Printversie Transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 28 juni 2023
1.
Plenaire besluitvormende vergadering (raadzaal) 1.1 Opening De voorzitter: Dames en heren, het is half acht. Ik open de vergadering van uw raad en heet u allen van hartelijk welkom. Mensen hier natuurlijk, op de publieke tribune. Maar ook mensen die meekijken, meeluisteren op de streams en de media, Radio Hoogeveen, et cetera, ook van harte welkom. Aan het begin van deze vergadering houden we altijd even een moment van stilte. Dat vraag ik ook nu. Dank u Wel. Dan deel ik u mede dat met kennisgeving afwezig is de heer Pomper. De heer Kreuze heeft aangegeven ons nog wel zeker te gaan bezoeken, maar hij zou iets later zijn. En dat iets is niet gedefinieerd. Maar ik ga ervan uit dat hij redelijk snel hier aanwezig zal zijn. Daarmee is de opening verricht. 1.2 Vaststellingagenda De voorzitter: En zijn we bij agendapunt 1.2, het vaststellen van de agenda. En als u dat wilt, dan ligt dat nu ter stemming voor. En u kunt dus daarvoor digitaal stemmen. Dank u wel. Daarmee is de agenda met 29 voor, noteren we, unaniem vastgesteld. En gaan we zo in die volgorde ook de vergadering behandelen. 1.3 Sluiting besluitvormende vergadering De voorzitter: Dan ben ik bij 1.3, de sluiting van het besluitvormende deel. Dat gebeurt bij dezen. Dan zal ik u zeggen: niet meteen weglopen, want we hebben nog een ander programma hierna.
2.
Debatronde (raadzaal) De voorzitter: Dat is namelijk de debatronde over de jaarrekening 2022. 2.1 Opening debatronde De voorzitter: En daar open ik het debat voor. 2.2 Spreekrecht De voorzitter: Er heeft zich niemand gemeld voor spreekrecht. 2.3 Duiding op de resultaten door de fracties en vragen aan het college De voorzitter: En zijn we dus bij agendapunt 2.3, de duiding op de resultaten door de fracties en eventueel ook vragen. Maar dan vooral politieke vragen, technische vragen. Heeft u ruim de mogelijkheid voor gehad, om dat voorafgaand aan het college te stellen. Die beantwoording is ook allemaal aan u toegestuurd. Kunt u ook bij de stukken aantreffen. Successievelijk zullen de fracties de gelegenheid krijgen om hun mening, hun opinie, over de jaarrekening te geven. We hebben daar geen volgorde voor bepaald. Dus denkt u maar even na of u als eerste zou willen. Dan kunt u daar alvast over nadenken. De bedoeling is, dat zult u ook straks zien; ook de mensen die meekijken en meeluisteren, dat de woordvoerder die hierover het woord voert voor de fractie, even achter het spreekgestoelte gaat plaatsnemen. En daar dan ook een korte duiding geeft. De richtlijn is drie tot vijf minuten; een korte duiding geeft op de resultaten en dergelijke. Tevens kunnen de fracties dan ook
eventueel de punten die ze nog in behandeling willen hebben, of in debat willen hebben voor de tweede ronde, kunnen ze ook alvast aangeven. Zo is de bedoeling. Nog even een opmerking. Het gaat dus hier over de jaarrekening 2022. Het vooruitkijken hebben we vorige week bij de behandeling van de Kadernota gedaan. Dus ik verzoek u ook om inderdaad naar het jaar 2022 te kijken. En daarom zoveel mogelijk toe te beperken. Ik kijk wie, de fractie, durft om als eerste het woord te voeren. De heer Van Dijk, ChristenUnie. Kijk, is heel fijn. Gaat uw gang. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. De bijdrage van de ChristenUnie heet zwarte zwaan. Maar allereerst wil de ChristenUnie het college en de ambtelijke organisatie bedanken voor al het werk wat is verricht om deze jaarrekening gecontroleerd en wel af te kunnen ronden. Het kost een hoop tijd. Al is het alleen maar om de beantwoording van de vragen uiteraard. En daarvoor onze dank. Waar de begroting sloot met een plus van 3,2 miljoen, en de tweede GemRap met 15,2 miljoen, zien we nu een jaarrekening met een plus van maar liefst 26,9 miljoen. Dat is goed nieuws voor de algemene reserve van de gemeente, die nu bijna op vijftig miljoen uitkomt. Door deze positieve cijfers kon er een Kadernota met perspectief worden gepresenteerd. Eerder hebben we al aangeven, namens de ChristenUnie, dat we daar blij mee zijn.
Maar wat is nou het verhaal achter deze positieve cijfers? Die is, in alle eerlijkheid, best dun. De ontvangsten van het Rijk vallen dit jaar mee, maar kunnen in een volgend jaar zomaar eens een andere kant op uitvallen. En dan de ontwikkelingen in de wereld. In 2020 zette corona onze wereld helemaal op zijn kop. In 2022 was het oorlog in Oekraïne, met een energie- en inflatiecrisis tot gevolg. Die is ook aan onze gemeenteraad en onze gemeente helaas niet voorbijgegaan. Het gaat hier om gebeurtenissen die de auteur en beurshandelaar Nassim Nicholas Taleb zwarte zwanen noemt. Dat zijn gebeurtenissen waarvan de kans erg klein is dat ze zich voordoen. Maar de impact die ze hebben als ze zich voordoen, enorm groot zijn. Daar zijn bijvoorbeeld corona en Oekraïne voorbeelden van. Eens in de zoveel tijd komt er zo'n zwarte zwaan voorbij. En dan moet je als gemeente, zo goed en zo kwaad als dat dat kan, voorbereid zijn. Wat de ChristenUnie betreft, doe je dat niet met een risicoanalyse en daaraan gekoppeld een weerstandsvermogen. Dat veronderstelt een bepaalde mate van maakbaarheid, die verbleekt bij de dagelijkse realiteit. Je kunt je wel voorbereiden op een zwarte zwaan, door een stevige algemene reserve te vormen. Dat zijn we nu aan het doen en daar is de fractie van de ChristenUnie gelukkig mee. De oorlog in Oekraïne heeft ook het nodig van de SWO gevraagd.
Medewerkers moesten dagelijks werk laten liggen, in een slag met de huisvesting voor Oekraïners. Dit voorbeeld laat een ander punt zien waarmee je zwarte zwanen het hoofd kunt bieden. En dat is flexibiliteit. Als het nodig is, moet je kunnen inspringen op zo'n onverwachte gebeurtenis. Mooi om te zien dat we als gemeente ook hier in zijn geslaagd, in het jaar waarop we terugkijken. We hebben hiermee met elkaar als gemeente ons sociale gezicht laten zien. Waarvoor dank. Ook is het goed om de verduurzaming van gemeente Hoogeveen aan te stippen. Dit is nodig voor een wereld die we willen doorgeven aan onze kinderen. En hoewel klimaatverandering geen zwarte zwaan is, we zien de veranderingen al aankomen, is de impact wel enorm groot. Vooral aan de andere kant van de wereld. Denk maar bijvoorbeeld aan een land als Bangladesh. Maar ook hier gaan de gevolgen niet aan ons voorbij. Je zal maar akkerbouwer zijn en je aardappelen zien verdrogen in deze tijd van het jaar. We zijn daarom blij dat ook onze gemeente meters maakt op het gebied van energietransitie, klimaat, robuustheid en circulaire economie. De ChristenUnie ziet, kortom, in deze jaarrekening veel positiefs. Maar we willen het college ook een aandachtspunt meegeven. En dat gaat om de investeringen. De gemeente is er opnieuw niet in geslaagd om een significant deel van de investeringsbegroting uit te voeren.
En dat is zelfs exclusief de onderwijshuisvesting. Dat moet wat ons betreft anders. En we zien daarom graag voor onze inwoners daar in het komende jaar verandering tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik wie de volgende zou willen zijn in de rij. Ik zie de heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. De Verantwoordingsdag. Vandaag is het de Verantwoordigingsdag. Dat is de dag dat het college verantwoording aflegt over de jaarrekening. Eigenlijk leggen ze dus verantwoording af aan het voorgaande jaar. 17 juli. 2021 hebben we kennisgenomen van de kaderbrief en hier
in het college richting gegeven voor het opstellen van de programmabegroting 2022. En uiteindelijk op 11 november was het zover, en is de begroting door de raad vastgesteld. Hierin lezen we: de begroting 2022 is een uitwerking van de kaders die de gemeenteraad ons met de kaderbrief voor de zomer heeft meegegeven. Wij hebben de begroting sluitend kunnen maken, zonder dat er extra bezuinigingen of verhogingen van de OZB bovenop de reguliere inflatiecorrectie nodig zijn. En dat hebben we gezien in de jaarrekening. De verhoging van de ozb was zeker niet nodig. We hebben een overschot gerealiseerd van 26,9 miljoen. Of we dat nou echt gedaan hebben, vind ik wel discutabel. De schoen wringt toch wel een beetje wanneer we naar de jaarrekening kijken. En wel hierom. Als we de gemeente als bedrijf zullen bekijken, en dan naar deze jaarrekening kijken, dan niks dan lof. 26,9 miljoen netto resultaat. Het stelt een gemiddelde CFO toch ruim tevreden. Maar dit is niet rekening van een bedrijf. Dit is de rekening van een gemeente. Want bedrijven hebben één factor die de gemeente niet heeft. En dat is winst in geld realiseren. Tenslotte is elke euro die de gemeente uitgeeft, een euro die indirect of direct betaald wordt door de inwoners. Van een gemeente wordt verwacht, dat ze een begroting neerzetten met realistische doelen en budgetten.
Want het geld voor onze inwoners moet nuttig besteden worden aan de dingen die ertoe doen. En daar wil ik dan wel eerst mee beginnen. Want we hebben als Gemeentebelangen de begroting naast de jaarrekening gezet en zien hierin maar minimale afwijking van wat verwacht was, wat we zouden uitgeven, en wat er daadwerkelijk is uitgegeven. Als we daarnaar kijken, lijken de meeste kosten nu in grip. Chapeau voor de ambtelijke organisatie en het college daarvoor. Als we kijken naar de resultaten, waar komt dat dan weg? En dat stelt ons wel erg teleur. Het positieve resultaat komt voornamelijk door de hogere Gemeentefonds-uitkering. De uitkering, die ongeveer 85 procent van het totale inkomen bevat van de gemeente, is zo wispelturig als ik weet niet hoe. We hebben een extra uitkering gekregen voor de zwarte zwaan, de Oekraïnecrisis. En die was totaal niet in verhouding tot de kosten die we hebben gemaakt. We hebben extra budgetten gekregen om de taak uit te voeren die we al jaren op ons hebben genomen als gemeente, door de decentralisatie, waar we dan nu misschien eindelijk voldoende voor gecompenseerd zijn. Toen het water ons aan de lippen stond en die tijd herinneren wij ons nog al te goed, waar waren ze toen? De falende doordecentralisatie en de financiën, het klopt in die tijd totaal niet. En nu worden we overgecompenseerd.
Het geeft wel aan dat het gaat tussen de landelijke politiek en de lokale politiek. Of zoals we het helemaal wel kunnen stellen: het gat tussen Den Haag en Hoogeveen wel heel erg groot is. Er lijkt wel een oplossing te komen voor deze grote fluctuaties. En dat komt, ze willen dan het Gemeentefonds gaan koppelen aan de bbp. Dus we hopen dat ze dit gaan doorvoeren zonder al te grote fouten. En dan positief toch dit wel te eindigen: een jaarrekening met een positief resultaat, een oorspronkelijk begroting waarin de kaders benoemd zijn en die nageleefd zijn. En resultaten in de maatschappij die ertoe doen. Nou, dank u wel, voorzitter. We hebben geen vragen voor het college en ook geen punten voor het debat. De voorzitter: Dank u wel, de heer Sieders. Dan kijk ik wie? Niet allemaal tegelijk. Ja, de heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, leden van het college, collega-raadsleden, allereerst dank voor alle toelichtingen en antwoorden die al gegeven zijn in de technische vragenronde, of tijdens de informatiebijeenkomsten. Voor wat betreft die beantwoording van die technische vragen moet me echter toch wel wat van het hart. Dat er op de vragen die we gesteld hebben en waarvan de oorsprong direct terug te vinden is in de jaarstukken 2022, zijn afgedaan met een simpele mededeling dat die niet zouden gaan over 2022.
Dat is wat vreemd, als je ze haalt uit de jaarstukken 2022. Wat, zo is mijn simpele vraag dan ook, doen deze teksten dan in de jaren stukken 2022, als ze er niet over gaan? Het is wat mij betreft een must om niet alleen te kijken naar de financiële resultaten van 2022, maar ook op beleids- en/of uitvoeringsresultaten over datzelfde jaar. De uitnodiging om hierover nog eens in gesprek te gaan, neem ik uiteraard aan. En tot zover, voorzitter, mijn doses azijn voor deze beschouwing. Het is goed te constateren dat het jaar 2022, financieel gezien, met een positief resultaat eindigt. We kunnen met recht stellen dat de inzet op een gezonde financiële situatie in Hoogeveen zijn vruchten begint af te werpen. Wat GroenLinks betreft duidelijk dat je op basis van dit resultaat met gepaste trots en tevredenheid terug mag kijken. Maar evenzogoed blijft het zaak kritisch te
blijven op onze investeringen uitgaven, wetend dat het voordelig saldo grotendeels te wijten is aan incidentele meevallers. Of specifieke toekenningen die vanwege niet geoormerkt zijn, daarvan kunnen worden toegevoegd aan de algemene reserve. Op een aantal zaken zou ik toch nog wel in willen zoomen. In de eerste plaats, en hoewel dat gisteren in de Auditcommissie al aan de orde geweest is, is het toch al opmerkelijk dat bij de Verantwoordigingsdag er geen volledig accountantsrapport ligt. En dat er nog talloze zaken onderhanden zijn. En of dit nou wel of niet substantiële verschillen oplevert, dat is niet zo interessant. Het hoort er gewoon te zijn. Daarbij zien we dan ook met belangstelling het definitieve rapport tegemoet, inclusief de reactie van het college daarop, en de beantwoording op de kiezen die daarin gegeven zijn of worden. Qua proces hebben we ook wel vragen over hoe het nu is gegaan. Het tijdstip waarop informatie beschikbaar is geworden, de relatief korte periode die ervoor een fractie is om zich voldoende voor te kunnen bereiden, heeft ons behoorlijk voor het blok gezet. Zeker in combinatie met de overige zaken die veel agendadruk veroorzaken in de periode vlak voor het zomerreces. Wellicht geen andere optie, maar het zou fijn zijn als daar in de komende jaren iets meer ruimte voor is.
Voorzitter, ook nu zien we dat er een aantal geplande voornemens niet gehaald zijn en noodgedwongen moeten worden doorgeschoven. Veelal ligt hier, naast verhoogde grondstofprijzen, ook een capaciteitsprobleem aan ten grondslag. We hopen dan ook van harte dat er snel goede en structurele invulling van vacatures kan plaatsvinden. En achterstanden die noodgedwongen zijn ontstaan, kunnen worden ingelopen. Wat dat betreft een extra compliment voor de medewerkers die met heel veel inspanning gezorgd hebben dat de continuïteit zoveel mogelijk gewaarborgd is. We kunnen deze beschouwing uiteraard niet afronden zonder naar Duurzaam Hoogeveen gekeken te hebben. Ondanks de beantwoording daarop, van de door ons gestelde vragen, vinden we oprecht dat dit met meer ambitie of prioritering moet worden achter aangevlogen, willen we hier resultaten gaan boeken. Als er in 2022 sprake is van het niet kunnen inzetten op klimaat- en energiebeleid, en er vervolgens ook voor 2023 geen garanties gegeven kunnen worden, dan maken we ons daar oprecht zorgen over. Als ten aanzien van een vraag over hernieuwbare elektriciteit niet meer antwoord komt dan ‘waarschijnlijk zijn in de landelijke monitoren niet het meest recente cijfers gebruikt’, dan maken we ons daar zorgen over. Dat geldt even zozeer voor het onderwerp veiligheid. En misschien is het zo dat de vragen altijd niet even duidelijk zijn.
Maar als we vragen naar het resultaat van het periodiek overleg en daar vervolgens als antwoord op komt, dat het periodieke overleg het actuele beeld weergeeft, dan ben ik vooral benieuwd naar de inhoud van dat actuele beeld. En niet het actuele beeld an sich. Tot slot, voorzitter, het mag op onderdelen, zowel in plannen als resultaten, wel wat smarter. Desalniettemin zijn we tevreden over het resultaat, zijn we blij met het feit dat Hoogeveen in de lift zit. We zien uit naar het definitieve accountantsrapport. En misschien nog wel meer naar de reactie daarop van het college. Maar we zien geen aanleiding om niet in te kunnen stemmen ... Nou, sorry. Het is niet dat ik heel emotioneel ben of zo, maar ik sla een beetje op hol. We zien uit naar het definitieve accountantsrapport en misschien nog wel meer naar de reactie daarop van het college. Maar zien op voorhand geen aanleiding om niet in te kunnen stemmen met de verantwoording 2022. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, dank u wel. Ik kijk even of … De heer Kleine van Forum voor Democratie. Neemt u even een kaartje mee. Scheelt weer heen en weer lopen. De heer Kleine, ga uw gang. De heer Kleine: Beste raadsleden, dank u wel. Dit keer niet een voorbereid verhaal, zoals bij de kadernota of bij andere moties die ons wel echt aangaan. We zijn hier gekomen om een terugblik te geven op de jaarrekening.
En zoals jullie weten, zijn we vrij nieuw in deze raad. Dus dan zijn we altijd een beetje benieuwd naar de werkwijze ervan. In deze jaarrekening wordt er gesproken over een positief resultaat. Was het allereerste wat me vorig jaar ook al opviel. Maar misschien ook voor de kijkers thuis, wat betekent dan positief resultaat? Totale lasten is 180 miljoen. Dus dat is er uitgegeven. Totale baten. En baten, dat is nog maar tussen aanhalingstekens, dat zijn dus verstrekkingen van ofwel vanuit onze eigen bewoners, of vanuit het Rijk. Totale baten is 69 miljoen. Dus ja, de saldo hebben we nogal een dik verlies geleden. En ik snap echt totaal de taal niet die jullie spreken, als jullie het hebben over een positief resultaat. Het enige hoe ik het kan formuleren, is een positief resultaat ten opzichte van wat begroot was om uit tegen geven. Jullie hebben minder uitgegeven, of er is minder uitgegeven dan begroot. Dat is dat is een positief resultaat. Er wordt hier 180 miljoen
uitgegeven. En zeventig miljoen, het wisselt hier nogal aan cijfers hier, maar zeventig miljoen aan baten. Per saldo nogal een fors verlies. En ons commentaar op deze vorm van democratie die jullie hanteren, is het dat wij altijd aangeven dat hier wordt gesproken alsof we een bedrijf aan het runnen zijn. Dus dat betekent dat het bedrijf als entiteit boven de burgers komt te staan. Dus een doel op zich wordt. En dat was ook de vraag van de heer Van Rijn, vorige keer bij de kadertoelichting. Ik vond niet dat ik mijn antwoord daar helemaal toereikend was. Maar waar dat toe leidt is, als je een bedrijf als entiteit boven je burgers plaatst, dan is het bedrijf het doel op zich. Dan is dus in feite hoe het zou moeten werken, is dat de overheid ten dienste moet staan van haar inwoners. Alleen dan wordt het andersom. Dan gaan inwoners ten dienste staan van dat bedrijf. Dan wordt de mijnheer van de ChristenUnie, die begint over WOZ-ridders en ozb. Die houding, dat daar zit iets bizars in. Dus de aanname dat je maar zo dan bij tekorten, even met de pet langs kan gaan, bij onze inwoners. Zonder dat je eigenlijk aan de andere kant beseft: ja, maar jongens, kunnen we dan niet gewoon een cap opzetten? En in termen kijken of we of we daarmee uitkomen of niet. Er zijn maar een paar momenten dat u dan ook fundamenteel wordt. Dat is als we, met name op het punt van ozb.
Dan begint hij direct weer over ozb-ridders en dat soort. Dat is totale waanzin. Als laatste punt, en dat is een beetje aanhaken op het punt wat de heer Van der Meer maakte, van GroenLinks, dat hij te weinig aan duurzaamheid zag. Nou ja, dat is inmiddels ook een heel ruim begrip, want het stikstofbeleid is er bij velen van jullie ook al ingedaald. Er staat gewoon letterlijk in die jaarrekening dat extern salderen niet meer mogelijk is. En dat er geen vergunningen meer worden verstrekt. Ja, dat uw achterban en waarschijnlijk niks van voelt, dat betekent nog wel dat er hele andere delen van Hoogeveen zijn, die er wel degelijk wat van voelen. Dus er is wel degelijk, wordt hier een halszaak gemaakt van dat hele klimaatbeleid. Ik begrijp ook echt die opmerking niet. En als laatste een algemene. En dat is de überhaupt de totstandkoming van dit model. Dat gaf ik de vorige keer al aan. Het diepere idee dat een ander de facto garant moet staan voor een ander. Dat de zwaarste lasten, of de mensen met de meeste welvaart best een beetje wat meer kunnen doen voor de samenleving, dat komt hier weg. Dat is op zich, zou je daar een heel debat nog over kunnen voeren. Maar het bewustzijn, en dat zou ik dan wel mooi vinden, het bewustzijn dat elke euro die jullie uitgeven aan het sociaal domein aan weet ik veel wat, dat moet door een ander verdiend worden. Daar wou ik het even bij laten.
De voorzitter: De heer Kleine, dank u wel. De heer Van Rijn, van de SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Daar we alweer, hè! Maar nu gaan we even over een ander onderwerp. Dat is de jaarrekening. We kijken er op terug. Is altijd goed. Ik vind een jaarrekening, vind ik de beste evaluatie van een gemeente. Want per saldo, je maakt een begroting en dat wordt uitgevoerd. En dit is eigenlijk de controle van: hoe hebben we dat ten opzichte van onze begroting uitgevoerd? Nou, het resultaat hebben we gezien. Heel mooi. Het is al genoemd. Ja, die staat wel aan. Oké. Ik zal er iets dichterbij staan. Het resultaat is goed. Inderdaad, het is ten opzichte van de begroting. Wat begroot is. En dan weet mijnheer Kleine dat ook. Het is ten opzichte van de begroting. En niet zoals dat rekensommetje wat u net even noemde. Maar dat geeft niet. Het is door anderen ook genoemd, het is incidenteel hoofdzakelijk dat dat resultaat tot stand gekomen is. En dat is heel onzeker, want -dat is ook al genoemd- het kan zo weer met dezelfde gang de tegenwind komen, wat nu wind mee geweest is. En dan hollen we net zo hard achteruit als dat we nu vooruitgaan. Dus goed dat wij nu de algemene reserve wat gevuld hebben. Heel goed. Ik heb ook gezien natuurlijk dat die schuldquote, die maximum schuldquote nu op 41 procent staat. Is mooi naar beneden.
Ik zou zeggen: laten we dat proberen een beetje naar beneden te houden. Ik denk dat dat, als er echt zure tijden komen, dat dat wel goed is, als die een beetje laag blijft. Ik kijk ook even met een scheel oog naar onze wethouder van financiën. Maar die snapt het wel, denk ik. Verder is het een heel bewogen jaar. De anderen hebben toch aangehaald, hè? Begin 22 was nog corona. Toen kregen we de oorlog in Oekraïne, met alle gevolgen van dien. Wie had het ooit kunnen bevroeden, dat er bedrijven failliet gingen, omdat ze de energierekening niet meer konden betalen? Nou, dat is gewoon ongehoord. Dat is nog nooit voorgekomen dat zomaar de energierekening verviervoudigt. Vervijf-, soms nog wel zesvoudig. Dus allemaal hele rare tijden, op en neer. En toch was door alles heen, dat heeft me wel een beetje verbaasd, heeft de economie toch best goed gedraaid. Door de moot genomen, is dat helemaal nog niet verkeerd, er zijn bedrijven, helaas,
ondersteboven gegaan. Andere bedrijven zijn juist weer gaan groeien. Dus dat is best wel goed gegaan. Voorzitter, de jaarrekening is een stukje geschiedenis. Dus ik heb er niet zo heel veel meer over te zeggen. Over zijn algemeen genomen, hebben we gezien dat het wel goed gaat. Op onderdelen nog iets minder. Maar goed, ja, we gaan hier geen debat over voeren. Over wat er uiteindelijk wel of niet goed gegaan is. Tenminste daar heb ik geen behoefte aan. Want dat gaat alleen maar om kleine dingen. Ik wil even een potje breken voor de ambtelijke organisatie. En met name de financiën die dat gedaan hebben. Die hebben dit toch klaar moeten maken en dat ook nog in de tijd dat de kaderbrief klaar moet. Maar die zijn best wel even onder, laten we zeggen hoogspanning, moeten werken. En ik heb gezien dat ze dat ook met goede inzet gedaan hebben. Dus daar hebben wij veel waardering voor. Dat wil ik ook hier even uitspreken. Ik heb voor de rest ook geen debatpunten, voorzitter. Dus bij dezen, hier laat ik het maar mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik wie dan … Ja, ik zie de heer Kramer, namens de VVD. De heer Kramer: Ja, dank je wel, voorzitter. Vandaag legt het huidige college verantwoording af over het beleid in 2022. Een beleid waarin te zien is dat er actie genomen wordt op het financiële huishoudboekje van de gemeente Hoogeveen.
Een duidelijk beleid die strak blijft zitten op de budgetten. Vanuit VVD verdient dat een groot compliment. Verantwoording volgt uit meerdere verantwoordelijkheden, die wij hier in de zaal dragen. Wij als fractie, als raad, maar ook het college draagt een belangrijke verantwoordelijkheid. En met de veelheid aan fracties zien we ook een verscheidenheid aan meningen over de vraag: wanneer is iets goed gegaan? Wat mag iets kosten? En waar onze prioriteiten moeten liggen. De jaarrekening sluit af met een positie vrijstaat van bijna 27 miljoen. Vanuit de VVD verdient dat een compliment. Wat ons als fractie wel opvalt, zijn investeringen van vijf miljoen. Dat is 32 procent van de begrote investering. En een deel van de investeringen wordt doorgeschoven naar 2023. Wij zijn dan ook benieuwd aan welke investeringen voorrang wordt gegeven. VVD Hoogeveen hecht veel waarde aan een aantal speerpunten. En deze speerpunten zijn ook de leidraad geweest in het lezen van onze jaarrekening. Het financieel huishoudboekje. Voorzitter, vanuit de VVD vinden wij het belangrijk dat we ons financiële huishoudboekje goed in orde is. Kijkend naar de jaarrekening, kunnen we wel zeggen dat dit het geval is. Toch blijven we dit in de gaten houden, aangezien er nog steeds incidentele gelden in deze jaarrekeningen zitten, wat kan zorgen voor een scheef beeld. De veiligheid.
Veiligheid vinden wij een belangrijk goed. We zijn blij met de aanbesteding op cameratoezicht. En zien dan ook graag de uitwerking in 2023 tegemoet. Waar wij ons zorgen over maken, voorzitter, is de toename in criminaliteit en vooral zorgen om toename in huiselijk geweld. Graag horen wij hoe het college hier tegenaan kijkt en wat de stappen zijn om dit concreet aan te pakken. Onder veiligheid verstaan wij ook de verkeersveiligheid. Hoewel er meer budget was, is vanwege de hoge kostenprijzen het percentage achterstallig onderhoud in 2022 nauwelijks afgenomen. Dit is zorgelijk en daarom vragen wij het college om hier zichtbaar actie op te ondernemen. VVD is al jaren kritisch op het bestuurlijk SWO. We zijn nog steeds blij met de wijziging van de governance van SWO. We zijn wel benieuwd waar we nu staan met Van eiland naar weiland. Wat gaat goed en wat kan er verbeterd worden? Werken aan werk. Voorzitter, positief zijn wij over de ontwikkelingen aangaande Werken aan werk. Een daling van 5,9 procent bijstandsgerechtigden. Werk en opleiding zijn de beste remedie tegen armoede en schulden. Werk moet lonen. En dat kan op verschillende manieren. Je moet niet op inkomen achteruitgaan als je van uitkering naar betaald werk gaat. Maar het belangrijkste, voorzitter, is dat je meedoet en meetelt via werk.
We zagen een bezuiniging op het reintegratiebudget, waardoor trajecten ter ondersteuning van inwoners werden beperkt. Mooi om te zien dat voor 2023 extra middelen zijn vastgesteld. VVD juicht ook de Masterkans-trajecten toe, waarin ruim vijftig jongeren terug zijn geleid naar een opleiding. Hoogeveen zit in de bloei als het gaat om aantrekken van bedrijven. Hoogeveen leeft. Ook dit biedt perspectief voor de werkgelegenheid. En dus indirect kansen om het verlies op sociaal domein terug te dringen. Goed om te horen dat de samenwerking tussen de ondernemers, onderwijs en gemeente zoveel verbeterd is. Laatste punt, voorzitter, gaat natuurlijk over bouwen. In onze Bijdrage Kadernota van vorige week zijn wij teleurgesteld over de voortgang van woningbouwprojecten. 111 nieuwe woningen is erg weinig. Kan het college hier een reactie op geven? En wellicht ook een reactie geven hoe er wel meer woningen gebouwd kunnen worden? Het duurt niet lang of we worden ingehaald door de
gemeente Meppel. Voorzitter, we zijn er nog niet als gemeente. Kijkend naar de toekomst, liggen er nog grote uitdagingen in het verschiet. Uitdagingen die goed zijn voor onze gemeente. Beetje bij beetje gaan we van pessimistisch begroten naar realistisch begroten. Krijgen we weer vet op de botten. Dit met altijd in ons achterhoofd dat er niet meer uitgaat dan er binnenkomt. Ons financieel huishoudboekje dus. Verder hebben we geen vragen of debatpunten voor de tweede termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik …. Ja, ja mevrouw Rutgers namens D66. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter, voor het woord. D66 is blij dat, net als vorig jaar, dat we ook dit jaar positief kunnen zijn over de financiën van Hoogeveen, zoals die in dit jaar verslag staan. Wat opvalt aan de jaarrekening, is dat er geld over is. En dat klinkt misschien positief, maar daarmee valt ook tegelijk op dat niet alle voorgenomen acties ook opgevolgd zijn. Wij vragen ons af wat dat betekent voor volgende jaren. Daar hebben we het natuurlijk nu vanavond niet over, maar toch roept zo'n jaarrekening dat wel op. Wat betekent dit voor onze bedrijfsvoering? Wat betekent dit voor de manier waarop we prioriteiten stellen? En wat betekent dit dan dus ook voor onze begroting? In de jaarrekening valt te lezen dat we eigenlijk geen bestemmingsreserveringen doen.
Maar toch staat er een aanzienlijke lijst in deze jaarrekening. Begrijpelijk, maar wij denken dat we misschien het standpunt dan moeten heroverwegen. Want ja, zo blijkt, we doen het wel. En we kunnen ook onderbouwen waarom we het wel doen. Dus D66 hoort graag hoe andere fracties hierover denken, en ook het college. Helaas haal ik ons stokpaardje SMART toch ook vandaag maar even weer van stal. Want hoewel de jaarrekening op het eerste gezicht prima leesbaar is, is dat bij nadere bestudering eigenlijk helemaal niet zo. We zien ook geen verbeteringen op dit vlak ten opzichte van vorige jaren. Een aantal punten. We hebben vaker gevraagd om inwoners door middel van een goede infographic te informeren over de jaarrekening, en ook over de begroting. Maar die infographic is er nog steeds niet. Voor inwoners gaat het echt te ver om hen te vragen om zo'n document van meer dan tweehonderd pagina's door te akkeren. Vele gemeenten weten wel goede infographics te maken en te delen. Google maar eens. Ik hoop dat wij dit ook eindelijk kunnen gaan realiseren. En dat geldt dus voor de begroting, de jaarrekening. Maar de oorspronkelijke motie roept ook op om dat bij allerlei beleidsdocumenten te doen. Door transparant te zijn, kunnen we wellicht bijdragen aan het vergroten van het vertrouwen in de gemeente. Er is geen uitleiding tussen wat we hebben bereikt en wat we beogen.
Tussen wat we hebben gedaan en hoe we dit hebben gemeten. Bij wat we hebben gedaan, volgt niet bij elk punt ook het inzicht in wat we dan bereikt hebben, en hoe we dat weten. Zo ontstaat er een disbalans. Bijvoorbeeld bij Iedereen moet mee kunnen doen, gaat het hier alleen over schuldhulp en taal. Maar is dat alles? Of een ander voorbeeld, bij Veilig Hoogeveen staan een aantal acties die ondernomen zijn, maar er is eigenlijk niks gemeten. Ook is bij het doel om het veiligheidsgevoel van jongeren in het uitgaansgebied te vergroten, geen jongere aan bod gekomen. Terug naar die uitleiding. Het gaat hierbij enerzijds om het concreet beschrijven van de resultaten. Dat is niet: we zijn een stap verder; we hebben gesproken over, of we hebben iets vergroot. Dat kan echt wel concreter. Het gaat ook over het concreet maken van het meten. Vaak doet de gemeente dat niet zelf. Dat snap ik. Maar soms kan de gemeente daar misschien zelf ook wel iets doen. En dan gaat het niet alleen over kwantitatief -dus in cijfers uitdrukken- maar we willen het ook kwalitatief. Als het gaat om meten, staan er nu vaak woorden als ‘we monitoren; we registreren; we meten’. Maar ja, wat is er dan precies gemonitord? En wat is daaruit naar voren gekomen? Zoals ik al zei: al een hele tijd geleden is er een motie aangenomen over het SMART maken van stukken. En wij hameren hier regelmatig op.
Ik sluit dan ook af met de vraag: wanneer wordt de motie nou eindelijk goed tot uitvoering gebracht? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Eck, namens de Partij van de Arbeid. De heer Van Eck: Dank u. De een na laatste spreker wordt altijd het beste onthouden, heb ik ooit geleerd. De PvdA, voorzitter, is blij met de jaarrekening van 2022. Hoe kan dat ook anders als de jaarrekening een positief saldo van 27 miljoen laat zien. Geld overhouden, dat klinkt leuk. Ik wou dat dat thuis ook zo was. Het overschot kan in een spaarpot en je kunt er leuke dingen van doen. Maar als je wat meer inzoomt op het
ontstaan van deze spaarpot, dan zie je dat het deels gaat om gelden die niet zijn besteed in 2022. En daarom doorgeschoven worden naar 2023. En dat is jammer. Zeker als het gaat om de uitvoering van gezondheidsbeleid, klimaat en energiebeleid, het bomenbeheerplan en taalversnelling. En vorige week werd in deze raadzaal uitgebreid gesproken over achterstallig onderhoud aan wegen en fietspaden. Dat doet wat vreemd aan, als je in de jaarrekening leest dat in 2022 niet 1,5 miljoen van het asfaltprogramma is uitgegeven, maar slechts 850.000 euro. Dat roept op zijn minst de vraag op of die achterstand dan niet een stuk kleiner had kunnen zijn. En voorzitter, met enige verbazing lazen wij op pagina 60 dat de parkeervergunning voor medewerkers fors verhoogd is, om zo de parkeeropbrengsten te verhogen. Tegelijkertijd is door de hele jaarrekening heen te lezen dat werkzaamheden niet uitgevoerd zijn, of vertraging hebben opgelopen, vanwege het personeelstekort. Bedrijven proberen vandaag de dag medewerkers aan zich te binden door gratis parkeren, gratis kinderopvang, boodschappenservice en zelfs wasservice aan te bieden. Er Gaat het om het wassen van kleding, voor de goede orde. Ja, ik dacht SGP die zal wel … Ja. We noemden het al in onze algemene beschouwing vorige week: de voortdurende krapte op de arbeidsmarkt vraagt om een onconventioneel aanvalsplan.
Het verhogen van de parkeervergunning staat wat ons betreft daar haaks op. We zijn benieuwd hoe het college dit uitlegt. Tot zover de vragen die we hebben beide jaarrekening. Positieve gedachten overheersen. Het nieuwe college is overtuigend uit de startblokken geschoten. Er zijn op tal van terreinen nieuwe initiatieven opgezet, en bestaande verder uitgebouwd. En over initiatieven gesproken: we lezen dat d’Olde Bieb en Wolfsbos een tijdelijke experiment is. Wat de PvdA betreft, mag dat experiment geslaagd genoemd worden. En kan d’Olde Bieb dan ook een echt buurthuis worden en kunnen we ervoor zorgen dat het een upgrade ondergaat. Debatteren over de jaarrekening 2022, nog geen week na het debat over de Kadernota 24, voelt een beetje als mosterd na een maaltijd. Misschien is het daarom ook dat wij geen debatpunten hebben over de inhoud van de jaarrekening. Wel hebben wij een debatpunt over de wijze waarop wij als raad met de jaarrekening omgaan. En even voor de goede orde: punt hadden wilden wij al inbrengen voordat wij gisteren 38 pagina's met antwoorden op technische vragen kregen. Van met name één partij, of moeten we zeggen: van één persoon? Met dergelijke financiële haarkloverij met het inzoomen op kleine financiële bijzonderheden wordt, naar onze mening, over het hoofd gezien waar het bij de beoordeling van de jaarrekening over zou moeten gaan: de voortgang van het beleid.
Het doel van de gemeente is niet het op een rijtje zetten van cijfers. Maar het doel van de gemeente is: mensen helpen. Graag zouden wij in het debat van onze collega's vernemen hoe zij staan tegenover de invoering van de Methode Duisenberg. Die methode is vernoemd naar Pieter Duisenberg. De man die per 1 september president van de Algemene Rekenkamer wordt. Hij is oud-VVD-kamerlid en hij heeft zeker goede genen. Zijn vader is de alom gerespecteerde PvdA’er Wim Duisenberg. De Methode Duisenberg wordt veel toegepast. Het grote voordeel is: er wordt gedebatteerd over beleid en niet over incidenten. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog over de heer Kreuze en de heer Baalman. Mijnheer Baalman had aangegeven niet … Het is natuurlijk een vrijheid. Het hoeft niet, maar hij hoeft geen bijdrage te leveren. Dus dan kijk ik of de heer Kreuze zover is. Hij is zo ver. Heer Kreuze, van het CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, dank u wel voor het woord. Ik hoop dat u enige coulance heeft met dit hoestende raadslid en deze haarkloverij. Maar goed, daar gaan we straks even een debat over hebben. Dat lijkt me heel mooi. Voorzitter, voordat we ingaan op de duiding van het CDA, twee dingen vooraf. We zijn natuurlijk een controlerend orgaan. En de hoofdvraag is dan ook: is er sprake van een goede verantwoording 2022? Nou, wij vonden het een goede verantwoording.
Wij zagen zelfs kleine verbeteringen in de jaarrekening. Maar kan het ook serieus beter? Dan heb ik het niet per se over SMART, maar heb ik het wel over het voorbeeld ‘Meppel in cijfers’. De VVD begon ook al over Meppel. Ik denk: nou, dat is prachtig. Dat zou een stap vooruit zijn voor de 250 pagina's doorploegende raadsleden. En misschien kunnen we dan ook iets eerder een definitieve accountantsverklaring krijgen. Dat is al eerder gememoreerd. Het zou ook de relevantie van onze controle wellicht ten goede komen. Voorzitter, dan de volgorde van behandeling van de P&C-documenten, loopt heel erg merkwaardig. We gaan eerst vooruitkijken, dan gaan we weer terugkijken en dan gaan we weer vooruitkijken. Intussen doen we ook nog de GR’ er die een grote slok van onze begroting opeten. En o ja, we
doen ook nog even de GemRap tussendoor. Want dan hebben we helemaal de activiteit van vandaag te pakken. Ja, dat is denk ik zelfs voor financials een merkwaardige behandeling, dat we hadden we gezegd. Tweede punt voorafgaan aan de duiding is: het zijn zware tijden voor wethouders van financiën. Ik richt me ook even tot de wethouder. En we leven dan ook volop mee met de wethouder en zijn staf. Ze zien onmogelijke vragen op zich afkomen. We zien het ook in de beantwoording van de technische vragen, vraag 3. En door de grote opgaven die we hebben: asiel, klimaat, stikstof, water, bouwen, jeugd. En dat ook allemaal nog met een Den Haag wat op drift is. Dus we willen graag onze sympathie -ik wou eigenlijk zeggen medeleven- maar sympathie uitspreken bij de wethouder en zijn staf. En als uitdagers van de coalitie willen wij graag een bijdrage leveren aan het scherp houden. En dan in ieder geval die staf ook hartelijk bedankt. Daar komen nog wel even over terug. Want ze hebben de afgelopen negen jaar toch mij behoorlijk gefaciliteerd. Dat wordt erg gewaardeerd, als goed controlerend orgaan. Dan de duiding, voorzitter. Duiding valt bij ons uiteen in drie punten. En bij elk punt hebben wij een vraag aan het college, een debat punt, of misschien zelfs twee. Het gaat even over drie punten. 1. Zorgen over te veel. 2. Mazzel stelt ons niet gerust. 3. Geld doet het werk niet.
Ik ga beginnen met 1., Zorgen over te veel. College, wij feliciteren u met de titel Kampioen Overschotten. Bij ons in de fractie werd de suggestie gedaan om daar een bokaal voor in het leven te roepen. Maar dat is een beetje weinig origineel. Dus dat Kampioen Overschot is duidelijk. Wij zijn in de regio -in relatieve zin, maar ook in absolute zin- de grootste overschot-realiserende partij. Maar de meevallers zorgen ook voor het groeien van onze zorgen. Kunnen wij de zaken als gemeente nog wel aan? We houden veel geld over, maar onze taken groeien alleen maar. Den Haag delegeert er vanaf 2015 lustig op los. En wij mogen de uitvoering oppakken. Wij zijn uitermate blij met de inzet van de SWO. en ook het feit dat ze inzetten op aantrekkelijk werkgeverschap, goede arbeidsvoorwaarden, innovatieve werving en goede opleiding. En als je de technische vragen, die haarkloverij, goed gelezen had, had je kunnen zien dat ze voor zelfs de oplossing van parkeren het nodige bedacht hebben. Maar moeten wij niet wat taken teruggeven? En het CDA pleit ervoor, en dat zult u van mij niet vreemd vinden, om daar vooral ook de provincie bij te betrekken. Dus de vraag aan het college is, bij dit blok: maakt hij zich ook zorgen over de uitvoerbaarheid van het toenemend aantal zaken? En welke verbeterpunten volgen er voor u uit de jaarrekening 2022? Dan heb ik twee debatpunten.
Een debat punt is de uitvoeringstoets. Wat vindt u, beste collega-raadsleden, om in Hoogeveen voorafgaand aan ambities, plannen en nieuwe taken, een uitvoeringstoets door SWO, of misschien externe partijen, te laten uitvoeren? Officieel dit vast te leggen en ook voor te leggen aan de raad. Zodat we bij nieuw beleid ook kunnen zien of het uitvoerbaar is vanuit de ambtelijke organisatie. Tweede debatpunt: kunnen wij misschien in het kader van onze rol in de VDG -de VNG van Drenthe, zeg maar- ook aan de slag gaan om met andere provincies samen, te pleiten voor minder zaken, naar de overheid? Wij zijn immers geen uitvoeringsloket van het Rijk, maar mede-overheid. We zijn geen gecentraliseerde eenheidsstaat, maar een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Dus dat zijn de debatpunten bij punt 1. Ik ga naar 2. Mazzel stelt ons niet gerust, heb ik die getiteld. In de Hoogeveense krant lazen wij van collega Reneman, en via zijn kennis van het prachtige JiddischBargoens taalgebruik, zijn analyse. Dat was: Hoogeveen had mazzel gehad. Nou staat mazzel, of mazel tov, voor: op goed geluk. En zo willen we toch Hoogeveen niet besturen? En als we de toelichtingen van de GemRap II van vorig jaar en de jaarrekening naast elkaar zetten -collega Sieders zei het ook al- dan zien we dat 83 procent van de meevallers onvoorspelbaar lijkende zijn geweest.
En in de technische vragen geeft ook het college zelf daar haar zorgen over aan. De accounts-onderzoekers van BDO geven aan, bij de rijksbijdrage: de voorspellende waarde van de begroting is bij alle gemeentes ruimschoots onvoldoende. Dus, wij kunnen geen goede keuzes maken en op sturen. En vrijdag waren wij allemaal getuigen van een prachtig Hoogeveense onderneming, ook ondernemer trouwens. En die gaf aan dat hij helemaal niet lang vooruit plant, maar probeert snel te reageren op marktontwikkelingen. De drie grootste meevallers waren overigens: twaalf miljoen Rijk, vijf miljoen Oekraïners en bijna drie miljoen onderwijs. Dus mijn vraag aan het college is, aanvraag. Nee, een vraag aan het college is: verwacht u als gemeente zoveel over te houden…? Zo, ik ga opnieuw. Verwacht u, dat als u als gemeente zoveel overhoudt op dergelijke posten, het Rijk ook vragen aan u gaat stellen over de besteding van die middelen? En welke risico's vloeien daaruit voort? Dan hebben we een debatpunt: vindt u dat wij als raad meer mogelijkheden moeten hebben om tussentijds bij te sturen? Moeten wij bijvoorbeeld bij de reguliere begroting ook een plan B of C bijvoegen? Zodat we bij de GemRap I, II denk ik,
kunnen kijken van: wat halen we van onze B- en C-lijst om in te zetten voor de inwoners van Hoogeveen? Een aantal van u heeft in 2015 meegemaakt dat we zo gewerkt hebben, met een prioriteitenlijst A, B, C. Weliswaar bij de investeringen, maar dat kan ook bij de exploitatie. Derde punt, voorzitter. Kan nog net in de tijd, denk ik. Geld doet het werk niet. We zien dat als je geen medewerkers kunt vinden, geld ook niet helpt. De groei van de begroting van de SWO bekijken we dan ook wel met zorgen. We kunnen allerlei geld erin pompen, maar weten op voorhand dat we het misschien niet besteden kunnen. Wederom, de onderzoekers van BDO zeggen op pagina 21 van benchmark, vergelijking Nederlandse gemeenten: wees realistisch over wat je kunt als gemeente. En in januari in De Stentor zegt onze buurman Klaas de Vries: geld uitgeven is niet het probleem, maar geld uitgeven aan de goede dingen is lastig geworden. Dus daarom de vraag aan het college: is het op basis van deze jaarrekening niet tijd om een aantal zaken goed te doen en een aantal zaken niet te doen, of niet half te doen? En dat allemaal onder het motto: een bescheiden overheid met een duidelijke functie. Het debatpunt is: keuzes maken.
Misschien kunnen we dat nog bespreken: moet de raad het college niet opdracht geven om meer te komen tot het maken van keuzes? En we willen dat debat graag voeren, zodat we ons kunnen voorbereiden op dit najaar. En een aanvullend debatpunt, bij dit laatste hoofdstukje -en dan ben ik ook bijna afgerond- is: moeten wij toch niet vanwege die enorme financiële afhankelijkheid, en in het kader van de financiële gezondheidsmeter van VNG, niet gaan rapporteren op het gebied van de ratio 6, Afhankelijkheid van de rijksoverheid? En daar dan ook mee aan de slag gaan in de sturing van onze cijfers? Voorzitter, CDA is positief. Zal ook instemmen met deze jaarrekening. Maar heeft dus nog wel een paar punten waar we volgens mij aan de slag mee kunnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee ronden wij de eerste gespreksronde af. De fracties die het woord hebben willen voeren, hebben het woord kunnen voeren. En ik heb voor de tweede ronde, van de vragen die richting het college zijn gesteld, die zijn genoteerd. Die zullen ook straks na de pauze beantwoord worden. Zijn er een aantal bespreekpunten, gesprekspunten aangeleverd. En ik vraag u ook maar weer even op te letten, zodat ik niks vergeet. Er kwam een bespreekpunt van de kant van D66 over de methodiek rond de bestemmingsreserve. Nadrukkelijk gevraagd, van de kant van de Partij van de Arbeid.
De methode, ik noem hem maar even gemakshalve Duisenberg. Hoe gaat de raad met de jaarrekening om? En dan hebben wij een - heb ik in ieder geval genoteerd- vijftal bespreekpunten, gesprekspunten van de kant van het CDA. De eerste is de uitvoeringstoets bij nieuw beleid. De tweede is bij de VDG, of we niet met anderen, vooral provincies, ook samen niet moeten komen tot minder decentraliseren. Om ons daar hard voor te maken. Derde was: meer mogelijkheden bij voorstellen om bij te sturen. Dus de plannen B-C, noem ik dan maar even gemakshalve. En dan de een na laatste: de opdracht aan het college om keuzes te maken in de reguliere begroting. Als laatste heb ik de parameter ‘afhankelijkheid rijksoverheid’. De heer Kreuze noemde het parameter 6. Ik heb het niet nageteld, maar dat zal ongeveer wel kloppen, denk ik. Dat heb ik genoteerd als, heel expliciet door u aangegeven als, zijnde de gesprekspunten voor de tweede ronde. Overigens ga ik er wel vanuit dat het college ook even op een paar van die gesprekspunten, ook al een reactie gaat geven. Ik ben compleet geweest in de opsomming. Ik zie niemand protesteren, niemand boos kijken. Iedereen heel gelukkig dat het allemaal goed is overgekomen aan deze kant van de tafel. Dat is zo. Dan stel ik u voor dat wij een kwartier schorsen en om vijf over half negen elkaar weer treffen.
En het college zal zich even dan terugtrekken om even de voorbereiding te doen voor de tweede ronde. Ik schors de vergadering. Schorsing 4.
Debatronde (Raadzaal) 4.1 Heropening debatronde
De voorzitter: Dames en heren, als iedereen zijn plaatsen heeft teruggevonden, dat is bijna het geval, dan heropen ik de vergadering. Ik geef het woord aan het college. En in eerste instantie aan wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. We kunnen echt tevreden zijn over hoe de jaarstukken zijn ontvangen door de gemeenteraad. We constateren dat u goed in positie bent gebracht om ons te beoordelen. En we kunnen ook constateren dat u tevreden bent over ons. En dat kan ons weer alleen maar tot tevredenheid stellen. En dat is een compliment voor onze ambtelijke organisatie, die ook weer heel hard gewerkt heeft aan deze jaarstukken, om die op tijd klaar te krijgen. En ook in de vorm zoals die er nu liggen. Wij zijn zelf ook tevreden over onze jaarrekening. De afstand die er is tussen de begroting die we ingediend hadden over 2022 en de jaarrekening zoals die daarvoor ligt, is klein als je de inkomsten van het Rijk daarbuiten laat. En ook de extra opdrachten die daar uit het Rijk zijn voortgekomen. Dat betekent ook dat voor het college er niet een-twee-drie aanleiding is om na te denken over: wacht even, als die gelden zo ontzettend fluctueren, betekent dat iets voor onze begrotingssystematiek? Want die fluctuaties die zijn bewezen, kunnen we die opvangen? Onze ambtelijke organisatie is flexibel genoeg om dat te doen.
En tegelijkertijd toch de begroting voor het overgrote gedeelte uitvoeren. Dus wij zijn nog niet zo zorgelijk over de toekomst, als het gaat om dit soort parameters. Dat we heel scherp moeten zijn op wat we wel en niet kunnen uitvoeren de komende jaren, dat is overduidelijk. Want de ambtelijke capaciteit die we hebben, die is geen zekerheid. In het verleden kon je nadenken. En zeggen: nou goed, als ik iets graag wil, dan kan ik gewoon meer geld daarvoor reserveren. En dan komt de uitvoering als vanzelf. Die zekerheid die is er gewoon niet meer. En dat is ook de reden dat wij zelf, ook als college en ambtelijke organisatie, heel scherp zijn op: kunnen we de dingen uitvoeren, of niet? In de Kadernota hebben we de begrotingsposten die we daarin hebben opgenomen, die hebben we uitgehard. Die hebben we echt gewoon gevraagd, aan onze ambtelijke organisatie: kunnen we dit doen? Kunnen we dit wel doen? Er liggen collegebesluiten onder en plannen. Dus het is niet meer geld en dan een plan. Nee, eerst zien we dat het uitgevoerd kan worden, of niet.
En in de loop van de Kadernota naar de begroting gaan we ook nóg een keer bij de ambtelijke organisatie langs om te vragen: denk je dat je dit planmatig aankan? Welke risico's zie je in de capaciteit, of we dit nog wel of niet kunnen doen? En we laten de directie nog kijken naar de optelsom van alle plannen die er zijn: kunt u dit dragen of niet? Dus die uitvoeringstoets en de zorgen die er zijn over de uitvoerbaarheid, die hebben wij ook. En wij doen alles in het werk, om de dingen die hier worden voorgesteld, dat we ook zeker weten dat die goed uitvoerbaar zijn. Een aantal van u maakt zich zorgen over het doorschuiven van de investeringen. Dat doen wij ook. En wij zien daarin ook wel een noodzaak om onze ambtelijke organisatie daarop te gaan bevragen. En eerder dan bij de jaarrekening. Dus wij zouden willen voorstellen dat we bij de GemRap II een overzicht gaan maken, voor onszelf en voor de gemeenteraad, over: hoe staan de investeringen ervoor? Verwachten jullie dat we die gaan realiseren, of niet? Wat moeten we nog doen om dit nog, een investering, nog realiseerbaar maken dit jaar? Wij zouden eigenlijk met die methodiek willen gaan oefenen, om te kijken of we op die manier ook in het lopende jaar wat meer stuur krijgen op de voortgang van de investeringen. Nu is het natuurlijk zo dat we daarover aan de raad pas rapporteren nu, dus bij de jaarrekening.
En dat betekent ook dat voor de ambtelijke organisatie pas helemaal aan het einde van het jaar de netten worden opgehaald, van: hoe staan de investeringen ervoor? Dus we denken dat we hier wel werk van zouden kunnen maken. D66 vraagt: hoe zit het eigenlijk met die bestemmingsvoorstellen? We hebben de regel dat we geen bestemmingsvoorstellen zullen maken. Die regel willen we handhaven. In de regel niet, en in uitzonderlijke gevallen wel. Dat is volgens mij de goede manier om de druk op de bestedingen te houden. En nou ja, daar waar we willen afwijken van die regel, ligt er ook een motivatieplicht of een motiveringsplicht, moet ik eigenlijk zeggen. En dat is nog steeds ons advies om daar op die manier mee om te gaan. Het CDA vraagt: ziet het college nog verbeterpunten? Nou niet echt, hè? De jaarrekening is voor ons geen aanleiding om verbeterpunten te zien. We delen de zorg van de gemeenteraad in den brede over de wispelturigheid van de Rijksinkomsten. We hopen ook echt dat het Rijk en de gemeente komen tot een systeem dat ik die wat meer rust gaat brengen aan de inkomstenkant. En dat zal hoop ik ook wat meer onzekerheid wegnemen over dat het ook kan omslaan. Want nu hebben we dat we een positief resultaat hebben in de financiële zin. Maar we zijn ook bang dat diezelfde wispelturigheid vrij snel kan omslaan. Wat de jaarrekening ons vooral leert, is dat in weerwil van
het feit dat er heel veel echt extra taken komen en extra geld, dat we toch heel veel dingen gewoon uitgevoerd kunnen hebben. Precies wat ik ook net zei. En dat is ook een compliment voor de flexibiliteit van onze organisatie. En we hebben in Van eiland naar weiland, hebben we een aantal dingen die we zeker kunnen verbeteren in de structuur van onze organisatie. En in de manier waarop onze organisatie werkt. Maar flexibel is onze organisatie. En daar moeten we ook echt heel erg trots op zijn. Hebben wij zorgen over de hoeveelheid taken die op de gemeente afkomen? Nou, dat is nu volop in gesprek tussen Rijk en gemeenten en provincies. Ik denk dat in het verleden gemeenten vrij makkelijk hebben gedacht: nou, als wij een taak gaan uitvoeren, wij staan dichter bij de burgers, dat kunnen wij beter dan de ons boven-geplaatsten. En dat kunnen we ook goedkoper. En we zijn toch een paar keer toch echt van de koude kermis terug thuisgekomen. Dat we dat niet goedkoper kunnen, vooral ook omdat we meer regels om ons heen kregen en meer een uitvoeringsloket werden dan de dachten. Of dat bepaalde vooronderstellingen gewoon niet kloppen. En met dat laatste refereer ik bijvoorbeeld aan de Omgevingswet. Waar gedacht werd: als de invoeringskosten voor de gemeenten zijn, dan zijn straks de uitvoeringskosten zijn goedkoper. En dan kunnen we dat vereffenen.
Maar die invoeringskosten die blijken echt veel hoger te zijn. En de ruimte die we krijgen om te besparen op die uitvoeringskosten zijn ook weer veel minder dan we dachten. Dus dit is volop in gesprek en dit is ook een zorg van dit college. Het CDA stelt ook nog voor: moeten we niet tussentijds in de begroting A, B, C doorvoeren? Ik hoop dat duidelijk is met wat ik net zei over de jaarrekeningen, hoe dichter we tegen de begroting zitten, daar zien wij niet zoveel been in. De CDA vraagt ook nog of wij nog vragen van het Rijk verwachten over de overschotten die we hebben. Omdat de inkomsten die we hebben gehad, zijn een belangrijke drijver voor de overschotten die we hebben. Daar hebben we natuurlijk ook heel erg kritisch naar gekeken. We verwachten het niet. De regelingen zitten zo in elkaar dat we die vragen niet zullen krijgen. Maar helemaal gerust zijn we er niet op. En het kan ook best wel zo zijn dat, met name bijvoorbeeld bij de Oekraïneopvang het Rijk op een gegeven moment zegt: u moet de voordelen die u gehad heeft, moet u ook in de toekomst inzetten om Oekraïners op te vangen. Dat zou overigens een groot affront zijn. Maar we zijn daar niet helemaal gerust op. Het geld is ook niet weg en we stellen ook voor om het geld niet uit te geven, maar gewoon in de algemene reserve te steken.
Het CDA vraagt ook nog een keer of we niet op basis van de jaarrekening zouden moeten gaan selecteren. Of de raad zou moeten gaan selecteren. Dat is ook een voorstel wat al in de Kadernota naar voren kwam. Wij hebben gezegd: die selectie, als dat noodzakelijk zou zijn, zullen wij gaan maken in de aanloop naar de begroting. Dat zit niet zozeer in de jaarrekening die we nu hebben gepresenteerd, de noodzaak om te gaan selecteren, maar die noodzaak die komt veel meer uit de vraag of uitvoerbaar is wat we straks gaan voorstellen in de begroting. En of de ambtelijke organisatie dat kan dragen, of niet. Er was ook nog een vraag over de parameter van de VNG, over de afhankelijkheid van de Rijksinkomsten. We hebben al gezegd dat we met die VNG-systematiek over de mate waarin de gemeente robuust is ... Dat is een bepaalde methodiek waarmee je daarnaar kan kijken. Dit is een van de parameters van dat we daar in de begroting zullen kijken hoe we daarmee om zullen gaan. En of we daar wat aan hebben. Dus bij hebben al toegezegd dat we dat zouden doen. Voorzitter, ik denk dat ik mijn bijdrage, tot zover is. De voorzitter: Dank u wel. Geef ik het woord aan wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mijnheer Van Dijk die kwam toch wel een beetje ook op mijn terrein. Want die had het over de Zwarte zwaan. Dat boek daar ligt gewoon bij mij op de kast.
Dus ik ken het boek ook. En een van de zaken die daarin benoemd wordt, en daar hebben we het vandaag eigenlijk over, dat de mens niet in staat is om die zwarte zwanen te herkennen. Dat komt onder andere doordat wij de nadruk leggen op feitelijke informatie. En vooral als deze gecategoriseerd is. En wat hebben we vandaag aan de orde? De jaarrekening. Dus dat betekent eigenlijk dat we met elkaar dan zouden moeten concluderen dat we maar afschaffen. Lijkt mij. Nou, dat zegt een voormalige accountant. Dat hoort eigenlijk niet. Is ook niet passend. Want wij vinden wel degelijk heel belangrijk natuurlijk dat wij verantwoording afleggen als college. Dus daarin gaan we nog niet helemaal mee met Taleb, zeg maar. Maar we zien wel dat zwarte zwanen over het algemeen een probleem zijn. En ook vanuit de wetenschap wordt het onderkend dat het heel lastig is om de wetenschap hoog te houden, op het moment dat er dit soort dingen gebeuren. Dat hebben we gezien in de afgelopen tijd.
En ik raad iedereen aan om dat boek eens te lezen. Het is echt ontzettend interessant. Tot zover. Maar ik heb nog andere vragen gekregen, van met name VVD, over wonen. Dat ging over dat eigenlijk het wonen achterblijft op datgene wat we eigenlijk zouden willen. Dat is in 2022 denk ik niet het geval. Want toen gold nog de oude Woonvisie. En als we dan kijken naar de aantallen die we daarin hebben moeten realiseren, dan lopen we daar niet zover mis met de aantallen die er werkelijk gerealiseerd zijn. En in de vraag: wat doet u er dan aan om in de toekomst meer te gaan bouwen? Nou, daar hebben we de nieuwe Woonvisie voor opgesteld. Daar heeft u kortgeleden ook het Programmaplan Woningbouwimpuls voor ontvangen. En daar zijn we al mee begonnen ook, om dat uit te voeren. Bij de Anjerstraat gaat gebouwd worden. Dorp Elim is aan de buurt met veel woningbouw. In Pesse wordt gebouwd en we zijn met alle dorpen in gesprek. En zo hebben we locatie-onderzoeken gedaan, ook in Hoogeveen. En dat moet natuurlijk wel eerst. We gaan met flexwonen aan de slag. De arbeidsmigranten zijn we volop mee bezig. Dus als u de vraag heeft: wat doet u dan precies? Ik heb u nu een aantal voorbeelden gegeven en er zullen meer volgen. We hebben voor ongeveer een 2300 woningen aan plannen liggen. U kunt er op dit moment van uitgaan dat er ook een aantal van worden ingetrokken.
Maar we zullen ontzettend ons best doen om de samenleving uit te dagen met initiatieven te komen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Westendorp. De heer Westendorp: Ja, voorzitter, dank u wel. Ook ik zal vanuit het college reageren op een paar zaken die door de raad zijn aangegeven. Allereerst denk ik dat de VVD een compliment geeft aan het college, als het gaat om Werk maken van werk. En ook werk maken aan het verkrijgen van een diploma. Ik denk dat ook het raadsbezoek aan het Project Masterkans dat inzicht ook weer heeft gegeven. Vond ik nogal een mooi bezoek. Maar ook dat er ook scherp weer voor de bril staat dat er echt een opgave ligt voor ons allen, om iedereen zo goed mogelijk mee te laten tellen in de samenleving. En daar helpt een diploma bij. Daar helpt uiteindelijk werk bij. En ook als je niet kunt werken: meedoen is gewoon ontzettend belangrijk. Ten tweede wil ik iets zeggen over Duurzaam Hoogeveen, waar de heer Van der Meer vanuit GroenLinks ook even op reageert. Eigenlijk zegt hij: wat ons betreft, heeft het topprioriteit. Om het maar zo even te noemen. We moeten er werk van maken. En als we de jaarrekening lezen, dan lezen we een beetje: we hebben niet alles kunnen doen wat we wouden. Tegelijkertijd kan ik u vertellen dat in 2022 de verduurzaming nog nooit zo snel is gegaan als in de jaren daarvoor.
En dat heeft denk ik vooral ook te maken met de hoge energierekening die iedereen heeft gekregen. En het leidt zelfs tot schaarste op het energienet, waar u vandaag ook nog een brief over heeft ontvangen. Maar tegelijkertijd de zorg. Die onderkennen wij ook als college. En de doelstelling die we met elkaar hebben afgesproken, die willen wij ook absoluut proberen te halen met elkaar. U zegt daar ook wat over de indicator, die daarbij staat genoemd. Dat is een landelijke indicator. Die dan wordt aangehaald, want we zijn verplicht om daarover te rapporteren. En wat ons betreft, kan het ook een stukje beter. En zelfs in Drenthe hebben wij ook een goede monitor. Dat is de RES-monitor, Regionale EnergieStrategie. Die brengt heel goed in beeld dat we best wel goed op weg zijn met het behalen van die doelstellingen in Drenthe. En we zijn, ook vanuit dat platform, ook in gesprek met de CBS in dit geval. Om te kijken: zijn onze cijfers in Drenthe niet beter dan jullie cijfers? En hoe komt het nou dat het niet synchroniseert? Dus wellicht, de heer Van der Meer, is dat in de toekomst opgelost. En ten slotte maakt u een opmerking, ik denk ook wel terecht. Dat hebben we niet bij alle vragen die u stelt gedaan, maar wel een aantal. U zegt: deze vraag heeft toch niks te maken met de jaarrekening.