CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie Transcript

Raadsavond 28 juni 2023, gemeente Hoogeveen20.399 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maar ik ben heel blij dat u zegt: de uitnodiging die het college doet, om goed in gesprek te gaan, neem ik aan. En ik zal zorgen dat in elk geval die afspraak ook wordt ingepland. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik wil even wat over de investeringen in wegen toelichten. Want er werd de vraag gesteld: 1,5 miljoen minder investeringen, dat hebben we niet uitgevoerd. Hoe kan dat? Nou, vorig jaar is er gewoon een stop geweest, naar aanleiding van de inflatie, die ook in de wegenbouw aan de

orde was. Inflatiecijfers van 35 procent boven de begrote werken. Daarvoor hebben wij gewoon gezegd: dat dat gaan we niet doen. Dat is een groot risico voor ons als Hoogeveen. En daarom is daar ook een stop geweest op die investeringen, vorig jaar. Dus dat is eigenlijk de reden dat daar ook een gat is. En ook heel duidelijk in de technische vragenbeantwoording aangeven dat het geen extra achterstallig onderhoud heeft opgeleverd. De voorzitter: Dank u wel. De heer Loohuis: Dan van mijn kant van de kant, van het college, nog een tweetal vragen die gingen over het onderwerp veiligheid. Even maar naar de heer Van der Meer. Die vroeg: in mijn beantwoording staat, in het veiligheidsoverleg, dat daar de actualiteit aan de orde is. Dat is wel een beetje heel hoog over, zullen we maar zeggen. Op zich klopt het wel. Maar misschien is het wel goed om een heel kleine invulling daarin te geven. Dat tweewekelijks overleg, tweewekelijks veiligheidsoverleg wat gebeurt samen met AOV’ers en met Handhaving en met politie, daar zitten altijd wel de vaste agendapunten in. En op basis daarvan wordt de actualiteit genoemd. Ik bedoel maar even de ontwikkelingen binnen AOV, casussen die lopen binnen de handhavingspoot. Tegelijkertijd: horeca is een apart punt, evenement is een apart punt. En van de kant van de politie ook actualiteiten.

Dan moet u vooral denken aan woninginbraken, overlast jeugd en alle andere zaken die daar dan een rol in kunnen spelen. Soms op 11 aantal dingen op. Bijvoorbeeld als er in een periode auto branden, dan komt dat weer als thema naar boven. En zo volg je dan de actualiteit. Wordt vastgelegd en wordt gekeken wat we daaraan moeten doen. En afspraken die daarin gemaakt worden. Dat moet u zich er ongeveer bij voorstellen. Overigens is dat ook maar één van de vele overleggen die op het terrein plaatsvinden. Maar dit is wel het overkoepelende waar gemeente, politie elkaar daarin treffen. Dus dan heeft u misschien een iets beter beeld dan los van de inhoud. Maar wel over de onderwerpen die daar aan de orde komen. Dan vroeg de VVD nog iets … Of nee, vroeg niet iets. Maar die zei: hoe staat het college nou ten opzichte van het thema huiselijk geweld? Nou ja, dat heeft absoluut een prioriteit, wat het college betreft. En door heel specifiek daar ook op in te zetten. Samen met heel veel partners die op dat terrein ook actief zijn, zie je ook dat je ook steeds meer ziet. En nog steeds meer boven water tilt. En ja, als je dan een stijging ziet, dan heeft dat daarmee te maken. Dat is niet dat er in één keer veel meer aan de hand is. Maar juist wel dat we ook veel meer, in de bestrijding daarvan, boven tafel halen. Dat is ook de ware reden, de reden die daarachter zit.

En dat heeft ook alles te maken met de prioriteit die daar ook aan gegeven wordt. Daar wordt echt bovenop gezeten, van alle partijen die daar een rol in spelen. Dat even nog als aanvulling op de vraag van de heer Kramer. De voorzitter: Daarmee hebben we de ronde van het college gehad. Sorry, de heer Kreuze. De heer Kreuze: Naar aanleiding van de beantwoording van het college heb ik nog een paar verduidelijkende vragen. Kan dat nog? De voorzitter: Daar kom ik zo op. U was al heel snel in uw reactie. Dus de ronde van het college is achter de rug. Opmerkingen zijn gegeven. En ik geef u nu even kort de gelegenheid, als er nog aanvullende vragen zijn, op basis van die inbreng, om dat nu te doen. De heer Kreuze heeft in ieder geval gemeld. Dat is voordeel van meteen het woord vragen. De heer Kreuze, ga uw gang. De heer Kreuze: Ik vind het ook best als de heer Van Rijn, of de heer Van Eck eerst gaan. Dank college, voor beantwoorden van de vragen. Ik loop ze even bij langs. Want anders dan hebben we straks zo'n debat wat wegwaait. Of dat mensen gaan zeggen: ik had het niet beter kunnen zeggen dan de wethouder. Dat moeten we eigenlijk niet doen, denk ik. Eerste punt was het uitvoeren van de uitvoeringstest. Is het college dan …? Want het college zegt eigenlijk: wij hebben daar dubbelcheck gedaan. Sorry, dubbelcheck gedaan.

Wij vragen de directie van de SWO of het kan, en dat soort dingen. Twee vragen daarover. Bent u dan ook bereid om met die UDO-systematiek te werken hè? Dat is de Uitvoeringstest Decentrale Overheden. Is dat ook echt een

formele test? En het tweede is: bent u ook bereid om dan de raad daar expliciet in mee te nemen? Zullen we het per vraag doen, voorzitter? Of wilt u dat ik ze allemaal doe? De voorzitter: Misschien is het wel handig om een op een. Dan is er meteen ook beantwoording aan de orde. De heer Reneman. De heer Reneman: Dat van die UDO-test, daar zouden we nog naar moeten kijken. Maar ik denk het eerlijk gezegd niet. Wat wij wel zullen doen, en dat is een wat oudere afspraak is dat. Stel dat uit die uitvoeringstest zou blijken dat… Of die uitvoeringstoets die we uitvoeren bij onze ambtelijke organisatie, dat het advies van onze ambtelijke organisatie is om iets niet te doen, of een negatief advies heeft over de uitvoering, dat we dat gewoon bijvoegen bij het besluit dat wij nemen. Wij hebben die regel al. Dat als het college ingaat tegen het advies van onze ambtenaren, dat we dat openbaar houden. En dat zullen we dan ook blijven doen. Ik weet gewoon te weinig over die UDO-systematiek. Ik zie eerlijk gezegd ook niet de toegevoegde waarde van een nieuwe systematiek ten opzichte van wat ik net heb verteld over hoe we het willen doen. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, dank, voorzitter. Dan gaan we dat nu ook niet uitspitten. Nog even een vraagje over dat, zeg maar, afwijking tussen collegevoorstel en ambtelijke reactie.

Bij de begroting, wordt dat dan in de begroting ingevoegd, of bij het raadsbesluit bijgevoegd? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Heer Reneman. De heer Reneman: Dat zal u zien in de collegebesluitvorming zelf. De voorzitter: Misschien dat we even een rondje maken. Of gaat het hier …? De heer Kreuze. De heer Kreuze: Bedoelt u, geachte wethouder, voor de hele begroting? De heer Reneman: Nee. Wij werken met stukken die in de begroting worden opgenomen. Daaronder ligt altijd een collegebesluit. Op die manier hebben wij geprobeerd om de onderbouwing van de begroting zo goed mogelijk te maken. Dat hebben we al bij de Kadernota gedaan. In de aanloop naar de begroting gaan we nog een keer vragen aan de ambtelijke organisatie. Om te vragen: het besluit dat we toen hebben genomen en de capaciteit die u dacht daarvoor te hebben, heeft u die nog steeds? Er komt een vink. Dat is ook wéér een collegebesluit op het moment dat het in de begroting komt. Dus daaronder ligt het stuk, en de motivering om dat te doen. Dat is onderdeel van de collegebesluitvorming. De voorzitter: Dan mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had mijn bijdrage afgesloten met de vraag wanneer de motie SMART wordt uitgevoerd. Daar heb ik geen reactie op gehad. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Die wordt elk jaar uitgevoerd door de begroting steeds meer SMART te maken.

Of ik moet eigenlijk zeggen: door de jaarrekeningen, de jaarstukken steeds smarter te maken. En het kan zijn dat u vindt dat het op een andere manier zou moeten. Dan moet u zo af en toe even vragen van, dit en dit wil ik anders. De voorzitter: De heer Van Rijn, SGP.

De heer Van Rijn: Ja, dank u wel. Even over dat bouwen. Ik hoor de wethouder daar zeggen van nou, die plannen zijn, maar ik hoor niet over, hoe zit dat nou met de stikstof berekeningen bij de bouw. Gaan die roet in het eten gooien of kan er gewoon volop ingezet worden op bouwen? De voorzitter: Kort antwoord, gaat over het huidige jaar. Heer Bisschop. De heer Bisschop: Nou, de stikstof berekeningen hebben we ook richting de raad aangegeven, dat wij op dit moment een onderzoek zijn gestart in de organisatie om te kijken van goh, wat voor gevolgen heeft de stikstof op de bestaande bouwprojecten? Daar is een collegevoorstel nu gekomen richting college en die zullen wij de komende week gaan behandelen. Dus dat, daar volgt een onderzoek en wij zullen dan ook de resultaten van dat onderzoek met u delen. De voorzitter: De heer Vos, Forum voor Democratie. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Van mij een vraag aan, een verduidelijkende vraag aan de heer Zwiers eigenlijk. Want we, was natuurlijk het hele verhaal net over de zwarte, het Zwarte Zwanen Evenement, Black Swan Event, grote term. Wij vinden, we zijn heel erg blij, dat ook op deze manier nu het gesprek gevoerd wordt. Maar een Zwarte Zwaan Evenement ontstaat eigenlijk alleen wanneer er een evenement komt, dat natuurlijk niet in het referentiekader past van degene die het waarneemt.

Dus je kan alleen, iets komt op je bord wat je niet weet en dat komt alleen omdat je ja, geen kennis van hebt. Dus is een soort anomalie binnen de eigen referentiekader van een persoon. Toch worden dingen ook door de andere fracties, zoals het Oekraïne aantal, komst van de vluchtelingen uit Oekraïne, wordt dus al zo’n Black Swan genoemd. Voor ons als fractie was dat totaal niet een Black Swan Event, wij konden dat zo voorspellen. We konden het acht jaar geleden al voorspellen dat het zou gaan gebeuren. Maar zo zijn er veel meer dingen. En dan misschien, daar kom ik bij mijn vraag, in het kader van een samenleving en geopolitieke spanningen die zijn ontstaan, maar ook een samenleving die steeds verder aan het veranderen is. Is het college met ons van mening, dat al die mogelijkheden van wat er in de toekomst van kan gaan ontstaan op het gebied van nu nog de Zwarte Zwanen Evenementen, of we daar niet gewoon een duidelijkere visie op moeten gaan ontwikkelen? Moeten we niet alle mogelijkheden gaan onderzoeken? Dank u wel. De voorzitter: De heer Zwiers en daarna de heer Reneman. De heer Zwiers: Nou, ik merk dat mijn collega Reneman heel erg eager is om daar een antwoord op te geven en ik gun hem ook graag die eer. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Nee, maar dit, er is net al gereageerd. In de bijdrage van de ChristenUnie zit dat ook al.

De, je moet reageren op de veranderende omstandigheden die er zijn. En het is gewoon zo, dat de planbaarheid van onze toekomst, die is enorm onder druk komen te staan. En dat kan je heel negatief opvatten van help, het is allemaal niet meer planbaar. En aan de andere kant, het is ook het leven zelf, dat de dingen zo moeilijk voorspelbaar zijn. En er zijn twee belangrijke ingrediënten die daarbij ontzettend belangrijk zijn. Dat is een goede algemene reserve als het gaat om het geld en flexibiliteit in ons ambtelijke optreden aan de andere kant. Maar er is ook nog iets als een flexibele raad en een flexibel college en de manier waarop het gemeentebestuur daarin opereert. En ik zou iedereen op het hart willen drukken, dat daar ook bij hoort, dat je niet te ideologisch naar de werkelijkheid kijkt en dat je je adaptiviteit heel hoog maakt. Dat je voortdurend

nadenkt over van, wat weet ik eigenlijk feitelijk wel nu wat er speelt en hoe moet ik daar tegenover staan? En ik denk, dat de sfeer en de voorwaarden er hier zijn om dat op een goede manier te kunnen doen. De voorzitter: Ondanks het feit dat wethouder Zwiers toch de eer gunde aan zijn collega, wil hij misschien toch nog een aanvulling maken, zie ik wel. De heer Zwiers. De heer Zwiers: Ik denk, dat ik een, nog één belangrijke aanvulling daarop wil maken en dat is, dat wij de verbinding met de samenleving verder moeten intensiveren. En ik denk, dat we daar heel goed mee bezig zijn. Maar dat is absoluut een voorwaarde om ja, toch wat meer voorspellend vermogen te krijgen. Dat is belangrijk om aan te sluiten bij wat er onder onze bevolking leeft. De voorzitter: De heer van Eck, PvdA. De heer Van Eck: Dank u, voorzitter. Er staat nog een vraag van ons open. Het is iets meer down to earth dan de voorgaande vraag, het verhogen van parkeertarieven voor de medewerkers. En hoe staat dat op de zoektocht naar nieuwe medewerkers en het vasthouden van bestaande medewerkers? De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Nu weet u wel wie u voor moest schrijven. De voorzitter: Dat weet ik altijd al hoor. De heer Reneman: Het, de aparte werkvergunning voor onze medewerkers was eigenlijk heel oneerlijk.

Want vanuit het regime, dat je neerlegt over van je, wat je moet betalen als je in het centrum parkeert, dan moet het het gemeentebestuur niet uitmaken voor wie je werkt. Dat is bijna discriminatie. Dus in het verleden is die aparte werkvergunning voor mensen binnen de SUO, is afgeschaft. Dat staat tegenover, dat de werkgever natuurlijk wel ervoor kan zorgen, dat gegeven het parkeerregime dat in Hoogeveen geldt, dat mensen ook voldoende worden gecompenseerd. En dat is ook precies waar de SUO mee bezig is in het aantrekkelijk werkgeverschap om ervoor te zorgen, dat ook dit soort voorzieningen betaalbaar zijn en ook gewoon aantrekkelijk zijn voor onze medewerkers. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik wou toch nog even terug naar wethouder Zwiers. Die had het over het voorspellend vermogen en dat we dan kunnen verhogen door contact met de inwoners. Ik sta compleet achter het verhogen met, van het contact met onze inwoners, met de inwoners van Hoogeveen. Alleen als we het over het voorspellend vermogen hebben, over de Zwarte Zwanen, kan ik toch al denk ik, duiden. Als ik dan, dan moet ik een beetje erboven gaan hangen waar we het over hebben gehad, dat de corona pandemie niet bij onze inwoners hier begonnen is. De Oekraïne oorlog komt niet bij de inwoners hier vandaan.

Dus ik snap niet helemaal de relevantie met het terugbrengen van de Zwarte Zwaan en het contact van onze inwoners op dit punt. Kunt u dat nader toelichten? De voorzitter: De heer Zwiers. De heer Zwiers: Kijk, zodra wij meer met elkaar in wisselwerking zijn denk ik, dat we en elkaar willen begrijpen, dat je dan beter kunt voorspellen wat er zou kunnen gaan gebeuren. Dat geldt niet alleen voor ons als gemeente, dat geldt ook voor het Rijk, dat geldt voor Europa, dat geldt eigenlijk overal. Dat wens ik onszelf

toe. Een beetje meer interesse in elkaar, elkaar willen begrijpen. Dat is meer ideologisch dan ja, daar kun je allerlei opvattingen over hebben. Maar ja, ik neem hem dan toch maar even als voor mijzelf persoonlijk als uitgangspunt. Ik wil het college daar ook niet verder mee belasten als ik eerlijk ben. Dus ik zou het daar ook wel bij willen laten. De voorzitter: Kijk of anderen nog vragen hebben? Dan wil ik terug naar de heer Kreuze. De heer Kreuze: Sorry, ik zat heel hartstochtelijk te zwaaien. Maar ja, dat komt, dat ik in de dooie hoek zit. De voorzitter: Maar ik zag u wel. De heer Kreuze: Knap zonder spiegels. Ten aanzien van het, de reactie van het college op de A, B of C plannen zeg maar die wij voorstelden, zoals we in 2015 gedaan hebben met A en B en C prioriteiten. Dat werd door de wethouder aan investeringen gekoppeld. Wij deden dat ook bij de exploitatie. Omdat je dus tussentijds al zoveel extra middelen hebt, dan zou je daar misschien iets mee kunnen doen. Met die flexibiliteit van de ambtelijke organisatie die ik de hele avond al hoor, is dat misschien toch mogelijk. Mijn vraag aan het colleges is van ja, bij een begroting maken we een integrale afwijging, week, weging en dan kijken we ook tijdig vooruit. U stelt voor om dat alleen bij de investeringen te doen en dan bij de GemRap twee, lopende het jaar.

Maar wij stelden voor, zeg maar, kunnen we gewoon niet bij de begroting al zeggen van, oké de A-lijst moet echt gebeuren. Maar de B- en C-lijst ligt klaar voor het geval, dat we tussentijds beslissingen kunnen. Dan kunnen we altijd nog een begrotingswijziging van maken, maar dan hebben we in ieder geval integrale afweging en hebben we ook voor de ambtelijke organisatie tijdig vooruitgeblikt. Dat is mijn eerste vraag in de tweede ronde van de vragen zeg maar. Ik heb ook nog bij twee andere punten vragen, maar dat doe ik zo dan. De voorzitter: Nou, zal één op één beantwoorden. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, we, ik dacht, dat ik ook wel reageerde op het idee om dat te doen met de exploitatie. Die ABC-lijst was niet het idee om dat te doen bij investeringen en dan bij de GemRap. Het idee was om onszelf te dwingen om lopende dit jaar, de peilstok in te steken in de voortgang van de investeringen. Dat was het idee van dat ook rapporteren aan de gemeenteraad bij GemRap twee. Niet om dan vervolgens keuzes te maken. Omdat de begroting en de jaarrekening als het gaat om de uit te voeren werkzaamheden, dichtbij elkaar zitten, is er geen enkele reden om tussentijds te gaan bewegen. Het is al onrustig genoeg, zou ik bijna zeggen. Omdat die, de zaken die onvoorspelbaar zijn, die moeten opgevangen worden.

En als je dan ook nog tussentijds allerlei momenten maakt van ja, kunnen we er niet nog wat bij doen of kunnen we nog een beetje bijsturen? Ik ben er wel voor om een beetje rust te hebben. Dus dat we bij de begroting vaststellen met elkaar wat we gaan doen en dat het ook gewoon een integraal voorstel hebben. Wordt al moeilijk genoeg om dat gerealiseerd te krijgen. Maar ik dacht, dat ik dat eigenlijk al een beetje op gereageerd had, voorzitter. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Het was mij niet voldoende duidelijk, voorzitter. Dus ja, communicatie is van A naar B en dan komt dat misschien bij B niet goed binnen. Maar ik val een beetje van mijn stoel zeg maar, want we hebben een ambitieus college. En nu zegt de wethouder ja, we hebben de begroting netjes uitgevoerd. Heb ik ook uitgerekend, ongeveer zeven procent zit keurig in lijn van de afweking, van de afwijking zeg maar. Dat is nog maar een klein bedrag. Maar we hebben natuurlijk wel gewoon bijna twintig miljoen spontaan zeg maar, van het Rijk gekregen. Dan is het toch uitermate jammer, dat we dat op de plank laten liggen en niks mee doen, totdat we weer een Kaderbrief en een Begroting, zijn we dik een jaar verder. Terwijl onze inwoners misschien

wel ergens heel erg dringend behoefte aan hebben, wat we bij de begroting nog niet durfden te doen. Maar uiteindelijk hebben we geld genoeg. U zegt zelf, we hebben een flexibele ambtelijke organisatie, dus het valt mij een beetje tegen. De voorzitter: Maar u gaat in debat. De heer Kreuze: Nu? De voorzitter: Nee, u had vragenronde op basis van wat het college had ingebracht. Dat is wat aan de orde is en hier voeren we nu debat. Het ging meer om, u had nog een tweetal vragen begreep ik. Over twee onderwerpen nog vragen. De heer Kreuze: Oké, dan ga ik verder met het volgende punt. Dat is de discussie rondom zaken van het Rijk, de gemeenten en provincie. Daar is gesprek over gaande, zegt de wethouder. Wat is daar de rol van Hoogeveen in en hoe worden wij daarover geïnformeerd? De voorzitter: Ja, ik keek even naar de heer Reneman. Ik wil daar ook wel op antwoorden namens het college. Ja, ja, precies. De heer Loohuis: Dan maar even van mijn kant. Kijk, op dit moment is er volop discussie via de kanalen die de gemeenten vertegenwoordigen. Dat is vooral nu tussen VNG en gemeenten. Dat hebben we op het VNGcongres ook nadrukkelijk nog eens een keer in allerlei moties, amendementen weer teruggevonden. En ook in de discussie die de vroegere voorzitter en de huidige voorzitter van de VNG ook aanging met de minister. Daar zit, maakt dit onderdeel van uit. Dit is echt een hele harde lijn.

Als er echt nieuwe taken bij moeten komen, dan moet het één, uitvoerbaar zijn en twee, er moet voldoende geld bij zijn, anders gebeurt het niet meer. Dat is de ervaring waar de heer Reneman in zijn eerste termijn ook op heeft gelet. Het antwoord is daarop dus van ja, het gebeurt volop en dus is het vanuit de college niet noodzakelijk om daar nog eens een keer weer met allerlei provincies een brief over te schrijven. Want het gebeurt al, het is al volop in beweging. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: En daar neemt u ons ook in mee, denk ik? De heer Loohuis: Ja. Als u zegt van, ik wil daar wel eens over bijgepraat worden, dan is, staan we natuurlijk altijd vrij om dat bij ons aan te kaarten en dat willen we graag doen. De heer Kreuze: Graag. De voorzitter: Laatste vraag. De heer Kreuze: Laatste vraag is over de vraag die ik stelde over de overschotten en of we daar kritisch naar moeten kijken of er terugbetaalverplichtingen c.q. bestedingsverplichtingen aan vastzitten. Want als er bestedingsverplichtingen zijn, mag je het eigenlijk niet volgens mij in het, gewoon in het algemeen vermogen pompen. Wethouder zei van ja, daar zijn we niet helemaal gerust op. We hebben in pagina vijfennegentig van onze Jaarrekening een risicoanalyse staan. Bij de onderdeel financiën hebben we ongeveer tien miljoen bruto risico staan, zeg maar.

Dit ging over twintig miljoen in 2022 alleen al. Is het dan niet, is de risicoanalyse dan wel up to date? En zo nee, wanneer zou dat dan wel gebeuren?

De heer Reneman: Ja, voorzitter. Dit is nou typisch zo'n lastig risico wat je eigenlijk niet kan kwantificeren, precies om wat u zegt. Wij, als wij de regels gewoon volgen, dan weten we dat het vrijvalt en dat het ook gewoon toegevoegd kan worden aan de algemene reserve. We zijn alleen niet gerust op de manier waarop dit in de toekomst zal gaan. En ja, moet je dat dan gaan kwantificeren? Moet je dan, want als je het gaat kwantificeren dan moet je ja, dan kom je eigenlijk tot de slotsom, dat je het niet in de algemeen reserve had moeten doen. Dus dat is best een beetje lastig dit. Dus ik vind het delen van nou ja, dat we er niet helemaal gerust op zijn, dat vind ik prima, maar daar zou ik het ook bij willen laten. Ik denk, dat we er heel verstandig aan gedaan hebben om het gewoon nu toe te voegen aan de algemene reserve. En ik denk, dat als u kijkt naar wat andere gemeenten doen, die doen dat allemaal als ze daar geld op over hebben. Maar die zijn er ook niet allemaal heel gerust op. De voorzitter: Dan kom ik tot de debatpunten die zijn ingebracht. En ik kijk eerst maar even naar mevrouw Rutgers. Die had het over de methodiek van de bestemmingsreserves. De reactie van het college was, in de regel niet, maar in uitzondering gevallen. Maar dan wel gemotiveerd, wel. Was uw punt, ik geef u het woord. Mevrouw Rutgers: Ja, ik wacht even tot u was uitgesproken.

Het was inderdaad mijn punt. Ik ben heel benieuwd hoe andere fracties daarin staan, want we hebben de reactie van het college gehoord. Ik vraag me toch af, of we dit punt niet moeten heroverwegen. Ik ben benieuwd hoe anderen daar in staan. De voorzitter: Ja, kijk ik even. Ik zie de heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dit punt, maar ik heb ook goed naar het college gehoord, dat dit een uitzonderingsgevallen zijn. En ja, die zullen er ook altijd blijven, dus ik kan me eigenlijk wel in het voorstel van het college vinden. Dank u wel. De voorzitter: De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, Gemeentebelangen is normaal ook absoluut niet voor vormen van extra potjes en dergelijke. Maar wij vinden de motivatie die hieronder ligt dusdanig, dat wij hier wel gewoon mee in kunnen stemmen. De methodiek van hoe het college het ook voorstelt, dat ze er geen voorstander van zijn, tenzij, kunnen wij daarom ook echt wel achter staan. De voorzitter: De heer Baalman, SP. De heer Baalman: Ja, ik kan mij wel mee indenken, hoe D66 erin staat. Wij staan er hetzelfde, eigenlijk wel hetzelfde in. Wij willen of wat meer potjes, wat meer gestructureerde gelden apart leggen of juist zeggen van, we doen het helemaal niet. Niet zeggen van, we doen het niet en we doen het toch.

De voorzitter: Anderen die nog …? De heer Van Dijk, ChristenUnie. De heer Van Dijk: Ja, dank, voorzitter. Wij kunnen ons wel volgen in het collegevoorstel. Dus in de regel niet, tenzij er een goede reden voor is. De voorzitter: Andermaal de heer Kramer, VVD. De heer Kramer: Ja, dank je wel voorzitter. Ja, ook de VVD is niet van zoveel mogelijk potjes. Alleen in dit geval kunnen wij de wethouder volgen, niet tenzij. Dus ja, dat is ons antwoord.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, gaat om elf posten en het zijn allemaal relatief kleine bedragen. Dat is wat ons betreft helemaal niet nodig om daar potjes voor te vormen. Zet ze gewoon weer in je begroting, desnoods verdubbel je dan het bedrag of iets dergelijks. Eén wil ik wel aandacht voor vragen, dat is Lokaal maatregelenpakket bestrijding energiearmoede. Ik heb gelezen, dat er ook weer zeg maar, die dertienhonderd euro in dit jaar komt. Dus daarvan zou ik ook zeggen ja, maak daar gewoon nieuw beleid op. Wat ga je daarmee doen? En reserveer daar in de begroting nieuw geld voor. Dus CDA zegt ja, we zijn van de potjes afgestapt en we zouden alles in algemeen reserve doen. Dat willen we graag zo houden. De voorzitter: Ik kijk even naar anderen. De heer Van Eck, PvdA. De heer Van Eck: Dank u. We gaan mee met de lijn van het college. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar sluit ik bij aan, voorzitter. De voorzitter: Ja. De heer Westendorp vanuit de kant van het college. De heer Westendorp: Ja, voorzitter. Wat de heer Kreuze zegt, dat klopt gewoon niet. We hebben geld gekregen in december om de uitvoering te doen in 2023. Dus colleges, leg gewoon aan de raad voor om het geld ook daadwerkelijk over te hevelen. Dus we passen gewoon toe, wat we eigenlijk moeten doen.

En dat zijn de financiële spelregels die hier in de raad zijn toegepast, om juist de inwoners in 2023 te helpen. Als het gaat om de voorstellen voor de rest van het geld, dat moeten we nog krijgen. Daar denkt het college op dit moment over na. De voorzitter: Zijn er anderen nog die …? De heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Ja, voorzitter. Als de wethouder zegt dat hij die één komma drie miljoen in december pas gekregen heeft en dat daar een bestedingsverplichting op ligt, dan mag het al helemaal niet over het eigen vermogen lopen. Want dan moet ie gewoon een schuld aannemen, dat hij dat nog uit te betalen heeft in het nieuwe jaar. Dat klopt de jaarrekening niet. De voorzitter: Dat laten we aan de accountant over, zeggen ze dan. Ja, ja. Anderen nog? Niet het geval. Ik kijk even weer terug naar mevrouw Rutgers. Is even een peiling geweest van hoe iedereen erin stond. Mevrouw Rutgers: En die is volgens mij vrij helder. Dank u wel. De voorzitter: Ja, graag gedaan. Dan ga ik over naar het punt van de PvdA. Ik noem hem maar even kort. Hij zal zelf nog, maar de methode Duisenberg. De heer Van Eck. De heer Van Eck: Dank u, voorzitter. Ja, zo wordt ie ook gewoon genoemd in den lande, dus. Even heel in het kort wat die methode behelst.

Op voordracht van de raad worden dan twee of meer rapporteurs aangewezen, die samen met een ambtenaar of meerdere ambtenaren objectief de jaarrekening gaan analyseren. Het heeft de voorkeur, dat ieder jaar andere rapporteurs aan het werk gaan en daarbij staan centraal drie vragen. De eerste is: Heeft de wethouder bereikt zeg maar, heeft het college bereikt wat zij wilden bereiken? Dus het gaat over doelen. De tweede is: Heeft het college gedaan wat zij zouden doen? Prestaties. En het derde is: Heeft

het gekost wat het zou kosten? Middelen. Die analyse wordt opgeleverd aan de raad en pas daarna is de politiek aan zet en kan het debat plaatsvinden. Dan hebben we een debat over het beleid en niet over, een debat over incidenten. Er zijn heel veel variaties op de methode Duisenberg, er is niet één methode Duisenberg. Ik zie een gemeente in Limburg, die werkt al in de jaarrekening. Dus die doen het al voordat de Jaarrekening vrijkomt, vindt deze sessie al plaats. Die werkt met groene, oranje en rode symbolen om aan te geven of iets goed gaat, zoals in de begroting was aangegeven. Minder dan gepland, dat de uitvoering onder druk staat. Of rood, het gaat helemaal niet goed, er wordt afgeweken van de begroting. Ik zou graag van mijn collega's vernemen of zij iets zien in een dergelijke werkwijze. En uiteraard moeten we ons dan verder in verdiepen. Maar eerst een, een eerste reactie graag. De voorzitter: Gaan we dan uitpeilen. Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, dit past wel in de lijn van wat wij bedoelen met smart werken. Maar op dit moment zou je op deze manier van verslaglegging, deze jaarrekening zou je niet op deze manier kunnen beoordelen. Omdat, want ons punt is, dat het niet is uitgelijnd. Er staat niet bij een thema, wat hebben we ons voorgenomen, wat hebben we gedaan en wat hebben we bereikt en met welke financiën? Dat staat er wel, maar niet één op één.

Het staat meer per thema globaal hapsnap beschreven dan dat daar echt een lijn in zit. Dus als dat zou kunnen wat u voorstelt, dan lijkt me dat alleen maar toe te juichen. Maar met hoe de stukken nu zijn, denk ik niet dat het haalbaar is. Dus ik ben ook wel benieuwd, hoe u daar dan naar kijkt, zelf. De voorzitter: Misschien dat de heer Van Eck daar even op kan reageren. Komt de heer Van Dijk daarna. De heer Van Eck: Ja, het kan op twee manieren. Dat vergelijken, dat zou je de opdracht kunnen geven aan die commissie, zeg maar. Die pakt dan de Begroting erbij. Of je vraagt aan het college om in de Jaarrekening al, zelf al die vergelijking te maken. Dat is een keus die dan aan de raad is. Een opdracht aan het college geven of een opdracht aan onze Duisenberg commissie? De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Die opdracht aan het college ligt er al een paar jaar. Dus ja, dan ben ik gewoon dus nog steeds benieuwd wanneer die uitgevoerd wordt. Dus ja, dat kan, opdracht nog een keer aan het college geven. Lijkt me, dat ie daar ook hoort. Maar misschien, ik ben ook wel benieuwd hoe anderen naar kijken. Of zo'n raadscommissie daar een rol bij kan spelen. En misschien ook wel de coördinator die is aangesteld om het hele proces van verslaglegging in goede banen te leiden. Weet niet of u die ook heeft betrokken bij uw plan? De voorzitter: De heer Van Eck.

De heer Van Eck: Nee, want mijn plan, ons plan is nog maar een idee. We willen eerst polsen van hoe andere, als andere negen fracties zeggen vergeet het maar, dan hoeven we geen plan te maken. Overigens is dit idee hoorde ik in de pauze, niet helemaal nieuw. Is het dadelijk drie of vier keer eerder ingebracht door de heer Kreuze de afgelopen tien jaar. De voorzitter: De heer Van Dijk. De heer van Dijk: Ja, dank, voorzitter. De fractie van de ChristenUnie herkent zich wel in het punt van de PvdA, dat de behandeling van de Jaarrekening maar al te veel wat te financieel wordt en alle meer inhoudelijke verantwoording die het college daarin ook doet, eigenlijk een ondergeschoven kindje wordt. En dat is wel

jammer. Ik word graag gecorrigeerd door de commissie Hap BV. Maar als ik het me goed herinner, was dat een van de doelstellingen van dat stuk wat we al in de raad hebben vastgesteld, om financiën en beleid wat meer los te koppelen, juist zodat die inhoudelijke verantwoording niet ondersneeuwt. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan mij gedeeltelijk, misschien zelfs grotendeels wel vinden in het idee wat de PvdA hier voorschrijft. Ik denk, zeker zo ook hoorde de heer Kreuze de afgelopen jaren dit meerdere keren heeft voorgesteld. Ik denk dat de heer Kreuze net als mij instaat, dat wij regelmatig tabelletjes zelf creëren om de overzicht voor onszelf in kaart te brengen. Kijkende ook naar wat mevrouw Rutgers ook aangeeft van, volgens mij kunnen we in deze Jaarrekening met aanpassingen, kun je wel tot een methode komen die ertoe leidt. Ik zie het inderdaad niet op korte termijn gebeuren, want dat vraagt echt wel een grote omslag nog op de Jaarrekening. Begin zit er al wel in. Er wordt al wel in de Jaarrekening nu gesteld, wat hebben we gedaan, wat hebben we bereikt en hoe willen we of wat hebben we daarvoor gedaan? De financiën zou je daaraan kunnen vast hangen, maar ik zie het nu niet één-twee-drie gebeuren. Maar ik ben niet, het is niet, dat wij er direct afwijkend tegenover staan.

Alleen de uitvoering is op dit moment denk ik, niet snel haalbaar. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ik moet zeggen, dat ik het wel een aantrekkelijk idee vind om hier verder op in te zoomen. Juist omdat we hebben afgesproken in die Hap BV om beleid en financiën wat meer uit elkaar trekken. Maar daar moet dan nog wel invulling aan gegeven worden. Dit zou een goede manier kunnen zijn om hier invulling aan te geven. Dus ik ben heel bereid om daarin mee te kijken, hoe we dit vorm zouden kunnen geven. De voorzitter: Ik geef zo het woord nog aan de heer Kreuze en aan de heer Klok. Maar de heer Sieders, die zei, ik wil hier nog even op reageren. De heer Sieders: Nou, eigenlijk, ja, dank u wel, voorzitter. Kleine reactie nog op mezelf. Ik zou het niet als extra commissie willen instellen, maar dan vooral in de Jaarrekening verwerken. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik was dus inderdaad verguld met het onverwachtse voorstel van de heer Van Eck en ik overwoog om mijn ontslag alsnog in te trekken. Want als de Hoogeveense raad deze kat op gaat zeg maar, dan wil ik daar eigenlijk wel graag bij zijn. In april 2017 hebben we voor de eerste keer Lokaal Duisenberg ingediend. Toen heette dat Helder Hoogeveen. Vond ik wel allitererend, zeg maar.

Wat mij betreft trekken we dat weer uit de kast en kijken we wat we daarmee kunnen. Collega Van Dijk heeft wel helemaal gelijk. We hebben in die Hap BV, de BUC zitten, die Beleids Uitvoeringscyclus. En die BUC, die moet je dus wel steeds in een goede planning inhoudelijk behandelen, dus neem bijvoorbeeld, Herontwerp sociaal domein hebben we nu gedaan. Daar moet een evaluatie van komen en dat past in die BUC-cyclus met een meerjaren planning die de griffie voor ons bijhoudt. Dus we moeten wel de goede afstemming daartussen maken. En nog een ander belangrijk punt in dat Helder Hoogeveen is de knip tussen de financiële controle, onze controletaak en de beleidsmatige kant, waar meer, weer anderen zo vaak in geïnteresseerd zijn. En daar kun je ook een goede taakverdeling in maken en een stuk efficiënter. Dan spijt het me, dat ik daar waarschijnlijk niet bij ben. Maar daar wens ik u dan heel veel succes mee en ik ben natuurlijk te huur.

De voorzitter: Volgens mij zit er nog een periode van een paar jaar tussen, voordat dat dan weer mag, zegt de wet. Ja, helaas. De heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Goed dat er weer een VVD'er in een goed daglicht wordt gesteld. Hangt, dank de heer Van Eck. Maar we hebben het vanavond al best wel veel gehad over het behandelen van de Jaarrekening en wat elke visie van de partij daarop is. Dat hoor je in verschillende bijdrages langskomen. Dus volgens mij is dat wel een teken, dat we als raad aan de gang moeten met van, hoe willen we zo’n Jaarrekening het beste vormgeven. En volgens mij, wij vinden dit een methode die daar goed bij past. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ik kan nog niet beoordelen of dit nou de juiste methode is. Maar ik zou wel zeggen, laten we proberen, dat heel goed zeg maar in beeld te brengen. En alle verbeteringen, daar staan wij natuurlijk compleet achter. De voorzitter: Ja, wat ik een beetje uit deze discussie haal zeg maar, de heer Van Eck vroeg inderdaad even om een reactie, die heeft ie gekregen. Maar toch ook wel, dat er een bereidheid is om eens even daar wat dieper op in te gaan c.q. wat uit te spitten. Dat doe je natuurlijk nu niet op deze tafel, dat begrijpt iedereen wel. Maar dat er wel behoefte aan is om dat nog eens een keer fundamenteel met elkaar over te praten.

Dat haal ik wel een beetje uit dit debat. Dat is voldoende, de heer Van Eck? Dat ik het zo samenvat. De heer Van Eck: Ja, dat vind ik een mooie samenvatting. Misschien een oproep richting de griffie om een avond te plannen om hierover te praten. Maar ik zou het wel graag breder willen trekken dan de audit commissie, want daar zitten al de financiële experts in. De voorzitter: Helder. Dus nog even een aanvulling. Ik hoor net een toezegging van de griffie. Dat hoort u niet vaak aan deze tafel, meestal is het het college die een toezegging doet. Maar dat, inderdaad wat u opriep, dat dat ook opgepakt wordt. Dank u wel. Ronden we dit punt af. 4.2 Bespreekpunten De voorzitter: Dan gaan naar de vijf punten van het CDA. Nog een poging gedaan om wat punten bij elkaar te voegen, valt niet mee de heer Kreuze. Heeft u goed gedaan wat dat betreft. Ik begin maar even met de uitvoeringstoets bij nieuw beleid, waarvan het college zei van ja, dat gebeurt al en dat hoeft niet nog eens een keer extra zeg maar uitgewerkt te worden. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, dank u wel. We hadden inderdaad vijf debatpunten ingebracht. We dachten, laten we het serieus doen. Niet te veel.

Ik heb de college horen zeggen, dat bij die uitvoeringstest en dat heb ik ook gehoord bij het zesde punt zeg maar, de keuzes maken en bij het zevende punt, de afhankelijkheidsratio, dat ze daar toezeggingen op doen. Als ik het heel vlot interpreteer. Weliswaar, die uitvoeringstest zeg maar, heeft de heer Reneman een toelichting bij het collegebesluit zeg maar toegezegd. Bij de keuze maken heeft hij gezegd, dat doen we bij de Begroting. Hadden we bij de Kaderbrief ook al aan de orde gesteld, was inderdaad een beetje dubbel. Maar we dachten, herhaling is de kracht van de boodschap. En het laatste over die afhankelijkheidsratio’s. Dat is mijn, een excuus van mij. Dat had ik niet helemaal goed meegekregen denk ik, dat er al een toezegging op gedaan was bij de Kaderbrief. Dus dat is ook mooi. Dan blijven er maar twee over. Bent u dat met me eens? Is dat goed?

De voorzitter: Ja, ik tel mee. Vijf min drie is twee, dat volg ik heel goed. Maar de bevestiging zou misschien wel goed zijn, dat dan ook even aan de orde komt van de kant van de heer Reneman. De heer Reneman: Ja, maar we moeten wel even scherp worden, wat is nou eigenlijk een toezegging? Want anders gaat dit niet goed, want straks moeten wij voor u gaan rapporteren over hoe we onze collegebesluiten vormgeven. Dat heb ik niet gezegd, dat is niet echt een toezegging. Ik vertel gewoon hoe we het wilden doen. En dat is niet een toezegging, dat is gewoon een beschrijving van hoe we het gaan doen. Dat hebben trouwens ook eerder met de raad gedeeld. Een toezegging hierin zou zijn, dat wij vanaf nu X, Y, Z zouden doen. Dus het is misschien, het is een beetje meer voor de administratie van waar worden de, waar slaan de toezeggingen nu neer? Zou ik wel bezwaar hebben, dat deze toezeggingen nu op die manier worden geregistreerd. Onderwijl gaan we het wel gewoon doen. Dus ja, ik, ja. Ik zit een beetje met mijn handen in het haar, voorzitter. De voorzitter: Misschien is het toch wel even goed, want anders gaan we interpreteren. Belangrijk is wel om nog even in gedachten te blijven van mevrouw Rutgers van, zo concreet mogelijk om de dingen goed af te spreken. Misschien is het goed om nog even punt voor punt ook even voor de helderheid, te zeggen, wat nou de insteek van het college is.

Dat gaat om die uitvoeringstest. Dat was, dat is al … De heer Reneman: Wij hebben geen behoefte aan een uitvoeringstest. Het college toetst de uitvoering dagelijks bij alle besluiten die ze neemt en ook wat we hier voorleggen. En daar waar er misschien een discrepantie kan zijn tussen wat de, onze ambtenaren ons adviseren en wat het college besluit, is dat onderdeel van de college besluitvorming. Dat is een van de gedragsregels die we ook in Schone Lei eerder hadden afgesproken en die hebben we ook in dit college doorgevoerd. Het komt weinig voor, want over het algemeen komen college en ambtelijke organisatie wel tot overeenstemming. Maar het is wel eens gebeurd, dat we een ander besluit nemen dan wat onze ambtenaren ons voorstellen. En dat ziet u dan terug in de besluitvorming zelf. Dus in die zin hebben wij altijd de advisering van onze ambtenaren geobjectiveerd. En als het gaat om een negatief besluit over de uitvoering, zal dat dan ook zo zijn. Dat is niet een toezegging, dat is gewoon het beschrijven van hoe we werken. De voorzitter: Precies. En dat zou dan voldoende moeten zijn richting heer Kreuze om te zeggen van, daar ben ik blij mee. Dat is natuurlijk aan hem, maar dat moet ik nog even aangeven en daarmee is iedereen tevreden. Ga ik straks nog wel even kijken, of dat zo is. Heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter.

Verschrikkelijk vervelend, dat ik zo het woord toezegging gebruikt heb zeg maar. Ik snap ook de angst in de ogen van de wethouder, maar het gaat inderdaad over het staand beleid, begrijp ik nu. Dus dat is mooi, dat we dat … En we hadden dat natuurlijk niet door, want we hebben volgens mij nog nooit zo'n stuk bij de stukken gezien. Dus feitelijk is de ambtelijke organisatie altijd akkoord gegaan en is de uitvoeringstest zeg maar, positief geweest. Dus we zien ernaar uit om een keer dan mee te maken, dat het niet positief is en dat we dan ook kennis daarvan nemen. En dan hoeven we wat mij betreft, dat punt nu ook niet in debat te brengen, want wij wachten dat gewoon af. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Kijk, daar heeft niemand bezwaar tegen. Dat is dan het geval. Dan hebben we, bij punt twee was nou ja, de oproep aan van, ga met andere provincies, met andere partijen samen je hard maken voor minder decentralisaties naar het Rijk. Daar was het antwoord van het college op en net ook al even herhaald in de vragenronde van ja, dat is proces wat al keihard loopt op dit moment. Er is een toezegging gedaan van, we nemen u daarin mee. Ik kijk even naar u, mijnheer Kreuze.

De heer Kreuze: Nou, misschien kunnen we even een korte rondje maken of de rest van de fracties dat ook voldoende vinden. En dan weten we waar we staan zeg maar, op dit punt of dat we nog wel een motie of iets dergelijks moeten doen is dat moeten doen om meer zichtbaar een lobby te doen voor ons. Nou ja, misschien even een korte ronde. De voorzitter: De vraag is eigenlijk van of de toezegging van het college voor de andere partijen voldoende is of, dat het nog verder moet gaan? Dat is eigenlijk de vraag. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik kan daar kort over zijn. Wat mij betreft is die toezegging voldoende. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter. Ik begrijp ook dit debatpunt. Maar wat ik gehoord heb van het college, is voor ons volgens mij ook wel, als we gewoon daar op zijn tijd over geïnformeerd worden over de stand van zaken, dan is het prima. De voorzitter: Dan de heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zit voornamelijk met het punt, wat gaan onze inwoners hier nou daadwerkelijk aan hebben? Door decentralisaties van heel veel taken die we als gemeente op ons hebben genomen, hebben we inderdaad financieel ons misschien niet goed gedaan. Maar dat heeft natuurlijk ook mee te maken, wij staan blijkbaar echt wel een stuk dichterbij de inwoners dan de landelijke overheid.

Dus de drempel is een stuk lager geweest. Die drempel, die hebben we weggenomen. Dat is ook, want heel veel partijen hebben het er elke keer over, die sociale gemeente die we met zijn allen willen zijn. En als we taken weer gaan afstoten, dan moet je je afvragen, hoe sociaal kun je dan nog zijn? Dus ik vind het wel lastig om te zeggen, dat we meer dingen zouden moeten afstoten. Ik vind, dat we, wel als we dingen aannemen, dat we het eerlijk financieel moeten regelen. Daar zal ik me harder voor willen maken dan alles maar bij de provincie neerleggen. Want ik heb dan ook wel een vraag daarover. Wat denkt u wat u de afgelopen periodes hier dan niet hebt kunnen bereiken met de gemeente, wat u dan in de provincie wel denkt te kunnen gaan bereiken straks, als het daar wordt uitgevoerd.? De voorzitter: Heer Kreuze. Ja, was een vraag aan u. De heer Kreuze: We gaan toch debatteren, fijn. Ja, voorzitter. Dat nodigt natuurlijk uit om allerlei beleidsgebieden nu weer langs te gaan waar we zeggen van, hoe hebben wij het gedaan en hoe zou een hogere instantie het gaan doen? Nou, het grappige is, dat we dat natuurlijk heel gemakkelijk kunnen toetsen, omdat het Jeugdbeleid destijds bij de provincie was. Daar was het zeg maar financieel minder probleem, in ieder geval voor de burgers van Hoogeveen, dan wel de burgers zeg maar van gemeentes. Alleen we hadden toen ellenlange wachtlijsten.

Die hebben we trouwens nu geloof ik zo'n beetje inmiddels in onze praktijk ook wel. Dus wat dat betreft kun je je afvragen of we er zoveel op vooruitgaan zijn. En zo kunnen we naar Omgevingswet kijken, misschien kunnen we nog naar de opvang van asielzoekers kijken, klimaat c.q. stikstof, waterhuishouding. Ik kan er nog wel een paar noemen waar we zeggen ja, moeten wij dat als gemeente oppakken? Je ziet ook, dat wij als gemeentes dat steeds minder doen. Omdat wij allerlei GR’en optuigen zeg maar, om dat te doen. En nou, hetzelfde gebeurt op dit moment met pilots voor de WMO. Dus er zijn allerlei beleidsterreinen waar je die afweging in zou kunnen maken en waar het misschien beter is om het niet bij de Hoogeveense ambtelijke organisatie neer te leggen en daarmee ook financieel en beleidsmatig bij ons weg te houden.

De voorzitter: De heer Sieders wil daarop reageren. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor eigenlijk voornamelijk punten waar wij vooral denk ik als gemeentes tegen de regelgeving aanlopen. Stikstof, regelgeving van bovenaf waar we tegenaan lopen. WMO uitvoering, eigen bijdrage wat zij eraf halen, waardoor prijsverhogend heeft gewerkt. Ik zal er dan eerder voor pleiten, dat we meer invloed krijgen op de regelgeving omtrent de taak die we moeten uitvoeren, dan dat we de taak maar weer bij een ander neerleggen. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Nou, voorzitter, ja. Wij hebben natuurlijk hartstikke veel personeelskrapte en dan gaan wij zeg maar een beleidscentrum optuigen om mee te praten over landelijke regelgeving. Het lijkt me, dat we die overheden netjes uit elkaar moeten houden zeg maar. En ik mocht nu in Assen wat rondkijken en ik zie dat ze daar toch wel heel duidelijk ook zeggen, dit doen wij, dit doen gemeentes, dit doet het Rijk. Laten we daar als gemeentes ook vooral heel erg bij blijven. Dus bescheiden en gefocust. De voorzitter: De heer Vos. Over democratie. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Ja, dit is eigenlijk wel een hele interessante discussie. Wat er nu eigenlijk denk ik ook in het voorstel van de heer Kreuze zit, is eigenlijk precies wat wij ook al dachten, dat uiteindelijk ook achter die decentralisatie zat vanuit landelijk.

Dus wat gebeurt er nu? Er wordt eerst veel te weinig, wordt, alles wordt door gedecentraliseerd. Met veel te weinig geld wat er komt. Vervolgens lopen de gemeenten dan tegen allemaal hindernissen op. En dan wordt de oplossing gezet, dan moeten we het maar weer centraliseren maar dan naar de provincie. Nou, en dat is precies wat uiteindelijk vanuit de kaders van de Europese Unie gebeurt. Die hebben dat geïnstrueerd. Dat is dus het hele probleem. Je ziet dus die decentralisatie en latere centralisatie, is gewoon ook onderdeel van het verhaal waar wij het wel vaker over hebben, van waar de provincies heel belangrijk worden gemaakt. De landelijke, het land die verliest heel veel opgaves. De gemeente verliest dat ook, maar dat wordt allemaal neergezet in de provincie. En de provincies zullen de nieuwe kaders op, in Europees beleid zijn van de taak die door Europa worden gegeven. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, ik weet niet precies wat Europa allemaal precies over ons uitstort in deze. Ik had de indruk, dat decentralisaties van 2014 behoorlijk in Nederland zeg maar waren bedacht. En één dingetje klopt niet helemaal in het betoog van de heer Vos. Wij hebben in de jaren 2015, 2016 en 2017 nog een beetje behoorlijk veel extra geld gekregen om die transitie zeg maar, in die drie domeinen te doen.

We hebben het alleen niet in die termijn voor elkaar kregen. We hadden niet akkoord moeten gaan denk ik, dat we drie jaar, want dat vierder jaar gingen we gigantisch naar beneden. En het vijfde en zesde jaar hadden we miljoenenverliezen. Dus daar valt best wat over te zeggen. Dat zegt de heer Sieders ook, zorg dat de financiën erbij zit. Wij zeggen, kan nog een stapje verder terug. Kijken of die taak wel helemaal bij de gemeente past. En nou, ik heb de raad gehoord zeg maar. Dus wat mij betreft is standpunten wel redelijk duidelijk als bijna iedereen geweest, ja. De voorzitter: Ja, niet iedereen is geweest, maar het hoeft ook niet. Maar de heer Vos wil wel al even reageren op wat u zei. De heer Vos.

De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Nee, ja, misschien als we het meer als een soort principekwestie zien zouden, wij vinden het bij Forum voor Democratie heel belangrijk, dat de lokale overheid zoveel mogelijk eigenlijk over de lokale bevolking te zeggen heeft. Dus wij zouden vanuit een soort decentraal meer ideologisch perspectief, zouden we inderdaad graag willen, dat heel veel zaken gedecentraliseerd zijn. Maar dan moet het wel met de mogelijke kaders en ook de wettelijke kaders zijn die dat mogelijk maken. En nu wordt het dus gewoon en dat was ook eigenlijk mijn punt, wordt dus de onmogelijkheid gecreëerd van dat je aan bepaalde kaders moet houden, aan bepaalde standaarden waar de gemeentes zich uiteindelijk ook nooit aan kunnen voldoen. Dan creëer je dus een onmogelijkheid. Wat dus uiteindelijk als effect heeft, dat je weer een, opnieuw een centralisatie en wat dus onderdeel is van dat idee wat is ontstaan volgens ons, om uiteindelijk verdere Europese integratie te creëren. De voorzitter: U heeft inderdaad de reacties opgehaald voor zover dat kon, de heer Kreuze. Ja, maar, u probeerde zelf net al een afronding te doen. Dus ik help u even daarbij. Ja. Voldoende op dit moment? Dan ga ik met u naar, u had het toch nog over de mogelijkheden om te sturen op plan B, C.

U maakt net al, was al een beetje verbonden met de discussie bij punt één, maar … De heer Kreuze: Ja, voorzitter. Hoe graag ik ook zeg maar de debat barometer laat uitslaan, ik heb het college gehoord. U heeft als raad onze plannen gehoord. Het staat ook niet verder concreet de verdere afhandeling van de Jaarrekening in de weg. Het is meer naar aanleiding van. Dus laten wij dat nog eens op ons in laten werken, wat we hier gehoord hebben, wat we van het college gehoord hebben. En dan kunnen misschien mijn collega’s daar bij de begroting nog eens op terugkomen om te zeggen van, moeten we daar niet meer opties bieden dan alleen maar zeg maar plan A. Dan hoeven we dit debat misschien dan vandaag daar ook niet over te voeren, tenzij collega Brandt daar, collega Van Rijn daar anders over denkt. De voorzitter: Nou, in ieder geval, de heer Van Rijn. U heeft het woord gevraagd, dan krijgt u het natuurlijk ook. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, meer bijsturen. Ik heb het altijd vreemd gevonden, de raad heeft kaderstellende rol, maar uiteindelijk komt het college met kaders en de raad, die mag zeggen van nou ja, dat vind ik wel goed of ik amendeer er een beetje op. Waarom gaat de raad zelf niet kaders stellen en zeggen van, college, zo gaan we het doen? De voorzitter: Heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter.

In sommige gevallen stelt de raad zeker wel kaders. Kijk bijvoorbeeld naar de koffieshopbeleid, waar we straks binnenkort mee beginnen. Ik nodig de heer Van Rijn ook uit om daarbij te komen. Maar dat zal de heer Van Rijn, die afweging zou de heer Van Rijn zelf moeten nemen. Maar als het ergens een beleid opnieuw begint, dan stellen we zeker op begin ook de kaders vast. Dank je wel. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Wat koffieshop betreft, met die kaders erbij heb ik al aangegeven, dat we er zeker constructief in mee zullen doen. Alleen ja, misschien met een ander doel als dat de VVD heeft. Dank u wel. De voorzitter: Ja. We moeten ook niet vergeten, zeker als het over kaderstelling gaat, dat natuurlijk u in feite ook het college in die zin aanstuurt, maar wel de voorbereidingen om het hier neer te leggen altijd door het college wordt gedaan en dan de kaders uiteindelijk door u wordt vastgesteld. Dus het, ik zou ook zeggen,

tuurlijk kan de raad kaders stellen, maar u moet wel bedenken van, als u dat alles zou willen doen, zou u ongeveer een soortgelijk gemeentelijk apparaat moeten hebben als het college heeft. Dat lijkt me niet wenselijk. Nou, dat lijkt me, op onderdelen kan dat, maar niet op allen denk ik. Daarom is het maar goed, dat er een voorbereiding is. De heer Sieders, Gemeentebelang. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kijk hier een beetje dubbel naar. Want als ik ook kijk wat we de afgelopen periode hebben ingezet is natuurlijk, dat wij ook naar aanleiding van een GemRap ook begrotingswijzigingen doorvoeren. Een systematiek waarmee je eigenlijk al een beetje richting de kant gaat van, in de loop van het jaar blijkt, dat de dingen haalbaar zijn of veranderlijk zijn, wat we dus begrotingswijzigingen op ja, die we dan ook inzetten daarin. Misschien is het een punt wat de heer Kreuze ook misschien wel zou willen, meer in de richting, dat bij de GemRap, dat we daar ook dus af en toe die thermometer van de investeringen zoals de heer Reneman heeft aangegeven, iets meer in meenemen. Zodat we dat ook, als het nodig zou zijn de begrotingswijziging daarin kunnen meenemen.

Want ik denk wel, dat bij de Kaderbrief die we voorgelegd krijgen en waar we mee akkoord gaan en aan de hand daarvan de Begroting wordt vastgezet, dat dat in principe wel al genoeg kaderstellend is en daar geven wij ook onze prioriteiten aan. Het college geeft er ook prioriteiten aan en eigenlijk zit in zo'n begroting dus al een A, B, C variant. A variant, de hoogste prioriteit. B, wat daarna komt en C, wat daarna komt. De voorzitter: De heer Kreuze bracht het punt in. Het, heeft hij voldoende? Nee? Dat is het geval. Dan gaan we naar punt vier. Dat is het, mag ik de keuzes maken in de reguliere begroting. Daar is ook al in feite van aangegeven, dat dat een bestaande maar ja, maar zeggen, realiteit is. Dat is voldoende? Daar hebben we toen al geconstateerd, maar voor de volledigheid. En de parameter is ook al een opmerking over gemaakt. Dat is ook zeg maar aangegeven van de kant van het college, hoeft ook niet meer in het debat. Dan constateer ik, dat we door de debatpunten heen zijn en hebben wij de Jaarrekening in het debatronde voldoende aan de orde gaat en komen wij zeg maar daar op 6 juli in de besluitvorming op terug. Ik kijk even, want mijn iPad was inmiddels uitgegaan. Wij hebben de debatronde voor de tweede keer aan de orde gehad. We hebben de punten besproken en wij zien u morgenavond natuurlijk alweer terug voor een reguliere raadsvergadering.

We beginnen uiteraard weer om half acht en ik wens u wel thuis. Ik sluit de vergadering. 4.3 Sluiting debatronde en vergadering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13024708/2