CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

RvO Raad versie Definitief

Raadsavond 30 januari 2025, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststellen Reglement van Orde vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Hoogeveen 202515.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Hoogeveen, 2025. De raad van de gemeente Hoogeveen; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordening vast te stellen: Reglement van orde houdende bepalingen over de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Hoogeveen, 2025; Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In dit reglement wordt verstaan onder: a. Voorzitter van de raad: voorzitter van de raad (burgemeester) of diens plaatsvervanger; b. Voorzitter: voorzitter van de raad en alle overige voorzitters uit het presidium; c. Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; d. Opvolgend raadslid: door de raad, op grond van artikel 82, 83 en 84 van de wet, benoemde niet-raadsleden die deelnemen aan de informerende- en debatrondes; e. Steunfractielid: deelnemer aan een fractievergadering en/of adviseur van een fractie, zoals bedoeld in artikel 7. f. Wet: Gemeentewet; g. College: het college van Burgemeester en wethouders; h. Portefeuillehouder: de wethouder die een bepaald onderwerp in zijn portefeuille heeft; i. Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; j. Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; k.

Motie: verklaring van een raadslid/fractie waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; l. Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; m. Raadsavond: de vergadering van de raad die bestaat uit een besluitvormend deel en afwisselend informerende en debatterende delen; n. Informerende ronde: beraadslaging als bedoeld in artikel 82 van de wet; o. Debatronde: beraadslaging als bedoeld in artikel 82 van de wet. Artikel 2. Het presidium 1. Het presidium bestaat 4 raadsleden, waaronder de vicevoorzitter van de raad. De voorzitter van de raad en de griffier hebben een adviserende rol in het presidium. 2. De presidiumleden worden door de raad benoemd voor de duur van de raadsperiode; Mochten er meer belangstellenden dan 4 zijn, dan wordt een sollicitatieprocedure gestart. De beoordeling van de sollicitanten vindt plaats op basis van het beoordelingsformulier; Zie hiervoor bijlage 1. De sollicitatiecommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, de vicevoorzitter en de griffier; 3. De vicevoorzitter is voorzitter van het presidium; 4. Bij korte afwezigheid in het presidium worden de leden niet vervangen. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Presidiumleden zijn tevens voorzitter van de informerende- en debatblokken; Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

1

7. Het presidium heeft in ieder geval de volgende taken: ➢ Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen; ➢ Het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet; ➢ Het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad; ➢ Voor het overige wordt verwezen naar het Reglement betreffende de werkwijze en bevoegdheden van het presidium van de raad. 8. Elk lid heeft één stem in het presidium; 9. Bij het staken van de stemmen neemt de voorzitter van het presidium, na advies van burgemeester en griffer, een besluit; 10. De vergaderingen en besluitenlijsten van het presidium zijn openbaar en worden in de agenda van de raad vermeld; 11. De raad evalueert het functioneren van het presidium minimaal een keer gedurende de raadsperiode. Artikel 3. De vicevoorzitter 1. De vicevoorzitter wordt benoemd door de raad, voor de duur van de raadsperiode; 2. Het door de raad op 14 juni 2018 vastgestelde functieprofiel is leidend. Zie hiervoor bijlage 2; 3. Benoeming vindt plaats na een sollicitatieprocedure en op voordracht van de sollicitatiecommissie; 4. De sollicitatiecommissie bestaat uit de voorzitter van de raad en twee raadsleden; 5. De commissie wordt ondersteund door de griffier. Artikel 4. De griffier 1.

De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium; 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de plaatsvervangend griffier; 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuwbenoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating tot de raad. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt door de commissie voorafgaand aan de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. De commissie adviseert, op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau, de raad ook over het verloop van de verkiezingen en het vaststellen van de uitslag. De raad neemt op basis van dit advies een besluit over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. 5. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter van de raad de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter van de raad een nieuwbenoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

2

Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie worden voor de (opvolgend) raadsleden onder geheimhouding ter inzage gelegd bij de griffie. Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter van de raad mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter van de raad en griffier. 4.

Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter van de raad. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 8. Opvolgende raadsleden en steunfractieleden 1. De raad kan op voordracht van de fracties twee opvolgend raadsleden per fractie benoemen. 2. Een opvolgend raadslid moet op de kieslijst van de partij hebben gestaan van de

laatste gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Hoogeveen. Daarnaast zijn artikel 10 t/m 15 van de wet van overeenkomstige toepassing; 3. De benoeming tot opvolgend raadslid eindigt gelijk met de zittingsperiode van de raad (na 4 jaar) of eerder op eigen verzoek. Het eindigt tevens wanneer de partij die vertegenwoordigd wordt niet meer in de raad zitting heeft. 4. Na benoeming door de raad legt een opvolgend raadslid de voorgeschreven eed of belofte af bij de voorzitter van de raad; 5. Een opvolgend raadslid mag deelnemen aan de informerende- en debatrondes van de raadsavond; 6. Een opvolgend raadslid heeft inzage in stukken waarop geheimhouding rust en mag tevens deelnemen aan besloten vergaderingen. 7. Steunfractieleden hebben geen toegang tot niet-openbare documenten en mogen niet deelnemen aan bijeenkomsten van de gemeenteraad, met uitzondering van de openbare raadsvergaderingen als toehoorder. 8. De raad kan een opvolgend raadslid ontslaan op voordracht van de fractie die het opvolgend raadslid heeft voorgedragen.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

3

Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 9. Oproep 1. De raadsavonden vinden in de regel plaats op een donderdagavond, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. 2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan het presidium bepalen dat een raadsavond digitaal, een andere dag of op een ander tijdstip plaatsvindt; 3. De voorzitter van de raad kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. 4. De raadsavond eindigt in principe om 23.00 uur; De voorzitter vraagt om 22.45 uur of de raadsavond na 23.00 uur moet worden voortgezet of op een nader te bepalen dag en tijdstip verder gaat. De raad neemt hierover terstond (bij meerderheid) een besluit. 5. De voorzitter van de raad zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden en opvolgers een digitale oproep en digitaal de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, lid 5, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering digitaal aan de raadsleden verzonden. 6. Op de stukken, bedoeld in het zesde en zevende lid, is artikel 11, lid 4, van toepassing.

Artikel 10. Agenda 1. De concept-agenda wordt opgesteld door het presidium. 2. Raadsleden die een onderwerp willen agenderen voor een raadsvergadering doen hiertoe een gemotiveerd verzoek aan het presidium met minimaal drie fracties. Het presidium agendeert dit onderwerp in overleg met de indieners. 3. Een op verzoek van drie fracties geagendeerd onderwerp kan op verzoek van dezelfde drie fracties van de agenda worden afgehaald voordat de oproep en de agenda voor betreffende vergadering is verzonden. Het presidium neemt hierover een besluit. 4. Indien het verzoek van de indieners na verzending van de oproep en de agenda voor betreffende vergadering komt, kan het verzoek om verwijdering enkel op verzoek van de indieners van de agenda worden gedaan bij de vaststelling van de agenda door de raad. 5. Op unaniem voorstel van de fractievoorzitters kan een onderwerp dat door het presidium is geagendeerd voor een debatblok, direct naar besluiten worden verplaatst als dit verzoek op de vrijdag voor de raadsavond voor 12:00 uur bij de griffie is ingediend. In alle andere gevallen geldt het bepaalde in lid 8. 6. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van de raad na het verzenden van een digitale oproep een aanvullende agenda opstellen.

Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken digitaal aan de raadsleden gezonden. 7. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 8. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter van de raad kan de vergadering bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen, van de agenda afvoeren en de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen, met uitzondering van het gestelde in het vierde lid; 9. Indien bij een voorstel tot wijziging van de agenda de stemmen staken is artikel 32, vierde lid, van de wet niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet en is het voorstel niet aangenomen. 10. Wanneer de vergadering een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college nadere inlichtingen en/of advies vragen. Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

4

Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden in beginsel gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep op de website van de gemeente geplaatst. 2. De stukken zoals bedoeld in lid 1 zijn op verzoek fysiek in te zien in het gemeentehuis. 3. Als na het verzenden van de digitale oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare digitale kennisgeving. 4. Stukken waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste, tweede en derde lid onder berusting van de griffier en verleent deze de (opvolgend) raadsleden op verzoek inzage. Artikel 12. Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door plaatsing op de website van de gemeente, aankondiging in de plaatselijke krant en via sociale media. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 13. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2.

Bij binnenkomst in het gemeentehuis tekenen gemeenteraadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. 3. Opvolgend raadsleden tekenen bij binnenkomst van het gemeentehuis en aparte presentielijst die dient ter uitbetaling van de presentievergoeding voor opvolgend raadsleden. Artikel 14. Zitplaatsen 1. De voorzitters, leden van de raad en griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter van de raad na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat kan de voorzitter van de raad de indeling herzien na overleg in het presidium. 3. De voorzitter van de raad draagt zorg voor een zitplaats voor de portefeuillehouders, gemeentesecretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd. 4. Een fractie neemt tijdens de informerende- en debatronde niet meer zitplaatsen in dan het aantal zetels van de fractie in de raad. Artikel 15. Opening vergadering 1. Een voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur. 2. De besluitvormende ronde wordt niet geopend dan nadat het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 3. Alvorens de beraadslagingen in de besluitvormende ronde een aanvang nemen, vraagt de voorzitter een ogenblik stilte. 4.

Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

5

Artikel 16. Informerende ronde 1. Een informerende ronde met daarin een onderwerp dat niet terugkomt naar de raad voor besluitvorming, kan plaatsvinden in een andere vorm en op een andere plaats dan in een raadsvergadering. 2. Indien tijdens een informerende ronde een onderwerp aan de orde komt waarover de raad wel een besluit moet nemen, dan vindt het informeren van de raad altijd in een openbare vergadering plaats. Deze openbare vergadering kan afwijken van de standaardavond als bedoeld in artikel 9, lid 1. Artikel 17. Spreektermijnen en spreektijd 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de voorzitter anders beslist. 2. Tijdens de eerste termijn geven raadsleden hun voorlopig standpunt, motivering en hun debatpunten aan. Interrupties en verduidelijkende vragen zijn niet toegestaan tijdens de eerste termijn. Er geldt een spreektijd van maximaal drie minuten per fractie; 3. Tijdens de tweede termijn vindt het debat plaats, waarbij ook het college kan deelnemen aan het debat. 4. Het is niet toegestaan om tijdens het debat technische vragen aan het college te stellen. Dit geschiedt voorafgaand aan de raadsvergadering. 5. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 6. Raadsleden voeren in de eerste termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 7.

Het zesde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 8. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 9. De voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel 18. Handhaving orde en schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende het vergaderblok, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.

De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4. De voorzitter kan, indien hij dit noodzakelijk acht, besluiten tot verwijdering van een persoon uit de raadzaal. Artikel 19. Beraadslaging 1. De leden kunnen op voorstel van de voorzitter of een deelnemer aan een van de rondes beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de vergadering besluiten de beraadslaging voor een bepaalde tijd te schorsen teneinde het

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

6

college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 20. De portefeuillehouder 1. De portefeuillehouders kunnen in een informerende ronde, al dan niet gevraagd informatie geven over de onderwerpen die op de agenda staan. 2. De portefeuillehouders kunnen in een debatronde op verzoek reageren op de naar voren gebrachte meningen over de onderwerpen die op de agenda staan. 3. De portefeuillehouders kunnen op de raadsavond in een besluitvormende ronde reageren op moties, amendementen en subamendementen over de onderwerpen die op de agenda staan. Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 22. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel 23. Spreekrecht 1. Na de opening van een informerende - of debatronde kunnen aanwezige burgers gedurende maximaal 3 minuten per persoon het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. De voorzitter voorkomt daarbij een herhaling van zetten. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b.

indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voorafgaand aan de vergadering aan de griffier of via e-mail aan griffie@hoogeveen.nl. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover en namens wie hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft sprekers het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De voorzitter verdeelt de spreektijd, tot een maximum van 30 minuten per vergaderronde. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Artikel 24. Inloopspreek(half)uur 1. De raad kent een inloopspreek(half)uur. 2. De raad stelt nadere regels omtrent de organisatie van dit inloopmoment. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 25. Stemverklaring 1. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. 2. Een stemverklaring is kort en krachtig. 3. Een stemverklaring mag geen reactie zijn op de stemverklaring van een vorige spreker, maar is uitsluitend bedoeld om een verklaring over het eigen stemgedrag te geven. Artikel 26. Beslissing 1.

De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

7

2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter van de raad het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 27. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. Bij het gebruik van apparatuur om een stem uit te brengen wordt over elk voorstel digitaal hoofdelijk gestemd, waarna de uitslag van de stemming op het beeldscherm verschijnt. 2. Bij hoofdelijke stemming (zonder digitale stemapparatuur) roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Bij loting wordt een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming en gaat vervolgens verder in de volgorde van de presentielijst. 3. Bij hoofdelijke stemming (zonder digitale stemapparatuur) brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, met inachtneming van het gestelde in het zesde lid, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 4. Een raadslid is verplicht zijn stem uit te brengen, tenzij hij zich op grond van artikel 28 van de wet van stemming moet onthouden. 5. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen zolang de digitale stemming geopend is of, in het geval van een mondelinge stemming, tot het volgende raadslid heeft gestemd.

Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 6. De voorzitter van de raad deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit en het aantal stemmen voor en tegen. Artikel 28. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 29. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stemcommissie. 2.

Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door de stemcommissie verstrekte stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de stemcommissie beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. De stemcommissie onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

8

stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen. e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de stemcommissie. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 30. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan. 2. Deze tweede stemming vindt plaats tussen twee personen, die bij de eerste stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de eerste stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de tweede stemming zal plaatshebben. 3. Wanneer ook bij deze tweede stemming de stemmen staken, dan beslist terstond het lot, zoals beschreven in artikel 31. Artikel 31. Beslissing door het lot 1.

Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de griffier op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door de stemcommissie zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de griffier een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4. Besluitenlijst Artikel 32. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van raadsvergaderingen. 2. In de besluitvormende ronde worden de besluitenlijsten van een vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitters, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk is weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend. 4. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c.

een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming zonder digitale stemapparatuur of indien fracties verdeeld hebben gestemd van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

9

d. de namen van de raadsleden die een stemverklaring hebben afgelegd; e. de tekst van het besluit van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen; f. de teksten van moties, amendementen en subamendementen; g. de teksten van de genomen besluiten; h. de door het college gedane toezeggingen; i. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 21 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. Vastgestelde besluitenlijsten worden voorzien van de mededeling “conform besloten” met daarbij vermeld de datum van het besluit en de paraaf van de griffier. 6. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt door deze digitaal aan de agenda van de volgende raadsvergadering te koppelen en te publiceren via de website van de gemeente. 7. Van elke raadsavond wordt tevens een beeld- en geluidsverslag op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen en geheime informatie Artikel 33. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 34. Besluitenlijst besloten vergadering 1.

De besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de (opvolgend) raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. 3. Vastgestelde besluitenlijsten worden voorzien van de mededeling “conform besloten” met daarbij vermeld de datum van het besluit. 4. Indien er geen besloten vergadering meer wordt gepland, wordt de besluitenlijst na een termijn van terinzagelegging van vier weken door de voorzitter en de griffier voor conform ondertekend. Artikel 35. Geheime informatie Geheime informatie die door het college schriftelijk aan de raad is verstrekt kan, op grond van artikel 88 zesde lid van de wet, door het college, de burgemeester of een commissie met anderen worden gedeeld als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 36. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 37.

Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

10

Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 38. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen (sub)amendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter van de raad, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 4. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. 5. Om andere fracties en het college voldoende tijd te geven een oordeel over het amendement te formuleren wordt de tekst van het amendement of subamendement in principe minimaal 48 uur voor de betreffende raadsvergadering gedeeld met de andere fracties, het college en de griffie. 6. Fracties kunnen zich bij het opstellen van de (sub)amendementen wenden tot de griffie voor advies. Artikel 39. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2.

De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. 6. Om andere fracties en het college voldoende tijd te geven een oordeel over de motie te formuleren wordt de tekst van de motie, in principe minimaal 48 uur voor de betreffende raadsvergadering gedeeld met de andere fracties, het college en de griffie. 7. Fracties kunnen zich bij het opstellen van de moties wenden tot de griffie voor advies. Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk/digitaal in bij de voorzitter van de raad. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen zes weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3.

Indien het college wensen en bedenkingen niet binnen niet binnen zes weken kan aangeven, dan stelt het college de raad hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij wordt aangegeven wanneer dit wel zal plaatsvinden. 4. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel aan het presidium aangeboden ter spoedige agendeering. Artikel 41. Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

11

2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt het presidium binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 42. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter van de raad. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter van de raad brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter van de raad spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 43. Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen worden voorzien van een korte toelichting. 2. (Opvolgend) Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 3.

De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 4. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen 30 dagen (met aftrek van schoolvakanties in de regio noord) kan plaatsvinden, dan stelt het college de raad hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij wordt aangegeven wanneer beantwoording zal plaatsvinden. De antwoorden worden door het college aan de raad medegedeeld. Artikel 44. Mondelinge vragen 1. Aan het begin van de besluitvormende vergadering is er gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen aan het college of de burgemeester. 2. Het raadslid dat mondelinge vragen wil stellen meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de besluitvormende vergadering bij de griffier, onder vermelding van het onderwerp. 3. Mondelinge vragen moeten kort, actueel en urgent zijn. De voorzitter van de raad kan bepalen dat de mondelinge vragen hier niet aan voldoen en de vragensteller verzoeken de vragen te herzien of in te trekken en schriftelijk te stellen. Bij afwezigheid van de voorzitter van de raad beslist het presidium over toelating van de vragen. 4.

Vragen die ten minste 24 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering aanvullende mondelinge vragen stellen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord. 7. De vragensteller kan bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering aanvullende vragen stellen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

12

8. Vervolgens kan de voorzitter van de raad aan andere leden van de raad eenmalig het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 9. Tijdens dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel 45. Inlichtingen 1. (Opvolgend) Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 14 dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 46. Mondelinge en schriftelijke vragen aan de ambtelijke organisatie 1. (Opvolgend) Raadsleden mogen rechtstreeks mondelinge en schriftelijke vragen stellen aan de ambtelijke organisatie zonder tussenkomst van de griffier en/of de gemeentesecretaris. Deze vragen mogen uitsluitend gaan over feitelijke en technische informatie. 2. Politiek bestuurlijke vragen dienen te worden gesteld aan het college en/of de portefeuillehouder. Deze vragen kunnen rechtstreeks en/of via de griffier worden gesteld aan het college en/of de portefeuillehouder. Artikel 47. Besluitenlijsten van het college 1.

De openbare besluitenlijsten met onderliggende stukken/bijlagen van het college worden actief aangeboden aan de raad. 2. Aanbieding geschiedt uiterlijk op de dag na de betreffende collegevergadering. Artikel 48. Themabijeenkomsten 1. De raad kent themabijeenkomsten waarin de raad zich over een thema laat informeren. 2. Themabijeenkomsten zijn interne bijeenkomsten en worden niet actief aangekondigd. Hoofdstuk 4. Overige Artikel 49. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Deze ingekomen stukken worden tevens geanonimiseerd op de website geplaatst. 2. Een raadslid kan het presidium verzoeken om een ingekomen stuk te agenderen voor een raadsavond. Artikel 10, tweede lid is hierbij van toepassing. Hoofdstuk 5. Slotbepalingen Artikel 50. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter van de raad. Artikel 51. Intrekking oude reglement Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad, vastgesteld bij raadsbesluit op 9 december 2021, wordt ingetrokken. Artikel 52. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op de dag na vaststelling. 2.

In afwijking van lid 1 treedt artikel 35 van dit regelement in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 april 2023.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

13

3. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde van de raad van Hoogeveen (RvO raad), Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 januari 2025. de griffier,

de voorzitter,

C. Elken-van Mierlo

M. Breukelman

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

14

Bijlage 1.

Onderbouwing uitkomst sollicitatiegesprekken lid presidium/voorzitter +

+/-

-

Voorbereiding Motivatie Vaardigheden Boven partijen staan Besluitvaardig/doelgericht Open voor ontwikkeling/feedback Beschikbare tijd Verantwoordelijk/natuurlijk voorzitterschap Scores

Onderbouwing per kandidaat:

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

15

Bijlage 2. Raadsbesluit 14 juni 2018 gemeenteraad Hoogeveen

Onderwerp Profiel en sollicitatiecommissie vicevoorzitter van de raad Wij willen 1. Een profiel vaststellen voor de werving van een vicevoorzitter van de raad; 2. Een sollicitatiecommissie benoemen die de sollicitatieprocedure voor de vicevoorzitter gaat uitvoeren om te komen tot een voordracht van een kandidaat vicevoorzitter. Wij besluiten 1. Het profiel zoals beschreven in bijlage 1 vast te stellen; 2. Als leden van de sollicitatiecommissie te benoemen: K.B. Loohuis (voorzitter), P. Koekoek en P.H. Oosterlaak; 3. Het tijdpad zoals beschreven in bijlage 2 vast te stellen. Want De fractievoorzitters zijn samen tot de conclusie gekomen dat het plaatsvervangend voorzitterschap een belangrijke functie is voor de raad. Zij willen de nieuwe raad dan ook adviseren een sollicitatieprocedure te starten voor het invullen van de functie van plaatsvervangend voorzitter van de raad. Zij hebben hiertoe ook een functieprofiel opgesteld. Zie bijlage 1. Daarnaast hebben zij een voorstel gedaan voor de samenstelling van een sollicitatiecommissie bestaande uit drie leden: 1. De voorzitter van de raad; 2. Een lid namens de coalitiepartijen; 3. Een lid namens de overige partijen. Deze commissie wordt ondersteund door de griffier. Maar De vicevoorzitter is geen loco-burgemeester. Dat zijn de leden van het college.

Hier gaat het uitsluitend om vervanging van de burgemeester als voorzitter van de raad. Achtergrond Artikel 77, lid 1 Gemeentewet bepaalt, dat de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om uit zijn midden een waarnemend raadsvoorzitter aan te wijzen. Doet de gemeenteraad dit niet, dan wordt het voorzitterschap van de gemeenteraad bij verhindering of ontsteltenis van de burgemeester waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

16

Deze ‘vicevoorzitter’ zit bijvoorbeeld de gemeenteraad voor als de burgemeester afwezig is, of vervangt hem of haar in zo’n geval bij een werkbezoek. Een meerderheid van de gemeenteraden in Nederland maakt gebruik van de bevoegdheid om een vicevoorzitter aan te wijzen, zo blijkt uit onderzoek. De financiële gevolgen zijn Er zijn geen financiële gevolgen. Alternatieven Het alternatief is om geen vicevoorzitter aan te stellen. In dat geval bepaalt artikel 77, lid 1 Gemeentewet, dat het voorzitterschap wordt waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Bijlagen Bijlage 1. Functieprofiel Bijlage 2. Planning sollicitatieprocedure

de griffier,

de burgemeester,

C. ELKEN

K.B. LOOHUIS

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

17

1. Functieprofiel vicevoorzitter INHOUD FUNCTIE ➢ ➢ ➢

Voorzitten (bij afwezigheid van de voorzitter) van de raadsvergaderingen; Optreden als delegatieleider bij werkbezoeken van de raad; Representeren gemeenteraad bij afwezigheid burgemeester.

VEREISTE KENNIS EN VAARDIGHEDEN ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Beschikt over vaardigheden om een vergadering technisch te leiden; Het vermogen conclusies te formuleren en inbreng van raadsleden samen te vatten; Heeft oog voor de belangen van de raad en kan tijdens de raadsvergadering een neutrale positie innemen; Inzicht in en ervaring met de gemeentelijke besluitvormingsprocessen; Kennis van o.a. het Reglement van Orde van de gemeenteraad en Gemeentewet; Is in staat om de gemeenteraad zowel extern als intern te representeren; Is besluitvaardig, houdt zich aan de gemaakte afspraken en is doelgericht; Is bereid om zijn/haar functioneren te ontwikkelen en aan te scherpen (d.m.v. training en feedback); Enige jaren ervaring als raadslid strekt tot aanbeveling; Over voldoende tijd beschikken om de functie te vervullen en flexibel zijn in agendatechnisch opzicht.

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

18

Toelichting Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 wordt een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter van de raad’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. De voorzitter van de raad wordt bij afwezigheid vervangen door de door de raad benoemde vicevoorzitter. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2. Het presidium Het presidium vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raad. Het presidium heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. Daarnaast organiseert het presidium hoorzittingen, werkbezoeken, excursies, workshops, cursussen etc. Het presidium stelt de agenda's van de raadsvergaderingen voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadsvergadering geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Bij kortdurende afwezigheid, bijvoorbeeld door ziekte worden de presidiumleden niet vervangen. Bij langdurige afwezigheid kan het presidium besluiten een nieuw lid te werven.

Dit is aan het oordeel van het presidium. Voor het laten functioneren van de raad moet het presidium tot besluiten kunnen komen, ook in het geval dat de stemmen staken. De voorzitter heeft daarin, nadat er advies is gevraagd aan de burgemeester en griffier, een doorslaggevende stem. Artikel 3. De vicevoorzitter De raad is van mening dat het plaatsvervangend voorzitterschap een belangrijke functie is voor de raad. Om die reden heeft de raad op 14 juni 2018 een profiel vastgesteld. Tevens is besloten om een sollicitatiecommissie samen te stellen, bestaande uit de voorzitter van de raad en twee raadsleden. Deze commissie wordt ondersteund door de griffier. De benoeming van de vicevoorzitter vindt plaats op voordracht van deze sollicitatiecommissie. Opvolgende raadsleden mogen niet deelnemen aan de sollicitatieprocedure en geen deel uitmaken van de sollicitatiecommissie. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. De griffier is in principe in raadsvergadering (besluitvorming) aanwezig. De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen.

In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

19

Kieswet). Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuwgekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Derde en vierde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen.

Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 20140000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverkbzk2014-0000116196.pdf). In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten.

Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling. Vijfde en zesde lid Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 6. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder, maar niet op welk moment deze getoetst worden.

Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

20

wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode integriteit speelt hierbij een rol. Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid). De kandidaat-wethouders worden in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester brengt over de uitkomsten daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie liggen onder geheimhouding ter inzage bij de griffie. De uitkomsten van het onderzoek en het verslag zijn niet openbaar (vierde lid).] Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten; maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). Artikel 7. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de wet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning).

Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid.

Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

21

wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: • kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; • personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; • als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door opvolgende raadsleden.

Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde; als een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren gebeurt dit ook. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 8. Opvolgende raadsleden Per fractie kunnen twee opvolgend raadsleden worden benoemd. Steunfractieleden zijn niet formeel benoemd en hebben daarmee geen status, geen recht tot niet-openbare informatie of ondersteuning vanuit de griffie. Fracties hoeven geen melding te doen wie zijzelf als steunfractieleden in hun vergadering toelaten. Artikel 9. Oproep In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.

Het presidium bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het vierde lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de oproep en stukken per elektronische weg te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De raadsavonden eindigen in principe uiterlijk om 24.00 uur. De voorzitter vraagt de raad om 23.45 uur of de raadsavond na 24.00 uur moet worden voortgezet of op een

Reglement van orde raad Hoogeveen, 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070210/1