Jaarrapportage 2022.pdf
Tekst van het document
Realisatie uren 25.970 5.625 3.116 777 6.758 42.978
Uren JP2022 39.452 5.860 2.576 528 8.087 56.503
% tov JP2022 66% 96% 121% 147% 84% 76%
Tabel 6: landelijke handhavingsstrategie
3.7.2 RISICOGERICHT TOEZICHT RGT vloeit voort uit juiste registraties van controles wat goed was en wat de overtredingen zijn. Doordat dat verbetert, geeft het meer inzicht waar de meeste overtredingen zitten. Het geeft inzicht in wat voor overtredingen er zijn, maar ook wat goed gaat. Het product 116 RGT (+extra) is opgedeeld in gepland en ongepland toezicht. Het uitvoeren van fysieke controles bij pluimveehouderijen is in 2022, door het langdurig aanwezig zijn van vogelgriep, nauwelijks mogelijk geweest. Hierdoor is het aantal geplande controles bij IPPC-bedrijven, binnen de branche Agrarisch, achtergebleven ten opzichte van hetgeen was gepland. In onderstaande tabel is voor het geplande toezicht, per soort en branche, inzichtelijk gemaakt welke zaken er in 2022 zijn afgehandeld. Gepland toezicht
Branche
Totaal 22
IPPC RGT 80% Steekproef 20% Projectmatig toezicht Toezicht vuurwerk Energie toezicht Totaal
Agrarisch 25 110 11 60 0 2 148
Gebouwen & MKB 0 59 60 0 102 49 270
Afval & Industrie 46 47 10 0 0 10 113
71 216 81 60 102 61 531
Tabel 7: gepland toezicht
Het ongeplande toezicht bestaat meestal uit hercontroles, voortkomend uit gepland toezicht. Daarnaast controleren wij op eventuele milieuovertredingen die gaandeweg het jaar zichtbaar worden en door ons gesignaleerd of bij ons gemeld worden. Verder hebben wij 82 opleveringscontroles uitgevoerd. De uren die hiervoor gemaakt zijn komen niet ten laste van de uren die ingebracht zijn voor RGT, maar komen ten laste van de producten vergunningverlening (101 t/m 106). We verwijzen u hiervoor naar de tabel met totaaluren in bijlage 1. Ongepland toezicht Administratieve controles Hercontroles Opleveringscontroles Controles (V)LOD Diversen Totaal
Aantal 238 338 36 241 164 981
Tabel 8: ongepland toezicht
3.7.3 NALEEFGEDRAG Belangrijk onderdeel van het risico gericht toezicht is wat we noemen naleefgedrag. Het naleefgedrag is binnen de risicomatrix, zoals deze bij risicogericht toezicht wordt toegepast, de belangrijkste indicator voor de effectiviteit van de toezichtstrategie. Dit aspect wordt per branche gemonitord via het aantal overtredingen gerelateerd aan het mogelijke milieueffect. Ten opzichte van 2021 (1.044 overtredingen) zien we in 2022 (1.801 overtredingen), een stijging van het aantal geconstateerde overtredingen. Dit terwijl het aantal afgeronde controles in 2022 (1.512 controles) niet sterk is gestegen ten opzichte van het jaar (1.431 controles) daarvoor. Risico inschatting overtreding Lage milieuschade Geringe milieuschade Matige milieuschade Dreigende en/of onomkeerbare milieuschade Totaal
Aantal overtredingen per branche Agrarisch Gebouwen & MKB 36 96 218 390 165 211 132 204
Afval & Industrie 45 85 73 146
551
349
901
Tabel 9: overtredingen per branche
3.7.4 KETENTOEZICHT In 2022 is er 3.116 uur aan ketentoezicht besteed. Dit is 540 uur meer dan in het Jaarprogramma was opgenomen. Deze uren zijn aangevuld vanuit de uren die beschikbaar zijn voor product 116 RGT. We 23
hebben de basis gelegd voor een structurele en geborgde uitvoering van ketentoezicht en samenwerking met diverse ketenpartners. We hebben de samenwerking tussen de ODG, FUMO en RUD Drenthe op strategisch en tactisch niveau meer kracht gegeven door gezamenlijke belangen vast te leggen en kennis uit te wisselen in onze projecten. Op operationeel niveau hebben we onze projecten uitgevoerd met onder andere de politie, de NVWA en de IL&T. Er zijn twee projecten uitgevoerd en afgerond, te weten: • Co-vergisting: hierbij zijn de primaire ontdoeners naar co-vergisters gecontroleerd. Deze samenwerkingspilot hebben we gezamenlijk met de ODG en FUMO uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een betere informatiepositie van de noordelijke omgevingsdiensten in de keten van covergisting. Dit project zal in 2023 op een ander aspect in de keten een vervolg krijgen; • Grondstromen: hierbij zijn afvalverwerkers die activiteiten met grond uitvoeren bezocht. De gezamenlijke aanpak van team Bodem en team T&H heeft een groot aantal overtredingen bij de bedrijven bloot gelegd. Intern heeft de samenwerking nieuwe inzichten gegeven, wat tot een betere samenwerking zal leiden tussen de betrokken teams. Door het verbeteren van de informatiepositie ten opzichte van ketenpartners zijn er in de grensstreek met Duitsland nauwere contacten gelegd met een Duitse omgevingsdienst.
Dit heeft geleid tot een gezamenlijke controle van een bedrijf wat aan beide zijden van de grens activiteiten uitvoert. De samenwerking tussen de noordelijke omgevingsdiensten heeft geleid tot een gezamenlijk Jaarprogramma ketentoezicht. Vanuit ketentoezicht hebben we deel kunnen nemen aan Thematische Integrale Transport Controles. Deze controles worden gezamenlijk door de 3 noordelijke provincies en omgevingsdiensten, de landelijke eenheid van de (milieu)politie, IL&T (Inspectie Leefomgeving en Transport), NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de RDW (Rijksdienst voor het wegverkeer) uitgevoerd. Tijdens deze controles in 2022 zijn er 149 voertuigen staande gehouden en onderzocht op overtredingen. In totaal zijn 195 overtredingen geconstateerd, waarvan er 30 betrekking hadden op milieuwet- en regelgeving.
3.7.5 BODEMTOEZICHT In 2022 is het aantal meldingen Besluit bodemkwaliteit ten opzichte van 2021 nagenoeg gelijk gebleven. Wat met name opvalt is dat binnen de gemeenten waar het toezicht gebiedsgericht milieu gebiedstoezicht is verhoogd het meldgedrag ook sterk toegenomen is. We zien ook dat bij gemeenten waar minder gebiedstoezicht is geweest het aantal meldingen naar beneden is gegaan. Door capaciteitsgebrek zijn niet alle uren voor gebiedstoezicht ook daadwerkelijk gemaakt. Het behandelen van een melding kost in het algemeen meer tijd dan gepland. Dit komt grotendeels doordat meldingen onvolledig worden ingevuld. Het kost veel tijd om de beschikbare informatie op te vragen bij de aannemer en/of de gemeente. Gemiddeld gezien wordt, zoals afgesproken, toezicht gehouden op 50% van het aantal meldingen. De uren die beschikbaar zijn voor toezicht besluit bodemkwaliteit zijn niet volledig benut. Per toezicht bezoek is minder tijd besteed dan gepland omdat toezicht op meldingen vaak met elkaar gecombineerd is. Hierdoor valt de gemiddelde tijdsbesteding per zaak lager uit. Wat ook opvalt is dat er meer tijd besteed is aan toezicht WKO (warmte- en koudeopslag). Dit komt doordat het aantal WKO-meldingen behoorlijk gestegen is.
3.7.6 BESTUURSRECHTELIJKE HANDHAVING Handhaving volgen we volgens de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Er zijn twee onderscheidenlijke soorten handhaving: bestuursrechtelijk en strafrechtelijk. Handhavingstrajecten worden in verband met het juridisch karakter gecoördineerd door juristen. Het afgelopen jaar is de onderhanden zijnde werkvoorraad van de juristen toegenomen, maar de capaciteit van het cluster handhavingsjuristen eveneens. Daarnaast staan zaken als (hoger) beroep en Last Onder Dwangsom (LOD) vaak lang open in verband met lang lopende procedures.
24
Er is een behoorlijke stijging in de productie te zien voor 2022 in vergelijking met voorgaande jaren, zie figuur 4 bestuursrechtelijke handhaving. Deze stijging is reeds voorzien en aangegeven in de 4maandsrapportages. Dit heeft te maken met diverse factoren zoals een verhoogde capaciteit in andere teams, waardoor meer ondersteuning benodigd was vanuit team Juridisch. Dit heeft eveneens geleid tot een verhoogde capaciteit bij de handhavingsjuristen. Maar ook de beter toegepaste LHS binnen team T&H, waardoor meer zaken aangeboden worden voor handhaving. Wat betreft de bestuursrechtelijke handhaving voortkomend uit toezicht is Drenthe breed het onderstaande beeld te schetsen: Activiteit RGT branche Agrarisch RGT branche MKB & Gebouwen RGT branche Afval & Industrie Zorgplicht bodembescherming
Vooraankondiging last onder dwangsom 37 53 51 2
Last onder dwangsom 11 5 14 0
Tabel 10: RGT/branches
Het aantal brieven voornemen last onder dwangsom is met 61% gestegen, en het aantal definitieve besluiten last onder dwangsom met 27%. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een voorgenomen last onder dwangsom vaak al voldoende prikkel kan zijn om overtredingen ongedaan te (laten) maken en daarmee dus milieurisico’s te reduceren of geheel weg te nemen.
Figuur 4: bestuursrechtelijke handhaving
3.7.7 STRAFRECHTELIJKE HANDHAVING – BOA’S We hebben inmiddels een verbeterde capaciteit in het cluster BOA’s. We hebben nu drie voltijd BOA’s en daarnaast drie deeltijd BOA’s die merendeels toezichthouder zijn. Eén van de drie voltijd BOA’s verzorgt de coördinatie binnen het cluster en daarmee voor de doorstroming en verbetering van het werk. Er wordt gewerkt aan de profilering binnen en buiten de organisatie door kennisdeling en het actief oppakken van cases waar inzet van strafrecht benodigd of vereist is. Binnen diverse handhavingspartners waaronder politie, IL&T en Functioneel Parket wordt meer ingezet op milieustrafrecht. Hierbij wordt gekeken naar de effectiviteit in zaken en ook wordt meer de samenwerking gezocht. Door de verhoogde inzet(baarheid) zijn inmiddels 18 zaken opgepakt, maar liggen mede door verbeterde toepassing van de landelijke handhavingsstrategie vanuit team T&H nog veel meer zaken ‘op de plank’. Dankzij het groeimodel hebben we al formatie voor 2022 kunnen toevoegen. Deze intensivering is een direct gevolg van het rapport van de Commissie van Aartsen uit 25
maart 2021 (§6.3, “c. Meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging”, bladzijde 44 1). Er wordt een verbeterslag gemaakt in de registratie van zaken door de BOA’s binnen de RUD Drenthe. Mede om de inzet qua uren beter te kunnen verantwoorden naar de opdrachtgevers, maar ook om te kunnen professionaliseren. Zo is het BRS-programma (BOA Registratie Systeem) aangeschaft wat in 2023 ingezet gaat worden. Dit is een beveiligd zaaksysteem wat voldoet aan de Wet politiegegevens (Wpg). Mede met de aanschaf van dit zaaksysteem zetten wij goede stappen vooruit om in het geheel te kunnen voldoen aan de Wpg. Het afgelopen jaar zijn 11 processen verbaal opgemaakt voor onder andere illegale asbestsaneringen, niet vergunde activiteiten of juist niet gemelde activiteiten, maar ook voor het overtreden van vergunningvoorschriften. Te denken valt aan het afvoeren van afvalstoffen naar een niet erkende verwerker, inzamelen van afval zonder een vergunning, het leeglopen of laten overstromen van een vuilwaterbassin en aanvoer van mest van derden.
3.8 PROJECTEN & MEERWERK Complexe VTH-taken/meerwerk en VTH-projecten In het Jaarprogramma is voor 2.500 uur aan complexe VTH-taken ingebracht. Gaandeweg 2022 is het aantal ingebrachte uren verhoogd met 175 uur voor onvoorzien meerwerk complexe VTH-taken. In totaal zijn voor de complexe VTH-taken 2.907 uur besteed dit is 109% ten opzichte van de ingebrachte uren. Voor het uitvoeren van VTH-projecten is 4.275 uur besteed. Dit is 52% van de ingebrachte uren. Opvallend is dat voor de complexe VTH-taken het niet eenvoudig is om vooraf een goede urenomvang te kunnen maken. Dit wordt met name veroorzaakt door dat het verloop van handhavingstrajecten vaak grillig verlopen. In sommige gevallen is er sprake van snelle naleving, in andere gevallen duurt het lang voordat er over wordt gegaan tot naleving. Hierdoor ligt de range van de bestede uren van complexe VTH tussen 0 en 654%. In zeker mate geldt dit ook voor de VTH-projecten, de spreiding tussen onder- en overbesteding ligt tussen 0 en 149%. Hiervoor zijn diverse redenen, van het niet opstarten van het project op verzoek van de deelnemer of ons, tot een foutieve inschatting van het projectprobleem. Verbetering van monitoring, communicatie en bijsturing zal in de toekomst meer grip op onder- of overbesteding bij deze taken bewerkstellingen.
Overige (voorziene) extra opdrachten Hiervoor verwijzen we naar de tabel in bijlage 2 en de toelichting onder paragraaf 4.3. Bodemsaneringsprojecten Voor het bevoegd gezag Wbb (gemeente Emmen en Provincie) hebben we diverse bodemsaneringsprojecten in uitvoering. Een aantal zijn afgelopen jaar afgerond maar veel bodemsaneringsprojecten lopen door in 2023. In de deelnemersbrieven voor Emmen en Provincie wordt nader ingegaan op de saneringsprojecten en de financiën daarover. Project Uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H Strategie) Het opstellen van een regionaal U&H-Strategie (voorheen VTH-beleid) is een verplichting voor gemeenten en provincie. In de U&H-Strategie staan strategische doelen voor de fysieke leefomgeving waar wij door de uitvoering van ons Jaarprogramma aan bij kunnen dragen. In 2022 is de U&H strategie in eerste fase afgerond. De vaststelling zal naar verwachting begin 2023 plaatsvinden. Intussen is een afvaardiging van de begeleidingsgroep bezig geweest met het voorbereiden van de 2e fase. Deze 2e fase moet leidden tot een stappenplan om de U&H-strategie toe te passen en in te bedden binnen de uitvoering. Project Wob-/Woo-verzoeken en juridische advisering In 2022 is de Wob (Wet openbaarheid bestuur) overgegaan naar de Woo (Wet open overheid). Een belangrijk verschil in de uitvoering is dat de RUD Drenthe niet gemandateerd is voor de Woo en 1
Rapport Commissie van Aartsen, maart 2021
26
voornamelijk een adviserende rol heeft richting de opdrachtgevers. Uiteraard kan het voorkomen dat een Woo-verzoek rechtstreeks aan ons wordt gericht bijvoorbeeld over eigen, interne producten. Deze verzoeken handelen wij zelf af. In andere gevallen zal eerst beoordeeld worden of het verzoek doorgestuurd moet worden, wij (gelakte) stukken moeten aanleveren of bijvoorbeeld een zienswijze indienen voor de besluitvorming door het bevoegde gezag. Het afgelopen jaar zijn 22 Wob-/Wooverzoeken afgehandeld of is daarop geadviseerd. Per 1 januari 2023 was nog één verzoek uit 2022 in behandeling. Project Omgevingswet en mba’s Hiervoor verwijzen we naar de toelichting onder paragraaf 6.2.
27
HOOFDSTUK 4: HET FINANCIELE KADER Het financiële kader geeft een samenvatting van de belangrijkste conclusie vanuit de Jaarrekening. De Jaarrekening is een apart document dat gelijktijdig zal worden aangeboden. Dit hoofdstuk geeft samenvattend weer of het doel, genoemd in het Jaarprogramma 2022 is bereikt. Vanuit een realistisch perspectief redenerend en kijkend naar de totale uitvoering van de opgaven. De Drentse Maat is dit jaar nog de basis voor onze verantwoording. Maar de Omgevingswet heeft ook invloed op de verantwoordingssystematiek. We voorzien een verdere uitsplitsing van zaken en hebben het urenschrijven erop voorbereid. De Producten- en Dienstencatalogus (PDC) zal door de komst van de Omgevingswet rigoureus wijzigen. Dit heeft ook invloed op de Drentse Maat benadering van de afspraken. Het nieuwe Uniforme Uitvoerings- en Handhavingsbeleid (U&H-beleid) zal daar meer duidelijkheid over gaan geven. Vanuit het U&H-beleid moeten outcome gerichte indicatoren worden vastgesteld om onze voortgang goed te monitoren.
4.1 GETALSMATIGE TOEREKENING EN HET GROEIMODEL Op basis van de begroting 2022 en uitgaande van een productiviteitsnorm van 1.330 uur/fte voor het primaire proces is formatief 161.372 uur beschikbaar geweest voor de uitvoering van alle gemandateerde taken (vertreksituatie vanuit JP 2022 en exclusief de extra opdrachten 10.800 uur).
Tabel 11: groeimodel
De basis van de uitvoering voor 2022 is bepaald op 143.909 uur. Daarbij zijn vanuit het groeimodel extra uren toegekend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in uren die al deel uit maken van de begroting en uren die voor 2022 als groei onderdeel zijn toegevoegd. In hoofdlijnen ziet dit er als volgt uit: Producten Drentse maat Niet Drentse maat Proces ondersteuning Correctie vakinhoudelijk overleg Correctie uren trainees (50%) BOA2 Lucht3
2 3
Uren planning 89.400 50.574 12.003
2.660 1.330
Uren realisatie 74.326 40.541 15.096 5.380 7.732 2.975
% besteed 83% 80% 123%
112%
zie 3.7.7 Zie 2.5.1 28
Energie4 Totaal
5.405
2.447
45%
161.372
148.497
92%
Tabel 12: overzicht uren totaal
De uitvoering voor 2022 is daarmee uitgekomen op 92%, iets meer dan de in de najaar rapportage geprognotiseerde 89%. Daar zijn we best trots op al waren de omstandigheden niet ideaal. We hebben te maken gehad met een hoog ziekteverzuim en lastig in te vullen vacatures. Ondanks deze twee belangrijke invloeden zijn we er wel in geslaagd om invulling te geven aan het groeimodel. Hiermee groeit onze dienst meer naar het gewenste uitvoeringsniveau zoals is bepaald in de herijking. De factoren die van invloed zijn geweest op de uitvoering zijn terug te vinden onder paragraaf 4.3. Voor de uitgebreide tabel urenrealisatie verwijzen we naar bijlage 1.
4.1.1 PROCES ONDERSTEUNING Proces ondersteunende werkzaamheden worden voor alle deelnemers gedaan. Dit zijn onder andere de werkzaamheden voor de administratieve verwerking van zaakprocessen, zoals: • Het controleren en doorzetten van zaken; • Het doorzetten van brieven in het portaal; • Het controleren en afronden van zaken. Een deel van deze uren is direct te koppelen aan zaken (langer dan 15 minuten), een deel is veel korter. Deze uren registreren we in clusterposten voor de teams. Het totaal aan proces ondersteuningsuren uren wordt toegerekend aan de productieve uren. Daarnaast kennen we werkverdelingsuren en de uren voor proces advies en regisseurs. Werkverdelers hebben meer inhoudelijke kennis van de zaak en kunnen taken toewijzen. Proces adviseurs en regisseurs organiseren veel rondom proces uitvoering en -ondersteuning. Zij zijn de spil voor het goed uitvoeren van zaakgericht werken (wettelijke verplichting). In totaal is hier 15.096 uur aan besteed volgens de verdeling in onderstaande tabel: Type ondersteuning (toe te rekenen aan productie) Proces ondersteuning Proces advies en regisseurschap Werkverdeling
uren 10.099 1.732 3.265 15.096
Tabel 13: type ondersteuningsuren
Een andere categorie ondersteunende uren is die van de Regiegroep. De Regiegroep is verantwoordelijk voor de Planning & Control cyclus. De begroting, de jaarprogrammering en elk type verantwoording valt binnen deze cyclus. De cyclus staat niet op zichzelf, er is ook een strategisch element aan verbonden. De Regiegroep leden fungeren als intermediair om signalen van buiten naar binnen te brengen. Andersom wordt in de Regiegroep geduid welke impact interne ontwikkelingen hebben op zaken als productie en uitputting. De leden geven duiding aan cijfers uit de teams, en bewaken de integraliteit van handelen. Ze zijn regisseurs die zaken kunnen escaleren en zij adviseren de opgavemanager en het MT ook bij voorspellingen en prognoses. In totaal is 3.152 voor de Regiegroep benodigd geweest in 2022. Deze uren worden gecorrigeerd en toegewezen aan de algemeen indirect productieve uren.
4.1.2 VAKINHOUDELIJK OVERLEG EN PRODUCTIE DOOR TRAINEES
4
Zie 4.2.4 29
Voor 2022 wordt in totaal 13.112 uur toegevoegd aan de realisatie. Deze uren zijn opgebouwd uit vakinhoudelijk overleg, een percentage (50%) van de inzet van trainees en foutief geschreven uren. Deze uren bestaan uit uitvoerend werk wat is gedaan voor onder andere WOB-verzoeken. Door het nieuwe tijdschrijfsysteem zijn we in staat om de inzet beter te analyseren (zie bijlage 3 voor de verdeling).
4.1.3 LUCHTADVISEUR Voor luchtadvies zijn binnen het groeimodel extra uren opgenomen. Gebleken is dat deze uren volledig besteed zijn aan de DM en nDM uitvoering (reguliere adviestaken) waardoor ze in de totaaltabel (bijlage 1) en in de tabel onder 4.1 (Tabel overzicht uren totaal) niet staan opgevoerd. Netto was dit 1.618 uur. Deze uren worden per opdrachtgever afgerekend.
4.2 EFFECTEN In het Jaarprogramma zijn meerdere risico’s benoemd die we hieronder verder toelichten. Het gaat om zes zichtbare effecten. 1) Uitvoering RGT: In de najaar rapportage hebben wij geprognotiseerd dat wij voor dit product circa 70% van de ingebrachte uren daadwerkelijk zullen besteden. In 2022 hebben we 65% van de voor RGT ingebrachte uren ingezet. Dit is lager dan we geprognotiseerd hadden. Naast de redenen die reeds genoemd zijn, is onze inzet op de complexe VTH-taken hier mede debet aan. Complexe VTH-taken zijn vaak lopende handhavingstrajecten die voorrang behoeven. Onze inzet op complexe VTH-taken is meer geweest dan in het jaarprogramma 2022 is opgenomen. Zonder deze extra inzet zou de inzet op RGT uitgekomen zijn op 68%, wat overeenkomstig is met eerdergenoemde prognose. 2) Uitvoerbaarheid extra opdrachten: De extra opdrachten zijn voor het Jaarprogramma geprognotiseerd op 10.800 uur. Deze opdrachten zijn additioneel ten opzichte van de basis uitvoering. Vooraf inschatten of deze extra opdrachten volledig konden worden uitgevoerd, is lastig. Uiteindelijk is 5.466 uur aan extra opdrachten gerealiseerd (zie bijlage 2). Dit is ruim 50%. Deze uren worden apart afgerekend met de opdrachtgevers. 3) Uitvoerbaarheid vraag gestuurd meerwerk: Vraag gestuurd meerwerk is na prioriteitsbepaling (op risico’s) uitgevoerd binnen de mogelijkheden van beschikbaarheid.
Gebleken is dat het aantal uren, welke vooraf zijn ingeschat, absoluut noodzakelijk zijn gebleken. Uiteindelijk zijn 2.907 noodzakelijk gebleken om het meerwerk gedaan te krijgen. Dat is 109% van het uitvoeringsniveau in het jaarprogramma. 4) Uitvoerbaarheid keuzeopdrachten: De inzet voor asbesttoezicht en energietoezicht is ingeschat als beperkt uitvoerbaar. Dit is in de praktijk ook gebleken. Voor asbesttoezicht is de planning redelijk gehaald (84%). Voor energie is slechts 2.447 uur besteed (45%). Voor dit laatste halen we beoogde niveau nog niet (volgens de inzet van het groeimodel). Ook de inzet voor IPPC-bedrijven (zie 3.7.2) en energietoezicht (zie 2.5.1) is de uitvoering achtergebleven. Er is nog additioneel inzet nodig om aan de verplichtingen van het groeimodel te voldoen. 5) Verzuim en COVID-19 Voor 2022 hanteerden we in de basis een percentage van 6%. In de najaar rapportage is aangegeven dat 9% het niveau gaat zijn waar we als organisatie op uitkomen. Dit is een verschil van 3%. Gebleken is dat dit een groot effect heeft op de uitvoerbaarheid van taken. De doorlooptijden zijn langer geweest dan normaal, er is veel werkvoorraad en we besteden minder tijd aan de kwaliteit van ons werk.
30
6) Gekwalificeerd personeel in het algemeen Aangegeven is dat het moeilijk wordt om gekwalificeerd personeel snel en op tijd aan te nemen. Dit is ook gebleken. Vacatures staan langer open dan normaal en moeten zelf herhaald worden. Toch zijn we erin geslaagd vacatures in te vullen, ook al heeft invulling meer tijd en inspanning gevergd dan normaliter voorzien was. De meeste ingeschatte risico’s voor de uitvoering zijn uitgekomen. Ook blijkt dat er veel wijzigingen zijn vanuit wetgeving (Omgevingswet, AVG, WOO, e.a.), er grote maatschappelijke discussies lopen (Stikstof en energietransitie) en onze rol ook meer verandert en noodzakelijker wordt. Toch hebben we de schade weten te beperken en is er veel gerealiseerd.
4.3 SPECIFIEKE UITKERING (SPUK) Alle omgevingsdiensten mogen een specifieke uitkering aanvragen voor onderstaande onderwerpen IBP en energie, wat de RUD Drenthe ook werkelijk heeft gedaan. Voor de opvolging van deze aanbevelingen uit het onderzoek van de commissie Van Aartsen is een Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (hierna: IBP) vastgesteld. De subsidie is bedoeld voor de versterking van het VTH-stelstel en nadrukkelijk bedoeld om de extra activiteiten in het kader van IPB uit te voeren. Hiervoor zijn in de regeling 14 activiteiten opgenomen die bijdragen aan de pijlers uit het IBP. De activiteiten zijn onderverdeeld in collectieve activiteiten en facultatieve activiteiten. Voor de collectieve activiteiten wordt van alle omgevingsdiensten inzet verwacht. Voor het facultatieve deel is geen verplichte inzet vereist. Eind 2022 zijn we begonnen met een plan van aanpak voor deze activiteiten. Hiervoor zijn al uren gemaakt die we apart opvoeren in het kader van deze uitkering. Ook voor energie kan een uitkering worden aangevraagd. Deze uitkering is bedoeld voor extra ondersteuning op het gebied van toezicht en handhaving ten aanzien van energiebesparingsplicht, opleiding, en andere onderwerpen. Met de Specifieke Uitkering kan over meerdere jaren de kwaliteit of ondersteuning voor toezicht en handhaving worden versterkt.
Zo kunnen we als omgevingsdienst in de periode van 2022 tot en met 2026 verder professionaliseren. De komende periode onderzoeken we nog welke mogelijkheden deze subsidie ons biedt. In totaal zijn hier voor 2022 808 uren aan besteed waarvan 475 uur voor de activiteiten onder het IBP en 333 uur voor het onderdeel energie. Aankomend jaar wordt duidelijker wat we in het kader van IBP en energie kunnen doen onder de vlag van SPUK en hoe dit doorwerking kent in de financiële verrekening.
4.4 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF Een goede informatievoorziening met een ordentelijke informatiehuishouding is noodzakelijk en van groot belang in een democratische rechtsstaat. Belanghebbenden, journalisten en de wetenschap dienen toegang te hebben tot de voor hen noodzakelijke informatie. Een open overheid voorziet hierin door tijdens en na afloop van het maken van beleid en wetgeving transparant te zijn in de gemaakte keuzes.
4.4.1 ACTIEVE OPENBAARMAKING Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die vanuit de overheid worden ondernomen om informatie uit zichzelf openbaar te maken voor de samenleving. Met betrekking tot de actieve openbaarmaking is in 2022 een inventarisatie gemaakt van de informatie die actief openbaar gemaakt dient te worden en is gestart met een plan van aanpak voor de actieve openbaarmaking van handhavingsbeschikkingen.
4.4.2 PASSIEVE OPENBAARMAKING (WOO-VERZOEKEN) 31
Het is van groot belang om burgers, wetenschappers en journalisten tijdig van informatie te kunnen voorzien ingeval zij een Woo- of informatieverzoek indienen. In 2022 is onderzoek gedaan naar verschillende tools voor het verzamelen en lakken van informatie. De verwachting is dat deze in 2023 wordt geïmplementeerd.
HOOFDSTUK 5: MENS EN ORGANISATIE Om onze medewerkers gezond, productief en met plezier aan het werk te houden hebben wij aandacht voor de menselijke kant van de te behalen productie. Inzetten op duurzame inzetbaarheid is ook een stap naar de toekomst. Hiervoor hebben we 2022 een aantal belangrijke stappen gezet om toekomstbestendig en wendbaar te zijn.
5.1 STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING (SPP) 5.1.1 FORMATIE EN INHUUR Eind 2022 waren er 166 medewerkers in vaste dienst bij de RUD, waarvan 34 in de overhead, 5 leden van het managementteam. Doorstroom, ziekte, diverse projecten en de krappe arbeidsmarkt zijn de oorzaak van een relatief hoog inhuurpercentage van 23,5%. Het totaal medewerkers (in eigen dienst en inhuur) maakt een totaal van 217 medewerkers. De gemiddelde leeftijd van de medewerkers is 48 jaar. Er wordt toegewerkt naar een meer zelforganiserende, projectmatige en integrale manier van werken aan de opgaven waar wij voor staan. De inzet van onder meer strategische personeelsplanning stelt ons in staat om samen met de medewerkers een kijkje in de toekomst te nemen en daarop zo tijdig mogelijk in te spelen. We hebben stappen gezet in de digitalisering, al kost dit tijd; tijd om op te leiden en te wennen aan de nieuwe kanten van deze digitale maatschappij.
Figuur 5: Leeftijdscategorie RUD Drenthe
5.1.2 INSTROOM EN UITSTROOM Door de groei van de RUD Drenthe is er in 2022 veel instroom van nieuwe medewerkers geweest. We hebben in totaal 37 nieuwe medewerkers mogen verwelkomen. Daartegenover staat dat 17 medewerkers in 2022 uit dienst zijn gegaan om uiteenlopende redenen. Door ontwikkelmogelijkheden 32
zijn een aantal mensen binnen de organisatie doorgestroomd naar een andere functie. Daarnaast heeft ook een flink aantal medewerkers zich doorontwikkeld naar het gevraagde opleidingsniveau. Strategische personeelsplanning (SPP) is dus steeds meer onderdeel van de bedrijfsvoering en er vindt op structurele basis een update plaats van de ontwikkelagenda's per team. We zijn hiermee beter voorbereid op de opgaves voor de komende jaren zowel op kwantitatief als kwalitatief gebied. Met de grove kaders zoals Omgevingswet, de kwaliteitscriteria en het gegeven dat onze formatie is gegroeid waarbij er veel jonge mensen zijn toegetreden geeft dit nieuwe energie in de organisatie. We zetten in op nieuwe sociale (digitale en niet digitale) structuren met aandacht voor inclusie en diversiteit.
33
5.2 DE RUD BEWEEGT Het project “De RUD beweegt” heeft tot doel om een lerende organisatie neer te zetten die “beweegt” naar een betere kwaliteit en die beter is voorbereid op de toekomst. Zo willen we bijvoorbeeld toewerken naar het beschrijven van de toegevoegde waarde in verantwoordingen. Of de implementatie van zelforganiserende teams die daardoor efficiënter en oplossingsgerichter kunnen werken. In 2022 is de transitie verder vormgegeven. De aanloop was wat stroef, vooral ook door onbekendheid van de af te leggen route en een beperkt aantal gidsen. Inmiddels is de gidsengroep op sterkte en is een meer praktische invulling gegeven aan het begeleiden van de teams en projectgroepen. Een aantal successen: • De meeste overleggen hanteren een effectievere vorm van overleg waarbij meer zicht is op het uitvoeren van acties; • Binnen teams, clusters en projectgroepen is meer duidelijk wat de eventuele verbeterpunten zijn (ontwikkelagenda); • Het begeleidend bureau zorgt voor een training “on the job” en vooral een herkenbare en praktische invulling.
5.3 HERIJKING VAN DE HUISVESTING Vanwege de toenemende behoefte aan thuiswerken (effecten COVID-19 crisis) en het feit dat de thuiswerkplekken inmiddels grotendeels adequaat ingericht zijn, is een volledige herijking van de huisvestingsbehoefte gewenst. Wij hebben in 2022 verder gewerkt aan de huisvestingsvisie. Hybride werken vraagt om een ander soort overlegstructuur en dus een andere inrichting van de kantoorruimtes. Daar waar voorheen een grote kantoortuin voldeed, hebben we momenteel meer behoefte aan kleine en middelgrote kantoorruimtes (om digitaal te kunnen vergaderen), ontmoetingsplekken en grote vergaderruimtes. Inmiddels is in beeld hoe we de werkvloer graag ingericht zouden willen hebben en welke wensen we hebben over de faciliteiten. Ook is er veel overleg geweest met de huidige huisvestende organisaties om te bezien welke mogelijkheden de huidige panden bieden. Daarbij is een overweging om over te gaan naar één kantoorlocatie. Begin 2023 wordt de visie vertaald naar een meer gedetailleerd plan van aanpak. Ook zal er dan een marktverkenning plaatsvinden.
5.4 ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN Sinds medio 2022 heeft er een verandering en uitbreiding plaatsgevonden binnen de afdeling HRM voor het aandachtsgebied arbeidsomstandigheden. Binnen de afdeling HRM is een HR-adviseur aangesteld die zich voor een deel specifiek bezighoudt met het Arbobeleid. Daarnaast is per 1 september 2022 een Arbo-coördinator aangesteld. Deze uitbreidingen vinden plaats naast de inzet van de twee preventiemedewerkers. De structurele inhuur van een hogere veiligheidskundige is hiermee beëindigd. Door het uitbreiden van de capaciteit zijn flinke stappen gezet. Het laatste kwartaal van 2022 heeft in het teken gestaan van het doen van een nulmeting (actuele stand van zaken), het uitrollen van 34
de noodzakelijke en/of verplichte trainingen en cursussen en het beschrijven van de planning en begroting voor de komende jaren in een Arbo jaarplanning. Door het vele thuiswerken binnen de organisatie is de aandacht van Arbo onverminderd gericht geweest op het voorzien in en het faciliteren van de juiste en verantwoorde werkmaterialen zoals geschikte bureaustoelen, beeldschermbrillen, ergonomische muizen en toetsenborden. Één van de aandachtspunten in de huisvestingsvisie genoemd in paragraaf 5.3 is het Arbo-technisch geschikt houden van de thuiswerkplekken. Een ander aandachtspunt is het vinden van een balans tussen thuis- en kantoorwerken. Een nieuw PBM-beleid (persoonlijk beschermingsmiddelen) is ontwikkeld en wordt in het eerste kwartaal van 2023 aangeboden aan het MT en de OR. In dit beleid is beschreven waarom PBM gebruikt dienen te worden, hoe de PBM gebruikt dienen te worden en welke PBM er gebruikt dienen te worden. Het PBM-beleid is onderdeel van het Arbobeleid. In het vierde kwartaal van 2022 is er een Preventief Medisch Onderzoek uitgevoerd en aangeboden aan alle medewerkers van de RUD Drenthe. Het PMO is opgedeeld in een digitale vragenlijst over onder andere werk en gezondheid, leefstijl en vitaliteit en medewerkerstevredenheid. Naast dit digitale onderdeel is er eveneens een fysiek onderzoek met adviesgesprek aangeboden.
De medewerker krijgt hierdoor inzicht in zijn eigen mentale en fysieke gezondheid, ontvangt een persoonlijke rapportage & advies ten bate van zijn/haar eigen werkplezier, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. De organisatie krijgt hierdoor inzicht in risico’s op organisatieniveau en krijgt door middel van groepsrapportages inzicht in eventuele verbeterpunten ten bate van werkplezier, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Met de resultaten en adviezen die in het eerste kwartaal van 2023 gedeeld gaan worden beogen wij zowel de organisatie als de medewerkers te helpen bij het behalen van haar/zijn doelstellingen.
5.5 ZIEKTE EN COVID-19 Het verzuim bij de RUD Drenthe is voor een deel werk gerelateerd en daarmee gedeeltelijk beïnvloedbaar. Op verschillende vlakken zijn we bezig om het verzuim terug te dringen én om het te voorkomen. Denk hierbij onder andere aan het inzetten van het Preventief Medisch Onderzoek (PMO) en bedrijfsmaatschappelijk werk. De forse scores uit 2020 en 2021 vanwege Covid-19 zijn gelukkig redelijk uit beeld verdwenen. Bij een deel van de zieke medewerkers betreft het puur fysieke klachten, bij een aantal psychosociale problematiek en bij een ander deel van de medewerkers is het een combinatie van beiden. De psychosociale problematiek heeft deels met werk en/of de (toenemende) werkdruk te maken. In de praktijk zien we vaak dat het een combinatie is van meerdere factoren die verzuim tot gevolg heeft. Een voorbeeld hiervan is zowel een onbalans in de werk- als in de privésituatie die leidt tot (langdurige) uitval. Ook hier proberen we meer aan de preventieve kant op in te zetten door bijvoorbeeld het aanbieden van bedrijfsmaatschappelijk werk. De RUD Drenthe heeft over heel 2022 een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 8,99%. Ten opzichte van 2021 is dit een daling van 0,5% (2021: 9,49%). Van 8,99% is 2,3% toe te rekenen aan personeel wat valt onder overhead en 6,69% aan productief personeel.
Het is niet gelukt om qua ziekteverzuim onder de begrote 7% voor 2022 te eindigen. Het percentage qua verzuim is voor 2023 vastgesteld op 9%.
35
Figuur 6: verzuimpercentage per maand in de afgelopen vier jaar
In de loop van 2022 is een duidelijke afname te zien van het verzuimpercentage, waarbij we in de laatste maanden van 2022 wel weer een lichte stijging zien. Deze stijging lijkt gerelateerd te zijn aan de jaarlijkse seizoen trend. Het gemiddelde van de eerste drie maanden van 2022 bedraagt 11,86%, het gemiddelde van de laatste drie maanden van 2022 is 7,36%. De daling die in 2022 is te zien is, valt onder andere te verklaren doordat een aantal langdurige verzuimdossiers zijn afgerond. Daarnaast is er in 2022 meer aandacht geweest voor het preventief voorkomen van verzuim én het terugdringen van verzuim in lopende verzuimdossiers. Het effect is een positieve ontwikkeling bij het terugbrengen van het relatief vrij hoge ziekteverzuimpercentage. Het grootste verzuimpercentage is te vinden in de categorie lang verzuim (43 - 365 dagen), namelijk 3,98%. Daarmee is het ten opzichte van 2022 (5,37%) aanzienlijk afgenomen. Daarentegen is het verzuim in de categorie extra lang (> 365 dagen) toegenomen (van 1,77% in 2021 naar 3,68% in 2022).
Figuur 6: verzuim categorieën
36
De meldingsfrequentie is organisatie breed 0,98 en is daarmee ten opzichte van 2021 gestegen (2021: 0,75). De gemiddelde landelijke waarde ligt rond de 1. Van alle medewerkers heeft 44% (79 medewerkers) het afgelopen jaar geen verzuimdagen gehad. Net als in 2021 hebben wij medewerkers opgeroepen om vooral verlof op te blijven nemen. De essentie van het op orde houden van de werkprivé balans blijven wij onder de aandacht brengen.
5.6 OPLEIDING EN KENNISDELING In 2022 zijn VCA VOL (VGM Checklist Aannemers Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden)veiligheidstrainingen aangeboden aan medewerkers waarvan de VCA dreigt te verlopen. Ook is een start gemaakt met de eerste anti-agressie trainingen voor medewerkers die daar in het werkveld mee te maken kunnen krijgen. Verder zijn er meerdere toolbox trainingen georganiseerd. Naast de reguliere opleidingen (intern en extern) zijn er meerdere kennisplatforms waar wij onze kennis aanscherpen, uitbreiden en delen.
5.6.1 OMGEVINGSWET Vanuit de Omgevingswet zijn meerdere mogelijkheden voor bijscholing beschikbaar. Voor geluid kan een medewerker bijvoorbeeld via het platform Omgevingsdienst.nl zich bijscholen op de effecten die vanuit de nieuwe wetgeving komen. Implementatie Omgevingswet Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023 voor de Omgevingswet op 24 februari 2022 aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. Daarmee werd een verder uitstel met zes maanden een feit. Op 14 oktober schreef de minister een brief naar de Eerste Kamer dat hij de Omgevingswet per 1 juli 2023 wilde invoeren. Inmiddels zijn we 2023 en afgelopen 26 januari maakte hij bekend dat de invoering verder is uitgesteld naar 1 januari 2024. Kortom, het was het jaar van uitstel voor de Omgevingswet. Desalniettemin zijn de onderstaande voorbereidingen binnen de RUD en met de ketenpartners in Drenthe doorgegaan. Opleiding In het voorjaar zijn de basisopleidingen Omgevingswet voor de teams Vergunningen, Toezicht en Handhaving, Bodem en Advies zijn afgerond. Ook het MT heeft in een enkele sessie kennis gemaakt met de kernpunten van de nieuwe wet die van invloed zijn op de taken van de RUD. Vanwege de personele wisselingen zijn in de afgelopen periode veel nieuwe medewerkers in dienst getreden.
Voor hen is in de tweede helft van het jaar de basisopleiding georganiseerd. Vanwege het verdere uitstel van de invoeringsdatum van de wet, waarmee voor sommige medewerkers het straks meer dan het een jaar is geleden dat ze de opleiding hebben gehad, is besloten tot een opfriscursus van een dagdeel voor alle medewerkers, maar de uitvoering daarvan is vanwege uitstel van de wet doorgeschoven naar 2023. DSO en zaaksysteem De regionale procesafspraken zijn uitgewerkt en geïmplementeerd in het zaaksysteem LOS. Inmiddels zijn de processen vergunningverlening, advies en melding, vooroverleg en de Product Diensten Catalogus (PDC) geïmplementeerd. De productieomgeving van ons zaaksysteem LOS is in oktober succesvol aangesloten op het DSO en daarmee gereed voor het inwerking treden. Vanaf maart heeft de RUD actief deelgenomen in de regionale ketentesten van het Omgevingsplatform Drenthe (OPD). In maandelijkse sessies zijn de regionaal ontwikkelde ketenprocessen getest, met als doel te komen tot werkafspraken tussen de ketenpartijen. Mandaatregeling
37
In het voorjaar is gewerkt aan de aanpassing van de mandaatregeling aan de nieuwe wet. De ontwerpregeling is in april afgerond, is in mei op ronde gegaan en in juni behandeld in het DB en AB.
5.6.2 BODEM DAG 2022 Samen met de ODG, de FUMO, de 3 noordelijke provincies en de gemeenten Leeuwarden, Groningen en Emmen en Bodem+ organiseert de RUD Drenthe jaarlijks de Noord-Nederlandse Bodemdag. Doel van deze dag is, met het regionale bodemnetwerk, kennis en ontwikkelingen op het gebied van onze waardevolle bodem en ondergrond met elkaar te delen. En, om elkaar te inspireren tot nieuwe innovaties. Donderdag 10 november 2022 vond na twee jaar van afwezigheid de Noord-Nederlandse Bodem dag weer plaats. Het centrale thema van deze dag was ‘Verbinding’. Deze verbinding is nodig om toekomstbestendige oplossingen te creëren voor het domein wat ons allemaal verbindt: onze rijke en waardevolle bodem en ondergrond.
Bron: RUD Drenthe, bodem dag 2022 Ruim 250 professionals, werkzaam in het brede bodem- en omgevingsveld namen deel aan de dag. Met een inhoudelijk divers programma, bestaande uit lezingen en workshops, was er voor iedere deelnemer de mogelijkheid om te ontmoeten, kennis te delen en te leren van elkaar. Na de opening door de gedeputeerde Stelpstra van de Provincie Drenthe, was het keynote-spreker Jan Rotmans die onomwonden in klare taal de urgentie van verandering onderstreepte en daarbij de noodzaak tot échte samenwerking. Samenwerking die vervolgens weer de basis vormde voor de presentatie ‘Regionale schakels bodem’ van Marco Vergeer over het nut en de noodzaak van regionale kennisnetwerken. Tijdens het middagdeel van het programma kwam een divers palet van onderwerpen aan bod. Van drugsafval tot de Omgevingswet en van rubber korrels tot de verbindende rol van erfgoed. De deelnemers waren zeer tevreden bleek uit de enquête die door ruim 100 deelnemers is ingevuld.
5.6.3 KENNISCAFÉ LEEFOMGEVING We werken samen met het project regionale schakelpunten (RSP) om een regionale en landelijke kennisinfrastructuur op te zetten. In opdracht van VNG zijn in Nederland zeven pilots gestart voor de opzet van een nationaal kennisnetwerk met regionale schakelpunten. Drenthe is één van de pilotregio’s. De RUD trekt deze pilot namens de Provincie Drenthe. De belangstelling voor het RSP neemt toe en er haken steeds meer relevante partijen aan. Dit is belangrijk, want integraal werken is het uitgangspunt 38
van de pilot. In 2022 is in het kader hiervan al twee keer een kenniscafé leefomgeving georganiseerd. Op 11 oktober 2022 vond de tweede editie van het Kenniscafé leefomgeving plaats. Deze keer waren we te gast bij de gemeente Tynaarlo. Het Kenniscafé is in het leven geroepen als plek om op een informele manier kennis en ervaringen te delen en met maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving aan de slag te gaan.
39
HOOFDSTUK 6: LEREN EN ONTWIKKELEN We zijn een kennisorganisatie en dus is het op peil houden van kennis voor ons van groot belang. Daarom geven we onze medewerkers volop ruimte om zich te ontwikkelen. Opleiden zorgt ervoor dat medewerkers zich ontwikkelen en verder bekwamen in hun vak, maar ook meer plezier ervaren in en binding voelen met in hun werk.
6.1 OPLEIDINGEN Als gevolg van onder meer de krapte op de arbeidsmarkt, onze kwaliteitscriteria, de komst van de Omgevingswet en persoonlijke ontwikkeling zien wij een toename in de opleidingsbehoeften binnen onze organisatie. De ODNL Academie is daarbij een belangrijke inkooppartner en in-company trainingspartner. Bij het werven en selecteren van nieuwe medewerkers richten wij ons met name op nieuwe doelgroepen, zoals zij-instromers of pas afgestudeerden. Deze nieuwe medewerkers hebben vaak nog niet de gewenste kennis en ervaring omdat ze uit andere werkvelden komen of recentelijk zijn afgestudeerd. Zij brengen wel mooie nieuwe energie en inzichten mee, maar moeten nog (verder) opgeleid worden in het brede milieuvakgebied. Naast meer opleiding hebben deze medewerkers ook intensievere begeleiding nodig. Een (tijdelijk) lagere productiviteit van de nieuwe medewerker en zijn begeleider(s) is daardoor onvermijdelijk.
6.1.1 SAMENWERKING NOORDELIJKE OMGEVINGSDIENSTEN In onze zoektocht naar nieuwe medewerkers hebben wij een samenwerking gestart met de omgevingsdiensten van Groningen (ODG) en Friesland (FUMO). Doelstelling is om elkaar niet als concurrenten te beschouwen maar juist te versterken. In 2022 is een gezamenlijke succesvolle arbeidsmarktcampagne gevoerd. Een belangrijk instrument voor een groot bereik is de website www.werkenbijnod.nl die in september werd gelanceerd. We hebben gedurende drie maanden actief de markt bewerkt met advertenties op sociale media zoals LinkedIn, Facebook en Instagram. Daarnaast waren we in die periode ook zichtbaar op verschillende websites zoals Nu.nl en Google. Deze online campagne presteerde bovengemiddeld goed ten opzichte van vergelijkbare content. In slechts enkele maanden zijn onze online advertenties al meer dan 1,2 miljoen keer bekeken en is de vacaturepagina op onze eigen website zes keer vaker bezocht. Dankzij de gezamenlijke campagne ‘Werken bij de NOD’ is onze naamsbekendheid flink toegenomen en groeit het aantal reacties op vacatures. Er is meer bekendheid en een vergroot besef van het betekenisvolle werk dat wij doen in de regio. Aanvullend hierop is gericht campagne gevoerd op sociale media om trainees te werven voor ons eigen Young Professionalprogramma.
Die campagne is uiteindelijk 180.000 keer bekeken, waarbij 2.000 geïnteresseerden doorklikten om verder te lezen over de mogelijkheden bij RUD Drenthe. Uiteindelijk zijn er 22 zeer geschikte kandidaten geselecteerd voor een kennismakingsgesprek. Tien daarvan zijn in januari 2023 daadwerkelijk gestart met een traineeship. Maar ook fysiek hebben wij ons laten zien als noordelijke omgevingsdiensten. De RUD Drenthe was aanwezig met een stand op banenbeurzen, opleidingsinstellingen en carrièredagen. In 2023 zetten wij dit door en krijgt de cross-mediale arbeidsmarktcampagne een vervolg.
6.1.2 TRAINEES Veel studenten geven aan werkzaam te willen zijn bij een maatschappelijk betrokken organisatie en een betekenisvolle bijdrage te willen leveren aan het oplossen van milieuproblematiek. Desondanks is het aantal milieukunde studenten dat jaarlijks afstudeert laag. Als onderdeel van de arbeidsmarktcampagne hebben wij daarom een Young Professional Programma ontwikkeld, dat bestaat uit een traineeship 40
Vergunningen en een traineeship Toezicht & Handhaving. Het traineeship duurt twee jaar en in deze periode worden de trainees opgeleid tot vakbekwaam vergunningverlener en toezichthouder. Samen met de ODNL Academie is een ontwikkel- en opleidingstraject vormgegeven dat zich richt op vakinhoudelijke, maar ook persoonlijke ontwikkeling van de trainees. Ook voor andere disciplines is er de mogelijkheid om trainees in te zetten. Een goed voorbeeld hiervan is een trainee voor omgevingsveiligheid (vanwege het met pensioen gaan van een medewerker). In het najaar van 2022 is een verzamelvacature opengesteld door de noordelijke omgevingsdiensten specifiek voor trainees. De animo hiervoor was boven verwachting. De doelgroep voor de vacature betrof bijna of recent afgestudeerden op HBO- dan wel WO-niveau, waarbij de studierichting een ondergeschikte rol speelde. Motivatie en persoonlijke vaardigheden daarentegen des te meer. Na een uitgebreide selectieprocedure is in december 2022 aan 10 trainees een dienstverband bij één van de drie organisatie aangeboden. Binnen onze organisatie start begin 2023 één trainee Vergunningen en twee trainees Toezicht & Handhaving. De trainees hebben heel diverse achtergronden, maar delen hun enthousiasme voor ons werk.
6.1.3 OMGEVINGSWET In 2022 is het grootste deel van de organisatie middels een interne opleiding voorbereid op de komst van de Omgevingswet. De basisopleidingen voor de teams Vergunningen, Toezicht & Handhaving, Bodem en Advies zijn afgerond. Ook het MT is meegenomen in de kernpunten van de nieuwe wet en de betekenis hiervan op onze taken en werkzaamheden. Doordat wij twee medewerkers hebben kunnen opleiden tot interne trainer zijn wij flexibel in het organiseren van de trainingen. De bedoeling was om in het najaar van 2022 een extra basisopleiding te organiseren voor de vele nieuwe medewerkers en voor medewerkers die door afwezigheid (een deel van) de opleiding hebben gemist. Ook opfrisochtenden stonden voor deze periode in de planning. Gezien het feit dat de nieuwe datum van inwerkingtreding 1 januari 2024 zal zijn is de planning aangepast. In de loop van 2023 zal de basisopleiding weer worden georganiseerd.
6.2 OVERDRACHT BODEMTAKEN OMGEVINGSWET De RUD Drenthe neemt deel aan een platform waarin de Drentse overheden en uitvoeringsorganisaties zich voorbereiden op de Omgevingswet. Binnen dit Omgevingsplatform Drenthe (OPD) is een werkgroep Bodem samengesteld. Veel bodemtaken gaan straks over van de provincie over naar de gemeenten. Taken die worden uitgevoerd door de RUD. De werkgroep moet deze overdracht in goede banen leiden. De werkgroep komt periodiek bijeen en vorderingen worden bijgehouden en gemonitord. Er wordt naar gewerkt om ervoor te zorgen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet operationeel klaar te zijn. In het kader hiervan is in 2022 een spoorboekje opgesteld waarin alle acties benoemd staan die uitgevoerd moeten worden met betrekking tot de warme overdracht.
6.3 INFORMATISERING EN AUTOMATISERING 6.3.1 AANBESTEDING LEEFOMGEVINGSSYSTEEM In 2022 had een start gemaakt moeten worden met de aanbesteding voor ons nieuwe zaaksysteem. In overleg (met diverse aanbestedingsjuristen en een kort marktonderzoek) is ingezet op het aanvragen van uitstel. Dit verzoek is uiteindelijk, met redenen omkleed, op TenderNed (het landelijk online platform voor inkooptrajecten) geplaatst en medio april 2022 hebben wij toestemming gekregen om de aanbesteding met twee jaar, dus tot september 2025, uit te stellen. We zijn wel al verdergegaan met de voorbereidingen want een dergelijk aanbestedingstraject en implementatietraject kost veel tijd. De aanbesteding moet worden opgestart en er moet worden nagedacht over de implementatie.
41
6.3.2 BODEMINFORMATIESYSTEEM In 2022 is veel werk verricht om de kwaliteit van bodemdata op een hoger niveau te brengen. De bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem is zo veel mogelijk uniform gemaakt en aangevuld tot het gewenste kwaliteits- en detailniveau. Daarnaast is in 2022 gekozen om een nieuw bodeminformatiebeheer aan te schaffen (NAZCA). De voorbereiding, data conversie en het testen daarvan zijn in 2022 uitgevoerd. Begin 2023 wordt NAZCA operationeel en verder geoptimaliseerd. Doel is om bodeminformatie beter, efficiënter en completer te ontsluiten en uit te wisselen. De financiering van dit project loopt via zowel de gemeente Emmen als de Provincie Drenthe.
6.3.3 LOCATIEBESTAND EN TRANSITIE MET MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN Halverwege 2022 is door het MT aangegeven dat het vullen van ons locatiebestand met mba’s projectmatig moet worden opgepakt. Hiervoor is een projectplan opgesteld door een projectgroep. Zij heeft veel contact met andere Omgevingsdiensten gehad wat uiteindelijk heeft geresulteerd in een goedgekeurd plan van aanpak. Het plan bestaat uit vijf stappen die beschrijven hoe we ons locatiebestand het beste kunnen aanvullen met deze mba’s en hoeveel tijd en geld dat kost.
6.3.4 DIGITALE UITWISSELING MILIEU-INFORMATIE Het project tot het verbeteren van de digitale aanlevering en uitwisseling van milieudossiers kent al enige doorlooptijd en wordt uitgevoerd onder regie van de ambtskring gemeentesecretarissen. Het projectteam heeft een standaard opgesteld voor de documentcreatie en -uitwisseling RUD Drenthe (StanDUR). Nu gezamenlijk de procesafspraken zijn opgesteld voor het uitwisselen van deze gestandaardiseerde documenten brengen we dit nu met onze partners in uitvoering.
6.3.5 AANSLUITINGEN LOS In november 2021 is de gemeente Borger-Odoorn en per 1 januari 2022 is de gemeente Coevorden aangesloten op het LOS. Met deze aansluitingen zijn deze gemeenten ook aangesloten op het DSO en de samenwerkingsfunctionaliteit en zijn daarmee technisch gereed voor de Omgevingswet. We hebben afspraken gemaakt om zaken en dossiers binnen hetzelfde systeem te verwerken, waardoor barrières voor informatie-uitwisseling zijn geminimaliseerd. Door de (gemeente specifieke) VTH-processen samen te standaardiseren en te harmoniseren geven we concrete invulling aan datgene dat nodig voor een goede uitvoering van de nieuwe Omgevingswet.
6.4 KLACHTEN RUD DRENTHE Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dienen wij jaarlijks de in hoofdstuk 9 bedoelde klachten te publiceren. Het gaat niet over klachten zoals meldingen van milieuhinder maar over het optreden en de bejegening van mensen door de RUD Drenthe. Voor deze klachten bestaat een Klachtenreglement, dat onder meer voorschrijft dat het dagelijks bestuur jaarlijks rapporteert over klachten aan het algemeen bestuur en aan onze deelnemers. Doorgaans worden de klachten afgehandeld op het niveau van teamleider. De RUD Drenthe heeft dit jaar twee klachten ontvangen. De eerste klacht betrof de trage besluitvorming bij aanvragen vergunningen. Klager is uitgenodigd voor een informeel gesprek en de klacht is afgehandeld buiten de klachtenprocedure om. De tweede klacht betrof een klacht over de gedragingen van twee toezichthouders bij een asbestcontrole op grond waarvan de woning is verzegeld. De klacht is overeenkomstig Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Klachtenreglement van de RUD behandeld. Klagers en beklaagden zijn uitgenodigd voor een hoorzitting. Op basis van de hoorzitting en de feiten is de klacht beoordeeld als ongegrond. Wel is op basis van de casus geadviseerd om 42
soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen door werkafspraken te maken over verzegeling. Daarnaast willen we intern bezig met het maken van een werkproces klachtenafhandeling, met standaardbrieven, een standaardopzet voor het (tussentijdse) jaarverslag, de huidige wijze van registratie en archivering verbeteren en onderzoeken of het huidige Reglement actualiseren.
6.5 MANDAATBESLUIT EN REGELINGEN Medio 2022 is een uniform mandaatbesluit Omgevingswet opgesteld voor de gemeenten. Het mandaatbesluit is inmiddels door diverse colleges ondertekend. Het mandaat voor de Provincie volgt nog. Daarnaast is per juli 2022 de nieuwe wet op de gemeenschappelijke regelingen in werking getreden voor het vergroten van de betrokkenheid van Raden en Staten. Hiervoor moet ook de tekst in de Gemeenschappelijke Regeling van de RUD Drenthe aangepast worden. De eerste voorbereidingen hebben hiervoor in 2022 plaats gevonden. Verdere uitwerking volgt in 2023. Een onderdeel dat raakt aan beide regelingen is de actualisatie van de dienstverleningsovereenkomsten. Hiermee wordt in 2023 een start gemaakt.
6.6 KWALITEIT, INK EN COLLEGIALE TOETSEN 6.6.1 INK/EFQM Om kwaliteit te funderen is aandacht en tijd essentieel. Bij de RUD Drenthe staat het vormgeven van kwaliteit op het verlanglijstje zeker nu ook de maatschappij steeds meer verlangt en eist. Door een drukke ontwikkelagenda is ervoor gekozen om het herijken van het INK-model (kwaliteitsmodel Instituut Nederlandse Kwaliteit) uit te stellen. Er is ervaring opgedaan door deel te nemen aan een EFQM (European Foundation for Quality Management)-audit bij een andere omgevingsdienst. Het EFQM-model is de Europese variant van het INK-model.
6.6.2 COLLEGIALE TOETS/VISITATIE Naast het INK doet de RUD Drenthe landelijk mee aan de Collegiale Toetsen tussen Omgevingsdiensten onderling. Het doel van de Collegiale Toetsen is om omgevingsdiensten, gemeenten en provincies te helpen bij het borgen van de kwaliteit die onder meer is vastgelegd in de verordeningen VTH. Voor 2022 is er geen collegiale toets ronde geweest. Wel zijn voorbereidingen getroffen om deze, maar dan in de vorm van een iets strengere “visitatie”, uit te voeren in 2023. Deze toets/visitatie is opgenomen in een van de speerpunten voor de verbetering van het VTH-stelsel.
43
BIJLAGE 1. REALISATIE JAARPROGRAMMA 2022
44
BIJLAGE 2. REALISATIE EXTRA OPDRACHTEN 2022
45
BIJLAGE 3. DOORVERDELING UREN VAKINHOUDELIJK OVERLEG EN INWERKEN MEDEWERKERS
Aa en Hunze Assen Borger-Odoorn Coevorden De Wolden Emmen Hoogeveen Meppel Midden-Drenthe Noordenveld Provincie Drenthe Tynaarlo Westerveld Totaal
vakinhoudelijk inwerken overleg medewerkers totaal 310 216 526 433 301 734 374 260 634 605 421 1.026 442 307 749 1.394 970 2.364 515 358 873 466 324 790 597 416 1.013 318 221 539 1.623 1.131 2.754 308 214 522 347 241 588 7.732 5.380 13.112
46
BIJLAGE 4. REALISATIE 2022 IN ÉÉN OOGOPSLAG
47
BIJLAGE 5. DEFINITIELIJST Term Meerwerk
Minderwerk
Voorziene extra opdrachten
Vraag gestuurd Risicogericht vergunnen Risicogericht toezicht Risicogericht werken Drentse Maat
Definitie Dit is werk op basis van vraagsturing. Werk wat het geprogrammeerde werk (in uren) overstijgt en dus onvoorzien. Volgens de wet moeten we dat uitvoeren. Bij dreigend meerwerk overleggen we altijd direct met de opdrachtgever. Meerwerk wordt achteraf in rekening gebracht. Het DB heeft alle opdrachtgevers geadviseerd hiervoor ruimte op te nemen in het JP 2023 of in de eigen begroting. Hierbij kan gedacht worden aan de overvraag aan klachten, adviesvragen en vergunningaanvragen ten opzichte van de basisafspraken. Het meerwerk door calamiteiten, incidenten en rampen wordt ook achteraf in rekening gebracht bij de betreffende opdrachtgever. Denk hierbij aan asbestbranden, afvalbranden of inzet bij rampen zoals veenbranden of overstromingen. Dit is minderwerk op basis van vraagsturing. Werk wat het geprogrammeerde werk (in uren) onderschrijdt. Minderwerk wordt achteraf verrekend in relatie met eventueel gemaakt meerwerk en extra opdrachten. Dit is een lijst van specifieke extra opdrachten welke apart en vooraf een uitvoeringsjaar door de BG’s afzonderlijk of gezamenlijk wordt gefinancierd. Een vraag die vanuit de maatschappij door het BG geheel of in een onderdeel wordt doorgezet naar de RUD Drenthe. Op basis van risico’s, welke door de aangevraagde activiteiten mogelijk ontstaan, wordt urgentie en inzet voor behandeling bepaald.
Op basis van risico’s, welke door de activiteiten mogelijk ontstaan, wordt urgentie en inzet voor toezicht bepaald. Op basis van risico’s, welke door de activiteiten mogelijk ontstaan, wordt urgentie en inzet voor bepaald. De RUD Drenthe is sinds 2016 gaan opereren op een uitvoeringniveau dat passend werd gevonden bij de Drentse situatie. Deze Drentse maat is de minimale basis waaraan iedere partner zich conformeert. Het bevat een minimaal pakket aan producten en diensten, is uitgedrukt in termen van outputkwaliteit die per product en dienst van de RUD Drenthe is geleverd, en heeft verbinding gemaakt met de competenties die dit vraagt van de medewerkers.
Daarvoor wordt op basis van valide en actuele inrichtingsgegevens een norm bepaald voor de frequentie, intensiteit en uren voor de taakuitvoering. U & H strategie Het strategisch beleidskader voor de taakuitvoering van de RUD Drenthe (Uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie) Basisuitvoering Dit is opgesteld in afstemming met de opdrachtgevers en op basis van de vastgestelde begroting voor het programmajaar Onvoorziene extra opdrachten Dit zijn specifieke extra opdrachten welke niet vooraf een uitvoeringsjaar zijn aangegeven. Deze worden in het uitvoeringsjaar niet uitgevoerd tenzij hiervoor een extra opdracht is gegeven. Project Een project is een tijdelijke manier van samenwerken, gericht op het opleveren van een uniek resultaat, dat bijdraagt aan het behalen van doelen en waarbij de belangrijkste werkzaamheden te inventariseren zijn.
48
Productiviteitsnorm
Groeimodel Zelforganiseren
Begrotingswijziging Kental Deelnemersbijdrage Output Outcome Ontwikkelopgave Opdrachtgever
De productiviteit wordt bepaald door de beschikbare uren per fte te bepalen na aftrek van niet productiviteit. Dit wordt elk jaar opnieuw vastgesteld (o.i.v. ziektepercentage en verlof). Voor 2023 is deze bepaald op 1.239 uur. Een model waarin stapsgewijs (aantal jaren) wordt gewerkt naar het gewenste uitvoeringsniveau Het proces waarbij in een systeem spontaan structuren ontstaan of het bieden van ruimte en mogelijkheden om actoren zelf te laten bepalen hoe werkzaamheden worden uitgevoerd en wat ieders aandeel daarbij is. Een wijziging van de in basis vastgestelde begroting Een gemiddeld aantal uren voor een productresultaat Een bepaalde bijdrage voor eigenaren voor de gemeenschappelijke regeling voor het uitvoeren van taken Een kwantitatief meetbaar effect Een kwalitatief meetbaar effect dat bijdraagt aan het beleid en de visie Vooraf ingeschatte inzet op ontwikkeling van een organisatie Een van de 12 Drentse gemeenten of de provincie Drenthe