Notitie_financiele_kengetallen_Hoogeveen_voor_kaderbrief_2024.pdf
Tekst van het document
Financiële kaders Inleiding Na financieel een aantal moeilijke jaren, zien we dat de gemeente er financieel weer beter voor staat. In de jaarrekening 2021 hadden we weer een voordelig saldo en ook in 2022 zullen we met een voordelig saldo de boeken sluiten. Deze voordelen worden toegevoegd aan onze Algemene reserve, wat bijdraagt aan een positief verloop van de Algemene reserve. Tegelijk zien we ongekende uitdagingen en onzekerheden. We krijgen inkomsten vanuit Den Haag, maar deze zijn niet van structurele aard. We willen de normen van de financiële kaders opnieuw vaststellen bij de kadernota 2024. We geven een weergave van de huidige stand van zaken en geven een indicatie door middel van scenario’s waar we op uit komen als we extra zouden investeren. In de verschillende P&C-documenten komen we terug op de financiële kaders en de stand van zaken op dat moment.
Leeswijzer
Dit memo begint met de samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt de huidige stand van de financiële kaders weergegeven op basis van de jaarrekening 2021 en begroting 2023. In hoofdstuk 2 worden de conclusies getrokken op basis van de huidige kengetallen en doen we aanbevelingen voor de te stellen kaders. In hoofdstuk 3 werken we enkele scenario’s uit met het verloop van de kengetallen wanneer we extra zouden investeren. In hoofdstuk 4 gaan we in op het verloop van de algemene reserve in relatie tot de solvabiliteitsratio en als laatste gaan we in hoofdstuk 5 in kort op het ravijnjaar. In bijlage 1 staat nogmaals de verschillende kengetallen nog kort uitgelegd en in bijlage 2 zijn de verschillende berekeningen nogmaals opgesomd.
Samenvatting
Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Wij stellen voor om het kader van de solvabiliteitsratio aan te passen van minimaal 18% naar minimaal 35%. In 2021 was de gemiddelde solvabiliteitsratio van alle gemeenten 37,5%. Mede gelet hierop stellen we voor het kader voor Hoogeveen vast te stellen op minimaal 35% (midden 20% en 50%), zodat we op dit onderdeel in de signaleringswaarde vallen van neutraal. Het huidige kader van het weerstandsvermogen is minimaal voldoende. Bij het streven om een hogere algemene reserve te hebben past ook een hoger weerstandsvermogen. We stellen onderstaande streefwaarden voor: • • • • • •
Netto schuldquote: maximaal 90% (huidig kader is maximaal 80%) Solvabiliteit: de komende jaren toewerken naar een ratio van minimaal 35%, waarbij de voorzieningen tot het vreemd vermogen behoren (conform BBV) Weerstandsvermogen: minimaal 2,0 (uitstekend) Structurele exploitatieruimte: de begroting is structureel en reëel sluitend. Bij een structureel en reëel evenwicht moet het percentage minimaal 0 of hoger zijn. Grondexploitatie: maximaal 20% (minst risicovol) Belastingcapaciteit: 100% 1
We voldoen op dit moment aan alle streefwaarden, behalve de streefwaarde solvabiliteitsratio van minimaal 35%. Om ook aan deze streefwaarde te voldoen moet de Algemene reserve in de huidige begroting oplopen naar ongeveer € 73 miljoen. Als ondernemende gemeente, waarin we soms meer (ondernemers)risico’s nemen dan gebruikelijk in den lande, zijn we gebaat bij een hogere Algemene reserve om eventuele tegenvallers op te vangen. De uitdaging ligt in de jaren na 2026 om dit te realiseren. Met ongekende uitdagingen en onzekerheden moge het duidelijk zijn dat het belangrijk blijft dat we goed op onze portemonnee blijven letten, om niet na 2026 weer in financiële problemen te komen.
1. Stand van zaken financiële kaders Enkele jaren geleden hebben we financiële kaders opgesteld waaraan we kunnen aflezen in hoeverre Hoogeveen financieel gezond is. In de begroting 2023-2026 komen we op onderstaande kengetallen: Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteit Weerstandsvermogen
Vastgesteld kader Maximaal 80% Minimaal 18% Minimaal 1,0
2023
2024
2025
2026
58% 19% 1,92
61% 21% 2,34
57% 24% 2,78
55% 28% 3,21
Netto schuldquote: met een schuldpositie tussen de 55% en 61% voldoen we aan het door de raad vastgestelde kader van maximaal 80%. Solvabiliteit: de solvabiliteit komt op basis van deze begroting eind 2023 op 19% en loopt op naar 28% in 2026. Daarmee voldoen we aan de norm van Schone lei van 18%. Weerstandvermogen: naar verwachting is de weerstandratio eind 2023 1,92. Aan dit getal hangt de classificatie ‘ruim voldoende’. Ons uitgangspunt is dat deze minimaal ‘voldoende’ moet zijn. Sluitende begroting: deze begroting is structureel en reëel sluitend. De begroting is 'pessimistischrealistisch' opgesteld, waarmee de belangrijkste risico's zijn afgedekt. Netto schuldquote Een goed kengetal om de hoogte van de schulden te beoordelen is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Hoe hoger het inkomen des te meer schuld een gemeente kan aangaan. Voor Hoogeveen is het kader vastgesteld op maximaal 80%. De begroting 2023-2026 blijft hier ruim onder doordat in de begroting rekening wordt gehouden met een dalende schuld en hogere opbrengsten. Solvabiliteit De solvabiliteit is een maatstaf om aan te geven in hoeverre een organisatie in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen.
De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen; hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Het kader van de solvabiliteit is destijds voor Hoogeveen vastgesteld op minimaal 18%, waarbij rekening is gehouden dat de voorzieningen tot het eigen vermogen behoren. De berekening was gebaseerd op de VNG-definitie (voorzieningen behoren tot het eigen vermogen). Volgens het BBV moeten de voorzieningen als vreemd vermogen worden beschouwd. Indien de voorzieningen buiten het eigen vermogen worden gehouden dan komt de solvabiliteitsratio uit op: Kengetallen Solvabiliteit
Vastgesteld kader Minimaal 18%
2023
2024
2025
2026
15%
18%
21%
25%
2
Bij het opnieuw vaststellen van het kader voor de solvabiliteit stellen we daarom voor het eigen vermogen te bepalen op basis van het BBV, waarbij de voorzieningen niet worden gerekend tot het eigen vermogen. Weerstandsvermogen Het kengetal weerstandsvermogen is de verhouding tussen het totaalbedrag aan risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Met behulp van dit kengetal kan worden bepaald of het weerstandsvermogen voldoet aan de gesteld norm. Het kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het huidig kader hiervoor is gesteld op minimaal ‘voldoende’ (1,0 > < 1,4). Zie onderstaande tabel: Waardering
Ratio Weerstandsvermogen
Betekenis
>2,0 1,4 > < 2,0 1,0 > < 1,4 0,8 > < 1,0 0,6 > < 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
A B C D E F
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het totaalbedrag aan risico’s. Bij de begroting en jaarrekening worden de risico’s opnieuw bepaald. Bij de begroting 2023 is de benodigde weerstandscapaciteit vastgesteld op € 16,5 miljoen. Hiervoor wordt op basis van een risicomatrix de risicokans bepaald dat een risico zich voordoet. Het wordt als volgt berekend: Weerstandsvermogen = (risicoprofiel)
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
Onderstaand is het verloop van het weerstandsvermogen weergegeven, zoals opgenomen in de programmabegroting 2023: Bedragen x € 1 miljoen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen
31/12
2023 31.795 16.526 15.269 1,92
2024 38.703 16.526 22.177 2,34
2025 45.966 16.526 29.440 2,78
2026 53.106 16.526 36.580 3,21
Het maximaal aantal aan risico’s is in begroting 2023 op € 55,146 miljoen bepaald. Wanneer we ervan uitgaan dat alle risico’s zich gelijktijdig zullen voordoen, dus het meest zwarte scenario, is het verloop van het weerstandsvermogen als volgt; ‘Zwart’ scenario weerstandsvermogen: Bedragen x € 1 miljoen Beschikbare weerstandscapaciteit
31/12
2023 31.795
2024 38.703
2025 45.966
2026 53.106
Benodigde weerstandscapaciteit
55.146
55.146
55.146
55.146
Weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen
-23.351 0,58
-16.443 0,70
-9.180 0,83
-2.040 0,96
Hierbij moeten we opmerken dat ook dit ‘zwarte’ scenario nog niet het meest zwarte scenario is dat we hebben. Dit bedrag wordt bepaald door de kans maal de gebeurtenis te berekenen. Omdat niet alle risico’s van tevoren bedacht kunnen worden is dit beeld nooit compleet. 3
Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het kengetal in programmabegroting 2023-2026 is: bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
Boekwaarde voorraad gronden per 31-12
23.382
13.268
10.753
5.781
4.433
Totale baten (exclusief reserves)
201.769
216.771
210.145
214.387
200.734
11,59
6,12
5,12
2,70
2,21
Percentage
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoeging aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage.
Totaal structurele lasten Totaal structurele baten Saldo structurele baten en lasten (1) structurele toevoeging reserves structurele onttrekking reserves Saldo onttrekking en toevoeging (2)
2023 207.612.661 214.146.514 6.533.853
2024 196.465.067 208.437.273 11.972.206
2025 198.164.527 212.823.797 14.659.270
2026 193.394.088 199.294.010 5.899.922
6.533.853 3,05%
11.972.206 5,74%
14.659.270 6,89%
5.899.922 2,96%
Saldo (1) en (2) Percentage t.o.v. totale baten
Bij een structureel en reëel evenwicht moet het percentage minimaal 0 of hoger zijn. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Overigens laat dit kengetal eigenlijk meer een verhouding zien t.o.v. de landelijk gemiddelde woonlasten dan dat het de echt vrij toelaatbare (wettelijke) belastingruimte toont. In de P&C documenten vergelijken we de woonlasten met de Drentse gemeenten, maar voor de belastingcapaciteit vergelijken we met het gemiddelde van gemeenten van dezelfde omvang als Hoogeveen. Gemeenten van gelijke inwonersomvang zitten gemiddeld op een percentage van 103%. Vanuit financieel perspectief is niet goed dat de belastingcapaciteit onbenut is. Daarom zetten we de streefwaarde op 100%. 2020 301,94 146,90 286.80 735,64
2021 355,20 146,90 286,80 788,90
2022 367,44 149,85 286.80 804,09
Gemiddelde woonlasten gemeenten (landelijk)
776
811
904
Percentage t.o.v. landelijk gemiddelde
95%
97%
89%
OZB-lasten gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal woonlasten Hoogeveen
2023
4
2. Conclusie en aanbeveling Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) Vanuit hun taak als financieel toezichthouder hebben de twaalf provincies een gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) opgesteld. In het GTK zijn de volgende signaleringswaarden opgenomen voor de financiële kengetallen: Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote
< 90%
90%-130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
<90%
90%-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20%-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Grondexploitatie
<20%
20%-35%
>35%
Belastingcapaciteit
<95%
95%-100%
>105%
De financiële kengetallen voor Hoogeveen zoals opgenomen in de jaarrekening 2021 en programmabegroting 2023-2026 zijn: Huidige financiële kengetallen o.b.v. Jaarrekening 2021 en begroting 2023-2026 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio (o.b.v. BBV) Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2023 2024 2025 2026 60% 58% 61% 57% 55% 56% 56% 58% 55% 53% 16% 15% 18% 21% 25% 6% 3% 6% 7% 3% 7% 6% 5% 3% 2% 97%
Conclusie en aanbeveling De Hoogeveense schuldquote wordt als minst risicovol bestempeld, omdat deze onder de GTK-norm van 90% zit. De schuldquote laat meerjarig een stabiele lijn zien. Wij stellen voor het kader van maximaal 80% aan te passen naar maximaal 90%. Daarmee vallen we nog steeds onder de categorie minst risicovol. De solvabiliteitsratio beweegt zich vanaf 2023 tussen de 15% en 25% waarbij 2023 en 2024 onder meest risicovol en vanaf 2025 onder neutraal. Het vastgestelde kader van Hoogeveen van minimaal 18% valt echter onder het meest risicovol. Wij stellen daarom voor het vastgesteld kader minimaal te laten vallen onder neutraal. Dit betekent dat het vastgesteld kader moet worden opgehoogd en moet liggen tussen 20% -50%. In 2021 was de gemiddelde solvabiliteitsratio van alle gemeenten 37,5%. Mede gelet hierop stellen we voor het kader voor Hoogeveen vast te stellen op minimaal 35% (midden 20% en 50%), zodat we op dit onderdeel in de signaleringswaarde vallen van neutraal. Op basis van de huidige programmabegroting 2023-2026 komt de solvabiliteitsratio in 2026 uit op 25,4%. Het geraamde eigenvermogen is dan € 53,1 miljoen en het totale vermogen € 209 miljoen. Wanneer we op basis van de huidige begroting in 2026 een solvabiliteitsratio van minimaal 35% willen realiseren, moeten we naar een eigen vermogen van € 73,1 miljoen.
Het huidige kader voor het weerstandsvermogen is minimaal ‘voldoende’ (1,0 > < 1,4). Het gemiddelde van alle gemeenten tussen de 50.000 en 60.000 inwoners was voor de begroting 2023 3,12 (= uitstekend). Gelet hierop en het uitgangspunt om de algemene reserve te laten groeien stellen we voor dit kader vast te stellen op minimaal 2,0 (=uitstekend). 5
De structurele exploitatieruimte op basis van de programmabegroting 2023-2026 valt onder minst risicovol omdat de ruimte boven de GTK-norm van >0% valt. Het kengetal grondexploitatie zit onder GTK-norm van < 20% en valt onder minst risicovol. De belastingcapaciteit bevindt zich onder neutraal (95%-100%).
Voorstel
Gelet op het vorenstaande adviseren wij de raad bij de kaderbrief 2024 de volgende kaders te laten vaststellen: • Netto schuldquote: maximaal 90% (huidig kader is maximaal 80%) • Solvabiliteit: de komende jaren toewerken naar een ratio van minimaal 35%, waarbij de voorzieningen tot het vreemd vermogen behoren (conform BBV) • Weerstandsvermogen: minimaal 2,0 (uitstekend) • Structurele exploitatieruimte: de begroting is structureel en reëel sluitend. Bij een structureel en reëel evenwicht moet het percentage minimaal 0 of hoger zijn. • Grondexploitatie: maximaal 20% (minst risicovol) • Belastingcapaciteit: 100%
3. Scenario’s bij extra investeringen Er zijn diverse ontwikkelingen en projecten in voorbereiding die op dit moment financieel niet zijn opgenomen in de begroting. Voorbeelden zijn zwembad, brandweerkazerne, investeringen voor cultuur etc. We hebben geïnventariseerd welke investeringen dit zijn. Hieronder laten we door middel van twee verschillende scenario’s zien hoe de huidige financiële kengetallen verlopen op het moment we besluiten meer te gaan investeren in de jaren 2023 t/m 2027. Scenario 1 betreft de extra investeringen die we op dit moment in beeld hebben. Dit zijn investeringen die nu nog niet in de begroting 2023 zijn opgenomen. Bij scenario 2 doen we daar 25% bovenop, omdat we verwachten niet alle investeringen al volledig in beeld te hebben. Scenario 1: Uitkomsten financiële kengetallen bij onderstaande extra investeringen: 2023: + € 1,3 miljoen 2024: + € 2,5 miljoen 2025: + € 10 miljoen 2026: + € 6 miljoen 2027: + € 39 miljoen Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Netto schuldquote 59% 63% 64% 64% 81% 79% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 57% 61% 62% 62% 79% 77% Solvabiliteitsratio (o.b.v. BBV) 15% 18% 20% 24% 21% 21% Structurele exploitatieruimte 3,1% 5,7% 6,8% 2,7% 0,0% -0,8% Financiële kengetallen: Scenario 1
Scenario 2: Uitkomsten financiële kengetallen bij onderstaande extra investeringen (investeringen scenario 1 x 125%): 2023: + € 1,6 miljoen 6
2024: + € 3,1 miljoen 2025: + € 12,5 miljoen 2026: + € 7,5 miljoen 2027: + € 48,7 miljoen Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Netto schuldquote 59% 63% 66% 67% 88% 87% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 57% 61% 63% 65% 86% 84% Solvabiliteitsratio (o.b.v. BBV) 15% 18% 20% 23% 20% 20% Structurele exploitatieruimte 3,1% 5,7% 6,8% 2,6% -0,1% -1,1% Scenario 2
De schuldquote loopt bij de extra investeringen in zowel scenario 1 als 2 op naar boven de 80%. Het blijft wel onder de gewenste 90%. De solvabiliteitsratio wordt berekend door de omvang van het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. Wanneer er extra wordt geïnvesteerd neemt het balanstotaal toe, waardoor de solvabiliteit vanaf 2027 daalt. Extra investeringen heeft ook gevolgen voor de hoogte van de kapitaallasten, wat van invloed is op de exploitatieruimte. Wanneer we geen extra opbrengsten ontvangen vanaf 2027, hebben we (zonder bijsturing in de lasten) geen sluitende begroting voor de jaren 2027 en 2028. Er is echter nog veel onzeker over de inkomsten die we vanaf 2027 van het Rijk zullen ontvangen. In deze berekening houden we rekening met € 4,5 miljoen minder inkomsten vanuit gemeentefonds. Dit is op basis van de decembercirculaire 2022 van het gemeentefonds.
4. Verloop Algemene Reserve in relatie tot solvabiliteitsratio. Stand Algemene Reserve begroting 2023:
Om voor de solvabiliteitsratio de streefwaarde van 35% te halen is het belangrijk dat het eigen vermogen toeneemt in omvang. In de begroting 2023 komen we op een Algemene reserve van € 53 miljoen in 2026. Deze moet ongeveer € 73 miljoen zijn om de solvabiliteitsratio van 35% te hebben. Hierbij gaan we er van uit dat het totale vermogen van de gemeente gelijk blijft. In de begroting 2023 zit een jaarlijkse storting van € 5,7 miljoen in de algemene reserve. Afhankelijk van de uitkomsten van de begroting kan ervoor gekozen worden om dit spaartempo te temporiseren.
7
Bij een jaarlijkse storting van € 5 miljoen per jaar vanaf 2027 komt de Algemene Reserve in 2030 op de gewenste stand van € 73 miljoen, wanneer we echter meer gaan investeren (Scenario 1) zal het totale vermogen ook toenemen, waarbij de verhouding eigen vermogen t.o.v. totale vermogen (=solvabiliteitsratio) ook veranderd. Wanneer het totale vermogen toeneemt, zal de stand van de algemene reserve ook moeten toenemen om de solvabiliteitsratio op pijl te houden. Hieronder wordt het verloop van de algemene reserve weergegeven in relatie tot de solvabiliteit met een jaarlijkse storting in de algemene reserve van € 5 miljoen en € 3 miljoen per jaar vanaf 2027. Jaarlijkse storting van € 5 miljoen in Algemene Reserve, investeringen scenario 1: Verloop algemene reserve (x € 1 miljoen) Stand algemene reserve op 1-1 Storting Stand algemene reserve op 31-12 Totale vermogen Solvabiliteitsratio
2027 53,1 5 58,1 254,1 23%
2028 58,1 5 63,1 250 25%
2029 63,1 5 68,1 250 27%
2030 68,1 5 73,1 250 29%
2031 73,1 5 78,1 250 31%
2032 78,1 5 83,1 250 33%
2033 83,1 5 88,1 250 35%
Wanneer we het spaartempo vanaf 2027 temporiseren naar een storting van € 3 miljoen per jaar komen we in 2033 op de gewenste stand van € 73 miljoen van de Algemene reserve. Door extra toename van de investeringen komen we in 2037 op de gewenste solvabiliteitsratio van 35%. Jaarlijkse storting van € 3 miljoen in Algemene Reserve, investeringen scenario 1: Verloop algemene reserve (x € 1 miljoen) Stand algemene reserve op 1-1 Storting Stand algemene reserve op 31-12 Totale vermogen Solvabiliteitsratio
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
53,1
56,1
59,1
62,1
65,1
68,1
71,1
74,1
77,1
80,1
83,1
3 56,1
3 59,1
3 62,1
3 65,1
3 68,1
3 71,1
3 74,1
3 77,1
3 80,1
3 83,1
3 86,1
254,1 22%
250 24%
250 25%
250 26%
250 27%
250 28%
250 30%
250 31%
250 32%
250 33%
250 35%
5. Ravijnjaren 2026/2027 Voor 2026 en 2027 wordt gesproken over ravijnjaren omdat gemeenten dan minder middelen krijgen van het Rijk. Op basis van de septembercirculaire ontvangen we in 2025 nog € 143 miljoen, dat is in 2026 nog € 135 miljoen en daalt in 2027 naar € 130 miljoen. Dit heeft vanaf 2027 gevolgen voor het exploitatiesaldo. Het is op dit moment nog steeds onduidelijk wat het Rijk gaat doen met de ravijnjaren voor gemeenten.
8
Bijlage 1: Begrippenlijst Belastingcapaciteit: De verhouding woonlasten ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten. Formule: Woonlasten Hoogeveen / Gemiddelde woonlasten gemeenten (landelijk). Kengetal grondexploitatie: Geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Formule: Boekwaarde voorraad gronden / Inkomsten exploitatie Netto Schuldquote: Schulden ten opzichte van de inkomsten. De inkomsten van de gemeente bepalen in belangrijke mate de hoogte van de schulden die de gemeente kan dragen. Formule: Vreemd vermogen (schulden) / Inkomsten exploitatie. Solvabiliteit: Verhouding eigen vermogen ten opzichte van totale vermogen. Geeft aan welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen Formule: Eigen vermogen (inclusief voorzieningen) / Totale vermogen Structurele exploitatieruimte: wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoeging aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage Formule: Saldo structurele baten en lasten / totale baten Weerstandscapaciteit: Middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten de betalen. (= totaalbedrag aan reserves).
Weerstandsvermogen: Verhouding tussen het totaalbedrag aan risico’s (= benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare weerstandscapaciteit (= totaalbedrag aan reserves). Formule: beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit
Bijlage 2: Berekeningen Hieronder wordt een opsomming gegeven van de verschillende berekeningen uit dit memo. Bij de schuldquote, solvabiliteit en structurele exploitatieruimte worden de berekening van de huidige begroting 2023 en de 2 uitgewerkte scenario’s van extra investeringen weergegeven. Dat zijn onderstaande bedragen van extra investeringen: Jaartal extra investering 2023 2024 2025 2026 2027
Scanario 1 1.300.000 2.500.000 10.000.000 6.000.000 39.000.000
Scenario 2 1.625.000 3.125.000 12.500.000 7.500.000 48.750.000
Schuldquote Begroting 2023 (bedrag x 1 miljoen) Netto schuld Exploitatie inkomsten (excl.reserves) Netto schuldquote
2023 127 216,8 59%
2024 128,2 210,1 61%
2025 123,7 214,4 58%
2026 110,3 200,7 55%
2027
2028
9
Scenario 1 (bedrag x 1 miljoen) Netto schuld Exploitatie inkomsten (excl.reserves) Netto schuldquote scenario 1
2023 128,3 216,8 59%
2024 132,0 210,1 63%
2025 137,3 214,4 64%
2026 129,4 200,7 64%
2027 159,6 196,7 81%
2028 155,5 196,7 79%
Scenario 2 (bedrag x 1 miljoen) Netto schuld Exploitatie inkomsten (excl.reserves) Netto schuldquote scenario 2
2023 128,7 216,8 59%
2024 132,9 210,1 63%
2025 140,7 214,4 66%
2026 134,1 200,7 67%
2027 173,9 196,7 88%
2028 170,7 196,7 87%
Begroting 2023 (bedrag x 1 miljoen) Eigen vermogen Totale vermogen Solvabiliteit
2023 31,8 205,7 15%
2024 38,7 213,1 18%
2025 46,1 214,8 21%
2026 53,1 208,6 25%
2027
2028
Scenario 1 (bedrag x 1 miljoen) Eigen vermogen Totale vermogen Solvabiliteit scenario 1
2023 31,8 205,7 15%
2024 38,7 214,1 18%
2025 46,1 224,6 20%
2026 53,1 223,9 24%
2027 53,1 254,1 21%
2028 53,1 250,0 21%
Scenario 2 (bedrag x 1 miljoen) Eigen vermogen Totale vermogen Solvabiliteit scenario 2
2023 31,8 205,7 15%
2024 38,7 213,0 18%
2026 53,1 227,7 23%
2027 53,1 267,5 20%
2028 53,1 264,3 20%
2027
2028
Solvabiliteit
2025 46,1 227,1 20%
Structurele exploitatieruimte Begroting 2023 (bedrag x 1.000) Structurele lasten Structurele baten Saldo Percentage t.o.v. baten Scenario 1 (bedrag x 1.000) Structurele lasten Structurele baten* Saldo Percentage t.o.v. baten Scenario 2 (bedrag x 1.000) Structurele lasten Structurele baten* Saldo Percentage t.o.v. baten
2023
2024
2025
2026
207.613 214.147 6.534 3,05%
196.465 208.437 11.972 5,74%
198.165 212.824 14.659 6,89%
193.394 199.294 5.900 2,96%
2023
2024
2025
2026
2027
2028
207.613 214.147 6.534 3,05%
196.517 208.437 11.920 5,72%
198.317 212.824 14.507 6,82%
193.946 199.294 5.348 2,68%
194.738 194.794 56 0,03%
196.298 194.794 -1.504 -0,77%
2023
2024
2025
2026
2027
2028
207.613 214.147 6.534 3,05%
196.530 208.437 11.907 5,71%
198.355 212.824 14.469 6,80%
194.084 199.294 5.210 2,61%
195.074 194.794 -280 -0,14%
197.024 194.794 -2.230 -1,14%
*we houden hier rekening met het ravijnjaar vanaf 2027, we rekenen met € 4,5 miljoen minder inkomsten vanuit het gemeentefonds.
10
Weerstandsvermogen Begroting 2023 (Bedragen x € 1 miljoen 31/12 Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen
2023
2024
2025
2026
31.795 16.526 15.269 1,92
38.703 16.526 22.177 2,34
45.966 16.526 29.440 2,78
53.106 16.526 36.580 3,21
Grondexploitatie Begroting 2023 (Bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
Boekwaarde voorraad gronden per 31-12
23.382
13.268
10.753
5.781
4.433
Totale baten (exclusief reserves)
201.769
216.771
210.145
214.387
200.734
11,59
6,12
5,12
2,70
2,21
Percentage
11