Startnotitie Warmteprogramma Hoogeveen V8
Tekst van het document
Startnotitie Warmteprogramma Hoogeveen
Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 1.1 Doel Warmteprogramma 2 1.2 Doel startnotitie en rol gemeenteraad 2 2 Terugblik op de Transitievisie Warmte 4 2.1 Het terugbrengen van de warmtevraag 4 2.2 De gebiedsgerichte aanpak 5 2.3 Terugblik met partners 6 3 Onderdelen van het Warmteprogramma 7 4 Waar staan we nu? 8 5 Dilemma’s 10 6 Uitgangspunten 13 7 Onze werkwijze 15 7.1 Algemeen 15 7.2 Communicatie en participatie 15 8 Vervolgproces 17
1 Inleiding In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle woningen en gebouwen in Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruiken. Dit heet de warmtetransitie. Om hier invulling aan te geven, heeft de gemeenteraad van Hoogeveen in december 2021 de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. In deze visie staat hoe Hoogeveen de komende jaren werkt aan een toekomst zonder aardgas. De TVW is een stap richting een aardgasvrije gemeente. Uiterlijk in 2026 moet deze visie worden vernieuwd. Dat gebeurt in een Warmteprogramma, dat onderdeel wordt van de Omgevingswet en de basis vormt voor de wijkgerichte aanpak van de energietransitie. Waarom stappen we over naar duurzame warmte? We stappen over naar duurzame warmte omdat het beter is voor het klimaat en onze toekomst. Daarnaast maakt duurzame warmte ons minder afhankelijk van aardgas uit andere landen. Als we duurzaam verwarmen, gebruiken we minder of geen fossiele brandstoffen meer. Dat is belangrijk omdat fossiele brandstoffen eindig zijn. Verder helpt het om de CO2-uitstoot te verlagen en het klimaat te beschermen.
De rol van de gemeente in de warmtetransitie De Rijksoverheid heeft bepaald dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de overstap naar duurzame warmte. Dit is vastgelegd in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). In deze regierol moet de gemeente keuzes maken over hoe wijken en dorpen in de toekomst duurzaam verwamd worden. Deze warmtetransitie is complex. Hiervoor brengt de gemeente alle betrokken partijen bij elkaar en de gemeente ondersteunt inwoners en ondernemers met informatie en advies. 1.1 Doel van het warmteprogramma In het Warmteprogramma staat hoe we ernaar toe werken dat alle gebouwen in de gemeente voor 2050 geen aardgas meer gebruiken. Het programma geeft per buurt aan welk alternatief voor aardgas de voorkeur heeft. Ook legt het uit welke keuzes en uitgangspunten zijn gebruikt om tot die voorkeuren te komen. Het Warmteprogramma legt de basis voor Uitvoeringsplannen per gebied waarin staat wanneer en hoe een gebied aardgasvrij wordt en met welke partijen de gemeente daarin samenwerkt. 1.2 Doel van deze startnotitie en de rol van de gemeenteraad De energietransitie is een ingewikkelde verandering, zowel technisch als maatschappelijk. Het is belangrijk dat de gemeenteraad hier goed bij betrokken is.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), is het Warmteprogramma een verplicht programma volgens artikel 3.4 van de Omgevingswet. Het college van B&W is verantwoordelijk voor het vaststellen van het programma maar vindt het van belang dat de gemeenteraad vanaf het begin hierover meedenkt. Daarom is deze startnotitie opgesteld; het college haalt hiermee vanuit de gemeenteraad de kaders op voor het Warmteprogramma. Voordat het college het Warmteprogramma vaststelt, wordt het voor advies voorgelegd aan de gemeenteraad. Warmteprogramma in relatie tot het Masterplan Energiesysteem Terwijl we werken aan het Warmteprogramma, maken we ook het Masterplan Energiesysteem. Om tot een duurzaam systeem te komen, kijken we breder dan alleen warmte. We benutten alle mogelijkheden: duurzame warmte, elektriciteit, groen gas en groene waterstof. Dat doen we in het Masterplan Energiesysteem. Deze brede aanpak zorgt ervoor dat we alle kansen voor slimme combinaties van energie benutten. Daarmee levert het Masterplan ook input voor onze Omgevingsvisie, waarin we een integrale ruimtelijke afweging maken. pagina 2
Op basis van het Masterplan kunnen we per wijk of dorp bepalen welke warmtebron het beste en meest betaalbaar is, op basis van het gehele energiesysteem. Het Masterplan stopt waar het Warmteprogramma begint. Deze startnotitie geeft richting aan zowel het Masterplan als aan het Warmteprogramma. Warmteprogramma in relatie tot het Uitvoeringsplan Op basis van het Warmteprogramma gaan we aan de slag met Uitvoeringsplannen. Een Uitvoeringsplan is een concrete uitwerking van het Warmteprogramma voor een specifieke wijk of buurt. Het wordt samen met inwoners en andere betrokken partijen opgesteld. Soms kan de gemeente ervoor kiezen om in een gebied gebruik te maken van de aanwijsbevoegdheid1. Dat betekent dat de gemeente voor een gebied officieel bepaalt dat het binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moet worden. Deze aanwijzing valt juridisch onder het Omgevingsplan. Het inzetten van de aanwijsbevoegdheid kan helpen om onnodige kosten te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer een gasnet in stand moet worden gehouden voor een enkele aansluiting in een gebied. Participatie bij het opstellen van de Startnotitie Voor het opstellen van deze Startnotitie hebben we gesproken met maatschappelijke partners (Ondernemend Hoogeveen, energiecoöperaties, woningcorporaties en netwerkbedrijven) en leden van de Klankbordgroep Energietransitie.
We hebben hen gevraagd naar hun mening over de huidige Transitievisie Warmte. Mede op basis hiervan hebben we de dilemma’s en de uitgangspunten opgenomen in deze Startnotitie. Deze is vervolgens besproken met dezelfde partijen. De inbreng die tijdens de bijeenkomst is opgehaald is verwerkt in de Startnotitie die nu voorligt. De reacties en suggesties uit die bijeenkomst zijn verwerkt in de voorliggende Startnotitie. Masterplan Energiesysteem
Omgevingsvisie
Warmteprogramma
Uitvoeringsplan 1
Uitvoeringsplan 2 met inzet aanwijsbevoegdheid
Uitvoeringsplan 3
Omgevingsplan
Figuur 1: Warmteprogramma in verhouding tot andere beleidsdocumenten
1 Met de aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Door per gebied aan de slag te gaan, kunnen gemeenten samen met bewoners, gebouweigenaren en partners een zorgvuldig proces doorlopen. Met het inzetten van deze bevoegdheid worden grote maatschappelijke kosten voorkomen die gepaard gaan met de instandhouding van slechts één of enkele gasaansluitingen in een wijk of buurt.
pagina 3
2
Terugblik op de transitievisie Warmte
In 2021 hebben we de Transitievisie Warmte (TVW) 1.0 vastgesteld. Deze visie was een eerste stap op weg naar 2050, wanneer we geen aardgas meer gebruiken voor het verwarmen van alle gebouwen in Hoogeveen. Destijds heeft de gemeenteraad vastgesteld dat draagvlak, haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid belangrijke randvoorwaarden zijn voor de energietransitie in Hoogeveen. Daaruit kwamen de volgende vier uitgangspunten: • Focus op het aanzienlijk terugbrengen van de warmtevraag per woning. • De transitie houden we betaalbaar voor iedereen. • We ondersteunen en verbinden initiatiefrijke buurten. • Een integrale aanpak is leidend: we benutten koppelkansen, we faciliteren beweging en we houden rekening met natuurlijke overgangsmomenten. In de TVW is bepaald dat tot 2030 de inzet is gericht op: • het besparen van energie • het toepassen van (hybride) warmtepomp • het leren van de ervaringen uit de Waterstofwijk voor het opstellen van Uitvoeringsplannen • het uitvoeren van verdiepende onderzoeken voor andere gebieden. 2.1 Werken aan een kleinere vraag naar warmte Wat is er gebeurd sinds de vaststelling van de Transitievisie Warmte? De afgelopen jaren is er veel gebeurd en is de energietransitie is in een versnelling gekomen. Vooral tijdens de energiecrisis van 2022 en 2023 is er veel veranderd.
Inwoners zijn massaal begonnen met het isoleren van hun woning en het aanschaffen van (hybride) warmtepompen. Hierdoor is het aardgasverbruik in de woningen in onze gemeente sinds 2011 met meer dan 30% gedaald. Over de gehele gemeente is het aardgasverbruik met meer dan 20% gedaald. Maar er is ook een keerzijde. Sommige mensen hebben flink moeten besparen en hebben letterlijk in de kou gezeten. Dit zien we terug in de cijfers. Volgens TNO had in 2023 5,2% van de huishoudens in Hoogeveen last van energiearmoede. Dit is hoger dan het landelijke gemiddelde van 4,8%. Ook blijkt uit cijfers van het Kadaster en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat er nog ongeveer 6.000 woningen in Hoogeveen niet goed geïsoleerd zijn. Van deze woningen hebben er zo’n 3.500 een laag energielabel. Als gemeente willen we onze inwoners helpen om hun energiekosten te verlagen en hun wooncomfort te verbeteren. Hulp voor inwoners Om de energierekening te verlagen, moet de warmtevraag per woning omlaag. Daarom hebben we als gemeente verschillende maatregelen genomen via het Hoogeveens Isolatie Offensief (HIO). We helpen inwoners met subsidies, leningen en advies. Enkele voorbeelden zijn: • De Hoogeveense Isolatie Bon voor doe-het-zelvers. • De Gemeentelijke isolatiesubsidie. • Advies van onze energieadviseurs. • Ondersteuning van woon-energiecoaches.
• Het Fixteam Drenthe helpt door het aanbrengen van kleine energiebesparende maatregelen.
pagina 4
Natuurvriendelijk isoleren De afgelopen jaren is er veel gebeurd op het gebied van natuurvriendelijke isolatie. De gemeente wil in 2026 een soortenmanagementplan (SMP) vaststellen en werkt aan de voorbereiding hiervan. Dit plan is bedoeld om beschermde diersoorten te behouden en hun leefomgeving te verbeteren, terwijl tegelijkertijd ruimtelijke ontwikkelingen, zoals verduurzaming, mogelijk worden gemaakt. Het is een manier om natuurinclusief te werken en te voldoen aan wet- en regelgeving voor natuurbescherming. Het SMP zorgt ervoor dat inwoners straks geen natuurvergunning meer aan moeten vragen als ze bepaalde isolatiemaatregelen uit willen voeren. De opmars van natuurvriendelijk isoleren zien we ook in de beschikbaarheid van materialen. Er komen steeds meer circulaire en natuurlijke isolatiematerialen beschikbaar, zoals vlas, hennep, stro, schapenwol, olifantsgras en gerecycled katoen. Deze materialen zijn beter voor mens en milieu, zorgen voor een gezond binnenklimaat en geven geen chemisch afval. Ze zijn nu vaak nog duurder, vragen soms meer ruimte dan gangbare materialen en zijn niet altijd makkelijk verkrijgbaar. Daarom stimuleren we samen met DOC33, het Drents Energieloket en de Natuur- en Milieufederatie Drenthe het gebruik van deze materialen. Dit doen we via persoonlijk advies, goede informatie en subsidies.
2.2 De gebiedsgerichte aanpak We hebben in de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met het aardgasvrij maken van een wijk, vooral in de Waterstofwijk. In dit project werkte een projectleider namens de bewoners en werkten we samen met bewoners aan plannen tijdens zogeheten werktafels. Daar hebben we geleerd hoe belangrijk het is dat plannen begrijpelijk en bruikbaar zijn voor bewoners. Zo is het Uitvoeringsplan van de Waterstofwijk een magazine geworden. Dit magazine helpt bewoners om meer kennis op te doen en een keuze te maken die past bij hun eigen woning en situatie. Ook hebben we geleerd dat het echte gesprek vaak aan de keukentafel plaatsvindt. Inwoners krijgen hulp van een energieadviseur, zodat ze goed geïnformeerd een keuze kunnen maken. De opgedane ervaringen nemen we mee bij het opstellen van het Warmteprogramma en de toekomstige Uitvoeringsplannen. Hoe kiezen we welke wijken of gebieden aan de beurt zijn? We kiezen gebieden voor de gebiedsgerichte aanpak op basis van de volgende criteria: • Er is al een Uitvoeringsplan opgesteld voor een warmteoplossing. • Er is een inwonersinitiatief in het gebied. • Het is een aandachtsgebied vanuit de gemeentelijke Woon(zorg)visie 2023-2026. Bij de selectie van de gebieden houden we ook rekening met een aantal (technische) overeenkomsten tussen de woningen, zoals het bouwjaar, het type woning en het energielabel.
Wat doen we in andere wijken of gebieden? In andere gebieden hebben we gekeken naar mogelijke warmteoplossingen. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van restwarmte van afvalverbrander Attero voor een warmtenet. Uit een eerste haalbaarheidsstudie blijkt dat dit mogelijk is, maar er moet nog veel worden uitgezocht. Deze onderzoeken voeren we op dit moment uit binnen een regionale samenwerking. Ook is onderzocht of warmtekoudeopslag een oplossing kan zijn. In sommige gebieden lijkt dit goed te kunnen werken als collectieve warmtevoorziening. Andere opties, zoals aquathermie - warmte uit water - en bodemwarmte, zijn in Hoogeveen voorlopig minder geschikt. Dit komt doordat: • er weinig woningen per vierkante meter zijn (lage warmtedichtheid2) • de kosten daardoor hoger zijn • én er beperkingen zijn door een verbodszone voor drinkwaterwinning. Wel liggen er mogelijkheden binnen een bredere bronnenstrategie. 2
Met warmtedichtheid wordt de hoeveelheid thermische energie (warmte) die beschikbaar is per volume-eenheid bedoeld. pagina 5
2.3 Terugblik met partners We hebben een aantal partners gevraagd om terug te kijken op de eerste versie van de TVW. De partners die hebben meegewerkt zijn onder andere: • woningcorporaties • netbeheerders • de Klankbordgroep Energietransitie • energiecoöperaties. De woningcorporaties en netbeheerders zijn positief over hun betrokkenheid bij het proces. Ze herkennen het uitgangspunt uit de TVW dat we ons richten op het sterk terugdringen van de warmtevraag per woning. Tegelijkertijd geven zij aan dat er nog te weinig duidelijkheid is. De TVW biedt wel een stip op de horizon, maar ze missen concrete plannen. Hierdoor is het voor hen lastig om hun eigen beleid en plannen af te stemmen op die van de gemeente. Wat zij vooral missen, is helderheid over: • waar en wanneer de gemeente aan de slag gaat met duurzame warmte • de belasting van het elektriciteitsnet • duidelijke keuzes over warmteoplossingen • kostenverdeling bij bijvoorbeeld warmtenetten • meer informatie over dorpen en het buitengebied. Naast de reacties van deze partijen zien we dat er onder inwoners nog veel onduidelijkheid is over de warmtetransitie. Ook is er een gebrek aan vertrouwen in de overheid. Dat komt onder andere door: • netcongestie (druk(te) op het stroomnet) • wisselend overheidsbeleid. Inwoners hebben de uitvoering van de TVW vooral gemerkt via de gemeentelijke isolatie- en energiebesparingsregelingen.
Tot slot geven meerdere partijen een duidelijke boodschap mee voor het nieuwe Warmteprogramma: Houd het simpel en begrijpelijk voor inwoners én ondernemers.
pagina 6
3
Onderdelen van het Warmteprogramma
In het Warmteprogramma beschrijft de gemeente welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende jaren van het aardgas afgaan en hoe dit gebeurt. Het Warmteprogramma geeft geeft een terugblik op de afgelopen periode sinds de TVW, en geeft een vooruitblik op de plannen in de warmtetransitie voor de komende tien jaar. Het Warmteprogramma bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
Publiekssamenvatting
Een begrijpelijke en overzichtelijke samenvatting van het Warmteprogramma.
Evaluatie van de Transitievisie Warmte
Wat is er gebeurd sinds de vaststelling van de TVW? Wat zijn de geleerde lessen?
Data over de warmtetransitie
Waar staan we nu? Wat is de huidige stand van zaken?
Beschikbare warmte- en energiebronnen
Overzicht van beschikbare warmte- en energiebronnen, met beschrijving van duurzame warmteoplossingen.
Tijdlijn aanpak wijken en dorpen
In welke wijken en dorpen gaan we de komende tien jaar aan de slag?
Besliscriteria en uitgangspunten
Welke uitgangspunten zijn leidend in de warmtetransitie en welke uitgangspunten wegen het zwaarst?
Keuzes
Welke keuzes maken we op basis van de uitgangspunten en de ontwikkelingen in onze gemeente? En wat is de onderbouwing bij deze keuzes?
Participatie en stakeholders
Welke stakeholders zijn er in de warmtetransitie? Welke rol hebben zij en welke rol heeft de gemeente?
Monitoring en evaluatie
Hoe monitoren we de voortgang van de warmtetransitie? Hoe evalueren we?
pagina 7
4
Inzicht in de woningvoorraad en het energieverbruik
Om een goed beeld te krijgen van de opgave in de warmtetransitie, kijken we naar de gegevens over de woningen en het energieverbruik in de gemeente Hoogeveen. In Hoogeveen staan bijna 26.000 woningen (bron: Kadaster, oktober 2024). De verdeling van het eigendom is als volgt: • 62% van de woningen is in particulier bezit (eigenaren) • 27% is in bezit van een woningcorporatie • 11% valt onder overig bezit, zoals beleggers of instellingen. De bouwperiode van de woningen is weergegeven in Figuur 2. Over het algemeen geldt: hoe nieuwer de woning, hoe makkelijker deze te verduurzamen is, of hoe meer energiezuinig deze al is gebouwd. Bouwperiode woningsvoorraad na 2006 10%
voor 1946 7%
1922 - 2006 18% 1946 - 1974 41%
1975 - 1991 24% Figuur 2: verdeling van bouwperiode
Gemiddeld energieverbruik in Hoogeveen Volgens het CBS was het gemiddeld energieverbruik per woning per inwoner in Hoogeveen gemiddeld 19,08 GJ per jaar in 2023. Hoogeveen zit hiermee iets boven het landelijk gemiddelde van 17,65 GJ per woning per inwoner op jaarbasis. Dit komt waarschijnlijk omdat er meer grote (vrijstaande) woningen in Hoogeveen zijn dan gemiddeld in Nederland. Het landelijk gemiddelde aardgasverbruik is 820m³ per jaar. Met 940 m³ per jaar komt Hoogeveen ook daar iets hoger uit: • Appartementen: gemiddeld 640 m³ • Vrijstaande woningen: gemiddeld 1.310 m³ In de onderstaande tabel staat per woningtype het gemiddelde energiegebruik in vergelijking met het landelijk gemiddelde weergegeven. Opvallend is dat per woningtype het gemiddelde elektriciteitsverbruik lager ligt, maar het gemiddelde aardgasverbruik per woningtype wel hoger is.
pagina 8
Woningtype
Elektriciteit Hoogeveen [kWh/jr]
Elektriciteit Nederland [kWh/jr]
Elektriciteit Elektriciteit Nederland Hoogeveen netto3 [kWh/jr] netto [kWh/jr]
Aardgas Hoogeveen [m3/jr]
Aardgas Nederland [m3/jr]
Appartement
1.700
1.820
1.600
1.800
640
580
Tussenwoning
2.350
2.510
1.690
1.890
880
790
Hoekwoning
2.530
2.670
1.760
1.920
990
920
2-onder-1 kap
2.880
3.030
1.850
2.020
1.060
1.050
Vrijstaand
3.710
3.860
2.210
2.400
1.310
1.340
Bron: CBS (2023)
Het verloop van het aardgasverbruik in de afgelopen jaren is te zien in Figuur 3.
Figuur 3. Totaal energieverbruik woningen in Hoogeveen (Bron: Klimaatmonitor 2025)
De bovenstaande grafiek toont het energieverbruik van woningen in de gemeente Hoogeveen van 2011 tot en met 2023. In deze periode is vooral het aardgasverbruik (temperatuur gecorrigeerd) sterk afgenomen: van ongeveer 1.200 TJ (34,1 miljoen m3) in 2011 naar ongeveer 800 TJ (22,8 miljoen m3) in 2023. Door deze daling worden we minder afhankelijk van aardgas. De sterke daling vanaf 2021 is mede veroorzaakt door de energiecrisis en de hoge energieprijzen. Inwoners zijn aan de slag gegaan met isoleren, zijn minder energie gaan gebruiken en zijn overgestapt op (hybride) warmtepompen. Volgens cijfers van TNO had 5,2% van de huishoudens in Hoogeveen in 2023 te maken met energiearmoede. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 4,8%. Energiearmoede betekent dat mensen te veel geld kwijt zijn aan energiekosten. Dit komt vaak doordat zij in een slecht geïsoleerde woning wonen en een laag inkomen hebben.
3 De totale hoeveelheid elektriciteit die aan een aansluiting wordt geleverd, minus de hoeveelheid elektriciteit die door de aansluiting wordt teruggeleverd aan het net (vaak door zonnepanelen).
pagina 9
5
Dilemma’s
De overstap naar duurzame warmte is een grote en ingewikkelde uitdaging. De gemeente heeft hierin een regierol, maar kan niet alles zelf bepalen. Bij de warmtetransitie komen verschillende dilemma’s kijken. Deze dilemma’s helpen ons om uitgangspunten voor het Warmteprogramma te bepalen. Die uitgangspunten worden later in deze Startnotitie toegelicht. De dilemma’s beschrijven we hierna. 1. Betaalbaarheid: wat is betaalbaarheid, hoe houden we de warmtetransitie betaalbaar en hoe kiezen we voor de meest betaalbare maar ook duurzame (warmte)oplossing? Warmte – en in de toekomst ook koeling – is niet voor iedereen vanzelfsprekend betaalbaar. Het volledig verduurzamen van een woning of bedrijf vraagt vaak om flinke investeringen. Als we zeggen dat de warmtetransitie betaalbaar moet zijn voor iedereen, dan is de logische vraag: wat betekent betaalbaar precies, en voor wie? Als gemeente streven we naar een zo laag mogelijke energierekening voor al onze inwoners en ondernemers. Dat kan als het energieverbruik zo laag mogelijk is en als energie betaalbaar is. We weten dat aardgas duurder wordt en dat gebouwen vanaf 2050 wettelijk niet meer met aardgas verwarmd mogen worden. Ook verwachten we dat de vraag naar koeling steeds groter zal worden. In sommige gebieden kan een collectieve oplossing, zoals een warmtenet, de voordeligste optie zijn.
Voorwaarde is dan wel dat zoveel mogelijk van de potentiële deelnemers meedoen. Kortom: het is een grote uitdaging om de warmtetransitie daadwerkelijk voor iedereen haalbaar en betaalbaar te maken. De gemeente kan dit niet alleen. We moeten ook duidelijk maken wat we bijvoorbeeld vanuit de Rijksoverheid en andere partners nodig hebben om de warmtetransitie uit te voeren. We merken op dat er soms een spanningsveld is tussen ambities, zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en snelheid. Daarom kiezen we in onze aanpak voor realistische uitgangspunten. In het Warmteprogramma maken we duidelijk wat we als gemeente kunnen doen en wat we van andere partijen nodig hebben om de warmtetransitie te laten slagen. 2. Vrijheid versus verantwoordelijkheid: Hoe vinden we de balans tussen keuzevrijheid en de verplichting om over te stappen op duurzame warmte? Inwoners en ondernemers willen graag zelf kiezen of, wanneer en hoe zij hun woning of bedrijf verduurzamen. De vrijheid om zelf die keuze te maken is belangrijk. Tegelijk zien we dat veel inwoners en ondernemers worstelen met veel vragen over verschillende aspecten van verduurzamen: ‘is een warmtenet of warmtepomp wel betrouwbaar en betaalbaar?’ en ‘blijft mijn huis comfortabel?’ en ‘kan ik de overheid wel vertrouwen?’. Toch is duidelijk: voor 2050 moeten alle gebouwen van het aardgas af.
De uitdaging is ervoor te zorgen dat dit op een eerlijke en zorgvuldige manier gebeurt. Ook als mensen twijfelen, vragen hebben of het vertrouwen missen. In het Warmteprogramma zoeken we naar een balans tussen de vrijheid van inwoners en ondernemers en onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst. 3. De aanpak: dezelfde aanpak voor iedereen of maatwerk per groep? Bij dit dilemma draait het om de vraag: Wat is een rechtvaardige aanpak? Ondersteunen we iedereen op dezelfde manier en met dezelfde middelen of kijken we vanuit het doel wat mensen nodig hebben om dit doel te bereiken? Niet iedereen dezelfde hulp In de afgelopen periode hebben we ervaren dat niet iedereen met dezelfde hulp geholpen is: • Er zijn inwoners en ondernemers die vooral duidelijkheid willen over de warmteoplossing in hun gebied, op basis waarvan ze zelf aan de slag gaan. • Anderen hebben financiële hulp nodig of hulp bij het vinden van subsidies en leningen. • Er is ook een groep mensen die graag inhoudelijk advies wil voor de verduurzaming van hun woning of pand.
pagina 10
Wat is een groep? Dan komt de volgende vraag: Wat verstaan we onder een groep? Dat kan gaan over: • inkomen of vermogen • het type woning • het bewustzijn van klimaat en energie en de bereidheid te verduurzamen • de mogelijkheden om zelf te werken aan verduurzaming. Collectief of individueel De aanpak verschilt ook per type warmteoplossing: • Bij een collectieve oplossing, zoals een warmtenet, is samenwerking nodig. • Bij een individuele oplossing, zoals een warmtepomp, ligt de keuze meer bij de woningeigenaar zelf. Bij alle oplossingen moet er worden afgestemd met de netbeheerders. Zo vraagt een individuele warmteoplossing veel van het elektriciteitsnet. Daarom is het belangrijk dat we weten wanneer het elektriciteitsnet bijvoorbeeld voldoende verzwaard is. We voorzien dus dat maatwerk noodzakelijk is om binnen de schaarse capaciteiten die we hebben, de juiste ondersteuning te kunnen bieden aan inwoners en ondernemers. Wat die ondersteuning dan moet zijn, dat bepalen we per wijk, dorp, gebied en doelgroep. We concluderen dat ondersteuning op maat nodig is om tegemoet te komen aan de verschillende behoeften van inwoners. 4. De planning: hoe bepalen we de volgorde waarin we gaan werken? In het Warmteprogramma bepalen we de volgorde van gebieden waarin we aan de slag gaan om toe te werken naar een nieuwe, duurzame warmteoplossing.
Die volgorde kunnen we bepalen op basis van verschillende doelen, zoals: • Zo snel mogelijk CO2-uitstoot verminderen; dan kiezen we eerst de gebieden waar het aardgasverbruik het hoogst is. • Energiearmoede aanpakken; dan beginnen we in gebieden waar mensen de hoogste energielasten hebben en het minst makkelijk kunnen verduurzamen. Er zijn ook andere zaken die meespelen bij het bepalen van de volgorde: • Is er een inwonersinitiatief in een wijk of dorp? • Gaan woningcorporaties daar aan de slag met het verduurzamen van woningen? • Zijn er kansen voor een collectieve oplossing, zoals een warmtenet? De keuzes die we maken, bepalen de volgorde van onze aanpak. 5. Collectief versus individueel: gaan we voor de collectieve oplossing waar dat het goedkoopst is voor het collectief of gaan we voor individuele oplossingen en maximale keuzevrijheid? De inzet van collectieve warmteoplossingen roept soms discussie op over betaalbaarheid of het gebrek aan vrijheid om individueel een energieleverancier te kunnen kiezen. Van individuele oplossingen weten we dat deze leiden tot veel hogere nationale kosten; dit zijn de totale kosten om in Nederland de warmtetransitie uit te voeren. Dat komt bijvoorbeeld doordat het elektriciteitsnet meer moet worden verzwaard voor individuele oplossingen. Deze hogere nationale kosten komen uiteindelijk voor rekening van inwoners.
We zien nu vaak dat de nationale kosten niet gelijk opgaan met de kosten voor de eindgebruiker. De eindgebruikerskosten zijn de kosten die de inwoner direct ervaart, zoals de aanschaf, installatie en het onderhoud van een warmtepomp of de kosten van warmte via een warmtenet. Soms is een collectieve oplossing zoals een warmtenet goedkoper voor Nederland als geheel, maar duurder voor de inwoner dan bijvoorbeeld het behouden van een cv-ketel of het overstappen op een warmtepomp. We willen dat de kosten voor de inwoner overeenkomen met de totale maatschappelijke kosten. pagina 11
Daarom verwachten we dat een collectieve oplossing in sommige gebieden niet alleen beter is voor het energiesysteem, maar ook de goedkoopste oplossing voor de gebruiker zelf zal zijn (zie figuur 4). Als we – vanuit de wens voor maximale keuzevrijheid - alleen voor individuele oplossingen kiezen, maken we geen goed gebruik van onze lokale bronnen, zoals restwarmte van bedrijven. Daarom kiezen we in het Warmteprogramma voor een collectieve oplossing in gebieden waar dit op basis van onze bronnenstrategie de beste oplossing is. Dit doen we alleen waar dit de beste én meest betaalbare keuze is voor de eindgebruiker.
Figuur 4: Verwachte ontwikkeling eindgebruikerskosten (Bron: Presentatie Wet collectieve warmte Rijksoverheid)
Let op: figuur 4 is indicatief, om aan te geven dat een warmtenet waarschijnlijk de grootste garantie op prijsstabiliteit biedt op de lange termijn. De daadwerkelijke kosten moeten per project duidelijk worden. Daarnaast ontbreekt in deze grafiek de hybride oplossing, die waarschijnlijk tussen de cv-ketel en de volledig elektrische warmtepomp in komt te liggen. Bij een warmtenet zijn vooral de investeringskosten (CAPEX) hoog. Hoe meer aansluitingen er zijn, hoe lager het tarief is voor de eindgebruiker. De uitgangspunten hieronder komen voort uit de dilemma’s die we eerder hebben beschreven. Ze vormen de basis voor het Warmteprogramma en de stappen die we als gemeente zetten richting een toekomst zonder aardgas. In het Warmteprogramma geven we duidelijkheid over de warmteoplossingen en de aanpak hierin voor de komende tien jaar.
pagina 12
6
Uitgangspunten
De uitgangspunten hieronder komen voort uit de dilemma’s die we eerder hebben beschreven. Ze vormen de basis voor het Warmteprogramma en de stappen die we als gemeente zetten richting een toekomst zonder aardgas. In het Warmteprogramma geven we duidelijkheid over de warmteoplossingen en de aanpak hierin voor de komende tien jaar. 1. De meest betaalbare warmteoplossing voor de inwoner en de ondernemer. Warmte – en straks ook koeling – is een basisbehoefte die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Bij het kiezen van een warmteoplossing voor een gebied kijken we vooral naar wat het op de lange termijn kost voor de gebruiker: de huiseigenaar, huurder of ondernemer. Wat betaalbaar is, verschilt per situatie, zo beschreven we in onze dilemma’s. Daarom maken we in het Warmteprogramma betaalbaarheidscriteria. Die gebruiken we om per gebied te bepalen welke warmteoplossing het goedkoopst is voor de eindgebruiker. • Is een collectieve oplossing het goedkoopst? Dan kiezen we daarvoor. De Wet collectieve warmte schrijft voor dat deze warmtenetten in publieke handen moeten zijn. We doen dit samen met bewonersinitiatieven, publieke organisaties en andere overheden. • Is een individuele oplossing op de lange termijn goedkoper? Dan kiezen we voor die route. We maken een inschatting van de kosten per huishouden via maatwerkadviezen.
Als blijkt dat de overstap op korte termijn meer geld gaat kosten, komt dat hierin naar voren. We kijken dan hoe we die kosten kunnen beperken en welke hulp we daarbij nodig hebben van het Rijk of van andere partners. 2. We sluiten aan bij wat inwoners en ondernemers willen We vinden het belangrijk dat onze aanpak zo goed mogelijk aansluit bij de wensen, zorgen en ideeën van inwoners en ondernemers. In elk gebied gaan we hierover in gesprek. Samen bepalen we per gebied een aanpak die past bij wat mensen nodig hebben en belangrijk vinden. De inwonersinitiatieven, initiatiefrijke buurten en energiecoöperaties die al aan de slag zijn met energiebesparing of de warmtetransitie, kunnen rekenen op ondersteuning vanuit de gemeente. We werken al intensief samen met de woon-energiecoaches en de energiecoöperaties Energiek Hoogeveen, De Groene Wieken en Pesse Energie Neutraal. Ook nieuwe initiatieven zijn van harte welkom. We stemmen onze aanpak in het Warmteprogramma af met deze groepen, en staan open voor ideeën vanuit de samenleving. Ook maken we gebruik van de nieuwe mogelijkheden uit de Energiewet en de Wet collectieve warmte, bijvoorbeeld voor het oprichten van energieen warmtegemeenschappen. We weten dat sommige mensen twijfels of zorgen hebben over de warmtetransitie.
Bijvoorbeeld over de kosten, de betrouwbaarheid van nieuwe systemen of de veranderingen die het met zich meebrengt. Daarom bieden we goede informatie, luisteren we naar zorgen en proberen we deze zoveel mogelijk weg te nemen. Ook maken we gebruik van logische momenten voor verandering, zoals bij verhuizen of verbouwen. Tegelijk hebben we als samenleving een duidelijke opdracht: voor 2050 stoppen met aardgas voor het verwarmen van gebouwen. Soms vraagt dit om lastige keuzes die niet iedereen prettig vindt. We houden hier oog en oor voor en we zijn open en eerlijk over de keuzes die we maken. 3. We gebruiken de aanwijsbevoegdheid alleen als het echt nodig is Vanaf 2050 verwarmen we niet meer met aardgas in Nederland. In gebieden waar een collectieve warmteoplossing wordt gekozen, zoals een warmtenet, willen we niet het aardgasnet in stand houden. Daar zijn twee belangrijke redenen voor:
pagina 13
1. Hoe meer mensen meedoen aan de collectieve oplossing, hoe goedkoper het wordt voor iedereen. 2. Het in stand houden van het aardgasnet kost veel geld. Als weinig mensen in een gebied aardgas gebruiken, komen zij heel duur uit. Daarom maken we in het uiterste geval gebruik van de aanwijsbevoegdheid in onze gemeente. We proberen de inzet hiervan echter zoveel mogelijk te voorkomen, door middel van de participatieve aanpak die zoveel mogelijk aansluit op wat inwoners en ondernemers willen. Waar de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet, stopt de levering van aardgas eerder dan 2050. Inwoners en ondernemers hebben echter altijd nog de vrijheid om te kiezen voor een andere warmteoplossing, dan de oplossing die door de gemeente wordt aanbevolen. Wel moet deze oplossing ten minste net zo duurzaam zijn. 4. Duidelijkheid en openheid over waar we de komende tien jaar aan de slag gaan. In het Warmteprogramma geven we aan in welke gebieden we de komende tien jaar gaan werken aan een aardgasvrije warmtevoorziening. Zo krijgen inwoners, ondernemers, woningcorporaties, netbeheerders en andere betrokkenen duidelijkheid en kunnen zij zich goed voorbereiden. Landelijk is de verwachting dat in 2050 ongeveer 30% van de bestaande woningen wordt verwarmd met een collectieve oplossing, zoals een warmtenet.
Dit geldt vooral voor dichtbebouwde gebieden, waar een gezamenlijke oplossing vaak goedkoper en efficiënter is dan een individuele oplossing. Voorwaarde hiervoor is dat betrokkenen op tijd weten welke oplossing voor hun situatie gekozen is. Als die duidelijkheid te lang uitblijft, kiezen mensen mogelijk zelf voor een individuele oplossing. Dan wordt een collectieve aanpak moeilijker of zelfs onmogelijk en is de eindgebruiker duurder uit. We stemmen onze planning en keuzes af met partijen zoals de woningcorporaties. Zo kunnen we aansluiten bij hun plannen voor het verduurzamen van woningen. Ook kijken we of er koppelkansen zijn: momenten waarop werkzaamheden slim gecombineerd kunnen worden, bijvoorbeeld met onderhoud of renovatie. We baseren onze keuzes onder andere op de bronnenstrategie uit het Masterplan Energiesysteem. We zijn altijd open en eerlijk over waarom we ergens een bepaalde warmteoplossing kiezen en wanneer we starten met de uitvoering. Als we nog niet weten wat de beste oplossing is voor een gebied, dan leggen we dit ook uit. In die gebieden zetten we in de tussentijd vol in op energiebesparing en proberen we te voorkomen dat voor spijtoplossingen wordt gekozen – dat zijn oplossingen die op langere termijn alsnog vervangen moeten worden. 5.
We kiezen bij het Warmteprogramma voor participatie op gemeentelijk niveau en bij de Uitvoeringsplannen voor participatie in het gebied. Het Warmteprogramma is een plan op hoofdlijnen. De uitvoering gebeurt gefaseerd, in wijken, dorpen of buurten. Het verschil in schaal van Warmteprogramma (hele gemeente) en Uitvoeringsprogramma’s (per wijk) vraagt om verschillende participatieprocessen. We willen een Warmteprogramma maken dat aansluit op de plannen van bijvoorbeeld woningcorporaties en netbeheerders. Zo kunnen we samen de beste aanpak en fasering bepalen. Bij het maken van de Uitvoeringsplannen vragen we vervolgens inwoners om mee te denken en te praten over de keuzes voor hun eigen omgeving. Zo zorgen we dat de aanpak goed past bij wat er leeft in een gebied.
pagina 14
7
Onze werkwijze voor het opstellen van het Warmpteprogramma
7.1 Algemeen De uitgangspunten uit het vorige hoofdstuk zijn ons kompas voor de keuzes in het Warmteprogramma. De uitgangspunten geven ook richting aan onze werkwijze. Daarin staat centraal dat we de opgaven zoveel mogelijk verbinden aan andere opgaven in onze gemeente. De warmtetransitie is een lang en ingrijpend proces dat grote impact heeft op onze gemeente. Door verandering van het klimaat is het bovendien een transitie in beweging, waarin we bijvoorbeeld op termijn ook invulling moeten geven aan de vraag naar koeling. Waar mogelijk koppelen we de warmtetransitie aan andere thema’s, zoals wonen, economie, sociaal domein en leefbaarheid. Welke aanpak we kiezen in een gebied, hangt onder andere af van de geschikte warmteoplossing van eventuele inwonersinitiatieven en van andere specifieke kenmerken. We zijn transparant over de keuzes die we maken. 7.2 Communicatie en participatie Zoals in de uitgangspunten is beschreven, kiezen we bij het Warmteprogramma voor een participatieaanpak voor de hele gemeente. De precieze invulling leggen we vast in een communicatie- en participatiestrategie. Hieronder staan de hoofdlijnen. Eerst gaan we in op communicatie, daarna op participatie. Communicatie over het Warmteprogramma Een belangrijk doel van onze communicatie is om de kennis van inwoners en ondernemers te vergroten.
Zo kunnen zij – alleen of samen – een weloverwogen keuze maken voor een andere warmteoplossing. Met het Warmteprogramma willen we duidelijkheid geven over de toekomstige warmteoplossing per gebied. We gebruiken hiervoor onze reguliere communicatiekanalen en zorgen dat onze boodschap duidelijk en laagdrempelig is. We leggen uit: • welke opgave er ligt • hoe we dit samen aanpakken • hoe inwoners, ondernemers en andere partijen mee kunnen doen • wat het Warmteprogramma precies inhoudt. De partners die betrokken zijn bij het Warmteprogramma, betrekken we bij het opstellen van de communicatie- en participatiestrategie. Uit onze ervaringen in de Waterstofwijk en het Hoogeveens Isolatie Offensief blijkt dat het belangrijk is om in de communicatie aan te sluiten op de situatie van betreffende inwoners en de fase van het verduurzamingsproces waarin ze zich bevinden. Dat begint met duidelijkheid voor iedereen over de voorziene warmteoplossing per gebied, de aanpak en de planning. Participatie: betrekken van Inwoners en ondernemers We willen weten wat er leeft bij inwoners en ondernemers: welke ideeën, zorgen en verwachtingen er zijn. Daarvoor gebruiken we verschillende vormen van participatie, zoals: • (digitale) enquêtes • straatgesprekken • fysieke informatie- en meedenkbijeenkomsten • de Klankbordgroep Energietransitie.
pagina 15
Hiermee streven we ernaar om de visie op warmte vanuit diverse perspectieven en invalshoeken te belichten. Per gebied vindt vervolgens intensieve en gebiedsgerichte participatie plaats, als we aan de slag gaan met het Uitvoeringsplan. Dan maken we samen met de mensen die er wonen en werken een lokale aanpak die aansluit bij hun eigen leefwereld. Participatie: betrekken van maatschappelijke partners We betrekken onze maatschappelijke partners - waaronder de woningcorporaties, de Klankbordgroep Energietransitie, de netbeheerders, de energiecoöperaties, de Smederijen, Stichting Welzijnswerk en Ondernemend Hoogeveen - bij het opstellen van het Warmteprogramma. Dit gebeurt vooral via reguliere overleggen, waarin we hen om advies vragen en hun plannen zoveel mogelijk meenemen in het Warmteprogramma. Dit vereist commitment en openheid van alle partijen, zodat we onze aanpak en onze plannen zo goed mogelijk op elkaar af kunnen stemmen. Daarnaast organiseren we sessies waarin we ons richten op samenwerking in coproductie stimuleren om zo gezamenlijke oplossingen te ontwikkelen.
pagina 16
8
Stappen in het vervolgproces
Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet, waarbij de bevoegdheid bij het college is belegd. Dit is bepaald met de Wgiw. Het college van B&W wil de gemeenteraad actief betrekken bij het Warmteprogramma. Dat begint met deze startnotitie. Op basis van deze startnotitie wordt het Warmteprogramma de komende periode opgesteld. Het proces ziet er als volgt uit: 1. Startnotitie Met deze startnotitie zetten we de eerste stap. Op basis hiervan werken we het Warmteprogramma de komende periode verder uit. 2. Onderzoek MER Landelijk is onderzocht of het nodig is om een Milieu Effect Rapportage (MER) op te stellen en of er één landelijke MER kan komen. Dit laatste is niet mogelijk. We onderzoeken nu of het nodig is om lokaal een MER op te stellen. Als dit nodig is dan brengt dit waarschijnlijk aanvullende kosten met zich meer en heeft het gevolgen voor de planning. 3. Conceptversie Warmteprogramma Als een conceptversie klaar is, ligt deze zes weken ter inzage. Inwoners, ondernemers en andere betrokkenen kunnen in deze periode reageren. 4. Verwerking reacties Alle reacties worden zorgvuldig bekeken, beantwoord via een reactienota zienswijzen en – waar mogelijk – verwerkt in het Warmteprogramma. 5. Advies gemeenteraad De aangepaste versie wordt vervolgens aan de gemeenteraad voorgelegd voor advies.
De punten en suggesties die de gemeenteraad meegeeft, worden verwerkt tot een definitieve versie. 6. Vaststelling Het college van burgemeester en wethouders stelt daarna het definitieve Warmteprogramma, uiterlijk op 31 december 2026, vast.
Startnotitie
Concept Warmteprogramma ter inzage
Verwerking inspraakreacties
Opstellen Warmteprogramma
Eventueel MER-procedure
Warmteprogramma ter advies naar gemeenteraad
Figuur 5: Proces Warmteprogramma
Vaststellen definitief Warmteprogramma door B&W pagina 17