Jaarrekening 2022.pdf
Tekst van het document
Jaarrekening 2022 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Voor een schoon en veilig Drenthe
Inhoud 1
2
3
4
2
SAMENVATTING, ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, VPB EN ONVOORZIEN ............................. 3 1.1
SAMENVATTING ...................................................................................................................... 3
1.2
WAT HEEFT HET GEKOST? ....................................................................................................... 5
DE VERPLICHTE PARAGRAFEN................................................................................................ 7 2.1
LEGES / LOKALE HEFFINGEN .................................................................................................... 7
2.2
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ................................................................. 7
2.3
DE FINANCIËLE KENGETALLEN............................................................................................... 10
2.4
FINANCIERING / TREASURY ................................................................................................... 12
2.5
BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................. 13
DE FINANCIËLE JAARREKENING............................................................................................ 15 3.1
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING .......................................... 15
3.2
OVERZICHT BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING........................................................... 18
3.3
TOELICHTING BATEN ............................................................................................................. 20
3.4
TOELICHTING LASTEN ............................................................................................................ 22
3.5
ONZE BALANS ........................................................................................................................ 28
3.6
TOELICHTING OP DE BALANS ................................................................................................ 29
BIJLAGEN ............................................................................................................................ 35 4.1
BIJLAGE A: BIJDRAGE PER DEELNEMER IN 2022.................................................................... 35
4.2
BIJLAGE B: WNT-VERANTWOORDING 2022 RUD DRENTHE ................................................. 37
4.3
BIJLAGE C: DETAILLERING BODEMSANERINGSPROJECTEN ................................................... 39
4.4
BIJLAGE D: SISA – VERANTWOORDING SPECIFIEKE UITKERINGEN ....................................... 40
4.5
BIJLAGE E: CONTROLEVERKLARING ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT ................................. 41
1 SAMENVATTING, ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, VPB EN ONVOORZIEN 1.1 SAMENVATTING Voor u ligt de jaarrekening van de RUD Drenthe over 2022. We beschrijven wat de financiële impact is van onze productie in relatie tot de prognose uit het Jaarprogramma 2022 en de Begrotingswijziging over 2022. In deze samenvatting van de jaarrekening wordt een verkort overzicht gegeven van de financiën over 2022. REALISATIE RUD DRENTHE 2022 IN ÉÉN OOGOPSLAG vóór resultaatbestemming, x € 1.000
Realisatie 2021
begroting 2022 voor wijziging
14.058
15.003
16.438
16.341
93
0
0
0
1.287
500
1.260
998
190
200
200
198
SPUK baten
0
0
0
94
Financiële baten
0
0
0
12
Overige baten
56
0
95
137
TOTAAL BATEN
15.684
15.703
17.993
17.779
Loonsom en inhuur
10.866
11.384
12.733
13.105
Frictiekosten
28
0
0
293
Reis-, opleidings- en algemene personeelskosten
478
727
745
763
2.374
2.545
2.879
2.638
Projectkosten LOS
150
250
0
0
Projectkosten Ontwikkelprogramma
205
0
0
23
1.287
500
1.260
998
134
150
150
138
Incidentele lasten
0
0
100
0
Onvoorzien
0
Deelnemersbijdragen Project Ontwikkelprogramma Projecten Leges
Bedrijfsvoeringskosten
Projecten Leges
TOTAAL LASTEN 15.523 SALDO VAN BATEN EN LASTEN 161 Onttrekking uit reserve 112 RESULTAAT 273 Tabel 1: De begrote en gerealiseerde baten en lasten over 2022
3
begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
125
125
0
15.681 22 0 22
17.992 1 0 1
17.958 -179 0 -179
Het begrotingsjaar 2022 hebben we afgesloten met een negatief resultaat van € 179.079. Bij de gepresenteerde begrotingswijziging 2022 waren de baten en lasten in evenwicht, waardoor het resultaat nu in negatieve zin afwijkt van het begrote resultaat na de begrotingswijziging. In onderstaande nadere uiteenzetting van de verschillen geldt: N = nadelig ten opzichte van de vastgestelde begrotingswijziging, V = voordelig. De reguliere deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op het jaarprogramma 2022. De BOA uren en de uren voor het luchtadvies zijn – volgens afspraak – afgerekend op basis van werkelijke inzet. De baten voor dit onderdeel zijn hiermee ca. € 64.000 (N) lager dan begroot. Een tweede correctie op de geprognosticeerde deelnemersbijdragen heeft plaatsgehad op ons energietoezicht. Voor een deel van deze uren kan aanspraak worden gemaakt op de specifieke uitkering (SPUK) toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. Een bedrag van € 33.000 (N) kon hiermee uit de deelnemersbijdragen worden gehaald omdat dit nu extern wordt gefinancierd. Voor een nadere uiteenzetting van de deelnemersbijdragen wordt verwezen naar bijlage A. Voor de specifieke uitkeringen is een – niet begroot – bedrag ontvangen van € 94.000 (V). De overige baten, voornamelijk aan derden doorberekende licenties en beheerkosten voor het LOS, zijn € 43.000 (V) hoger dan begroot.
De verschillen in de lasten per onderdeel zijn soms aanzienlijk. Bij de 8-maandrapportage zijn nieuwe ramingen gepresenteerd. Echter omdat de 8-maandrapportage financieel gezien niet in het begrotingsjaar is vastgesteld worden de gerealiseerde kosten afgezet tegen de begrotingswijziging die begin 2022 is vastgesteld. Dit verklaart deels waarom er op individuele onderdelen sprake kan zijn van aanzienlijke budgetafwijkingen. De totale personeelslasten zijn € 664.000 (N) hoger dan begroot. Belangrijke oorzaak is hogere kosten voor inhuur om de totale opgave van het jaarprogramma en de extra projecten te kunnen realiseren en het ziekteverzuim op te kunnen vangen. In dit nadeel is een bedrag van € 344.000 betrokken voor maatwerkafspraken met medewerkers om te komen tot beëindiging van het dienstverband. Op de begrotingsposten voor incidentele lasten en onvoorzien is een (fictief) voordeel te zien ten opzichte van de begroting van € 225.000 (V). Dit bedrag is voor een groot deel wel uitgegeven maar de kosten zijn verspreid over diverse andere onderdelen, waaronder de personele lasten. Verder zijn de bedrijfsvoering kosten € 240.000 (V) lager uitgevallen dan we hadden begroot en hebben we rentebaten ontvangen die we niet hadden begroot (€ 12.000 V). Ook zijn er voor een bedrag van € 23.088 (N) in 2022 kosten gemaakt voor het ontwikkelprogramma.
Hiervoor is nog een bestemmingsreserve van € 45.886 beschikbaar. Wij stellen voor om het bedrag van € 23.088 te dekken door een onttrekking uit de bestemmingsreserve ontwikkelprogramma en de deelnemers te vragen het resterende negatieve resultaat ad. € 155.991 voor hun rekening te nemen. Dit voorstel wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de colleges. Zouden we dit tekort uit de algemene reserve dekken, dan daalt het weerstandsvermogen tot een niveau dat wordt betiteld als “ruim onvoldoende” volgens de normen die wij daarover met elkaar hebben afgesproken.
Tabel 2: Analyse in hoofdlijnen
4
1.2 WAT HEEFT HET GEKOST? Het BBV (Besluit Begroting & Verantwoording provincies en gemeenten) vereist dat de verantwoording in verschillende programma’s wordt weergegeven. Wij kennen als belangrijkste programma het programma Milieu. Sinds de begrotingswijziging 2018 is ervoor gekozen om een apart programma voor Milieu – projecten op te nemen. Zo kan beter onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere taken (Drentse Maat en Niet-Drentse Maat) die wij voor de deelnemers uitvoeren en de apart gefinancierde projecten. Volgens het BBV dienen de algemene dekkingsmiddelen, de heffing VPB en het bedrag voor onvoorzien apart in het programmaplan uiteengezet te worden. Daarnaast wordt de overhead in een apart programma getoond. Ook kosten van de andere programma’s dienen exclusief overheadkosten getoond te worden. Onderstaande tabel bevat de begrote en gerealiseerde baten en lasten over 2022.
Programma Milieu regulier Programma Milieu projecten & leges Programma Overhead Financiële baten Baten Totaal Programma Milieu regulier Programma Milieu projecten & leges Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Lasten Totaal
Raming begrotingsjaar
Raming begrotingsjaar (na wijziging)
Realisatie 2022
Afwijking
15.183.089 800.000 0 0 15.983.089 10.451.780 750.000 4.634.750 n.v.t. 125.000 15.961.530
16.437.655 1.460.294 94.848 0 17.992.797 11.344.729 1.410.294 5.112.082 n.v.t. 125.000 17.992.104
16.434.316 1.195.593 137.411 11.902 17.779.223 11.826.328 1.135.987 4.995.987 n.v.t. 0 17.958.301
-3.339 -264.701 42.563 11.902 -213.574 -481.599 274.307 116.095 n.v.t. 125.000 33.803
-179.079 0 0 0 -179.079
-179.771
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves 21.559 693 Toevoeging en ontrekking reserves 0 0 Toevoeging reserves 21.559 693 Ontrekkingen vanuit reserves 0 0 Saldo van baten en lasten na mutatie reserves 0 0 Tabel 3: De begrote en gerealiseerde baten en lasten per programma over 2022
693 0 179.078
Het totaal van de programma’s is in 2022 afgesloten met € 17.779.223 aan baten en € 17.958.301 aan lasten. We komen hiermee uit op een negatief resultaat van € 179.079.
1.2.1 HET OVERZICHT VAN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Omdat onze organisatie enkel specifieke dekkingsmiddelen kent, is deze post niet van toepassing op ons. Het BBV schrijft ook voor dat de heffing vennootschapsbelasting wordt uiteengezet in een separate post. Dit is niet van toepassing op onze organisatie. Vennootschapsbelasting dient namelijk te worden afgedragen door een overheidsonderneming bij activiteiten die voor de Vpb gelden als onderneming en waarop geen objectvrijstellingen van toepassingen zijn. Ons uitgangspunt is dat,
5
voor de activiteiten van ons kwalificeren als onderneming, wij in principe alleen die activiteiten ondernemen waarbij sprake is van objectvrijstelling.
1.2.2 HET GEBRUIK VAN HET GERAAMDE BEDRAG VOOR ONVOORZIEN In de begroting is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen met een hoogte van € 125.000. In 2022 zijn deze kosten ingezet ter dekking van een aantal kosten die ten tijde van het opmaken van de begrotingswijzing nog niet konden worden voorzien. Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Onvoorzien 125.000 125.000 Tabel 4: het gebruik van de post onvoorziene uitgaven
6
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking -
125.000
2 DE VERPLICHTE PARAGRAFEN Het BBV schrijft verschillende verplichte paragrafen voor. Drie daarvan zijn niet van toepassing op onze organisatie en worden daarom in de Jaarrekening niet uitgewerkt: • Grondbeleid is niet van toepassing omdat we geen eigen grond bezitten; • Verbonden partijen is niet van toepassing op ons omdat wij geen verbonden partijen hebben; • Onderhoud kapitaalgoederen is niet van toepassing omdat wij geen kapitaalgoederen hebben.
2.1 LEGES / LOKALE HEFFINGEN Voor de provincie Drenthe zijn wij gemandateerd om de heffingen van leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. In 2022 resteerde hiervan € 59.607 als vergoeding voor de (administratieve, in de loonkosten verantwoorde) ondersteuning die wij hiervoor inzetten. Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Legesopbrengsten 200.000 200.000 Legeskosten 150.000 150.000 50.000 50.000 Tabel 5: Raming en realisatie van de legeskosten en -opbrengsten
Realisatie begrotingsjaar 197.569 137.962 59.607
Afwijking -2.431 12.038 9.607
2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 2.2.1 WEERSTANDSCAPACITEIT Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin wij in staat zijn middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Een buffer is daarom wenselijk. Bij het weerstandsvermogen gaat het dus om de robuustheid van de begroting enerzijds en de omvang van het eigen vermogen dat als buffer beschikbaar is anderzijds. De kosten die niet uit andere inkomsten kunnen worden gedekt, komen ten laste van de deelnemende organisaties. Dat impliceert dat de financiële gevolgen van risico’s, die niet binnen onze begroting kunnen worden opgevangen, uiteindelijk ten laste van de deelnemende organisaties worden gebracht. Deze bepaling zou tot de opvatting kunnen leiden, dat het voor ons niet nodig is om over weerstandscapaciteit te beschikken. Echter, de RUD Drenthe is een zelfstandige rechtspersoon met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is daarbij onwerkbaar voor ons (en voor de deelnemende provincie en gemeenten) als wij ons voor iedere tegenvaller tot de deelnemers moeten wenden, met het verzoek om een (incidentele of structurele) verhoging van de bijdrage. Door de deelnemers is daarnaast expliciet uitgesproken dat het niet wenselijk is als iedere gemeenschappelijke regeling een groot eigen vermogen opbouwt.
Derhalve is de relatie tussen risico’s en weerstandsvermogen een onderwerp wat steeds de aandacht houdt van zowel de RUD Drenthe als van de deelnemers. Ultimo 2022 bedraagt het totaal eigen vermogen € 155.467 met een algemene reserve van € 288.660 , een bestemmingsreserve van € 45.886 en een negatief exploitatieresultaat over 2022 van
7
€ 179.079. De bestemmingsreserve maakt geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit, maar dat geldt wel voor het negatieve exploitatieresultaat over 2022 en een post onvoorzien in de begroting 2023 is beschikbaar voor het opvangen van (incidentele) tegenvallers. Wanneer wordt besloten dat de deelnemers het negatieve resultaat 2022 voor hun rekening nemen, dan zal het weerstandsvermogen weer wat toenemen. Op basis van het in de begroting 2022 uiteengezette benodigde weerstandsvermogen van € 440.000 (zie paragraaf 2.2.2.1) is de ratio tussen aanwezige en benodigde weerstandsvermogen 0,5. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de berekening tot stand is gekomen. Deze ratio voor het weerstandsvermogen wordt beoordeeld als ruim onvoldoende. Wanneer het negatieve resultaat voor rekening van de deelnemers komt, dan stijgt het weerstandsvermogen naar € 413.660. De ratio stijgt dan naar 0,9. Zelfs dat wordt beoordeeld als matig. Aanwezige weerstandscapaciteit per 31 december 2022 Algemene Reserve
288.660
Exploitatieresultaat
-179.079
Onvoorzien Begroting 2023
125.000
Totaal weerstandscapaciteit
234.581
Richtlijnen weerstandscapaciteit ratio betekenis ratio weerstandscapaciteit uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
> 2,0 1,4 < x > 2,0 1,0 < x > 1,4 0,8 < x > 1,0 0,6 < x > 0,8 < 0,6
factor aanwezig/benodigd weerstandsverm. factor: oordeel:
0,5 ruim onvoldoende
Tabellen 6: De conclusie van het weerstandsvermogen
2.2.2 RISICO’S De omvang van ons weerstandsvermogen is gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Deze risico’s zijn volledig in kaart gebracht inclusief een financiële vertaling. Hierbij is rekening gehouden met de invloed van reeds getroffen dekkingsmaatregelen, zoals verzekeringen. In de begroting 2022 passen we de financiële risico’s toe op basis van een onderverdeling in categorieën, zoals in onderstaande tabel is benoemd. In het model is de wijze van risicobeoordeling en -kwantificering gehanteerd, zoals deze aanbevolen wordt door het Ministerie van BZK. De risico's geven inzicht in het benodigde weerstandsvermogen. Kleinere risico's worden geacht onderdeel te zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De vermenigvuldiging met de wegingsfactoren impact en frequentie geeft inzicht in het bedrag dat beschikbaar moet zijn als weerstandsvermogen.
8
nr categorie
omschrijving
effect
1 personeel ziekteverzuim personeel / 2 bedrijfsvoering BIS personeel / Werving nieuwe 3 bedrijfsvoering medewerkers personeel 4 Leges
financieel
productieverlies productieverlies productieverlies frictiekosten
personeel / 5 bedrijfsvoering Evaluatie GR personeel / 6 bedrijfsvoering Gevolgen omgevingswet
impact frequentie
benodigde weerstandscapaciteit
€
250.000
€
40.000
€
150.000
€
50.000 PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
productieverlies productieverlies
Totaal
3
5 €
250.000
1
4 €
30.000
3
4 €
112.500
1
5 €
50.000
€
Klasse/ Impact
Financieel
Wegingsfactor
1
< 50.000
2
50.001 – 100.000
€ 75.000
3
100.001 – 250.000
€ 175.000
4
250.001 – 1.000.000
€ 625.000
5
> 1.000.000
€ 1.000.000
Klasse/ Frequentie
Kans
€ 25.000
Wegingsfactor
1 keer per 10 jaar of minder
0,10
2 1 keer per 5-10 jaar
0,20
3 1 keer per 2-5 jaar
0,50
4 1 keer per 1-2 jaar
0,75
5 1 keer per jaar of meer
1,00
1
442.500
Tabellen 7: Het risicoprofiel 2022
2.2.2.1
Toelichting effecten risicoprofiel categorieën
De uiteindelijke effecten behorende bij de benoemde risico’s worden hier puntsgewijs behandeld. Voor zover de risico’s zich hebben voorgedaan zijn de bijbehorende lasten in het rekeningresultaat 2022 verwerkt. • Ziekteverzuim De RUD Drenthe heeft over heel 2022 een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 8,99%. Ten opzichte van 2021 is dit een daling van 0,5% (2021: 9,49%). Van 8,99% is 2,3% toe te rekenen aan personeel wat valt onder overhead en 6,69% aan productief personeel. Het is niet gelukt om qua ziekteverzuim onder de begrote 8% voor 2022 te eindigen. • Bodeminformatiesysteem In 2022 is veel werk verricht om de kwaliteit van bodemdata op een hoger niveau te brengen. De bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem is zo veel mogelijk uniform gemaakt en aangevuld tot het gewenste kwaliteits- en detailniveau. Daarnaast is in 2022 gekozen om een nieuw systeem voor bodeminformatiebeheer aan te schaffen (NAZCA). De voorbereiding, data conversie en het testen daarvan zijn in 2022 uitgevoerd.
9
• Werven nieuw personeel Vanwege een krappe arbeidsmarkt is afgelopen jaar vooral ingezet op werving van trainees en zijinstromers. Het effect van de arbeidsmarktcampagne is vooral te zien in het laatste kwartaal van 2022. We zien hier zeker al positieve effecten van waardoor de impact op de productie relatief beperkt is gebleven. Hiernaast zien we dat doorstroom, ziekte, diverse projecten en de krappe arbeidsmarkt zijnde oorzaak van een relatief hoog inhuurpercentage van 23,5%. • Leges Onzekerheid over leges inkomsten was opgenomen als risico. Echter door uitstel van de Omgevingswet heeft dit risico zich niet voorgedaan. • Evaluatie GR In 2021 vond een evaluatie plaats van de gemeenschappelijke regeling RUD Drenthe. Het onderzoeksrapport heeft diverse aanbevelingen opgeleverd waar in 2022 aan is gewerkt. Omdat de eventuele financiële consequenties op voorhand nog niet goed in beeld waren is dit benoemd als risico. De inzet op dit gebied heeft niet geleidt tot productieverlies. • Invoering Omgevingswet per 1 oktober 2022 of later Het risico is niet van toepassing geweest van wege het uitstellen van de invoering van de Omgevingswet. De invoering is nu gesteld op 1 januari 2024. Uitgevoerde onderzoeken door andere omgevingsdiensten laten zien dat de Omgevingswet een verzwarende impact heeft.
Onduidelijk is in welke mate extra inspanningen, gewijzigde werkprocessen en/of beleidsmatige keuzes leiden tot extra kosten. Er zijn in het land impactanalyses gehouden en deze voorspellen 7-12% extra kosten op de activiteiten. Hoe dit naar de toekomst voor ons uitpakt is onduidelijk
2.3 DE FINANCIËLE KENGETALLEN In onderstaand overzicht staan kengetallen uiteengezet die op onze organisatie van toepassing zijn. In de paragrafen daarna volgt een korte toelichting per kengetal. Jaarrekening 2021 Netto schuldquote -1,9% Netto schuldquote gecorrigeerd voor n.v.t. alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio 6,0% Structurele exploitatieruimte 2,3% Grondexploitatie n.v.t. Belastingcapaciteit n.v.t. Tabel 9: Overzicht van de financiële kengetallen
Begroting 2022 -0,2%
Jaarrekening 2022 -1,3%
n.v.t.
n.v.t.
0,8% 1,9% n.v.t. n.v.t.
2,6% -1,6% n.v.t. n.v.t.
2.3.1 NETTO SCHULDQUOTE Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. We hebben geen leningen waardoor de schuldpositie alleen
10
bestaat uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren wij een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waar geld voor aangetrokken wordt, stijgt het kengetal boven de 0%. De kortlopende schulden zijn per 31 december 2022 lager dan de kortlopende vorderingen. Het kengetal is hierdoor negatief, namelijk -1,3%. Dit voldoet aan de gestelde norm.
2.3.2 SOLVABILITEITSRATIO Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt, de norm voor de RUD Drenthe is daarom minimaal 20%. Onze solvabiliteitsratio bedraagt 2,6%. Het kengetal valt lager uit dan het door de VNG geadviseerde percentage omdat met voorschotten van de deelnemers wordt gewerkt. De voorschotten leiden tot een hoger kortlopend vreemd vermogen en hebben daarmee een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Immers, die voorschotten worden in het nieuwe boekjaar besteed aan de taken waarvoor wij dit geld hebben ontvangen.
2.3.3 STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De norm voor onze organisatie is 0% of hoger. Ultimo 2022 is de structurele exploitatieruimte -1,6%. In principe betekent dit dat de dekking niet geheel toereikend is. Nu is het echter zo dat de ratio voor de structurele exploitatieruimte altijd wat schommelt rond nul. Soms verschuiven baten en lasten enigszins tussen de jaren en het uitgangspunt binnen onze organisatie is dat in principe alle lasten worden gedekt door deelnemersbijdragen. Dit geldt zowel voor incidentele als structurele lasten. Zorgwekkend is het daarom niet wanneer deze ratio in enig jaar licht negatief is.
2.3.4 ALGEHEEL OORDEEL Het BBV schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De drie kengetallen geven een redelijk beeld. Het gerealiseerde negatieve exploitatieresultaat over 2022 heeft enigszins een negatieve weerslag op de kengetallen. Als we de ratio’s bekijken samen met de eerder gemelde ontwikkelingen in de weerstandscapaciteit dan kan worden gesteld dat de gehele financiële positie wel wat robuuster zou mogen. Scherpe monitoring van budgetten, tijdig anticiperen op financiële ontwikkelingen en ervoor zorgen dat de schulden zo laag mogelijk blijven kunnen daaraan bijdragen. Wanneer wordt besloten dat de deelnemers het negatieve resultaat over 2022 voor hun rekening nemen zal dat bijdragen aan een verbetering van de totale financiële weerbaarheid van de organisatie.
11
2.4 FINANCIERING / TREASURY De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen worden geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet Fido. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van de treasury.
2.4.1 UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER Het beheersen en vermijden van risico's staat in het treasurybeleid voorop. In dit verband is het risicomanagement gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico's en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. De treasuryfunctie zal nadrukkelijk geen bankachtige activiteiten ontplooien die erop zijn gericht om geld te verdienen. Onze treasuryfunctie dient tot: 1. verzekering van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. bescherming van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's; 3. minimalisering van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. optimalisering van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut.
2.4.2 RENTEVISIE Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op onze begroting is geen lange termijn rentevisie opgenomen.
2.4.3 GELDLENINGEN Wij betalen het overgrote deel van onze werkzaamheden uit de voorschotbetalingen van de bevoegde gezagen. De verwachting is dat deze voldoende zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. We hebben in 2022 geen geldleningen hoeven aangaan.
2.4.4 KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Volgens artikel 3, lid 2, van de Wet Fido bedraagt de kasgeldlimiet van gemeenschappelijke regelingen minimaal € 300.000. Bij de BNG bank houden wij een kasgeldlimiet van € 250.000 aan. We hebben het bedrag van de kasgeldlimiet niet overschreden.
12
2.4.5 RENTERISICONORM Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. In 2022 is geen sprake van herfinanciering aangezien er geen leningen zijn aangegaan.
2.5 BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering ondersteunt de andere programma’s in het voorzien van verschillende diensten als personeelszaken, informatievoorziening, administratie, communicatie, sturing, coaching en planning en control. Onze organisatie blijft continue in ontwikkeling. Enkele jaren geleden werden de opgaven gebundeld in een ontwikkelprogramma met separate financiering. Inmiddels zijn, vanwege de implementatie van een aangepaste productienorm, de ontwikkelopgaven regulier onderdeel van de begroting. Belangrijke ontwikkellijnen zijn en blijven de voorbereiding op de Omgevingswet, de afronding van de uitwerking aanbevelingen evaluatie GR en het interbestuurlijk programma (versterking VTHstelsel). In 2022 zijn onder andere de volgende ontwikkelactiviteiten uitgevoerd: − Voorbereiding Omgevingswet (cursussen, aanpassen werkprocessen), inclusief een start met de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten (MBA’s). − Voorbereiding op het aanbestedingstraject voor een nieuw zaaksysteem. − Project risicogericht vergunnen, oplevering medio 2023. − Overstap op een nieuw systeem voor tijdregistratie (zaakgericht tijdschrijven). − Ontwikkeling nieuw dashboard voor monitoring en sturing. − Doorontwikkeling van P&C producten zoals rapportages. − Inzet op opleiding en ontwikkeling om (nieuwe) medewerkers te laten voldoen aan de kwaliteitscriteria.
− Inzet op bewustwording en toepassing van informatieveiligheidsvereisten in de organisatie. − Een arbeidsmarktcampagne en een Young Professionals-programma samen met de andere noordelijke Omgevingsdiensten − Onderzoek naar huisvestigingsbehoefte. Bij de herijking van de huidige huisvestingsconcepten wordt beoordeeld welke huisvestingsvarianten het meest bijdragen aan een voor de RUD Drenthe optimale en effectieve manier van (samen)werken, thuis en op kantoor. Oplevering medio 2023. − Uitvoering medewerkers tevredenheidsonderzoek en preventief medisch onderzoek. Inzet in het kader van het landelijke interbestuurlijk programma – versterking VTH stelsel voor de verdere professionalisering van het landelijk stelsel van Omgevingsdiensten. Vervanging van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door de Wet open overheid (Woo) In oktober 2021 is het initiatiefvoorstel Wet open overheid (Woo) aanvaard door de Eerste Kamer. De wet is op 1 mei 2022 in werking getreden en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo is bedoeld om de overheid transparanter te maken. Een goede informatievoorziening met een ordentelijke informatiehuishouding is noodzakelijk en van groot belang in een democratische
13
rechtsstaat. Belanghebbenden, journalisten en de wetenschap dienen toegang te hebben tot de voor hen noodzakelijke informatie. Een open overheid voorziet hierin door tijdens en na afloop van het maken van beleid en wetgeving transparant te zijn in de gemaakte keuzes. De Woo voorziet in een opener overheid dan de Wob, bijvoorbeeld door actieve openbaarmaking van verschillende informatiecategorieën verplicht te stellen. Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die vanuit de overheid worden ondernomen om informatie uit zichzelf openbaar te maken voor de samenleving. Met betrekking tot de actieve openbaarmaking is in 2022 een inventarisatie gemaakt van de informatie die actief openbaar gemaakt dient te worden en is gestart met een plan van aanpak voor de actieve openbaarmaking van handhavingsbeschikkingen. Naast actieve openbaarmaking kan er ook sprake zijn van passieve openbaarmaking: zogenaamde Woo-verzoeken. Dit gaat om openbaarmaking van informatie op verzoek van een derde. In 2022 is onderzoek gedaan naar verschillende tools voor het verzamelen en lakken van informatie. De verwachting is dat deze in 2023 worden geïmplementeerd.
14
3 DE FINANCIËLE JAARREKENING 3.1 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING 3.1.1 ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor bovenwettelijke verlofaanspraken, niet zijnde verlofsparen, is een verplichting op de balans opgenomen.
Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw kennen, hebben wij daarvoor wel een voorziening gevormd. Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van onze organisatie over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Inherent aan het maken van schattingen is dat de werkelijke uitkomst kan afwijken. De jaarrekening is opgesteld vanuit de continuïteitsveronderstelling en ingericht conform het BBV. Er zijn in de grondslagen verder geen wijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren.
3.1.2 VASTE ACTIVA Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. Bij de bepaling van de waarde wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar 2022 heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden.
15
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties overige materiële vaste activa
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 jaar
Tabel 10: Overzicht van de gehanteerde afschrijvingstermijnen
Het materieel ten behoeve van het uitvoeren van metingen hebben wij bij de start om niet verkregen van de bevoegde gezagen. Deze bestaan uit meetinstrumenten en diverse kleinere gereedschappen. De waarde en levensduur op dat moment was niet bekend en ook waren deze materialen niet geactiveerd door de bevoegde gezagen, omdat de waarde afzonderlijk onder de activeringsgrens bleef. De vervanging van deze meetinstrumenten en gereedschappen is in onze begroting 2020 en meerjarenbegrotingen onder de post onderhoudskosten opgenomen. De ICT/communicatieapparatuur en de inventaris worden door ons gehuurd/geleased van de provincie Drenthe en de gemeente Emmen. De afspraken hieromtrent zijn in een dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Deze apparatuur en inventaris worden niet geactiveerd op de balans. In verband met de COVID-19 pandemie zijn er ten behoeve van de thuiswerkfaciliteiten van onze medewerkers extra bureaustoelen aangeschaft. Deze bureaustoelen zijn eigendom van de RUD Drenthe en worden in bruikleen uitgegeven. Bij uitdiensttreding worden de stoelen weer ingeleverd. De bureaustoelen zijn door ons geactiveerd op de balans en worden in 3 jaar afgeschreven. De operationele leasing van 2 piketauto’s en 2 algemene bedrijfsauto’s wordt niet als actief in de balans verwerkt.
Wel wordt de omvang van de langjarige verplichtingen die uit hoofde van leasing, huur en anderszins zijn aangegaan vermeld in het onderdeel “Niet in de balans opgenomen verplichtingen” aan het einde van de toelichting op de balansposten.
3.1.3 VLOTTENDE ACTIVA 3.1.3.1
Vorderingen en overlopende activa
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien sprake is van verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 3.1.3.2
Liquide middelen en overlopende posten
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
3.1.4 VLOTTENDE PASSIVA De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
16
3.1.5 GRONDSLAGEN VOOR BEPALING VAN HET RESULTAAT 3.1.5.1
Algemeen
De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. 3.1.5.2
Personeelsbeloningen
Onder personeelslasten zijn begrepen de in het in boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen. • Periodiek betaalbare beloningen Salarissen, pensioen- en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. • Nederlandse pensioenregelingen We hebben een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP afgesloten. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. Sinds 1 juli 2022 mocht een pensioenfonds tijdelijk de pensioenen verhogen als de beleidsdekkingsgraad 105% of hoger is (voorheen 110%). De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP bedroeg per 31 december 2022 118,6 % (31 december 2021 102,8 %). Omdat de financiële positie van ABP het toelaat zijn de pensioenen per 1 januari 2023 verhoogd met 11,96%, zijnde de volledige prijsstijging in de periode van september 2021 tot september 2022. Het ABP wil over enkele jaren, mogelijk ingaande 2026, overstappen naar het vernieuwde pensioenstelsel, waarbij pensioenen mee gaan bewegen met de economie. Premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn.
Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.
17
3.2 OVERZICHT BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING Het overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar 2022 is gebaseerd op ons totale programma. Het BBV vereist sinds 2018 dat overheadkosten in een apart programma verantwoord worden. Het overzicht van de baten en lasten van de diverse programma’s conform de vereisten van het BBV is opgenomen in paragraaf 1.2. Raming begrotingsjaar Raming begrotingsjaar voor wijziging na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking
Totale baten
15.703.089
17.992.797
17.779.223
-213.574
Deelnemersbijdragen
15.003.089
16.437.655
16.340.685
-96.970
Inkomsten leges
200.000
200.000
197.569
-2.431
Inkomsten projecten
500.000
1.260.294
998.024
-262.270
93.631
93.631
Inkomsten SPUK baten Inkomsten financiële baten Inkomsten overige baten
11.902
11.902
94.848
137.411
42.563
Totale lasten
15.681.250
17.992.104
17.958.301
33.803
Personeelslasten
12.111.000
13.478.310
14.161.030
-682.720
Loonsom primair proces
9.186.000
9.101.611
8.654.664
446.947
Loonsom overhead
2.210.000
2.740.604
2.362.040
378.564
Doorbelastingen, frictiekosten en looncompensatie
-500.000
-1.260.294
-956.346
-303.948
Inhuur primair proces
416.000
2.096.387
2.892.253
-795.866
Inhuur overhead
72.000
55.154
445.157
-390.003 -29.912
Thuiswerkfaciliteit
20.000
20.000
49.912
Reiskosten
250.000
250.000
220.683
29.317
Opleidingen
228.500
237.424
257.025
-19.601
Algemene kosten
228.500
237.424
235.643
1.781
Bedrijfsvoeringskosten
2.545.250
2.878.500
2.638.196
240.304
Materieel (Toolbox)
30.000
30.000
19.715
10.285
Packagedeal gemeente Emmen en provincie Drenthe
1.760.000
1.811.250
1.657.565
153.685
Huur zaaksysteem/licentie LOS
183.500
216.000
252.584
-36.584
Overige licentie- en ICT kosten
276.000
378.000
324.893
53.107
Overige bedrijfskosten
295.750
443.250
383.439
59.811
Legeskosten
150.000
150.000
137.962
12.038
Projectkosten LOS
250.000
-
-
-
Projectkosten
500.000
1.260.294
998.024
262.270
Projectkosten ontwikkelprogramma
-
-
23.088
-23.088
Incidentele lasten
-
100.000
-
100.000
Onvoorzien
125.000
125.000
-
125.000
Saldo van baten en lasten voor mutatie reserves
21.839
693
-179.079
179.772
21.839
693
-
693
-
-
-
-
-179.079
179.079
Toevoeging en ontrekking reserves Toevoeging reserves Ontrekkingen vanuit reserves Resultaat
Tabel 11: Het overzicht van onze baten en lasten over 2022
18
3.2.1 ANALYSE OP HOOFDLIJNEN: MAXIMALE REALISATIE VAN HET UITVOERINGSPROGRAMMA, MAXIMALE FOCUS OP PRODUCTIE. Het begrotingsjaar 2022 hebben we afgesloten met een negatief resultaat van € 179.079 . De verschillen per onderdeel zijn soms aanzienlijk omdat de werkelijke cijfers 2022 worden vergeleken met de cijfers van de begrotingswijziging 2022 (begin 2022 uitgebracht) en niet met de 8-maandcijfers 2022. De 8-maandrapportage wordt namelijk niet als officiële begrotingswijziging beschouwd omdat deze niet in het jaar 2022 is vastgesteld. Dit verklaart deels waarom er op individuele onderdelen sprake kan zijn van aanzienlijke budgetafwijkingen. De reguliere deelnemersbijdragen zijn conform de in april 2022 vastgestelde begrotingswijziging gefactureerd en zijn gebaseerd op het jaarprogramma 2022. De afrekening van de uren van de luchtadviseur en BOA’s, evenals de financiering van energie-uren uit het jaarprogramma door SPUK gelden hebben geleid tot per saldo lagere deelnemersbijdragen van € 97.000 (N). Voor de specifieke uitkeringen is een – niet begroot – bedrag ontvangen van € 94.000 (V). De overige baten, voornamelijk aan derden doorberekende licenties en beheerkosten voor het LOS, zijn € 43.000 (V) hoger dan begroot. Het saldo (inkomsten minus kosten) van de leges is € 9.000 hoger door voornamelijk lagere kosten. De totale personeelslasten zijn € 664.000 (N) hoger dan begroot.
De belangrijkste veroorzaker is hogere kosten voor inhuur om de totale opgave van het jaarprogramma en de extra projecten te kunnen realiseren en het ziekteverzuim op te kunnen vangen. Doordat vaste medewerkers worden ingezet op externe projecten en meerwerk is extra budget beschikbaar gekomen om in te kunnen huren. In genoemd nadeel is verder een bedrag van € 344.000 betrokken voor maatwerkafspraken met medewerkers om te komen tot beëindiging van het dienstverband. De overige personeels- en algemene kosten zijn € 18.000 hoger dan begroot. De bedrijfsvoeringskosten zijn € 240.000 (V) lager uitgevallen dan we hadden begroot. De (variabele) kosten voor de packagedeal zijn achtergebleven bij de raming, maar ook de licentie- en ICT kosten laten een voordeel zien ten opzichte van de (naar boven bijgestelde) begroting. Verder zijn er voor een bedrag van € 23.000 (N) in 2022 nog kosten voor het ontwikkelprogramma gemaakt terwijl daarvoor geen budget meer aanwezig was in de exploitatie. Voor dit project zijn nog middelen gereserveerd in een bestemmingsreserve. Bij resultaatbestemming wordt dan ook verzocht deze kosten te dekken uit die reserve. Tot slot zijn er renteopbrengsten ontvangen ten bedrage van € 12.000 (V) en is er op de begrotingsposten voor incidentele lasten en onvoorzien een (fictief) voordeel te zien ten opzichte van de begroting van € 225.000 (V).
Dit bedrag is voor een groot deel wel uitgegeven maar de kosten zijn verspreid over diverse andere onderdelen geboekt.
19
3.3 TOELICHTING BATEN 3.3.1 DEELNEMERSBIJDRAGEN
Deelnemersbijdrage regulier
Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging 14.605.089 16.039.655
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking
16.039.655
0
Deelnemersbijdrage BOA's/luchtadviseur
398.000
398.000
334.247
-63.753
Lagere bijdrage door SPUK energietoezicht
-
-
-33.217
-33.217
16.437.655
16.340.685
-96.970
Totale deelnemersbijdrage 15.003.089 Tabel 12: De raming en realisatie van de deelnemersbijdragen in 2022
De reguliere deelnemersbijdragen zijn conform de in april 2022 vastgestelde begrotingswijziging en gebaseerd op het jaarprogramma 2022. De BOA uren en de uren voor het luchtadvies zijn – volgens afspraak – afgerekend op basis van de werkelijke inzet. Hiernaast zijn de deelnemersbijdragen bij de uiteindelijke afrekening verlaagd met de uren die zijn gemaakt in het kader van het energietoezicht, voor zover voor deze uren aanspraak kan worden gemaakt op de specifieke uitkering (SPUK) toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. De detaillering van de bijdragen door de verschillende deelnemers is uiteengezet in bijlage A.
3.3.2 LEGES Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Inkomsten leges 200.000 200.000 Tabel 13: De raming en realisatie van de leges in 2022
Realisatie begrotingsjaar 197.569
Afwijking -2.431
Per 1 januari 2014 zijn wij door de provincie gemandateerd voor de inning en heffing van leges. Het betreft de leges voor de luchtvaart en de WABO. We dragen zorg voor de verrekening met de gemeenten (zij maken het bouwdeel van de provinciale WABO –vergunning) waarbij 70% van de geïnde WABO-leges bij ons in rekening worden gebracht door de gemeenten. Het innen van leges behoort tot onze structurele taak en wordt vanaf het jaar 2015 meegenomen in de begroting. De afwijking op de inkomsten van leges is gering.
3.3.3 PROJECTEN EN MEERWERK Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Werkzaamheden voor bevoegde gezagen 500.000 (diverse projecten en meerwerk) Tabel 14: De raming en realisatie van de projecten en meerwerk in 2022
20
1.260.294
Realisatie begrotingsjaar 998.024
Afwijking -262.270
We hebben in 2022 in opdracht van onze deelnemers diverse projecten uitgevoerd. Voor deze projecten zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld. De ingebrachte projecten en het meerwerk voor 2022 zijn de onderstaande tabel weergegeven. Projecten en meerwerk BRZO-taken Asbestdaken Kennisinfrastructuur omgevingsveiligheid Geluidzone Bargermeer Register Externe Veiligheid Voorzienbaar meerwerk ZZS stoffen VTH projecten Overige projecten Totaal
157.380 1.205 7.032 31.272 12.809 426.473 4.389 303.609 53.856 998.024
Tabel 15: Overzicht van de ingebrachte projecten en meerwerk in 2022
3.3.4 SPUK BATEN Raming begrotingsjaar voor wijziging SPUK IBP versterking VTH-stelsel
Raming begrotingsjaar na wijziging -
SPUK T&H energiebesparingsplicht
-
Totale SPUK baten Tabel 16: Overzicht van de SPUK baten in 2022
-
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking
60.414
60.414
-
33.217
33.217
-
93.631
93.631
Per 13 september 2022 is de eenmalige specifieke uitkering voor de uitvoering van het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP) in het leven geroepen. Dit programma kent een looptijd van twee jaar en is in het leven geroepen naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rapport van de commissie Van Aartsen: “Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur”. In totaal kunnen wij aanspraak maken op een bedrag van € 525.000. Vanaf 10 oktober 2022 konden alle omgevingsdiensten in Nederland een specifieke uitkering aanvragen voor extra ondersteuning op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht. Voor onze organisatie kunnen wij voor de jaren 2022 tot en met 2026 aanspraak maken op een bedrag van € 1.573.079. De regeling heeft tot doel om meerjarig additionele capaciteit voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht te realiseren. De kosten die voor deze regeling in aanmerking mogen worden genomen hebben wij al in ons groeimodel opgenomen. Derhalve vormt dit voor de deelnemers een voordeel ten opzichte van de eerder berekende deelnemersbijdragen.
3.3.5 FINANCIËLE BATEN Raming begrotingsjaar voor wijziging Rentebaten Tabel 17: Overzicht van de financiële baten in 2022
21
Raming begrotingsjaar na wijziging -
Realisatie begrotingsjaar 11.902
Afwijking 11.902
3.3.6 OVERIGE BATEN Raming begrotingsjaar voor wijziging Doorberek. licenties en beheerkosten LOS
Raming begrotingsjaar na wijziging 94.848
Overige baten
-
-
4.934
4.934
Totale overige baten Tabel 18: Overzicht van de overige baten in 2022
-
94.848
137.411
42.563
Realisatie begrotingsjaar 132.477
Afwijking 37.629
De gemeenten Borger Odoorn en Coevorden maken gebruik van hetzelfde zaaksysteem als onze organisatie. Voor het gebruik van de licenties en voor de beheerkosten is een overeenkomst opgesteld. Er wordt vanaf 2022 jaarlijks aan beide gemeenten een bedrag in rekening gebracht. De overige baten bestaan uit een tweetal in het verleden ontvangen en gereserveerde bedragen die kunnen vrijvallen.
3.4 TOELICHTING LASTEN 3.4.1 PERSONEELSLASTEN De personeelslasten bestaan uit de loonsom, inhuur en overige personeelskosten. In 2022 stijgen de gemaakte kosten voor de inhuur circa € 664.000 boven de onderschrijding op de loonsom uit. De verklaring hiervoor is dat extra inhuur noodzakelijk bleek om de totale opgave van het jaarprogramma en de extra projecten te kunnen realiseren en het hoge ziekteverzuim op te kunnen vangen. De inzet van het vaste personeel voor het realiseren van de externe projecten en meerwerk levert budget op om extra te kunnen inhuren. In 2022 is ongeveer € 344.000 uitgekeerd aan medewerkers om met maatwerkafspraken te komen tot het beëindigen van het dienstverband. Hier staan vergoedingen van het UWV van ca. € 51.000 tegenover. Voor het eerst sinds jaren is het budget voor opleidingen overschreden vanwege een inhaalslag van tijdens de COVID-19 opgeschorte opleidingen als ook een forse investering in het traject van zelforganisatie. 3.4.1.1
Loonsom
De loonkosten worden gemaakt voor de vaste formatie. Onze vaste formatie bestaat uit zowel de medewerkers die betrokken zijn in het primaire proces als de ondersteunende functies. Het gerealiseerde bedrag voor lonen is lager dan begroot als gevolg van niet (of later) ingevulde vacatureruimte en het invullen van deze vacatureruimte door inhuur van personeel. De frictiekosten personeel betreffen de extra gemaakte kosten voor maatwerkafspraken om te komen tot het beëindigen van het dienstverband met een aantal personeelsleden en het betalen van WWuitkeringen aan ex-personeelsleden. Ter gedeeltelijke dekking is het beschikbare bedrag van de post ‘Onvoorzien’ gebruikt.
22
Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Lonen primair 9.186.000 9.101.611 Lonen overhead 2.210.000 2.740.604 Frictiekosten personeel Mutatie verlofstuwmeer Ontvangen loonkosten compensatie Totale loonsom 11.396.000 11.842.215 Tabel 19: De raming en realisatie van de loonsom in 2022
3.4.1.2
Realisatie begrotingsjaar 8.654.664 2.362.040 292.643 55.992 -132.490 11.232.849
Afwijking 446.947 378.564 -292.643 -55.992 132.490 609.366
Inhuur
Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Inhuur primair 416.000 2.096.387 Inhuur overhead 72.000 55.154 Doorbelasting personeel aan projecten -500.000 -1.260.294 Totale inhuur -12.000 891.247 Tabel 20: De raming en realisatie van de inhuur in 2022’
Realisatie begrotingsjaar 2.892.253 445.157 -1.172.492 2.164.918
Afwijking -795.866 -390.003 -87.802 -1.273.671
De kosten voor inhuur zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Dit komt omdat wij soms vaste medewerkers inzetten voor de uitvoering van projecten en het ontwikkelprogramma en vervolgens tijdelijk personeel inhuren om de eigen medewerkers te vervangen. Daarnaast is er ingehuurd om vacatureruimte op te vullen en zieke medewerkers te vervangen. Dankzij ons nieuwe tijdschrijfsysteem is een adequate onderbouwing beschikbaar van de bestede en toe te rekenen uren. 3.4.1.3
Overige personeelskosten
Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Thuiswerkfaciliteit 20.000 20.000 Reiskosten 250.000 250.000 Opleidingen 228.500 237.424 Algemene kosten 228.500 237.424 Totale overige personeelskosten 727.000 744.848 Tabel 21: De raming en realisatie van de overige personeelskosten
Realisatie begrotingsjaar 49.912 220.683 257.025 235.643 763.263
Afwijking -29.912 29.317 -19.601 1.781 -18.415
De overschrijding op de overige personeelskosten wordt met name veroorzaakt door hogere kosten als gevolg van de thuiswerkfaciliteiten. Sinds januari 2022 krijgen onze medewerkers een vergoeding van € 2,- per thuiswerkdag, conform de afspraken in de CAO. Naast deze vergoeding is tevens een vergoeding beschikbaar gesteld voor het inrichten van een ARBO-verantwoorde thuiswerkplek. Voor wat betreft de opleidingen zien we voor het eerst sinds jaren een overschrijding op het jaarbudget. Dit heeft te maken met een inhaalslag van tijdens de COVID-19 pandemie opgeschorte opleidingen en een forse investering in het traject naar zelforganisatie. Voor het volgen van deze opleidingen hebben onze medewerkers 4.397 uur verantwoord in ons nieuwe tijdschrijfsysteem Time Tell. Daarnaast zijn er 2.829 uur geschreven op ‘Interne opleidingen, training, cursus, demo en instructie’.
23
3.4.2 BEDRIJFSVOERINGSKOSTEN De geraamde en gerealiseerde bedrijfsvoering kosten zijn in onderstaand overzicht uiteengezet. Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking
Materieel (Toolbox) Packagedeal gemeente Emmen en Provincie Drenthe Huur zaaksysteem/Licentie LOS Overige licentie- en ICT kosten Overige bedrijfskosten
30.000
30.000
19.715
10.285
1.760.000 183.500 276.000 295.750
1.811.250 216.000 378.000 443.250
1.657.565 252.584 324.893 383.439
153.685 -36.584 53.107 59.811
Totale overige bedrijfsvoeringskosten
2.545.250
2.878.500
2.638.196
240.304
Tabel 22: De raming en realisatie van de bedrijfsvoeringkosten in 2022
Hieronder worden de grootste posten en de oorzaak achter eventuele afwijkingen bij deze posten nader toegelicht. 3.4.2.1
Toolbox
In 2022 zijn de onderhouds- en vervangingskosten ten behoeve van het overgekregen materieel lager dan begroot. In de komende jaren zal er ook nieuwe apparatuur worden aangeschaft waardoor de verwachting is dat de kosten in deze post benut zullen worden. 3.4.2.2
Packagedeal met gemeente Emmen en provincie Drenthe
In de packagedeal verzorgen de provincie Drenthe en de gemeente Emmen voor een vaste prijs een gezamenlijk pakket van diensten aan ons. Dit betreft huisvesting, ICT, archief en advies. In deze packagedeal is een indexering overeengekomen op basis van het daarvoor geldende gemeentelijke en provinciale indexcijfer. Voor de huur van de kantoortuinen en de facilitaire dienstverlening in deze gebouwen is de dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten voor de jaren 2021 en 2022. Voor 2023 is gebruik gemaakt van de optie tot verlenging. De kosten voor de huisvesting zijn gebaseerd op vaste afspraken. De flexibele kosten die onder de packagedeal vallen zijn in 2022 lager uitgevallen dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. 3.4.2.3
Huur zaaksysteem/licentie LOS
De aanschaf van ons zaaksysteem LOS is in 2016 samen met de ODG gedaan. Sindsdien werden de licentiekosten van het LOS verdeeld op basis van het aantal gebruikers. Vanwege het toegenomen aantal gebruikers bij de RUD zijn de uitgaven hoger dan waarmee vooraf rekening was gehouden. 3.4.2.4
Overige licentie- en ICT kosten
Bij de begrotingswijziging werd een aanzienlijke stijging van de ICT kosten voorzien. Uiteindelijk bleek deze kostenstijging wat achter te lopen op de planning waardoor dit onderdeel nu een overschot laat zien. In de begroting van de komende jaren is wel weer rekening gehouden met een kostenstijging.
24
3.4.2.5
Overige bedrijfskosten
De overige bedrijfskosten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Overige bedrijfskosten Abonnementen
13.251
Afschrijvingskosten inventaris
16.467
Arbokosten
118.336
Bankkosten
-790
Strategische planning en UH beleid
43.700
Communicatie
5.440
Advertentiekosten
26.218
Lidmaatschap
35.656
Verzekeringen
91.272
Juridische Zaken Accountantskosten
18.125
OR
7.563
8.200
Totaal
383.439
Tabel 23: Specificatie van de overige bedrijfskosten
In totaal is er op deze post ten opzichte van de begroting € 60.000 minder uitgegeven. De verschillen per onderdeel zijn aanzienlijk. Bij de 8-maandrapportage zijn nieuwe ramingen gepresenteerd echter omdat die rapportage financieel gezien niet in het begrotingsjaar is vastgesteld worden de gerealiseerde kosten afgezet tegen de begrotingswijziging die begin 2022 is vastgesteld. Dit verklaart deels waarom er op individuele onderdelen sprake kan zijn van aanzienlijke budgetafwijkingen. De kosten voor lidmaatschappen, verzekeringen en arbo-dienstverlening zijn hoger dan vooraf ingeschat. Daarentegen zijn de advertentiekosten, kosten voor de OR en de kosten die in het boekjaar zijn gemaakt voor strategische planning en UH beleid aanzienlijk lager dan voorspeld.
3.4.3 LEGESKOSTEN Raming begrotingsjaar voor wijziging Legeskosten 150.000 Tabel 24: Raming en realisatie van de legeskosten in 2022
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
150.000
137.962
Afwijking 12.038
De baten met betrekking tot de leges worden verantwoord onder de post ‘projectbaten’. De afwijking in dit boekjaar is gering.
3.4.4 PROJECTKOSTEN LOS Raming begrotingsjaar voor wijziging 250.000 Projectkosten LOS Tabel 25: raming en realisatie van de projectkosten LOS in 2022
25
Raming begrotingsjaar na wijziging -
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking -
-
De projectkosten die in dit boekjaar nog zijn gemaakt voor het LOS zijn betaald uit de verplichting die hiervoor bij de jaarrekening 2021 op de balans was opgenomen. Voor het omzetten van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten in het kader van de Omgevingswet is in 2023 nieuw budget in de begroting opgenomen.
3.4.5 PROJECTKOSTEN Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
1.260.294
998.024
Projectkosten 500.000 Tabel 26: Raming en realisatie van de projectkosten in 2022
Afwijking 262.270
Naast de reguliere taken die in het jaarprogramma zijn opgenomen, voeren wij ook een aantal additionele projecten uit voor de deelnemers. De projecten staan opgesomd in de tabel bij de projectbaten (onderdeel 3.4.3).
3.4.6 PROJECTKOSTEN ONTWIKKELPROGRAMMA Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Projectkosten ontwikkelprogramma Tabel 27: Raming en realisatie van het Ontwikkelprogramma in 2022
-
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking
23.088
-23.088
Voor het ontwikkelprogramma zijn in 2022 geen externe kosten (meer) gemaakt, maar hieraan zijn – ter afronding van dit programma – nog wel uren besteed. Ter dekking hiervan stellen wij u voor deze kosten bij resultaatbestemming te dekken uit de daarvoor in eerdere jaren in het leven geroepen bestemmingsreserve.
3.4.7 INCIDENTELE LASTEN Raming begrotingsjaar voor wijziging Incidentele lasten Tabel 28: Raming en realisatie van de incidentele lasten in 2022
Raming begrotingsjaar na wijziging 100.000
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking -
100.000
De incidentele lasten zijn apart begroot maar uitgegeven als uren, dus via de personeelslasten.
26
3.4.8 ONVOORZIEN Raming Raming begrotingsjaar begrotingsjaar na voor wijziging wijziging Onvoorzien 125.000 125.000 Tabel 29: Raming en realisatie van Onvoorzien in 2022
Realisatie begrotingsjaar
Afwijking -
125.000
Het begrote bedrag voor ‘Onvoorzien’ van € 125.000 is in 2022 gebruikt voor de dekking van diverse kosten die ten tijde van het opmaken van de begrotingswijziging nog niet konden worden voorzien. Die kosten zijn bij verschillende onderdelen in de jaarrekening verantwoord.
3.4.9 ANALYSE BEGROTINGSRECHTMATIGHEID In de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening moet een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening worden gemaakt. Binnen onze begroting is in 2022 sprake van de programma’s: Milieu-regulier, Milieuprojecten en leges, Ontwikkelprogramma en Overhead. Analyse van begrotingsrechtmatigheid dient plaats te vinden op het programmaniveau. Binnen een programma moeten de totale lasten in ogenschouw worden genomen. In paragraaf 1.2 is een overzicht opgenomen van de totale baten en lasten per programma en in paragraaf 3.3 en 3.4 is een analyse gegeven van de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting.
27
3.5 ONZE BALANS Ultimo 2022
Ultimo 2021
0 24.952 0 24.952
0 29.927 0 29.927
2.404.363
1.493.386
3.201.396
2.912.343
16.110
924.303
250.300
80.704
45.535 5.917.704 5.942.656
107.754 5.518.490 5.548.418
Ultimo 2022
Ultimo 2021
155.468 288.660 45.886 -179.079
334.546 15.447 45.886 273.213
95.500 250.967
0 334.546
2.987.939
1.472.802
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
1.072.036
1.497.995