CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Raadsavond 8 juni 2023, gemeente Hoogeveen33.451 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

62 alinea's met “debat”: 5 6 8 9 10 11 14 17 18 19 24 29 35 36 39 41 47 51 52 54 55 58 60 61 62 64 67 68 69 74 75 77 78 84 90 91 100 114 118 119 …

Dat betekent eigenlijk dat daar waar die tien procent doorgetrokken had kunnen worden of misschien ook wel had moeten worden, dat dat niet gebeurd is, omdat wij met die gedachte hebben gespeeld van vestzak-broekzak. Meer wil ik daar ook niet van maken. Dat is zoals wij hem behandeld hebben. Maar u heeft een terecht punt in de constatering. Dat is feitelijk juist. Als het gaat om hoe serieus wij gekeken hebben naar de scenario's, dan denk ik van, daar hebben wij echt heel serieus naar gekeken. We zijn begonnen met een Europese aanbesteding. We hebben daarna vier scenario's benoemd. Die scenario's zijn ook allen uitgewerkt, in de zin van, op het moment dat wij zagen ook, onze extern adviseur die dat heeft onderzocht, dat dat geen haalbare route is, dan moet je op een gegeven moment ook de keuze maken, wat is haalbaar en wat niet haalbaar? Daar staan wij voor als bestuur, maar daar staan we ook als college voor om dat te constateren. En we gaan u geen, heb ik de vorige keer ook gezegd, zaken voorleggen die niet haalbaar zijn. En we hebben een duidelijke keuze gemaakt. En we hebben dat ook geïnventariseerd binnen onze eigen organisatie van, of bijvoorbeeld de werkzaamheden hier in dit huis uitgevoerd zouden kunnen worden, specifiek voor Hoogeveen. Dat is niet mogelijk, hebben wij geconstateerd. Dan leggen wij u ook die optie niet voor.

De opties die we u wel voorgelegd hebben, die zijn serieus. Maar de opties die wij niet voorleggen, die zijn ook heel serieus bekeken. Daar hebben we een externe adviseur aan laten werken en dat hebben we u ook uitgelegd, volgens mij. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording en de toelichting. Ik kijk even naar de indiener van de vraag, of de vraag in voldoende mate beantwoord is en of er nog ruimte is of mogelijkheid voor debat op dit punt? Mevrouw Koekoek: Ik wil nog wel hierover in debat met de rest van de raad. De plaatsvervangend voorzitter: En ik kijk ook even naar mevrouw Pullen, of haar punt met betrekking tot de tien procent in voldoende mate door het college is beantwoord en ook nog behoefte is aan het debat erover te voeren? Mevrouw Pullen-Muis: Ik heb gehoord dat de wethouder zei dat wij een terecht punt hebben. Ik hoor ook de reacties ... Ik proef een beetje de reacties in de raad dat er best wel misschien draagvlak is om daar een amendement voor op te gaan stellen en daarin de zienswijze mee te geven aan het DB en het AB van de GKB. En Jannie zal zeker blijven worden geholpen. Daar blijf ik zeker ook wel van overtuigd, maar het moet wel eerlijk zijn vanuit het verleden en naar de toekomst toe. En ik denk dat we ... Ik ga gewoon aan de slag met dit amendement de komende tijd. En daar kom ik op terug met de volgende vergadering.

Ik hoef er niet meer

verder over te debatteren, mits anderen nog roepen van ... En anders meld je bij mij. Dat kan je ook zeggen. Dan doen we het samen. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van der Meer, u wil nog wat toevoegen. De heer Van der Meer: Een korte toevoeging. Want ik had min of meer als vraag gesteld ook van, waar komt die tien procent vandaan als u weet dat zo’n regeling, wat ik zei, op sterven na dood is? Als dat mogelijk is in tweede termijn, zou ik daar toch nog wel graag een reactie van het college op willen hebben. De plaatsvervangend voorzitter: Aanvullende vraag richting college. De heer Zwiers voor de beantwoording. De heer Zwiers: En dan gaat het met name of de tien procent stijging naast de indexering. Die tien procent is de risicokorting die je als GR-lid hebt. En dat is contractueel zo afgesproken in de regeling. De plaatsvervangend voorzitter: Voldoende beantwoord, heer Van der Meer? De heer Van der Meer: Excuses. Dat is dan afgesproken in de regeling. Maar ik vind hem wat vreemd. Op het moment dat een regeling onder druk komt te staan in verband met vervreemding of vermarkting, dat je hem dan ook doorvoert. Want wat is daar dan een achterliggende gedachte bij? Is dat om een probleem op te lossen ten aanzien van die vermarkting of die vervreemding? Of is dat toch die extra impuls die nog nodig is voor dat laatste jaar? Daar ben ik een beetje naar op zoek.

De plaatsvervangend voorzitter: Wilt u daar nog op reageren, heer Zwiers, of wilt u het aan de raad laten om daar nog over te debatteren? De heer Zwiers: Wat je krijgt, is een meer zuivere tarifering op het moment dat je het als commerciële activiteit ziet en de tarieven die wij in het toekomst ook zouden moeten betalen. Want dan hebben wij net zomin korting als de DVO-gemeenten nu. Er zit ook een verschil in die tarifering tussen de DVO-gemeenten en de GR-gemeenten. En dat verschil is het risico wat wij dragen voor de exploitatietekorten die er zouden kunnen ontstaan en ook zijn ontstaan. En op het moment dat je daarin die afspraak maakt, dat je daarin aanvankelijk minder betaalt, dan betekent dat dat dat de vergoeding is voor het nemen van risico's. En zo is hij ook aanvankelijk bedoeld. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie de heer van mijnheer Van der Meer knikken dat hij het helemaal begrijpt, maar mevrouw Pullen heeft nog een opmerking. De heer Van der Meer: Maar ik snap het niet. De plaatsvervangend voorzitter: Voor het debat toch nog of richting college? Mevrouw Pullen-Muis: Even ter voorbereiding op waar ik mee bezig ga de komende tijd. Maar ik heb begrepen in het overleg op 6 juni dat met name Hoogeveen en Meppel, laat ik die twee concrete gemeenten noemen, dat daar in het voorliggend veld met de GKB hier lokaal al heel veel gebeurt.

Het is in ieder geval mij onbekend hoe dat zit bij de DVO-gemeentes. Dan denk ik van, wij doen al heel veel op dat punt. Daar zit ook een soort ongelijkheid in, maar daar heb ik geen beeld bij. Misschien kan wethouder daar nog een korte toelichting op geven. De plaatsvervangend voorzitter: Laatste vraag richting wethouder, want dan gaan we even het debat voeren.

De heer Zwiers: Ik denk dat dat op zich niet relevant is, want de DVO-gemeenten betalen gewoon P maal Q. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Koekoek, CDA. Mevrouw Koekoek: Voorzitter, ik heb ook nog even een aanvullende vraag. In hoeverre speelt het mee om deze boekhoudkundige kunststof truc, hoe je het ook wil noemen, mee met het feit dat de GKB binnenkort op de markt wordt gezet. Is het de bedoeling om daarmee een beetje de GKB gunstig in de markt te zetten? De plaatsvervangend voorzitter: Ik had gezegd laatste vraag aan de wethouder, maar ik denk dat je deze wel kan beantwoorden. De heer Zwiers: Ik denk dat we er meer bij gebaad zijn dat we iets feitelijk weergeven, zoals het is. Maar we moeten wel, heb ik net zojuist ook betoogd, de regeling respecteren. Overigens is het niet zo dat als je iets in de markt zet, dat wij dan de feitelijke juistheid bepalen, want dan komt er al gewoon een due diligence van de partij die overneemt. En die zal ook hiernaar kijken. Het heeft niet zoveel zin om dingen in te kleuren, iets rooskleuriger te maken. Dat zijn wij zeker niet van plan. Wij willen alleen zorgen dat het feitelijk juist weergegeven wordt. Dat is de intentie De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid.

En verder stel ik voor dat aanvullende vragen schriftelijk nog gesteld worden aan het college, ter voorbereiding op de besluitvorming over twee weken. Mevrouw Schonewille: Voorzitter, ik wilde ook geen aanvullende vragen stellen. Ik wilde eigenlijk reageren op de debatpunten die waren ingebracht. De plaatsvervangend voorzitter: Dat kan ook, maar eerst wil ik dan mevrouw Koekoek even de gelegenheid geven om het debatpunt, wat door haar is ingebracht, in te brengen en nader toe te lichten. Mevrouw Koekoek: Voorzitter, er zijn, dat heeft de wethouder terecht gezegd, drie scenario's onderzocht, mede naar aanleiding van het amendement van vorig jaar. Waar het punt of het pijnpunt zit bij het CDA, is dat in de begroting nu al voorgesorteerd wordt op die verzelfstandiging en de aanbesteding. En dat in de afweging, althans, zo komt de begroting bij ons over, niet serieus gekeken wordt of beoordeeld, in hoeverre het door de gemeentes overgenomen kan worden. En het gevoel bij het CDA is dat er vooral bedrijfseconomisch hiernaar gekeken wordt en niet gekeken wordt naar het publieke belang voor deze doelgroep. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Dank u wel.

Bij de Partij van de Arbeid staan we daar eigenlijk wel redelijk hetzelfde in, in die zin dat we het ook van belang vinden dat er vooral naar de mens gekeken wordt in plaats naar de economische kant hiervan. Wij hebben ook een beetje het idee dat er nu alvast wat voorgesorteerd wordt op het vermarkten van de GBK in de begroting. We snappen wel dat de haalbaarheid van belang is en dat dat misschien wel het grootste punt is. En we vinden ook wel dat het college daar serieus naar gekeken heeft. Maar dat betekent echter niet dat we bij de Partij van de Arbeid het daar principieel mee eens zijn. En dat is wat anders, denk ik. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Zwiers wil daarop reageren vanuit het college.

De heer Zwiers: Misschien toch even een punt van orde. Want het gaat hier over een begroting. Het gaat hier niet over het vervreemdingstraject. En het vervreemdingstraject is een apart traject, waarin wij met elkaar hebben afgesproken dat u daar van op de hoogte wordt gehouden en dat wij u daar ook in meenemen. En niet alleen de zienswijze aan het eind, maar we hebben ook zelfs afgesproken dat u daar op andere momenten ook in wordt meegenomen. Wij moeten een begroting opstellen. En die begroting moet realistisch zijn. En die begroting is realistisch, want die borduurt voort op het verleden. En dat betekent, even los van de wijziging bovenin in de omzet en onderaan in de bijdrage, waar mevrouw Pullen gewag van heeft gemaakt, dat dit een begroting is die gewoon voortborduurt op wat er is geweest en niet op de toekomst anticipeert. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is iets wat in de vraagstelling van het CDA anders ervaren wordt. Ik wilde mevrouw Koekoek daarover nog even het woord geven. Mevrouw Koekoek: Feitelijk heeft misschien de wethouder gelijk, ware het niet dat deze passage gewoon expliciet in de begroting staat. En ons wordt gevraagd om de hele begroting te beoordelen. Vandaar dat we dit aspect inbrengen. En die twijfel had ik aan het begin wel veel.

Hoort het hier thuis? Maar als het zo expliciet in de begroting 2024 staat, dan voel ik me vrij om daarover het debat aan te gaan. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank je wel, voorzitter. Ik had even nog een vraag aan mevrouw Koekoek. Want zij had het net over Europees aanbesteden en dat dan de raad gewoon veel later daardoor zou geïnformeerd worden. Ik begreep dat even niet goed. Misschien kan ze dat wat toelichten. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Voorzitter, ik heb niet gezegd achteraf geïnformeerd worden, maar achteraf een zienswijze indienen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik kijk even rond of er nog anderen op het debatpunt, ingebracht door het CDA, willen reageren. Op dit moment niet. Dan sluit ik dit punt met betrekt tot de Gemeenschappelijke Kredietbank. En dan draag ik de stoel over aan mevrouw Koekoek. 2.3.3 Recreatieschap Drenthe De voorzitter: We gaan verder met het recreatieschap Drenthe. Het woord zegt het al, is verantwoordelijk voor diverse recreatieontwikkelingen binnen onze provincie. En het college stelt voor om geen zienswijze in te dienen. Wie heeft er behoefte om het woord te voeren? De heer Baalman, SP. De heer Baalman: Even verkeerde kant van de tafel. We zullen kort zijn hierin. We vinden het een mooi resultaat wat daar is neergelegd.

Het is een realistische begroting met oog op kostenstijging. En we hebben geen debatpunten. De voorzitter: Helder. Dank u wel. De VVD, de heer Kramer. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. Wij zullen ook geen zienswijzen indienen. We zijn blij met de begroting, met name het stukje over het stimuleringsfonds voor onder andere het project Vitale Vakantieparken. Dit project draagt bij aan de versterking van de sector door middel van transformeren of vitaliseren. En daar zijn wij als VVD blij mee. Dank je wel.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn van de SGP. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik kan heel kort zijn. Wij kunnen hiermee instemmen dat het college geen zienswijze willen indienen. En wij hebben er ook geen behoefte aan. Dank u wel. De voorzitter: Ik maak eerst even die kant van de Raadzaal ... Of mevrouw Bisschop, CDA. Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Ik sluit mij aan bij mijn buurman. Ook wij sluiten ons aan bij het standpunt van het college. De voorzitter: Dan ga ik naar de ChristenUnie. De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ook de fractie van de ChristenUnie sluit zich aan bij de voorgaande sprekers. De voorzitter: Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. Ook op dit stuk hebben wij geen vragen en geen debatpunten. De voorzitter: We gaan snel zo. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Laat ik me daarbij aansluiten, dan blijven we snel gaan. De voorzitter: Heeft iemand anders nog de behoefte om een inhoudelijke reactie te geven? Misschien gaat het dan ... Nee? Dan zijn wij denk ik ... Of mevrouw Rutgers nog. Nee. Dan zijn we klaar met dit agendapunt. 2.3.4 VRD De voorzitter: Dan gaan we door naar, even mijn lijstje, de Veiligheidsregio Drenthe. Die zorgt onder andere voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, et cetera. En het college stelt voor om geen zienswijze in te dienen.

Wie mag ik het woord geven? Het CDA, de heer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Voorzitter, ik heb eigenlijk nog een vraag, voordat we tot een zienswijze eventueel moeten overgaan. De totale stijging van de kosten op de VRD is 3,2 miljoen. Dat vinden wij wel echt substantieel veel geld. En als wij dan het geheel overzien van alle regelingen, dan zien wij dat er voor de gemeente Hoogeveen steeds meer kosten op dit gebied gaan komen. Nu klotst het geld hier tegen de plinten op, maar dat was niet altijd zo en ik vrees dat zal ook niet altijd zo blijven. Zou er vanuit het college eens een visie kunnen komen van, waar gaan we hiermee naartoe? Waar leidt deze weg naartoe? De voorzitter: Wie mag ik vervolgens het woord geven? Partij van de Arbeid, mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het vrij kort houden, want we zijn het lang niet altijd eens met het CDA, maar op dit punt kunnen we ons daar best bij aansluiten. Ook wij vinden het bedrag wat erbij moet echt substantieel hoog. Misschien wel een beetje te hoog. En we zien ook wel in heel veel GR-en voorbijkomen dat er extra geld bij moet vanwege bijvoorbeeld de Omgevingswet. En nu snappen we dat wel. Er valt best wat voor te zeggen dat de VRD extra geld nodig heeft voor misschien een deel van het uitvoeren van die Omgevingswet of de werkzaamheden die daarbij komen kijken.

Maar ook die Omgevingswet wordt zo wel een dure aangelegenheid. Ik weet niet zo goed wat ik er verder eigenlijk over wil zeggen, maar we vinden

dit wel zeer opvallend en we vinden, maar dan doe ik vast een voorschotje op een volgend GR wat er straks aankomt en waar wel zienswijze over wordt ingediend, we vinden dat bijvoorbeeld bij Publiek Vervoer wordt een zienswijze ingediend over ook een aantal bedragen die erbij komen en daar onduidelijkheid over. Maar bij bijvoorbeeld de VRD vinden we zo'n GR waar een flink bedrag bij moet en waar we dan geen zienswijze op indienen. Dat vinden we nog niet helemaal met elkaar te rijmen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan ga ik door naar de SGP. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Veiligheid is eigenlijk gewoon niet in geld uit te drukken, maar dat neemt niet weg dat de VRD natuurlijk wel gewoon ook moet kijken om efficiënt te werken. We hebben er gewoon het volste vertrouwen in. We horen toch wel graag even het antwoord van het college over die 3,2 miljoen. Maar ik denk gewoon dat het nodig is. En veiligheid voorop, zou ik zeggen. Wij hebben voor de rest ook geen zienswijze in te dienen. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik door naar de ChristenUnie. De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ook wij voelen enig ongemak bij deze forse stijging in de begroting van de Veiligheidsregio.

Maar als we dan kijken dat er 2,5 miljoen van de 3,2 miljoen wordt veroorzaakt door iets simpels als loon- en prijscompensatie, dan vragen we ons tegelijkertijd af, wat kunnen we hier nog aan doen? En dat maakt ook dat wij ons weleens afvragen, en daar gaan we helemaal niet over, maar wat doen wij als gemeente eigenlijk met een Veiligheidsregio? Waarom is dit niet op een andere manier georganiseerd? Dat punt wilden wij toch nog even maken. De voorzitter: Ik denk dat de burgemeester daar zo meteen wel het licht over laat schijnen. De heer Kramer, VVD. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. Ook wij vinden als VVD zijnde de veiligheid belangrijk. We sluiten ons aan bij de woorden van de heer Van Rijn. We zijn wel even benieuwd naar het antwoord van het college, maar in principe zullen wij geen zienswijze indienen. De voorzitter: Dank u wel. De SP. De heer Baalman: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan geen zienswijze indienen. We vonden het een keurig jaarverslag en de begroting lijkt ons behoorlijk realistisch. Verder geen opmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Daar sluit ik me bij aan, voorzitter. Want ook voor ons was de verhoging weliswaar substantieel, maar het lijken ook onontkoombare kosten te zijn, juist vanwege loonstijgingen en indexaties. Wat ons betreft geen zienswijze. De voorzitter: Dank u wel.

De heer, ben ik uw achternaam kwijt, sorry, Kleine van Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden van het CDA. En we hebben verder geen vragen en debatpunten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sieders van Gemeentebelangen.

De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden van de heer Van Dijk van de ChristenUnie. En wij hebben voor de rest geen punten van debat. De voorzitter: Helder. Dan hebben we denk ik iedereen gehad die wilde. Dan ga ik door naar de burgemeester, de heer Loohuis. U heeft twee vragen volgens mij. 3,2 miljoen, kunt u dat verklaren? En nut en noodzaak van de VRD? De heer Loohuis: En dat gekoppeld aan de vraag van, kunnen we het op een andere manier organiseren? Nee. Daar kan ik een heel verhaal over houden. Het is wettelijk voorgeschreven. Het is bij wet geregeld. Net als de RUD wettelijk voorgeschreven is. Je kunt er iets van vinden, maar het is bij wet zo geregeld. Dat neemt niet weg dat je wel naar efficiëntie en moet kijken of je het op de goede manier doet. En ik zou het ook niet bepleiten om een andere manier te onderzoeken, want er komt gegarandeerd meer geld uit dan wat u hier nu voorgelegd krijgt. Is er een visie over het feit dat er ... Het gaat inderdaad om een behoorlijk bedrag. Het is overigens een moment waarop vanuit de VRD dat eigenlijk voor het eerst op deze manier ook zo gebeurt. Er is jarenlang heel scherp langs de rand gezeild, als het gaat om de inhoudelijke taak en de financiële middelen die daarbij horen.

En eigenlijk hebben we elk jaar de discussie gevoerd, is het echt niet meer binnen de begroting uit te voeren? We hebben daar ook echt nadrukkelijk druk op gezet, ook richting de organisatie, maar dat houdt een keer op. En die switch is gekomen in de coronajaren. Zowel de aspecten die u zelf noemde, de loonen prijsontwikkelingen zijn heel reëel. Overigens is het wel zo, maar dat geldt niet alleen voor de VRD, maar ook voor andere Gemeenschappelijke Regelingen, dat er altijd een compenserende factor in het Gemeentefonds zit. Dat is nooit een-op-een zo te herleiden, maar die zit er wel in, want die worden wel meegenomen in het verhaal. Dit zijn verlengde lokale bestuurstaken, eigenlijk onze taken die uitgevoerd worden. Dat is één. Het is ook niet in de begroting van de GR die inkomsten en van de VRD. En de andere kosten zitten voor een heel groot deel in het feit dat er achterstanden zijn ontstaan, omdat een behoorlijk deel van de mensen die bij de VRD actief zijn in de coronajaren bij de bestrijding van de pandemie zijn bijgesprongen. Daar zat wel een gedeeltelijke compensatie vanuit het Rijk in, maar ook niet voldoende. En er zit een achterstand in oefeningen, in opleidingen en dergelijke. En dat is ook een hele belangrijke component die hier inzit. U mag van ons aannemen, de visie is van, de taken die uitgevoerd moeten worden, moeten efficiënt uitgevoerd worden.

Maar we hebben echt alles uitgeplozen. Zowel in het DB als het AB is dat aan de orde geweest. Maar we zien geen andere mogelijkheid dan echt stoppen met taak, dan wel kwaliteit inboeten, als we echt hier forse bezuinigingen opgelegd zouden gaan krijgen. En wij bedoel ik dan de VRD. En het college heeft daarom, om die reden, ook geen zienswijze ingediend. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even terug naar de heer Feenstra. Is de vraag naar behoren beantwoord? Ik kijk ook even naar mevrouw Schonewille. U had dezelfde vraag. Tevreden? Dan zijn er geen debatpunten aangedragen, volgens mij. 2.3.5 GGD De voorzitter: Dan kunnen we door naar de GGD. Ook daarvoor stelt het college voor om geen zienswijze in te dienen op de jaarstukken. Wie wil het woord voeren? De heer van Rijn. De heer Van Rijn: Dank je wel, voorzitter. Hier kunnen wij heel kort zijn. Wij stemmen in met het voorstel van het college om geen zienswijze in te dienen. En wij zijn al helemaal niet van plan een zienswijze in te dienen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jansen, CDA.

Mevrouw Jansen-Brandsema: Dank u wel, voorzitter. De stukken hebben we gelezen en met elkaar besproken. Onderwerpen waar de voorgestelde wijzigingen over gaan, worden uitgebreid toegelicht. We hebben geen punten voor debat en gaan mee in het voorstel van het college. De voorzitter: Dank u wel. De SP nog? De heer Baalman. De heer Baalman: Ook heel kort. Wij gaan hier volledig in mee. En wij ondersteunen het voorstel van de wethouders. 2.3.6 Publiek Vervoer De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende. Even kijken. Dat is Publiek Vervoer. En daar stelt het college wel voor om een zienswijze in te dienen vanwege de financiële gevolgen van de aanbesteding. En die te verwerken in de meerjarenbegroting. Wil iemand daarover het woord voeren? Niemand? Toch wel. De heer Baalman. De heer Baalman: Ik heb een stukje instructie gekregen van mijn collega die nu bij zijn hond is, want die ligt in het ziekbed. Vond hij heel belangrijk om te verzorgen. En dat snap ik wel. Wij zijn absoluut geen voorstander van het OV-bureau, want dat heeft ons steeds wel heel veel geld gekost. Wij denken dat de provincie de regie weer in eigen handen moet nemen en houden, want we zien nog wel dat er nog weer meer buslijnen geschrapt worden. En dat vinden wij heel erg vervelend en ook niet wenselijk.

De zienswijze die wij gaan indienen, die mag wat bij ons wel betreft nog wel wat stringenter geformuleerd worden. We kunnen immers niet instemmen met een ontwerpbegroting. We willen een definitieve begroting kunnen beoordelen. Wat de SP betreft stellen we de besluitvorming uit. Dank u wel. De voorzitter: Als ik het goed begrijp, heeft u twee voorstellen. Een amendement om de zienswijze aan te scherpen en de besluitvorming uit te stellen. Helder. Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ik ben enigszins in verwarring, omdat ik zie in de verzamelde gegevens dat er op bladzijde 7 wordt aangegeven dat er bij Publiek Vervoer geen zienswijze ingediend zou worden. Ik ben overigens blij dat het wel gebeurt, want ik vind het, ook na de toelichting die we in de vorige raadsvergadering hebben gehad van wethouder Bisschop op de situatie, waarbij opnieuw gekeken worden naar het opheffen van buslijnen en over het omleggen van buslijnen enzovoort. Er zou juist wat ons betreft een behoorlijke impuls uit moeten gaan van dat openbaar vervoer en het Publiek Vervoer. Geen zienswijze, maar wel het verzoek om te blijven inzetten op een goed openbaar vervoer en Publiek Vervoer. De voorzitter: Dank u wel. Als ik even procesmatig op uw inbreng, mag reageren. Geen zienswijze indienen staan bij de alternatieven.

Het voorstel van de colleges is om wel een zienswijze in te dienen. De heer Van der Meer: Neemt u mij niet kwalijk. De voorzitter: Geeft niks. Wie van deze tafel wil nog meer het woord voeren? Anders ga ik naar de buitenring. Mevrouw Bisschop, CDA. Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Ik word even in verwarring gebracht. Ik hoor nu twee partijen spreken over het opheffen van buslijnen in relatie tot Publiek Vervoer. In mijn beleving ligt dat bij het OV-bureau en hebben wij het nu over het Publiek Vervoer. Even een verduidelijking ook richting het college of ik dat goed zie.

De voorzitter: De heer Bisschop, wilt u daar heel kort even die duidelijkheid verschaffen? De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik zal die duidelijkheid direct verschaffen. Dit gaat inderdaad om Publiek Vervoer. Publiek Vervoer is doelgroepenvervoer, is leerlingenvervoer, Wmo-vervoer en daarbij ook bijvoorbeeld De Bij hier in Hoogeveen. Dat zijn voor ons de elementen op Publiek Vervoer. Openbaar vervoerbureau, waar mijnheer Baalman en mijnheer Van der Meer het over hadden, dat is openbaar vervoer-bureau Groningen Drenthe. Die doen de concessies voor het streekvervoer, busvervoer in Groningen en Drenthe. En dat is een provinciale aangelegenheid en geen gemeentelijke aangelegenheid. De voorzitter: Dank u wel voor het heldere antwoord. Is er behoefte bij Gemeentebelangen om te reageren? De heer Sieders: Eigenlijk was mijn opmerking precies hetzelfde als wat er geschetst was, dat de lijnbussen hier niet onder valt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nog even naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille, nog een reactie? Mevrouw Schonewille: Ja. Dank u wel, voorzitter. We hebben net bij een aantal Gemeenschappelijke Regelingen Jannie niet genoemd, maar die kwam hier wel weer voorbij. We vinden het namelijk heel belangrijk. En Jannie is zo iemand die contacten heeft die verderop wonen.

Maar Jannie heeft ook een beperking en moet daardoor gebruik maken van een taxipas, die ze krijgt via het Publiek Vervoer. Het Publiek Vervoer, vinden we, blijft gelukkig wel op sterkte, zoals we gezien hebben in de stukken die voorliggen. Sterker nog, ze hebben goede ideeën om nog verder hun netwerk uit te breiden en om ook te kijken wat ze zelfs kunnen doen ten aanzien van het openbaar vervoer. Ze vinden het heel belangrijk dat het Publiek Vervoer inderdaad voor de doelgroepen, voor de mensen als Jannie, het leerlingenvervoer goed en gedegen blijft, ook wanneer er straks weer opnieuw een aanbesteding wordt gedaan. De zienswijze van het college over deze GR vinden we overigens niet per se heel strikt noodzakelijk. Maar goed, we kunnen ook niet zijn tegen duidelijkheid over financiën. Wat ons betreft mag dit gewoon worden ingediend. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar de SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden dit ook heel belangrijk vervoer. Je zult maar als kind naar speciaal onderwijs moeten en je ouders kunnen dat niet op een andere manier regelen. We vinden het heel ... Toch konden wij ook wel instemmen met de zienswijze van het college, zoals dat voorligt. Maar goed, wij gaan natuurlijk niet over het vervoer zelf, want dat laten we natuurlijk aan vervoerders over.

Maar volgens mij is er weleens een slag te halen in het vervoer zelf, dat ze dat wat efficiënter gaan doen. En dan zouden de aanbestedingen ook goedkoper kunnen. Maar daar gaan we helaas niet over. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klok nog van de VVD. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk niks anders dan steun aan de zienswijze. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik toch nog even naar de heer .. Of wil de ChristenUnie nog reageren? Sorry, had ik u over het hoofd gezien. De heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ook wat ons betreft steun voor de zienswijze. De voorzitter: Dan ga ik weer terug naar het CDA. Mevrouw Bisschop.

Mevrouw Bisschop-Hiemstra: PvdA heeft het netjes verwoord. Publiek Vervoer heeft in mijn beleving ook de zaken goed op orde. De zienswijze kun je niks op tegen hebben, maar had niet per se gehoeven van ons. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik even vragen of de wethouder nog kort wil reageren op de inbreng, want er zijn wel wat opmerkingen gemaakt richting uw kant. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij gaat het hoofdzakelijk over de zienswijze die we voorgesteld hebben. Vergeet niet dat de begroting van Publiek Vervoer natuurlijk niet zo'n hele grote begroting is en dat een aanbestedingstraject tuurlijk best wel kostbaar is. Werd net ook al geopperd. Vandaar dat we daar ook wel duidelijkheid over willen hebben van hoe dat dan in zijn werk gaat, ook qua financiën. Vandaar dat we ook die zienswijze zo hebben ingediend. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik voor het debatpunt, wat de heer Beman had ingediend namens de SP ... Wilt u nog een korte toelichting geven of is het ... De heer Baalman: Het was een voorstel van mijn collega. En ik heb begrepen dat dit in dit geval niet van toepassing is. Wij trekken hem terug. De voorzitter: Helder. Dan kunnen we vanuit uw kant geen amendement verwachten. 2.3.7 RUD De voorzitter: Dan gaan we door naar de Regionale Uitvoeringsdienst.

Dat is ook een samenwerkingsverband tussen alle Drentse gemeenten en in dit geval ook de provincie op het gebied van milieu. En het college stelt voor om geen zienswijze in te dienen. Maar er is inmiddels een concept-zienswijze ingediend door een fractie, door het CDA. Ik wil het CDA als eerste het woord geven. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, dank u wel. Inmiddels mede ingediend door de VVD, heb ik begrepen en door D66 wordt er gezwaaid. Voorzitter, naar analogie van de Partij van de Arbeid wilde ik dan een belastbetaler introduceren. Dat is de heer Erik Jannie. En die leest altijd heel kritisch uitgaven die om hem heen gebeuren. En in dit geval hebben we een zienswijze op drie redenen ingevoerd. De Invoeringswet zou simpeler moeten worden en toch moeten hier vele uren opleiding, vele uren begeleiding en wordt voorzichtigheidshalve maar 7 van de ranch van 7 tot 12 procent aan kosten toegevoegd. Wij lezen ook in de brief van 13-4-’23, risico's gaan we nu in beeld brengen. En in de begroting op pagina 3, begroting ‘24 lezen wij dat het plan dit jaar zal worden opgesteld. Wij leven als CDA echt in de wereld dat we zeggen, eerst risico's en plannen maken en dan pas om geld vragen. Tweede punt was het ziekteverzuim. VVD heeft er al eerder om gevraagd. 9 procent, dat is hoog. En zelfs in de zorg vindt men dat hoog. Begroot 7 procent.

Voorzitter, er zit niet veel ambitie in. Er wordt zelfs overigens wel geschreven in de brief van 12 april, pagina 2, er is sprake van een dalend verzuim. Maar waarom begroot je dat dan niet, als je schijnbaar daar toch vruchten van plukt? Dat willen we ook graag benoemen. En als derde, de indexatie die genoemd wordt, dat percentage, maar ook de urenuitzetting, bijna 4 miljoen, 20 procent erbij. Dat is substantieel geld. Hebben we net ook al geconstateerd. Deelnemersbijdrage ‘22 ten opzichte van ’24, is 2 jaar tussen, 7 miljoen, is plus 43 procent. En de overhead in die berekening was 21 procent van de totale loonkosten, wordt 26 procent. Dan vraag je je wel af, hoeveel chiefs en hoeveel indieners zijn er nodig? En als laatste wordt de productiviteit een beetje opgeschroefd, 37 uur. Dat is 3 procent. Maar voorzitter, bij een werkjaar, een manjaar van 1.800 uur of zelfs van 1.600 uur, is dat nog maar een productiviteitspercentage van 67 of 80 procent. Daar is volgens ons nog best wat mogelijk. Wij zouden het college toch graag willen oproepen om de door ons voorgestelde zienswijze, die ook elders in de provincie

overigens circuleert, in te dienen bij de RUD. En dat is ook helemaal geen probleem, want ze zeggen in hun brief van 13 april, we nodigen u van harte uit om een zienswijze in te dienen. Doen we dan ook graag. De voorzitter: Dank u wel. Het is trouwens de raad die de zienswijze indient. Dat scheelt. De heer Klok, VVD. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter en dank u wel Erik Jannie voor de bijdrage. Maar serieus onderwerp. Vorig jaar zijn we ook bezig geweest met de RUD. En dan ging het met name over het ziekteverzuim. En eigenlijk verwoordde mijnheer Kreuze het precies zoals het is. Alleen heel kort door de bocht, waar wil de RUD heen? Er zit totaal geen visie in wat de RUD wil. Alles wordt lager begroot. Alle positieve dingen worden lager begroot, uren. De kosten lopen op. Ziekteverzuim loopt op. Waar willen wij als raad heen met de RUD? Wat verwachten wij van de RUD? Dat is een beetje de grote vraag wat over de RUD hangt. En zoals met alle GR-en, wat we hier ook al vaker tegen elkaar zeggen, het is lastig om grip te krijgen op een GR, op een Gemeenschappelijke Regeling. En helemaal bij de RUD ervaar ik dat heel erg. Het is lastig om goed grip te krijgen op de RUD en wat zij doen. En ik denk dat het zeer belangrijk is dat wij met deze zienswijze aan de gang gaan om dit nogmaals weer bij de RUD onder de aandacht te brengen.

En ik waardeer het ook zeer dat andere gemeentes in Drenthe datzelfde gevoel hebben, wat nu ook in de media wordt gedeeld. Volgens mij moeten we als raad hier dicht op de RUD zitten, om hier toch wat meer grip op te krijgen. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Dank u wel. Ik had pas kort voor de vergadering tijd om hiernaar te kijken. En heb doorgegeven dat wij graag mede-indiener wilden zijn. We hebben in het verleden al vaak een punt gemaakt van het ziekteverzuim bij de RUD. En wat de heer Klok ook al aangeeft van, het is zo lastig grip te krijgen op GR-en, waaronder deze, want het is gewoon een terugkerend punt. We hadden hem zelf even laten gaan, maar zijn blij met het amendement van het CDA. En we willen die graag steunen door mede-indiener te zijn. De voorzitter: Dank u wel. Nog meer behoefte aan woordvoering? De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ik moet eerlijk zeggen dat ik best wel getwijfeld heb over de inbreng ten aanzien van de RUD, omdat ik wel herken de opmerkingen die gemaakt zijn door de heer Kreuze en de heer Klok. In de zin van, als ik terugdenk aan de zomermarkt GR-en van vorig jaar, niet eens van dit jaar, maar van vorig jaar, dan zie ik weinig verandering in dat beeld.

Sterker nog, ik zie eerder een verslechtering, juist omdat ook de norm inzetbaarheid behoorlijk laag wordt aangehouden met 1.276 uur. En ik vind daar de verklaring voor dat dat onder andere op grond van het ziekteverzuim wordt ingeschat, die vind ik wel wat al te makkelijk. Als ik dat vertaal naar mijn eigen werksetting, dan zou ik nog steeds op zo'n 1.500, 1.600 uur uit moeten komen. Dan is 1.276 wel erg onder de streep. Ik ben wel benieuwd en ik ben het ook wel eens dat hier heel lastig grip op te krijgen is. Dat wordt nog eens een keer versterkt door het feit dat je te maken hebt met een wettelijke regeling. Dat maakt het extra ingewikkeld. Rest ons ook niets dan ons recht om die zienswijze in te dienen ook daadwerkelijk in te dienen. En daarin ook wel op te roepen, wat mij betreft, aan het bestuur van de RUD, om er echt werk van te gaan maken in het komende begrotingsjaar. Met terugwerkende kracht, maar ik steun graag het amendement van het CDA. De voorzitter: Helder. Dank u wel. PvdA. De heer Van Rijn: Voorzitter, mag ik even een punt van orde maken? De voorzitter: En dat is?

De heer Van Rijn: We zouden graag eventjes het college over dit amendement horen. Dat kan ons helpen straks om wel of niet steun te geven aan het amendement. Nu weten we niet wat het college daarvan vindt. De voorzitter: Klopt. Wat we nu doen, is de eerste termijn. Daarin inventariseren we de standpunten van iedere partij. Dan krijgt de portefeuillehouder, de heer Bisschop, het woord. En dan gaan we het debat aan met elkaar over deze zienswijze. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ik kan vrij kort zijn. Daar waar het om als gemeenteraad en gemeenteraden niet zo goed lukt om grip te krijgen op de RUD, lukt het de RUD blijkbaar ook niet zo goed om grip te krijgen op hun ziekteverzuim. We hebben het nog niet gehad over het amendement wat het CDA inbrengt. Dat gaan we wel doen. En daar horen we ook graag nu de mening van de andere raadsleden over hoe zij daar instaan, zodat we dat mee kunnen nemen in onze beraadslaging daarover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Voor ons inderdaad het amendement, zienswijze op de ontwerpbegroting van de RUD. En wat andere partijen ook al hebben aangegeven, grip op GR-en is wel een lastig iets.

En eigenlijk aansluitend op wat de PvdA ook aangeeft, de grip die wij hebben op GR-en is misschien al laag, maar wij zien al jaren achter elkaar dat de grip wat de RUD zelf heeft op haar eigen begroting en haar eigen beleid naar ons inziens ook wel wat te twijfelen heeft. En daarom zijn wij ook voorzien , zoals het er nu instaat, redelijk positief over het amendement van het CDA. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dijk, ChristenUnie. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Ook wij staan in eerste instantie positief ten aanzien van het amendement. We zijn ook nog wel even benieuwd naar de reactie van het college. En ook wij delen die frustratie over de beperkte grip op GR-en. En dan is de RUD een gewillige GR om die wat extra over uit te spreken. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar Forum voor Democratie. Wilt u het woord voeren? De heer Kleine: Ja. Dank u wel, voorzitter. We hebben verder geen vragen of debatpunten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar de heer Van Rijn van de SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden het zorgelijk bij de RUD nog steeds dat ziekteverzuim. Als dat te verwijten zou zijn aan fout management of weet ik veel wat, dat daardoor wrevel of wat dan ook ontstaat in die organisatie, dat mensen thuisblijven, dan zou dat gewoon heel erg zijn.

Maar toch, ik heb nu vanaf 2018 de RUD gevolgd en het gaat maar heel matig, maar toch, zij komen wel vooruit. En we vergeten gewoon, zij moeten wel werk uitvoeren. En als je zieke mensen hebt, moet je inhuren enzovoort. Maar goed, wij wachten daarom ook graag de reactie van het college op het amendement, want wij zitten nog een beetje te twijfelen, wel of niet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we meteen door naar de heer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Het beste lijkt me dat ik ga reageren op het amendement. En voor de zienswijze ontwerpbegroting RUD, om daarop te reageren. Vanuit daar komen de punten die hier genoemd zijn in de eerste ronde, eerste termijn dan wel aan de orde. Allereerst de implementatie of de invoering van de Omgevingswet. Die Omgevingswet hebben we allemaal mee te maken. Hebben we ook binnen de SWO mee

te maken. Heeft de RUD ook mee te maken. RUD als hele organisatie, SWO natuurlijk een deel ervoor, maar wel een groot deel. Maar RUD helemaal. Als vergunningverlener, als toezichthouder, als handhaver hebben ze daar gewoon mee te maken. En 15 maart is bij Koninklijk Besluit door de Eerste Kamer de invoeringsdatum van 1 januari 2024 opgenomen. En dan moet je natuurlijk ook als RUD een begroting gaan opleveren richting 2024. En hoe ga je dat doen? Wat heb je dan voorhanden om daarmee te kunnen gaan rekenen? De RUD en heel veel Omgevingsdiensten hebben ervoor gekozen om een landelijk onderzoek daarvoor te gebruiken, waarbij een bandbreedte is aangehouden van de kostenstijgingen tussen de 7 en 16 procent. RUD heeft bewust gekozen, ook in deze begroting, om aan de lage kant, aan de 7 procent kant te gaan zitten, om toch realistisch te kunnen en proberen te begroten. En hoe dat eruit komt te zien, hoe dat ook op een structurele manier doorgerekend moet worden, dat is op dit moment nog ontzettend onduidelijk. Als je praat over realistisch begroten, dan is dat hier gebeurd. Dat was ook voor ons de reden als college om daarop ook geen zienswijze in te dienen. Het ziekteverzuim was hoog, was te hoog. Kostte natuurlijk ook ontzettend veel productieve uren.

En dat is iets wat dit jaar en eind vorig jaar ook vanuit de klankbordgroep, die vanuit het algemeen bestuur is ingericht, waar zelfs ook drie leden van dit college in hebben gezeten, om dat goed te volgen. Om te kijken van, hoe kunnen we dat ziekteverzuim naar beneden krijgen? En ik kan nu melden dat het ziekteverzuim op dit moment 6,75 procent is. Dat is natuurlijk een heel stuk lager dan wat het was. Als je dat ook vergelijkt met de benchmark in overheidsdiensten, dan is dat 6,25 procent. Dan zitten we daar al redelijk goed in de buurt. Daar zijn acties op ondernomen. Die werpen hun vruchten af. Je moet het ook tijd en ruimte geven om dat te laten ontwikkelen. Vandaar dat wij ook op dat punt besloten hebben om geen zienswijze in te dienen. De indexatie, de kosten, natuurlijk bij iedere GR zien we die ontwikkeling. Dat de kostenstijging aan de orde is. Dat zien we bij de RUD ook. In combinatie met de Omgevingsdienst is dat natuurlijk een ontwikkeling die ons ook wel zorgen baart, maar wel in de lijn van de verwachting en het beeld wat bij andere GR-en ook gebeurt ligt. Ook op dat punt hebben wij als college besloten om daar geen zienswijze op in te dienen. En volgens mij heb ik nu alle punten wel redelijk goed beantwoord. En als er nog vragen zijn, dan hoor ik het graag. De voorzitter: Dat gaan we horen.

De heer Kreuze, heeft u nog aanvullende vragen? De heer Kreuze: Ja, voorzitter. Ik heb de beantwoording van het college gehoord. Ik zal ook even de drie punten bij langslopen, vanwege de reactie die ik daar graag op wil geven. Eén is dat landelijk onderzoek. Natuurlijk, hebben we ook gelezen. Maar ik heb niks van het college gehoord over het feit dat dan risico's en plannen pas later worden ingepland. Het is heel gemakkelijk gezegd, landelijk onderzoek, 7 procent doen we erbij op. Wat betekent dat voor de RUD in Drenthe? Hebben ze andere alternatieven? En wat gaan ze ermee doen? En dan nog de kwestie, als je nu de formatie uitbreidt en de bedragen toezegt, gaat het natuurlijk nooit meer eraf. Terwijl misschien de implementatie van die Omgevingswet nog een klein beetje extra kosten met zich meebrengt. Zou ik het college wel willen vragen, is het niet handiger om daar een tijdelijke verhoging te doen en te zeggen van, in de meerjarenbegroting zien we dat ook nog weer dalen. Tweede, het ziekteverzuim. Het college zegt 6,75, landelijk 6,25. Hartstikke mooi. Ik blijf zeggen, waarom niet ambitieuzer begroten? En het laatste is die kostenstijging. Ik heb de wethouder niks horen zeggen over waarom er nu meer staf in verhouding nodig is. Ik heb niks horen zeggen over het feit dat de productiviteitsnorm in mijn ogen hoger zou kunnen.

De voorzitter: Ik kijk even of er nog aanvullende vragen zijn vanuit de raad? Nee. Er zijn nog drie vragen weer gesteld aan de wethouder. Heeft u ze allemaal praat of moet ik ze nog even noemen? Mooi. Wilt u ze beantwoorden?

De heer Bisschop: Alleen even het laatste punt had ik nog. Ik heb, waarom de staf hoger? Ik heb genoteerd een plan en productiviteit. Allereerst even plan. Wij hebben ook vanuit het algemeen bestuur aangegeven van, begrotingstechnisch kun je dit natuurlijk op een landelijk onderzoek van alle Omgevingsdiensten zo doorvoeren, maar wij willen wel een plan van aanpak hebben. En met daarbij een verantwoording van de uren, hoe dat in elkaar steekt. En dat gaat ook komen. We hopen dat dat voor de zomer gereed is. We zullen u daar zeker van op de hoogte houden, hoe dat eruit komt te zien en hoe de ontwikkeling daarin gaat. Staf hoger, dat vind ik een soort uitvoeringsvraag, waarin wij als bestuur ... Dat ligt natuurlijk aan de uitvoering van de dienst. En als bestuur hebben we daar niet zo ingespeeld. Ik zou die vraag zeker ook in een zienswijze vanuit de raad mee kunnen nemen. En ik zou ook richting de raad dan aan willen geven van, als we besluiten om een zienswijze in te dienen, dat we dat ook als college samen met de raad gaan verwoorden in een zienswijze, die we dan richting deze GR gaan indienen Productiviteit. Productiviteit heeft natuurlijk ook heel veel te maken met de uitval. Uitval door verzuim en het opleiden van mensen die ... Daar verlies je ook productiviteit mee. Zodra staf en medewerkers weer op orde is, zal de productiviteit ook stijgen.

Ik kan wel meedelen dat de productiviteit in 2022 op 91 procent was. In de begroting gaat men daar ook wel van een lager bedrag uit om realistisch daarmee om te kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u nog aanvullende vragen of verhelderende vragen? Anders blijven we ... Aanvullend. Vooruit. De heer Kreuze: ik zeg wel aanvullend, maar misschien is het ook wel verhelderend. Sorry, dat onderscheid moet ik even over nadenken. Sorry. Maar de wethouder zegt inderdaad op het eerste punt, het landelijk onderzoek 7 procent realistisch begroten. Plan komt eraan, voor de RUD specifiek. Ik heb niks gehoord over mijn kwestie van, moet je dan in de meerjarenbegroting dat ook nog weer een beetje naar beneden zetten, vanwege het feit dat die Omgevingswet tot versimpeling zou leiden? En het tweede is, als je nu een plan gaat maken, waarom haal je dat geld alvast in de begroting op? Maak dan een begrotingswijziging. Daar zou ik het college ook nog weer over willen horen. En als laatste, prachtig productiviteit 91 procent. Waarom begroot je dan maar, even mijn sigarendoosberekening, 67 procent. De voorzitter: Volgens mij waren dat drie aanvullende vragen. Tot slot, de heer Bisschop. De heer Bisschop: Volgens mij ging het eerste even over de kostenstijging, de structurele doorrekening van de kosten.

Ik weet niet, heeft u natuurlijk gisteren ook het artikel in Binnenlands Bestuur gelezen? In dat artikel werd aangegeven van, dat de kosten voor de invoering van de Omgevingswet vele malen hoger is dan gedacht. En daar hebben we als gemeente mee te maken, maar daar hebben we ook als Omgevingsdienst mee te maken. En dan kun je zeggen van, moeten we dat wel zo opnemen in de begroting? Er zijn heel veel dingen op dit moment nog onduidelijk. En als je dan realistisch wil begroten, dan is dit in eerste aanzet de beste oplossing. Maar als u zegt van, ik wil daar een zienswijze over indienen, ik wil die handreiking ook vanuit het college graag met u doen om op een goede manier die zienswijze vorm te geven en dat naar RUD toe te sturen. Absoluut. De voorzitter: Dan ga ik door naar de heer Klok die nog wil reageren. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is het gevaar helemaal met deze GR dat we nu veel te ver de diepte ingaan in deze Raadzaal. En wat mij betreft pakken we de handreiking aan met de mede-indieners en degenen die daarbij willen aansluiten. Dan kijk ik ook even naar mevrouw Rutgers en de heer Kreuze om die handreiking aan te nemen. Want ik snap dat we gelijk de diepte ingaan en die zorgen deel ik allemaal, maar volgens mij moeten we hier in de raad wat meer uitzoomen. En dat hebben we zojuist gedaan, dat we die

zorgen uitspreken over deze GR, over de RUD. Komt raar uit mijn mond, maar volgens mij ... Ik heb het hier zeker al twee jaar over. En mijn collega-raadsleden hebben het hier al vele jaren langer over. Volgens mij is dat de onderliggende zorg die wij hebben. En moeten we die zorg verwoorden in een juiste zienswijze, waar we in die zienswijze de diepte in kunnen en waar we ook vragen om een reactie vanuit de RUD. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk ook dat we verder geen debat meer hoeven te voeren over het concept amendement van het CDA. Iedereen heeft al gereageerd. Maar ik zie nog wel een handje van de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, want ik begrijp wat de antwoorden van het college zijn. Ik zie graag dan een nieuw amendement, aangepast amendement tegemoet. Dat we dat ook even goed kunnen doornemen. We hebben nog niet beslist wat we wel of niet doen. Dank u wel. De voorzitter: U heeft nog twee weken de tijd om daarover na te denken. Wil nog iemand het woord? De heer Kreuze nog? De heer Kreuze: Voorzitter, dank college voor de uitnodiging om dat te doen. En we zullen, zoals altijd, de heer Van Rijn servicen. De voorzitter: Ik ga nog even heel kort naar Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik wil graag aansluiten bij het CDA en VVD, om mee te denken over dit amendement als Gemeentebelangen.

De voorzitter: Mooi. Dank u wel. 2.4 Zienswijze Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen De voorzitter: Dan gaan we echt door naar de laatste GR. Dat is onze eigen ambtelijke organisatie van Hoogeveen en De Wolden. En het college stelt daar ook voor om geen zienswijze in te dienen op de jaarstukken. Wie wil het woord voeren op ... Behoorlijk wat handjes. Dan begin ik nu aan deze kant van de tafel, bij Gemeentebelangen. Geen handje? Dan de ChristenUnie. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. De Samenwerkingsorganisatie. Ons ambtenarenapparaat, noemen we het ook wel. De fractie van de ChristenUnie ziet dat de SWO een aantal moeilijke jaren achter de rug heeft, maar constateert ook, in de verschillende vormen van informatie die naar ons toekomt, dat de SWO op de goede weg is. We hebben vertrouwen in de organisatieontwikkelingen, waarover we laatst zijn bijgepraat, en vinden dat hier een goede begroting voorligt. Wel maken wij ons zorgen over het personeelsverloop, en dan met name personeel wat vertrek bij de SWO en via de achterdeur via een bureautje weer wordt ingehuurd. En dan snappen we de keuze van de SWO, omdat het soms nodig is. Taken moet uitgevoerd worden. Maar wij hebben hier grote moeite mee, omdat wat ons betreft hiermee gemeenschapsgeld niet heel goed besteed wordt.

Onze vraag aan de wethouder is ook, ziet hij aanleiding om hier wat aan te doen? Herkent hij dit beeld? En wij waren ook nog even benieuwd naar ... Nou ben ik hem even kwijt. We laten hem hier even bij. De voorzitter: Dank u wel. De vraag staat in ieder geval genoteerd. Dan ga ik naar de overkant. De heer Kramer, VVD. De heer Kramer: Dank je wel, voorzitter. Laat ik eerst even een compliment maken aan ons ambtelijk apparaat voor het harde werk en wat ze doen de laatste tijd. Er komt heel veel op hun bordje. We hebben het voorstel

gelezen en wij zijn wel van plan om een zienswijze in te dienen. En dat gaat met name over de inhuur. Want ook wij maken ons grote zorgen over de inhuur. Het is een meer dan honderd procent overschrijding op het budget van 4 miljoen naar 8,7 miljoen. Maar als we daarna tevens gaan kijken naar de begroting, dan zien we daar weer een budget staan van 4 miljoen. En we vragen ons af, dat is misschien ook wel weer een vraag even aan het college en aan de wethouder van, hoe realistisch is dat begroot? Want als we gaan kijken naar de overspannen arbeidsmarkt en we kijken naar de projecten die op ons afkomen en de capaciteitstekorten die we vaak krijgen te horen als we moties of amendementen indienen, hoe realistisch is het dan dat we weer teruggaan naar de 4 miljoen? Weet je, laat ik zeggen dat we voorstander zijn van die 4 miljoen. Dat we teruggaan van 8,7 naar 4 miljoen. Maar de vraag is eigenlijk, hoe realistisch is dat begroot? Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand anders? CDA, de heer Kreuze dan. De heer Kreuze: Voorzitter, dank u wel. Zowel aan de linkerkant als de rechterkant van het politieke spectrum zijn twee interessante uitspraken gedaan.

Ik citeer Kustaw Bessems in Volkskrant, “overheid, doe maar liever even niets.” Of Frank de Grave zegt, “een slagvaardige overheid doet een beperkt aantal dingen echt goed, in plaats van alles half.” Voorzitter, wij hebben grote zorgen over deze overheid en eigenlijk ook over andere overheden, of de taken wel goed worden uitgevoerd. En hier hebben we een SWO wat vastgeklonken zit aan twee gemeentes. 1 gemeente Hoogeveen met 25 miljoen overschot en een eigen vermogen wat groeit naar 73 miljoen. En die een vaste formatie van 30 fte, misschien wel 45 personen. En als ik daar alle projecten en alle zaken bij optel die in de oplegbrief worden genoemd rondom de ruimte in de loonsom, de bouwversnelling, de duurzaamheid, de energielasten, de stabilisering organisatiekracht, komt dat misschien wel op 50 of 75 personen. Wij zijn echt heel erg bezorgd over, krijgen we als gemeente de taken wel uitgevoerd? In die zin ook een beetje contrakeur de ChristenUnie, in de zin van inhuur. Want wij vinden het toch belangrijk dat bepaalde zaken worden ... Tenzij we die twee andere mannen, die ik eerst net citeerde, aanhaalden. Voorzitter, college, als bestuurder van onze SWO is het mogelijk om iets te doen rondom tijdelijk. Bijvoorbeeld, we hebben namelijk hier inhaalwerkzaamheden, lezen we.

En de tijdelijke projecten, moeten we daar niet inhuur voor gebruiken in plaats van vast personeel? We hebben iets begrepen van eiland naar weiland. Moeten we niet naar een plattere organisatie die productiever is en vernieuwend. Daar horen we ook veel over. En die fundamentele vraag, een slagvaardige overheid doet bepaalde zaken echt goed in plaats van alles half. Dat is wel een fundamentele discussie voor het CDA over deze SWO-begroting. Vanwege de zorg, krijgen we taken wel uitgevoerd? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor ook de zorgen hier aan tafel en die zorgen hebben wij ook. Met name ook net van het CDA van, krijgen wij wel de kwaliteit geleverd waarvoor we uiteindelijk al betalen? Is dat wel op orde of wordt er sommigen maar half of een klein beetje uitgevoerd? Wij hebben daar best heel veel zorgen over. En het heeft niks te maken met het personeel, want echt er zijn er gewoon die hun werk honderd procent doen en die aan de bak staan als het nodig is. Dat heeft er allemaal niks mee te maken, maar het heeft wel ergens een gevolg van. Als wij ieder keer te horen krijgen, er is geen ambtelijke capaciteit om dat uit te voeren, dat vinden wij op zichzelf al een zorgelijk punt. Voorzitter, wij zijn dit keer gewoon echt een beetje heel gereserveerd over wat er nu voorligt.

Ik hoor graag de beantwoording straks van het college over de vragen die gesteld zijn, maar wij weten nog niet wat wij hiermee zullen gaan doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar de Partij van de Arbeid. De heer Bauer.

De heer Bauer: Dank u wel, voorzitter. Ook Jannie heeft deze stukken doorgenomen. Ik kon het niet laten. En hoewel wij geen hele schokkende dingen hebben gezien, zijn de vragen die vooral ook van ChristenUnie komen, die klinken heel bekend. En we kijken ook uit naar de beantwoording op deze vragen. Om deze vervolgens weer mee te nemen naar de fractie en eventueel ook te luisteren naar zienswijzen vanuit andere fracties. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sieders nog van Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben gekeken naar de opmerking van het college om geen zienswijze in te dienen. Wij kunnen ons daarin ook vinden. Ook onze complimenten naar de organisatie, als we kijken naar de begrotingen van afgelopen jaren en de taakstellingen en de doelen die wij hen hebben opgelegd, ook als Raad naar het college toe, vind ik dat ze toch echt heel wat hebben bereikt. Wij zijn uiteraard ook wel nieuwsgierig naar de beantwoording van het college over de vragen die gesteld zijn . Maar vooralsnog zien wij tot nu toe niet punten voor een zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Heel kort, voorzitter. Dank u wel. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Sieders.

In die zin dat ik denk van, het komt van ver en het moet nog veel verder komen. Dat hebben we in de laatste toelichting op de SWO ook gehoord, dat daar ook echt nog wel om krediet gevraagd is van deze raad om de SWO zich door te laten ontwikkelen. Dat red je niet in een jaar. Dat red je misschien ook niet in twee jaar. Ik vind de zorgen die daarover uitgesproken worden, met name met betrekking tot de personele bezetting en het moeten inhuren en vaak duur moeten inhuren, omdat je niet zelf kunt voorzien in je formatie en bezetting, dat is een zorgpunt. Daar komt bij dat we in het kader van de invoering van de Omgevingswet ook nog een extra formatieve inspanning te verrichten hebben, met heel veel mensen die dat op zich moeten nemen. In die zin gedeelde zorg. Geen enkele aanleiding op dit moment om een zienswijze in te dienen. En ik wens in ieder geval de SWO ook heel veel succes met de doorontwikkeling. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer terug even naar de ChristenUnie, die nog een tweede vraag had aan het college. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Mijn geheugen liet me net even in de steek, maar dankzij de vorige bijdrages heb ik mijn originele vraag weer te pakken. Ook wij waren wat verbaasd over het toch relatief lage bedrag wat begroot is voor externe inhuur.

En bij de toelichting op de begroting van de SWO, en volgens mij een week of twee geleden, zei de wethouder iets in de trant van, dat er expres voor is gekozen om dat bedrag niet al te hoog te maken. En mocht dat in het lopende jaar tot problemen leiden, dat we misschien onszelf ook eens moeten afvragen, in lijn met de heer Kreuze, welke taken moeten we wel en niet uitvoeren? Ik was even benieuwd of deze constatering klopte. En zo ja, wat we dan kunnen verwachten qua proces van welke taken we dan minder zouden uitvoeren? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. Er zijn een aantal vragen gesteld over, kunnen we niet met tijdelijke krachten gaan werken voor de inhaalwerkzaamheden? Een slagvaardige overheid, is wel een hele grote discussie. We moeten kijken of dat hier thuishoort. Hoe realistisch is begroot? Door de VVD. Personeelsverloop. En het lage bedrag met betrekking tot inhuur en of die constatering klopt. En u het woord, de heer Reneman.

De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen te reageren. Ik ben blij met de constatering van een van een aantal van u dat de SWO op de goede weg is. En ik vond de formulering van GroenLinks wel mooi, dat het komt van ver en het moet nog verder, want dat is ook wat het is. Daar zullen we ook wat geduld bij moeten betrachten. Ook de opmerkingen die gemaakt worden over, we krijgen steeds te horen dat er gebrek is aan personeel. Dat krijgt u niet steeds te horen. Er gebeurt ook ontzettend veel wel. En veel van uw verzoeken, uw vragen worden gewoon beantwoord. Maar zo af en toe knelt het wel. En dan brengen we dat ook wel naar voren. En ik zou de discussie die er moet worden gevoerd over, maar we kunnen dit niet en dat niet vanwege personeelscapaciteit, die zou ik wel iets preciezer willen voeren dan zo in algemeenheden. Dan wil ik het wel met u erover hebben in welke sectoren dat dan is. Bij de Kadernota ligt ook een brief ... Bij onze eigen Kadernota van Hoogeveen, die we binnenkort met u behandelen, ligt ook een brief van het SWObestuur, waarin we vragen om extra capaciteit voor projecten, omdat we die nodig hebben. En zoals dat tegenwoordig gaat als we geld hebben, dan hebben we nog geen mensen. En daar zit natuurlijk wel iets wat we de komende jaren ook onder ogen moeten zien. U zal als raad steeds een besluit nemen over geld.

En daar komt de manager IO vraag achter vandaan, hebben we dan wel ook de mensen om dat goed in te vullen? En daar heb ik eigenlijk wel alle vertrouwen in dat met de organisatieontwikkeling ook de SWO een aantrekkelijke organisatie wordt. Daar zien we ook al de eerste tekenen van. Bijvoorbeeld de kwestie die de ChristenUnie aanzwengelde van, is er dan een soort draaideur van mensen die weggaan en dan via een bureau weer worden ingehuurd. Ik heb net even wat contact gehad met onze gemeentesecretaris, en in dat geval de directeur, een van de directeuren van de SWO. Dat herkennen wij niet één, twee, drie. Wel dat mensen naar een bureau toe gaan en dat wij dan een vacature hebben. Dat herkennen we wel. En als we het dan toch over de inhuur hebben, die enorme inhuur die er was, die had ook heel erg te maken met de onderuitputting die in de jaren hiervoor was. Daardoor was, de werkzaamheden moesten worden ingehaald. Die werkzaamheden zijn voor een belangrijk deel ingehaald met inhuur, conform de discussie die de heer Kreuze aanzwengelde. Daardoor hadden we in het verleden ook die meer dan acht miljoen euro aan inhuur. We hebben in het SWObestuur gezegd dat we dat eigenlijk een niet zo prettige ontwikkeling vinden. We vinden dat je wel een bepaalde mate van inhuur noodzakelijk hebt, maar niet in die mate. En daarom hebben we gezegd, in de begroting zetten we het op vier miljoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12945503/1