Notitie Uitgangspunten Transitievisie warmte Hoogeveen def
Tekst van het document
NOTITIE UITGANGSPUNTEN TRANSITIEVISIE WARMTE HOOGEVEEN Juni 2021 Gemeente Hoogeveen
Inleiding De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, olie en kolen, voor onze energievoorziening naar duurzame, hernieuwbare alternatieven, zoals zon, wind en water, heet de energietransitie. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie is het overgaan van alle circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen in Nederland op duurzame warmte en elektriciteit. In Nederland hebben we daarover afgesproken om uiterlijk in 2050 in onze gebouwde omgeving (woningen en andere gebouwen) geen aardgas meer te gebruiken.
Waarom? Naast klimaatverandering zijn het stoppen met de gaswinning in Groningen, de afhankelijkheid van aardgas afkomstig uit het buitenland en de eindigheid van fossiele brandstoffen belangrijke redenen om de overstap te maken naar duurzame warmte.
Om al die gebouwen af te koppelen van het aardgas, zijn verschillende dingen nodig: isolatie, een nieuwe energie-infrastructuur, energieopslag en nieuwe duurzame warmtebronnen. Het mag duidelijk zijn: dat kunnen we alleen stap voor stap uitvoeren. Elke gemeente stelt een Transitievisie Warmte op. Deze transitievisie is een van de drie documenten die gemeenten in het kader van het landelijke Klimaatakkoord opstellen. De andere twee zijn de Regionale Energiestrategie (RES) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen, zoals in bijlage 1 te zien is. Doel notitie Wij vinden het belangrijk om u goed mee te nemen in het doel en de uitgangspunten voor de Transitievisie warmte Hoogeveen en de uitvoering ervan. Dit geeft duidelijkheid aan alle betrokken over de verwachting van deze visie. We hebben de eerste stappen in het proces voor het opstellen van de visie gezet en hebben samen met inwoners, bedrijven en belangengroepen uitgangspunten bepaald. Het doel en de uitgangspunten leggen we graag ter instemming voor. In Hoogeveen staan iets meer dan 25.000 woningen en 2.500 andere gebouwen. Deze verwarmen we voor 2050 met alternatieve duurzame warmte. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zetten we stappen om dat doel te bereiken.
In de Transitievisie warmte staat hoe we dat aanpakken en wat de route richting een aardgasvrij Hoogeveen is, met de nadruk op richting en op een manier die aansluit bij inwoners. De Transitievisie heeft tot doel te laten zien: • waar woningeigenaren en bedrijven op korte termijn mee aan de slag kunnen • welke warmtealternatieven er (per wijk en dorp) zijn in Hoogeveen • waar we tot 2030 mee aan de slag gaan en waarmee de periode tot 2050: waar liggen kansen in de gemeente en waar kunnen we als eerste aan de slag? . Welke rol hebben gemeente, partners en andere betrokkenen in de uitvoering van de Transitievisie warmte? Deze doelen sluiten aan bij ons doel uit het Plan van aanpak Energietransitie Hoogeveen1 waarin we schrijven dat we in Hoogeveen de overstap maken naar een nieuw systeem van energie besparen, opwekken, opslaan, vervoeren en verbruiken, inclusief gedragsverandering en het stimuleren van het nemen van maatregelen en dit binnen de gebouwde omgeving in het bijzonder.
1 Het plan van aanpak Energietransitie Hoogeveen is op 30 juni 2020 vastgesteld door het college en ter informatie naar de raad gestuurd.
Inhoud Transitievisie warmte - verwachtingen eindresultaat De Transitievisie warmte Hoogeveen wordt geen document met een gedetailleerde planning waarin exact is beschreven wanneer welke wijk en op welke manier deze van het aardgas af gaat. De Transitievisie warmte wordt een flexibel en realistisch document op hoofdlijnen waarin wordt verkend welke technische mogelijkheden er op dit moment zijn om van het aardgas af te gaan. Op basis hiervan wordt een richting gegeven om van het aardgas af gaan. De focus in de uitvoering ligt op de voorbereiding om van het aardgas af te kunnen: isolatie van woningen en het verbinden van de activiteiten van de woningcorporaties aan de opgave.
1
Algemene uitgangspunten
Rol gemeente Uit het klimaatakkoord volgen de Regionale Energiestrategie, Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen met elk hun doelen en deadlines. Gemeenten hebben een regierol en moeten dus handen en voeten geven aan deze opgave (Zie de toelichting in bijlage 2). Dit in een context waarbij de energiemarkt grotendeels draait zonder dat de gemeente daar een rol in heeft, maakt dat tot een zeer complexe opgave. De urgentie hiervoor komt enerzijds dus voort uit de politieke en beleidsmatige werkelijkheid waarin we als gemeenten opereren. Daarbij zijn we als gemeente vormgever en hoeder van onze fysieke leefomgeving en we zijn de ‘overheidslaag’ die het meest direct samenwerkt met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Anderzijds komt de urgentie ook vanuit de ‘de samenleving’ die zelf aan de slag gaat met de energietransitie. Want energiecoöperaties die willen participeren in zonneparken willen weten hoe ze aan de slag kunnen, inwoners en bedrijven willen onafhankelijk advies, energiebedrijven willen weten waar en wanneer ze het elektriciteitsnet moeten verzwaren en inwoners willen weten of ze een nieuwe cv-ketel moeten aanschaffen. Het is aan de gemeente om antwoorden te geven op de vragen die ze hierbij hebben.
Kortom, er staat een hoop te gebeuren en daar kun je als gemeente afwachtend of actief in acteren en een ding is zeker: de gemeente is in tal van opzichten aan zet. Het is de kunst hier op een manier in te opereren die voor de SWO De Wolden Hoogeveen als uitvoeringsorganisatie behapbaar en voor de gemeente betaalbaar is. Dat vraagt om keuzes en nadere uitwerking. In de Transitievisie warmte werken we dit nader uit. We hanteren daarbij de spelregels zoals ook gehanteerd in het plan van aanpak Energietransitie Hoogeveen: • De raad stelt de Regionale Energiestrategie Drenthe vast; • De raad stelt de Transitievisie Warmte Hoogeveen vast, als richtinggevend kader voor uitvoering; • De wijkuitvoeringsplannen worden samen met een dorp, wijk of buurt opgesteld en door het college vastgesteld. Het college informeert de raad hierover. Leidend hierbij is dat de gemeente niet bepaalt wat er achter de voordeur bij bewoners gebeurt, tenzij het Rijk hiervoor in de toekomst andere kaders geeft. Dat betekent dat de keuze voor een warmtealternatief voor een buurt, wijk of dorp zoals wordt voorgesteld in de transitievisie slechts richtinggevend kan zijn. De definitieve keuze wordt samen met de bewoners gemaakt bij het opstellen van het wijkuitvoeringsplan. Draagvlak We kunnen en willen als lokale overheid inwoners niet dwingen om van het gas af te gaan.
Dat betekent dat we flexibel moeten zijn in tijd, en in het maken van keuzes. Dit kan ook betekenen dat een
bepaalde voorkeursoptie in een wijk niet doorgaat. Voor alles geldt dat we op basis van draagvlak keuzes maken in wijken. Dit is ook de voorwaarde waarop we in de waterstofwijk aan de slag zijn: samen verzinnen, samen doen. Erflanden is het eerste wijkuitvoeringsplan waar we in Hoogeveen mee aan de slag zijn. Het bijzondere voor Erflanden is we de omzetting naar duurzame waterstof voor de bewoners kunnen betalen uit de rijksbijdrage. Met dit perspectief in het achterhoofd gaan we het komende jaar het plan met de bewoners verder uitwerken. Met als resultaat heldere randvoorwaarden van de bewoners om mee te doen en een concreet uitvoeringsprogramma waarbij per woning de werkzaamheden en de planning duidelijk zijn. Na dat jaar gaan we samen met de inwoners toe werken naar een besluit of en hoe wordt over gegaan tot uitvoering van het plan. Dit besluit wordt ook voorgelegd ter vaststelling door de raad.
Figuur 1 Participatieladder: Om te beoordelen welke graad van participatie van inwoners bij de energietransitie en de uitvoering ervan mogelijk is kijken we waar we staan op participatieladder, geven we duidelijkheid over wat we kunnen verwachten van elkaar en proberen we aan te sluiten op de belevingswereld van onze inwoners. Voor wat betreft participatie en draagvlak voor de Transitievisie warmte geldt dat we hebben ervaren dat niet alle inwoners en bedrijven hierover mee willen denken. Voor de meeste mensen geldt dat het interessant wordt als in hun wijk of buurt iets gaat gebeuren. Dat is moment om actief en in detail bij mensen aan te kloppen. Daar zijn we ons van bewust. We informeren en communiceren over de visie daarom op hoofdlijnen en zoeken inwoners en bedrijven actief op die in gesprek willen, zoals de klankbordgroep energietransitie en Ondernemend Hoogeveen. De mate van participatie en eigenaarschap van inwoners en bedrijven gaat in de uitvoering van de energietransitie toenemen met de tijd.
Haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid Belangrijke randvoorwaarden voor de energietransitie in Hoogeveen zijn haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Voor de gemeente, maar ook voor onze inwoners, bedrijven en partners. Dit kan consequenties hebben voor het tempo waarin de uitvoering plaatsvindt. Niet alles zal tegelijk kunnen en daarin zullen keuzes gemaakt moeten worden. We faciliteren als gemeente het maken van plannen, maar huis- en vastgoedeigenaren zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de kosten en lasten van het aardgasvrij maken. Hierbij is het belangrijk dat alle huiseigenaren ook mee kunnen doen. Of het haalbaar is dat naast de waterstofwijk meerdere wijken in 2030 aardgasvrij zullen zijn, zal pas echt blijken in de volgende stap als er meer wijkuitvoeringsplannen opgesteld gaan worden. Als we per wijk het voorkeursalternatief met de betrokken inwoners gedetailleerd gaan uitwerken, zowel technisch als financieel. Het daadwerkelijke realisatietempo zal ook deels worden bepaald door de (financiële) ondersteuning en (juridische) instrumenten vanuit het Klimaatakkoord, en deze zijn nog in ontwikkeling bij het Rijk. Daarnaast kan het zo zijn dat het tempo door andere initiatieven en toekomstige ontwikkelingen wordt versneld of juist vertraagd.
We hebben hierbij nadrukkelijk aandacht voor de huiseigenaren die onvoldoende middelen hebben om mee te kunnen doen. Een groep die in Hoogeveen relatief groot is. Het betreft huiseigenaren die vaak in niet goed geïsoleerde woningen wonen uit de jaren ‘60 en ’70 (voormalig woningcorporatiebezit) en die niet over de financiële middelen beschikken om met de verduurzaming aan de slag te kunnen gaan. Doorlooptijd ‘Partnerschap, samen verzinnen en samen doen’ is het motto bij de energietransitie. Het creëren van draagvlak en samen optrekken kost tijd. Dit kan betekenen dat in de uitvoering plannen niet altijd binnen het beoogde tijdbestek gehaald kunnen worden. Dit accepteren we: draagvlak voor de plannen staat voorop. Samenwerking met partners, inwoners is het beste instrument dat we hebben. We monitoren de voortgang van de energietransitie met behulp van de klimaat-/energiemonitor. Op basis van deze resultaten beoordelen we of extra inspanningen/bijsturing nodig is.
2
Inhoudelijke uitgangspunten
Om tot een gedragen visie te komen hebben we met verschillende stakeholders uitgangspunten benoemd die passen bij het karakter van Hoogeveen. Deze uitgangspunten vormen de basis van de warmtetransitie. Wij gebruiken deze voor het opstellen van de route naar een aardgasvrije gemeente. Uitgangspunt 1: Focus op het aanzienlijk terugbrengen van de warmtevraag per woning Om de transitie soepel te laten verlopen is een goede basis nodig. Die basis begint bij isolatie: de eerste stap van de Trias Energetica. Isoleren zorgt voor het terugdringen van de warmtevraag. Isolatie is daarom altijd zinvol en zelfs noodzakelijk om de transitie naar duurzame warmte mogelijk te maken. Een deel van de gebouwen is al geïsoleerd en bij andere gebouwen liggen hier nog grote kansen. Belangrijk bij isoleren is dat het isoleren rendabel gebeurt. Dat betekent dat de isolatiekosten in maximaal 15 jaar terugverdiend dienen te worden op de energierekening. Rendabel isoleren wordt altijd aanbevolen om de energiebehoefte terug te brengen, ongeacht de techniek waarop het gebouw uiteindelijk overgaat.
Uitgangspunt 2: De transitie houden we betaalbaar voor iedereen We willen niet dat de kosten van de energierekening stijgen. Toch vraagt de transitie investeringen van de maatschappij én van de inwoners, netbeheerders en energiebedrijven. De gemeente streeft ernaar om de kosten voor de transitie zo laag mogelijk te houden. Daarom is betaalbaarheid van de mogelijke nieuwe technieken een belangrijke factor in het bepalen van de richting. Iedereen moet de gevolgen voor zijn of haar situatie kunnen dragen. Op dit moment zijn er al landelijke en lokale subsidies en leningen mogelijk, maar het is eerst belangrijk om de kosten inzichtelijk te maken. En het bij behorende instrumentarium zal op rijksniveau nader uitgewerkt moeten worden. Hier hoort ook bij een zorgvuldig vormgegeven juridisch instrumentarium bij. Als we de energietransitie betaalbaar willen houden ligt het immers voor de hand om te onderzoeken op welke wijze collectieve systemen daarbij een rol gaan spelen. Wij denken met het rijk mee over de manier waarop dit op zeer zorgvuldige wijze vormgeven kan worden en zonder afbreuk te doen aan draagvlak als leidend principe bij de energietransitie. Uitgangspunt 3: We ondersteunen en verbinden initiatiefrijke buurten. Successen motiveren om verder aan de slag te gaan. Ze inspireren, helpen bij het bieden van perspectief en dienen als voorbeeld.
Wij willen daarom positieve aandacht creëren rond de energietransitie. Dat doen we door initiatiefrijke buurten in de spotlight te zetten. Deze lokale initiatieven zijn de motor om de transitie op gang te brengen. Zo kunnen buurten waar dit soort initiatieven plaatsvinden andere buurten op weg helpen om stappen te zetten. Bewoners leren daarbij van en met elkaar. Zo gaan we sneller op naar duurzame warmte in de gemeente Hoogeveen. We creëren een duurzame toekomst voor én door bewoners. Uitgangspunt 4: Een integrale aanpak is leidend: we benutten koppelkansen, we faciliteren beweging en we houden rekening met natuurlijke overgangsmomenten De opgave van de warmtetransitie staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een grotere transitie naar een samenleving die voorbereid is op de toekomst. Door integraal naar de warmtetransitie te kijken, vormen we ook op andere gebieden de toekomst. We willen daarom daar aan de slag waar we koppelkansen zien. Voorbeelden van koppelkansen zijn vervanging van de riolering, renovaties bij corporatiebezit of de herinrichting van de leefomgeving. Zo beperken we kosten en overlast. Ook kunnen we voor langere tijd gerichter met een wijk aan de slag, in plaats van elk jaar weer met iets anders te komen. De bewoner staat hierbij centraal. We werken samen met onze inwoners en creëren beweging. Zo gaan we een gedragen duurzame toekomst tegemoet.
Bijlage 1 Toelichting en relatie tussen RES, TVW en WUP
Regionale Energiestrategie (RES) Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. De gemeente Hoogeveen maakt onderdeel uit van de RES Drenthe. Het concept van de RES voor Drenthe is in 2020 opgesteld. In de RES komt de bovenregionale afstemming over warmtebronnen aan bod. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken bij de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat inzicht in hoe de regio de energieproductie-capaciteit kan realiseren. Uit de concept RES Drenthe blijkt dat geen van de warmtebronnen in de regio voldoende potentieel heeft om alle gebouwen in Drenthe te verwarmen. Het is dus belangrijk dat er wordt ingezet op zo effectief en efficiënt mogelijk benutten van de aanwezige bronnen. Het besparen op de vraag naar warmte en energie is daarin een eerste stap.
Transitievisie Warmte (TVW) Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Daarin staat het tijdspad waarop de verschillende gebieden van het aardgas gaan. Dit tijdspad noemen wij de routekaart. Voor gebieden waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor de eindgebruikers.
Wijkuitvoeringsplannen (WUP) De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk/buurt/gebied niveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). In het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch, financieel en maatschappelijk haalbaar is. Hierin trekt de gemeente samen op met actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie.
Bijlage 2 Klimaatakkoord Relevante passages uit Klimaatakkoord, 28 juni 2019, pagina 27 en 28 In de transitievisie warmte legt de gemeenteraad een realistisch tijdspad vast waarop wijken van het aardgas gaan. Voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële alternatieve energie infrastructuren (all electric, (type) warmtenet etc.) bekend. Nadat in de transitievisie warmte de mogelijke alternatieven in beeld gebracht zijn, bepaalt de gemeente het uitvoeringsplan (een planning op uitvoeringsniveau vergelijkbaar met het instrument programma in de Omgevingswet) de uitvoering op wijkniveau en besluit zij over de alternatieve energie infrastructuur van een wijk. Daarbij is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de partijen dat dit een reëel, betaalbaar alternatief moet zijn voor eigenaren en bewoners. Dit biedt het kader waarbinnen gebouweigenaren, netbeheerders, warmtebedrijven, gemeenten, aanbieders van verduurzamingspakketten en andere partijen investeringsbeslissingen nemen. Hierbij worden de mogelijkheden om het aardgasnet te laten liggen en te benutten voor groen gas of waterstof betrokken. Partijen spreken het volgende af: a.Gemeenten maken met betrokkenheid van stakeholders uiterlijk eind 2021 een transitievisie warmte.
Hierin leggen ze het tijdpad vast voor een (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij (waarbij isoleren een stap kan zijn, mits onderdeel van de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij). Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, maken zij ook de potentiële alternatieve energie infrastructuren bekend en bieden zij inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor eindverbruikers hiervan. Bij de transitievisies warmte programmeren gemeenten zoveel als mogelijk op basis van de laagste maatschappelijke kosten en kosten voor de eindgebruiker. d.De gemeente bepaalt in samenspraak met de betrokken stakeholders de planning van de (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij en op welke datum daadwerkelijk de toelevering van aardgas wordt beëindigd en legt dit vast in het uitvoeringsplan op 28 wijkniveau. Bij het vaststellen van de termijn worden gemeenten geacht zorgvuldig rekening te houden met in ieder geval voldoende tijd benodigd voor investeringsplannen van onder andere netbeheerders en gebouweigenaren, waaronder woningcorporaties en relevante instellingen, maar uiterlijk 8 jaar voor de einddatum van het aardgas. Uiterlijk in 2022 wordt – onder andere op basis van ervaringen in het Programma Aardgasvrije Wijken – bepaald of 8 jaar inderdaad de beste termijn is.