Reactienota zienswijze Nijstad recreatiestrand v1.0.docx
Tekst van het document
Nota zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand” heeft van 23 december 2021 tot en met 2 februari 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Daarnaast kon het plan worden ingezien via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Tijdens de terinzagetermijn zijn vier zienswijze ingediend. Hieronder is puntsgewijs een samenvatting gegeven van de zienswijze. In de opvolgende tekst is hierop gereageerd en is aangegeven of op basis van de ingediende zienswijze (een onderdeel van) het bestemmingsplan is gewijzigd. Zienswijze 1, Gasunie Planregels In dit plan valt de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ samen met twee andere bestemmingen. Op basis van jurisprudentie dient een onderlinge rangorde te worden aangegeven. Dit is nu niet het geval. Gezien de veiligheidsaspecten die gelden om een veilige ligging van de gastransportleiding te waarborgen, verzoekt de Gasunie om een bepaling op te nemen zodat de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ bij samenvallen met andere bestemmingen voorrang krijgt. Ook wordt verzocht om in artikel 8.3 lid a sub 2 het woord ‘onevenredig’ te schrappen. Het huidige artikel biedt een beoordelingsvrijheid die niet door artikel 14 derde lid Bevb wordt geboden.
Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad. In artikel 8.5 ontbreekt de voorwaarde “…mits de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad.” De Gasunie verzoekt om deze voorwaarde, die wel is opgenomen in het thans geldende bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad 2014, opnieuw op te nemen. Tot slot is in artikel 8.6 sub b als nieuwe uitzondering toegevoegd: “werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn in verband met het op de betreffende bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond”. Deze bepaling maakt het mogelijk om zonder omgevingsvergunning activiteiten uit te voeren die passen binnen de bestemming Recreatie, maar die schadelijk kunnen zijn voor de gasleidingen en die zodoende kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. De Gasunie verzoekt om deze bepaling te schrappen. Reactie gemeente Enkele van de opmerkingen uit het vooroverleg van de Gasunie zijn per abuis niet meegenomen in het bestemmingsplan hoewel dit in de reactienota wel is toegezegd. Daarom zal het bestemmingsplan alsnog worden aangepast aan de hand van deze opmerkingen. In de algemene regels van het bestemmingsplan wordt een voorrangsbepaling opgenomen die erop toeziet dat bij samenvallen met andere bestemming(en), de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ voorrang krijgt.
Het woord onevenredig wordt uit artikel 8.3 geschrapt. In artikel 8.5 wordt de voorgestelde voorwaarde opgenomen en ook de voorgestelde aanpassing in artikel 8.6 sub b wordt doorgevoerd. Zienswijze 2, Tennet Binnen de grenzen van het bestemmingsplan bevindt zich de hoogspanningsverbinding Zeyerveen – Hessenweg die in eigendom is van Tennet.
Toelichting In de toelichting onder 6.3 wordt gesproken over ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’. Dit moet echter bovengrondse verbinding zijn. Daarnaast dient ook de titel aangepast te worden naar ‘Leiding Hoogspanningsverbinding’ en dient er aangegeven te worden dat er niet alleen toestemming nodig is voor werkzaamheden, maar ook voor werken onder deze dubbelbestemming. Ook wordt er onder 4.2.2. gesteld dat het beoogde bedrijfsgebouw tussen de hoogspanningsleidingen wordt geplaatst. Dit is echter een onjuiste beschrijving van de locatie. In andere onderdelen van de toelichting (bv. onder 5.9.2.) wordt de locatie weer anders beschreven. Een eenduidige beschrijving hierin is gewenst. Reactie gemeente De tekstuele aanpassingen in paragraaf 6.3 zullen worden verwerkt en ook zal er een eenduidige beschrijving worden opgenomen van de locatie van het bedrijfsgebouw in de gehele toelichting. Bebouwing Tennet vraagt zich af of op deze plek het beoogde gebouw mogelijk is omdat het binnen de belemmerde strook gesitueerd is en daardoor de veiligheid en ongestoorde werking kan belemmeren. Ook kunnen hiervoor aanvullende (veiligheids)voorwaarden voor gelden, zoals max. bouwhoogte en brandwerendheid van daken en muren. Reactie gemeente Een gedeelte van het beoogde bedrijfsgebouw bevindt zich onder de hoogspanningsverbinding van Tennet.
Voor dat gedeelte van het gebouw zal een maximale bouwhoogte worden opgenomen zodat verbinding ongestoord blijft. Gelet op de maaiveldhoogte (+7,5 m NAP) en hoogte van de verbinding (21 m) zal voor het betreffende gedeelte van het bedrijfsgebouw een maximale bouwhoogte van 6 meter worden opgenomen. Het bestemmingsplan wordt hierop aangepast. Evenementen Tennet geeft aan geen voorstander te zijn om gronden onder de hoogspanningsverbinding aan te wenden voor doeleinden die gepaard gaan met verhoogde mensenconcentraties, hoewel dit door Tennet niet verboden kan worden. Wel wordt gewezen op de risico’s van het neervallen van ijs(pegels), sneeuw en/of verontreinigingen van de masten en/of de fase- en bliksemdraden bij bepaalde weersomstandigheden. Reactie gemeente Door de gemeente is aan Tennet toegelicht hoe het evenemententerrein is gesitueerd over het plangebied. Eén van de deelgebieden waar evenementen mogelijk zijn, bevindt zich deels onder de hoogspanningsverbinding. Voor die gronden zal Tennet ten tijde van een vergunningaanvraag, de aanvraag ter beoordeling en goedkeuring toegestuurd krijgen. De dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding voorziet daarin. Een evenementenvergunning wordt pas afgegeven na beoordeling en goedkeuring van Tennet.
Zienswijze 3, (acht) Omwonenden Nijstand Ontbreken integrale visie De reclamanten halen een artikel aan dat verwijst naar meerdere ontwikkelingen die in de nabije toekomst in het deelgebied Nijstand gepland zijn. Zij stellen hierbij dat het Bestemmingsplan ‘Buitengebied Noord, deelplan Nijstand’ blijkbaar de eerste in deze reeks is. Echter stellen zij dat op basis van de geografische begrenzing qua ligging en ontsluiting een integrale visie op het gebied nodig is, terwijl deze nu ontbreekt.
Reactie gemeente Voor het gebied is een integrale visie opgesteld, namelijk de ‘Nijstad Gebiedsvisie’ van 13 februari 2020. In deze visie zijn de verschillende belangen en aspecten van het gebied meegenomen namelijk: beweging, autoverkeer, wonen, recreatie en bedrijvigheid. Dit heeft geresulteerd in de volgende doelstellingen: • • • • •
Vergroten van de samenhang in het gebied; Het gebied moet aanjager zijn in de transitie naar duurzame energie; Afmaken van het recreatiegebied door het ontwikkelen van de westelijke plas en het toevoegen van een uniek woonmilieu op en aan het water; Verbeteren van verbinding tussen Erflanden en Nijstad; Bouwen van ongeveer 80 á 100 gezinswoningen voor Hoogeveen: landschappelijk wonen dichtbij kern.
Doordat er in het gebied verschillende (grond)eigenaren zijn, er verschillende functies gerealiseerd worden en omdat de verschillende ontwikkelingen allen een andere planning hebben worden er meerdere bestemmingsplannen gemaakt om de ontwikkelingen planologisch-juridisch vast te leggen. Daarbij sluit het bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand aan bij het thema recreatie en bevat het slechts enkele wijzigingen op het eerdere bestemmingplan uit 2016. De wijzigingen zijn: het aanpassen van het bouwvlak voor het paviljoen, het mogelijk maken van bedrijfsbebouwing en het aanwijzen van specifieke evenemententerreinen en het mogelijk maken van evenementen onder voorwaarden die passend zijn bij het gebied. Integrale gevolgen ontbreken Reclamanten stellen dat de integrale gevolgen van alle voorgestelde ontwikkelingen in het gebied niet inzichtelijk zijn gemaakt. Een integrale visie ontbreekt en de ontwikkeling wordt gestuurd op basis van initiatieven van ondernemers. Volgens de reclamanten creëert dit onzekerheid over de gevolgen voor de leefomgeving voor de omwonenden en andere belanghebbenden. Graag zien zij daarom een integraal kader waarop gereageerd kan worden. Reactie gemeente De integrale visie voor dit gebied is uitgewerkt in de Nijstad Gebiedsvisie.
Zoals hierboven al benoemd zijn er in het gebied verschillende eigenaren, verschillende functies, ontwikkelingen en planningen waardoor er meerdere bestemmingsplannen gemaakt worden om alle ontwikkelingen planologisch-juridisch vast te leggen. Voor iedere voorgenomen ontwikkeling die niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een nieuw juridisch-planologische regeling te worden getroffen. In dit geval in de vorm van een bestemmingsplan. In de stukken behorende bij die regeling dient vervolgens een toetsing plaats te vinden van de omgevingsaspecten. Tijdens die toetsing wordt de bestaande (feitelijke en planologische) situatie overgenomen en wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is. Hierbij worden, wanneer aan de orde, ook de achtergrondwaarden in het gebied en cumulatieve effecten meegenomen. De toetsing van de omgevingsaspecten hebben plaatsgevonden in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan. Verkeersafwikkeling Reclamanten stellen dat de gevolgen van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling niet is meegenomen in het bestemmingsplan.
Reactie gemeente De huidige wegen zijn voldoende om het gebied te ontsluiten. Daarbij wordt er met het bestemmingsplan alleen een mogelijke beperkte verkeerstoename tijdens evenementen mogelijk gemaakt. De huidige ontsluitingen en parkeermogelijkheden zijn voldoende om dit op te vangen, zoals is onderbouwd in paragraaf 5.10 ‘Verkeer en vervoer’. In het kader van de gehele gebiedsvisie voor Nijstad is er een studie gedaan naar het onderdeel ‘Verkeer en parkeren’. Hierin zijn de verkeersingrepen opgesteld waarmee de verkeersveiligheid en een goede ontsluiting in de toekomst gewaarborgd worden. Zo wordt er onderzocht welke ingrepen mogelijk zijn om doorgaand verkeer rondom Nijstad te voorkomen en vooral bestemmingsverkeer te faciliteren. Ook zijn er ideeën om fiets- en autowegen zoveel mogelijk gescheiden te houden. Integrale gevolgen stikstof Reclamanten stellen dat de toetsing van de milieueffecten waaronder stikstofdepositie versnipperd is waardoor er in de plantoetsing nergens inzicht zal ontstaan in de integrale effecten van de ontwikkelingen rondom de voormalige zandwinning. Reactie gemeente De toetsing van de omgevingsaspecten hebben plaatsgevonden in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan.
Voor iedere voorgenomen ontwikkeling die niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een nieuw juridisch-planologische regeling te worden getroffen. In de stukken behorende bij die regeling dient vervolgens een toetsing plaats te vinden van de omgevingsaspecten. Tijdens die toetsing wordt de bestaande (feitelijke en planologische) situatie overgenomen en wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is. Hierbij worden, wanneer aan de orde, ook de achtergrondwaarden in het gebied en cumulatieve effecten meegenomen. Handhaving De reclamanten geven aan de gestelde kaders voor de handhaving binnen het bestemmingsplan weinig hoopgevend zijn, bijvoorbeeld voor de omvang van de evenementen. Daarbij stellen zij dat de Kadernota Integrale handhaving niet meer actueel is. Reactie gemeente De kadernota waarnaar wordt verwezen in het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad niet meer actueel. De meest recente Kadernota is de Kadernota 2015-2018. In het jaarlijks vastgestelde Handhavingsuitvoerginsprogramma (HUP) gemeente Hoogeveen zijn de taken, capaciteit en gewenste resultaten van de gemeente op het gebied van handhaving en toezicht uitgewerkt. Hierbinnen zijn evenementen een geprioriteerd thema waarbij de gemeentelijke handhavers meer zichtbaar zullen zijn. De in het bestemmingsplan onder artikel 12.2.1.
gestelde voorwaarden vormen de basis voor het toestaan van evenementen en op basis van dit artikel kan gehandhaafd worden door de gemeente. De toelichting (hoofdstuk 7) bij het bestemmingsplan zal aangepast worden naar de meest recente beleidsstukken.
Zienswijze 4 Ondernemer Nijstad Participatie (niet geïnformeerd, ook niet over de informatiebijeenkomsten) Reclamant stelt op geen enkele wijze geïnformeerd of gehoord te zijn over het ontwerpbestemmingsplan. Ook was reclamant niet op hoogte van de informatieavonden die zijn georganiseerd. Reactie gemeente Het voornemen om het bestemmingsplan aan te passen is gestart in december 2018 en het ontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd op 22 december 2021. Op 28 oktober 2019 heeft de toenmalige exploitant van het recreatiestrand Nijstad een informatieavond georganiseerd, om de nieuwe ontwikkelingen toe te lichten. Indiener heeft hiervoor een uitnodiging ontvangen. Het ontwerpbestemmingsplan is op 22 december 2021 gepubliceerd in De Hoogeveensche Courant en Staatscourant. Daarmee had indiener de mogelijkheid om geïnformeerd te worden over de planvorming. Daarnaast heeft er op 6 mei 2021 een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. De uitnodiging voor deze informatiebijeenkomst is gepubliceerd in de Hoogeveensche Courant (d.d. 28 april 2021). Deze informatiebijeenkomst was bedoeld om eenieder die geïnteresseerd is in de plannen rondom het gebied Nijstad te informeren en de gelegenheid te geven vragen te stellen. Gelet op bovenstaande zijn wij van mening dat indiener meerdere mogelijkheden heeft gehad om zichzelf te informeren over het planvoornemen en de uitwerking daarvan.
Weinig aandacht voor vissen in het bestemmingsplan Volgens reclamant zijn de vissen in het ontwerpbestemmingsplan een ondergeschoven kind en wordt er bij de ontwikkeling geen rekening gehouden met de exploitatie van de visstekken. Terwijl dit wel wordt genoemd in de toelichting van het bestemmingsplan. Reactie gemeente Het ontwerpbestemmingsplan heeft als doel om de uitbreiding van bepaalde activiteiten mogelijk te maken bij en op het recreatiestrand. De bestaande mogelijkheden zijn in het ontwerpbestemmingsplan meegenomen. In het huidige bestemmingsplan past de exploitatie van de visstekken onder de bestemming Water (artikel 8) en Recreatie – dagrecreatie (artikel 5) onder de bestemmingsomschrijving dagrecreatieve voorzieningen. Hiermee wordt verwezen naar artikel 1.34 en artikel 1.32 uit de begripsbepalingen. Een dagrecreatieve voorziening is een activiteit ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is verboden. In het voorliggende bestemmingsplan is de bestemming Water (artikel 6) en Recreatie – dagrecreatie (artikel 5) ten opzichte van dagrecreatieve voorzieningen niet gewijzigd. Dit betekent dat de exploitatie van visstekken nog steeds mogelijk is.
Privaatrechtelijke belemmering Reclamant claimt geen gebruik meer te kunnen maken van zijn huurovereenkomst voor het exploiteren van de visstekken door het nieuwe bestemminsplan waardoor er een evident privaatrechtelijke belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan ontstaat. Daarbij is er volgens reclamant geen onderzoek gedaan naar deze evident privaatrechtelijke belemmering waardoor er het bestemmingsplan niet zorgvuldig, uiterst rigide en feitelijk tot stand gekomen is en ook naar inhoud in strijd is met artikelen 3:2, 3:4 en 3:45 Awb.
Reactie gemeente Reclamant heeft aangegeven de huurovereenkomst niet met ons te willen delen. Dit betekent dat wij niet in de gelegenheid zijn gesteld om dit nader te onderzoeken. Zoals hierboven aangegeven, zien wij geen ruimtelijke belemmering voor de indiener om gebruik te maken van de gronden voor het exploiteren van de visstekken. De wijziging van voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het planologisch mogelijk maken van evenementen, een verandering van het bouwvlak voor het strandpaviljoen en het mogelijk maken van een bedrijfsgebouw ter hoogte van de hoogspanningsleidingen aan de oostzijde van de oostelijke plas. In het vigerend plan zijn standplaatsen voor kampeermiddelen niet toegestaan, dat is met voorliggend plan niet anders. De visstekken kunnen met het voorliggend plan op dezelfde wijze bereikt worden als op dit moment het geval is onder het huidige bestemmingsplan. Eén van de vijf visstekken, namelijk visstek 3, ligt in het plangebied behorende bij het ontwerpbestemmingsplan. Naar vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de afdeling), is een privaatrechtelijke belemmering 'evident' indien de belemmering zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld en geen twijfel bestaat over het bestaan hiervan.
Deze situatie doet zich voor wanneer tussen de betrokken partijen niet in geschil is dat sprake is van een privaatrechtelijke belemmering, wanneer de privaatrechtelijke belemmering blijkt uit een vonnis van de burgerlijke rechter, of wanneer op andere wijze eenvoudig (zonder nader onderzoek) kan worden vastgesteld dat zich een privaatrechtelijke belemmering voordoet. Bovendien volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat in het kader van een bestemmingsplanprocedure ter beoordeling staat of een plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en niet in strijd is met het recht. Voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, is slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. De aanwezigheid van zakelijke rechten is in beginsel niet doorslaggevend. Dit is slechts anders indien evident is dat deze aanwezigheid aan de verwezenlijking van het plan binnen de planperiode in de weg staat én tevens vaststaat dat niet binnen de planperiode tot opheffing van het zakelijk recht zal worden overgegaan1.
De bewijslast om aan te tonen dat er sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering ligt bij diegene die hier een beroep op doet. De huurovereenkomst is niet aangeleverd bij de zienswijze. De advocaat stelt enkel dat door uitvoering van het ontwerpbestemmingsplan er strijd is met het burgerlijk recht, omdat de indiener geen feitelijk gebruik meer kan maken van zijn huurovereenkomst voor het exploiteren van de visstekken. Dit wordt verder niet onderbouwd en de inhoud van de huurovereenkomst is niet bekend. Vier van de vijf visstekken liggen buiten het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan. Niet valt in te zien waarom deze visstekken feitelijk niet gebruikt kunnen worden door de indiener.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1737; ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:137; ABRvS 10 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7680; ABRvS 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1085. 1
Visstek nr. 3 ligt in het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan en is na vaststelling van het bestemmingsplan op dezelfde wijze te bereiken, als nu het geval is. De planologische wijzigingen doen dan ook geen afbreuk aan het feitelijk gebruik van de visstekken. Bovendien staat niet vast dat niet binnen de planperiode de huurovereenkomst zal worden beëindigd. Het enkele bestaan van een huurovereenkomst maakt dan ook niet dat het evident is dat deze huurovereenkomst in de weg staat aan de uitvoering van het plan. De relevante feiten en af te wegen belangen zijn in het bestemmingsplan voldoende meegenomen. Zo zijn de effecten op de omgeving, waaronder mogelijke geluidshinder, getoetst in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast kan de reclamant zijn activiteiten, namelijk het exploiteren van visstekken, binnen de regels van het bestemmingsplan voorzetten. Ook heeft de gemeente voldaan aan de wettelijke vereisten voor het bekendmaken van het besluit en zijn er meerdere informatiebijeenkomsten en mogelijkheden geweest waarbij reclamant kennis had kunnen nemen van het voornemen voor dit plan. Daarom kan gesteld worden dat niet in strijd is gehandeld met artikelen 3:2, 3:4 en 3:45 Awb.
Omzet- en kapitaalverlies en beperking op gebruik visstekken Volgens reclamant zal er een groot omzetverlies ontstaat door de uitvoering van het bestemmingsplan omdat de karpervijver zeer gevoelig is voor verstoring van buiten en omdat de investering in de visbedrijvigheid wordt tenietgedaan. Reclamant stelt dat visstekken 1, 2 en vooral 3 hinder zullen ondervinden van mogelijke evenementen. Stek 3 ligt op 50m van het dichtstbijzijnde evenemententerrein. Daarbij is het voor reclamant niet duidelijk of evenementen ook op water zullen plaatsvinden en wordt er benoemt dat deze optie niet gedegen is opgenomen in het akoestisch onderzoek. Reactie gemeente De activiteiten rondom de exploitatie van de visstekken kunnen op basis van het bestemmingsplan hun doorgang vinden waardoor er geen sprake is van omzetverlies ten gevolge van het bestemmingsplan. Het geluidsrapport geeft aan dat: “Voor evenementen die worden gehouden op het water zal sprake zijn van oriëntatie in de richting van het strand. De muziekinstallaties zullen op ten hoogste 15 meter uit de wal worden geplaatst. Gelet op de afstand en de oriëntatierichting (de woningen liggen in tegenovergestelde richting van het strand) zullen de activiteiten op het strand maatgevend zijn voor de omliggende woningen.
De activiteiten op het water zijn dan ook niet verder uitgewerkt.” Hiermee is de maatgevende situatie inzichtelijk gemaakt en geen sprake van een salamitactiek. In het kader van milieuwetgeving en in het ruimtelijke wetgeving zijn, visgelegenheden niet aan te merken als geluidgevoelige bestemmingen of bestemming waar een goed woon- en leefklimaat moet worden gewaarborgd. Visgelegenheden zijn recreatieve gelegenheden in de buitenlucht of met een tent waar in het kader van geluid geen rekening mee gehouden hoeft te worden. Daarnaast zijn er een beperkt aantal momenten dat geluid van de evenementen geproduceerd zal worden, namelijk ten hoogste 14 dagen. Daarbuiten is voldoende gelegenheid om gebruik te maken van de visgelegenheden zonder dat er tegelijkertijd een evenement gaande is.
Impact uitbreiding paviljoen op visstekken Reclamant stelt dat de uitbreiding van het paviljoen zal leiden tot een toename van dagrecreanten en overlast zal brengen. Dit heeft volgens reclamant een negatief effect op de visstekken terwijl deze rust en stilte omstandigheden zijn die noodzakelijk zijn voor een goede visstek. Reactie gemeente Ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan zal de verwachte toename aan dagrecreanten en daarmee de overlast niet onevenredig hoog zijn. Daarbij is de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’ als doel om dagrecreatieve voorzieningen mogelijk te maken. De horecagelegenheid is hierbij het ‘levendige’ gedeelte. Het strand heeft een capaciteit van ca. 1000 personen. Dit wordt in het voorliggende bestemmingsplan niet overschreden. Daarbij komt dat het bouwvlak en de horecabestemming van het voorliggende bestemmingsplan waarin het paviljoen mogelijk worden gemaakt aanzienlijk is verkleind ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. In het huidige bestemmingsplan ca. 4400m2 en in het ontwerpbestemmingsplan ca. 2800m2, waardoor er sprake is van minder uitbreidingsmogelijkheden dan in het geldende bestemmingsplan. Aantasting natuurwaarden, milieueffecten op karpers en geluidshinder.
En effecten uitbreiding vakantiepark Reclamant vreest aantasting van de natuurwaarden, milieueffecten voor de karpers en geluidsoverlast waardoor de visstekken niet geëxploiteerd kunnen worden. Daarbij stelt reclamant dat geluidsoverlast in water sneller verspreid en de geluiden in water minder snel verzwakken. Ook benoemt reclamant mogelijke geluidsoverlast van de vakantiehuisjes gelegen aan de waterplas. Die volgens reclamant zich zullen gaan ontwikkelen van tien tot vijftien vakantiewoningen tot een park van vijfhonderd vakantievilla’s die aan te duiden zijn als (geluids)gevoelige objecten evenals reclamant ’s karpervijverlocatie. Reactie gemeente In het bestemmingsplan worden geen recreatiewoningen mogelijk gemaakt. Toetsing van geluidsoverlast door (nieuwe) recreatiewoningen is dan ook niet aan de orde. Mogelijke aantasting op natuurwaarden zijn onderzocht in het ecologisch onderzoek dat uitgevoerd is voor het bestemmingsplan. De bevindingen hiervan zijn beschreven in paragraaf 5.4 en bijlage 2 van de toelichting in het bestemmingsplan. Hoe geluid moet worden beoordeeld is onder andere vastgelegd in de meet- en rekenvoorschriften voor geluid. Het onderzoek voldoet hieraan. De opmerking over voortplanting van geluid door water is een natuurkundige wetmatigheid en heeft geen reden tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan.
Gebruik gronden voor kampeermiddelen, visstekken en sloop sanitaire voorziening Voor reclamant is het niet duidelijk of hij zijn visstekken op de huidige wijze kan exploiteren omdat standplaatsen voor kampeermiddelen als strijdig gebruik zijn aangeduid in het ontwerpbestemmingsplan. Ook is het begrip ‘standplaats’ niet goed gedefinieerd in het ontwerpbestemmingsplan. Deze mogelijkheid wordt nu wel geboden bij deze visstekken. Ook kunnen de klanten van reclamant geen gebruik meer maken van het sanitair wanneer dit gesloopt is. Daarbij noemt reclamant dat het opmerkelijk is dat het plan aangeeft dat visgelegenheden zijn toegestaan, maar dat dit feitelijk onmogelijk wordt gemaakt op grond van het ontwerpbestemmingsplan.
Reactie gemeente Voor deze gronden verandert er niets m.b.t. tot het gebruik hiervan voor standplaatsen voor kampeermiddelen. Deze zijn onder het huidige bestemmingsplan ook niet toegestaan. Sanitaire voorziening zijn daarentegen wel toegestaan onder het huidige bestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan. Het exploiteren van de visstekken wordt in het bestemmingsplan wel degelijk mogelijk gemaakt omdat het valt onder activiteiten ter ontspanning zoals benoemd onder artikel 1.31 ‘dagrecreatie’ en het naar een aarde daarmee gelijk te stellen vorm van dagrecreatieve bedrijvigheid is zoals benoemd in artikel 1.32 ‘dagrecreatie-gelieerde dienstverlenende bedrijven. Uitbreiding paviljoen en evenementen verhinderen de aanrijroute naar visstek 1 en 2 Reclamant stelt dat de visstekken 1 en 2 niet meer zijn te bereiken met transportmiddelen door de uitbreiding van het paviljoen. Dit geldt ook voor situaties waarin er evenementen plaatsvinden of worden opgebouwd. Ook een 24-uurstoegang en bereikbaarheid bij calamiteit ontbreekt volgens reclamant. Reactie gemeente In het bestemmingsplan worden geen (toegangs-)wegen wegbestemd. Dit betreft een privaatrechtelijke overeenkomst tussen indiener en exploitant. Geluidsonderzoek Reclamant betwist het geluidsonderzoek ‘Akoestische onderbouwing evenementen Bestemmingsplan Strand Nijstad te Hoogeveen’ d.d.
8 januari 2020 (hierna akoestisch onderzoek) op de volgende punten: de totstandkoming, inhoud, het rekenmodel, de wijze van berekenen, invoer/uitvoer, resultaten en conclusies van het onderzoek. Reclamant stelt dat het onderzoek slecht betrekking heeft op muziekgeluid en dat andere bronnen geheel niet meegenomen zijn. Ook acht reclamant het tegenstrijdig dat hoewel de akoestische onderbouwing adviseert om evenementen te laten eindigen om 23:00, het ontwerpbestemmingsplan een eindtijd van 00:00 hanteert voor middelgrote evenementen. Daarbij acht reclamant het niet haalbaar dat omwonenden geïnformeerd zullen worden als evenementen zullen plaatsvinden. Reclamant stelt daarbij indien omwonenden en belanghebbenden geïnformeerd worden, niet alleen de aard en duur van evenement en de tijden voor op- en afbouw en eventuele soundcheck relevant zijn, maar ook de intensiteit en/frequentie van het geluid. Reactie gemeente Het bestemmingsplan ziet toe op het mogelijk maken van muziekevenementen. Het rapport geeft een advies over de eindtijden. Een dergelijk advies kan niet als voorschrift worden gehanteerd. De eindtijden in het bestemmingsplan zijn opgenomen onder 12.2 evenemententerrein. “12.2.1 Gebruik toegelaten evenementen b. de evenementen mogen plaatsvinden in de dag- en avondperiode van een dag, met dien verstande dat: 1.
vier evenementen per jaar mag plaatsvinden in de dag-, avond- en nachtperiode tot uiterlijk 00:00 uur mits dit evenement plaatsvindt op een dag vóór een vrije dag (zaterdag, zondag of een nationale feestdag); 2. vier evenementen per jaar mag plaatsvinden in de dag-, avond- en nachtperiode tot uiterlijk 23:00 uur; Hiermee zijn de eindtijden vastgelegd.”
De intensiteit en/of frequentie van het geluid is, naar onze mening, vastgelegd in de aantallen evenementen en de beperking die is opgenomen met de geluidniveaus. De geluidniveaus zijn zodanig vastgelegd dat er moet worden voldaan aan een gemiddeld niveau binnen 3 minuten. Op deze wijze worden excessen in geluidniveaus voorkomen en moet er te allen tijde binnen de voorgeschreven tijd worden voldaan aan de grenswaarde. De grenswaarde is bovendien ook vastgelegd met een maximum van 80 dB(C). Dit om hinder door lage frequenties te voorkomen. Bij de opgenomen waarden van 65 dB(A) en 80 dB(C) zal geen ontoelaatbare hinder ontstaan. Ontbreken actuele, deugdelijke, concrete en op de zaak en lokale situatie toegesneden meetmethode Reclamant meent dat er geen sprake is van een actuele, deugdelijke, concrete op de zaak en lokale situatie toegesneden meetmethode. Dit omdat voor de locatie een driedimensionaal rekenmodel is gemaakt die overeenkomt met methode-II8 uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’. Ook stelt reclamant dat de aanname dat een muziekcorrectie niet hoeft te worden toegepast onder meer gebaseerd is op een evenementenpublicatie uit 1996 en de NSG-richtlijn uit 2015. Reactie gemeente Het geluidonderzoek is uitgevoerd volgens de voorgeschreven wijze.
Het akoestisch model en rekenprogramma zijn up-to-date en geven geen aanleiding tot aanpassing op dit onderdeel. De HMRI-1999 is voorschreven als basis voor het uitvoeren van akoestische onderzoeken en opstellen van rapportages. Er is geen reden om aan de juistheid hiervan te twijfelen. De publicatie "Nota Limburg" 1996 en NSG-richtlijn van 2015 zijn algemeen geaccepteerde documenten ter onderbouwing van uitgangspunten en overwegingen en zijn naar onze mening op juiste wijze gehanteerd. Onjuiste lezing van rechtspraak, aannames, veronderstelling en de vermeende ervaring waarop de akoestische onderbouwing is gebaseerd Reclamant betwist vermeende kleinschaligheid van de te organiseren evenementen, de geluidsoriëntatie, de geluidsafstraling, de beoordelingshoogte, de gehanteerde van spectra muziek en aard van activiteiten. Reclamant stelt dat de akoestische onderbouwing slechts uitgaat van mechanisch geluid van evenementen en niet van tegenwoordig veel gebruikt digitaal geluid. Ook worden er meerdere absorberende gebieden genoemd terwijl dit niet relevant is. De akoestische onderbouwing gaat eenzijdig uit van geluidsafstraling uit zuidelijke richting vanaf het podium. Mogelijke activiteiten vanaf het water zijn niet verder uitgewerkt omdat de deskundige aanneemt dat de muziekinstallaties op ten hoogste 15m uit de wal worden geplaatst.
Reclamant betwist ook de gehanteerde bronhoogte voor alle locaties van 2m boven het plaatselijk maaiveld. Reactie gemeente De reclamant betwist een groot aantal aspecten, zonder te onderbouwen. Hier is sprake van een mening, die niet is onderbouwd met argumenten. Volgens reclamant gaat de akoestische onderbouwing uit van “-slechts- mechanisch geluid van evenementen en geen tegenwoordig veel gebruikt digitaal geluid.” In het onderzoek is aangegeven dat: “Met het rekenmodel zijn de mogelijke geluidvermogenniveaus van de mechanisch versterkte muziek vastgesteld.” Dit staat voor muziek die door middel van versterkers en geluidsinstallaties ten gehore gebracht wordt en niet slechts akoestisch zonder versterking. Ook digitale muziek wordt via dergelijk mechanische versterking ten gehore gebracht.
Er wordt aangegeven dat meerdere absorberende gebieden worden genoemd, terwijl dit, volgens reclamant, niet relevant is. In het onderzoek zijn relevante harde (reflecterende) bodemgebieden ingevoerd, zoals wegen en water. De basis van het model, is als absorberend, zacht bodemgebied gehanteerd. Er is geen reden om dit als onjuist te beschouwen. Dit is te achterhalen uit bijlage 1, lijst van model eigenschappen en lijst bodemgebieden (Bf 0,0 = hard). In de tekst onder paragraaf 3.1 is het per abuis andersom opgenomen, dit verandert niets aan de uitkomst. De technische invoer is correcte gebeurd. De modellering van de bronnen met betrekking tot muziek zijn juist ingevoerd. Op het podium is rekening gehouden met een reëel verschil in uitstraling naar voor- en achterzijde. Hiervoor zijn 2 bronnen ingevoerd D2 podium voorzijde en D2 podium achterzijde. De hoogte van de bronnen representeren speakers op 2/3 van de hoogte van de werkelijk bronhoogte. In dit geval is als model aangehouden dat de speakers tot 4,5 meterhoogte zullen rijken. Dat is in onderhavige situatie als ruim voldoende te beschouwen voor algemeen voorkomende speaker opstellingen en voldoet daarmee aan modelleringseisen. Er wordt aangegeven dat ter plaatse van het podium eenzijdig uit wordt gegaan van de zuidelijke richting.
Dat is logisch aan gezien het podium zo is geplaatst dat het te bespelen terrein aan de zuidzijde ligt. Het geluid is daarom in die richting terecht als maatgevend aangegeven. De opmerking over evenementen op het water, waarin wordt aangegeven dat deze niet verder zijn uitgewerkt. Het rapport geeft aan dat: “Voor evenementen die worden gehouden op het water zal sprake zijn van oriëntatie in de richting van het strand. De muziekinstallaties zullen op ten hoogste 15 meter uit de wal worden geplaatst. Gelet op de afstand en de oriëntatierichting (de woningen liggen in tegenovergestelde richting van het strand) zullen de activiteiten op het strand maatgevend zijn voor de omliggende woningen. De activiteiten op het water zijn dan ook niet verder uitgewerkt.” Hiermee is de maatgevende situatie inzichtelijk gemaakt. Visstekken niet meegenomen in het akoestisch onderzoek Reclamant wijst erop dat in het akoestisch onderzoek op geen enkele wijze rekening is gehouden met de activiteiten vissen. Visstek 2 en 3 liggen op enkele meters van de evenementen locaties. Er is niet onderzocht wat de invloed zal zijn van de geluidemissie op de visstekken. Reactie gemeente In het kader van milieuwetgeving en in het ruimtelijkspoor zijn dergelijke recreatieve voorzieningen niet aan te merken als geluidgevoelige bestemmingen of bestemming waar een goed woon- en leefklimaat moet worden gewaarborgd.
Visgelegenheden zijn recreatieve bestemmingen in de buitenlucht of met een tent waar in het kader van geluid geen rekening mee gehouden hoeft te worden. Daarnaast zijn er een beperkt aantal momenten dat geluid van de evenementen geproduceerd zal worden, namelijk ten hoogste 14 dagen. Daarbuiten is voldoende gelegenheid om gebruik te maken van de visgelegenheden. Cumulatie ontbreekt in het akoestisch onderzoek Volgens reclamant is geen rekening gehouden met cumulatie van geluid afkomstig van andere relevante geluidsbronnen en de al bestaande hoge geluidsbelasting op onder meer de gevels van de vakantiewoningen.
Niet alle relevante factoren zijn volgens reclamant betrokken bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat waardoor er sprake is van strijd met artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 Awb. Reactie gemeente De afweging voor het geluid op de gevels van de (vakantie)woningen is gemaakt in het onderliggende plan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad 2014, onherroepelijk vastgesteld 16-6-2016. Eventuele cumulatie effecten zijn meegenomen in het akoestisch onderzoek. Niet voldaan aan randvoorwaarden voor het verantwoord en goed gemotiveerd planvoornemen en gehandeld in strijd met de wet en algemene beginselen van behoorlijk bestuur Reclamant meent dat aan de randvoorwaarden voor het nemen van een verantwoorde en goed gemotiveerd planvoornemen niet is voldaan en dat er is gehandeld in strijd met de wat en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Reclamant wil in constructief overleg treden om te komen tot een passende oplossing. Reactie gemeente De belangen zijn in het kader van het bestemmingsplan zorgvuldig in kaart gebracht en afgewogen. In de toelichting zijn deze belangen en aspecten benoemd en onderbouwd. Overleg tussen reclamant en de gemeente heeft plaatsgevonden.