Transcript Gemeenteraad 22.06.2023
Tekst van het document
De voorzitter: Helder. Ik kijk even of anderen nog willen reageren. Dan constateer ik dat in ieder geval deze discussie heeft opgeleverd dat er helderheid is verschaft over of dit amendement al dan niet wordt gesteund. Dat gaat, de heer Kreuze heeft het al aangegeven, dat wordt meegenomen in de voorbereiding naar de besluitvorming over twee weken op de 6e juli. Ja? Ik had het thema spaartempo stond ook nog op de agenda, maar dat heeft, heeft dat niet een beetje raakvlakken met elkaar of zeggen we nee het is toch een apart punt wat we nog even aan orde willen hebben? Is niet het geval. Dan blijft er één punt nog over en dat is het amendement over Wat goed is moet goed blijven. Dit ging over de investeringen. We hebben het net over onderhoud gesproken, maar dit ging over de investeringen in onderwijs, huisvesting en dergelijke. Daar heeft het amendement van het CDA ... Wat goed is, moet goed blijven. Mevrouw Bisschop. Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Dank u wel voorzitter. Ja voor het CDA is het erg belangrijk dat de zaken die we in onze mooie gemeente hebben ook goed blijven. We hebben het er vanavond al over gehad dat er de afgelopen jaren achterstanden zijn ontstaan in het onderhoud van wegen, fietspaden en bruggen. We hebben het er ook al over gehad dat het grote aandacht ook heeft van het college. Ook het terugbrengen naar het basisniveau.
Wij roepen de raad op in dit amendement om de investeringen die in 2022, dus het voorliggende jaar nog niet gerealiseerd zijn, om die nu prioriteit te gaan geven, voordat wij nieuwe grootschalige investeringen, en denk dan bijvoorbeeld ook aan de brandweerkazerne die al aan bod is geweest ook vanavond, te gaan doen. En we roepen de raad ook op, het college ook op om de investeringen die voor 2023 en 2024 in de kadernota ook benoemd zijn, die gepland staan, om die ook echt prioriteit te geven, zodat we ook, denken wij als CDA, ook echt recht doen aan de ambitie zoals die in de kadernota wordt neergelegd om het onderhoudsniveau weer op peil te gaan krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Ja daar heeft het college ook al in zijn brief op gereageerd van afgelopen dinsdag. Nee, woensdag moet ik zeggen, gisteren. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja dank u wel voorzitter. Als je dit amendement bekijkt, denk je in eerste instantie dat het een positief amendement is. Maar de andere kant van het verhaal is, als je het leest, zal je ook denken dat de gemeente maar één persoon in dienst heeft of maar één iemand die taken hier kan uitvoeren. En gelukkig, ‘...’ dit niet, want de mensen die de brandweerkazerne zouden moeten bouwen, zijn niet de mensen die de wegen zullen gaan aanleggen. En ik denk dat we voornamelijk als dit zoals ie hier voorligt, zullen invullen.
Dan houdt het in dat we eerst weg A aanleggen, daarna weg B, dan weg C, dan weg D en heel misschien dan ook een keer de brandweerkazerne. Gemeentebelangen denkt dat het prima gezamenlijk kan. Prioritering, die hebben we al aangegeven, want we hebben al eigenlijk al aangegeven dat het in 2022 had moeten gebeuren en dat is de prioritering die er ligt en die heeft de gemeente en zo staat ie ook in de kadernota, dat het nog steeds de prioritering is, dat die als eerst worden gedaan voordat de projecten die achteraan in de rij staan worden uitgevoerd. Daarom zullen wij dit amendement niet steunen. De voorzitter: Anderen? De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Ja, voorzitter, ik hou het kort. Ik sluit me 100 procent aan bij de woorden van de heer Sieders. De voorzitter: De heer Dekker. De heer Dekker: Ja voorzitter, ik hou het net zo kort. Wij doen dat ook. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66.
Mevrouw Rutgers: Idem. De voorzitter: De heer Pomper, SP. De heer Pomper: Dito. De voorzitter: De heer Kramer, VVD. De heer Kramer Wij ook, voorzitter. De voorzitter: Dan heb ik vast één gemist. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, wij zitten er iets anders in. Wij weten dit eigenlijk nog niet goed. Wij kunnen niet echt overzien wat je zeg maar als het niet gerealiseerd is in 2022, dan is dat geld overgehouden. Dat hebben we al gebleken, 27 miljoen was er overgehouden. Zit dat dan daarin of is dat automatisch wat daar overgehouden is, wat bestemd daarvoor was, is dat ook gewoon nu weer in 2023 of 2024 weer beschikbaar? Ik weet niet hoe ik dit duiden moet, dus wij weten niet hoe we precies hoe we hiermee om moeten gaan. De voorzitter: Daar is nog een twijfel. Anderen nog? Dan ga ik even terug naar mevrouw Bisschop. Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Jammer dat er op dit moment weinig OF zeg maar gewoon geen steun is. Ik ga het terug meenemen naar de fractie en we komen erop terug. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb alle punten die ik met u doorgesproken had na de pauze volgens mij de revue laten passeren en hier op tafel gelegd. Dat leidt er … sorry. De heer Van Rijn. Excuus. De heer Van Rijn: Excuus. Voorzitter, u had volgens mij nog een punt van mij opgeschreven. Dat gaat over het pessimistisch en realistisch … De voorzitter: Oh, begroten. De heer Van Rijn: Begroten.
De voorzitter: Het loslaten van pessimistisch begroten. Daar heeft u gelijk in. Het is niet meer uiteindelijk op dit lijstje terechtgekomen, maar ik zie wel in mijn persoonlijke aantekeningen dat hij er nog steeds staat. Boven inclusie en dierenwelzijn nota bene. Dus ik had hem moeten zien. De heer Van Rijn: Fijn dat u dat nog eventjes … De voorzitter: Het loslaten van pessimistisch begroten. Het is tijd. Tenminste, zo zei u dat nou. De heer Van Rijn: Het college stelt voor in de kadernota om dat los te laten en wij zeggen het is nu nog niet verstandig om dat te doen. En dan gaan we even een klein beetje toelichting bij geven natuurlijk. Kijk, wij hebben gewoon gezien, het heeft gewerkt de afgelopen jaren. Het is niet zomaar dat je zegt van nou ja we hebben dat toen wel genoemd, maar het is, het heeft niks uit... Nee, het heeft juist echt goed gewerkt. Mede daardoor zijn we toch vooruit gekomen. We wisten toen nog niet van al die wind mee in het gemeentefonds. Maar goed, dat geeft niet. Het heeft gewerkt en nu wij zeg maar … Het college geeft zelf aan, het is allemaal nog onzeker. We zitten nog in de tunnel. Wat er nog op ons afkomt, we weten het niet, maar ravijnjaren
blijven nog steeds benoemd enzovoort. Dan zeggen wij, hou dit nog eventjes vast. Laten we dan gewoon even voorzichtig zijn en houd dit dan gewoon, want we worden er niet minder van als we dit nog even vasthouden totdat we zeker weten van, hé jongens, die ravijnjaren, ik hoop dat ze gelukkig meevallen, dat we achteraf zeggen nou we hebben druk gemaakt om niks. We weten het niet. Maar gewoon als een stukje voorzichtigheid, laten we dit nog even vasthouden totdat we zeker weten dat is achter de rug. En laten we dan zeggen van dan kunnen we een nieuwe systematiek voor begroten misschien kunnen gaan afspreken. Dat was even mijn vraag aan de andere fracties. Hoe zien zij dat en vinden zij ook niet met ons dat dit een verstandig idee is? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Ik zie al een aantal mensen die graag u willen bedienen met een antwoord. De heer Klok, VVD. De heer Klok: Ja dank u wel voorzitter. Wij zijn het in deze wel eens met het college, want wij vinden het juist belangrijk dat we die achterstallige onderhouden bijvoorbeeld wegwerken, maar dat we nu ook eens aan de gang gaan met de brandweerkazerne of het zwembad en wie weet wat voor investeringen nog meer in het verschiet liggen.
En dan is het juist belangrijk dat je de systematiek die we tot deze kadernota of tot hiervoor hebben gehanteerd dat we dat loslaten om ook verder te kijken dan alleen dat plafond en dat pessimistische, realistische gevoel, want juist de toekomst vraagt veel van de begroting. En ja, er liggen bepaalde investeringen in het vooruitschiet wat aandacht vergt. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ja ik sluit daar wel bij aan. Ik denk dat de lijn die nu in de kadernota is opgenomen heel goed volgbaar en navolgbaar is. Daar zit nog heel veel voorzichtigheid in. Daar wordt nog steeds gekoerst op het opbouwen van een goede reservestand, dus wat ons betreft is er geen aanleiding om daar nu andere dingen te doen of te willen. De voorzitter: De heer Pomper, ChristenUnie. Of sorry, SP. De heer Pomper: Bijna. Dank u voorzitter. Ja de SP die was eigenlijk al nooit zo'n groot voorstander van het pessimistisch begroten, het zit ook niet in onze aard, we zijn ook geen pessimisten. We zijn rasechte optimisten, maar we zijn ook realisten. Kijk en ik denk ook dat dat de boodschap moet zijn. We moeten altijd realistisch begroten.
Soms moet je eens een keer pas op de plaats maken en dat klinkt pessimistisch en dat is denk ik de geest van het pessimistisch begroten, maar soms moet je ook investeren en dat is niet optimistisch, maar dat is gewoon realistisch, want je kunt niet stil blijven staan en achteruit blijven kijken. Je moet ook een keer vooruit en deze, of deze, dit is nog niet eens een begroting, dit is natuurlijk een kadernota, deze die heeft er wel alle kenmerken van dat we met realisme, ook gepaste voorzichtigheid, toch naar een toekomst kijken waarin investeringen op verschillende domeinen weer mogelijk zijn. De voorzitter: De heer Van Dijk, ChristenUnie. De heer Van Dijk: Ja dank voorzitter. Wij zijn toch wat in verwarring over dit debatpunt, omdat de SGP enerzijds mede-indiener is van een OZB-voorstel waarop het college en collega Bauer van de PvdA haalde het ook al even aan, zei de financiële consequenties van dit amendement zijn niet te overzien en tegelijkertijd heeft de SGP kritiek op de toch wat losse begrotingsuitgangspunten van het college. Misschien kunt u daar wat helderheid over schetsen? De voorzitter: Mevrouw Hooijer, Gemeentebelangen.
Mevrouw Hooijer-Everts: Ja voorzitter, dank u wel. Toen wij in 2020 besloten om realistisch-pessimistisch te begroten, toen waren de omstandigheden ook wel dusdanig dat we bijna Artikel 12 zouden worden, dus het was een hele logische keuze om daarvoor te kiezen. Maar inmiddels zijn we toch de goede kant op qua financiën en we willen zeker niet positief-realistisch, maar gewoon realistisch begroten. Dus niet weer terug naar het pessimistische. De voorzitter: De heer Bauer, Partij van de Arbeid. De heer Bauer: Ja dank u wel voorzitter. Het feit dat we pessimistisch-optimistisch aan het loslaten zijn … sorry? De heer …: Pessimistisch-realistisch. De heer Bauer: Dat zei ik toch. Ik bedoel pessimistisch-relatief. Sorry. Ik haal de woorden door elkaar heen. Zeg ik het alsnog verkeerd. Maar dat betekent niet dat we rich uncle money bags gaan spelen. En voor degenen die het niet weten, dat is het Monopolymannetje. We zijn nog steeds voorzichtig bezig, zelfs met deze kadernota, maar we hebben ook een opdracht en een taak van onze inwoners. En als we blijven sparen op deze manier, dan zullen we dat gewoon niet kunnen voldoen. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja voorzitter, ik sluit me aan bij collega Hooijer dat we vooral realistisch moeten begroten.
We hebben net een heel betoog gehouden over risico's die we lopen en als we dat niet goed kunnen inschatten dan kunnen we ook niet realistisch begroten. En nog even terugkomend op het feit dat we de financiële consequenties van het amendement zojuist niet kunnen overzien in het kader van realisme, juist wel, want het is achteraf. Je gaat achteraf bepalen wat je aan die OZB gaat doen. Harder kun je het niet krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja voorzitter, even is zijn algemeenheid. Ze zeggen pessimistisch-realistisch begroten, dat dat woord pessimistisch vinden ze negatief, dan zou je een pessimist zijn en zo, maar dat is helemaal niet aan de orde. Het betekent veel meer verstandig, voorzichtig, dat betekent het in dit geval, want je bent met een begroting bezig. Het betekent ieder geval dat je niet zo optimistisch gaat begroten dat je of tekortkomt of je houdt miljoenen over, want dat kan ook niet. Nee, dat was ook iets anders. Maar goed. Daar komen we nog over te spreken. Maar even in antwoord op de ChristenUnie. Eigenlijk heeft mijnheer Kreuze dat eigenlijk al verwoord, want we zijn met de begroting bezig en dat heeft niet zozeer te maken met wat je met de OZB achteraf gaat doen.
Het is gewoon, je gaat vooruitkijken, je gaat zeggen uiteindelijk moet de begroting het werkbriefje voor het college worden, zo zijn de kaders om uit te voeren en zo gaan we doen. En dat moet je echt in alle voorzichtigheid doen en wij vinden echt, ik merk wel bij alle partijen in de bijdrage van nog niet te optimistisch, want het gaat wel goed, we hebben wind mee, maar we moeten toch voorzichtig. Dat waardeer ik ook, maar dat moeten we ook echt vasthouden. Maar ik merk ook tegelijkertijd ja maar een zwembad en ik schat dat het net hetzelfde bedrag wordt wat toen we de ijsbaan, zwembad voor wilden realiseren, hetzelfde bedrag zal het nu zo worden. Als je al die bedragen optelt, dat is nogal een opgave en als het dan ook nog weer tegen gaat komen in plaats van wind mee uit het gemeentefonds en we krijgen en dan krijg je alles achter elkaar, ben ik bang dat onze wethouder van Financiën gelijk gaat krijgen dat we zo weer bij af zijn. Dus en daar wil ik graag behoeden. Daarom zou ik zeggen, laten we dit even vasthouden, maar ik hoor het aan, voorzitter. Er is geen meerderheid voor. En ja, zo werkt de democratie ook uiteindelijk.
De voorzitter: Ja daar zijn we ooit mee begonnen aan het begin van deze dag met die discussie en ja. Nee, helder. Ik moet overigens nog even en dan kijk ik meer even naar mevrouw Koekoek, want er ligt ook nog een motie over realistisch haalbare en uitvoerbare prioriteiten. Die zijn wel in discussie geweest. Het college heeft daar ook wel op gereageerd na de pauze. Maar ik kijk even of die nog in debat moet, want hij ligt er nog. Hij is de enige die nog ligt, dus vandaar dat ik u even aankijk. Mevrouw Koekoek: Ja voorzitter. Het college heeft inderdaad gereageerd op de motie, maar de rest van de raad heeft nog niet gereageerd op de voorliggende motie en ik zou graag de reactie van de rest van de raad willen horen. De voorzitter: Ja. Dit is de motie die vraagt van het college graag in september even een doorkijk geven wat in de kadernota staat richting de begroting, is alles dan wel realistisch en kijk daar nog eens even heel goed naar. Ik doe het even mijn eigen woorden, maar de precieze tekst ziet u hier staan. Daar wil de fractie van het CDA nog graag even een reactie van uw raad op. Ik zie de heer Sieders. Ja ik … Er wordt naar elkaar gekeken wie gaat het doen, wie gaat het doen, wie mag. De heer Sieders mag. De heer Sieders: Dank u wel voorzitter. Ik mag gelukkig hier het woord over voeren.
Nee het is voor ons hetzelfde als de prioritering als van de wegen, alleen in deze gaat het nog wel een stukje verder. Wij zijn namelijk wel van mening dat je niet altijd de prioritering, die is al aangegeven, daar hebben we de hele kadernota voor, en wat haalbaar is, is natuurlijk niet altijd in het voorliggende jaar al precies inschatbaar aangezien wij ook weten hoe het bij de organisatie gaat die het moet uitvoeren. En dat houdt dus ook in dat op moment dat mensen vertrekken of mensen worden aangenomen dat er soms meer taken kunnen worden uitgevoerd of minder. En drie maanden voor het komende jaar kun je volgens ons niet die schatting alleen maken wat allemaal uitgevoerd kan worden en moet worden en om dat alvast in te gaan vullen en jezelf daardoor te gaan beperken voor het komende jaar lijkt ons niet verstandig. De voorzitter: De heer Van Rijn, SGP.
De heer Van Rijn: Voorzitter, ik had eigenlijk een vraag aan het college over deze motie, want kijk, er staat natuurlijk bij de kadernota, maar het is toch duidelijk als de kadernota zeg maar naar de begroting gaat en uiteindelijk komt ie in de, wordt het de begroting, dan alles wat er staat, heeft toch prioriteit? Het is toch gewoon de werkbrief van het college? Dat moet toch gewoon uitgevoerd worden? Dus wil u nog voor die tijd nog een extra moment hebben dat het college aan gaat geven van dat is prioriteit van ons? Dus een vraag aan het college en een vraag aan het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Het college heeft antwoord gegeven in de brief, maar kan zo nog even antwoord geven. De heer Reneman: Ja en het is ook in de termijn van het college heb ik dat ook verteld. Dat exact wat u net zei eigenlijk, dus ik, u heeft of heel goed opgelet of heel slecht. De voorzitter: Daar wordt nog even over nagedacht. De heer Klok. De heer Klok: Ja wat ons betreft is deze motie ook overbodig, omdat we dat moment bij de begroting al hebben. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Pullen.
Mevrouw Pullen-Muis: Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Klok en Gemeentebelangen. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ik liet mevrouw Pullen nog heel even uitspreken. Nee, ik sluit me daar ook bij aan. We hebben met alle systematiek afgesproken en laten we die gewoon uitvoeren. Ik heb daar alle vertrouwen in. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Dan u voorzitter. Ja de SP die sluit zich ook bij de vorige sprekers aan. Met name ook de heer Van Rijn, die vat het heel goed samen. De voorzitter: Anderen nog? Dat is niet het geval. Dan keer ik weer terug naar mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Ja voorzitter. Met de kadernota in de hand wordt natuurlijk straks de begroting opgesteld en we weten met de afgelopen jaren dat er een groot verschil zit tussen de begroting en de jaarrekening en dat heeft deels te maken met de wisselende budgetten vanuit het Rijk, maar ook door de crisissen, wat toch wel redelijk lucratief is. Maar we weten ook dat een deel van de activiteiten die gepland staan gewoon niet uitgevoerd kunnen worden vanwege de capaciteit. Door de oogharen heen kijkende de afgelopen jaarrekening kun je zo een aantal posten opnoemen die vanwege capaciteit niet zijn uitgevoerd. En dat maakt ook dat je een gemankeerde discussie krijgt met elkaar over de kadernota van wat is nou haalbaar en realiseerbaar.
Vandaar onze oproep van kijk eerst van of wat er in die kadernota staat, is dat ook uitvoerbaar, zodat we ook met de begroting in de hand straks als het ware een contract af kunnen sluiten met het college van dit mag u doen tegen deze prijs, maar ook dat we richting de inwoners kunnen zeggen van hier mag u op rekenen het komende jaar en deze bijdrage vragen we van u. En we weten dus eigenlijk niet met de kadernota in de hand waar we in november ja tegen zeggen. De voorzitter: Akkoord zonder nou een discussie ... Ja, de heer Sieders. De heer Sieders: Ja ik zou hier toch wel even op willen reageren, want inderdaad, we hebben een kadernota waar wij als raad geven wij naar het college eigenlijk de kaders aan waarbinnen wij graag de begroting zien worden opgesteld. En met die begroting in de hand gaat het college ook naar de ambtelijke organisatie. En die zeggen wij hebben hier taken uit te voeren en daar moet ook waarschijnlijk een stuk bezetting op komen. Dus het is een wisselwerking. Op het moment dat wij nu al gaan zeggen dat de organisatie niet kan, geven we ze ook niet de kans om extra mankrachten aan te nemen of extra diensten in te zetten om de dingen wel te realiseren. Dus op moment dat je je op die manier gaat beperken, ga je inwoners denk ik tekortdoen. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Dank u wel voorzitter.
Helemaal eens met de woorden van de heer Sieders en als aanvulling daarop, als u het dan niet eens bent met de prioritering in deze kadernota dan kunt u het hier amenderen en dan kunnen we het daarover hebben op dit moment en dan kunnen we dat, in november heb je dan, dan heeft het een plaats in de begroting. Dank u. De voorzitter: Anderen nog? Niet het … Ja, de heer Bauer, Partij van de Arbeid. De heer Bauer: Ja dank u. Ik wou eigenlijk alleen even toevoegen dat, we hadden het niet beter kunnen zeggen dan collega Sieders, slaat de spijker op zijn kop.
De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u voorzitter. En bovendien, kijk, er wordt weer een extra controlemoment wordt er zo ingelast en dan denk ik van ja waarom is dat? Heeft het CDA dan ook geen vertrouwen in het college en ook niet in de rest van de raad? Want het valt me wel op dat en dan val ik misschien wel in herhaling om weer een geschiedenisles te geven, nu zit het CDA in één keer niet in het college en ze zijn overal heel scherp op. We hebben dit jaren geleden nooit gedaan en nu moeten we dit ineens gaan doen. Ik, sorry dat ik dit moet zeggen, maar ik vind het eigenlijk ook nog onzin. De voorzitter: Mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Nee. Scherp, dat kunt u altijd blijven wachten van het CDA, in het verleden en in de toekomst. Maar wat wij ook in de beschouwing hebben betoogd dat we liever een aantal zaken goed willen doen in plaats van alles half en daar komt ook deze motie vandaan om te zeggen van oké, laat ons dan beperken als het nodig is, ook met de wetenschap van de afgelopen jaarrekening dat er zo'n enorm verschil zit tussen een begroting en een jaarrekening, laten we dan alsjeblieft een begroting ook realistisch opstellen die we ook echt na kunnen komen. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Ja dank u wel voorzitter. Ik kan me wel vinden in de woorden dat er soms taken niet zijn uitgevoerd die we wel hadden graag gezien.
Ik vind het tekort doen aan de ambtelijke organisaties dat taken half worden uitgevoerd. De voorzitter: Dan constateer ik dat wij hier voldoende over gesproken hebben. 6.3 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Dan zijn wij aan het einde van deze debatronde gekomen en het zal leiden tot in ieder geval weer een terugkoppeling in de fracties of een aantal amendementen blijven staan of niet. Misschien is het goed als u daar duidelijkheid over heeft om ons zo snel mogelijk, ook hier alle leden van de raad, daarover te informeren. De besluitvorming is op 6 juli. Ik sluit de vergadering.