Gemeentelijk woonwagen en standpaatsenbeleid - definitief
Tekst van het document
Gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid
Datum: 22 juni 2021 Strategisch beleidscentrum, beleid fysiek Postbus 20.000, 7900 PA Hoogeveen Telefoon 14 0528 Fax 0528-191325 Email info@hoogeveen.nl Internet www.hoogeveen.nl
PAGINA 2 VAN 21
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................................................... 3 A1. Aanleiding .................................................................................................................................................... 3 A2.
Doel .............................................................................................................................................................. 3
A3.
Status ........................................................................................................................................................... 4
Achtergrond................................................................................................................................................................... 5 B1. Geschiedenis ................................................................................................................................................ 5 B2.
Juridisch kader ............................................................................................................................................. 6
B3.
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid .............................................................. 7
B4.
Huidig beleid gemeente ............................................................................................................................... 7
B5.
Huidige situatie ............................................................................................................................................ 7
B6.
Behoefteonderzoek ..................................................................................................................................... 8
Totstandkoming........................................................................................................................................................... 10 C1. Woonwagenbewoners ............................................................................................................................... 10 C2.
Woningcorporaties .................................................................................................................................... 11
C3.
Vakinhoudelijke specialisten ...................................................................................................................... 11
Kaders .......................................................................................................................................................................... 12 D1. Doelgroep .................................................................................................................................................. 12 D2.
Kwantitatieve opgave ................................................................................................................................ 12
D3.
Huur ........................................................................................................................................................... 13
D4.
Koop ........................................................................................................................................................... 13
D5.
Kwalitatieve wensen .................................................................................................................................. 14
D6.
Leefbaarheid .............................................................................................................................................. 15
D7.
Realisatie nieuwe standplaatsen ............................................................................................................... 15
D8.
Bestemmingsplannen ................................................................................................................................ 16
Rollen en verantwoordelijkheden ............................................................................................................................... 17 E1. Rijk ............................................................................................................................................................. 17 E2.
Provincie .................................................................................................................................................... 17
E3.
Gemeente .................................................................................................................................................. 17
E4.
Corporaties ................................................................................................................................................ 17
Uitvoeringsprogramma ............................................................................................................................................... 18 BIJLAGE 1. BIJLAGE 2.
Toelichting immaterieel cultureel erfgoed woonwagenbewoning Onderzoek behoefte woonwagens en standplaatsen 21
19
PAGINA 3 VAN 21
A. Inleiding A1. Aanleiding In diverse (internationale) gerechtelijke uitspraken is geoordeeld dat het leven in een woonwagen essentieel is voor de culturele identiteit van de woonwagenbewoners. De overheid heeft op basis van internationale verdragen de verplichting om deze cultuur te beschermen en te faciliteren. Dit betekent onder andere dat de overheid ervoor moet zorgen dat woonwagenbewoners binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats. De gemeente Hoogeveen heeft onderzocht wat de behoefte aan standplaatsen binnen de gemeente is. Uit het onderzoek blijkt dat er in de gemeente Hoogeveen naar verwachting een aanvullende behoefte is van circa 30 standplaatsen tot 2025 en circa 45 standplaatsen tot 2030. Ten opzichte van het huidige aantal standplaatsen (102) gaat het dus om een toename van circa 30-45%. Naast de kwantitatieve behoefte is ook de kwalitatieve behoefte onderzocht. De behoefte aan woonwagenstandplaatsen sluit niet aan bij het huidige gemeentelijke beleid. Het beleid omtrent woonwagens en standplaatsen is vastgelegd in de Woonvisie Hoogeveen 2017-2020. Ten aanzien van het aantal standplaatsen is het huidige beleid dat het bestaande aantal woonwagenlocaties gehandhaafd blijft. Dit sluit niet aan bij de behoefte aan standplaatsen, als aangetoond in het onderzoek.
Daarnaast is in de Woonvisie aangegeven dat er in het verleden stenen woningen met de uitstraling van een woonwagen zijn gerealiseerd. Het huidige beleid is dat de gemeente een verdere “verstening” van woonwagenlocaties ondersteunen. Dit sluit niet aan bij de kwalitatieve behoefte. Uit het onderzoek blijkt dat er geen vraag is naar “versteende” woonwagenlocaties. Gelet op de gerechtelijke uitspraken, het landelijke “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” en de resultaten van het behoefteonderzoek is het noodzakelijk het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid te herzien.
A2. Doel Dit beleidskader is erop gericht te voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woonwagens en standplaatsen. Het geeft weer wat de belangrijkste opgaven zijn en op welke manier de gemeente hieraan invulling wil geven. Dit beleid biedt de kaders voor: - Het maken van prestatieafspraken omtrent woonwagens en woonwagenstandplaatsen met de woningbouwcorporaties en de huurdersorganisaties. - De ontwikkeling van huidige en nieuwe woonwagenlocaties.
PAGINA 4 VAN 21
A3. Status Dit beleidskader vervangt het woonwagenbeleid als opgenomen in de huidige Woonvisie Hoogeveen 2017-2020. Bij de actualisatie van de Woonvisie wordt het voorliggende beleidskader opgenomen als integraal onderdeel de Woonvisie.
PAGINA 5 VAN 21
B. Achtergrond B1.
Geschiedenis
Onder de woonwagenbewoners zijn verschillende groepen te onderscheiden, te weten (afstammelingen van) Roma, Sint en klassieke “reizigers”. Deze groepen hebben als overeenkomst dat zij allen in het verleden een nomadisch bestaan hadden. Sinds de tweede helft van de 19e eeuw wonen de meesten van hen in een woonwagen. Daarom worden deze groepen samen aangeduid als “woonwagenbewoners”. De eerste Roma en Sinti kwamen al in de 15e eeuw naar Nederland. Zij verbleven over het algemeen slechts tijdelijk in Nederland. In de periode vanaf de 2e helft van de 19e eeuw tot in de jaren ‘70 van de vorige eeuw vestigden zich steeds meer Roma en Sinti in Nederland. Deze groep kent een lange geschiedenis van stigmatisering en discriminatie. In de Tweede Wereldoorlog zijn veel Roma en Sinti afgevoerd naar de concentratiekampen en daar omgekomen. Naast de Roma en Sinti zijn er ook groepen autochtone reizigers. Zij hadden een beroep waarvoor zij rondreisden. Denk daarbij aan beroepen als de stoelenmatter, mandenmaker, slijper of muzikanten, circus- en kermisartiesten. Ook deze groep klassieke reizigers heeft van oudsher te maken gehad met marginalisatie en discriminatie. De meeste woonwagenbewoners in de gemeente Hoogeveen stammen af van deze groep. Het eerste woonwagenbeleid in Nederland dateert van 1918 (de Woonwagenwet).
Deze wet was er mede op gericht om het aantal woonwagens af te remmen en de vrijheid voor het plaatsen van een woonwagen beperkte. Door wetswijzigingen in de jaren ‘50 en ‘60 van de vorige eeuw werd het rondtrekken vrijwel helemaal onmogelijk gemaakt. In plaats daarvan werden woonwagenbewoners geconcentreerd in zo’n 50 grote regionale kampen. Een van die kampen was bij Hoogeveen gevestigd. Doel daarvan was het welzijn van de bewoners te bevorderen en hen als aparte groep met eigen voorzieningen te helpen. Halverwege de jaren ’70 van de vorige eeuw werd geconstateerd dat dit systeem niet goed functioneerde. Het beleid richt zich vanaf dat moment op normalisatie en deconcentratie. Het rondtrekken werd verboden en er werden verschillende kleine locaties opgericht. Daarbij was in Hoogeveen destijds al een tekort aan standplaatsen. In de jaren ’90 is het beleid rond woonwagenbewoners verder afgebouwd en in 1999 is de laatste Woonwagenwet ingetrokken. Vanaf dat moment worden woonwagenbewoners gezien als “gewone burgers”. Het aantal woonwagenstandplaatsen in de gemeente Hoogeveen is de laatste decennia ongeveer gelijk gebleven. Op sommige plaatsen zijn standplaatsen opgeheven (zoals in Pesse), en op andere locaties kwamen er standplaatsen bij (de Bolster in Hollandscheveld). De laatste decennia wordt steeds vaker bevestigd dat woonwagenbewoners een eigen culturele identiteit hebben.
In 2014 is de woonwagencultuur aangemerkt als immaterieel cultureel erfgoed (in bijlage 1 is een nadere toelichting opgenomen). Daarnaast zijn er diverse gerechtelijke uitspraken gedaan waarin de cultuur van woonwagenbewoners bevestigd wordt.
PAGINA 6 VAN 21
B2.
Juridisch kader
Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. Deze culturele identiteit verdient bescherming, op basis van internationaal- en Europeesrechtelijke verdragen. Dit is de afgelopen decennia in diverse (internationale) gerechtelijke uitspraken bevestigd. Essentiele kenmerken voor de culturele identiteit van de woonwagenbewoners zijn de mobiele woonvorm, het leven in familieverband en (in mindere mate) de trekvrijheid. Uit jurisprudentie volgt dat het daarbij niet uitmaakt dat de woonwagenbewoners in de praktijk nauwelijks rondtrekken. Ook het feit dat (sommige) woonwagens niet of nauwelijks meer verplaatsbaar zijn doet daar niets aan af. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geeft daarover aan dat het “nomadisch bestaan” “nomadic in spirit” is. Het no leeft voort in de geest van de woonwagenbewoners. Dit impliceert overigens niet automatisch dat woonwagenbewoners net zo goed in een stenen woning kunnen wonen. Voor de bepaling of iemand een woonwagenbewoner is maakt het niet uit of degene (tijdelijk) in een stenen woning heeft gewoond. Voor een deel van de woonwagenbewoners geldt immers dat zij noodgedwongen verhuisden naar een reguliere woning.
Het leven in een woonwagen wordt beschermd door de volgende mensenrechten, die zijn geratificeerd in diverse (internationale) verdragen: - Het recht op huisvesting: de overheid heeft een inspanningsverplichting om te voorzien in veilige, passende en betaalbare huisvesting waarbij rekening wordt gehouden met de culturele identiteit. - Het recht op de eerbiediging van het privé, familie- en gezinsleven: Ieder heeft het recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Hierbij wordt een woonwagen aangemerkt als woning, en het leven in en rond een woonwagen als wezenskenmerk van de identiteit van woonwagenbewoners. - Het recht op gelijke behandeling: het gelijkheidsbeginsel houdt in dat woonwagenbewoners niet nadeliger mogen worden behandeld vanwege het feit dat zij woonwagenbewoner zijn. Daarnaast houdt het gelijkheidsbeginsel in dat ongelijke gevallen ongelijk behandeld moeten worden. Bij woonwagenbewoning gaat het om een ongelijk geval, omdat de woonvorm voor woonwagenbewoners een wezenlijk onderdeel is van hun cultuur en identiteit. Daarom kan de woonbehoefte niet gelijkgesteld worden aan een “woonwens” van bewoners van reguliere woningen. Hieruit volgen de onderstaande verplichtingen: - De gemeente moet beleid ontwikkelen dat het woonwagenleven voldoende faciliteert en beschermt.
- Woonwagenbewoners moeten binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats. - Bij het bepalen of iemand woonwagenbewoner is kan gebruik gemaakt worden van het afstammingsbeginsel. Het maakt niet uit of een woonwagenbewoner (tijdelijk) in een stenen woning heeft gewoond.
PAGINA 7 VAN 21
B3.
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid
Op 12 juli 2018 heeft minister Ollongren aan de gemeenten het “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” aangeboden. Daarin staat de visie van het Rijk op het woonwagen- en standplaatsenbeleid. Aanleiding voor dit beleidskader zijn de diverse gerechtelijke uitspraken en een rapport van de Nationale Ombudsman over de situatie van woonwagenbewoners in Nederland. De kern van de visie betreft het tegengaan van discriminatie, het beschermen en waarborgen van de culturele rechten van Roma, Sinti en woonwagenbewoners en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Uitgangspunt bij van dit beleidskader is dat de gemeente verantwoordelijk is voor volkshuisvestingsbeleid (en daarmee het woonwagenbeleid).
Samengevat stelt het beleidskader de volgende punten: - De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; - Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; - Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is; - Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; - De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; - Om de rechten van woonwagenbewoners ‘praktisch en effectief’ te laten zijn, dient een woningzoekende woonwagenbewoner binnen een afzienbare tijd kans te maken op een standplaats1.
B4.
Huidig beleid gemeente
Het beleid omtrent woonwagens en standplaatsen is vastgelegd in de Woonvisie Hoogeveen 2017-2020. Hierin is vastgelegd dat de identiteit en de woonstijl van de woonwagenbewoners wordt gerespecteerd. Ten aanzien van het aantal standplaatsen is het huidige beleid dat het bestaande aantal woonwagenlocaties gehandhaafd blijft. Daarnaast is in de Woonvisie aangegeven dat er in het verleden stenen woningen met de uitstraling van een woonwagen zijn gerealiseerd. Het huidige beleid is dat de gemeente een verdere “verstening” van woonwagenlocaties ondersteunt.
B5.
Huidige situatie
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het huidige aantal standplaatsen en woonwagens inclusief de eigendomssituatie. De gemeente Hoogeveen telt op dit moment 15 woonwagenlocaties met 102 standplaatsen. Vrijwel alle standplaatsen zijn in het bezit van woningcorporaties Woonconcept en Domesta. De locatie aan de Prieswijk in Elim vormt hierop een uitzondering. Van de woonwagens is circa 1
Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2018), Beleidskader gemeentelijk woonwagenen standplaatsenbeleid, blz. 15.
PAGINA 8 VAN 21
driekwart in particuliere eigendom (koopwagens). Een kwart van de woonwagens is een huurwagen, in bezit van woningcorporaties Woonconcept en Domesta. Tabel 1: Huidige situatie woonwagens en standplaatsen
Locatie Hoogeveen De Wanne Maiskamp Het Roer Wielewaal De Grutto Zenithlaan Bootzelaarstraat Zuidwoldigerweg Stephensonstraat De Vos van Steenwijklaan 2) Noorscheschut Hoveniersland Hollandscheveld Sellerstraat 3) Parnassia De Bolster Elim Prieswijk 4) Totaal
Aantal standplaatsen
Huur/koop standplaats
Huur/koop wagen1)
11 4 11 3 4 2 8 3 7 5
11 huur 4 huur 11 huur 3 huur 4 huur 2 huur 8 huur 3 huur 7 huur 5 huur
9 koop/2 huur 2 koop/2 huur 10 koop/1 huur 2 koop/1 huur 4 koop 2 huur 7 koop/1huur 2 koop/1 huur 7 koop 5 huur
11
11 huur
11 koop
10 11 9
10 huur 11 huur 9 huur
9 koop/1 huur 8 koop/3 huur 2 koop/7 huur
3 102
3 koop 99 huur/3 koop
1 koop 74 koop/26 huur
1) De verdeling tussen het aantal koop en huurwagens wijkt af van de gegevens uit het woonwagen behoefteonderzoek, omdat
voor dit overzicht gebruik is gemaakt van meer actuele gegevens. Dit heeft geen invloed op de resultaten uit het behoefteonderzoek. 2) Op deze locatie staan 4 zogenaamde “versteende woonwagens”. Deze hebben het uiterlijk van een woning, maar worden met voorrang toegewezen aan woonwagenbewoners. 3) Naast de woonwagens/standplaatsen staan in deze straat reguliere woningen die in het bezit zijn van Woonconcept. Deze woningen zijn niet specifiek gebouwd voor de woonwagenbewoners, maar worden in de praktijk met voorrang toegewezen aan woonwagenbewoners. Aangezien dit niet formeel is vastgelegd met de gemeente en het om reguliere woningen gaat zijn deze niet meegenomen in dit overzicht. 4) Op deze locatie zijn 2 standplaatsen momenteel niet in gebruik. De standplaatsen zijn nog wel als dusdanig ingericht. Inmiddels is de bestemming van deze locatie gewijzigd, waardoor de bouw van een reguliere woning is toegestaan.
B6.
Behoefteonderzoek
Overeenkomstig het “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” moeten gemeenten inventariseren wat de behoefte aan standplaatsen binnen de gemeente is. In ZuidwestDrenthe is deze inventarisatie gezamenlijk opgepakt door de gemeenten (Hoogeveen, De Wolden, Meppel en Westerveld) en woningcorporaties (Actium, Domesta en Woonconcept). Dit onderzoek is in 2020 uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 2.
PAGINA 9 VAN 21
Het onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau Companen. De behoefte aan woonwagenstandplaatsen is onderzocht in drie groepen; de huidige hoofdbewoners van de standplaatsen, inwonenden op een standplaats van iemand anders en zogenaamde belangstellenden. Deze laatste groep betreft iedereen die een historische band heeft met het woonwagenleven in Zuidwest-Drenthe (omdat zij hier zelf in een woonwagen hebben gewoond of afstammen van woonwagenbewoners in de regio), of 1e of 2e graad familie is van woonwagenbewoners in de regio. Tijdens het onderzoek zijn alle woonwagenstandplaatsen in de regio Zuidwest-Drenthe bezocht om de enquête af te leveren en desgewenst ondersteuning te bieden bij het invullen van de vragenlijsten. Aan de bewoners van de huidige standplaatsen is gevraagd of zij belangstellenden/familie kennen die graag mee willen doen met het onderzoek. Zij zijn eveneens in de gelegenheid gesteld de enquêtes in te vullen. Daarnaast is het onderzoek aangekondigd aan de hand van een persbericht. Uit het onderzoek blijkt dat er in de regio Zuidwest-Drenthe een aanvullende behoefte aan woonwagenstandplaatsen is. In de onderstaande tabel is de behoefte aan standplaatsen weergegeven. Voor de gemeente Hoogeveen bedraagt deze aanvullende behoefte circa 30 standplaatsen tot 2025 en circa 45 standplaatsen tot 2030.
Ten opzichte van het huidige aantal standplaatsen (102) gaat het dus om een toename van circa 30-45%. Daarbij merkt het onderzoeksbureau wel op dat er een kans is dat er mensen zijn die wel opzoek zijn naar een standplaats, maar niet hebben deelgenomen aan het onderzoek. Deze kans wordt vanwege de gehanteerde werkwijze echter klein geacht. Desondanks wordt geadviseerd de behoefte de komende jaren te blijven monitoren. Tabel 2: Behoefte woonwagenstandplaatsen (Bron: Companen, bewerking gemeente Hoogeveen)
Inwonenden Belangstellenden Totale behoefte Vrijkomende standplaatsen Aanvullende behoefte Verhuiswens hoofdbewoners
Behoefte tot 2025 11 20 31 1 30 3
Behoefte 2025-2030 5 10 15 0 15 3
Naast de kwantitatieve behoefte is ook de kwalitatieve behoefte onderzocht. Zo blijkt onder andere dat woonwagenbewoners een voorkeur hebben voor een standplaats in een specifieke gemeente. Er zijn nauwelijks verhuiswensen tussen verschillende gemeenten in de regio. Daarnaast blijkt dat in ieder geval de helft van de bewoners tot de doelgroep van de woningcorporaties behoort. Verder geeft het onderzoek inzicht in de wensen ten aanzien van eigendom (huur/koop), kosten, locaties en eigenschappen waaraan de locaties moeten voldoen. Hieruit blijkt een grote verscheidenheid in de kwalitatieve behoefte van de woonwagenbewoners.
PAGINA 10 VAN 21
C. Totstandkoming Bij de totstandkoming van dit beleid zijn woonwagenbewoners, woningcorporaties, interne en externe specialisten betrokken. In dit hoofdstuk wordt daarop nader ingegaan.
C1.
Woonwagenbewoners
Overeenkomstig het landelijke “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” is participatie van woonwagenbewoners van belang voor een gebalanceerd beleid. Daarom zijn alle beleidskeuzes besproken met de woonwagenbewoners. Gelet op de maatregelen rond Covid-19 was het niet mogelijk om fysieke bijeenkomsten te houden. In plaats daarvan zijn een aantal digitale bijeenkomsten georganiseerd. Een digitale bijeenkomst werkt alleen bij kleinere groepen. Daarom is gewerkt met een afvaardiging van woonwagenbewoners en belangstellenden. De woonwagenbewoners van alle locaties zijn gevraagd om zelf een of twee vertegenwoordiger(s) per locatie aan te wijzen. Daarnaast is een belangstellende (iemand van de doelgroep die nu niet in een woonwagen woont) gevraagd om deel te nemen. Voor 10 van de 15 locaties hebben zich vertegenwoordigers aangemeld. Daarnaast is één belanghebbende betrokken. Uiteindelijk namen 6 personen deel aan de bijeenkomsten. De deelnemers waren eensgezind in hun standpunten. Daarom wordt ervan uitgegaan dat de participanten representatief zijn voor de overige woonwagenbewoners. Naast de digitale bijeenkomsten vond één locatiebezoek plaats. Tijdens de bijeenkomsten zijn de woonwagenbewoners in de gelegenheid gesteld om aan te geven welke onderwerpen zij belangrijk vinden. Ook konden zij hun zienswijzen over de beleidskeuzes naar voren brengen.
De belangrijkste aandachtspunten zijn: - De grote behoefte aan standplaatsen en de tijdsduur waarbinnen de gemeente in de behoefte gaat voorzien. - De behoefte om op korte termijn zicht te krijgen op concrete uitbreidingslocaties. - De eigendomssituatie van de standplaatsen en de woonwagens (wens om standplaatsen te kunnen kopen/dat er huurwagens geplaatst worden op huurstandplaatsen). - Het belang van maatwerk bij de realisatie van nieuwe standplaatsen en daarmee samenhangend de noodzaak om vooraf te bepalen wie in aanmerking komt voor de standplaats. Voor zover mogelijk zijn deze punten verwerkt in het voorliggende beleidskader. Ten aanzien van het zicht op concrete uitbreidingslocaties wordt opgemerkt dat dit een uitwerking betreft van het voorliggende beleidskader. Daarnaast vroegen de woonwagenbewoners ook aandacht voor het wachtlijstbeheer, het toewijzingsbeleid en de communicatie van de woningcorporaties. Aangezien dit onder de verantwoordelijkheid van de corporaties valt, maakt dat geen onderdeel uit van dit beleid. Deze opmerkingen zijn wel kenbaar gemaakt aan de woningcorporaties.
PAGINA 11 VAN 21
Alle vertegenwoordigers zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het conceptbeleid. Op basis daarvan is de tekst op een aantal onderdelen ter verduidelijking aangepast.
C2.
Woningcorporaties
Ook de participatie van woningcorporaties is van belang, aangezien een groot deel van de woonwagenbewoners behoort tot de primaire doelgroep van de corporaties. Bovendien zijn vrijwel alle standplaatsen in bezit van de woningcorporaties. Tijdens diverse overleggen zijn de keuzes uit het voorliggende beleidskader besproken. Daarnaast zijn de corporatie in de gelegenheid gesteld om te reageren op het conceptbeleid.
C3.
Vakinhoudelijke specialisten
Tot slot zijn interne specialisten geraadpleegd ten aanzien van ruimtelijke ordening, stedebouw, planeconomie, grondzaken en WOZ-taxaties. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met hypotheekverstrekkers over de (on)mogelijkheden voor het verstrekken van hypotheken voor woonwagens.
PAGINA 12 VAN 21
D. Kaders D1. Doelgroep De woonwagenbewoners zijn personen die zich van generatie op generatie manifesteren als woonwagenbewoners en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Onder hen vallen afstammelingen van Roma, Sinti en klassieke “reizigers”. Deze definitie sluit aan bij het landelijke “Beleidskader gemeentelijk woonwagenen standplaatsenbeleid”. Dit beleid is ook van toepassing op voormalige woonwagenbewoners en eerste- en tweedegraads familieleden. Een deel van de woonwagenbewoners is in het verleden, soms noodgedwongen, verhuist naar een reguliere woning. Voor de bescherming van de rechten is het niet van belang of een woonwagenbewoner (tijdelijk) in een reguliere woning woont of heeft gewoond. Dit beleid richt zich in eerste instantie op woonwagenbewoners met een sociale of maatschappelijke binding met de gemeente Hoogeveen. Landelijk gezien is er een tekort aan het aantal woonwagens en standplaatsen. Uit het woonwagenbehoefte onderzoek blijkt dat in de gemeente Hoogeveen ook een grote behoefte is aan standplaatsen. Het wonen in familieverband maakt onderdeel uit van de cultuur van de woonwagenbewoners. Het ligt daarom voor de hand dat nieuwe of vrijkomende standplaatsen met voorrang worden toegewezen aan woonwagenbewoners met een sociale of maatschappelijke binding met Hoogeveen.
Het kan dan gaan om familieleden van de huidige bewoners, of om woonwagenbewoners die een historische band met de gemeente hebben (bijvoorbeeld omdat zij of hun familieleden in het verleden in de gemeente woonden). De gemeente vraagt de woningcorporaties het toewijzingsbeleid hierop aan te passen en dit vast te leggen in de prestatieafspraken.
D2. Kwantitatieve opgave Op grond van de mensenrechtelijke kaders moet het beleid erin voorzien dat woonwagenbewoners binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats. Er is geen verdere kwantificering van deze regel. In het landelijke “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” is het uitgangspunt geformuleerd dat de wachttijd voor een standplaats ongeveer hetzelfde moet zijn aan de wachttijd voor een sociale huurwoning. Uit gesprekken met woonwagenbewoners en woningcorporaties blijkt dat deze vergelijking in de praktijk niet gemaakt kan worden. Er zijn te weinig mutaties van standplaatsen om een betrouwbare uitspraak te doen over de wachttijd voor een standplaats. De wachttijd is de gemiddelde inschrijfduur (of actieve zoekduur) op het moment van de toewijzing van een woning of standplaats. Door het beperkte aantal mutaties van standplaatsen wordt dit gemiddelde sterk beïnvloed door de individuele toewijzingen. Daar komt bij dat de toewijzing anders is dan bij woningen; deze is niet altijd op basis van inschrijfduur, maar ook op basis van familieband. Hierdoor kan de wachttijd voor een standplaats korter lijken dan dat deze in werkelijkheid is. Daarnaast is ook het zoekgedrag van woonwagenbewoners
PAGINA 13 VAN 21
anders. Veel woonwagenbewoners reageren alleen op een standplaats op een locatie waar familie woont. Hierdoor bouwen zij geen actieve zoekduur op. Tot slot wordt opgemerkt dat niet alle woonwagenbewoners die ene standplaats zoeken zijn ingeschreven bij een woningcorporatie of thuiskompas. Om ervoor te zorgen dat het aantal standplaatsen in een redelijke verhouding staat tot de daadwerkelijke vraag aan standplaatsen is een behoefteonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er een aanvullende behoefte is van 30 standplaatsen tot 2025 en 45 standplaatsen tot 2030. Vooralsnog is het uitgangspunt dat voldaan wordt aan het mensenrechtelijk kader wanneer voorzien wordt in de behoefte uit het onderzoek. Een aantal woonwagenbewoners heeft de verwachting uitgesproken dat dit een onderschatting is van de werkelijke behoefte. Daarom wordt de behoefte gemonitord aan de hand van een wachtlijst, overeenkomstig het advies bij het behoefteonderzoek. De behoefte wordt bijgesteld tijdens de reguliere actualisatierondes van de woonvisie, of eerder indien de wachtlijst daartoe aanleiding geeft.
D3. Huur Woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van woonwagenbewoners, voor zover zij (qua inkomen) tot hun doelgroep behoren. Het gaat daarbij niet alleen om de verhuur van de standplaats, maar ook op de verhuur van de woonwagen. Een woonruimtezoekende die op basis van het inkomen in aanmerking komt voor een huurstandplaats, zal immers niet de middelen hebben om zelf een woonwagen te kopen. Bovendien is het in bepaalde situaties een onwenselijke situatie om huurstandplaatsen zonder woonwagen aan te bieden (zie tevens paragraaf 6). In ieder geval de helft van de aanvullende behoefte in standplaatsen valt naar verwachting onder de doelgroep van de woningcorporaties. Dit blijkt uit het woonwagenbehoefte onderzoek. Dit betekent dat het aantal huurwoonwagens in ieder geval met 15 moet toenemen tot 2025. Dit aantal is aanvullend op de eventuele vervanging van koopwoonwagens door huurwoonwagens. Het gaat immers om een aanvullende behoefte. Deze behoefte wordt gemonitord en wordt bijgesteld indien de wachtlijst daartoe aanleiding geeft.
D4. Koop Woonwagenbewoners die (qua inkomen) niet tot de doelgroep van de woningbouwcorporaties behoren zijn aangewezen op koopwagens en -standplaatsen. Het realiseren van nieuwe koopstandplaatsen valt niet onder de verantwoordelijkheid van de woningbouwcorporaties. Bij de ontwikkeling van nieuwe standplaatsen hanteert de gemeente dezelfde rol als bij gewone woningbouw. Deze rol leggen wij vast in de Nota Grondbeleid. De gemeente heeft een faciliterende rol bij initiatieven vanuit de markt. Daarnaast kan de gemeente een actieve rol nemen bij de ontwikkeling van nieuwe locaties. Uitgangspunt daarbij is dat de grondexploitatie positief is, overeenkomstig de werkwijze bij reguliere woningbouwontwikkelingen.
PAGINA 14 VAN 21
Aanvankelijk wordt ervan uitgegaan dat er 15 nieuwe koopstandplaatsen moeten worden gerealiseerd tot 2025. Dit aantal staat los van de eventuele verkoop van huurstandplaatsen. Het gaat immers om een behoefte aan extra standplaatsen. De gemeente stelt een wachtlijst op voor woonwagenbewoners die een standplaats willen kopen. Aan de hand daarvan wordt de behoefte gemonitord. De nieuwbouwopgave wordt bijgesteld indien de wachtlijst daartoe aanleiding geeft. Voor standplaatsen die de gemeente verkoopt worden de prijzen vastgelegd in de “Nota grondprijzen Hoogeveen”. Daarbij wordt aangesloten bij de systematiek die ook gehanteerd wordt voor gewone woningbouw. Voor de verkoop van bouwgrond voor woningbouw wordt in de Nota Grondprijzen onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën. Voor kavels wordt gerekend met de marktwaarde. Voor goedkope koopwoningen geldt een gereduceerd tarief. Opgemerkt wordt dat de marktwaarde van een kavel afhankelijk is van de bestemming. Doorgaans is de marktwaarde van een woonwagenstandplaats lager dan van een kavel voor gewone woningbouw. Bij koopstandplaatsen is het van belang om te waarborgen dat deze ook in de toekomst beschikbaar blijven voor de doelgroep. Zolang er een aanvullende behoefte is aan standplaatsen, is het onwenselijk bestaande standplaatsen te gebruiken voor reguliere woningbouw.
Om dit te waarborgen wordt in de bestemmingsplannen een specifieke bestemming voor woonwagens opgenomen. Bij eventuele doorverkoop van de standplaats moet deze eerst aangeboden worden aan woonwagenbewoners die vanwege hun culturele identiteit een andere woonbehoefte hebben dan andere woningzoekenden. Om dit te waarborgen neemt de gemeente bij verkoop een bepaling op in de koopovereenkomst. Als alternatief voor een dergelijke bepaling kan gebruik gemaakt worden van een erfpachtconstructie. Onder de woonwagenbewoners is hiervoor nu geen draagvlak.
D5. Kwalitatieve wensen Om te voorzien in de kwalitatieve woonwensen van de woonwagenbewoners is maatwerk vereist. Bij het woonwagen behoefteonderzoek is de kwalitatieve woonwens onderzocht. Hieruit blijkt dat de woonwens zeer divers is. Woonwagenbewoners geven daarbij aan dat het vooral van belang is dat familieleden bij elkaar op het kamp kunnen wonen. Dit maakt het wenselijk om eerst te bepalen wie aanspraak maakt op de standplaats. De nieuwe standplaatsen kunnen dan aansluiten bij de wensen van de toekomstige bewoner. Het gaat daarbij niet alleen om huur of koop, maar ook om de afmetingen van de standplaats en de voorzieningen. Op deze manier ontstaat een “divers” kamp, waarbij zowel meerals minder vermogende woonwagenbewoners die behoren tot één familie bij elkaar op het kamp kunnen staan. Dit sluit aan bij het advies van het College voor de Rechten van de Mens. Overigens wordt opgemerkt dat het voorzien in specifieke woonwensen geen verplichting is die voortvloeit uit de juridische kaders. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde eerder dat het verbod van onderscheid op grond van ras niet voorziet in het realiseren van specifieke woonwensen (College voor de Rechten van de Mens, oordeelnummer 2019-132, paragraaf 6.5). Dat neemt niet weg dat het wel wenselijk is om rekening te houden met deze woonwensen, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is.
PAGINA 15 VAN 21
D6. Leefbaarheid Op dit moment is de leefbaarheid op de woonwagenlocaties goed. De locaties zijn relatief klein en maken veelal onderdeel uit van het reguliere stratenpatroon van de woonwijk. Naar verwachting komt dit de leefbaarheid van de locaties ten goede. Het is dus wenselijk deze structuur door te trekken bij nieuwe woonwagenlocaties. Ten aanzien van de leefbaarheidsaspecten wordt verder aangesloten bij het reguliere woonbeleid. Belangrijk aandachtspunt ten aanzien van de leefbaarheid is de eigendomssituatie van de woonwagens en standplaatsen. Op dit moment wordt driekwart van de standplaatsen verhuurd zonder woonwagen. De huurder moet in die gevallen zelf een (koop)woonwagen plaatsen. Deze combinatie van koopwagens op gehuurde standplaatsen zorgt in een aantal gevallen voor een onwenselijke situatie. Woonruimtezoekenden die op basis van hun inkomen in aanmerking komen voor een huurstandplaats van een woningcorporatie zullen over het algemeen niet de middelen hebben om zelf een woonwagen te kopen. Bovendien is het niet mogelijk om een hypotheek te vestigen op een woonwagen, wanneer de standplaats wordt gehuurd. Een deel van de gekochte woonwagens is verouderd en aan grootschalige renovatie of vervanging toe. Dit levert voor een aantal bewoners problemen op, omdat zij hiervoor dus geen hypotheek kunnen krijgen en onvoldoende eigen middelen hebben.
Hierdoor ontstaan soms schrijnende situaties en ontstaat verkrotting, wat ten koste van de leefbaarheid gaat. De gemeente zet in op het terugdringen van het aantal huurstandplaatsen met een koopwagen, voor zover de betreffende bewoners daar behoefte aan hebben. Het is wenselijk dat er huurwoonwagens worden geplaatst, indien de bewoner tot de doelgroep van de woningbouwcorporatie behoort. Daarnaast is het wenselijk dat standplaatsen worden verkocht indien de bewoner niet tot de doelgroep van de corporatie behoort. Dit alles uiteraard in overleg met (en naar behoefte van) de huidige bewoners. Aangezien de huidige standplaatsen veelal in eigendom zijn van de woningcorporaties vraagt de gemeente de woningcorporaties hieraan mee te werken.
D7. Realisatie nieuwe standplaatsen Bij de uitbreiding van het aantal standplaatsen ligt het voor de hand om eerst extra standplaatsen bij de huidige locaties te realiseren. Dit om recht te doen aan de wens van de woonwagenbewoners om te leven in familieverband. Naast de uitbreiding van de huidige locaties is het echter ook nodig om nieuwe woonwagenlocaties te ontwikkelen. De uitbreiding van de bestaande locaties wordt beperkt door de ligging van de locaties. Op veel locaties zijn fysieke of ruimtelijke (milieu)belemmeringen. Daarnaast is er op een aantal locaties geen behoefte aan uitbreiding. Op basis van een eerste inschatting kan in circa een kwart van de behoefte worden voorzien door uitbreiding van de bestaande locaties. Voor de overige standplaatsen is de realisatie van nieuwe locaties noodzakelijk. Op dit moment zijn de standplaatsen verdeeld over meerdere (kleine) locaties, die onderdeel uitmaken van het reguliere stratenpatroon van de woonwijk. Het is wenselijk om bij de bestaande structuur aan te sluiten (zie tevens paragraaf 6). Naar verwachting moeten er daarom 3 nieuwe woonwagenlocaties gerealiseerd worden.
PAGINA 16 VAN 21
Bij de realisatie van nieuwe locaties is het wenselijk om rekening te houden met toekomstige uitbreidingsmogelijkheden. Op die manier kan ook in de toekomst worden voorzien in de behoefte van woonwagenbewoners om in familieverband te leven. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de eerdergenoemde kaders.
D8. Bestemmingsplannen In de huidige bestemmingsplannen is voor woonwagens een specifieke bestemming opgenomen. Op deze locaties zijn alleen woonwagens met bijbehorende gebouwen en tuinen toegestaan. Het is niet mogelijk om op deze locaties reguliere woningen te bouwen. Dit sluit aan bij de behoefte als genoemd in paragraaf 4. De regels in de verschillende bestemmingsplannen zijn overal vrijwel gelijk (hoewel kleine verschillen mogelijk zijn). Over het algemeen is in de bestemmingsplannen bepaald dat woonwagens binnen het bouwvlak geplaatst moeten worden. Het bebouwd oppervlak mag maximaal 150 m2 bedragen. Verder mag de goothoogte maximaal 3,5 meter bedragen en mag de dakhelling maximaal 45 graden zijn. Daarnaast zijn er een paar aanvullende regels voor bijgebouwen, nadere eisen en gebruiksvoorschriften. De huidige bestemmingsplanregels sluiten goed aan bij de woonwensen van de woonwagenbewoners. Bij de realisatie van nieuwe standplaatsen wordt daarom aansluiting gezocht bij de huidige regels.
PAGINA 17 VAN 21
E. Rollen en verantwoordelijkheden In de praktijk blijkt dat er soms onduidelijkheid bestaat over de rolverdeling van de instituties die betrokken zijn bij de huisvesting van woonwagenbewoners. Daarom wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan op de rolverdeling. Deze rolverdeling is in overeenstemming met het landelijke “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid”.
E1.
Rijk
Het is aan het Rijk om de visie op het woonwagen- en standplaatsenbeleid vast te stellen. Deze visie is vastgesteld in het landelijke “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid”. Daarnaast is het Rijk internationaal rechtelijk het aanspreekpunt voor de naleving van mensenrechten, ook wanneer de primaire verantwoordelijkheid is overgedragen aan gemeenten. Het Rijk houdt toezicht op de provincies en op de gemeente voor wat betreft de naleving van de mensenrechten.
E2.
Provincie
De provincies houden toezicht op gemeenten, voor wat betreft het ruimtelijk-fysieke domein: onder meer bouwen, ruimtelijke ordening en huisvesting van mensenrechten, ook wat betreft woonwagenbewoners.
E3.
Gemeente
De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale woonbeleid, neergelegd in een woonvisie. Daaronder valt ook het woonwagenbeleid. Dit beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Aan de hand van het voorliggende beleid wordt hieraan invulling gegeven. Daarnaast kan de gemeente voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting te treffen, voor zover dit niet onder de verantwoordelijkheid van de woningbouwcorporaties valt. De gemeente moet de toevoeging van woonwagenstandplaatsen faciliteren. Daaronder valt onder meer het meenemen van de behoefte aan koopstandplaatsen in ons woonbeleid.. Tot slot is de gemeente verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van de woonwagenstandplaatsen, door het vaststellen van bestemmingsplannen.
E4.
Corporaties
De woningbouwcorporaties leveren een bijdrage aan de volkshuisvestelijke opgaven die zijn vastgelegd in het woonbeleid. Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van de woningbouwcorporaties. De corporaties zijn daarmee ook verantwoordelijk voor het wachtlijstbeheer en het toewijzingsbeleid van standplaatsen/woonwagens die worden verhuurd door woningbouwcorporaties. De bijdrage van de woningbouwcorporaties wordt vastgelegd in de prestatieafspraken met de gemeente.
PAGINA 18 VAN 21
F. Uitvoeringsprogramma In het onderstaande overzicht staan de opgaven die voortkomen uit het voorliggende beleidskader. Per actiepunt is weergegeven binnen welke termijn de actie wordt uitgevoerd en welke partijen daarbij betrokken zijn. Tabel 3: Uitvoeringsprogramma woonwagenbeleid
Actie Wachtlijst koopstandplaatsen gemeente Prestatieafspraken corporaties ten aanzien van: - Wachtlijst - Toewijzingsbeleid - Realisatie nieuwe standplaatsen - Eigendomssituatie huurstandplaatsen met koopwagen Grondprijs koopstandplaatsen gemeente vastleggen in nota grondprijzen Plan van aanpak uitbreiding standplaatsen
Planning September 2021 15 december 20211)
Betrokken partijen Gemeente Gemeente, Corporaties, huurdersorganisaties
December 2021
Gemeente
December 2021
Realisatie nieuwe standplaatsen, o.b.v. bovengenoemd plan van aanpak
z.s.m.
Monitoren behoefte huurstandplaatsen Monitoren behoefte koopstandplaatsen
Doorlopend Doorlopend
Gemeente, Corporaties Gemeente, Corporaties, Woonwagenbewoners, Omwonenden Corporaties Gemeente
1) Dit is de wettelijke datum waarvoor de vastgestelde prestatieafspraken naar de minister, gemeente en huurdersorganisaties
verzonden moet worden.
PAGINA 19 VAN 21
BIJLAGE 1.
Toelichting immaterieel cultureel erfgoed woonwagenbewoning
De laatste decennia wordt steeds vaker bevestigd dat woonwagenbewoners een eigen culturele identiteit hebben. In 2014 is de woonwagencultuur opgenomen op de Unesco-lijst voor immaterieel erfgoed Nederland. De UNESCO Conventie inzake Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed is een internationaal cultureel verdrag dat in 2012 door Nederland is ondertekend om de bescherming, erkenning en waardering van dit cultureel erfgoed te vergroten. Immaterieel erfgoed is een levende en dynamische vorm van erfgoed, die zich aanpast aan en mee verandert met de tijd. Het verbindt de gemeenschap die het beoefent en zich er mee identificeert. Immaterieel erfgoed is de schakel tussen heden, verleden en toekomst. Het is cultuur van nu, geeft een gevoel van verbondenheid met vorige generaties en is tegelijkertijd ook toekomstgericht, omdat mensen het willen doorgeven aan volgende generaties. Diverse gerechtelijke uitspraken bevestigen de bijzondere cultuur van woonwagenbewoners. De woonwagencultuur wordt in de inventaris van Unesco als volgt beschreven: “De cultuur van de woonwagenbewoners is een cultuur van overleven. Vanwege het trekverbod reizen de woonwagenbewoners niet meer met hun woonwagens door het land. De wagens en caravans lijken tegenwoordig vaak op gewone huizen maar zijn dat niet.
Voor de woonwagenbewoners is het belangrijk dat hun wagen geen fundering heeft, geen stenen rijtjeshuis is, de vloer boven het maaiveld ligt met een opstapje voor de voordeur. Toch heeft de woonwagenbewoner, ook degene die, al dan niet gedwongen, in een stenen huis woont, zijn eigen manier van denken en eigen cultuur. De woonwagencultuur is een vorm van immaterieel erfgoed die nauw verbonden is met de culturele identiteit van de woonwagenbewoners in Nederland. Met betrekking tot de wooncultuur kan gezegd worden dat het gevoel van het wonen in een wagen is gebleven. In de wagen gelden strenge regels met betrekking tot hygiëne. Er worden binnen geen schoenen gedragen. Men wast de handen nooit in de gootsteen. Dat de cultuur sterk bepaald wordt door de sociale cohesie en het familieverband komt tot uiting in aantal fenomenen. Families wonen dicht bij elkaar. Kinderen worden vernoemd naar grootouders en er worden bijnamen gebruikt. Er is een zeer gastvrije eetcultuur. De bezoeker krijgt altijd eten en drinken en er zijn géén vaste tijden voor de maaltijden. Ook op het gebied van levenslooprituelen uit zich de sterke onderlinge band. Van de Eerste Communie wordt een groot feest gemaakt. Vóór het huwelijk is er de traditie van het samen weglopen van een jongen en een meisje. Rondom een begrafenis zijn er ook bijzondere gebruiken.
Met betrekking tot werk geldt dat woonwagenbewoners van oudsher ambachten en ambulante beroepen beoefenden. Werken voor een baas is strijdig met de hang naar vrijheid en het gevoel van eigenwaarde.” Bron: https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/woonwagencultuur
PAGINA 20 VAN 21
PAGINA 21 VAN 21
BIJLAGE 2.
Onderzoek behoefte woonwagens en standplaatsen