raadsbrief Wmo 29-11.pdf
Tekst van het document
Geachte leden van de raad,
Met deze brief geven we u de aanbevelingen uit onze Metastudie Sociaal Domein, Deel 1 over de Wmo. Als bijlage vindt u de nota van bevindingen, waar onze conclusies en aanbevelingen op gebaseerd zijn. Inleiding Dit onderzoek was geen traditioneel rekenkameronderzoek, maar een ‘meta-studie’. Met een meta-studie wordt bedoeld dat er gebruik is gemaakt van eerder door andere rekenkamers uitgevoerde onderzoeken om daar de leerpunten voor Hoogeveen uit te halen. Uitgangspunten voor de aanpak zijn: • • •
‘De bevindingen uit andere gemeenten worden gebruikt voor de gemeente Hoogeveen, met oog voor de lokale context. 1 Mantra: Overzicht, inzicht en sturing. Al ‘trechterend’ door middel van de focus op de rollen en taken van de gemeenteraad komen van een zeer breed en gecompliceerd beleidsterrein tot bruikbare aanbevelingen voor de raad.
De meta-studie wordt per onderdeel uitgevoerd (WMO, Jeugdwet en Participatiewet) en tot slot voorzien van een overkoepelende notitie (‘satéprikker’). U krijgt bij deze de uitkomsten van Deel 1 over de Wmo. De uitkomsten van Deel 2 over de uitvoering van de Jeugdwet kunt u begin januari verwachten. Zodoende hopen en willen wij bijdragen aan uw besluitvorming over het Herontwerp Sociaal Domein (HSD). Naar verwachting zal Deel 3 over de uitvoering van de Participatiewet en de “satéprikker” eind januari/begin februari volgen. Dit deelonderzoek is uitgevoerd conform het u in april gestuurde onderzoeksvoorstel met kleine wijzigingen in de planning. Door tijds- en werkdruk bij de organisatie in verband met Corona en HSD is met de organisatie gekomen tot een aangepaste planning. Dit hebben we u op 27 september tijdens de sessie met u over de toen lopende onderzoeken gemeld.
1
Om een onleesbaar rapport dat vooral bestaat uit citaten uit en verwijzingen naar andere rapporten te voorkomen hebben we de bevindingen samengevat. Het rapport zou anders honderden bladzijden dik geworden zijn.
1
Aanpak Centraal in dit deelonderzoek stond de vraag: “Welke lessen uit de reeds uitgevoerde rekenkameronderzoeken naar de uitvoering van de Wmo kunnen bruikbaar zijn voor de gemeente(raad) van Hoogeveen? “ De RKC heeft in beeld gebracht wat er gebeurd is qua wetgeving en financiering vanuit het Rijk sinds 2015, welke items in den lande spelen, welke items in Hoogeveen spelen en welke lessen daaruit op de items die voor Hoogeveen van belang (kunnen) zijn te trekken zijn. De RKC pretendeert met dit onderzoek niet volledig of alomvattend te zijn. Dat is onmogelijk in een (kleine) meta-studie op zo’n breed beleidsterrein. Wel hoopt de RKC op een zo efficiënt mogelijke wijze een bijdrage te leveren aan uw positie in de opgave voor Hoogeveen in het Sociaal Domein, en dus ook aan het traject HSD, met mogelijk relevante verbeterpunten, aanvullend aan wat er al gedaan is en wordt. De RKC heeft zich daarom gefocust op de rol van de raad en de gedane rekenkameronderzoeken die gedaan zijn voor de raden in den lande vanaf 2018. Het RKC-onderzoek startte in april en liep daarmee parallel aan de inspanningen van de organisatie om te komen tot het HSD. Wij hebben op 24 juni jongstleden een verzoek gekregen van de gemeentesecretaris om rekening te houden met de vakantieperiode en de algemene werkdruk op de organisatie.
Dat hebben wij gedaan door te temporiseren en de organisatie een collegiale reactie te vragen op ons conceptrapport in de zomerperiode, en pas het rapport ter ambtelijk wederhoor aan te bieden op 25 oktober 2021. Op dat moment stonden nog 19 vragen van onze zijde aan de organisatie open, welke we graag nog beantwoord zagen. Hierbij hebben wij aangegeven, dat onze intentie was en blijft om samen op te gaan, ieder vanuit de eigen rol, in het zo goed mogelijk informeren en begeleiden van u als raad in uw besluitvormingsproces rond HSD. Tot onze teleurstelling kregen wij op 15 november jl. als ambtelijke reactie dat er geen ambtelijke reactie zou komen en ook geen antwoorden op onze, grotendeels sinds mei openstaande, vragen. Er werd ook geen gebruik gemaakt van de door ons voorgestelde sessie om ‘de klokken gelijk te zetten’ ten bate van het eenduidig informeren van u als raad. Navraag hierover bij de gemeentesecretaris op 16 november leverde op 23 november eenzelfde reactie op2. Deze gang van zaken betreuren wij ten zeerste. Gezien deze (uitblijvende) ambtelijke reactie zien wij ons genoodzaakt u onze brief en rapportage zonder ambtelijke en bestuurlijke reactie aan te bieden zodat u hiermee wel op tijd uw voordeel kan doen door het te gebruiken om uw vragen te formuleren aan het college alvorens het programmaplan HSD vast te stellen.
Overigens voldoet de RKC hiermee aan de regels uit verordening en onderzoeksprotocol en wijzen wij u erop dat de organisatie hieraan niet voldaan heeft, specifiek in strijd handelt met artikel 8 lid 3 van uw verordening. Het college kan de bestuurlijke reactie op ons rapport en brief nu direct aan u geven. Overigens hebben we kunnen constateren dat een deel van onze aanbevelingen hetzij parallel met onze aanbevelingen door de organisatie zelf is opgepakt, dan wel als gevolg van onze
2
In de bijlagen bij deze brief vindt u de diverse berichtgevingen tussen RKC en organisatie.
2
aanbevelingen verwerkt. Dat geldt niet voor met name uw rol als raad. Daarin wijken onze aanbevelingen nogal af van wat in het Programmaplan wordt voorgesteld.
Aanbevelingen Vanuit deze metastudie beveelt de RKC de volgende zaken aan: 1. Raad, a) Het is aan u om de politieke keuzes te maken. Dat betekent dat u mag verwachten dat door de organisatie aan u een heldere visie op de transformatie voorlegt waarin gewenste3 maatschappelijke effecten duidelijk worden beschreven, gebaseerd op maatschappelijke waarden die in kadernota’s als leidend en sturend gebruikt worden. U mag verwachten dat daarbij visie, doelen en activiteiten onderscheiden worden, en dat aan u wordt voorgelegd op welke factoren u wil sturen, en controleren, en welke proceskaders gelden als referentiekader zodat controle mogelijk is. De informatievraag van u, en niet het aanbod vanuit organisatie en college zou leidend moeten zijn. Dat kan bij de P&C-cyclus zijn, maar niet noodzakelijk alleen daarbij. De nog te bepalen ‘leidende principes’ in het traject HSD kunt u daarbij gebruiken. Ga uit van het antwoord op de vraag ‘wat voor gemeente wilt u zijn?” Laat het college vervolgens een actueel beleidsplan en verordening opstellen met criteria voor resultaat- of effectmeting en de ten aanzien van aanbieders te hanteren prestatie-indicatoren. Gebruik daarbij (meer dan u tot op heden gedaan heeft) de beleidsruimte die u vanuit de wet heeft. Tot slot: vervul uw controlerende rol.
Ook deze beperkt zich niet tot de P&C-cyclus qua informatievoorziening: (hoe) kunt u beoordelen of uw inwoners zelfredzamer geworden zijn? De norm of het kader daarvoor is leidend en die bepaalt u, naast de rechtstatelijke en beleidskaders. b) Overweeg als Raad voor het Sociaal Domein de methode Duisenberg toe te gaan passen. Bij deze methode nemen enkele raadsleden samen met de organisatie en desgewenst begeleid door een ter zake kundig adviesbureau de jaarrekening door; niet in zijn geheel maar voor één programma, in dit geval het programma sociaal domijn. Daarmee krijgt u in enkele weken een veel dieper inzicht in de werkelijke resultaten en kosten van een programma dan uit de jaarrekening zelve blijkt. c) financiële rijkskaders zijn niet dwingend. U heeft beleidsruimte ten aanzien van de eigen keuzes voor inkomsten en uitgaven, en bent niet gebonden aan wat het rijk ooit beschikbaar stelde. 2. College, a) Het is een open deur, maar zorg voor a. Een integrale sturing en keten-control b. Een volledige (pdca)beleidscyclus gebaseerd op de door de raad vastgestelde
3
U kunt bij het bepalen van uw visie de toetsvragen en ‘knoppen om aan te draaien’ die staan opgesomd in de rapportage ‘harmonie in het sociaal domein’ van de VNG (op basis van de adviezen van AEF/visitatiecommissie) gebruiken ter ondersteuning
3
c.
visie, en beleidsplan, door het vaststellen van beleid, doelstellingen (gebaseerd op de 3 doelstellingen van de wet) en Vervolgens daarbij passende (Drentse) inkoopsystematiek en bekostigingssystematiek.
b) Verminder het aantal aanbieders, gebaseerd op de visie c.q. leidende principes, met behulp van het inkoop- en bekostigingsmodel. De al enkele jaren voorgenomen maar tot op heden nog niet vormgegeven doorgroei naar een passende bekostigingssystematiek kunt u nu aanpakken door te kiezen voor een bekostigingsvorm (productie-, populatie-, resultaat- of functiebekostiging of varianten daarop) die het beste passen bij de uit te voeren taak en voorzien in de al eerder door Hoogeveen en in het kader van HSD geformuleerde voorwaarden, zoals: Ruimte voor diversiteit en innovatie Een breed genoeg (maar niet te breed!) Aanbod om maatwerk en waar nodig keuzevrijheid te realiseren Op voorhand geen goede aanbieders uitsluiten Ook kansen voor kleinere, gespecialiseerde leveranciers Zoveel mogelijk voorkomen van zorgverspilling, misbruik en fraude. Open house is niet de enige voor de hand liggende inkoopmethode, zeker niet als je naar minder aanbieders toe wil. Er zijn andere vormen van aanbesteden 4. Per vorm van zorg kan de inkoopmethode verschillen. Zorg daarbij wel dat de te selecteren aanbieders zich conformeren aan de Hoogeveense visie en aanpak. En zorg dat de toegang bij de inkoopmethodiek passend georganiseerd is. Zorg ook dat de selectie van aanbieders gebaseerd is op het criterium van het verkrijgen van de benodigde managementinformatie voor de PDCA-beleidscyclus.
Maak gebruik van de Sociale monitor van de VNG om cliëntpopulatie nog beter in beeld te hebben. Mogelijkerwijs alsnog te starten met een 0-meting. Zorg voor samenhang tussen toegang, inkoop & bekostiging en monitoring.5 Bij de monitoring: zorg voor duiding door bijvoorbeeld per wijk de trends in beeld te brengen en deze te gebruiken. Maak gebruik van ideeën en feedback van inwoners, dorpen, organisaties. Gebruik daartoe de CEO ook kwalitatief en trendmatig. Zorg voor de organisatie en samenwerking in lijn met bovenstaande, integraal en samenhangend. Bij het invoeren van de volledige PDCA-cyclus valt te denken aan het gebruiken van het Utrechts model en haar 4 pijlers. Gebruik wel de reeds geleerde lessen van diverse gemeenten die dit model hebben toegepast (bijvoorbeeld Arnhem). Pas, tot slot, een passend toezichts- en controlekader toe. Dat wil zeggen passend bij de gewenste, en bij de visie van Hoogeveen passende, balans tussen vertrouwen en controle. c) Zorg voor verbeteringen in de uitvoering: behoud al het goede dat nog past na vaststelling van visie en beleid, en ga door met wat er al aan verbeteringen ingezet is, maar laat los wat niet meer past.
4
https://vng.nl/publicaties/informatiekaart-inkoopmodellen
5
Zie: rapportage ‘harmonie in het sociaal domein’ van de VNG (op basis van de adviezen van AEF/visitatiecommissie) gebruiken ter ondersteuning
4
Voor verdere verbeteringen in de uitvoering, kunt u denken aan de volgende leerpunten uit andere rekenkameronderzoeken, waarbij sommige punten wellicht al zijn opgepakt of in het Programmaplan komen: Toegang: • Maak een integrale toegang, vraag naar eigen kracht (zonder deze te overschatten) en bied een integraal advies waarbij éé’n1 integrale aanvraag voor ondersteuning aangevraagd kan worden • Maak melding vormvrij • Zorg voor bekendheid, gebruik daarvoor je wijkteams SWW • Zorg dat een inwoner maar één keer zijn verhaal hoeft te doen • Minder stappen in het toegangsproces • Een meer integrale toegang • Vraag beperkte set gegevens bij melding • Maak niet teveel stappen en/of te veel loketten voor cliënten • Maak de toegang persoonlijk, door bijvoorbeeld gastvrouwen/-heren naast inhoudelijk deskundigen; maak gebruik van de (nog te komen) bevindingen van het Verbetertraject Toegang van de VNG De cliënt eerst • Zorg dat naast beschikkingen ook goede plannen van aanpak worden gemaakt voor de cliënten (Tilburgs voorbeeld) • Ga na of je de doelgroep echt bereikt, zijn er zorgmijders? Ken je doelgroep; gebruik wijkteams SWW hiervoor.
Ook voor de inloop in de wijken en dorpen • Zorg voor warme overdracht van jeugd naar volwassenen, gebruik hiervoor de al ingezette regiecoaches • Wordt passende hulp gegeven of vallen mensen af? Heb daar informatie over • Je bent bij de toegang zorgverlener en poortwachter tegelijk, haal perverse prikkels eruit (zoals afschalen i.p.v. groei van de dienstverlening, concurrent zijn in plaats van samenwerken door bijvoorbeeld budgetplafonds) • Maak gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuners • Geef meer regie aan de cliënt en doe aan nazorg waarbij je naar ideeën vraagt • Gebruik contactmomenten ook voor de transformatie, het aangeven van wat de gemeente wel en wat de gemeente niet doet, de bedoeling van de wet en van de gemeente uitleggen en dat samen vormgeven. Gebruik daarbij ook de aandacht voor andere factoren dan alleen de sociale, die bijdragen aan iemands ‘eigen kracht’: wat mensen kunnen en weten (competenties), wat zij willen (aspecten van motivatie) en de mate waarin zij in staat zijn op hun eigen gedrag te reflecteren en dat te veranderen (zelfregulatie). Communicatie, digitaal en informatieveilig • Maak meer gebruik van digitale middelen i.c.m.
informatieveiligheid • Heb een goede en vooral up-to-date website • Zorg voor goede communicatie, voor de doelgroep duidelijke taalgebruik de ARSD hierbij De eigen organisatie • Gebruik de wijkteams en de organisaties waar je mee samenwerkt voor feedback • Maak gebruik van participatieprocessen zoals je die dit jaar hebt opgestart • Gebruik ook kwalitatief CEO en bevraag ook degene die uiteindelijk geen (maatwerk)voorziening hebben gekregen
5
• •
Gebruik ingebrachte feedback en ideeën ook voor bijsturing Om de zorgconsulenten te ontlasten kan je denken aan de volgende zaken: • Meer gebruik maken van cliëntondersteuners • Duidelijke en begrijpelijke taal en uitleg via website, folders (eventueel gebruik maken van publieksvoorlichters) • Hulp bij de tegenstrijdige rol van zorgverlener en poortwachter • Langere doorlooptijd van indicaties.
Wij begrijpen dat deze brief, nu deze helaas niet aan de voorkant afgestemd is met organisatie en college, tot de wens van verduidelijking van uw kant kan leiden. Wij horen graag van u of en wanneer wij u een toelichting kunnen geven op onze onderzoeksbevindingen en aanbevelingen.
Met vriendelijke groet,
Mr A. Teeuw Voorzitter RKC Hoogeveen
6