Stadscentrum, deelplan Detailhandel- Toelichting
Tekst van het document
Stadscentrum, deelplan Detailhandel
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting
7 9 9
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
11
Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke structuur plangebied Functionele structuur plangebied
11 11 11 16
Hoofdstuk 3
Beleidskader
21
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
21 22 25 25
2.1 2.2 2.3 2.4
Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 4.1 4.2 4.3 4.4
35
Ruimtelijke structuur Functionele structuur Ontwikkelingslocaties Beeldkwaliteit
35 36 36 37
Omgevingsaspecten
39
Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Molenbiotoop Duurzaamheid
39 39 40 40 41 42 42 43 44 45 45 46
Planbeschrijving
47
6.1 6.2
Juridisch systeem Regels
47 47
Hoofdstuk 7
Handhaving
51
Algemeen Inventarisatie Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat
51 51 51 51
Uitvoerbaarheid
53
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Hoofdstuk 6
7.1 7.2 7.3 7.4
Hoofdstuk 8 8.1 Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 2
8.2
Economische uitvoerbaarheid
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
54
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 3
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 4
Toelichting
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 5
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
“Aangenaam anders, zo gaat het stadscentrum van Hoogeveen worden”; zo luidde de eerste zin uit de in 2008 gepresenteerde ontwikkelingsvisie voor het stadscentrum. In de tussentijd is veel gebeurd en gerealiseerd in het centrum. In de ontwikkelingsvisie voor het stadscentrum van Hoogeveen is in 2017 een nieuwe opgave geformuleerd, die voortborduurt op de visie van 2008. Hierin is de opgave beschreven om toe te werken naar een vitaal en toekomstbestendig centrum, waar bezoekers graag komen én terugkomen. In de nieuwe ontwikkelingsvisie voor het stadscentrum van Hoogeveen is opgenomen dat het stadscentrum vitaal blijft indien er sprake is van een compacter en kleiner centrum. Het kernwinkelgebied (Hoofdstraat) wordt versterkt door de winkels in de aanloopstraten (onder meer de Schutstraat en Het Haagje) te verplaatsen naar het kernwinkelgebied. Voor de verplaatsing of beëindiging van de betreffende winkels is een stimuleringsregeling voor transformatie beschikbaar. Een aantal betrokkenen heeft hiervan inmiddels gebruikgemaakt. Voor de transformatie in de aanloopstraten is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het geldende bestemmingsplan voor het centrum 'Stadscentrum 2008' is op dit punt niet meer voldoende actueel. Derhalve is gekozen voor een nieuw bestemmingsplan, waarbij in onder meer de gemengde bestemmingen de detailhandelfunctie wordt wegbestemd.
Daarnaast is een aantal ontwikkelingen die inmiddels vergund of gerealiseerd zijn ook meegenomen in dit plan. Voor het overige is dit bestemmingsplan conserverend en wordt niet in nieuwe ontwikkelingen voorzien. Hieronder is een uitsnede van het plangebied opgenomen. Om gebiedsdekkend te zijn is de planbegrenzing van het vigerende plan 'Stadscentrum 2008' in ogenschouw genomen. Daarnaast is het later vastgestelde deelplan 'Stadscentrum, deelplan Grote Kerkstraat 15, 2014' meegenomen, omdat deze ook het aanloopgebied betreft. Deze plannen vormen de basis voor het nieuwe bestemmingsplan.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 7
Figuur 1.1: Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Stadscentrum 2008' (vastgesteld op 12 januari 2011) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Met voorliggend bestemmingsplan wordt een vervolg gegeven aan bovenstaande visie. In dit bestemmingsplan wordt voor de panden in de aanloopstraten van het centrum de Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 8
detailhandelfunctie onder een uitsterfconstructie gebracht, daar waar nog feitelijk detailhandel wordt geëxploiteerd. Dat betekent dat de huidige functie kan worden voortgezet, maar dat als deze detailhandelfunctie meer dan één jaar niet in een pand aanwezig is, de mogelijkheid tot het exploiteren van detailhandel vervalt voor de pandlocatie. Daar waar momenteel leegstand is, een andere funtie dan detailhandel wordt geëxploiteerd (bijvoorbeeld een kantoor) of de pandeigenaar en/of ondernemer aanspraak heeft gemaakt op de 'Verordening stimulering detailhandel stadscentrum Hoogeveen 2020', wordt de detailhandelfunctie per direct wegbestemd. Vanaf inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is detailhandel voor die pandlocaties niet meer toegestaan.
1.2
Opgave bestemmingsplan
De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Daarom is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch planologische kader, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.3
Opbouw toelichting
Deze toelichting kent acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk komt in hoofdstuk 2 de beschrijving van de huidige situatie aan de orde. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader. Hoofdstuk 4 beschrijft de gewenste ontwikkeling. Het daarop volgende hoofdstuk 5 behandelt de toetsing aan de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 bevat de juridische vormgeving en hoofdstuk 7 beschrijft de handhaving van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 8 gaat ten slotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 9
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 10
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied
Het vigerende bestemmingsplan 'Stadscentrum 2008' geeft een planologische regeling aan het bestaand gebruik en maakt planologisch de vernieuwing van de daartoe aangewezen delen van het stadshart mogelijk. Om gebiedsdekkend te zijn is de planbegrenzing van dit plan in ogenschouw genomen in voorliggend bestemmingsplan. Deze vormt samen met een partiële herziening (zie paragraaf 1.1) de basis voor het nieuwe bestemmingsplan. Binnen de planbegrenzing zal met het nieuwe bestemmingsplan een regeling worden opgesteld voor de aanloopstraten van het centrum. Dit betreffen (gedeelten van) de straten Brinkstraat/Kloosterpad, Prins Mauritsplein, Hoofdstraat, Dekkerpassage, Tamboerpassage, Grote Kerkstraat, Raadhuisstraat/Baandergang, Van Echtenstraat, het Haagje, Schutstraat, Alteveerstraat, Kruisstraat/Kruispad en Beukemaplein/Beukemastraat. Voor een exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
2.2
Vigerend recht
De vigerende regeling voor het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Stadscentrum 2008', dat is vastgesteld op 12 januari 2011, en in de eerder genoemde partiële herziening. De panden in de aanloopstraten die deel uitmaken van voorliggende bestemmingsplan, hebben in de huidige bestemmingsplan 'Stadscentrum 2008' de bestemmingen 'Gemengd 1, 2, 3, 4, 5 en 8' en 'Detailhandel'. Daarnaast geldt voor een pand de bestemming 'Gemengd' vanuit het deelplan 'Stadscentrum, deelplan Grote Kerkstraat 15, 2014'. Kortom: de panden in de aanloopstraten van het centrum van Hoogeveen waar vanuit de bestemmingsomschrijving een detailhandelfunctie mogelijk is, worden in dit nieuwe bestemmingsplan meegenomen. Ten behoeve van deze panden zal de detailhandelfunctie worden wegbestemd of worden gereguleerd met een uitsterfconstructie.
2.3
Ruimtelijke structuur plangebied
De ruimtelijke structuur van het stadscentrum is ontstaan met de vervening van de regio. De huizen werden in linten gebouwd langs de vaarten die gegraven waren voor de afwatering van het veen en de afvoer van de turf. De concentratie van huizen en handel was het grootst bij de kruising van de vaarten en langs de Hoofdvaart tussen het Haagje/Schutstraat en de Willemskade. Het stadscentrum ligt hier nog steeds en ook de oudste bebouwing is er te vinden. De historisch gegroeide bebouwingsstructuur, zoals deze te zien is op kaarten van vóór de tweede wereldoorlog, is ook goed herkenbaar op de kaarten van nu.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 11
Figuur 2.1: Bebouwingsstructuur
Het agrarische land achter de lintbebouwing langs de hoofdvaart was te bereiken via paden en gangen vanaf de Hoofdstraat. Zo ontstond de kenmerkende ribbenstructuur van het stadscentrum. De Grote Kerkstraat en de van Echtenlaan waren als doorgaande routes met lintbebouwing toen ook al de uitzondering in die ribbenstructuur.
Figuur 2.2: Ribbenstructuur
Door de sterke groei van Hoogeveen vanaf de jaren vijftig van de vorig eeuw verandert ook het aanzien van het oorspronkelijke centrum gebied. De grote veranderingen in het stadscentrum Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 12
vinden plaats binnen de historische ruimtelijke structuur. Als eerste werden de vaarten gedempt, de vrijgekomen ruimte was voor het sterk groeiende autoverkeer. Een volgende aanpassing die hierbij past is de aanleg van parkeerterreinen achter de winkelstraten. In de loop van de tijd komt er nieuwe woonbebouwing aan deze parkeerterreinen. Het oorspronkelijke centrum wordt een koopcentrum met regionale binding en uitstraling.
Figuur 2.3: Hoofdstraat tussen de Van Echtenstraat en de Grote Kerkstraat, jaren 60
Er ontstond een gevarieerde lintbebouwing met winkels , waar nieuwe invullingen die vaak wat hoger en breder zijn tussen de oorspronkelijke gebouwen staan. Een uitzondering hierop is het woongebouw De Stoeke, dat veel hoger is en ver voor de andere gebouwen in de Hoofdstraat staat en de flat op de hoek bij 't Haagje.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 13
Figuur 2.4: Het gebouw De Stoeke in de Hoofdstraat
In de Schutstraat, 't Haagje en het noordelijk deel van de Alteveerstraat zijn de vaarten later gedempt dan in de Hoofdstraat. In de lintbebouwing van deze straten zijn veel kleine individuele panden vervangen door grote gebouwcomplexen. De schaalsprongen zijn er groter dan in de Hoofdstraat. De oorspronkelijke bebouwingsstructuur is hierdoor deels verdwenen.
Figuur 2.5: Schutstraat
De winkels en andere voorzieningen zijn georiënteerd op de oorspronkelijke straten. Het shop-in-shop concept komt weinig voor. De Tamboerpassage is het enige nieuwe winkelconcept wat naast de bestaande ruimtelijke structuur is gebouwd. De openbare ruimtes zijn regelmatig aangepast zodat het stadscentrum bij de tijd en aantrekkelijk blijft. De inrichting van de openbare ruimte wordt telkens afgestemd op de veranderende eisen en gebruik van de buitenruimte. De Hoofdstraat is al tientallen jaren een autovrij winkelwandelgebied. Het water is er gedeeltelijk weer in terug gebracht. In de Ontwikkelingsvisie voor het stadscentrum wordt het stadscentrum onder verdeeld in voorzieningenclusters (zie voor de cluster indeling de afbeelding) Dit is op basis van de aanwezige functies en het gebruik. In de Nota ruimtelijke kwaliteit is het stadscentrum onderverdeeld in bebouwingssferen. Natuurlijk is het zo dat een bepaald gebruik van de gebouwen, bijvoorbeeld een grote winkelketen of een kantoor, zich door vertaald naar hoe het gebouw eruit ziet en dus de bebouwingssfeer meebepaald.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 14
Figuur 2.6: Voorzieningenclusters en bebouwingssferen
Het noorden van de Hoofdstraat, bebouwingssfeer 1, kenmerkt zich door de aanweizgheid van veel historische gebouwen in een gave staat. Het zuidelijke deel van de Hoofdstraat, tussen de grote kerkstraat en 'het kruis, kenmerkt zich door de aanwezigheid van historische gebouwen afgewisseld met nieuwe invullingen. Detailhandel en horeca zijn hier de hoofdfuncties. Het 'Kruis', de Schutstraat, 't Haagje en het noordelijke deel van de Alteveerstraat (bebouwingssfeer 3) kenmerken zich met de grootschalige appartementen gebouwen naast historische panden. Het contrast in bouwvolume en architectuur is hier groot. De vierde bebouwingssfeer bestaat uit de pleinwanden van de parkeerwanden. De nieuwe bebouwing is hierop gericht om de pleinwanden aantrekkelijker te maken.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 15
2.4
Functionele structuur plangebied
Het stadscentrum bestaat uit een groot aantal winkels, café's, restaurants en dienstverlenende bedrijven in combinatie met culturele voorzieningen. Eveneens wordt er in het gebied gewoond, zowel op de begane grond als de verdiepingen. Het gebied is goed bereikbaar door de vele grote parkeerterreinen achter het centrum. Het zuidelijk deel van het centrum is vooral gericht op winkelen en boodschappen doen. Het noordelijk deel van het stadscentrum ademt meer de sfeer van dienstverlening en cultuur uit. De afgelopen jaren is met name in de winkelpanden in de aanloopstraten leegstand ontstaan. Ook in het centrumgebied is steeds meer leegstand zichtbaar. Dit is nader onderzocht in de Ruimtelijk economische Ontwikkelingsstrategie centrum uit 2017, dat hieronder en in het volgende hoofdstuk onder het gemeentelijk beleid wordt behandeld.
UITKOMSTEN REOS Kern Hoogeveen, kwantitatieve analyse Hoogeveen is niet alleen in inwonertal, maar ook qua winkelaanbod de hoofdkern van de gemeente. In totaal is in de gemeente een aanbod van ruim 155.000 m² winkelvloeroppervlak (wvo) in de detailhandel. Hiervan is zo’n 88% aanwezig in Hoogeveen. Het totale winkelaanbod in Hoogeveen is ruim 120.500 m² wvo groot, exclusief leegstand. Het aanbod in de groepen ‘Mode & Luxe’ en ‘Vrije Tijd is met name in het centrum aanwezig. De overige groepen zijn verspreid over Hoogeveen en in de wijkcentra gevestigd. Het aanbod ‘In/Om Huis’ – zoals de doe-het-zelf en de woonwinkels – zijn vooral aan de Griendtsveenweg te vinden. Het totale aanbod van detailhandel in het centrumgebied van Hoogeveen bedraagt 58.600 m2 wvo. Van het totale aanbod staat circa 14.500 m2 leeg (cijfers 2019-2020). Onderzocht is het aanbod in de kern Hoogeveen afgezet tegen het gemiddelde van andere kernen met gemiddeld 30.000 tot 50.000 inwoners. Hierbij is het gemiddelde aanbod in m2 wvo per 1.000 inwoners als basis gebruikt, zodat de verschillen in inwonertal min of meer gelijk gesteld worden. Uit dit onderzoek blijkt dat het aanbod in alle branches in Hoogeveen hoger ligt dan bij andere kernen met hetzelfde inwonertal.
Hierbij dient nog wel opgemerkt te worden, dat in het noorden van het land het aanbod vaak iets groter is dan het gemiddelde, met name door de sterk aanwezige regiofunctie van kernen van deze grootte. Bovendien zijn de winkelpanden gemiddeld ook vaak groter, hetgeen historisch verklaard kan worden. Niettemin is duidelijk dat elke inwoner van Hoogeveen (en omgeving) een groot aantal detailhandelsmeters tot zijn/haar beschikking heeft. Vooral het aanbod mode & luxe en vrije tijd (juist de groepen in het centrum) is zeer sterk aanwezig. Evenals in de rest van het land staan ook in Hoogeveen diverse panden leeg. Het landelijk leegstandspercentage bedraagt 7,8%, gemeten naar winkelvloeroppervlak (wijze Locatus). In de kern Hoogeveen ligt het leegstandspercentage iets hoger. In het centrumgebied van Hoogeveen ligt het leegstandspercentage evenwel aanzienlijk hoger. De afgelopen jaren is het aantal leegstaande panden opgelopen naar 52 (2019/2020).
Verzorgingsgebied Op basis van diverse landelijk en regionaal beschikbare kengegevens kan een berekening gemaakt worden van het benodigd aantal meters voor het verzorgingsgebied van een kern. Een belangrijke bron voor deze kengetallen zijn de landelijke bestedingscijfers voor de dagelijkse en niet-dagelijkse sector. Rekening houdend met het inkomen van een gemeente wordt bepaald hoeveel geld elke inwoner uitgeeft aan het winkelen. Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 16
Het primaire verzorgingsgebied voor het centrum van de kern Hoogeveen is de eigen gemeente. Daarnaast trekt Hoogeveen ook uit omliggende gemeenten nog de nodige koopkracht naar zich toe. De koopkrachtbinding in de dagelijkse sector bedraagt voor Hoogeveen 93%, in de niet-dagelijkse sector is dit 73%. Dit betekent dat veel koopkracht binnen Hoogeveen blijft. Voor overige aankopen gaan de inwoners van de gemeente vooral naar buiten Drenthe en doen ze aankopen via internet. Een regiofunctie heeft Hoogeveen vooral voor gemeente De Wolden en in mindere mate voor Midden-Drenthe en Coevorden; daarnaast komt 10% van buiten Drenthe in de niet-dagelijkse sector.
Leegstand Het aanbod in de kern Hoogeveen is afgestemd op een sterke regionale verzorgingsfunctie. Daarom zal het aanbod ook groter zijn dan wanneer het alleen voor de eigen kern zou zijn, zoals in veel kleinere dorpen het geval is. Niettemin blijkt uit de rekensommen dat het aanbod overeenkomt met een veel groter gebied; er is duidelijk sprake van een fors overaanbod. Dit overaanbod concentreert zich vooral in de niet-dagelijkse sector, waar het mode-aanbod een belangrijk deel van uitmaakt. De relatief hogere leegstand duidt ook op een overaanbod. Enige (frictie)leegstand zal altijd aanwezig zijn. Deze bedraagt echter enkele procenten. Op basis van voorzichtige berekeningen kan worden geconcludeerd dat het overaanbod voor heel Hoogeveen minimaal 20.000 m2 wvo bedraagt. Het aanbod in het centrum dient met ruim 1.600 m2 wvo teruggebracht te worden. Hiervan is reeds 5.000 m2 al gerealiseerd. De latente ruimte, te onttrekken via dit bestemmingsplan bedraagt 4.000 m2 . Het gevolg van dit overaanbod is naast de leegstand dat de vloerproductiviteit van diverse ondernemers relatief laag zal liggen, waarbij onderling uiteraard grote verschillen zullen zijn. Overigens is hierbij nog geen rekening gehouden met de toenemende invloed van online winkelen.
Dit neemt een steeds grotere vlucht en zal bij diverse branches wel degelijk van invloed zijn op de omvang en vorm van het fysieke aanbod.
Kwalitatieve analyse Het winkelaanbod in het centrum van Hoogeveen wijkt niet erg af van het gemiddelde in kernen van deze omvang, behalve dan dat in Hoogeveen van alles meer aanwezig is. Er is evenwel geen sprake van hele grote uitschieters. Overall is sprake van een behoorlijk evenwichtig aanbod. In de dagelijkse sector is het aanbod compleet: service-supermarkten en discounters zijn rond het centrum aanwezig, aangevuld met speciaalzaken. Als we in de niet-dagelijkse sector iets dieper kijken ontstaan grotere verschillen, hoewel ook dan blijkt dat Hoogeveen in weinig branches echt tekort schiet. Vooral het aanbod aan schoenen, sport & spel en media is ruim aanwezig. Het aanbod aan huishoudelijke artikelen en hobbyartikelen is minder sterk vertegenwoordigd. Geconstateerd kan worden dat het aanbod in Hoogeveen beduidend groter is dan dat in veel vergelijkbare plaatsen qua inwonertal, maar wel overeenkomsten heeft met enkele andere sterke regiocentra als Drachten, Sneek en Oldenzaal.
Centrumgebied Centrumgebieden worden steeds belangrijker als recreatieve verblijfsgebieden. Het aanbod van de diverse functies (de aanbod mix) en vooral de sfeer van een centrum is bepalend voor de keuze van de consument. De combinatie van detailhandel, vooral het complete aanbod en het unieke eigen karakter, de ondersteunende horeca en de aanwezige culturele en maatschappelijke elementen in een centrum bepalen de kwaliteit van een centrum als recreatief verblijfsgebied. De mogelijkheid van een aantrekkelijke wandel/winkelroute in een centrum, de locatie van de belangrijkste trekkers en de ligging van de (parkeer)bronpunten zijn eveneens belangrijke elementen in het functioneren Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 17
van een centrumgebied. In Hoogeveen vormt de Hoofdstraat van oudsher de belangrijkste winkelstraat. De Hoofdstraat is een lange, brede straat, die als wandelgebied is ingericht, van het Kruis tot aan de entree van de Tamboer. Naast de Hoofdstraat zijn winkels aanwezig in de Tamboerpassage en de aanloopstraten Schutstraat en Het Haagje. De afgelopen jaren is sprake geweest van enige verschuiving in het belang van de verschillende onderdelen van het centrum. Zo is door o.a. de herinrichting van de openbare ruimte de positie van de Schutstraat en ’t Haagje versterkt. Al bij de Ontwikkelingsvisie Hoogeveen in 2008 is aangegeven, dat de kern van het winkelgebied liep van het Kruis tot de Raadhuisstraat. In feite is daarin weinig veranderd. Aan de hand van passantentellingen kan duidelijker worden aangegeven waar de drukte in het centrum het grootst is, en waar deze minder sterk is. Hieruit blijkt dat het gedeelte waar de grootste trekkers zitten ook het drukst bezocht worden. Dat is het gedeelte rondom de Hema en directe omgeving. Verder naar het noorden in de Hoofdstraat en Tamboerpassage wordt het rustiger. Het aantal passanten bedraagt hooguit de helft. In de aanloopstraten ligt het aantal passanten nog lager.
Het cultuuraanbod van Hoogeveen is vooral in het noordelijk deel geconcentreerd; naast de Tamboer is in de Grote Kerkstraat veel horeca gevestigd, waaronder het verbouwde Postkantoor met een bioscoop in het horecaconcept. Verder gaat het vooral om avond- en nachthoreca. Mede door het parkeren op korte afstand is de lengte van de Hoofdstraat nooit een groot probleem geweest voor bezoekers; het centrum is overzichtelijk. Toch zijn de afstanden groot; wanneer sprake is van te veel leegstaande panden of van te weinig trekkers in bepaalde delen dan neemt de interesse van de bezoeker af.
Tamboerpassage De Tamboerpassage neemt een bijzondere positie in binnen Hoogeveen. Het is het enige overdekte winkelgebied in de kern. De passage heeft 3 in- en uitgangen: bij de supermarkt aan de Marktzijde, aan de Grote Kerkstraat en aan de Hoofdstraat. Deze laatste entree ligt een stuk van de Hoofdstraat af, en is niet zichtbaar komend vanaf de Hoofdstraat vanuit het zuiden. Het aanbod in de passage bestaat uit een mix van winkels in de dagelijkse en niet-dagelijkse sector, dienstverlening en leisure. In de passage zitten naast landelijke ketens ook lokale ondernemers. Uit de cijfers van de passantentellingen blijkt dat tussen de Tamboerpassage en de Hoofdstraat nauwelijks een relatie aanwezig is. Voor bezoekers, die hun auto op de Markt parkeren, vormt de passage een doorgangsroute richting de Hoofdstraat. Veel bezoekers komen evenwel gericht voor een winkel in de passage en maken wel combinaties binnen de passage, maar een beperkt deel gaat door richting de Hoofdstraat. Bezoekers voor het centrum parkeren bij voorkeur niet op de Markt; de afstand tot het centrum is dan (te) lang. Het gevolg is dat de Tamboerpassage een min of meer losstaand onderdeel is van het centrum. Mede hierdoor kampt de passage regelmatig met (verborgen) leegstand. In een kern met een te royaal aanbod komen juist in die delen panden leeg te staan, waarvan de ligging niet optimaal is.
Dankzij de kwaliteit van de winkels zelf blijven de bezoekers nog komen naar de Tamboerpassage, maar nieuwe bezoekers komen veel minder. Hierdoor zal ook in de toekomst bij ongewijzigd beleid de leegstand blijven ontstaan. Uit de gegevens van de Retail Risk Index van Locatus blijkt dat aan de randen van het winkelgebied, zoals o.a. de Tamboerpassage en delen Schutstraat) de grootste risico’s gelopen worden.
Beleving In een kernwinkelgebied worden sfeer en beleving steeds belangrijkere factoren om te kiezen voor een bepaald gebied. De Hoofdstraat van Hoogeveen is redelijk aantrekkelijk ingevuld en kent de nodige ornamenten. Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 18
Belangrijk is dat er voldoende winkelpanden zijn en blijven om het centrum aantrekkelijk te houden. Te veel onderbreking met andere functies is niet gewenst. Een ander onderdeel van sfeer wordt gevormd door de aanwezigheid van detailhandel ondersteunende horeca. Om bezoekers langer in een centrum te houden is het prettig, dat ze ergens iets kunnen drinken en/of eten; bij goed weer graag op een terras. Wat dit betreft is het aanbod op dit moment beperkt in het centrum van Hoogeveen; het aanbod is vooral eenzijdig. Kwalitatieve toevoegingen en/of versterkingen rondom een terras/plein kan de kracht van het winkelgebied versterken. De weekmarkt van Hoogeveen – met extra markten in het seizoen – is altijd een sterke trekker geweest voor Hoogeveen. Landelijk is te zien dat de kracht van weekmarkten aan het afnemen is. Ook in Hoogeveen is dat merkbaar; de markt liep in de Hoofdstraat aanvankelijk door tot de entree van de Tamboerpassage, inmiddels is dit teruggebracht tot de Raadhuisstraat. Niettemin blijft de markt een trekker voor Hoogeveen en de regio, en bovendien een sfeerversterkend onderdeel.
Bereikbaarheid en parkeren Het centrumgebied van Hoogeveen is in principe goed bereikbaar. De Schutstraat en Het Haagje zijn belangrijke toevoerwegen naar het centrum van Hoogeveen. Deze straten zijn heringericht, mede om de snelheid hier te verlagen. Rondom het centrumgebied loopt een lus om de verschillende parkeerterreinen te bereiken. Parkeergelegenheid is rondom de Hoofdstraat en vooral bij de supermarkten volop aanwezig. Het dicht bij de winkels kunnen parkeren is altijd al een sterk punt van Hoogeveen geweest. Hoewel de bereikbaarheid van het centrum prima is, is de zicht– en vindbaarheid van de winkels minder. Bij binnenkomst van het centrumgebied zijn de winkels amper zichtbaar, of uitsluitend aan de achterkant. Bovendien laat de kwaliteit van de P-terreinen nogal te wensen over. De routes van het parkeren naar de winkels zijn veelal niet aantrekkelijk, de oriëntatie op de winkels vanaf de parkeerplaatsen is zeer matig en de parkeerterreinen zijn slecht verlicht.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 19
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 20
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI (september 2020) is op dit moment in ontwikkeling. De NOVI kent vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor dit plan is met name sterke en gezonde steden en regio's van belang. Dit wordt hieronder nader uitgewerkt in de volgende beleidskeuzes. 1.
2. 3.
4. 5. 6. 7. 8. 9.
Versterken van het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio’s te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van de (ov-)infrastructuur en vindt plaats in de regio’s waar er vraag is. De grote open ruimten tussen de steden behouden hun groene karakter. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio’s sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. Voor de bestaande bebouwing wordt ingezet op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar. De leefomgeving wordt zo ingericht dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. De luchtkwaliteit wordt verbeterd zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.
We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. Steden en regio’s klimaatbestendig inrichten. Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak.
Er wordt gebiedsgericht gewerkt en uitgegaan wordt van de kenmerken en kwaliteiten van het gebied. Ook met oog voor de maatschappelijke initiatieven die er al zijn. Van belang is dat iedereen die wil, kan bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving. Dat geldt ook voor het verduurzamen van de manier waarop we wonen, werken en leven. Dit vraagt dat de overheden samenwerken en faciliteren waar het kan en sturend en kaderstellend zijn waar het moet.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 21
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister ervoor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving.
Het bestemmingsplan betreft slechts een functionele wijziging, waarbij detailhandel in de bestaande bestemmingen gereguleerd wordt. Alle overige toegestane functies blijven met dit plan mogelijk. Er worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt. Daarom is de Ladder niet van toepassing op dit plan. Geconcludeerd kan worden dat het plan niet strijdig is met de Ladder van duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie
Provinciale Staten van Drenthe hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. De Omgevingsvisie is verder vertaald naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Omgevingsverordening is ook op 3 oktober 2018 vastgesteld. De missie uit de Omgevingsvisie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Dit komt hieronder nader aan de orde.
COMBINATIEMODEL Het doel is om functies, kwaliteiten en strategische opgaven met elkaar te combineren. In het combinatiemodel is er sprake van een gelaagde aanpak. De basis wordt gevormd door de kernkwaliteiten. Daarop liggen de robuuste systemen, waarin de strategische opgaven voor 2030 landen. De combinatie van opgaven en robuuste systemen binnen de context van de Drentse identiteit geeft invulling aan de visie van een bruisend Drenthe.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 22
Figuur 3.1: Combinatiemodel (bron: Provinciale Omgevingsvisie Drenthe)
De kernkwaliteiten komen hieronder aan de orde.
3.2.2
Provinciale Omgevingsverordening
De Omgevingsvisie is verder vertaald naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. In de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe is opgenomen dat in een ruimtelijk plan uiteengezet wordt hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provincial beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie. Verder maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten significant aantasten. Daarnaast dient in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden gevolgd. In paragraaf 3.1.2 is onderbouwd dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op het plan.
KERNKWALITEITEN Voor het plangebied zijn met name de kernkwaliteiten Cultuurhistorie en vervolgens Landschap en Aardkundige waarden van toepassing:
CULTUURHISTORIE Specifiek voor Hoogeveen kan worden genoemd: Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 23
“Het Kruis” als ontstaanspunt herkenbaar in het kruispunt van twee –gedempte- vaarten; Noordelijk daarvan herkenbare historische percelering en bebouwingsstructuur.
Richtinggevend voor dit deelgebied is het behouden van het onderscheid tussen de verschillende ontginningsblokken in het veengebied. Dit is vooral zichtbaar te maken op de grenzen van de blokken. Gestuurd wordt op het gebruik maken van de randen en contrasten tussen de verschillende ontginningsblokken bij nieuwe ontwikkelingen, en in het bijzonder de achtergrenzen van de ontginningsblokken, waar verschillende kavelrichtingen bij elkaar komen.
LANDSCHAP Het gebied is onderdeel van het wegdorpenlandschap van de hoogveenontginning. Het doel is deze landschapstypen van Drenthe herkenbaar, beleefbaar en leesbaar te houden.
AARDKUNDIGE WAARDEN Het gebied heeft een generiek beschermingsniveau aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. Van gemeenten wordt verwacht dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt.
BESTAAND STEDELIJK GEBIED In principe ligt binnen het bestaand stedelijk gebied de verantwoordelijkheid voor kernkwaliteiten bij de gemeente. Het provinciaal belang voor archeologie en cultuurhistorie kent hierop een uitzondering: het provinciaal belang is ook van toepassing binnen bestaand stedelijk gebied als de kernen zijn opgenomen op de kaarten D4 en D6 van de POV. In ruimtelijke plannen wordt uiteengezet hoe het plan zich verhoudt tot behoud en ontwikkeling (hiermee wordt bedoeld: versterking) van de kernkwaliteiten in relatie tot een dynamisch en ondernemend Drenthe. De bepalingen voor kernkwaliteiten zijn niet in beton gegoten. De regels zijn als verantwoordingsplicht ingericht. Een ruimtelijk plan kan in principe geen nieuwe activiteiten toestaan die kernkwaliteiten significant aantasten. Wat 'significant' (een term uit artikel 2.6) is, wordt bepaald door de contouren die de Omgevingsvisie voor de omgang met kernkwaliteiten stelt. Een ontwikkeling leidt dus niet tot significante aantasting, wanneer rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten conform de Omgevingsvisie en uitwerkingen als het Cultuurhistorisch Kompas.
ROBUUSTE SYSTEMEN De vier robuuste systemen die worden onderscheiden als de dragers voor de ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe zijn het sociaaleconomische systeem, het landbouwsysteem, het natuursysteem en het watersysteem, zoals hierboven is weergegeven. Het sociaaleconomische systeem: Dit systeem betreft een gezond economisch klimaat, met voldoende bedrijvigheid en werkgelegenheid en een gezond sociaal klimaat, met voldoende variatie in het aanbod van woonmilieus en voorzieningen in een aantrekkelijke leefomgeving en een goed netwerk van verbindingen. Het stadscentrum van Hoogeveen valt onder dit systeem. Het landbouwsysteem: Dit systeem betreft de gebieden die van belang zijn voor een toekomstgerichte landbouw. Het natuursysteem: Dit systeem betreft de gebieden en verbindingen die de ruggengraat vormen voor de natuur in Drenthe. Het watersysteem: Het samenhangende systeem van beken en kanalen die zorgdragen voor een optimale waterstand in Drenthe. Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 24
CONCLUSIE Dit bestemmingsplan is een conserverend plan dat op zichzelf geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Het bestemmingsplan houdt rekening met de relevante kernkwaliteiten. Waar nodig zijn de kernkwaliteiten doorvertaald op de verbeelding, met een beschermende regeling. Aan de combinatie van opgaven en robuuste systemen (sociaal-economische systeem) wordt op passende wijze invulling gegeven. Het bestemmingsplan is dan ook in overeenstemming met het provinciaal beleid uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
In het kader van de regionale afstemming is met de buurgemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel overleg gevoerd over het woningbouwprogramma. De uitkomst van de afstemming heeft geresulteerd in een regionale woonvisie. Omdat met voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe woningbouw mogelijk wordt gemaakt, wordt hier niet nader op ingegaan.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie 2030
In juni 2000 is de Toekomstvisie voor Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. De Toekomstvisie strekt zich uit tot 2030 en gaat over de ontwikkeling van Hoogeveen in brede zin. Voor de dorpen van Hoogeveen ligt de nadruk op wonen in het groene Drenthe dichtbij alle voorzieningen van de stad. De Toekomstvisie verkiest kwaliteit boven kwantiteit en het versterken van het bestaande boven groei. In de Toekomstvisie wordt ingezet op beheerste groei om in de toekomst de aanwezige voorzieningen in stand te kunnen houden. Deze doelstelling kan alleen worden gehaald, indien een kwaliteitsimpuls wordt bewerkstelligd. Deze kwaliteitsimpuls heeft vooral betrekking op het wonen, de voorzieningen en het landschap. Dit betekent het aanbieden van hoogwaardiger woonmilieus, verbeteren van de kwaliteit van de winkels en sportaccommodaties en het behoud en versterken van de cultuurlandschappen.
3.4.2
Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030
Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2004 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. In de Structuurvisie geeft de ambitie van de gemeente voor de komende 15 jaar, met een doorkijk naar het jaar 2030 neergelegd te aanzien van veel beleidsterreinen.
3.4.3
Structuurvisie Hoogeveen 2.0
De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 25
In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. Hoogeveen blijft inzetten op het behouden en versterken van regionale voorzieningen in de kern. Wat betreft bedrijventerreinen is de verwachting bijgesteld en geconcludeerd dat er nog voldoende ruimte is. Onderhavig plangebied betreft bestaand stedelijk gebied. Ingezet wordt het versterken van het kernwinkelgebied. Voorliggend bestemmingsplan is hierop geënt en sluit dus aan bij de structuurvisies en toekomstvisie zoals hierboven beschreven. Dit is in de toekomstvisie Hoogeveen (zie hieronder) nader uitgewerkt voor de binnenstad van Hoogeveen.
3.4.4
Toekomstvisie Hoogeveen
In de toekomstvisie voor Hoogeveen wordt aangegeven welke ontwikkelingen en opgaven er zijn op het gebied van bestuur, veiligheid, sociaal, omgeving en economie. In de visie worden meerdere trends beschreven, die hun invloed hebben op de nabije en verre toekomst van de binnenstad: De stad als middelpunt: Het belang van de stad wereldwijd neemt toe, om te wonen, maar ook om te werken en te verblijven. De Europese Unie is zelfs een van de meest verstedelijkte gebieden ter wereld. De manier waarop steden omgaan met de uitdagingen die deze groei met zich mee brengt, is van groot belang voor de duurzame ontwikkeling van de EU en haar inwoners. Daarom helpt de EU steden om met die uitdagingen om te gaan, via de ‘Europese Agenda Stad’. Hoogeveen als regiogemeente: Daarnaast is het nodig dat Hoogeveen zich als regiocentrum versterkt, vanwege de demografische ontwikkelingen en het wegvallen van lokale voorzieningen rondom Hoogeveen. Hoogeveen als stad zal steeds belangrijker worden als motor voor de economie. De maatschappelijke en sociaal-culturele voorzieningen, winkelcentra en evenementen in Hoogeveen worden van steeds grotere betekenis voor de inwoners van de regio. Ander koopgedrag van de consument: Door de digitalisering en technologische ontwikkelingen zien we dat het koopgedrag van de consument verandert. We kopen allemaal meer online.
Dat zorgt voor grote uitdagingen voor ondernemers in de winkelgebieden. En het zorgt voor leegstand van winkels. We komen naar het stadscentrum niet alleen om te winkelen, maar ook om een leuke tijd te hebben (‘beleving’). Visie en opgave voorzieningen: Voor de eigen inwoners in de dorpen en de wijken en de inwoners uit de regio, blijft Hoogeveen inzetten op het behouden en versterken van regionale voorzieningen in de kern Hoogeveen voor onderwijs, sport, cultuur, zorg en stadscentrum. De focus komt te liggen op voorzieningen die bijdragen aan maatschappelijke doelen.
Gestuurd wordt op inhoudelijke samenwerking en logische clustering. Doel is een vitaal, toekomstbestendig stadscentrum met een compact winkelgebied. Het stadscentrum wordt samen met ondernemers en vastgoedeigenaren ingedikt, getransformeerd en aantrekkelijker gemaakt. Dit alles passend bij het DNA van Hoogeveen (sociaal, vriendelijk) en het profiel van de consument en met een focus op kindvriendelijkheid.
3.4.5
Woonvisie 2017-2020
De Woonvisie 2017-2020 heeft één motto en vier hoofdambities. Centraal staat het motto: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken, wordt gewerkt met vier hoofdambities. Dit zijn de volgende: Behoud van kwaliteit en gewildheid; Toevoegen wat gevraagd wordt; Voor iedereen betaalbaar; Ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.
Voorliggend bestemmingsplan heeft niet tot doel nieuwe woningbouw mogelijk te maken, derhalve levert dit beleid geen directe randvoorwaarden voor dit plan. Daar waar wonen op de begane grond in dit bestemmingsplan middels een aanduiding wordt weergegeven, ligt een eerder Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 26
verleende omgevingsvergunning ten grondslag die dit wonen mogelijk maakt. Deze aanduiding is uit praktisch oogpunt opgenomen, zodat de huidige juridisch-planologische situatie goed zichtbaar is op een bepaalde locatie.
3.4.6
Structuurvisie binnenstad (ontwikkelvisie stadscentrum)
De structuurvisie van de binnenstad (2017, oftwel "Ontwikkelvisie stadscentrum 2017") heeft als motto “Aangenaam anders”. Hoogeveen heeft een uniek stadscentrum. De heldere, historische gegroeide structuur in combinatie met de goede bereikbaarheid, de vele parkeervoorzieningen en het uitgebreide winkelaanbod heeft veel weg van een modern winkelcentrum: een warenhuis. Deze kwaliteit geeft het centrum van Hoogeveen een sterke concurrentiepositie ten opzichte van omliggende kernen. De vaststelling van de Ontwikkelingsvisie Stadscentrum in 2008 bleek de goede weg te zijn. De afgelopen jaren is er veel gebeurd en gerealiseerd. Hieronder is dit weergegeven:
Algemeen Versterking winkelaanbod (2006-2009), met een goede mix lokaal en landelijk aanbod; Evenementen/activiteiten toegevoegd (vanaf 2008); Stichting Centrummanagement opgericht (2008) en intensivering samenwerking gemeente en partijen in het stadscentrum; Keurmerk Veilig Ondernemen (2011) met drie sterren certificaat (2017); Kwaliteitscatalogus stadscentrum (2012). Fysieke uitvoeringsprojecten Herinrichting Hoofstraat Noord (2009) en internationale verlichtingsprijs (2010); Realisatie nieuwbouw Werkplein en herinrichting Dekkerplein en Dekkerpassage (2011); Bewaakte fietsenstalling, proef 2012, definitieve locatie (2013); Start verkoop en herontwikkeling Klooster (2012); Reconstructie Notaris Mulderstraat (2012); Reconstructie Het Kruis (2013); Herinrichting entree Schutstraat (2013); Realisatie parkeergarage De Kaap (start 2014); Herontwikkeling Park Dwingeland en Beukemaplein (start 2014); Realisatie woningbouw Mauritsplein (start 2015).
Uit bovenstaande wordt geconculdeerd dat de ontwikkelingsvisie een goed kader is voor huidige én toekomstig te intensiveren beleid en uitvoering. Want, ondanks alle ingrepen en bereikte resultaten staat de vitaliteit van het stadscentrum van Hoogeveen onder druk. Hiervoor zijn verschillende verklaringen aan te dragen. De retailsector ondergaat de nodige veranderingen. Niet in de laatste plaats omdat de consument is veranderd. De consument wil beleving en vermaak en komt niet langer alleen om te winkelen. Grenzen vervagen: we zien steeds meer mengfuncties ontstaan, zoals horeca gemengd met detailhandel of dienstverlening. De omzetdaling als gevolg van de wereldwijde crisis is, naast de toegenomen leegstand ook een gegeven. Ontwikkelingen die ook in het centrum van Hoogeveen zichtbaar zijn. Een aantrekkelijk en toekomstbestendig winkel-, werk- en woongebied met een openbare ruimte die een hoge verblijfskwaliteit bezit en voor de consument aantrekkelijk genoeg is om herhaaldelijk te blijven bezoeken dát is wat het centrum van Hoogeveen wil zijn.
OPGAVEN Daarom bestaat de belangrijkste opgave anno 2017 uit: 1.
Indikken/transformeren: we pakken de leegstand aan, samen met vastgoedeigenaren en ondernemers.
Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 27
2.
Centrum als aantrekkelijk, gezellig en recreatief verblijfsgebied: de veranderde consument zoekt sfeer, vermaak en beleving.
Hiervoor zetten we onder meer in op:
3.
Openbaar gebied met een hoge verblijfskwaliteit; Ruimte bieden aan nieuwe winkelconcepten, naast een compleet en aantrekkelijk winkelaanbod, in aanvulling op het online winkelen; (Vernieuwende en betere programmering van) evenementen/activiteiten/nieuwe concepten in nauwe samenhang en samenwerking met cultuur en horeca; Promotie/marketing passend bij het DNA van Hoogeveen. Met als te bereiken resultaat: meer consumenten, hogere omzetcijfers en minder (geen) leegstand in het centrum van Hoogeveen.
Gelet op de opgave zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de visie uit 2008: Retail: aanwijzing van een kleiner compacter winkelgebied en we brengen meer beleving en gezelligheid aan in het kernwinkelgebied; Parkeren: de tweede parkeergarage vervalt en enkele parkeerterreinen worden heringericht in plaats van bebouwd; Klimaatadaptatie: de visie klimaatadaptatie wordt een belangrijke drager voor de ontwikkelingen in stadscentrum; DNA stadscentrum: de cultuur van de bezoeker van het stadscentrum (DNA) is de kapstok voor alle andere activiteiten en ontwikkelingen die plaatsvinden in het stadscentrum.
Om dit te bewerkstelligen voert de gemeente een krachtigere regie over de planvorming en eventuele daaruit voortvloeiende deelontwikkelingen. Dit komt in de volgende paragraaf aan de orde.
3.4.7
Regionale ontwikkelingsstrategie
De gemeente Hoogeveen en de Stichting Centrummanagement Hoogeveen werken nauw samen om te komen tot een aantrekkelijk stadscentrum van Hoogeveen. In gezamenlijkheid is er de afgelopen jaren reeds veel werk verzet om het centrum te versterken, maar er zijn ook zorgen inzake de toekomst van het centrum. Belangrijke opgaven voor de toekomst zijn de functionele invulling van de leegstand, hoe om te gaan met de invloed van de internetbestedingen op het fysieke winkelapparaat en de gevolgen hiervan voor de diverse winkelstraten, en een heldere afbakening van het winkelgebied. Naast de specifiek lokale problematiek is er natuurlijk ook sprake van regionale en landelijke ontwikkelingen en trends die medebepalend zijn voor de toekomstpositie van Hoogeveen. In dit kader kunnen onder andere de voortschrijdende branchevervaging (‘blurring’), de eigen identiteit in samenhang met het noodzakelijke onderscheidend vermogen van winkelgebieden, en de wens om beleving van de consument genoemd worden. Gemeente en diverse actoren binnen het centrumgebied – zoals de Stichting Centrummanagement en vastgoedeigenaren – hebben behoefte aan een duidelijke ruimtelijk economische ontwikkelstrategie voor het centrum.
Hoewel de belangen van de verschillende betrokken partijen (ondernemers, eigenaren en gemeente) natuurlijk verschillen is het voor alle partijen van groot belang dat er duidelijkheid komt met betrekking tot de toekomstige positie en positionering van het centrum van Hoogeveen. De onderhavige REOS-rapportage (2017) is onderdeel van de actualisatie van de centrumvisie voor Hoogeveen. Doelstelling van de REOS-rapportage betreft het tot stand brengen van een duidelijke ruimtelijk economische ontwikkelstrategie voor het centrumgebied van Hoogeveen, waardoor het centrumgebied ook naar de toekomst toe compleet en aantrekkelijk blijft voor de consument.
Het doel van de strategie is vierledig: Het bieden van een gemeentelijk toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in het stadscentrum van Hoogeveen; Het geven van een duidelijke strategie hoe om te gaan met nieuwe retail-ontwikkelingen in het stadscentrum van Hoogeveen (kansen voor detailhandel en horeca); Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 28
Het opstellen en uitvoeren van een concreet ruimtelijk-uitvoeringsprogramma voor gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren voor zowel de korte als langere termijn, inclusief een financiële onderbouwing om in gezamenlijkheid het centrum van Hoogeveen een kwaliteitsimpuls te geven. De wijze waarop de verzorgingsfunctie en aantrekkingskracht van het centrum voor de inwoners, regiobezoekers en toeristen versterkt kan worden dient benoemd te worden, evenals de wijze waarop mogelijke herontwikkellocaties aangepakt kunnen worden. Het, op basis van het opgestelde uitvoeringsprogramma, indienen van een gezamenlijk actieplan voor het centrum van Hoogeveen ten behoeve van de Drentse Retailagenda, welke door de provincie kan worden ondersteund en (financieel) kan worden gefaciliteerd.
De doelstelling is vertaald in de volgende vragen: Wat is de huidige positie van het centrumgebied binnen de (regionale) verzorgingsstructuur? Aan de hand van een compacte kwantitatieve en kwalitatieve actualisatie van het winkelaanbod dient deze positie bepaald te worden; Welke trends en ontwikkelingen zijn er met betrekking tot detailhandel en specifiek met betrekking tot centrumgebieden, en op welke wijze kan het centrumgebied Hoogeveen daar zo optimaal mogelijk van profiteren (o.a. invloed van internet, horeca, ‘blurring’)? Hoe staat het kwantitatief en kwalitatief met de leegstand in het centrum van Hoogeveen? Wat is de toekomstige positie van het centrumgebied binnen de (regionale) verzorgingsstructuur? Wat is het onderscheidende vermogen van het centrumgebied of delen van het centrumgebied? Wat is de gewenste omvang van het winkelaanbod; Wat is de begrenzing van het toekomstige (compacte) winkelgebied? Hoe kan dit worden vormgegeven? Wat is de positie van de aanloopgebieden? Welke projecten kunnen, ter versterking van de toekomstige structuur, concreet benoemd worden en op welke wijze moeten deze projecten opgepakt worden? Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden naar de korte en langere termijn en dient inzicht te worden gegeven in de financiële onderbouwing.
Zijn er her-ontwikkellocaties te benoemen en zo ja hoe deze vorm te geven? Hoe ziet de vertaling van het ruimtelijke uitvoeringsprogramma in een actieplan voor het centrum van Hoogeveen eruit? (t.b.v. de Drentse Retailagenda)
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN In het rapport zijn de belangrijkste ontwikkelingen en trends van de afgelopen jaren beschreven. Het zijn de volgende: Schaalvergroting blurring en branchevervaging
Een ieder kent de voorbeelden in zijn eigen omgeving; bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen ook huishoudelijke artikelen, supermarkten verkopen ook mediaproducten. Hier is sprake van een onomkeerbaar proces. Al deze ontwikkelingen vinden nog plaats binnen de detailhandel, maar inmiddels nemen de laatste jaren de mengvormen met andere sectoren ook fors toe (‘blurring’). Meerdere disciplines worden onder een dak aangeboden, zoals retail, horeca, cultuur en vermaak. Filialisering en franchising De consument is vaak op zoek naar herkenbare winkels en formules. De laatste decennia is het aantal ketenbedrijven in winkelgebieden dan ook fors toegenomen. Wegvallen van het middensegment Zichtbaar is dat de afhankelijkheid van een keten of franchiseformule risico’s met zich meebrengt. Diverse bedrijven hebben te kampen gekregen met een faillissement. Met name het middensegment heeft hier hinder van ondervonden. De profilering is niet altijd meer de juiste, waardoor de bedrijfseconomische situatie voor meerdere ketens nijpender is geworden. Bij een onvoldoende onderscheidend eigen gezicht zijn reeds diverse formules omgevallen. Internationalisering De afgelopen jaren zijn meer buitenlandse ketens in de winkelstraten verschenen. Doordat de Nederlander steeds mondialer is geworden, zijn de wensen van de consument ook veranderd.
Via internet is de potentiële consument op de hoogte van het productaanbod, en al bekend met ketens voordat ze in een land fysiek aanwezig zijn. Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 29
Beleving en identiteit Het onderscheid tussen het doen van boodschappen – efficiënt aankopen doen – en shoppen is steeds duidelijker geworden. Wanneer de consument ervoor kiest om te gaan shoppen, zijn de omgeving, sfeer en ambiance heel belangrijk. Toename van de mobiliteit (e-bike) en concurrentie tussen centra Zowel bij het doen van boodschappen als voor het shoppen is de bereikbaarheid erg belangrijk. Door de toegenomen mobiliteit is het eenvoudiger geworden om andere winkelgebieden te bezoeken. Opvolgingsproblematiek Veel zelfstandige ondernemers hebben de laatste jaren problemen met de opvolging van hun bedrijf. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd zo’n 20 tot 30% van de zelfstandige ondernemers in Nederland wenst te stoppen met hun winkel. Financiering en huurniveau Bij gewenste investeringen in een onderneming - of het nu gaat om de start van een onderneming, een vergroting, of een interieuraanpassing - lopen ondernemers vaak aan tegen een financieringsprobleem Online shopping De opkomst van het gebruik van internet voor het doen van aankopen is de afgelopen jaren sterk blijven stijgen Retailagenda In 2015 is landelijk de Nationale Retailagenda opgesteld door het ministerie van Economische Zaken.
Het opstellen van deze agenda kwam met name voort uit de toenemende winkelleegstand, en het niet aanwezig zijn van voldoende prioriteit bij het oplossen van de problemen. In het kader van de Retailagenda konden gemeenten zich aanmelden om een Deal te sluiten, waaruit naar voren kwam dat men actief met de problematiek in de detailhandel aan de slag ging. Een onderdeel hiervan was onder meer het project van de Nieuwe Winkelstraat. Aangezien het terugdringen van deleegstand – mede door de economische crisis – niet snel ging, is in het voorjaar van 2016 nog een extra impuls gegeven door de Minister, waarbij hij melding maakte van een gemiddelde overcapaciteit aan winkelruimte van 20%. Naast verschillende gemeentes – waaronder Hoogeveen – is op dat moment de bal ook door diverse provincies opgepakt. De afgelopen jaren zijn door het Rijk met alle provincies Provinciale Retaildeals gesloten; elke provincie toonde zich hiermee bereid om actief aan de slag te gaan.
Ook Drenthe is dat gaan doen; de provincie heeft met alle gemeenten een overeenkomst gesloten om de detailhandel als economisch belangrijke sector weer hoog op de agenda te zetten. Uiteindelijk moet dit leiden tot compactere winkelcentra, waar het ook in de toekomst aantrekkelijk blijft om te winkelen.
Conclusies Op basis van het kwalitatief en kwantitatief onderzoek en de daarbij behorende boven beschreven trends zijn de volgende conclusies getrokken: Het centrum van Hoogeveen heeft primair een verzorgende functie voor de inwoners van Hoogeveen zelf. Maar daarnaast kent Hoogeveen een relatief omvangrijk regiogebied. Hoogeveen heeft een regionaal verzorgend centrum voor de gemeente Hoogeveen, aangevuld met aangrenzende gemeenten. Het centrumgebied zal een aantrekkelijke mix van winkels en overige centrumfuncties dienen aan te bieden, om tegemoet te komen aan de wensen van de consument. Het winkelaanbod van Hoogeveen is zeer royaal. Mede hierdoor is de laatste jaren de leegstand ook verder toegenomen. Deze ligt nu hoger dan wenselijk is voor de kern, en ook hoger dan landelijk gemiddeld. Het aanbod moet zoveel mogelijk compact worden gehouden, en waar mogelijk in omvang terug te brengen, zodat de leegstand kan afnemen. De landelijke en Drentse retail-agenda gaan uit van een gemiddeld overaanbod van 20%. In Hoogeveen is dit niet anders.
Uitvoeringsprogramma Aan het REOS is een uitvoeringsprogramma toegevoegd. Het programma heeft een onderverdeling naar een drietal aandachtgebieden, te weten vastgoed, ondernemerschap en uitstraling van het winkelgebied. Dit komt hieronder aan de orde. Stadscentrum, deelplan Detailhandel ontwerp
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-ON01 30
Vastgoed: Herontwikkelen Tamboerpassage naar niet-detailhandel functies; Stimuleringsregeling opstellen voor compacter maken van het centrum; transformatie van vastgoedfuncties verplaatsing winkels, indien gewenst en mogelijk Strategische invulling van leegstaande panden; Verplaatsing bestaande winkels; Tijdelijke invulling leegstaande panden Opstellen van een brancheringsplan voor winkelgebied; Versterken relatie park Dwingeland met Hoofdstraat; Relatie parkeergarage met Hoofdstraat Zuid functioneel optimaal invullen; Relatie Hoofdstraat met Bentinckslaan versterken; Onderzoek mogelijkheid vestiging supermarkt in winkelgebied;
Ondernemerschap: Versterken internetprofilering ondernemers en winkelgebied Opstellen stimuleringsregeling voor aanpak puien en gevels; Presentatie- en profileringsscan uitvoeren; Stroomlijnen van openingstijden winkeliers; Onderlinge samenwerking versterken tussen de ondernemers;
Uitstraling winkelgebied: Versterken beleving van de openbare ruimte door deels andere inrichting Hoofdstraat en aanpak pleinen; Podium in de Hoofdstraat anders invullen; Herinrichting van de parkeerterreinen; Verbeteren van de loop- en zichtroutes naar de Hoofdstraat; Poortfuncties van het centrum versterken;