Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a_ontwerp_1.pdf
Tekst van het document
De gemeente heeft samen met het waterschap de verantwoordelijkheid voor het opvangen van het regenwater in het openbaar gebied, maar dat is slechts een beperkt deel van het water dat op het gemeentelijk grondgebied valt. Het grootste deel van het water valt op terreinen in eigendom van grondeigenaren, inwoners of bedrijven. Op deze Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 30
8 maart 2022
terreinen is het mogelijk een deel van het water tijdelijk op te vangen. Er wordt in dit plan gebruik gemaakt van infiltratiekratten om hemelwater op te vangen en op eigen grond te infiltreren.
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 31
8 maart 2022
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 32
8 maart 2022
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Juridisch systeem
De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente Hoogeveen en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De regels zijn overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2012’ zoals vastgesteld op 27 juni 2013. Daarbij zijn de overbodige regels achterwege gelaten.
6.2
Regels
De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze moet worden gemeten. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de bestemmingen die voorkomen in het plangebied. De bestemmingsartikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels en in dit geval een wijzigingsbevoegdheid. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten algemene regels. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd.
6.3
Verklaring van de bestemmingen
In dit plan wordt voorzien in de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’, waarbij twee vrijstaande woningen met bijbehorende bebouwing zijn toegestaan. Hieronder een nadere toelichting van de bestemmingen. De voor ‘wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen met de daarbij behorende andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen en erven; groenvoorzieningen en verhardingen. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden en dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en in de matrix genoemd in de regels te voldoen aan gestelde eisen. In dit plan is dit bouwaanduiding ‘Sba-1’ wat inhoudt dat het gaat om woningtype ‘vrijstaand’ met een maximale goothoogte van 3,5m en een maximale bouwhoogte van 10m met een dakhelling tussen minimaal 30 en maximaal 60° met daarbij de keuze tussen een dwarskap of een langskap. Voor bijgebouwen geldt dat de maximale oppervlakte samenhangt met de oppervlakte van het bouwperceel. Voor het oostelijke perceel geldt dat de maximale toegestane oppervlakte voor bijgebouwen daarmee 50m² is. Voor het westelijke perceel geldt dat de maximale toegestane Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 33
8 maart 2022
oppervlakte voor bijgebouwen daarmee 150 m² is. Daarbij mag de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouw maximaal 30 meter bedragen. De voor ‘tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, een toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de woonbestemming, parkeren met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola’s en erf- of perceelsafscheidingen en andere werken. Op deze gronden mogen geen gebouwen gebouwd worden, met uitzondering van erkers. De dubbelbestemming 'waarde - archeologie' is opgenomen voor gronden met een middelthoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde. Hier is nader archeologisch onderzoek aan de orde bij initiatieven met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en waarbij de grond dieper dan 30 cm geroerd wordt.
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 34
8 maart 2022
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Algemeen
Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.
7.2
Beleidskeuzen
De gemeenteraad heeft op 3 februari 2011 de Kadernota Toezicht en handhaving vastgesteld. Het handhavingsbeleid maakt onderdeel uit van het programma Veilig. De looptijd van de kadernota Integrale handhaving loopt van 2011-2014, waarmee wordt aangesloten bij andere plannen waarin op onderdelen wordt verwezen naar handhaving. Dit zijn het Drentse veiligheidsplan, Integrale veiligheidsplan Hoogeveen en de visie externe veiligheid. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het VROM-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving.
7.3
Inzet gemeentelijk apparaat
Op basis van de kadernota Toezicht en handhaving wordt jaarlijks een gemeentelijk werkprogramma opgesteld. Hierin worden op basis van een evaluatie voor het komende jaar de prioriteiten (bij)gesteld. In dit werkprogramma worden alle taken, taakonderdelen, de wettelijke of gewenste prioriteitstelling, prestatie en capaciteitstoekenning op het gebied van handhaving opgenomen. Tevens wordt de voortgang van de projecten die op de afdeling spelen inzichtelijk gemaakt. De werkprogramma's worden gemonitord en geëvalueerd (jaarverslagen). Voor de monitoring en evaluaties zal aansluiting worden gezocht bij de programmasturing zoals die in Hoogeveen wordt gebruikt. Aan deze programma's ligt een visie (1x10 jaar) ten grondslag die vervolgens worden uitgewerkt in beleidsnota's (1x4 jaar) en uitvoeringsprogramma's (jaarlijks). Er wordt een analyse gemaakt van de ontwikkeling van het naleefgedrag en in hoeverre de doelen zijn behaald. Tevens wordt beoordeeld of nog de juiste prioriteiten worden gesteld en of het handhavingsbeleid en de handhaving strategieën nog doelmatig en effectief zijn. Ieder jaar rapporteert het college van B&W de evaluatie aan de gemeenteraad. Indien nodig worden op basis van de evaluatie aanpassingen gedaan in de kadernota.
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 35
8 maart 2022
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 36
8 maart 2022
Hoofdstuk 8
8.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De direct omwonenden van bestaande bebouwde percelen met uitzicht op het plangebied zijn op 19 april per brief geïnformeerd over de plannen. Er zijn geen negatieve reacties ontvangen. In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro zal door het college het ontwerpbestemmingsplan worden toegezonden aan de vooroverlegpartners, te weten de provincie, het waterschap en VRD. Bij brief van 14 april 2021 heeft de VRD gemeld dat ze geen belemmeringen zien, dit geldt tevens voor de provincie en het waterschap. Het college heeft de bevoegdheid te besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Aangezien onderhavig plangebied gering van omvang is en de ruimtelijke consequenties beperkt zijn, is overeenkomstig het besluit van het college geen gelegenheid tot inspraak geboden. Het voorliggend bestemmingsplan zal als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende 6 weken. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen.
8.2
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemers garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschade en aan dit plan verwante kosten komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemers. Er zal een anterieure overeenkomst gesloten worden tussen initiatiefnemer en de gemeente.
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 37
8 maart 2022
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 38
8 maart 2022
Bijlagen toelichting
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 39
8 maart 2022
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Stationsgebied, deelplan Stuifzandseweg tussen 49 -51a ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP8026004-ON01 40
8 maart 2022
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen
projectnummer
202137
Pagina 2 van 16
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater UITGEVOERD DOOR
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen 202137 1.0 H.E. Starre J.R.W. Staal
3 februari 2021 Omgevingsrecht Zuidema Mevr. M. Sollie Stapelerveldweg 4, 7957 NE DE WIJK SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002
Dhr. W. Westbroek Dhr. W. Westbroek
info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2020 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
Wijze van citeren: Eco Reest 2020 Hoogeveen_202137_Stuifzandseweg 49a en 51_VO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 3 van 16
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)........................................................... 9
3.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................ 10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 10 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 11 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 11 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 11 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 11
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 12
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 13 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 14
5.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 15
5.1 5.2
Samenvatting .............................................................................................................................. 15 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 16
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 4 van 16
1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een tweetal woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 5 van 16
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 6 van 16
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 7 van 16
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.
2.1
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.
2.2
Stap 1; aanleiding vooronderzoek
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1
2.3
Stap 2; onderzoeksvragen
Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 8 van 16
In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie
Onderzoeksaspecten
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0
F
G
0
0
0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.
2.4
Samenvatting vooronderzoek
Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken locatie is weergegeven in bijlage 1.2. De onderzoekslocatie ligt aan de Stuifzandseweg 49a en 51 in Hoogeveen is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie A, nr. 6341 (deels). De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van maximaal 1.500 m2 en betreft thans een grotendeels braakliggend perceel. Men is voornemens ter plaatse een tweetal woningen te realiseren. De te onderzoeken locatie is grotendeels onverhard. Op een klein deel van de locatie is sprake van recent aangebrachte puinverharding ten behoeve van de voorgenomen bouwwerkzaamheden ter plaatse. Daarnaast is aan de westzijde deels sprake van straatwerk.
Op historisch kaartmateriaal is zichtbaar dat de onderzoekslocatie vanaf 1900 tot aan heden onbebouwd is (bron: topotijdreis.nl).
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 9 van 16
Bij de gemeente Hoogeveen en het bodemloket zijn geen voor het onderhavig onderzoek van belang zijnde bodeminformatie bekend van de locatie en/of naastgelegen percelen. In de omgeving is sprake van de spoorlijn Hoogeveen – Groningen en station Hoogeveen. Hiervan worden gelet op de afstand tot het station en de tussenliggende spoorsloot, vooralsnog geen invloeden verwacht op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
2.7
Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 10 van 16
3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 11 januari en het grondwater is bemonsterd op 21 januari 2021. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 6 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 3 t/m 8) en 2 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 en 2). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 2,7 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 1,7 – 2,7 m-mv, grondwaterstand 1,2 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744
Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 570 (µS/cm) -
Laatste meting Zuurgraad 6,79 (pH) Geleidingsvermogen 590 (µS/cm) Troebelheid 9,17 (ntu)
Beoordeling NVT Voldoet Niet troebel
Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 11 van 16
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,0 0,5 1,0 2,0
Zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand, plaatselijk zwak grindig, zwak humeus Zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand, plaatselijk zwak humeus Zwak grindig, zwak siltig, matig grof zand Zwak grindig, zwak zandig leem Diepst verkende bodemlaag
- 0,5 - 1,0 - 2,0 - 2,7 2,7
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,2 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Er zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. De aanwezige puinverharding is recent aangebracht ten behoeve van de huidige ontwikkeling. De verharding is aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbest. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.
3.5
Afwijkingen protocollen
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 12 van 16
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
Grondmonster Mp. 1 t/m 8
Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5
Mp. 1 en 2
1,0 – 2,0
Grondwatermonster Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 1,7 – 2,7
Motivatie Bovengrond; humeus zand Ondergrond; zand Motivatie Grondwater
Analyse Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem Analyse Standaardpakket grondwater
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10 % en een lutumgehalte van 25 %.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 13 van 16
De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Weergave bijlage 5 * ***
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
(v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing
Grondmonster
Diepte (m-mv)
Motivatie
Analyseresultaten
Mp. 1 t/m 8
0,0 – 0,5
Zink en PAK
Mp. 1 en 2
1,0 – 2,0
Bovengrond; humeus zand Ondergrond; zand
Indicatieve toetsing RBK Landbouw/Natuur
-
Landbouw/Natuur
Uit tabel 4.3 blijkt dat in de bovengrond van de onderzoekslocatie achtergrondwaarde overschrijdingen aan zink en PAK zijn gemeten. Achtergrondwaarde overschrijdingen aan zware metalen (zink) en PAK worden vaker gemeten in van oudsher bewoond gebied en zijn veelal veroorzaakt door lokale depositie van deze stoffen. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 14 van 16
Indicatieve toetsing Rbk: De monsters zijn indicatief getoetst aan Rbk (zie tabel 4.3). De toetsing is indicatief omdat het onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat er geen analyses op PFAS zijn uitgevoerd, hetgeen mogelijk noodzakelijk is indien de grond wordt afgevoerd van de locatie.
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
Grondwatermonster Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 1,7 – 2,7
Motivatie Grondwater
Analyseresultaten Barium
Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van de onderzoekslocatie sprake is van een streefwaarde overschrijding aan barium. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 15 van 16
5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.
5.1
Samenvatting
Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een tweetal woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de Stuifzandseweg 49a en 51 in Hoogeveen is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie A, nr. 6341 (deels). De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van maximaal 1.500 m2 en betreft thans een braakliggend perceel. De te onderzoeken locatie is grotendeels onverhard. Op een deel van de locatie is sprake van recent aangebrachte puinverharding. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand, plaatselijk zwak grindig en zwak humeus. In de diepere ondergrond is tevens sprake van een laag zwak grindig, zwak zandig leem. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,2 m-mv.
Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
Pagina 16 van 16
Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan zink en PAK gemeten. Grondwater: In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium gemeten.
5.2
Conclusies en aanbevelingen
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden van de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De licht verhoogde waarde aan barium in het grondwater wordt beschouwd als zijnde een van nature verhoogde achtergrondwaarde. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, wordt gelet op de licht verhoogde waarden aan zink en PAK in de bovengrond verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming (wonen) van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein.
Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV H.E. Starre
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 49a en 51 te Hoogeveen (kenmerk: 202137)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: Stuifzandseweg 49a en 51 Hoogeveen Project 202137
Regionale ligging en luchtfoto
Bijlage 1.1
foto 1
foto 2
5
6
foto 3 4
8
f4
7
f3 3 1
vp
2
f1 f2
foto 4
g
vp
S
zan f i tu
we e s d
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Nieuw te bouwen Onderzoeksterrein Gras/onverhard Klinkers Puin
OPDRACHTGEVER
Omgevingsrecht Zuidema ONDERZOEKSLOCATIE
Stuifzandseweg 49a en 51 Hoogeveen TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
HS WERKNUMMER
202137
SCHAAL
1: 500
vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere
FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2
DATUM
27-01-2021
WIJZ.NR
C0
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: Stuifzandseweg 49a en 51 Hoogeveen Project 202137
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente
Bodemloket
Terreininspectie Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden?
Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen (x/y 228.816-528.257) Gemeente Hoogeveen, sectie A, nr. 6341 deels Voorgenomen nieuwbouw van woningen Bijlage 1.2 Ja
Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? De heer Hilbrand Jansma (1/2 eigendom) De heer Johan Hendrik Jansma (1/2 eigendom). Opstalrecht Nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel: Gemeente Hoogeveen. Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. De onderzoekslocatie is tot op heden onbebouwd. Op de historische kaarten van topotijdreis.nl is zichtbaar dat de onderzoekslocatie vanaf 1900 tot aan heden onbebouwd is. Bij gemeente Hoogeveen is het volgende bekend: Verkennend bodemonderzoek Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen, uitgevoerd door Grontmij Nederland BV (kenmerk: 206797, d.d. 16-05-2007). Bij dit onderzoek is een licht verhoogd gehalte aan chroom in het grondwater gemeten en licht verhoogde waarden aan PAK en EOX. Historisch onderzoek ‘de Wieken’ door gemeente Hoogeveen d.d. 29-11-2010. De locatie betreft een (voormalig) hoveniersbedrijf. In dit rapport wordt geconcludeerd dat er geen mogelijke risico’s op de locatie zijn. Tanksaneringscertificaat Stuifzandseweg 51, uitgevoerd door Wenau TRANSPORT & Cleaning B.V, d.d. 2403-2009. Ter plaatse zijn een drietal bodemonderzoeken bekend die betrekking hebben op het naastgelegen Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen (hoveniersbedrijf).
Het betreft een verkennend onderzoek van Grontmij Milieu (206797, d.d. 16 juni 2007), een briefrapport van Wenau Transport en Cleaning (090300590.02, d.d. 9 maart 2009) en een historisch onderzoek van de gemeente Hoogeveen (HOID 1208, d.d. 29 november 2010). Het betreft een braakliggend perceel in het buitengebied van Hoogeveen. Er is recent puinverharding aangebracht aan de westzijde van het perceel. Nee Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter -
Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen, projectnr. 202137
Pagina 3 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Is de bodem asbestverdacht?
Nee, er is geen informatie bekend die asbest in de bodem doet vermoeden.
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Op de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Hoogeveen (11JO61, d.d. april 2012) is de locatie ingedeeld in de zone Industrie. Op de ontgravings- en toepassingskaart boven- en ondergrond is aan de bodem de kwaliteit landbouw / natuur toegekend.
Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen, projectnr. 202137
Pagina 4 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen?
Bodemopbouw (bron TNO) De diepere bodemopbouw is volgens de literatuur als volgt (bron: Grondwaterkaart van Nederland, kaartblad 16 oost, 17 west, TNO-DGW): Het maaiveldniveau op de onderzoekslocatie ligt op circa 12 meter boven NAP. Direct onder het maaiveld zijn zandige afzettingen uit het bovenste deel van de Formatie van Twente aanwezig. Deze zandlaag heeft een dikte van 2 à 3 meter en vormt het Eerste Watervoerend Pakket. De onderzijde van het Eerste Watervoerend Pakket wordt gevormd door de Eerste Scheidende Laag. Deze bestaat uit de beekleem uit het basale deel van de Formatie van Twente en de keileem van de Formatie van Drenthe. Lokaal kunnen de veenlagen van de Formatie van Griendtsveen ook deel van de Eerste Scheidende Laag uitmaken. De dikte van de Eerste Scheidende Laag is beperkt en bedraagt circa 3 meter. Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (bron TNO) Uit de isohypsen op de TNO-kaarten is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming in het Tweede en in het Derde Watervoerend Pakket westelijk is. Door het plaatselijk voorkomen van oppervlakte water, variaties in maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater (tevens het grondwater in het Eerste Watervoerend Pakket) hiervan afwijken. Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee Nee (bron: Atlas Leefomgeving)
Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Bron Nee
Locatie -
Verdachte parameter -
Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; Nee
Er is geen recent bodemonderzoek conform NEN5740 van de locatie bekend. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk een dergelijk onderzoek uit te voeren. Zie paragraaf 2.8
Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen, projectnr. 202137
Pagina 5 van 5
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK
SPECIFICATIE VAN DE BRON
BRON GERAADPLEEGD
DATUM RAADPLEGEN BRON
INFORMATIE BESCHIKBAAR
Opdrachtgever Eigenaar
Omgevingsrecht Zuidema Via opdrachtgever
JA NEE
9 december 2020 -
JA NEE
Gemeente Terreininspectie
Hoogeveen Veldwerk
JA JA
24 december 2020 11 januari 2021
JA JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodemopbouw Historie van de locatie KLIC
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ Bodemkwaliteitskaart Drenthe http://www.bodemloket.nl TNO Database http://www.dinoloket.nl http://www.topotijdreis.nl http://www.klic.nl
JA JA JA JA JA JA JA JA
21 december 2020 21 december 2020 21 december 2020 21 december 2020 21 december 2020 21 december 2020 21 december 2020 21 december 2020
JA JA JA JA JA JA JA JA
Stuifzandseweg 51a te Hoogeveen, projectnr. 202137
BIJLAGE 3
Behoort bij rapport: Stuifzandseweg 49a en 51 Hoogeveen Project 202137
01
1
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, roest bruin, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, bruin, edelm an
3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, edelm an
4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, bruin, edelm an
50
-50
100
-100
150
-150
170 200
-200
leem , zwak zandig, zwak grindig, neut raal grijs, bruin, edelm an
5 250 6 270
-270
t ype dat um boorm eest er x y
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 8 1 3 .5 1 5 2 8 2 4 3 .1 7
02
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an
3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, grijs, sporen hout , edelm an
50
-50
100
-100
150 4 200
t ype dat um boorm eest er x y
-200
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 8 3 3 .0 4 5 2 8 2 4 8 .3 7
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H oog e ve e n 202137 N EN 5 1 0 4
m eet punt 02, laag 100-200, bijz. undefined 24859253
03
klinker, m aaiveld
0
0
edelm an, klinker -8 1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an -58
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 8 0 4 .7 9 5 2 8 2 4 8 .1 0 0
04
klinker, m aaiveld
0
0
edelm an, klinker -8 1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -58
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 7 8 9 .9 9 5 2 8 2 5 9 .4 4
05
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 7 8 7 .4 7 5 2 8 2 7 2 .2 0
06
, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 8 1 5 .2 9 5 2 8 2 7 0 .0 5
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H oog e ve e n 202137 N EN 5 1 0 4
07
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 8 3 1 .6 7 5 2 8 2 6 0 .2 3
08
gras, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 8 1 3 .5 6 5 2 8 2 5 4 .8 8
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H oog e ve e n 202137 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 4
Behoort bij rapport: Stuifzandseweg 49a en 51 Hoogeveen Project 202137
Eco Reest T.a.v. Harmien Starre Industrieweg 20 7921 JP ZUIDWOLDE
Analysecertificaat Datum: 14-Jan-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021003856/1 202137 Hoogeveen 11-Jan-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
202137 Hoogeveen
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Wijndelt
Eenheid
Analyse
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
83.6
77.5
2021003856/1 11-Jan-2021 14-Jan-2021 14-Jan-2021/11:22 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
4.2
<0.7
Gloeirest
% (m/m) ds
96
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
2.1
<2.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
36
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
7.5
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
4.1
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
21
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
79
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
6.9
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
1
Mp. 1 t/m 8, 01: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 02: 0-50, 03: 8-58, 8-58 Grond04: (AS3000)
11802180
2
Mp. 1 en 2, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200
11802181
Grond (AS3000)
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S
202137 Hoogeveen
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Wijndelt
Analyse
Eenheid
1
2
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
S
2021003856/1 11-Jan-2021 14-Jan-2021 14-Jan-2021/11:22 A,B,C 2/2
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.18
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.17
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.63
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.32
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.38
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.18
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.31
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.25
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
2.5
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
1
Mp. 1 t/m 8, 01: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 02: 0-50, 03: 8-58, 8-58 Grond04: (AS3000)
11802180
2
Mp. 1 en 2, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200
11802181
Grond (AS3000)
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01