CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 28 oktober 2021

Raadsavond 28 oktober 2021, gemeente Hoogeveen34.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Nou ja, dat is volgens mij voor iedereen volstrekt helder, dus wij hoeven daar wat mij betreft niet veel verder over te debatteren. De voorzitter: De heer Oosterlaak, SP. De heer Oosterlaak: Ja, wij kunnen ons natuurlijk aansluiten bij de woorden van de PvdA. Ook wij vinden de bezuinigingen zeker zoals dat nu gaat op de dorps- en buurthuizen geen goede zaak en we zijn ook blij dat er van verschillende kanten nog eens binnen deze gemeenteraad naar gekeken zou willen worden. Ik heb van de wethouders begrepen dat, of tenminste gehoord, dat dat gezegd is, want ik was er even niet, dat er geen sprake is van gebrek aan visie, maar dat het eigenlijk feitelijk ook voortkomt uit de opdrachten van de gemeenteraad om het op deze manier aan te vliegen. Maar dat was geen verwijt van onze kant aan het college. Het is eerder een verwijt aan deze gemeenteraad die ook te simpel op een gegeven moment dit soort dingen in gang heeft gezet.

Vandaar dat wij een motie hierover toch in gedachten blijven houden en ik neem aan dat we die gewoon in gaan dienen, waarin wij vinden dat zoals het eigenlijk op elk beleidsterrein gebeurt, dat er eerst een fatsoenlijke visie moet liggen over: wat willen wij met die dorps- en buurthuizen? Wat is verstandig om op een bepaalde manier daar tegenaan te kijken? Wat vinden de mensen daarvan? Wat vinden de besturen daarvan? En dat je daarna pas gaat zeggen van: nou, dan kan er op deze manier opgetreden worden. Wij vinden dat we vooral moeten kijken naar de mogelijkheden die er zijn voor dorps- en buurthuizen ook om op meerdere vlakken aan de gang te gaan om te kijken wat mogelijk is, dus dat is de manier waarop wij er tegenaan kijken en we willen daar graag in mee gesprek met de rest van de raad. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, nu lijkt het alsof we het debat van twee weken geleden even over gaan doen. Volgens mij was de strekking van de voorgenomen motie van de PvdA een oproep om eerst een visie te gaan uitwerken en daarna pas na te denken over bezuinigingen. Oké, zo had ik hem opgevat. Nou, die visie is er en die bezuinigingen staan volgens mij over twee weken op de raadsagenda om daar een beslissing over te nemen, dus dan snap ik even niet zo goed wat er nu gepoogd wordt zeg maar.

De voorzitter: Misschien even een toelichting aan de kant van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ik kan de vraag van mevrouw Rutgers wel begrijpen. We zijn bezig met een amendement op dit moment om de bezuinigingen van tafel te krijgen zoals we eigenlijk de vorige keer ook aangekondigd hebben toen dit punt ter debat stond. De voorzitter: En daarmee gaat u dus verder dan alleen maar vragen om een visie? Mevrouw Schonewille: Daarmee gaan we verder dan alleen vragen om een visie en dat zullen we secuur, gedegen en zorgvuldig uitzoeken en bij de besluitvorming naar voren brengen. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dat is toch iets anders dan dat ik het eerst had gelezen vanmiddag, maar is er dan al een dekkingsvoorstel over nagedacht? Mevrouw Schonewille: Wij hebben al wel nagedacht over een dekking, maar nogmaals, dat willen we graag secuur en zorgvuldig nogmaals uitzoeken voor dat we daar verdere uitspraken over doen. De voorzitter: Dan nog even met een verzoek om dat ook even weer met het college te delen. Ja, heel goed. De heer Van Rijn.

De heer Van Rijn: Ja, ik had even nog een vraag aan de SP, want ik volg natuurlijk die zorg, die kent iedereen hier, maar zoals u dat zegt, moet er dan ook echt maatwerk per buurthuis geleverd gaan worden? Want er zijn toch ook wel buurthuizen die floreren gewoon helemaal niet goed, dus bij wijze van spreken daar kan je eigenlijk beter helemaal niet zoveel meer energie in stoppen. Er zijn er ook die floreren heel goed. Die hoef je eigenlijk helemaal niet financieel te ondersteunen. Die redden zichzelf. Wat wordt de maatstaf daar dan een als jullie zoiets in werking willen zetten? De voorzitter: Beantwoording. De heer Oosterlaak. De heer Oosterlaak: Nou, we hebben onlangs een brief gehad van het college over de situatie Ede. Daar worden diverse voorzieningen die daar in het dorp aanwezig zijn met elkaar in gesprek gebracht onder leiding van een onafhankelijke derde had ik begrepen en daar kan dan fatsoenlijk gekeken worden van: wat willen we precies? Hoe doen we dat? Wat is verstandig om te doen? Dat lijkt ons de manier om gewoon te kijken van: hoe pakken we dit aan? En dat is een visie hoe je daar mee om kunt gaan. Wat we nu doen, is iets omgekeerd en daar hebben we al enigszins over gesproken zoals mevrouw Marin zei. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. De heer Oosterlaak: Mevrouw Rutgers. Ja, dan gaan we weer even … Ja, namen ontschieten mij wel eens, dus sorry.

Ja, het is duidelijk. Nee, maar ja, dat is hoe wij er tegenaan kijken en het lijkt ons goed om beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. We zijn naar ons idee gewoon stom bezig. De voorzitter: De heer Van der Sleen, Gemeentebelangen.

De heer Van der Sleen: Ja, ik wou even inhaken op wat de PvdA zei over een amendement. We zijn wel erg benieuwd wat er dan geschoven wordt. Tevens de mededeling dat wij met de VVD samen voor 8 november een motie omtrent dorps- en buurthuizen gaan indienen. De voorzitter: In ieder geval geef ik even aan: hou elkaar in de gaten. Dus mocht het zo zijn dat er wat aangesloten kan worden of gebundeld kan worden, dan doe ik ook even de oproep om dat met elkaar in ieder geval te communiceren. De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Ja, voorzitter, ik luister naar deze discussie en ik hoor een aantal dingen waar ik toch even iets over wil zeggen. In de eerste plaats, meneer Oosterlaak heeft een opmerking dat we dus simpel tot deze keuzes zijn gekomen. Nou, u weet zelf hoe moeilijk het is om op het moment dat je als gemeente financiële keuzes moet maken om daar een goede keuzes te maken die burgers hoe dan ook gaan raken, want dat was de situatie van de zomer van 2020. En daar hebben wij inderdaad hele moeilijke afwegingen in moeten maken en een balans in gezocht. Vervolgens komt er een begroting op tafel, 2020, die is aangenomen, een democratische realiteit of je het ermee eens bent of niet als partij, maar het was wel een democratische realiteit. En daarmee is wel de afspraak gemaakt dat die bezuiniging op de dorpshuizen door zal gaan.

Dat is een opdracht die het college in ieder geval van de meerderheid van de raad heeft ontvangen. En om nu te gaan zeggen: ja, die bezuiniging moet weer van tafel. Dat geraakt volgens mij een klein beetje de grondbeginselen van betrouwbaar bestuur. Ik heb vandaag een aantal dingen gehoord over koersvast zijn, dat soort zaken en als we gaan kijken: waar hebben we het over? 1,17 miljoen gaat er nu jaarlijks naar onze wijk-, buurt- en dorpshuizen. Dat gaat dus na deze bezuiniging naar 1,12 miljoen en dan naar 0,82, dat is een dikke acht ton. Dus het is niet zo dat we geen geld meer geven aan wijk-, buurt- en dorpshuizen. Het zijn toch punten die ik even genoemd zou willen hebben. De voorzitter: Ik heb nog een aantal mensen die nog even niet aan het woord geweest zijn die ook even hun inbreng willen hebben, dus ik geef even het woord aan mevrouw Van Hien, dan meneer Kramer en dan mevrouw Jansen. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoorde de wethouder toen straks zeggen dat het hebben of het maken van een visie geen oplossing is voor de bezuinigingen. Mevrouw Schonewille gaf net aan dat het amendement er toch gaat komen, dat ze gaan kijken naar een dekking.

Moeten we het dan nu nog hebben over die motie over die visie? Is het de bedoeling dat we daar nog een debat over aangaan of is die van de baan? De voorzitter: Wat mij betreft hoor ik dat er meerdere partijen bezig zijn, dus ik hoop ook dat u even meeluistert naar wat anderen zeggen of het dan niet een voorstel of uiteindelijk misschien wel meerdere voorstellen moeten zijn als men niet een amendement maar een motie wil, dus dat wachten we nog even af wat mij betreft. Meneer Kramer. De heer Kramer: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik was ook even benieuwd, want ik hoorde net de ChristenUnie en voor mijn gevoel gaan we toch weer in een debat en volgens mij gaat het over een motie die hier ligt en hoeven we niet nog een keer een debat van twee weken geleden naar voren te halen. Ik was inderdaad nog wel even benieuwd naar waar de gelden vandaan komen van de PvdA, maar dat zien we vanzelf en daarnaast de motie met de Gemeentebelangen die wat concreter zal zijn als de motie die er nu ligt. De voorzitter: Oké. Mevrouw Jansen, CDA.

Mevrouw Jansen: Dank u wel voorzitter. Ja, het is inderdaad een herhaling van twee weken geleden heb ik ook het idee. Volgens mij was de wethouder net ook heel duidelijk. Het voorbeeld van meneer Oosterlaak dat is juist een voorbeeld van waaruit vanuit een soort van eigen kracht vanuit het buurthuis is gekomen dat initiatief dat onder meer met geld van de provincie mede mogelijk wordt gemaakt. En ik denk dat dat ook het idee is dat we hebben afgesproken, dat we nu eenmalig een kleine bijdrage korten. Dan hadden we het volgens mij over 1000/1500 euro per buurthuis en dat dan alle ruimte is om met de buurthuizen en met de omgeving, want het gaat hier namelijk om de functie en niet om het gebouw, met de omgeving te kijken in welke wijken in welk dorp een buurthuis het best tot zijn recht komt. Maar we zijn benieuwd waar de andere partijen mee gaan komen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan geef ik nog even het woord aan mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Dank u wel voorzitter. Ik zou nog even heel kort willen reageren op meneer Meesters van de ChristenUnie die net een heel betoog heeft over Schone Lei en dat we daar koersvast in moeten zijn.

Ja, ik wil eigenlijk toch nog wel benadrukken dat Schone Lei geen raadsakkoord was en daar was een kleine meerderheid voor democratisch gezien, maar dat betekent natuurlijk niet dat we geen ruimte hebben of geen ruimte kunnen nemen om zelf iets voor onze inwoners te creëren daar waar wij het belangrijk vinden, dus dat wil ik toch wel benoemen. De voorzitter: Ja, maar goed, dat zijn twee meningen die in feite over hetzelfde onderwerp gaan die u nu uitgewisseld heeft. Kijken of daar aan de kant van het college nog een reactie nodig is. Dat is niet het geval. Ja, ik zie toch … Ik zag de heer Reneman nee schudden en dan mevrouw Tabak zegt … Nee, alle vrijheid hoor, alle vrijheid. Nee? Oké. Dan rond ik dit punt ook af, het debat inderdaad van de vorige keer weer over de dorps- en buurthuizen. Overigens een voorstel dat ook nog weer rapport op de agenda op de elfde staat, niet in het kader van de begroting, maar ook nog weer rapport op de agenda staat. In de besluitvorming daar is in ieder geval aangekondigd dat er meerdere partijen zijn die of moties of een amendement overwegen en nogmaals, communiceer dat even met elkaar onderling, dus u kunt kijken van: wie wil wat ondersteunen? En doe dat vooral ook even weer, zeker als het om dekking gaat, weer even met het college in conclaaf. Dat is de afspraak die we hier kunnen maken. Ja? Dank u wel.

Dan ga ik naar het onderwerp, ja, Stip zit er op twee punten in. Een aan de kant van de VVD heeft daar over gesproken om die ondersteuning door te zetten en aan de andere kant is het ook, maar dan kijk ik even naar het CDA, die het vrijkomen van de gelden weer voor andere doeleinden heeft ingezet. Ik ga eerst even naar de inhoud. Ik ga eerst even naar de VVD en dan kom ik daarna weer bij het CDA volgens mij. Ik kijk even of de VVD … Ja, de heer Kramer, gaat uw gang. De heer Kramer: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, inderdaad, wij hebben de motie over de Stipgelden ingebracht. Stip was een stichting voor ondernemers door ondernemers. Helaas is dat gestopt, maar we vinden het wel belangrijk dat de gelden die daarvoor vrijvallen weer terugvloeien in de ondernemerswereld, dus vandaar dat we deze motie hebben opgesteld. De voorzitter: Ja, misschien is het daar nog even goed, want daar heeft de wethouder denk ik ook iets over gezegd als het ging om het al dan niet beschikbaar zijn of dat terugvalt of vrijvalt, misschien is het goed om dat meteen maar even te doen. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter, kijk, de Stipgelden zijn nog niet vrijgevallen in deze begroting. Stip is ermee opgehouden en dat doen ze eerder dan dat wij voorzien hebben in deze begroting, maar dat staat niet in deze begroting. In deze begroting staan nog steeds die gelden.

Dan is de vraag: wanneer vallen gelden vrij? Die vallen vrij bij het eerstvolgende P&C moment. En dat is voor deze begroting in het voorjaar bij de eerste

GemRap en dan vallen die middelen vrij. Om u een idee te geven wat er gebeurt als u meteen geld dat zomaar vrijvalt meteen ook weer gaat besteden, ik heb nog wel een paar tegenvallers die ik met het Stipgeld zou willen opvangen. Om er maar eentje te noemen, het zwembad heeft op dit moment, dat staat ook niet in de begroting, €65.000 te kort en ik kan nog een paar van dat soort tegenvallers opnoemen. Ik kan ook nog een aantal voordelen opnoemen. Die zijn allemaal niet in de pers gekomen, maar wat is nou de portee van wat ik te zeggen heb? Het goede budgettaire recht van de raad komt tot uitdrukking op het moment dat je dat allemaal in een integraalafweging doet en dat is allemaal op een moment. En dus die Stipgelden vallen vrij … Sorry voorzitter, ik zie iemand met een pen op een plek waar die niet hoort. De voorzitter: Dan zijn wij in de gelukkige omstandigheid dat wij goed kunnen zien, maar thuis hebben ze nu allerlei beelden die niet correct zijn. De heer Reneman: Dat was ook de enige reden dat ik het zei, voorzitter, echt de enige reden dat ik dat zei. De voorzitter: Het was nog redelijk netjes dames en heren die het niet gezien hebben. De heer Reneman: Ja, ja, ja. Goed.

En daarom is het ook niet goed om moties en amendementen nu te doen als u iets wil doen met de vrijgevallen Stipgelden, wacht dan even tot wat er in de GemRap in het voorjaar aan plussen en minnen voorligt en dan kan u ook kijken of dan meegenomen wordt de wensen die u nu heeft. Kan u daar niet op wachten? Dan kan u een motie indienen en dan wordt die misschien opgenomen door de raad, maar dan die motie luidt zoiets als: ik wil heel graag een ondernemersloket, wil u dat meenemen in de integraalafweging bij de voorjaarsnota? En als u die aangenomen heeft, dan nemen wij die mee en dan komt die op het lijstje en als u dan heel ontevreden bent over hoe het college tegen die tijd het voorstel doet, kunt u het dan amenderen. En zo bent u volledig in positie en bent u de baas over. De voorzitter: De heer Kramer. Dat vraagt natuurlijk om een reactie. Dat begrijp ik. De heer Kramer: Ja, nou, wij willen inderdaad meenemen in de integraalafweging. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar het CDA. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, kan ik nu op de heer Kramer reageren of op de wethouder? De voorzitter: Nou, u mag zelf een keuze maken. De heer Kreuze: Ja, want ik wil graag op beiden reageren. Zullen we dan even de wethouder doen? Want dat gaat over dat Stipgeld dat helaas, zeg ik maar, overblijft. Dat is een andere discussie overigens weer.

En voorzitter, het was een potlood en geen pen dat ik in mijn ogen had, dus dat viel verder heel erg mee. Soms moet je een potlood hebben om je ogen open te houden hier. Dat zal het wezen denk ik. Nee, alle gekkigheid op een stokje, even serieus inderdaad. Voorzitter, wij hebben inderdaad twee amendementen gemaakt en het ging ons om de amendementen en natuurlijk zoek je daar dekking voor en hé, oeps, er wordt een begroting gemaakt voor de uitgaven van 2022 en daar zit een post in die niet meer nodig is. Vandaar dat het CDA dacht: hé, ja, dat is een meevaller. Dat is ook niet pijnlijk zeg maar en geen schoffering van Schone Leien. Wat ons betreft en wat dat betreft zouden wij zeggen van: ja, dat kan best in een begroting geamendeerd worden, want wij beslissen nu wat wij volgend jaar gaan uitgeven en dan hoef ik niet per se te wachten tot de kale nota als dat de uitkomst van het debat is of wij zouden daar zeg maar over veertien dagen toekomen, dan vind ik dat ook prima. De twee opties die wij noemen om het aan te besteden, zijn in die zin denk ik ook niet zo dat ze

volgende week dat helemaal nodig hebben. Dat kan best een kwartaaltje wachten denk ik, maar principieel besluit ik nu over een uitgaven die ik volgend jaar ga doen, dus ja, dat is de begroting 22. Dus als ik dan op het volgende P&C moment moet wachten, ja ik weeg nu integraal de begroting 2022 af en ik heb een meevaller daarin ontdekt. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Nou, dan verzoek ik u ook om meteen de tegenvaller van het zwembad mee te nemen in uw beraadslagingen. De heer Kreuze: Maar die heb ik in de begroting niet gevonden. Die hoor ik nu vanavond voor het eerst, dus ja. De heer Reneman: Nee, maar u heeft ook het voordeel van de Stip niet gevonden in de begroting. Die leest u uit de krant en u concludeert dat die in de begroting zit. De heer Kreuze: Die zit gewoon in het technische vragenblok en die is keurig beantwoord. De heer Reneman: Ja, dat snap ik, maar hij zit niet in deze begroting die ter besluitvorming voorligt, omdat dat niet geconsolideerd is. Voorzitter, als de heer Kreuze een lijstje van de voor- en de nadelen hebben die het college nu bekend is in de begroting en aan de hand daarvan de nadelen wil gaan dekken, dan zijn wij daartoe gaarne bereid. De voorzitter: Nou, de heer Kreuze gaat dit in overweging nemen en neemt ook zijn eigen opmerking mee van: er zit niet meteen druk op dat het over twee weken zou moeten.

Het kan ook nog wel een kwartaal wachten zoals hij zei, dus ik ga ervan uit dat hij dat in zijn beraadslagingen en ook in zijn fractie meeneemt en de heer Kramer had daarop al gereageerd. Dan kom ik, want dan heb ik Stip en moeten we ook nog even kijken, dan kijk ik maar even naar de heer Kreuze nu, want dit verhaal was weer gekoppeld aan twee inhoudelijke amendementen On Stage en Sport Hollandscheveld of dat voldoende is of dat u daar nog … Dat is voldoende? De heer Kreuze: Ja, voorzitter het zijn klip en klare moties, zeg maar B1 zou ik zeggen haast. Duidelijker kan het niet, maar ik wou nog wel reageren op de inhoudelijke motie van de VVD. Kan dat ook nog of hoeft dat niet meer nu dat het uitgesteld woord? Dat komt nog later begrijp ik. De voorzitter: Ja, dat komt later. De heer Kreuze: Oké. Nou, prima, dan wachten we daarop. De voorzitter: Ja? Dan kom ik bij de motie burgerparticipatie van de kant van mevrouw Van Hien. Daar is antwoord op gegeven. Ik kijk even of dat op dit moment voldoende is of dat dat … Mevrouw Van Hien: Ja, dat is op dit moment voldoende. Daar hoeven we het verder niet over te hebben. De voorzitter: Nee? Anderen daarop ook niet? Dan heb ik een kopje afval.

Ik denk altijd: je moet oppassen dat je ja-ja en geen ja-ja-sticker zegt, want als je een ja-ja-sticker zou zeggen, dan heb je precies het tegenovergestelde van wat hier bedoeld wordt denk ik, dus het is echt Nederlands ja-ja-sticker. En Diftar, ja, Diftar dat is ook de eerste opmerking die gemaakt is in het kader van afval, dus ik kijk naar mevrouw Van Hien.

Mevrouw Van Hien: Nou, Diftar daar hebben we geen motie of zo over ingediend. De wethouder had daar een opmerking bij. Die snap ik. Wat de ja-ja-sticker betreft, die motie, de reactie van de wethouders zullen we daarin verder meenemen. Hij gaf dat verzoek om eigenlijk verder die motie om te bouwen. Ik ga daarmee in overleg met de mede-indieners en dan komen we daar volgende keer waarschijnlijk wel op terug. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even of er nog anderen zijn. Dat is op dit moment niet het geval. Dan kom ik bij de punten die het CDA nog inbracht in het kader van mogelijke gedachten. Ik dacht dat … Ik bedoel de moties eventueel nog daarover in gedachten te kunnen hebben. Ik zeg het even heel voorzichtig. Oh, debatpunten, dat waren debatpunten die extra punten van het CDA, die drie die nog even genoemd werden. Oké, nee dan wacht ik daar … De heer Kreuze: Ik vroeg er al om. De voorzitter: Nee, dan wacht ik even. Dan rond ik even de motie- en de amendementenmarkt tussen haakjes ga ik dan even afronden tenzij er nog meldingen zijn als ik iets ben vergeten of een aanvulling. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, u bent er twee vergeten. De voorzitter: Zo, dat is veel. Mevrouw Rutgers: Ja, twee van ons waar ik nou juist wel net overleg over het gehad met de wethouders, dus ik heb ook alweer iets meer info dan bij de speech. De voorzitter: Oh ja, de schoolpleinen, ja.

Mevrouw Rutgers: De schoolpleinen, ja. We zouden graag een motie willen voorbereiden om een regeling te treffen dat indien er nieuwbouw komt voor scholen, want dat is het enige moment eigenlijk dat de gemeente verantwoordelijk is ook voor het plein en niet alleen voor het gebouw, dat je dan voorwaarden hebt waaraan gemeente samen met scholen moet inregelen dat die pleinen groener worden, uitdagender worden, uitnodigen tot verkennen, tot vies worden, tot cultuur, tot buiten les, noem maar op. Dat ligt in het verlengde van wat nu bij de provincie speelt, alleen gaat dat over bestaande scholen met bestaande schoolpleinen, dus ik zou mij willen richten op nieuwbouw van scholen en daarbij behorende pleinen en dan kun je je afvragen: moet dat nu? Dat vroeg ik ook aan de wethouder. Dat kan inderdaad ook op een ander moment, dus ik wil wel even bestemming polsen, maar het zou heel goed kunnen dat we dan niet bij de begroting daar een motie over in doen, maar bijvoorbeeld bij het huisvestingsgebeuren dat nog op tafel komt rondom de scholen. De voorzitter: Ik zag de heer Van Rijn al dat hij daarover of wil reageren of een vraag wou stellen. De heer Van Rijn: Ja, een goed initiatief, dus dat is heel goed, maar mijn vraag is: is er niet een wettelijke plicht denk dat schoolpleinen ergens aan moeten voldoen? De voorzitter: Dat is een vraag die ook even meegenomen kan worden.

Daar kan de wethouder misschien zo iets over zeggen. Ik kijk of er andere aanvullingen zijn. Mevrouw Hooijer, Gemeentebelangen. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, ik vraag me juist af of je op nieuwe scholen moet inzetten, want ik denk dat het daar juist wel geregeld gaat worden, maar juist de oude scholen dat je die misschien onder de aandacht moet brengen dat daar het groen naartoe moet.

De voorzitter: Mevrouw Blenkers, VVD. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Ja, en ik zou ook wel aandacht willen hebben voor het kopje veiligheid, want ik weet dat er ook een aantal pleinen zijn waar de tegels op dit moment gewoon recht overeind staan en ik vraag me dan ook even af waar die verantwoordelijkheid ligt en of dat meegenomen wordt. De voorzitter: De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Ik hoor het voorstel van D66 met enthousiasme aan, want groene schoolpleinen hebben ook ons hart wat dat betreft, dus u vindt daarin een medestander, mevrouw Rutgers, en wij denken graag met u mee en ook als het gaat om bestaande scholen wat ons betreft, provinciaal daarnaar gekeken, wat ons betreft inzetten om ook subsidies daarvoor binnen te halen om dat te realiseren. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ik zou dan toch wel willen oproepen om zeg maar niet te hoge verwachtingen hebben, want als er nog nieuwe scholen gaan … We hebben van de week gehoord dat het nog jaren gaat duren voordat er nieuwe scholen gebouwd gaan worden. We hebben tijd zat dat beleid te maken. Ik ben voor groene schoolplein hoor, dat is even duidelijk. En ik ben … Ik weet niet of ik moet reageren.

In ieder geval begrijp ik dat provincie Drenthe €675.000 klaar heeft liggen voor de eerste 25 scholen in Drenthe, dus dan moeten we misschien gewoon daarmee opschieten in plaats van zeg maar aan eigen beleid sleutelen en ik ben ook wel benieuwd naar vanuit de wethouder hoe dat zit dan met openbaar en speciaal onderwijs. Hoe gaat de gelijke behandeling daarin werken? De voorzitter: Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ik wilde me eigenlijk aansluiten bij de woorden van de heer Meesters van de ChristenUnie ook. Wij vinden dit een zeer sympathiek idee en denken graag mee. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, top. Nou, kijk, de gemeente gaat niet echt over de aanleg van pleinen als het gaat om bestaande scholen. Dan is het onderhoud en dat is voor verantwoordelijkheid en rekening van de school, dus daar kunnen wij niet zoveel mee. En de provincie, het bod geldt dat daar vrijkomt op initiatief van SportDrenthe, Kunst en Cultuur Drenthe en IVN gaat ook naar bestaande schoolpleinen, dus je moet denk ik echt onderscheid maken tussen bestaand en nieuw, want bij nieuw hebben wij invloed en dan heeft de heer Kreuze helemaal gelijk. Daarom zei ik ook al: het is dus wel de vraag van: wil je dat nu bij de begroting al op tafel leggen of kan dat ook best later? Nou, het kan dus ook best later, want voorlopig staat er nog geen nieuw gebouw.

De voorzitter: Misschien even nog tussendoor even dat de wethouder even … De heer Kreuze: Mag ik, voorzitter, toch even voorkrabben, want ik wil graag aan de wethouder een suggestie meegeven. De voorzitter: Dan kan hij dat meteen meenemen, ja. De heer Kreuze.

De heer Kreuze: Namelijk mijn geliefde kinderen zaten op de Weidebloem, dat is een bestaande school. Daar is het schoolplein helemaal opgeknapt en volgens mij ging dat uit RO gelden van wegenonderhoud. Het is een openbare ruimte geworden waar iedereen kon spelen. Als dat zou kunnen lukken, dan zouden wij dus ook stappen kunnen maken, dus ik ben benieuwd of dat een oplossing zou kunnen menen. De voorzitter: Dat kan de wethouder nu meenemen. De heer Ten Kate. De heer Ten Kate: Op dat laatste punt fluistert de wethouder openbare ruimte mij iets in, maar dat kan hij dan beter zelf even zeggen. Ja, een prima debat en dat moet u ook vooral met elkaar voeren. Er was nog een vraag van: hoe zit het met de eisen? Ja, speeltoestellen moeten aan eisen voldoen, maar zover mij nu even een twee drie bekend, weet ik niet direct of er eisen zijn waar schoolpleinen aan moeten voldoen. Ja, wel als het gaat om het aantal vierkante meters, maar volgens mij niet als het gaat om groen en dat soort inrichtingen en daar doelt volgens mij mevrouw Rutgers op en daar moet u vooral zelf een debat over voeren. En de verantwoordelijkheden heb ik net al in de eerste termijn al iets over gezegd. Wij hebben de verantwoordelijkheid bij de bouw van een nieuwe school, dus dat is ook de reden waarom mevrouw Rutgers daarop focust.

En ja, het duurt nog even voordat wij de eerste volledig nieuwe school gaan bouwen, dus daar hebben wij inderdaad nog even de tijd voor, maar dat is ook aan u, het moment waarop u daar uitspraken over wil doen. Het onderhoud van de meeste schoolpleinen is voor rekening van het schoolbestuur en de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, dus als de stoeptegels scheefliggen, dan moet u in de meeste gevallen bij het schoolbestuur zijn en er zijn een aantal schoolpleinen die hebben we tot openbare schoolplein/openbare ruimte verklaard. Daar gaat dan de heer Zwiers over. En sinds 1918, maar nu doe ik het een klein beetje al te snel door de bocht, maar zijn openbaar en bijzonder onderwijs gelijkgeschakeld. Daar weet u alles van en dat geldt ook hiervoor, dus er is geen onderscheid als het gaat over openbaar en speciaal, nee, ik moet niet zeggen speciaal, bijzonder onderwijs. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Zwiers of hij de openbare ruimte nu wil oppakken. De heer Zwiers: Nou, ik wil in ieder geval even een aantal opmerkingen maken. Op het moment dat we schoolpleinen tot openbare ruimte zouden verklaren, betekent dat een toch wel flinke intensieve uitbreiding van het areaal dat we hebben. Daar hebben wij gewoon simpelweg geen geld voor.

Op het moment dat we daar geld voor zoeken, dan zouden de onderwijsinstellingen ons daar volledig tot op in de laatste euro moeten compenseren, lijkt mij. Ik denk dat dat niet gaat gebeuren. Ik denk ook dat we dan de risico’s op ons afhalen, want daar staan speeltoestellen. De vraag is ook of we dat op die manier moeten willen en daarnaast krijgen we het werk met de bezetting die we nu hebben al amper rond terwijl we weten dat op schoolpleinen flink gebruik gemaakt wordt van vrijwilligersinzet. Dus het is wel een beetje: bezint eer gij begint. De voorzitter: Ik kijk nog even naar mevrouw Rutgers. Nog een afronding? Mevrouw Rutgers: Nee, maar kan nog wel een andere motie. De voorzitter: Nee, dat klopt. De cultuurgelden. Nee, we hebben ze nu helemaal opgeduikeld. Dan ronden we deze af en dan gaan we naar de cultuurgelden corona. Mevrouw Rutgers: Yes. Ook daar heb ik nog even met de wethouder over gespard. Het idee is om de coronagelden die ervoor cultuur zijn gekomen, dat was een bedrag van ongeveer 3,5 ton, niet geoormerkt, maar wel bedoeld voor de culturele sector, dus die gaan nu zoals afgesproken het restant naar de algemene middelen, maar we weten allemaal dat er net de cultuurvisie is vastgesteld. Die cultuurvisie krijgt nog een

vervolg en een uitvoeringsplan. Nou, een van de dingen die volgens mij niet het geheim zijn, wat ook veelvuldig besproken is, is dat er gesproken wordt over samenvoeging van culturele partners in een gebouw. Nou, stel je voor dat dat ook de realiteit gaat worden, dan heb je natuurlijk verbouwingskosten van de Tamboer bijvoorbeeld mocht het die kant opgaan. Dus je zou kunnen zeggen: willen we daar niet nu alvast een bestemmingsplan we voor creëren? Want je zegt: de gelden die niet geoormerkt waren voor cultuur maar wel bedoeld waren aan ons voor cultuur ten tijde van corona, het bedrag dat over is gebleven, willen we die niet reserveren voor het geval dat er verbouwingsgeld nodig is voor het samengaan van culturele instellingen? Dus daar zou ik graag een motie voor willen voorbereiden. De voorzitter: De heer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Dit verbaast mij wel een beetje, want volgens mij was D66 eerder op de avond al heel erg gingen ze prat op de afspraken die we hebben gemaakt in Schone Lei. En een van de afspraken die we in Schone Lei hebben gemaakt, is dat de incidentele meevallers, dat die naar de algemene reserves zouden terugvloeien, dus dat verbaast me dan wel dat een dergelijke motie dan ingepakt wordt zeker met zoveel geld. De voorzitter: Mevrouw Van den Oord, SP.

Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Alhoewel ik de lijn van de heer Bisschop goed kan volgen, vind ik het wat anders als dat er geld, ook al is dat het niet geoormerkt, maar toch wel met toewijzing aan culturele versterking en het kader corona, ik bedoel, ik ken niet de hele regeling op zich. Er is vast niet gezegd: hier, Hoogeveen, heb je 3,5 ton extra, doe er maar wat leuks mee. Maar voordat je gaat zeggen: het gaat naar de algemene reserve, zal je toch eerst moeten kijken van: zijn er naast die 50.000 die het nu benutten nog andere doelen die onder dat kader vallen die we daarmee wellicht kunnen afdekken voordat we het doorstorten naar de algemene reserve, want ik vind het niet correct om te zeggen: het is een meevaller. Nee, het is gegeven met een bepaald doel en als je dan zegt aan het einde van het jaar: weet ik veel, er blijft 50.000 over en dat gaat naar de algemene reserve, maar ik vind er is pas 50 van de 3,5 benut. Misschien kunnen we daar het eerste jaar bezuinigingen van het buurt- en wijkhuis wel van financieren, want dat is ook een cultureel en maatschappelijk belang. Dus ik zou zeggen: denk eerst eens even na voordat we geld gaan storten naar de algemene reserve als zijnde een meevaller. De voorzitter: De heer Bisschop, dat was even tegen u gericht, want ik zag uw vinger nog even. Ja, gaat uw gang.

De heer Bisschop: Ja, nou goed, ik zat ook even … Een aantal fracties gaven al vanavond al aan van: goh, Schone Lei dat is niet een raadsbesluit geweest. Dat is zeker wel een raadsbesluit geweest, want ik heb hem er nog even bij gezocht. Dat is tijdens de raadsvergadering van 27 augustus toen besloten in een drietal punten hoe we zouden omgaan met Schone Lei en ja, dit is ook een van de punten die … En natuurlijk, wij hebben ook een aantal dingen ten aanzien van de Stipgelden nu een motie liggen, maar wil wel oproepen dat zeker met dit soort bedragen, drie ton is wel iets anders dan 50.000 of 25.000 of 40.000 van het CDA. Dit is serieus geld waar we als gemeente, en de heer Reneman heeft daar net ook al een waarschuwing voor gegeven van: luister, anders moeten we het integraal bekijken met de tegenvallers en de meevallers. Hoe gaan we daar nou mee om? De voorzitter: Mevrouw Hooijer, Gemeentebelangen.

Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, ik dacht dat u mij niet zag. De voorzitter: Jazeker wel. Ik zie iedereen. Ik zie iedereen. Mevrouw Hooijer-Everts: Dank u wel. Nou, we hebben net de wethouder volgens mij ook horen zeggen dat er best wel moeite gedaan is om erachter te komen, maar als er dan geen meer behoefte is een twee drie, waarom moeten we dan gaan zoeken? En laten we dan alstublieft vasthouden aan die afspraak die al meerdere keren genoemd is die we van Schone Lei hebben dat het naar de algemene reserve gaat. De voorzitter: Mevrouw Van Hien, Lijst Van Hien. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Ik begrijp wat mevrouw Rutgers zeg en ik begrijp wat mevrouw Van den Oord zegt dat er natuurlijk verschillende mogelijkheden zijn om dat geld aan te kunnen besteden, maar ik heb er toch wel moeite mee om af te wijken van afspraken die we van de zomer gemaakt hebben, dus mijn voorkeur gaat ook uit om dat toch naar de algemene reserve toe te storten en van daaruit integraal te gaan kijken waar de meeste nood of de meeste voorkeur naar uitgaat. Dus ik wil me het liefst houden eigenlijk bij de afspraken die we hebben gemaakt. De voorzitter: Mevrouw Bisschop, CDA.

Mevrouw Bisschop: Ja, ik was wat later aanwezig vandaag, dus het kan zijn dat ik het gemist heb, maar was eigenlijk benieuwd en dat is dan met name even richting het college, welke inspanningen er precies zijn gedaan om dit bedrag dat nu overtollig is, over is, laat ik het maar gewoon zo zeggen, welke inspanningen zijn er precies gedaan of er partijen zijn binnen de culturele sector die daar echt nog heel veel behoefte aan hebben? De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Nou, ik had eigenlijk ook zo een soort vraag, maar ik had nog een vervolgvraag erbij van: dit geld is als corona-ondersteuning gegeven, is het zeker dat we niet later krijgen van: hé, wacht even, je hebt het niet daarvoor ingezet, dus wil je dat even terugstorten. Dus dat wil ik wel even graag zeker weten. De voorzitter: Mevrouw Van den Oord, SP. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nou ja, ik wilde even inhaken op wat mevrouw Van Hien zegt, want die geeft aan: nou, dan kunnen we het beter naar de algemene reserve storten en dan op den duur een soort integraalafweging maken om correcties aan te brengen, maar dat betekent in mijn ogen dat u naïef bent richting de andere fracties, want andere fracties zeggen: de algemene reserve weer op pijl brengen is heilig en zaligmakend en op zich willen wij dat ook, maar wel als er een humaan beleid in Hoogeveen overeind blijft.

En ik ben bang dat als u als u impliceert, zegt: we storten het naar de algemene reserve, dat u daarna nooit medestanders zult vinden om weer geld uit de algemene reserve in te gaan zetten om lasten te verlichten bij inwoners in Hoogeveen. De voorzitter: Even een korte reactie van u, mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Nee, ik denk dat we dus ook afgesproken hebben dat dat ook ligt bij elke begroting die we maken of tenminste, dit college maakt. Daar gaan wij toch niet over? We hebben afgesproken dat in de

algemene reserve dat we het op die manier nu doen en dat er van daaruit integrale oplossingen worden gezocht door het college. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Dank u wel voorzitter. Nou, ik ben blij om te horen dat de raad zo koersvast is opeens. Dat biedt hoop, want dan hadden we eigenlijk nu meteen een besluitvormingsblok kunnen toevoegen volgens mij aan de agenda. Dan hadden we vorig jaar ook niet zo een heel debacle hoeven hebben rond de begroting. Dan hoeven we het überhaupt niet meer te hebben over moties en amendementen, want koersvast, ja, we hebben inderdaad van alles afgesproken. Er is al voortdurend aan gemorreld. Ook nu wordt eraan gemorreld. Het is wel een mooie jij-bak die er wordt uitgehaald, maar ja, los van waar je wel geld allemaal aan uit zou kunnen geven, is het eigenlijk een heel simpel voorstel. Je weet wat eraan zit te komen. Waarschijnlijk gaat Scala een keer verhuizen naar de Tamboer. Nou, als dat zo is, dan heb je verbouwingskosten. Wil je dan geld dat bestemd was voor cultuur, niet op is gegaan omdat er ook andere regelingen zijn die dat in de weg zaten. Het is niet dat culturele instellingen niet gezegd hebben van: we lopen een heleboel inkomsten mis, dus die drie ton is niet eens genoeg. Nee, ze konden ook gebruik maken van andere regelingen. Dus dit is over wat eigenlijk bedoeld was voor cultuur.

Wil je dat reserveren voor indien het misschien nodig zou zijn om in de toekomst verbouwingskosten te dekken? Nou, wil je dat of niet? En niet: zouden we het ook uit kunnen geven aan dit of zouden we het uit kunnen geven aan dat? Dat kan allemaal, maar ja, laten we dat op een ander moment … Dat was niet mijn vraag. De voorzitter: Mevrouw Schonewille, PvdA. Mevrouw Schonewille: Dank u wel voorzitter. Ik ben het eens met mevrouw Rutgers dat we het vooral over de inhoud van die motie zouden moeten hebben, maar wil toch nog even reageren op mevrouw Van Hien, want ja, er liggen natuurlijk afspraken over hoe we geld zouden moeten uitgeven, maar we gaan als raad wel over hoe we dat gaan doen ondanks dat die afspraken er liggen. We kunnen daarin dus zelf een keuze maken over of we dat willen sparen in de algemene reserve of dat we willen dat willen uitgeven. Los van dat er dus al afspraken liggen, gaan we wel nog steeds zelf over hoe we dat uiteindelijk willen doen, ook als je dan buiten je eigen afspraken langsgaat, dus ik wil daar wel, nou ja, ook aansluiten op wat mevrouw Van den Oord daarover zei. De voorzitter: Mevrouw Bisschop, CDA. Mevrouw Bisschop: Nou, als eerste had ik net een vraag gesteld aan het college. Het zou ook fijn zijn als ik nog een antwoord zou kunnen krijgen.

En ik vroeg mij inderdaad even af of mevrouw Rutgers misschien meer weet dan bij ten aanzien van plannen in de huisvesting. Bij de laatste bijeenkomst over de cultuurvisie hebben we heel duidelijk van de wethouder gehoord dat de directie van Scala op zaken aan het broeden is waar wij nog meer over gaan horen, dus ja, ik vind het allemaal redelijk voorbarig om hier nu al stappen in te gaan zetten terwijl we weten dat er zaken spelen waarin wij nog meegenomen gaan worden. Dus mijn vraag ook richting u, mevrouw Rutgers: weet u meer dan wij? De voorzitter; Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Nee hoor, ik weet niet meer dan jullie.

De voorzitter: We zullen zo nog even bij de wethouder terechtkomen. Ik heb al twee meldingen in ieder geval aan deze kant. Mevrouw Van den Oord, SP. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, ik zou graag even willen vragen waarom mevrouw Rutgers over de bestemming begint, want volgens mij hebben wij met zijn allen geconcludeerd dat we geen bestemmingsplan meer zouden hebben, maar alles naar de algemene reserves zou gaan. En hoewel ik haar idee sympathiek vind en best wel goed doordacht, hebben wij er wel met zijn allen voor gekozen om die bestemmingsreserve af te schalen. Dus als het gaat over op koers blijven, is dit dus een inconsequentie bij D66. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, maar goed, dat zei ik net al. Wij zijn met zijn allen inconsequent bezig en van de koers aan het afwijken, dus dan hebben wij ook nog wel een ideetje, maar wat je wil, is eigenlijk geld dat bedoeld was voor cultuur ook expliciet een bestemming geven voor cultuur. Ja, is dat een afspraak? Nee. Maar is het een voorstel? Dat wel. De voorzitter: De heer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Ja, wel leuk zo een debat en zeker dan als partijen aan het begin van de avond zeggen: we moeten koersvast zijn.

Kijk, wij hebben ook een voorstel gedaan ten aanzien van die Stipgelden en we hebben ook heel duidelijk meegegeven, in ieder geval dat heb ik mijn collega Kramer horen zeggen, dat dat in de integraalafweging wordt meegenomen en daar gaat het hier ook over. Kijk, dat geld gaat naar de algemene reserve en dan ga je een integraal als raad maken. Dat is de weg en niet de weg van rechtstreeks: wij hebben iets over, dus dan gaan we dat daar maar voor gebruiken en dat is volgens mij ook de waarschuwing die de heer Reneman hier net heeft gegeven. Wij moeten dit doen binnen een integraal van alle plussen en minnen die we straks binnen de begroting en ook in het verloop van het komende jaar gaan krijgen, dus dat is onze taak als raad volgens mij. De voorzitter: Ik ga naar de kant van het college. Even kijken. Mevrouw Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, dank u wel voorzitter. Mevrouw, u vroeg, Bisschop, ja, u vroeg: wat is er allemaal precies gedaan om uitvraag waar die culturele instellingen mee te maken hebben? Nou, daar is gewoon persoonlijk contact geweest over en weer om te vragen meerdere keren aan verschillende partijen van: goh, hebben jullie tekorten? Kom met aanvragen. Let op, onderbouw die aanvragen wel. Wij hebben bijvoorbeeld ook aanvragen gekregen die niet goed onderbouwd waren, dus hebben we ze weer teruggelegd van: kom nu even met een betere onderbouwing.

Daarmee geholpen, dus we zijn daarin gewoon echt heel erg dienstbaar geweest, maar, en dat zei ik net ook al, voor een aantal instellingen gold natuurlijk dat zij dicht waren, terwijl de exploitatiesubsidie wel doorliep, dus daar zijn niet direct de tekorten ontstaan. Er zijn ook instellingen en organisaties geweest die beroep konden doen op andere regelingen waardoor bijvoorbeeld als je gebruik zou maken van deze regeling weer die andere regelingen niet zou kunnen benutten, dus het was een beetje passen en meten en in dit geval is dus gebleken niet we dat hele bedrag nodig hadden. En het is natuurlijk wel zo: wij hebben die cultuurvisie vastgesteld. Een van die opdrachten is in die cultuurvisie, dat is geen geheim, is om te kijken naar dat huisvestingsvraagstuk. Nou, u kunt ook wel op uw vingers natellen dat dat niet met gesloten beurs kan. We hebben gezegd: in de exploitatie zorgen we dat we binnen de bestaande kaders blijven, maar als je samen gaat wonen, ja, dan ergens moet er wel geïnvesteerd wordt en dat zal geen enorm cultuurpaleis zijn, daar komen we natuurlijk vandaan, maar we hebben wel nog een budgetje vanuit de regio stedenfonds bijvoorbeeld, alleen er ligt nu nog helemaal geen concreet plan. Dus daar kan je pas wat over

zeggen op het moment dat er een concreet plan ligt met dat je ook weet wat er nodig is om dat huisvestingsvraagstuk goed op te lossen en dan kan je hem, dat is de systematiek die je wil hanteren, binnen de integrale afweging wegen. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, ik heb natuurlijk net wat verteld over integralen en dat heeft een aantal mensen ook al herhaald, maar eerst nog even iets over die coronagelden en de rijksbijdragen die we gekregen hebben. Die gelden die zijn niet geoormerkt geweest, omdat wij ook als gemeente veel nadeel hebben van corona wat wij niet gecompenseerd hebben gekregen van het Rijk. Dat is een van de redenen waarom wij een systeem in stappen waarbij: hebben cultuurinstellingen het nodig? Dan hebben wij het nodig om onze begroting op orde te brengen. Dat is ook expliciet de bedoeling van de coronasteun geweest van het Rijk en dat is dus ook niet echt cultuurgeld. Het is wel zo dat, ja, weet je, het was natuurlijk een chaotische tijd. Je kan niet precies uitrekenen wat men nodig heeft, dus dat geld wordt een beetje over Nederland uitgegieterd en dan was het idee ook van: nou ja, als die gemeenten daar wat aan overhouden, dan kunnen zij andere delen die zijn niet gecompenseerd krijgen, kunnen zij weer compenseren.

Bijvoorbeeld, om een voorbeeld te noemen, wij krijgen onze gederfde parkeerkosten ook niet helemaal vergoed van het Rijk. Daar krijgen we wel een vergoeding voor, maar niet voldoende. Het tweede punt dat ik wil maken is: als iets in de algemene reserve zit, dan is het niet zo dat het niet meer van u is. Het blijft van u en als u straks op een ander moment beslist met een plan in de hand om cultuurinstellingen bij elkaar te brengen en u heeft daar een aanspraak op de algemene reserve voor nodig om dat mogelijk te maken, dan kan dat. Een belangrijke punt is echter: dit zou een investering zijn en dat gaat op een andere manier. Dat halen we niet uit de exploitatie. Nee, daar lenen we geld voor en dat activeren we en dan draait het mee in alle andere investeringsvoorstellen die wij hebben en dan moeten wij met elkaar onder die 6,5 miljoen blijven, onder dat plafond. Dus technisch gezien is dit allemaal iets voor later. Als je een investering wil laten meelopen, nou, misschien halen we de voorjaarsnota, misschien ook niet, dan wordt het de voorjaarsnota van 2023. Dan gaat die investering meelopen en dan is die 3,5 ton die in de algemene reserve zit, die kan je helemaal niet aanspreken, wat je kan de algemene reserve daarvoor niet aanspreken.

Nou, kortom, het helpt echt om elkaar steeds weer voor te houden: het is een goed idee om aandacht te vragen voor dat die cultuurinstellingen samengaan. Er komt een plan aan dat zal duidelijk maken wat daarvan de financiële consequenties zijn. Die worden integraal afgewogen. Als er financiële consequenties zijn in investering waardoor wij bepaalde wegen niet meer kunnen investeren, dan moeten we het daar met elkaar over hebben. Kan het prima wel? Dan is de discussie gesloten. Nou, zo zie je dus steeds dat we de steeds weer dingen naar de integralen op het juiste moment brengen. En ik zou zeggen: kalmte ‘…’ kan u redden. De voorzitter: Goed, ik kijk. Ik denk dat er voldoende uitgewisseld is op dit punt. Mevrouw Rutgers neemt dat natuurlijk uiteraard mee in de overwegingen en wij wachten af of daar nog een voorstel uit voort gaat komen. c.

Schorsing debatronde

De voorzitter: Nou rond ik nu wel het rondje van de moties, amendementen af. Ik heb nu echt niks meer vergeten. Toch wel? Meneer Van Rijn. De heer Van Rijn: Nou, ik zou u helpen herinneren dat wij nog geen antwoord op een vraag hadden. De voorzitter: Nee, zeker, maar u bent te snel. U bent te snel. Ik rond eerst dit blokje af.

7.

Debatronde a.

Heropening debatronde

De voorzitter: Dan hebben wij nog twee blokjes en het ene blokje daar gaan we nu mee beginnen en dat zijn de vragen die nog beantwoord moeten worden dan wel nog nadere uitleg vergen waar de heer Bisschop ook eigenlijk al om gevraagd heeft in het begin van deze ronde en er is nog een blokje overgebleven debatpunten en dan kijk ik vooral nog naar de kant van het CDA, want daar zitten nog een aantal debatpunten die zijn hier nog neergelegd, maar nog niet aan de orde gekomen, dus in die volgorde. Ik stel ook voor dat we dan eerst nog kijken of er vragen overgebleven zijn. Die kunnen beantwoord worden. Dat we dan ook even een pauze nog doen van vijftien minuten en dan de overgebleven punten nog bij de kop pakken. Zullen we het zo doen? De heer Kreuze De heer Kreuze: Zeg maar aangezien wij als CDA aangesproken werden op de inbrengers van punten, ik denk dat dat niet hoeft. Ik denk dat wij als u wilt kunnen we denk ik redelijk vlot door en dan is een pauze wat overdreven, maar goed. De voorzitter: Ja, nee, maar kijk, ik wil graag ter dienst te zijn, dus als u zegt van: wat ons betreft hoeft dat nu niet meer ingebracht worden, dan vervalt het derde blokje. Dat doen we dat. De heer Kreuze: Ja, sorry, ik wil het wel inbrengen, maar ik hoef daar niet zo lang over te doen dat het zeg maar een pauze legitimeert. b.

Bespreken nadere vragen

De voorzitter: Oké. Nou, dan gaan wij eerst het tweede blokje doen en dan gaan we kijken hoe onze geestelijke toestand is of al dan niet een pauze gewenst is. Er hadden zich al twee mensen gemeld die wilden nog nadere vragen stellen of in ieder geval nog aanvullen of men iets goed begrepen heeft en dat waren de heer Bisschop en de heer Van Rijn. Nou, die ga ik als eerste het woord geven. De heer Bisschop, ga uw gang. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Wij hadden in onze bijdrage aangegeven gevraagd om een reactie van u, voorzitter, inzake het verhaal rondom de SWO en dat wij in 2017 en 2018 hebben aangegeven op een aantal zaken bezorgd te zijn en ook aangegeven dat … De voorzitter: Nee, ga door, ga uw gang. De heer Bisschop: Ik dacht dat het tegen mij was. En binnen dat beeld gaf u een antwoord en dat antwoord was voor ons een beetje onduidelijk. Wat wij eigenlijk wilden duiden, is dat wij niet een partij zijn geweest in 17 en 18 dat wij pertinente onjuistheden en onwaarheden hebben verkondigd toen en dat is nu ook bevestigd in het rapport en dat we daar graag van u een reactie op wilden hebben vanuit u als voorzitter hoe u daar nu in staat. Het is meer vanuit een soort reputatie van goh, dat wij niet hier onwaarheden zitten te verkondigen als VVD, om dat even recht gezet te hebben. De voorzitter: Nee, goed, daar kan ik iets over zeggen.

Inderdaad, ik koppelde het verhaal aan 2020. U trekt hem nog verder naar voren naar de discussies die in 2017 en 2018 daarover gevoerd zijn. Daar is inderdaad op een bepaald moment in de kant van de inbreng van de VVD toen, dat zullen meerderen gedaan zijn, maar ook zeker van mijn kant aangegeven. Dat klopt niet. Dat is onjuist wat u beweert op basis van, dat zijn mijn woorden even, ik citeer mijzelf mij even in dat verhaal, op basis van de gegevens die toen vanuit de

organisatie bij ons voorlagen. Op basis van die gegevens constateerden wij toen van dat wat de VVD daar aangeeft dat klopt niet met de gegevens die wij hebben. Dat is onjuist. Dat is de term die ik gebruikt heb. Als je nu kijkt naar het onderzoek dat gedaan is dat de diepte ingegaan is en ik koppelde dat aan de uitspraken van de VVD in het jaar 2017-2018, zou ik dan dezelfde conclusie trekken? Nee, want daar zitten elementen die als ik die beweringen van die jaren die u toen deed naast dit rapport leg, dan heeft u op onderdelen gelijk. Daardoor kan ik het nu niet zeggen dan dat het zo is. De heer Bisschop: Oké, dank u wel voor uw antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had, wij wilden nog een vraag stellen. Regeren is vooruitzien. SP heeft ook die zorgen op tafel gelegd. We zien de hoge brandstofprijzen sterk stijgen. De energieprijzen zullen zeker gevolg hebben bij de minima die hierdoor weer hard geraakt gaan worden. Vraag aan het college is: is hier al enigszins op voorgesorteerd of wachten wij eerst af totdat de problemen zich voordoen en dan pas gaan we zien of we een debat dan kunnen gaan doen? Het kan wezen dat het ergens verstopt zat in een antwoord, maar ik heb het niet gehoord. Dank u wel. De voorzitter: De heer Zwiers.

De heer Zwiers: Nou, het is in de eerste plaats zo dat het Rijk die compensaties verzorgd en niet wij, dus wat dat betreft denk ik kun je zeggen: regeren is vooruitzien, maar volgens mij is in de afgelopen periode, coronaperiode ook duidelijk gebleven dat het Rijk vooral reageert op wat zich voordoet. En ja, de zaken die de afgelopen anderhalf jaar, twee jaar zich hebben afgespeeld, ja, wie dat van tevoren had kunnen bedenken, mag het zeggen, maar dat zijn er niet zo heel veel denk ik. Dus wat dat betreft denk ik dat wij moeten afwachten en moeten kijken wat onze rijksoverheid samen met een overleg met ons gaat bedenken eventueel en of we daar nog veel van kunnen verwachten, geen idee. De voorzitter: De heer Van Rijn. Ik kijk even, want u stelde de vragen nog. De heer Van Rijn: Ja, ik begrijp, maar kijk, het zijn onze inwoners en ik snap de financiële posities. Kijk, de SGP ziet voor ogen dat wij een goede algemene reserve hebben. Wij vangen zelf even die hulp op en wij gaan dan met het Rijk in discussie of dat weer zeg maar gecompenseerd kan gaan worden. Maar dat dit gevolgen heeft, dat is heel duidelijk. Er zijn nu al waarschuwingen genoeg die aangeven van: Let op, er gaan dus een heleboel mensen … Echt, dit wordt de druppel die de emmer doet overlopen, dus wachten we daar eerst op en, ja, wat gaat het Rijk doen? Maar dat zijn onze inwoners. De voorzitter: De heer Zwiers.

De heer Zwiers: Nou, bij mijn weten is het voorstel dat er gedacht wordt aan €400 per gezin, maar kijk, dat kan, maar dan nog weten we niet precies bij wie en hoe, dus ik denk dat dat allemaal nog onduidelijk en onzeker is. Ja, regeren is vooruitzien, maar we kunnen niet overal op vooruitzien. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ik had nog twee vragen aan het college. Kunnen die ook in dit blokje? Zijn we daaraan toe?

De voorzitter: Ja, nou ja, we zijn nu met het vragenblokje bezig, zeker, maar nee, ik dacht nog dat u dit aan wilde vullen. Dat is niet het geval. De heer Kreuze, ja, ga uw gang. De heer Kreuze: Nou, dat is toch mooi. Dan zit ik op het goede tempo. Voorzitter, ja, naar aanleiding van de begroting hadden wij twee vragen met het college nog die wij graag hier zouden willen behandelen of toegelicht willen krijgen. Een heet de nieuwe decentralisaties en de ander heet de OZB-ontwikkelingen. De nieuwe decentralisaties als eerste. Dat kan denk ik redelijk snel gok ik zo. Ik heb al het idee dat dat zo kan. Wij hebben hoopvolle berichten in deze begroting gelezen, maar wij hebben ook zorgen, want wij hebben vanaf 2015 aan decentralisatie gewerkt met de nodige moeite en zeker met de nodige verliezen en wij horen nu dat er toch nog weer nieuwe decentralisaties op onze weg zijn: de wet inburgering, de verantwoordelijkheid uitbetaling schade derden, de decentralisatie beschermd wonen en ook, dat is niet helemaal decentralisatie, maar de enorme inspanningen rondom de nieuwe omgeving. En onze vraag aan het college was dan ook: zijn wij daar nu als gemeente organisatorisch financieel klaar voor? Dat was de eerste. Zal ik dan even wachten met de tweede? De voorzitter: Ja, dat is heel goed. Dan is het letterlijk en ook heel goed overzichtelijk. De heer Reneman.

De heer Reneman: Nou, dat is een makkelijke vraag, maar ik denk niet dat je snel een antwoord kan krijgen, want als je in 2014 aan gemeente had gevraagd: bent u klaar voor de drie decentralisatie? Dan hadden al die wethouders gezegd: we zijn er klaar voor. En ja, ik weet zeker dat dat in allerlei gemeenten ook zo gezegd is. En als het gaat om de omgevingswet, die wordt elke keer weer uitgesteld en elke keer weer zie je dat wij weer nieuwe investeringen moeten doen in de ICT, in opleidingen om ons weer voor te bereiden op iets wat er nog niet is en waarvan we steeds weer denken: oh nee, we zijn er toch niet klaar voor. En dan ook nog gezegd hebbende dat gemeenten hebben met de V&G over de kosten van de omgevingswet en de voorzichtige schattingen zijn een miljard euro voor alle gemeenten tezamen aan kosten die we niet gecompenseerd hebben gekregen van het Rijk, omdat het idee van de omgevingswet was: we maken de regels simpeler, dan kan de gemeente het makkelijker uitvoeren en dat voordeel kan de gemeente krijgen. Nou, zo gaat het dus niet werken. Dat wordt het niet en het wordt allemaal weer nieuwe taken met elkaar op pad gaan om te kijken of je dat kan opvangen of niet en weer voortdurend het gesprek tussen de V&G en het Rijk over voldoende compensatie van de uitvoering van die taken.

En laat ik de omgevingswet maar even bij de kop nemen, want dat is de grootste van u noemt het decentralisatie, maar die taken die op de gemeente afkomen. Daar wordt echt wel een scherp gesprek gevoerd tussen de V&G en het Rijk, want ik denk dat er ook gewoon leergeld betaald wordt over de jeugdzorg en dat wij eigenlijk ook als gemeente denken van: ja, waar zijn wij eigenlijk mee bezig met elkaar? Wij gaan taken met elkaar uitvoeren en vervolgens zitten wij met zijn allen dat we onze wegen niet meer goed kunnen onderhouden, dat we onze taken niet meer goed kunnen uitvoeren, omdat iemand anders ergens denkt dat we het allemaal heel goedkoop kunnen. En ik denk dat het een scherp gesprek is. Zijn we er klaar voor? Nee. Wordt het een ellende? Ja. Gaan we het overleven? Ja. De voorzitter: Ik dank de wethouder dat hij zo de geruststellende woorden heeft gesproken. U bent nu toe aan uw tweede vraag. Tenminste, ik begreep dat er nog een vraag was. De heer Kreuze: Ja, graag voorzitter. Voorzitter, collega Brand van Rijn begon er net ook al over. We zien natuurlijk dat de lasten van onze inwoners en van onszelf stijgen. Inflatie is weer aan de orde. Energieprijzen hoeven we niet te noemen en ook kosten van verduurzaming is ook al door partijen genoemd. En samen met Coevorden en Emmen zeg maar staan wij onderaan de lijst van de bewonerslasten van Drenthe.

In 2014 toen ik hier mocht beginnen, stonden wij nog op de vierde plek als het gaat om de gemiddelde bewonerslast in Drenthe. Dat was denk ik best wel iets naar de zin van velen, zeker degenen die dat moeten ophoesten. En

graag vernemen we daarom van het college aangezien wij over het tarief gaan en niet over de waarde van de woningen, want wij hebben gemiddeld genomen echt lage waarden woningen, lager dan onze om liggende gemeentes, dus we hebben echt een hoog tarief. Dat moeten wij ons even goed realiseren en dat heeft er ook mee te maken zeg maar dat die huizen waarschijnlijk niet zo veel waard zijn omdat ze niet zo heel goed zijn. Daar komen nog meer duurzaamheidsvragen waarschijnlijk achterwege en nog meer kosten. Dus we zijn bezorgd over de bewoners lasten en we hoeven niet te zeggen dat het tientjes zijn, want het zijn centjes per minuut, maar het gaat wel om geld. En dus ik vraag aan het college: hoe zien zij die ontwikkelingen in relatie tot een middelgrote gemeente, bijvoorbeeld Assen of Meppel, waarbij Meppel helemaal onderaan staat, de twaalfde plek, de goedkoopste met de bewonerslasten? Naar aanleiding van de opmerking in de begroting over het niet halen van sociaal domein taakstellingen. En ik kan er nog even bij aanknopen het feit dat de belastingruimte op basis van het landelijk gemiddelde op 97% staat, dus we hebben niet heel veel OZB-ruimte. En ik hoor toch heel vaak dat woord, dus ik was daar benieuwd naar hoe daar naar aanleiding van de begroting door het college naar gekeken werd. Ik wil dat graag officieel horen. De voorzitter: De heer Reneman.

De heer Reneman: Ja, hoeveel belasting is gerechtvaardigd? Kijk, en als het gaat om belastingruimte, dat is een regel die je hanteert om te bepalen wat je vermogen nog is om OZB te heffen en dat is een rekenkundige berekening en als je zegt 97%, je hebt ook de keus om dat 105% te laten zijn. Dat wil ik wel even gezegd hebben, dus er zit niet een grens aan de OZB die je kan heffen. Dat wordt natuurlijk wel heel erg gênant als u de duurste gemeente wordt van Nederland en geen Wassenaar. Dat is toch wel vervelend. Als het gaat om de impact van de OZB op het inkomen van mensen, dat is zeer gering. Het raakt vooral mensen die een eigen huis hebben dan wel ondernemers. Mensen die een huurhuis hebben, raakt het dan weer niet en ook mensen die aan de onderkant van de samenleving zitten, raakt het ook al niet, dus de OZB is wel een heffing bij de mensen die het toch wel redelijk goed hebben. Als je kijkt naar de ontwikkeling van de hoeveelheid geld die gezinnen op dit moment hebben, dat is echt niet echt een groot probleem. Gezinnen stappen corona uit met heel veel geld in de zak. Je zou ook nog kunnen zeggen dat de ontwikkeling van de OZB in Hoogeveen niet meteen een twee drie hele grote nadelige effecten moet hebben voor het vermogen van gezinnen en mensen om hun economische problemen op te lossen.

Als het gaat om de OZB in Hoogeveen, u moet zich realiseren dat Hoogeveen al jaren uit het gemeentefonds niet voldoende geld krijgt om zijn gemeentelijke taken goed te doen. En dat betekent dat Hoogeveen zal altijd meer OZB moeten heffen dan een andere gemeente die wel uit het gemeentefonds voldoende geld krijgt om zijn gemeentelijke taken goed te doen. Dus als u zichzelf vergelijkt met andere gemeenten in Drenthe, moet u zich meteen ook de vraag stellen of die gemeenten niet eigenlijk veel meer geld uit het gemeentefonds hebben gekregen al die jaren waardoor zij ook makkelijker gewoon de OZB wat lager zouden kunnen stellen. Toch weer geen kort antwoord. Een poging om te laten zien dat zo een vrij eenvoudige vraag toch wel heel veel kanten heeft. De voorzitter: Ja? Voldoende? Ja? Even een korte reactie. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ik vind wel dat de wethouder vrij gemakkelijk doet over dat het maar een beetje geld is. U moet zeg maar een pensioen hebben van €9000 en een woning vrij hebben, dan is het opeens wel heel veel geld voor. Dus wat dat betreft moeten we wel echt nuanceren. Overigens de gemiddelde woningwaarde in Wassenaar is op dit moment €607.000 en in Hoogeveen €188.000, dus dat hakt er wel heel anders in en eigenlijk hoor ik de wethouder zeggen: de schuld ligt in Den Haag. De voorzitter: De heer Van Rijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10785623/2