CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport RKC DTZ Het beste moet nog komen

Raadsavond 1 juli 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Rapport DTZ van rekenkamercommissie (+10 minuten toelichting onderzoekers)32.684 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT

Dutch TechZone, het beste moet nog komen Gezamenlijk Rekenkameronderzoek RKC Emmen, Coevorden, Hoogeveen Roel Lauwerier Lai van Beek Thijs Boertien Carmen Hendriks

15 juni 2021

Bestuurlijke nota 1.1. Inleiding In 2013 kampte de DTZ-regio (destijds nog Vierkant voor Werk-regio) met bedrijfssluitingen en krimp in de regio. Om dit tegen te gaan stelden de burgemeesters van de gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Hardenberg het actieplan Vierkant voor Werk op, waarin werd gekeken naar mogelijke oplossingen voor deze problemen. Toen Philips in 2014 aankondigde haar fabriek in Emmen te sluiten, volgde er opnieuw nationale aandacht voor de regio, hetgeen de opmaat vormde tot een gezamenlijke inzet om de economische structuur van de regio te versterken. Naar aanleiding daarvan verscheen op 1 juli 2016 het economisch programma ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk’ van de Commissie Vollebregt - Alberda van Ekenstein (hierna Commissie Vollebregt). Dit is een strategisch actieprogramma gericht op het versterken van de regionale economie van de DTZ-regio. Op 7 juli 2016 heeft minister Kamp het rapport in ontvangst genomen en samen met vertegenwoordigers van de provincie Drenthe en de vier gemeenten zijn steun voor het programma uitgesproken. Ministerie, provincie en gemeenten ondertekenden daartoe een samenwerkingsovereenkomst. Hiermee werd de DTZ-samenwerking een feit (zie ook 2.1). De rekenkamercommissies voeren dit onderzoek uit om de raden inzicht te bieden in de mate waarin met DTZ de oorspronkelijke doelstellingen worden behaald.

Daarnaast willen de rekenkamercommissies de raden informeren over de wijze waarop en de mate waarin zij geïnformeerd zijn over DTZ en de mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Een belangrijke notie hierbij is dat dit onderzoek eerder uitgevoerde evaluaties niet overdoet; deze vormen een welkome input voor het onderzoek. In deze bestuurlijke nota schetsen we de hoofdconclusie van het onderzoek. De hoofdconclusie hebben we gebaseerd op de onderliggende conclusies die we in paragraaf 1.3 uiteenzetten. Aan deze conclusies koppelen we aanbevelingen. De conclusies hebben we gebaseerd op de nota van bevindingen die opgenomen is achter de bestuurlijke nota.

1.2. Hoofdconclusie De hoofdconclusie van dit onderzoek is vierledig: • De focus en de rol van DTZ zijn in de loop van de tijd veranderd. DTZ vervult op dit moment met name een rol als verbinder en versterker van initiatieven. Daarnaast zet DTZ zich in voor de branding van de regio. DTZ voert zelf dus geen projecten uit en heeft geen rol bij de Bedrijvenregeling. De veranderende focus en rol zijn vooral ingegeven door het beperktere budget dat beschikbaar is gesteld voor de samenwerking in DTZ. • Door de raden is onvoldoende gestuurd op de ontwikkeling die DTZ heeft doorgemaakt. Dit komt omdat de raden door de colleges onvoldoende zijn meegenomen bij ontwikkelingen die DTZ heeft doorgemaakt. Zelf hebben de raden bij het ter beschikking stellen van budgetten onvoldoende positie gepakt. Raden hebben het budgetrecht beperkt benut om expliciet te besluiten over de doelstellingen en de rol van DTZ. • Doordat de raden onvoldoende zijn meegenomen, hebben de raden geen goed beeld van wat DTZ precies doet, kost en oplevert.

2

•

Op de doelrealisatie zijn twee perspectieven mogelijk: a. Als je door de bril van de Commissie Vollebregt kijkt, is een deel van de oorspronkelijke doelen onvoldoende concreet uitgewerkt en is de doelrealisatie niet goed vast te stellen. b. Als je door de bril van de aangepaste doelen en rol kijkt, is het gelukt een samenwerking te bouwen van ondernemers, onderwijs en overheden. Dit biedt een infrastructuur waaruit concrete initiatieven voortvloeien (zoals Skills4Future) en op basis waarvan subsidies van andere overheden worden binnengehaald voor de regio (zoals de Regiodeal).

Hieronder worden de verschillende onderdelen van de hoofdconclusie nader toegelicht. De focus en rol van DTZ zijn in de loop der tijd veranderd Dutch TechZone wordt in 2016 door de Commissie Vollebregt voorgesteld als een groots en meeslepend programma, waarbij €65 miljoen geïnvesteerd moet worden om de economische structuur van de regio dusdanig te kunnen versterken dat deze zich in 2030 heeft gevormd tot een industriële hotspot, aangehaakt op en ingebed in een economisch krachtig Noord- en Oost-Nederland. Hiertoe dient geïnvesteerd te worden in vijf speerpunten: 1. Het ondernemerschap in de regio, 2. Onderwijs, 3. Profiel, imago en cultuur, 4. Wonen, omgeving en infrastructuur en 5. Een professionele samenwerkingsstructuur. Onderdeel van deze €65 miljoen is een stimuleringsbudget van €30 miljoen om bedrijven te stimuleren om te investeren in vestiging, groei en innovatie. Economische structuurversterking en nieuwe, duurzame arbeidsplaatsen moeten ontstaan. Daarmee zouden investeringen moeten worden uitgelokt van ca. €280 miljoen en een werkgelegenheidsstijging van jaarlijks ca. 900 fte. Deze €65 miljoen is er uiteindelijk niet gekomen. Wanneer Dutch TechZone in 2017 van start gaat, wordt er voor het uitvoeringsplan een aanzienlijk lager budget beschikbaar gesteld.

Dutch TechZone bestaat dan uit het programma Dutch TechZone, dat €1 per inwoner (resulterend in gemiddeld €280.000 per jaar) en incidentele extra middelen voor projecten ontvangt. Daarnaast wordt er een stimuleringsbudget in de vorm van een Bedrijvenregeling ingesteld, waarin in totaal €15 miljoen voor de periode 2017-2021 wordt gestoken. De regeling wordt in opdracht van de provincie uitgevoerd door SNN en staat daarmee los van het programmabureau. Uit het onderzoek blijkt dat veel raadsleden niet weten hoeveel geld er naar DTZ gaat en hoe het budget van het programmabureau DTZ zich verhoudt tot het budget dat naar de Bedrijvenregeling gaat. Er is ingestemd met een budget, terwijl er nauwelijks een idee was wat ermee gedaan zou worden. Raden hebben daardoor het budgetrecht beperkt benut om expliciet te besluiten over de doelstellingen en de rol van DTZ. De raden hebben geen duidelijk beeld van de kosten van DTZ. De middelen van het programma DTZ en de Bedrijvenregeling zijn destijds door de raden via één besluit vastgesteld. Dit maakt het onderscheid voor raadsleden tussen financiële stromen lastig en hier is ook veel verwarring over ontstaan. Ook zijn er in bijvoorbeeld Coevorden daarnaast nog budgetten die geoormerkt zijn als DTZ-budget, maar niet aan het programma DTZ gelieerd zijn.

Dit kan bijdragen aan verdere verwarring over welke budgetten er met het programma DTZ gemoeid zijn. Daardoor leeft bij sommige raden het beeld dat er veel meer geld in het programma DTZ omgaat dan daadwerkelijk het geval is. Ook is het voor een aantal raadsleden nog onduidelijk hoe de geldstromen van DTZ zich verhouden tot de financiering van de Regiodeal.

3

Deze budgetverlagingen werken ook door op de gestelde doelen. Zo wordt het doel met de Bedrijvenregeling bijgesteld van 900 fte jaarlijks naar 700 fte in totaal. De speerpunten en bijbehorende actielijnen die door de Commissie Vollebregt gekoppeld zijn aan de verschillende speerpunten worden in het uitvoeringsplan doorgaans niet vertaald in meetbare doelstellingen of concreet beoogde projectresultaten. Dit zorgt ervoor dat doelrealisatie en doelmatigheid minder goed te meten zijn. Wanneer eind 2018 wordt afgestapt van het rapporteren van activiteiten aan de hand van de speerpunten, wordt het nog moelijker navolgbaar wat er per speerpunt is gerealiseerd. In de jaaroverzichten en kwartaalrapportages worden de losse projecten, waar DTZ ondersteunend aan is geweest, opgesomd zonder dat hierbij gerefereerd wordt naar bepaalde speerpunten of actielijnen. Ook is er vanuit het programmabureau DTZ zelf niet periodiek bijgehouden in hoeverre vorderingen binnen speerpunten zijn gemaakt en of de speerpunten worden behaald. Doordat vrijwel geen concrete doelen zijn geformuleerd en er afgestapt is van het rapporteren aan de hand van speerpunten, waarin de verschillende ambities gekoppeld zijn, is het voor raadsleden niet goed navolgbaar wat er wel en wat er niet is bewerkstelligd, en in hoeverre DTZ op koers ligt om haar ambities te realiseren.

Door het beperkte budget dat in het programma DTZ gestoken is en de beperkte capaciteit van het programmabureau is eind 2018 gekozen een andere focus aan te brengen, waarbij DTZ met name een rol bekleedt als verbinder en versterker van initiatieven. DTZ voert zelf dus geen projecten uit. Daarnaast zet DTZ zich in voor de branding van de regio. Door DTZ zijn rondom wonen, omgeving en infrastructuur (speerpunt 4 uit het rapport van de Commissie Vollebregt en het uitvoeringsplan) vrijwel geen acties uitgevoerd. Hetgeen wat in 2016 door de Commissie Vollebregt is beschreven, wordt uiteindelijk dus op een heel andere manier geoperationaliseerd. Door de raden is onvoldoende gestuurd op de ontwikkeling die DTZ heeft doorgemaakt De raden zijn daarbij te weinig in de kaderstellende rol gekomen. Er is onvoldoende gestuurd op de ontwikkeling die DTZ heeft doorgemaakt. Ook zijn de raden niet geïnformeerd over het feit dat bepaalde ambities, zoals wonen en omgeving, door DTZ zijn losgelaten en is onvoldoende expliciet gemaakt richting raden dat er een aanscherping van de focus en rol van DTZ heeft plaatsgevonden. De raden zijn daarin onvoldoende meegenomen door de colleges. Maar de raden hebben ook zelf bij het ter beschikking stellen van budgetten onvoldoende positie gepakt.

Doordat de raden onvoldoende zijn meegenomen, hebben de raden geen goed beeld van wat DTZ precies doet, kost en oplevert Doordat de raad aan bij het ter beschikking stellen van de budgetten onvoldoende positie heeft gepakt en doordat bovenstaande ontwikkelingen die zich sinds het verschijnen van het rapport van de Commissie Vollebregt in 2016 hebben afgespeeld, is er vandaag de dag geen goed beeld bij de raden van wat het programma DTZ precies doet, kost en oplevert. Ook voor wat betreft de resultaten van de Bedrijvenregeling is de informatie aan de raden beperkt geweest. Hoewel deze regeling als doel had voornamelijk de prioritaire sectoren HTSM, chemie/biobased, logistiek en energie te stimuleren, is er geen terugkoppeling geweest in hoeverre elk van deze sectoren baat heeft gehad bij de regeling. Daarnaast zien we dat het onderscheid tussen verwachte arbeidsplaatsen (het aantal arbeidsplaatsen dat aanvankelijk wordt beoogd bij het maken van de investering) en de daadwerkelijk gerealiseerde arbeidsplaatsen (die achteraf gecontroleerd zijn door SNN) niet expliciet is toegelicht aan de raden.

Doelrealisatie door verschillende brillen worden bekeken Door de ontwikkeling van de DTZ-samenwerking kan op twee manieren naar de doelrealisatie worden gekeken: Als je door de bril van de Commissie Vollebregt kijkt naar de doelrealisatie, is te constateren dat een deel van de oorspronkelijke doelen niet (voldoende concreet) is uitgewerkt en dat de doelrealisatie niet goed is vast te stellen. Als je echter door de bril van de aangepaste focus en rol kijkt, blijkt dat in korte tijd de samenwerking tussen

4

ondernemers, onderwijs en overheden is verbeterd waarbij de partners aangeven tevreden te zijn over de manier waarop DTZ hierin verbindend optreedt. Dankzij DTZ is een samenwerking gerealiseerd tussen overheden, organisaties en onderwijsinstellingen die er voorheen in de regio nog niet was. Zo werken de gemeenten nu samen aan de versterking van de regio als geheel, in plaats van elkaar te beconcurreren. Zo is er bijvoorbeeld een gezamenlijk bidbook opgesteld en is er een contentplatform opgezet waarin diverse succesvolle projecten en initiatieven binnen de regio naar voren komen. Verder werken het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen nu samen om te zorgen dat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt. In een interview met de onderwijsinstellingen is bijvoorbeeld aangegeven dat doordat partijen elkaar kenden sneller een grote subsidie van €12 miljoen kon worden binnengehaald. Daarnaast stellen veel geïnterviewde personen dat mede door de betere samenwerking die door DTZ is ontstaan de Regiodeal is binnengehaald. Er is een lange lijst van projecten waar DTZ een initiërende, faciliterende of verbindende rol heeft gespeeld. Echter, waar het gaat om de branding moeten nog extra stappen worden gezet. Bedrijven geven aan positief te zijn over de samenwerking die door DTZ is ontstaan.

Zij weten elkaar, overheden en onderwijsinstellingen, nu beter te vinden en er is op een aantal vlakken succesvol samengewerkt. Zo trekt een aantal ondernemers, die elkaar voorheen niet goed kenden, nadat zij door DTZ met elkaar in contact zijn gebracht met elkaar op rondom bijvoorbeeld digitaliseringsvraagstukken en werken ondernemersverenigingen uit de regio meer samen. Ook zijn bedrijven positief over de betere samenwerking met onderwijs, waarbij bijvoorbeeld samen is gekeken hoe het opleidingsaanbod beter kan worden afgestemd op de behoefte vanuit de arbeidsmarkt. Daarnaast geven bedrijven aan dat door DTZ de regio beter op de kaart staat. Dit is volgens hen noodzakelijk om te voorkomen dat mensen wegtrekken uit de regio om elders te werken en wonen, en om goed geschoold personeel aan te kunnen trekken. Daarbij wordt de wens aangegeven dat hier in de toekomst nog verder op ingezet wordt. Net als de bedrijven, zijn ook de onderwijsinstellingen positief over de samenwerking en de initiatieven die daaruit voortvloeien.

1.3. Aanbevelingen De hoofdconclusie leidt tot de volgende aanbevelingen: Aanbeveling 1. Grijp als raden gezamenlijk het besluitvormingsmoment over de verlenging van DTZ aan om kaders te stellen. Dit jaar dienen de raden een besluit te nemen over de voortzetting van het programma DTZ. Raden kunnen dit als een natuurlijk moment aangrijpen om zichzelf meer in positie te brengen door aan de voorkant kaders te stellen hoe het verstrekte budget dient te worden aangewend. Dit kan door bij het ter beschikking stellen van budgetten aan te geven welke doelen de raden belangrijk vinden voor DTZ, hoe hierop gestuurd moet worden en op welke wijze de raden daarover worden geïnformeerd. Alle vier de gemeenten hebben een gemeenschappelijk belang bij de DTZ samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheden. Het is in onze ogen dan ook aanbevelenswaardig als de raden elkaar ter afstemming opzoeken zodat ze tot een gezamenlijke kaderstelling komen. Aanbeveling 2. Verbeter als raad je informatiepositie. Geef als raad richting het college aan hoe je over DTZ geïnformeerd wilt worden en hoe doelrealisatie inzichtelijk moet worden gemaakt.

5

Aangezien de rol en taken van DTZ zich minder goed lenen voor het stellen van SMART doelen, kan gekozen worden om in plaats van te sturen op doel te sturen op proces. Bijvoorbeeld door periodiek meer inzicht te krijgen in de stand van zaken van de samenwerking, tot welke initiatieven dit heeft geleid, tegen welke knelpunten nog wordt aangelopen en hoe deze worden aangepakt. Daarnaast kan informatie overzichtelijker worden door meer categorisering aan te brengen, zoals voorheen bijvoorbeeld door middel van speerpunten gebeurde. Door projecten en initiatieven onder te brengen onder verschillende ambities of meer algemene doelen, krijgen buitenstaanders een overzichtelijker beeld wat er allemaal rondom een ambitie of doel is gerealiseerd en hoe de verschillende initiatieven en projecten zich tot elkaar verhouden. Dit maakt monitoring ook eenvoudiger, door bijvoorbeeld per doel of ambitie te kijken wat er sinds de vorige rapportage is veranderd, welke vorderingen binnen projecten zijn gemaakt en welke vorderingen er in de aanloop naar de volgende periode worden verwacht. Aan dit laatste kan dan bij de volgende rapportage vervolgens weer getoetst worden. Daarnaast is in de sessies door alle drie de raden aangegeven dat zij graag via informatiebijeenkomsten geïnformeerd willen worden over de voortgang en resultaten van DTZ.

Daarbij willen de raden nadrukkelijk ondernemers en onderwijsinstellingen in positie stellen om daarbij hun ervaringen met DTZ te delen, omdat raden behoefte hebben aan inzichten in de toegevoegde waarde van het programma vanuit de samenwerkingspartners. Spreek als raden deze wens uit en laat het college dergelijke bijeenkomsten organiseren. Aanbeveling 3. Zorg voor meer overzichtelijkheid in de financiële stromen Geef het college de opdracht duidelijker onderscheid te maken tussen de verschillende financiële stromen. Bijvoorbeeld door duidelijk te maken welk budget er aan het programma DTZ is besteed en welk budget naar de Bedrijvenregeling is gegaan. Verder dient er duidelijker onderscheid te worden gemaakt in de budgetten voor DTZ en de budgetten voor de Regiodeal. Dit geldt ook voor de besteding van eventuele budgetten, die mogelijk een aan DTZ gerelateerde benaming hebben. Indien deze budgetten niet altijd naar het programma DTZ gaan, overweeg dan een andere benaming om verwarring over de aan DTZ bestede middelen te voorkomen.

6

1.4. Gezamenlijke bestuurlijke reactie 21 april 2021 Uw bericht Kenmerk Coevorden, Emmen en Hoogeveen Onderwerp

31348-2021:241955 1 juni 2021

Verzenddatum: 1 juni 2021

Bestuurlijke reactie op het Rekenkameronderzoek Dutch TechZone

Geachte heer de Boer, Op 21 april jl. ontvingen wij van u het concept Rekenkameronderzoek Evaluatie Dutch TechZone voor bestuurlijk wederhoor. U heeft als Rekenkamercommissies van de gemeenten Hoogeveen, Emmen en Coevorden onderzoek gedaan om de raden inzicht te bieden in de mate waarin met DTZ-doelen worden behaald, de wijze waarop en de mate waarin de raden geïnformeerd zijn over DTZ en de mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Graag maken wij van de gelegenheid gebruik om te reageren op uw conclusies en aanbevelingen. Wij hebben de gemeente Hardenberg, met wie wij samen in DTZ-verband werken aan de economische positie van de regio, geïnformeerd over onze bestuurlijke reactie. Conclusies De rol en focus van DTZ zijn in de loop der tijd veranderd De ambitie van DTZ is om samen met bedrijven en kennisinstellingen een specialistische en hoogwaardige maakindustrie met internationale uitstraling en excellent vakmanschap te bereiken, is in onze optiek onveranderd van kracht. De uitwerking van dit doel is sterk afhankelijk van twee factoren; de sterkte van het netwerk en de beschikbare middelen. DTZ is een relatief nog jong samenwerkingsverband dat eerst moet groeien; een netwerk en onderling vertrouwen moet opbouwen om zich verder te kunnen ontplooien.

In uw onderzoek en ook in de eerder uitgevoerde evaluatie1 komt naar voren dat de samenwerkingskracht van Dutch TechZone sinds 2017 duidelijk is versterkt. Overheden, bedrijfsleven en onderwijs vinden elkaar in een gedeelde urgentie en werken aan gedeelde verwachtingen, met begrip voor elkaars positie en rol en vanuit gelijkwaardigheid. Er is een vertrouwensbasis ontstaan en deze is nog steeds groeiende. Wij zijn blij dat ook terug te lezen in uw rapport. De beperkte beschikbare middelen maakt dat de uitwerking van het hoofddoel niet de omvang van het programma zoals wij, op advies van de Commissie Vollebregt - Alberda van Ekenstein, voor ogen hadden. Met de strategische agenda, waarin we richting geven aan het vervolg van DTZ, willen we concreter invulling geven aan onze ambitie voor de komende vier jaren. Wij onderschrijven uw conclusie dat het monitoren van de doelstellingen van DTZ onvoldoende is geweest. We herkennen ons in uw uitspraak dat de inzet van DTZ zich ook lastig laat vangen in SMART-geformuleerde doelen. Wij kunnen ons vinden in uw suggestie om meer te sturen op het proces rondom de samenwerking, de initiatieven die zijn ontstaan en de mogelijke knelpunten. Verhalen van ondernemers en onderwijsinstellingen over de betekenis van DTZ dragen bij aan het op een rijkere manier verantwoorden wat DTZ doet in de regio. Dit wordt dan ook steeds

1

Evaluatie Dutch Techzone uitgevoerd door ERAC impact (2020)

7

nadrukkelijker onderdeel van de verantwoordingsrapportages. Door de raden is onvoldoende gestuurd op de ontwikkeling die DTZ heeft doorgemaakt We zijn het met de Rekenkamercommissie eens dat wij richting onze raden explicieter hadden kunnen zijn in de informatieverstrekking over de uitvoering van DTZ. De komst van de Regiodeal met ambities op de pijlers Welzijn, Wonen en Werk en de gezamenlijke informatieverstrekking daarover biedt volgens ons nu een goede bron aan informatie over de projecten die ook onder de vlag van DTZ uitgevoerd worden. Doordat de raden onvoldoende zijn meegenomen, hebben de raden geen goed beeld van wat DTZ precies doet, kost en oplevert Wij hebben onze raden op verschillende momenten afzonderlijk informatie verstrekt over DTZ. Daarnaast leggen we verantwoording af over DTZ in de reguliere P&C-cyclus. Wij onderschrijven het belang van een juist beeld over wat DTZ doet, kost en oplevert. Graag gaan wij met de raden in gesprek over de wijze waarop zij hierin meegenomen willen worden. Doelrealisatie: door verschillende brillen bekeken Wij zijn trots op de manier waarop wij samen met bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden werken aan het versterken van de regio en de impuls die deze samenwerking geeft aan de regio.

Wij herkennen ons in de conclusie dat er een infrastructuur is opgebouwd die onderwijs, ondernemers en overheden beter hebben verbonden en tot aantoonbare resultaten leidt. Aanbevelingen 1. Grijp als raden gezamenlijk het besluitvormingsmoment over de verlenging van DTZ aan om kaders te stellen De ontwikkeling van de sociaaleconomische infrastructuur in onze regio vraagt om een langdurige en meerjarige aanpak. We ervaren gezamenlijk commitment op de samenwerking en voelen energie en beweging in de regio. Nu de basis van het samenwerkingsverband er staat en de nodige onderlinge verbindingen zijn gelegd, is het belangrijk om door middel van een strategische agenda gezamenlijk de richting en focus te bepalen voor de komende vier jaren. De aanbevelingen uit dit Rekenkameronderzoek en de eerder uitgevoerde evaluatie zijn input voor de strategische agenda en bieden de raden inzichten voor het maken van afwegingen en het stellen van kaders. In onze optiek hebben de raden van de deelnemende gemeenten een belangrijke rol in het stellen van deze kaders bij de besluitvorming over de voortzetting van DTZ. Die tot uiting moeten komen in de strategische agenda. Daarnaast is het financiële kader bepalend voor de mogelijkheden en reikwijdte van de inzet van DTZ. 2. Verbeter als raad je informatiepositie Bij het stellen van doelmatige kaders horen ook verantwoordingskaders.

De acties en investeringen die wij in DTZverband doen zijn gericht op de langere termijn. Dat betekent dat wij de effecten van deze acties en investeringen pas op lange termijn kunnen waarnemen. Daarom is het belangrijk om ook te kijken naar tussentijdse resultaten en welke verantwoordingsinstrumenten helpen om het juiste inzicht en gevoel te krijgen bij de effecten van DTZ. We hebben gemerkt dat het bijpraten van de raden met gezamenlijke bijeenkomsten goed werkt, die zullen we in de toekomst vaker organiseren. Daarnaast kunnen raadsleden onderling contact opnemen om ervaringen uit te wisselen. 3. Zorg voor meer overzichtelijkheid in de financiële stromen In onze Programmabegrotingen zullen wij zorgen voor duidelijkheid ten aanzien van de budgetten die gerelateerd zijn DTZ. Tot slot

8

Wij zijn de rekenkamercommissies erkentelijk dat zij dit onderzoek hebben uitgevoerd. Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten over de ontwikkeling van DTZ en geeft input om de kaderstellende en controlerende positie van de raden te verbeteren.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Coevorden, De secretaris

de burgemeester

B.M. de Vries

B.J. Bouwmeester

het college van burgemeester en wethouders van Emmen, De secretaris

de burgemeester

M. Plantinga-Leenders

H.F. van Oosterhout

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen, De secretaris a.i.

de burgemeester

Jan Scholten

Karel Loohuis

9

1.5. Bestuurlijk nawoord gezamenlijke rekenkamercommissies Gezamenlijke bestuurlijke reactie De colleges van burgemeester en wethouders van Coevorden, Emmen en Hoogeveen, hebben een gezamenlijke reactie geformuleerd op onze onderzoeksbevindingen. Wij zijn blij dat ook de colleges samenwerking gezocht hebben bij dit onderzoek en het beoordelen van de conceptrapportage en het formuleren van een bestuurlijke reactie. De colleges herkennen zich in grote lijnen in onze conclusies en aanbevelingen. Zij erkennen dat een aantal punten voor verbetering vatbaar is. Zij geven in de gezamenlijke reactie aan dat zij graag met de raden in gesprek gaan. Zij zien ook zeker de meerwaarde van de samenwerking binnen DTZ. Wij benadrukken overigens nog dat de Bedrijvenregeling geen onderwerp van onderzoek vormde bij dit onderzoek. Wel is met medewerking van de provincie en SNN informatie gevraagd en verkregen over de (huidige) resultaten van de bedrijvenregeling. Het zou als "bijvangst" van dit onderzoek beschouwd kunnen worden. De rekenkamercommissies zijn verheugd over de reactie van de colleges van burgemeester en wethouders op dit rapport. De colleges kunnen instemmen met de algemene conclusies daarvan. De geformuleerde aanbevelingen zijn specifiek gericht aan de raad.

Het is mooi om te constateren dat alle colleges actief met de raden mee willen denken over de wijze waarop de informatievoorziening verbeterd kan worden. Ambities In ons onderzoek hebben wij vastgesteld dat er bij aanvang van de DTZ-samenwerking er sprake was van een hoog ambitieniveau. De colleges geven in de bestuurlijke reactie aan dat de beperkt beschikbare middelen maken dat de uitwerking van het hoofddoel niet de omvang had zoals zij, op advies van de Commissie Vollebregt - Alberda van Ekenstein, voor ogen hadden. Wij tekenen hierbij aan dat in de vervolgbesluitvorming sprake zal moeten zijn van evenwicht tussen ambities en beschikbare middelen. Bij de besluitvorming over de strategische agenda zal een nadere keuze voor de hand liggen: ambities neerwaarts bijstellen of de beschikbare middelen verhogen. Het is aan de gemeenteraden om daarvoor kaders te stellen. Rol gemeenteraden De raden zullen bij het over dit rapport te nemen besluit moeten aangeven welke punten zij voor de eigen gemeente belangrijk vinden en welke informatie zij waarover, in welke vorm en op welk tijdstip wensen te ontvangen. Van belang daarbij is ook dat tussen de raden en de colleges duidelijkheid komt op welke termijn er wel effecten zichtbaar/meetbaar zijn. Daarbij is helder dat de ontwikkeling van de sociaaleconomische infrastructuur in onze regio vraagt om een langdurige en meerjarige aanpak.

Besluit gemeenteraden Wij verwachten dat de conclusies en aanbevelingen, samen met de informatie uit de bestuurlijke reactie, de raden en de colleges zullen helpen bij de menings- en besluitvorming over de sturing op, de verantwoording over en de controle op de uitvoering van de DTZ-samenwerking. Ook vinden wij het gewenst dat er over het vervolg een door/met de gemeenteraden afgestemde besluitvorming komt. De samenwerking van de colleges bij de beoordeling van dit rapport lijkt daarvoor een goede basis te kunnen bieden. De colleges kunnen hiervoor met een onderling afgestemd voorstel komen en daarbij een “stip op de horizon zetten”. Tot slot Zoals ook het college concludeert biedt dit onderzoek waardevolle inzichten over de ontwikkeling van DTZ en geeft het input om de kaderstellende en controlerende positie van de raden te verbeteren. Gezien onze

10

onderzoeksbevindingen zien wij geen beletselen om de in gang gezette constructieve samenwerking in de regio tussen de drie “O”-s (Onderwijs, Ondernemers en Overheid) voort te zetten. Er is voldoende basis om op de ingeslagen weg door te gaan. Wij zijn voornemens over twee jaar een doorwerkingsonderzoek te doen. Daarin zullen wij nagaan in welke mate de beoogde effecten zijn bereikt. Gelet op onze onderzoeksbevindingen zoals hierboven beschreven hebben wij het rapport als titel geven: “DTZ, het beste moet nog komen”.

11

Nota van bevindingen

12

Inhoudsopgave Bestuurlijke nota 1.1. Inleiding 1.2. Hoofdconclusie 1.3. Aanbevelingen 1.4. Gezamenlijke bestuurlijke reactie 1.5. Bestuurlijk nawoord gezamenlijke rekenkamercommissies

2 2 2 5 7 10

Nota van bevindingen

12

Inhoudsopgave

13

1. Inleiding

16

1.6. Aanleiding voor het onderzoek 1.7. Vraagstelling 1.7.1. Onderzoeksvragen 1.7.2. Onderzoeksdoel 1.7.3. Scope 1.7.4. Normenkader 1.8. Aanpak 1.9. Leeswijzer

2. Ambities en doelstellingen Dutch TechZone

16 16 16 17 17 18 19 20

21

2.1. Aanleiding voor Dutch TechZone (voorheen Vierkant voor Werk) 21 2.2. Rapport Commissie Vollebregt: visie en speerpunten 22 2.3. Uitvoeringsplan 2017-2021: ambities en doelstellingen 24 2.4. Analyse samenhang tussen het rapport Commissie Vollebregt en het uitvoeringsplan 26 2.5. Toetsing Normenkader – Ambities en doelstellingen 28 2.5.1. Norm 1: De vastgelegde doelstellingen zijn in lijn met de bevindingen van de Commissie Vollebregt28 2.5.2. Norm 2: De in 2017 vastgestelde ambities t.a.v. Vierkant voor Werk en later DTZ zijn concreet geformuleerd en zijn vertaald in concrete, meetbare en realistische doelstellingen 29

3. Doelrealisatie 3.1. Jaarlijkse ontwikkelingen 3.2. Monitoring van resultaten 3.3. Resultaten 3.4. Ervaringen van bedrijven

30 30 33 35 38

13

3.5. Resultaten bedrijvensubsidieregeling 40 3.5.1. Opzet, doelen en budget 40 3.5.2. Uitvoering en bijstelling van de regeling 41 3.5.3. Resultaten bedrijvenregeling (tot en met maart 2021) 42 3.6. Toetsing Normenkader - Doelrealisatie 46 3.6.1. Norm 1: De in 2017 vastgestelde ambities en doelstellingen zijn gerealiseerd of aannemelijk is dat de doelstellingen op koers liggen om gerealiseerd te worden 46 3.6.2. Norm 2: De samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen heeft een constructieve bijdrage geleverd aan het behalen van de afgesproken doelstellingen 47 3.6.3. Norm 3: Het realiseren van de afgesproken doelstellingen heeft een positieve invloed op de werkgelegenheid in de regio 47 3.6.4. Norm 4: Er is een schema voorhanden dat op een gestructureerde manier periodiek de totaalresultaten en de resultaten per gemeente registreert 48 3.6.5. Norm 5: Bedrijven hebben de ondersteuning en de samenwerking in het kader van DTZ als positief ervaren 48

4. Doelmatigheid

49

4.1. Budgetspecificatie bij aanvang van Vierkant voor Werk 49 4.2. Overzicht bestede middelen DTZ 51 4.3. Analyse doelmatigheid 54 4.4. Toetsing Normenkader – Doelmatigheid 55 4.4.1. Norm 1: Vooraf is het benodigde budget voor de realisatie van de ambities en doelstellingen van DTZ duidelijk gespecificeerd. 56 4.4.2. Norm 2: Het vooraf beschikbaar gestelde budget is voldoende voor de realisatie van de ambities en doelstellingen van DTZ 56

5. Rol van de raden

57

5.1. Kaderstelling raden 57 5.1.1. Voorbereiding gemeenteraden op Vierkant voor Werk 57 5.1.2. Financiële kaderstelling raden 58 5.1.3. Inhoudelijke kaderstelling raden 59 5.2. Informatievoorziening raden 61 5.2.1. Informatievoorziening aan raden: (inzet) instrumenten 61 5.2.2. Informatievoorziening: perspectief en behoefte raden 64 5.3. Toetsing Normenkader – Rol van de raad 68 5.3.1. Norm 1: De raden krijgen de informatie die nodig is voor het uitvoeren van hun controlerende en kaderstellende rol. 68 5.3.2. Norm 2: De raden hebben dezelfde informatiepositie bij aanvang en gedurende de looptijd van DTZ gehad 69 5.3.3. Norm 3: De raden zijn betrokken geweest bij het opstellen en het uitvoeren van de ambities, doelstellingen en kaders rondom VvW en later DTZ 69

Bijlage 1 – Overzicht geïnterviewde personen

70

14

Bijlage 2 – Governance structuur programma Dutch TechZone

72

Bijlage 3 – Kaderstelling raden

73

15

1. Inleiding 1.6. Aanleiding voor het onderzoek In het project Dutch TechZone (DTZ) werken de overheid, ondernemingen en onderwijsinstellingen in de gemeenten Coevorden, Emmen, Hardenberg en Hoogeveen samen. Het doel is om werkgelegenheid te scheppen door de bestaande, sterke industrie te stimuleren. Opgericht in 2014 onder de naam Vierkant voor Werk (VvW), heet deze samenwerking sinds 1 januari 2019 DTZ. Basis voor de samenwerking vormt de samenwerkingsovereenkomst van 7 juli 2016 die - naast de deelnemende gemeenten - door de provincie Drenthe en het ministerie van Economische Zaken is ondertekend. Er is de deelnemende gemeenten veel aan gelegen dat het project goed functioneert. Ten eerste is het een kans om de relatief hoge werkloosheid in de gemeenten aan te pakken, door de sociaaleconomische structuur van de regio te versterken. Ten tweede is het ook financieel een groot project. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst heeft het ministerie van Economische Zaken een bijdrage van € 4 miljoen beschikbaar gesteld aan het stimuleringsbudget voor bedrijfsontwikkeling in het gebied van de deelnemende gemeenten. Ook de deelnemende gemeenten zelf hebben enkele miljoenen euro’s beschikbaar gesteld.

Ten slotte is het werken in een brede coalitie van partners via een triplehelixverband (Overheid, Ondernemingen en Onderwijsinstellingen) een bijzondere en relatief nieuwe vorm van samenwerking voor de gemeenten. Voornoemde inhoudelijke, financiële en bestuurlijke belangen van de samenwerking maken het noodzakelijk dat de resultaten en de effecten van het project op een adequate manier aan de afzonderlijke gemeenteraden wordt teruggekoppeld. Het samenwerkingsverband Vierkant voor Werk, en later DTZ, is in 2018 en 2020 al onderwerp geweest van (externe) evaluaties. Zowel de gemeenteraad van Coevorden als de Rekenkamercommissie Coevorden is tot op heden niet volledig tevreden over het inzicht dat de eerste rapportages boden in dit samenwerkingsverband. Een soortgelijk kritisch geluid over de bestaande rapportages kwam vanuit de raad van Hoogeveen. Ook de andere rekenkamercommissies zien een meerwaarde in het doen van onderzoek naar DTZ. Daarbij dient enerzijds in ogenschouw te worden genomen dat deze samenwerking nog relatief nieuw is. Anderzijds is de huidige looptijd van DTZ beperkt tot en met 2021. Tevens is de realiteit dat de deelnemende gemeenten in 2021 een besluit zullen nemen over een verlenging van de samenwerking. Een gezamenlijke evaluatie kan de gemeenten sterken in het nemen van een weloverwogen besluit over het vervolg van het samenwerkingsverband.

1.7. Vraagstelling 1.7.1. Onderzoeksvragen Welke ambities zijn destijds (2017) vastgesteld ten aanzien van Vierkant voor Werk? • Hoe zijn deze ambities vertaald naar meetbare doelstellingen en zijn die doelstellingen in lijn met de bevindingen van de Commissie Vollebregt? • In welke mate heeft DTZ bijgedragen aan het opvolgen van deze aanbevelingen?

16

2. In welke mate worden deze ambities en de daaruit voortvloeiende doelstellingen behaald? • Is er sprake van economische structuurversterking als gevolg van DTZ? • In welke mate is de samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers gerealiseerd en welke concrete effecten heeft dit gehad? • In welke mate sluit het onderwijs aan (is gaan aansluiten) op de realiseert het onderwijs een kennisinfrastructuur die aansluit bij de kennisbehoefte van het bedrijfsleven in de regio? • In welke mate heeft DTZ bijgedragen aan nieuwe bedrijfsvestigingen? 3. Wat is de invloed daarvan van het realiseren van ambities en doelstellingen op de werkgelegenheid? • Welke bedrijfssectoren/bedrijven hebben het meest baat gehad bij de resultaten die zijn te herleiden tot de inzet van DTZ? (Bijvoorbeeld: arbeidsintensieve sectoren of kennisintensieve sectoren; grootbedrijf of mkb; enz.?) • In welke mate is eventuele groei van de werkgelegenheid te herleiden tot de inzet van DTZ? 4. Wat zijn de resultaten van DTZ gespecificeerd naar de deelnemende gemeenten? Hoe verhoudt zich dat tot de totaalresultaten (bijv. v.w.b. de groei van de werkgelegenheid)? 5. In welke mate worden de financiële middelen efficiënt besteed? 6. Hoe hebben de bedrijven die ondersteuning via het programma DTZ hebben aangevraagd de ondersteuning en de samenwerking in het kader van DTZ ervaren? 7.

In welke mate hebben de raden de informatie gekregen die zij nodig hebben om te kunnen kaderstellen en controleren? • In hoeverre hebben/hadden de gemeenteraden dezelfde informatiepositie bij aanvang en gedurende de looptijd van DTZ? • Zijn de raden op dezelfde wijze geïnformeerd over DTZ? • Zijn/waren er accentverschillen bij de raden m.b.t. de verwachtingen t.a.v. DTZ? 8. Op welke wijze en in welke mate hebben de raden invloed op het beleid en het uitvoeringsprogramma?

1.7.2. Onderzoeksdoel De rekenkamercommissies van Emmen, Coevorden en Hoogeveen voeren dit onderzoek uit om de gemeenteraden te informeren over de mate waarin de bij aanvang van de samenwerking beoogde doestellingen zijn/worden bereikt. Daarnaast willen de rekenkamercommissies de raden informeren over de wijze waarop en de mate waarin zij geïnformeerd zijn over DTZ en de mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Een belangrijke notie hierbij is dat dit onderzoek eerder uitgevoerde evaluaties niet overdoet; deze vormen een welkome input voor het onderzoek.

1.7.3. Scope Het onderzoek richt zich op de onderzoeksperiode 2017 tot en met december 2020, het moment waarop het onderzoek van start ging. De rekenkamercommissie van Hardenberg heeft besloten niet te participeren in het onderzoek. Daarom is de gemeente Hardenberg niet in het onderzoek betrokken.

17

De uitvoering van de Bedrijvenregeling is door de provincie Drenthe ondergebracht bij SNN. In die bestuurlijke afspraken zijn ook afspraken vastgelegd over rapportage over de voortgang en evaluatie van deze regeling. Inmiddels zijn enkele evaluaties naar de Bedrijvenregeling en de DTZ-samenwerking uitgevoerd. Voorliggend onderzoek wil deze evaluaties niet over doen. Ook wordt SNN in het kader van dit onderzoek niet geëvalueerd. Het onderzoek leidt niet tot een oordeel over SNN en/of provincie. De rekenkamercommissies willen voor de raden inzichtelijk maken wat de resultaten zijn van Vierkant voor Werk/DTZ en de middelen die zij daarin hebben gestoken. Wel is het zo dat SNN over informatie beschikt op basis waarvan nader inzicht kan worden gegeven in de resultaten van de inzet in het kader van Vierkant voor Werk/DTZ. Daarbij gaat het vooral om actuele data van de resultaten van de Bedrijvenregeling. Deze data is, voor zover deze beschikbaar was, meegenomen in dit onderzoek.

1.7.4. Normenkader Op basis van de onderzoeksvragen is een normenkader vastgesteld, waarmee de onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord. Dit normenkader omvat verschillende normen aangaande de ambities en doelstellingen van DTZ, de doelmatigheid en doelrealisatie, alsmede de positie van de raad. Het normenkader is opgesteld door TwynstraGudde in samenspraak met de rekenkamercommissies, en is vastgesteld tijdens het startgesprek door de rekenkamercommissies. In het onderzoek zal worden getoetst in hoeverre de formulering van de ambities en doelstellingen, de uitvoering van het beleid, de doelmatigheid en het in positie stellen van de raden om hun rollen in te kunnen vullen, aan deze normen voldoen. Dit gebeurt in de hoofdstukken 3 tot en met 6, op basis van onderstaand normenkader. In hoofdstuk 3 zal worden ingegaan op het normenkader aangaande de ambities en doelstellingen, in hoofdstuk 4 aangaande de doelrealisatie, in hoofdstuk 5 aangaande de doelmatigheid, en ten slotte in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het normenkader aangaande de rol van de raden. Aspect

Vraag

Norm

Ambities en

1

De vastgestelde doelstellingen zijn in lijn met de bevindingen van de Commissie Vollebregt.

doelstellingen

1

De in 2017 vastgestelde ambities t.a.v. Vierkant voor Werk en later DTZ zijn concreet geformuleerd en

Doelrealisatie

2

zijn vertaald in concrete, meetbare en realistische doelstellingen De in 2017 vastgestelde ambities en doelstellingen zijn gerealiseerd of aannemelijk is dat de doelstellingen op koers liggen om gerealiseerd te worden 2

De samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen heeft een constructieve bijdrage geleverd aan het behalen van de afgesproken doelstellingen

3

Het realiseren van de afgesproken doelstellingen heeft een positieve invloed op de werkgelegenheid in de regio

4

Er is een schema voorhanden dat op een gestructureerde manier periodiek de totaalresultaten en de resultaten per gemeente registreert

6

Bedrijven die ondersteuning via DTZ hebben aangevraagd hebben de ondersteuning en de samenwerking in het kader van DTZ als positief ervaren

Doelmatigheid

5

Vooraf is het benodigde budget voor de realisatie van de ambities en doelstellingen van DTZ duidelijk gespecificeerd.

5

Het vooraf beschikbaar gestelde budget is voldoende voor de realisatie van de ambities en doelstellingen van DTZ

Rol van de raad

7

De raden krijgen de informatie nodig is voor het uitvoeren van hun controlerende en kaderstellende rol.

7

De raden hebben dezelfde informatiepositie bij aanvang en gedurende de looptijd van DTZ gehad

8

De raden zijn betrokken geweest bij het opstellen en het uitvoeren van de ambities, doelstellingen en kaders rondom Vierkant voor Werk en later DTZ

18

Ten slotte worden op basis van de toetsing van het normenkader de conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd, die worden uiteengezet in het eerste hoofdstuk.

1.8. Aanpak Het onderzoek is uitgevoerd in vijf stappen, die hieronder schematisch worden weergegeven.

Het startgesprek tussen de rekenkamercommissies heeft plaatsgevonden op donderdag 10 december 2020. In het startgesprek zijn de onderzoeksstappen vastgesteld en is in samenspraak met de rekenkamercommissies een normenkader vastgesteld dat gehanteerd wordt in het onderzoek om de bevindingen te toetsen. Ook zijn tijdens het startgesprek werkafspraken gemaakt en is er een voorselectie gemaakt van de documenten die gebruikt worden in de documentenanalyse. Het dossieronderzoek heeft voornamelijk plaatsgevonden in januari en februari 2021. Ten tijde van de interviews is ook nog een aantal documenten nagestuurd. Documenten die zijn bestudeerd zijn onder andere: • Documenten rondom de oprichting van DTZ. • Strategische documenten en kaderplannen van de gemeenten Emmen, Hoogeveen en Coevorden. • Eerdere evaluatie van DTZ, evaluaties van de Bedrijvenregeling. • Resultaten van de Bedrijvenregeling. • Jaarplannen, kwartaalrapportages en jaarverslagen van DTZ. • Kwartaal- en jaarrapportages van DTZ. • Documenten uit de P & C-cyclus van de gemeenten Emmen, Hoogeveen en Coevorden. • Memo's en informatiestukken aan de raden aangaande DTZ. • Vragen en moties vanuit de raden.

19

In februari en maart 2021 zijn de interviews gehouden. Deze interviews zijn gehouden met onder andere de bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen bij de gemeenten Emmen, Coevorden en Hoogeveen. Daarnaast hebben interviews plaatsgevonden met de provincie Drenthe en het ministerie van EZ. Naast overheden is er ook gesproken met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. De volledige lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 1. Daarnaast hebben op 3 en 4 maart 2021 raadsessies plaatsgevonden met afgevaardigden van de gemeenteraden van Emmen, Coevorden en Hoogeveen. De namen van de raadsleden die deel hebben genomen aan deze sessie zijn eveneens in bijlage 1 te vinden. De bevindingen uit het documentenonderzoek, de interviews en de sessies zijn verwerkt tot een eindrapportage. De rapportage is in april onderworpen aan ambtelijk en bestuurlijk wederhoor. Vervolgens is de definitieve rapportage op 8 juni 2021 opgeleverd.

1.9. Leeswijzer In dit rapport komen de volgende hoofstukken aan bod: 1. Conclusies en aanbevelingen: op basis van de bevindingen die voortkomen uit het toetsen van het normenkader in de hoofstukken 3 tot en met 6 worden conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd die later in het rapport verder uiteen worden gezet in de individuele hoofstukken. 2. Inleiding met onderzoeksvragen, normenkader en aanpak. 3. Ambities en doelstellingen: hierin vindt een evaluatie plaats van de ambities en doelstellingen van de betrokken gemeenten met betrekking tot DTZ, alsmede de verhouding van de ambities en doelstellingen met het rapport van de Commissie Vollebregt. In dit hoofdstuk wordt getoetst aan de hand van het eerste deel van het normenkader. 4. Doelrealisatie: hierin wordt, met behulp van het normenkader, getoetst in hoeverre de gestelde doelen worden behaald. 5. Doelmatigheid: hierin wordt, met behulp van het normenkader, getoetst in hoeverre het budget duidelijk is vastgesteld en de mate waarin dit budget voldoende is om de gestelde doelen te behalen. 6. Rol van de raden: in dit hoofdstuk wordt de positie van de raden ten opzichte van DTZ geëvalueerd.

Hierbij wordt onder andere gekeken naar de mate waarin de raden hun kaderstellende en controlerende rol konden vervullen, de informatiepositie van de raden en de betrokkenheid van de raden bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van de ambities, doelstellingen en kaders van DTZ.

20

2. Ambities en doelstellingen Dutch TechZone In dit hoofdstuk worden de ambities en doelstellingen van de Dutch TechZone beschreven. In paragraaf 2.1 wordt stilgestaan bij de aanleiding voor het programma Vierkant voor Werk later de Dutch TechZone. In paragraaf 2.2 worden de visie en speerpunten van het rapport van de Commissie Vollebregt beschreven, waarna in paragraaf 2.3 wordt stilgestaan bij de ambities en doelstellingen zoals deze vervolgens vorm hebben gekregen in het Uitvoeringsplan 2017-2021. In paragraaf 2.4 worden vervolgens de verschillen tussen de ambities en doelstellingen uit beide rapporten uiteengezet. Ten slotte vindt in paragraaf 2.5 de toetsing aan de hand van het normenkader plaats.

2.1. Aanleiding voor Dutch TechZone (voorheen Vierkant voor Werk) In 2013, ten tijde van de economische crisis zagen de burgemeesters van de gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Hardenberg dat extra inspanning en intensieve samenwerking nodig was voor een passend antwoord op de veelvuldige bedrijfssluiting en -krimp in de regio. Hiertoe stelden zij een actieplan, genaamd ‘Actieplan Vierkant voor Werk’ op, waarin gekeken werd hoe deze uitdagingen het hoofd geboden konden worden. Het kabinet werd daarbij gevraagd te investeren in de regio. Toen eind 2014 Philips aankondigde haar fabriek in Emmen te sluiten volgde er opnieuw nationale aandacht voor de regio, hetgeen de opmaat vormde tot een gezamenlijke inzet. Een motie leidde tot ondersteuning vanuit het ministerie van Economische Zaken. Partners in de Vierkant voor Werk-regio en het ministerie van Economische Zaken kwamen samen tot de conclusie dat de omslag van incidentbestrijding bij individuele bedrijven naar economische structuurversterking moest worden gemaakt. Op 1 juli 2016 is het economisch programma ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk’ verschenen van de Commissie Vollebregt - Alberda van Ekenstein. Het is een strategisch actieprogramma gericht op het versterken van de regionale economie.

Op 7 juli 2016 heeft minister Kamp het rapport in ontvangst genomen en samen met vertegenwoordigers van de provincie Drenthe en de vier gemeenten zijn steun voor het programma uitgesproken. Ministerie, provincie en gemeenten ondertekenden daartoe een samenwerkingsovereenkomst. Op 26 oktober 2016 is door de oprichting van de Program Board Vierkant voor Werk een belangrijke stap gezet naar formalisering en verankering van het programma. Met de Program Board hebben overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen de krachten gebundeld om samen het programma te realiseren. De governance structuur van het programma Dutch TechZone staat beschreven in bijlage 2.

21

2.2. Rapport Commissie Vollebregt: visie en speerpunten Visie en strategische speerpunten van het rapport van de commissie Vollebregt Het rapport van de Commissie Vollebregt geeft een visie voor 2030. In deze visie is de regio VvW een industriële hotspot, aangehaakt op en ingebed in een economisch krachtig Noord- en Oost-Nederland. De regio behoort hierbij een internationale uitstraling te hebben, waarbij er een focus ligt op HTSM2, chemie/BBE3, olie/gas en logistiek (primaire sectoren). De hierbij behorende hoogwaardige kennis en vakmanschap zorgen voor een uitstekend vestigingsklimaat. Daarnaast is de VvW regio een aansprekende vestigingsregio met een aantrekkelijk woon- en leefklimaat.4 De visie dient te gerealiseerd door een samenwerking tussen organisaties, onderwijsinstellingen en overheden rond vijf strategische speerpunten, waarmee uiteindelijk ook economische structuurversterking gerealiseerd kan worden: 1. Ondernemen met ambitie. 2. Opleiding en kennis. 3. Profiel, imago en cultuur. 4. Wonen, omgeving en infrastructuur. 5. Professionele samenwerkingsstructuur. Elk van deze speerpunten is uitgewerkt in actiepunten, die daarbij kort toegelicht worden. Voor het uitvoeren van het plan werden de kosten geraamd op €65 miljoen, waarvan €30 miljoen werd geraamd voor het stimuleringsbudget (Bedrijvensubsidieregeling).5 Speerpunt 1.

Ondernemen met ambitie Om innovatie in de regio VvW te bevorderen is het essentieel dat bedrijven in de prioritaire sectoren met elkaar kunnen samenwerken om kennis te kunnen bundelen en innovatie en groei mogelijk te kunnen maken. Om dit te kunnen bereiken zijn de volgende actiepunten opgezet: Clustervorming dient te worden ondersteund (actielijn 1.1), waarbij ook aandacht is voor de aansluiting met omliggende regio's, waarbij ook een digitaal platform voor kennisoverdracht kan worden opgezet (actielijn 1.2). Ook dienen kleine bedrijven met veel potentie (‘hidden champions’) ondersteund te worden (actielijn 1.3). Daarnaast omvat dit speerpunt de actie om een (strategisch) stimuleringsbudget bedrijfsontwikkeling in te stellen (actielijn 1.4) voor de periode 2017-2021. Hiermee dient strategisch ingezet te worden op groeiversnelling, innovatie, clusterversterking en verankering van bedrijven. Idee daarbij is om de focus op de sectoren HTSM, chemie/BBE, energie (olie en gas) en (agro-)logistiek. Doel van het budget is bedrijven te stimuleren om in de regio VvW te investeren in vestiging, groei en innovatie. Economische structuurversterking en nieuwe, duurzame arbeidsplaatsen moeten ontstaan. De subsidies werden beoogd om te starten met een werkkapitaal van ca. €30 miljoen, waarmee investeringen zouden moeten worden uitgelokt van ca.

€280 miljoen en een werkgelegenheidsstijging van jaarlijks ca. 900 fte.6 Ook zullen bedrijven gestimuleerd worden zich te richten op de mogelijkheden voor samenwerking in hun eigen 2

HTSM (Hightech Systemen en materialen): productie van hoogwaardige eindproducten, halffabricaten, componenten en materialen

3

BBE (Biobased Economy): economie waarin gewassen en reststromen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie wordt ingezet voor niet-

voedseltoepassingen (in de vorm van biomassa). De biomassa kan worden gebruikt in materialen, chemicaliën, transportbrandstoffen en energie. 4

Commissie Vollebregt ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk’, 1 juli 2016

5

Commissie Vollebregt, ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk”, 1 juli 2016

6

Commissie Vollebregt ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk, 1 juli 2016

22

regio's (actielijn 1.5) en moeten fieldlabs (praktijkomgevingen waar onderzoek kan worden gedaan) worden ondersteund en ontwikkeld (actielijn 1.6). Speerpunt 2. Opleiden en kennis Omdat de verwachting is dat de vraag naar technische vaklieden toeneemt, is het voor de regio VvW belangrijk om bekend te staan door haar aanbod van technisch hoogwaardige vakmensen, vooral in de prioritaire sectoren. Dit zou de aantrekkelijkheid van de regio en het vestigingsklimaat kunnen verbeteren. De volgende actiepunten kunnen hierbij een rol spelen: De leerlijn dient zowel verticaal (tussen onderwijsinstellingen) als horizontaal (tussen onderwijs en bedrijfsleven) doorlopend te zijn (actielijn 2.1). Hierbij dient gefocust te worden op het afstemmen van opleidingen op het bedrijfsleven, het creëren van stageplaatsen en de bevordering van instroom in techniekopleidingen. Ook dient er meer financiering beschikbaar te worden gesteld om bedrijven te stimuleren om te investeren in werknemers via kortcyclisch onderwijs (actielijn 2.2). Ten slotte dienen onderwijsinstellingen samenwerkingsverbanden aan te gaan met omliggende regio's en het Duitse achterland (actielijn 2.3). Speerpunt 3. Profiel, imago en cultuur De regio VvW moet zijn profiel versterken. Het beeld van mensen bij de regio ontbreekt of is niet prikkelend. Inwoners en ondernemers zijn trots op de regio, maar dit wordt niet uitgestraald.

De volgende actiepunten zijn geformuleerd: Er dient een profiel te worden opgesteld dat actief en eenduidig wordt uitgedragen, waarmee de regio bekend komt te staan om haar aanbod van goed opgeleide mensen en om haar positie binnen Nederland en de wereld (actielijn 3.1). Ook een regionale acquisitiestrategie speelt een rol (actielijn 3.2). De regio Seattle-Vancouver kan hierbij dienen als inspiratie. Speerpunt 4. Wonen, omgeving en infrastructuur De commissie geeft aan dat een goede infrastructuur essentieel is voor de ontwikkeling van de regio en een randvoorwaarde voor vestiging van bedrijven en ondernemers. Hiervoor zijn de volgende actiepunten opgesteld: een regionale infrastructuuragenda dient aandacht te hebben voor weg-, spoor- en vaarverbinding richting andere regio's, de Randstad en Duitsland (actielijn 4.1). De inrichting van de regio zelf dient daarnaast flair te hebben, waarbij de regio neergezet moet worden als een economisch florerende, cultureel levende, en goed bereikbare grensregio (actielijn 4.2), met bijvoorbeeld een overkoepelend cultureel, toeristisch en sportief programma (actielijn 4.3). Speerpunt 5. Professionele samenwerkingsstructuur Naast een economische regio moet het VvW zich ook ontwikkelen als een bestuurlijke regio. Een professionele en effectieve samenwerkingsstructuur kan economische stromen binnen de regio faciliteren en bijsturen.

Vanuit deze structuur kunnen clusters ontstaan, net als samenwerkingen met omliggende regio's. Hiertoe zijn de volgende actiepunten opgesteld: Aangegeven wordt dat een heldere organisatiestructuur moet worden gecreëerd waarin taken en verantwoordelijkheden worden vastgelegd, aangestuurd door een Program Board en uitgevoerd door een programmabureau (actielijn 5.1). Thema's die naar voren komen uit samenwerkingen met ondernemers en onderwijs moeten worden doorontwikkeld tot concrete plannen voor de lange termijn (actielijn 5.2). De Program Board moet er daarnaast op toezien dat initiatieven met elkaar worden verbonden om het risico van versnippering te verkleinen.

23

2.3. Uitvoeringsplan 2017-2021: ambities en doelstellingen 2.3.1.

Ambities

Het Uitvoeringsplan 2017-2021 volgt in grote lijnen de ambities van het rapport van de Commissie Vollebregt. De speerpunten en de actielijnen die worden voorgesteld in dat rapport zijn dan ook het vertrekpunt de speerpunten en actielijnen van het uitvoeringsplan. Daarbij heeft het plan de volgende visie: het uitbouwen van de bestaande kracht en potentie van de regio, waarbij de focus ligt op het industriële en innovatieve karakter. Uiteindelijk zou dit moeten zorgen voor economische structuurversterking. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een langjarige strategische samenwerking tussen en binnen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en landelijke, provinciale en lokale overheden. Het budget dat gekoppeld is aan het uitvoeringsplan is €1 per inwoner om het programmabureau te financieren, waarbij projecten zoveel mogelijk extern worden gefinancierd. Het stimuleringsbudget voor de Bedrijvenregeling staat los van deze €1 per inwoner die naar het programma DTZ gaat en is vastgesteld op €15 miljoen. Beide budgetten zijn dus een stuk lager dan het budget zoals initieel geraamd door de commissie-Vollebregt. Er was geen financiële ruimte om het beoogde budget zoals voorgesteld door de Commissie Vollebregt vrij te maken.7 Gemeenten hebben daarin ook hun keuze gemaakt: €1 per inwoner om daarmee het programmabureau te voeden.

Met dit budget konden initiatieven voornamelijk gefaciliteerd worden en was er beperkte financiële ruimte om aan eigen projectontwikkeling te doen.8 Deze strategische samenwerking is omgezet in vijf algemene doelen voor het programmabureau, aanvullend op de speerpunten uit het commissierapport: 1. Ontwikkelen van een gezamenlijke agenda voor de toekomst. 2. Creëren van een draagvlak bij alle geledingen voor een gezamenlijke koers. 3. Coördineren van programma- en projectontwikkeling. 4. Afstemmen van inspanningen tussen partijen bij de uitvoering. 5. Vertegenwoordigen van gezamenlijke strategische agendering. Hierbij fungeert het programmabureau als een initiator van de projecten binnen het programma, waarbij het bedrijfsleven leidend moet zijn. 2.3.2.

Doelstellingen

Om de algemene doelen die hierboven zijn beschreven te bereiken, op basis van de speerpunten van het commissierapport, zijn er een aantal projecten opgesteld waarmee het programmabureau een start wil maken in de eerste vier jaar. In deze paragraaf worden de speerpunten van het uitvoeringsplan beschreven. Onder elk speerpunt zijn dan door middel van een projectenportfolio projecten uiteengezet. Speerpunt 1. Ondernemen met ambitie9 Binnen dit speerpunt worden projecten opgezet rondom ondernemen. Zo wil het bij het uitvoeringplan behorende 7

Diverse interviews, waaronder met het ministerie van EZK, het programmabureau DTZ en de betrokken ambtenaren van de verschillende gemeenten

8

Interview ministerie van EZK

9

Vierkant voor Werk (2017), “Projectenportfolio 2017”, https://www.kennispoortdrenthe.nl/wp-content/uploads/2017/03/VvW-projectenportfolio.pdf. Laatst

geraadpleegd op 8 maart 2021.

24

projectenportfolio mogelijkheden verkennen rond samenwerkingen binnen sectoren, waarbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor clustering rond bedrijven binnen de vier gemeenten. Hierbij wordt voor de sectoren chemie en HTSM mogelijkheden onderzocht voor het opzetten van fieldlabs, waarin bedrijven met elkaar en met onderwijsinstellingen samenwerken rondom het ontwikkelen van nieuwe producten en het ontsluiten van nieuwe markten. Daarnaast wordt binnen de sector logistiek New Ways Drenthe10 opgezet waarin goederenstromen worden gebundeld en worden mogelijkheden onderzocht om het Emmtec-terrein aan te sluiten op de Euroterminal Coevorden om ervoor te zorgen dat het industrieterrein beter wordt aangesloten op het Nederlandse en Duitse spoornet. Ook worden mogelijkheden onderzocht om infraheffingen van ProRail11 te verlagen zodat er qua kosten een level playing field kan ontstaan tussen vervoer over de weg en vervoer per spoor. Ook worden binnen dit speerpunt mogelijkheden onderzocht voor een maak- en schakelfunctie zodat bedrijven aan elkaar verbonden kunnen worden en voor ondersteuning voor ‘hidden champions’ in de regio bij hun innovatieprojecten.

Ten slotte wordt er een stimuleringsbudget van €15 miljoen opgezet voor de periode 2017-2021 waarmee bedrijven worden gestimuleerd om zicht uit te breiden of te vestigen in de regio, waarmee investeringen tussen de €85 en €100 miljoen worden beoogd en waarmee in totaal 700 arbeidsplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Dit stimuleringsbudget zal later worden uitgewerkt tot de Bedrijvenregeling. Deze wordt niet door het programma DTZ uitgevoerd, maar door SNN. Speerpunt 2. Opleiding en kennis12 Binnen dit speerpunt worden projecten opgezet rondom opleiding en kennis. Allereerst wordt er een plan van aanpak opgesteld om instroom en doorstroom te bevorderen bij techniekopleidingen zodat het aanbod van het onderwijs beter kan worden aangesloten op het bedrijfsleven, waarmee de doorlopende leerlijn wordt versterkt. Ook worden mogelijkheden en behoefte onderzocht voor kort-cyclisch onderwijs zodat werknemers kunnen worden om- en bijgeschoold. Naast de projecten rondom de horizontale en verticale leerlijn worden er ook mogelijkheden onderzocht om samenwerkingen met bedrijfsvakscholen op te zetten of te intensifiëren zodat deze plekken het centrum kunnen worden van een Leven Lang Leren, waarbij ook mogelijkheden worden gezocht voor convenanten met andere kennisregio’s zodat bedrijven meer toegang hebben tot kennis en onderzoeksfaciliteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10293013/1