Inspreekbeurt 20 mei 2021 dhr Booij
Tekst van het document
Geachte leden van de raad, Hierbij maak ik wederom gaarne gebruik van mijn ditmaal schriftelijke inspreekrecht. U bespreekt vanavond het versterken van de financiële positie van de gemeente Hoogeveen en uw controlemogelijkheden op het financiële reilen en zeilen. Zowaar geen overbodige luxe. De huidige belabberde financiële positie waarin Hoogeveen verkeert is een duidelijk gevolg van het in het verleden geheel ontbreken daarvan. Hoe had het kunnen gebeuren dat u tot ver in 2019 dacht nog 10-tallen miljoenen te kunnen besteden aan een sportvoorziening waarbij zelfs werd uitgegaan van het kunnen schenken van €8,15 miljoen aan een niet gemeentelijke maar private stichting van een ex-fractievoorzitter en enkele vrienden. U en wij inwoners zijn door het voormalige college aantoonbaar weloverwogen verkeerd ingelicht, zeg gerust misleid, aangaande de financiële onderbouwing van die sportvoorziening. Ik hoor het een ambtenaar in de raadszaal nog zeggen dat een project ontwikkelaar genegen zou zijn €4 miljoen van zijn winst zou willen afstaan aan voornoemde stichting. U weet inmiddels evengoed als ik dat het een weloverwogen bewuste leugen was met het doel u en ons inwoners zand in de ogen te strooien. Hoe kan u op een verantwoorde wijze controle uitoefenen als het college m.m.v. het ambtenarenapparaat u welbewust bedriegt? In het vanavond door u te bediscussiëren staat o.a.
ik citeer “Voor de organisatie heeft de versterking van de financiële functie ook de nodige gevolgen, waaronder (c) het scheppen van een cultuur waarin het gebruikelijk is om fouten te openbaren of elkaar op fouten aan te spreken, maatregelen te nemen om fouten te herstellen, te leren van fouten en met elkaar te waken om fouten te voorkomen, (d) het normaal te vinden om je werk te laten controleren en te laten toetsen aan de door college en raad gestelde kaders. Laat dat nou precies zijn waar ik al jaren op aandring en u mij niet over wil horen. Nodig is zo lezen wij “Het scheppen van een cultuur waarin het gebruikelijk is om fouten te openbaren”. Ik zou u met klem willen verzoeken met ingang van nu daarmee aan te vangen. Erken dat er fouten zijn gemaakt. Erken dat u t.g.v. onvoldoende en misleidende door het voormalige college aan u verstrekte informatie bent gekomen tot een besluit dat u nooit zou hebben genomen wanneer u wel juist en volledig door het voormalige college zou zijn geïnformeerd. Ook lezen we dat het nodig is “elkaar op fouten aan te spreken”. Mag ik u er op wijzen dat ik dat bij u reeds jaren doe maar u allen daarvan niet gediend bent? U wil me niet horen en wijst mijn schriftelijk verzoek tot het wel gehoord worden volhardend af. Voorts lezen we dat het nodig is “te leren van fouten en met elkaar te waken om fouten te voorkomen”.
Met uw afhoudende opstelling naar mij toe geeft u er blijk van niet te willen leren en er niet voor te willen waken fouten te voorkomen. Ontkende fouten zijn immers niet gemaakt en zouden derhalve niet voorkomen behoeven te worden? Uit het niet naar de inwoners willen erkennen en verantwoorden van gemaakte fouten blijkt dat u de verhoudingen binnen bestuurlijk Hoogeveen belangrijker vindt dan de verhouding tussen u en de inwoners die u zegt te vertegenwoordigen. Ik zou u hierbij willen oproepen het niet slechts bij “zeggen” te laten maar eindelijk ook een keer de daad bij het woord te voegen. Het zijn de sterkste personen die hun zwakheden durven tonen. Toon u sterk en erken naar de inwoners de door u gemaakte fouten. Dat ze u die fouten aanrekenen zal van voorbijgaande aard zijn. Ik ben ervan overtuigd dat menigeen u erom zal prijzen. Wie wil er nou niet bestuurd worden door bestuurders die hun fouten niet verdoezelen maar durven erkennen? Ik persoonlijk zal u op door u erkende fouten nimmer afrekenen. Wie immers ben ik om erkende fouten niet te willen vergeven? Ik doe nogmaals een dringend beroep op u allen: Wees eerlijk naar een ieder die uw wegen kruizen en in het bijzonder naar hen die u beloofd hebt hun vertrouwen niet te schenden.
Hoogeveen is niet gebaat bij een bestuur dat niet wenst te leren van gemaakte fouten maar is gebaat bij een bestuur dat het vertrouwen der inwoners verdient. Ik verzoek u allen met nadruk, nu wél, te reflecteren op mijn inbreng. Ik dank u allen en wens u veel succes bij uw verdere beraadslagingen. Vriendelijke groet, Gerard Booij