CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen zonnepark Joh Poststraat 8

Raadsavond 23 september 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Omgevingsvergunning zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande2.722 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijzen zonnepark Joh. Poststraat 8 De ontwerp omgevingsvergunning (WABO) zonnepark Joh. Poststraat 8 Nieuwlande heeft van 10 september 2020 tot en met 21 oktober 2020 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. Hieronder is de zienswijze puntsgewijs samengevat. In de opvolgende tekst is hierop gereageerd. Indien op basis van de ingediende zienswijze een onderdeel in de vergunningaanvraag is gewijzigd danwel aangepast dan is dat vermeld. Zienswijze 1, Dassenwerkgroep Zuid-Drenthe en IVN-afdeling Hoogeveen 1A locatiekeuze Een zonnepark beslaat een groot deel van het Drentse landschap en dient daarom zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze te worden ingepast in het landschap. Indiener vraagt zich af of onderhavige locatie tussen bossen en op dalgrond een gunstige keuze is. Als natuurkenner zijnde vindt indiener dit een vreemde locatie. Reactie gemeente Het uitgangspunt bij het kiezen voor locaties wordt gevormd door het Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen. Dit beleid kenmerkt zich door een uitnodigend karakter waarbij op voorhand geen locaties worden aangewezen en slechts enkele locaties worden uitgesloten. Initiatiefnemer heeft in de ruimtelijke onderbouwing de keuze voor de locatie gemotiveerd.

Daarbij is ook ingegaan op de landschappelijke inpassing en de manier waarop de biodiversiteit kan meeprofiteren van deze ontwikkeling. 1B Inpassing (groen) Indiener adviseert om rond het zonnepark een wal van 2 meter hoog aan te brengen en hier inheemse struiken op de planten. Dit ten behoeve van de insecten en vogels. Ook ontstaat hiermee een struweel van struiken die het zicht op het zonnepark ontneemt. Ook geeft indiener aan welke soorten hiervoor gebruikt kunnen worden. Daarop aanvullend geeft indiener ook aan het gehele projectgebied met een assortiment van inheemse kruiden te bezaaien en een systeem van bewatering onder de panelen te plaatsen. Hierdoor zal op plekken waar geen regen kan komen bewaterd worden. Door initiatiefnemer wordt aangegeven waar het assortiment met kruiden is aan te vragen. Reactie gemeente In het rapport ‘Zonnepark Hollandscheveld-Oost / Nieuwlande - landschappelijke inpassing’, die als bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing is toegevoegd, zijn de uitgangspunten voor het landschappelijk ontwerp toegelicht. Op dit punt kan onder meer verwezen worden naar blz. 2 en 3 waaruit volgt dat het veenlandschap ter plaatse juist vraagt om open randen. Met de keuze voor grondwallen en/of opgaand struweel rondom het gehele park, zal het kenmerkende vrije zicht over de velden en op de horizon geblokkeerd worden.

Er is bovendien gekozen voor andersoortige maatregelen om de biodiversiteit te vergroten.

Zo worden er natuurvriendelijke oevers en plas-dras oevers aangelegd, wordt de zuid- en noordrand deels afgeschermd met heester- resp. struweelbeplanting en wordt er ruigtevegetatie toegepast in de ‘ecologische verbindingszone’. Afzonderlijke beregening wordt niet noodzakelijk geacht. Anders dan indiener mogelijk verwacht, is een opstelling met zonnepanelen niet een afgesloten oppervlak. Het regenwater kan tussen de zonnepanelen door het grondoppervlak bereiken. Onder de ‘tafels’ met zonnepanelen is het dan ook niet droog. Het water dat van de zonnepanelen af stroomt zal ter plaatse infiltreren of afstromen richting de aangrenzende sloten. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze heeft de initiatiefnemer de indiener uitgenodigd mee te denken over de terreininrichting en sortimentskeuze. Dit aanbod staat nog steeds. 1C Inrichting (t.b.v. fauna) Indiener geeft aan in wal, buien aan te leggen (bijv. beton) met een diameter die geschikt is voor de migratie van dassen, vossen, hazen, konijnen, andere kleinere zoogdieren, amfibieën en reptielen. Hierdoor kunnen deze dieren het zonnepark als foerageergebied gebruiken. Reactie gemeente Er wordt niet gekozen voor grondwallen (zie reactie op zienswijze 1A). De ecologische verbindingszone biedt migratiegelegenheid voor genoemde diergroepen (incl. reeën). Rondom het zonnepark worden geen hekwerken geplaatst.

Alleen op de dammen komen hekwerken. Deze worden zo uitgevoerd dat dassen en andere dieren daaronderdoor kunnen. Het zonnepark kan daarmee als foerageergebied voor deze dieren in stand blijven. 1D Inrichting (panelensysteem) Indiener geeft aan het laagste punt van de schuingeplaatste zonnepanelen het beste op 90 cm gezet kunnen worden om begrazing met schapen mogelijk te maken. Reactie gemeente De panelen bevinden zich op tenminste 80 cm boven maaiveld. De ervaring bij andere zonneparken leert dat de schapen die ingezet worden voor begrazing, hier gemakkelijk onder door kunnen. 1E Afbakening projectgebied Indiener geeft aan dat indien er voldoende stekelige struiken worden geplant, volgens indiener een raster niet nodig is. Naast dassen, vossen, enz. kunnen dan ook reeën het zonnepark in en uit. Reactie gemeente Anders dan indiener stelt is het zonnepark niet rondom voorzien van hekwerken. De resterende hekwerken zijn een eis van de verzekeraar. Deze blijven beperkt tot de dammen. Reeën, vossen en dassen kunnen via de ‘ecologische verbindingszones’ het zonnepark doorkruisen. Zie hiervoor ook de beantwoording op zienswijze 1C.

Zienswijze 2, Inwoner Hollandscheveld 2A Communicatie Indiener uit zijn ongenoegen over de wijze waarop initiatiefnemer heeft gecommuniceerd. In de stukken behorende bij de omgevingsvergunning is aangegeven hoe met de omgeving is gecommuniceerd. Daarbij zijn echter de bewoners van de Jan Kreeftweg niet aangeschreven. Daarmee werd een fout gemaakt, die natuurlijk zijn oorzaak in de onbekendheid van dit gebied zou vinden. Voor de informatieavond zijn de bewoners aan de Jan Kreeftweg wel uitgenodigd. Reactie gemeente Om de communicatie van dit project vorm te geven is een communicatieplan opgesteld. Daarin zijn bepaalde keuzes gemaakt. Zo is er een indeling van belanghebbenden opgenomen waarin onderscheid wordt gemaakt in directe aanwonenden (mensen waarvan het perceel grenst of direct uitzicht geeft op het te ontwikkeling park), omwonenden in een straal van 350 meter en lokale maatschappelijke organisaties. De indiener bevindt zich in de tweede groep, namelijk omwonenden in een straal van 350 meter. Voor die groep belanghebbenden zijn bewoners per brief uitgenodigd voor de informatiebijeenkomst. Dat is bij de indiener dan ook gebeurd. 2B Maatschappelijke participatie In de stukken behorende bij de omgevingsvergunning is aangegeven dat alle omwonenden een set van 15 zonnepanelen en een omvormer beschikbaar gesteld krijgen.

Tijdens de informatieavond kon initiatiefnemer de vraag van indiener (die toezag op het gegeven dat nog niemand de panelen en omvormers in ontvangst hebben genomen) niet beantwoorden. Dat was schijnbaar een belofte van de gemeente. Op een later moment werd echter door initiatiefnemer aangegeven dat zij wel panelen en omvormers tot beschikking stellen, maar dat verkrijger daarmee feitelijk wel zijn medewerking tot het project zou moeten verlenen. Het met een ‘kadootje’ monddood maken van bezwaarmakers vindt de indiener een slechte zaak en gaat daarmee niet akkoord. Reactie gemeente De betreffende informatieavond is georganiseerd door de initiatiefnemer, zonder inbreng van de gemeente. De gemeente was hierbij vooral als toehoorder aanwezig en om vragen aan de gemeente te beantwoorden. De vraag van de indiener is ons niet bekend. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan maatschappelijke participatie is aan de initiatiefnemer. Voor de direct aanwonenden (eerste groep, zie beantwoording op zienswijze 2A) stelt de initiatiefnemer kosteloos een set van 15 panelen + omvormer beschikbaar. Hiermee wil de initiatiefnemer omwonenden compenseren. En deze omwonenden kunnen net als de tweede groep onwonenden (zie beantwoording op zienswijze 2A) via een lokale energie coöperatie deelnemen aan de postcoderoosregeling (financiële participatie).

Zowel vanuit Plaatselijk Belang Nieuwlande als de Werkgroep Hollandscheveld Energieneutraal is interesse getoond in deelname aan een postcoderoosproject. Mocht onverhoopt het postcodeproject niet in uitvoering slagen, is initiatiefnemer bereid middels een gebiedsfonds een bijdrage aan de omgeving te geven. Dit gebeurt via de gedragscode Zon op Land, wat de hoogte van het gebiedsfonds vastzet op € 1.000,- per opgesteld vermogen in MWp per jaar, gedurende 15

jaar. Vooralsnog wordt samen met de omgeving volledig ingezet op de totstandkoming van het postcoderoosproject. De ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning is met bovenstaande informatie aangevuld. Er is dan ook geen sprake van een cadeau om bezwaarmakers monddood te maken. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om tijdens de ter inzage termijn van de ontwerpvergunning een zienswijze in te dienen. En nadien kan eenieder een verzoek om planschade indienen, als diegene daar meent recht op te hebben. 2C Locatie Indiener is van mening dat onderhavige locatie voor een zonnepark niet het resultaat is van een zorgvuldige afweging van factoren maar juist van grondposities van grondeigenaren. De indiener geeft een toelichting hoe de gronden toevallig beschikbaar zijn gesteld. Hierdoor is het plangebied een onevenwichtig plan geworden waarbij de noordwestzijde een perceel (kadastraal bekend: gern. Hgv, K nr 5110) ontbreekt in het projectgebied. Daarmee is volgens de indiener een weinig evenwichtig plan ontstaan, terwijl inpassing van dit soort werken minutieus maatwerk zou moeten zijn. Reactie gemeente Het uitgangspunt bij het kiezen voor locaties wordt gevormd door de beleidsnota Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen.

Dit beleid kenmerkt zich door een uitnodigend karakter waarbij op voorhand geen locaties worden aangewezen en slechts enkele locaties worden uitgesloten. Initiatiefnemer heeft in de ruimtelijke onderbouwing de keuze voor de locatie gemotiveerd. Daarbij is ook ingegaan op de landschappelijke inpassing en de manier waarop de biodiversiteit kan meeprofiteren van deze ontwikkeling. 2D Onderlinge afstemming met naastgelegen projectgebied Ten westen van onderhavig plangebied liggen plannen van een ander zonnepark. Ook Rijkswaterstaat is bezig met de zonneroute A-37. Eigenlijk zouden deze initiatiefnemers gezamenlijk een integraal plan dienen te maken. Dat zou veel beter zijn dan al deze losse plannen, waarvan het maar afwachten is hoe het totale plaatje eruit zal komen te zien. Reactie gemeente De afstemming met de planvorming aan de westkant is geborgd doordat de landschapsarchitecten voor beide projecten hebben samengewerkt. Hoewel het hier gaat om twee gescheiden zonneparken (en plantrajecten), is door deze samenwerking een integraal ontwerp ontstaan. In algemene zin geldt dat voor alle plannen die onderdeel zijn van de ‘zonneroute’ dezelfde ontwerpbenadering wordt gevolgd. Deze gaat uit van het respecteren en, zo mogelijk, versterken van plaatselijke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. Dit is vastgelegd in het ruimtelijk beleid van de provincie en de gemeente.

Daarmee wordt dus ook de ruimtelijke kwaliteit van de zonneroute, in al haar afzonderlijke onderdelen, gewaarborgd. 2E Landschappelijke inpassing Indiener geeft aan dat de aanwezige waterlossing ten zuiden van het projectgebied een ideale (topografische) grens van het project vormt, waardoor het plaatsen van hekwerken dan niet meer nodig zijn. In het plan wordt aan de

noordzijde van deze lossing een natuurvriendelijke oever gepland. Deze oevers worden tegenwoordig door menig landschapsarchitect te hooi en te gras toegepast. In veenontginningslandschap komen dergelijke oevers niet voor en horen daar dan ook niet thuis. Dergelijke toepassingen verstoren het nog goed bewaarde cultuurlandschap. Langs de andere kant (de zuidkant van de 7e wijk) bevindt zich een 3 meter breed schouwpad van het waterschap wat door lokale bewoners redelijk intensief bewandeld wordt. Bij het voorgelegen plan bevinden wandelaars zich hier in de toekomst niet meer in ongerepte natuur met mooie doorkijkjes en afwisseling tussen bossen en landerijen, maar wanen zich op een industrieterrein met duizenden zonnepanelen. Daarom dient het park ook aan de zuid- en westkant zorgvuldig ingepast te worden in het landschap. Dat kan eenvoudig, goed en relatief goedkoop door aan deze zijde een struweel van inheemse heesters te planten. Indien daar ook groenblijvende soorten als bijvoorbeeld hulst in wordt opgenomen, wordt het zonnepark geheel aan het zicht ontnomen en kijkt men uit op een mooie groenstrook. Dit zal tevens de biodiversiteit versterken. Indien wordt vastgehouden aan het oorspronkelijke plan met een natuurvriendelijke oever dan kan men de vrijgekomen grond aanwenden voor een aarden wal met daarop en achter de beplanting.

Tijdens de inloopavond van 28 september schaarden de meeste belangstellenden zich achter dit plan. Men zei: “ik zit niet op dit plan te wachten, maar als het toch moet, wil ik er niets van zien!” Indiener geeft aan dat een voorbeeld van hoe het niet zou moeten, gevonden kan worden bij het zonnepark langs de N48. Reactie gemeente Zoals toegelicht bij de reactie op zienswijze 1B, vraagt het veenlandschap juist om open randen. De waardevolle doorzichten blijven daarmee behouden. Alleen op dammen in de watergangen wordt gebruik gemaakt van hekwerken (die vereist zijn door de verzekeraar). Waar mogelijk zijn hekwerken gecombineerd met beplanting. De natuurvriendelijke oevers zijn niet bedoeld ter versterking van het cultuurlandschap, maar ter bevordering van de biodiversiteit. Dit wordt toegelicht in het ecologisch onderzoeksrapport, dat eveneens als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. 2F Blijvende landschappelijke impuls In de stukken behorende bij de omgevingsvergunning wordt aangegeven dat aan de noordelijke zijde circa 0,5 hectare bos gekapt zal worden en hier zonnepanelen worden geplaatst. De kap wordt gecompenseerd door aan de zuidzijde bos aan te planten en daartussen zonnepanelen t.b.v. een postcoderoos te plaatsen.

Uit ervaring weet de indiener dat de voorgenomen compensatie niet gaat lukken, omdat een oude bosbodem zich niet laat vervangen door bepaalde landbouwgrond. Daarop aanvullend maakt het zuidelijke perceel ook onderdeel uit van een topografische en landschappelijke eenheid waar nog een bijzonder fraai landschap aanwezig is. Het gedeelte panelen wat bedoeld is voor de postcoderoos zou beter gesitueerd kunnen worden in het grote plangebied. Het gehele zuidelijke perceel zou heel goed met wat bos, natuurlijke vegetatie, wildakker en/of retentiegebiedje kunnen worden ingericht. Wanneer hier

vervolgens ook natuurbestemming wordt opgenomen is er sprake van een hele goede blijvende landschappelijke impuls. Reactie gemeente Het kappen van bomen om ruimte te maken voor het zonnepark is niet aan de orde. In de inrichtingstekening wordt juist concreet aangegeven dat de desbetreffende bosschage behouden wordt. Compensatie van bomenkap is dus evenmin aan de orde. Aan de zuidzijde van het zonnepark is een perceel gereserveerd voor de postcoderoosregeling. Deze locatie is bewust gekozen met het oog op de toegankelijkheid en zichtbaarheid. Dit wordt immers het deel van het zonnepark waar de dorpsbewoners het meest direct bij betrokken zullen zijn. Er is op meerdere moment gesproken met vertegenwoordigers van Nieuwlande en Hollandscheveld (zie reactie op zienswijze 2B). Beide dorpen hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn in deelname aan een postcoderoosproject op deze plek. 2G Ecologisch onderzoek In de kern van het plangebied is in het verleden een bosperceel aankocht en vervolgens aangemerkt als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het realiseren van de voorgenomen natuurdoelen verhoudt zich niet gemakkelijk tot zonneparken. De landbouwgronden van het geplande zonnepark en de aanwezige bebossing vormen een topografische en ecologische eenheid. Daarom zou dan ook het gehele plangebied als zodanig moeten worden geïnventariseerd en onderzocht.

Dan zou ook naar voren komen dat de das in en rondom dit gebied dominant aanwezig is. Het is niet bekend wat de gevolgen zijn van de hekwerken op de dammen voor o.a. deze dassen. Indiener pleit ervoor dat hierop extra onderzoek wordt gepleegd. Reactie gemeente In de ecologische inventarisatie, die hoor BügelHajema Adviseurs is verricht, is het projectgebied in onderlinge samenhang met de aangrenzende bossen en Natuur Netwerk Nederland (NNN) beoordeeld. Op dit punt wordt verwezen naar het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ (hoofdstuk 4) in het rapport ‘Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37’. Maar ook in het kader van de ‘soortbescherming’ (hoofdstuk 3) is gekeken naar de effecten die het zonnepark voor elke soortgroep heeft op de plaatselijke biotoop, dat soms overlapt met genoemde bosgebieden en delen van het NNN. Daarop aanvullend is een bijlage aan de vergunning toegevoegd waarin de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de das worden beschreven. Dit als aanvulling op de ecologische inventarisatie. De hekwerken krijgen een onderdoorgang voor dassen. 2H Akoestisch onderzoek Als omwonende ervaart de indiener (voornamelijk in de winter) geluidshinder van de rijksweg A37. Nu is ongeveer de helft van het tussenliggende gebied cultuurland dat natuurlijk een gedeelte van de geluidsoverlast absorbeert.

Wanneer hiervoor in de plaats relatief harde goed geluids- weerkaatsende zonnepanelen in de plaats komen, zou daardoor de geluidsoverlast nog wel eens groter kunnen worden. Graag ziet de indiener daarom bij dit plan een onderzoek naar de gevolgen van de plaatsing van de zonnepanelen met het oog op geluidsoverlast van de A37.

Reactie gemeente Het Noordelijk Akoestisch Adviesbureau heeft deze vraag verkend in de memo ‘Zonnepark Hollandscheveld Oost; Theoretische afweging geluidsoverdracht wegverkeer’. Uit deze memo blijkt dat eerder een positief effect is te verwachten. De conclusie luidt als volgt: “Het ligt […] niet in de lijn der verwachting dat het woon- en leefklimaat, door het inpassen van het zonnepark, akoestisch gezien zal verslechteren ten opzichte van de bestaande situatie. Reflectie op zonnepanelen die hellend vanaf de weg zijn gesitueerd, zal een gunstig effect (schermwerking) hebben en niet leiden tot een verhoging van de geluidbelasting bij de woning. Andersom positioneren (zonnepanelen richting noord) zal wel een geringe verhoging in de geluidbelasting kunnen veroorzaken, maar dat is uit energie-oogpunt niet rendabel.” Ten aanzien van het laatste punt kan nog worden opgemerkt dat de positionering van de zonnepanelen in de vergunningsaanvraag is vastgelegd en daarmee publiekrechtelijk geborgd is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10526120/1