Definitief Jaarrekening 2022 GKB gewaarmerkt inclusief controleverklarin.._.pdf
Tekst van het document
JAARSTUKKEN 2022 GEMEENTELIJKE KREDIETBANK
Inhoudsopgave
Deel 1: Jaarverslag 2022 .................................................................................... 3 1
Bericht van het dagelijks Bestuur ............................................................. 4 1.1 Inleiding ................................................................................................. 4 1.2 Samenstelling Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur ................................. 4 1.3 Beleidsvisie van het Bestuur ...................................................................... 5 1.4 Ontwikkelingen ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling ................... 5 1.5 Maatschappelijke ontwikkelingen die de GKB raken .................................... 5 1.6 Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening ............................................... 5
2.
Programmaverantwoording ...................................................................... 6 2.1 Inleiding ................................................................................................. 6 2.2 Verplichte paragrafen ............................................................................... 6 2.2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................. 6 2.2.2. Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................... 8 2.2.3. Financiering ....................................................................................... 8 2.2.4. Bedrijfsvoering................................................................................... 9 2.2.5 Verbonden partijen .............................................................................10
Deel 2: Jaarrekening 2022 ................................................................................ 11 3.
Jaarrekening .......................................................................................... 12 3.1 Balans ...................................................................................................12 3.2 Overzicht van baten en lasten ...................................................................14 3.3 Kasstroomoverzicht .................................................................................16
4.
Analyse en bestemming resultaat ........................................................... 17 4.1 Analyse resultaat ....................................................................................17 4.2 Baten ....................................................................................................17 4.3 Lasten ...................................................................................................18
5.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................... 21 5.1 Inleiding ................................................................................................21 5.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening .....................21 5.3 Balans ...................................................................................................21 5.4 Eigen vermogen ......................................................................................22 5.5 Overige passiva ......................................................................................22 5.6 Overzicht van baten en lasten ...................................................................22
6.
Toelichting op de balans ......................................................................... 23 6.1 Activa ....................................................................................................23 6.1.1 Materiële vaste activa ......................................................................23 6.1.2 Financiële vaste activa .....................................................................23 6.1.3 Verloop debiteurenvoorziening ..........................................................23 6.1.4 Uitzettingen ....................................................................................24 6.1.5 Liquide middelen .............................................................................24 6.1.6 Overlopende activa..........................................................................24 6.2 Passiva ..................................................................................................25 6.2.1 Algemene reserve ...........................................................................25 6.2.2 Bestemmingsreserves ......................................................................25 6.2.3 Nog te bestemmen resultaat.............................................................25 6.2.4 Voorzieningen .................................................................................25 6.2.5 Langlopende leningen
......................................................................26 6.2.6 Netto-vlottende schulden .................................................................26 6.2.7 Overlopende passiva .......................................................................27 6.3 Niet in de balans opgenomen verplichtingen en rechten .............................27
7.
Toelichting op het overzicht van baten en lasten .................................... 28 7.1 Bedrijfsopbrengsten ................................................................................28 7.1.1 Renteopbrengsten leningen ..............................................................28
1
7.1.2 Renteopbrengsten gebouwen ............................................................28 7.1.3 Schuldhulpverlening gemeenten ........................................................28 7.1.4 Schuldhulpverlening cliënten ............................................................28 7.1.5 Preventiewerkzaamheden.................................................................28 7.1.6 Budgetservice .................................................................................28 7.1.7 Vergoeding beschermingsbewind ......................................................29 7.1.8 Vergoeding bemiddelingskosten ........................................................29 7.1.9 Subsidies .......................................................................................29 7.1.10 Overige vergoedingen ......................................................................29 7.1.11 Huur ..............................................................................................29 7.1.12 Incidentele opbrengsten ...................................................................29 7.1.13 Bijdrage GR-leden inzake bestuursadvies ...........................................29 7.2 Bedrijfslasten ........................................................................................29 7.2.1 Afschrijvingen
.................................................................................29 7.2.2 Overige bedrijfskosten .....................................................................30 7.3 Wet normering Topfunctionarissen ............................................................32 Deel 3: Overige gegevens ................................................................................. 34 8.
Overige gegevens ................................................................................... 35 8.1 Gebeurtenissen na balansdatum ...............................................................35 8.2 Resultaatsbestemmingsvoorstel ................................................................35 8.3 Controleverklaring ...................................................................................35
Bijlage 1 Dienstverleningsovereenkomsten per 31 december 2022 .................. 36 Bijlage 2 Formatieoverzicht per 1 januari en 31 december 2022 ...................... 37
2
Deel 1: Jaarverslag 2022
3
1
Bericht van het dagelijks Bestuur
1.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft een aantal algemene zaken die de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) raken bezien vanuit het Dagelijks Bestuur van de GKB. De gemeenschappelijke regeling (GR) vormt de basis voor het beleid van de GKB. In de GR zijn de doelstelling en de te behartigen belangen van de GKB opgenomen in artikel 4: Artikel 4. Doelstelling en te behartigen belangen. 1. De bank is een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in artikel 6 Wet Consumenten Krediet. Zij heeft tot doel, met in achtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, om een, zowel vanuit bedrijfseconomische alsook maatschappelijke optiek bezien, verantwoord pakket van (al dan niet) financiële dienstverlening aan te bieden. Dit in het bijzonder aan de ingezetenen van het werkgebied van de bank. 2.
In het licht van de omschreven doelstelling behartigt de bank de volgende belangen: deelnemen aan krediettransacties; treffen van schuldenregelingen; budgetbeheer; afgifte van verklaringen op grond van de Faillissementswet; bewindvoering en curatele op grond van de Faillissementswet; bewindvoering op grond van het Burgerlijk Wetboek; preventie; bevorderen van de spaarzin; het verrichten van diensten alsmede alle verdere handelingen die met het vorenstaande in verband staan; de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk zijn; zorg dragen voor een harmonische en evenwichtige ontwikkeling van de onderneming. 3. Het behalen van winst is geen doel van de bank. 1.2
Samenstelling Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur
De samenstelling van het bestuur is als volgt: Dagelijkse Bestuur Gemeente Hoogeveen Gemeente Assen Gemeente Meppel
J. Zwiers C. Staal J. Bos
Algemeen Bestuur Dagelijks bestuur aangevuld met: Gemeente Hoogeveen J. Westendorp Gemeente Assen A. Smit Gemeente Meppel R. van Ulzen De directeur van de GKB is ambtshalve als secretaris zowel aan het Algemeen als het Dagelijks Bestuur toegevoegd. Het Bestuur wordt in haar werkzaamheden ondersteund door het Beleidscoördinatorenoverleg (BCO). De drie gemeenten worden hierin vertegenwoordigd door de beleidsambtenaar. Bij financiële agendapunten wordt het BCO uitgebreid met financiële specialisten van de drie gemeenten.
4
1.3
Beleidsvisie van het Bestuur
Het Bestuur van de GKB heeft begin 2022 besloten tot het starten van een proces van vervreemding van de activiteiten van de GKB. Naar aanleiding van dit besluit is er in 2022 nog een impactanalyse gedaan naar de mogelijke gevolgen van vervreemding om uiteindelijk een adviesaanvraag in te kunnen dienen bij de Ondernemingsraad. Door zowel wisselingen in het bestuur als door het vertrek van de voormalige directeur is dit proces in 2022 stil komen te vallen. Per 6 oktober is de nieuwe (interim) directeur aangetreden en daarmee is een nieuwe fase ingetreden met betrekking tot de vervreemding van de activiteiten van de GKB. Het bestuur heeft eind 2022 besloten om nog een onderzoek te doen naar 3 scenario’s: 1. Aanbesteding van de GKB in zijn geheel; 2. Verzelfstandiging in een andere juridische vorm (zonder of met een derde partij); 3. De schuldhulpverlening door de 3 GR-gemeenten in eigen beheer laten uitvoeren. Eind mei 2023 moet er een besluit vallen in hoeverre de GKB in zijn geheel aanbesteed kan worden of dat de GKB verzelfstandigd wordt in een andere juridische vorm. Gezien de verwachte doorlooptijd van implementatie van het scenario, is ook het besluit genomen dat de voorgenomen einddatum van de GR opschuift naar 1 januari 2025. De GKB blijft dus in 2023 en 2024 in haar huidige vorm bestaan.
1.4
Ontwikkelingen ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling
De samenstelling van de gemeenschappelijke regeling is in 2022 niet gewijzigd, er zijn geen gemeenten uit- of toegetreden. Uit de financiële beschouwingen (zie verder de jaarrekening) blijkt dat de exploitatie over 2022 met een negatief saldo is afgesloten. 1.5
Maatschappelijke ontwikkelingen die de GKB raken
Het jaar 2022 stond ook voor de GKB in het teken van een terugkeer naar een “normale” werksituatie. Personeel kan weer gewoon op kantoor werken, klanten kunnen weer ontvangen en bezocht worden. Uiteraard heeft de hele economische ontwikkeling in Nederland en de wereld een impact op de financiële situatie van veel huishoudens. We zien heel veel initiatieven van zowel lokale als centrale overheden om inwoners allerlei vormen van financiële hulp te bieden. Dat is wellicht één van de redenen dat we het aantal nieuwe aanmeldingen nog steeds niet zien stijgen. Die hebben zich in 2022 gestabiliseerd op het niveau van de jaren daarvoor. De grote groei die voorspeld is door allerlei instanties heeft zich nog niet voorgedaan. 1.6
Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening
De jaarrekening 2022 is vastgesteld in de vergadering van het algemeen Bestuur van de Gemeentelijke Kredietbank van 26 april 2023.
Voorzitter
Secretaris
C. Staal
H. de Groot
5
2.
Programmaverantwoording
2.1
Inleiding
De Gemeentewet schrijft voor dat elke gemeente jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Het BBV gaat er vanuit dat een programmaplan verschillende programma’s bevat. Onder een programma wordt een samenvattend geheel van activiteiten verstaan. Aangezien de GKB slechts belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening in de meest brede zin, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. Ingevolge artikel 8 van het BBV moeten in het programmaplan de doelstellingen en de beoogde maatschappelijke effecten worden behandeld, alsmede de wijze waarop men deze wil bereiken. Ingevolge artikel 9 van het BBV dienen in paragrafen de beleidslijnen te worden vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Op de GKB zijn vijf verplichte paragrafen van toepassing, te weten: het weerstandsvermogen, het onderhoud van de kapitaalgoederen, de financiering, de bedrijfsvoering en de verbonden partijen. 2.2
Verplichte paragrafen
2.2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Volgens het BBV is het begrip weerstandsvermogen het verband tussen weerstandscapaciteit en de risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het weerstandsvermogen is nodig om te voorkomen dat bij een andere uitkomst van kosten en/of opbrengsten in enig jaar, als gevolg van niet te voorziene ontwikkelingen, de aangesloten gemeenten aan een eventueel tekort moeten bijdragen. Risico’s zijn onder andere: Risico
Omvang risico
Dalende opbrengsten door wegvallende dienstverlening waardoor geen sluitende bedrijfsvoering kan worden gerealiseerd.
Voor 2023 zijn de overeenkomsten met DVO-gemeenten afgesloten, waarmee in 2023 geen verdere daling van omzet wordt verwacht. Voor 2024 is de verwachting nog onzeker. Weglekken van kennis, waarmee de bedrijfsvoering in geding komt.
Vertrek vast personeel dat door tijdelijk moet worden vervangen gezien de onzekere toekomstsituatie Wachtgeldverplichtingen als gevolg van beëindigingen dienstverband(en). Vervanging bij (hoog) ziekteverzuim. Niet (tijdig) in kunnen spelen op wijzigingen in de Rijksregelgeving. Discussie over omzetbelasting op diensten binnen de schuldhulpverlening.
Maximaal 2 jaar WW, gemiddelde kosten € 100.000 per FTE Gemiddeld € 120.000 per jaar bij 2 FTE langdurig ziek p.m. €200.000-€400.000
Begin 2020 heeft het Bestuur met de vaststelling van het geactualiseerde Bankreglement besloten tot een weerstandsvermogen van 0% voor de GKB. Een exploitatietekort wordt ten laste gebracht van de deelnemende gemeenten. Een exploitatieoverschot komt ten gunste van de deelnemende gemeenten. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast t.o.v. de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
6
Netto schuldquote (A+B+CD-E-F-G)/H * 100% A Vaste schulden Netto vlottende B schuld C Overlopende passiva D Financiële activa E Uitzettingen F Liquide middelen G Overlopende activa H Totale baten
2022
2021
42,38% 1.400.000
38,81% 1.400.000
6.020.205 162.489 3.300.842 69.193 1.219.924 101.700 6.821.946
7.621.863 221.383 3.354.409 613.881 2.142.781 346.263 7.178.600
Geconstateerd kan worden dat de netto schuldquote ten opzichte van 2021 verslechterd is. Het saldo van passiva en activa verslechterd, maar ook de omzet in 2022 is lager. Beide hebben een negatief effect op de netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inals exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dat betekent voor de schuldenlast.
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F)/G * 100% A B C D E F G
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten
2022
2021
90,76% 1.400.000 6.020.205 162.489 69.193 1.219.924 101.700 6.821.946
85,54% 1.400.000 7.621.863 221.383 613.881 2.142.781 346.263 7.178.600
Zoals uit bovenstaande vergelijking blijkt is ook deze positie verslechterd. De financiële activa (verstrekte kredieten) vormen een belangrijk aandeel in de activa van de GKB. Indien men deze corrigeert op de schuldquote blijkt duidelijk dat de schulden (passiva) een groter aandeel zijn ten opzichte van de baten dan de activa. Het beperkte eigen vermogen van de GKB speelt hier uiteraard ook een belangrijke rol. Solvabiliteitsrisico Het solvabiliteitsrisico geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder het solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (algemene en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Solvabiliteit (A/B) * 100% A B
Eigen vermogen Balanstotaal
2022 -11,68%
2021 -5,23%
-834.028 7.138.953
-485.576 9.285.351
Het eigen vermogen van de GKB is negatief. Mede als gevolg hiervan komt het tekort van 2022 direct en volledig ten laste van de GR-leden. Het negatieve eigen vermogen zal worden aangezuiverd door de GR-gemeenten door bijstorting van het negatieve resultaat. De kengetallen grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zijn bij de GKB niet van toepassing.
7
2.2.2. Onderhoud kapitaalgoederen Jaarlijks wordt op begrotingsbasis een gering bedrag (variërend van €7.000 tot € 9.000) gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. Dit bedrag is gebaseerd op een meerjarenonderhoudsplan welke opnieuw is opgesteld begin 2020. 2.2.3. Financiering Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) dient de GKB jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. De doelstellingen, richtlijnen en limieten van het voorgestane beleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. In 2020 heeft de GKB externe financiering aangetrokken in de vorm van een langlopende lening van €1,4 miljoen en een rekening courant faciliteit van €4,5 miljoen, welke in 2022 is verhoogd naar €5,5 miljoen, beide bij de BNG. Met de vaststelling van de begroting 2022 heeft het Algemeen Bestuur tevens de kasgeldlimiet en een mogelijke overschrijding daarvan vastgesteld. De renteopbrengsten zijn opbrengsten uit de verstrekte leningen. Rentelasten betreffen de rentekosten op de langlopende lening en rekening courant verhouding ad € 6.300 voor 2022. Er vindt geen rentetoerekening plaats aan investeringen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar.
Dit percentage is vastgelegd in de “uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden”. De GKB heeft een aangepaste kasgeldlimiet afgesproken met de provincie Drenthe van 62%. Kasgeldlimiet per 31-12-2022
Bedragen x € 1.000, -
Omvang begroting 2022
7.036
Grondslag kasgeldlimiet
62%
Kasgeldlimiet in bedrag
4.362
De ontwikkeling van de kasgeldlimiet was in 2022 als volgt: Q1
Q2
Q3
Q4
Bijgestelde kasgeldlimiet
4.362
4.362
4.362
4.362
Netto vlottende schuld
4.846
4.939
4.639
4.921
484
577
277
559
Overschrijding kasgeldlimiet
De GKB heeft gedurende 3 kwartalen de kasgeldlimiet overschreden. De GKB heeft voor 2023 nieuwe afspraken gemaakt inzake het kasgeldlimiet.
Renterisiconorm De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd middels de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van de omvang van de begroting. Het doel is om op deze wijze spreiding te krijgen in de rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Hierdoor werkt een verandering in de rente vertraagd door op de rentelasten. Uit onderstaande tabel blijkt dat de GKB ruimschoots binnen de gestelde rente risiconorm blijft.
8
RENTERISICONORM EN RENTERISICO’S VAN DE VASTE SCHULD PER 31-12-2022 (BEDRAG X€ 1.000) Renterisico op vaste schuld 1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2
0
Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
3a Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g
0
3b Nieuw verstrekte lange leningen u/g
0
4
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
0
5
Betaalde aflossingen
0
6
Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
0
7
Renterisico op vaste schuld (2 + 6)
0
Rente risiconorm 8
Stand van de vaste schuld per 1 januari
9
Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage
10 Rente risiconorm
1.400 20% 1.407
Toets Rente risiconorm 10
Rente risiconorm
1.407
7
Renterisico op vaste schuld
1.400
11
Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10 – 7)
7
2.2.4. Bedrijfsvoering In tegenstelling tot de algemene programmaverantwoording zal in deze paragraaf aandacht besteedt worden aan de beleidsmatige, toekomstgerichte aspecten van de bedrijfsvoering. a.
Investeringsbeleid
In 2022 heeft de GKB beperkt geïnvesteerd, we hebben ons beperkt tot de noodzakelijke niet uit te stellen investeringen. De Corona crisis maar ook de evaluatie van de strategische koers lagen ten grondslag aan het terughoudende investeringsbeleid. b.
Organisatiestructuur en formatie
De formatie van de GKB beweegt mee op de dalende vraag naar de dienstverlening van de GKB. Zowel in de directe als de indirecte formatie is de laatste jaren stevig ingegrepen, zoveel mogelijk met behoud van flexibiliteit en tegen zo laag mogelijke frictiekosten. In 2022 is de formatie redelijk stabiel gebleven, het aandeel flexibele bezetting is wel toegenomen door vertrek van vaste medewerkers. Een overzicht van de formatie is opgenomen in de bijlage. De organisatiestructuur is niet gewijzigd. Een voorgenomen reorganisatie van de indirecte formatie is vertraagd en deels door natuurlijk verloop gerealiseerd. c.
Kansen en bedreigingen
Met het voorgenomen besluit tot vervreemding spreken we niet meer van kansen en bedreigingen voor de staande organisatie. De toekomst van de GKB is afhankelijk van het te kiezen scenario in 2023. Op basis daarvan zal er eventueel een nieuwe invulling gegeven worden aan de missie, visie en strategie van de GKB.
9
d.
Toetsingscriteria
Op grond van het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden moeten ook gemeenschappelijke regelingen verantwoording afleggen over het rechtmatig handelen. De accountant zal hierover een uitspraak doen in de controleverklaring. Voor de toetsing van rechtmatigheid geldt voor 2022 het volgende normenkader, waarbij uitsluitend wordt getoetst op de criteria recht, hoogte en duur: - Wet FIDO - Besluit aanbesteding overheidsopdrachten - Algemene wet Bestuursrecht 2.2.5 Verbonden partijen Op grond van het BBV is een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de bank een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat dus om een combinatie van beide belangen. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (art. 1 BBV). Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. De GKB is opgericht door de volgende gemeenten: Gemeente Assen Gemeente Meppel Gemeente Hoogeveen Bovengenoemde gemeenten hebben in 1990 de gemeenschappelijke regeling ingesteld als rechtsopvolger van de drie volkskredietbanken.
Oorspronkelijk was vooral sociale kredietverlening het gezamenlijke belang van deze samenwerking, eind vorige eeuw kreeg de GKB een belangrijke rol bij de uitvoering van schuldhulpverlening. Problematische schulden vormen een forse belemmering voor burgers en gemeenten bij het realiseren van opdrachten en ambities. De GKB levert een bijdrage aan het wegnemen van deze belemmeringen. Verbonden partijen stichtingen en verenigingen: Bij de aankoop van het huidige pand is een vereniging van eigenaren opgericht. De GKB maakt deel uit van deze vereniging. De tweede deelnemer van de VVE is Inter-psy. De vereniging beheert het pand waarbij de GKB 90% eigenaar is en Inter-psy 10%. De totale omvang van de gezamenlijke beheerskosten bedragen € 119.000,-. Deze kosten worden middels servicekosten omgeslagen op de vier gebruikers van het kantoor, de GKB, Inter-psy, Publiek Vervoer en het OV bedrijf Groningen-Drenthe (laatste 2 als huurders).
10
Deel 2: Jaarrekening 2022
11
3.
Jaarrekening
3.1
Balans
ACTIVA
31-12-2022
31-12-2021
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Leningen u/g Doorlopende kredieten Debiteurenvoorziening
2.447.294
3.033.984 342.960 -76.102
Totaal vaste activa
2.828.017
3.234.988 231.345 -111.924 3.300.842
3.354.409
5.748.136
6.182.426
Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige uitzettingen Overige vorderingen
0 0 69.193
548.348 0 65.532 69.193
613.881
Liquide middelen
1.219.924
2.142.781
Overlopende activa
101.700
346.264
Totaal vlottende activa
1.390.817
3.102.926
TOTAAL ACTIVA
7.138.953
9.285.352
12
PASSIVA
31-12-2022
31-12-2021
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Gerealiseerd resultaat Bestemmingsreserves
9.819 -883.108 39.261
9.819 -560.811 65.416
Totaal eigen vermogen
-834.028
-485.576
Voorzieningen
390.286
527.681
Langlopende leningen
1.400.000
1.400.000
Totaal vaste passiva
956.258
1.442.105
Netto-vlottende schulden Schulden aan openbare lichamen Overige schulden
61.187 5.959.019
0 7.621.863 6.020.205
Overlopende passiva Vooruit ontvangen SHV Overige
112.422 50.067
7.621.863
158.681 62.703 162.489
221.384
Totaal vlottende passiva
6.182.694
7.843.247
TOTAAL PASSIVA
7.138.953
9.285.352
13
3.2
Overzicht van baten en lasten
Baten
14
Lasten
15
3.3
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Dit betreft de bijdrage in de exploitatie van de GR deelnemers die als rechtstreekse vermogensmutatie is verantwoord en niet via de staat van baten en lasten.
16
4.
Analyse en bestemming resultaat
4.1
Analyse resultaat
In 2022 is een negatief resultaat voor mutaties in reserves van € 909.263,- gerealiseerd. Conform de gemeenschappelijke regeling wordt het negatieve resultaat van 2022 ten laste gebracht van de GR-gemeenten. In 2022 is € 26.155,- onttrokken aan de mobiliteitsreserve voor medewerkers. Hierdoor is het resultaat na mutaties in bestemmingsreserves € 883.108,- negatief. 4.2
Baten
Overzicht In onderstaande tabel een overzicht van de geraamde baten en de realisatie. De totale omzet is ten opzichte van de begroting met € 213.973 gedaald. Begroting 2022 Vastgesteld
Realisatie
Rente opbrengsten leningen
380.000
283.358
Rente opbrengsten gebouwen
130.000
128.916
Schuldhulpverlening GR
1.299.499
1.167.695
Vergoeding beschermingsbewind GR
748.408
647.441
Schuldhulpverlening DVO
2.051.784
1.806.969
Vergoeding beschermingsbewind DVO
937.893
447.755
Schuld oplossen Zelfbetalers
30.000
10.587
Budgetbeheer Zelfbetalers
413.455
361.074
Vergoeding beschermingsbewind Zelfbetalers
643.880
1.031.622
Preventiewerkzaamheden
85.000
314.814
Vergoeding bemiddelingskosten
170.000
120.250
Overige vergoedingen
37.000
27.347
Huur
89.000
88.357
Incidentele opbrengsten
20.000
188.209
Subsidie O2
0
47.333
Sociaal Krediet
0
35.328
Bijdrage GR Bestuursadvies
0
114.891
Totaal opbrengsten
7.035.919
6.821.946
Kredietopbrengsten De trend van dalende opbrengsten uit de kredietportefeuille zet door. De oorzaken van deze dalende trend zijn al eerder genoemd, krimpend werkgebied, dalende populariteit kredietaanbod GKB, lagere maximaal toegestane rente. De GKB zet tegen deze trend geen actief beleid in om de renteopbrengsten te verhogen. Vanwege de geringe instroom schuldhulpverlening blijft het verwachte stabiliserende effect van meer te verstrekken saneringskredieten uit. Lagere opbrengst schuldhulpverlening De begroting ging uit van 16 aanmeldingen per week, het werkelijke aantal aanmeldingen is uitgekomen op 13,5 per week. In onderstaande grafiek de ontwikkeling van de aanmeldingen in 2021 en 2022.
17
Zo goed als alle baten zijn afhankelijk van de instroom en volgen de trend die daarin is te zien. Bewindvoering volgt iets later omdat er nog sprake is van een werkvoorraad onder de hamer van de Rechtbank. Gezien het vertrek van een aantal DVO-gemeenten in de afgelopen 2 jaar zien we bij zowel budgetbeheer als bij bewindvoering een daling van het aantal dossiers. O2 Subsidie Het toegekende bedrag voor de O2 subsidie bedraagt € 142.000. De pilot draait sinds begin 2021 en de projectactiviteiten dienen volgens de voorwaarden uiterlijk op 31 december 2021 uitgevoerd te zijn. Vanwege de lage instroom vertraagt het project waardoor de projectduur is verlengd naar 1 juli 2022. Inmiddels is het project afgerond en is de verantwoording bij de Provincie ingediend. 4.3
Lasten
Overzicht In onderstaande tabel een overzicht van de gerealiseerde kosten ten opzichte van de begroting. De totale kosten liggen € 747.617 boven begroting. Begroting 2022 Vastgesteld
Realisatie
Kosten Preventieactiviteiten
7.500
4.290
Rente externe financiering
32.000
6.300
Personeelskosten
5.262.372
6.101.327
Automatiseringskosten
327.360
350.211
Huisvestingskosten
236.313
253.007
Gebouwen
104.000
100.664
Automatisering
360.000
271.056
Kantoorinventaris
31.000
19.863
Directe kosten
Apparaatskosten
Afschrijvingen
18
Algemene kosten Portokosten
90.000
52.519
Telefoonkosten
80.000
43.024
Betalingsverkeer
66.495
77.377
Accountants- en advieskosten
55.000
90.103
Overige kosten
194.552
156.736
Debiteurenvoorziening
0
0
Onderhoudsvoorziening
7.000
7.000
Voorziening personeelskosten
130.000
82.843
Bestuursadvies
0
114.891
Totaal kosten
6.983.592
7.731.209
Dotatie voorzieningen
Personeelskosten: Formatie In onderstaande tabellen de ontwikkeling van de formatie en bezetting van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Door interne mobiliteit verschuift formatie tussen de categorieën. Ontwikkeling bezetting 2022 01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
Indirect
15,50
14,50
15,17
16,08
15,44
16,06
14,61
14,61
13,83
13,83
13,61
13,50
Direct
54,52
56,27
57,05
56,58
57,36
58,36
58,47
58,52
55,86
51,36
53,74
53,33
Overig *
5,58
5,17
4,61
3,58
3,11
2,89
2,72
2,56
3,89
6,50
8,00
9,47
Totaal
75,61
75,94
76,83
76,24
75,91
77,30
75,80
75,69
73,58
71,69
75,36
76,30
* Gedetacheerd, boventallig of langdurig verzuim
Ontwikkeling flexibele formatie in FTE 2022
Flexibel
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
Gem.
10
11
14
14
15
16
16
15
13
12
16
16
14
Personeelskosten: Overschrijding In de begroting 2022 is uitgegaan van een krimpscenario waarbij de flexibele schil volledig ingezet zal worden. In de begroting is benoemd dat alleen vaste medewerkers die een noodzakelijk positie invullen zullen worden vervangen door uitzendkrachten. Gezien het werkaanbod en de verplichting om wel alle cliënten te kunnen ondersteunen hebben we alle vaste medewerkers die vertrokken zijn vervangen door flexibele krachten. In onderstaande tabel een weergave van de in en uitstroom van de formatie. We zien dat in 2022 naast het vertrek van de flexibele formatie ook 11 fte van de vaste formatie is vertrokken. Het grootste deel van deze vaste medewerkers hebben we ook weer moeten vervangen door uitzendkrachten. Flexibele krachten zijn echter maandelijks fors duurder dan de vaste formatie (factor ca. 2,4). In de begroting 2022 is onvoldoende rekening gehouden met deze meerkosten. Daarnaast zijn de personeelskosten fors hoger geworden door de vertrekregeling van de vorige directeur welke kosten ook niet in de begroting waren opgenomen.
19
In-, door- en uitstroom 2022 01
Instroom
Doorstroom
Uitstroom
02
03
04
05
06
DV
07
08
09
10
11
1
Inleen
1
DV
1
4
1
4
1
2
1 3
1
Inleen
2
5
1
Inleen DV
3
3 1
1 1
3
2 1
1
3
4
Onder de bestuurskosten zijn de lasten voor de bestuursopdrachten aan de extern adviseur, de notulist en de lasten voor de directeur bedrijfsvoering. De totale kosten worden gedeeld door 3 en ten laste gebracht bij de GR-leden. Exploitatie resultaat In onderstaande tabel het exploitatieresultaat 2022 exclusief dotatie reserves:
6.821.946
Totaal lasten
6.983.592
7.731.209
Resultaat voor reserves 52.327
26
1
3
2
Bestuursadvies
Realisatie 2022
3
11
Een flink aantal overige kosten hebben we kunnen terugdringen maar anderen zijn daarentegen ook weer gestegen. Het totaal valt bijna € 38.000,- lager uit dan geraamd in de vastgestelde begroting.
7.035.919
2
1
Overige kosten
Totaal baten
1
4
* DV = dienstverband
Begroting 2022 Vastgesteld
Totaal
1 1
2
12
-909.263
20
17
5.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
5.1
Inleiding
Onderstaande grondslagen, waarop de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. De jaarrekening voldoet aan het BBV 2004. 5.2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
Het bestuur heeft begin 2022 het voorgenomen besluit tot “vervreemding van de activiteiten van de GKB” bekend gemaakt. Aangezien er nog sprake is van een voorgenomen besluit en nog geen formeel definitief besluit is de jaarrekening opgesteld op basis van continuïteit. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld staat, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Het meerjarig inzicht in de financiële positie alsmede het meerjarige inzicht in de toekomstige balansen is niet opgenomen in de jaarrekening, omdat dit het inzicht niet ten goede komt. Hiervoor wordt verwezen naar de begroting. 5.3
Balans
Materiële vaste activa De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de verkrijging- of vervaardigingprijs, verminderd met de afschrijvingen. Bij de waardering van de materiële vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. Bijdragen van derden op investeringen worden in mindering gebracht op de investeringen. Op grond wordt niet afgeschreven. Voor het overige vindt afschrijving plaats op basis van de historische aanschafprijs volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het jaar van ingebruikname van de activa. De afschrijvingstermijnen volgens de lineaire methode bedragen in jaren: Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Verbouwingen Inventarissen Automatisering
n.v.t. 35 - 44 10 - 20 5 - 10 3-5
Financiële vaste activa Waardering vindt plaats op basis van de verkrijgingprijs verminderd met aflossingen. Voor de verwachte oninbaarheid van leningen en kredieten is een voorziening getroffen. De debiteurenvoorziening wordt bepaald op basis van het gemiddelde aan afgeboekte kredieten van de afgelopen zeven jaren. Uitzettingen en overlopende activa De uitzettingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen en omvatten bank-, giro- en kassaldi en kruisposten.
21
5.4
Eigen vermogen
Algemene reserve De algemene reserve dient als algehele buffer om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen. Bestemmingsreserves Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waar aan door het Bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Het gehele bedrag van de bestemmingsreserves ultimo het jaar dient onderbouwd te zijn met bestuursbesluiten van het algemeen Bestuur, dan wel opgenomen te zijn in het voorliggende voorstel tot resultaatbestemming. 5.5
Overige passiva
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Tenzij anders vermeld worden de voorzieningen gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. De voorziening onderhoud heeft betrekking op het planmatig onderhoud aan de gebouwen en is bedoeld om schommelingen in de lasten op te vangen. De voorziening personeelskosten heeft betrekking op de frictiekosten die gemoeid gaan met de krimp van de organisatie en daarmee de krimp van de formatie en op langdurig ziekteverzuim. Vaste schulden De vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de reeds gedane aflossingen. Vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 5.6
Overzicht van baten en lasten
Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Onder baten worden verstaan de baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hierboven vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Conform het BBV worden de mutaties in reserves, zowel bij de begroting als bij de rekening, separaat verantwoord. Zowel het totaal van saldo van baten en laten als het resultaat zijn hierdoor inzichtelijk. Opbrengsten De opbrengsten worden verantwoord voor zover gerealiseerd. Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten van de vaste activa. De afschrijvingstermijn bedraagt maximaal de economische levensduur. Personeelskosten Hierop worden de totale salariskosten van het personeel verantwoord inclusief overige personele kosten.
22
6.
Toelichting op de balans
6.1
Activa
6.1.1
Materiële vaste activa
Een overzicht van de materiële vaste activa is onderstaand opgenomen. Grond
Gebouwen
Verbouwingen
143.924
1.702.112
133.771
845.261
2.951
2.828.019
Herrubricering
0
0
0
0
0
0
Investeringen
0
0
0
10.859
0
10.859
143.924
1.702.112
133.771
856.120
2.951
2.838.878
Desinvesteringen
0
0
0
0
0
0
Afschrijvingen
0
82.470
18.194
289.685
1.234
391.583
Ontvangen subsidies
0
0
0
0
Duurzame waardeverminderingen
0
0
0
0
0
0
143.924
1.619.642
115.577
566.435
1.717
2.447.295
35-44 jaar 10-20 jaar
3-5 jaar
10 jaar
Boekwaarde per 1 januari 2022
Boekwaarde per 31 december 2022
Afschrijvingstermijnen
6.1.2
n.v.t.
Automatisering
Inventaris
Totaal
0
Financiële vaste activa Persoonlijk
Doorlopend
Totaal
Boekwaarde 01-01-2022
3.234.988
231.345
3.466.333
Verstrekkingen 2022
1.666.906
291.973
1.958.879
Aflossingen Afboekingen Boekwaarde 31-12-2022
-1.824.032 -43.878 3.033.984
-178.239 -2.119 342.960
-2.002.271 -45.997 3.376.944
Bij de persoonlijke leningen gaat het om sociale kredieten, herfinancieringskredieten, kostenkredieten en saneringskredieten. Totaal 1.649 kredieten met een gemiddeld uitstaand bedrag van € 1.840,-. Bij het doorlopend krediet gaat het om totaal 153 kredieten met een gemiddeld uitstaand bedrag van € 2.242,-. 6.1.3
Verloop debiteurenvoorziening
Debiteurenvoorziening Stand per 01-01-2022
111.924
Storting
39.630
Afschrijving i.v.m. oninbaarheid
-75.452
Stand per 31-12-2022
76.102
De grondslag van de omvang van de voorziening is vanaf boekjaar 2016 gebaseerd op het voortschrijdende gemiddelde van de afschrijvingen over afgelopen zeven jaar en is ook gerelateerd aan de ontwikkelingen in de boekwaarde.
23
6.1.4
Uitzettingen 2022
2021
0 0
548.348 0
Overige vorderingen Te vorderen BTW Aangifte BTW 4e kwartaal boekjaar
69.193 0
69.194 -3.661
Totaal
69.193
613.881
Vorderingen op openbare lichamen Vordering gemeenten schuldhulpverlening Vordering GR-gemeenten Algemene Reserve
Zoals omschreven in de paragraaf weerstandsvermogen zijn er landelijk diverse discussies over de omzetbelasting in relatie tot de diensten binnen de schuldhulpverlening. Het is niet geheel duidelijk of alle schuldhulpverlening BTW vrijgesteld is, de discussie gaat met name over bewindvoering. De GKB is van mening dat de diensten van bewindvoering vrijgesteld zijn van BTW. De Belastingdienst heeft in haar beleid opgenomen dat zij van mening is dat bewindvoering niet vrijgesteld is van BTW. In 2019 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in een vergelijkbare zaak en uitgesproken dat bewindvoering wel vrijgesteld is van BTW. De Belastingdienst is in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak. Mocht de Belastingdienst alsnog in het gelijk gesteld worden dan heeft dit mogelijk ook gevolgen voor de GKB. De inspecteur van de Belastingdienst is in 2019 langs geweest om de situatie met de GKB te bespreken. De Belastingdienst heeft nog geen standpunt ingenomen richting het GKB, maar er bestaat een risico dat de GKB onterecht geld heeft terug gevraagd afgelopen jaren, of dat de GKB te weinig BTW heeft afgedragen in afgelopen jaren. Dit is afhankelijk van de uitspraak van het Hooggerechtshof, dat kan nog jaren duren. Halverwege 2020 is de GKB volledig gestopt met het afdragen en terugvragen van btw met betrekking tot de schuldhulpverlening.
Enkel de BTW die in rekening gebracht moet worden op detacheringsovereenkomsten met een looptijd van langer dan 1 jaar is afgedragen aan de Belastingdienst. 6.1.5
Liquide middelen
Kasgelden Banktegoeden Totaal
2022 658 1.219.266 1.219.924
2021 672 2.142.109 2.142.781
Ten aanzien van de liquide middelen gelden geen opnamebeperkingen. Evenmin worden er ten aanzien van liquide middelen valutarisico’s gelopen. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de GKB. De GKB maakt geen gebruik van schatkistbankieren. 6.1.6
Overlopende activa 2022
Licenties Allegro Inzake project Vroegsignalering Vooruitbetaalde bedragen Terug te ontvangen transitievergoeding Saldo klantreserveringen Bijdrage GR Bestuursadvies Overige overlopende activa Totaal
0 0
2021 61.543 0
49.818
70.587
48.500 0
48.500 41.321
338 3.044 101.700
105.685 18.627 346.263
Eind van het jaar werden voorheen de licentiekosten van Allegro (het software systeem voor schuldhulpverlening en kredietverlening) voor het volgende jaar vooruitbetaald. Het bestuur is begin 2022 gestart bezig met een evaluatie van de huidige strategische koers. De kosten die hiervoor gemaakt zijn, worden apart in rekening gebracht bij de GR leden.
24
6.2
Passiva
6.2.1
Algemene reserve
Algemene reserve Saldo per 1 januari Bijdrage GR-leden Toevoeging resultaat Saldo per 31 december
6.2.2
2022 9.819 560.811 -560.811 9.819
2021 9.819 1.160.551 -1.160.551 9.819
2022 65.415 0 -26.155 39.261
2021 100.000 0 -34.585 65.415
Bestemmingsreserves
Reserve reorganisatiekosten en mobiliteitskosten Saldo per 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo per 31 december
De reservering is in 2017 gevormd om de kosten van de reorganisatie te dekken waarna in 2020 een nieuwe storting in deze reserve is gedaan van € 100.000 om de mobiliteit te ondersteunen en daarmee frictiekosten te voorkomen. In 2022 zijn de kosten met betrekking tot mobiliteit hieruit gedekt. Deze onttrekking is rechtmatig op basis van een in het verleden genomen besluit door het algemeen bestuur. 6.2.3
Nog te bestemmen resultaat
Conform het gestelde in paragraaf 6, artikel 41, van de gemeenschappelijke regeling, wordt een nadelig exploitatiesaldo gedekt uit de algemene reserve. Bij gebreke van deze reserve, wordt het nadelig exploitatiesaldo gedekt door de deelnemende gemeenten in verhouding tot het aantal inwoners van die gemeenten op 1 januari van het desbetreffende exploitatiejaar. Het negatieve resultaat over 2022 ad € 883.108,- wordt middels de resultaatbestemming in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten op basis van inwoneraantallen. 6.2.4
Voorzieningen
De voorzieningen bestaan in 2022 uit drie onderdelen: de voorziening “groot onderhoud”, de voorziening “personeelskosten” en de voorziening “verlofsparen”. 2022
2021
Groot onderhoud
142.367
135.367
Personeelskosten
194.847
392.314
Verlofsparen
53.072
0
Totaal
390.286
527.681
De voorziening groot onderhoud is gebaseerd op een meerjaren onderhoudsplan. De GKB heeft een actueel meerjaren onderhoudsplan laten opstellen voor de periode 2020 - 2030. Op basis van dit plan is de jaarlijkse dotatie aangepast. Het geplande onderhoud van de afgelopen 2 jaar is niet uitgevoerd gezien de situatie van de GKB. Dit is in de onderhoudsvoorziening naar de toekomst doorgeschoven. Voorziening groot onderhoud
2022
2021
Saldo per 1 januari
135.367
130.362
7.000
9.000
Toevoegingen Onttrekkingen Saldo per 31 december
0
-3.995
142.367
135.367
In 2020 is een voorziening personeelskosten gevormd voor frictiekosten inzake boventalligheid en beëindigingsregelingen. In 2022 zijn de kosten voor boventalligheid en beëindigingsregelingen hieruit gedekt en heeft daarnaast een storting plaatsgevonden inzake een vaststellingsovereenkomst.
25
Voor één van de voormalig werknemers is in de voorziening niet de gehele wachttijdverplichting opgenomen maar de afkoopregeling. Dit omdat de verwachting is dat deze voormalig werknemer aanspraak zal maken op de afkoopregeling. De maximale verplichting bedraagt € 260.000,-. Hiervan is 30% voorzien. Voorziening personeelskosten Saldo per 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo per 31 december
2022 392.315 77.671 -275.139 194.847
2021 524.745 206.590 -339.021 392.315
Vanaf 2022 kan op basis van de CAO verlof opgespaard worden. Voorziening verlofsparen
2022
Saldo per 1 januari Toevoegingen
0 53.072
0 0
0
0
53.072
0
Onttrekkingen Saldo per 31 december
6.2.5
2021
Langlopende leningen
Langlopende leningen Saldo per 1 januari Opgenomen gelden Aflossingen Saldo per 31 december
2022 1.400.000 0 0 1.400.000
2021 1.400.000 0 0 1.400.000
In 2020 is externe financiering aangetrokken middels een langlopende lening bij BNG van € 1,4 miljoen. De lening heeft een looptijd van 10 jaar en is aflossingsvrij. De rente bedraagt jaarlijks 0,45%. 6.2.6
Netto-vlottende schulden
Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Totaal
2022 61.187 5.959.019 6.020.205
2021 0 7.621.863 7.621.863
Rekening Courant BNG Doorbetalingen Saldo depotrekeningen Saldo klantreserveringen Saldo interne rekeningen GKB Crediteuren Verlofuren Loonheffing + Sociale lasten Overige Totaal
2022 3.208.189 782.406 115.711 20.985 756.444 129.528 173.247 446.055 326.454 5.959.019
2021 4.324.541 1.035.981 389.202 0 706.197 208.521 254.232 336.204 366.986 7.621.863
In 2020 is een rekening courant verhouding met de BNG overeengekomen met een faciliteit van € 4,6 miljoen welke in 2021 is verhoogd naar € 5,5 miljoen. De rente bedraagt 1-maands Euribor vermeerderd met 65 basispunten. Het betreft een faciliteit voor onbepaalde tijd zonder aflossingsverplichting. De vergoeding voor het niet gebruikte deel van het limiet bedraagt 1maands Euribor vermeerderd met 25 basispunten.
26
6.2.7
Overlopende passiva 2022
2021
Vooruit ontvangen aflossingen
50.067
62.702
Vooruit ontvangen bijdragen schuldhulpverlening
112.422
158.681
Totaal
162.489
221.383
6.3
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en rechten
Leasecontracten De kosten voor de leasecontracten van 3 dienstauto’s bedragen € 2.420 per maand inclusief een brandstofvoorschot. Deze bedragen zijn inclusief btw. Alle contracten zijn aangegaan in 2020 en hebben een looptijd van 60 maanden. Daarnaast is er een langlopend leasecontract voor de printers. De overeenkomst heeft een duur van 60 maanden en is ingegaan op 19 juni 2017. Hierna wordt het contract automatisch per 3 maanden verlengd. De jaarlijkse kosten bedragen circa € 60.000,- en zijn inclusief afdrukken en toners. Huurcontract Betreft het huurcontract tussen de GKB en het OV Bureau, met als ingangsdatum 1 maart 2005, is op 1 maart 2022 verlengd voor een periode van 2 jaar. De huuropbrengst bedroeg in 2022 € 132.257,-.
27
7.
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
7.1
Bedrijfsopbrengsten
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle bedrijfsopbrengsten. Daarna volgt een specificatie per opbrengst.
Rente opbrengsten leningen
Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
Realisatie 2020
283.358
380.000
327.794
403.377
Rente opbrengsten gebouwen
128.916
130.000
128.916
128.916
Schuldhulpverlening Gemeenten
2.974.664
3.351.283
3.121.494
3.709.393
Schuldhulpverlening cliënten
371.661
443.455
366.934
341.027
Preventiewerkzaamheden
314.814
85.000
281.861
62.584
0
0
0
13.098
Vergoeding beschermingsbewind
2.126.817
2.330.181
2.271.253
2.478.289
Vergoeding bemiddelingskosten
120.250
170.000
160.423
312.453
Subsidies
82.661
0
94.667
0
Overige vergoedingen
27.348
37.000
47.981
53.325
Huur
88.357
89.000
84.510
82.840
Incidentele opbrengsten
188.209
20.000
78.751
84.595
Bijdrage GR-leden inzake bestuursadvies
114.891
0
214.116
0
7.178.600
7.669.897
Budgetservice
Totaal opbrengsten
7.1.1
6.821.946 7.035.919
Renteopbrengsten leningen
De renteopbrengsten leningen hebben betrekking op de rente welke in de exploitatie in rekening wordt gebracht voor zowel persoonlijke leningen, saneringskredieten als doorlopende kredieten. Dit betreft ook eventueel in rekening gebrachte boeterente en vertragingsrente. Het aantal uitstaande leningen is gedaald, net als het gemiddelde rentepercentage door het plafond van de overheid. Dit heeft effect op de omvang van de rentebaten. 7.1.2
Renteopbrengsten gebouwen
Betreft de rente welke ten laste van de huisvestingskosten wordt gebracht in verband met de aankoop van het pand in Assen. 7.1.3
Schuldhulpverlening gemeenten
De opbrengst schuldhulpverlening heeft betrekking op de vergoeding voor uitvoering van werkzaamheden in het kader van integrale schuldhulpverlening, exclusief beschermingsbewind voor gemeenten. 7.1.4
Schuldhulpverlening cliënten
Onder deze post worden de vergoedingen voor budgetbeheer en schuldhulpverlening geboekt die door de cliënten uit eigen middelen worden betaald. 7.1.5
Preventiewerkzaamheden
In opdracht van gemeenten en in een enkel geval van andere partijen voert de GKB preventieactiviteiten uit. Deze activiteiten zijn aanvullend op de basisdiensten van de GKB en worden op projectbasis gefinancierd. Preventie werkt uitsluitend op basis van kortdurende incidentele opdrachten. 7.1.6
Budgetservice
Onder deze noemer worden de inkomsten verantwoord die worden verkregen van de bewoners van voornamelijk de organisatie Cosis, die hun beperkte financiële zaken laten beheren door de GKB. Er heeft gedurende 2020 een verschuiving plaatsgevonden van de registratie van deze baten in verband met de overgang naar de nieuwe software. Een deel van de baten in zijn opgenomen
28
onder de baten uit schuldhulpverlening. In 2022 zijn de volledige baten met betrekking tot budgetservice opgenomen onder de baten schuldhulpverlening. 7.1.7
Vergoeding beschermingsbewind
De GKB wordt op basis van een uitspraak van de Rechter aangesteld als bewindvoerder. De wetgever stelt jaarlijks middels een ministeriele regeling de vergoedingen voor de werkzaamheden van de bewindvoerder vast. Deze vergoeding wordt vanwege het ontbreken van voldoende eigen middelen in circa 75% van de gevallen in rekening gebracht bij de gemeenten waar de onderbewindgestelde woonachtig is. In de overige 25% van gevallen zijn de cliënten zelf in staat de vergoeding te betalen. 7.1.8
Vergoeding bemiddelingskosten
In de dossiers waarbij sprake is van een schuldregeling in de vorm van een schuldbemiddeling wordt op de aan de schuldeisers uit te keren bedragen 9% bemiddelingskosten (norm NVVK) ingehouden. 7.1.9
Subsidies
Het toegekende bedrag voor de O2 subsidie bedraagt € 142.000. De pilot draait sinds begin 2021 en de projectactiviteiten dienen volgens de voorwaarden uiterlijk op 1 juli 2022 uitgevoerd te zijn. Daarnaast is een subsidie toegekend voor Sociaal Krediet, dit heeft betrekking op energiekosten. 7.1.10 Overige vergoedingen Deze post bevat onder andere de vergoeding voor financieel beheer. In de dossiers waarbij sprake is van een schuldregeling in de vorm van een schuldbemiddeling wordt, naast de bemiddelingskosten, financieel beheer aangehouden. Dit financieel beheer heeft als doel om te waarborgen dat de klant alle afgesproken inkomensdelen afdraagt aan de GKB ten behoeve van zijn/haar schuldeisers. De vergoeding voor het financieel beheer bedraagt voor de cliënt €6, - per maand per beheer (norm NVVK). Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de aan de schuldeisers uit te keren bedragen. 7.1.11 Huur De ontvangen huur heeft betrekking op de verhuur van de 2e verdieping van het kantoorpand aan het OV-bureau Groningen Drenthe. Vanaf 2019 is ook één vleugel op de 3e verdieping verhuurd aan het OV-bureau. 7.1.12 Incidentele opbrengsten De incidentele opbrengsten hebben o.a. betrekking op nagekomen aflossingen van kredieten die in het verleden wegens oninbaarheid zijn afgeboekt.
Daarnaast worden hier ook de bedragen geboekt van gelden, conform de interne beleidsregels, waarvan de rechtmatige eigenaar onvindbaar is. 7.1.13 Bijdrage GR-leden inzake bestuursadvies Het bestuur is begin 2021 gestart bezig met een evaluatie van de huidige strategische koers en heeft begin 2022 het voorgenomen besluit tot “vervreemding van de activiteiten van de GKB” bekend gemaakt. De kosten die gemaakt zijn inzake de evaluatie zijn vergoed aan de GKB. 7.2
Bedrijfslasten
7.2.1
Afschrijvingen Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
Gebouwen
100.664
104.000
101.578
Inventaris
19.863
31.000
27.841
Automatisering
271.056
360.000
267.101
Totaal afschrijvingen
391.583
495.000
396.520
29
7.2.2
Overige bedrijfskosten
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle overige bedrijfskosten. Daarna volgt een specificatie per kostenpost. Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
Realisatie 2020
Directe kosten Kosten BKR
0
0
0
13.726
Kosten Preventie
4.290
7.500
40.425
175
Rente externe financiering
6.300
32.000
6.300
1.129
6.101.327
5.262.372
5.773.682
6.681.492
Automatiseringskosten
350.211
360.000
390.221
423.156
Huisvestingskosten
253.007
236.313
220.018
219.104
Portokosten
52.519
90.000
81.270
0
Telefoonkosten
43.024
80.000
42.746
0
Betalingsverkeer
77.377
66.495
59.580
0
Accountants- en advieskosten
90.103
55.000
101.119
55.007
Overige kosten
156.736
194.552
160.302
508.168
Debiteurenvoorziening
0
0
72.107
133.031
Onderhoudsvoorziening
7.000
7.000
9.000
9.000
Voorziening personeelskosten
82.843
130.000
206.590
524.745
Kosten bestuursadvies
114.891
0
214.116
0
Apparaatskosten Personeelskosten
Algemene kosten
Dotatie voorzieningen
Kosten Bureau Krediet Registratie Alle krediet- en schuldregelingsovereenkomsten en het verloop daarvan moeten door de GKB bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) worden geregistreerd. Daarnaast dienen alle nieuwe kredieten schuldregelingsaanvragen bij het BKR te worden getoetst. De BKR kosten worden vanaf 2020 onder de post Algemene kosten – overige kosten verantwoord. Kosten preventiewerkzaamheden Onder deze post worden de kosten opgenomen die relevant zijn voor de verschillende preventieprojecten anders dan loonkosten. Personeelskosten Onder de post personeelskosten worden alle personeelslasten verantwoord inclusief WWverplichtingen. Zie verder de inleiding op de toelichting van de programmarekening onder het kopje “Lasten” op pagina 18-19. In het kader van de BBV maken wij hier melding van de indicatoren voor de eigen onderneming: 31-12-2022
31-12-2021
Formatie volgens begroting (fte)
76
71
Bezetting
88
79
Voor de apparaatskosten verwijzen wij naar de programmarekening.
30
Automatiseringskosten De kosten voor automatisering, zoals licenties, hardware en software, worden onder deze post verantwoord. Huisvestingskosten De huisvestingskosten in brede zin - zoals huur, energie, schoonmaak en dergelijke - worden onder deze post verantwoord. Drukwerk De kosten van het drukwerk in brede zin worden onder deze post verantwoord. Accountants en advieskosten De kosten voor de jaarlijkse accountantscontrole en overige advieskosten worden hier verantwoord. Overige algemene kosten Onderstaand een specificatie van de overige kosten in de jaarrekening 2022: Overige kosten BKR kosten
7.446
Incidentele lasten
40.201
Kantoorbenodigdheden
6.040
Algemene kosten
27.775
Verzekeringen
27.040
Abonnementen/contributies
24.274
Incassokosten
3.662
Reclamekosten
20.298
Totaal
156.736
Debiteurenvoorziening Deze voorziening is gevormd ter dekking van de verliezen als gevolg van oninbare vorderingen vanwege kredietverstrekkingen. Zie verder de toelichting bij de omschrijving van de voorziening zelf. Voorziening personeelskosten De storting in de voorziening personeelskosten heeft betrekking op langdurig ziekteverzuim en vaststellingsovereenkomsten. Onderhoudsvoorziening Deze voorziening is gevormd ter dekking van het onderhoud van de gebouwen in eigendom. In verband met het aangepaste onderhoudsplan 2020 – 2030 is de dotatie gewijzigd ten opzichte van de begroting. Zie verder de toelichting bij de omschrijving van de voorziening zelf. Kosten bestuursadvies Onder de bestuurskosten zijn de lasten voor de bestuursopdrachten aan de extern adviseur, de notulist en de lasten voor de directeur bedrijfsvoering. De totale kosten worden gedeeld door 3 gemeentes en ten laste gebracht bij de GR-leden.
31
7.3
Wet normering Topfunctionarissen
Gegevens 2022 Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022
J. Tingen Directeur 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Dienstbetrekking
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
128.368
Beloningen betaalbaar op termijn
20.258
Subtotaal
148.626
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
216.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Bezoldiging
0 148.626
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
Gegevens 2022 Bedragen x € 1
J. Tingen
Functiegegevens Functie(s) bij beëindiging dienstverband Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Jaar waarin dienstverband is beëindigd
Directeur 1 2022
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
55.413
Individueel toepasselijke maximum
75.000
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
55.413
Waarvan betaald in 2022
55.413
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
n.v.t.
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
32
Gegevens 2022 Bedragen x € 1
H. de Groot
Functiegegevens
Directeur
Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)
6/10 - 31/12
Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar
3
Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
391
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief?
206 85.800 82.812 Ja
Bezoldiging in de betreffende periode
53.763
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
53.763
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
n.v.t.
Bezoldiging
53.763
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
Gegevens 2021 Bedragen x € 1
J. Tingen
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2022
01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Dienstbetrekking
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
112.894
Beloningen betaalbaar op termijn
20.375
Subtotaal
133.269
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Bezoldiging
0 133.269
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
33
Deel 3: Overige gegevens
34
8.