CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - aangevuld zienswijzen

Raadsavond 4 december 2025, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Uitbreidingslocatie woningbouw4.560 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Onderwerp Vestiging voorkeursrecht uitbreidingslocatie Hoogeveen-Zuid

Wij willen Een toekomstbestendige uitbreidingslocatie voor woningbouw realiseren Wij besluiten 1. De locatie Hoogeveen-Zuid aan te wijzen als toekomstige uitbreidingslocatie voor woningbouw ten behoeve van de uitvoering van de woonzorgvisie alsmede ten behoeve van toekomstige woningbehoefte. Het kan echter ook zo zijn dat ten behoeve van de toekomstige woningbehoefte uit de nog op te stellen omgevingsvisie blijkt dat andere uitbreidingmogelijkheden dan Hoogeveen-Zuid prevaleren. (bijlage 5); 2. Variant 1: Westzijde Alteveer vast te stellen als ruimtelijk kader en als basis voor de uitwerking tot een stedenbouwkundig plan van het Uitbreidingsgebied Hoogeveen– Zuid met een maximum van 500 woningen en opschaling naar grotere aantallen kan plaatsvinden in variant 3 tussen Alteveer en de Langedijk tenzij de omgevingsvisie anders uitwijst. (bijlage 6) 3. Op basis van artikel 9.1 lid 1 onder c van de Omgevingswet een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken welke zijn aangegeven op de bij dit besluit behorende en daarvan deel uitmakende, kadastrale tekening/kaart (bijlage 1) en perceellijst (bijlage 2). 4.

Vast te stellen dat de voorkeursrechtbeschikking wordt bekend gemaakt door toezending van een brief aan de eigenaren en zakelijk gerechtigden (bijlage 3), vervolgens wordt ingeschreven in het openbare register van het kadaster en daarna wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad (bijlage 4). 5. In te stemmen met de zienswijzennota zoals die als bijlage 9 bij dit voorstel is opgenomen. 6. De voorkeursrechtbeschikking vervalt van rechtswege drie jaar na het ingaan daarvan, of zoveel eerder als in een omgevingsvisie, programma een niet agrarische functie is toegedacht en waarvan het (huidige) gebruik afwijkt van die functie of in een omgevingsplan een niet agrarische functie is toebedeeld en waarvan het gebruik afwijkt van die functie. 7. Een voorbereidingskrediet van € 450.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van planontwikkeling en dit mee te nemen bij de integrale afweging bij de nota investeringen die wordt vastgesteld bij de kadernota 2027.

Want 1.1

Hoogeveen-Zuid is de meest geschikte locatie voor de toekomstige uitbreiding Op basis van het verkennende onderzoek (bijlage 5) ten behoeve van de uitvoering van de woonzorgvisie met de mogelijkheid in de toekomst uit te breiden naar 1000-1500 woningen komt de locatie Hoogeveen-Zuid als meest kansrijke locatie naar voren. De locaties zijn beoordeeld aan de hand van de door de raad vastgestelde uitgangspuntennotitie en andere elementen. De locatie Hoogeveen-Zuid biedt meer dan voldoende ruimte om de initiële opgave van 500 woningen te realiseren en er is ook ruimte om in de toekomst uit te breiden richting 1000-1500 woningen. De locatie is geschikt voor een gemengd en uniek woonmilieu. De overige locaties die op basis van het onderzoek zijn afgevallen, kunnen mogelijk wel worden ontwikkeld voor uitbreiding van bestaande dorpen.

2.1

De opgave in het uitbreidingsgebied Hoogeveen-Zuid te starten in plangebied variant 1 (Westzijde Alteveer) De locatie Hoogeveen-Zuid biedt meer ruimte dan noodzakelijk is om de woningbouwopgave te realiseren. Uitgaande van een initiële opgave van 450 woningen, dient het plangebied te worden verkleind. Op basis van het adviesrapport (bijlage 5 en 6) zijn drie varianten voor ontwikkeling van de locatie onderzocht. Daarbij is gekeken naar mobiliteit, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, nabijheid van voorzieningen en de mogelijkheid tot aansluiting op duurzame energiebronnen. Het college is van mening dat het wenselijk is om te starten in plangebied variant 1, omdat dit plangebied landschappelijk minder kwetsbaar is en aansluit op een andere mogelijke ontwikkeling. Variant 1 kent in aanvang lagere investeringskosten dan variant 3 tot 500 woningen

2.2

Landschappelijk de voorkeur om te starten in plangebied 1 Variant 1 maakt geen onderdeel uit van de voormalige veenwinning, waardoor het niet als cultuurhistorisch waardevol wordt geacht. Dit in tegenstelling tot variant 3. Door te starten met variant 1, kan het cultuurhistorisch waardevolle veengebied in variant 3 gedeeltelijk worden vrijgehouden van woningbouw. Het is niet wenselijk om de gehele woningbouwopgave voor Hoogeveen-Zuid in variant 3 te realiseren. Dit heeft een te groot effect op het cultuurhistorische veenlandschap. Door te starten in variant 1, kan een gedeelte van het veenlandschap worden gespaard. Iedere woning die in variant 1 wordt gebouwd, wordt per definitie niet gebouwd in variant 3. Het college vindt het belangrijk om rekening te houden met het waardevolle veenlandschap. Om de nieuwe woonwijk van Hoogeveen te kunnen bouwen is Hoogeveen-Zuid de beste locatie. We willen zoveel mogelijk rekening houden met het waardevolle veenlandschap en dat betekent dat wordt gestart met de ontwikkeling van variant 1. De opschaling naar 1000-1500 woningen te laten plaatsvinden in variant 3, tenzij het traject omgevingsvisie leidt tot een andere uitkomst

2.3

Maximaal 500 woningen in plangebied variant 1 Westzijde Alteveer Door variant 1 te ontwikkelen, neemt de verkeersdruk op het centrum toe. Het college is van mening dat bij een aantal van circa 500 woningen dit acceptabel is. Opschaling naar 1000 of 1500 woningen zal leiden tot grote knelpunten richting het centrum en de aansluiting A28. De opschaalbaarheid van variant 1 is hierdoor niet gewenst en daarom wordt gekozen voor een maximaal aantal van 500 woningen.

2.4

Besluitvorming vooruitlopend op omgevingsvisie is noodzakelijk Via de omgevingsvisie moeten we verder in de toekomst kijken en ook naar alle waarschijnlijkheid grotere woonbehoeftes onder ogen zien. Wellicht komen dan ook andere uitbreidingslocaties in het vizier, die niet met de snelheid van

Hoogeveen-Zuid in ontwikkeling kunnen worden genomen, maar op een langere termijn wel een mogelijkheid zijn. Om de ambitie in de woonzorgvisie te kunnen realiseren is het noodzakelijk om een besluit te nemen voor een uitbreidingslocatie van Hoogeveen. Op basis van de nota van uitgangspunten is uitgebreid onderzoek gedaan welke locaties geschikt zijn voor het realiseren van onze vastgestelde ambitie. Een dergelijke ontwikkeling betekent dat er ruimte moet worden gezocht en daarbij is het onvermijdelijk dat dit zichtbaar zal zijn in het landschap. We starten in plangebied variant 1 (westzijde Alteveer) waarna opschaling volgt in variant 3 (tussen Alteveer en de Langedijk). Als uit het traject van de omgevingsvisie een andere keuze voor opschaling naar voren komt, dan wordt variant 3 heroverwogen. 2.5

Opschaling in plangebied variant 3 tussen Alteveer en de Langedijk In de vastgestelde nota van uitgangspunten is opschaalbaarheid naar 1000 of 1500 woningen een belangrijk uitgangspunt. Opschaalbaarheid is in variant 1 niet wenselijk vanwege de gevolgen voor de verkeersafwikkeling en de daarmee verbonden investeringen. Opschaling kan plaatsvinden in variant 3, tenzij de uitkomst van de omgevingsvisie leidt tot een andere keuze. De voorbereidingen worden getroffen om opschaling in variant 3 te laten plaatsvinden en er wordt ook voorkeursrecht gevestigd op de gronden van variant 3. Bij de uitwerking van variant 3 zal in het bijzonder aandacht zijn voor de cultuurhistorische waarde van het gebied en de nabije aanwezigheid van weidevogels. Als uit nader onderzoek blijkt dat het verkeerskundig verantwoord is om meer dan 500 woningen in variant 1 te realiseren, dan kan hiermee variant 3 verder worden ontlast.

2.6

Het gebied moet nader worden uitgewerkt in een stedenbouwkundige visie Het gebied Hoogeveen-Zuid vraagt een nadere visie op de stedenbouwkundige invulling, ontsluiting, fasering, programma voor het gebied om tot een goede ontwikkeling te kunnen komen. Beide gebieden (variant 1 en 3) worden meegenomen bij het ontwikkelen van een stedenbouwkundige visie. In beide plangebieden is meer ruimte beschikbaar dan noodzakelijk voor de benodigde aantallen. De visie is een belangrijke vervolgstap om te voorkomen dat er keuzes gemaakt worden die een optimale ontwikkeling in de toekomst juist beperken. Het realiseren van stedenbouwkundige samenhang tussen beide gebieden vormt aanzienlijke uitdaging.

3.1

Met actief grondbeleid houden we regie op de ontwikkeling Op basis van ons grondbeleid 2023-2027 voeren we hoofdzakelijk faciliterend grondbeleid en treden we waar nodig actief op. Bij actief grondbeleid is het vestigen van een voorkeursrecht een van de instrumenten die toegepast kan worden. Voor de locatie Hoogeveen-Zuid heeft Metafoor een advies (bijlage 9) geschreven waaruit de conclusie is dat het vestigen van een voorkeursrecht in dit geval het meest logische instrument is. De wijze waarop wordt nog verder uitgewerkt in de ontwikkelstrategie. Het inzetten van het instrument voorkeursrecht leidt ertoe dat de eigenaar, als hij of zij wil verkopen, eerst aan de gemeente moet aanbieden. De gemeente heeft daarmee een voorkeursrecht. Er is geen sprake van een verplichte verkoop, alleen een aanbiedingsplicht in geval van een vrijwillige verkoop.

3.2

Het belang van een regierol prevaleert boven het individuele belang van de eigenaar De gemeente krijgt met vestiging van het voorkeursrecht betere mogelijkheden om te komen tot een optimale inrichting aan het Uitbreidingsgebied Hoogeveen– Zuid, hetgeen een zwaarwegend algemeen belang is. Tegenover dit zwaarwegende belang van de gemeente staan de belangen van de eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigden van de onroerende zaken in de locatie. De Omgevingswet bevat een groot aantal waarborgen ter bescherming van de

belangen van de eigenaren en zakelijk gerechtigden, waaronder prijsvaststelling via de rechtbank. Daarnaast geeft de wet maximale termijnen om te komen tot ruimtelijke plannen. Als niet binnen drie jaar na dit besluit een ruimtelijk plan ter inzage wordt gelegd, vervalt het voorkeursrecht van rechtswege. De periode waarin voor de eigenaren enige onzekerheid bestaat ten aanzien van de toekomstige ruimtelijke invulling is daardoor begrensd. 3.3

Het vestigen van het voorkeursrecht voldoet aan wettelijke voorwaarden Op basis van de Omgevingswet kan de gemeente Hoogeveen een voorkeursrecht vestigen op de door haar te bepalen onroerende zaken. Op deze onroerende zaken is in de afgelopen 2 jaar niet eerder een voorkeursrecht gevestigd. Het vestigen van een voorkeursrecht is alleen mogelijk op onroerende zaken die deel uitmaken van een locatie waaraan een niet-agrarische functie is toegedacht of toebedeeld en waarvan het huidige gebruik afwijkt van die toegedachte of toebedeelde functie. Er wordt voldaan aan beide criteria, waardoor de raad de onroerende zaken kan aanwijzen.

3.4

Met het vestigen van het voorkeursrecht wordt voorkomen dat derden grondposities verwerven Het vestigen van een voorkeursrecht op onroerende zaken brengt met zich mee dat voorkomen wordt dat derden strategische (grond)posities innemen. Het uitgangspunt is dat de gemeente zelf meer regie wil voeren bij de herontwikkeling. Marktpartijen zullen ook een inschatting maken welke ontwikkelingsrichting de gemeente Hoogeveen op gaat. Het vestigen van een voorkeursrecht brengt met zich mee dat de grondposities worden bevroren en de marktpartijen geen onroerende zaken kunnen kopen. Op deze manier wordt prijsopdrijving afgeremd doordat de procedure van grondaankopen met waarborgen is omkleed. De rechtbank kan namelijk worden verzocht om uiteindelijk de prijzen te bepalen. Prijsopdrijving heeft een nadelig effect op de financiële en economische haalbaarheid van de ontwikkeling van het desbetreffende gebied. Als marktpartijen onroerende zaken gaan opkopen, is de verwachting dat dit leidt tot speculatie. Dergelijke transacties kunnen met zich meebrengen dat ook in andere vergelijkbare onderhandelingen de gemeente wordt geconfronteerd met transacties die niet de marktwaarde vertegenwoordigen. De ontwikkeling kan hierdoor onnodig duur worden en mogelijk zelfs tot gevolg hebben dat de ontwikkeling niet meer rendabel te ontwikkelen is en om die reden niet ontwikkeld zal gaan worden.

Als het voorkeursrecht niet wordt gevestigd zal de hogere grondprijs die de ontwikkelaar betaalt uiteindelijk de marktwaarde op stuwen, hetgeen onwenselijk wordt geacht. Het is de wens van de gemeente om de ontwikkeling betaalbaar en financieel haalbaar te houden.

3.5

Het besluit van het college op basis van artikel 9.1. lid 2 Ow heeft een geldingsduur van 3 maanden. Na deze 3 maanden vervalt het voorkeursrecht van rechtswege. Om het voorkeursrecht te behouden zal de gemeenteraad binnen deze 3 maanden op de onroerende zaken een voorkeursrecht vestigen bij voorkeursrechtbeschikking op grond van artikel 9.1. lid 1 sub c Omgevingswet. Zodra de gemeenteraad hiertoe heeft besloten geldt het voorkeursrecht voor de duur van 3 jaar.

4.1

Kennisgeving en inschrijving nodig om voorkeursrecht te doen ingaan Conform de artikelen 3:41 Awb, 16.32b Omgevingswet en 12 Bekendmakingswet moet de voorkeursrechtbeschikking van de raad bekend worden gemaakt aan de

eigenaren en zakelijk gerechtigden en worden ingeschreven in de openbare registers van het kadaster. Op grond van het mandaat volmacht welke is verstrekt aan Rogeo, zal Rogeo de inschrijving in de openbare registers verzorgen. De beschikking gaat treedt in werking na bekendmaking en inschrijving van de beschikking in de openbare registers. Daarnaast dient er een kennisgeving van de terinzagelegging te worden gedaan. De kennisgeving dient een zakelijke beschrijving te bevatten van de betekenis van de vestiging. 5.1

Er zijn zes zienswijzen ingediend Bij de voorbereiding van het te nemen raadsbesluit zijn op basis van artikel 4:8 Awb de eigenaren in de gelegenheid gesteld vooraf een zienswijze kenbaar te maken. De eigenaren en beperkt zakelijk gerechtigden hebben tot en met 20 november 2025 de gelegenheid gehad om hun zienswijzen in te dienen tegen het voorgenomen besluit van de gemeenteraad. Er zijn in totaal zes zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn verwerkt in bijgaande zienswijzennota. De zienswijzen zijn voorzien van een reactie en een conclusie. De zienswijzen hebben niet geleid tot een aanpassing van het raadsvoorstel. Wel is een kleine correctie toegepast op een tweetal percelen die al in een verkoopprocedure betrokken waren en waarbij de verkoop zeer waarschijnlijk niet leidt tot doorkruising van de gemeentelijke plannen. De zienswijzennota is als bijlage 9 toegevoegd.

6.1

Maximale werkingsduur van de voorkeursrechtbeschikking Het besluit van het college van 21 oktober 2025 heeft een maximale werkingsduur van 3 maanden, binnen welke periode de gemeenteraad een opvolgend besluit moet nemen op grond van artikel 9.1. lid 1 sub c Omgevingswet. De gemeenteraad wordt voorgesteld een voorkeursrechtbeschikking te nemen zodat het voorkeursrecht op de onroerende zaken voor een opvolgende periode van 3 jaren gevestigd blijft.

7.1

Voorbereidingskrediet is noodzakelijk om het plan te kunnen ontwikkelen Voor het opstellen van een stedenbouwkundige visie en het kunnen uitvoeren van werkzaamheden en onderzoeken om de planontwikkeling verder te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om een voorbereidingskrediet vast te stellen.

Maar 1.1 Bij de uitwerking kunnen nadere risico’s zich voordoen Gebiedsontwikkeling en woningbouwprojecten kennen risico’s en in dit stadium van de ontwikkeling zijn de belangrijkste knelpunten en belemmeringen inzichtelijk gemaakt. Variant 3 is een relatief nat gebied en in zowel variant 1 als 3 zijn meerdere (agrarische) bedrijven aanwezig die een belemmering kunnen vormen op de ontwikkelruimte in de omgeving. Toekomstige onderzoeken moeten uitwijzen in welke mate het gebied ontwikkelbaar is en met welke beperkingen nog rekening moet worden gehouden. De zuidzijde van het gebied is aangewezen als gebied waar gewerkt wordt aan de bescherming van weidevogels. Nader onderzoek moet ook uitwijzen op welke manier woningbouw valt te combineren met de bescherming van weidevogels. 2.1

Variant 1 heeft verkeerskundige nadelen en problemen Het ontwikkelen van 500 woningen zal mogelijk leiden tot verkeersproblemen en vergt mogelijk investeringen en aanpassingen van de omgeving. Het toevoegen

van grote hoeveelheden verkeer is nadelig voor de cultuurhistorische beleving van het Alteveer. Autoverkeer uit de nieuwe wijk komt uit op Het Oosterveld. Die weg is te smal voor het vele extra verkeer en zal moeten worden verbreed tot aan het Alteveer. Daarnaast is een vrijliggend fietspad qua verkeersveiligheid voor de fietsers gewenst. Uit nader onderzoek zal moeten blijken in hoeverre deze investeringen daadwerkelijk noodzakelijk zijn. Bij de uitwerking zal nader in het proces hierover duidelijkheid moeten ontstaan. Ook zijn er nadelige gevolgen te verwachten voor de verkeersafwikkeling richting het centrum en voor de doorstroming van het verkeer in het centrum. Met name de Schutstraat en de verkeersregelinstallatie Schutstraat-Griendtsveenweg op- en afrit A28 zitten al bijna op hun capaciteit, en zeker met de toename van 1200 woningen in en rond het centrum. Het toevoegen van 500 woningen in plangebied 1, met als gevolg 4000 autobewegingen, zal mogelijk leiden tot congestie in de spitsperioden, maar van een beperkter omvang dan bij een aantal van 1000 tot 1500 woningen. 2.2

Ontwikkelen van twee gebieden is kostenverhogend en zet de toekomstige grondexploitatie onder druk Door de opgave te realiseren in twee plangebieden van Hoogeveen-Zuid ontstaan hogere kosten. Deze kosten zullen met name bestaan uit infrastructurele maatregelen om de gebieden goed te ontsluiten en om aanvullende maatregelen te nemen voor het wegennet en het langzaam verkeer. Door te kiezen voor twee plangebieden moet in beide worden geïnvesteerd. Dit is van toepassing op infrastructurele maatregelen en ook zal het kostenverhogend werken voor mitigerende maatregelen zoals geluidswallen. Het ontwerpen en inrichten van twee gebieden zal ook leiden tot hogere kosten. Dit vormt een risico voor het behalen van een sluitende grondexploitatie. De noodzakelijke investering in een fietsbrug in variant 3 wordt hierdoor wel in de tijd naar achteren geschoven.

2.3

Geen stedenbouwkundige samenhang tussen variant 1 en 3 Bij het mogelijk verdelen van woningen over variant 1 en 3, gaat de samenhang in de wijk verloren. Bovendien wordt het open landschap op twee plekken aangetast. De A37 en de Hoogeveense Vaart vormen een duidelijke scheiding tussen de bestaande woonwijken en de mogelijke uitbreiding in het zuiden. Hierdoor zal elke variant in zekere mate aanvoelen als een woongebied dat losstaat van Hoogeveen. Daarom is het belangrijk dat elk nieuw woongebied op zichzelf een prettige, samenhangende en goed verbonden leefomgeving vormt. Een groter, aaneengesloten gebied biedt daarvoor meer mogelijkheden dan twee losse delen.

2.4

Aanwezigheid hoogspanningsmast in variant 1 Dwars door het gebied loopt het hoogspanningstracé die een 90 meter brede zone met zich meebrengt waar niet in gewoond mag worden. Hoewel deze zone voor andere functies gebruikt kan worden, zoals park, wateropvang, infrastructuur of parkeren, zal de strook een onderbreking vormen in de woonwijk. De verwachting is dat het tracé verwijderd zal worden na 2033

3.1

Het toepassen van het voorkeursrecht kan financiële gevolgen hebben voor de gemeente in geval van aanbiedingen Als de eigenaren die betrokken zijn bij het voorkeursrecht hun onroerende zaak willen verkopen, zullen zij het eerst aan de gemeente moeten aanbieden. Dit kan betekenen dat de gemeente tot aankoop van deze onroerende zaken (en de eventuele opstallen die daarop aanwezig zijn) overgaat. De onroerende zaken waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd bestaan uit gronden en één opstal. Door mogelijke strategische aankopen te gaan doen, loopt de gemeente ook

risico. Dit risico neemt toe door te kiezen voor zowel variant 1 als variant 3. Het ontwikkelen van de locatie Hoogeveen-Zuid bevindt zich nog in een vroeg stadium en kent ontwikkelrisico’s. 3.2

Het toepassen van het voorkeursrecht geeft geen garantie dat de posities verwerven kunnen worden Grondeigenaren en zakelijk gerechtigden worden niet verplicht hun onroerende zaken te verkopen. Alleen als zij willen verkopen, moeten zij de onroerende zaken eerst aan de gemeente aanbieden. Grondeigenaren en zakelijk gerechtigden kunnen er voor kiezen zelf hun onroerende zaken te ontwikkelen. De vestiging van een voorkeursrecht geeft dus geen zekerheid over verwerving en realisatie.

3.3

Financiële middelen voor verwerving van de gronden Aankoop van de gronden kan vooralsnog gedekt worden vanuit de reserve grondexploitaties. Bij het aanbod van hele grote percelen, zal dat ontoereikend zijn. Dan zal er alsnog krediet aan de gemeenteraad moeten worden gevraagd. In het kader van de nog vast te stellen ontwikkelstrategie wordt dit onderwerp verder uitgediept.

Achtergrond De gemeente Hoogeveen staat voor een grote woningbouwopgave. In de Woon(zorg)visie staat de ambitie om 1.880 - 2200 woningen toe te voegen in de periode 2021-2030. Uit het recente woonbehoefteonderzoek blijkt bovendien dat ook ná 2030 de vraag groot blijft. Voor een groot deel van de benodigde woningen hebben we al concrete plannen in ontwikkeling. Maar er blijft een aanvullende behoefte, met name ten aanzien van woningen in unieke woonmilieus. Voor deze woningen is binnenstedelijk te weinig ruimte. Daarom is een uitbreidingslocatie noodzakelijk. Op basis van de Woon(zorg)visie 2023-2026 van de gemeente Hoogeveen, richten we ons op het aantrekken van nieuwe huishoudens om een gebalanceerde sociaaleconomische opbouw van de samenleving te bevorderen. Dit doen we door woningen te bouwen in het hogere segment, wat aantrekkelijk is voor nieuwe inwoners met een hoger inkomen. Tegelijkertijd streven we naar sociale cohesie door een mix van woningtypen aan te bieden. Naast dure woningen, zorgen we ook voor betaalbare opties, zodat er een diverse en inclusieve gemeenschap ontstaat waarin iedereen zich thuis voelt. We richten ons op verschillende doelgroepen om een evenwichtige en levendige woonwijk te creëren. Voor gezinnen bouwen we ruime gezinswoningen die voldoen aan de behoeften van meerpersoonshuishoudens.

Voor senioren bieden we levensloopbestendige woningen aan, zodat zij comfortabel en zelfstandig kunnen blijven wonen. Jongvolwassenen krijgen de mogelijkheid om betaalbare starterswoningen te betrekken, wat hen helpt om een eigen plek te vinden en zich te vestigen in Hoogeveen. Daarnaast maken we ruimte voor innovatieve woonvormen. Daarbij denken wij bijvoorbeeld aan Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), hofwonen en clusterwonen. Dit bevordert niet alleen duurzaamheid, maar ook een sterke gemeenschapszin. Door deze diverse benadering zorgen we voor een woonwijk waar iedereen, ongeacht leeftijd of inkomen, een passende woning kan vinden en zich thuis kan voelen. Ook maken we ruimte voor het bouwen van eigen woningen op vrije kavels. Nota ruimte In de concept nota ruimte van het Rijk is Hoogeveen opgenomen als regiokern. Door de aanwijzing als regiokern is Hoogeveen aangewezen om in de regio een bijdrage te leveren aan het oplossen van het woningtekort. Voor grootschalige woningbouwlocaties geldt voor een samenhangend project een ondergrens van ten minste 400 woningen. De uitbreidingslocatie kan hierbij een bijdrage leveren om het woningtekort verder op te lossen. De aanwijzing in de nota ruimte leidt nu niet tot extra ondersteuning van het

Rijk, maar in de toekomst kunnen bij mogelijke nieuwe regeling deze gebieden wel voorrang krijgen op andere locaties. Door de mogelijkheid voor opschaling kan in de toekomst een groter aantal woningen in aanmerking komen voor subsidies dan wanneer dit over meerdere kleine projecten wordt verdeeld. Proces vestigen voorkeursrecht Het college heeft de bevoegdheid om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen, met de geldingsduur van maximaal drie maanden. Om dit voorkeursrecht in stand te houden, moet de gemeenteraad binnen die termijn een besluit over de voorkeursrechtbeschikking nemen. Deze heeft een geldingsduur van drie jaar. Het vestigen van een voorkeursrecht is voor bezwaar en beroep vatbaar. De geldingsduur van het voorkeursrecht kan verlengd worden door binnen drie jaar na de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad een omgevingsvisie, omgevingsprogramma en/of een omgevingsplan vast te stellen. In het omgevingsplan kan de nieuwe functie mogelijk worden gemaakt. Door het vaststellen van een omgevingsvisie wordt de geldingsduur van de voorkeursbeschikking verlengd met drie jaar. Als binnen die termijn voor dit gebied een omgevingsprogramma wordt vastgesteld, wordt deze termijn met drie jaar verlengd. Als vervolgens binnen die termijn een omgevingsplan wordt vastgesteld wordt deze termijn met 5 jaar verlengd. Die termijn kan eenmalig met 5 jaar worden verlengd.

Als deze besluiten achtereenvolgens worden genomen heeft de voorkeursrechtbeschikking een maximale geldingsduur van 16 jaar en drie maanden. Wanneer bezwaar wordt ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad, voert het college op grond van artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet verweer namens de gemeenteraad. De financiële gevolgen zijn De vestiging van het voorkeursrecht heeft geen directe financiële gevolgen. De uiteindelijke investering hangt af van het aantal te koop aangeboden objecten en hun verwervingswaarde. Bij een verkoopaanbieding moet het college binnen de wettelijke termijn van 6 weken beslissen om over te gaan tot aankoop. Om de planvorming verder te kunnen uitwerken is het noodzakelijk om een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. Het aanwijzen van de locatie is een belangrijke eerste stap om de plannen verder te kunnen uitwerken. Voor de komende periode is het van belang om een ontwikkelstrategie op te stellen, een stedenbouwkundige visie en plan te ontwikkelen, onderzoeken te kunnen uitvoeren en diverse andere werkzaamheden. Alternatieven Hoogeveen-Zuid is gekozen op basis van de uitgangspuntennotitie. Een alternatief is het los laten van de uitgangspuntennotitie. Hierbij is het mogelijkheid om de opschaling naar 1000 tot 1500 woningen los te laten.

Door alleen de initiële opgave van 500 woningen te realiseren, zijn er andere locaties dan Hoogeveen-Zuid mogelijk. Ook is het mogelijk de opgave van 500 woningen te verdelen over meerdere locaties om de opgave ruimtelijk te spreiden. Het loslaten van het uitgangspunt om te kunnen ontwikkelen richting 2030 is ook nog een alternatief. Hierdoor zouden ook andere gebieden in beeld kunnen komen. Op basis van het onderzoek van Sweco (bijlage 7 en 8) zijn drie varianten voor Hoogeveen-Zuid onderzocht. Het college kiest ervoor om te starten in variant 1 en de opschaling in variant 3 te laten plaatsvinden, tenzij uit het traject van de omgevingsvisie een andere locatie naar voren komt. De focus is gericht om variant 1 als eerste te gaan ontwikkelen om de initiële opgave van 500 woningen te behalen. De voorbereidingen voor opschaling in plangebied variant 3 worden gestart. De definitieve keuze voor de opschaling van de resterende opgave wordt in de omgevingsvisie gemaakt om een goede integrale afweging te kunnen maken. Het alternatief is om de gehele opgave in variant 3 te realiseren. Deze variant is zeer goed opschaalbaar richting 1500 woningen. Verkeerstechnisch is deze variant beter te ontsluiten. Er is voldoende capaciteit om het verkeer goed te kunnen afwikkelen richting

de A37. Randvoorwaardelijk in variant 3 is de aanleg van de in de fietsnota (2020-2026) benoemde fietsbrug over de A37. Door te kiezen voor variant 3 ontstaat er één wijk met stedenbouwkundige samenhang en wordt de opgave niet versnipperd gerealiseerd. Tevens is het ontwikkelen van één plangebied financieel gunstiger. Er kan voor gekozen worden geen voorkeursrecht te vestigen. Dan nog kan de gemeente de onroerende zaken verwerven, maar is de eigenaar vrij het op de markt aan te bieden. De gemeente heeft dan geen regie over de beoogde herontwikkeling waardoor de haalbaarheid en daarmee uiteindelijk de realisatie onder druk kan komen te staan. Door geen voorkeursrecht te vestigen wordt speculatie mogelijk in de hand gewerkt. Participatie Het voorstel aan de raad is voorbereid met een zienswijzeprocedure. De rechthebbenden zijn voor een periode van 4 weken in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen in te dienen tegen het voorgenomen besluit (voorkeursrechtbeschikking) van de gemeenteraad. Tegen het voorgenomen besluit/voorkeursrechtbeschikking zijn zes zienswijzen ingediend. Eventuele zienswijzen en reactie daarop worden aan de raad gestuurd ten behoeve van besluitvorming. Zie bijlage 9 bij dit voorstel. Tegens de voorkeursrechtbeschikking van het college alsmede het toekomstige mogelijk besluit van de gemeenteraad (voorkeursrechtbeschikking van de raad) staat bezwaar open.

Rechthebbenden kunnen binnen een periode van 6 weken, na bekendmaking en ingaan van de beschikking bezwaar indienen tegen het besluit van het college (voorkeursrechtbeschikking). Indien en voor zover de gemeenteraad een opvolgend besluit (voorkeursrechtbeschikking) neemt dan behoeft een rechthebbende niet nogmaals bezwaar in te dienen omdat een bezwaar tegen de voorkeursrechtbeschikking van het college mede wordt geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. Communicatie De bekendmaking gericht tot alle eigenaren van de onroerende zaken waarop het voorkeursrecht is gevestigd heeft plaats gevonden. De beschikking is ook aan alle eigenaren aangetekend verzonden en daarnaast ontvingen alle eigenaren een flyer: “Het vestigen van een voorkeursrecht onder de Omgevingswet” (bijlage 8). Tevens zijn er twee informatiebijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden en grondeigenaren. Verder wordt dit besluit gepubliceerd op de besluitenlijst en ontvangen alle eigenaren en/of gebruikers van de onroerende zaken een beschikking dat de gemeenteraad een voorkeursrecht op het onroerend goed heeft gevestigd.

Bijlagen - Bijlage 1: Grondtekening - Bijlage 2: Perceellijst aangewezen onroerende zaken - Bijlage 3: Brief aan eigenaren en zakelijk gerechtigden - Bijlage 4: Kennisgeving van de terinzagelegging voorkeursrechtbeschikking college (publicatie) - Bijlage 5: Adviesrapport vaststellen plangebied Hoogeveen - Zuid - Bijlage 6: Adviesrapport locatieonderzoek Sweco - Bijlage 7: Advies inzet instrument Voorkeursrecht Hoogeveen - Bijlage 8: Flyer Het vestigen van een voorkeursrecht onder de Omgevingswet - Bijlage 9: Zienswijzennota

Hoogeveen, Burgemeester en Wethouders van Hoogeveen,

Mike Hacking gemeentesecretaris

Martijn Breukelman burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16290804/1