GKB - Concept begroting 2023 versie 3.pdf
Tekst van het document
GEMEENTELIJKE KREDIETBANK BEGROTING 2023
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Uitgangspunten begroting 2023
3
Hoofdstuk 2
Kerntaken GKB
4
Hoofdstuk 3
Beleidsbegroting
6
Hoofdstuk 4
De BBV paragrafen
10
Hoofdstuk 5
Meerjarenraming
16
Programmarekening Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo
17 20 21
Bijlagen 1 2 3
2
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten begroting 2023 De gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank Drenthe, ingesteld op 1 januari 1990, is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel. De GKB levert in veertien gemeenten een bijdrage aan de sluitende aanpak voor de bestrijding van armoede en schulden. Voor de begroting 2023 zijn een aantal ontwikkelingen van belang. Strategische koers Het Bestuur van de GKB heeft in februari 2022 het voorgenomen besluit “ Vervreemding” bekend gemaakt. Na inwinning van advies van de OR zal na verwachting in het tweede kwartaal het besluit worden omgezet in een definitief besluit. Daarna start een proces van aanbesteding van de lopende activiteiten van de GKB. Het voornemen is dat de aanbesteding eind 2023 is afgerond en de gemeenschappelijke regeling GKB aansluitend in liquidatie wordt gebracht. Gemeenten De dienstverlening van de GKB aan de inwoners van de GR en DVO gemeenten is door het Bestuur gegarandeerd tot uiterlijk 31-december 2023. Dat betekent dat eerder aflopende DVO tot die datum kunnen worden verlengd en langer lopende DVO per die datum moeten worden beëindigd. De gesprekken over de DVO zijn gestart, de uitkomsten daarvan zijn nog onduidelijk. Mede in verband met de Gemeenteraadsverkiezingen en de status “ voorgenomen” van het besluit nemende DVO gemeenten voorlopig een afwachtende houding aan.
Tarieven De tarieven voor de diensten van de GKB worden mede vastgesteld op basis van indexering. Met de vaststelling van deze begroting zijn de indexeringen in de memo’s “ loonraming en prijsontwikkeling” van de gemeente Assen overgenomen. De tarieven voor bewindvoering worden met een ministeriële regeling jaarlijks vastgesteld inclusief de indexering voor het komende jaar. De ministeriële regeling is bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend, in deze begroting zijn we uitgegaan van een indexering van de tarieven 2021 met 3%.
3
Hoofdstuk 2 Kerntaken GKB De GKB kent vier kerntaken en daarnaast drie nauw daarmee samenhangende kleinere aanvullende taken. De vier kerntaken die vallen onder de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, onderscheiden we als: Indicatiestelling Crisisinterventie Inkomensbeheer Schulden oplossen De aanvullende taken onderscheiden we als:
Budgetcoaching Preventie Sociale Kredietverlening
De GKB publiceert jaarlijks het basisdienstenboek, waarin de basisdiensten kort worden uitgelegd. De gemeenten en de GKB komen jaarlijks overeen welke diensten en met welke omvang de GKB dat jaar kan inzetten. Vanaf 2021 heeft de GKB een gezamenlijke prestatieovereenkomst met de GR gemeenten. In deze paragraaf beschrijven we kort de inhoud en doelstellingen van deze taken met de daarbij behorende basisdiensten. Indicatiestelling Een cruciaal moment in de schuldhulpverlening is de wijze waarop de indicatiestelling tot stand komt. Welke instrumenten en aanknopingspunten worden ingezet om te bepalen wat nodig is om tot een duurzame oplossing te komen van het financiële probleem? De GKB verzorgt deze indicatie in de gemeenten waar de GKB ook de eerste lijn (toegang) verzorgt. In de andere gemeenten verzorgen de eerste lijn organisaties de indicatiestelling. Vaak is er een directe route naar de GKB afgesproken als er sprake is van een crisis. In de samenwerking met de eerste lijn en overige ketenpartners richt de GKB zich het komende jaar vooral op het terugdringen van de administratieve barrières tussen de eerste en tweede lijn en het verder uitbouwen van de prima samenwerking. Crisisinterventie Crisisinterventie is erop gericht om erger te voorkomen, in die zin dat de verstrekkende gevolgen van schulden worden voorkomen dan wel worden geminimaliseerd.
Crisisinterventie wordt ingezet bij een dreigende woningontruiming, afsluiten van energievoorzieningen, beëindiging aanvullende ziektekosten verzekering, maar ook invordering rijbewijs. Inkomensbeheer Inkomensbeheer wordt ingezet op het voorkomen van terugval in de oude situatie, waardoor deze alsnog kan escaleren. De inzet wordt op maat afgestemd op de (on)mogelijkheden van de burger en richt zich op het in balans brengen en houden van inkomsten en uitgaven. Het is een getrapte inzet, hoe redzamer, hoe milder de inzet, de inzet is oplopend naar gelang de ervaren problematiek. De GKB kent daarom verschillende vormen van budgetbeheer variërend van budgetbeheer basis tot en met beschermingsbewind. Schulden oplossen Bij schuld oplossen richt de GKB zich ook op de afwikkeling van bestaande schulden, wat we ook wel het “minnelijke traject” noemen. De inzet van de GKB is erop gericht om betalingsafspraken met de schuldeisers te maken die de inwoner binnen maximaal drie jaar op verantwoorde wijze kan nakomen. De GKB zet daarbij bij voorkeur het saneringskrediet als middel in om de betalingsafspraken met de schuldeisers voor te financieren, zodat zowel de inwoner als de schuldeiser snel weten waar ze aan toe zijn. Vanaf 2021 voert de GKB in vier gemeenten ook schuld oplossen voor ondernemers uit.
4
Budgetcoaching Bij budgetcoaching richt de GKB zich op het op- en uitbouwen van de redzaamheid van de burger om daarmee terugval in de schulden te voorkomen. Hier draagt de GKB bij aan de gedragsveranderingen en het aanleren van competenties. De GKB kent daarmee meerdere vormen van budgetcoaching die variëren in intensiteit. Daarnaast kan ook de budgetcursus “weet wat je besteedt” worden ingezet. Sociale Kredietverlening De GKB biedt al sinds haar oprichting “sociale kredietverlening” aan. De sociale kredieten worden veelal aangevraagd voor het aanschaffen van consumptiegoederen of kleine schulden. Onder de noemer sociale kredietverlening scharen we ook het saneringskrediet (SK). Het SK is technisch gezien een persoonlijke lening met een vaste aflossing en rentetarief. De verwachting is dat het SK de komende jaren aan terrein zal winnen als de beste oplossing in het minnelijke traject. Het Kabinet stimuleert de inzet van het SK door het instellen van een landelijk garantiefonds. Met dit fonds kunnen de risico’s van SK’s die nu voor rekening van de GKB komen worden geminimaliseerd. De GKB is al jaren groot voorstander van de inzet van een SK in het minnelijke traject en is dan ook blij met haar eigen kredietafdeling die deze vorm van krediet uitvoert.
Het saneringskrediet is het sluitstuk van het aanbod van de GKB bij het oplossen van probleemschulden, waarmee de GKB een zeer compleet dienstenpakket kan aanbieden. In de loop van het voorjaar 2022 zal de GKB zich formeel aansluiten bij het “Landelijk waarborgfonds Saneringskredieten”. Daarmee worden de risico’s van de lopende en toekomstige saneringskredieten door het waarborgfonds afgedekt. Preventie De GKB is al jaren zeer actief op het terrein van preventie. Vanuit haar kennis en ervaring met inwoners die kampen met probleemschulden kan de GKB een stevige bijdrage leveren aan het voorkomen van probleemschulden. Daarnaast worden medewerkers van de GKB regelmatig ingezet als projectleider. In de begroting vallen deze activiteiten onder de noemer “PRAS”.
5
Hoofdstuk 3 Beleidsbegroting Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. Ingevolge BBV hoofdstuk 2 “De begroting en toelichting”, titel 2.2. “ Het Programmaplan” artikel 8 lid 3 moet het programmaplan bevatten: a. De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. b. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken. c. De raming van de baten en de lasten. HET PROGRAMMAPLAN De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. Wat wil de GKB bereiken? De GKB levert een bijdrage aan de sluitende aanpak bij de bestrijding van armoede en schulden van inwoners van het werkgebied van de GKB. Daarmee geeft de GKB mede uitvoering aan de wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. De statutaire doelstelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank, kortweg GKB, is opgenomen in artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.
Wat gaat de GKB daarvoor doen? De GKB verzorgt professionele, kwalitatief hoogwaardige tweedelijns schuldhulpverlening waar de inwoners terecht kunnen voor het oplossen van hun problematische schulden. De GKB is daarbij een samenwerkingspartner voor gemeenten, sociale partners en andere maatschappelijke organisaties. De GKB is binnen deze samenwerking onder andere verantwoordelijk voor: a. Schulden oplossen. b. Inkomensbeheer. c. Crisisinterventie. d. Sociale kredietverlening, specifiek het saneringskrediet. e. Goede aansluiting op de eerste lijn, optimaal werkproces. De GKB garandeert tot uiterlijk 31 december 2023 aan de inwoners van de GR en DVO gemeenten de uitvoering van deze dienstverlening. Tegelijkertijd gaat de GKB zich voorbereiden op de aanstaande vervreemding van de lopende activiteiten en de daarop volgende liquidatie van de gemeenschappelijke regeling. De directie van de GKB zal een impact analyse van het voorgenomen besluit “ vervreemding” aan het Bestuur aanbieden. Kern van deze impactanalyse zal voor de bedrijfsvoering zijn dat een optimale mix gevonden moeten worden tussen sturen op KWALITEIT, MOBILITEIT en BETAALBAARHEID. De kaders en het einddoel zijn duidelijk en in de loop van het eerste halfjaar van 2022 zal steeds duidelijker worden hoe de bedrijfsvoering vorm kan en moet krijgen. De raming van de baten en de lasten.
Wat mag het kosten? De totale kosten in 2023 ad €.7.189.669, - die verbonden zijn aan dit programma staan vermeld in de programmarekening 2023, zie bijlage 1. De kosten worden gedekt door rente-inkomsten uit verstrekte kredieten, vergoedingen voor een pakket van activiteiten op het terrein van integrale schuldhulpverlening, bewindvoering, in wet- en regelgeving vastgelegde vergoedingen, huuropbrengsten en incidentele opbrengsten.
6
Beleidsindicatoren In de regeling beleidsindicator gemeenten staat een vaste set aan indicatoren genoemd die opgenomen moeten worden in de begroting. De onderdelen die niet elders worden gepresenteerd dienen uit eigen gegevens en bronnen te worden overgenomen. Aan deze paragraaf zijn tevens de verwachte frictiekosten toegevoegd. 1. Formatie De formatie volgens het BBV wordt uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. De geraamde formatie 2023 is vooralsnog gelijk aan de formatie medio maart 2022, 72,78 fte als volgt te specificeren (zie verder paragraaf 7): Formatie
Begroot 2023
Indirect
14,95
Direct
57,83
Totaal
72,78
2. Bezetting De bezetting ( formatie inclusief boventallig e.d.) moet volgens het BBV worden uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is ook dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. De geraamde formatie 2023 is vooralsnog gelijk aan de formatie medio maart 2022, 73,92 fte als volgt te specificeren (zie verder paragraaf 7): Bezetting
Begroot 2023
Indirect
14,95
Direct
57,83
Overig
1,14
Totaal
73,92
3. Apparaatskosten In het BBV wordt aangegeven dat de apparaatskosten uitgedrukt dienen te worden in kosten per inwoner. Ook dat is bij de GKB niet van toepassing. De kosten worden net als het aantal fte’s gebaseerd op kosten die gemaakt moeten worden om de genoemde doelstellingen te realiseren. 4. Externe inhuur Onder de externe inhuur wordt verstaan kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van werkzaamheden door o.a. uitzendkrachten, Zzp-ers of detacheringsovereenkomsten, zowel voor tijdelijke inhuur als voor inhuur van specialisten. Externe inhuur kan en zal worden ingezet als het capaciteitsvraagstuk niet binnen de staande formatie kan worden opgelost. Deze situatie kan zich voordoen bij vervangingsvraagstukken, zoals langdurig verzuim. Daarnaast kan en zal externe inhuur worden ingezet bij het vervangen van mutaties in de vaste formatie. Vaste formatie zal worden vervangen door flexibele formatie om daarmee de mobiliteit te vergroten.
7
5. Overheadkosten Onder overheadkosten wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de GKB betekent dit het totaal van de lasten minus de directe loonkosten inclusief opleidingskosten (kosten primair proces). Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten bedragen de overheadkosten voor 2023: 2023 Totale lasten
€ 7.739.669,67
Overhead
€ 3.167.360,67
Overhead in % totaal
40,92%
Omdat er sprake is van één taakveld geeft nadere uiteenzetting van deze overheadkosten geen toegevoegde waarde en wordt in deze begroting volstaan met deze uitsplitsing. Ter toelichting dient nog wel vermeld worden dat de formatie inactieven vanwege verzuim of outplacement onderdeel uitmaakt van de overheadkosten. 6. Bijzondere (extra)kosten Het voorgenomen besluit tot vervreemding zal onmiskenbaar haar licht vooruit werpen. De aanstaande aanbesteding heeft impact op de medewerkers van de GKB, de DVO gemeenten, de samenwerking met de eerste lijn, maar ook op motivatie van de inwoners. Tegelijkertijd is ook de verwachting dat als gevolg van de sterk stijgende inflatie de vraag naar de diensten van de GKB zal toenemen. Op basis van de afgelopen twee jaar zien we een substantiële mobiliteit in de vaste formatie van de GKB, is ook in de schuldhulpverlening sprake van krapte op de arbeidsmarkt en staan de medewerkers goed aangeschreven. Toch kunnen frictiekosten niet worden uitgesloten omdat: 1. De vraag naar de diensten van de GKB zo sterk terugloopt dat het terugdringen van de formatie niet in hetzelfde tempo kan. De mobiliteit van de medewerkers blijft achter bij de noodzakelijke formatie waardoor er sprake is van overbezetting en daarmee extra kosten. 2. De mobiliteit van medewerkers groter is dan noodzakelijk en tijdelijk flexibele formatie moet worden aangetrokken.
Flexibele formatie brengt extra kosten met zich mee. 3. De context waarbinnen de GKB moet functioneren, kan leiden tot hoger ziekteverzuim dan binnen de staande formatie kan worden opgevangen. Ook hier zal flexibele formatie moeten worden aangetrokken en dus extra kosten. 4. Om de mobiliteit van medewerkers te stimuleren zullen er mogelijk extra kosten moeten worden gemaakt. Daarmee worden op de langere termijn hogere (frictie)kosten voorkomen maar voor begrotingsjaar 2023 kunnen dit extra kosten betekenen. Bovengenoemde ontwikkelingen kunnen zich voordoen, wanneer, in welke mate en in welke combinatie is niet te voorspellen. Het is daarom ook niet mogelijk om verantwoord de vorming van een reserve of voorziening te onderbouwen. Ondanks alle inzet is de verwachting dat de bedrijfsvoering niet alle ontwikkelingen zonder financiële schade kan opvangen. Een negatief exploitatieresultaat 2023 is daarmee niet uit te sluiten. 7. Opgave De begroting 2023 is grotendeels gebaseerd op de realisatie t/m februari en daarmee minder robuust als dat we zouden wensen. Er zijn nog 10 maanden te gaan en er kan nog veel gebeuren. Aan de baten kant zijn we daarom voorzichtig geweest en aan de lasten kant zijn we somber geweest. De context waarbinnen de GKB opereert is onzeker waarmee de bewegingen die de baten en lasten gaan maken lastig zijn te voorspellen.
Baten Voor de baten zijn we uitgegaan van de instroom en caseload die we nu hebben, niet meer en niet minder. Na verwachting zullen de aanmeldingen verder stijgen maar we zijn daar in de berekeningen dus niet vanuit gegaan. Lasten Aan de lasten kant zijn we uitgegaan van de huidige formatie, iedereen die er nu zit inclusief tijdelijk personeel blijft het hele jaar. Dat zal zeker niet de werkelijkheid zijn. Vertrekkende medewerkers die niet vervangen hoeven te worden werken financieel positief door. Vertrekkende medewerkers die wel vervangen moeten worden werken financieel negatief door. 8
Ook loopt de verkenning nog of er alsnog een reorganisatie kan en moet komen van de indirecte formatie. Daarmee kan in 2022 een besparing worden gerealiseerd die doorwerkt in de begroting 2023. Daarentegen zullen daarmee frictiekosten kunnen ontstaan. Er vallen ten opzichte van de realisatie in 2023 in ieder geval de volgende baten: Projecten €.320.000, Budgetbeheer Hardenberg €.120.000, Nieuwe aanmeldingen/schuldregelingen Steenwijkerland €. 80.000, Mede door het wegvallen van deze baten ontstaat er een begrotingstekort als er voor 1.1.2023 geen maatregelen worden getroffen. In de begroting is daarom een opgave opgenomen van €.750.000, - die voor 1 januari 2023 zal moeten zijn gerealiseerd. In onderstaande tabel is deze opgave gespecifieerd: Lasten
In € totaal
In % totaal
In € opgave
In fte/%
Directe formatie
€ 4.443.729,00
57,41% € 430.612,27
5,6
Indirecte formatie
€ 1.484.367,00
19,18% € 143.840,15
1,7
Overige kosten
€ 1.811.573,67
23,41% € 175.547,58
9,69%
€ 7.739.669,67
100,00% € 750.000,00
7,4
De concretisering van deze opgave is bij het opstellen van deze conceptbegroting nog niet volledig beschikbaar. De te nemen maatregelen moeten bij voorkeur in samenhang worden genomen met de aanstaande vervreemding van de activiteiten van de GKB en de daarop volgende liquidatie van de gemeenschappelijke regeling GKB. Inhoudelijk zullen we iets verder in het proces van de voorgenomen vervreemding moeten zijn om dan te kunnen besluiten tot de meest verantwoorde interventies. Ook is niet uit te sluiten dat de baten door de toename van de vraag naar de diensten van de GKB zullen toenemen waarmee de opgave van 750k kan verminderen. Tot slot zal de verwachte mobiliteit van medewerkers bijdragen aan het realiseren van deze opgave. De GKKB presteert uiterlijk voor het definitief vaststellen van de begroting 2023 eind juni 2022 een pakket aan maatregelen om de dan berekende maximale opgaven voor 1.1.2023 te realiseren.
9
Hoofdstuk 4 De BBV paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB slechts belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening in de meest brede zin, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. In artikel 9 van het BBV zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Op de GKB zijn vijf verplichte paragrafen van toepassing, 1. Weerstandsvermogen 2. Onderhoud van de kapitaalgoederen 3. Financiering 4. Bedrijfsvoering 5. Verbonden partijen. WEERSTANDSVERMOGEN Volgens het BBV is het begrip weerstandsvermogen het verband tussen weerstandscapaciteit en de risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Hieronder is een inschatting van de risico’s inclusief de geschatte impact daarvan opgenomen: Risico
Omvang risico
Dalende opbrengsten door wegvallende dienstverlening (DVO en GR gemeenten) waardoor geen sluitende bedrijfsvoering kan worden neergezet. Wachtgeldverplichtingen als gevolg van beëindigingen dienstverband(en)
Diverse scenario’s waarbij een omzetdaling tussen € 1,3 en € 2,5 miljoen gecalculeerd is.
Vervanging bij (hoog) ziekteverzuim
Gemiddeld € 60.000 per jaar bij 1 FTE langdurig ziek
Niet (tijdig) in kunnen spelen op wijzigingen in de Rijksregelgeving Discussie over omzetbelasting op diensten binnen de schuldhulpverlening
p.m.
Maximaal 2 jaar WW, gemiddelde kosten € 130.000 per FTE
€200.000- € 400.000
Begroten blijft onzeker, vooral omdat de begroting al vroeg in het lopende jaar moet worden opgesteld. Zo kan de realisatie in het lopende jaar maar deels worden meegenomen in de ramingen en verwachtingen. De aannames en ramingen in deze begroting zijn reëel onderbouwd. Maar de werkelijkheid kan uiteraard anders uitpakken. Hierna worden een aantal risico’s beschreven. Prestatieovereenkomsten met GR-leden: de GKB werkt met de drie GR leden met een gezamenlijke prestatieovereenkomst voor 2021-2023. Het lokale beleid van de drie GR gemeenten kan ondanks de gezamenlijke prestatieovereenkomst verschillend voor de GKB uitpakken. Dienstverleningsovereenkomsten (DVO): de GKB heeft begin 2022 nog met 11 gemeenten een doorlopende dienstverleningsovereenkomst en met 5 gemeenten een afbouwovereenkomst. Het voorgenomen besluit tot vervreemding zal impact hebben op de DVO. In onderstaande tabel een overzicht van de looptijden van de DVO. De rode gemeente zal concreet de DVO per 1.1.2023 beëindigen maar zal naar verwachting 2023 willen gebruiken als overgangsjaar. Voor de groene gemeenten is de verwachting dat deze gemeenten de DVO zullen verlengen tot 31-12-2023
10
Gemeente
Contra ctja ren 2022
Aa Hunze
xx
Borger Odoorn
xx
Da l fs en
overeenkoms t tot a fbouw
De Wol den
overeenkoms t tot a fbouw
Ha rdenberg
overeenkoms t tot a fbouw
2023
2024
xx
Noordoos tpol der overeenkoms t tot a fbouw Noordenvel d
overeenkoms t tot a fbouw
Ommen
xx
Ra a l te
xx
Stads ka na a l
xx
Staphors t
xx
Steenwi jkerl a nd
xx
Tyna a rl o
xx
Wes terkwa rtier
xx
xx
Wes terwol de
xx
xx
Wes tervel d
xx
xx
xx
01-jun xx
xx
xx
Aanmeldingen, het aantal geraamde aanmeldingen kan anders uitpakken. De ervaring leert dat de instroom onvoorspelbaar verloopt. In deze begroting baseren we ons op het aantal aanmeldingen over het eerste kwartaal 2022. Deze komen uit op gemiddeld 16 per week, waarvan 6 uit de 3 GR gemeenten en 10 uit de resterende 10 DVO gemeenten. De verwachting is dat met deze instroom de caseload Budgetbeheer en Bewindvoering stabiel zal blijven, de in- en uitstroom zal elkaar in evenwicht houden. Ziekteverzuim Het langdurig ziekteverzuim is de afgelopen jaren voor de GKB een zware last geweest. We hebben het langdurig verzuim flink kunnen verlagen en het verzuim blijft nu enigszins stabiel rond de 4,5%. Verzuim blijft natuurlijk een permanent punt van aandacht en daar hoort vanzelfsprekend een stevig verzuimbeleid bij. In het strategische HR-beleidsplan is hiervoor ruim aandacht, onder andere door het inzetten van een preventiemedewerker en een loopbaanadviseur. Beide rollen en competenties zijn binnen de GKB belegd. Het risico blijft dat de opbrengst van al deze inzet achterblijft bij de verwachtingen.
11
Kengetallen ten aanzien van het weerstandsvermogen Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100%
2022
2023
35,12%
32,84%
A
Vaste schulden
€ 1.400.000,00 € 1.400.000,00
B
Netto vlottende schuld
€ 6.390.498,00 € 1.295.622,00
C
Overlopende passiva
D
Financiële activa
E
Uitzettingen
€ 419.193,00
€ 69.193,00
F
Liquide middelen
€ 1.500.000,00
€ 250.000,00
G
Overlopende activa
€ 250.000,00
€ 0,00
H
Totale baten
€ 225.000,00
€ 0,00
€ 3.375.000,00
€ 0,00
€ 7.035.919,00 € 7.236.836,62
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dat betekent voor de schuldenlast.
Netto schuldquote (A+B+C-E-F-G)/H * 100%
2022
2023
83,09%
32,84%
A
Vaste schulden
€ 1.400.000,00 € 1.400.000,00
B
Netto vlottende schuld
€ 6.390.498,00 € 1.295.622,00
C
Overlopende passiva
E
Uitzettingen
€ 419.193,00
€ 69.193,00
F
Liquide middelen
€ 1.500.000,00
€ 250.000,00
G
Overlopende activa
€ 250.000,00
€ 0,00
H
Totale baten
€ 225.000,00
€ 0,00
€ 7.035.919,00 € 7.236.836,62
De financiële activa (verstrekte kredieten) vormen een belangrijk aandeel in de activa van de GKB. Indien men deze corrigeert op de schuldquote blijkt duidelijk dat de schulden (passiva) vrij constant zijn en een groter aandeel vormen ten opzichte van de baten dan de activa. Het beperkte eigen vermogen van de GKB speelt hier uiteraard ook een belangrijke rol in. Solvabiliteitsrisico Het solvabiliteitsrisico geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder het solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (algemene en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Solvabiliteit (A/B) * 100%
2022
2023
-2,37%
-9,78% -€ 240.183,00
A
Eigen vermogen
-€ 190.183,00
B
Balanstotaal
€ 8.025.315,00 € 2.455.439,00
Het eigen vermogen van de GKB is nihil. De solvabiliteit is hierdoor negatief en deze zal zeker bij ongewijzigd beleid niet of nauwelijks toenemen.
12
De kengetallen grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zijn bij de GKB niet van toepassing.
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Gezien de staat van onderhoud verwacht de GKB geen andere onderhoudsuitgaven dan regulier, aan het pand aan de Overcingellaan te Assen. Door het vormen van een onderhoudsvoorziening kunnen toekomstige vervangingsinvesteringen, zoals verwarming en dakbedekking worden opgevangen. De toevoeging aan de voorziening, waaruit de kosten worden betaald, bedraagt voor 2023 € 7.000, - en is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan 2020-2030. FINANCIERING Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) dient de GKB jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. De doelstellingen, richtlijnen en limieten van het voorgestane beleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. TREASURYPARAGRAAF In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. Deze wet definieert de treasuryfunctie daarbij als het aansturen en beheersen van het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De Wet Fido zet sterk in op de eigen lokale verantwoordelijkheid. In de wet zijn normeringen vastgelegd die als richtsnoer dienen voor lokaal handelen.
Voorbeelden van normeringen zijn de kasgeldlimiet, de rente risiconorm en de invulling van de publieke taak. In het treasurystatuut zijn het begrippenkader, de doelstellingen van de treasuryfunctie en de organisatorische randvoorwaarden aangegeven. Het belangrijkste aspect van de treasuryfunctie is het beheersen van de risico’s. In tegenstelling tot de overige lokale overheden geldt voor de GKB dat als er sprake is van inkomsten uit uitzettingen, dit zonder bovenmatige risico’s is. Zoals in de Wet Fido is gedefinieerd, hebben deze uitzettingen slechts betrekking op de publieke taak van de GKB, namelijk de sociale kredietverlening. Er is nadrukkelijk, behoudens in rekening courant, geen sprake van andere uitzettingen. KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Dit percentage is vastgelegd in de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Voor 2023 is het percentage vastgesteld op 8,2%. De GKB heeft een aangepaste kasgeldlimiet aangevraagd bij de provincie Drenthe van 65%, omdat structureel sprake is van een overschrijding van de kasgeldlimiet van 8,2%. De kwartaalprognose voor 2023 van de kasgeldlimiet ziet er als volgt uit: Q1
Q2
Q3
Q4
Bijgestelde kasgeldlimiet
€ 4.703,94
€ 4.703,94 € 4.703,94
€ 4.703,94
netto vlottende schuld
€ 4.700,00
€ 4.700,00 € 4.700,00
€ 976,43
overschrijding kasgeldlimiet
-€ 3,94
-€ 3,94
-€ 3,94 -€ 3.727,51
RENTERISICONORM De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd middels de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van de vaste schuld. Het doel is om op deze wijze spreiding te krijgen in de rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Hierdoor werkt een verandering in de rente vertraagd door in de rentelasten.
13
Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld per 1-1-2023
(BEDRAG X € 1.000)
Renterisico op vaste schuld 1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g 3b Nieuw verstrekte lange leningen u/g 4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Renterisico op vaste schuld (2 + 6)
0 0 0 0 0 0 0 1.400
Rente risiconorm 8 Stand van de vaste schuld per 1 januari 9 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 10 Rente risiconorm
1.400 20% 1.397
Toets Rente risiconorm 10 Rente risiconorm 7 Renterisico op vaste schuld 11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10 – 7)
1.397 1.400 -3
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GKB op de gestelde norm zit. KOERSRISICO’S Omdat de GKB geen andere uitzettingen heeft, is er geen sprake van koersrisico’s. LIQUIDITEITENPLANNING De liquiditeitenplanning beperkt zich tot de korte termijn. De GKB kent geen andere verplichtingen op termijn dan de reguliere investeringen. Liquiditeitenplanning op lange termijn is voor de GKB daarom niet aan de orde. FINANCIERINGSPOSITIE EN RENTEKOSTEN De GKB maakt gebruik van de lange en korte financieringsmogelijkheden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten. Door een mix van deze financieringsmogelijkheden zijn de risico’s voor de GKB minimaal. In het kader van de publieke taak verstrekt de GKB sociale kredieten. Gezien vanuit het BBV is er sprake van langlopende leningen. In de praktijk blijkt dat jaarlijks circa 50 % van de kredieten wordt afgelost of overgesloten. De GKB trekt hiervoor voor een deel lange financieringsmiddelen aan. Hierdoor wordt het renterisico voor de GKB beperkt. RELATIEBEHEER De GKB maakt voor het reguliere betalingsverkeer gebruik van de ABN AMRO bank. Voor het aantrekken van andere financieringsmiddelen, kasgeld en lange leningen kan gebruik gemaakt worden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten). Vanwege de invoering van de leef- en beheergeld rekeningen is samenwerking voor dit deel van de dienstverlening gestart met de Rabobank.
14
VERBONDEN PARTIJEN Op grond van het BBV is een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de bank een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat dus om een combinatie van beide belangen. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (art. 1 BBV). Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. De GKB is opgericht door de volgende gemeenten: - Gemeente Assen - Gemeente Meppel - Gemeente Hoogeveen Bovengenoemde gemeenten hebben in 1990 de gemeenschappelijke regeling ingesteld als rechtsopvolger van de drie volkskredietbanken. Oorspronkelijk was vooral sociale kredietverlening het gezamenlijke belang van deze samenwerking, eind vorige eeuw kreeg de GKB en belangrijke rol bij de uitvoering van schuldhulpverlening. Problematische schulden vormen een forse belemmering voor burgers en gemeenten bij het realiseren van opdrachten en ambities. De GKB levert een bijdrage aan het wegnemen van deze belemmeringen. Verbonden partijen stichtingen en verenigingen: Bij de aankoop van het huidige pand is een vereniging van eigenaren opgericht.
De GKB maakt deel uit van deze vereniging. Het tweede lid van de VVE is Inter-psy. De vereniging beheert het pand waarbij de GKB 9/10 eigenaar is en Inter-psy 1/10. De totale omvang van de gezamenlijke beheerskosten bedragen jaarlijks circa € 92.000, -. Deze kosten worden via de servicekosten omgeslagen op de vier gebruikers van het kantoor, de GKB, Inter-psy, Publiek Vervoer en het OV bedrijf Groningen-Drenthe (laatste 2 als huurders).
15
Hoofdstuk 5 Meerjarenraming 2024-2025-2026 De meerjarenraming is niet opgenomen in deze begroting. Ervan uitgaande dat het voorgenomen besluit in een definitief besluit “ Vervreemding” wordt omgezet. In 2024 zal dan een liquidatie begroting gelden, deze kan in deze fase van het proces nog niet worden gemaakt.
Bijlagen:
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Programmarekening 2023 Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo
16
Begroting 2022 Lasten Baten
Realisatie 2022 t/m februari Lasten Baten
Extrapolatie 2022 Lasten
Baten
Indexering
Begroting 2023 Lasten Baten Overig Bewind
107% 103%
Baten Kredietverlening (KV) Rente opbrengsten leningen Totaal
€ 380.000,00 € 380.000,00
€ 49.424,74 € 49.424,74
€ 296.548,44 € 296.548,44
€ 296.548,44 € 296.548,44
Schuld oplossen (TSO) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Schuldbemiddeling beheer Financieel beheer Totaal
€ 581.110,00 € 1.100.835,00 € 30.000,00 € 170.000,00 € 30.000,00 € 1.911.945,00
€ 90.643,19 € 142.569,85 € 1.740,84 € 10.993,05 € 4.528,01 € 250.474,94
€ 581.110,00 € 1.100.835,00 € 10.445,04 € 100.958,30 € 27.168,06 € 1.820.516,40
€ 621.787,70 € 1.097.893,45 € 11.176,19 € 100.958,30 € 27.168,06 € 1.858.983,70
Budgetbeheer (BBR) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Totaal
€ 718.389,00 € 950.949,00 € 413.455,00 € 2.082.793,00
€ 123.053,48 € 168.464,33 € 59.335,46 € 350.853,27
€ 738.320,88 € 1.010.785,98 € 356.012,76 € 2.105.119,62
€ 790.003,34 € 961.541,00 € 380.933,65 € 2.132.477,99
Beschermingsbewind (OBS) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Totaal
€ 748.408,00 € 937.893,00 € 643.880,00 € 2.330.181,00
€ 116.391,12 € 112.894,06 € 162.256,73 € 391.541,91
€ 698.346,72 € 677.364,36 € 973.540,38 € 2.349.251,46
€ 719.297,12 € 697.685,29 € 1.002.746,59 € 2.419.729,00
Projecten (P) Budgetcoaching Tynaarlo O2 Provincie Drenthe PRAS Totaal
€ 0,00 € 0,00 € 85.000,00 € 85.000,00
€ 18.550,00 € 15.777,83 € 48.126,97 € 82.454,80
€ 111.300,00 € 47.333,49 € 250.000,00 € 408.633,49
€ 0,00 € 0,00 € 90.000,00 € 90.000,00
Overig (O) Verhuur etages kantoorpand Incidentele opbrengsten Data analyse Rente opbrengsten gebouwen Totaal
€ 89.000,00 € 20.000,00 € 7.000,00 € 130.000,00 € 246.000,00
€ 14.115,57 € 4.011,96 € 0,00 € 0,00 € 18.127,53
€ 84.693,42 € 24.071,76 € 0,00 € 130.000,00 € 238.765,18
€ 89.097,48 € 20.000,00 € 0,00 € 130.000,00 € 239.097,48
€ 7.035.919,00
€ 1.142.877,19
€ 7.218.834,59
Totaal Opbrengsten Indexering
€ 7.036.836,62 105,20% Overig 107,00% Personeel
Lasten Kredietverlening (KV) Personeelskosten Dotatie voorziening Rente geleend geld
€ 147.600,00 € 130.000,00 € 32.000,00
€ 25.075,55 € 0,00 € 131,13
€ 140.374,33 € 130.000,00 € 12.800,00
€ 147.724,00 € 100.000,00 € 12.800,00
Schuld oplossen (TSO) Personeelskosten
€ 941.556,00
€ 218.148,45
€ 1.149.165,21
€ 1.294.302,00
Budgetbeheer (BBR) Personeelskosten
€ 1.207.690,00
€ 182.639,96
€ 1.063.397,20
€ 1.131.989,00
Beschermingsbewind (OBS) Personeelskosten
€ 1.613.747,00
€ 270.314,20
€ 1.563.315,14
€ 1.701.326,00
Projecten (P) Personeelskosten Projectkosten Totaal
€ 65.682,00 € 7.500,00 € 4.145.775,00
€ 34.283,74 € 20,00 € 730.613,02
€ 241.548,42 € 15.000,00 € 4.315.600,30
€ 168.388,00 € 15.780,00 € 4.572.309,00
Overhead Personeelskosten Langdurig verzuim Totaal
€ 1.027.296,00 € 148.801,00 € 1.176.097,00
€ 256.790,58 € 43.610,68 € 300.401,26
€ 1.391.558,99 € 93.320,88 € 1.484.879,87
€ 1.398.501,00 € 85.866,00 € 1.484.367,00
Apparaatkosten Automatisering Huisvesting Totaal
€ 327.360,00 € 236.313,00 € 563.673,00
€ 54.406,28 € 19.627,74 € 74.034,02
€ 366.437,68 € 247.766,44 € 614.204,12
€ 385.492,44 € 260.650,29 € 646.142,73
Afschrijvingen Gebouwen Automatisering Kantoorinvenataris Totaal
€ 104.000,00 € 360.000,00 € 31.000,00 € 495.000,00
€ 16.777,28 € 45.639,90 € 3.422,56 € 65.839,74
€ 100.663,68 € 283.839,40 € 20.535,36 € 405.038,44
€ 100.663,68 € 283.839,40 € 20.535,36 € 405.038,44
Algemene kosten Accountantskosten Portokosten Telefooonkosten Betalingsverkeer Drukwerk Algemene kosten Overige Persooneelskosten Totaal
€ 55.000,00 € 90.000,00 € 80.000,00 € 66.495,00 € 14.322,00 € 180.230,00 € 110.000,00 € 596.047,00
€ 0,00 € 11.732,82 € 7.338,95 € 9.493,19 € 7.274,52 € 19.793,22 € 18.795,45 € 74.428,15
€ 81.006,45 € 70.396,92 € 44.033,70 € 56.959,14 € 15.000,00 € 168.759,32 € 157.772,70 € 593.928,23
€ 85.218,79 € 74.057,56 € 46.323,45 € 59.921,02 € 15.780,00 € 177.534,80 € 165.976,88 € 624.812,50
€ 7.000,00 € 7.000,00
€ 0,00 € 0,00
€ 0,00 € 0,00
€ 7.000,00 € 7.000,00
€ 6.983.592,00
€ 1.245.316,20
€ 7.413.650,96
€ 7.739.669,67 € 750.000,00 € 6.989.669,67
Dotatie voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal Subtotaal lasten Opgave Eintotaal lasten Saldo van baten en lasten
€ 52.327,00
-€ 102.439,01
17
-€ 194.816,37
€ 47.166,94
Bijlage 2: Geprognosticeerde balans BALANS 31-12-2022
ACTIVA €
31-12-2023 €
€
€
Vaste activa Materiële vaste activa Inves teri ngen met een economi s ch nut
2.481.123
2.136.247
Financiële vaste activa Leni ngen u/g
3.250.000
-
Doorl opende kredi eten
225.000
-
Debi teurenvoorzi eni ng
100.000-
3.375.000
Totaal vaste activa
-
5.856.123
2.136.247
Vlottende activa Uitzettingen Vorderi ngen op openbare l i chamen
350.000
-
Overi ge ui tzetti ngen
-
-
Overi ge vorderi ngen
69.193
69.193 419.193
69.193
Liquide middelen
1.500.000
250.000
Overlopende activa
250.000
-
Totaal vlottende activa
2.169.193
319.193
TOTAAL ACTIVA
8.025.316
2.455.440
31-12-2022
PASSIVA €
31-12-2023 €
€
€
Vaste passiva Eigen vermogen 9.817
9.817
200.000-
250.000-
Al gemene res erve Gereal i s eerd res ul taat na bes temmi ng
190.183-
240.183-
-
-
Totaal ei gen vermogen
190.183-
240.183-
Voorzieningen
200.000
-
Totaal Al gemene res erve Bes temmi ngs res erves
Totaal vaste passiva
Langlopende leningen
9.817
240.183-
1.400.000
1.400.000
6.390.498
1.295.622
Netto-vlottende schulden Overi ge s chul den
Overlopende passiva Voorui tontvangen SHV Overi ge
150.000
-
75.000
225.000
-
Totaal vlottende passiva
6.615.498
1.295.622
TOTAAL PASSIVA
8.025.315
2.455.439
18
Bijlage 3: Berekening EMU saldo
19