Printversie transcript
Tekst van het document
En hebben ook tegen de directie gezegd, hou u aan die vier miljoen met de inhuur en probeer dan meer op te lossen met vaste krachten, zodat ook de kennis binnen de organisatie vast blijft. Zo is die vier miljoen tot stand gekomen. Is die realistisch? Die is niet te laag en niet te hoog, denk ik, omdat in het verleden zijn we daar ook goed mee uit kunnen komen. Ik heb niet bedoeld te zeggen dat we daarover nog terugkomen of dat er nog een apart besluit over genomen zou moeten worden. Wat ik wel gezegd heb, is wat ik net hiervoor zei ook, we zullen toch steeds vaker in gesprekken met elkaar tot de slotsom komen dat we wel het geld hebben om iets te doen, maar dat we moeite hebben om de mensen daarvoor te vinden. En dan moeten we elkaar toch weer in de ogen kijken en zeggen, dit kunnen we nu niet doen, omdat we gewoon de mensen er niet voor hebben. U heeft er wel geld voor klaargezet, maar in de uitvoering komen we tot stagnatie daar. Ik vond de discussie, die de heer Kreuze aanzwengelde, een beetje moeilijk te plaatsen in het licht van de zienswijze, voorzitter. Misschien dat we op de een of andere manier daar nog naartoe kunnen trekken of dat we hem op een ander moment kunnen voeren met elkaar, als we het over de SWO specifiek hebben en de ontwikkeling van de SWO. Dat is misschien een goed moment om dat te doen.
En ik denk dat ik zo de meeste vragen heb gehad, voorzitter, maar u moet me misschien nog eens even helpen. De voorzitter: Dat gaan we even checken bij de vragenstellers. Zijn de vragen naar behoren beantwoord? Ik heb af zitten vinken dat ze wel beantwoord zijn, maar of de inhoud goed is, dat laat ik aan u over. De heer Kreuze, CDA.
De heer Kreuze: Voorzitter, ik begrijp dat mijn betoog te moeilijk was. Dat had ik van de heer Reneman echt nooit verwacht. Maar misschien moeten we dan eerst aan een zienswijze werken om daar nog over te praten. Dat is misschien wat concreter. De voorzitter: Dank u wel. Dan had de VVD nog een debatpunt ingebracht, omdat zij een zienswijze in willen dienen met betrekking tot de inhuur. De heer Kramer, wilt u dat nog nader toelichten? De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. In principe heeft de heer Reneman natuurlijk al even uitgelegd hoe daarin begroot is. Niet te laag, niet te hoog. Het is niet echt een concreet antwoord van, is het daadwerkelijk dan ook realistisch begroot? Het is niet echt een debatpunt, maar ik ben wel even zoekende, en daar hebben we nog twee weken de tijd voor, om te kijken van wat we hiermee gaan doen. De voorzitter: Dan wachten we het amendement af, begrijp ik. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit voorstel. Er zijn twee amendementen aangekondigd met betrekking tot de RUD en met de SWO. Ik wil de fracties oproepen om ze op tijd in te dienen. 2.5 Schorsing debatronde De voorzitter: We blijven vanavond regionaal bezig. We gaan na een schorsing van een kwartier verder met de Regio Zwolle. Dat zal onder leiding van mevrouw Pullen plaatsvinden. En dan zal het debat wel aan een debattafel plaatsvinden. Ik schors de vergadering van vijftien minuten.
3.
Pauze
4.
Debatronde (Raadzaal) De voorzitter: Zullen we zo gaan starten? Want volgens mij zitten de debaters al aan de tafel. En mijnheer Van Rijn van de SGP is niet aanwezig. Die is weggegaan. Jan van der Sleen zit er nog. Ik stel voor dat we het debat vervolgen. 4.1 Heropening debatronde De voorzitter: In ieder geval vanaf deze plek weer welkom aan de mensen hier aan de tafel, de debattafel, mensen thuis, mensen op de publieke tribune, het college en de rest van de raad. 4.2 Spreekrecht 4.3 Strategische agenda Regio Zwolle De voorzitter: We gaan vanavond spreken over de strategische agenda Regio Zwolle. En daarvoor hebt u een raadsvoorstel gekregen met twee bijlagen van de strategische agenda en een brief van Regio Zwolle, Zijn wij samen? Het college vraagt u in te stemmen met de inhoudelijke koers en te kiezen voor deelname aan een aantal thema's. Die thema's zijn Economie, Duurzaam groeien en Leefkwaliteit en daarnaast nog Versterken Bereikbaarheid. Dat zijn drie thema's. En over twee jaar worden deze drie thema’s geëvalueerd. Heel kortweg, de kosten zijn 2,25 per inwoner. Samen gaat het om 127.000. En die worden meegenomen bij de integrale afweging bij de begroting. Er zijn geen insprekers, volgens mij. En ik stel voor dat we dan in drie minuten een voorlopig standpunt van u horen, met eventuele debatpunten, in de eerste ronde. En in die ronde komen ...
Misschien dat er nog verduidelijkende vragen nodig zijn aan het college. En u kunt alleen die debatpunten
inbrengen die echt nodig zijn voor het raadsvoorstel. Ik denk dat dat helder is. En dan kunnen we kijken in de tweede ronde, als die nog nodig is, om per debatpunt daar het debat over te voeren. Dat is mijn voorstel. En ik kijk rond wie daarover het woord wil. Ik zie dat direct mijnheer Van Dijk en mijnheer Vos. Mijnheer Van Dijk van de ... De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Samenwerken, hoe kun je daar tegen zijn? De gezegden zijn er volop. Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder, of samen sta je sterker. Het is voor de ChristenUnie duidelijk dat samenwerken in de regio zinvol is. En dat is in ons geval Regio Zwolle. Ons voorlopig standpunt is dan ook om voor het raadsvoorstel te stemmen. Wel hebben we nog een tweetal aandachtspunten, die we aan het college willen meegeven. Het grootste nadeel van regionale samenwerking is dat de toegevoegde waarde ervan moeilijk is vast te pakken. Het verband tussen de euro die je in zo'n samenwerkingsverband stopt en wat het oplevert is moeilijk een-op-een te leggen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de aanleg van een fietspad. En voor de duidelijkheid, dat hoeft ook niet altijd. Maar doordat het resultaat van regionale samenwerking moeilijk meetbaar is, kun je ook altijd wel een goed betoog houden waarom verdere groei en investering noodzakelijk zijn.
En dat roept voor ons als fractie van de ChristenUnie de vraag op, wanneer is het genoeg? Is die ene extra initiatief aanjager of ketenregisseur echt nodig of kunnen we die handen beter gebruiken voor de klas of aan het bed? Daarom is het ook zo belangrijk dat de Regio Zwolle duidelijk laat zien wat haar toegevoegde waarde voor Hoogeveen is. En om daar een voorbeeld van te geven, op bepaalde punten is de strategische meerjaren agenda nogal wollig. En ik zal u even een zin voordragen. “Het organiserend vermogen van onze samenwerking is in de basis gericht op het procesmanagement van de netwerksamenwerking. Uitvoeringskracht in de programma's en ondersteuning vanuit communicatie en public affairs. Alle partners van de overheidskolom en triple helix zetten zich hiervoor in.” Wat staat hier eigenlijk precies, was onze vraag. Tegelijkertijd, en dat mag ook gezegd worden, staat in hoofdstuk 6 van de strategische agenda bij communicatie en weer public affairs een duidelijk lijstje als voorbeeld van hoe het wel kan, zoals bijvoorbeeld ruim 180 miljoen euro voor de infrastructurele ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties in onder andere Hoogeveen. Het kan ook wel goed. Dat willen we toch ook gezegd hebben.
Onderaan de streep blijft onze oproep naar het college, maar ook als raad, laten we vooral kritisch blijven op de verdere groei van Regio Zwolle en ons altijd de vraag stellen, is het echt wel nodig? Maar ook, laten we kritisch blijven op de verantwoording. Wat levert het ons concreet op? Tot zover de bijdrage. Wij hebben verder geen debatpunten. De voorzitter: Dat is de conclusie die ik ook zou trekken. Maar u hebt dan de vraag over de toegevoegde waarde, met name aan het college. En u vraagt naar het nut een noodzaak eigenlijk nog van de Regio. De heer Van Dijk: Maar dat is niet per se nu een vraag aan het college, maar meer in het algemeen. De voorzitter: Dan gaat het alleen maar over de toegevoegde waarde. Dat is dan de vraag meer? De heer Van Dijk: Nee, dat is geen vraag. De voorzitter: Helemaal heeft u geen vraag aan het college? Aandachtspunten. Zo is het gegaan. Dank u wel mijnheer Van Dijk. Ik ga naar mijnheer Vos van Forum voor Democratie. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. De begripsvorming in de moderniteit betreft altijd een omdraaiing. Woorden en daden die op de oppervlakte op korte termijn moreel lijken, zullen op lange termijn een destructief effect hebben. We zien het eigenlijk met alles in deze wereld. Wanneer je de maatschappij op een oppervlakkige manier bekijkt, denk je dat we met zijn allen de goede kant op gaan.
We noemen dit ook wel het progressivisme. Maar als je wat dieper kijkt, dan zien we dat de moderniteit eigenlijk het gat, dat in ons
hart zit, alleen maar ruimer is geworden door de moderniteit. We degenereren als samenleving. Maar waar wij ooit een samenleving waren waar lokaliteit en identiteit ons leven een doel gaven, mogen wij steeds vaker lekker onszelf zijn. Waar lekker onszelf een monocultuur is, waar iedereen naar internationale standaarden hetzelfde wordt. Gelijkheid leidt immers tot eenwording. We denken daardoor mee de hele wereld te redden, maar slopen alleen onze eigen identiteit en autonomie. Zo ook het begrip brede welvaart en de SDG-doelen, waarvoor wij nu bij deze Regio Zwolle zitten. Waar je aan de oppervlakte kan zeggen, hoe kan je daar tegen zijn? Hoe kan je tegen die SDG-doelen zijn? Dit leidt tot een betere wereld voor iedereen. Maar het proces dat ik eigenlijk net heb omschreven, ontstaat ook hier. Er ontstaan samenwerkingsorganisaties. Niet alleen in de Regio Zwolle, maar wij willen ook wel nog meer hier in de gemeente Hoogeveen. Los van de gemeente Hoogeveen zien we ook op provinciaal niveau een samenwerkingsorgaan Noord-Nederland ontstaan, met dezelfde doelen. Ook op wereldniveau zien we dat in de VN ontstaan, waar uiteindelijk die SDG-doelen zijn ontstaan. Door middel van de SDG’s creëren wij een wereldwijde homogenisering van standaarden. De wereldproblemen zullen toch nooit opgelost worden, want dat zit immers niet in de aard van de mens.
Zoals een wijs man ooit zei namelijk, de wereld is niet voor verbetering vatbaar. We zullen alleen maar met dit soort samenwerkingsverbanden onze lokaliteit en identiteit nog verder verliezen, met alle gevolgen van dien. Het is eigenlijk net het verhaal van de Toren van Babel. En net als in dat verhaal zullen wij hard gestraft worden voor onze opstand tegen de natuur. Nou heb ik drie debatpunten voor het debat zo. Nummer één, is het ons waard om onze lokaliteit op te geven om een poging te doen deze grote wereldse problemen op te lossen ? Punt twee, moeten wij als raad niet meer directe invloed krijgen op de agenda van samenwerkingsverbanden? En nummer drie, misschien nog wel belangrijkere en wat fundamentelere vraag, wat is belangrijker lokale autonomie, dat wij als raad zicht op alles hebben, of de homogenisering van standaarden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Ik heb ze genoteerd. Ik hoop dat u ze zelf ook scherp hebt, want dan gaan we kijken of we dat straks in het debat kunnen brengen. Ik zie mijnheer Van der Meer. En die wil nu zijn bijdrage geven. Gaat uw gang, mijnheer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel.
En laat ik beginnen dat ik misschien een iets positievere benadering heb over deze regioaanpak dan net mijn voorganger, mijnheer Vos, omdat juist heel krachtig in dat die strategische agenda wordt genoemd, een regionale blik op brede welvaart maakt ook duidelijk dat niet alle aspecten van brede welvaart in de eigen gemeente te vinden hoeft te zijn. Maar sterker nog, het kan ook het hoofd bieden en beter het hoofd bieden aan wat anders nationale of zelfs internationale vraagstukken zouden zijn. In die zin zie ik met belangstelling uit naar hoe die regionale samenwerking vorm gaat krijgen, en met name vanuit de Regio Zwolle. In tegenstelling tot wat de heer Vos zei, ben ik juist heel blij dat er bewust een verbinding is gezocht met die SDG’s, waardoor je, wat mij betreft, twee vliegen in één klap slaat. Namelijk je pakt, zoals wij dat in Hoogeveen hebben genoemd, iets aan op het gebied van die brede welvaart en tegelijkertijd geef je een goede impuls aan de ontwikkeling op het gebied van mobiliteit, op het gebied van wonen en heel specifiek in het Hoogeveense geval ook aan de ontwikkeling van ons stationsgebied bijvoorbeeld. Dat klinkt voor mij niet zozeer als een bedreiging, maar meer als pure winst, waar we ook als Hoogeveen de schouders onder mogen zetten. En ik zou dan ook de vraag van de heer Van Dijk om willen draaien.
In die zin van, wat betekent de Regio Zwolle nu voor Hoogeveen, maar wat gaat de concrete inbreng van Hoogeveen zijn, met name in het achterhoofd genomen die SDG's en de werkgroep brede welvaart, die binnenkort van start gaat, in de versterking van die regionale samenwerking? Wat brengen we mee in plaats van wat halen we op? Daar ben ik wel heel benieuwd naar. En ik zie dan ook uit naar die ontwikkeling. Geen punten voor debat, wat mij betreft, ook geen vragen aan het college.
De voorzitter: Dan concludeer ik uw vraag, maar die legt u gewoon in het midden, daar wilt u verder niet over debatteren. Dit is uw waarneming. Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Koekoek, want die stak nu de hand op, van het CDA. Gaat uw gang. Mevrouw Koekoek: Voorzitter, dank. Positief dat de strategische agenda van de Regio Zwolle ter besluitvorming voorligt bij de deelnemende gemeenteraden. Dat komt ten goede aan de democratische legitimiteit van de Regio Zwolle. We zullen als CDA blijvend aandacht vragen voor die democratische legitimiteit van de Regio Zwolle, zonder dat we willen dat het een juridisch construct wordt, zoals bij andere samenwerkingsverbanden. We zijn dan ook positief gestemd over het feit dat er een klankbordgroep raden en staten is, waarbij constant gekeken wordt of de positie van de raden en staten goed geborgen is binnen de Regio Zwolle. Voorzitter, nu naar de inhoud van voorgestelde besluit. En ik loop gewoon even de beslispunten langs. We kunnen instemmen met de inhoudelijke koers van deze agenda. Wel hebben we wat zorgen, misschien is dat te zwaar aangedrukt, met betrekking tot het ruimtelijk aspect, zoals in deze agenda is opgenomen. Zoals de verstedelijkingsstrategie die vorig jaar door de colleges zijn vastgesteld. De betreffende verstedelijkingsstrategie is de baas voor de opgave van de realisatie van 50.000 woningen binnen de Regio Zwolle.
Hoe verhoudt zich dat tot de lokale autonomie? Wellicht kan de wethouder hier helderheid over verschaffen. We kunnen ons vinden in het voorstel om te kiezen voor deelname aan de thema's Economie, Duurzame groeien en Leefkwaliteit en Versterken Bereikbaarheid. En we vinden het een logische keuze van het college dat we voor het onderdeel Arbeidsmarkt niet aansluiten. Wij kunnen ons vinden in het voorstel om over twee jaar de deelname te evalueren. Waarbij we wel willen opmerken dat als het gaat om regionale samenwerking, je niet alleen kunt kijken wat specifiek voor Hoogeveen meerwaarde is. Graag horen we hier nog een reactie van de wethouder op. Het laatste beslispunt, dat aan de deelname kosten zijn verbonden, is logisch voor het CDA. We kunnen ons vinden in het voorstel om de financiële gevolgen hiervan mee te nemen in de begroting 2024. Echter wordt in het raadsvoorstel gesteld dat de integrale afweging bij de begroting wordt gemaakt. Maar als we over twee weken instemmen als raad met dit voorstel, de strategische agenda, stemmen we ook in met de financiële bijdrage en daarmee zal er, wat ons betreft, volgens mij geen integrale afweging meer kunnen plaatsvinden bij de begroting. Want dan zou dat betekenen dat we dan het besluit weer terugdraaien. Graag horen we hier ook een reactie op van de wethouder. Voorzitter, afrondend.
Als CDA staan we positief tegenover deze strategische agenda. Ondernemen en samenleving stopt niet bij de gemeentegrenzen. Daarom is een regionale samenwerking van belang en ook noodzakelijk. Voorzitter, u zult begrijpen, we hebben geen voorstellen tot wijziging en daarmee ook geen punten voor debat. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koekoek. Ik heb wel gehoord dat u twee vragen in ieder geval aan het college had. Ik denk dat de heer Zwiers daar zich al over gaat voorbereiden. Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie de hand van mijnheer Kramer. Sorry, ik moest even puzzelen in mijn hoofd. Heb je soms. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. Voor ons ligt het raadsvoorstel omtrent de strategische agenda Regio Zwolle. En ik wil eigenlijk beginnen met mijn eigen rol in de Regio Zwolle. Sinds deze periode ben ik aangesloten bij de klankbordgroep Regio Zwolle. En ik heb één fysieke bijeenkomst gehad en twee digitale bijeenkomsten. En als ik op deze bijeenkomsten terugblik en deze strategische agenda doorneem, dan komen bij mij nog wel wat vragen op als, wat houdt deze deal in? Wat heeft Hoogeveen precies opgeleverd in de afgelopen jaren? En belangrijkste, wat doen we als Hoogeveen in deze samenwerking? En dat is dan ook gelijk mijn debatpunt naar andere fracties.
Hoe kunnen we hier als gemeente Hoogeveen en met deze raad meer invloed op uitoefenen en meer kennis over krijgen en overbrengen? Dat is eigenlijk wel een beetje gelijk met het punt van FvD over de directe invloed hebben en hoe gaan we daar als raad invulling aan geven? En dan voorzitter, verder met de strategische agenda die voor ons ligt. Kijkend naar de thema’s die het college
voorstelt, zijn dat thema's waar wij als VVD volledig achter staan? We vinden het belangrijk om te zorgen dat Regio Zwolle en ook Hoogeveen een regio blijft waar inwoners en ondernemers fijn kunnen wonen, werken, leren en recreëren. En werken we met alle partners aan het realiseren van inclusieve groei. Dit betekent dat economische en ruimtelijke groei hand in hand gaan met de versterking van welvaart en welzijn in onze regio, nu en voor onze toekomstige generaties. En kunnen we instemmen met deze agenda, maar vinden het wel belangrijk hoe invulling te geven aan onze rol in dit geheel. Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kramer. Uw rol als lid van de klankbordgroep hebt u ook kort toegelegd. Dat is helder denk ik ook voor iedereen. Dank u wel. Dan kijk ik naar mijnheer Baalman van de SP. De heer Baalman: Dank u wel, voorzitter. De SP is altijd voor een regionale samenwerking, maar we vragen ons, samen met de ChristenUnie, gelijktijdig af, wat levert ons het allemaal op? Want er zijn natuurlijk wel meer projecten geweest waar geld ingestopt is en nooit echt duidelijk is geweest wat de effecten daarvan zijn. Eigenlijk zoeken we naar een mogelijkheid om het meetbaar te maken wat de effecten van onze investeringen zijn. We blijven dit natuurlijk wel kritisch volgen en we zijn voornemens om hiermee in te stemmen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan concludeer ik dat u geen debatpunten hebt en dat u aansluit bij de vraag of het aandachtspunt van de ChristenUnie. Dan laten we het daarbij. Dan ga ik naar mijnheer Van Eck van de Partij van de Arbeid, die stak zijn vinger op. Gaat uw gang. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, ik ga een keer dicht bij de voorzitter zitten, ben ik snel aan de beurt, maar dat is dat schijnt ook niet zo te werken. En dan ook nog, ik had een gloedvol betoog voorbereid van een veelvoud van drie minuten. Dat moet ik nu terugbrengen naar drie minuten. En ondertussen is er een halve minuut voorbij en ik ben nog niet eens begonnen. De voorzitter: Die halve minuut krijgt u van mij. Dan mag u nu beginnen. De heer Van Eck: Ik had het over Wim en Kees willen hebben. Over Koot en De Bie. Die zongen in 1982, Zwolle zonder dollen. Maar dat was geen lofzang op Zwolle. Marketing Zwolle was daar allesbehalve blij mee dat Zwolle werd neergezet als een slaperig provinciestadje waar niets te beleven valt. Hoe anders is die situatie in 2023, Zwolle, de Regio Zwolle doet ertoe. En met de marketing zit het nu ook wel goed. We ontvangen als raad mooi vormgegeven presentaties, boordevol ronkende termen. Maar marketing kan ook een pakketje schroot met een dun laagje chroom zijn. Dat is dan weer een tekst van Henk Westbroek.
Het is al vaker gezegd, deze regelingen van, wat voor grip hebben wij als Raad en wat brengt zo'n regeling ons nu? We hebben daarom ook even teruggekeken naar het onderzoeksrapport van de commissie Vollebregt en Alberda van Ekenstein, uit 2016. Daar staan meerdere aanbevelingen in voor Hoogeveen, waaronder de beroepsbevolking is laag en niet state of the art opgeleid. Zij beschikken niet over de juiste kennis, competenties en skills. In 2030 moeten excellent geschoolde mensen afgeleverd gaan worden. En de cultuur van bescheidenheid staat regio marketing, ambities en groei in de weg. Het is geen regio van winn aars. En er moet geïnvesteerd worden in de ontbrekende infrastructuur. IC station Hoogeveen wordt als voorbeeld genoemd. Het is de vraag, zeven jaar geleden werd dit naar voren gebracht, ook een regeling waar we veel Hoogeveens geld in hebben gestopt, zijn we echt zoveel verder In die zeven jaar tijd? Hebben wij, als we over zeven jaar terugkijken op deze regeling dan opnieuw vraagtekens, wat heeft het ons echt concreet opgeleverd? Nut en noodzaak van samenwerkingsverbanden zijn theoretisch nog wel te beredeneren. Maar of de theorie ook klopt, blijkt vaak pas jaren later. Gelukkig dan weer geven wij ook weer geen blanco cheque. Als je kijkt naar de thema's, over twee jaar gaan we die evalueren of die thema's ook daadwerkelijk brengen wat we verwachten dat ze brengen.
Maar wel de vraag, hoe staat het met de evaluatie van de deelname aan
Regio Zwolle zelf, het bredere geheel? En als je kijkt naar de voorgestelde agendapunten hebben wij de vraag, wordt de aandacht voor Hoogeveen niet te veel verdeeld op dit moment? We doen mee met het thema Economie, maar we doen niet mee met het thema Arbeidsmarkt, want dat is immers, zo schrijft het college, al belegd bij de arbeidsmarkt Regio Drenthe, bij Dutch TechZone en bij de nieuwe Regiodeal. We doen mee met het programma Economie, maar dit programma kent weer een behoorlijke overlap met het provinciale programma in Drenthe, Ik Ben Drents Ondernemer. En lopen we niet het gevaar, collega Kramer van de VVD zei het daarnet ook al, dat het voor de Hoogeveense raad toch een beetje ver-van-je-bed-show wordt? Ook letterlijk. Er waren in mei vier informatieve avonden voor raads- en statenleden in Oldebroek, Dalfsen, Dronten. En er was nog een veegsessie voor de rest. Dat doen we in Diever. En het waren bijeenkomsten met een hoog theoretisch gehalte. Kracht van samenwerking, doorstappen naar de toekomst, één plus één is drie, netwerkkracht, het zijn jeuk termen. Wim de Bie is er helaas niet meer, maar volgens ons zit hier een hele mooie liedtekst in, in deze termen. Die samenwerkingsverbanden, ik heb dan gezegd, gelikte presentaties. En we krijgen altijd mee, je mag het niet alleen van Hoogeveens perspectief benaderen, je moet naar het grote geheel kijken.
Maar er gaat wel geld een tijd van ons inzitten. En in dit geval, Regio Zwolle is een samenwerking van 2 provincies, 22 gemeenten. Hoe voorkomen dan dat Hoogeveen een soort appendix wordt, zo’n wormvormig aanhangsel. Het zit er wel, maar telt niet echt mee. Ik denk dat het duidelijker kan worden voor de raad als we beter, vaker geïnformeerd worden. In het raadsvoorstel wordt nu één min of meer concrete Hoogeveense zaak genoemd, gebiedsontwikkeling stationsgebied. Maar wat gebeurt daar dan en wat gebeurt daar verder waar Hoogeveen niets aan heeft? Ik ben het er mee eens, je moet naar het grote belang kijken, maar je moet ook naar het Hoogeveense belang kijken. En ten slot, dat er ingezet wordt op brede welvaart en dat uitgegaan wordt van de zeventien doelen, daar zijn we heel blij mee. Dank u. De voorzitter: Als ik naar u geluisterd heb, heb ik geen debatpunten gehoord en alleen een vraag aan het college om meer informatie over de strategische agenda Regio Zwolle. Klopt dat, mijnheer van Eck? De heer Van Eck: Ja. En ik ben ook wel benieuwd of het college en/of collega's vinden dat er wel veel samenwerkingsverbanden over elkaar heen gaan, dat je hetzelfde doet op meerdere plekken. De voorzitter: En dat is een debatpunt, dat laatste? De heer Van Eck: Ja, u mag het debat noemen. De voorzitter: Is goed. Dank u wel. Dan kijk ik rond naar D66. Gaat uw gang, mevrouw Rutgers.
Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter. Net als wat een aantal andere partijen ook al hebben gezegd, zijn we eigenlijk ook wel benieuwd naar de evaluatie van de vorige periode. Daarover lezen we in deze stukken niet zoveel. En dan voor Hoogeveen specifiek, wat heeft het ons gebracht en ook wat heeft Hoogeveen bijgedragen? En dat zijn we op dezelfde manier benieuwd naar bij het voorliggende, want het is tenslotte een strategische agenda. En hoe positioneren wij ons strategisch? Laatste tijd hebben we vaak gehoord van de Hoogevener is te bescheiden, we zijn als gemeente te bescheiden, we moeten meer uitstralen wat we te bieden hebben. En ik denk dat dat in zo'n samenwerking ook aan de orde is. Wat kunnen wij brengen, wat kunnen wij uitstralen van, jongen, hiervoor moeten jullie bij ons zijn? In plaats van dat we, zoals de PvdA schetst, een soort appendix worden en een afhankelijkheidsrelatie krijgen. Maar hoe maken we de relatie in deze samenwerking meer wederkerig? Positief vinden wij dat er al in is opgenomen dat er geëvalueerd wordt. In het verleden hebben we vaak stukken gezien waarbij dat niet aan de orde was. En toen hebben wij erom gevraagd van, ga alsjeblieft tussentijds evalueren en bijstellen. Dat dat hierin wel is opgenomen, zijn wij blij om. En ook dat er al voorzichtig wordt beschreven wat de impact zou moeten zijn in de regio na afloop van
deze periode. Voor Hoogeveen zijn we wel benieuwd dan, net in het verlengde van wat ik net zei, naar een soort uitvoeringsagenda. Wat heeft Hoogeveen voor het komende jaar bijvoorbeeld voor ogen om aan te werken om binnen te halen of te realiseren? En wij vinden het goed, de thema's die het college voorstelt om aan deel te nemen. Maar we zouden ons ook wel kunnen voorstellen dat je ook toch bij het thema Arbeidsmarkt aansluit, want op dit moment is de arbeidsmarkt nogal spannend. En kunnen we denk ik ons voordeel halen in zoveel mogelijk samenwerkingen, om lijnen kort te houden, om elkaar dingen in te fluisteren, door te spelen, niet achter gesloten deurtjes, zoals dat misschien klinkt, maar juist in alle openheid, hoe kunnen we elkaar helpen? Hoe kunnen we de hele regio versterken? En dat kan in Regio Zwolle. Dat kan in de Dutch TechZone. Dat kan misschien nog op andere platformen. Al met al kijken we uit naar de evaluatie over twee jaar en zijn we wel voornemens in te stemmen. En ik heb geen punten voor debat. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rutgers. U had wel een paar vragen nog aan het college. Die zullen we straks het antwoord van het college afwachten. Ik kijk naar mijnheer Van der Sleen, als laatste, van Gemeentebelangen. Gaat uw gang. De heer Van der Sleen: Ik denk dan zal ik het klapstuk wel maken, want ik had een speech van vijftien minuten op papier staan.
De voorzitter: Volgens mij houden we drie minuten aan. En dan mag u uw voorlopige standpunt aangeven. Laten we dat ook maar gewoon vasthouden, bij deze. De heer Van der Sleen: Niet zo kwaad doen. Ik wilde nog even mijn zin afmaken. De voorzitter: Kwaad, ik ben even streng. Ik ben de voorzitter. Ik mag ook even streng wezen. De heer Van der Sleen: Ik zal maar niks zeggen. Maar wij hadden als Gemeentebelangen voorgesteld om het agendapunt door te doen naar besluiten. Ik heb echt geen groot verhaal. We zijn gewoon laaiend positief over DTZ en de samenwerking. En volgens mij was het het CDA dat al opmerkte, de arbeidsmarkt die is dan geschrapt in deze. Daar kunnen wij ons wel helemaal in vinden. En we hopen op een goede samenwerking. En wat belangrijker is, wat ons nog meer verbindt, dat is eigenlijk de taal ook een beetje. Als we kijken naar de Regio Zwolle, Drenthe, dezelfde streektaal, Nedersaksen. En we juichen van harte de samenwerking toe. En zoals ik gezegd heb, ik zit nog niet op die vijftien minuten. Ik kan nog wel even doorgaan. We zijn helemaal voor. De voorzitter: U kunt gaan afronden. De heer Van der Sleen: En geen debatpunten, zoals al bekend. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Sleen. Dan concludeer ik dat er wel een paar debatpunten zijn, maar dat we eerst naar het college gaan luisteren. Er zijn een aantal vragen gesteld aan de heer Zwiers.
En ik ga even kijken of hij ze allemaal genoteerd heeft. Ik zie een knikkend hoofd. Dat kunt u wat mij betreft uw gang gaan. En dan gaan de collega's wel opletten of ze alle antwoorden ook krijgen, ja of nee. De heer Zwiers: Dank u wel, voorzitter. Toch even een punt. Want alles wat er in deze agenda staat, dat heeft niet alleen betrekking op lid van college, wethouders Zwiers, maar dat heeft ook betrekking op mijn collega's. En als u mij toestaat om die ook af en toe het woord te gunnen over de onderwerpen waar zij meer mee verbonden zijn, dan zou dat wel heel plezierig zijn.
De voorzitter: Dat is prima, denk ik. En fijn dat u een collegiaal bestuur hebt hier. Gaat uw gang. De heer Zwiers: Precies. Het gaat ons ook inderdaad allemaal aan. De eerste vraag die ik tegenkom, is eigenlijk de vraag van mevrouw Koekoek van het CDA over, hoe autonoom zijn wij eigenlijk, als het bijvoorbeeld gaat om die woningbouw? Ik kan u zeggen, daar zijn wij volstrekt autonoom in. Want wij hebben hier in deze regio zelf onderzoek gedaan en u heeft daar, en dat is ook onze legitimiteit, kortgeleden de Woonzorgvisie op vastgesteld. En dat blijft simpelweg ons uitgangspunt. En dat sluit wel aan bij datgene wat we verwachten vanuit de overloop van bijvoorbeeld de Randstad, maar ook de groei van Regio Zwolle. En daar anticiperen wij op. En dat hebben wij al gedaan in de Woonzorgvisie. Die autonomie is denk ik daarin wel goed gewaarborgd. Uw vraag over financieel, dat gaat mijn collega Reneman beantwoorden. Dan even kijken, de rol als raad, dat kwam bij de VVD. Dat gaat de heer Loohuis beantwoorden. Dan kom ik bij de heer Van Eck. Daar wil ik toch nog wel even iets van zeggen, want u haalt inderdaad terecht het rapport Vollebregt-Alberda van Ekenstein aan.
En dat is goed, maar in dat rapport kun je niet stellen dat wat er gebeurd is, afmeten aan wat daar gezegd is, omdat in dat rapport negentig miljoen euro gevraagd werd in plaats van de twintig miljoen die we uiteindelijk gekregen hebben. We hebben daar ook lang niet dat mee kunnen doen wat er in het rapport eigenlijk beschreven stond. We hebben wel heel veel gedaan. Er is heel veel aan netwerken gedaan. We hebben daardoor de Regiodeal kunnen scoren. Dat hebben we ook al eerder betoogd, want samenwerken is belangrijk. En dat zien we niet alleen hier, dat zien we ook in wat voor effect dat heeft, en dat heb ik al eens eerder betoogd, in bijvoorbeeld Metropool Amsterdam, daar zien we bij de Eemshaven, we zien het bij Amersfoort, rond Drachten, we zien het bij Brainport. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden, waar indertijd, want daar moeten we wel vertrouwen in hebben, die samenwerking groeit en die samenwerking daarna ook bloeit. En dat is ook waar we voorstaan. We moeten een regio zijn om ook op de deur te kunnen kloppen, dat doen anderen ook, in Den Haag. En dat doen wij op twee plekken, vanuit de industrie, vanuit Economie doen we dat vooral met de vier gemeenten die daarvoor aan de lat staan. En dat zijn Hoogeveen en Coevorden , Hardenberg en Emmen in dit gebied. En we doen dat ook als brug naar het westen met de Regio Zwolle.
En dat is een NOVEX-gebied, is ook aangemerkt als NOVEX-gebied. En dat betekent ook dat we van daaruit op de deur kunnen kloppen bij het Rijk, maar ook in Brussel. En ik denk dat dat heel waardevol is, met de grote opgaven die wij kennen, ook in ons gebied en de geldstromen die we daarvoor nodig zijn en die we daarvoor ook gaan vragen en ook al gevraagd hebben. En de relatie daarin met IBDO is niet helemaal, denk ik, feitelijk juist, want Economie is niet IBDO. Het programma is ook niet IBDO. Economie, dat zijn onze ondernemers. En daar draait het om. En dat betekent dat in de dubbeling, die misschien verondersteld zou kunnen worden, dat de Kennispoort Zwolle heel goed samenwerkt met IBDO, daar ook afstemming over heeft. En dat betekent dat wij, en zo is het ook al opgeschreven, ook in het raadsvoorstel, dat wij proberen goed te kijken naar waar overlap zit en waar niet. Ook reden dat we gezegd hebben, die arbeidsmarkt, waar mijn collega Westendorp straks even op terugkomt, dat we die niet pakken, omdat wij niet tot die arbeidsmarkt Regio Zwolle behoren. En dat betekent ook dat daar de geldstromen niet zitten. We zijn overigens de tweede kern in de Regio Zwolle. De voorzitter: Mijnheer Zwiers, wilt u even wachten, want ik zie dat mijnheer Van Eck daarop wil reageren. Dan doen we dat direct maar. De heer Van Eck: Ik heb geen inhoudelijke reactie hoor.
Het is een duidelijk verhaal. Maar u gebruikt de afkorting IBDO. En misschien dat niet iedereen die kent. Die staat voor. Ik Ben Drents Ondernemer. Het programma van de provincie, wat ik noemde in mijn bijdrage. De voorzitter: Mooie toelichting. Gaat uw gang. Gaat u verder, mijnheer Zwiers.
De heer Zwiers: Wij zijn de tweede kern en wij worden echt wel serieus genomen in de Regio Zwolle. Betekent ook dat wij zelf initiatief nemen aan de tafels waar wij voor gaan. En we hebben ook geschetst waar we voor gaan. En dat hebben we bewust gedaan, omdat we denken en ook eigenlijk weten, dat past bij Hoogeveen. Dat past bij bijvoorbeeld het economisch focusdocument, maar dat past ook bij de andere domeinen, bijvoorbeeld bij mobiliteit. En zo hebben we keuzes gemaakt waar wij op in willen zetten. Daarnaast hebben we natuurlijk het lobbytraject, waar ook gewag van wordt gemaakt. Dat is voor ons ook heel erg belangrijk om de grotere opgaven, die wat verder in de toekomst liggen, te kunnen realiseren. Ik denk dat dat met de kracht die wij hebben, ook als SWO, de ondersteuning die we daar hebben van twee gemeenten, maar ook de omvang, de schaalgrootte van onze gemeente, dat wij echt een serieuze partij zijn. En we willen ook daarbij aansluiten. Het is ook goed voor Hoogeveen, want Hoogeveen heeft de ambitie om belangrijk te willen zijn in de regio. Daar moeten wij ook voor willen staan en daar moeten we ook trots op willen zijn, denk ik. Dan kijken, volgens mij waren dat de vragen zo ongeveer die ik zou kunnen beantwoorden. De voorzitter: Dat dacht ik ook. Ik dacht, volgens mij zijn dat de vragen. Zijn er nog een aantal reacties van de heer Reneman en van mijnheer Loohuis.
Ik weet niet wie er als eerste komt? Mijnheer Loohuis, gaat uw gang. De heer Loohuis: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp heel goed, moet ik zeggen, dat als je aan dit soort grote verbanden, want de aantallen werden genoemd, gaat beginnen en dat je die samenwerking daarin opzoekt en dat dat uitbreidt, omdat het succesvol is gebleken, want dat moeten we wel met elkaar zien van een wat los verband naar een elkaar op een aantal inhoudelijke thema's aanspreken en de doorstart nu maken om het ook echt met een goede lobbystrategie, communicatiestrategie verder te brengen naar andere overheden toe, dat dat tijd kost en lastig is om daar direct het voordeel van te zien. En dat hebben we wel vaker met elkaar hier besproken. En ik begrijp ook heel goed, en daar moeten we ook in een college, denk ik, nog eens even goed in spiegelen van, hoe brengen we die stappen die we daarin zitten, maar ook met de concreetheid van de acties die daarbij horen, ook wat dichter bij de raad. En dan kom ik ook tegelijkertijd op het pleidooi van de heer Kramer.
Want ik kan me heel goed voorstellen dat als je in een klankbordgroep zit, daar zit hij niet namens zichzelf in, daar zit hij namens onze raad in, dat hij op dit moment nog zoekende is van, hoe ga ik daar invulling aan geven? En ik denk ook dat wij als college moeten zeggen, wij willen graag ook daar in sparrende zin met hem over praten, over hoe kun je die rol op een goede manier ook voor deze raad vervullen? Niet alleen als haler, maar ook als brenger van zaken die de raad belangrijk vindt en inbrengt. En hoe doe je dat dan? Want wij hebben een heel apparaat achter ons staan. En de heer Kramer, je wil hem geen complex aanpraten uiteraard voorzitter, maar hij is wel in zijn eentje in dat verhaal. En hij moet wel de steun ook kunnen ervaren van college en raad, ook van het hele gemeentebestuur. Hem daarin faciliteren, is wel een hele belangrijke. Zo heb ik zijn roep ook maar even begrepen. En dat moet ook echt gebeuren, want daar zit wel de kans in om de invloed van de raad bij Regio Zwolle levendig te houden. Dat is ook een onze taak. De voorzitter: Mag ik u even onderbreken, de heer Loohuis. Ik begrijp dat u nu een toezegging doet aan de heer Kramer. Dan hebben we dat ook helder. Dat hij meer steun krijgt, ook vanuit zijn rol als klankbord.
De heer Loohuis: Ik denk dat het verstandig is dat wij met elkaar in ieder geval om tafel gaan zitten om te kijken, hoe kunnen we inhoud geven aan de rol die de heer Kramer vervult namens de raad. Natuurlijk mag iedereen daarbij zitten die dat wil. Ik vind het prima. Maar hij heeft daar een specifieke taak. En ik heb zijn betoog mede begrepen als een soort van roep van, niet meteen helpen, maar wel van, ik wil daar serieus werk van maken en daar heb ik wel wat voor nodig. Maar laten we dat verkennen. En hoe we dat op die manier kunnen doen. Want het is wel waardevol dat zo'n vertegenwoordiger in die klankbordgroep zit. Want daar zitten meer leden van raden uit de Regio Zwolle in. En tegen de heer Van Eck, het was niet zozeer een vraag
die hij stelde, maar hij triggerde me wel, niet om ook een gloedvol betoog een wat andere kant op te laten gaan dat het absoluut geen appendix is, want dat heeft de heer Zwiers al goed, denk ik, neergezet. Maar ik zou wel naar dat liedje waar hij net op doelde van de heer Westbroek, hoeft u in de lead zin, die dat liedje heeft, maar één letter toe te voegen en dat is hoe wij tegenover de Regio Zwolle staan. Namelijk de letter G. En die moet je voor een zetten, want vriendschap is geen illusie. En het kost inderdaad tijd om zo'n band met elkaar op te bouwen. En daar zijn we ook op dit moment volop mee bezig, wat dat betreft. En de vraag voor meetbare resultaten. En ik ga nu niet een aantal voorbeelden noemen, want daar gaat het vanavond direct niet om, maar er zitten een aantal dingen en zaken in, als het gaat om mobiliteit, daar zal misschien ook de heer Zwiers niet over kunnen zeggen, maar ook op het gebied van lobbyactiviteiten, die de gemeente Hoogeveen ook in het kader van de overloop van de woningbouwgebieden, waar de heer Zwiers al op duidde. Er zijn echt een aantal dingen, als we daar niet bij hadden gezeten, hadden we niet de middelen gehad en niet de ingangen gehad die we nu hebben. Laatste opmerking, voorzitter. Dat merk ik echt, de Regio Zwolle is een begrip geworden.
En niet zozeer hier, want dat was hij al, maar juist waar vaak de deals worden gemaakt, bij de ministeries en bij het Rijk. En dat moet je niet onderschatten wat dat voor waarde heeft. Dat is niet meetbaar direct. Kan ik geen geld aan koppelen meteen direct, maar het is het is er wel. En dat vehikel moeten we absoluut in de gaten houden, dat we daar wel bij blijven betrokken. Niet als appendix, maar ook als brenger. Want ik weet niet wie die opmerking maakte, volgens mij was het mevrouw Rutgers dat ook, wat heeft Hoogeveen ook te bieden? Dat moet je nadrukkelijker nog meenemen. Dat was mijn inbreng, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan voor we naar mijnheer Reneman gaan, denk ik dat het ook goed is dat we even nog luisteren naar dat punt van de arbeidsmarktregio. Daar zou de heer Westendorp ook nog op reageren. Dan pakken we daarna tot slot het financiële, volgens mij. Is dat oké? En Jan heeft ook nog een ... Of mijnheer Zwiers heeft ook nog een opmerking. De heer Zwiers: Voorzitter, misschien wel goed. Ook mobiliteit kwam nog even aan de orde en zouden we graag wethouder Bisschop het woord ... De voorzitter: Is goed. Gaan we eerst luisteren naar mijnheer Westendorp. Gaat uw gang. De heer Westendorp: Voorzitter, dank u wel. De heer Zwiers, mijn collega, zei het net ook al, eigenlijk heeft het college weloverwogen gekozen om niet mee te doen op het thema Arbeidsmarkt.
En mevrouw Rutgers heeft wel een terechte constatering daarop, namelijk dat de huidige arbeidsmarkt heel erg dynamisch is en eigenlijk sprake is van een structurele krapte. Dat ook een beetje vraagt om een onorthodoxe benadering. Zo interpreteer ik een beetje haar woorden. Maar toch heeft het college die weloverwogen keus gemaakt. En dat is eigenlijk vanwege het feit dat we zien dat alle financiering, maar ook alle dienstverlening die we op dit moment inzetten richting onze inwoners, als het gaat om werkgeversdienstverlening, maar ook als het gaat om de projecten die we in de arbeidsmarktregio opzetten als het gaat om jeugdwerkeloosheid, dat we dat juist met die partners doen en dat het Rijk ook denkt vanuit de regionale werkcentra in de arbeidsmarktregio's. Hier kiezen we weloverwogen voor. Maar het college onderschrijft echt wel dat de huidige arbeidsmarkt vraagt om nieuwe denkwijzen, nieuwe patronen om te zorgen dat iedereen zo goed mogelijk mee blijft doen en de werkgevers vooruit kunnen. De voorzitter: Dank u wel voor dat antwoord. En dan kijk je naar mijnheer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het goed is dat de heer en Reneman het financiële vlak mooi afsluit. Ik wil toch iets vertellen over de mobiliteit. Aan die tafel zitten wij ook. Zitten we ook heel sterk trouwens, als Hoogeveen.
We zijn ook een van de trekkers op het lobbyproject Bestaand Spoor. En ik moet
zeggen dat we daar best ook al resultaten ... Het is niet om, wat de heer Loohuis ook al zei van, op de borsten kloppen om voorbeelden te noemen. Maar daar hebben we resultaten bereikt. We hebben ook resultaten bereikt in het stationsgebied en de ontwikkeling naar het stadscentrum toe, om de infrastructuur hier in Hoogeveen op een beter niveau dan te brengen, rondom de woningbouw die gepland staat hier. En dat zijn wel zaken die wij niet alleen hadden kunnen doen. Die wij niet alleen als Hoogeveen voor elkaar hadden gekregen. Dat zijn wel voorbeelden die wij als Hoogeveen binnen het samenwerkingsverband Regio Zwolle voor elkaar hebben gekregen. En daar zijn wij geen appendix, absoluut niet. In het lobbydossier zijn wij ook geen appendix, zijn we trekker, laten we ons zien en maken we deel uit van de gemeenschap Regio Zwolle. En dat is belangrijk. Is niet alleen vriendschap, gemeenschap, familie, alles hoort daarbij. En daar hebben wij gewoon als Hoogeveen ook in de verbindende karakter richting ook Zuidoost Drenthe, wat Jan ook al benoemde. Want daar zitten ook heel veel infrastructurele vraagstukken tussen. Hebben we ook een hele belangrijke rol te vervullen. Dat wilde ik gewoon even nog toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Bedankt, mijnheer Bisschop. En dan luisteren we naar het antwoord op die vragen rond het integrale opnemen van de financiële gevolgen. De heer Reneman.
De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Na al deze mooie woorden is het wel een beetje saai om het over het geld te hebben en de P&C-cyclus, voorzitter. Maar het is even wat het is. Maar mevrouw Koekoek heeft gelijk. Als u dit besluit neemt, dan komt er een onvermijdelijke uitgave naar de begroting toe. Dat moeten we ook niet te vaak doen, want we willen natuurlijk alles gewoon opgeteld en afgetrokken hebben, op het moment dat u een besluit neemt over het geld. Maar in sommige gevallen is het onvermijdelijk, want dit besluit moet eerder vallen en daarmee krijg je een onvermijdelijke uitgave. Hij staat nog wel als pro-memorie opgenomen in de Kadernota. Het is ook een aangekondigde post in de begroting. En wat we bedoelen dan met de integrale afweging, is dat je dan de gevolgen van deze onvermijdelijke uitgave neemt in de integrale afweging. Die neem je niet nu, want anders zou je nu alle uitgaven die je nu al kan voorzien erbij moeten doen en de begrotingswijziging moeten doen. En zo is die formulering bedoeld. Misschien dat dat de duidelijkheid versterkt. Maar het is zeker zo, als u dit besluit genomen heeft, komen we er niet meer op terug bij de begroting. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Reneman. Ik kijk nu naar deze debattafel. En zijn er nog aanvullende vragen op basis van de reacties van het college? De heer Van Dijk van de ChristenUnie.
De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ik weet even niet precies welke wethouder ik nu moet aanspreken, maar ik doe maar het college even in het algemeen. Uw enthousiasme over de Regio Zwolle is mij volkomen duidelijk, dat het echt goed is dat we hier als Hoogeveen aan meedoen. Ik wil het heel graag geloven, maar het lukt me nog niet zo goed. En dat komt volgens mij door een soort muur van begrippen die daar nog even tussen staat , aanjagen, verbinden, tafelpartners. En dat heeft voor u in de dagelijkse praktijk een betekenis. En ik heb daar niet zoveel beeld bij. Ik hoop eigenlijk dat u een toezegging kan doen om ons daar eens een keer over te informeren en dat dan een beetje in te kleuren. Hoe ziet dat er concreet uit wat we daarin hebben? En volgens mij zijn daar allerlei voorbeelden van te noemen. Maar als ik dan voor de fractie van de ChristenUnie spreek, krijgen we daar een beetje gevoel bij. Dat zou wel helpen. De voorzitter: Er wordt gevraagd naar iets meer gevoel in de raad bij de Regio Zwolle. Mijnheer Zwiers. De heer Zwiers: Als die behoefte er bij de raad is, dan gaan wij daar uiteraard in voorzien.
De voorzitter: Dank u wel. Dan een reactie van mijnheer Vos nog, ook op reactie van het college nog, want we zitten nog in de eerste termijn. De heer Vos: Jazeker. Want er werd natuurlijk ... Er wordt heel positief over de regio gesproken. En op korte termijn zal het zeker wel meer in het verband met samenwerking en zo werken. Maar mijn vraag aan het college is, waar staan jullie zelf wanneer de Regio Zwolle steeds meer impact waarschijnlijk gaat krijgen, ook op andere besluitstaken die wij hier in de gemeente ... Want het is een orgaan wat alleen maar zal gaan groeien. Tot waar is genoeg? Tot waar wil het college zelf de autonomie houden over begrippen? De voorzitter: Dat is nog een aanvullende vraag eigenlijk die u nu inbrengt. Dat als laatste van deze ronde. Mijnheer Zwiers. De heer Zwiers: Ik zou graag een aftrap willen doen, maar het wordt waarschijnlijk straks nog even aangevuld. Waar wil je staan? Wat we doen, is keuzes maken wat goed is voor Hoogeveen en goed is voor onze regiofunctie, die wij willen zijn. Goed is voor onze inwoners. Want daar hebben wij een nadrukkelijke verantwoordelijkheid in. Onze identiteit willen we daarin behouden. En dat staat ook wel beschreven in het raadsvoorstel, want wij willen zelf aan het roer blijven. Wij hebben ook de keuze om deel te nemen aan de Regio Zwolle. Het is geen verplichting om deel te nemen aan de Regio Zwolle.
We hebben ook de keuze gemaakt om aan bijvoorbeeld de Human Capital Agenda Regio Zwolle niet deel te nemen, want daar wordt wel opgeleid en misschien komen die mensen ook wel hiernaartoe, maar wij doen dat in een ander gebied. Wij maken daarin zelfstandige keuzes, samen met u als raad, want daar hechten wij veel waarde aan. Dat is eigenlijk wat ik daarover kwijt wil. Het is niet zo dat wij per definitie vinden dat het steeds moet groeien. Wij kijken naar, wat levert het op, wat levert het de regio op, wat levert het onze inwoners op? De voorzitter: En dan is er nog een aanvulling van het college? Ja. De heer Loohuis als laatste daarin, als antwoord op de vraag van Forum. De heer Loohuis: Ik probeer even door te denken waar de heer Vos ook zijn betoog op stoelt. En dat zit vooral in het feit van, wij geven te veel invloed weg aan een orgaan. Dat maakt niet uit welke dit even is. Hier gaat het over de Regio Zwolle .Waarbij je straks geen enkele invloed meer hebt en in feite je eigen identiteit of je lokale identiteit, u heeft daar een ander woord voor gebruikt, verliest. Het is juist andersom geweest. Echt oprecht andersom geweest van, wat heeft Hoogeveen nodig? Waar kunnen we onze doelen het beste bij gebruiken? En ik geef eerlijk toe tien, twaalf, dertien, vijftien jaar geleden hadden wij hier gevoeld, dat gaan we allemaal zelf doen, dat doen we allemaal zelf.
We gaan zelf dit regelen, zelf dat regelen. En voor een deel had het ook best gekund. En laten we daar heel eerlijk in zijn. Maar op heel veel van die terreinen die wij verder ontwikkeld hebben, komen we tot de conclusie dat je daar partners voor nodig hebt. En dat je daar met die partners overlegt hoe je dat voor elkaar kunt krijgen. Het is juist vanuit die lokale identiteit, die kracht, dat wij gezegd hebben, we gaan de regionale samenwerking zoeken. En niet andersom dat wij ... En daar moet je wel voor waken. En daar vinden we elkaar, denk ik, wel. Dat dan een regionaal verband zo wordt gegroeid of zo in regels wordt gezet of verordeningen, hoe je het ook wil noemen, dat je vervolgens geen enkele keuze meer hebt dat als daar wordt gezegd A, dat het hier A moet zijn. Juist de Regio Zwolle heeft daar niet voor gekozen, omdat ze, ik noem het toch nog maar even, de heer Van Eck, ik moet het toch even noemen, netwerkorganisatie is en niet een GR. Daar is heel bewust voor gekozen. Juist dit is een slecht voorbeeld, vind ik. Als u zegt, dit wordt een orgaan dat ons gaat overheersen en de lokale identiteit laat verliezen. Dat wilde ik er nog wel aan toevoegen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Loohuis. Ik wil eigenlijk naar de tweede ronde toe, want ik denk dat er heel wat antwoorden al vanuit het college zijn gegeven. En ik wil kijken wat ... Ik zie uw vinger, mijnheer Vos. Ik geef u direct ook wel het eerste het punt, want u hebt ... Ik wil naar de debatronde toe. En in die debatronde hebt u een aantal punten aangegeven. En ik wil eigenlijk proberen om die te gaan samenvatten in de zin van, er zit een spanning, zegt u, tussen aan de ene kant de lokaliteit opgeven en aan de andere kant moeten we ook zelf invloed uitoefenen. Die spanning. Ik wil eigenlijk van uw vragen, kunt u daar één debatpunt van maken? Ook gezien de antwoorden van het college. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat is voor het debat ook makkelijker namelijk. De heer Vos: Dat kan ik inderdaad. Ik wilde nog heel even op de heer Loohuis ingaan. De vraag, kunt u daar ook een toezegging voor doen? Dat in de toekomst de organisatie zich niet zo zal gaan verhouden ten opzichte van ons, dat ze ons inderdaad zullen overheersen? De voorzitter: Mijnheer Loohuis nog. Het wordt geen Gemeenschappelijke Regeling. Dat is eigenlijk de vraag, geloof ik. De heer Loohuis: Nooit, nooit. Ik zeg nooit dingen dat er in de toekomst nooit iets zal gebeuren.
Maar wat dit betreft, ik kan wel iets zeggen over de insteek van het college, hoe wij daar instaan en hoe we dat voelen. En wij willen graag ruimte houden en dat hebben we ook aangegeven. Dat is ook bij alle andere gemeenten niet anders dan bij ons hoor. Ik bedoel, wij zijn geen unicum in dat verhaal. Daartoe hebben we gezegd, de lokale inbreng moet altijd gegarandeerd zijn. En dat is wat ik kan toezeggen. En u bent erbij om mij daarop te controleren en mijn collega's zijn ... Als een van ons dit zal gaan vertonen, dat soort gedrag, dan gaan we absoluut correcties toepassen. Doen we intern, maar dat zult u dan ook doen, als dat zover is. Het blijft wel, en dat zeg ik als laatste voorzitter, dat wij altijd in die zin een interpretatieverschil kunnen houden, maar daar hebben we het dan over. De voorzitter: Die toezegging hebt u nu gehoord, mijnheer Vos. En ik zie nog een dwingende hand van mijnheer Zwiers. U bent het ermee eens. Dat is helemaal geweldig. Dan sluiten we dit stuk echt af. En dan gaan we nu echt naar het debatpunt. En mijnheer Vos, kunt u uw debatpunt in één zin samenvatten, dan is dat voor het gesprekje makkelijker. De heer Vos: Dan wordt het een zin met veel komma's, denk ik. Maar ik ga het proberen. Zeker.
Mijn belangrijkste debatpunt is eigenlijk het centrale thema wat wij proberen op tafel te krijgen van, je kan altijd een samenwerking aangaan, maar er zit altijd een uitruil tussen lokale identiteit en samenwerking. En ook met de doelen die opgesteld, dat zie je zeker in de doelen die worden opgesteld, dat zijn niet voor niets VN-doelen waarvoor gekozen zijn. En we zien dat de Regio Zwolle niet voor niets heel veel EU-subsidies opneemt. Die subsidies en die kaders zijn niet voor niets gezet. Dat is met een doel gezet. Dat is een machtsvergaring van die organisaties uiteindelijk. En dat is ook ons hele punt van, je hebt een uitruil tussen lokale identiteit en dan zogenaamd samenwerken op bepaalde punten. Maar tot hoever zouden we daarin mogen gaan? Aan de rest van de partijen. De voorzitter: De vraag naar de grens die u net hebt gesteld aan het college, die stelt u eigenlijk ook aan uw collega's. Wie wil daarop reageren, in de zin van lokale identiteit en samenwerking? Mevrouw Koekoek als eerste.
Mevrouw Koekoek: Voorzitter, het voordeel van de Regio Zwolle is dat het een vrijwillige samenwerking is, die niet van Rijkswege is opgelegd. En bovendien bij Regio Zwolle staat de inhoud centraal in plaats van de vorm. En daarmee heb je als gemeente lokale keuzevrijheid om te zeggen, dit pakket doen we wel, dit pakket doen we niet. En dat maakt ook dat wij als CDA best wel enthousiast zijn over Regio Zwolle. U refereert naar de SDG-doelen. Daar staan wij als CDA achter. Maar u refereert ook naar de EU. En juist de subsidiestromen van de EU zijn gericht op regio samenwerkingsverband. In die zin is het vrij logisch dat we op dat niveau samenwerken met elkaar binnen de regio, zodat we ook zo effectief mogelijk financiële middelen binnen kunnen halen. De voorzitter: U wilt erop reageren, mijnheer Vos? De heer Vos: Ja. Dank u wel. Op het punt over de EU-subsidies. Dat is juist, de subsidies worden met het doel verstrekt om homogenisering binnen de EU te krijgen van economische standaarden. Dat betekent niet alleen aan de ene kant dat de arme landen rijker worden, maar betekent uiteindelijk ook dat de rijke landen meer geld aan de arme landen moeten geven. Dat de rijke landen armer worden. En dat is ook het hele punt van die STG-agenda van, wij kunnen dit allemaal wel heel mooi hier gaan vinden, maar uiteindelijk is dat wij moeten gaan betalen voor de rest van de wereld.
De voorzitter: Wie wil nog meer reageren op mijnheer Vos? Mijnheer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ik constateer dat u een soort glijdende schaal voor zich ziet met uitruil tussen lokaal en regio. Ik zou weleens een heel concreet voorbeeld van willen horen van zo'n uitruil die negatief voor ons uitpakt, die u zo ziet binnen de Regio Zwolle of in de meerjarige agenda. De voorzitter: Hebt u dat voorbeeld? De heer Vos: Dat heb ik. Ik kan zeker zeggen, het probleem is dat de algemene SDG-agenda niet alleen in de Regio Zwolle zit. De zaak is dat er gewoon steeds meer verschillende verbanden worden aangegaan, die los van de los van de directe raadscontrole staan. En dat die verbanden gewoon beleid gaan maken. Dat zijn ideologische keuzes die worden gemaakt. Maar omdat het daar vorm krijgt in dat soort organisaties, hebben wij daar niet direct wat over te zeggen. Mevrouw Koekoek: Ik wil dat toch wel wat nuanceren, want we zitten hier zelf vanavond te besluiten, althans over een paar weken gaan we hem vaststellen. En juist door deze strategische agenda vast te stellen als raad, wat in het verleden niet gedaan werd bij de Regio Zwolle, geven wij als raden volgens mij zijn er 22 gemeentes die meedoen aan de Regio Zwolle, geven wij onze kaders aan wat wij willen bereiken voor onze regio.
In die zin bepaalt niet de Regio Zwolle, maar bepalen uiteindelijk de gemeenteraad wat de kaders worden voor de Regio Zwolle. De voorzitter: Ik wil even kijken of anderen nog willen reageren op het debatpunt van mijnheer Vos. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter. Ik deel het standpunt van het CDA in deze. Ik kan helemaal die bijdrage volgen. Wij zijn niet bang voor een glijdende schaal. Juist in zo'n samenwerking als Regio Zwolle kun je vanuit je eigen identiteit en kracht kijken hoe je dat kan versterken in plaats van kan verzwakken. Wij vinden juist een samenwerking als Regio Zwolle essentieel. De voorzitter: Bedankt, mevrouw Rutgers. Mijnheer Van der Sleen en mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Sleen: Ik had gezegd dat ik niet aan dit debat zou willen meedoen als Gemeentebelangen, maar ik wil toch wel even aanhaken. Want ik zie ook nog een ander voordeel als de Regio Zwolle hier met name Hoogeveen ... We hebben natuurlijk ook een achterland hier liggen. En dat kan ook een mooie aanzuigende werking hebben, bijvoorbeeld Midden-Drenthe. Die zou ook kunnen profiteren van de voordelen van de Regio Zwolle. Dat wilde ik even opmerken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Toch ook een reactie op wat de heer vos net inbrengt. En ik vraag me daarbij wel af of je het daarmee niet onnodig vergroot door het heel mondiaal te maken en er een mondiaal probleem van te maken, terwijl je juist inzet op versterking van je lokale items en beleidsvraagstukken. Ik bedoel, als je armoede terugbrengt naar bijvoorbeeld armoedebestrijding in Hoogeveen, wordt hij al veel vatbaarder. Als je het terugbrengt naar de vraag van, maar wat zou er überhaupt op tegen zijn om iets aan armoedebestrijding te doen, wordt hij al veel vatbaarder. Daar zit voor mij wel de uitdaging ook in die regio dat ik denk van, waar versterk je elkaar daar ten gunste van onze inwoners in Hoogeveen. Ik ben wat dat betreft redelijk gerustgesteld door ... En er blijven altijd vragen over.
Maar ik ben redelijk gerustgesteld door de antwoorden die het college heeft gegeven in die zin van, daar waken we ook voor en daar letten we op. En dan is het aan de raad om daar ook hun controlerende rol uit te oefenen. Ik zie niet dat hele grote mondiale verband op het moment dat je nu spreekt over een versterking van regionale samenwerking. Tot zover even. Dank u wel. De voorzitter: Er zijn een aantal collega's die gereageerd hebben op uw debatpunt. U kunt misschien nu naar een afronding toe voor uw inbreng. De heer Vos. De heer Vos: Ik wilde graag nog even op de heer Van der Meer reageren. Ik denk dat we dit al heel erg goed zien in de taal die gebruikt wordt in het rapport. De heer Van Dijk had het er net al helemaal over, over allemaal vage Engelse technocratische termen. Dat kunnen wij toch helemaal nooit toepassen op onze lokale samenleving. En dat is die homogenisering van standaard. Alles wordt op een technocratische manier aangezwengeld. Het is totaal los van de realiteit afgedaan. Het is een theoretische werkelijkheid die ontstaat. En het heeft niks meer met het lokale te maken waarvoor onze gemeente zou moeten staan eigenlijk. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Er zijn nog drie collega’s die erop reageren en dan sluiten we echt dit punt af. Mevrouw Koekoek en dan mijnheer Kramer en dan mijnheer Van Dijk. Mevrouw Koekoek: Dan heb ik een vraag aan de heer Vos.
Want als ik goed naar uw betoog van zojuist luisterde, dan zou je ook de conclusie kunnen trekken dat u tegen iedere vorm van regionale samenwerking bent, omdat het ten koste gaat van de lokale identiteit. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Vos. De heer Vos: Zeker wanneer er heel veel partijen bij betrokken zijn. Je kan best wel tussen bepaalde gemeentes ... Maar dan vanuit onze gemeente ten opzichte van de andere gemeenten en niet in grotere samenwerkingsverbanden, want dat behartigt nooit je eigen belang op een goede manier. De voorzitter: Mijnheer Kramer.
De heer Kramer: Dank je wel. Ik zie het echt wel dat we lokaal blijven, met de hulp van een Regio Zwolle. Als we kijken nu naar de grens, dat is tot Amersfoort. Dat schuift steeds verder op, bedrijvigheid. Hoogeveen is een knooppunt, het zorgt ook voor een stukje bedrijvigheid en een stukje werkgelegenheid voor Hoogeveen. Ik denk dat we het echt wel lokaal kunnen houden hier in Hoogeveen. Kijkend naar de moeilijke woorden die in de rapporten worden gebruikt en ik kijk naar het betoog van u, dan denk ik ook weleens bij mezelf van, weet je, waar zijn dan de moeilijke woorden en wie gebruikt die moeilijke woorden? Ik denk dat we zelf er ook wel een handje van hebben. Maar in de rapporten ook gewoon duidelijke doelen, die helder zijn en concreet zijn, die van toepassing zijn op onze eigen gemeente. En ik denk dat we daar met de samenwerking heel veel uit kunnen halen voor onze eigen lokaliteit. De voorzitter: Mijnheer Van Dijk, wilt u nog reageren op mijnheer Vos? En dan sluiten we dit debatpunt. En dan mijnheer Van der Meer nog en dan gaan we echt afsluiten. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ik constateer dat u een soort grens trekt, een bepaald aantal gemeentes waarmee je nog wel zinvol kan samenwerken en op een gegeven moment ook weer niet. Regio Zwolle valt dan kennelijk in de categorie niet.