CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 28 oktober 2021

Raadsavond 28 oktober 2021, gemeente Hoogeveen34.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

We kunnen ons eigenlijk ook niet voorstellen dat bijvoorbeeld het ‘…’ veld dicht zou moeten, terwijl we daar zo een mooi initiatief hebben als de zorgcoöperatie en een invulling van de dagbesteding. Natuurlijk gaat de inhoud boven stenen, maar in dit soort gevallen zijn stenen wel nodig om de inhoud te faciliteren en te realiseren. De PvdA is ervan overtuigd dat het in stand houden van de buurt- en dorpshuizen uiteindelijk niet alleen op sociaal gebied rendabel is maar ook financieel gezien. We zullen hiervoor dan ook een amendement indienen bij de besluitvorming. In het komende jaar zullen we als het goed is het veelbelovende herontwerp van sociaal domein tegemoetzien. We zijn daarom kritisch nieuwsgierig. We hopen namelijk de verandering te gaan zien die ruim zes jaar geleden al ingezet had moeten worden. Belangrijk is dat er gestuurd gaat worden op de visie en de daarbij behorende kaders. In de komende jaren ligt er een belangrijke taak voor de raad om te controleren of hier dan ook voldoende op gestuurd wordt. Voorzitter, leefbaarheid gaat voor de PvdA verder dan het in stand houden van de buurthuizen. Leefbaarheid betekent ook bijdragen aan goede kwalitatieve zorg en verantwoordelijkheid voor toekomstbestendige onderwijshuisvesting die bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs.

In het afgelopen jaar is hier het een en ander voor in geregeld, maar er valt daar ook nog wel veel te doen, ook gezien er in de komende jaren een heel aantal gebouwen gerenoveerd of vervangen moeten worden. Ook cultuur in de breedste zin van het woord, zoals theater, poppodium of zelfs line dancing in de buurthuizen en zorgen voor een aantrekkelijk stadscentrum is voor ons van belang zodat mensen graag in Hoogeveen blijven en komen wonen en er vanwege voldoende werkgelegenheid bij iedereen brood op de plank komt. Leefbaarheid heeft ook te maken met goede woningen wat al meerdere partijen hebben aangehaald, zowel in de plaats Hoogeveen, maar zeker ook in de dorpen. We willen graag dat mensen kunnen wonen in de plaats waar zij dat het liefste willen. We zullen daar in de woonvisie dan ook nadrukkelijk op letten. Daarnaast is er een grote opgave ten aanzien van de energietransitie. Dat wordt, zo blijkt deze week nog weer uit onderzoek, steeds urgenter. Bij de Partij van de Arbeid vinden we dat we goed moeten kijken waar de rekening daarvan komt te liggen. Ook moeten we scherp zijn op het voorkomen van energiearmoede. Ook voor mensen met een kleinere portemonnee moeten er betaalbare opties zijn waarbij waar nodig gedeeltelijk gesubsidieerd zou moeten worden. Voorzitter, er ligt een begroting voor die weinig ambitieus is. De VVD haalde dat ook al aan.

We zien daarnaast ook risico’s in de begroting onder andere op het sociaal domein. Die zijn vandaag al uitgebreid besproken. We zijn voor nu dan ook op grote lijnen wel akkoord met de begroting, omdat die sluitend is, maar wanneer er op het terrein een bittere noodzaak komt om toch middelen aan te wenden, zullen we dat niet schuwen. Ondanks dat we wat meer vet op de botten belangrijk vinden, wat er lijkt te komen, is het voor ons vooral wel van belang dat de inwoners dit ook gaan merken. Zo zijn we van mening dat armoede niet of minder aan de orde zou moeten zijn en het zou op zijn minst niets moeten veranderen aan de kansen en mogelijkheden die je in Hoogeveen hebt. Ook voor Jan modaal zien we nog wel een aantal punten. Ook zij zouden geen afzwakking van voorzieningen mogen

merken. We vinden het belangrijk dat de sterkste schouders de zwaarste lasten zullen dragen en dat de rekening eerlijk verdeeld wordt. Bij de PvdA willen we ons nu en in de toekomst in blijven zetten voor een Hoogeveen waarin iedereen gelijke kansen heeft en waarmee de kansenongelijkheid die nog steeds van toepassing is zoveel mogelijk teniet wordt gedaan. Dat was het. d.

Schorsing debatronde

De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben alle negen partijen hun visies op de begroting gegeven met ook wel een aantal aankondigingen van moties, amendementen en debatpunten. Wat nu voorligt, is dat het college zal zich nu beraden over de reactie van de eerste termijn. Daarvoor hebben wij afgesproken dat wij een half uur zouden schorsen, dus ik stel voor dat wij om vijf over half zes dan de vergadering weer hervatten. Dan schors ik tot vijf over half zes. 3.

Schorsing

4.

Debatronde a.

Heropening debatronde

De voorzitter: Dames en heren, zullen we de plaatsen weer gaan innemen? Dan heropen ik de vergadering. b.

Reactie college op visies van de fracties

De voorzitter: Aan de orde is de reactie van het college. Dan geef ik het woord aan de heer Reneman. De heer Reneman: Dank u wel voorzitter. U heeft allemaal in uw algemene beschouwingen gerefereerd aan de situatie waar wij als gemeentebestuur ons in bevinden en wij kunnen ons heel goed vinden in de bewoordingen die u daarbij heeft gekozen. De situatie is nog steeds zorgelijk. De financiële situatie is ook nog steeds zorgelijk en er wordt ook goed gereflecteerd in de begroting, maar wij merken ook dat dat besef in onze samenleving is. Onze ondernemers begrijpen dat. Onze inwoners begrijpen dat. Elke keer als wij met onze mensen en onze inwoners praten over de vervelende situatie waar we in zitten, dan krijgen wij niets anders dan begrip. En het is ook een prestatie die we met elkaar leveren dat we Hoogeveen weer financieel gezond maken. Dat doet u als gemeenteraad, dat doen wij als college, maar dat doen bovenal onze inwoners en onze ondernemers. En het besef dat het nu hosanna is of dat het veel beter gaat, dat zien wij niet terug in de samenleving. Ik denk dat de zorg en het feit dat we met een lange termijn bezig zijn, ik denk dat hij breed gedeeld wordt en dat wij dat als college ook zien. Een van de zaken die ook veel vertrouwen wekt, is dat we rustig aan zware beslissingen nemen, dus we gaan steeds op onderzoek uit. We kijken hoe iets zit en dan nemen we een besluit.

En we zijn niet snel. Sommige dingen duren misschien wat langer, zoals het herontwerp. Wanneer komt dat nou? Nou, daar hebben we een wat langere proceslijn voor gekozen dan we ook hadden afgesproken met Schone Lei, maar dat is goed. Rustig aan en dan ook de goede besluiten nemen op grond van goede informatie die we hebben en de juiste inzichten. En die rust moeten we bewaren met elkaar ook de komende jaren en ook in de moties die naar voren komen, er komt geld vrij, laten we dat uitgeven, rustig aan. Altijd integraal wegen. Als er ergens een voordeel is, is er ook een nadeel in de begroting. Niet meteen uitgeven, rustig aan. Integraal afwegen op de momenten die we in de P&C cyclus daar met elkaar over afspreken. En dat brengt me op een iets algemeen en ook een beetje procedureel. Een aantal van u heeft moties aangekondigd, amendementen aangekondigd en zoals gebruikelijk is, gaan we als college dan ook met u meedenken of dat uitvoerbaar is en hoe dat dan beter haalbaar is. Wij stellen voor om dat proces met elkaar in te stappen en ervoor te zorgen dat voor maandag 8 november die gesprekken met elkaar zijn geweest zodat

u die moties en amendementen ook kan indienen, want een aantal van u heeft moties aangestipt in de algemene beschouwingen. Een aantal van u heeft moties al ingediend. Die kennen wij ook al, maar wij willen eigenlijk de afhandeling van de moties en amendementen allemaal doen naar de besluitvorming van de elfde. Graag voor 8-11 contact met ons opgenomen hebben, zodat we ook met elkaar precies weten welke moties en amendementen er zijn. Ik stipte het al een beetje aan bij het herontwerp. Kijk, wij hebben in de begroting een stap voorwaarts moeten nemen op de uitkomsten van het herontwerp, want de uitkomsten van het herontwerp die komen pas wat later. In november gaat het herontwerp in de inspraak. Dan gaat onze bevolking en onze ondernemers en de professionals die gaan zien wat het herontwerp gaat inhouden. Die gaan daarop reageren en dan kan u daarover besluiten, maar voor deze begroting moesten wij natuurlijk wel een taxatie maken van: hoe realistisch is nou eigenlijk de bezuinigingstaakstellingen die in Schone Lei staan en die we verwachten met het herontwerp? Vandaar dat in de begroting een risicomelding wordt gedaan. Het is niet verstandig om daarop vooruit te lopen. We moeten eerst netjes dat herontwerp afronden en dan kunnen we weer verdere stappen zetten over hoe we met de begrotingsconsequenties daarvoor omgaan en dat zal dan weer zijn bij de kaderbrief 2022.

Dus rustig aan. Stap voor stap de zaken doen, dus er ook niet op vooruitlopen. Niet met een taskforce. Ook niet vragen aan het college om nog sneller te gaan. Ik bedoel, we gaan zo snel als we kunnen. Gewoon rustig het tijdpad afwandelen dat we met elkaar afhandelen. Dat brengt mij … Dat zijn een beetje de algemene punten. Dan ga ik even na welke vragen er nog in het bijzonder zijn gesteld en welke meer specifieke punten daar zijn. Even kijken. Oh ja, D66 over het graf heen regeren. Dat staat in de aanbiedingsbrief. Daar staat weer: wij willen niet over ons graf heen regeren, maar dat doen we dan ook niet in de aanbiedingsbrief, want we regeren daar wel over ons graf heen en geven een advies aan de volgende gemeenteraad en het nieuwe college dat zal aantreden. De ChristenUnie vroeg hoe hoog de algemene reserve moet zijn bij een solvabiliteit van 18% en 18% hebben we afgesproken bij Schone Lei. Dat is om en nabij de 34/35 miljoen euro. Ook een vraag van de ChristenUnie is: worden we gered door de extra rijksgelden en misschien zelfs door de herverdeling? Dat is best moeilijk om op de herverdeling vooruit te lopen. Een aantal van u heeft dat ook al gememoreerd dat niet alle gemeenten nu even blij zijn met de herverdeling. Bovendien ligt er ook nog wel een heel erg kritisch advies van de Raad van openbaar bestuur bij de herverdeling.

Het is moeilijk om daarop vooruit te lopen, maar het ligt wel in de reden dat als je opnieuw gaat kijken naar de verdelingssystematiek van het gemeentefonds dat een gemeente als Hoogeveen daar beter uit zou komen, omdat de opdracht die de gemeente Hoogeveen heeft, is gewoon van een andere orde dan die van andere gemeenten van een vergelijkbare grootte met vergelijkbare wegen, nou, enzovoorts. En of we door dat geld worden gered, het helpt natuurlijk wel dat als je structureel meer middelen binnenkrijgt die je voor opgaven kan gebruiken, dat helpt natuurlijk wel, maar we worden er niet door gered. Het zal altijd nog moeilijk blijven om de gemeente met het huidige voorzieningenniveau met de huidige inkomsten die we uit het gemeentefonds krijgen om dat overeind te houden en ik denk ook dat dat niet houdbaar is op termijn. De SGP had nog wat vragen over de herfinanciering. In die paragraaf van de begroting staat de standaard manier van omgaan met geleende gelden en de leningenportefeuille. Als een lening afloopt, dan moet die worden geherfinancierd. Dan gebeurt dat ook.

In de leningenportefeuille wordt ook voortdurend gekeken: kan ik nu een lening versneld aflossen en kan het dan op een goedkopere manier geleend worden? En alsmaar wordt dat gedaan om ervoor te zorgen dat de gemeentekas zo min mogelijk geld kwijt is aan de rente en nou, dat is een soort standaard proces waar mensen overigens wel flink van de straat zijn om dat te doen voor u. Dan was er ook nog een vraag van de SGP: waar zien we terug dat het voorzieningenniveau te hoog is? Kijk, het voorzieningenniveau gaat natuurlijk over sportfaciliteiten, gaat over cultuur, maar gaat ook over dorp- en wijkhuizen. Daar heeft u zelf al een taakstelling opgelegd en daar hebben wij ook aan gewerkt om die naar beneden bij te stellen en wat wij in onze aanbiedingsbrief zeggen is dat je in de toekomst echt moet kijken naar de hoogte van het voorzieningenniveau wil je een robuuste begroting hebben. Even kijken of ik alles heb. Ik denk dat ik zo alles heb, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Ten Kate. De heer Ten Kate: Die was verrassend, want ik was nog druk met allerlei ambtenaren aan het appen over amendementen die verderop in de avond nog volgen. De heer Reneman: Ik ben nog één ding vergeten. De voorzitter: Nou, dan heeft de heer Ten Kate weer even de kans om het contact af te ronden. De heer Reneman: Het gaat over de manier waarop we naar onze bevolking over de begroting communiceren. Ik stel voor dat we daarover u even berichten in de aanloop naar de besluitvorming en dan kan u zelf bepalen of dat toereikend is voor u of niet. De voorzitter: De heer Ten Kate. De heer Ten Kate: Voorzitter, ik kan betrekkelijk kort zijn. Althans, dat ga ik proberen. Lijst Van Hien heeft aangekondigd een motie te willen indienen over de ja-ja-sticker. Dat is uiteraard aan u als raad om daar een debat over te voeren. Een paar dingen zijn wel van belang. U impliceert dat minder papier tot een besparing bij de gemeente zal leiden. Dat is een beetje raar, maar bij papier werkt het in ieder geval bij de huidige marktprijzen precies andersom, want daar hebben wij nu inkomsten van, van het oud papier. Althans, de scholen of de verenigingen daar komt dat dan weer terecht. Dus de koppeling tussen minder papier en besparing is er niet direct.

Die discussie over de ja-ja-sticker wordt op veel plaatsen in Nederland gevoerd en ik hecht eraan om hier te zeggen dat er veel aspecten een rol bij spelen, zoals: is er wel milieuwinst? Dat hangt dan weer af van hoe het met de ja-nee-sticker nu gesteld is. Ik zei al de verenigingen, je moet nadenken over handhaving, overgangstermijnen enzovoorts, enzovoorts, dus dat betekent dat wij in ieder geval adviseren om daar zeker over na te denken, maar om dat dan samen te pakken met het nadenken over het afvalbeleid in brede zin, want bij afval hangt alles met elkaar samen al snel. Dat afvalbeleid vroeg ook iemand naar, daar gaan wij volgend jaar mee aan de slag en ook met u over in gesprek. En ja, dan komt ook de vraag aan de orde: wat vinden wij met elkaar van Diftar? En daar heeft het college in ieder geval al een voorzet opgegeven ik dacht in een beantwoording op de technische vragen, dat als je met elkaar de 100 kg doelstelling wil halen, dan moeten we wel met elkaar nadenken over wat voor verregaande maatregelen dan we tot nu toe gedaan hebben. Uiteraard is dat ook een politieke keuze dan, maar dat voeren we volgend jaar. Schoolpleinen, misschien goed om iets te zeggen. Ik heb de motie daar nog niet over gezien, dus dat geldt ook voor wat de heer Reneman erover zei.

Goed om te weten dat de primaire verantwoordelijkheid voor de bevoegdheid en de inrichting van schoolpleinen bij de schoolbesturen ligt. Dat is nou ook weer niet altijd zo, want sommige zijn openbaar. Dan komen wij als gemeente in beeld. Dat is natuurlijk wel de vraag of wij daar dan geld voor hebben om daarmee aan de gang te gaan. Goed ook nog wel te noemen dat er ook nog wel initiatieven lopen in de richting van de groene schoolpleinen. Zo zijn er het afgelopen jaar samen met IVN en de scholen een aantal zogenaamde tiny forests, kleine bosjes, ingericht. Sommige fracties melden nog de voortgang die er op het dossier onderwijshuisvesting primair onderwijs is geboekt. Ik denk dat we daar de komende periode goede stappen kunnen zetten. Er zijn wel wat zorgen over de middelen op de wat langere termijn. Die delen wij ook wel, maar dan sluit ik mij ook aan bij de woorden die de heer Reneman sprak: stap voor stap en rustig aan en nu in ieder geval aanpakken wat we nu kunnen doen. Dat sluit volgens mij ook bij de woorden van Julius Caesar aan die er een beetje op neer komen in mijn woorden: de toekomst is ongewis, maar laten we wel gewoon nu in het hier en nu aan de slag gaan. Dat is mijn vrije interpretatie daarvan. Dat onderschrijf ik zeker, maar we moeten wel oog hebben voor de wat meer lange termijn.

En een tweetal amendementen zijn aangekondigd over de sport in Hollandscheveld en Hoogeveen On Stage. Gelijk daar maar even toch een

reactie op. Ze gingen ook al over de mail. Als het gaat om de sportvoorzieningen zijn er een aantal investeringen daarin, zijn er een aantal vraagstukken die in Hoogeveen breed spelen. Eentje daarvan is bijvoorbeeld de kleedkamers. We zijn nu druk bezig waar dat soort vraagstukken spelen door heel Hoogeveen heen. En ik moet zeggen: ik twijfel eerlijk gezegd wel een klein beetje om nu alle energie op Hollandscheveld te richten, omdat er natuurlijk ook andere dorpen zijn en in Hoogeveen zelf vraagstukken spelen, dus de volgorde zou wat mij betreft moeten zijn dat we eerst met elkaar goed kijken waar de fundamentele vragen liggen, zeker als het gaat om investeringen. En dat gaat niet alleen over sportvelden, dat gaat over alle soorten accommodaties, ook in uw amendement. Dus ik snap dat men in Hollandscheveld daar graag het gesprek over wil aangaan, maar we moeten echt even kijken ook in wat we kunnen behappen als organisatie en wat verstandig is in de breedte van heel Hoogeveen. En dan nog kort tot slot, voorzitter, Hoogeveen On Stage, daar is ook het een en ander voor in voorbereiding. Het is denk ik wel goed om te zeggen dat als onderdeel van de bezuinigingen die u in Schone Lei heeft besloten rondom jong Hoogeveen, is besloten de bijdrage aan Hoogeveen On Stage te schrappen.

Wij als gemeente zijn nog steeds bereid, en dat doen we ook, om een morele bijdrage te leveren in de zin van aandacht en dat ben ik ook zelf bereid om dat te doen. Ondanks het feit dat wij vorig jaar geen financiële bijdrage hebben geleverd, is het wel gewoon doorgegaan met de bijdragen van schoolbesturen en allerlei bedrijven. De signalen die ik heb dat dat ook nog steeds van plan is om dat voor volgend jaar ook weer te organiseren op diezelfde manier. Dus dat geef ik mee en of u daar extra geld voor wil uitgeven, is uiteraard aan u als raad en dat zal ook afhangen van een dekking, maar tegen de tijd dat u dat allemaal netjes op papier heeft gezet, vindt collega Reneman daar vast ook wat van. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Tabak. Mevrouw Tabak: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wou even voor ingaan op een paar opmerkingen. D66 heeft gezegd: er zijn nog coronagelden voor cultuur beschikbaar. Kunnen we die niet gebruiken voor het programmaplan, uitvoeringsplan cultuurnota? Dat hele budget is niet uit genut door de instellingen, hoewel wij daar wel herhaaldelijk om gevraagd hebben. Dat heeft te maken met dat veel organisaties ook gebruik maakten van een andere regeling en die niet altijd kon stapelen daarin. Dus het is niet zo dat wij niet actief daarnaar gezocht hebben. Dat hebben wij wel degelijk.

En D66 wil graag dat geld nu voormerken, maar dat is niet zoals we dat hier nu doen. De standlijn is: we schuiven niet meer gelden binnen de programma’s. De voordelen gaan naar de algemene middelen en de nadelen worden niet afgedekt in het programma zelf. We willen namelijk op alles wat er gebeurt op financieel gebied inzicht krijgen. De ChristenUnie heeft gevraagd naar de evaluatie van Eén voor Eenzaamheid. Op zijn vroegst, want dat is net begonnen dat programma, zou dat kunnen eind 2022. De SPW voert voor ons het programma Eén voor Eenzaamheid uit, dus we zullen aan de SPW vragen of tegen die tijd naar een soort van evaluatie toe kan komen. De SGP, u vraagt naar de kerntakendiscussie. Deze motie is al afgehandeld middels een brief van 29 juni het afgelopen jaar. In die brief staat onder andere dat in de afgelopen periode de ambtelijke werkgroep met externe adviseurs en een begeleidingscommissie uit de raad aan de slag is geweest met de kerntakendiscussie, de methodiek en de voorbereidingen op de strategische conferentie. Bij die strategische conferentie hebben wij stilgestaan bij de kerntakendiscussie. De conclusie was dat de verschillende beelden over doel, nut en noodzaak en de verdere timing van een kerntakendiscussie het voor ons college moeilijk zo niet onmogelijk maakt om te komen met een gedragen vervolgvoorstel, dus wij doen geen voorstel tot een vervolg.

Dat hebben wij u geschreven en wij beschouwen daarmee de motie ook als afgedaan. Even kijken. Dan heb ik nog wat opmerkingen over de SWO. U vraagt: hoe kan het nou dat enerzijds extra geld wordt bijgeplust en er anderzijds nog steeds een taakstelling staat? Het klopt dat er een taakstelling staat. Een miljoen van die taakstelling is ingevuld. Er wordt nog drie keer €250.000, €750.000 ingevuld, maar er zijn natuurlijk steeds nieuwe ontwikkelingen in gemeenteland die vragen ook weer allerlei investeringen. Dan kunt u denken aan het versterken van de

financiële functie, een uitdrukkelijke wens ook van u als raad en ook hoogstnoodzakelijk voor Hoogeveen. Er zijn achterstanden met betrekking tot ICT. Daar zijn we trouwens nog steeds met deze investering niet mee uit de brand. De omgeving komt eraan. Nou ja, et cetera, et cetera. Er zijn voortdurend nieuwe dingen die op de gemeente afkomen waar we wat mee moeten en we hebben u ook al verteld dat er achterstanden zijn bij onze organisatie die waarschijnlijk in de toekomst om nog meer investeringen zullen vragen. Dan zijn er nog twee moties waar ik even kort op wil ingaan. Dat is de motie bij buurt en dorpshuizen. U vraagt om een visie of u vraagt om beleid, maar de aanleiding voor dit stuk is niet het gebrek aan visie of het gebrek aan beleid, maar het gebrek aan geld. De bezuiniging die voorligt, is die van €50.000 oplopend naar €350.000. Dat staat in Schone Lei. Dat staat in de begroting en u heeft vanaf 2014 al steeds gepoogd om te bezuinigen op de wijk-, buurt- en dorpshuizen, want daar gaat jaarlijks 1,17 miljoen euro in om. Beleid en visie met betrekking tot wijk-, buurt- en dorpshuizen staat verwoord in de verschillende nota’s. Al die nota’s zijn door u vastgesteld. Ik noem de nota integraal accommodatiebeleid, het integraal huisvestingsplan en daarbij horend het meerjarenprogramma, maar ook in de toekomstvisie Hoogeveen.

Dat hebben wij ook verteld bij de informatieavond over de wijk-, buurt- en dorpshuizen. Dat is u ook verteld bij de schriftelijke vragen die zijn gesteld en u hebt daar in 2020 ook over gesproken naar aanleiding van het bezoek van wethouder Giethoorn aan de wijk-, buurt- en dorpshuizen. In die visie, dat beleid, staat samengevat, ik noem even wat kreten: eigen kracht, zelfwerkzaamheid op basis van de behoeften en de maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Niet alle voorzieningen kunnen in stand worden gehouden. Daar waar mogelijk moeten we clusteren en de inhoud gaat voor stenen. Kortom, het maken van een visie is geen oplossing voor de bezuiniging waarvoor u aan de lat staat. Dan nog even kort over de motie meerkostenregeling van de SP volgens mij. Het voorstel van u in een motie, dat betekent terug naar de oorspronkelijke situatie, want we hebben daar een bezuiniging op doorgevoerd. Dat terugploegen naar die vorige situatie gaat leiden tot een kostenstijging van pakweg vier ton. Daar is geen dekking voor in de begroting. U wilt namelijk de vergoeding van €225 verdubbelen naar €450. U zegt van, ja, u vindt het belangrijk dat mensen met een inkomensgrens van 130% gebruik kunnen maken van de regeling. Op dit moment is 130% ook de categorie die nog steeds gebruik kan maken van die regeling, maar u wilt het plafond verhogen.

Dat gaat dus leiden tot extra kosten en dat is financieel niet haalbaar, want wij hebben daar geen dekking voor. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Dank u wel voorzitter. Ja, om te beginnen het zicht op armoede en schulden, dan heb ik het maar even genoemd. Ja, op dit moment, en een aantal partijen hebben daar in ieder geval gewicht van gemaakt dat het belangrijk is, maar op dit moment hebben we weinig faillissementen. De werkeloosheid loopt terug en de arbeidsparticipatie neemt eigenlijk toe en het aantal uitkeringen dat wij hebben in onze gemeente is afgenomen van 1271 naar 1138 en dat is een grote stap. Dat is een hele grote stap zelfs. We hebben weinig doorverwijzing naar de tweede lijn schuldhulp en daar klaagt zelfs het GKB over. Dat is een verdienmodel immers van de GKB. Maar we moeten waakzaam zijn ondanks de positieve ontwikkelingen in onze economie en dat realiseren we ons hier met elkaar ook. En dat begint bij de preventie van schulden bij een snellere signalering daarvan. Daar werken wij aan met het veld, waaronder de vrijwilligersorganisaties. En daar zijn we ook mee in gesprek.

Daar ligt een vraagstuk inmiddels en daar gaan we ook mee door, omdat wij de regie willen houden als gemeente op het totale speelveld van die schuldhulp en wij daar ook samen met de vrijwilligersorganisaties goed invulling aan willen geven. De vraag of wij dan zicht hebben op de mensen die op 170% zitten wat de VVD stelt, nou, daar kan ik heel duidelijk in zijn: dat zicht hebben wij niet. Maar ik weet niet of u het heeft, maar dat zicht hebben we niet en dat krijg je ook niet zomaar bij die inkomenscategorie. Wat we wel gedaan hebben onder ondernemers is een vrij uitgebreide inventarisatie, dat is zelfs Drenthebreed gedaan, om te kijken waar de hulp nodig is vanuit onze afgelopen twee jaar coronapandemie. De

conclusies waren eigenlijk vrij eenduidig: generieke hulp is niet nodig en er blijft maatwerk. Dat was eigenlijk de conclusie. De toeslagenaffaire, mevrouw Van Hien overweegt in ieder geval iets met een motie te gaan doen. Ja, ik denk, wij hebben 97 contacten waarvan niet al die 97 gedupeerd zijn en ook niet als gedupeerden worden aangemerkt. We hebben drie hulpvragen uit die 97 en als u mij vraagt: maar moeten wij dan iets optuigen voor kwijtschelding op dit moment? Dan zou ik zeggen: nee, daar hoeven wij op dit moment nog geen actie op te ondernemen en het is ook niet verstandig om dan vooruit te lopen op wetgeving, omdat: is het nodig dat wij bij die drie hulp vragen kwijtschelding gaan organiseren? Dan zullen wij dat natuurlijk niet nalaten en die mogelijkheid is er nu ook al. Dus dat even als reactie op een aangekondigde motie eventueel. Dan even naar het streven naar een goede ondernemersdienstverlening. Dat is nodig voor ons ondernemersklimaat uiteraard en de samenwerking zoals een aantal partijen aanhaalden, bijvoorbeeld in DTZ, is ook goed en nodig en het doet mij dan ook wel deugd dat u daar zo in staat, want voor het einde van het jaar moeten wij namelijk ook een besluit gaan nemen over een verlenging van de samenwerking en ik denk dat onderkennen, dat ervaar ik ook in de gesprekken met ondernemers.

De maak van een loket, ja, daar zijn we ook over in gesprek, maar dat onderken ik ook en dat begrijp ik ook, dus ik begrijp ook wel de richting die de VVD daar met name in zoekt. Maar ik wacht daarin natuurlijk ook keurig af wat daarin gaat gebeuren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn er voor mij nog twee punten die overblijven. De eerste is even de vraag die vanuit de kant van de VVD-fractie is aangegeven. We hebben nu zeg maar het rapport over de SWO voorliggen met alle conclusies en ook met richtlijnen en oplossingsrichtingen en aanpak die we nu opzetten. Hoe verhoudt zich dat nou tot wat vorig jaar zeg maar aangegeven is vanuit de kant van in dit geval de VVD-fractie? Hoe kan dat dan u? Ik vertaal het even in mijn eigen woorden. In algemene zin wil ik daar toch in een haakje even op aansluiten bij wat wethouder Reneman net al even aangaf. Dat is dat wij nu op deze manier met elkaar de discussie voeren, niet alleen ook over de begroting, maar ook over allerlei andere inhoudelijke voorstellen waaronder ook deze valt, en op een rustige manier zeg maar ook in de argumenten en zaken uitwisselen. Het heeft alles te maken met het feit, en dat was ook de woorden, ik zou bijna citeren op dit moment van: we hebben de rust gecreëerd.

We hebben de rust gecreëerd om zaken te onderzoeken en op basis van die onderzoeken en conclusies dan ook de vervolgstappen met elkaar te zetten. Dat is een hele andere context dan we vorig jaar zeg maar hadden voor de zomervakantie en dan zie je toch dat die context toen heel anders was en dat er toen meer werd gesproken over beelden, over opvattingen, over richtlijnen zonder dat we daar ook een goed onderzoek en een goede conclusie aan verbonden hebben en dat we nu zeg maar zover zijn, heeft er alles mee te maken dat we elkaar de rust hebben gegeven en ook rust hebben gecreëerd om die conclusies te onderbouwen en op te zetten. Dat maakt het verschil tussen wat vorig jaar was en zoals we in de situatie zitten waar we nu in zitten. En dan nog even een reactie op de motie aankondiging van de kant van mevrouw Van Hien, de Lijst Van Hien, als het gaat om burgerparticipatie nog dan maar even. Wij willen in ieder geval even wijzen op het feit van: let even goed op voordat je heel veel gaat opschrijven welke instrumenten er al zijn. Ik refereer even naar het recht van petitie dat sowieso in de wet gegeven is. Dat overlapt deels datgene waar hier om gevraagd wordt en tegelijkertijd is het ook zo denk ik verstandig dat als u zegt van: kijk, natuurlijk zijn wij voor burgerparticipatie. Daar mogen helemaal geen enkele misverstanden over ontstaan.

Maar misschien is het ook goed om in de tekst die we straks dan definitief voorgelegd krijgen een suggestie mee te geven van onze kant om ook even goed te kijken hoe je de samenhang tussen raad en college ook kunt zien en de rol van de griffie die daar misschien de rol van het presidium … En dan nog even goed onderzoeken van: wat is er dan specifiek nodig? Wat willen we specifiek doen om dan zeg maar de conclusie daarop te trekken? Dat is een suggestie die we daarin mee willen geven. Daarmee is de beantwoordingsronde van het college afgerond dan is er een pauze voorzien en de heer Kreuze wil nog iets opmerken misschien.

De heer Kreuze: Voorzitter, ik had inderdaad, ik wist niet precies hoe dat in de procedure paste, maar gezegd dat ik twee kwesties met het college had. Ik weet niet of dat dan als vragen werden opgevat of als debatpunten, want dan kom ik daar straks mee. Het mag nu ook wat mij betreft. Ik weet niet hoe u dat ziet. c.

Schorsing debatronde

De voorzitter: Nee, wij hebben het even over als debatpunt die we dan aan de orde hebben, want het college debatteert op dat moment gewoon mee in de discussie die we daar voeren. Dan stel ik voor dat wij nu pauzeren en dat wij de inwendige mens gaan versterken zodat wij weer met een goed gevulde maag aan de discussie kunnen beginnen. Dan schors ik de vergadering tot kwart over zeven. 5.

Pauze

6.

Debatronde a.

Heropening debatronde

De voorzitter: Dames en heren, u bent allen weer gearriveerd. Ik heropen de vergadering. Ik kijk maar even rond. Meestal als ik dat in de klas deed, dan hield ik maar gewoon even mijn mond dicht en vanzelf sterft het geluid weg. Dat gebeurt hier ook. Dank u wel. Aan de orde is na de reactie van het college op de visies die de partijen vanmiddag hebben gegeven de debatronden, dat zijn er meer dan één natuurlijk, over de onderwerpen die, zo staat ook in de agenda, eerst maar eens over de moties en amendementen. b.

Bespreken amendementen en moties

De voorzitter: Wat ik zou willen doen, is, we hebben wat gerubriceerd in onderwerpen, dan geeft u wel aan of u al dan niet daar iets in kwijt wil of een debat over wil of dat u nog een vraag heeft. Dat horen we dan wel bij die onderwerpen, dan wel dat u zegt: ik heb voldoende op dit moment, we gaan dan met moties en amendementen aan het werk en dat komt dan wel bij de besluitvorming terug. Dat kan natuurlijk ook. Het is niet per se gezegd dat we over alles een uitgebreid debat hoeven. Ik ga die respectievelijk wel even met u door. Ik heb de eerste … Sorry, ja, de heer Bisschop van de VVD. De heer Bisschop: Dank u wel. Krijgen we nog ruimte om te reageren of vragen, aanvullende vragen te stellen op de reacties van het college? De voorzitter: Ja, ik wilde eerst deze punten, goed dat u het even aankaart, ik wilde eerst deze punten even met u doornemen en kijken hoe ver we daarmee komen en dan hebben we nog een blok inderdaad nog aanvullende vragen die op basis van de reacties zijn gegeven. De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel voorzitter. Wij hebben nog op een vraag geen antwoord gehad. Komt dat straks? Moet ik die nog een keer stellen straks? De voorzitter: Ja, ik neem hem even mee in de categorie die de heer Bisschop dan aangaf, dus houdt u mij scherp en aan alle kanten word ik wel herinnerd als dat niet aan de orde komt. Daar ga ik maar vanuit.

Het eerste kopje dat ik even gepakt heb, is sociaal domein, herontwerp sociaal domein. Daar zijn ook verschillende fracties hebben daar ook het woord over gevoerd en ik heb ook een aantal moties, amendementen daar even onder geschaard en die wil ik even respectievelijk bij u op tafel leggen. Ik neem aan dat over het brede onderwerp, dat komt natuurlijk straks bij het herontwerp zelf, u heeft de procedure van de wethouder

gehoord hoe dat in zijn werk gaat en dat komt natuurlijk hier op tafel in zijn volledige omvang hier terug, maar daar waren een aantal punten die u aan de orde heeft gesteld. De eerste was de motie over preventie aan de kant van de ChristenUnie. Ik kijk of daar aan de kant van de ChristenUnie nog behoefte is om daar nu over te debatteren of heeft u voldoende aan achtergrond gekregen? Mevrouw Pullen-Muis: Ik heb, wij hebben de reactie van de wethouder eigenlijk wel als positief geïnterpreteerd. We gaan deze komende tijd nog even kijken hoe we precies de motie inhoudelijk vorm gaan geven, maar het zal vooral gaan omdat wij goed in beeld willen krijgen wat de argumenten … Ja, om argumenten te verzamelen waardoor duidelijk wordt wat het betekent dat het preventiebudget is stopgezet en dat we daarmee op termijn kunnen kijken of dat kan betrokken worden bij het sociaal domein. Dus wat ons betreft hoeft dat nu niet besproken te worden en nemen we even de antwoorden van de wethouder daarin mee. De voorzitter: Oké, dan kijk ik even of anderen daar nog vragen over hebben of opmerkingen over hebben richting de ChristenUnie op dit moment. Niet? Dan ga ik naar de inrichting van de taskforce. Die kwam van D66.

Daar heeft de wethouder op geantwoord van: ja, wij hebben als zodanig alles in procedure en betrokkenheid van heel veel partijen, wij zien een taskforce, ik zeg het even, ik vertaal het even en als het niet goed is dan word ik wel gecorrigeerd door collegeleden, de taskforce eerder als vertragend dan dat het een oplossing biedt. De heer Reneman. De heer Reneman: Als te vroeg. De voorzitter: Als te vroeg. De heer Reneman: Ja. De voorzitter: Helder. Dat was van D66. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, die laatste toevoeging biedt natuurlijk wel weer ruimte, dus daar ben ik toch wel nieuwsgierig naar. Daar zou ik wel kort het gesprek over willen voeren straks, omdat we nu al wel van het college hebben gehoord dat de voorgenomen bezuinigingen zoals die uitgestippeld zijn de komende jaren dat dat niet helemaal een realistisch scenario is, dus dan ben ik wel benieuwd, ja, moeten we dan niet nu al met een ander soort samengestelde groep dit als een wicked problem gaan zien en proberen oplossingen te bedenken? Dus dan ben ik wel benieuwd naar de timing zeg maar met name. De voorzitter: Ja, de heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter, te vroeg is te vroeg, dus ook nu straks erover praten is te vroeg.

Eerst het herontwerp en daarna kijken en dan zal het college ook een voorstel doen om met de financiële gevolgen van het herontwerp om te gaan en aan de hand daarvan kan besloten worden om te kijken wat er dan gedaan moet worden. Dus u zal nu ook van het college niet veel horen over wat we kunnen nadat we het herontwerp met elkaar hebben vastgesteld, want dat moeten we eerst doen. De voorzitter: Ja, anderen die daar nog iets … De heer Bisschop van de VVD.

De heer Bisschop: Ja, wij sluiten ons ook aan bij de woorden van de wethouder. Laten we nou eerst even het herontwerp afwachten, kijken wat eruit komt en wat dan ook de winstwaarschuwingen zijn en laten we dan een taskforce in het leven roepen om te kijken van: wat is er dan verder eventueel uit te halen of niet. De voorzitter: Helder. Anderen? Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Gaan we nu een rondje op reactie? De voorzitter: Ja. Mevrouw Pullen-Muis: Nou ja, dan ben ik dan als het moment te vroeg voorbij is, ben ik wel benieuwd naar wat de inhoud is van het idee van D66, wat die taskforce precies inhoudt en wat het gaat toevoegen, maar dat is dan pas en niet nu. De voorzitter: Oké, dus een soort van: dan kunnen ze er vast rekening mee houden. Anderen? De heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, wij hadden meer Regine Aalders als discussiepunt aangekondigd. Ik weet niet of u dat in dit blokje gaat behandelen, maar wat is dan te vroeg zeg maar in die zin dat het een methode is, methode JEM die werkt in veel plaatsen in Nederland en wij zijn eigenlijk wel benieuwd of dat dan ook te vroeg is of dat we daar wel wat mee kunnen gaan doen en hoe de raad daar tegenaan kijkt. Kunnen we dat nu inbrengen of hoe ziet u dat? De voorzitter: Ja, ik kijk even voor een reactie even naar het college, maar mevrouw Pullen wou toch reageren.

Mevrouw Pullen-Muis: Ja, als het CDA zegt: JEM, is denk ik in het kader van begrijpelijke taal wel even handig om toe te lichten wat daarmee bedoeld wordt. De voorzitter: Dat is heel goed mevrouw Pullen en dat gaat het CDA nu toelichten. De heer Kreuze: Jazeker en dan ook nog op een B1-methode. Voorzitter, de JEM-aanpak staat voor: jouw eigen mentor. Dat is afgelopen 26 oktober in de Tweede Kamer behandeld. Dat is ook aangenomen om daar een wetswijziging op door te voeren, zodat ouders en kinderen zelf hun mentor mogen kiezen en dat niet al vrij snel gekozen hoeft te worden voor zorgprofessionals met alle goede en slechte gevolgen van dien. Dat JEM, de JEM-aanpak of kortweg JEM, is landelijk zeg maar op verschillende plaatsen een bewezen succesvolle methode geweest. De vraag is even van: inderdaad, het herontwerp wordt nu voorgelegd, de uitwerking, of we daarin naast de vraag van een taskforce een plek kan krijgen. Dus ook niet nu maar dan. Nee, dat begrijp ik, maar ik begreep van anderen dat dat op dit moment nog niet hoefde, maar dat afrollen wachten. Maar dan komt hij daarbij. Ik kijk ook even naar het college. De heer Ten Kate: Ja, ik denk dat u al wilde samenvatten, maar ik onderschrijf uw samenvatting.

Daarmee bedoel ik: we gaan straks met het herontwerp over dit soort dingen praten met elkaar volgens mij over hoe dat herontwerp en over hoe we dan de rol van de ouders en van de kinderen enzovoorts zien. Dus het kan allemaal nu, maar het lijkt mij meer op zijn plaats om dat bij het bespreken van het herontwerp te pakken. De voorzitter: Dank u wel voor de ondersteuning. Mevrouw Schonewille van de PvdA.

Mevrouw Schonewille: Ik kreeg van D66 het idee dat zij misschien vooraf daar al iets over wilden, omdat ze misschien vooraf willen bijsturen, dus ik ben daarin nieuwsgierig wat hun plan eigenlijk is, dus daar zou ik best wel iets over willen horen vooraf eigenlijk al, zodat we daar een gedegen besluit over kunnen nemen. De voorzitter: Ik vraag even aan mevrouw Rutgers om dat toe te lichten. Mevrouw Rutgers: Ja, kijk, ik heb nu nog niks op papier gezet, maar wat mijn idee of wat ons idee daarbij is, is dat je steekt meer grote vraagstukken zie ik niet alleen in sociaal domein, maar landelijk ook bijvoorbeeld op het gebied van bijvoorbeeld verkeer in Utrecht, waarbij je kan zeggen: nou, dan zetten we de specialisten om de tafel die logischerwijs daarbij betrokken kunnen worden om een oplossing te kunnen vinden, maar je ziet ook al grote problemen waarbij dan gezegd wordt: ja, dit lossen we niet op met de geijkte specialisten om de tafel, maar laten we daar ook mensen van hele andere domeinen aan tafel zetten en is het de vraag van: wil je dat in aanloop doen naar een herontwerp of wil je dat doen als het herontwerp klaar is, de consequenties in beeld en dan … Nou ja, dat is eigenlijk meer een soort ontwerpvraag: wanneer is het nodig, wanneer vinden wij het nodig dat met een breder perspectief er oplossingen gezocht worden? Is dat in het voortraject of in de uitwerking straks? De

voorzitter: Het college heeft duidelijk aangegeven dat het in de fase na het ontwerp is. Mevrouw Rutgers: Precies. Maar goed, dat is wel iets wat je dan zou kunnen bediscussiëren of wij dat ook vinden als raad. De voorzitter: Ik kom zo even bij de heer Reneman, maar ik zag ook de heer Bisschop nog even. Misschien dat dat meteen meegenomen kan worden. De heer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Ja, ik vraag me af: we zitten vlak voor het herontwerp, dat dit soort dingen misschien vertragend gaan werken. Er moet ook naar onze mening echt wel actie ondernomen worden om een taakstelling die in het sociaal domein zit te kunnen halen, dus als wij nu in het proces richting het herontwerp nu weer andere dingen gaan doen en vragen vanuit de raad, lijkt mij geen goede oplossing. Eerst het herontwerp en daarna kijken van: wat is daarvoor nodig? Om daar nog extra inspanning te moeten leveren. De voorzitter: De heer Reneman.

De heer Reneman: Ja, voorzitter, wij moeten ook het proces van de taakstelling op het sociaal domein met elkaar gewoon afronden en wij gaan ook met een voorstel komen om dat proces af te ronden en dan de begrotingsconsequenties die dat met elkaar meebrengt ook op een begrotingsniveau weer op te pakken en dan zou een taskforce in die fase interessant kunnen zijn om op andere onderdelen van de begroting wel degelijk op een andere manier te kijken en te werken. Maar dan nog steeds, en dat is meer een inhoudelijke argumentatie om dat niet op het sociaal domein te doen, maar misschien wel een ander terrein, maar ook dat is een discussie die prima gevoerd kan worden nadat we met elkaar de discussie over het herontwerp hebben afgerond. De voorzitter: Dat wordt meegegeven in de verdere discussie die ik op deze sessie zal hebben voor het al dan niet opstellen van deze motie en dat zullen we dan in de raad terugkomen als dat nodig is. Dan ga ik even naar het punt van kwijtschelding en toeslagenaffaireslachtoffers. Dat was de Lijst Van Hien. Ik weet niet of daar voldoende antwoord op gegeven is.

Mevrouw Van Hien: Ja, het is duidelijk wat de wethouder Zwiers daarover zei. SP was mede-indiener geweest, dus we gaan samen kijken wat we er verder mee willen. De voorzitter: Oké. Anderen op dit moment aanvulling daarop? Dat is niet het geval. Dan kijk ik naar de fractie van de VVD. Ik noem het maar even de één minimaregeling, dus niet verschillende regelingen maar één regeling. De heer Steenbergen. De heer Steenbergen: Ja, voorzitter, het is duidelijk dat het ons gaat om de eenvoud in plaats van daar een soort van kakafonie van regelingen te hebben. We proberen daarnaar te kijken, maar ook net als D66 heb ik daar nog niks van op papier en we willen dat graag verder voorbereiden, maar we waren ook gewoon wel even nieuwsgierig hoe andere fracties daar tegenaan kijken om daar wellicht een onderzoek naar te gaan doen. De voorzitter: Ik kijk even naar de reacties. De heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, fantastisch punt van de VVD. Er is namelijk op 18 november, dat doe ik even uit mijn hoofd, collega’s, maar 18 november 2019 een motie ingediend één regeling door de Partij van de Arbeid, Gemeentebelangen, CDA, misschien nog wel meer, ChristenUnie, bedankt voor de soufflering, maar die één minimaregeling is toen door het college, ik dacht dat het op de magische datum 30 juni 2020 teruggekoppeld is aan de raad dat dat juridisch onhaalbaar is.

Overigens juich ik de stellingname van de VVD toe en ook de intrinsieke motivatie namelijk om te zeggen van: we willen het vereenvoudigen, toeslagenaffaire, et cetera. Wij weten hoe moeilijk het is om in een minimatoestand van 27 regelingen met acht definities van kwijtschelding et cetera te moeten acteren, dus ik denk dat de VVD ons aan hun kant vindt op dat punt. De voorzitter: Anderen die daarop willen reageren? De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, wij waren toen der tijd inderdaad een van de partijen die dit ook naar voren heeft gehaald, dus wanneer de VVD daarmee komt, willen wij graag meedoen. De voorzitter: Anderen? Mevrouw Pullen, ChristenUnie. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, kijk, dat is natuurlijk altijd het lastige. Aan de ene kant vinden we gewoon dit soort ideeën en wat de VVD inbrengt ook, en dat leeft natuurlijk ook al langer binnen de raad, die één regeling, dat is natuurlijk echt een heel mooi streven, maar als het dan juridisch heel erg lastig wordt, dan zijn we uitgepraat, toch? De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, het is natuurlijk wel weer een of twee jaar verder inmiddels, dus ik kan mij voorstellen dat het wel interessant is om te kijken of het op dit moment nog steeds juridisch niet haalbaar is, dus wij hebben er wel oren naar om dat in ieder geval te verkennen. De voorzitter: Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid.

Mevrouw Schonewille: Ik sluit me daarin aan bij de woorden van mevrouw Rutgers van D66, want ook al zou iets juridisch niet haalbaar zijn geweest een aantal jaren geleden, kan het natuurlijk best zo zijn dat we kunnen kijken naar hoe we die vereenvoudiging toch kunnen creëren op een andere manier misschien, want ik denk wat mevrouw Pullen net aanhaalt van de ChristenUnie, dat het leeft binnen de raad, dat is een ding, maar ik

denk dat het nog veel meer leeft binnen de inwoners zelf die gebruik moeten maken van de minimaregelingen, want het is inderdaad best een verstrooid veld. Het zou echt wat makkelijker zijn als dat vereenvoudigd wordt, dus ik zou daarbij willen pleiten dat we moeten kijken naar hoe gaan we dat dan regelen binnen de juridische kaders die er dan wel liggen, maar hoe kunnen we dan toch iets verzinnen om dat te vereenvoudigen? De voorzitter: Andere aanvullende reacties? De heer Kreuze nog, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, dit houdt ons ook als CDA erg bezig zeg maar omdat destijds, collega Sieders zei het ook al, die was volgens mij de initiatiefnemers zelfs toen, maar dat wij gezien hebben dat er wel gemeenten stappen maken, dus ik sluit mij bij mijn collega’s aan. Er zijn in het land wel voorbeelden te vinden die daar stappen in maken ook niet zeg maar de 100% stap die we graag zouden willen maken, maar we hebben daar al studie naar verricht. Wij dragen graag bij aan deze discussie. De voorzitter: Mevrouw Van Hien, Lijst Van Hien. Mevrouw Van Hien: Ja, het lijkt mij ook de moeite waard om dit verder te onderzoeken. De voorzitter: De heer Sieders, sorry, mevrouw Van den Oord wil nog even … Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, ik denk ik zwijg en wie zwijgt stemt toe, maar in dit geval denk ik: nou, als mevrouw Van Hien nou ook nog een duit in het zakje doet.

Ik sluit me bij de woorden van mevrouw Schonewille en mevrouw Rutgers aan. De voorzitter: Dank u wel. Nog meer spijtoptanten? Die zijn er niet. De heer Zwiers namens het college. De heer Zwiers: Ja, ik denk dat gehoord hebbende wat er gezegd is, dat het misschien verstandig is ook na twee jaar om dan nog eens in het verkeer een soort juridische toets te doen als opmaat wellicht naar een vervolg, maar ik zou dat wel adviseren om dat inderdaad te doen nadat het herontwerp sociaal domein zeg maar ook wat meer vorm heeft gekregen en vastgesteld is of afgerond is en om het dan op die manier met elkaar nog eens een keer te bezien. En die brief die u van ons mag verwachten qua juridische toets die kunnen we natuurlijk wel alvast gaan proberen uit te voeren. De voorzitter: Dat kan de fractie van de VVD in dit geval al dan niet in samenwerking meteen meenemen, dus de toets, de brief, die komt en een moment van indienen dat laat ik dan naar aanleiding van het besprokene net even ook aan u en aan de raad zelf. De heer Steenbergen: Ja, voorzitter, helemaal mee eens. Ik vind het ook mooi dat in ieder geval in de raad wordt aangegeven ook dat er ook al eerder is benoemd. Dus wat dat betreft, het maakt ons niet uit.

Het is gewoon raadsbreed en ik vind dat we met de hele raad daar even naar kunnen kijken en proberen daar een goede motie van te maken en even afwachten wat de brief en de juridische toets daar doet, maar graag daar met zijn allen aan meewerken om te kijken wat mogelijk is. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan heb ik nog de meerkostenregeling onder dit hoofdstuk staan. Meerkostenregelingen waren mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord? Het ging even over de meerkosten of u dat voldoende vond of dat u daar nog verder een debat over wil. Gaat uw gang.

Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ik schaam mij diep. Ik werd even afgeleid inderdaad, voorzitter. Mijn fractie gaat zich daar nog even over beraden en wellicht nog in gesprek met de wethouder. Op dit moment houden we hem aan en we zitten sowieso niet in het besluit, dus wij hebben geen behoefte aan debat, maar we gaan nog kijken naar mogelijkheden. De voorzitter: Oké, voldoende? Dat geldt voor de anderen? De heer Kreuze nog. De heer Kreuze: Ja, de meerkostenregeling dat hield ons ook wel een beetje bezig. Hij is afgeschaft geweest gedeeltelijk en nu komt hij dan weer op de uitvoeringskosten in deze begroting terug. Het gaat jullie om de regeling zelf en niet om de uitvoeringskostendiscussie? Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nee, het gaat niet om de uitvoering. Het gaat puur om het herstel naar het voorgaande niveau van €450, 130% van het bijstandsniveau. De voorzitter: Oké. Nu zeg maar even aangehouden en overlegd met het college, in ieder geval met de portefeuillehouder om te kijken of daar iets uitkomt. Dat moeten we afwachten. Ja? Dan heb ik het kopje sociaal domein even nu dat van mijn lijstje gaat. Ik kijk ook even met u of u zegt van: hé, er is nog wat vergeten. De heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, wij hadden een discussiepunt ingebracht onder de, vergeef mij, mijn fractie viel mij daar ook niet helemaal op bij, data-analyse moreel appel heette dat.

En dat moet ik ook gaan uitleggen, want dat is wel een beetje eigen taal geworden. Voorzitter, als ik dat even mag toelichten, dan kunnen wij even kijken of daar een debat over gevoerd mag worden, want volgens mij wordt dat niet bij wachten op herontwerp. De voorzitter: Ja, ga uw gang. De heer Kreuze: Oké. Wij hebben gezien in de begrotingjaarrekening dat er huisartsen zijn die niet met praktijkondersteuners werken en we hebben gezien dat daar echt wel verschillende soorten van afnemers van zorg zijn zeg maar, leveranciers van zorg, sorry, moet ik zeggen, ook afnemers trouwens, maar vooral om de leverancierskant gaat het ons. En data-analyse wil zeggen dat daar zeg maar een soort plaats … Op pagina 182 van de begroting staat dat er gebruik moet worden gemaakt van informatica, van automatisering om te kijken: waar zitten de afwijkingen? Waar wordt heel lang zorg verleend? Waar heel kort? En wij zouden graag willen dat daar, en dat is de vraag aan de raad, maar ook aan het college eigenlijk realiseer ik me nu, dat daar zeg maar op basis van die analysegegevens naar buiten komen waar het college of de organisatie een moreel appel zou kunnen doen, want juridisch kan het niet, of daar wel in de geest van de jeugdwet gewerkt wordt. Ik zeg het een beetje uitvoerig misschien. Ik begon dus door te zeggen van: er wordt op verschillende manieren gewerkt.

De een is sneller, succesvoller en weet ik het allemaal. Data-analyse is een manier om vast te stellen van: wat zijn die verschillen tussen al die leveranciers? En die leveranciers die zich niet houden aan de spelregels die wij normaal zouden vinden, daar zou ik toch echt van verwachten dat er een moreel appel gedaan wordt, want zij eten ons geld op. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, dat moreel appel, wordt dat gedaan op de huisartsen die geen praktijkondersteuning hebben? Was dat de bedoeling?

De heer Kreuze: Het voorbeeld is dan zeg maar door mij gebruikt dat bij de begroting, sorry, bij de jaarrekening is dat behandeld. Daar waren toen volgens mij, schrik niet, maar twee huisartsen. Dat is natuurlijk relatief weinig, maar die deden toen niet mee. Misschien is dat inmiddels veranderd, want daar werd vanuit de organisatie druk op uitgeoefend als ik dat zo mag zeggen. Het gaat ons erom dat je dus via analyse moet vaststellen van: waar zitten de afwijkingen? En ik heb ook vragen gesteld. U heeft allemaal in de begroting van vorig jaar een tabel gehad rondom de jeugdhulp in aantallen en prijzen en die is nu ook weer na geleverd bij technische vragen en ook daar zitten heel veel afwijkingen, dus ik wil heel graag dat het college met haar organisatie die analyse doet en dan gaat kijken van: waar moet ik mensen aanspreken? De voorzitter: Misschien dat het college daar… sorry, ik moet in de microfoon praten, dat het college daar zo even een reactie op kan geven. De heer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Dank u wel. Dit is natuurlijk wel een lastige, want data-analyse is op cijfertjes en dat is ook het werk van de heer Kreuze, cijfertjes. Het gaat natuurlijk ook over: welke kwaliteitshulpverlening wordt er nu verleend door de providers of de leveranciers? Dus dat is ook een tweede.

Dus ik denk dat dat niet alleen maar de data-analyse dan moet zijn, maar dat het ook naar de kwaliteit van de zorg die geleverd wordt. De voorzitter: Oké, mevrouw Pullen, ChristenUnie. Mevrouw Pullen-Muis: Hai, ik heb een vraag aan de heer Kreuze van het CDA. Begrijp ik dat met die dataanalyse, wat denk ik geld gaat kosten sowieso, er geprobeerd wordt om via een moreel appel de kosten naar beneden te krijgen? Ik probeer hem te pakken. Kunt u dat even toelichten? De heer Kreuze: Heel graag. De voorzitter: Misschien dat de heer Kreuze dat een op een kan beantwoorden, ja. De heer Kreuze: Sorry, ja, ik was iets te snel voorzitter, sorry. De voorzitter: Nee dat mag. De heer Kreuze: Dan kan ik eigenlijk mevrouw Pullen en meneer Bisschop in een keer op reageren. Dataanalyse haalt natuurlijk verschillen boven water en overigens is mijn leven veel meer mensen dan cijfers, meneer Bisschop. Dat wil ik wel even zeggen. En dat is zelfs mijn motto: mensen voor cijfers. Maar de dataanalyse haalt verschillen boven water en de gemeente is volgens mij ook wel, dat gaan wij zo horen, volgens mij oprecht daarmee bezig, dus ik wil graag weten hoe ver we zijn.

En dat kijkt dus naar: wat is daar gebeurd? Dat kijkt dus naar kwaliteit en dat kijkt naar geld, dus mijn antwoord is: het gaat niet alleen om bezuinigen, maar het gaat ook om die fuik waar die jongeren soms inzitten en nooit meer uitkomen, want ik ken voorbeelden van een Hoogeveens gezin, mag ik nog een klein beetje uitweiden? Maar waarbij een jongeman faalangst had. Die krijgt dan behandelingen, zes stuks. Komt er fantastisch uit, maar de behandelaar zegt: hij moet nog wel een half jaar behandeld worden. De ouders zeggen: nou, wij zijn heel tevreden. En dan zeg ik van: hebben wij het wel goed gedaan? En dat zou ik met data-analyse boven water kunnen halen. Waarom moet zo een kind een half jaar in behandeling zijn terwijl de ouders bijvoorbeeld heel tevreden zijn over de behandeling? Dat was een voorbeeld. De voorzitter: Mevrouw Schonewille, PvdA.

Mevrouw Schonewille: We kunnen de geest van wat het CDA hier voorstelt ergens wel begrijpen in die zin dat we het belangrijk vinden dat er natuurlijk grip komt op het sociaal domein en dat er gewoon goede zorg geleverd moet worden, maar wij vragen ons wel ernstig af of met alleen een data-analyse je dat daadwerkelijk boven water gaat krijgen, want in het voorbeeld dat de heer Kreuze net noemt, ja, er zijn een aantal uitzonderingen te noemen waarop bijvoorbeeld ouders best iets kunnen vinden maar de professional iets anders. Dus dat vind ik wel ingewikkeld in die zin: krijg je met alleen een data-analyse daadwerkelijk boven water waar de kwaliteit van zorg dan ontbreekt? Wij vinden dat daarin breder gekeken zou moeten worden. De voorzitter: Ja, ik geef eerst het woord aan de heer Kreuze en dan even aan de heer Bisschop. Hij doet verwoede pogingen om in beeld te komen. Dat hoeft niet meer, want u zit nu helemaal rechtstreeks in mijn blikveld. Ja, ja dat is goed. De heer Kreuze en daarna de heer Bisschop. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, het begrip data-analyse bestaat uit twee woorden: data en analyse. Dat wil zeggen dat je met die data iets gaat doen en dan moet je analyseren, dus mevrouw Schonewille heeft helemaal gelijk. Je weet op de basis van die cijferreeksen nog niks. Dan moet je nog verder kijken en ik ben het met haar eens.

Ik gebruikte een voorbeeld dat ik in mijn eigen praktijk meegemaakt heb. Dat is altijd gevaarlijk. Natuurlijk zijn daar ook voorbeelden van ouders die te vroeg ingrijpen waarbij de zorgspecialist wel gelijk had, dus ik zou graag willen weten waar die verschillen zitten en wat wij daarmee doen en het gaat mij inderdaad ook om kostenbeheersing, maar je kunt ook kwaliteitsverschillen ontdekken. De voorzitter: De heer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Ik wou even reageren op de uitspraak van de heer Kreuze net. Ik ben wel blij met de menselijke toon van de cijferaar. De voorzitter: De uitspraak is genoteerd denk ik ergens. Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, in het verlengde hiervan ben ik dan ook benieuwd of het niet ook om meer gaat dan alleen kwantitatieve analyse. Gaat het niet ook over kwalitatieve data-analyse? Ja, precies, dus dan is het ook niet alleen maar de cijfers. De voorzitter: Ik wil graag nu eerst even het woord geven aan de wethouder Ten Kate. De heer Ten Kate: Ja, ik vind het wel een vermakelijke discussie.

De collegeleden uit de linkerzijde fluisteren mij allemaal in het oor: dit doen we toch al? En dat wil ik ook zeggen: ja, we zijn hier al mee bezig door gesprekken te voeren met huisartsen over: wat zien we qua doorverwijzingen, qua duur van behandelingen en nog zo wat? En we vergelijken dat ook met andere huisartsen, dus je hebt een gesprek een beetje op dezelfde manier, dat voorbeeld heb ik wel eens genoemd, zoals zorgverzekeraars dat ook doen en zorgaanbieders en data is daar niet het middel maar een van de input waarmee je dat gesprek vervolgens voert. En dat gaat dus niet alleen over huisartsen die nog niet meedoen, maar ook die wel meedoen of zorgaanbieders die meedoen om gewoon vergelijkend daar gesprek over te voeren. En natuurlijk gaat dat voortdurend over: hoe kun je de kwaliteit van zorg zowel in financiële zin als ook in gewoon inhoudelijke zin verbeteren? Dus we doen dit al lokaal. Dat moeten we nog wel uitbouwen hoor, dus we beginnen daar of we zijn daar vrij onlangs mee begonnen. En dit staat ook op de agenda voor de regio, want een aantal met name grote zorgaanbieders in de jeugdzorg kopen dat regionaal in. Daar is ook iemand voor aangenomen die dit gaat doen. Althans, die die analyses maakt en daar gaan dan de accountmanagers mee onder de arm de gesprekken voeren met de jeugdzorgaanbieders.

De voorzitter: Ik ga nog even naar de heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ik ben heel blij met dit antwoord. Wij wisten het niet. Dat hadden wij misschien kunnen weten en ik hoop ook dat het ons dan meeneemt in wat daar uitkomt. Dat zouden wij zeer op prijs stellen. De voorzitter: Nou, het college kennende gaat dat zeker gebeuren op enig moment. Ja, voldoende op dit punt? Dan ga ik met u naar een ander hoofdthema wat door meerdere fracties ook hier op tafel is gelegd. Dat is de bezuinigingen op de dorps- en buurthuizen. Ik hoorde al amendementen, moties. Misschien is het ook wel even goed om daar nog even een keer te kijken wie dat in het midden wil brengen, eventueel ook om elkaar in op te zoeken, maar zeker de lijn met het college te leggen waar het gaat om de invulling daarvan. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ja, we willen vooral naar voren brengen dat wij eigenlijk wel positief zijn om te horen dat er meerdere partijen zijn in de gemeenteraad die hier op deze wijze naar kijken en zij ook vinden in het belang van de dorpshuizen eigenlijk zien en vinden dat daar niet of in mindere mate op bezuinigd moet worden. Wij hebben hier natuurlijk twee weken geleden uitgebreid over gesproken met elkaar, dus wat ons betreft, wij staan daar niet anders in. Wij zijn nog steeds van mening dat het van tafel moet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10785623/2