CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

GKB - DB21-009 Concept begroting 2022-01

Raadsavond 17 juni 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Jaarrekeningen en Begrotingen Stark, GKB, Recreatieschap, VRD, GGD en Publiek Vervoer7.106 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTELIJKE KREDIETBANK BEGROTING 2022

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Uitgangspunten begroting 2022

3

Hoofdstuk 2

Kerntaken GKB

4

Hoofdstuk 3

Beleidsbegroting

6

Hoofdstuk 4

De BBV paragrafen

10

Hoofdstuk 5

Meerjarenraming 2023-2024-2025

16

Bijlagen     

1 2 3 4 5

Programmarekening Meerjarenraming Meerjarige bijdrage van de GR gemeenten Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo

2

17 18 19 20 21

Hoofdstuk 1 Uitgangspunten begroting 2022 De gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank Drenthe, ingesteld op 1 januari 1990, is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel. De GKB levert in veertien gemeenten een bijdrage aan de sluitende aanpak voor de bestrijding van armoede en schulden. Voor de begroting 2022 zijn een aantal ontwikkelingen van belang. Strategische koers De GKB zit bij het opstellen van deze begroting nog volop in het proces van de evaluatie van het strategische besluit 2018-2021. De uitkomsten van deze evaluatie zijn bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend en de begroting is daarom gebaseerd op het staande strategische besluit. Daarnaast werkt dit huidige strategische beleid steeds meer door en neemt de caseload in de voormalige DVO gemeenten steeds verder af. Corona De instroom van nieuwe aanmeldingen is onzeker. De impact van de pandemie, de lockdown, heeft tot op heden vooral tot gevolg dat de instroom van nieuwe aanmeldingen achterblijft bij de verwachtingen. Het is uiterst onzeker wanneer en in welke mate de instroom van nieuwe aanmeldingen zich zal herstellen of wellicht als gevolg van de crisis zal toenemen. De begroting gaat uit van de lagere instroom tijdens de pandemie.

DVO gemeenten In de loop van 2021 zullen acht DVO gemeenten moeten besluiten of zij gebruik willen maken van de mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst met de GKB. In de begroting is op basis van de lopende gesprekken met de DVO gemeenten een voorzichtige inschatting gemaakt van de uiteindelijke keuzes van deze acht DVO gemeenten. Daarnaast loopt de caseload in de eerder beëindigde DVO gemeenten steeds verder terug. Tarieven De tarieven voor de diensten van de GKB worden mede vastgestelde op basis van indexering. In deze begroting is uitgegaan van een algemene prijsindexering van 3%. De tarieven voor bewindvoering worden met een ministeriële regeling jaarlijkse vastgesteld inclusief de indexering voor het komende jaar. De ministeriële regeling is bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend, in deze begroting zijn we uitgegaan van een indexering van de tarieven 2021 met 1%. Dit in lijn met de indexeringen in de afgelopen twee jaar.

3

Hoofdstuk 2 Kerntaken GKB De GKB kent vier kerntaken en daarnaast drie nauw daarmee samenhangende kleinere aanvullende taken. De vier kerntaken die vallen onder de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, onderscheiden we als:  Indicatiestelling  Crisisinterventie  Inkomensbeheer  Schulden oplossen De aanvullende taken onderscheiden we als:   

Budgetcoaching Preventie Sociale Kredietverlening

De GKB publiceert jaarlijks het basisdienstenboek, waarin de basisdiensten kort worden uitgelegd. De gemeenten en de GKB komen jaarlijks overeen welke diensten en met welke omvang de GKB dat jaar kan inzetten. Vanaf 2021 heeft de GKB een gezamenlijke prestatieovereenkomst met de GR gemeenten. In deze paragraaf beschrijven we kort de inhoud en doelstellingen van deze taken met de daarbij behorende basisdiensten. Indicatiestelling Een cruciaal moment in de schuldhulpverlening is de wijze waarop de indicatiestelling tot stand komt. Welke instrumenten en aanknopingspunten worden ingezet om te bepalen wat nodig is om tot een duurzame oplossing te komen van het financiële probleem? De GKB verzorgt deze indicatie in de gemeenten waar de GKB ook de eerste lijn (toegang) verzorgt. In de andere gemeenten verzorgen de eerste lijn organisaties de indicatiestelling. Vaak is er een directe route naar de GKB afgesproken als er sprake is van een crisis. In de samenwerking met de eerste lijn en overige ketenpartners richt de GKB zich het komende jaar vooral op het terugdringen van de administratieve barrières tussen de eerste en tweede lijn en het verder uitbouwen van de prima samenwerking. Crisisinterventie Crisisinterventie is erop gericht om erger te voorkomen, in die zin dat de verstrekkende gevolgen van schulden worden voorkomen dan wel worden geminimaliseerd.

Crisisinterventie wordt ingezet bij een dreigende woningontruiming, afsluiten van energievoorzieningen, beëindiging aanvullende ziektekosten verzekering, maar ook invordering rijbewijs. Inkomensbeheer Inkomensbeheer wordt ingezet op het voorkomen van terugval in de oude situatie, waardoor deze alsnog kan escaleren. De inzet wordt op maat afgestemd op de (on)mogelijkheden van de burger en richt zich op het in balans brengen en houden van inkomsten en uitgaven. Het is een getrapte inzet, hoe redzamer, hoe milder de inzet, de inzet is oplopend naar gelang de ervaren problematiek. De GKB kent daarom verschillende vormen van budgetbeheer variërend van budgetbeheer basis tot en met beschermingsbewind. Schulden oplossen Bij schuld oplossen richt de GKB zich ook op de afwikkeling van bestaande schulden, wat we ook wel het “minnelijke traject” noemen. De inzet van de GKB is erop gericht om betalingsafspraken met de schuldeisers te maken die de inwoner binnen maximaal drie jaar op verantwoorde wijze kan nakomen. De GKB zet daarbij bij voorkeur het saneringskrediet als middel in om de betalingsafspraken met de schuldeisers voor te financieren, zodat zowel de inwoner als de schuldeiser snel weten waar ze aan toe zijn. Vanaf 2021 voert de GKB in vier gemeenten ook schuld oplossen voor ondernemers uit.

4

O2 De GKB is bedenker en initiatiefnemer van “O2”. O2 zal volgens kenners de nieuwe standaard worden in het oplossende deel, het minnelijke traject, van de schuldhulpverlening. Begin 2021 is de O2 pilot van start gegaan in vijf gemeenten en we verwijzen voor meer informatie graag naar www.O2hulpbijschulden.nl. Budgetcoaching Bij budgetcoaching richt de GKB zich op het op- en uitbouwen van de redzaamheid van de burger om daarmee terugval in de schulden te voorkomen. Hier draagt de GKB bij aan de gedragsveranderingen en het aanleren van competenties. De GKB kent daarmee meerdere vormen van budgetcoaching die variëren in intensiteit. Daarnaast kan ook de budgetcursus “weet wat je besteedt” worden ingezet. Sociale Kredietverlening De GKB biedt al sinds haar oprichting “sociale kredietverlening” aan. De sociale kredieten worden veelal aangevraagd voor het aanschaffen van consumptiegoederen of kleine schulden. Onder de noemer sociale kredietverlening scharen we ook het saneringskrediet (SK). Het SK is technisch gezien een persoonlijke lening met een vaste aflossing en rentetarief. De verwachting is dat het SK de komende jaren aan terrein zal winnen als de beste oplossing in het minnelijke traject. Het Kabinet stimuleert de inzet van het SK door het instellen van een landelijk garantiefonds.

Met dit fonds kunnen de risico’s van SK’s die nu voor rekening van de GKB komen worden geminimaliseerd. De GKB is al jaren groot voorstander van de inzet van een SK in het minnelijke traject en is dan ook blij met haar eigen kredietafdeling die deze vorm van krediet uitvoert. Het saneringskrediet is het sluitstuk van het aanbod van de GKB bij het oplossen van probleemschulden, waarmee de GKB een zeer compleet dienstenpakket kan aanbieden. Preventie De GKB is al jaren zeer actief op het terrein van preventie. Vanuit haar kennis en ervaring met inwoners die kampen met probleemschulden kan de GKB een stevige bijdrage leveren aan het voorkomen van probleemschulden.

5

Hoofdstuk 3 Beleidsbegroting Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. Ingevolge BBV hoofdstuk 2 “De begroting en toelichting”, titel 2.2. “ Het Programmaplan” artikel 8 lid 3 moet het programmaplan bevatten: a. De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. b. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken. c. De raming van de baten en de lasten. HET PROGRAMMAPLAN De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. Wat wil de GKB bereiken? De GKB levert een bijdrage aan de sluitende aanpak bij de bestrijding van armoede en schulden van inwoners van het werkgebied van de GKB. Daarmee geeft de GKB mede uitvoering aan de wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. De statutaire doelstelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank, kortweg GKB, is opgenomen in artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.

Wat gaat de GKB daarvoor doen? De GKB verzorgt professionele, kwalitatief hoogwaardige tweedelijns schuldhulpverlening waar de inwoners terecht kunnen voor het oplossen van hun problematische schulden. De GKB is daarbij een samenwerkingspartner voor gemeenten, sociale partners en andere maatschappelijke organisaties. De GKB is binnen deze samenwerking onder andere verantwoordelijk voor: a. Schulden oplossen. b. Inkomensbeheer. c. Crisisinterventie. d. Sociale kredietverlening, specifiek het saneringskrediet. e. Goede aansluiting op de eerste lijn, optimaal werkproces. Om er mede zorg voor te dragen dat de GKB deze voorziening kan blijven leveren is het van belang om ook in de toekomst de voorziening betaalbaar te houden. De GKB draagt bij aan het betaalbaar houden door: a. De kosten van de dienstverlening scherp te monitoren en de werkprocessen zo lean mogelijk in te richten. b. De GKB sluit aan bij de steeds verdergaande digitale informatie uitwisseling zoals het Schuldenknooppunt en Collectief Schuldregelen. c. De GKB zet in op moderne communicatiemiddelen zoals het in gebruik nemen van de app. d. De GKB neemt initiatieven tot pilots en projecten om de efficiency en effecten van de dienstverlening te vergroten, O2 is daarvan een voorbeeld. e.

De GKB zet actief erop in dat ondersteunende diensten, zoals budgetbeheer en bewindvoering niet langer dan noodzakelijk worden geboden. Daarnaast wordt door de variaties in budgetbeheer is inzet van minder kostbare alternatieven mogelijk. f. Daar waar mogelijk en gevraagd zet de GKB haar kennis en ervaring in bij Preventie om daarmee financiele bij inwoners te voorkomen.

6

De raming van de baten en de lasten. Wat mag het kosten? De totale kosten in 2022 ad €. 7,0 miljoen die verbonden zijn aan dit programma staan vermeld in de programmarekening 2022, zie bijlage 1. De kosten worden gedekt door rente-inkomsten uit verstrekte kredieten, vergoedingen voor een pakket van activiteiten op het terrein van integrale schuldhulpverlening, bewindvoering, in wet- en regelgeving vastgelegde vergoedingen, huuropbrengsten en incidentele opbrengsten. Beleidsindicatoren In de regeling beleidsindicator gemeenten staat een vaste set aan indicatoren genoemd die opgenomen moeten worden in de begroting. De onderdelen die niet elders worden gepresenteerd dienen uit eigen gegevens en bronnen te worden overgenomen. Aan deze paragraaf zijn tevens de verwachte frictiekosten toegevoegd. 1. Formatie De formatie volgens het BBV wordt uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. De geraamde formatie 2022 is becijferd op basis van de realisatie2020, de verwachtingen dat zes DVO gemeenten over zullen gaan tot contractverlening en de teruglopende caseload in de voormalige DVO gemeenten. De formatie 2022 bedraagt 69 fte als volgt te specificeren: Forma ti e

Begroot 2022

Indi rect

12

Di rect

57

Tota a l

69

2. Bezetting De bezetting ( formatie inclusief boventallig e.d.) moet volgens het BBV worden uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is ook dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. De geraamde bezetting 2022 bedraagt 74 fte als volgt te specificeren: Bezetti ng

Begroot 2022

Indi rect

12

Di rect

57

Overi g

5

Tota a l

74

3. Apparaatskosten In het BBV wordt aangegeven dat de apparaatskosten uitgedrukt dienen te worden in kosten per inwoner. Ook dat is bij de GKB niet van toepassing. De kosten worden net als het aantal fte’s gebaseerd op kosten die gemaakt moeten worden om de genoemde doelstellingen te realiseren. De apparaatskosten bedragen in 2022 € 5,3 miljoen, zie verder bijlage 1 Programmarekening.

7

4. Externe inhuur Onder de externe inhuur wordt verstaan kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van werkzaamheden door o.a. uitzendkrachten, zzp-ers of detacheringsovereenkomsten, zowel voor tijdelijke inhuur als voor inhuur van specialisten. Externe inhuur kan en zal worden ingezet als het capaciteitsvraagstuk niet binnen de staande formatie kan worden opgelost. Deze situatie kan zich voordoen bij vervangingsvraagstukken, zoals langdurig verzuim. Daarnaast kan en zal externe inhuur worden ingezet bij het vervangen van mutaties in de vaste formatie. Vaste formatie zal zoveel mogelijk worden vervangen door flexibele formatie om daarmee de mobiliteit te vergroten en mogelijk toekomstige frictiekosten te beperken. 5. Overheadkosten Onder overheadkosten wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de GKB betekent dit het totaal van de lasten minus de directe loonkosten inclusief opleidingskosten (kosten primaire proces). Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten bedragen de overheadkosten de komende jaren: Totale lasten Overheadkosten % Overheadkosten

2022 6.983.592 2.851.598 40,83%

2023 7.068.943 2.841.913 40,20%

2024 7.167.637 2.843.385 39,67%

2025 7.318.224 2.894.515 39,55%

Omdat er sprake is van maar één taakveld geeft nadere uiteenzetting van deze overheadkosten geen toegevoegde waarde en wordt in deze begroting volstaan met deze uitsplitsing. Ter toelichting dient nog wel vermeld worden dat de formatie inactieven vanwege verzuim of outplacement onderdeel uitmaakt van de overheadkosten. 6. Frictiekosten In de begroting 2022 gaan we ervanuit dat het werkgebied opnieuw met twee DVO gemeenten zal krimpen en de uitloop van de caseload in voormalige DVO gemeenten doorzet. Verder baseren we ons op de realisatie 2020. Ten opzichte van de omvang van de formatie anno 1 maart 2021 zal de totale formatie moeten krimpen met 10 fte naar uiteindelijk 69 fte (zie tabel formatie in paragraaf 3.1). Bij gelijk blijvend beleid en omstandigheden zal los van de besluiten rond DVO gemeenten de totale formatie hoe dan ook moeten worden ingekrompen omdat: - De caseload in de voormalige DVO gemeenten terugloopt. - Vanuit kostenbeheersing de formatie overhead moet worden verkleind. De huidige en geraamde bezetting 2022 ( zie tabel bezetting in paragraaf 3.2) ligt 5 fte hoger, maar tegenover deze meerkosten staat een voorziening of een vergoeding uit detachering. Het terugdringen van de formatie wordt steeds lastiger, de flexibele schil wordt kleiner en de mogelijkheden van interne mobiliteit nemen af.

Daarnaast zijn tot eind 2021 drie medewerkers gedetacheerd en het is nu nog niet duidelijk of zij eind 2021 terugkeren naar de GKB. Op basis van deze begroting moet de totale formatie ten opzichte van de situatie per 1 maart 2021 met 10 Fte krimpen. De verwachting is dat een deel van deze krimp zonder frictiekosten kan worden gerealiseerd, maar een deel ook niet. Ten eerste zal de flexibele schil worden ingezet. Op 1 april 2021 bedroeg de directe inzetbare flexibele schil nog 7 fte. Daarnaast zal een deel van de vaste formatie intern dan wel extern herplaatst moeten worden. Uitgaande van het huidige sociaal statuut en de richtlijnen van de WW zijn de frictiekosten becijferd op maximaal €.2,4 miljoen. Een deel van de betrokken medewerkers zal geen gebruik hoeven te maken van de maximale duur van het sociaal statuut en de WW. We ramen daarom de totale frictiekosten op 25% van het maximum ad €.600.000, -. Gelet op de onzekerheden waarmee we deze begroting zijn begonnen is deze berekening slechts indicatief. In de loop van 2021 zal de berekening van de frictiekosten steeds exacter worden. De begroting 2022 gaat ervan uit dat ten laste van 2021 een voorziening wordt getroffen voor de financiering van deze frictiekosten. Gedurende het lopende jaar zal zoveel mogelijk worden ingezet op het voorkomen en beperken van frictiekosten.

Een belangrijk onderdeel daarvan is medewerkers voorbereiden op een mogelijke herplaatsing in een interne functie. Dan wel voor te sorteren op een functie buiten de GKB. De interne loopbaanadviseur zorgt voor een goede informatieuitwisseling en communicatie met de medewerkers.

8

Hoofdstuk 4 De BBV paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB slechts belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening in de meest brede zin, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. In artikel 9 van het BBV zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Op de GKB zijn vijf verplichte paragrafen van toepassing, 1. Weerstandsvermogen 2. Onderhoud van de kapitaalgoederen 3. Financiering 4. Bedrijfsvoering 5. Verbonden partijen. WEERSTANDSVERMOGEN Volgens het BBV is het begrip weerstandsvermogen het verband tussen weerstandscapaciteit en de risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Hieronder is een inschatting van de risico’s inclusief de geschatte impact daarvan opgenomen: Risico

Omvang risico

Dalende opbrengsten door wegvallende dienstverlening (DVO en GR gemeenten) waardoor geen sluitende bedrijfsvoering kan worden neergezet. Wachtgeldverplichtingen als gevolg van beëindigingen dienstverband(en)

Diverse scenario’s waarbij een omzetdaling tussen € 1,3 en € 2,5 miljoen gecalculeerd is.

Vervanging bij (hoog) ziekteverzuim

Gemiddeld € 60.000 per jaar bij 1 FTE langdurig ziek

Niet (tijdig) in kunnen spelen op wijzigingen in de Rijksregelgeving Discussie over omzetbelasting op diensten binnen de schuldhulpverlening

p.m.

Maximaal 2 jaar WW, gemiddelde kosten € 130.000 per FTE

€200.000- € 400.000

Begroten blijft onzeker, vooral omdat de begroting al vroeg in het lopende jaar moet worden opgesteld. Zo kan de realisatie in het lopende jaar maar deels worden meegenomen in de ramingen en verwachtingen. De aannames en ramingen in deze begroting zijn reëel onderbouwd. Maar de werkelijkheid kan uiteraard anders uitpakken. Hierna worden een aantal risico’s beschreven. Prestatieovereenkomsten met GR-leden: de GKB werkt met de drie GR leden met een gezamenlijke prestatieovereenkomst voor 2021-2022. De situatie van de drie GR gemeenten kan ondanks de gezamenlijke prestatieovereenkomst verschillend voor de GKB uitpakken. De financiële positie van de drie GR gemeenten nopen tot het nemen van ingrijpende beslissingen in het sociale domein. Dienstverleningsovereenkomsten (DVO): de GKB heeft begin 2021 nog met 11 gemeenten een doorlopende dienstverleningsovereenkomst en met 6 gemeenten een afbouwovereenkomst. Voor acht gemeenten is 2021 het laatste contractjaar maar de GKB heeft aangeboden dat verlenging van de DVO mogelijk is. In bedragen vertegenwoordigen deze acht DVO gemeenten een totaal bedrag aan baten ad €.1.3 miljoen. Het effect van deze daling is circa 5% op het resultaat. Eén gemeente heeft aangegeven gebruik te willen maken van de verlenging.

De zeven resterende gemeenten zullen in de loop van 2021 een besluit nemen of zij wel of geen gebruik willen maken van de mogelijkheid tot verlenging.

9

De gesprekken met de DVO gemeenten over de wensen en mogelijkheden tot verlenging van de samenwerking zijn gestart. Over deze zes gemeenten zijn we voorzichtig positief en hebben deze als blijvers begroot. Twee gemeenten zijn daar nog volstrekt onduidelijk over en daarom rekenen we deze twee als afhakers in deze begroting mee. In de begroting 2022 is op basis van deze verwachting rekening gehouden met €.900.000, - aan resterende baten uit de zes DVO gemeente die blijven. Maar het risico bestaat dat deze aanname toch anders uitvalt, zowel in positieve als in negatieve zin. De ervaring is dat vertrekkende DVO gemeenten kiezen voor een gefaseerde afbouw van de lopende caseload veelal over 2 a 3 jaar. Deze tijd benut de GKB om zich zoveel mogelijk voor te bereiden op de afnemende baten. Aanmeldingen Het aantal geraamde aanmeldingen kan anders uitpakken. De ervaring leert dat de instroom onvoorspelbaar verloopt. De GKB is goed gepositioneerd als eerste- en tweedelijnsorganisatie. De contacten tussen de eerste en tweede lijn zijn geïntensiveerd, zodat we sneller wijzigingen in de trend in de vraag in beeld krijgen. Maar het risico blijft bestaan dat de raming van de omvang van de instroom en daarmee ook de omvang van de daarvan afgeleide diensten anders uitvalt en aangepast moet worden. En daarbij is het effect van de Corona crisis op de aanmeldingen niet te voorspellen.

Iedereen verwacht een toename in de aanmeldingen, volstrekt onvoorspelbaar blijft of en wanneer zich dat zal voordoen en in welke omvang, Ziekteverzuim Het langdurig ziekteverzuim is de afgelopen jaren voor de GKB een zware last geweest. We hebben het langdurig verzuim flink kunnen verlagen en het verzuim blijft nu enigszins stabiel rond de 4,5%. Verzuim blijft natuurlijk een permanent punt van aandacht en daar hoort vanzelfsprekend een stevig verzuimbeleid bij. In het strategische HR-beleidsplan is hiervoor ruim aandacht, onder andere door het inzetten van een preventiemedewerker en een loopbaanadviseur. Beide rollen en competenties zijn binnen de GKB belegd. Het risico blijft dat de opbrengst van al deze inzet achterblijft bij de verwachtingen. Kengetallen ten aanzien van het weerstandsvermogen Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-FG)/H * 100% A B C D E F G H

Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten

2022

2023

2024

2025

31,34% 1.400.000 5.715.200 300.000 3.737.400 272.500 1.000.000 200.000 7.035.919

26,79% 1.400.000 5.431.345 280.000 3.713.400 272.500 1.000.000 200.000 7.186.015

23,08% 1.400.000 5.169.853 280.000 3.683.400 272.500 1.000.000 200.000 7.339.563

19,59% 1.400.000 4.914.853 280.000 3.653.400 272.500 1.000.000 200.000 7.496.643

Geconstateerd kan worden dat de netto schuldquote zich in de jaren beter zal verhouden, door een verlaging van de vlottende schulden. Dit heeft alles te maken met de nieuwe werkwijze, waarbij klantgelden worden beheerd, zonder dat deze op rekening van de GKB staan. Anders dan in voorgaande jaren worden de klantgelden niet meer beheerd op een verzamelrekening ten name van de GKB. De klantgelden bij budgetbeheer en bewindvoering worden door GKB beheerd via beheer- en leefgeldrekening ten name van de individuele klant.

10

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dat betekent voor de schuldenlast.

Netto schuldquote (A+B+C-E-F-G)/H * 100% A B C E F G H

Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten

2022

2023

2024

2025

84,46% 1.400.000 5.715.200 300.000 272.500 1.000.000 200.000 7.035.919

78,47% 1.400.000 5.431.345 280.000 272.500 1.000.000 200.000 7.186.015

73,27% 1.400.000 5.169.853 280.000 272.500 1.000.000 200.000 7.339.563

68,33% 1.400.000 4.914.853 280.000 272.500 1.000.000 200.000 7.496.643

Zoals uit bovenstaande vergelijking blijkt is het verschil groot. De financiële activa (verstrekte kredieten) vormen een belangrijk aandeel in de activa van de GKB. Indien men deze corrigeert op de schuldquote blijkt duidelijk dat de schulden (passiva) vrij constant zijn en een groter aandeel vormen ten opzichte van de baten dan de activa. Het beperkte eigen vermogen van de GKB speelt hier uiteraard ook een belangrijke rol in. Solvabiliteitsrisico Het solvabiliteitsrisico geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder het solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (algemene en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

2022 Solvabiliteit (A/B) * 100% A B

1,65% 126.889 7.692.089

Eigen vermogen Balanstotaal

2023

2024

2024

2,44% 2,62% 2,72% 181.744 188.236 188.236 7.443.089 7.188.089 6.933.089

Het eigen vermogen van de GKB is in verhouding zeer laag. De solvabiliteit is hierdoor erg laag en deze zal zeker bij ongewijzigd beleid niet of nauwelijks toenemen. Overigens gaan wij er in de meerjarenraming van uit dat het positief begrote resultaat zal worden ingezet ten gunste van de GR-gemeenten en niet zal worden toegevoegd aan de algemene reserves. De kengetallen grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zijn bij de GKB niet van toepassing. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Gezien de staat van onderhoud verwacht de GKB geen andere onderhoudsuitgaven dan regulier, aan het pand aan de Overcingellaan te Assen. Door het vormen van een onderhoudsvoorziening kunnen toekomstige vervangingsinvesteringen, zoals verwarming en dakbedekking worden opgevangen. De toevoeging aan de voorziening, waaruit de kosten worden betaald, bedraagt voor 2022 € 7.000, - en is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan 2020-2030.

11

FINANCIERING Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) dient de GKB jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. De doelstellingen, richtlijnen en limieten van het voorgestane beleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. TREASURYPARAGRAAF In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. Deze wet definieert de treasuryfunctie daarbij als het aansturen en beheersen van het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De Wet Fido zet sterk in op de eigen lokale verantwoordelijkheid. In de wet zijn normeringen vastgelegd die als richtsnoer dienen voor lokaal handelen. Voorbeelden van normeringen zijn de kasgeldlimiet, de rente risiconorm en de invulling van de publieke taak. In het treasurystatuut zijn het begrippenkader, de doelstellingen van de treasuryfunctie en de organisatorische randvoorwaarden aangegeven. Het belangrijkste aspect van de treasuryfunctie is het beheersen van de risico’s. In tegenstelling tot de overige lokale overheden geldt voor de GKB dat als er sprake is van inkomsten uit uitzettingen, dit zonder bovenmatige risico’s is.

Zoals in de Wet Fido is gedefinieerd, hebben deze uitzettingen slechts betrekking op de publieke taak van de GKB, namelijk de sociale kredietverlening. Er is nadrukkelijk, behoudens in rekening courant, geen sprake van andere uitzettingen. KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Dit percentage is vastgelegd in de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Voor 2022 is het percentage vastgesteld op 8,2%. De GKB heeft een aangepaste kasgeldlimiet aangevraagd bij de provincie Drenthe van 65%, omdat structureel sprake is van een overschrijding van de kasgeldlimiet van 8,2%. Kasgeldlimiet per 1-1-2022

Bedragen x € 1.000,-

Omvang begroting 2021

€ 6.984

Grondslag kasgeldlimiet

8,20%

Kasgeldlimiet in bedrag

€ 573

De kwartaalprognose voor 2022 van de kasgeldlimiet ziet er als volgt uit: Q1 Kasgeldlimiet Bijgestelde kasgeldlimiet 65% netto vlottende schuld overschrijding kasgeldlimiet

Q2

Q3

573 4.540 4.200 -340

573 4.540 4.700 160

Q4 573 4.540 4.200 -340

573 4.540 4.540 0

RENTERISICONORM De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd middels de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van de vaste schuld. Het doel is om op deze wijze spreiding te krijgen in de rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Hierdoor werkt een verandering in de rente vertraagd door in de rentelasten.

12

Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld per 1-1-2021

(BEDRAG X € 1.000)

Renterisico op vaste schuld 1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g 3b Nieuw verstrekte lange leningen u/g 4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Renterisico op vaste schuld (2 + 6)

0 0 0 0 0 0 0 1.400

Rente risiconorm 8 Stand van de vaste schuld per 1 januari 9 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 10 Rente risiconorm

1.400 20% 1.397

Toets Rente risiconorm 10 Rente risiconorm 7 Renterisico op vaste schuld 11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10 – 7)

1.397 1.400 -3

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GKB op de gestelde norm zit. KOERSRISICO’S Omdat de GKB geen andere uitzettingen heeft, is er geen sprake van koersrisico’s. LIQUIDITEITENPLANNING De liquiditeitenplanning beperkt zich tot de korte termijn. De GKB kent geen andere verplichtingen op termijn dan de reguliere investeringen. Liquiditeitenplanning op lange termijn is voor de GKB daarom niet aan de orde. FINANCIERINGSPOSITIE EN RENTEKOSTEN De GKB maakt gebruik van de lange en korte financieringsmogelijkheden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten. Door een mix van deze financieringsmogelijkheden zijn de risico’s voor de GKB minimaal. In het kader van de publieke taak verstrekt de GKB sociale kredieten. Gezien vanuit het BBV is er sprake van langlopende leningen. In de praktijk blijkt dat jaarlijks circa 50 % van de kredieten wordt afgelost of overgesloten. De GKB trekt hiervoor voor een deel lange financieringsmiddelen aan. Hierdoor wordt het renterisico voor de GKB beperkt. RELATIEBEHEER De GKB maakt voor het reguliere betalingsverkeer gebruik van de ABN AMRO bank. Voor het aantrekken van andere financieringsmiddelen, kasgeld en lange leningen kan gebruik gemaakt worden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten). Vanwege de invoering van de leef- en beheergeld rekeningen is samenwerking voor dit deel van de dienstverlening gestart met de Rabobank.

13

VERBONDEN PARTIJEN Op grond van het BBV is een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de bank een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat dus om een combinatie van beide belangen. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (art. 1 BBV). Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. De GKB is opgericht door de volgende gemeenten: - Gemeente Assen - Gemeente Meppel - Gemeente Hoogeveen Bovengenoemde gemeenten hebben in 1990 de gemeenschappelijke regeling ingesteld als rechtsopvolger van de drie volkskredietbanken. Oorspronkelijk was vooral sociale kredietverlening het gezamenlijke belang van deze samenwerking, eind vorige eeuw kreeg de GKB en belangrijke rol bij de uitvoering van schuldhulpverlening. Problematische schulden vormen een forse belemmering voor burgers en gemeenten bij het realiseren van opdrachten en ambities. De GKB levert een bijdrage aan het wegnemen van deze belemmeringen. Verbonden partijen stichtingen en verenigingen: Bij de aankoop van het huidige pand is een vereniging van eigenaren opgericht.

De GKB maakt deel uit van deze vereniging. Het tweede lid van de VVE is Inter-psy. De vereniging beheert het pand waarbij de GKB 9/10 eigenaar is en Inter-psy 1/10. De totale omvang van de gezamenlijke beheerskosten bedragen jaarlijks circa € 92.000, -. Deze kosten worden via de servicekosten omgeslagen op de vier gebruikers van het kantoor, de GKB, Inter-psy, Publiek Vervoer en het OV bedrijf Groningen-Drenthe (laatste 2 als huurders).

14

Hoofdstuk 5 Meerjarenraming 2023-2024-2025 In de meerjarenraming gaan we uit van het huidige strategische beleid en het getemporiseerde afbouwen van DVO gemeenten wordt voortgezet. In 2021 zullen acht gemeenten een besluit nemen of zij vanaf 2022 gebruik willen maken van de mogelijke verlenging van de samenwerking met de GKB. We verwachten dat zes gemeenten gebruik zullen willen maken van verlenging van de samenwerking met de GKB en twee gemeenten niet. We gaan er vanuit dat ook voor deze twee gemeenten de lopende diensten in twee jaar worden afgebouwd en beschermingsbewind blijft zoals het is. De meerjarenraming laat zich heel moeilijk voorspellen. De impact van de huidige strategische koers loopt door, dan wel de nieuwe strategische koers zal impact hebben. In de meerjarenraming houden we rekening met de steeds verder teruglopende caseload in de voormalige DVO gemeenten, enigszins gecompenseerd door toename van de caseload budgetbeheer door de samenwerking met zorginstellingen. Voorbeeld daarvan is de overname van circa 400 budgetbeheerzaken van bewoners van Zienn-Kopland. Verder is rekening gehouden met de gebruikelijke prijsindexeringen, in de meerjarenramingen hebben we rekening gehouden met een indexatie van de opbrengsten van 3% ten opzichte van het voorgaande jaar.

De indexatie van de kosten die gevoelig zijn voor indexatie is gezet op 2,3%, de indexatie van de loonkosten is ten slotte geraamd op 2,5% ten opzichte van prijspeil 1 januari 2020. Op basis het huidige strategische beleid vermoeden wij dat consolidatie van het niveau aan dienstverlening op het niveau van de begroting 2022 voor de jaren daarna mogelijk zou moeten zijn.

Bijlagen:     

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Begroting Meerjarenraming Meerjarige bijdrage van de GR gemeenten Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo

15

Bijlage 1 Programmarekening 2022 Overzicht van baten en lasten

Begroting 2022 Lasten Baten 510.000

Begroting 2021 Lasten Baten 680.000

Schuldhulpverlening GR Vergoeding beschermingsbewind GR

1.291.256 775.221

Schuldhulpverlening DVO Vergoeding beschermingsbewind DVO

Rente opbrengsten leningen

Schuloplossen zelfbetalers Budgetbeheer zelfbetalers Vergoeding beschermingsbewind zelfbetalers Promenscare Preventie werkzaamheden Bemiddelingskosten Overige vergoedingen Huur Incidentele opbrengsten Vrijval voorzieningen Totaal opbrengsten Directe kosten Kosten Preventieactiviteiten Rente geleend geld kosten BKR Apparaatskosten Personeelskosten Automatiseringskosten Huisvestingskosten Afschrijvingen Gebouwen Automatisering Kantoorinventaris Algemene kosten Portokosten Telefoonkosten Betalingsverkeer Drukwerk Accountants- en advieskosten Overige kosten Bestuursondersteuning Dotatie voorzieningen Debiteurenvoorziening Onderhoudsvoorziening Personeelskosten Totaal kosten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Storting reserve Personeelskosten Storting Mobiliteit Storting reserve Reorganisatiekosten Totaal toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Opname reserve Mobiliteit Opname reserve ICT Opname reserve Reorganisatiekosten Totaal onttrekkingen aan reserves Het geraamde resultaat

Realisatie 2020 532.293

Realisatie 2019 Lasten Baten 652.371

1.359.867 780.435

1.295.571 800.933

1.406.263 769.668

1.935.134 981.452

1.620.293 1.246.291

2.413.822 1.059.002

2.786.708 1.120.733

30.000 467.976 643.880

50.000 362.078 531.382

85.000 170.000 37.000 89.000 20.000

100.000 566.041 48.000 89.000 20.000

341.027 618.353 13.098 62.584 312.453 53.325 82.840 84.595

319.887 524.311 45.205 103.074 233.832 59.912 68.085 153.091 158.962

7.035.919

7.453.388

7.669.896

8.402.103

7.500 32.000

7.500 35.000

175 1.129 13.726

13.196 0 14.376

5.262.372 327.360 236.313

5.604.874 255.750 235.290

6.630.719 423.156 219.104

7.448.924 310.243 224.042

104.000 360.000 31.000

95.000 250.000 17.000

103.484 211.474 31.326

96.734 81.188 12.367

90.000 80.000 66.495 14.322 55.000 180.230

90.000 90.000 76.725 27.621 56.265 215.730

147.781 72.854 87.608 24.408 55.007 175.516

118.169 81.693 71.688 27.528 62.671 262.478 26.812

130.000 7.000

150.000 9.000

179.590 7.000

6.983.592

7.215.755

133.031 9.000 524.745 8.864.243

52.326

237.633

9.038.699 (1.194.347)

-636.596

100.000 (100.000) -

31.199 102.595 52.326

237.633

16

50.801 133.794 (1.160.553)

179.594

230.395 -406.201

Bijlage 2: Meerjarenraming 2023-2025 Overzicht van baten en lasten

Begroting 2022 Lasten Baten 510.000

Begroting 2023 Lasten Baten 510.000

Begroting 2024 Lasten Baten 510.000

Begroting 2025 Lasten Baten 510.000

Schuldhulpverlening GR Vergoeding beschermingsbewind GR

1.291.256 775.221

1.320.954 793.051

1.351.336 811.291

1.382.417 829.951

Schuldhulpverlening DVO Vergoeding beschermingsbewind DVO

1.935.134 981.452

1.979.642 1.004.026

2.025.174 1.027.118

2.071.753 1.050.742

Schuloplossen zelfbetalers Budgetbeheer zelfbetalers Vergoeding beschermingsbewind zelfbetalers

30.000 467.976 643.880

30.690 478.739 658.689

31.396 489.750 673.839

32.118 501.014 689.337

Preventie werkzaamheden Bemiddelingskosten Overige vergoedingen Huur Incidentele opbrengsten

85.000 170.000 37.000 89.000 20.000

86.955 173.910 37.851 91.047 20.460

88.955 177.910 38.722 93.141 20.931

91.001 182.002 39.612 95.283 21.412

7.035.919

7.186.015

7.339.563

7.496.643

Rente opbrengsten leningen

Totaal opbrengsten Directe kosten Kosten Preventieactiviteiten Rente geleend geld

7.500 32.000

7.673 32.000

7.849 32.000

8.029 32.000

5.262.372 327.360 236.313

5.383.407 334.889 241.748

5.507.225 342.592 247.308

5.633.891 350.471 252.997

Afschrijvingen Gebouwen Automatisering Kantoorinventaris

104.000 360.000 31.000

104.000 300.000 31.000

104.000 250.000 31.000

104.000 250.000 31.000

Algemene kosten Portokosten Telefoonkosten Betalingsverkeer Drukwerk Accountants- en advieskosten Overige kosten

90.000 80.000 66.495 14.322 55.000 180.230

92.070 81.840 68.024 14.651 56.265 184.375

94.188 83.722 69.589 14.988 57.559 188.616

96.071 85.397 70.981 15.288 58.710 192.388

Dotatie voorzieningen Debiteurenvoorziening Onderhoudsvoorziening

130.000 7.000

130.000 7.000

130.000 7.000

130.000 7.000

6.983.592

7.068.943

7.167.637

7.318.224

Apparaatskosten Personeelskosten Automatiseringskosten Huisvestingskosten

Totaal kosten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Storting reserve Personeelskosten Storting Mobiliteit Storting reserve Reorganisatiekosten Totaal toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Opname reserve Mobiliteit Opname reserve Personeelkosten Opname reserve Reorganisatiekosten Totaal onttrekkingen aan reserves Het geraamde resultaat

52.326

117.072

171.927

178.419

-

-

-

-

52.326

117.072

171.927

178.419

17

Bijlage 3 Meerjarige bijdrage van de GR gemeenten:

2022

2023

2024

2025

€ 1.028.470

€ 1.052.125

€ 1.076.324

€ 1.101.079

Hoogeveen

€ 655.425

€ 670.500

€ 685.921

€ 701.697

Meppel

€ 382.582

€ 391.381

€ 400.383

€ 409.592

€ 2.068.499

€ 2.116.029

€ 2.164.652

€ 2.214.394

Assen

18

Bijlage 4: Geprognosticeerde balans

BALANS

31-12-2021

ACTIVA €

€

31-12-2022 €

31-12-2023

€

€

31-12-2024

€

€

31-12-2025

€

€

€

Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

2.757.189

2.482.189

2.257.189

2.032.189

1.807.189

Financiële vaste activa Leningen u/g

3.703.400

3.703.400

3.703.400

3.703.400

Doorlopende kredieten

180.000

150.000

120.000

90.000

60.000

Debiteurenvoorziening

116.000-

116.000-

110.000-

110.000-

110.000-

Totaal vaste activa

3.703.400

3.767.400

3.737.400

3.713.400

3.683.400

3.653.400

6.524.589

6.219.589

5.970.589

5.715.589

5.460.589

Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige uitzettingen Overige vorderingen

250.000 22.500

250.000 22.500

250.000 22.500

250.000 22.500

250.000 22.500

272.500

272.500

272.500

272.500

272.500

Liquide middelen

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

Overlopende activa

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

Totaal vlottende activa

1.472.500

1.472.500

1.472.500

1.472.500

1.472.500

TOTAAL ACTIVA

7.997.089

7.692.089

7.443.089

7.188.089

6.933.089

31-12-2021

PASSIVA €

€

31-12-2022 €

31-12-2023

€

€

31-12-2024

€

€

31-12-2025

€

€

€

Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Gerealiseerd resultaat na bestemming Totaal Algemene reserve

9.817 52.326

9.817 117.072

9.817 171.927

9.817 178.419

9.817 178.419

62.143

126.889

181.744

188.236

188.236

Bestemmingsreserves

50.000

-

-

-

-

Totaal eigen vermogen

112.143

126.889

181.744

188.236

188.236

Voorzieningen

400.000

150.000

150.000

150.000

150.000

Totaal vaste passiva

512.143

276.889

331.744

338.236

338.236

Langlopende leningen

1.400.000

1.400.000

1.400.000

1.400.000

1.400.000

Netto-vlottende schulden Overige schulden

5.784.946

5.715.200

5.431.345

5.169.853

4.914.853

Overlopende passiva Vooruitontvangen SHV Overige

180.000 120.000

180.000 120.000

180.000 100.000

180.000 100.000

180.000 100.000

300.000

300.000

280.000

280.000

280.000

Totaal vlottende passiva

6.084.946

6.015.200

5.711.345

5.449.853

5.194.853

TOTAAL PASSIVA

7.997.089

7.692.089

7.443.089

7.188.089

6.933.089

19

Bijlage 5: Berekening EMU saldo Berekening EMU saldo 2022 t/m 2025 2022

2023

2024

2025

Volgens meerjarenraming in begroting 2018

Volgens begroting 2023

Volgens meerjarenraming in begroting 2023

Volgens begroting 2025

Omschrijving

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

52.326

117.072

171.927

178.419

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

495.000

435.000

385.000

385.000

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

7.000

7.000

7.000

7.000

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

160.000

160.000

160.000

160.000

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen

10

Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?

nee ja

Berekend EMU-saldo

nee

394.326

20

ja

nee

399.072

ja

nee

403.927

ja

nee

410.419

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10235889/1