CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019_ontwerp_1.pdf

Raadsavond 29 november 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 201929.865 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN

Noordscheschut

deelplan uitbreiding woningbouw 2019

ontwerp

6 april 2021

Bestemmingsplan Noordscheschut , Deelplan Uitbreiding Woningbouw 2019 Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 6 April 2021 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01, Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019

_____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad 10 sept 2020 6 apr 2021

publicatiedatum

inzagetermijn

14 apr 2021

15 apr t/m 26 mei 202

_____________________________________________________________________________________

Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting

7 7 7

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

9

Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke - en functionele structuur plangebied

9 9 10

Hoofdstuk 3

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaalbeleid Regionaalbeleid Gemeentelijk beleid

11 13 16 16

2.1 2.2 2.3

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 4.1

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

21

Ruimtelijke - en functionele structuur

21

Omgevingsaspecten

23

Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Duurzaamheid

23 24 25 32 35 36 37 37 38 39

Planbeschrijving

41

Juridisch systeem Regels Verklaring van de bestemmingen

41 41 41

Handhaving

43

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

43 43 43

Uitvoerbaarheid

45

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

45 45

Bijlagen bij de toelichting

47

Bijlage 1

48

Verkennend (water)bodemonderzoek

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 2

6 april 2021

Bijlage 2 Digitale watertoets (zuidelijke deel) Bijlage 3 Digitale watertoets (noordelijke deel) Bijlage 4 WaterparagraafWoningbouwuitbreiding Noordscheschut Bijlage 5 Quickscan natuurtoets Bijlage 6 Aeriues berekening woningbouw Noordscheschut Bijlage 7 Aanvullend onderzoek ecologie Bijlage 8 Vormvrije-merbeoordelingWoningbouw Noordscheschut Bijlage 9 Nota vooroverleg Woningbouw Noordscheschut

229 235

Regels

329

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

317 323

330 330 335

Bestemmingsregels

336

Agrarisch Groen Tuin Verkeer Water Wonen

336 341 342 343 344 345

Algemene regels

348

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Hoofdstuk 4

306 313

Begrippen Wijze van meten

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Hoofdstuk 3

241 285

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Artikel 15

Overgangsrecht Slotregel

348 349 350 351 352

353 353 355

Bijlagen bij de regels

357

Bijlage 1

358

Parkeernota Hoogeveen

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 3

6 april 2021

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 4

6 april 2021

Toelichting

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 5

6 april 2021

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 6

6 april 2021

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeenteraad heeft op 13 december 2012 de Structuurvisie Hoogeveen 2.0 vastgesteld. Volgens deze visie ligt de focus van woningbouw de komende jaren op de stad. Daarnaast is gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied, passend bij de vraag. Er wordt ingezet op kleinschaliger initiatieven. Dit plan ziet toe op de realisatie van 33 woningen. Er komt een diversiteit aan woningen: vrijstaand, twee-onder-1-kapwoningen, rijwoningen (4-onder-1-kap) en rug-aan-rugwoningen. Met dit bestemmingsplan zal de Kern Noordscheschut worden uitgebreid. Door deze uitbreiding blijft er een gedeelte buitengebied over in de kern Noordscheschut. Om dit bij de kern te betrekken zal dat gedeelte worden overgenomen uit het bestemmingsplan voor het buitengebied en maakt dit onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan ziet niet toe op fase 2 van de woningbouwontwikkeling. Ten oosten van het plangebied is ruimte gereserveerd voor een woningbouwuitbreiding. Wanneer de behoefte aanwezig is om invulling te geven aan fase 2, zal dit met een apart bestemmingsplan juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

1.2

Opgave bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan dient goed aan te sluiten bij de ruimtelijk-functioneel gewenste invulling voor dit plangebied.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de planuitgangspunten weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieuaspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, wateraspecten, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 7

6 april 2021

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 8

6 april 2021

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de dorpskern van Noordscheschut, tussen de Boogerdweg en de Modderwijk. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en ingevuld met grasland. Via de Modderwijk heeft het gebied een aansluiting op de Coevorderstraatweg. Ook het gedeelte ten westen hiervan maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De agrarische gronden ten oosten van het Zwarte Dijkje worden overgenomen uit het geldende bestemmingsplan en maken vervolgens onderdeel uit van de Kern Noordscheschut. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen.

Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied (globaal met rood omlijnd)

2.2

Vigerend recht

Op het plangebied is de beheersverordening 'Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018' van toepassing. De beheersverordening is op 27 februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld en vormt de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied Zuid, herziening 2007 (vastgesteld op 22 november 2007). Voor het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch - 2' met de aanduidingen 'landschapsbouw' en ´woning´. De agrarische bestemming ziet toe op het behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden. Daarop aanvullend zijn sociaal-economische doeleinden ook toegestaan zoals de uitoefening van een agrarische bedrijf, bosbouw, dagrecreatie en verkeer- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Met het oog op de versterking van het landschapsbeeld zijn ter plaatse van de aanduiding 'landschapsbouw' ruimere Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 9

6 april 2021

bouwmogelijkheden mogelijk. Binnen dit gebied kan onder voorwaarden een afwijking worden verleend voor de realisatie van een woning met aanbouwen en bijgebouwen tot buitenplaats. De twee woningen zijn aangeduid middels ´woning´. Daar vindt geen verandering plaats. In figuur 2.2 is een uitsnede van de geldende plan opgenomen.

Figuur 2.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid, herziening 2007' (plangebied globaal met rood omlijnd)

2.3

Ruimtelijke - en functionele structuur plangebied

Noordscheschut ligt in een veenontginningslandschap dat vanaf het begin van de zeventiende eeuw ten zuidoosten van Hoogeveen is ontstaan. In het landschap ervaart men enerzijds open gebieden, anderzijds daaruit oprijzende beboste gebieden, bomenrijen en houtwallen. Het nederzettingpatroon in dit gebied bestond aanvankelijk uit verspreide lintbebouwing langs wegen en wijken (kanalen). In een latere fase is bij de sluis annex de brug kernvorming opgetreden. Nog vandaag de dag vormt de sluis het karakteristieke middelpunt van het dorp. Het plangebied grenst aan de zuidoostelijke zijde van het dorp en is gelegen tussen de Boogerdweg en Modderwijk.

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 10

6 april 2021

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie infrastructuur en ruimte

Het beleid van Europa en de rijksoverheid is van invloed op het te voeren Drentse omgevingsbeleid. Zo is er op Europees niveau veel aandacht voor het verbinden van economische kerngebieden door vervoersnetwerken, de aansluiting van relatief zwak ontwikkelde regio's, landsoverschrijdende samenwerking, stroomgebieden, ecologische relaties en duurzame ontwikkeling. Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. De SVIR heeft een horizon tot het jaar 2040 en vervangt onder andere de Nota Ruimte. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen: een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige

afweging en transparante besluitvorming bij a l l e ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend i s en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 11

6 april 2021

Geconstateerd wordt dat onderhavig bestemmingsplan geen rijksbelangen raakt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld, dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd, dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (de artikelen worden later aan het Barro toegevoegd) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Tevens treden regels ten aanzien van radarverstoringsgebieden op een nader te bepalen tijdstip in werking. De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen.

In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden ("ladder duurzame verstedelijking"). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt die inhoudt dat de toelichting bij een uitwerkingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bij de beschrijving van de behoefte van de ontwikkeling kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Het vervolgstap uit de genoemde ladder heeft betrekking op de vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden. Het voorliggend plan is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. De uitbreidingslocatie, welke is gekozen middels marktonderzoek en ruimte biedt voor 33 grondgebonden woningen, is direct aangrenzend aan het stedelijk gebied en vormt daarmee een afronding van de kern Noordscheschut. In paragraaf 3.4.4 is verwoord dat er voldoende vraag naar woningen binnen de gemeente Hoogeveen is.

Ook in het woningbehoefteonderzoek voor nieuwbouwlocaties in de gemeente Hoogeveen is aangegeven dat dit het geval is. Gezien de druk op de mark wordt de realisatie van 33 woningen zeker haalbaar geacht. De vraag naar woningen komt met name van gezinnen die doorstromen vanuit een bestaande woning in Hoogeveen en ook steeds meer vanuit omliggende kernen. Daarnaast is de woningbouwuitbreiding in de kern Noordscheschut aantrekkelijk voor jonge stellen en jonge -alleenstaande- starters. Ook Voor senioren is de wijk aantrekkelijk vanwege de realisatie van 15 levensloopbestendige rug-aan-rug woningen. Eén van de speerpunten in de Woonvisie is dan ook het realiseren van meer flexibiliteit, differentiatie en maatwerk op de woningmarkt. Met dit plan wordt voorzien in de behoefte aan nieuwe kwalitatief hoogwaardige woningen in de vorm van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen, rijwoningen en rug-aan-rug woningen. Hierbij wordt rekening Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 12

6 april 2021

gehouden met verschillende doelgroepen qua leeftijd, gezinssamenstelling en inkomen. Door flexibiliteit op te nemen, kan gedurende het hele realisatieproces, aangesloten worden op de actuele lokale woningbehoefte. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan niet strijdig is met de Ladder voor duurzame verstedelijking . Actuele regionale woonbehoefte Het gemeentelijk beleid omtrent het wonen is neergelegd in de Woonvisie 2017-2020. De Woonvisie, regionaal afgestemd en gebaseerd op onderzoek naar aspecten als woonwensen, migratiebewegingen en bevolkingsontwikkeling, laat zien dat de woonbehoefte steeds meer verschuift naar de stad: wonen in de stad met voorzieningen in de directe nabijheid. Hierbij is een grote behoefte waarneembaar naar kwalitatief goede grondgebonden woonmilieus. De centrumdorpen zoals onder andere Noordscheschut worden als een belangrijk woonalternatief gezien. Het woningmarktonderzoek wijst er op dat een combinatie van voorzieningen én nabijheid van de kern Hoogeveen de gewildheid als woonlocatie vergroot. Met dit plan wordt hier een invulling aan gegeven door in het kanaaldorp Noordscheschut de woningbouwuitbreiding van 33 woningen mogelijk te maken. De woning zijn op basis van behoefte in de gemeente tot stand gekomen. Dit is dan ook in lijn met het gestelde vanuit de gemeentelijke woonvisie voor de periode 2017-2020.

3.2

Provinciaal beleid

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.

Wonen Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus, die voorzien in de woonvraag. De provincie verwacht dat gemeenten een gemeentelijke woonvisie opstellen en dat de lokale visies in een bovenlokale strategie, een regionale woonvisie wordt vervat. Hoogeveen maakt samen met De Wolden, Meppel en Westerveld deel uit van de woonregio Zuidwest Drenthe. Het proces om te komen tot een regionale woonvisie is doorlopen en vervolgens is op 30 oktober 2012 de Regionale Woonvisie door de diverse colleges van de betrokken gemeenten vastgesteld. Bij de verdeling van de woningbehoefte streeft de provincie ernaar de groei van de bevolking en de arbeidsplaatsen te concentreren in de (sub)streekcentra en één derde in de overige kernen. De toedeling van de woonopgave aan de (sub)streekcentra en overige kernen is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De provincie verwacht van gemeenten dat de toedeling gebeurd op basis van de functie van de kern binnen de gemeente. De provincie vindt het van belang dat, waar mogelijk, de woonopgave van deze kernen wordt benut om de dorpsranden 'af te hechten'. Dit verbetert de ruimtelijke kwaliteit. Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 13

6 april 2021

Stedelijk gebied of buitengebied De provincie maakt onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied en buitengebied. Deze noodzaak komt voort uit het provinciaal belang bij een goede ruimtelijke ordening om, mede conform Rijksbeleid, nieuwe initiatieven bij voorkeur te faciliteren binnen de reeds bebouwde omgeving. Het stedelijk gebied omvat de buitenste contouren van dorpen en steden zoals op de kaart Bestaand stedelijk gebied is aangegeven. Het voorliggend plan is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. De uitbreidingslocatie, welke is gekozen middels marktonderzoek en ruimte biedt voor 33 grondgebonden woningen, is direct aangrenzend aan het stedelijk gebied en vormt daarmee een afronding van de kern Noordscheschut. In de gemeentelijk woonvisie (paragraaf 3.4.4) is de behoefte aan woningbouw beschreven. Ten aanzien van de in de Omgevingsvisie genoemde milieuaspecten als water, bodem, luchtkwaliteit, geluid- en geurhinder en externe veiligheid zijn onderzoeken uitgevoerd. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 5'. Kernkwaliteiten analyse De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken.

Als bij een ruimtelijk project kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk project uiteen gezet worden dat met het desbetreffende project wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het project betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk project mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. Kernkwaliteit Natuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit, deze zijn nader beschreven in het robuust natuursysteem. Het NNN vormt de ruggengraat van het Drentse natuurnetwerk en waarborgt biodiversiteit en duurzame natuur. Voor de ruimtelijke identiteit van Drenthe is de belevingswaarde en de mogelijkheid tot benutten van de natuur van groot belang. De provincie is direct verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de natuur binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op meer dan 500 meter. Er is dus geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan. Kernkwaliteit Aardkundige waarden Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau Generiek.

In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Uit het verkennend bodemonderzoek (zie bijlage 1) is gebleken door alle eerdere grondroeringen uit het verleden, eventuele aardkundige waarden verloren zijn gegaan en is er dus geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 14

6 april 2021

hoe de leefomgeving wordt ervaren. Het geeft betekenis en is direct verbonden met ons beeld van de Drentse identiteit. Daarom heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), die het provinciaal belang vastlegt, met daarin drie sturingsniveaus. Daarnaast heeft de provincie een provinciale monumentenlijst en beleid op het gebied van herbestemming. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur is gebiedsgericht beschreven in 10 deelgebieden. Voorliggend plangebied is gelegen in het deelgebied 9: Hollandscheveld en Hoogeveen. En bij nieuwe initiatieven is het van belang om de cultuurhistorische samenhang te respecteren. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied (en van toepassing op de kern Noordscheschut) is het gebruik maken van de randen en contrasten tussen de verschillende ontginningsblokken bij nieuwe ontwikkelingen, en in het bijzonder de achtergrenzen van de ontginningsblokken, waar verschillende kavelrichtingen bij elkaar komen. Bij de planvorming van onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische kwaliteiten leidend geweest. De structuur en indeling van Noordscheschut blijft geresepecteerd. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een versterking van de bestaande hoofdstructuur. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur wordt hiermee gerespecteerd.

Kernkwaliteit Landschap De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. De ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen en -onderdelen zich blijvend manifesteert. De landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken wil de provincie in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken. De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn: het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen; het behouden en versterken van de karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen die we in Drenthe onderscheiden: het behouden en versterken van de karakteristieke macrogradiënten van het Drents Plateau in relatie tot de aangrenzende en lager liggende veengebieden; het behouden en ontwikkelen van het Nationaal Beek-en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Het plangebied maakt deel uit van het 'Landschap van de Veenkoloniën'. Kenmerkend voor deze hoogveengebieden is de strakke orthogonale verkaveling, de bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse ruimtes met wijken. Elke ontginning heeft bovendien zijn eigen specifieke kenmerken, waaraan de tijd en de manier van ontginning is af te lezen. Zo heeft het gebied rond Hollandscheveld een kleinschalig, besloten karakter met veel verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken. In Smilde vormt de Drentse Hoofdvaart de ruggengraat van de ontginning en zijn de Oude Veenkoloniën kleinschaliger dan de Veenkoloniën in de omgeving van Emmen. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Het beleid is dan ook gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur. Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in in overeenstemming is met het provinciaal beleid.

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 15

6 april 2021

3.3

Regionaal beleid

In het kader van de regionale afstemming is met de buurgemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel overleg gevoerd over het woningbouwprogramma. De uitkomst van de afstemming heeft geresulteerd in een regionale woonvisie. Een dergelijke afstemming heeft, in dit kader, ook plaatsgevonden voorafgaand aan de op te starten bestemmingsplanprocedure die betrekking heeft op de nieuwbouwlocatie. Het op te stellen bestemmingsplan voor de uitbreiding van de kern Noordscheschut is op 17 december 2018 regionaal afgestemd. Uit de nadere afstemming is gebleken dat voorliggende woningbouwontwikkeling past in de regionale aantallen en het kwalitatieve programma tot 2026. Op 30 oktober 2012 is de Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe, Groeimodel, deel I door het college van de gemeente Hoogeveen en de andere betrokken gemeenten vastgesteld. In het bestuurlijk afstemmingsoverleg RO/Wonen Zuidwest Drenthe van 21 december 2015 is de woningbehoefte voor Zuidwest Drenthe vastgesteld voor de periode 2016-2025. Deze woningbehoefte prognose is gebaseerd op de provinciale bevolkingsprognose 2015, vertaald naar de woningbehoefte in de regio Zuidwest Drenthe. De vastgestelde woningbehoefte geldt als kader voor de woningbouwontwikkeling in de regio en dient als uitgangspunt voor de actualisatie van het gemeentelijk woonbeleid voor de gemeenten binnen deze regio.

Gelet op de aanwezige harde plancapaciteit in Zuidwest Drenthe, is de mogelijkheid aanwezig de woningbouwuitbreiding van Noordscheschut daaraan toe te voegen. De realisatie van 33 woningen leidt niet tot verdringing of ongewenste concurrentie.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030

Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2004 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. In de Structuurvisie zijn verschillende basisprincipes voor de omgang met de tien dorpen onderscheiden. Belangrijk is dat in alle dorpen gezocht moet worden naar uitbreidingsmogelijkheden. De tien dorpen zijn in de Structuurvisie in drie groepen ingedeeld. Deze driedeling is ingegeven door het landschap waarin de dorpen liggen. Onderscheiden zijn kanaaldorpen (waaronder Noordscheschut), velddorpen en zanddorpen, waarbij in de kanaaldorpen gespreid en vervlochten zal worden gebouwd. Binnen deze driedeling is voor alle dorpen een uitbreidingsmogelijkheid ontwikkeld.

Een belangrijke uitkomst daarvan is dat het grootste dorp per gebied de meeste woningen krijgt. Dit zijn Noordscheschut, Hollandscheveld en Pesse. Per gebied is daar een eigen invulling aan gegeven die met name gerelateerd is aan de mogelijkheden van het landschap. Gelet op de samenstelling van de woningvoorraad en de demografische ontwikkeling van de bewoners van Noordscheschut zijn de volgende kwalitatieve uitgangspunten geformuleerd voor de uitbreiding van de woningvoorraad: 10% tot 20% van de woningen moeten starterswoningen zijn, waarbij de kwaliteit van de woningen belangrijk is. Dit kunnen rijenwoningen zijn maar ook twee-onder-één-kap woningen. Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 16

6 april 2021

30% tot 40% van de woningen dienen levensloopbestendige/flexibele woningen te zijn, waarbij all e dagelijkse levensbehoeftevoorzieningen op de begane grond te vinden zijn. 50% van de woningen zijn voor de vrije sector. Hiervan dient 20% betaalbaar (twee-onder-één-kap woningen) en 30% duur (vrijstaande woningen) te zijn.

Het initiatief voldoet aan het gestelde in de Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030. Het plan voorziet in een woningbouwuitbreiding in hert kanaaldorp Noordscheschut dat toeziet op de realisatie van 33 woningen, waarvan 12 levensloopbestendige woningen. Er wordt ruimte geboden voor vier rijwoningen. De overige woningen kunnen zowel als twee-onder-een-kap al vrijstaand worden gerealiseerd.

3.4.2

Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen is bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. Het initiatief voldoet aan het gestelde in de Structuurvisie 2.0. In de structuurvisie is betreffende wonen aangegeven dat Hoogeveen kiest voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied, passend bij de vraag. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de bestaande ruimtelijke structuur van het dorp.

3.4.3

Toekomstvisie Hoogeveen

In april 2018 is de Toekomstvisie Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze toekomstvisie met bijbehorende stukken is bedoeld als omgevingsvisie in het kader van de Omgevingswet. De structuurvisie (vastgesteld in 2004 en geactualiseerd in 2012) is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie die volledig van kracht blijft. In de toekomstvisie Hoogeveen wordt ingegaan op ambities op het gebeid van wonen, voorzieningen, bedrijvigheid en bereikbaarheid, landschap en de opgave voor de fysieke leefomgeving. Met betrekking tot wonen wenst Hoogeveen een goede woongemeente te zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus wordt gelegd op het wonen in de kern Hoogeveen en de realisatie van aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wenst Hoogeveen manieren te vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden. Voorliggend plangebied betreft de realisatie van 33 woningen binnen- en aansluitend aan het dorpskern Noordscheschut.

Er wordt ruimte geboden voor rijwoningen, vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen, om op deze wijze voldoende betaalbare woningen te bieden. De noord-zuid gerichte korte woonpaden geven vanaf de Boogerdweg uitzicht op het open landschap dat grenst aan de wijk. De woningen aan de randen hebben deels een lage kap. Dit maakt dat de woningen niet dominant aanwezig zijn in het landschap. Op deze wijze sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op de openbare ruimte in omgeving en worden woonpercelen gerealiseerd Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 17

6 april 2021

aansluitend op behoefte. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in lijn met de Toekomstvisie Hoogeveen.

3.4.4

Woonvisie 2017-2020Waar iedereen een thuis vindt

Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vijf jaar is wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en de verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.

Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moeten we enige overmaat aanhouden in onze woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. We hebben daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwen we flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomen we onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. 1. 2. 3. 4.

behoud van kwaliteit en gewildheid; toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar; ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.

De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. De woningvraag is gericht op praktisch woongenot zoals voorzieningen in de nabijheid en ruim en groen wonen tegen een goede prijs per vierkante meter woonoppervlak. De centrumdorpen Hollandscheveld, Pesse, Noordscheschut en Elim worden als een belangrijk woonalternatief gezien. Hollandscheveld manifesteert zich daarin het duidelijkst. Inmiddels zijn in diverse dorpen concrete plannen voor woningbouw, maatwerk in woondorpen, soms ook projectmatig in de centrumdorpen. Het woningmarktonderzoek wijst er op dat een combinatie van voorzieningen én nabijheid van de kern Hoogeveen de gewildheid als woonlocatie vergroot. Uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. In het jaar 2016 zijn bijna 100 reguliere woningen gerealiseerd en in het jaar 2017 gaat het om bijna 270 woningen. In het jaar 2018 zijn daar ook netto bijna 100 woningen bijgekomen. Daarnaast is binnen de gemeente Hoogeveen nog ruimte voor ongeveer 245 woningen aan plancapaciteit waarvoor nog bouw-/bestemmingsplannen kunnen worden ontwikkeld. In feite ligt de opgave hoger wanneer rekening wordt gehouden met planuitval en vertraging de komende jaren. De voorgenomen ontwikkeling met 33 woningen in het centrumdorp Noordscheschut kan binnen deze nog beschikbare capaciteit worden ontwikkeld.

Voor ongeveer netto 385 woningen is tot 2026 al harde plancapaciteit aanwezig in zowel de kern als de dorpen binnen de gemeente Hoogeveen. Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 18

6 april 2021

Binnen het woonbeleid is een gebiedsindeling bepaald. Het plangebied is gelegen in het gebied 'Kanaaldorpen'. Dit gebied ziet toe op de dorpen Tiendeveen, Noordscheschut en Nieuweroord. Met dit plan wordt hier een invulling aan gegeven door in het kanaaldorp Noordscheschut de woningbouwuitbreiding van 33 woningen mogelijk te maken. De woning zijn op basis van behoefte in de gemeente tot stand gekomen. Dit is dan ook in lijn met het gestelde vanuit de gemeentelijke woonvisie voor de periode 2017-2020.

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 19

6 april 2021

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 20

6 april 2021

Hoofdstuk 4 4.1

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Ruimtelijke - en functionele structuur

Noordscheschut ligt in een veenontginningslandschap dat vanaf het begin van de zeventiende eeuw ten zuidoosten van Hoogeveen is ontstaan. Het landschap bestaat uit wijken met daartussen open gebieden en bospercelen, bomenrijen en houtwallen. Vanaf 1960 tot begin deze eeuw zijn woningen gebouwd ten oosten van het Zwarte Dijkje. Ten zuiden van dit gebied bevindt zich het plangebied van dit bestemmingsplan. Het plangebied bestaat uit twee delen. Allereerst een deel met lage grondgebonden woningen met kleine privé buitenruimte rondom, direct ten zuiden van de bestaande wijk. De noord-zuid gerichte korte woonpaden geven vanaf de Boogerdweg uitzicht op het open landschap dat grenst aan de wijk. Deze groenzone speelt ook een rol in de afwatering van het verhard oppervlak van dit compacte buurtje. De woningen hebben een parkeerplaats met garage aan huis. Voor de benodigde extra parkeerplaatsen voor bezoekers wordt het parkeren langs de Boogerdweg georganiseerd in vakken haaksparkeren. Dit parkeren wordt voorzien van een haag en afgewisseld door groenvakken met bomen. Om de voetgangers ruim baan te geven op de Boogerdweg wordt het trottoir niet achterlangs de parkeerplaatsen aangelegd, maar meer centraal. Het trottoir ligt zó dat er een goede verbinding is met het trottoir langs het westelijk deel van de Boogerdweg en mensen niet vlak langs de woningen lopen.

Vanaf het landschap gezien wordt het beeld van de woonbuurt bepaald door de open straatjes met daartussen de bescheiden volumes van de woningen; daar bovenuit kragend de bomen tussen de parkeerplaatsen aan de Boogerdweg. Op kleine afstand van de Boogerdweg wordt een kleine woonbuurt ontwikkeld in het groen. Er is hier ruimte voor enkele rijenwoningen en vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen. Het parkeren vindt deels plaats op de particuliere kavels. Voor de bewoners van de rijenwoningen en voor bezoekers is er parkeerruimte op de openbare weg. De buurt is te bereiken vanaf de Boogerdweg en vanaf de Coevorderstraatweg. De woningen aan de randen hebben deels een lage kap. Dit maakt dat de woningen niet dominant aanwezig zijn in het landschap. Het groen rondom de buurt en aan de westzijde geeft de buurt een landelijk karakter en speelt een rol in de afwatering van het hemelwater.

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 21

6 april 2021

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 22

6 april 2021

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient te worden bezien of het plan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening verenigbaar is met de eisen die aan de omgeving worden gesteld. Het plan dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen en de belangen van omwonenden niet te schaden. Dit plan voorziet in het ontwikkelen van 33 woningen.

5.1

Bodem

5.1.1

Wettelijk kader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (Wbb) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. 5.1.2

Onderzoek

Het plangebied betreft de ontwikkeling van agrarische gronden naar woningbouw. Mede naar aanleiding van eerdere onderzoeksgegevens is voor het plangebied een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor het voorgenomen grondwerk en/of toekomstig gebruik van de locatie. Onderdeel van het bodemonderzoek betreft een nader bodemonderzoek om inzicht te krijgen in de actuele mate en omvang van een tijdens eerder uitgevoerd onderzoek vastgestelde sterke verontreiniging met zware metalen ter plaatse van een dam (inrit) nabij de Modderwijk. Onderstaand zijn de bevindingen van het onderzoek opgenomen. De gehele rapportage van het onderzoek is opgenomen als bijlage 1. Bodemkwaliteit Zware metalen De aanwezigheid van de sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond, in het grondwater en in de waterbodem in (de omgeving van) de Modderwijk vormen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek om meer inzicht te krijgen in de oorzaak en omvang van de verontreiniging.

Het nader onderzoek is (in combinatie met dit verkennend bodemonderzoek) ter plaatse van dam 101 reeds uitgevoerd waarbij binnen de grenzen van de onderzoekslocatie voldoende inzicht is verkregen in de omvang van de sterke verontreiniging met koper en zink. De situatie in grondwater en eventuele samenhang met de verontreiniging in de waterbodem en in de grond ter plaatse van de dam is echter onduidelijk. Aanbevolen wordt om een aanvullend grondwateronderzoek uit te voeren. Asbest Ter plaatse van dam 101 zijn asbestverdachte materialen waargenomen en overschrijdt het totaal gewogen asbestgehalte de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Omdat sprake is van een verkennend onderzoek naar asbest (waarbij proefgaten zijn gegraven) is het gehalten indicatief en dient conform NEN 5707 een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd om vast te stellen of daadwerkelijk de interventiewaarde voor asbest wordt overschreden. Het nader onderzoek Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 23

6 april 2021

bestaat uit het graven van één of meerdere proefsleuven. Terrein zuidelijk van de Modderwijk Vanwege de sterke begroeiing van het terrein zuidelijk van de Modderwijk, is ter plaatse beperkt onderzoek uitgevoerd. Eén van de boringen (aan de Coevorderstraatweg) is gestaakt op grof puin en er is een depot puin en zand aanwezig dat zou zijn vrijgekomen bij nabij de locatie uitgevoerde graafwerkzaamheden. Als gevolg hiervan is van dit deel van de locatie onvoldoende inzicht verkregen in de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt om (zodra het terrein vrij toegankelijk is) ter plaatse een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren. Vanwege de aanwezigheid van (grof) puin kan overwogen worden om (in combinatie met het nader onderzoek naar asbest) gebruik te maken van een hydraulische graafmachine. Voor de afvoer van het depot zand en puin kan een (indicatieve) partijkeuring noodzakelijk zijn. Graafwerkzaamheden Indien bij eventuele graafwerkzaamheden ter plaatse van de locatie afwijkingen worden geconstateerd of het vermoeden van een bodemverontreiniging bestaat, dient contact te worden opgenomen met de gemeente Hoogeveen. Wanneer bij bouwwerkzaamheden op de locatie grond vrijkomt die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit is de gemeente of het waterschap het bevoegd gezag.

Aanbevolen wordt om de vrijkomende grond binnen het perceel zelf her te gebruiken. Indien dit niet mogelijk is kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hoogeveen. Wanneer de vrijkomende grond niet binnen de bodemkwaliteitskaart kan worden hergebruikt dient mogelijk de hergebruiksmogelijkheid, ten behoeve van toepassing elders, vastgesteld te worden volgens het Besluit bodemkwaliteit. Anderzijds kan op basis van de onderzoeksresultaten eventueel vrijkomende grond worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Meldingsplicht Vanaf 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht waarbij alle toepassingen van grond en baggerspecie voorafgaand aan de toepassing moeten worden gemeld (hierop zijn enkele uitzonderingen) via het landelijk meldpunt. Alle toepassingen van grond en baggerspecie (dus ook schone) dienen gemeld te worden, met uitzondering van: Schone grond < 50 m3 particulieren (werk zonder aannemer) landbouwbedrijf, mits binnen bij bedrijf behorende perceel en vergelijkbaar gewas verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel

Deze dienen minimaal 5 werkdagen voor toepassing gemeld te worden bij het landelijke meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl 5.1.3 Conclusie Het nader onderzoek naar het grondwater, asbest en voor het terrein ten zuiden van de Modderwijk zal op een later moment plaatsvinden. Voorafgaand aan de gronduitgifte zal middels onderzoek moeten blijken dat de bodemgesteldheid voldoende is voor de beoogde functies. Met de gronduitgifte zal tevens een schonegrondverklaring worden afgegeven. Er wordt geconcludeerd dat het aspect bodem de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1

Wettelijk kader

In de bodem kunnen ook aardkundige waarden aanwezig zijn. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 24

6 april 2021

bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten. De gemeente Hoogeveen heeft in navolging van wet- en regelgeving eigen cultuurhistorisch beleid ontwikkeld op het terrein van de deelgebieden archeologie, historische geografie en historische bebouwing. Toetsing vindt plaats aan de daaruit volgende archeologische monumenten kaart en de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten. Aanvullend worden de landelijke Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) betrokken bij de toetsing van het initiatief. 5.2.2

Onderzoek

De kaart Archeologie in Nederland is een samenvoeging van de AMK en de IKAW. Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Uit bestudering van de kaart blijkt dat in het plangebied geen archeologische monumenten en/of waarden aanwezig zijn waarmee rekening gehouden dient te worden. Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten, vastgesteld op 24 november 2016, ligt het plangebied in een gebied met archeologische waarde 5, lage archeologische verwachting, waarvoor geen archeologisch (voor)onderzoek moet worden uitgevoerd. 5.2.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan voor de bouw van 33 woningen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet blijft voor bodemverstoringen wel de meldplicht van kracht. Als tijdens graafwerkzaamheden alsnog archeologische vondsten of indicatoren worden aangetroffen dan dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd en moet dit gemeld worden bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en wetenschap, dan wel bij de provinciaal archeoloog en de gemeente.

5.3

Water

Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.

5.3.1

Beleid en regelgeving

Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Ze hebben wettelijk vastgelegde taken die aangeven wat de maatschappij van hun mag verwachten. Namelijk het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het zuiveren van afvalwater. In het waterbeheerplan 2016-2021 staat beschreven hoe het waterschap Drents Overijsselse Delta hier uitvoering aan gaat geven en welke maatregelen hiervoor nodig zijn. Het beleidsplan van het waterschap Drents Overijsselse Delta is opgesteld in gezamenlijkheid met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstomen, dit door de ligging in het deelstroomgebied Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 25

6 april 2021

Rijn-Oost welke behoort tot het internationale stroomgebied van de Rijn. Voor dit stroomgebied zijn de doelen van het waterbeheer en de aanpak ervan in grote lijnen gelijk. Per waterschap zijn aanvullingen of uitvoeringsmaatregelen voor het eigen beheergebied toegevoegd. Het waterschap Drents Overijsselse Delta richt zich op de volgende aspecten: -

Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: veilig water

-

Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: voldoende water

-

Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: schoon water

-

Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: afvalwater

Het waterschap adviseert bij ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) om te komen tot een duurzame ruimtelijke inrichting. Dit is een van de manieren om de vorengenoemde aspecten mee te laten wegen in de diverse besluitvormingsprocessen. Tevens wordt de betrokkenheid en de waterschapsbelangen gewaarborgd met het doorlopen van de digitale watertoets. Veilig water De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het op orde brengen en houden van de dijken om overstromingen en wateroverlast te voorkomen. Dit met het oog op de waterveilige regio, waarin inwoners veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Door klimaatverandering is de kans op overstromingen vergroot. Om de gevolgen te beperken adviseert het waterschap bij ruimtelijke ontwikkelingen en werkt zij aan het vergroten van de bewustwording van risico's op wateroverlast en overstromingen. Afvalwaterketen Het waterschap Drents Overijsselse Delta zorgt voor het opvangen en zuiveren van het afvalwater van bijna alle inwoners en bedrijven. Zo draagt zij bij aan de volksgezondheid en een goede waterkwaliteit. De afvalwaterbehandeling is een gedeelde zorg met de gemeente, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de riolering. Hoofddoel van het waterschap is een effectieve en efficiënte behandeling van afvalwater en een effectieve en efficiënte (afval)waterketen.

Er is een functionele samenhang tussen het rioolstelsel, de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) en het oppervlaktewater. De waterschappen en gemeenten in Rijn-Oost hechten daarom veel belang aan goede samenwerking binnen deze samenhang. Samenwerking leidt tot optimalisatie van de afvalwaterketen, betere dienstverlening, betere waterkwaliteit en tot kostenbesparing. Dit alles kan leiden tot een duurzamer afvalwaterketen. Specifiek is in het waterschapsbeleid ten aanzien van de opvang en transport van afvalwater het volgende opgenomen: Waterkwaliteitsspoor

Het waterkwaliteitsspoor wordt gebruikt om de kwaliteit van het water in het stedelijk gebied te verbeteren door inzicht te krijgen in de vervuilingsbronnen (bijv. overstorten) Afkoppelen verhard oppervlak

Optimaliseren van bestaand bergingscapaciteit in het stedelijk gebied door het regenwater van de riolering af te koppelen en het bestaande rioleringsstelsel te optimaliseren Verminderen rioolvreemd water

Het terugdringen van rioolvreemd water (bijv. drainage en/of bronneringswater) draagt bij aan minder lozingen uit overstorten, een betere kwaliteit van het gezuiverde afvalwater en een lager energieverbruik.

5.3.2

Watertoetsproces

Algemeen De gemeente heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta op 4 november 2019 geïnformeerd Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 26

6 april 2021

over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Uit de toets komt naar voren dat de normale procedure moet worden doorlopen. Het waterschap heeft vervolgens op 12 november 2019 een tweetal uitgangspuntennotitie gestuurd (zie bijlagen 2 en 3). In de uitgangspuntennotities is een beschrijving gegeven van de bestaande waterhuishouding. In het onderstaande is deze beschrijving samengevat voor beide uitgangspuntennotities. De gehele waterparagraaf is opgenomen als bijlage 4). Maaiveld In het plangebied zijn laagtes aanwezig. Het maaiveld varieert van circa NAP +11,35 m tot circa NAP +13,00 m. In figuur 2-1 is het maaiveldverloop weergegeven. De weg Boogerd helt af van NAP +12,59 m (westen) tot NAP +12,43 m (oosten). De weg Coevorderstraatweg heeft een peil van circa NAP +13,00 m. Bodemopbouw De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit moerige gronden en podzolgronden. Antea Group heeft op 16 juli 2020 een bodemonderzoek (zie ook hiervoor bijlage 4). In totaal zijn binnen het plangebied zes handboringen gedaan, waarbij de bodemopbouw is beschreven en de gemiddeld hoogste grondwaterstand is afgeleid op basis van hydromorfe kenmerken Bestaande waterhuishouding. In het plangebied is een keileemlaag aangetroffen. In het noordelijke deel van het plangebied begint de keileemlaag op 1,0 m tot 1,5 m beneden maaiveld.

In het zuidelijke deel van het plangebied begint de keileemlaag op circa 2,0 m beneden maaiveld. De keileemlaag stagneert infiltratie van hemelwater. Grondwater Binnen het plangebied zijn de gemiddeld hoogste grondwaterstanden afgeleid op basis van hydromorfe kenmerken. Voor de waterhuishoudkundige uitwerking wordt uitgegaan van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van NAP 11,50 m (noordelijke deel van het plangebied) en NAP 11,40 m (voor het zuidelijke deel van het plangebied). In de laag gelegen delen binnen het plangebied zit de gemiddelde hoogste grondwaterstand minder dan 0,7 m beneden het maaiveld. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Hoogeveense Vaart. Rond het plangebied liggen primaire watergangen die in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP + 11,1 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP8015003-ON01 27

6 april 2021

Figuur 5.1. Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP + 12,0 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit moerige gronden. De maximale grondwaterstand ligt op 20 – 60 cm onder het maaiveld.

Uitgangspunten Het waterschap heeft in de twee uitgangspuntennotities, naast een beschrijving van de waterhuishouding in het plangebied, uitgangspunten geformuleerd waarvan het waterschap de gemeente verzoekt deze in het bestemmingsplan te borgen. In het onderstaande zijn deze uitgangspunten uiteen gezet. De uitgangspunten hebben betrekking op het watersysteem, wateroverlast, waterkwaliteit, riolering en beheer en onderhoud. In dit bestemmingsplan hebben wij de uitgangspunten, conform het verzoek van het waterschap, geborgd. Beschermingszone Hoogeveense Vaart De Hoogeveense Vaart (legger id = WH6-2_D) heeft aan beide zijden een beschermingszone van 5 m vanaf de boveninsteek. Binnen de beschermingszone gelden de gebods- en verbodsbepalingen zoals opgenomen in de Keur. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap Drents Overijsselse Delta. Compensatie van verhardingen Nieuwe verhardingen kunnen leiden in versnelde afstroming van hemelwater. Om dit te voorkomen geldt een watercompensatie voor nieuwe verhardingen. Ter compensatie van de toename verhard oppervlak wordt waterberging gerealiseerd. Conform de uitgangspunten van WDODelta moet het plangebied worden getoetst bij een bui die 1 maal per 100 jaar wordt verwacht.

Bij zo’n bui is de benodigde waterberging circa 80 mm in 24 uur (uitgaande van inloopverliezen en een waterafvoer naar de primaire watergang). Voor het plangebied (een middelgroot plan) hanteert het waterschap dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. De aan te leggen waterberging wordt ontworpen op basis van een vertraagde afvoer. De peilen gelden als een inspanningsplicht, de gemeente en het waterschap kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Noordscheschut , deelplan uitbreiding woningbouw 2019 ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10851650/1