HGV Raadsvoorstel bijlage Opzet wijzigingen voor gemeenteraad.docx
Tekst van het document
Bijlage 3: wijzigingen in de nieuwe concept verordening Jeugdhulp ten opzichte van de huidige verordening Jeugdhulp Leeswijzer: In dit document staat uitgewerkt wat er in de nieuwe verordening jeugdhulp, beleidsregels jeugdhulp en regeling tarieven anders is omschreven dan in de huidige stukken. De huidige stukken zijn als beginpunt genomen. De veranderingen staan uitgewerkt onder de artikelen. Wijzigingen op hoofdlijnen: De nieuwe verordening sluit aan bij de actuele situatie en wettelijke eisen. Als het gaat om jeugdhulp zetten we in op het versterken van de ‘normale’ context van kinderen en jongeren: werken aan thuis-school-buurt als sterke basis. We passen de verordening aan om: a) De eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van gezinnen te vergroten; b) Gezinnen te ondersteunen en stimuleren bij het aanspreken van het eigen netwerk, om samen te komen tot duurzame oplossingen; c) Kinderen te ondersteunen bij het ‘zo normaal mogelijk’ opgroeien; d) De inzet van een persoonsgebonden budget (PGB) te laten aansluiten op de huidige Jeugdwet; e) Een juridische basis te leggen om de Jeugdwet optimaal uit te voeren.
Speciale aandacht voor het persoonsgebonden budget Hoewel de wijzigingen in de verordening gaan over de gehele toegang tot tweedelijns jeugdhulp (en daarmee ook beide financieringsstromen, te weten zorg in natura en het persoonsgebonden budget), lijkt veel aandacht uit te gaan naar, specifiek, het persoonsgebonden budget. Dat komt doordat wijzigingen in voorwaarden omtrent het persoonsgebonden budget voor inwoners het meest (direct) merkbaar zijn, bijvoorbeeld doordat ouders én beheerder zijn van het PGB, én zichzelf inkopen als zorgverlener of doordat de kwaliteitseisen zijn aangescherpt. Als er bij zorg in natura wijzigingen zijn, dan pakt de gemeente dit zelf op met de zorgaanbieders. Zodoende merken de inwoners daar minder van. In de huidige verordening is duidelijk te zien dat onderstaande wijzigingen ook daar al deels zijn doorgevoerd. Echter, door inspraak van inwoners, uit bezwaarprocedures, de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en door de toets van Schulinck, hebben we de afgelopen periode geleerd dat we beter moeten omschrijven, concretiseren en aanscherpen hoe wij werken. De grootste wijzigingen staan hieronder op een rij: 1. Grotere focus op de bedoeling van de Jeugdwet De bedoeling en het beoogde effect van jeugdhulp, is drieledig.
Zo wordt er in de Jeugdwet gesproken over het verbeteren, stabiliseren of behandelen van jeugdproblematiek, het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en afsluitend over het overnemen van bepaalde zorgtaken in het kader van persoonlijke verzorging aan jeugdigen, om daarmee het gebrek aan zelfredzaamheid op te heffen. Het college hecht er waarde aan om vanuit de bedoeling van de Jeugdwet te werken, met het belang van kinderen voorop, als er een verwijzing naar tweedelijnszorg wordt afgegeven. We zien het aantal kinderen met een tweedelijnsvoorziening stijgen de afgelopen jaren en dit is een zorgelijke trend. Het is daarom van belang dat er kritisch wordt gekeken óf al deze kinderen daadwerkelijk gebaat zijn bij een tweedelijnsvoorziening. Dit betekent dat er wordt gewerkt vanuit de gedachte dat kinderen waar nodig zo normaal mogelijk opgroeien, met steun en hulp van het eigen netwerk en dat er eventueel aanvullende ondersteuning en hulp kan worden geboden als dat niet (geheel) op eigen kracht lukt. De financieringsvorm van de benodigde hulp, zou daar onder de huidige wetgeving geen rol in mogen spelen. 2. Meer focus op eigen kracht versus op ‘compensatie’ voor bovengebruikelijke zorg In de Awbz was er een grote focus op bovengebruikelijke zorg. Een kind had in de eerste plaats een diagnose nodig om in aanmerking te komen voor een PGB.
Het kind met deze hulpvraag/diagnose werd vergeleken met een kind van dezelfde leeftijd zonder deze hulpvraag/diagnose en de extra zorguren werden vervolgens opgeteld en, in principe, afgegeven in PGB-uren. Daarmee konden ouders een derde inkopen, maar ook zichzelf betaald inzetten als zorgverlener. Echter, bij zorg in natura (toentertijd viel dit onder een andere wet) ging dat niet zo; daar werd sec gekeken hoeveel uren per week een gecontracteerde aanbieder nodig had om aan de gestelde doelen te werken. Deze doelen werden herhaaldelijk geëvalueerd en op het moment dat het kind zelfredzamer werd, werd de zorg, logischerwijs, afgeschaald.
Er is nu geen sprake meer van aparte wetgeving; er is één Jeugdwet. In de huidige verordening hebben we daarom concreet gemaakt wat het afwegingskader is om te beslissen of een kind en gezin in aanmerking komen voor een tweedelijnsvoorziening. Dit afwegingskader is gebaseerd op de modelverordening van Schulinck. Er wordt pas een individuele voorziening getroffen als kinderen en gezinnen geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: a. binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder wordt verstaan: i. gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; ii. bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden en dit geen overbelasting oplevert en er ook geen problemen in het gezin ontstaan als de hulp door de ouder wordt geboden; iii. het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. b. door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; c. door gebruik te maken van een andere voorziening. Als blijkt dat het gezin er, op basis van bovenstaand afwegingskader, niet (geheel) zelf in slaagt om de hulpvraag op te lossen, komt het gezin pas in aanmerking voor een individuele voorziening voor jeugdhulp. Daarna wordt beoordeeld hoeveel hulp er nodig is om aan de gestelde doelen te werken en daarna welke financieringsvorm passend is.
Uiteraard wordt er ook met het gezin meegekeken als blijkt dat zij niet in aanmerking komen voor een individuele voorziening; welke andere hulp is dan passend en kan de gemeente het gezin doorgeleiden naar een passende voorliggende voorziening? 3. De weigeringsgronden in de huidige verordening zijn onvolledig Uit een juridische toets (intern en extern) blijkt dat de huidige weigeringsgronden onvolledig zijn. Dit betekent dat aanvragen onvoldoende konden worden getoetst aan de weigeringsgronden. Dit is in de huidige verordening en beleidsregels aangescherpt. 4. Inzet van de niet-geregistreerd professional Gemeente Hoogeveen heeft vorig jaar in de ‘Regeling tarieven jeugdhulp’ al het tarief voor de nietgeregistreerd professional ingevoegd, maar in de huidige verordening en beleidsregels, was daarvoor nog geen onderbouwing gegeven. In de huidige stukken is deze onderbouwing wel opgenomen. Punt 5 geeft daarover meer uitleg. 5.
De Regeling tarieven jeugdhulp, alsook de basis hiervoor in de verordening, zijn vereenvoudigd en geconcretiseerd Artikel 10 van de concept verordening gaat in op ‘Hoogte PGB’. Hier wordt de basis gelegd voor de uitwerking van de tarieven. De tarieven zullen nader worden uitgewerkt en vastgesteld door het college. In de huidige verordening en regeling tarieven, wordt er gewerkt met verschillende hoogten van tarieven, passend bij ‘licht, midden en zwaar’. Echter, gebleken is dat er geen duidelijk afwegingskader was om te beoordelen wanneer onze inwoners in categorie licht, midden of zwaar zouden vallen. Daarom is er, in overleg met adviesbureau Schulinck, jurist en toezichthouder, voor gekozen deze subjectieve beoordelingen los te laten. We kiezen daarom, voor de niet-geregistreerd professional en het informele netwerk, nu voor één tarief voor individuele begeleiding en persoonlijke verzorging. Dit tarief (van €17,- per uur) zorgt voor een doorlopende lijn naar de Wmo (waar het tarief voor informele zorg ook €17,- per uur is). Dit draagt bij aan een betere doorlopende lijn voor adolescenten die overgaan van de Jeugdwet naar de Wmo. Daarnaast is rekening gehouden met het algemeen geldende gemiddelde bij Nederlandse gemeenten voor soortgelijke zorgvragen.
Wijzigingen verordening: Artikel 1: begripsbepalingen Omschrijving van de volgende termen toegevoegd: Algemene voorziening; Gebruikelijke hulp; Budgethouder; Sociaal netwerk. Artikel 2: vormen van jeugdhulp 1. Het woord ‘overig’ in het hele artikel vervangen door het woord ‘algemeen’. Daarnaast de zorgvormen onder lid 1 concreter herschreven om beter aan te sluiten bij de huidige inkoopregels. 2. De jeugdhulpvormen ‘jeugdbescherming’ en ‘jeugdreclassering’ verwijderd. Dit zijn jeugdbeschermingsmaatregelen en geen hulpverleningsvormen. Artikel 3: toegang jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts Lid 2 en 3 zijn toegevoegd, omdat het college beter zicht wil houden op het geheel van verwijzingen, alsook de bredere gezinscontext van de jeugdigen Artikel 4: toegang jeugdhulp via de gemeente Het artikel is geheel herschreven en geconcretiseerd in zes stappen Artikel 5: inhoud beschikking Artikel wordt in nieuwe verordening artikel 11. De volgende artikelen zijn toegevoegd in de nieuwe verordening: • Artikel 5: onderzoek; • Artikel 6: de afstemming met andere voorzieningen; • Artikel 7: criteria voor een individuele voorziening. Artikel 6: regels voor PGB Wordt in nieuwe verordening artikel 8. Dit artikel is geheel herschreven, gelet op nieuwe jurisprudentie. Daarnaast is geconcretiseerd welke afweging het college maakt bij het komen tot een PGB.
Artikel 7: nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Wordt in de nieuwe verordening artikel 12, maar is intact gebleven. In de nieuwe verordening zijn een drietal artikelen toegevoegd, te weten: • Artikel 9: onderscheid tussen formele en informele zorg; • Artikel 10: hoogte PGB (zie hiervoor ‘punt 5’ in het voorwoord van dit stuk) • Artikel 11: inhoud beschikking (zie artikel 5 in huidige verordening) Artikel 7a: bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik In nieuwe verordening verplaatst naar artikel 13, maar blijft op inhoud intact. Aan nieuwe verordening is ‘artikel 14: opschorten’ toegevoegd. In dit artikel staat uitgelegd hoe en wanneer het college het recht heeft om PGB’s op te schorten, dan wel terug te vorderen. Artikel 8: verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Is in nieuwe verordening verplaatst naar artikel 15 en op inhoud intact gebleven. Artikel 9: vertrouwenspersoon Dit artikel is verwijderd uit de verordening. In de nieuwe beleidsregels jeugdhulp is echter uitgebreid aandacht besteed aan inzet van vertrouwenspersonen cq. Cliëntondersteuners. Artikel 10: klachtregeling Verplaatst naar artikel 16, op inhoud intact gebleven.
Artikel 11: inspraak en medezeggenschap Verplaatst naar artikel 17, op inhoud intact gebleven. In de nieuwe verordening is ‘Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsrecht’ toegevoegd. Artikel 12: Inwerkingtreding en citeertitel Verplaatst naar artikel 21, op inhoud intact gebleven. In de nieuwe verordening zijn de volgende artikelen, afsluitend, nog toegevoegd aan de verordening: • Artikel 18: evaluatie (het college legt hiermee vast dat de verordening en de beleidsregels bij herhaling geëvalueerd zal worden) • Artikel 21: hardheidsclausule (het college legt hiermee vast dat het college begrijpt dat er in de jeugdhulp gewerkt wordt met mensen. Dit betekent dat ruimte voor maatwerk geboden moet worden. Dat neemt niet weg dat er vanuit basiskaders gewerkt kan worden, zie de rest van de verordening).