CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie verslag

Raadsavond 25 maart 2021, gemeente Hoogeveen23.333 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Blijkbaar werkt onze drive en ambitie aanstekelijk en dat is mooi om te zien. Ik dank u voor uw aandacht. Zes minuten. De voorzitter: Nou, ik heb 6,5 minuut en. De heer Stam: '…'. De voorzitter: U wilt u vergelijken met de burgemeester. Maar zowel de burgemeester Out als de heer Loohuis hadden allebei tien minuten en de andere sprekers vijf minuten. Ik wil wel een kleine wisseling maken in het programma, want als het goed is is meneer Koster van het voortgezet onderwijs ingelogd. Hij kan er even tussenuit uit een andere vergadering en dat is in deze tijd dus ik zou nu graag het woord willen geven aan de heer Koster van het voortgezet onderwijs. De heer Koster: Dank u wel. Ben ik te verstaan? De voorzitter: Ja hoor. Prima. De heer Koster: Dank. Dries Koster. Voor een aantal van u bekend. Ik ben weer terug op mijn oude plek. Ik ben sinds januari directeur bestuurder van RSG Wolfsbos en ik spreek hier 5 minuten namens mijn eigen school en mijzelf en ook namens Albert Weishaupt van het Roelof van Echten College. Ik neem u een minuut of drie, drie-en-een-half mee in wat er speelt en wellicht is er nog een minuutje voor stellen van vragen. Wij zijn als twee middelbare scholen nu een aantal weken alle dagen open. Dat waren wij daarvoor ook wel maar dan voor bepaalde doelgroepen.

Vooral examenkandidaten die naar school mochten en voor praktijklessen praktijkschoolleerlingen en voor kwetsbare leerlingen. Maar sinds die nieuwe persconferentie zijn we nu een aantal weken, dat geldt voor alle scholen in het land, middelbare scholen alle dagen open. En de kinderen gaan gemiddeld zeker één dag per week naar school en sommige kinderen gaan twee dagen per week naar school. Dat moet op 1,5 meter afstand. Dat is even nieuw in het voortgezet onderwijs. Dat betekent ook in de lessen en in de lokalen. U weet wij hebben pubers op school en pubers en 1,5 meter en daar iets mee doen dat is wel even een dingetje. Dus dat betekent veel toezicht, veel aanspreken, veel met ze praten. En ook in de lokalen is er 1,5 meter afstand tussen alle tafels en stoeltjes, dus dat betekent dat alle leraren hun klassen gesplitst hebben in tweeën en soms in drieën. En de leraar die wij hebben op het Roelof van Echten en bij ons

op school Wolfsbos pendelen vaak heen en weer tussen twee lokalen naast elkaar gelegen. Het is een hele opgave. En wij zijn vanuit beide scholen trots op hoe het gaat. Ook op ons personeel volledig en ook op de draagkracht eigenlijk van ons personeel, maar er wordt veel gevraagd. Dus dat even vooraf. Wij zijn echt trots op onze mensen en dat betekent dat we veel communiceren, ook na persconferenties dingen moeten bijstellen. We hebben nu ook de situatie, vandaag heeft u wellicht de Hoogeveensche Courant gezien waarin staat dat Wolfsbos prominent in de tamboer zit met een prachtige foto. Die stond er gisteren in moet ik zeggen. Nou dat geldt voor beide scholen, ook het Roelof van Echten huurt ook in tenten. Wij huren ook buiten school omdat je gewoon ruimtes nodig hebt omdat de klassen natuurlijk eerder vol zijn, want daar mogen maar een derde of de helft van de kinderen mag maar naar binnen. Er wordt veel gesproken over leerachterstanden. Wij praten daar zelf wat minder graag over. Wij hebben het liever over dat we iets te doen hebben met z'n allen om bij, met name ook de mentale weerbaarheid van kinderen te vergroten. En wij zijn ook blij, en dan ga ik ook iets zeggen over de gemeente Hoogeveen, dat wij van de minister veel geld krijgen.

Substantieel geld om na de zomer twee, drie jaar ook hopelijk structureel iets aan deze problematiek te doen, want dit is niet allemaal zomaar met een jaar opgelost. Met name ook het sociaal emotionele verhaal. Er zijn kinderen gewoon tussen wal en schip geraakt af en toe. We hebben ze goed bij de kladden, maar er zijn gewoon kinderen die zitten toch met een thuissituatie die niet altijd even fijn is. Dus dat gaat helpen om daar iets met maatwerk te doen en een goede begeleiding op te zetten. Daar zijn we echt blij mee. Met de gemeente, dat is dan bijna mijn laatste zin over de gemeente Hoogeveen, wethouder en ambtenaren en ook scholen de afgelopen week een prettig gesprek gehad in de lokale educatieve agenda om te kijken welke maatregelen gaan de basisscholen betreffen, welke maatregelen gaat middelbare scholen treffen, en hoe kunnen we daar elkaar helpen en van elkaar leren zodat we ook in het kader van de Gelijke Kansen Alliantie en Jong Hoogeveen om even twee belangrijke pijlers te noemen de goede dingen met elkaar kunnen doen. En ik denk dat dat heel goed is. Nou dat even qua inleiding voorzitter en wellicht zijn er nog vragen als dat mag binnen tijd. De voorzitter: Ja, dank u wel meneer Koster. Ja, dan moet ik even kijken of ik een handje zie. Daar is nog 1,5 minuut voor en dan gaan we naar de volgende spreker. En de anderen, ik zie meneer Sieders.

Meneer Sieders aan u het woord. De heer Sieders: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had even een kleine vraag iets van het '…'. De scholen zitten vol dus er worden externe ruimtes gehuurd maar ik hoor ook dat ze nog maar één à twee dagen naar school gaan en in die één à twee dagen hebben ze ook nog eens de klaslokalen of de groepen leerlingen gesplitst weer in twee lokalen. Houdt dat eigenlijk dan effectief ook in dat je eigenlijk maar één dag in de week naar school gaat en dan eigenlijk maar een halve dat nog les hebt omdat de leraar tussen de twee groepen elke keer moet wisselen. Of hoe moet ik dat voor mij ziet dan. De heer Koster: Ja, ik snap uw vraag. Ik zal antwoord trachten te geven. De kinderen gaan gemiddeld een dag per week naar school, sommigen gaan twee dagen per week naar school. Je hebt op de andere dagen online les. Dus je gaat fysiek een of twee dagen naar school per week, maar je hebt de andere dagen wel les thuis. En de lokalen zijn gesplitst dus de gebouwen zijn sneller vol omdat je gewoon minder kinderen in een lokaal hebt vandaar dat we naar buiten gaan om te huren en ook om rust en ruimte en afstand te bewaren en te creëren. Maar de kinderen hebben meer online les dan, maar zijn ook op school nog een of twee dagen per week. Is dat zo een antwoord op uw vraag.

De heer Sieders: Nou ik vroeg me meer af zeg maar van de ene dag dat ze naar school gaan dus dat ze fysiek les hebben buiten om natuurlijk dat het hartstikke mooi is dat er online nou ook lessen kunnen gegeven

worden, het gaat mij meer om een dag fysiek en dat de klassen dan ook nog zijn opgedeeld waar tussen leraren moeten pendelen tussen de klassen die al opgedeeld zijn. De heer Koster: Ja, omdat je 1,5 meter moet houden. Ja. De heer Sieders: Dan hebben de leerlingen bij wijze van spreken van die ene fysieke dag maar de helft van de dag een leraar voor hun neus omdat de leraar de andere helft van de dag in de andere klas de uitleg ook moet geven. De heer Koster: Ja, soms wel, soms hebben we ook nog extra mensen erbij, soms ook collega's die bijspringen. Maar dat klopt hoor het is dat heen en weer gaan, maar het gaat best wel goed en gecontroleerd hoor. De voorzitter: Ok. Dan eigenlijk zit de tijd erop maar ik zie nog een handje van mevrouw Van den Oord en dat is dan ook de laatste en dan u moet er dan uit en wij gaan dan verder met de volgende spreker. Mevrouw Van den Oord aan u het woord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, dank u wel. Ik wilde de heer Koster nog even vragen. Want ik denk dat wij allemaal een helemaal duidelijk beeld hebben dat er van nou ja in dit geval het onderwijzend personeel en de ondersteuning erg veel gevraagd wordt aan flexibiliteit en maatregelen. En ze kunnen de ene keer zeggen ze de scholen mogen open en het volgende moment de scholen mogen dicht.

Hoe houdt het personeel zich er onder, want je hoort natuurlijk ook uiteraard de terechte zorg van ja maar misschien houd ik de veiligheidsmaatregelen wel in acht, maar ik ben ook mantelzorger voor een kwetsbaar persoon, afijn persoonlijke gevoelens omtrent welke risico's loop ik. Hoe ervaren ze dat bij u op het Wolfsbos op dit moment. De heer Koster: Ja, dat is een terecht punt wat u aansnijdt. Dat is heel verschillend hoor mevrouw. Er zijn docenten die hebben al 11 keer een coronatest gehad om eens wat te noemen, dat is extreem veel. Er zijn ook docenten die durven gewoon even niet naar school qua situatie of wat dan ook. Er zijn docenten die geven vanaf huis dan veel les. Het is heel wisselend. Ik ken niemand die dit natuurlijk fijn vindt en mensen doen hun best, er wordt veel gevraagd maar er zijn ook mensen met zorgen zeker. En los van het feit dat we natuurlijk ook af en toe medewerkers hebben die besmet zijn. Gelukkig valt het aantal wel mee maar die hebben natuurlijk ook, dat geldt voor leerlingen maar ook voor personeel en dan ga je in quarantaine en komt de hele riedel langs. Dus die zorgen zijn er zeker, ja, ja. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Dank u. De heer Koster: Alstublieft. Dank u wel.

De voorzitter: Dan wil ik u ook hartelijk bedanken meneer Koster voor nou ook nog het beantwoorden van de vragen en dan wil ik graag nu het woord geven aan meneer Woltinge van Ondernemend Hoogeveen. Meneer Woltinge aan u het woord. De heer Woltinge: Ja, dank u wel want ik zie dat het microfoontje weg gaat dus ik neem aan dat ik te verstaan ben. In ieder geval wil ik eerst de waardering graag uitspreken ook richting Centrummanagement omdat dat een groep is die heel hard geraakt wordt door de corona en toch zoveel energie nog heeft om ook richting de toekomst allemaal plannen uitrollen. En ik mocht ook bij de bijeenkomst aanwezig zijn en ja dat is heel mooi om te zien dat toch de moed erin blijft. Dat vind ik heel dapper. Als we kijken naar de niet-horeca en retail dan

kijken we naar de andere bedrijven binnen Hoogeveen en daar zien we eigenlijk best wel het beeld wat ook in het landelijke beeld terugkomt. De grotere bedrijven die redden zich prima. Die hebben een best goed jaar gedraaid in 2020 en de vooruitzichten voor 2021 zien er ook redelijk tot goed uit. Wat daar wel gebeurt, is ook dat je ziet dat er veranderingen in de markt plaatsvinden door corona en dat ze zich daar ook op aan hebben moeten passen maar ook zeker op aangepast hebben. En dat ook wel zien als een soort hybridemodel voor hun onderneming richting de toekomst. Want het werken wordt toch anders, de beleving van de mensen wordt anders, het gedrag wordt anders dus dat zit er zeker in. Wat wij ook meekrijgen is dat bij de kleinere bedrijven zijn de verschillen groot. Er zijn bedrijven die in een hoerastemming zitten en er zijn ook wel bedrijven die in een mineurstemming zijn. Gebruik maken van de regelingen is voor sommigen best ingewikkeld en dat heeft er soms ook mee te maken dat ze de boekhouding nog bij een boekhouder hebben of een boekhoudbureau hebben en de cijfers niet adequaat zijn en dan wordt het wel heel ingewikkeld om zo'n regeling aan te vragen. Dus die vinden dat heel lastig en ik denk dat we het ook heel kort kunnen samenvatten. Samen met de gemeente STIB, Centrummanagement en ondernemend Hoogeveen hebben wij een brief de deur uit gedaan naar de ondernemers.

Wij hadden geen idee wat we daar voor reacties op moesten verwachten. Die reacties zijn gelukkig wel gekomen dus het heeft absoluut zin gehad en de reacties zaten ook wel in de diversiteit van joh ik zit in geldzorgen, ik weet niet hoe het moet en noem maar op. Een tweede want daar naar voren komt, is de uitzichtloosheid. Wanneer gaat het weer open, wanneer kan ik weer ondernemen, maar ook advies vragen van joh ik zit op een bepaalde leeftijd en moet ik nog wel weer open en dat soort zaken. Nou daar hebben we dus ook wel connecties voor om de mensen daar, de ondernemers daarmee te helpen dus dat doen we ook. En daarnaast zijn er ook best een aantal ondernemers geweest die naar aanleiding van de brief ook gebeld hebben en zeggen van joh, hartstikke goed initiatief als ik ergens kan helpen dan hoor ik het graag want ik doe graag mee. Dus ook de saamhorigheid is groot en dat merken wij binnen het hele bedrijfsleven wel. Je zit met zijn allen in dezelfde situatie, dezelfde omgeving. Iedereen zoekt elkaar ook al op om daar te helpen waar mogelijk en ja dat is wel heel fijn. Ja, wat ik zeg de verschillen zijn wel overeenkomstig wat je in heel Nederland vindt een beetje afhankelijk van de tak van sport waar je ook in zit, maar ja laten we zeggen wij mogen voor 80-85% niet mopperen.

En de aanpassingen binnen de bedrijven in het begin was natuurlijk best enorm en voor de maakindustrie die moest wel doorgaan met maken, dus die moest dat ook allemaal coronaproof gaan inrichten. De dienstverlening moest zorgen dat ze binnen no-time thuis konden werken, dus dat waren echt wel omschakelingen, maar dat is voor zover mij bekend bij alle bedrijven is dat heel goed gelukt. Dus dat is ook een mooi voorbeeld van een flexibiliteit die ook wel binnen de ondernemers en de werknemers is. Wat we nog wel meekrijgen, en dat sluit ook wel een beetje aan op de vraag net aan Dries Koster voor de docenten. Wij merken wel dat de bedrijven die op afstand werken, geven wel aan dat ze het contact met hun medewerkers missen. Via Teams kun je heel veel doen en dat is een hartstikke mooi communicatiemiddel, maar je mist wel de non-verbale communicatie en daardoor kun je wat minder zien of er iemand goed of wat minder in zijn vel zit en daar is wel heel veel extra aandacht voor. Ja, dus al met al 2020 voor de meesten vrij goed gedraaid, 80-85% uiteraard die er minder in zitten en voor 2021 is men hoopvol. De enige vraag is dan wel van als het straks los gaat, wat burgemeester Loohuis ook al aangaf, hoe gaat het dan lopen. Er zijn schulden opgebouwd, er zijn financiële verplichtingen vooruitgeschoven en hoe gaan we dat dan doen. Dank u wel.

De voorzitter: Ja, u ook bedankt meneer Woltinge. Dan gaan wij verder naar de volgende spreker, in dit geval een spreekster. Vanuit de zorg mevrouw Mossel. Mag ik u het woord geven. Mevrouw Mossel: Zeker. Dank u wel. Nou ook wij zijn vorig jaar uiteraard geconfronteerd met het coronavirus. Onze sector moest het de eerste maanden doen zonder beschermingsmiddelen. Er waren tekorten aan mondkapjes, handschoenen, schorten en in het begin was er ook het advies aan ons om dat soort middelen

niet te gaan gebruiken. Veel moesten wij leren over dit virus, maar één ding is zeker wat we geleerd hebben dat dat niet kan bij dit virus. Dat leverde ook al meteen in onze sector, ook in onze organisatie, maar ook in collega-organisaties in Hoogeveen een aantal uitbraken op bij de eerste golf. Op een gegeven moment werden zelfs onze voorzieningen gesloten en waren ze niet meer toegankelijk voor bezoek. Al heel snel was toen ook het applaus wat we in het begin wel kregen als sector ook afgelopen. Na de eerste golf kwamen wij als zorgsector in de vakantieperiode terecht, kwamen we in Nederland wellicht even op adem rondom Covid in de zomer, maar in de zorg heb je altijd in de vakantieperiode een extra zware tijd. En vanuit de zomerperiode gingen we ook al in september weer richting de tweede golf. Nou toen werd er gelukkig ook wel anders gedacht over hoe je omgaat met bezoek in organisaties als de onze. Het gemis van naasten is groot. Dat werd door iedereen verschillend beleefd, maar ik durf wel te zeggen dat dat slecht geweest is voor heel veel mensen in organisaties als de onze. Niet alleen voor de mensen die bij ons wonen, maar ook voor familieleden die thuis waren en geen zicht hadden op hoe het met hun man of vrouw, of vader of moeder ging. Dat heeft veel pijn gegeven. En vervolgens kwamen wij met elkaar in de derde golf met overal ook weer uitbraken.

En zijn wij nu in de vaccinatieperiode terechtgekomen. Wij zien echt ook wel een verandering dat er minder besmettingen bij de meest kwetsbare ouderen aan de orde zijn op dit moment. We zien ook een terugloop van het aantal besmettingen bij onze professionals. Wat we een nieuw zien, is het grote aantal besmettingen bij jonge mensen, bijvoorbeeld stagiaires. Dat groeit enorm de laatste twee weken. Er zijn ook mooie acties geweest die landelijk ook zijn opgevolgd zoals Horeca helpt de zorg, waarbij wij op dit moment ook nog steeds bijna 70 medewerkers uit de horeca dagelijks werkzaam hebben in onze organisatie. Oud voor jong, jong voor oud is een project om aan twee kanten eenzaamheid te voorkomen wat ook nog steeds draait en mooie contacten geeft. De zorg die bij ons wel zit als sector is van hoe krijgen wij zo snel mogelijk onze medewerkers weer op krachten en veerkrachtig. Daar waar wij nu ons met elkaar aan het voorbereiden zijn op als er dan een zogenaamd zwart scenario fase drie ontstaat met een veel groter aantal besmettingen, zal er van onze sector ook verwacht worden daar waar bij ons al een grote vaccinatiegraad is wij ook in andere sectoren weer gaan helpen. Bijvoorbeeld in de thuiszorg, of in de ziekenhuizen om ook de overloop aan cliënten in ziekenhuizen op te kunnen vangen.

En is daar dan voldoende veerkracht en energie nog voor bij onze medewerkers daar waar er al een jaar lang een uitzonderlijke prestatie van ons gevraagd is. Daar wou ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Mossel. Wellicht komen er later nog vragen uw kant op. Want wij gaan naar de laatste spreker en dat is de heer Janze van het primair onderwijs. Meneer Janze aan u het woord. De heer Janze: Dank u. Ja, ik hoop dat ik er bestaan ben. Want ik, ben ik te verstaan? De voorzitter: Ja hoor, u bent prima te verstaan. De heer Janze: Ok. Dan ga ik van start. Ik ben Gerard Janze, ik ben ik ben directeur-bestuurder van Prikoh en ik heb wel een hele bijzondere start gemaakt, want ik ben op 1 mei van het jaar 2020 directeur-bestuurder geworden. Je kunt je voorstellen dat dat een hele merkwaardige situatie is. Gelukkig waren de scholen toen net weer open. En ik kan dus wel even met jullie van gedachten wisselen wat er sindsdien allemaal gebeurd is. Ik ben buitengewoon blij dat wij in vergelijking met het voortgezet onderwijs al onze scholen gewoon helemaal open hebben. Wij hebben natuurlijk in de eerste lockdown ook een aantal weken de scholen gesloten moeten houden. Dat was niet leuk. Dan blijkt ook eens temeer wat de belangrijke maatschappelijke functie van onderwijs is, want ouders hadden het bijzonder zwaar dat zij het thuisonderwijs moesten verzorgen.

Een positieve ontwikkeling daarvan is wel geweest dat wij een enorme ontwikkelslag gemaakt hebben in digitaal onderwijs. Waar je anders denk ik vijf jaar mee bezig bent om langzaam over te gaan van

klassikaal fysiek onderwijs naar digitaal onderwijs, hebben wij dat noodgedwongen binnen een paar weken voor elkaar moet krijgen. En als ik kijk hoe wij sinds de tweede lockdown daar de vruchten van geplukt hebben, ja dan ben ik buitengewoon trots op mijn mensen die dat toch maar even voor elkaar boksen. Als jullie mij twee, drie weken geleden hadden gevraagd hoe is het in het primaire onderwijs in Hoogeveen, want ik praat niet alleen over Prikoh, maar ook over Bijeen en de andere eenpitters, dan had ik gezegd het gaat eigenlijk best wel goed, het onderwijs gaat weer volledig fysiek. Maar de afgelopen twee weken, en daar is al eerder aan gerefereerd, worden ook wij geconfronteerd met een behoorlijke toename van kinderen die getest worden, kinderen die besmet raken. En ik krijg dagelijks van mijn directeuren te horen dat er weer een klas in quarantaine moet en ik maak mij daar wel heel veel zorgen over, omdat het echt enorm aan het toenemen is op dit moment. En ik heb ook grote waardering voor mijn directeuren die elke morgen rond 7:00 uur met pijn in hun hart, met angst en beven de telefoon weer zien rinkelen. En u moet zich voorstellen dat zij voortdurend die morgen bezig zijn met het nemen van beslissingen wat zij voorheen op dit gebied niet hoefden te doen.

En dan moet u denken aan leerkrachten die dolgraag naar het werk willen, maar verkouden zijn en zich afvragen van ja moet ik mij nou laten testen of niet. Moeders die bellen hun kind is verkouden, niest nogal wat vindt u meneer moet mijn kind naar school of niet. En dat gaat dag in dag uit, dus dat vraagt heel veel energie van mijn directeuren. Op dit moment zijn er een aantal scholen van mij die klassen helaas noodgedwongen naar huis moeten sturen. Want u kunt zich voorstellen dat wij bij verdenking van besmetting onze leerkrachten laten testen. Nou gelukkig hebben we tegenwoordig sneltesten, maar dat kost je ook nog wel een dag. Dat betekent dat je dus een dag een leerkracht niet hebt. De invalpool is helemaal leeg. Dus wij hebben onze handen vol om het onderwijs gewoon doorgang te laten vinden vanwege de toch wel behoorlijke uitval en het gebrek aan invallers. Ik wil aansluiten bij datgene wat Dries Koster van Wolfsbos zei, ik praat ook niet over achterstand ik vind dat de focus daar in Nederland veel te veel opgelegd wordt. En natuurlijk zijn er verschillen tussen leerlingen, maar ik denk dat het een hele gezonde gedachte is dat we gewoon aansluiten bij de ontwikkeling waar kinderen op dit moment zijn. En laten we elkaar de put niet in praten dat er enorme achterstanden zijn en ik denk dat dat ook zeker niet het geval is, zeker niet voor de kernvakken.

Wij hebben wel, en dat lag natuurlijk wel voor de hand, wel ontdekt dat er een categorie leerlingen is in Hoogeveen, laat ik het zeggen de sociaal zwakkere leerlingen, ja ook die vallen natuurlijk door de mand in deze pandemieperiode. Dat hebben wij gemerkt vooral in de eerste lockdown periode toen wij overgingen naar digitaal onderwijs. Daar raakten een aantal leerlingen onder de radar en als je mij vraagt van waar maak je je nou zorgen om dan maak ik mij veel minder zorgen over de intellectuele ontwikkeling van leerlingen, maar vooral dat wat deze kinderen, ja wat die allemaal meegemaakt hebben in deze lockdown periode. En daarom ben ik ook blij met het Nationaal programma onderwijs, de vele miljarden die OCW beschikbaar stelt aan het funderend onderwijs. En ook hier sluit ik weer aan bij Dries. Ik zou heel graag met de gemeente een enorme extra impuls willen geven aan alles wat wij nu al fantastisch doen met jong Hoogeveen. De verbindende aanpak, wij zijn daar super enthousiast over in Hoogeveen in het onderwijs, maar vaak is het zo dat de middelen ontbreken maar dat kan op dit moment volstrekt niet een excuus zijn. En ik zou heel graag willen dat wij de buitengewoon grote hoeveelheid middelen die wij extra krijgen om de gevolgen van de pandemie in het onderwijs te bestrijden zeker ook in te zetten om voor deze kinderen iets te betekenen.

En ten slotte zou ik willen afsluiten met een onderwijssocioloog die wij hoog in het vaandel hebben en dat is de jullie misschien wel bekende Biesta die terecht zegt dat onderwijs niet maakbaar maar is, dat onderwijs een spannend avontuur is dat je elke dag met de kinderen aangaat. En Biesta zegt terecht dat het gaat om een kwalificatie en socialisatie, maar wat minstens zo belangrijk is, is mensvorming. Hoe kunnen wij de kinderen in Hoogeveen tot mooie mensen maken en ik denk dat wij daar ook heel veel focus op moeten leggen in de komende periode in plaats van heel erg ons druk maken over leerachterstanden die denk ik wel erg meevallen. Nou dat was, ik weet niet of ik het aantal minuten heb volgemaakt.

De voorzitter: Ja, ik wou al inbreken. U zei al het laatste, dus ik denk het komt eraan dus ik hoef niet in te breken. U wordt hartelijk bedankt. U was de laatste spreker dat betekent dat officieel hadden we nu 10 minuten het beantwoorden van vragen, maar misschien was het zo duidelijk dat er geen vragen zijn. Ik zie een handje bij meneer van Rijn. Meneer van Rijn aan u het woord. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had een vraag even aan meneer Stam. Wij begrepen zeg maar de zorgen die de middenstand en de winkeliers hebben, maar mijn vraag is eigenlijk is het al zover verslechterd dat er ook echt vanwege dat ze geen omzet konden maken, geen winst echt helemaal moesten sluiten. Dat was het dank u wel. De heer Stam: Ja, meneer Van Rijn er zijn inmiddels al winkels verdwenen uit de Hoofdstraat in de afgelopen periode. Ik denk dat pas in de loop van dit jaar duidelijk zal worden wie het uiteindelijk niet gaat halen. Wat is het verhaal. Als je gaat kijken naar de modezaken, de winkels voor kleding, schoenen en zo wat ik straks ook zei, die hebben hun magazijn wat volstaat met winterkleding en daar komt nu ook de zomerkleding aan. Dat moet nu betaald gaan worden dus een groot aantal die moet toch in een korte tijd een behoorlijke omzet gaan halen. En als wij op deze manier doorgaan met op afspraak, ja dan gaat hem dat niet worden.

Je krijgt straks natuurlijk de periode mei dat de vakantiegelden betaald moeten gaan worden, je krijgt weer andere belastingen die voorbij gaan komen. Dus ja op enig moment zullen wij de loop van het jaar, ja houden wij ons hart vast hoe dat zal gaan. En bij de horeca, ja ik heb daar geen zicht op maar ik vind het wel weer knap als je 238 dagen dicht gaat zijn en dan gewoon kunt doen alsof er niets aan de hand is. Dus daar hebben wij, ik ook wel begrepen in gesprekken daar zit heel veel leed. Alleen ja, wat ze ook gedaan hebben met die brief ze hebben mensen de gelegenheid gegeven om contact te zoeken, maar heel veel mensen die schamen zich daar ook voor. Dus die houden zich eigenlijk stil en je moet bij ze aan tafel gaan zitten en doorgaan vragen dan kom je er pas achter. Maar ik hou mijn hart vast in de loop van dit jaar wat er gaat gebeuren. De heer Van Rijn: Ok. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel meneer Stam en dank u wel meneer Van Rijn. Het volgende handje wat ik zag was van meneer Scheffers. Meneer Scheffers aan u het woord. De heer Scheffers: Dank u voorzitter. Ik had eigenlijk een vraag aan de heer Janze en aan de heer Koster. Er werd al gerefereerd aan het extra geld dat binnenkomt of tenminste dat gaat komen vanuit Den Haag.

De vraag is hebben beide schoolorganisaties daar al een goed programma voor om dat op de een of andere manier te besteden zodanig dat het het meeste effect heeft. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan meneer Janze, want meneer Koster die zit inmiddels niet meer in de groep. Dat heeft hij ook aangegeven. De heer Scheffer: Ok, nou geen probleem. De voorzitter: Ja, meneer Janze. Ik zie dat meneer Janze er ook uit is. Nou dan moeten we de vraag even bewaren dat we hem opsturen, zodat we daarna alsnog antwoord kunnen krijgen. De volgende op mijn lijstje is mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen mag ik u het woord geven. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dank u wel. Ik begrijp dat de mensen van het onderwijs eruit zijn. Daar had ik een vraag voor. Maar ik denk dat het ook wel handig is om op dit moment even iedereen te bedanken dat wij in ieder geval het initiatief om ons te laten informeren als raad, dat dat overgenomen is en dat we dat op deze

manier een zo vanavond meemaken. Ik denk dat dat goed is dat we dat, ja in die zin ook de verbinding met ondernemers, met de zorg en met het onderwijs hebben. Dus dat is het doel van deze avond geweest en daar zijn we gewoon blij mee dat dat zeg maar gedaan is. De vraag voor het onderwijs is en die moet u dan maar doorsturen, is wat mij betreft: er werd gesproken door Dries Koster over de educatieve agenda en ik denk dat het belangrijk is dat we daar ons ook als raad over blijven laten informeren. Dus ik wou vragen of daar ook wat informatie over komt naar ons als raad op dat punt. De voorzitter: Prima mevrouw Pullen. Dat staat genoteerd. Meneer Janze is terug. Ik weet niet of hij de vraag gehoord heeft van meneer Scheffers. Meneer Janze. Ik denk dat de vraag nog even herhaald moet worden door meneer Scheffers. Er is in ieder geval een vraag voor u. De heer Scheffers: Ik zal dat even proberen. Het ging er mij even om als er waarschijnlijk in de tweede helft van dit jaar extra geld komt voor het onderwijs of er al een plan is, eventueel samen met het secundair onderwijs, om dat geld zodanig te besteden dat er echt een goed effect van is. De heer Janze: Ja, daar kan ik wel antwoord op geven. Wij hebben gisteren een brief van OCW van minister Slob gekregen met zes kantjes beschreven wat de bedoeling van de extra baten zijn. Daar zit nog veel onduidelijkheid in.

Ik vind het ook een vrij '…' aanpak van OCW waarin zij nou redelijk voorschrijven hoe wij de achterstanden zouden moeten gaan oplossen. Heel kort gezegd, het wordt je als primair en voortgezet onderwijs uitgedaagd om een scan te maken op leerling en op klasniveau om te kijken wat de achterstanden zijn. En dan moet je vervolgens uit een door OCW voorgeschotelde menukaart kiezen uit interventies die wetenschappelijk onderbouwd goed werken, maar je mag ook wel een schooleigen aanpak gaan bedenken. Maar de uitdaging en de opdracht aan om is dus om in kaart te brengen wat de achterstanden zijn en welke interventies je wilt plegen om dat weer in orde te krijgen. Daarbij is natuurlijk wel het geval dat wij incidentele middelen krijgen voor tweeënhalf jaar. En bovendien is het zo als je extra handen in de klas zou willen om achterstanden weg te werken dan worden wij geconfronteerd met tekorten aan leerkrachten überhaupt. Dus ik denk dat wij het veel meer moeten gaan zoeken in innovatie, in duurzaamheid en als voorbeeld daarvan noem ik nogmaals de verbindende aanpak. Ik heb twee scholen die daar heel prachtig mee bezig zijn. Maar ik zou het geweldig vinden als je bijvoorbeeld die twee directeuren een dag in de week vrij kan spelen om daar met nog veel meer enthousiasme en inzet iets moois van te maken.

Maar het is wel de bedoeling dat wij natuurlijk verbinding zoeken met de andere PO scholen in Hoogeveen en ook met het VO, maar dan gaat het meer over de overgang van groep acht naar groep één van het VO. De heer Scheffers: Bedankt meneer Janze. Ik vind het alleen zo jammer dat ook in dit geval OCW zo '…' optreedt en ik had veel liever dat ze de verantwoordelijkheid bij de scholen gelegd zouden hebben. De heer Janze: Je moet, '…' volgen hoe bestuurders hier tegen aankijken. Het is, ik moet even op mijn woorden passen want het is allemaal openbaar, maar ik word bijna als een klein kind behandeld met ook heel veel wantrouwen en alleen al het feit dat ik moet kiezen uit een menukaart door OCW samengesteld van interventies die werken. Dat zegt genoeg over de intentie of de blik waarmee OCW op dit moment naar bestuurders kijkt. En daar hebben wij met z'n allen best wel grote moeite mee. Ik kan hier nog helemaal over doorpraten, maar ik houd mijn mond. De heer Scheffers: Ik snap het helemaal.

De voorzitter: Dank u wel meneer Janze. Er was zojuist ook een vraag van mevrouw Pullen en dat maakte haar niet uit of het nou, het was zowel voor het primaire als het voortgezet onderwijs over de educatieve agenda. Zou u daar iets over kunnen zeggen. Of moet mevrouw Pullen dat nog even herhalen die vraag. De heer Janze: Ja, de educatieve agenda dat zegt mij op zich niet zoveel. Maar misschien als de vraag nog een keer gesteld wordt dat ik wel een antwoord uit mijn hoge hoed weet te toveren. De voorzitter: Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Nou, heel kort. De heer Koster sprak over een goed gesprek over de educatieve agenda met de gemeente geloof ik en ik heb u horen spreken over positieve ervaringen met betrekking tot jong Hoogeveen en de verbindende aanpak. Dus ik heb dat aan elkaar geschakeld in de zin van dat dat de educatieve agenda zou zijn en dat we daar ook als raad hier over een half jaar, of nou ja met een '…' termijn in ieder geval je informatie over krijgen. Dat was mijn vraag. De heer Janze: Dan kan ik het wel beantwoorden. Ik moet nog een beetje wennen en al die terminologie, maar u heeft het over de HEA, dat is de Hoogeveense Educatieve Agenda.

En afgelopen maandag hebben wij met alle partners in Hoogeveen die bij het onderwijs betrokken zijn ook nadrukkelijk dit thema bij de kop gepakt en met elkaar ook afgesproken dat wij in gezamenlijkheid ook zoveel mogelijk middelen gaan inzetten en dat we niet allerlei schotjes gaan maken tussen PO, VO maar dat we dat ook gezamenlijk oppakken. Dus wij hebben ik geloof een keer per, nou wat zal het zijn zes weken HEA en daar kan wel verslag van gedaan worden richting de raad. Dat is geen enkel probleem. De voorzitter: Ok, dank u wel. Dan het volgende handje wat ik heb is van meneer Koekoek. De heer Koekoek: Ja, dank u wel voorzitter. Mijn vraag is voor burgemeester Loohuis. Die hoorde ik wel spreken over de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers, maar ik miste in het verhaal de tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten, de TONK-regeling. En ik vroeg mij af of daar ook nog iets over te zeggen is, want aan de ene kant hoor ik dat het Rijk gemeenten oproept om die regeling heel ruimhartig in te kleden. Aan de andere kant hoor ik grote zorgen over of het Rijk daar wel genoeg boter bij de vis levert, dus ons genoeg geld daarvoor geeft. De heer Loohuis: Ja, daar kan ik wel iets over zeggen.

Die TONK-regeling die loopt natuurlijk op dit moment en wat wij gedaan hebben, is in ieder geval vastgesteld het niveau van, de hoogte waar mensen een beroep op kunnen doen als ze die ondersteuning willen hebben. Hij loopt dus nog en ik zou waarschijnlijk kunnen kijken naar collega Zwiers van economische zaken of hij daar iets over kan zeggen. Maar over de laatste stand van zaken heb ik geen cijfers. Die zou ik dan nog even na moeten leveren. De voorzitter: Is meneer Zwiers in deze groep dat hij daar antwoord op zou kunnen en willen geven. Even kijken. De heer Zwiers: Ja, meneer Zwiers is aanwezig. De voorzitter: Mooi zo. Aan u het woord meneer Zwiers. De heer Zwiers: Ja, allereerst we hebben die regeling opgesteld en ondanks het feit dat er gezegd wordt dat je ruimhartig moet zijn, hebben wij toch gemeend om te zeggen nou wij gaan niet meer uitgeven als dat we

krijgen voor die regeling. En we hebben een bedrag vastgesteld als eventuele vergoeding, dat hebben we ook afgestemd met collega-gemeenten. En ik denk dat dat ook handig is. Er is nog niet heel veel gebruik gemaakt van deze regeling. Exacte getallen hebben wij niet, maar ik weet dat er nog niet heel veel gebruik van is gemaakt, maar wij verwachten daar nog wel het een en ander in. De voorzitter: Dank u wel meneer Zwiers voor deze beantwoording. Is dat voldoende meneer Koekoek? De heer Koekoek: Nou, misschien even ter controle. Begrijp ik dan dat de inschatting is dat het ook haalbaar is om de kosten binnen de inkomsten vanuit het rijk te houden. Dat we daar ons geen zorgen over maken in Hoogeveen. De heer Zwiers: Nou ja, kijk er zijn toezeggingen gedaan. Wij moeten ruimhartig zijn, dan gaan wij er ook vanuit dat onze rijksoverheid daar ruimhartig in is en ons niet voor de kosten laat opdraaien. Met die toezegging moeten we het voorlopig doen. Ik ga er ook vanuit dat zij dus ook boter bij de vis doen, maar voorzichtigheidshalve hebben wij gezegd het bedrag wat wij nu krijgen daar gaan wij niet op voorhand overheen. De heer Koekoek: Ok, dat is voldoende. De voorzitter: Ok, dan bedankt meneer Koekoek en bedankt meneer Zwiers. De volgende op mijn lijstje is meneer Kramer. Meneer Kramer aan u het woord. De heer Kramer: Ja, dank u wel voorzitter.

Ik heb eigenlijk even twee vragen, eentje voor de heer Stam en eentje voor burgemeester Loohuis. Ik begin even met de heer Stam, die had het over dat de ondernemers het vertrouwen in de gemeente kwijt zijn. En ik ben even benieuwd wat de ondernemers hadden verwacht van de gemeente en van het college. En de vraag voor de heer Loohuis is eigenlijk hoeveel ruimte de gemeente geeft richting bijvoorbeeld horecaondernemers. Ik lees overal dat er hap en stap in Zwolle zijn en hap en stap in de gemeente De Wolden, maar dat dat eigenlijk niet kan binnen de gemeente Hoogeveen. En dus misschien dat hier ook wat meer ruimte voor gegeven kan worden. De voorzitter: Ok, dank u wel meneer Kramer. Meneer Stam dan mag ik u als eerste het woord geven. De heer Stam: Dat mag. Ja, wat hadden ze verwacht. Ik kan de vraag natuurlijk gewoon terugleggen en dat raadslid of lid van het college de hand opsteken die in de afgelopen periode langs de Hoogstraat gewandeld heeft en eens ergens is binnengelopen en gevraagd hoe het gaat. Ik denk niet dat dat is gebeurd. En dat is in feite wat ze bedoelen. Dus ze zien niemand, ze horen niemand. De regelingen dat is prima, daar willen we het helemaal niet over hebben, maar ze hebben het gevoel van ja wij hangen maar een beetje er tussen en we worden een beetje aan ons lot overgelaten. En dat is het algemene gevoel hier bij heel veel ondernemers.

Het is ook wat ik zo straks zei in mijn presentatie van ja heb het lef en bel John van Regteren en ga eens een uurtje met John op pad door de Hoofdstraat heen. Ik denk dat dat vreselijk gewaardeerd zou worden als u dit soort dingen zou doen. En dat hoeft helemaal niet zoveel tijd te kosten. Je hoeft ook niet alle 400 ondernemers te bezoeken. Het gaat gauw genoeg rond als een lopend vuurtje dat er vanuit de gemeente aandacht is voor de ondernemers die het gewoon hartstikke moeilijk hebben. En dat zijn met name de binnenstad-ondernemers. We hebben straks van Harjo gehoord dat op het industrieterrein de ondernemers het over het algemeen redelijk tot goed doen. Maar bij ons zijn gewoon de zaken geen groen licht en ze hebben het gevoel van in het gemeentehuis is dat nog niet helemaal goed doorgedrongen hoe bizar onze situatie is.

De voorzitter: Ik dank dat uw antwoord duidelijk is en wellicht wordt deze handschoen opgepakt. Bedankt meneer Stam. En meneer Loohuis de andere vraag was voor u bestemd. De heer Loohuis: Ja, dat ging over de horeca c.q., maar ik trek hem toch maar even breder ook voor andere ondernemers in de winkelgebieden. Kijk de insteek is dat wij echt iedereen die met ideeën komt en die ideeën op tafel legt binnen de regels die daar natuurlijk voor zijn, willen bedienen. En er zijn ook bereid om, en dan kijk ik wat verder naar de toekomst zeg maar naar de periode van de zomer en daarna, ook onconventioneel te handelen als het gaat om bepaalde aanvragen. Dat kun je over vergunningen zijn, dat kan over acties zijn die ondernemers willen starten. En ik denk dat de insteek van onze kant ook is als er ideeën van ondernemers zijn, of dat nou horecaondernemers zijn of ondernemers in de Hoofdstraat sich an sich, of in de winkelgebieden die ruimte vragen om als het weer enig kan ook echt die ruimte te krijgen dat wij daar absoluut welwillend tegenover staan. En misschien toch nog even richting meneer Stam. Hij vroeg geef aan wie in de afgelopen vier weken contacten heeft gehad. Ja, misschien moeten we dan toch iets doen aan PR of communicatie.

Drie weken geleden heb ik een overleg gehad van een uur lang met de heer Van Regteren over de situatie van de ondernemers in de Hoofdstraat en in de horeca. Ik heb op verzoek van ondernemers bezoeken afgelegd, omdat men in bepaalde bedrijven oplossingen wilde creëren om toch wat meer omzetten te kunnen doen. Daar ben ik ook op bezoek geweest, heb ik contacten laten leggen. En in dat verhaal ben ik ook bij andere ondernemers naar binnen gegaan om te vragen hoe is het met jullie en zijn er ideeën. Ik heb daar ook leuk ideeën gehoord. Ook over activiteiten die ondernemers willen gaan ontplooien op het moment waarop het weer kan. Bijvoorbeeld het idee laat ons eens een keer in het najaar als het kan gewoon eens vergunningsvrij een aantal activiteiten kunnen opzetten om meer mensen naar het centrum te trekken. Nou wij zijn bereid om absoluut daarover te praten als dat aan de orde is. Dus ik wil toch nog maar even aangeven, ja de contacten zijn er, op verzoeken zullen we altijd reageren, dus wij bezoeken ook. En tegelijkertijd willen wij absoluut, wij willen ten opzichte staan van die ondernemers die nog straks weer moeten proberen om datgene in te halen waar ze nu geen kans voor hebben. De voorzitter: Ok, dank u wel meneer Loohuis. Dan de volgende op mijn lijstje is mevrouw Van den Oord. Wat mij betreft aan u. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Daar hoor ik u wel voorzitter.

Ja, allereerst ik zou ook eerst even willen reageren richting de heer Stam. Ik heb daadwerkelijk de afgelopen periode met enkele MKB'ers, retailers wel degelijk gesprekken gevoerd, maar ik realiseer mij dat ik op dat moment niet kenbaar maak dat ik gemeenteraadslid ben, of in die hoedanigheid. En ik ben in ieder geval van plan om van het aanbod om met de heer Van Regteren een rondgang te gaan doen gebruik te maken. Dus ik vind dat een goede suggestie, want het mag natuurlijk nooit zo zijn dat men het gevoel heeft dat ze vergeten worden door ons, want daar is absoluut geen sprake van. Dus ik ga zeker gebruikmaken van die optie. Dan wil ik graag nog even een vraag stellen aan de heer Loohuis, want in zijn inleiding meende ik hem te horen zeggen en passant dat er sprake zou zijn, althans zo heb ik hem geïnterpreteerd, dat er op een twaalftal basisscholen op dit moment besmettingen hebben plaatsgevonden of waar het nog speelt. Dus daar zou ik nog even graag een antwoord op willen geven. En aan de heer Janze zou ik willen vragen hebben jullie het gevoel dat je voldoende zicht hebt op de thuissituatie, zeker waar dus de kinderen verplicht thuis moesten blijven. En u weet natuurlijk in het onderwijs al vaak welke probleemgezinnen extra aandacht verdienen.

Maar zijn jullie ook in staat geweest om daar actief aandacht aan te besteden om te zorgen dat het met de kinderen niet nog verder achteruit is gegaan. En dus niet in de zin van de leerachterstand, want ik vind het heel mooi dat u dat zover van u afwerpt. Maar daar zou ik ook nog graag even een antwoord op willen als dat mag voorzitter.

De voorzitter: Jazeker mag dat. Ik zal eerst doorgeven aan meneer Loohuis en daarna straks meneer Janze. De heer Loohuis: Ja, het sluit een beetje aan bij de opmerking, of het verhaal van meneer Janze over wat hij de afgelopen twee weken ziet en dat zie ik ook in de cijfers die wij als burgemeesters ook elke dag krijgen over de besmettingen, uitbraken en clusters in het onderwijs en in de verpleeg- en verzorghuizen. En je ziet inderdaad in de afgelopen twee weken, maar zeker de laatste week vanaf 20 maart dat er nu, ik tel ze even 13 meldingen zijn van of een uitbraak of een cluster of een besmetting. Dat zijn allemaal termen ik ga dat allemaal niet uitleggen, maar en dat betreft zowel basisscholen als voortgezet onderwijsscholen alsook kinderopvang dus die zijn bij elkaar opgeteld. Dan moet ik er wel een nuance bij aanbrengen. Het is natuurlijk niet zo dat als die scholen die hier op het lijstje staan voor ons betekent dat die hele school dan dicht gaat. Maar ik krijg wel te maken met de situatie zoals de heer Janze het ook al aangaf, dat op het moment dat een leerling of een docent inderdaad een besmetting heeft, de hele klas dan in quarantaine moet en allerlei maatregelen moet doorgaan. Dus het is niet dat de hele school dicht is, maar het geeft wel een hoop gedoe. En we zien het inderdaad de laatste week, twee weken toenemen.

Het is wel een tendens en dat is niet een tendens die wij in Hoogeveen alleen zien, maar het is een landelijke tendens. Dus die zorgen die de heer Janze heeft die heb ik ook en die zijn er ook landelijk over de cijfers op dit moment. En we zien inderdaad dat de besmetting in jonge groepen, maar ook in leeftijdsgroepen van de basisscholen aan het toenemen zijn. Dit in tegenstelling tot de eerste twee golven die wij gehad hebben en dit gaat ook nog een keer om een variant die nog veel besmettelijker is dan de eerste en de tweede golf was. Dus de Britse variant in dit geval. En dat baart wel zorgen ja dat klopt en dat geeft behoorlijk veel gedoe ook in het onderwijs en de heer Jansen heeft daar al iets over gezegd. De voorzitter: Ja, dank u wel meneer Loohuis. Voor de andere vragen over of er volgende zicht is op de thuissituatie, meneer Janze kunt u daar antwoord op geven. De heer Janze: Ja, daar kan ik wel antwoord op geven. Ik denk dat u heel goed gezegd heeft dat de leerkrachten en de directieleden de omstandigheden die thuis zich afspelen redelijk goed in beeld hebben. Als ik even terugkijk, dan hebben wij in de periode dat de scholen gesloten waren de deuren wel geopend voor noodopvang voor kinderen en die moesten dan aan bepaalde criteria voldoen, de ouders om kinderen naar de noodopvang te laten gaan.

Maar ik weet van directeuren dat zij proactief kinderen hebben uitgenodigd waarvan zij weten dat die in een hele kwetsbare thuissituatie zitten. Dus dat vind ik heel mooi dat ze dat gedaan hebben. En om nog een voorbeeld noemen waar ik echt helemaal nou bijna ontroerd van werd, is dat in bepaalde wijken in Hoogeveen een directeur in de gaten kreeg dat kinderen onder de radar bleven, gewoon niet aanhaakten bij Teams. En hij heeft een briljante oplossing bedacht. Hij is namelijk de verjaardagskaarten die normaal gesproken uitgedeeld worden door de juf op de meester, die is hij persoonlijk gaan rondbrengen bij de kinderen. Zodat je ook letterlijk zicht krijgt op van wat speelt zich hier af en dan zou hij daar nog eventueel iets aan kunnen doen. Dus ik wil niet zeggen dat we alles goed in beeld hebben, maar ik heb wel grote bewondering voor de mensen dat ze proactief daarin zijn en toch proberen zoveel mogelijk kinderen tegemoet komen die het gewoon heel moeilijk hebben. De voorzitter: Nou dat zijn hele mooie woorden meneer Janze. Bedankt. De volgende op mijn lijstje is meneer Baalman. De heer Baalman: Ja, dank u wel mevrouw de voorzitter. Ik had een vraag over de thuiszorg en ik denk dat die gesteld kan worden aan de burgemeester, mevrouw Mossel en misschien dat de wethouder WMO daar ook nog iets nieuws over kan zeggen. Er zijn namelijk twee types thuiszorg.

We hebben een thuiszorg die helpt met de persoonlijke en medische verzorging, die krijgen maskers en handschoenen uitgedeeld door een

organisatie en zijn ook verplicht om ze te dragen. Maar we hebben natuurlijk ook nog de huishoudelijke hulpen die bij ouderen en zwakkere mensen in de maatschappij binnenkomen en deze krijgen ze niet uitgereikt door de organisaties en ze zijn ook niet verplicht om ze te dragen. Eigenlijk is de vraag wat vind je van deze situatie en zou dat niet anders moeten. De voorzitter: Ja, het lijkt mij eerst naar mevrouw Mossel zou u deze vraag kunnen beantwoorden. Mevrouw Mossel: Jazeker. Ik herken het niet. Want bij ons is er geen onderscheid tussen het gebruik van mondmaskers en handschoenen tussen de verzorgenden of de huishoudelijk medewerkers. De voorzitter: Ok. En meneer Loohuis? Hebt u daar nog iets aan toe te voegen. De heer Loohuis: Nee, ik herken dat ook niet in deze vorm. Dus wat het beeld is van mevrouw Mossel is mijn beeld ook. De voorzitter: Ok, dat zijn dan korte antwoorden meneer Baalman. Dan ga ik naar de volgende toe en dat is meneer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had nog even een vraag voor de heer Marco Out voorzitter van de veiligheidsregio Drenthe. We hebben net ook van de heer Jan Stam gehoord dat er best wel veel mensen in de horeca toch echt heel veel last hiervan krijgen. We horen om ons heen ook steeds meer mensen die het water meer aan hun lippen staat en misschien eigenlijk al onder water zijn en nog aan het infuus liggen.

Veel van de woorden die we dan horen, is toch ook echt van ja er is geen perspectief en wij horen steeds meer onvrede op straat, ook steeds minder bereidheid om de regels te volgen omdat ja de andere kant is het faillissement wat je daar ook probeert te voorkomen. Wat doet onze voorzitter van onze veiligheidsregio voor deze mensen. Hoe staat het ervoor, waar kunnen deze mensen op rekenen als het straks over kan zijn of ja wat is de weg die daarvoor ligt. De heer Out: Dank u wel voor deze vraag meneer Sieders. Ik denk dat dit een interessant thema is dat ook in het veiligheidsberaad echt met regelmaat aan de orde is. Het is soms heel naar dat je nu bepaalde dingen niet kunt doen, maar het is eigenlijk nog veel vervelender dat je niet weet wat je perspectief is. In ieder geval, wat ik ook zelf in mijn gesprekken met horecaondernemers terugkrijg, die zeggen van ja als ik nu weet dat het nog een maand, of anderhalve maand, of twee maanden duurt dan weet ik waar ik aan toe ben en welke keuzes ik moet maken, maar stel je voor dat het een half jaar zou duren dan moet ik nu een andere keuze maken want dan kan ik beter echt mijn kosten volledig stil gaan leggen en echt andere keuzes maken voor mijn bedrijf.

Het laatste maandelijkse '…' veiligheidsberaad op de agenda de herstartagenda, vroeger had je het over de routekaart van waar wij als de besmettingen af zouden nemen weer meer mogelijk zou worden. Nou dat blijkt in de praktijk erg lastig. We zijn nu bezig om te kijken van kunnen we die herstart beter vormgeven en daarmee ook het perspectief gaan neerzetten, het openingsplan laat ik het zo noemen. En dat is in ieder geval waarbij nadrukkelijk bij het kabinet op aandringen. Verder zijn wij wel gebonden aan de maatregelen die uiteindelijk in Den Haag worden afgekondigd. Dus als daar de afspraak is van een bepaald type bedrijf moet dicht zijn, dan is er op dit moment geen ruimte voor om daar vanaf te wijken ook niet voor mij als voorzitter van de veiligheidsregio. Maar het meest belangrijke is denk ik dat er op korte termijn gewoon helderheid komt over het perspectief. Dat zal de komende maanden nog moeizaam zijn, dat bleek ook in de persconferentie van de minister-president de afgelopen week, maar wanneer er wel weer meer mogelijk is probeer dat beter in kaart te krijgen.

De voorzitter: Ok, dank u wel meneer Out. Dan gaan wij naar, ja die twee die hebben de hand weer teruggetrokken dus volgens mij en dan ga ik naar meneer Pomper. De heer Sieders: Voorzitter, mag ik nog even een aanvullende vraag stellen? De voorzitter: Ja zeker meneer Sieders dat mag. De heer Sieders: Want ik hoor natuurlijk ook nu weer over het wordt terugverwezen naar het kabinet in deze weer. Eerder werd er heel erg gesproken ook over de regionale aanpak. We hebben van andere burgemeesters, die hebben al geopperd de terrassen alles moeten open kunnen. Ik ben nog heel erg nieuwsgierig hoe de voorzitter van deze veiligheidsregio tegen dat soort dingen aankijkt. Ja, dat voor het eerste nog even. De heer Out: Ja, ik zou het bijzonder mooi vinden als daar weer mogelijkheden voor zijn. Daarvoor dringen we ook steeds op aan bij het kabinet om daar stappen in te zetten. Dat geldt voor mij '…' voor alle 25 voorzitters geldt dat. Het is eigenlijk de inschatting die het kabinet maakt wanneer ze daar ook vanuit het RIVM over geadviseerd zijn wat wel en niet mogelijk gaat. Dus zo gauw er enigszins mogelijkheid is om dat te doen dan ondersteun ik dat van harte.

En mijn beeld is ook op dit moment dat er in de lijstjes van wat als eerste weer mogelijk gaat worden dit echt nou met stip zo ongeveer bovenaan staat, gevolgd met wat zaken in het hoger onderwijs om ook daar weer meer mogelijk te maken. Dus ik ondersteun dat van harte, maar het moet wel mogelijk zijn. En uiteindelijk is het aan het kabinet om dat te beslissen. De voorzitter: Ok. Is dat voldoende meneer Sieders? Dan ga ik even. De heer Sieders: Ja, ik moet het hiermee doen. De voorzitter: U moet het er zeker mee doen. Goed dan gaan wij naar meneer Pomper. Aan u het woord. De heer Pomper: Ja, dank u voorzitter. Ik heb een aantal vragen voor de heren Stam en Woltinge. Ik denk in ieder geval dat de heer Stam het als eerste zo mag beantwoorden. Allereerst, kijk wij vinden het natuurlijk allemaal hartstikke erg dat deze maatregelen een hele grote impact hebben op de ondernemers. Maar laten wij natuurlijk ook hun personeelsleden niet vergeten de impact minstens zo groot natuurlijk, want het gaat ook om inkomen, over toekomstperspectief. We zien ook vooral dat juist de kleinere ondernemers moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Mijn vraag gaat eigenlijk ook over de solidariteit tussen ondernemingen zelf.

In welke mate is daar sprake van en dan bedoel ik eigenlijk ook van er zijn natuurlijk allerlei verplichtingen, betalingsverplichtingen, leveringsverplichtingen, maar ook verplichtingen naar vastgoedondernemers toe in verband met de huur. Wat is de tendens binnen de ondernemersgroep, zijn er afspraken met elkaar te maken of kan dat nog bevorderd worden op de een of andere manier. Ik hoor dat ik niet helemaal goed te horen ben. De voorzitter: Nou, u ritselt nogal. Ja, de microfoon schuurt tegen uw baard aan meneer Pomper. Dat vermoeden hadden wij hier ook. De heer Pomper: Ok, dan houd ik hem even zo vast. Maar goed, ik hoop dat mijn vraagstelling wel duidelijk is overgekomen. En zo niet dan wil ik het met liefde herhalen.

De voorzitter: Nou, er tussendoor hebben we het wel kunnen horen. Ik hoop meneer Stam en meneer Woltinge ook. Wie van u mag ik als eerste het woord geven. De heer Stam: Ik wil wel als eerste antwoorden. De voorzitter: Prima. De heer Stam: Ja, solidariteit dat is een groot goed en het zou ook mooi zijn dat het maximaal benut zou kunnen worden binnen Hoogeveen, maar we weten ook uit het verleden wel hoe lastig het is om de ondernemers in het stadscentrum op één lijn te krijgen. Het gaat ons wel steeds beter lukken en wat ik nu wel zie sinds 3 januari hebben wij John van Regteren als coördinator, centrumcoördinator die heel veel gesprekken heeft met ondernemers en je ziet inderdaad dat sommige ondernemers elkaar wel opzoeken om elkaar te helpen. Maar wat ik zo straks ook zei er is best wel veel schaamte dat men er niet mee naar buiten treedt. En wat je ziet, dat is wel een mooi voorbeeld, er is een winkelpand in de Hoofdstraat daar zit iemand in die gaat in overleg met de huurder komen ze overeen om '…' te halveren en er komt een paar weken later, zegt hij de huur op omdat hij elders in het centrum tijdelijk gratis onderdak kon vinden, ja dan gaat hij er gewoon uit. Dus ja, solidariteit blijft een lastig verhaal als de nood heel erg hoog is en je er eigenlijk niet teveel mee naar buiten wilt gaan wat ik zo straks ook zei. Je moet echt doorvragen.

Ik zie wel, maar dat was dan buiten het centrum dat een Bruna samen met Henri Offerein van Albert Heijn wel ineens een samenwerking hebben gehad, omdat het natuurlijk buitengewoon bizar was dat de Bruna geen kaartjes mocht verkopen, je daar wel de postpakketten mocht brengen en 100 m verderop, of 50 m verderop bij de Albert Heijn die mogen wel gewoon kaartjes verkopen. Dus Bruna heeft een tijdje zijn kaarten verkocht via de Albert Heijn. Nou dat zijn gewoon leuke dingen als dat ontstaat, maar dat is op kleine schaal gebeurt dat. Maar we hopen wel en daar zijn we ook heel druk mee als centrummanagement om toch er weer meer een club van te maken dat we weer een clubgevoel met elkaar krijgen. Alleen ja we hebben er nog zo weinig ruimte voor gehad omdat goed in te richten omdat we mogen niks. Dat webinar wat ze gehouden hebben is in armoede en dat is goed gegaan maar het is een armoedige situatie want ik heb liever 100 ondernemers in De Tamboer waar ik eerst een verhaal aan kan houden en dan dit soort dingen op tafel kan leggen en daarna gewoon een borrel drinken en informeel met elkaar praten over de dingen die je bezighouden. Ja, en door corona kan dat allemaal niet. Dus we zijn, ja we lopen met de handen op de rug en met een prop in de mond zeg maar en dat maakt het niet makkelijk. De voorzitter: Nee, meneer Stam. Dat ben ik met u eens.

Ik weet niet, meneer Woltinge wilt u hier nog iets verder aan toevoegen. De heer Woltinge: Ik wil nog wel wat toevoegen. Bij Jan zijn de ondernemers wat homogener dan bij ons in de vereniging en solidariteit is er absoluut. Men wil elkaar heel graag helpen, maar wat Jan ook terecht zegt er zit een bepaalde grens van schaamte c.q. trots wat dat best ingewikkeld maakt. En wij hebben bijeenkomsten hebben we ook digitaal wat ook al bij de scholen weer terugkwam en bij wat de werkgevers ook weer teruggeven richting de werknemers. Je kunt niet die tweede, of die derde vraag stellen. En dan kom je pas met elkaar in gesprek en dan ook komt ook meer dat verhaal op gang dus ook de manier zoals wij nu met elkaar communiceren, bevordert dat zeker niet. En meneer Pomper u gaf aan van naast de werkgevers moet je ook aan de werknemers denken. Ik kan u verzekeren dat er heel veel werkgevers heel erg aan de werknemers denken, want alle maatregelen worden genomen. Er worden testen afgenomen aan alle kanten, want iedereen is in deze periode echt heel zuinig op elkaar. En ja, er zijn in bepaalde bedrijfstakken zijn ook best klappen gevallen, maar ik begrijp ook al dat er ook alweer zorgen zijn van als het los gaat krijg ik dan mijn

personeel wel weer terug of krijg ik dan voldoende personeel. Dus die zorg leeft ook, dus ja absoluut het samen het samen gaan doen met de medewerkers zonder meer. De voorzitter: Ok. Dank u wel meneer Woltinge. Voldoende meneer Pomper? De heer Pomper: Ja. Nou, ik ben wel heel blij dat er inderdaad wel gewerkt wordt ook aan alle problemen zeg maar ook duidelijk te maken en ik begrijp die schaamte ook heel goed. Daarom wil ik mijn waardering ook uitspreken ook naar wat de heer Van Regteren bijvoorbeeld allemaal doet. Ik denk dat het wel uiteindelijk ook voor de lange termijn een positieve bijdrage gaat leveren. Dank. De voorzitter: Ok, ook bedankt meneer Pomper. En dan ga ik naar de laatste die de hand voor mij in ieder geval opstak en dat is meneer Kreuze. Meneer Kreuze aan u het woord. De heer Kreuze: Ja, dank u vriendelijk. Ik kreeg er een lamme arm van. Ik heb een vraagje voor de heer Out en ik heb een vraagje gecombineerd voor de heren Stam en Zwiers. Voor de heer Out: u heeft gezien dat mevrouw Merkel de paaslockdown heeft afgeschaft. Ik lees dat in Frankrijk in supermarkten geen non-food verkocht mag worden. Wij hebben een regelgeving dat je vier uur van tevoren moet aanvragen of je gaat winkelen. Om alvast de heer Stam z'n vraag te beantwoorden, tot verdriet van mijn vrouw heb ik dat zaterdag bij vele winkels gedaan. Dat is een hele planning kan ik u vertellen.

Wij hebben ons dus eigenlijk opgezadeld met onmogelijke regels. Kunt u daar wat aan doen zeg maar, want de winkeliers kijken je heel erg moeilijk aan als je op zaterdag bij hun in de winkel staat en in de supermarkt rent iedereen naar binnen en zie ik geen enkele handhaving of toezicht op die zoveel mensen per 25 m. Dat is mijn vraag aan de heer Out. En de vraag aan de heren Stam en Zwiers is: kunnen wij als gemeente Hoogeveen hoewel in moeilijk financiële tijden toch nog iets doen voor de winkeliers. Ik denk bijvoorbeeld aan parkeergeld. Is daar iets aan te doen. Dat waren mijn vragen. De heer Out: Ja, dank u wel. De voorzitter: Ja, dan gaan we eerst. Ja, meneer Out gaat uw gang hoor. De heer Out: Neem me niet kwalijk. Ja, dat is typisch een mooi voorbeeld wat u met vier uur van wat wij ook proberen vanuit de regio via het land bij het kabinet neer te krijgen. Want er zitten soms maatregelen tussen die gewoon in de uitvoerbaarheid erg ingewikkeld zitten. En we hebben vanaf het begin af aan op die uitvoerbaarheid en ook tegelijkertijd op die handhaafbaarheid zo strak mogelijk gezeten. Maar het beeld is wel dat niet alle ondernemers zich even goed aan die vieruursafspraak houden bij mijn rondgang door het centrum heen. Ik zie meneer Stam enigszins glimlachen.

En dat is ook wel '…' met de burgemeesters besproken dat aan de ene kant is dat niet de bedoeling, maar de meest belangrijke is dat we nu '…' zien die je wilt gaan bereiken. En dat is denk ik ook vooral het moment waarop we zitten dat, op het moment dat wij het idee krijgen dat het beeld in de winkels weer wordt wat we niet willen zien, zul je het daar uiteindelijk toch ook weer zien dat de handhaving daar ook weer naar zal gaan kijken, of intensiever naar gaat kijken. Maar het belangrijkste, ja een van de belangrijkste gezichtspunten die wij steeds inbrengen hoe kun je het met de, is het praktisch wat je afspreekt en wat niet. En we zullen een mooi voorbeeld er ook nog even naar de vorige vraag die gesteld werd, van de heer Sieders was dat geloof ik. Dat wij in ieder geval en dat geldt volgens mij in alle Drentse gemeenten het heel graag met onze ondernemers, of dat nu horeca is of anderszins, kijk als er straks weer meer mag hoe kunnen we het dan zo goed mogelijk handen en voeten geven waarbij je het praktische aspect juist heel goed gaat inrichten. Voor een glimlach is ook nog even tijd, want het is mijn laatste bijdrage al het mag gaat voorzitter als ik u goed begrepen heb. Ik vond het wel heel leuk dat er nu een soort ode aan Jan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9970097/2