Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 22 december 2022
1.
Plenaire besluitvormende vergadering (Raadzaal) 1.1 Opening De voorzitter: Dames en heren, ik open de vergadering van uw Raad. Het is half acht. Hartelijk welkom voor de mensen hier op de publieke tribune, maar ook mensen die meeluisteren, meekijken via de stream, radio Hoogeveen. Op deze … met deze ‘…’ moeten dan ook altijd zeggen de laatste raadsvergadering van 2022. Maar we hopen natuurlijk dat inderdaad dit wel de laatste raadsvergadering in 2022 is, dat hoop ik voor u ook natuurlijk. Voordat wij beginnen vraag ik even een moment van stilte voor bezinning. Dank u wel. 1.2 Vaststelling agenda De voorzitter: Dan is aan de orde het vaststellen van de agenda. Kan de agenda zo vastgesteld worden? Als dat het geval is, dan moet u digitaal stemmen. Ik kijk eerst of iemand nog het woord wenst over het vaststellen van de agenda, dat is niet het geval. Dan mag u alvast weer gaan oefenen met stemmen, dus de stemronde is open. We hebben een resultaat dat 25 voor hebben gestemd en nul tegen, nou dank u wel. Misschien dat ik eerder had moeten melden dat er een aantal mensen afwezig zijn. En anders denkt u: hoe komt u nu aan 25, maar dat is vanwege het feit dat afwezig zijn de heer Pomper, de heer Kreuze, de heer Vos, de heer Sieders en de heer Meesters, die hebben aangegeven vanavond niet aanwezig te kunnen zijn.
Ik mis mevrouw van den Oord nog van de SP, maar ja ik ga er vanuit dat die aanstonds nog binnen komt lopen. En daar hebben we geen bericht van ontvangen, maar van de anderen hebben wij een bericht ontvangen, dus vandaar dat u nu op een totaalscore van 25 uitkwam, vandaar. Dat leggen we nog even vast. Dan is de agenda bij deze vastgesteld. 1.3 Mondelinge vragen De voorzitter: En komen we bij agendapunt 1.3: mondelinge vragen. Er is een vraag binnengekomen van de fractie van het CDA over, ja het is nog kerst, of kerst moet het nog worden, maar over de paasvuur. Ik geef het woord aan de heer Otten. De heer Otten: Dank u wel, voorzitter. In de gemeente Hoogeveen is, zijn paasvuren nou een eeuwenoude traditie. En ook elders in het oosten van Nederland en in het westen van Duitsland in Nedersaksische gebied zeg maar is daar de wortels van. De wortels van deze traditie zijn waarschijnlijk gelegen in de Germaanse mythologie, waar het als een symbool van vruchtbaarheid werd beschouwd. Later kreeg de paasvuur een christelijke betekenis, het werd een vreugdevuur voor de opstanding van Jezus. Het CDA kreeg een aantal rooksignalen opgevangen dat de gemeente deze traditie de nek wil omdraaien.
Hoe erg dat klinkt weet ik niet, maar een aantal vergunningaanvrager, die maakte zich daar ernstig ongerust over, en wij eigenlijk ook wel een beetje, want het is een traditie die, waar we zuinig op moeten zijn. Klopt het dat de gemeente een aanvraag voor verlenging van de vergunning voor een paasvuur heeft ontvangen van organisatie in Tiendeveen? Hoe kan het dat genoemde aanvraag wordt aangehouden, terwijl het huidige beleid ons inziens nog steeds van toepassing is? Gaat dit ook gelden voor toekomstige vergunningsaanvragen voor paasvuren vanuit andere dorpen of wijken? Wil het college dat dergelijke aanvragen voortaan vergezeld gaan met een stikstofuitstoot berekening, dan wel nieuw beleid ontwikkelen waarmee de eeuwenoude traditie teneinde dreigt te komen? Dat zijn onze vragen, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Dan zal ik namens het college, ik zit even weer de andere pet op nu, de beantwoording van de vragen voor mijn rekening nemen. Mevrouw Rutgers, punt van orde? Mevrouw Rutgers: Ja. Mag dat? De voorzitter: Ja. Mevrouw Rutgers: Nou, volgens mij hebben we afgesproken dat mondelinge vragen actueel en dringend zijn, en dit klinkt mij in de oren als vragen die prima schriftelijk op een ander moment hadden gekund. Dus daar wou ik, dat wou ik even delen. De voorzitter: Ja, ik weet dat de heer Otten in ieder geval aangegeven heeft dat, natuurlijk Pasen is nog even weg, maar de gemeenten zijn nu wel bezig met het ontwikkelen van beleid rond paasvuren, en daarom wilde hij van tevoren zijn zorg uiten. En dat zal als het een week voor Pasen is te laat zijn, dat is even wat ik gehoord heb van de heer Otten, maar hij kan beter zelf even hem beantwoorden. De heer Otten: Dat ben ik anders ook met u eens, mevrouw Rutgers. Maar u moet niet vergeten, er wordt nieuw beleid ontwikkeld, zo wordt gesuggereerd bij de aanvrager. En de doorlooptijd van een vergunningaanvraag is ook zo altijd een zes, acht weken. Het is over half april is het al Pasen volgens mij. Dus dat gaat veel sneller dan je denkt. En dit moet allemaal wel, alles moet wel een procedure doorlopen. Dus wij dachten dat dit best wel redelijk urgent is, zeker voor de mensen die het aangaat.
De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan ga ik over tot de beantwoording van de vragen die de heer Otten namens de CDA fractie heeft gesteld. Laat ik beginnen met het stellen van dat … want er is een misverstand tussen vergunning en ontheffing. Als het om branden van afval en dergelijke, maar daar vallen ook in de APV ook het aansteken van paasvuren onder, is een ontheffing van de APV. Dus dat is niet direct vergunning plichtig, dus het gaat hier om een ontheffing, dus dat is ook een andere wat lichtere procedure dan een vergunningsprocedure. Het wordt anders als er een heel feest omheen wordt georganiseerd waar een paar duizend man bij wordt uitgenodigd. Dan praat je van een evenement, en daar heb je wel een vergunning voor nodig. Maar zeker voor het paasvuur zelf niet. Even de vragen die u stelt: Tiendeveen heeft inderdaad met ons contact, met onze organisatie contact aangegeven. Heeft nog niet aangevraagd wat ze wilden precies, maar er is contact geweest. Er is dus nog geen formele aanvraag voor ontheffing binnengekomen, maar er is meer informatie gevraagd. Laat ik ook helder stellen dat het beleid niet verandert is. Wij houden dezelfde richtlijn aan als we in 2022 hebben aangegeven, alleen daar is wel bij een aantal paasvuren gevraagd om een berekening te maken rond stikstofuitstoot, en dat hangt er vanaf op welke plek het is.
Alleen, de berekeningen toen, en dat … ik ga er vanuit dat dat in het huidige stramien ook nog zo is, dat is toen ook door de provincie vorig jaar nog bevestigd: als je dat in de berekeningen stopt, dan zul je zien dat de systeem is gebaseerd op een jarenlange uitstoot, en daar het gemiddelde van, dat het eenmalig branden een dispositie geeft van heel weinig, waardoor het op zich vaak gewoon door kan gaan. Onze insteek is om ze gewoon door te kunnen laten gaan, laat daar geen misverstand over ontstaan, om dezelfde argumenten die u zeg maar op tafel heeft gelegd. Maar ik zeg daar wel bij dat daar waar het nodig is, we tegen verenigingen, organisaties die evenementen hebben georganiseerd, en dat gaan we ook tegen de initiatiefnemers rond paasvuren vertellen, dat doe ik nu ook maar in de openbaarheid, maar ook als ze contact met ons opnemen, dat mocht het zo zijn dat er een berekening moet worden gemaakt, dat wij hun daar zeker bij zullen helpen. Want ik kan me heel goed voorstellen dat als ze vrijwilligers zijn, die gewoon de hele dag bezig zijn met hun werk, en dit er voor hun lol bij doen, je ze niet mag vragen zo van: nou, hier heeft u de gegevens, zoekt u het maar even uit. Dat is best nog wel ingewikkeld, zo nu en dan. Maar daar gaan ze echt bij helpen. We staan er naast, in plaats van er
tegenover. Dus we zullen alles eraan doen om het ook mogelijk te maken. Dat is de lijn die wij inzetten, die we ook aan organisatoren van evenementen hebben aangegeven. En we willen ontheffing verlenen, maar de ontheffingssom hebben we ook een belangrijke taak, die ontheffing moet wel stand blijven, in stand blijven. Hè, want u weet dat op alle evenementen, maar ook hierop kritisch wordt meegekeken. En wij willen graag als er een procedure wordt gestart, dat die ook overeind blijft en dan niet een week of een dag voor het ontsteken van het paasvuur door een rechterlijke instantie wordt weggeschoten of weggehaald. Dus dat willen we niet. Dus absoluut geen enkele insteek om het te stoppen, geen enkele insteek om bewust iets te doen, die dat zou tegenwerken. Integendeel, wij werken mee. We houden dezelfde lijn als in 2022. We staan naast de initiatiefnemers om ze te helpen als het nodig is, en mijn inschatting is dat dat op deze manier in 2023 dan ook door kan gaan. En dat is op dit moment zeg maar de lijn die we daarin volgen. Dat is de lijn van de beantwoording. Ik weet niet of de heer Otten nog aanvullende vragen heeft? De heer Otten. De heer Otten: Ja, u heeft het over helpen, maar als er een stikstofberekening gemaakt moet worden, en dat gaat achthonderd of duizend euro kosten, dan gaan initiatiefnemers die zeggen: we kappen ermee.
En hoe staat de gemeente daartegenover, want helpen en een rekening sturen dat is natuurlijk ook niet zo eenvoudig voor de initiatiefnemers. De voorzitter: Helder. Kijken we even of er nog aanvullende vragen zijn. De heer van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, tijden veranderen. Tradities kunnen ook veranderen. Want het is niet alleen de stikstofemissie die schadelijk is bij dat soort paasvuren, ook de fijnstof. Heleboel mensen hebben daar last van. Dus kan het college ook in overweging nemen van dat we misschien op één centrale plaats een paasvuur hebben, en niet op zovele plaatsen, zodat die mensen ook een beetje ontzien worden die er last van hebben. Die moeten anders met een ander hun feestje, moeten zij met gesloten deuren en ramen in huis zitten, want anders krijgen ze problemen met hun zuurstofvoorziening in het lichaam. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja voorzitter, dank u wel. Even in aanloop naar mijn vraag kan ik zeggen dat wij als Gemeentebelangen net als het CDA het belang van paasvuren hoog in ons vaandel hebben. En daarom was Gemeentebelangen hier ook al eigenlijk achter de schermen mee bezig. En onder andere om afspraken te maken met de wethouder.
Alleen wij vonden het niet zo urgent, zoals mevrouw Rutgers van D66 ook al zei, om een mondelinge vraag ervan te maken, maar vandaar de afspraak bij de wethouder die dus deze week bevestigd is. Ja, als naar de wethouder toe zou ik willen vragen, als er al twee partijen zijn dan ook nog de grootste hier in de gemeenteraad, die het dan zo belangrijk vinden. Dat hij in zijn voorbereiding al wil meenemen om het toch zo makkelijk en goed mogelijk in orde te krijgen. Want tradities is wel iets dat wij hoog in het vaandel hebben. En mijnheer van Rijn toch zeker niet op één plaats, maar juist op al die plaatsen zodat iedereen zijn eigen paasvuur heeft. Dat vinden we heel belangrijk, dus wij hopen echt dat het wel mogelijk gemaakt gaat worden. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk eerst even naar de heer … of iedereen, sorry. De heer van der Meer ook. De heer van der Meer. De heer Van der Meer: Een korte reactie, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van mijnheer van Rijn. Dus kijk verder dan alleen stikstof. Fijnstof is in dit geval een veel groter probleem.
De voorzitter: Dat is de vraag, u sluit zich aan bij de vraag, want het is een vraag over, we moeten even … ja. De heer Westendorp was eerst, daarna pak ik … of, sorry. De heer Bisschop, wethouder Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Het klopt dat Gemeentebelangen, maar in het brede kader ons vragen heeft gesteld. Die zijn door de organisatie onderzocht. En daar is op 18 januari hebben we daar een gesprek over met Gemeentebelangen om daar dingen toe te lichten. En dat was een wat breder verhaal dan alleen paasvuur, dat ging ook over feestweken, over feestterreinen en bestemmingsplannen daarop. Dus dat is een wat breder verhaal geweest dan het verhaal hier puur voor een ontheffing van het paasvuur. Dus dat wil ik wel even daarbij aangeven. Ja, en we zijn bezig om dat ook duidelijk te maken en een helder verhaal te krijgen rondom bestemmingsplannen, omgevingsplannen, en de vergunningen die daarbij horen. De voorzitter: Dank u wel. En even aanvullend op de vragen die nog extra zijn gesteld van de kant van het college. Ja, door uw raad gesteld zijn, maar aan het college. De lijn, laat ik het zo zeggen, de lijn tijdens 2022 is de lijn 2023. En het beleid rond paasvuren is altijd een afstemmingsoverleg in Drents verband.
En dit is op dit moment de lijn, dus ik ga er vanuit dat dit de lijn ook is voor 2023, en daar vinden dus geen andere berekeningen plaats, ook niet rondom fijnstof, omdat dat niet in het beleid zit nu. Dus vandaar dat dat ook niet kan en wil meenemen op dit moment. Dat kan natuurlijk volgend jaar, het jaar daarop allemaal weer veranderen in de wet- en regelgeving, maar op dit moment is dat niet nodig. Ik ga er nog vanuit dat de berekeningen niet die bedragen kosten die zeg maar hier worden genoemd, omdat in principe het gewoon een herhaling is van, als wij niet zeg maar op andere plekken, of grotere paasvuren willen hebben dan wat vorig jaar het geval is, dan is dit niet zo’n complex verhaal, dat zulke grote bedragen daarbij moeten zijn. Ik kan u niet toezeggen dat dat, dat we dat doen. Maar naast staan betekent ook dat we ook hier naar kijken in hoeverre men in staat is, hoe ver het hier een commerciële activiteit is, hoe ver het hier een vrijwilligersactiviteit is. We kijken of we daar ook de helpende hand kunnen bieden, die insteek, die hebben we zeker wat dat betreft. Dat als, en een centrale plek, dat is nog even de vraag, is dan ook niet aan de orde omdat wij hetzelfde de lijn van vorig jaar doorzetten, daar was ook geen één centraal vuurwerk … of vuurwerk, één centraal paasvuur. Ja ik ben nog even in de kerstsferen en oud en nieuw.
Maar ook geen centraal paasvuur, maar we willen juist de mogelijkheid bieden zoals het ook al, ik zal niet zeggen dat het al eeuwenlang zo is, maar al heel lang wel, dat meerdere dorpen en meerdere wijken hun eigen paasvuur hebben, wat ook weer zijn voordelen heeft, zo nu en dan. Maar dat wilde ik toch nog maar even benadrukken. Dit als beantwoording in de tweede termijn. 1.4 Nota 'En ze leefden nog lang en gezond; nota volksgezondheid 2023-2027' De voorzitter: Daarmee hebben we de mondelinge vragenronde aan de orde gehad, en gaan we naar agendapunt 1.4: de nota volksgezondheid noem ik het maar even gemakshalve, 2023-2027. Daar zijn twee amendementen twee moties op ingediend, ook maar even voor de duidelijkheid weer voor de mensen die kijken: een amendement leidt tot een wijziging van het voorstel zoals voorligt. Is dus wat zwaarder dan een motie, want een motie een vraag, meestal van de raad, aan het college om iets te doen of na te laten. Is wat minder dwingend in die zin dan een amendement, want dat is gewoon een besluit die verandering van het voorliggende besluit tot gevolg kan hebben. Vandaar ook dat we eerst de amendementen aan de orde zullen stellen, en als die amendementen aan de orde zijn geweest, voorstel zullen hebben, dan de moties aan de orde krijgen.
En als eerste voorstel wat hiervoor ligt op dit voorstel, wat we de vorige keer in de debatronde om hebben gehad is het amendement ziekenhuis Bethesda. En daarvoor kijk ik eerst naar de initiatiefnemers om daar een toelichting op te geven, er is een hele rij van partijen die daar indiener van is geweest. Eerst aan het woord het CDA, mevrouw Jansen.
Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, dank u wel voorzitter. In het debat van vorige week bracht ik ter tafel dat ik het een gemis vond dat er informatie, of in ieder geval een standpunt met betrekking tot Ziekenhuis Bethesda en de waarde en betekenis van Bethesda voor de inwoners van Hoogeveen en de regio ontbrak. En daaropvolgend hebben wij besloten om een amendement in te dienen waarin een tekstvoorstel is gedaan om de nota te wijzigen dan wel aan te vullen met deze tekst in hoofdstuk drie op pagina negen. Is het de bedoeling, voorzitter, dat ik de tekst voorlees? De voorzitter: Is niet direct noodzakelijk omdat hij nu in beeld verschijnt, dus hij … ze kunnen, iedereen kan meelezen. De raadsleden hebben hem in ieder geval allemaal ontvangen. En hij staat nu volop in beeld, en we zullen ook even doorscrollen. Ik geef wel even tijd om even de tekst dan met elkaar te lezen. Mevrouw Jansen-Brandsema: Nou, dat is goed. Het belangrijkste is, wat ik zei in het begin, de grote waarde van de ziekenhuiszorg in Hoogeveen en voor de regio. En aangezien het gaat om een nota van volksgezondheid mag dat niet ontbreken. De voorzitter: Nee, dank u wel. We zien nu het tweede deel van het amendement in beeld verschijnen, en dan ga ik heel even naar de andere indieners. Ik kijk even of mevrouw Manusama aanvullingen heeft. Dat is niet het geval van de kant van de PvdA.
Mevrouw Pullen, ChristenUnie, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Nou, heel kort. Wat ons vooral aanspreekt is de inzet om de komende jaren gewoon vooral ter voor duurzaamheid en de preventieve samenwerking goed te werken aan de toekomst van Bethesda. En dat te blijven behouden in Hoogeveen. Dus daarom dienen wij deze motie, of dit amendement mee in. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer van der Meer, aanvullingen? De heer van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Korte aanvulling, voorzitter dank u wel. Niet inhoudelijk, want we dienen deze graag mee in. Maar ik zou nogmaals mijn oproep van twee weken geleden willen herhalen, vooral de partijen met landelijke vertegenwoordiging, om dit thema ook vooral onder de aandacht te houden van landelijke woordvoerders op dit terrein. Want dit staat behoorlijk onder druk, en heeft echt alle aandacht nodig die ernaar uit kan gaan. En ondanks dat we er verder over bedrijfsvoering enzovoort niet over gaan, maar we moeten hier wel onze stem laten horen. De voorzitter: Dank u wel. D66, mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, voor D66 is het altijd van belang om als gemeente ook een faciliterende rol in de dialoog op te pakken.
En dat geldt bij dit punt eigenlijk ook, ook al hebben we niet rechtstreeks invloed op ziekenhuis Bethesda, het is wel een grote speler als je kijkt naar gezondheid en al haar voorzieningen hier in Hoogeveen. Dus voor ons is het heel erg van belang dat die partij wel genoemd wordt in dit stuk, ondanks dat we er niet rechtstreeks over gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hooijer, Gemeentebelangen. Mevrouw Hooijer-Everts: Nou, ik kan me helemaal aansluiten met wat mevrouw Rutgers net van D66 heeft verteld. Want dat zouden ook mijn woorden geweest zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik voor een reactie van de kant van het college naar de heer Tuit.
De heer Tuit: Ja voorzitter, dank u wel. Nou, het college ziet dit amendement als steun. Dus dank ook de indieners voor dit amendement. Laat ook geen misverstand over staan hè, voor de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg hè, ook een beetje in de woorden van de heer van der Meer. Dat geldt ook zeker voor ons als ziekenhuis Bethesda. Dus daar hebben we gewoon niet alleen in Drenthe maar ook in Noord-Nederlands verband, hè we praten daar ook over met de commissaris van de Koning mevrouw Klijnsma, alle zorginstellingen, waarbij we ook als Hoogeveen aan tafel zitten precies over dit thema. Dus wij kunnen dit amendement, ja positief adviseren. Daarbij doet het college wel de oproep dat wij zeg maar in, en dan hebben we het echt over details hoor, over de schrijfstijl van het amendement, dat we die kunnen meenemen in de stijl van de complete nota omdat die nota ook naar buiten gaat. Dus als wij als college die ruimte krijgen, inhoud zijn we het honderd procent met de indieners eens. Dan adviseren wij positief, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar degenen die nog niet tot de indieners direct behoren, de heer van Rijn. Hij komt zo weer terug. De heer van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij vinden het ook wel gewoon belangrijk dat dit gewoon onder de aandacht in die nota komt. Dus wij zullen het steunen, dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine. De heer Kleine: Ja. Zoals we de vorige keer … dit was, deze nota was vorige keer onderwerp van discussie in het debat. Dus in principe dit stukje tekst, of in ieder geval de aandacht voor ziekenhuis Bethesda, dat willen we zeer graag onderstrepen. We zullen echter wel tegenstemmen, omdat hier ook staat: vast te stellen van die nota. En dat hebben we vorige keer in het debat al toegelicht dat we dat niet gaan doen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Ja. Wij worstelden met dit amendement. We zijn er absoluut voor om toekomstige acute zorg en meer complexe gespecialiseerde zorg voor inwoners van de gemeente Hoogeveen en de omliggende regio goed beschikbaar en bereikbaar te houden. En ook wij zien graag een volwaardige spoedeisende hulp en een kwalitatief hoogstaand ziekenhuis et cetera in onze gemeente. Maar de vraag voor ons is: moet dat Bethesda zijn, kan dit ook op andere manieren geregeld worden? En dat is natuurlijk een heel andere discussie, maar het expliciet benoemen van Bethesda, en daarmee dus Treant, en dat is waar het eigenlijk om gaat, het is Treant. In een zorgnota, dat bevreemdt ons. Je wil ook goeie bereikbare ouderenzorg en jeugdzorg et cetera, maar je neemt geen bedrijven als NSCZ of Ambiq op in de nota, maar nu wel Bethesda.
We begrijpen wel de insteek van dit amendement, dus we gaan wel mee. We stemmen wel voor, maar we willen er wel voor waken dat er allerlei zorgaanbieders vermeld gaan worden in de komende beleidsstukken en nota’s. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga even terug naar de indieners weer, mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, ik heb dan in aanvulling op mevrouw Blenkers misschien een passend antwoord. Staat namelijk in de tekst, even kijken, dat het hier gaat over het acute zorgnetwerk NoordNederland. En daar staat letterlijk: bestuur ziekenhuis Bethesda en andere betrokken partners. En de partners die genoemd worden zitten in dat netwerk. Maar goed, dat heb ik er hier dus inderdaad niet in staan. Wat betreft het antwoord van de wethouder kan ik daar wel in meegaan. Ik begrijp wel wat u bedoelt. Ik weet niet of het gepast is, maar ik zou het dan graag willen lezen als dat mag. En als de fracties mij het vertrouwen geven om dat te beoordelen, dan kan ik akkoord gaan.
De voorzitter: We gaan even, want we moeten toch even kijken naar de volgende indieners. Ik zie heel veel mensen knikken op dit moment. Zijn er van de indieners nog anderen die daar een aanvulling op willen geven op dit moment? Dat is niet het geval. Dan is het duidelijk. Het voorstel van mevrouw Jansen waarbij u haar in ondersteunt, constateer ik maar even heel snel zo even door de oogharen heen. Dat het inderdaad zeg maar in de huisstijl zo tussen haakjes verwerkt kan worden. Maar dat de wethouder nog even daar, voordat dat zeg maar naar de drukkerij gaat, zullen we maar zeggen, dan met mevrouw Jansen even een kortsluiting plaatsvindt. Nou, kortsluiting in de positieve zin van het woord. De heer Tuit: Voorzitter, dit is wel een van de laatste toezeggingen die ik dit jaar doe, maar bij deze doe ik hem. De voorzitter: Dan ga ik dit amendement in stemming brengen. U mag over dit amendement, ik noem het maar even gemakshalve toch amendement Bethesda stemmen. Dank u wel. Daarmee is met vierentwintig voor en één tegen het amendement aangenomen met de opmerking zoals die ook door de kant van het college gemaakt zijn. En komen we bij het amendement evalueren beleid, door een aantal partijen ingediend. En ik ga eerst naar de fractie van Gemeentebelangen, de heer Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter.
Vorige keer in debat hebben wij het punt ook al aangegeven dat wij het belangrijk vinden dat beleid constant wordt geëvalueerd. Dat was ook duidelijk wat ontbrak in deze nota. Wij vinden het overigens wel heel erg naar te moeten vernemen dat wij daar zelf naar moeten zoeken. Wij gaan er eigenlijk vanuit dat dat vanzelfsprekend standaard in de beleidscyclus thuishoort. Wij hebben daarom ook als volgt dat amendement zo voorgesteld. Als Gemeentebelangen vinden wij namelijk dat wij daarin door terugkijken, door te evalueren, een beter beleid maken. Dus vandaar dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik naar de heer van Rijn of er aanvullingen zijn, de heer van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, ik kan me daar aansluiten bij die woorden van de heer Walda. Wij vinden dit ook heel nuttig en heel nodig, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Brandsema: Dank u wel voorzitter. Het kunnen evalueren van beleid is een groot goed. Zowel financieel als inhoudelijk. En dat dient ook als basis en uitgangspunt voor een nieuw op te stellen beleid. Daar leren we van, daar ontwikkelen we door. En daar is het CDA zeker een voorstander van. Ik wil wel een kanttekening maken, en dat is dat we natuurlijk wel altijd erg kritisch moeten zijn en blijven op allerlei extra taken en verzoeken richting het college en de ambtelijke capaciteit. De voorzitter: Dank u wel.
Reactie van het college, de heer Tuit. De heer Tuit: Ja, voorzitter dank u wel. Nou, allereerst de woorden die de heer Walda van Gemeentebelangen ook in het begin zei, dat is ook daartoe gebruikelijk. Als wij een nieuwe nota vaststellen, dan evalueren we altijd de vorige nota. Dus laat daar ook geen misverstand over zijn, daar heeft u ook gewoon gelijk in. Dat is ook daartoe gebruikelijk in ons huis. En laat ik dan zeggen dat is een uitzondering op de regel is geweest, omdat er landelijk, en dan heb je eigenlijk twee argumenten voor het college, om er in dit geval vanaf te wijken. Landelijk kwamen er nieuwe aandachtspunten bij de nieuwe nota Volksgezondheid die nu voor u ligt, dat was een belangrijk argument om daar vanaf te wijken van die standaardprocedure. En het tweede argument is dat de nota, de vorige nota tijdspanne kende 2015-2019. En we weten allemaal dat daarna de
jaren met corona in ons, niet alleen in ons land, maar wereldwijd kwamen. En het college wil alles voor u evalueren, maar zegt wel op dit punt dat we ons dan ook moeten afvragen: wat evalueren we met elkaar? En dat, omdat nou ja ook in deze nota Volksgezondheid die u vanavond gaat vaststellen, is nog de monitor corona voor volwassenen nog niet eens verwerkt. En daarom komen we ook over twee jaar al bij u terug omdat dan de nota er nog wel eens anders uit kan zien, dan dat hij vandaag wellicht, maar daar gaat u over als raad, vastgesteld wordt. Nou, met die twee argumenten, ja adviseren wij u om, ja om dit amendement niet in te dienen. Ja, dus een negatief advies van het college op dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even kijken naar de partijen die niet direct tot de indieners hebben behoord. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Meteen al. Ik ging nog even typen wat ik allemaal wilde zeggen. Nou, ik moet zeggen dat dit voor ons best een puzzel is, dit amendement. Want in de vorige collegeperiode, toen er nog een deel waren nog een politiek college was, hebben wij als D66 continu gehamerd op: beleid moet geëvalueerd worden voordat je nieuw beleid gaat ontwikkelen, net als wat Gemeentebelangen nu ook aangeeft. Dus het bevreemdt ons dat dat niet is gebeurd.
En in de voorbereiding dacht ik dan ook: ja, als dit amendement wordt aangenomen, dan zou dat eigenlijk betekenen dat de nota vanavond van de agenda moet, want dan moeten we eerst evalueren, die nota bijstellen en dan kan hij dan terugkomen. Echter, de uitleg van de wethouder zojuist maakt wel dat ik denk: deze nota is eigenlijk een nieuw begin. Maar laten we daar wel bij afspreken dat deze nota op tijd geëvalueerd wordt. En nou, in de woorden van de wethouder zit daar ook wel min of meer de toezegging op hè, dat dat gebruikelijk is om te evalueren, het beleid voordat je nieuw beleid maakt. Nou, dat moedig ik van harte aan. En daarom zal ik deze ene keer niet voor zijn om het oude beleid te evalueren, omdat het eigenlijk al geschiedenis is. Het liep tot 2019, het heeft niet zoveel zin meer om daar nog op terug te blikken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Manusama. Mevrouw Manusama: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik … Mevrouw Rutgers had niet beter kunnen zeggen, dus ik sluit me daar helemaal bij aan. Dus wij stemmen ook tegen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Nou ja, wij hebben ook heel erg geworsteld met dit amendement omdat we op zich wel vonden dat Gemeentebelangen wel een punt had in de volgorde evalueren, en dan weer beleid, en dan weer naar uitvoering toe.
Maar ik heb, wij hebben goed geluisterd naar wat de wethouder daarin aangegeven heeft, dus wij zijn van plan om tegen dit amendement te gaan stemmen. En zeker op de toezegging dat over twee jaar wij ook gewoon al echt alle cijfers hebben, ook van wat, waar we vandaan komen vanuit corona, ik denk dat dat ook iets is wat wij ook niet hadden voorzien, en dat dat … want dat heeft de wethouder al in de presentatie eerder aangegeven, dat dat ook een van de redenen was zeg maar, en daarom denk ik dat het goed is dat we dit op deze manier niet steunen. De voorzitter: De heer van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter dank u wel. Ja, ik sluit aan bij zeg maar de worsteling over dit amendement, om reden inderdaad dat het al wat langer geleden is. En aanvullend toch nog wel de vraag aan het college, aan de wethouder: als er nou bekende punten zijn vanuit die vorige nota, die echt om herziening
vragen, zou u die dan mee kunnen nemen over twee jaar als de huidig voorliggende nota ook herzien wordt. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Wij sluiten ons aan bij de woorden van mevrouw Rutgers van D66. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine. De heer Kleine: Ja, dank u voorzitter. Ja, op zich leek het ons logisch dat als je beleid gaat maken, dat je dat zo nu en dan eens evalueert, dus op zich dat vonden we eigenlijk meer een heel logisch punt. En wij hebben zelf ook niet een behoefte aan een opnieuw een evaluatie van periode 2015 en 2019, dus ook tegen het amendement stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even terug naar de indieners, de heer Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter. Gezien de antwoorden van de wethouder stel ik voor dat we even drie minuten schorsen om dit amendement nog eventjes onder de loep te nemen. De voorzitter: Ik hoorde u niet, is het drie of tien, wat zei u? De heer Walda: Mag allebei, maar ik kies voor drie. De voorzitter: Drie, ja. Ja nee. Dan schors ik de vergadering voor drie minuten. De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering, ik geef het woord aan de heer Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter. We hebben er net met z’n drieën over gesproken. Wat wij als Gemeentebelangen nogmaals willen benadrukken: evalueren hoort bij het beleid, wat de wethouder al aangaf.
Zoals de wethouder nu aangeeft: over twee jaar wordt er opnieuw naar gekeken. Dat is voor ons voldoende om dan de periode, maar wel vanaf 2015 te evalueren, want anders ontbreekt het. En bovendien, het is … Deze nota omvat enorm veel onderwerpen. Er is dan eigenlijk geen uitzondering te bedenken waarin u dat niet zou gaan doen. Dus om die reden, onder toezegging van de wethouder, trekken wij deze amendement trekken wij in. De voorzitter: Goed. Daarmee is het amendement ingetrokken. En komen wij tot de stemming over de nota zelve. En daarna, dan de moties die daarop betrekking hebben, want dat is de volgorde der dingen. Dus dan had ik van tevoren aangekondigd, dat u even goed beseft wat er gebeurt. Dat u niet denkt: wat gebeurt er nu, we gaan eerst stemmen? Ja, dat klopt, want er kunnen geen wijzigingen meer in het voorstel aangebracht worden, is inmiddels gebeurd door het aangenomen amendement. Maar aan de orde is dus de nota inclusief natuurlijk weer, want het is gewijzigd inmiddels door het amendement over Bethesda. Dus dat komt er dan apart bij. Dan gaat u daar nu een besluit over nemen, over het totaal. En ik kijk even of er nog stemverklaringen zijn? Dat is niet zo. Dan kan de stemming nu plaatsvinden, ja u bent allemaal in de starthouding. Dank u wel.
Dan is de uitslag dat er vijfentwintig voor de nota hebben gestemd, één tegen … vierentwintig voor en één tegen, en daarmee is de nota aangenomen, inclusief het amendement zoals net vastgesteld. Dan komen we bij de moties die bij dit agendapunt zijn ingediend, en ik begin eerst met de motie ‘gezonde voeding’. Ik geef het woord aan mevrouw Pullen van de ChristenUnie.
Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Na het debat van vorige keer in deze raadsvergadering hebben wij de motie ‘gezonde voeding’ opgesteld, passend bij de nota ‘en ze leefden nog lang en gezond’. U hebt allemaal de motie kunnen lezen. Wij vinden het belangrijk om hier te vermelden dat voor Hoogeveen het gaat voor, met name voor kinderen, dat één op de vijf kinderen te maken heeft met overgewicht, hebben we in de nota kunnen lezen. Wij hebben ons in ons debat vooral ook de vorige keer sterk gemaakt voor de vrije keuze van voedsel, dat hij sterk onder druk komt te staan door de marketing en groeiend aanbod van fastfood. En dat we vinden dat één van de pijlers van effectieve preventie is voorlichting, educatie. En dat het ook een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Daarom roepen wij het college op in deze motie te onderzoeken welke omgevingsfactoren, nou dan kun je denken aan de wijdheid van snackbars, fastfoodketens, reclame op school, de ongezonde voeding van kinderen en jongeren op en rond scholen versterken. En ten tweede te verkennen welke lokale instrumenten en juridische mogelijkheden de gemeente heeft om ongezonde voeding in de omgeving te weren. Dit is onze motie die we hier in de raad inbrengen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk weer even naar de mede-indiener, de heer van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter dank u wel.
Nou ja, ik heb er niet heel veel aan toe te voegen, behalve dat we juist als de nota gezondheidszorg erop ziet dat je heel veel aandacht voor preventie hebt, daar past dit onderwerp heel goed bij wat ons betreft. En juist om niet nu al heel dwingend te zijn, maar vooral op te roepen tot onderzoek was voor ons de reden om deze motie mede in te dienen. De voorzitter: Dank u wel. Beantwoording college, de heer Tuit. De heer Tuit: Ja voorzitter, dank u wel. Het college heeft kennis genomen van de uitkomst van de ministerraad begin december. Toen is in Den Haag ook in de lijn met uw oproep deze motie ook een besluit gevallen dat wij als gemeente daar ook meer mogelijkheden in krijgen. Precies de punten die u als ChristenUnie en GroenLinks ook noemt. En het college wil u daarom ook voorstellen van wanneer die informatie, echt de hoe en de wat ook bekend wordt, dat wij die ook naar u als raad toesturen. En daarmee, ik vind het altijd een beetje een lelijk woord merk ik aan mezelf, hè, wordt de motie wat ons betreft overbodig. Maar u begrijpt wat ik bedoel denk ik. Dat ter reactie, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even of er reacties zijn van degene die het niet ingediend hebben. Mevrouw Manusama. Mevrouw Manusama: Dank u wel, voorzitter.
Wij willen ook graag de landelijke maatregelen afwachten, en niet nu al gaan onderzoeken wat er allemaal kan en mogelijk is, maar gewoon even wachten tot er landelijke maatregelen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, aandacht vragen voor gezonde voeding is natuurlijk niks mis mee. Maar wij vroegen ons inderdaad ook al af, van wat nu de rol van de gemeente is. Zeker dat we nu ook weten dat het Rijk heeft aangekondigd dit op de agenda te hebben staan. Daarbij wil ik benadrukken dat als het Rijk het niet doet, dat er natuurlijk ook zeker wel een rol ligt bij ouders en bij scholen zelf. Wil het toeval dat ik van de week de scholen bezocht heb, en deze vraag mee kon nemen, en dat ik ook terug heb gekregen dat scholen hier al serieus werk van maken. Dus kort gezegd denk ik ook dat dit een overbodige motie is. De voorzitter: Dank u wel. De heer van Rijn.
De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ook dat was ons punt wel bij deze. Ouders zijn in de eerste plaats aansprakelijk om te zorgen dat hun kinderen gezond voedsel hebben, en dus ook voorlichting te geven wat je wel of niet eten kunt, en wij vonden het eigenlijk op dit punt ook wel heel lastig om als gemeente daar nu iets in te gaan betekenen, gehoord hebbende dat het landelijk ook onder de aandacht is zullen wij dit niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter. Zoals mijnheer van Rijn als zei en mevrouw Manusama, dat dat … Er is wetgeving op komst, wij moeten niet teveel op de zaken vooruitlopen. Wij vinden het ook een vorm van tegelijkertijd van betutteling, hè betutteling van ouders, betutteling van bedrijven, daar staan we niet achter, ook al vinden we gezonde voeding wel heel erg belangrijk. En dat is ook de reden dat wij deze niet kunnen steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Ja, we sluiten ons graag aan bij de woorden van mevrouw Jansen van het CDA. Maar ik wilde daar nog even aan toevoegen, het is natuurlijk een utopie om te denken dat het weren van een snackbar of een fastfoodrestaurant bij een school verandering gaat bewerkstelligen.
Want als een puber wil snacken, dan stapt hij rustig op zijn fiets en dan rijdt hij naar de McDonalds, of hij rijdt naar de supermarkt en haal daar een frikandelbroodje. En toevallig heb ik eens even gekeken wat de Nutri-Score van een frikandel is, dat is D. En de Nutri-Score van een big Mac is C, dus in principe is McDonalds nog goedkoper ook, en beter. Maar als je daar vanuit gaat, dan zou je een supermarkt ook moeten gaan weren. Dus wij zijn hier niet zo voor. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, alle gekheid op een stokje natuurlijk. Maar ik sta achter het verhaal van mevrouw Blenkers. Wij denken ook dat je beter kan stimuleren in plaats van controleren en verbieden, en nou bijvoorbeeld op Papendal doen ze dat ook heel goed bij hun sportstudenten, waar ze wel ook ongezond voedsel aanbieden maar tegen een enorme prijs. En fruit bijvoorbeeld, kun je gratis meenemen. Nou, allemaal mooie ideeën om het te stimuleren in plaats van te verbieden. Want jongeren weten hun weg naar snacks en andere zaken toch wel te vinden. Dus wij zijn tegen dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine. De heer Kleine: Wij sluiten ons volledig aan bij de woorden van mevrouw Rutgers van D66. De voorzitter: Dank u wel. Het leidt tot enige hilariteit, dat het tot blijdschap zal leiden, maar dat … ja.
Volgens mij hebben we het rondje langs de velden van de niet direct indieners gehad. Ik ga even terug naar mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Nou, het signaal is denk ik wel duidelijk afgegeven door onze fractie als ChristenUnie, ook zeker richting het college. Ik heb het antwoord gehoord van het college, van de wethouder. Ik hoor ook de reacties vanuit de gedachte dat we wilden betuttelen, en het gaat ons met name om voorlichting en educatie en preventie. Nou, dat zijn de pijlers denk ik ook voor onze gemeentelijke verantwoordelijkheid. We weten ook dat in het Rijk, vanuit het Rijk een andere, nieuw maatregelenpakket waarschijnlijk aankomt. Dus wij gaan er vanuit dat dat zeg maar een kans is om daar in de toekomst daar nog
eens even kritisch naar te kijken. Niet vanuit betutteling, maar gewoon vanuit onze gemeentelijke verantwoordelijkheid. En ik stel daarom voor dat we in ieder geval deze motie nu niet in stemming brengen. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer van der Meer, die knikt ja. Die sluit zich daarbij aan. Dan is de motie van de agenda, wordt hij niet meer verder behandeld en komen we bij de motie ‘meten luchtkwaliteit’. Ik geef het woord aan de heer van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Een mensenlichaam is heel mooi. En dat kan ook heel veel … Ik ga niet alle onderdelen even in kaart brengen, maar een essentieel belang is dat wij zuurstofrijk bloed hebben zodat onze organen goed kunnen functioneren. Nou, we spreken over volksgezondheid. En zoals in het debat al aangegeven: ja, wat is er nou belangrijker voor de volksgezondheid, is dat wij een goede luchtkwaliteit hebben waar wij voldoende zuurstof van in ons bloed krijgen. Dus ja, wij dachten: dat misten wij in de nota, dus ik ga daar aandacht voor vragen. Nou, u kunt het zien ik heb behoorlijk wat erbij gezet. Op één punt wil ik even aandacht vragen dat is bij de constateringen, dat daar dan verwezen wordt naar een site. Daar kun je ongeveer zien hoe Hoogeveen met de luchtkwaliteit is.
Er wordt over bepaalde stoffen daar gesproken, maar er is op geen enkel moment is er iets te ontdekken of dat ook daadwerkelijk gemeten is in de gemeente Hoogeveen. Dus ja, dat vonden wij dus onvoldoende. En we denken: nou, laten we nou het college eens oproepen: wat is er nou nodig om hier de luchtkwaliteit te gaan meten? Waar kunnen we daarmee terecht? Wat wordt er dan mee gedaan? Nou, dus vandaar dat wij deze motie indienen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk even naar de reactie van de kant van het college, de heer Tuit. De heer Tuit: Ja, voorzitter dank u wel. Nou, ik denk als wij over twee jaar bij u terugkomen, dat we de titel voor de evaluatie al hebben, mijnheer van Rijn. Dus dank daarvoor. Een mensenlichaam is heel mooi, ik heb hem genoteerd. Zonder gekheid, ja wat u vraagt in uw motie, dat gaat al onderdeel uitmaken van ons uitvoeringsprogramma. Dus zeg maar het meten van de luchtkwaliteit wordt onderdeel van het uitvoeringsprogramma. Dat koppelen wij ook aan het schone luchtakkoord, hè, als u dat ook Googelt dan ziet u ook dat dat ook landelijk al in grote beweging is. Dus ja, dat wat u vraagt wordt onderdeel van de uitvoeringsprogramma. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even of anderen daarop willen reageren op dit moment. Mevrouw Jansen.
Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, ik wil wel benadrukken dat de relatie tussen luchtkwaliteit en gezondheid natuurlijk terdege ertoe doet. En dat fijnstof niet gezond is. Ik heb alleen zelf, ik weet niet ‘…’ De anderen vergaat geen zicht of signalen ontvangen dat het niet goed zou zijn, dus ik ben ook een beetje onderzoek uitgegaan. En nou heb ik wel een website gevonden waar het RIVM al zeker tien jaar metingen doet, ook voor Hoogeveen. En als je dat uitleest, dan komen we toch ver onder het landelijke gemiddelde uit steeds. Dus misschien dat dat nog bij kan dragen aan uw meningvorming. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Ja, ik vroeg me af of de wethouder hiermee eigenlijk zegt dat deze motie overbodig is? Ja toch? Ja, oké. De voorzitter: Dat was wel de interpretatie die ik had, maar laat de wethouder even …
Mevrouw Blenkers-Noordzij: Maar ja, interpretatie inderdaad precies. De voorzitter: Ja nee, voor de zekerheid vragen we even na, wethouder. De heer Tuit: Ja, ik u … ik heb ook met een beantwoording … ik vind overbodig, ja maar ja in feite is hij overbodig, ja. Maar dat, maar ik probeerde het net voor kerst ook positief te formuleren, maar dat maakt gewoon onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma, maar ja u kunt het ook overbodig noemen. Ja. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, het voelt dan ook bijna overbodig om daar nog op te reageren. Maar ik doe het toch nog even, want ik snap heel goed dat de SGP deze motie indient. En wij onderstrepen ook zeker het belang van het meten van de luchtkwaliteit, want zoals het CDA ook al aangaf: er is zeker wel een relatie tussen luchtkwaliteit en volksgezondheid. Wat mij bevreemdt is dat de wethouder zegt: het maakt wel onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma, maar het staat niet in de nota expliciet. Dus dat zou ik wel willen meegeven, en een uitvoeringsprogramma is natuurlijk vaak gekoppeld aan het beleid wat je hebt gemaakt, en één op één aan elkaar te koppelen. En als dan in de nota niks staat over het meten van luchtkwaliteit, en in het uitvoeringsprogramma opeens wel, dat is wat mij betreft een beetje apart. Maar goed dat het wel gedaan gaat worden, en nou we zien graag de resultaten. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Walda. De heer Walda: Ja, dank u wel voorzitter. Meestal is het zo dat je gaat iets onderzoeken op het moment dat er een probleem is. Wat mevrouw Jansen ook al aangeeft hè, wat is nou precies het probleem wat je dan gaat opzoeken? Waar ga je naar meten? Wanneer stop je met meten? Dat is ook wel een belangrijk punt wat wij nog wel willen meegeven, je kunt natuurlijk onderzoeken wat je wilt. En verder wordt er ook in de motie aangegeven juli, nou ik denk dat het goed is om voor de uitvoering om niet alleen één zo’n periode te kiezen, want het is bekend dat smogontwikkeling en dergelijke in een andere periode plaatsvindt dan juli. En dat is toch de grootste probleemsituatie die we met de lucht kunnen krijgen. En daarmee gezegd hebbende, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine. De heer Kleine: Ja, dank u wel voorzitter. Dit, deze motie was ook onderwerp van het debat dat we hadden de vorige keer. Ik sluit mijn dan een beetje aan bij de woorden van mijnheer Walda, en dan mis ik ook wel wat serieuze punten, want dit is natuurlijk … ze hebben, er is weer iets gevonden waar eigenlijk iedereen het wel mee eens is hè, luchtkwaliteit en dan de invloed daarvan op de gezondheid, dan zie je overal die knikkende gezichten wel, van ja, daar moeten we dan misschien wat mee.
Maar daar zit wel het gevaar van de glijdende schaal in, want wanneer inderdaad stopt dit? Dus ik meen me nog te herinneren dat vlak voordat de voorzitter ingreep, u als oplossing aangaf: dan gaan we maar 80 rijden op de snelweg. Ja weet je … Dus voordat we dit met zijn allen, of jullie met z’n allen, wij zullen het zeker niet doen, omarmen, is het wel echt de vraag toch van jongens: wanneer stop dit nou? Wanneer zeggen we ja, op het moment dat er geen direct probleem wordt geconstateerd, ja mag iemand van mij wel een luchtmeting doen, maar hoeven we dat als gemeente zijnde absoluut niet te doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pullen.
Mevrouw Pullen-Muis: Nou, wij hebben ook bij deze motie wel geworsteld in de zin, wel vanuit de erkenning dat luchtkwaliteit belangrijk is voor de volksgezondheid. Ik bedoel, we hebben het net ook nog over paasvuren gehad, daar kun je ook nog een opmerking over maken. Maar kijk, wij hebben in deze motie hebben we ons echt afgevraagd: wat is nou, is het nou een oplossing voor het probleem? En wat is het doel daarvan? Dus vandaar dat wij eigenlijk dus tegen deze motie zijn, in de zin van … en ja, nu hoor ik de woorden van de wethouder dat het overbodig is. Helder. Maar ik sluit me vooral ook bij de woorden aan van het CDA en Gemeentebelangen op dat punt. De voorzitter: Voldoende. Dan kijk ik even de indiener, de heer van Rijn. Ja. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, even richting Gemeentebelangen: ja, u heeft gelijk. Dat was ook het doel eigenlijk, maar ik had niet daar een bepalende richting mee aangegeven, maar ik heb … In de eerste vragen heb ik gewoon gezegd: wanneer is het goeie moment, en waar kun je het beste meten? En daarom had ik maar gewoon juli, omdat ik weet in de zomertijd heb je de meeste gevaarlijkste smogmoment, omdat het het drukste verkeer werd. Dat was alleen mijn opmerking. Dan even richting Forum voor Democratie. Kijk deze motie is meten is weten. En je had ook kunnen zeggen: voorkomen is beter als genezen.
Als wij over vijf jaar constateren dat er hele wijken chronisch zieken zijn met longklachten en zo, en we komen dan pas tot de ontdekking dat dat komt door de slechte luchtkwaliteit, dan zijn we veel te laat. Dus aan de voorkant meten, en dat hoeft helemaal niet zo extreem, maar gewoon een paar keer op de belangrijkste momenten meten, dus vandaar, dat was de oproep aan het college. En dus eigenlijk ook het antwoord op de vraag van de ChristenUnie. Maar voorzitter, we zijn heel blij met de toezegging van de wethouder dat dit in het beleid wordt opgenomen, dus ik heb ook eigenlijk geen toegevoegde waarde om deze motie in te dienen dus ik trek hem bij deze wil in. De voorzitter: Dank u. Motie ingetrokken. Dan hebben we dit agendapunt afgerond. Voordat ik dan naar agendapunt 1.5 overga, even in de tussentijd. We hebben even contact gekregen en gezocht ook even met mevrouw van den Oord hè, want die hadden we even gezegd: die missen we nog in de vergadering. Zij is ziek en had zich vergeten af te melden, dus bij deze is dat dan ook geregistreerd. En dan weet u dat ook. 1.5 Vaststellen Riolering en Water Programma 2023 – 2028 De voorzitter: Agendapunt 1.5 is aan de orde: vaststellen riolering en waterprogramma 2023-2028. Geen stemverklaringen? Dan gaan we stemmen. U mag hierover stemmen. Over de vaststelling van de riolering en waterprogramma. Dank u wel.
Daarmee is het voorstel programma met vijfentwintig voor, nul tegen unaniem aangenomen. 1.6 Vaststellen bestemmingsplan BG Zuid, deelplan Dorpsstraat 49a Elim De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 1.6: vaststellen bestemmingsplan BG Zuid, deelplan Dorpsstraat in Elim. De heer van Rijn. De heer Van Rijn: Ja voorzitter, ik wil graag een stemverklaring afleggen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Rijn: Dit is een hele goeie vooruitgang voor het dorp Elim, dus wij zullen voor zijn. Dank u wel.
De voorzitter: Ja. Dank u wel. Anderen nog? Anders gaan we over tot stemming. Dank u wel, daarmee is het voorstel met vijfentwintig voor en nul tegen unaniem aangenomen. 1.7 Vaststelling Bestemmingsplan Krakeel, deelplan Satellietenlaan De voorzitter: Komen we bij agendapunt 1.7: vaststelling bestemmingsplan Krakeel, deelplan Satellietenlaan. Geen stemverklaringen, ook niet van de heer van Rijn, die toch voor is ook in het Krakeel, nee dat is niet het geval. Hij stemt toe. Dan gaan we over tot stemming. Dank u wel. Daarmee is met vijfentwintig voor en nul tegen het vaststellen van het bestemmingsplan unaniem aangenomen. 1.8 Verklaring van geen bedenkingen Krakeel 57 Noordscheschut De voorzitter: Dan verklaringen van geen bezwaar Krakeel 57 Noordscheschut. We kunnen direct tot stemming over gaan, u gaat tot stemming over. Dank u wel, daarmee is het de verklaring van geen bedenkingen met vijfentwintig voor en nul tegen unaniem aangenomen. 1.9 Vaststelling besluitenlijst 8 december 2022 De voorzitter: En komen bij agendapunt 1.9: vaststellen van de besluitenlijst. Mag u ook over stemmen. Er gaat iets niet goed. We gaan de regie weer vragen om het. Het ging ook veel te goed. Ik kijk even naar de regietafel, ja gaat uw gang. Mevrouw Blenkers, dank u wel. Daarmee is het de besluitenlijst met vijfentwintig voor, nul tegen vastgesteld.
1.10 Sluiting besluitvormende ronde De voorzitter: En dan voordat ik tot sluiting van het besluitvormende deel overga, want we gaan hierna naar de debatronde over de huisvesting arbeidsmigranten. Maar u bent gewend van de voorzitter in de laatste vergadering toch nog even wat stichtelijke woorden te horen. Ik noemde het bij een andere gelegenheid, de kersttoespraak, ik zag mensen schrikken in de zin van: oh jee, dat gaat dan nog zeker tien minuten of een kwartier duren, nou ik kan u geruststellen dat zal zeker niet het geval zijn. Maar ik wil de traditie, we hebben vanavond al eerder over tradities gesproken, niet meteen verstoren door nu daar niets over te zeggen. Maar u gaat in ieder geval een aantal weken tegemoet dat het iets rustiger is, als het tenminste gaat om politiek. Hè, het kerstfeest staat voor de deur, oud en nieuw staat voor de deur. En dat is toch altijd het moment dat velen van u met uw dierbaren samen zullen zijn. En op welke manier dan ook aandacht zullen besteden aan het kerstfeest en aan oud en nieuw. En ik hoop dat u dat ook in alle vrede en gezondheid mag gaan doen de komende tijd. Want dat is een groot goed. Ik was vanmiddag samen met mijn collega uit den Wolde in het activum bij het kerstfeest van de Oekraïners.
En daar werden toch wel, als je het woord vrede daar laat vallen toch op een andere manier beleefd dan wij dat in deze vrije westerse wereld nog steeds kunnen uitspreken. Dat is toch een heel andere lading gekregen. En dat geldt ook niet alleen voor de Oekraïners, dat geldt natuurlijk voor meer plekken op deze aardbol waar mensen het woord vrede al heel lang niet meer kennen. En ik denk dat onze gedachte ook daar in de komende dagen naar uit zullen moeten gaan. Naar al die mensen die het niet zo fijn hebben buiten ons land, maar zeker ook, laten we dat ook niet vergeten, ook in ons land in de afgelopen jaren het steeds moeilijker hebben gekregen. En het niet meer vanzelfsprekend is dat zij kerst uitbundig kunnen vieren. Daar past toch enige soberheid bij, zeg ik dan van ons allen, maar past ook inderdaad een gedachte bij aan het samenzijn en ook het kijken naar je naasten en omkijken naar degene die naast je woont, naast je zit, om daar toch aandacht aan te blijven besteden. Want dat is de kracht van onze samenleving: het samen leven. En met die streep onder leven, maar zeker een streep onder samen. En ik hoop
dat die gedachte ook bij u aan de kersttafel, bij het kerstontbijt, bij de kerstactiviteiten die u doet, waar u ook gaat en staat, of u nou naar de kerk gaat of het thuis verder met elkaar viert, dat die gedachte mag boven blijven drijven. Ik wens u hele fijne zalige gezegende kerstdagen en een heel goed begin, en vooral een veilig begin van 2023. Ik sluit het besluitvormende deel. Er was net even het overleg of we even een korte pauze zouden moeten houden voordat we verdergaan? Nee, ik zie dat u heel enthousiast bent. Dan gaan wij direct door. 2.
Debatronde (Raadzaal) 2.1 Opening debatronde De voorzitter: Wij gaan het debat starten over het beleid huisvesting arbeidsmigranten. Ik heet wederom de kijkers thuis en de luisteraars welkom, het publiek, de raadsleden, collegeleden en natuurlijk ook de debaters aan tafel, van harte welkom om te beginnen. Zoals we gebruikelijk doen we dat in twee rondes. De eerste ronde is bestemd om je voorlopig standpunt bekend te maken, de argumenten daarvoor, en eventueel de punten voor debat aan te leveren. En in de tweede ronde, dan gaan we het debat voeren. In de eerste ronde is het gebruikelijk om elkaar niet te interrumperen. Moeilijk woord, ja het is al een beetje hilarisch vandaag, dus laat ik er ook nog maar wat aan toevoegen. 2.2 Spreekrecht 2.3 Beleid huisvesting arbeidsmigranten De voorzitter: Dus we gaan starten met het eerste ronde over het raadsvoorstel dat voorligt: beleid ten aanzien van huisvesting arbeidsmigranten. En op 19 januari 2023 zal daarover een besluit worden genomen. En bij dit raadsvoorstel, even voor de compleetheid, daar zijn de volgende stukken gevoegd: het definitief concepthuisvestingsbeleid arbeidsmigranten, de inspraaknota, een overzichtskaart, en de beantwoording door het college van een aantal technische vragen, gesteld door diverse fracties. Er zijn geen insprekers en we hebben ongeveer 45 minuten voor dit debatblok gepland.
Ik wou de heer Van Dijk maar het woord geven. De heer Van Dijk: Ja, dank voor het woord voorzitter. Hoogeveen heeft veel meer arbeidsplaatsen dan inwoners. Dat is op zichzelf een ontwikkeling waar we denk ik heel blij mee mogen zijn. Voor het lokale bedrijfsleven ontstaat daardoor de noodzaak om ook gebruik te maken van arbeidsmigranten. Dat is op zichzelf best een mooie ontwikkeling hè, vraag en aanbod kunnen elkaar hier ontmoeten. Tegelijk zijn er ook nadelen. We weten vanuit het nieuws dat de huisvesting van arbeidsmigranten maar al te vaak ondermaats is. Zo is er sprake van verkamering van woningen, hè een soort studentenhuis maar dan voor arbeidsmigranten. Ik weet uit eigen ervaring hoe het is om met zijn tienen een douche of een wc te delen. Dat is niet zo’n feest voor de staat van het huis en de tuin, kan ik u vertellen. De gemeente heeft op dit moment geen zicht op de situatie in Hoogeveen. Waar de arbeidsmigranten wonen en hoe de staat is van de woningen waar ze zijn. We weten wel dat er best wel ook wel overlast voorkomt, voor bijvoorbeeld in de buurt. Ja, dat is natuurlijk ontzettend vervelend voor zo’n buurt. Wat ons betreft is daarom regulering ook een heel passend antwoord, wat we hier in de visie zien. Hè dat het huisvesten van arbeidsmigranten ook onderdeel moet zijn van ons woonbeleid.
Door hier goed over na te denken voorkomen we en uitbuiting en zoveel mogelijk de verdringing van Hoogeveense woningzoekers. We hebben echt wel serieuze zorgen over het onderdeel van de visie waar het gaat over de registratie. En werd daarom ook nog niet een voorlopig standpunt bepaald. Als ik die hier nog mag toevoegen: wij hebben twee debatpunten. Registratie, dan hebben we het over de basisregistratie personen, of de registratie van niet ingezetenen. Ik moest me ook even inlezen, moet ik bekennen. Van de
registratie van deze arbeidsmigranten is echt de sleutel om ongewenste situaties zoals uitbuiting en overlast te voorkomen. Alleen de plannen wat ons betreft, dat is dan even onze stelling, zijn op dit moment nog onvoldoende. En het tweede punt, en die is iets fundamenteler. Dat is: als een tekort aan huisvesting leidt tot verdringing van Hoogeveense woningzoekers en beroerde leefomstandigheden voor arbeidsmigranten, in hoeverre moeten we dan als raad, als lokale politiek niet iets kritischer gaan kijken naar bedrijvigheid die we verleiden om naar Hoogeveen te komen? Het één hangt samen met het ander. En als afsluiting: wij hebben gisteren de beantwoording van de technische vragen doorgenomen. En daar waren we om eerlijk te zijn niet zo heel tevreden over, over de kwaliteit van de antwoorden. Dat wil ik ook nog wel hier even gezegd hebben. De voorzitter: Helder. Dan gaan we verder met de heer Özbilir. De heer Özbilir: Dankjewel, voorzitter. Arbeidsmigranten zijn er in Hoogeveen. Dat ze er zijn is goed voor de bedrijven in Hoogeveen. Het helpt het huidige tekort van arbeiders. Goede en veilige huisvesting geldt ook voor de arbeidsmigranten. Naast het tekort op de arbeidsmarkt helpt de regulering van deze groep ook bij de grote uitdagingen op de woningmarkt. Er is een tekort, en hiermee kunnen we het aantal woningzoekenden verdringen.
Wij vinden het belangrijk dat er oplossingen komen voor de huidige uitdagingen in de woningmarkt. Wij sluiten graag aan bij ontwikkelingen, en juiste regulering kan hierbij helpen. Gezien het voortraject, het voorliggend beleid, en de reacties van de gemeente op de inspraaknota, kunnen wij instemmen met het raadsvoorstel. En verder hebben we geen punten voor debat. De voorzitter: Dank u wel, heer Özbilir. Gaan we verder met mevrouw Bisschop. Mevrouw Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik begin gelijk met het voorlopige standpunt van het CDA. Wij staan positief tegenover het huisvestingsbeleid arbeidsmigranten. Het is al ook al aangegeven door de heer van Dijk: arbeidsmigranten hebben een hele belangrijke rol in de Hoogeveense economie. CDA vindt het daarom goed dat er regels worden gesteld om te komen tot een goede huisvesting voor deze mensen. CDA vindt dat de overheid er is om samenleven mogelijk te maken voor ons allemaal. En een betrouwbare overheid stelt duidelijke grenzen en geeft mensen zekerheid. En het beleid sluit hierop aan. Het geeft niet alleen goede regels voor de huisvesting van die arbeidsmigranten, maar er is ook oog voor andere inwoners. Er is oog voor de leefbaarheid in de wijken, en verdringing op de toch al krappe woningmarkt. CDA wil ook benoemen dat we vinden dat de raad grotendeels toch best goed betrokken is geweest bij de totstandkoming.
Bij ons was er veel herkenning, toen wij het document lazen. Het eerste debatpunt wat wij hebben. Er zit een kaartje in dit huisvestingsbeleid. En als je dat kaartje bekijkt, dan zie je dat er een groot deel van onze gemeente wordt uitgesloten voor huisvesting arbeidsmigranten. Namelijk door zoekgebieden nieuwe bospercelen. Nou, daar hebben wij ook technische vragen over gesteld. En dan moet ik inderdaad even aansluiten bij wat mijnheer Van Dijk ook zei: ik heb vervolgens toch ook nog maar gebeld, niet alleen met de wethouder maar ook nog telefonisch contact gehad met de VVD. En we zijn op zoektocht gegaan, en ja. Dat zoekgebied nieuwe bospercelen. Daar wordt gewezen naar een structuurvisie uit 2012. Ja, en dan neem je dat helemaal door, en dan kom je het hele woord bospercelen zoekgebieden helemaal niet tegen. Dus dan ga je nog maar eens opnieuw met de wethouder praten. En dan blijkt dat ergens te staan in een document uit 2004. Nou, dat heb ik er nog niet meer bijgehaald. Dus ik wil hier het debatpunt neerleggen: ja, wat willen we hier nou mee? Want ja, 2004. 2012 klonk al ver weg, maar 2004 klinkt nog veel verder weg. Dus ik wil het hier … ik ben benieuwd wat andere partijen daarvan vinden. Dat was ons eerste debatpunt. CDA vindt het ook belangrijk dat de overheid mensen het vertrouwen geeft om te doen waar ze goed in zijn. Ook dat zien we hier terug.