Printversie transcript
Tekst van het document
Dit heeft ook geresulteerd in een aantal doelstellingen, de vergroting van de samenhang in het gebied. Als het over recreatie en wonen gaat, ja, dan is het ook wel vrij logisch dat we daar ook iets met recreatie en dagrecreatie, maar ook met verblijfsrecreatie gaan doen. Het gebied moet aanjager zijn in de transitie naar duurzame energie. Dat gebeurt ook in dat gebied. Afmaken van het recreatiegebied door het ontwikkelen van de westelijke plas en het toevoegen van een uniek woonmilieu
op en aan het water, het verbeteren van de verbinding tussen Erflanden en Nijstad en het bouwen van ongeveer tachtig à honderd gezinswoningen voor Hoogeveen, landschappelijk wonen dicht bij een kern. Dat zijn zo kortweg even de zaken die in die gebiedsvisie staan. Dat je dan niet precies weet waar het eindigt, dat is wel logisch, want we kennen initiatieven op voorhand niet. Die dienen zich aan en elk initiatief van elke eigenaar zullen we moeten beoordelen op de integrale effecten op de omgeving. Zo werkt het altijd. Dus dat is even mijn reactie als het gaat om het begrip salamitechniek dat daarin mensen op tijd worden meegenomen, geïnformeerd, en dat dat het liefst in samenspraak gebeurt, dat vind ik ook. Dat zal u ook niet verbazen dat we ook wel een beetje handelen naar de omgevingswet. Dat kan waarschijnlijk altijd beter, maar het luisteren naar elkaar wil niet altijd zeggen dat je datgene wat de een ter sprake brengt ook uitvoert. Daar zal een initiatiefnemer een afweging maken en daar zijn wij als overheid de toetser op en dat blijft, dus dat even in aanloop naar integrale visie salamitechniek. Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Misschien is het goed om in het debat ook daar even met elkaar over van gedachten te wisselen daar waar er is een integrale visie, we nog zitten met: ja, we willen eerst een integrale visie zoals dat hier door meerdere partijen ook is neergelegd, die confrontatie met die twee elementen die zou een rol kunnen spelen in het debat. Ik kijk even wie daarop wil reageren of wie daar iets over zou willen zeggen. De heer Otten, CDA. De heer Otten: Nou, ik sluit in ieder geval bij de wethouder aan, want ik heb het woord salamitactiek niet gebruikt gelukkig of andere worsten. Waar het ons om gaat, het geheel van het gehele plan proberen de omgeving mee te nemen in het kader, bijvoorbeeld van de nieuwe omgevingswet, dan kun je een omgevingstafel bijvoorbeeld organiseren. Er wordt wat ruis gecreëerd in de vorm van wat indianenverhalen. Dan zegt men: de groepsaccommodatie dat wordt een hotel met twintig kamers, maar een ander zegt: het wordt een hotel van vier verdiepingen. Kijk, daar zit nogal een verschil in, dus dat vraagt ook nogal wat verschillen in aanpassen van de omgeving.
Wat er komt en wat er niet komt dat weet ik helemaal niet, maar als je bij de mensen zit te praten, dan vliegt je van alles om de oren, dus alle dingen gaan een eigen leven leiden en daar heeft de ondernemer geen belang bij en de ondernemers, maar de gemeente net zomin natuurlijk, want als wij daar een groter plan maken, een visie, ruimte creëren om zaken te ondernemen, laat ik het zo dan noemen, dan zullen we ook moeten kijken bijvoorbeeld naar de infrastructuur, want het zijn geen vrijliggende fietspaden bijvoorbeeld. En van Echten naar Tynaarlo loopt een rotweg, ik loop er vaak langs, een drukke weg met een stukje vrachtverkeer en daar liggen geen fietspaden of niks. Ik zie daar mensen hardlopen, fietsen en wandelen. Dan denk ik: daar moet toch straks als dat gebied verder ingevuld wordt een fietspad komen dat die mensen van die hoofdrijbanen afkomen en zulk soort dingen. Wij faciliterende ondernemer enorm met alle mogelijkheden die hij krijgt, maar daar heeft de gemeente ook een rol in om met de ondernemer in gesprek te gaan bijvoorbeeld. Dus in zulk soort dingen zou een omgevingstafel toch een toegevoegde waarde kunnen zijn om elkaar mee te nemen en ook om elkaar niet te verrassen, want dat is eigenlijk het grootste probleem denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ik zou mijnheer Otten graag willen vragen, hij noemde dat over dat hotel.
Dat kan een eenlaags hotel worden, het kunnen er vier woorden. We weten het nog niet, maar ziet hij dat dan zelf niet dat dat juist een opstapeling kan worden? Want als je er een met vier verdiepingen hebt, dan kunnen er misschien wel zestig kamers in zitten met in ieder geval zestig auto’s als er bezoekers zijn, enzovoort, enzovoort, maar dat is niet alleen met dat hotel. Dat kan met al dat andere. Als er telkens weer iets bijkomt, dat kan meer een opstapeling bij het vorige zijn en op een gegeven moment kan het echt helemaal vol zitten, voorzitter, dus is
het dan niet belangrijk dat we gewoon eerst even van tevoren zeggen van: dat komt er precies en zoveel bezoekers mogen er zijn en dan weet iedereen waar hij aan toe is. De voorzitter: De heer Van der Meer, gaat het hierover, mijnheer Van der Meer? Ja? Dan eerst de heer Van der Meer en dan de heer Van der Heide. De heer Van der Meer: Ja, ik sluit daarbij aan, want als een plan aanleiding geeft om zoveel ruis te veroorzaken waarbij je allerlei verschillende verhalen hoort, dat vraagt des te meer om een integrale visie en een integralenaanpak, want op deze manier blijven bewoners, maar ook de ondernemers elkaar waarschijnlijk elkaar voor de voeten lopen waar uiteindelijk niemand bij gebaat is en dat past zeker niet binnen de visie van recreatie Hoogeveen. De voorzitter: Ik wil de heer van der Heide en dan kijk ik nog even of de heer Klok hier nog wil en dan gaan we weer naar de reactie van de heer Otten natuurlijk. De heer Van der Heide. De heer Van der Heide: Even ten aanzien van wat de heer Van Rijn en de heer Van der Meer zeggen, volgens mij moeten wij ons beperken tot wat nu voorligt. Dat is een kleine aanpassing op het bestemmingsplan wat er nu is. Al het andere over het hotel, over andere voorzieningen dat is op dit moment speculeren, want die plannen zijn nog niet concreet, dus ik zou u willen vragen om u te beperken tot het voorstel wat nu voorligt.
De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Dank u wel voorzitter. Daar ben ik het ook mee eens, alleen in dit gebied komen er nu meerdere plannen vanuit een initiatiefnemer in een gebied binnen een jaar en volgens mij moet dat niet de voorkeur hebben en volgens mij moeten wij dan gaan voor een integraal plan. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u voorzitter. Ook even aansluitend op de heer Klok. Ik kan het best wel begrijpen wat de heer Van der Heide zegt, we debatteren eigenlijk wel over alleen dit deelplan. Eigenlijk zouden we dan het presidium moeten vragen om een debat aan te vragen voor het integrale plan. Dat lijkt mij dan meer dan terecht. De voorzitter: Mijnheer Otten. De heer Otten: Nou, dat zou een super opmerking wezen om de ondernemer te vragen met de gemeente om het integrale plan te presenteren, maar ik wil wel even zeggen, ik hoor mensen over parkeerplaatsen praten. Als het bijvoorbeeld zo uitkomt zestig kamers, dan zullen er tachtig parkeerplekken bij moeten, die gaan niet van deze af. Daar zijn allemaal randvoorwaarden aan. Dat is visie. Ik wil dus niet op parkeerplaatsniveau in die visie gaan spreken.
Ik wil wel zorgen dat er randvoorwaarden zijn dat het er veilig is met vrijliggende fietspaden, toegankelijkheid voor hulpdiensten en zulk soort zaken en dat iedereen daar dan zich veilig kan bewegen, maar ik wil dus niet in een visie op stoeptegelniveau invullen wat er gebeuren moet. Maar ik ben het helemaal met de heer Van der Heide eens, dat hoort niet op de agenda nu, maar de voorzitter geeft ons de ruimte en die pakken we natuurlijk. Zo gaat dat. De voorzitter: Ik probeer jullie weer in het hok te krijgen.
De heer Otten: Het lijkt mij beter nog om eens een keer samen met de ondernemer dat die ons eens een keer informeert of eens een keer bij ons zegt van: we willen een hotel bouwen. Wil je hem vierhoog hebben of tweehoog? Dan kunnen wij al een kader meegeven zeg maar. De voorzitter: Ja, de voorzitter, u heeft natuurlijk inderdaad heel scherp in beeld dat het hier om dit bestemmingsplan gaat, maar zowel de insprekers als u zelf hebben natuurlijk deze thema’s wel aan de orde gesteld en dan gaat het niet zozeer alleen maar over dit bestemmingsplan, maar wat daarna komt. U gaf zelf daar ook een suggestie in. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Tuurlijk, mijnheer Van der Heide heeft gelijk. We hebben het hier over dit deelplan uiteraard, maar we moeten zien te voorkomen dat er straks een opeenstapeling komt. Hij zegt nu wel: ja, die parkeerplaatsen moeten bij dat hotelakkoord, maar er komt wel veel meer verkeer per week en naar dat hotel. Zijn de wegen daar allemaal voor? Als er dan tegelijkertijd een evenement is en er komen daar mensen naar het hotel en er is meteen duizend man op het strand. Ik bedoel … De voorzitter: De heer Van Rijn, nu gaan we inderdaad weer door speculeren. Het thema dat aan de orde was, is terecht, maar als we dat allemaal nu gaan invullen, dan is het allemaal welles, nietes of misschien wel.
Dus ik denk dat het belangrijkste is nu wat er gezegd is hier, en ik zie ook dat de wethouder al aangegeven had dat hij nog iets daar straks over wil zeggen, het belangrijkste om ons te concentreren hier is: we hebben dit bestemmingsplan nu aan de orde. De vraag is zeker. Er is een integrale visie. Dat is net ook door de wethouder aangegeven, dus je hoeft niet een hele nieuwe visie te maken. De heer Otten deed net een voorstel van: zorg er nou voor dat bij de verdere invulling alle partijen aan die omgevingstafel komen te zitten zodat je elkaar niet meer verrast, maar wel met elkaar kunt praten daarover en eventueel oplossingen met wat dan voorligt, dus concentreer je maar even op die oplossing die de heer Otten heeft voorgesteld, want dat brengt ons verder. Anders zijn het allemaal speculaties. De heer Klok. De heer Klok: Ik heb met omwonenden en ondernemers gesproken, de initiatiefnemer. Die heeft ook mij gezegd dat wij als raad binnen een half jaar daar worden uitgenodigd. Hij zit hier, dus ik kijk hem even aan. Volgens mij is dat nog steeds het plan, dus volgens mij krijgen wij dan ook iets meer een integrale blik. De voorzitter: De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Dank u wel voorzitter. Ik hoor de heer Zwiers en ook zojuist refereren aan een gebiedsvisie van 13 februari 2020. Ik heb zojuist even in de raad informatiestukken zitten te zoeken.
Ik kan hem niet vinden. Mijn collega-raadsleden konden hem ook niet vinden, dus ik zou toch even graag willen weten waar ik hem kan vinden, want ik ben dan wel heel benieuwd naar de inhoud van die visie. De voorzitter: De heer Zwiers, wethouder. De heer Zwiers: Die is beschikbaar op de website begrijp ik van mijn linkerkant in ieder geval, maar ik denk dat die gebiedsvisie bij elk plan ook even aangehaald moet worden zodat de verbinding met die visie ook steeds duidelijk is. Ik denk dat we dat met elkaar ook moeten afspreken op deze manier. Ik wil ook even reageren op het feit dat er over omgevingstafels wordt gesproken. Die omgevingstafel hebben wij een tijdje geleden ingesteld. Er zijn twee bijeenkomsten geweest en de eerstvolgende is op 31 mei, dus we gaan nog wel even kijken of daarin ook steeds de juiste belanghebbenden aan tafel zitten. We hebben daar in ieder geval ook omwonenden die belanghebbenden zouden kunnen zijn aan tafel. We hebben daarin ook de VRD aan tafel, dus in dat opzicht loopt dat. Het is ook wel een nieuw fenomeen natuurlijk waar we ook met elkaar misschien
nog even aan moeten wennen, maar dat is wel de bedoeling dat we volop gebruik maken van zo een omgevingstafel, dus die is er. Daar wil ik het voor nu even bij laten gezien het onderwerp, voorzitter. De voorzitter: Dat betekent eigenlijk dat als je kijkt van wat hier de reacties zijn inderdaad nogmaals concentrerend op wat hier aan de orde is, namelijk dit bestemmingsplan, we hebben zelf ook verder gekeken van: er komt hierna nog een aantal andere zaken, dat het inderdaad verstandig is om vast te leggen straks ook dat de relatie met die integrale visie dan ook steeds aan de orde komt. Dat dat ook duidelijk is dat er ook invulling aan gegeven wordt door de overleggen waar u allemaal ook aangegeven heeft daar belang bij te hebben dat ook bij de volgende fases bij ontwikkeling eenieder ook betrokken is, ook zeker daar de bewoners en inwoners in dat gebied. Dus dat daar geen verrassingen uit voort mogen komen, dat er wel aan die tafel aangeschoven kan worden en ook mee gesproken kan worden, dat daar nu een soort van lijn in te ontdekken is in uw reactie. Dan zou ik hem nu hier dan willen parkeren dat we dat hier als grote rode draad op dit punt neergelegd hebben.
Ik wil ook met u meegaan naar de evenementen, want er zijn ook een aantal opmerkingen over gemaakt, maar daar zitten eigenlijk een aantal vragen ook onder van: kan dat zomaar onder de hoogspanningskabels? Kan het college iets vertellen over maximale capaciteit van duizend? Als we daar overheen gaan, wat gebeurt er dan? Is er handhaving nu? Is er handhaving in de toekomst? Dat waren de hoofdmoten zoals u hier uit de reactie heeft gehad, dus misschien is het goed om daar ook het college in eerste instantie even de kaders voor aangeeft en een reactie kan geven voordat het debat begint. De heer Zwiers. De heer Zwiers: Dank u wel voorzitter. Als het gaat om kunnen die evenementen daar plaatsvinden? Ja, want TenneT heeft dat aangegeven dat het kan, maar het hangt wel van het soort evenement af en als u mij vraagt om daar vast omlijnde kaders voor af te spreken met TenneT, dan kunnen die maar tot op een bepaald niveau omdat wij niet precies weten welk evenement gaat plaatsvinden. Dat wisselt namelijk ook. De evenementen zijn niet altijd dezelfde. Het is ook niet zo dat al die evenementen die daar georganiseerd worden ook jaarlijks zich steeds herhalen, dus dat is wat voorbarig. Wij weten overigens wel op welke afstand we van de kabels moeten blijven en welke hoogte we mogen gebruiken.
Dat is allemaal al besproken met TenneT, dus daar zullen we sowieso aan moeten gaan toetsen en als er dan specifieke zaken zijn, dan zullen we dat ook nog specifiek aan TenneT kunnen voorleggen, maar het is niet zo dat je op voorhand omdat je niet precies weet wat voor evenementen zich zouden gaan aandienen in alles of alles kunt aftrekken door het vaststellen van een aantal kaders. Dat kan alleen op hoofdlijnen en we weten wel wat de risico’s zijn en die zijn ook gewoon ter sprake geweest bij TenneT. De voorzitter: Misschien nog even iets over de handhaving, want er waren … De heer Zwiers: Oh ja, de handhaving. Kijk, het aantal verandert niet. Dat is ook al geconstateerd door de heer Klok en dat betekent dat die duizend gewoon gehandhaafd blijft in het bestemmingsplan. Je zult toch op het moment dat je een wijziging hebt in het bestemmingsplan en er zal een toename van drukte zijn, zul je toch moeten kijken of dat inderdaad zo om en nabij die duizend zal zijn. Daar zullen we toch wat regelmatiger op moeten surveilleren zou ik haast willen zeggen en handhaven.
Het zal niet doenlijk zijn om specifiek iedereen te tellen die er is, maar er ligt ook een belangrijke verantwoordelijkheid bij die initiatiefnemer om te zorgen dat het niet te druk wordt en zodra wij die signalen krijgen, zullen wij op basis van signalen kunnen toetsen, maar we zullen ook zelfstandig actie moeten ondernemen om wat meer toezicht te houden op de drukte. En als het om veiligheid gaat, we hebben daarin … De voorzitter: Ja, dat zou u dus ook straks nog even apart, want dat is nog een apart blokje.
De heer Zwiers: Over de evenementen. De voorzitter: Over de evenementen, sorry. De heer Zwiers: Voor evenementen geldt dat daar specifiek ook getoetst wordt in hoeverre de toegang voor hulpdiensten het geval is. Dat betekent ook dat je daarin al een aantal dingen hebt ondervangen. Daar moet ook die initiatiefnemer duidelijk in zijn. Die moet kunnen verantwoorden dat hij aandacht heeft gehad voor dat aspect toegankelijkheid in ieder geval voor de hulpdiensten. De voorzitter: Oké. Dank u wel. De heer Van der Heide, Gemeentebelangen. De heer Van der Heide: Ja, voorzitter, dank u wel. Met betrekking tot de evenementen, er is natuurlijk ook altijd een evenementenvergunning die afgegeven wordt. Daar kunnen de waarborgen worden vastgelegd en eventueel ook gehandhaafd, dus wat ons betreft zit het daarin dat je daar samen met de ondernemer en met andere betrokkenen eventueel uitkomt hoe die evenementenvergunning eruit ziet en hoe die op dat moment ook eventueel gehandhaafd wordt, dus wat ons betreft valt het daar te regelen. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u voorzitter. De zorgen van de SP zijn nog niet helemaal weggenomen. Natuurlijk, het spreekt voor zich dat je je boerenverstand gebruikt en dat je geen vliegerevenement gaat organiseren bij hoogspanningskabels, maar net werd ook al bijvoorbeeld de Baggelhuizerplas aangehaald dat daar ook 15000 man onder staan.
TenneT zegt van: ja, maar hier in Hoogeveen kunnen we dat beter niet doen en in het oorspronkelijke bestemmingsplan stond er inderdaad ook dat daar geen evenementen onder georganiseerd worden, dus dat is eigenlijk ook nog een aanvullende vraag aan de wethouder. Wat maakt nou het verschil dat we nu wel evenementen toe kunnen staan onder die hoogspanningskabels? En dat antwoord kan belangrijk zijn, want wij weten het ook niet. De voorzitter: Een op een, de heer Zwiers. De heer Zwiers: Nou, het is niet zo dat TenneT heeft gezegd dat het niet kan, want anders zou het bij de Baggelhuizerplas ook niet kunnen, dus de veiligheidsrisico’s die zijn ingeschat en die zijn als je maar je houdt aan bepaalde kaders, dan zijn die acceptabel en dan kunnen daar gewoon evenementen plaatsvinden. De voorzitter: De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Dank u wel voorzitter. Ja, even nog de vraag over de duizend mensen. Het oppervlak neemt af. We hebben duizend mensen op een bepaald terrein. Blijkbaar is daar op een gegeven moment over nagedacht dat op een bepaald oppervlak duizend mensen een geschikt aantal zou zijn. Nu vermindert het oppervlak, in ieder geval het strandgedeelte wordt weggehaald en er komt extra bouwwerk op te staan.
Zou dat ook niet moeten betekenen dat er iets moet veranderen aan het aantal mensen dat daar veilig op zo een locatie kan verblijven? De voorzitter: Dat is meer een vraag die dan weer door de wethouder beantwoord kan worden. De heer Zwiers. De heer Zwiers: Daar is wel aandacht voor geweest en die zijn ook doorberekend voor heel het gebied en de conclusie daarvan is dat dat niet naar beneden moest worden bijgesteld.
De voorzitter: Anderen die op dit punt nog inbreng willen hebben? Dat is niet het geval. Het is helder. Dan gaan we nu naar het veiligheidsonderdeel en dat ging inderdaad vooral ook even over parkeren bij de evenementen, doorgang, hulpdiensten heeft u iets over gezegd, maar dat ging meer richting de evenementen. De veiligheid van de afwikkeling. Dat is wat aan de orde is. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, wij hebben de inspreekster gehoord, die heeft daar ook zorgen over. Wij hebben een evenement, r is ook nog veel recreatie op de plas, er zijn veel bezoekers en op een gegeven moment is er parkeerruimte, dus wat gaan ze doen? Allemaal op de weg of ze gaan ze strakker en als er dan wat calamiteiten zouden zij bij een van die woningen en die moet per se van die kant dan moeten de hulpdiensten, dan kan dat best wel eens heel erg stremmen, dus dat moet je toch beter zien te voorkomen als dat je daar straks met de hulpdiensten staat en die kunnen niet bij een plek komen en er gebeuren ernstige ongelukken, dus dat is eigenlijk ook onze zorg. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u voorzitter. Ja, ik kan daar ook wel op aansluiten. Het mooie voorbeeld, ‘t Nije Hemelriek, daar werd ook gewoon gigantisch veel geparkeerd in een boslaan.
Veiligheidsdiensten konden er amper langs omdat sommige auto’s gewoon bijna midden op de weg staan en ik kan mij heel goed voorstellen dat de heer Van Rijn zich daar zorgen om maakt en ik zou ook echt wel willen weten: hoe gaan we dat voorkomen? De andere kant is trouwens wel, het is natuurlijk ook echt een hele mooie voormalige surfplas, recreatiegebied nu voor de Hoogeveners en eigenlijk zullen de Hoogeveners toch gewoon lekker op de fiets moeten komen zodat er niet zo veel geparkeerd wordt, dus we kunnen er ook wat aan gaan doen door de parkeertarieven daar wat omhoog te gooien. Daar stimuleren we het fietsen mee. De voorzitter: Ik wijs u er nog even op dat dit soort dingen niet in het bestemmingsplan worden geregeld, maar dat het alleen maar suggesties zijn voor de invulling van het latere gebied. De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Een ander punt dat wij graag nog even willen aanstippen, wij zien toch echt wel een potentieel probleem ontstaan wanneer je in water zowel kan duiken, kan vissen en kan surfen en als jij aan het duiken bent, is het zicht natuurlijk vrij beperkt. Surfen kan met een beetje leuke wind ook met leuke snelheid. Daar zien wij toch potentiële veiligheidsconflicten in en wij vragen ons af of die aspecten ook wel zijn meegewogen in de samenvoeging van die functies in die plas.
De voorzitter: Mag het een op een? Dan is het misschien handig dat u gewoon vragen ook weer aan het college … De heer Zwiers. De heer Zwiers: Voorzitter, wilt u dat ik eerst even reageer op wat de heer Pomper en de heer Van Rijn … De voorzitter: Nee, misschien deze vraag even als eerste. De heer Zwiers: Oké. Nou ja, dat risico dat is er inderdaad omdat het water is nou eenmaal het water en dat betekent ook dat de initiatiefnemer hier iets op moet organiseren en dat zullen wij ook vragen. Dat zou kunnen misschien wel door gebieden aan te wijzen en misschien ook wel in tijdelijkheid van bepaalde momenten, maar dat is echt een rol die de initiatiefnemer moet invullen.
De voorzitter: Dan wat de heer Pomper en de heer Van Rijn hebben ingebracht, ik kijk even of daar nog op gereageerd op moet worden, want de heer Otten had zijn vinger ook nog opgestoken. Of komt daar nog straks een nieuw punt bij? De heer Otten: Nee, dat is het punt over dat parkeren wat de heer Van Rijn noemt. Ik snap dat wel natuurlijk en die verleggen we gelijk dan met ‘t Nije Hemelriek. Ik denk dat de ondernemers gewoon moeten zorgen dat er op het terrein voldoende parkeerplaatsen is en de toegankelijkheid moet gewaarborgd worden en als die weg dan te druk wordt, die Koedijk en zo, dan moet je gewoon een parkeerverbod maken en dat lijkt mij gewoon een praktische oplossing. De ondernemer moet zorgen voor parkeergelegenheid voor al zijn eigen bezoekers. Zo simpel is het. En als de veiligheid anders in het geding komt, dan maken wij een parkeerverbod en dan is het probleem opgelost. De voorzitter: De heer Zwiers. De heer Zwiers: Misschien nog een kleine aanvulling op de vraag van de heer Meesters. De activiteiten die u nu noemt, die gebeuren nu ook al, dus die worden nu ook al georganiseerd. Dan even richting dat parkeren. Kijk, als er een evenement plaatsvindt, dan is parkeren gewoon een onderdeel van de aanvraag voor de evenementenvergunning en dat moet gewoon georganiseerd worden. Wat we niet kunnen, is alles op voorhand bedenken en inzien en organiseren van stel nou dat.
Daar waar ook bij ’t Nije Hemelriek het misging, heeft de overheid daarna maatregelen genomen en zo werkt het in Nederland vaak. Er moet eerst iets gebeuren. De boel moet eerst dichtgezet worden voordat je een probleem moet oplossen. Natuurlijk willen we voorkomen dat die problemen ontstaan en daarom maken we daar ook aan de voorkant wel afspraken over met de initiatiefnemers en zijn daar ook wel aangewezen parkeergelegenheden voor, maar je voorkomt nooit honderd procent dat er eens een keer een auto ergens op een verkeerde plek staat. En wat we wel doen, is regelmatig in overleg zijn met de veiligheidsdiensten. Die zullen daar ook echt van ons verwachten dat we daarop toezien en dat betekent ook dat de zaken die aangehaald worden daar wordt op getoetst en daar blijven wij ook op toetsen wat mij betreft. Het is een risicogebied als het heel druk is en dan moeten we ook op die manier benaderen. Maar ik vind niet dat wij nu hier op de stoel van de hulpdiensten moeten gaan zitten en dat er zich situaties zouden kunnen voordoen, oké, maar dat proberen wij met elkaar te voorkomen en anders proberen wij het op te lossen.
De voorzitter: De heer Klok: De heer Klok: Ja, ter aanvulling van de heer Meesters, wat verschilt in het bestemmingsplan dat nu voorligt en het oude bestemmingsplan is toch dat het duiken nu in de westelijke plas gebeurt en dat dat straks wordt samengevoegd in de oostelijke plas. De voorzitter: De heer Zwiers, ik zie u … De heer Demiroglu: Misschien is het handig als ik het zelf even toelicht. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Demiroglu: Dank u wel voorzitter. De westelijke plas maakt geen onderdeel uit van het recreatiestrand, dus zowel niet van het plan van 2016 als het voorliggende plan. Oh, excuus, mijn naam is Umut Demiroglu, beleidsmedewerker ruimtelijk ordening ondersteun ik wethouder Zwiers.
De voorzitter: Dank u wel. Het thema veiligheid. Ja, de heer De Laat. De heer De Laat: Ja, even voor de duidelijkheid omdat ik nu niet zeker weet of dat klopt, er werd net volgens mij door mijnheer Otten gezegd dat het parkeren aan de ondernemer is om dat te regelen, het aantal plekken. Klopt dat? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Demiroglu: Het parkeren is eigenlijk tweedelig, dus er zijn functies toegestaan op het terrein. Dat heeft een bepaalde parkeerbalans. Dat moet je op eigen terrein ook oplossen. Dat komt voor in ons parkeerbeleid ook. De evenementen is eigenlijk een losstaand verhaal daarvan ten tijde van evenementenaanvraag je ook aantonen hoe je voorziet in parkeren en vervoer en met name parkeren is daar een onderdeel van en hoe je dat ook oplost. In de praktijk kun je dat zien als bijvoorbeeld een naastgelegen weiland die tijdelijk in wordt gevuld als een parkeerterrein. Als die in, hoe noem ik dat, wanneer je dus een evenementenvergunning aanvraagt en aantoont wat voor soort evenement het is, hoeveel bezoekers het zijn en wat de inrichting daarvan is, wordt die door ons getoetst, maar ook door de veiligheidsdiensten of sorry, door de veiligheidsregio Drenthe en ook door onze eigen collega’s die onder andere op verkeer en vervoer toetsen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik zag de heer Otten nog.
De heer Otten: Ja, de heer Meesters die haalde aan over de veiligheid van die plas. Nou, ik vind dat echt een verantwoordelijkheid van de ondernemers. Als er gedoken wordt, kan die dag niet gesurft worden volgens mij. Dat lijkt mij heel logisch. Trouwens, duiken doe je onder water en surfen boven water, dus het kan ook nog wel meevallen. De voorzitter: Nou, wat mij betreft … Daar was ik al bang voor dat ik allerlei voorbeelden … Ja, je moet als je wil overleven nog een keer inderdaad boven komen en dan kan er conflict ontstaan. Punt veiligheid, nog andere onderwerpen op dat punt? De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u wel voorzitter. Ja, eigenlijk een resumé. De afgelopen jaren is dat kennelijk ook heel goed gegaan met al die activiteiten, want ik was overigens ook in de veronderstelling dat het een westelijke plas was, dus eigenlijk zou dat dan verder ook geen punt moeten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk nog even of er voldoende over het thema veiligheid aan de orde is geweest. Dat is het geval. Misschien aan de zijlijn. Dan kijk ik even naar de heer Zomer. Die heeft ook nadrukkelijk een punt aan de orde gebracht. Die heb ik niet hier aan tafel nog heel nadrukkelijk als zodanig gehoord, dus ik weet niet of daar van de kant van het college nog even een reactie gegeven kan worden op de inbreng van de heer Zomer.
Hij heeft natuurlijk een inbreng gehad, maar of daar iets over gezegd kan worden. De heer Zwiers: Ja, misschien allereerst even de exacte woorden kan collega naast mij wel nog duiden, maar wij hebben geen toestemming gegeven voor bedrijfsmatig nachtvissen. Laat dat ook helder zijn. Het nachtvissen dat is wel volgens mij recreatief toegestaan, maar niet bedrijfsmatig. Dus dat wil ik toch wel even rechtgezet hebben. Dat is wat ook volgens mij helder moet zijn. Als het gaat om de benadering van: ja, wat mag er nou wel en wat mag er nou niet? De ondernemer heeft een huurovereenkomst met de eigenaar van het terrein. Die huurovereenkomst hebben wij, dat hebben wij ook geschreven in de reactienota, die hebben wij niet kunnen inzien, dus wij kennen de huurovereenkomst niet, dus wat dat betreft kunnen wij daar ook
niet op reageren. Wat daar sowieso al toegestaan is, is het vissen en dat is ook niet veranderd in het bestemmingsplan, dus dat blijft ook gewoon mogelijk. Dus ik weet niet of mijn collega daar nog aanvullingen op heeft. De heer Demiroglu: Graag, met name omdat ik ook met naam en toenaam werd aangesproken dat ik een bepaalde toezegging had gedaan. Aan mij is in 2019 gevraagd of vissen onder dagrecreatie valt en met name de visstekken die daar liggen. Wat ik heb aangegeven, is dat we de visstekken zien als dagrecreatie en dat we dat op een reguliere wijze mogelijk moeten maken en binnen het plan. Vervolgens is mij mondeling volgens mij tijdens een overleg met de voormalige exploitant of degene met wie de overeenkomst destijds is kortgesloten, is mij gevraagd: hoe zit het dan als er nachtvissen komt. Toen hebben wij met collega’s in de projectgroep gekeken van: hoe zit dat in Hoogeveen met nachtvissen bijvoorbeeld aan de Hoogeveense vaart? In de landen hoe is het geregeld met nachtvissen? En daar is eigenlijk aangegeven dat nachtvissen hoef je niet expliciet mogelijk te maken. Er zitten wel voorwaarden aan verbonden zodat je volgens mij het is alweer een hele tijd geleden, maar je moet volgens mij lid zijn van de vissersbond. Je moet wat stempels hebben om het even zo maar te noemen. Je moet in ieder geval een vergunning ervoor hebben of een visvergunning.
Toen was er een vraag: hoe worden de parkeermiddelen gebruikt? Er wordt een tent gebruikt waarvan de voorkant waarschijnlijk helemaal open was en dat zagen wij niet aan als een kampeermiddel die daar permanent blijft staan of die daar langdurig blijft staan, maar de toezegging dat je gronden die zijn aangemerkt voor dagrecreatie in gebruik zou mogen nemen voor verblijfsrecreatie of voor visvakantie zoals dat wordt benoemd, is niet toegezegd en is zelfs expliciet opgenomen als strijdig gebruik bestemmingsplan. De voorzitter: Helder. Dit was weer even een service die ik nog even wilde verlenen omdat ik merkte dat er nog geen antwoord was gegeven op die inspraak. Ik zou het niet als een apart een manier weer aan de orde willen hebben, maar het is goed dat het antwoord ieder geval even gegeven is. Akkoord? Ik wil graag even nog een rondje langs de fracties doen of het voorstel zoals het hier voorligt nu door kan naar de besluitvormende ronde van de volgende raadsvergadering. Daar wilde ik even kort reactie op ik begin met de heer Pomper. De heer Pomper: Dank u voorzitter. Het kan wat de SP betreft door. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Ja, VVD ook. Wat het punt van de VVD betreft ook. De voorzitter: CDA, de heer Otten. De heer Otten: Ja, wij ook. De voorzitter: De heer Van Rijn.
De heer Van Rijn: Ja, het mag van ons wel door naar besluiten, maar we hebben nog geen standpunt van voor of tegen, voorzitter. De voorzitter: De heer De Laat. De heer De Laat: Ja, wat D66 betreft mag het door. De voorzitter: De heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Geen bezwaar. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Wij zouden graag eerste een integrale visie willen zien voordat we er eigenlijk over zouden willen gaan stemmen. De voorzitter: De heer Bauer. De heer Bauer: Wat ons betreft mag dit door naar besluiten. De voorzitter: De heer Van der Heide. De heer Van der Heide: Door naar besluiten. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ja, het gaat eentonig worden, maar ik sluit mij aan bij de heer Van der Heide. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat dit voorstel in de debattenronde voldoende is behandeld, dat het doorgaat naar het besluitvormende deel van de volgende raadsvergadering waarover dus ook een standpunt ingenomen kan worden. Dat is ook helder. Iedereen zal dan ook zijn of haar afweging daarin moeten maken. Dan sluit ik deze debattenronde. Voordat ik de vergadering sluit, wil ik toch even memoreren dat het vanavond de laatste raadsvergadering is van wethouder Ten Kate. Hij heeft aangegeven dat zijn roeping verder gaat in Hardenberg en daar zijn ze iets sneller met de collegevorming dan in Hoogeveen, want deo volente wordt hij op 24 mei daar geïnstalleerd.
Het college hoeft nog geen afscheid te nemen, want dat betekent hij moet tot en met de 24e ‘s avonds voordat hij dus beëdigd woord in Hardenberg zich nog volledig inzetten voor de gemeente Hoogeveen, dus wij zullen hem met het college volgende week nog wel zien, maar hier in de raadsvergadering, dat is ook natuurlijk deo volente en ijs en weder dienende zullen we maar zeggen, want je weet niet of er nog extra raadsvergaderingen tussendoor komen, maar dan mag je in verwachting wel uitspreken dat dat niet het geval zal zijn en daarom even kort even aandacht voor het feit dat de heer Ten Kate hier voor het laatst zit. Ik neem aan dat ik namens u, wij hadden afgesproken, de heer Ten Kate heeft aangegeven: ik wil geen hele lange toespraak, enzovoorts. Daar zijn andere gelegenheden voor waar dat misschien nog wel niet lang, maar wel intensieve toespraken zullen volgen, dus ik wou het ook hier bij laten, maar ik wil graag de heer Ten Kate nog even het woord geven en namens ons allemaal denk ik als ik dat zeg ontzettend bedankt voor de inzet in de afgelopen anderhalf jaar want dan is gaan heten het zakencollege van Hoogeveen en ik denk dat een ieder hier zoals die hier gezeten heeft in de vorige raadsvergaderingen of raadsperiode het ontzettend fijn heeft gevonden om met u een samenwerking te hebben en dat heb ik links en rechts overal gehoord. Dank u wel. Ja, zeker.
Misschien moet ik dat nog even inleiden met de opmerking dat er nog gelegenheid natuurlijk komt op enig moment om van raad en medewerkers en dergelijke afscheid te nemen. Dat zult u nog horen. De heer Ten Kate, gaat uw gang. De heer Ten Kate: Ja, nu ik hier toch ben dan toch nog maar een enkel woord. Ik zal het kort houden, want zelf heb ik bij dit soort gelegenheden altijd de neiging om wat scheidende raadsleden, wethouders dan allemaal zeggen, dat gaat bij mij vaak het ene oor in en het andere oor uit. Een kleine bekentenis van mij, dus ik hou er dan toch kort en ik zal al helemaal geen bespiegelende boodschap voor u meegeven of wat u toch absoluut wel of niet moet doen, want dan had ik dat de afgelopen periode maar moeten doen, maar misschien toch
nog een enkel woord. Ik denk, ik word helemaal zenuwachtig, mijnheer Kreuze is nu aan het meeschrijven, maar ik vind duiken doe je onder water en surfen boven vind ik wel een uitspraak van de raad waardig en u had er al een. Ja. Een paar woorden toch nog. Ik heb deze raadsperiode in de eerste plaats als buitengewoon bijzonder ervaren, raads- en collegeperiode. Bijzonder in een tweetal opzichten, wel meerdere, maar twee wilde ik toch benoemen. De eerste is hoe wij hier gestart zijn, een zakencollege. Hoe vaak maak je het mee dat er een vacature in de krant staat dat je dan in een zweterig zaaltje in Vollenhove een gesprek voert met de fractievoorzitters en dat je dan, ik weet het nog goed, mevrouw Pullen, u zit helemaal achterin, dat u mij, ik dacht dat het op vrijdagavond was, belde dat ik was aangenomen om het maar zo te zeggen en tegelijk de volgende ochtend op zaterdagochtend zaten wij hier met elkaar en de burgemeester in het plaatselijke etablissement om kennis te maken en eigenlijk met de boodschap: vanaf nu moet je Hoogeveen gaan redden was het niet helemaal, maar daar kwam het wel zo ongeveer op neer. Dat was een buitengewoon bijzondere start. En dan, we hebben veel meegemaakt met elkaar, maar aan een ding wil ik ook nog wel even refereren. Ik heb veel raadsvergaderingen meegemaakt. Ik kijk dan nu vooral naar degenen die er in oktober 2020 bij waren maar.
De raadsvergadering waar na een half uur deze zaal volledig leeg was en alle raadsleden ook enigszins verhit, althans, de meesten beneden in een zaaltje zaten en vooral de discussie met elkaar aan het voeren waren, dat heb ik echt nog nooit meegemaakt. Dat duurde ongeveer een uur of anderhalf uur en toen ging het hier weer verder. En vervolgens, dat heeft u ook allemaal meegemaakt, de beruchte begrotingsvergadering refereer ik aan. Dat zit wel in mijn geheugen gegrift. Wat ook in mijn geheugen gegrift zit, is dat het sindsdien eigenlijk alleen maar beter is gegaan. Als ik zie hoe we vanavond met elkaar debatteren, dan heb ik ook afgelopen anderhalf jaar mogen zien, dan denk ik dat dat echt met sprongen voorwaarts is gegaan. En dan toch een kleine tip, hou dat toch vooral vast. En het andere woord bijzonder dat is toch wel corona. We zijn het misschien alweer vergeten nu we hier zo zitten, maar, jongens, ik heb echt dagen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat achter zo een schermpje gezeten waarin raadsleden maar ook vooral veel ambtenaren en collega’s niet groter waren dan drie bij drie centimeter met een headphone op. Daar hebben we natuurlijk allemaal mee te maken gehad, maar dat is ook iets wat je niet snel zult vergeten en ik hoop ook dat we dat niet snel mee zullen maken op die manier.
Ja, en dan was ik wel heel erg blij de laatste periode dat het toch allemaal weer een beetje kon, dat ik weer op scholen kon komen, dat ik onlangs op het Alfa-college kon zijn, met als, en daar sluit ik dan toch maar mee af, met als absolute hoogtepunt de bingo in Nieuwelande of beter gezegd de bingo in Nieuwelande 74, 23 en zo ging het de hele avond verder. De heer Giethoorn was erbij, maar die is nu de raad inmiddels verlaten, maar echt een legendarische mooie avond met de inwoners van Nieuwlande waar wij als college aan het wiel draaiden en complete vleespakketten hebben mogen uitreiken. Daar kijk ik met heel veel plezier op terug. Nog heel veel andere dingen ook, maar het was een bijzondere periode en dat blijft het ook in ieder geval in mijn herinnering. Ik heb aan het slot van mijn op zich korte ontslagbrief geschreven van: wees een beetje zuinig op elkaar. Dat meen ik echt en het ga jullie allemaal heel erg goed. Tot ziens. 4.
Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Dank u wel. Ik sluit de vergadering.