CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp 1

Raadsavond 8 juli 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Bestemmmingsplan Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 201925.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

tuinen; toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming; water.

Op deze gronden zijn pergola’s en erf- of perceelsafscheidingen toegestaan, evenals erkers bij woningen. Er is voorzien in de ‘specifieke bouwaanduiding – geen gebouw toegestaan’ ter hoogte vastgelegde zakelijk recht dat op 16 meter vanaf het perceel Fluitenbergseweg 23 geen gebouwen mogen worden opgericht. Wonen (artikel 5) De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woningen a l dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

Met daarbij behorende andere bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere werken; tuinen en erven. In dezen is voorzien in vier bouwvlakken waarbinnen de hoofdgebouwen gebouwd dienen te worden. Tevens is voorzien in de specifieke bouwaanduiding sba-1 waarbij een maximale goothoogte van 3.5, bouwhoogte van 10 meter en een dakhelling tussen de 30 en 60 graden is voorgeschreven. Tevens is een per hoofdgebouw een maximaal gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van 100 respectievelijk 125 m² voorgeschreven. Daarbij mag het erf niet met meer dan 50% bebouwd worden. De bijbehorende bouwwerken dienen op ten minste 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd te worden. Verder is een maximale goot- en bouwhoogte en een dakhelling voorgeschreven. Voor carports en overkappingen geldt een afzonderlijk kader waarbinnen op ten minste 1 meter van de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd kan worden met een maximale bouwhoogte van 3 meter. De voor afwijkingen uit het bestemmingsplan ‘Fluitenberg 2018’ zijn overgenomen in dit plan. Er zijn ten behoeve van dit plan twee regels toegevoegd, te weten: 4.4 sub a onder 1 Lid 4.2.1 en 4.2.2 en toestaan dat de goothoogte met 10% wordt verhoogd. 4.5 onder c ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding – geen gebouwen toegestaan’ zijn geen gebouwen toegestaan.

Deze voorziet in het zakelijk recht dat er op een strook van 16 meter vanaf het perceel Fluitenbergseweg 23 geen gebouwen mogen worden opgericht. Archeologie (artikel 6) De voor "Waarde – Archeologie 3" aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 28

9 maart 2021

Hoofdstuk 6 uitvoerbaarheid 6.1

Economische en maatschappelijke

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De direct omwonenden van bestaande bebouwde percelen met uitzicht op het plangebied zijn geïnformeerd over de plannen. Het zakelijk recht van het perceel met woning nr. 23 wordt gerespecteerd. Voor de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is een advertentie gezet in het plaatselijk blaadje 'de Fleute'. Alle overige omwonenden en andere belangstellende zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren. Naar aanleiding van het bericht in de Vleute met daarin de bekendmaking van de plannen zijn geen bezwaren tegen de uitbreiding ontvangen. Wel hebben naar aanleiding van het bericht zich in totaal 8 geïnteresseerde voor de kavels gemeld (dit maakt totaal 12 geïnteresseerde). In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het concept bestemmingsplan toegezonden aan de provincie en het waterschap alsmede vooroverlegpartners VRD, Rendo, Gasunie en het WAC Hoogeveen. Het Waterschap Drents Overijselse Delta heeft in de vooroverlegreactie onderstaande aandachtspunten ingebracht: Niet alle uitgangspunten zijn zichtbaar verwerkt in de waterparagraaf. Wij verzoeken of de uitgangspunten zichtbaarder verwerkt kunnen worden in de waterparagraaf. Alleen integraal overnemen zonder onderbouwing is niet genoeg. Graag zien wij hoe de uitgangspunten vertaald zijn in het plan.

Welk oppervlakte krijgt de wadi en is daarin een peilstijging van 30 centimeter mogelijk? Wij adviseren om een waterberging te organiseren met een oppervlak van 10% van het verharde oppervlak (zie wateroverlast – compensatie nieuwbouw plannen). De uitgangspuntennotitie kan worden opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan.

De aangedragen punten van het waterschap zijn in het ontwerp bestemmingsplan in hoofdstuk 4.7 over water verwerkt en de uitgangspunten zijn tevens in bijlage 3 behorende bij de toelichting te vinden. De WAC Hoogeveen geeft in de vooroverlegreactie onderstaande opmerkingen: De woningen op de kavels 1 en 2 hebben de daklijn noord/zuid. Op deze wijze kan niet optimaal gebruikt worden van zonnecollectoren en - panelen. Als de woningen in de lengterichting langs de Fluitenbergseweg zouden worden gebouwd was er op dit punt geen probleem en zou de bebouwing ook meer in lijn zijn met de woningen op de nummers 19 en 23. Wij realiseren ons dat het probleem met name wordt veroorzaakt door de erfdienstbaarheid zoals vermeld in 2.1.1. In dit hoofdstuk is aangegeven dat er een eerder plan is geweest voor twee vrijstaande woningen en één twee-onder-een-kap. Daarbij nemen wij aan dat de 2^1 kap aan de Fluitenbergseweg was gedacht. Wij hebben geen reden kunnen vinden waarom dit van tafel is gegaan. De constatering over de erfdienstbaarheid is juist. Als gemeente is alleen een maximum van 4 vrijstaande woningen en een maximale goothoogte aangegeven. Op deze wijze denken wij dat het dorpse karakter voldoende behouden kan blijven. Binnen de gemeente Hoogeveen worden zonnecollectoren en -panelen op daken gestimuleerd.

Wij zien echter bij voorliggende ontwikkellocatie geen noodzaak om een verplichting tot een 2^1 kap woning op te leggen. De marktpartij heeft ingestoken op vrijstaande woningen en naar deze woningen is voldoende vraag. De reactie van de overige overlegpartners: Op het verplichte vooroverleg hebben tevens de provincie Drenthe, de VRD, Rendo en de Gasunie gereageerd. Voor deze partijen is geen aanleiding tot het maken van aanvullende opmerkingen. Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 29

9 maart 2021

Het voorliggend bestemmingsplan zal als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende 6 weken. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemers garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschade en aan dit plan verwante kosten komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemers.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 30

9 maart 2021

Regels

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 31

9 maart 2021

Hoofdstuk 1

Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 van de gemeente Hoogeveen;

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteit

het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend;

1.6

aan-huis-verbonden beroep

het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e) en manicure en/of pedicure, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, hieronder mede begrepen Bed & Breakfast;

1.7

ander werk

een werk, geen bouwwerk zijnde;

1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 32

9 maart 2021

1.9

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. de levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, danwel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;

1.10

bestaand

de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een bouwvergunning is verleend dan wel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend;

1.11

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.12

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.13

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, (alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats (Let op: indien van toepassing));

1.14

bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.15

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar als gevolg van de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 33

9 maart 2021

1.19

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.20

bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.21

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.22

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.23

dwarskap

een kap met de nokrichting haaks op de weg waaraan de woning is gelegen;

1.24

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

1.25

erf

de oppervlakte van een bouwperceel binnen de bestemming "Wonen", met uitzondering van de oppervlakte van het bouwvlak;

1.26

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan;

1.27

hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken;

1.28

kampeermiddel

tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op het kampeerterrein waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 34

9 maart 2021

1.29

kap

een gesloten en (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minste één niet horizontaal vlak;

1.30

langskap

een kap met de nokrichting evenwijdig aan de weg waaraan de woning is gelegen;

1.31 a. b. c.

peil

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

1.32

perceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.33

platdak

horizontaal of nagenoeg horizontaal gelegen dak;

1.34

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.35

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.36

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.37

voorgevel

het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 35

9 maart 2021

1.38

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s);

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 36

9 maart 2021

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6

de afstand tot de perceelsgrens

de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 37

9 maart 2021

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; water;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i. j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag; taluds; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; sirenevoorziening ten behoeve van de openbare veiligheid; verhardingen;

met de daarbij behorende: k.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten hieronder begrepen; deze gronden dienen niet te worden beschouwd a l s erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van de in 3.1 sub h genoemde gebouwen, mits: a. b.

de bouwhoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 3 meter zal bedragen; de bruto oppervlakte niet meer dan 25 m² zal bedragen.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten hier niet onder begrepen, gelden den volgende bepalingen: a. b. c. d.

de bouwhoogte van de in lid 1 sub e genoemde bouwwerken mag, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedragen; de bruto oppervlakte van de in lid 1 sub e genoemde bouwwerken mag, voor zover het bouwwerk bovengronds wordt geplaatst, niet meer dan 2 m² bedragen; de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, genoemd onder lid 1 sub i, mag niet meer dan 20 meter bedragen; de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, anders dan die zoals genoemd onder artikel 3 lid 1 sub e en i en anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

3.3 a.

Specifieke gebruiksregels terrein- en erfafscheidingen zijn niet toegestaan

3.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a.

de verkeersveiligheid;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 38

9 maart 2021

b. c.

de sociale veiligheid; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

3.5 a. b.

c.

Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 5 sub a, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of het laten gebruiken van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of het laten gebruiken van de gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 5 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 39

9 maart 2021

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

tuinen; toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming; parkeren;

met de daarbij ten dienste van de bestemming behorende: a. b.

bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola's en erf- of perceelsafscheidingen; andere werken.

De gronden met de dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

a.

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers.

4.2.2 a.

Erkers bij woningen

Binnen deze bestemming zijn erkers bij woningen met een maximale diepte van 1,5 meter en een maximale breedte van 2/3 van de breedte van de voor- en/of zijgevel van het bijbehorende hoofdgebouw toegestaan, mits de hoogte van de erker ten hoogste gelijk zal zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw;

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte; a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw.

4.3 a.

Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van specifieke bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen zijn geen gebouwen toegestaan.

4.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.5 a.

b.

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.sub a en toestaan dat een carport wordt opgericht, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; 2. niet meer dan 1 meter voor de voorgevel wordt geplaatst; De in lid 4.5 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 40

9 maart 2021

3. 4.

de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 41

9 maart 2021

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woningen a l dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

met de daarbij behorende: a. b. c.

andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen en erven.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels gelden: a. b.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende woningtype, aantal bouwlagen, kapvorm en maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld;

bouwaanduiding

woningtype*

sba-1

Vrij

Woningtype* vrij

vrijstaand

c. d. e. f.

Aantal bouwlagen min max

Goothoogte (m)

Bouwhoogte (m)

min

min

max 3,5

Kapvorm ** D LA

Dakhelling (O)

max 10

min 30

Kapvorm **

max 60

D/LA

dwarskap langskap

in de bouwaanduiding sba-1 zijn maximaal 4 vrijstaande woningen toegestaan; de afstand van het hoofdgebouw tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 4 meter te bedragen; voorvde woningen geldt dat de bovenste bouwlaag in de vorm van een kap dient te worden gerealiseerd; op het bouwperceel van een vrijstaande woning dient voldoende ruimte te worden gereserveerd voor ten minste 2 parkeerplaatsen.

5.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, gelden de volgende regels: a.

de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 100 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte tot 750 m 2; 2. 125 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 750 m 2 tot 1.000 m 2; 3. 150 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 1.000 m 2 tot 1.500 m 2; 4. 175 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 1.500 m 2 tot 2.000 m 2; 5. 200 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 2.000 m 2 en groter.

met dien verstande dat: b. c. d.

de bijgebouwen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; de goothoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; de bouwhoogte niet meer dan 7,5 meter bedraagt, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 42

9 maart 2021

e.

de dakhelling minimaal 30o en maximaal 60o bedraagt.

5.2.3

Carports en overkappingen

Voor het bouwen van carports of overkappingen gelden de volgende regels: a. b.

de carport of overkapping mag niet meer dan 1 meter voor de voorgevel worden geplaatst; de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen.

5.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.4 a.

b.

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 1. lid 5.2.1 en 5.2.2 en toestaan dat de goothoogte met 10% wordt verhoogd; 2. lid 5.2.1 voor het handhaven en/of doorzetten van afwijkende kapvormen bij een verbouwing of een uitbreiding van de woning; 3. afwijken van de in de lid 5.2.1 gegeven maten ten aanzien van de bijgebouwen tot niet meer dan 20% van die maten. De in lid 5.4 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.5 a.

b.

Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 5.1 jo artikel 5.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 43

9 maart 2021

5.6

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.5 sub a onder 1 en toestaan dat een al dan niet bestaand vrijstaand bijgebouw bij woningen met de bouwtype twee-aaneen of vrijstaand gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, mits: a. b. c.

een dergelijke bewoning noodzakelijk i s vanuit een oogpunt van mantelzorg; de zorgbehoefte i s aangetoond; er a l s gevolg van de te verlenen vergunning geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 44

9 maart 2021

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden.

6.2

Bouwregels

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 1000 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s).

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b. c.

d.

e. f.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur; 2. het graven en dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van drainage; 4. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 cm en/of met een oppervlakte van meer dan 1000 m2 , behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 5. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 6. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 7. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren. Een vergunning a l s bedoeld in lid 6.3 sub a kan alleen worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de voorkomende archeologische waarden. In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld. (zie art.

39 Wijziging van de Monumentenwet 1988) Aan de in lid 6.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. (zie art 39 Wijziging van de Monumentenwet 1988) Voorafgaand aan de verlening van de in lid 6.3 sub a genoemde vergunning dienen Burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 6.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 45

9 maart 2021

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 46

9 maart 2021

Artikel 8 a. b.

c. d.

Algemene gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming. Tot een gebruik, strijdig met de in dit bestemmingsplan voorkomende bestemmingen, zoals bedoeld in artikel 8.2 van de Wet op de ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting; 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. 3. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder instandhouding van een waterbuffering van minimaal 90 liter per 100 m² verhard oppervlak. Het i s verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de bestemmingsbepaling een omgevingsvergunning i s verleend, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor die vergunning i s verleend. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 47

9 maart 2021

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straaten bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. b. c. d.

e.

f.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen wordt vergroot, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 2,5 m² bedraagt; 2.

de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits; de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 3 meter bedraagt en de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt;

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 48

9 maart 2021

Artikel 10

Procedure nadere eisen

Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van één of meerdere nadere eisen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 4 is de volgende procedure van toepassing: a. b. c. d.

een voorgenomen nadere e i s a l s bedoeld in bovengenoemde artikelen, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ligt, met bijhorende stukken, gedurende 2 weken op het gemeentehuis ter inzage; burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; gedurende de in sub a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent de voorgenomen nadere eis.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 49

9 maart 2021

Artikel 11 11.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 50

9 maart 2021

Hoofdstuk 4 Artikel 12

12.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk i s teniet gegaan.

12.2

Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 12.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1 met maximaal 10%.

12.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 12.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

12.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

12.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 12.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 51

9 maart 2021

12.8

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van lid 12.4 leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten.

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 52

9 maart 2021

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ............................................................. De voorzitter, De griffier, ...................... ................................

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 53

9 maart 2021

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 54

9 maart 2021

Bijlagen bij toelichting

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 55

9 maart 2021

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Fluitenberg, deelplan naast Fluitenbergseweg 19, 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9010002-ON01 56

9 maart 2021

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg

projectnummer

200783

Pagina 2 van 16

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Adres

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg 200783 1.0 H.E. Starre J.R.W. Staal

8 juni 2020 Dhr. E.J.W. Keuter Fluitenbergseweg 19, 7931 TA FLUITENBERG

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg, in opdracht van de heer E.J.W. Keuter. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 3 van 16

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6

2.

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ............................................................................. 7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)........................................................... 9

3.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................ 10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 10 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 11 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 11 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 11 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 11

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Analysemonsters ......................................................................................................................... 12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 13 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 14

5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 15

5.1 5.2

Samenvatting .............................................................................................................................. 15 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 16

BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 4 van 16

1. INLEIDING In opdracht van de heer E.J.W. Keuter is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1

Aanleiding en doelstelling

De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bestemmingswijziging van het onderzoeksterrein van agrarisch naar wonen. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen).

1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 5 van 16

1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.

1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers

Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond Uitvoering monsterneming grondwater

Toegepaste protocol SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Erkend veldmedewerker Dhr. J. Kemper Dhr. J. Kemper

Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/

1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 6 van 16

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 7 van 16

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 8 van 16

In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓

F

G

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓

✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Fluitenbergseweg 19 in Fluitenberg en is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie U, nr. 453. De te onderzoeken locatie heeft een totale oppervlakte van 4.600 m2 en betreft een gedeelte van het kadastrale perceel. De onderzoekslocatie is thans in gebruik als weiland en paardenrijbak. Op historische kaarten (topotijdreis.nl) is tot dusver geen bebouwing te zien op de locatie. Men is voornemens om, na bestemmingswijziging, dit terrein te ontwikkelen tot 4 woonkavels. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken locatie is weergegeven in bijlage 1.2. Er zijn bij het bodemloket geen voorgaande bodemonderzoeken en/of potentieel bedreigende activiteiten bekend van dit perceel. Van het aan de westzijde aangrenzende perceel is een verkennend bodemonderzoek bekend (MUG, 51201318. d.d. 07-01-2019). Uit dit onderzoek blijkt dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 9 van 16

2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.

2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg 19 te Fluitenberg (kenmerk: 200783)

Pagina 10 van 16

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 15 mei en het grondwater is bemonsterd op 25 mei 2020. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 11 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 5 t/m 15) en 4 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 t/m 4). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10% afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744

Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 340 (µS/cm) -

Laatste meting Zuurgraad 5,9 (pH) Geleidingsvermogen 310 (µS/cm) Troebelheid 308 (ntu)

Beoordeling NVT Voldoet Troebel

Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. Bij de grondwatermonstername is als gevolg van de slechtlopendheid van de peilbuis (geringe wateropbrengst) een belucht monster verkregen. Als gevolg hiervan kunnen (hogere) gehalten aan vluchtige parameters in het grondwater aanwezig zijn, dan in de resultaten tot uiting komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10325353/1