vraag.

De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vragen, ik heb er nog zes in totaal. Ik heb één algemene vraag en vijf wat specifieke vragen en ik hoor wel of ik ze alle 6 tegelijkertijd mag stellen of dat ik één voor één, of dat we wisselen rondomDe voorzitter: Er was ooit iemand die deed het dan met A, B, C, D in één vraag, maar dat gaan we niet doen. Ik zelf voor dat we de eerste ronde even drie vragen per fractie kunnen gaan stellen. De heer De Weerd: Is prima. Dank u wel, voorzitter. Mijn eerste vraag die ik een beetje had was ook: als we het plan zo lezen, dan zien we heel veel terugkomen dat u nauw hebt samengewerkt met bijvoorbeeld de gemeente Emmen, Coevorden en veel gesprekken hebt gevoerd met Area. En nu zijn we- Als Raad hebben we ook een rol gehad in de uitgangspuntennotitie en mij ontstaat een beetje het idee dat als we kijken naar die uitgangspuntennotitie op een aantal onderdelen, bijvoorbeeld op frequentie qua oud papier, dat het wat anders is dan wat wij voorgesteld hadden als Raad. En de vraag is een beetje: weegt het college dan de belangen van Area en de gemeente Emmen en Coevorden zwaarder of zien wij dat als fractie verkeerd? Daar hoor ik graag een antwoord op van het college. Dus dat is een algemene vraag en dan mag ik nog twee concretere vragen uitkiezen, voorzitter? De voorzitter: Dat mag. De heer De Weerd: Dank u wel.

Dan wil ik ook even kijken naar het oud papier. Kijk, wij hebben dus als Raad hebben wij- Oud papier en karton hebben wijDe voorzitter: Ik zou wel de inleidingen wat korter houden anders komt de rest niet meer aan de beurt, mijnheer De Weerd. De heer De Weerd: Dat klopt, want dan zitten we hier straks middernacht nog. Voorzitter, wat mijn vraag aan het college is: we hebben een uitgangspuntennotitie aangegeven van behoud zoals het is. En nou zien we dat de voorwaarde rondom financiering voor vrijwilligersorganisaties minder worden, wat ook consequenties kan hebben voor de kracht die in de samenleving zit. We horen vaak graag een reflectie van het college daarop waarom gekozen is voor een ‘…’ voor de vergoeding voor vrijwilligers als het ware. Mag ik nog één vraag?

De voorzitter: Voorlopig de laatste vraag. De heer De Weerd: Voorlopig de laatste vraag. Dan wil ik het ook nog even hebben over een Afvalcoach. U stelt voor in uw beleidsplan om een Afvalcoach aan te stellen en te financieren. En wij vragen ons af waarom u die hebt gekozen. In reguliere communicatie kan ook veel en er waren aantal fracties die die vraag wel gesteld hadden, maar het was geen Raadsbrede oproep aan uw college om dat op te nemen in het afvalbeleidsplan. En u hebt dat wel gedaan en vragen we ons af waarom u dat gedaan hebt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer de Weert. Ik hoorde eigenlijk drie vragen gericht aan het college. Kunt u ze beantwoorden of zou ik het overlaten aan de wethouder? De heer Westendorp: Voorzitter, volgens mij zijn het een beetje politieke vragen en wat minder informatieve vragen. De voorzitter: Dan stel ik voor dat u ze beantwoordt. De heer Westendorp: Tegelijkertijd ben ik ook op zoek of dit dan de setting is of straks het debatsetting, maar misschien helpt het om het enig debat te voorkomen wellicht. De eerste vraag die de heer de Weerd stelt, weegt het college belangen van Area zwaarder dan belangen van wat de Raad heeft meegegeven? Nee. Dat doen we niet. We luisteren naar, heeft u ook wel kunnen lezen denk ik, ook naar wat onze inwoners aangeven.

Want de inwoners hebben ook gereageerd met een, daar zijn de uitkomsten ook van bekend, die enquête en dat hebben we gewoon verwerkt in deze beleidsnota. Dus het antwoord daarop is nee. Twee is, gaat meer over de vergoeding van oud papier aan de vrijwilligersorganisaties. Meer fracties hebben daar trouwens vragen over gesteld. En daar heeft ook een krantenbericht enige tijd geleden in het dagblad over gestaan. En allereerst moet college gewoon zetten: wij waarderen vrijwilligerswerken. Dus het is niet zo dat wij niet vrijwilligerswerk in onze samenleving waarderen. Ik denk dat een partij als het CDA daar ook een punt heeft. Maar u weet ook dat het college dit ook echt zo wel ervaart. Wat we hebben gedaan, en dat heeft de heer Marissen denk ik uitstekend toegelicht, is een toelichting gegeven op waarom we tot deze overweging zijn gekomen. Het is volgens mij aan u, Raad, om daar straks in het debat wat van te vinden of het college daarin de juiste overweging heeft gemaakt of niet. Maar nogmaals, wij waarderen vrijwilligerswerk wel terdege. En de laatste vraag gaat over de Afvalcoach. Dat is dat is correct, want u heeft geconstateerd. Volgens mij was de heer Pomper van de SP warm voorstander van de Afvalcoach. Dat idee is trouwens niet nieuw, dat zit al in ons instrumentarium.

Wat we hebben geconstateerd is dat het een waardevolle uitbreiding kan zijn, dat de Afvalcoach meer inzetten dan dat we nu doen. Want we willen graag naar dat verbeterde scheidingsgedrag. Dus dat is een weloverwogen keuze van het college om daar meer op in te zetten dan dat we nu toe doen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Westendorp. De heer Westendorp: De wethouder Reneman wil graag nog aanvullen. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Het gaat even over die belangen van Coevorden en Emmen die gesuggereerd worden die ook een rol zouden spelen. Maar dit gaat echt wat u vaststelt in het afvalbeleidsplan, dat wordt wat Area gaat uitvoeren. Daar zit voor Area geen belang bij anders dan gewoon uitvoeren. En Coevorden en Emmen hebben ook geen voordeel bij, of nadeel, als u het beleid laat zoals het nu

is. Dat maakt niemand wat uit. En ik kan als vanuit de aandeelhouders ook gewoon zeggen dat die ruimte ook zo wordt gegeven. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we verder met de volgende vraagsteller, dat is de heer Klok van de VVD. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Dan blijf ik nog even bij het oud papier en karton want ik probeer om iets minder politiek te vragen en wellicht iets minder technisch. Even kijken, mijn vraag is: in dit geval, in het huidige voorstel gaan de vrijwilligersorganisatie of ze krijgen dezelfde vergoeding of ze gaan erop achteruit. Of die vijftig euro- In dit geval, in de huidige situatie krijgt ze of vijftig euro of meer en in een nieuwe situatie krijgt ze sowieso vijftig euro. Dus klopt mijn constatering, dat dat klopt? En als dat klopt dan voelt dat niet helemaal goed. Maar kunnen jullie duiden waarom daarvoor is gekozen? Waarom is niet voor een bedrag gekozen anders dan vijftig euro? Zit daar iets achter of is dat een bewuste keuze? Dat is vraag één. Twee vragen. De voorzitter: De heer Marissen. De heer Marissen: Waarom is voor vijftig euro gekozen? Dat heeft eigenlijk een tweetal redenen. Enerzijds omdat dat de huidige minimum garantievergoeding is die geldt in de gemeente Hoogeveen. En wat ik al aangaf, heel veel vrijwilligersorganisaties ontvangen nooit een andere vergoeding dan die vijftig euro.

Wij hebben ook om ons heen gekeken: wat is dan de vergoeding voor assistentie van vrijwilligersorganisaties in andere gemeenten? Dus die assisteren bij de inzameling van oud papier en karton. En ook daar is een vaste vergoeding van vijftig euro per ton zeer gangbaar. Dus wij hebben- Daarin wijken we eigenlijk niet af van wat er om ons heen gebeurt. Om antwoord te geven op de eerste vraag: klopt dit? Het antwoord is ja, het klopt. De voorzitter: De heer Klok voor de tweede vraag. De heer Klok: Dank voor de beantwoording van de eerste vraag. Hopelijk dan de tweede net zo duidelijk. De tweede vraag gaat over het geval van dat we nu alleen bij de restafval van het scheiden alleen het vaste gedeelte aan de voorkant in rekening brengen. En dat het variabele tarief, dat dat naar het einde in rekening wordt gebracht als naheffing bijvoorbeeld. Alleen volgens mij hebben wij destijds in de Raad gezegd dat we juist een positieve prikkel willen. En wellicht om dat iets te duiden, dan nu gaat het een beetje voelen als naheffing maar we zouden zo graag de inwoners een meevaller kunnen willen presenteren. Volgens mij was dat de uitgangspositie die wij als Raad hebben genomen. En waarom is daar dan toch van afgeweken? De voorzitter: De heer Marissen. De heer Marissen: Het voorstel is om dat niet te doen zoals mijnheer Klok dat zojuist scheldt, schetst. Sorry, neem me niet kwalijk.

Waarom niet? Zal ik even proberen te verduidelijken met een cijfermatig voorbeeld. Stel, de afvalstoffenheffing bedraagt op dit moment 270 euro. En er wordt voor gekozen om het vaste deel van de afvalstoffenheffing te zetten op 150 euro en 10 euro per aanbieding van een restafval container in rekening te brengen. Je hebt 12 keer de mogelijkheid om die restafval container op jaarbasis aan te bieden, dus zou je maximaal weer op die 270 euro uitkomen. Dat is echter niet wat een reële verwachting is, want op het moment dat nu de restafval containers worden aangeboden zitten ze vaak niet helemaal vol. Dus de gemiddelde kosten die je in de nieuwe situatie gaat krijgen, gaan er anders uitzien. Je gaat minder aanbiedingen van restafval doen. En dus gaat het tarief daarvoor naar beneden toe. Wat je eigenlijk dus gaat doen, zou je aan de voorkant wel het volledige aantal ledigingen in rekening gaan brengen, dan ga je de inwoner laten voorfinancieren de kosten van de gemeente die nooit gaat ontstaan. Dus je hebt het geld op

rekening van de gemeente staan, een jaar lang, en daarna ga je teruggeven. En wat er voorgesteld wordt in het plan is juist andersom: je geeft de volledig realiseerbare besparing aan de voorkant al terug aan de inwoner. Dus je brengt aan de voorkant geen enkele lediging in rekening, ze hebben direct het volledige voordeel. En vanaf het tweede jaar worden de ledigingen in rekening gebracht. En dat is niet een naheffing, maar dan kom je weer op een afvalstoffenheffing-niveau zoals het oorspronkelijk was. Maar je geeft de volledige besparing aan de voorkant dus al terug. En niet een gedeelte van de besparing, ook niet een gedeelte van de besparing achteraf, nee, de volledige besparing aan de voorkant. En dat isDe voorzitter: Kleine vervolgvraag nog van de heer Klok voor verduidelijking, of is het nog weer een andere vraag? De heer Klok: Voor verduidelijking. Dank u wel. Dus eigenlijk is er vanuit die optiek, vanuit de gemeentefinanciën is ervoor gekozen om het op deze manier te doen? De heer Marissen: Ja, maar dat dat is eigenlijk een politieke afweging. Maar wat voor ons een beetje onrechtvaardig lijkt is dat je de inwoner de kosten van de gemeente laat voorfinancieren die wellicht nooit gaan ontstaan. De voorzitter: De heer Sieders heeft ook een vraag op dit onderwerp geeft hij heel nadrukkelijk aan. Dus die mag hij stellen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter.

Even mijn vraag dan, om hierop aan te haken: de egalisatievoorziening, hoe moet ik die dan zien? De heer Marissen: De egalisatievoorziening wordt gebruikt om de investeringen die nodig zijn om dit maatregelenpakket nodig te maken, om die investeringen te kunnen doen. De heer Sieders: Maar u geeft net wel in de presentatie aan dat eigenlijk 6 ton voldoende is, en we zetten hem naar 1,8. Dat is toch eigenlijk dan hetzelfde als wat u nu aangeeft met achteraf veel vragen of vooraf veel te veel vragen? De heer Marissen: Wat er gedaan wordt; de begroting voor de afvalinzameling die wordt jaarlijks opgesteld door Area op basis van bepaalde uitgangspunten, bepaalde verwachtingen. En die begroting is ook leidend voor wat wij als gemeente als afvalbegroting vaststellen. Daar kunnen bepaalde meevallers, bepaalde tegenvallers in zitten. Dat weten we niet van tevoren. Daarvoor eventuele meevallers worden gestort in de egalisatievoorziening, eventuele tegenvallers worden onttrokken aan de egalisatievoorziening om te voorkomen dat de afvalstoffenheffing het gedrag gaat vertonen van de marktprijs oud-papier en karton. Om maar eens wat te noemen. En daarom wordt die egalisatievoorziening gehanteerd.

Dat er op dit moment een zodanig hoog bedrag in die egalisatievoorziening zit werkt op dit moment eigenlijk in ons voordeel, want dan kunnen wij dat geld gebruiken om dit maatregelenpakket te financieren zonder dat dat een impact heeft op de hoogte van de afvalstoffenheffing. We gebruiken de voorziening eigenlijk precies waarvoor die bedoeld is. De voorzitter: Voldoende beantwoording op dit moment. Dan gaan we verder met de heer Prakken, D66. De heer Prakken: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk ook wel meer dan drie vragen, maar ik zal mij beperken.

De voorzitter: We zijn streng. De heer Prakken: Dat weet ik. Het aantal uitzonderingen wat gegeven wordt op bladzijde 74. Minima, ouderen. Nou, een stuk of zes zeven geloof ik. Ik zit mij af te vragen, wordt het daar niet te complex van om dat laten te verrekenen en vast te leggen en uit te voeren? En interne kosten zijn niet meegenomen in wat we hier hebben. De voorzitter: Wilt u de vraag afronden? Volgens mij is die al aardig gesteld, of het moeilijk wordt omdatDe heer Marissen: Het maatwerk wat wij voorstellen is wel gekoppeld aan een aantal specifieke voorwaarden. En dat zijn tot op zekere hoogte maatwerkoplossingen, bijvoorbeeld voor sociale minima die op dit moment ook al van toepassing zijn door middel van geheel of gedeeltelijk kwijtschelding. Dus wordt het niet moeilijk of te complex om dat uit te gaan voeren- Staat hij niet aan? O, sorry. Nee, oké prima. Dus dat is op dit moment ook al maatwerk wat tot op zekere hoogte toegepast wordt en dat is uitvoerbaar. De voorzitter: De heer Prakken, even interruptie vanuit de kant van Gemeentebelangen om een aanvullende vraag op dit onderwerp te stellen. Mevrouw Koekoek: Wij hadden ook een vraag over die uitzonderingen en wij vragen ons af: waarom zouden we met zijn allen moeten betalen voor grotere gezinnen? In negen van de tien gevallen kiezen mensen daar zelf voor.

Waarom zouden we daar moeten compenseren? Datzelfde geldt misschien ook voor ouderen. Waarom is daarvoor gekozen? De heer Marissen: Ik denk dat dit haast een politiek antwoord vraagt, dus ik zal hem overgeven aan de heer Westendorp. De heer Westendorp. Dat is een politieke vraag aan mijn idee. We bestendigen een lijn die in Hoogeveen al eerder is ingezet tussenDe voorzitter: De heer Prakken voor de tweede vraag. De heer Prakken: De tweede vraag die gaat specifiek over PMD en plastic, onderdeel van PMD. Ik lees dat PMD heeft een opbrengst van 261 euro per ton. Terwijl we in de nieuwsberichten lezen dat plastic niet economisch te verwerken is omdat nieuw plastic goedkoper is. Dus die getallen snap ik dan niet helemaal. Dat kan ik niet met elkaar in verband brengen. Kunt u dat voor mijDe voorzitter: Kunt u dat uitleggen, de heer Marissen? De heer Marissen: De verpakkingsindustrie heeft op basis van de UPV verpakkingen, dus de uitgebreide producenten verantwoordelijkheid voor verpakking, hebben ze een verantwoordelijkheid voor het materiaal wat ze op de markt brengen. Om dat ook weer in te nemen en om daar een vergoeding aan de inzamelende instantie voor uit te keren. Een kostendekkende vergoeding zou dat moeten zijn. Nou is hij dat in de praktijk niet helemaal.

Dat moet gebiedt de eerlijkheid om te zeggen, maar die 261 euro heeft dus niks te maken met de inkoopprijs van virgin materiaal voor kunststof, maar heeft alles te maken met de dekking van de inzamel kosten die de gemeente heeft voor PMD materiaal. Wat overigens geen plastic is, maar met name plastic verpakkingen zijn.

De voorzitter: De heer Prakken voor de derde vraag. Of heeft u een aanvullende vraag, mijnheer van Dijk? Aanvullende vraag op dit onderwerp door de heer van Dijk. De heer van Dijk: Dank, voorzitter. Dat scheelt mij weer een vraag. Die 261 euro, wat is de prognose hoe dat die prijs zich gaat ontwikkelen in de toekomst? De heer Marissen: Ik zou willen dat ik het wist, want dan zou u ik direct antwoord geven. Op dit moment, er is sprake van een ketenovereenkomst tussen het verpakkende bedrijfsleven leven en de Vereniging van Nederlandse gemeenten waarin dat geregeld is. En die ketenovereenkomst, over de condities daarvan wordt op dit moment opnieuw onderhandeld. Dus ik durf het werkelijk niet te zeggen. Dat is echt koffiedik kijken op dit moment. De voorzitter: De heer Prakken voor de derde vraag. De heer Prakken: De derde vraag gaat over vergelijking met de gemeentes. Er zitten allerlei statistieken in wat dat betreft. Twee specifieke, beetje gericht: Borger-Odoorn die zitten heel laag met restafval. Wat kunnen wij van Borger-Odoorn leren? Dat is één vraag. En nou dan toch B: wat kunnen we leren van de Wolden, want daarmee zitten we in een samenwerkingsorganisatie? De voorzitter: De heer Marissen.

De heer Marissen: De leereffecten die wij bijvoorbeeld van gemeente de Wolden hebben, want ook daarvoor zijn wij actief dus wat dat betreft zitten we zitten we redelijk dicht bij het vuur. Die hebben wij al meegenomen in dit afval-inzamelbeleidsplan. Eén van de zaken die bijvoorbeeld regelmatig wordt gezegd op het moment dat je een variabele heffing op restafval gaat invoeren: dan zal het zwerfaval wel enorm toenemen, dan zal het aantal dumpingen en bijzet wel enorm toenemen. Niets is minder waar. Wij constateren dat in gemeenten de Wolden ook de vervuiling van grondstoffen die zal dan wel enorm toenemen. Nee. Mits je daar de juiste maatregelen voor neemt, neemt dat helemaal niet toe. Sterker nog, je bent maakt mensen beter bewust van de mogelijkheden van afvalscheiding, waardoor de kwaliteit van grondstoffen juist kan toenemen. Hoe komt het dat gemeente Borger-Odoorn zo laag zit met de afvalstoffenheffing? Daar kan ik geen eenduidig antwoord op geven, want de afvalstoffenheffing bestaat uit meer dan alleen de inzamelkosten. En de verwerkingskosten van het afval wat wordt ingezameld. Dus daar zit ook kwijtschelding in, daar zit btw in, daar kan een deel stratenreiniging inzitten, enzovoort. Dus daar kan ik niet eenduidig een antwoord op geven. De voorzitter: Ik zie een aanvullende vraag van de heer Prakken aankomen.

De heer Prakken: Eigenlijk corrigerende vraag, want ik bedoel niet de kosten de afvalstoffenheffing, maar de kilo's restafval. Die zijn heel laag in Borger-Odoorn. De heer Marissen: Gemeente Borger-Odoorn zamelt niet in op basis van voorop volume-frequentie, maar zamelt in op basis van gewicht, dus de kilogrammen worden daar in rekening gebracht. En niet het aantal aanbiedingen. De voorzitter: Gaan we verder met de heer Pomper van de SP.

De heer Pomper: Dank, voorzitter. De SP is heel blij met de Afvalcoach. Dat had de wethouder ook al even beaamd. De voorzitter: Wat is uw vraag daarover? De heer Pomper: Er is al- U heeft al wat verteld over de Afvalcoach in context ook met de handhaving. Dat lees ik overigens niet in het in het stuk. Kunt u daar misschien wat meer over vertellen? De heer Marissen: In relatie tot handhaving dan- Ik heb dat misschien zo gezegd, dan heb ik mij iets te zwaar uitgedrukt. Wat ik daarmee bedoel is op- En daar wordt op dit moment de Afvalcoach ook al voor ingezet. Het doet zich wel eens voor dat mensen een aanvraag doen voor een extra restafval-container. En dan is het eerste wat er gebeurt, is dat de Afvalcoach naar de aanvragen toegestuurd wordt. Waarom? Om te kijken of het daadwerkelijk nodig is. En dat kan, laat ik daar volstrekt helder in zijn. Of dat er wellicht betere afvalscheiding kan plaatsvinden. En vaak blijkt het laatste het geval. En in die zin bedoel ik dus handhaving, dus het motiveren, het stimuleren, het uitleggen van een correcte afvalscheiding, zodat het juiste afval in de juiste container terechtkomt. De voorzitter: Heeft u nog een vraag? De heer Pomper: Dan is mijn aanvullende vraag: dat heeft dus niets met de handhaving te maken wanneer mensen, om zo het maar eens te zeggen, een zooitje van maken met afval. Oké, dat parkeer ik na het debat.

Ik heb laatst ook op televisie een heel programma gezien dat ging over de fastfood verpakkingen zoals patatverpakkingen, pizzadozen. Dat is allemaal van papier tegenwoordig. Maar er werd expliciet bij gezegd: dat mag niet bij oud papier, omdat het vervuild is. Overigens ook patatbakjes en drinkbekers die lijken van papier, zijn allemaal plastic. Hoe gaan we daar onze inwoners over communiceren? De heer Marissen: Wij gaan proberen, en dat is wat ik aangaf hoe complex het is met afvalinzameling, wij gaan proberen daar zo eenduidig en duidelijk mogelijk over te communiceren. En laagdrempelig, zodat het voor iedereen begrijpelijk is, ligt daar een forse uitdaging omdat dat verhaal eenduidig over de bühne te brengen. Zeker weten. De voorzitter: Mevrouw Blenkers, VVD heeft daar- Sorry, excuus, Partij van de Arbeid heeft daarover een aanvullende vraag. Echt, dit was echt een slip of the tongue hoor. Dit was niet grappig bedoeld of zo. Sorry. Mevrouw Blenkers: Dus. Ik wou daar even op inhaken. Vrijwilligers die oud papier ophalen die doen al heel veel voorwerk erin. Die doen sorteren, die doen efficiënt vullen, die halen de pizzadozen eruit. Glas, piepschuim, hout, al dat soort dingen worden al van tevoren gedaan.

Daar bent u zich wel van bewust dat dat dus ook al op grote schaal gebeurt en dat op het moment dat vrijwilligers het niet meer gaan halen dat u daar weer vanaf bent? De heer Marissen: Wat vrijwilligers in ieder geval namens de gemeente doen bij de inzameling van oud papier en karton is het beladen van de voertuigen die het oud papier en karton inzamelen. Wat daarvoor gebeurt, dat juichen we toe. Sterker nog, we hopen dat alle inwoners dat doen en geen glas en plastic en dergelijke bij het oud papier doen. Maar dat is niet iets waarvoor ze de vergoeding van de gemeente ontvangen. Ze ontvangen de vergoeding van de gemeente voor het beladen van het inzamelvoertuig.

Mevrouw Blenkers: Dat begrijp ik, maar het scheelt natuurlijk wel een hoop werk als die vrijwilligers al aan het schiften zijn. De heer Marissen: Nogmaals, als datDe voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Voorzitter, de eerste vraag was eigenlijk, die had twee kanten: vindt u dat vrijwilligers goed werk doen? Ja. Waar het voorstel om gaat is dat we een voorstel doen rondom een vaste vergoeding voor alle vrijwilligersorganisaties. Dat staat wat mij betreft los van alle inspanningen die de vrijwilligers doen. Nogmaals, het college waardeert het vrijwilligerswerk. Dus u gaat uiteindelijk een oordeel vellen over de vaste vergoeding. Maar ik wil hier heel duidelijk gezegd hebben dat het college, en dat is ook het uitgangspunt geweest van uw Raad en dat hebben wij ook nadrukkelijk overgenomen, en dat de vrijwilligersorganisaties actief blijven om het in te zamelen. Dus het laatste wat dit college wil, want u deed even in uw laatste zin: stel dat, het laatste wat het college wil is dat vrijwilligersorganisatie afhaken. Dat wil ik heel nadrukkelijk gezegd hebben, maar goed, u velt uiteindelijk hier een oordeel over. Dus ik denk dat het inzamelen en waarderen van vrijwilligers los moet staan van het voorstel. De voorzitter: De heer Pomper had verder geen vragen meer. Verder met mevrouw Blenkers van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Blenkers: Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14914785/2